CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Mer-beoordelingsnotitie Zuiderhage

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.309 Vaststelling wijziging Omgevingsplan gemeente Lelystad: Zuiderhage, fase 120.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor wat betreft de archeologische verwachtingswaarde heeft EARTH Integrated Archaeology in april en mei 2025 een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd voor het plangebied. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 20 van de motivering van de wijziging van het omgevingsplan. Het archeologische risico verschilt per buurtschap: sommige zones kunnen worden vrijgegeven, terwijl andere vervolgonderzoek vereisen. Het advies voor vervolgonderzoek is aangegeven in figuur 3-4, waarbij voor buurtschappen 6 en 7 steekproefsgewijs karterend onderzoek en voor buurtschap 10a vlak dekkend karterend onderzoek wordt geadviseerd. De adviezen vormen een selectieadvies voor de Gemeente Lelystad, die beslist over de vervolgstappen.

Figuur 3-4. Advieskaart archeologie (Bron: EARTH, Archeologisch onderzoek Zuiderhage, Lelystad).

41

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:1.0 - Datum: 20 februari 2026 - Public

In de planregels is daarom een basisregeling opgenomen voor archeologisch erfgoed. Daarin is een vergunningplicht opgenomen die regelt dat het zonder omgevingsvergunning verboden is om activiteiten te verrichten die de bodem (en daarmee archeologische waarden) kunnen verstoren. Uitgebreid archeologisch onderzoek volgt dus in de vergunningsfase. De wetgever biedt met de Omgevingswet de mogelijkheid om onderzoekslasten te verleggen naar het realisatiemoment, dat wil zeggen het moment dat een activiteit wordt aangevraagd, vergund of uitgevoerd. Dit wordt gedaan omdat de benodigde onderzoeken dan kunnen worden toegespitst op de activiteit die daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Voor de omgevingsvergunningaanvraag is een archeologisch rapport nodig waarin de eventuele archeologische waarden van de te verstoren grond worden vastgesteld waarbij eventuele benodigde maatregelen worden genomen. In dit geval doen zich geen omstandigheden voor op grond waarvan het op voorhand aannemelijk is dat de in het omgevingsplan voorziene ontwikkeling niet kan worden uitgevoerd. Het aspect archeologie vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.

Beoordeling aanzienlijke milieueffecten Op basis van voorgaande kunnen aanzienlijke effecten op archeologische waarden worden uitgesloten.

3.16.2

Gehele ontwikkeling

Er vanuit gaande dat voor de ontwikkeling van fase 2 en 3 van Zuiderhage eveneens een vergunningplicht wordt opgenomen die regelt dat het zonder omgevingsvergunning verboden is om activiteiten te verrichten die de bodem (en daarmee archeologische waarden) kunnen verstoren, kunnen ook voor de gehele ontwikkeling van Zuiderhage aanzienlijke effecten op archeologische waarden worden uitgesloten.

42

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:1.0 - Datum: 20 februari 2026 - Public

4

Conclusies

Voor de wijziging van het omgevingsplan om fase 1 van Zuiderhage ruimtelijk mogelijk te maken is zowel een merbeoordeling voor projecten als een mer-beoordeling voor plannen nodig. Daarbij wordt zowel fase 1 (mer-beoordeling voor plannen) als de totale ontwikkeling van Zuiderhage getoetst (mer-beoordeling voor projecten). In een merbeoordeling wordt getoetst of sprake kan zijn van mogelijke aanzienlijke milieueffecten. In deze merbeoordelingsnotitie staat de informatie op basis waarvan de gemeente Lelystad deze beoordeling voor projecten en plannen kan uitvoeren. Daartoe wordt de ontwikkeling van Zuiderhage getoetst aan de criteria die hiervoor zijn opgenomen in de EU Richtlijn mer voor projecten (bijlage III, in onderlinge samenhang beschouwd), hiermee wordt impliciet ook getoetst aan de criteria in de EU-richtlijn voor plannen (bijlage II): ▪ Kenmerken van het project. ▪ Plaats van het project. ▪ Kenmerken van het potentiële effect. Toetsing aan deze beoordelingscriteria vindt in deze notitie plaats in respectievelijk: • hoofdstuk 2 ‘Kenmerken van het project’. Hierin worden de kenmerken van zowel de totale ontwikkeling als van fase 1 beschreven. • hoofdstuk 3 ‘Plaats project en kenmerken potentiële effect’. Hierin worden de relevante gebieds- en locatiekenmerken beschreven en de kenmerken van de (potentiële) effecten voor zowel fase 1 als de totale ontwikkeling.

