Bijlage 1 - Motivering BOPA Stadhuisplein 51 te Lelystad
Tekst van het document
Omgevingsvergunning BOPA Stadhuisplein 51 te Lelystad Gemeente Flevoland
Datum: 18 december 2025 Versie: Definitief
Motivering
3
4
Inhoudsopgave Motivering Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3
3 Inleiding
Aanleiding en doel Projectgebied Leeswijzer
7 7 7 9
Hoofdstuk 2
Beschrijving huidige situatie
10
Hoofdstuk 3
Voorgenomen Ontwikkeling
14
3.1 3.2 3.3 3.4
Wat houdt de ontwikkeling in? (Strijdigheid) geldend omgevingsplan Medewerking opheffen strijdigheid Conclusie
Hoofdstuk 4 4.1
Participatie omgeving
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4
Beleid en regelgeving
Rijksbeleid en Rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Beleid Waterschap en overig waterbeleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13 6.14
Voorbereiding en participatie
14 18 20 20 21 21 22 22 24 27 29
Omgevingsaspecten
33
Geluid Luchtkwaliteit Geur Bodemkwaliteit Mobiliteit en parkeren Omgevingsveiligheid Natuur Water Cultureel erfgoed Duurzaamheid M.e.r.-beoordeling Ladder voor duurzame verstedelijking Milieubelastende activiteiten Gezondheid
33 35 37 37 39 40 42 45 51 52 53 54 55 56
Hoofdstuk 7
Beperkingengebieden
59
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
60
Financieel economische haalbaarheid Kostenverhaal
60 60
8.1 8.2
5
8.3
Nadeelcompensatie
Hoofdstuk 9
Conclusie
60 61
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Op de locatie aan het Stadhuisplein 51 te Lelystad is een voormalig PostNL-postkantoor gelegen. Sinds 2009 staat dit pand grotendeels leeg. In 2014 is enkel de begane grond enige tijd in gebruik geweest als duurzaamheidswinkel. Momenteel staat het pand leeg en worden verdiepingen antikraak bewoond. Initiatiefnemer is voornemens het leegstaande pand te herontwikkelen, waarbij de bestaande bebouwing gesloopt wordt en er circa 140 appartementen voor in de plaats komen. Voor het projectgebied geldt het (tijdelijke deel van het) 'Omgevingsplan gemeente Lelystad' met onderliggend de regels uit het bestemmingsplan 'Stadshart'. Op basis van het omgevingsplan is de locatie bestemd als 'Maatschappelijke voorziening'. Op grond van de huidige bestemming is de voorgenomen ontwikkeling niet toegestaan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een buitenplanse omgevingsplanactivteit noodzakelijk. Onderhavige motivering voorziet in de onderbouwing om aan te tonen dat de ontwikkeling ruimtelijk wenselijk is en voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
1.2
Projectgebied
Het projectgebied is gelegen in het centrum van Lelystad, nabij het NS station 'Lelystad Centrum'. Het straatbeeld rondom de projectlocatie wordt gekenmerkt door de aanwezige centrumfuncties. Het projectgebied grenst aan de noordzijde aan de Poststraat, aan de oostzijde aan de Neringweg en aan de westzijde aan het Stadhuisplein, waar zich het stadhuis van Lelystad, de Zuil van Lely en diverse winkels en horecagelegenheden bevinden. Aan de zuidzijde sluit het projectgebied aan op bestaande bebouwing met in de plint verschillende voorzieningen en daarboven woningen. Kadastraal is het projectgebied bekend als gemeente Lelystad, sectie M, nummers 3270 en 7411. Op de navolgende afbeelding is globaal de ligging en begrenzing van het projectgebied met een rode markering weergegeven.
7
Figuur 1.
Globale ligging projectgebied
Figuur 2. Globale begrenzing projectgebied
8
1.3
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de omgevingsplanwijziging die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk-functionele situatie. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling en de strijdigheid met het geldend omgevingsplan. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de voorbereiding en participatie van onderhavig plan. In Hoofdstuk 5 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In Hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in diverse planologische en milieuaspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op mogelijke beperkingengebieden die in het projectgebied gelden. In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid. Tot slot volgt in Hoofdstuk 9 de conclusie.
9
Hoofdstuk 2
Beschrijving huidige situatie
Het projectgebied bestaat in de huidige situatie uit het voormalig PostNL-kantoor. In 2009 sloot het kantoor de deuren, omdat het voor PostNL niet meer noodzakelijk was om op deze locatie een kantoor te hebben. In maart 2014 opende op de begane grond een duurzaamheidswinkel. Inmiddels staat het gebouw al weer enkele jaren leeg, waardoor een nieuwe functie gewenst is. Het projectgebied bevindt zich midden in het centrum van Lelystad nabij het NS station 'Lelystad Centrum' en bestaat uit een gebouw met bijbehorende parkeerplaats. Het gebouw is gelegen aan de noordzijde van het projectgebied en bestaat uit maximaal vier bouwlagen met een plat dak. Het gebouw heeft een typische jaren '70-'80 uitstraling met horizontale ramen en bruin metselwerk. De hoofdentree van het gebouw bevindt zich aan de noordwestzijde richting het Stadhuisplein. De plint van het gebouw bestaat uit grote ramen bedoeld als etalage van de voormalige duurzaamheidswinkel. Aan de zuidoostzijde is de bijbehorende parkeerplaats aanwezig. Deze parkeerplaats wordt omheind door een gemetselde muur en was bedoeld voor werknemers en bezoekers van het voormalige postkantoor. Deze parkeerplaats is bereikbaar via de oostzijde en is ontsloten op de Neringweg. Onderstaande afbeelding toont een luchtfoto, waarbij het projectgebied met een gele stippellijn is omlijnd.
Figuur 3. Luchtfoto bestaande situatie vanuit het Stadhuisplein
10
Figuur 4. Luchtfoto bestaande situatie vanuit de Neringweg
De navolgende afbeeldingen tonen de situatie ter plaatse, gezien vanaf het maaiveld.
Figuur 5. Foto huidige bebouwing vanuit het Stadhuisplein (gezien vanaf het maaiveld)
11
Figuur 6. Projectgebied vanuit Neringweg (maaiveld)
12
Figuur 7. Projectgebied vanaf parkeerplaats (maaiveld)
13
Hoofdstuk 3 3.1
Voorgenomen Ontwikkeling
Wat houdt de ontwikkeling in?