Met daarbij de conclusie of mogelijke aanzienlijke milieueffecten kunnen worden uitgesloten en of maatregelen mogelijk zijn om effecten te voorkomen, te verzachten of te compenseren. In dit hoofdstuk is een overzicht en overall conclusie opgenomen ten aanzien van de vraag of voor het project belangrijke milieueffecten kunnen worden uitgesloten, zowel voor fase 1 als voor de totale ontwikkeling van Zuiderhage. Eventueel met de inzet van mitigerende of compenserende maatregen. Vervolgens wordt aangegeven hoe hiermee kan worden omgegaan bij de verdere procedures om de realisatie van Zuiderhage juridisch planologisch mogelijk te maken.

4.1

Toetsing aanzienlijke milieueffecten fase 1

Aanzienlijke milieueffecten uit te sluiten zonder aanvullende maatregelen Op basis van de motivering en de planregels van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan met bijbehorende onderzoeken kunnen aanzienlijke effecten voor fase 1 voor de volgende aspecten en effecten worden uitgesloten: • Hinder door bedrijfsactiviteiten (lawaai, gevaar, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- & parkeeroverlast). • Geluidseffecten van bestaande (spoor)wegen op de nieuw te bouwen woningen. • Geluidseffecten op bestaande woningen als gevolg van de verkeersaantrekkende werking. • Luchtkwaliteit. • Geur. • Trillingen. • Licht. • Omgevingsveiligheid. • Ontplofbare oorlogsresten. • (Water)bodemkwaliteit. • Natuur, NatuurNetwerk Nederland (NNN). • Natuur, houtopstanden. • Cultuurhistorie. • Archeologie. Aanzienlijke milieueffecten uit te sluiten met aanvullende maatregelen Voor de volgende aspecten en effecten zijn aanvullende maatregelen nodig om aanzienlijke effecten als gevolg van fase 1 te kunnen uitsluiten: • Verkeer. Voor bereikbaarheid en verkeersveiligheid moeten bij tien kruispunten in 2030 en/of 2040 maatregelen worden getroffen. Bij zeven kruispunten is dat al nodig zonder de ontwikkeling van Zuiderhage en bij drie kruispunten als gevolg van de realisatie van fase 1.

43

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:1.0 - Datum: 20 februari 2026 - Public

•

•

•

Water. Tijdige aanleg van de groenblauwe structuur, de benodigde waterberging ter compensatie voor buurtschap 10a en de uitwerking en tijdige realisering van een goed functionerend watersysteem (zodat onder andere wateroverlast in de nieuwe buurtschappen wordt voorkomen). De concrete randvoorwaarden en uitgangspunten voor het op te stellen waterhuishoudingsplan zijn al in overleg met het waterschap vastgesteld. Natuur, soortbescherming. Een robuust ontwerp van de groenblauwe structuur gericht op de betreffende soorten, het zoveel mogelijk behouden van bestaande boomstructuren en lijnvormige landschapselementen en het opstellen van een activiteitenplan en een ecologisch werkprotocol. Hiermee kunnen voor fase 1 niet alleen aanzienlijke negatieve milieueffecten op aanwezige soorten worden voorkomen, maar kan zelfs een positieve impuls worden verwacht voor een aantal soorten. Natuur, gebiedsbescherming. De inrichting van hiervoor aangewezen percelen als optimaal foerageergebied voor de blauwe kiekendief (als ‘vogelakker’) voorafgaand aan de vernietiging gedurende de aanlegfase en verstoring tijdens de gebruiksfase van suboptimaal foerageergebied. En uitvoering van verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen.