Het voorliggende initiatief betreft de herontwikkeling van het voormalige PostNL-postkantoor, waarbij het bestaande gebouw wordt gesloopt en plaats maakt voor een wooncomplex met in totaal circa 140 appartementen. De appartementen zullen duurzaam en gasloos worden uitgevoerd. Alle appartementen worden tevens levensloopbestendig uitgevoerd en zijn rolstoeltoegankelijk, met onder meer brede deuropeningen, drempelloze overgangen, badkamers met wc- en douchebeugels, en een andere voorzieningen die zelfstandig wonen ondersteunen. De appartementen worden ondergebracht in twee afzonderlijke gebouwen die met elkaar verbonden worden door een daktuin op de eerste verdieping. In totaal worden er circa 140 appartementen gerealiseerd, mogelijk onderverdeeld op de volgende manier: 25 appartementen met een oppervlak van 50 m2; 13 appartementen met een oppervlak van 56 m2; 12 appartementen met een oppervlak van 59 m2; 10 appartementen met een oppervlak van 60 m2; 12 appartementen met een oppervlak van 63 m2; 12 appartementen met een oppervlak van 64 m2; 6 appartementen met een oppervlak van 65 m2; 12 appartementen met een oppervlak van 67 m2. 38 appartementen met een oppervlak van 75 m2. Het gebouw gelegen aan de Neringweg, hierna Corridor genoemd, krijgt drie verschillende niveaus ter hoogte van vijf tot maximaal acht bouwlagen.
In de Corridor worden circa 66 appartementen gerealiseerd met een oppervlak tussen 50 m2 en 75 m2. De entree van het appartementengebouw wordt gesitueerd aan de zuidoostzijde van het gebouw, waarna de appartementen met een trap of twee liften bereikbaar zijn. Op de begane grond van de Corridor is tevens een fietsparkeerplaats met ruimte voor circa 132 fietsen. Het gebouw aan het Stadhuisplein, hierna Toren genoemd, telt dertien verdiepingen en omvat in totaal circa 74 appartementen. Op de eerste verdieping wordt een collectieve ruimte ingericht. De hoofdentree van de Toren bevindt zich aan de noordwestzijde, aan het Stadhuisplein. Via deze entree is tevens de fietsenstalling bereikbaar, die ruimte biedt aan circa 207 fietsen voor bewoners. De appartementen zijn toegankelijk via twee liften of een trap. Daarnaast is er op de begane grond een aparte entree die direct toegang biedt tot de collectieve ruimte. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van de gewenste situatie van de bebouwing.
14
Figuur 7. Gewenste situatie vanuit de Neringweg (oostzijde)
Figuur 8. Gewenste situatie vanaf Stadhuisplein (westzijde)
Toelichting Ruimtelijke inpassing De nieuwbouw bestaat uit een bouwvolume dat in vier verschillende bouwniveaus is gerealiseerd. De eerste bouwlaag verbind alle bouwlagen met elkaar. In verhouding met de omliggende bebouwing zal het bouwvolume aan de noordwestzijde, de Toren, dominant aanwezig zijn en een stedelijke uitstraling krijgen. De bebouwing aan de oostzijde, de Corridor, heeft een minder dominante uitstraling. Op het dak van de eerste bouwlaag, tussen de omliggende bouwvolumes, bevindt zich een buitenruimte. Deze
15
buitenruimte vormt een open ruimte met beplanting binnen het stedelijk gebied speciaal bedoeld voor toekomstige bewoners. Daarnaast verbetert deze buitenruimte het uitzicht van de appartementen die zijn georiënteerd op de binnenzijde van het bouwblok. Architectuur Het gebouw is opgedeeld in een hoge toren van circa 45 meter en een drie lagere vleugels van circa 30, 24 en 18 meter. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om op het dak ondergeschikte bouwdelen te plaatsen, bijvoorbeeld voor de benodigde installaties en de lift. Architectonisch gezien valt het ontwerp op door zijn functionele opbouw: verticale accenten in de toren, horizontale lijnen door de balkons. Het hoogteverschil van de verschillende bouwlagen zorgt ervoor dat er zo veel mogelijk appartementen een optimaal uitzicht hebben. Buitenruimte De buitenruimte op de eerste bouwlaag vormt een centrale ontmoetingsplek en is gepositioneerd tussen de vier bouwvolumes. De verhoogde buitenruimte wordt aangekleed met verschillende type beplanting en biedt bewoners een rustige plek om te ontspannen te midden van een stedelijk gebied. Een gezamenlijk buitenruimte zorgt voor zichtbaarheid van medebewoners en sociale verbondenheid binnen het complex. Daarnaast beschikt elk appartement over een privé buitenruimte in de vorm van een balkon.
Met de toevoeging van een gezamenlijke buitenruimte en de balkons biedt het initiatief de bewoners voldoende mogelijkheden om van een buitenruimte gebruik te maken. Parkeren en verkeer Voorliggend initiatief voorziet in een parkeerplaats op de eerste bouwlaag van het gebouw. Deze parkeerplaats voorziet in circa 339 fietsparkeerplaatsen en circa 66 autoparkeerplaatsen. Aangezien het appartementengebouw midden in het centrum ligt en nabij een NS station, sluit dit goed aan bij de hedendaagse mobiliteitsontwikkelingen (zie paragraaf 6.5). De parkeergarage zal, net zoals de huidige situatie, via de Neringweg ontsloten worden. Hierdoor blijft de veiligheid en de leefbaarheid op het Stadhuisplein voor voetgangers en fietsers behouden. Door voldoende ruimte te bieden voor fietsen en de parkeerplaatsen voor auto's te beperken wordt tevens langzaam verkeer door bewoners gestimuleerd. Programma Het appartementencomplex wordt voorzien van circa 140 appartementen tussen de 50 m2 en 75 m2. De woningen worden aangeboden in het middeldure en dure segment. Koop - danwel huur wordt nader bepaald. In de doorsneden wordt de interne indeling van het woongebouw weergegeven. Het woongebouw heeft een gezamenlijk eerste bouwlaag dat dienst doet als fiets- en autoparkeergarage.
Daarnaast bevindt zich op de eerste bouwlaag de technische ruimte voor installaties, en zijn er twee liften en een trap aanwezig. Tevens wordt er ruimte geboden aan een collectieve ruimte voor bewoners op de eerste verdieping, welke bijvoorbeeld gebruikt kan worden als collectieve huiskamer. De bovengelegen verdiepingen zijn bestemd voor wonen en worden in drie verschillende bouwmassa's gerealiseerd. Doelgroep Het woonconcept is gericht op verschillende woningzoekenden, zoals ouderen, starters en jongeren. Het concept is tevens gericht op een woongemeenschap waarin bewoners door middel van informele zorg zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Middels een juiste bewonersmix van zorgvragers, potentiële zorgvragers en zorgdragers wordt hier invulling aan gegeven. Dit in combinatie met de
16
levering van (thuis) zorg door een professionele zorgorganisatie. Er wordt gestreefd naar een bewonersmix van circa één derde bewoners met een zorgvraag, één derde bewoners met een potentiële zorgvraag, en één derde bewoners zonder zorgvraag. Deze verdeling wordt nagestreefd door middel van een screening, waarbij het uitgangspunt richtinggevend is en geen harde eis. Deze verdeling wordt op basis van huidige ervaringen op dit moment als passend beschouwd voor het realiseren van een effectieve woonzorggemeenschap. Toekomstige ervaringen kunnen doen besluiten de verhouding te wijzigen. Zowel de zorgvragers (veelal ouderen) als de zorgdragers (veelal jongeren en starters) hebben primair behoefte aan een betaalbare, overzichtelijke en onderhoudsarme woningen, en minder aan extra woonoppervlakte. De gekozen woningomvang van gemiddeld 60 m² sluit daarom aan bij de behoefte van de doelgroep. Navolgende afbeeldingen geven de doorsneden van de bebouwing weer vanaf de zuidzijde en noordzijde.