Aanzienlijke milieueffecten die nog niet kunnen worden uitgesloten Voor fase 1 zijn er geen aspecten waarbij aanzienlijke milieueffecten nog niet kunnen worden uitgesloten (eventueel met maatregelen).

4.2

Toetsing aanzienlijke milieueffecten geheel Zuiderhage

Aanzienlijke milieueffecten uit te sluiten zonder aanvullende maatregelen Uitgaande van een wijziging van het omgevingsplan en een aanpak die voor fase 2 en 3 van Zuiderhage vergelijkbaar is met de wijziging van het omgevingsplan en de aanpak voor fase 1 kunnen aanzienlijke effecten voor Zuiderhage als geheel voor de volgende aspecten en effecten worden uitgesloten: • Hinder door bedrijfsactiviteiten (lawaai, gevaar, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- & parkeeroverlast). • Geur. • Trillingen. • Licht. • Omgevingsveiligheid. • Ontplofbare oorlogsresten. • (Water)bodemkwaliteit. • Natuur, Natuurnetwerk Nederland. • Natuur, houtopstanden. • Cultuurhistorie. • Archeologie. Aanzienlijke milieueffecten uit te sluiten met aanvullende maatregelen Voor de volgende aspecten en effecten zijn aanvullende maatregelen nodig om aanzienlijke effecten als gevolg van de ontwikkeling van geheel Zuiderhage te kunnen uitsluiten: • Verkeer. Voor bereikbaarheid en verkeersveiligheid moeten bij 16 kruispunten in 2030 en/of 2040 maatregelen worden getroffen. Bij zeven kruispunten is dat al nodig zonder de ontwikkeling van Zuiderhage, bij drie kruispunten als gevolg van de realisatie van fase 1 en bij zes kruispunten als gevolg van de ontwikkeling van fases 2 en 3. • Water.

Tijdige aanleg van de groenblauwe structuur en de uitwerking en tijdige realisering van een goed functionerend watersysteem (onder andere om wateroverlast in de nieuwe buurtschappen te voorkomen). • Natuur, soortbescherming. Een robuust ontwerp van de groenblauwe structuur gericht op de betreffende soorten, het zoveel mogelijk behouden van bestaande boomstructuren en lijnvormige landschapselementen en het opstellen van een activiteitenplan en een ecologisch werkprotocol. Hiermee kunnen voor geheel Zuiderhage niet alleen aanzienlijke negatieve milieueffecten op aanwezige soorten worden voorkomen, maar kan zelfs een positieve impuls worden verwacht voor een aantal soorten. Aanzienlijke milieueffecten die nog niet kunnen worden uitgesloten Voor de volgende aspecten kunnen aanzienlijke effecten als gevolg van de ontwikkeling van geheel Zuiderhage nog niet worden uitgesloten: • Geluidseffecten van bestaande (spoor)wegen op de nieuw te bouwen woningen. • Geluidseffecten op bestaande woningen als gevolg van de verkeersaantrekkende werking. • Luchtkwaliteit. • Natura 2000. 44

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:1.0 - Datum: 20 februari 2026 - Public

Navolgend wordt dit per aspect nader toegelicht. Geluidseffecten van bestaande (spoor)wegen op de nieuw te bouwen woningen Uitgangspunt is dat ook bij de ontwikkeling van fase 2 en 3 van Zuiderhage in de planregels een vergunningplicht en onderzoeksplicht wordt opgenomen. Waardoor ook voor fase 2 en fase 3, als deze op zichzelf worden bezien, kan worden geborgd dat het woon- en leefklimaat van individuele woningen is beschermd en ook wordt voldaan aan de wettelijk vereiste binnenwaarde. Daarmee kunnen ook voor deze fases, als deze alleen op zichzelf worden bezien, aanzienlijke milieueffecten door de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeer en treinverkeer worden uitgesloten. Voor wat betreft het treinverkeer vormt daarbij de beoogde ontwikkeling van station Lelystad-Zuid wel een belangrijk aandachtspunt. Dit geldt echter niet voor de ontwikkeling als geheel. De vergunningplicht en onderzoeksplicht richt zich onder meer op woningen op relatief korte afstand van gebiedsontsluitingswegen zoals de Westerdreef en Larserdreef. Op dit moment vormen daarbij voor de wijziging van het omgevingsplan voor fase 1 de verkeerscijfers na de realisatie van fase 1 het uitgangspunt. Na realisatie van fase 1 zullen echter de intensiteiten op deze wegen als gevolg van de ontwikkeling van fase 2 en fase 3 verder toenemen.

Daarmee is het woon- en leefklimaat van individuele woningen in fase 1 (en later ook in fase 2) niet geborgd. Geluidseffecten op bestaande woningen als gevolg van de verkeersaantrekkende werking Ten behoeve van de wijziging van het omgevingsplan is een verkeersonderzoek uitgevoerd (bijlage 3) waarbij zowel Zuiderhage fase 1 als de gehele ontwikkeling zijn onderzocht. In paragraaf 3.2 van deze mer-beoordelingsnotitie zijn de intensiteiten op belangrijke wegen rondom Zuiderhage weergegeven na de realisatie van geheel Zuiderhage, afgezet tegen de autonome intensiteiten zonder de realisatie van Zuiderhage. Hieruit blijkt dat de verkeersbelasting van wegen in de omgeving na de realisatie van Zuiderhage als geheel aanzienlijk groter is dan na alleen de realisatie van fase 1. Zoals beschreven in de vorige paragraaf wordt de geluidstoename ter plaatse van deze wegen na fase 1 geschat op maximaal 0,5 dB. Na de gehele ontwikkeling van Zuiderhage zal deze geluidstoename aanzienlijk groter zijn en ook plaats vinden op een groter deel van het wegennet van Lelystad. Deze wegen liggen deels in woonwijken. Daarmee is de verwachting dat ook de geluidsbelasting ter plaatse van hier aanwezige woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen significant zal toenemen en dat daarmee ook het aantal (ernstig) gehinderden significant zal toenemen.

Op dit moment zijn ook nog geen maatregelen voorzien die dit effect kunnen beperken. Daarmee kunnen aanzienlijke milieueffecten op dit punt nu nog niet worden uitgesloten. Luchtkwaliteit Zoals weergegeven in tabel 3-5 in de vorige paragraaf liggen de concentraties NO2 na uitvoering fase 1 in 2030 en 2040 relatief dicht onder de nieuwe waarde uit de EU-richtlijn vanaf 2030. Overschrijding na uitvoering fase 2 en 3 van Zuiderhage is op basis hiervan nog niet uit te sluiten, ook al zullen de emissiefactoren en achtergrondconcentraties naar verwachting verder blijven dalen. Daarmee zijn aanzienlijke milieueffecten als gevolg van concentraties NO2 nog niet uit te sluiten. Natura 2000 Significante effecten op Natura 2000 en daarmee aanzienlijke effecten als gevolg van de ontwikkeling van geheel Zuiderhage kunnen niet worden uitgesloten. Dit betreft: • Significante effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie op hiervoor gevoelige Natura 2000gebieden als gevolg van de aanlegfase. Het totale aantal te realiseren woningen met bijbehorende infrastructuur, voorzieningen en bedrijvigheid in heel Zuiderhage is aanzienlijk groter dan alleen fase 1 (maximaal 2.400 woningen versus maximaal 16.000 woningen).

Daarmee zijn ook de werkzaamheden tijdens de aanlegfase aanzienlijk groter (hoewel dit dan wel verspreid zal zijn over een langere periode en de mogelijkheden om elektrisch materieel in te zetten bij de aanleg zullen naar verwachting in de toekomst toenemen). • Significante effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie op hiervoor gevoelige Natura 2000gebieden als gevolg van de gebruiksfase. Zoals beschreven in paragraaf 3.2 is de toename van verkeer tijdens de gebruiksfase voor heel Zuiderhage aanzienlijk groter dan alleen voor fase 1. • Significante effecten als gevolg van ruimtebeslag op agrarische percelen die als essentieel foerageergebied kunnen dienen voor de blauwe kiekendief. Dit ruimtebeslag is als gevolg van de ontwikkeling van geheel Zuiderhage aanzienlijk groter dan bij alleen de realisering van fase 1. Bovendien wordt een deel van de benodigde percelen voor fase 2 en 3 nu eerst tijdelijk ingezet voor de mitigatieopgave van fase 1 door deze in te richten als optimaal foerageergebied voor de blauwe kiekendief. Voor fase 2 en 3 van Zuiderhage moet nog worden verkend wat de mitigatiemogelijkheden aan de zuidoostkant van de A6 zijn (bijvoorbeeld vogelakkers, akkerranden en specifieke gewassen) en of er nog andere (tijdelijke) mogelijkheden in Zuiderhage zelf mogelijk zijn.