Figuur 9. Doorsnede bebouwing gewenste situatie (vanaf zuidzijde)
17
Figuur 10. Doorsnede bebouwing gewenste situatie (vanaf noordzijde)
3.2
(Strijdigheid) geldend omgevingsplan
3.2.1
Geldend Omgevingsplan
Voor het projectgebied geldt het (tijdelijk deel van het) 'Omgevingsplan gemeente Lelystad', met onderliggend het bestemmingsplan 'Stadshart', vastgesteld op 27 februari 2006. Op basis van het Omgevingsplan is de locatie van het projectgebied bestemd als 'Maatschappelijke voorzieningen'. Navolgend is met een wit kader de begrenzing van het plangebied aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan.
18
Figuur 11. Uitsnede bestemmingsplan 'Stadshart'
Op grond van het bestemmingsplan geldt de onderstaande bestemming en aanduidingen binnen het projectgebied: Maatschappelijke voorzieningen: De voor 'Maatschappelijke voorzieningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. overheidsinstellingen; b. sportvoorzieningen; c. culturele voorzieningen; d. onderwijsinstellingen; e. medische voorzieningen; f. een postkantoor; g. nutsvoorzieningen; Bouwen 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gebouwen dienen binnen de op de plankaart aangewezen bouwvlakken te worden gebouwd; b. het aantal bouwlagen van een gebouw mag niet meer bedragen dan het aantal dat op de plankaart is aangegeven; c. de hoogte van een bouwlaag mag niet meer bedragen dan 5 meter, in afwijking hiervan mogen binnen een straal van 80 meter van de nadere aanduiding “Theater” op de plankaart vides, bioscoopen theaterzalen worden gerealiseerd, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan de maximaal toegestane hoogte berekend door het aantal bouwlagen te vermenigvuldigen met 5 meter; d. de hoogte van nutsvoorzieningen mag ten hoogste 3 meter bedragen; e. het bouwen van ondergrondse parkeergarages is toegestaan. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt dat: a. de hoogte van een bouwwerk ten hoogste 3 meter mag bedragen, uitgezonderd palen en masten, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 8 meter; b.
het bouwen van bouwwerken ten behoeve van ondergrondse bodemopslag van energie en water is toegestaan.
19
3.2.2
Strijdigheid geldend omgevingsplan
Ter plaatse van het projectgebied zijn nog geen specifieke regelingen opgenomen in het omgevingsplan. Daarom geldt het bestemmingsplan 'Stadshart Lelystad'. Op basis van dit bestemmingsplan zijn binnen de bestemming 'Maatschappelijke voorzieningen' geen woningen toegestaan en geldt er een maximum van vier bouwlagen. Gezien het initiatief voorziet in de realisatie van circa 140 woningen met maximaal 14 verdiepingen is het initiatief in strijd met het geldend omgevingsplan.
3.3
Medewerking opheffen strijdigheid
De gemeente Lelystad en de initiatiefnemer hebben in oktober 2025 een koopovereenkomst en een anterieure overeenkomst getekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd over de realisatie van het project. Deze overeenkomst beschrijft de verplichtingen van de partijen, zoals kostenverdeling, het realiseren van voorzieningen en infrastructuur, en hoe de grond gebruikt zal worden.
3.4
Conclusie
Alles overwegende draagt de ontwikkeling bij aan een goede fysieke leefomgeving. Uit voorliggende motivering blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het Besluit kwaliteit leefomgeving, Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
20
Hoofdstuk 4
Voorbereiding en participatie
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het wijzigen van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In dit hoofdstuk zal hier verder op worden ingegaan.
4.1
Participatie omgeving
Participatie met de directe omgeving is van groot belang voor de planuitwerking. Daarom is op 30 oktober 2025 een participatieavond met omwonenden georganiseerd. In totaal zijn er circa 160 adressen uitgenodigd. De ideeën en meningen van omwonenden en andere belanghebbende zijn meegenomen en verwerkt in en participatieverslag. Dit verslag in toegevoegd in Bijlage 1. De eerste reacties van de omwonenden zijn over het algemeen positief. Bewoners zijn blij dat er na jaren van leegstand eindelijk iets gaat gebeuren. Bewoners vinden het belangrijk dat de omgeving veilig, toegankelijk en rustig blijft. Ook vinden zij het belangrijk dat het gebied levendig en sociaal blijft, met ruimte voor maatschappelijke functies zoals kinderopvang, ontmoetingsplekken en voorzieningen voor jongeren. De relevante opmerkingen en wensen van omwonenden worden meegenomen in het ontwerp, zodat het plan aansluit bij de omgeving en draagvlak wordt gecreëerd. In een volgende fase zal de buurt opnieuw worden uitgenodigd voor een informatieavond.
21
Hoofdstuk 5
Beleid en regelgeving
5.1
Rijksbeleid en Rijksregels
5.1.1
Beleid: Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan: periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval; de zeespiegelstijging; de overgang naar duurzame energie; de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen; de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen; de groei en het bereikbaar houden van steden; plekken voor distributiecentra; het versterken van de natuur en biodiversiteit; het behoud van het landschap; de vitaliteit van de landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen.
Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Toetsing Ten aanzien van dit project wordt er ingespeeld op de opgave van het bouwen van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen. Met de realisatie van het initiatief worden circa 140 nieuwe woningen in de vorm van appartementen gerealiseerd, waarbij de doelgroep deels starters op de woningmarkt bedraagt. De appartementen variëren in grootte van circa 50 tot 75 m² en beschikken allemaal over een eigen buitenruimte (balkon). Tevens wordt er een bijdrage geleverd aan het sterker en leefbaarder maken van steden/dorpen en regio's. De woningen die op de locatie worden gebouwd dragen bij aan de behoefte aan en ondersteuning van het voorzieningenniveau in Lelystad en omgeving. Daarnaast wordt een leegstaand pand getransformeerd, waardoor verpaupering wordt tegengegaan. Lelystad maakt deel uit van de Oostflank van het NOVEX-gebied Metropoolregio Amsterdam (MRA). Het doel van dit NOVEX-gebied is het realiseren van een toekomstbestendige, gezonde en natuurlijke leefomgeving voor mensen die er wonen, werken en recreëren.
De ontwikkeling sluit aan bij het NOVEX-principe van 'bouwen binnen bestaand stedelijk gebied' en ondersteunt daarmee de ambitie om de woningbouwopgave op een duurzame en ruimte-efficiënte manier te realiseren. Gezien de aard en omvang van het plan wordt geen nationaal belang geschaad. Het rijksbeleid dat is
22
opgenomen in de NOVI vormt geen belemmering voor het plan. Tevens raakt het initiatief niet de doelen zoals deze gesteld zijn in de NOVEX. 5.1.2
Beleid: Nationale woon- en bouwagenda
In de Nationale woon- en bouwagenda (11 maart 2022) worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale woon- en bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid zijn eigen rol voor het grondrecht wonen te klein gemaakt. Te veel is gedacht dat de markt als vanzelf en alleen een oplossing zou bieden voor de woningnood. Te lang is geloofd dat de optelsom van alle gedecentraliseerde keuzes zou leiden tot de oplossing. Regie is nu des te gewenster, omdat er - mede als gevolg van de bevolkingstoename - een enorme schaarste aan huizen is. Die maakt dat de overheid nu met meer tempo en meer regie aan de slag moet. De huidige situatie vergt de bouw van veel meer huizen. De ambitie gaat omhoog naar 100.000 nieuwe woningen per jaar. De Rijksoverheid wil ook duidelijk kunnen sturen op voor wie er wordt gebouwd, op het bouwen van goede en betaalbare woningen op de plek waar ze gewenst zijn. Toetsing De realisatie van het initiatief levert circa 140 extra woningen op. De extra woningen dragen bij aan de ambitie om 100.000 nieuwe woningen per jaar te bouwen. Er komt een diversiteit aan type appartementen, waardoor het voor diverse doelgroepen wordt gebouwd.
Het plan is in lijn met het beleid dat is opgesteld in de Nationale woon- en bouwagenda. Gezien de beperkte omvang, in verhouding tot nationale belangen en ambitie, wordt een verdere toelichting niet nodig geacht. 5.1.3
Regels: Instructieregels Rijk (AMvB's)
De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: De dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl); Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke
23
leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Toetsing Ten aanzien van dit project zijn de instructieregels omtrent de kwaliteit van de buitenlucht, geluid en geur en bodemkwaliteit van belang. Deze aspecten worden uitgewerkt in Hoofdstuk 6. De overige aspecten zijn minder/niet relevant voor dit initiatief. 5.1.4
Conclusie rijksbeleid
Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het initiatief binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk.
5.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
5.2.1
Beleid: Omgevingsvisie FlevolandStraks
De Omgevingsvisie FlevolandStraks schetst de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van het gebied, met een blik op 2030 en verder. In deze visie staat niet vastgelegd wat precies waar en wanneer moet gebeuren. We houden ruimte voor nieuwe inzichten, want wat we morgen weten, kan anders zijn dan vandaag. Stap voor stap wordt deze richting verder uitgewerkt en worden ambities omgezet in daden. Zo blijven ze koersvast op de lange termijn, maar wendbaar op de korte termijn. Minstens zo belangrijk is hoe wordt samengewerkt aan de toekomst van Flevoland. Die toekomst kan alleen worden vormgegeven met de inzet van velen: inwoners, organisaties, ondernemers en overheden. De Omgevingsvisie is dan ook een uitnodiging van het provinciaal bestuur aan iedereen die wil meedenken en meedoen. In de visie worden de belangrijkste kansen, opgaven en uitdagingen voor Flevoland beschreven. Drie daarvan vormen de kernopgaven: 1. Het Verhaal van Flevoland 2. Krachtige Samenleving 3. Ruimte voor Initiatief Daarnaast zijn er vier strategische opgaven benoemd: 1. Duurzame Energie 2. Landbouw Meerdere Smaken 3. Circulaire Economie 4. Regionale Kracht Toetsing Het nieuwbouwproject met circa 140 woningen voor diverse doelgroepen sluit nauw aan bij de ambities en richting van de Omgevingsvisie FlevolandStraks.
Met woningen voor diverse doelgroepen stimuleert het project een gemengde, inclusieve gemeenschap. Wat bijdraagt aan een krachtige samenleving. 5.2.2
Beleid: Omgevingsprogramma Flevoland
Het Omgevingsprogramma is een verdere uitwerking van wat de provincie belangrijk vindt en wil doen om te zorgen voor een goede leefomgeving. Hierin staat beschreven wat het te voeren beleid is en welke maatregelen of acties we nemen om onze doelstellingen te kunnen bereiken. Dit kan gaan over bijvoorbeeld de ontwikkeling, het gebruik en beheer van onder andere wegen, natuur en bodem.
24
In het Omgevingsprogramma staan de volgende hoofdthema's beschreven: 1. Ruimte 2. Landschap en cultuurhistorie 3. Water 4. Natuur 5. Milieu en Bodem 6. Energie en Duurzaamheid 7. Mobiliteit 8. Recreatie, toerisme en sport 9. Leefbaarheid, sociale cohesie 10. Regionale economie Voorliggend initiatief voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling in het stedelijk gebied. Hiervoor zijn voornamelijk de volgende thema's van belang: Ruimte Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Naast de bouw van nieuwe woningen wordt kwaliteitsbehoud van de bestaande woningvoorraad steeds belangrijker. Een deel van het bebouwde gebied is toe aan herstructurering. De combinatie van uitbreidingsopgave en herstructureringsopgave biedt de mogelijkheid om in te spelen op de veranderende, meer gedifferentieerde behoefte aan woningen en andere functies. Bij Almere en Lelystad is behoefte aan specifieke woonmilieus.
Kernpunten zijn: huisvesting voor kleinere huishoudens; voldoen aan de behoefte aan goedkopere betaalbare (huur-)woningen voor starters, statushouders en andere groepen met een krappe beurs; terugdringing van tekorten aan woonzorgvormen voor mensen met een beperking, ouderen en andere zorgbehoevenden. Voor deze woonzorgvormen is de nabijheid van verschillende voorzieningen gewenst; differentiatie van woonmilieus; menging van wonen, voorzieningen en werken. Leefbaarheid, sociale cohesie Dit wordt uitgewerkt in het kader van de Omgevingsvisie FlevolandStraks (zie 5.2.1) Toetsing Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van circa 140 appartementen op de locatie van het voormalige PostNL-kantoor in het centrum van Lelystad. Hierbij wordt de bestaande bebouwing gesloopt, zodat er ruimte ontstaat voor een eigentijds woongebouw dat aansluit bij de stedelijke omgeving met haar diverse functies . Bovendien voorziet voorliggend initiatief in de actuele woonbehoefte voor kleinere huishoudens en voor verschillende doelgroepen in de samenleving. Deze stedelijke ontwikkeling is dan ook niet in strijd met het provinciale Omgevingsprogramma.
25
5.2.3
Regels: Omgevingsverordening Flevoland
De meest actuele Omgevingsverordening is vastgesteld op 26 januari 2022 door de Provinciale Staten van Flevoland. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en vormt, samen met de Omgevingsvisie FlevolandStraks, één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de provinciale ambities voor een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Flevoland. Daarbij wordt voortdurend gezocht naar een goede balans tussen bescherming van waarden en het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen binnen de provincie. In de Omgevingsverordening worden onder meer belangrijke waarden als het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de landschappelijke kernkwaliteiten en de grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd.
Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: Algemene bepalingen (hoofdstuk 1); Stiltegebieden (hoofdstuk 3); Grondwaterbeschermingsgebieden (hoofdstuk 4); Grondwateronttrekkingen en -kwaliteit (hoofdstukken 5 en 6); Bescherming landschap (hoofdstuk 8); Wegen, vaarwegen en luchtvaart (hoofdstukken 9, 10 en 11); Duurzame energie (hoofdstuk 14); Natuurnetwerk Nederland en natuurbescherming (hoofdstukken 15 en 16); Natuurbescherming (hoofdstuk 16); Geitenhouderijen (hoofdstuk 17); Kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving (hoofdstuk 20). Het initiatief raakt geen van de provinciale instructieregels. Nadere toelichting in dit kader is daarom niet relevant. Toetsing Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van circa 140 appartementen op de locatie van het voormalige PostNL-kantoor in het centrum van Lelystad. Hierbij wordt de bestaande bebouwing gesloopt, zodat er ruimte ontstaat voor een eigentijds woongebouw dat past binnen de stedelijke context. Het initiatief voldoet aan de bepalingen van de Omgevingsverordening en ligt binnen de door de provincie gestelde kaders voor ruimtelijke ontwikkeling en woningbouw. 5.2.4
Conclusie provinciaal beleid
Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven het initiatief binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Flevoland.
26
5.3
Beleid Waterschap en overig waterbeleid
5.3.1
Beleid: Watervisie 'Met water werken aan de leefomgeving'
De Watervisie biedt een langetermijnperspectief voor het beheergebied van Waterschap Zuiderzeeland. Al sinds de aanleg van de polders is het gebied continu in beweging. Ook nu zijn er grote ontwikkelingen met ruimtelijke impact, waaronder klimaatverandering, achteruitgang biodiversiteit, afname landbouwareaal, toename bevolking en verstedelijking en digitale transformatie. In deze watervisie worden deze uitdagingen verkend en dient het als bron voor het Waterbeheerprogramma, waarin wordt vastgelegd welke doelen het Waterschap in de planperiode beoogd te bereiken. De doelen die het Waterschap in beeld wil brengen zijn: 1. Laat de ondergrond doorlinken Neem de ondergrond als uitgangspunt voor een gevarieerde, toekomstbestendige inrichting Waterpeilen zakken niet mee met de bodemdaling Vergroot de sponswerking van de bodem 2. Water opnieuw in balans Voer water slim af: op het juiste moment en niet meer dan nodig Elke ontwikkeling is waterinclusief: stem landgebruik en inrichting af op het watersysteem Optimaliseer de kringloop en benut de (schone) kwel 3.
Naar een natuurlijk, schoon netwerk Ontwikkel waterlopen met oeverzones tot een aantrekkelijke verbinding tussen stad en land Hef barrières in het ecologisch netwerk op, binnen het poldersysteem én tussen binnen- en buitenwater Verbeter de waterkwaliteit: pak vervuiling aan bij de bron en alleen schoon water stroomt af naar sloten, vaarten en tochten 4. Van zuiveren naar slim ketenmanagement Koppel vraag en aanbod in gebiedsspecifieke kringlopen Bouw het afvalwaternetwerk uit tot schakel in de kringloop van water, energie en grondstoffen 5. Van waterkering naar dynamisch dijklandschap Stel de veiligheid van de dijken voorop Werk samen aan een veelkleurig dijklandschap Deze visie benadrukt samenwerking met diverse gebiedspartners (provincie, gemeenten, LTO, terreinbeherende organisaties en Rijkswaterstaat), zodat ze samen kunnen werken aan het bereiken van de gezamenlijke doelen en ambities. Toetsing Ten aanzien van dit project zijn geen van de bovenstaande thema's specifiek van belang. Er worden geen specifieke waterschapsbelangen geraakt. Nadere toetsing is om die reden dan ook niet noodzakelijk.
27
5.3.2
Beleid: Waterbeheerprogramma 2022-2027
In het waterbeheerprogramma 2022-2027 'De Kracht van Water' staan de doelen en maatregelen voor de planperiode 2022-2027 en worden in hoofdlijnen beschreven welke maatregelen centraal staan de komende jaren. Hiermee tracht het waterschap om te voldoen aan de bepaling uit de Waterwet en de Omgevingswet. De missie van Waterschap Zuiderzeeland is het beschermen van het gebied tegen overstromingen, het zorgen voor schoon en voldoende water en het zuiveren van afvalwater. Deze taken zijn essentieel om veilig en gezond te kunnen wonen, werken en recreëren op de bodem van de voormalige Zuiderzee. Daarom is de zorg voor het watersysteem, het zuiveringssysteem en de dijken toevertrouwd aan Waterschap Zuiderzeeland, dat als functionele overheid verantwoordelijk is voor een duurzaam en veilig waterbeheer. Om deze missie te bereiken hanteert het waterschap vier strategische doelen met ieder zijn eigen tactische doelen: 1. Omgeving: het waterschap is een rolbewuste, betrouwbare partner en draagt met haar kennis bij aan een toekomstbestendige en waterrobuuste inrichting. a. Duurzaam handelen b. Bodem- en watersystemen laten sturen 2. Waterveiligheid: het waterschap beschermt de inwoners en de waarden van ons gebied tegen overstromingen a. Beheren en onderhouden b. Voldoen aan de veiligheidnormen c. Maatschappelijke opgaven ondersteunen 3.
Voldoende en gezond water: het waterschap zorgt voor een robuust watersysteem dat past bij de gebruiksfuncties, dat goede levensomstandigheden biedt aan inheemse flora en fauna en dat bestand is tegen extreme weersomstandigheden. De fysische chemische toestand ondersteunt de ecologie en de gebruiksfuncties a. Beheren en onderhouden b. Voorkomen van wateroverlast en watertekort c. Waterkwaliteit verbeteren 4. Schoon en gezuiverd water: Het waterschap draagt bij aan een gezonde leefomgeving door afvalwater van huishoudens en bedrijven naar onze zuivering te transporteren en schoon te maken. a. Beheren en onderhouden b. Kosten eerlijk verdelen c. Anticiperen op toekomstige ontwikkelingen d. Circulariteit vergroten en klimaatimpact verkleinen Toetsing Ten aanzien van dit project zijn geen van de bovenstaande strategische of tactische doelen specifiek van belang. Er worden geen specifieke waterschapsbelangen geraakt. Nadere toetsing is om die reden dan ook niet noodzakelijk. 5.3.3
Regels: Waterschapsverordening
De eerste versie van de Waterschapsverordening Waterschap Zuiderzeeland ontstaat van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Die Waterschapsverordening bevat (op basis van artikel 22.14 van de Omgevingswet en artikel 4.7 van de Invoeringswet Omgevingswet) de regels van het waterschap over de waterstaatswerken, zoals waterkeringen en watergangen, en de zorgplicht voor het watersysteem.