Het doel is om uiteindelijk toe te werken naar een meer integrale, permanente oplossing die voor kiekendieven beter functioneert. 45

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:1.0 - Datum: 20 februari 2026 - Public

4.3

Conclusies en vervolg

Op basis van voorgaande paragrafen kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • Voor fase 1 van Zuiderhage kunnen aanzienlijke milieueffecten met het treffen van maatregelen worden uitgesloten. • Voor de ontwikkeling van geheel Zuiderhage kunnen aanzienlijke milieueffecten nog niet worden uitgesloten. Daarmee is voor de ontwikkeling van geheel Zuiderhage sprake van een verplichting om de procedure van de milieueffectrapportage (mer-procedure) te doorlopen en een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Omdat sprake is van een verplichte passende beoordeling is sprake van een mer-plicht voor zowel voor plannen als projecten. Voortgang van de woningbouw en de realisering van het nieuwe stadsdeel Zuiderhage bij Lelystad wordt als zeer urgent gezien, zowel vanwege het landelijke tekort aan woningen als vanwege de gewenste ontwikkeling van Lelystad. De ontwikkeling van fase 1 is inmiddels concreet en wordt ook breed gedragen. Rond de ontwikkeling van fase 2 en 3 is nog sprake van onzekerheden, onder andere rond de haalbaarheid van het beoogde nieuwe station en de wijze van ontsluiting met het OV. Daarom is het wenselijk de mer-procedure te doorlopen aan het opstellen van de wijziging van het omgevingsplan voor fase 2 en fase 3 van Zuiderhage. En dit niet te koppelen aan fase 1 zodat de realisatie van fase 1 spoedig ter hand kan worden genomen.

Dat is in dit geval mogelijk als wordt voldaan aan twee voorwaarden (deze worden na de opsomming nader toegelicht): 1. Gekoppeld aan de wijziging van het omgevingsplan voor fase 1 wordt de mer-beoordelingsprocedure voor zowel plannen als projecten doorlopen waarbij de benodigde maatregelen worden geborgd. 2. Gekoppeld aan het opstellen van de wijziging van het omgevingsplan voor fase 2 en fase 3 van Zuiderhage wordt de mer-procedure voor plannen en projecten doorlopen. 1. Mer-beoordelingsprocedure voor plannen en projecten doorlopen voor fase 1 met borgen van maatregelen Gekoppeld aan de wijziging van het omgevingsplan voor fase 1 wordt de mer-beoordelingsprocedure voor zowel plannen als projecten doorlopen conform de procedurele vereisten zoals beschreven in paragraaf 1.3. Door het college van B&W van Lelystad wordt de beslissing genomen dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten als gevolg van fase 1. Dit kan op basis van deze mer-beoordelingsnotitie, waarbij minimaal wordt geborgd dat de volgende maatregelen worden genomen: • Reconstructie van tien kruispunten in 2030 en/of 2040 uit oogpunt van bereikbaarheid en verkeersveiligheid. • Tijdige aanleg van de groenblauwe structuur en de uitwerking en tijdige realisering van een goed functionerend watersysteem (zodat onder andere wateroverlast in de nieuwe buurtschappen wordt voorkomen).