28
De Keur is beleidsneutraal 'technisch' omgezet naar de Waterschapsverordening om aan de randvoorwaarden en standaarden van de Omgevingswet te voldoen. De waterschapsverordening is niet klaar. In 2024 gaat het waterschap werken aan het verbeteren, vereenvoudigen en het modelleren van nieuw vast te stellen beleid op het gebied van o.a. waterkwaliteit, klimaat, ecologie. Toetsing Het initiatief dient te voldoen aan de waterschapsverordening. Het initiatief raakt verder geen specifieke onderdelen van de verordening. Nadere toetsing is om die reden dan ook niet noodzakelijk.
5.4
Gemeentelijk beleid
5.4.1
Beleid: Omgevingsvisie Lelystad 2040
De gemeente Lelystad heeft haar omgevingsvisie in juli 2021 vastgesteld. De omgevingsvisie 'Lelystad 2040; sterkste stad in de regio, hoofdstad van de nieuwe natuur' richt zich op het ontwikkelen van een economisch sterke, groene en gezonde leefomgeving voor haar toekomstige 100.000 inwoners. Er wordt specifiek aandacht besteed aan de volgende vijf onderwerpen: 1. Groene verstedelijking: Nieuwe stadsdelen en wijken moeten groen, klimaatbestendig en circulair worden ingericht, zodat verstedelijking hand in hand gaat met natuurontwikkeling. De stad ziet zichzelf als een “hoofdstad van de nieuwe natuur” – een plek waar stedelijk leven en natuur elkaar versterken. Overgangsgebieden tussen stad en landschap worden bewust open en groen gehouden. Water, bomen en ecologische verbindingen spelen een belangrijke rol in de inrichting van de stad. Zo blijft Lelystad ruim, ademend en toekomstgericht. 2. Wonen en voorzieningen: De Omgevingsvisie voorziet een groei van de bevolking tot ongeveer 100.000 inwoners in 2040. Die groei moet zorgvuldig worden opgevangen, met aandacht voor gezonde, veilige en prettige woonmilieus. Lelystad wil verschillende woonvormen bieden, passend bij de diverse levensfasen en wensen van inwoners: van stedelijke appartementen tot groene gezinswijken en levensloopbestendige woningen.
De nabijheid van voorzieningen – scholen, zorg, winkels, sport en cultuur – is essentieel, zodat bewoners in hun eigen wijk kunnen leven, leren en ontspannen. 3. Werken en leren: Lelystad ontwikkelt zich als een economisch veelzijdige stad, met een sterke focus op logistiek, duurzame maakindustrie, toerisme en leisure. De A6-zone vormt de economische ruggengraat, met belangrijke werklocaties als Flevokust Haven, Lelystad Airport Businesspark en de bedrijventerreinen in de zuid- en oostrand van de stad. Deze gebieden moeten ruimte bieden aan innovatieve bedrijven die bijdragen aan de circulaire en energieneutrale economie van de toekomst. 4. Groen en omgevingskwaliteit: Groen vormt het hart van Lelystads identiteit. De stad ligt midden in het landschap en wil dat bijzondere karakter koesteren en versterken. De visie richt zich op het behouden en verbinden van groenstructuren, zoals de dreven, parken, waterlopen en bosgebieden. De nabijheid van grootschalige natuur – zoals het Nationaal Park Nieuw Land en de Marker Wadden – biedt unieke kansen voor recreatie, ecologie en toerisme. 5. Mobiliteit en bereikbaarheid: Een toekomstbestendige stad vraagt om slimme, duurzame mobiliteit. Lelystad zet in op bereikbaarheid met behoud van leefkwaliteit. Het STOMP-principe – Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten en Personenauto – vormt de leidraad.
Dat betekent: eerst lopen en fietsen, daarna pas de auto. De stad wil veilige en aantrekkelijke fiets- en wandelroutes realiseren, inclusief snelfietsroutes die wijken met centrum, kust en omliggende regio verbinden. Ook het openbaar vervoer krijgt een impuls, met betere aansluitingen tussen station, woonwijken en economische zones. Voor het autoverkeer worden nieuwe infrastructuurverbeteringen overwogen, zoals een zuidelijke rondweg om de doorstroming te verbeteren en sluipverkeer in woongebieden te beperken.
29
Toetsing Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van circa 140 appartementen op de locatie van het voormalige PostNL-kantoor in het centrum van Lelystad. Hierbij wordt de bestaande bebouwing gesloopt, zodat er ruimte ontstaat voor een eigentijds woongebouw dat past binnen de stedelijke context. Het initiatief sluit aan bij de Omgevingsvisie Lelystad 2040, waarin het versterken van het stedelijk wonen en de voorzieningen in het centrum een belangrijke ambitie is. Met de toevoeging van nieuwe woningen wordt bijgedragen aan de opvang van de verwachte bevolkingsgroei, terwijl de ligging in het centrum van de stad toekomstige bewoners directe toegang biedt tot diverse voorzieningen en een levendige woonomgeving. 5.4.2
Beleid: Woonvisie 2022-2027
De 'Woonvisie 2022-2027, een leven lang wonen in Lelystad' richt zich op het realiseren van een economisch sterke, groene en gezonde leefomgeving. De visie is een herijkte versie van de 'Woonvisie 2024'. De visie gaat dieper in op vijf verschillende woonopgaven: Nieuwbouw van woningen: Lelystad streeft naar een substantiële uitbreiding van de woningvoorraad. Op basis van een woningbehoefteonderzoek wordt een autonome groei van ongeveer 7.700 huishoudens tot 2040 verwacht, waarvoor evenveel woningen nodig zijn. Echter, de gemeenteraad heeft de ambitie verhoogd naar 40.000 nieuwe woningen tot 2040, met een focus op zowel sociale huur, middenhuur als betaalbare koopwoningen. De bestaande woningvoorraad: Naast nieuwbouw richt de gemeente zich op het verbeteren van de bestaande woningvoorraad. Er wordt ingezet op het revitaliseren van de '70/'80-wijken om de woonkwaliteit te verbeteren. Daarnaast wordt er gewerkt aan het vergroten van de diversiteit in wijken en het bevorderen van doorstroming door middel van herontwikkeling en transformatie van bestaande woningen. Betaalbaarheid en beschikbaarheid: Lelystad heeft als doel om de zoekduur voor sociale huurwoningen terug te brengen naar ongeveer twee jaar. Hiervoor wordt een continue bouwstroom opgezet, waarbij locaties steeds vijf jaar vooruit gewaarborgd zijn.