• Een robuust ontwerp van de groenblauwe structuur gericht op de relevante soorten, het zoveel mogelijk behouden van bestaande boomstructuren en lijnvormige landschapselementen en het opstellen van een activiteitenplan en een ecologisch werkprotocol. • De inrichting van hiervoor aangewezen percelen als optimaal foerageergebied voor de blauwe kiekendief (als ‘vogelakker’) voorafgaand aan de vernietiging gedurende de aanlegfase en verstoring tijdens de gebruiksfase van suboptimaal foerageergebied. En uitvoering van verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen. 2. Mer-procedure voor plannen en projecten doorlopen voor fase 2 en fase 3 Lelystad is momenteel een stad met ongeveer 85.000 inwoners en is gedimensioneerd om door te groeien naar een stad met meer dan 100.000 inwoners (ambitie in de omgevingsvisie 2050 is 120.000 inwoners). Het gebied waar het nieuwe stadsdeel Zuiderhage is voorzien is al langere tijd in beeld als ontwikkellocatie en is ook grotendeels al eigendom van het Rijk (het Rijksvastgoedbedrijf). Voor dit gebied is de procedure van de milieueffectrapportage (merprocedure) al doorlopen. Het complete stadsdeel heette destijds Warande waarbij is uitgegaan van een programma van 8.320 woningen. Hiervoor is in 2007 een milieueffectrapport (MER) opgesteld (MER Warande, Witteveen & Bos).

Het MER is gekoppeld aan de vaststelling van de wijziging van het bestemmingsplan om fase 1 van Warande ruimtelijk mogelijk te maken. Op basis van dit bestemmingsplan zijn en worden al woningen en deelgebieden gerealiseerd. Dit betreft in totaal ongeveer 1.650 woningen. De opgave voor fase 1 van Zuiderhage (maximaal 2.400 woningen) inclusief het aantal woningen wat al is of wordt gerealiseerd binnen de woonwijk Warande (1.650 woningen) past nog ruimschoots binnen de totale voorziene opgave zoals deze is onderzocht in het MER Warande uit 2007. De ontwikkeling van fase 1 is inmiddels concreet en wordt ook breed gedragen.

46

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:1.0 - Datum: 20 februari 2026 - Public

De ontwikkeling van fase 2 en fase 3 passen niet meer geheel binnen de totale voorziene opgave zoals deze is onderzocht in het MER Warande uit 2007 (uitgaande van het maximum aantal woningen zoals opgenomen in de Mastervisie 2024 ZuiderC uit 2024). Gekoppeld aan het opstellen van de wijziging van het omgevingsplan voor fase 2 en fase 3 van Zuiderhage wordt de mer-procedure voor plannen en projecten doorlopen. Rond de ontwikkeling van fase 2 en 3 is nog sprake van onzekerheden. Op basis daarvan kunnen alternatieven in het op te stellen MER worden onderzocht om de besluitvorming hierover te ondersteunen.

47

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:1.0 - Datum: 20 februari 2026 - Public

Colofon MER-BEOORDELINGSNOTITIE ZUIDERHAGE OMGEVINGSPLAN GEMEENTE LELYSTAD KLANT Rijksvastgoedbedrijf AUTEUR Team Ruimtelijke Transitie & Infrastructuur ONZE REFERENTIE 2NVA33SNCV56-1460143128-66:1.0 DATUM 20 februari 2026 STATUS Definitief

48

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:1.0 - Datum: 20 februari 2026 - Public

Over Arcadis Arcadis is dé wereldwijde partner die vooraan staat bij de meest impactvolle projecten van onze tijd. We helpen onze klanten duurzame keuzes te maken via de combinatie van digitale innovatie, expertise en toekomstgerichte vaardigheden in onder meer milieu, energie, water, gebouwen, transport en infrastructuur. Wij zetten die extra stap om onze klanten op maat gemaakte oplossingen te bieden voor ontwerp, engineering en advies. Door data-gedreven inzichten in te zetten geven we de natuurlijke en gebouwde omgeving samen vorm. Met meer dan 35.000 mensen bundelen we wereldwijde expertise en pakken we samen uitdagingen als klimaat, betaalbare energie en leefbare steden aan. We verbeteren de levenskwaliteit door onze aanwezigheid in meer dan 30 landen. In 2024 behaalden we een bruto-omzet van €5,0 miljard. www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life

Volg ons op 49

Arcadis

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:1.0 - Datum: 20 februari 2026 - Public

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=8aefe93e-fab8-41c6-9e23-6a6f174c3ae3