Daarnaast wordt er gewerkt aan het vergroten van de diversiteit in het woningaanbod en het benutten van de bestaande voorraad om differentiatie in de wijken te vergroten en doorstroming te bevorderen. Duurzaamheid: Duurzaamheid is een integraal onderdeel van de woonvisie. Er wordt ingezet op het verduurzamen van zowel nieuwbouw als bestaande woningen. Dit omvat onder andere het toepassen van energiezuinige technieken, het gebruik van duurzame materialen en het bevorderen van circulair bouwen. Daarnaast wordt er gewerkt aan het verbeteren van de leefomgeving door het vergroenen van wijken en het bevorderen van duurzame mobiliteit. Wonen voor mensen met een zorgvraag: Lelystad streeft ernaar om wonen en zorg integraal aan te bieden. Er wordt gewerkt aan het realiseren van woningen die geschikt zijn voor mensen met een zorgvraag, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Dit omvat het bouwen van seniorenwoningen, het aanpassen van bestaande woningen en het creëren van woon-zorgcombinaties. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan het bevorderen van de sociale samenhang in wijken, zodat mensen met een zorgvraag volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Toetsing De visie streeft ernaar om tot 2040 in totaal 40.000 extra woningen toe te voegen.
Het initiatief voorziet in de realisatie van circa 140 appartementen, wat bijdraagt aan het vergroten van de woningvoorraad in het centrum van Lelystad. Aangezien de gemeente tot 2040 40.000 woningen wil toevoegen, biedt dit project waardevolle toevoeging richting het behalen van dat doel. Het biedt de mogelijkheid tot doorstroom, aangezien er diverse type appartementen beschikbaar worden gesteld. Tot slot zal de nieuwbouw voldoen aan de huidige duurzaamheidseisen.
30
5.4.3
Beleid: Actieplan Stadshart
De leefbaarheid van het stadshart van Lelystad staat onder druk. Net als elders in het land is er sprake van leegstand, veranderend consumentengedrag en daarmee een veranderende rol van het centrumgebied. Recent is met het Actieplan Stadshart hier nog eens naar gekeken. Het doel van dit breed gedragen actieplan is om te komen tot een goed functionerend Stadshart, bestaande uit een met elkaar samenhangende mix van maatregelen en acties, waarmee de komende jaren een impuls gegeven zal worden aan een aantrekkelijke en economisch bruisend Stadshart waar inwoners en bezoekers graag komen en vertoeven. Een centrum met een goede mix van wonen, werken, winkel-, horeca, cultureel en recreatief aanbod. Initiatieven binnen het stadshart moeten passen binnen de uitgezette koers van het plan Tankink en het Actieplan Stadshart, waarbij gestreefd wordt naar een aantrekkelijk Stadshart. Open plinten van gebouwen hebben daarbij de voorkeur. Toevoegen van wonen en een impuls aan het centrum door het oplossen van structurele leegstand is hier onderdeel van. Toetsing Het actieplan streeft ernaar om aantrekkelijk en economisch bruisend stadshart te waarborgen waar inwoners en bezoekers graag komen. In de huidige situatie staat het voormalig Post-NL kantoor leeg. Terwijl volgens plan Tankink het Stadhuisplein een van de bruisende onderdelen in het centrum van Lelystad zou moeten zijn.
Door het gebouw te herontwikkelen naar woningbouw voor verschillende doelgroepen wordt het leegstaand vastgoed weer actief gebruikt en neemt het aantal bewoners in het centrum toe. Hiermee groeit de ruimtelijke draagkracht voor voorzieningen en winkels in het Stadshart, wat bijdraagt aan een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig Stadshart waar inwoners en bezoekers graag verblijven. Bovendien wordt de entree van het appartementencomplex, gelegen aan het Stadhuisplein, uitgevoerd met glaswerk zodat een open en uitnodigende uitstraling behouden blijft. Hiermee sluit voorliggend initiatief aan bij de koest van het Actieplan Stadshart. 5.4.4
Beleid: Lelystad Adaptatie Strategie (LAS)
De gemeente Lelystad heeft flinke ambities als het gaat om klimaat adaptatie. Lelystad wil bij alle projecten klimaat adaptieve maatregelen nemen die de gevolgen van zowel hevige regenval, droogte als hittestress beperken. Als de juiste maatregelen op de juiste plek worden genomen, biedt dit kansen om de kwaliteit van de leefbaarheid te vergroten én een koppeling te maken met andere opgaven zoals natuur, gezondheid, eenzaamheid en duurzaamheid. Maatregelen kunnen echter verschillen per plek, per ondergrond en per soort project (herontwikkeling, inbreiding, nieuwbouw, groot onderhoud). Om maatwerk te kunnen leveren heeft de gemeente Lelystad deze lokale adaptatie strategie (vanaf nu afgekort als LAS) geschreven waarin de doelstellingen worden benoemd die concrete handvatten kunnen bieden om duurzame doelen en ambities te behalen. Met de LAS wordt een eerste aanzet gedaan om de ambities op het gebied van klimaat adaptatie verder te concretiseren. Klimaat adaptatie is niet een eigen beleidsterrein, maar is een andere manier van werken. De LAS dient de volgende doelen: Het benaderen van klimaat adaptatie als integraal onderdeel van andere transities in de leefomgeving in samenhang met andere beleidsterreinen zoals o.a.
het sociale domein, biodiversiteit, omgevingsvisie, het beleid openbare ruimte en het woonbeleid; Lokale implementatie en -vertaling van de nationale doelstellingen voor een klimaat adaptief Nederland, conform de aanpak zoals vastgelegd in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Samenwerkingspartners van de gemeenten (inwoners, bedrijven en organisaties) laten zien wat zij zelf kunnen, willen en moeten doen en in welke rol de gemeente zich tot deze partijen verhoudt; Het starten van de discussie en bewustwording rond de hogere investeringskosten die op de korte termijn soms nodig zijn om adaptief te handelen om langere termijn schade te voorkomen en hoe dit gefinancierd kan worden.
31
Toetsing Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van een appartementencomplex met circa 140 woningen aan het Stadhuisplein in Lelystad. Om de hittestress in het complex enigszins te beperken en de kwaliteit van leefbaarheid te vergroten, is er op het dak van de eerste verdieping een gezamenlijke buitenruimte met beplanting gerealiseerd. Deze beplanting zal verschillende hoogtes hebben waardoor er voldoende schaduw wordt gecreëerd om verkoeling op te zoeken tijdens warme zomerdagen. Daarnaast zorgt deze buitenruimte ook voor waterberging tijdens hevige regenval. Hoewel de daktuin rekening houdt met klimaatadaptatie en waterberging, dient de toegankelijkheid van de daktuin voor rolstoelgebruikers en mindervalide personen te allen tijde gewaarborgd te blijven. Toegankelijkheid van de daktuin is daarbij het belangrijkste uitgangspunt en de beplanting wordt hierop afgestemd. Voorliggend initiatief sluit dan ook aan bij opgaves, zoals natuur, gezondheid, eenzaamheid en duurzaamheid. 5.4.5
Beleid: Convenant Toekomstbestendig Wonen
De Metropoolregio Amsterdam staat voor een flinke uitdaging: De komende 10 jaar moeten er minimaal 175.000 woningen worden bijgebouwd, op een manier die toekomstbestendig en betaalbaar is. De gemeente Lelystad heeft de ambitie om 40.000 woningen te realiseren. Om deze woningbouwopgave toekomstbestendig te realiseren is een toetsingskader ontwikkeld, dat is opgenomen in het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Naast het toetsingskader zijn ook afspraken met betrekking tot de implementatie opgenomen. De thema’s waar dit convenant zich op richt zijn: circulair bouwen, energie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, biodiversiteit en gezondheid. Uitgangspunt zijn de landelijke doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, circulariteit en de energietransitie. Toetsing Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van een appartementencomplex met circa 140 woningen aan het Stadhuisplein in Lelystad. Dit appartementencomplex wordt op een duurzame manier gerealiseerd conform de BENG-voorwaarden. Daarnaast wordt ingezet op duurzame mobiliteit, met aandacht voor langzaam verkeer. Het initiatief biedt voldoende ruimte om fietsparkeerplaatsen voor bewoners te realiseren. Tevens voldoet voorliggend initiatief aan de voorwaarden op het gebied van klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en gezondheid (zie paragraaf 6.8, 5.4.4 en 6.14).
Voorliggend initiatief sluit dan ook aan bij Convenant Toekomstbestendig Wonen. 5.4.6
Conclusie gemeentelijk beleid
Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het initiatief binnen de doelstellingen, beleid en regels van de gemeente Lelystad.
32
Hoofdstuk 6
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzocht is wat de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen zijn op het onderzochte omgevingsaspect.
6.1
Geluid
Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door bedrijven, wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij het plan rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 6.1.1
(Wettelijk) kader
De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen, zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen, worden via de Aanvullingswet geluid, het Aanvullingsbesluit geluid en de Aanvullingsregeling geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.
De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidgevoelige gebouwen en locaties; het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; het bevorderen van bronmaatregelen; het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels; het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Onder de Omgevingswet wordt gewerkt met geluidaandachtsgebieden. De geluidaandachtsgebieden worden rekenkundig afgeleid van geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies. De geluidaandachtsgebieden moeten op termijn digitaal op kaart worden ontsloten in de Centrale Voorziening Geluidgegevens. De geluidnormen zijn opgenomen in het Bkl. Er moet ook rekening worden gehouden met cumulatie van alle relevante geluidbronnen. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw of locatie binnen een geluidaandachtsgebied moet het aspect geluid beoordeeld worden. Overigens moet ook waar geen sprake is van een geluidaandachtsgebied, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, het aspect geluid afgewogen worden. 6.1.2
Toetsing
Initiatiefnemer is voornemens om aan het Stadhuisplein 51 te Lelystad circa 140 appartementen te realiseren. In oktober 2025 is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd door SPA WNP. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 2. Hieronder worden de belangrijkste resultaten van het onderzoek behandeld.
33
Selectie van geluidsbronnen De ontwikkeling staat nabij diverse geluidsbronnen. Aan de hand van de geluidaandachtsgebieden rondom de diverse wegen, spoorwegen en gezoneerde bedrijventerreinen kan worden bepaald voor welke geluidsbronnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. De nieuwe appartementen liggen binnen het aandachtsgebied van de geluidbronsoort gemeentewegen (onder andere de Middenweg, Ziekenhuisweg, Zuigerplasdreef, Lindelaan, Stationsplein, Neringweg, Stationslaan en de Ziekenhuisweg). Gezoneerde bedrijventerrein zijn in de nabijheid van de nieuwe woningen niet aanwezig. Akoestisch onderzoek naar gezoneerde bedrijventerrein is daarom niet nodig. Daarnaast ligt het projectgebied buiten het aandachtsgebied van de hoofdspoorweg Almere – Zwolle. De overige geluidbronnen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze geluidbronnen niet relevant zijn met betrekking tot het geluid. Resultaten De geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen bedraagt maximaal 54 dB Lden.
Dit is hoger dan de standaardwaarde van 53 dB Lden, maar blijft onder de grenswaarde van 70 dB Lden uit het Bkl en ligt tevens onder de lokale grenswaarde van 63 dB Lden volgens het gemeentelijk geluidbeleid; voor de appartementen binnen de Toren blijft de geluidsbelasting op alle gevels onder de standaardwaarde; op bijna alle appartementen binnen de Corridor is de geluidbelasting lager dan de standaardwaarde. Alleen bij vijf appartementen aan de zuidoostgevel wordt de standaardwaarde met 1 dB overschreden. Deze appartementen bevinden zich op de eerste en tweede verdieping. Deze vijf appartementen hebben geen geluidluwe gevel; binnen de daktuin is de geluidsbelasting lager dan de standaardwaarde die geldt voor gebouwen. Deze buitenruimte kan daarom als geluidluw worden beschouwd. Maatregelen Gezien de situatie en het berekende geluid zijn er binnen het bouwplan geen reële maatregelen mogelijk om het geluid bij alle nieuwe appartementen te reduceren tot de standaardwaarde. Wel is het nodig om ter plaatse van de vijf appartementen binnen de Corridor, die niet beschikken over een geluidluwe gevel, maatregelen te overwegen. Hierbij kan gedacht worden aan: (plaatselijke) geluidschermen aan de gevels; de inpandige of uitkragende balkons worden zodanig uitgevoerd dat de gevels binnen deze balkons als geluidluw kunnen worden beschouwd.
Door toepassing van passende geluidsreducerende maatregelen wordt ter plaatse van deze gevels de standaardwaarde niet meer overschreden; Gecumuleerd geluid Ter beoordeling van de aanvaardbaarheid van het geluid is het gecumuleerde geluid bepaald. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen wat aanvaardbaar is. Het gecumuleerde geluid bedraagt maximaal 54 dB ter plaatse van de appartementen. Bij de meeste appartementen zal het geluid lager zijn dan de standaardwaarde zoals deze geldt voor gemeentewegen. Bij enkele appartementen wordt de standaardwaarde zoals deze geldt voor gemeentewegen, met 1 dB overschreden. Deze overschrijding is echter marginaal en akoestisch nauwelijks waarneembaar. Daarnaast beschikken alle appartementen, op vijf appartementen na, over een geluidluwe gevel. Na het treffen van maatregelen kan bij alle appartementen een geluidluwe gevel gerealiseerd worden. Gezien de beperkte omvang van de overschrijding en het feit dat een geluidluwe gevel kan worden geborgd, kan worden gesteld dat het geluid aanvaardbaar is.
34
Gezamenlijk geluid en geluidwering gevels Om een goed leefklimaat te realiseren, geldt er een minimum aan de karakteristieke geluidwering (GA;k) van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied en een verblijfsruimte. Voor de voorliggende situatie is het gezamenlijke geluid bepaald voor alle relevante gevels en bouwhoogten. Hierbij moet worden uitgegaan van een gezamenlijk geluid van 54 dB. De gemeente moet het gezamenlijke geluid op de gevel(s) vastleggen in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsactiviteit. 6.1.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect akoestiek, met inachtneming van enkele geluidsreducerende maatregelen, geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied.
6.2
Luchtkwaliteit
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij het plan rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. 6.2.1
(Wettelijk) kader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.