CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Datacenter Lelystad 20201116 - ontwerp (OUD)

Raadsvergadering 6 april 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 57. Bestemmingsplan 'Eerste partiële herziening Lelystad Flevokust binnendijks – datacenter'29.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Eerste partiële herziening Lelystad Flevokust binnendijks – datacenter’ Gemeente Lelystad Ontwerp

Eerste partiële herziening Lelystad Flevokust binnendijks – datacenter’ Gemeente Lelystad Ontwerp

Rapportnummer BRO:

P02069_4

Datum:

November 2020

IMRO:

NL.IMRO.0995.BP00083-OW01

Opdrachtgever:

SCP 2 B.V.

Projectteam BRO:

RM, RF, DG, TA

Concept:

Maart 2020

Voorontwerp:

Mei 2020

Ontwerp:

November 2020

Vaststelling: Trefwoorden:

Datacenter Lelystad, gemeente Lelystad

Bron foto kaft:

BRO, Abstract

BRO Vestiging Amsterdam Sarphati Plaza Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 1999 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing projectgebied 1.3 Huidig bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

3 3 3 5 6

2. BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE EN PLANVOORNEMEN 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Duurzaam bouwen 2.4 Economische effecten

7 7 7 8 9

3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

10 10

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 3.1.2 Ladder voor duurzame ontwikkeling 3.2 Provinciaal beleid

10 10 14

3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks 3.2.2 Omgevingsprogramma Provincie Flevoland 3.3 Regionaal beleid

14 15 18

3.3.1 Metropoolregio Amsterdam 3.3.2 Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS) 3.4 Gemeentelijk beleid

18 19 21

3.4.1 Structuurvisie Locatiebeleid Lelystad 2013-2025 3.4.2 Bestemmingsplan Lelystad Flevokust – binnendijks 3.4.3 Welstandnota

21 22 23

4. MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Water 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Akoestiek 4.6 Verkeer en parkeren 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Stikstofdepositie 4.9 Archeologie 4.10 Natuurwaarden 4.11 Externe veiligheid 4.12 Kabels en leidingen

Inhoudsopgave

27 27 28 29 32 33 35 35 36 37 40 42 43

1

5. JURIDISCHE OPZET 5.1 Bestemming Bedrijf - Dataopslag

44 44

5.1.1 Doel van de bestemming 5.1.2 Toelichting op de bestemming 5.2 Uitgangspunten bestemming

44 44 45

6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

46 46 46

6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Inspraak 6.2.3 Vaststellingsprocedure 49

47 47 48

BIJLAGEN Bijlage 1: Akoestisch onderzoek Bijlage 2: Kwantitatieve risicoanalyse externe veiligheid Bijlage 3: Luchtkwaliteitsonderzoek Bijlage 4: Notitie bedrijven en milieuzonering Bijlage 5: Notitie verkeer en parkeren Bijlage 6: Notitie water Bijlage 7: Quickscan beschermde soorten Bijlage 8: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 9: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 10: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 11: Archeologisch vooronderzoek en verkennend booronderzoek Bijlage 12: Nota vooroverleg

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Om de groei van het internet en datagebruik bij te kunnen houden is op bedrijventerrein ‘Lelystad Flevokust – binnendijks’ de bouw van een nieuw datacenter voorzien. Ter plaatse van het projectgebied geldt bestemmingsplan ‘Lelystad Flevokust – binnendijks’ (vastgesteld 12 april 2016). De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de kaders van dit bestemmingsplan. Het plangebied (ca 10 ha) is bestemd als ‘Agrarisch’ met een wijzigingsbevoegdheid naar ‘Bedrijventerrein’ (het gebied van de wijzigingsbevoegdheid is groter en heeft een oppervlakte van circa 15 ha), met de beperking tot ‘havengebonden activiteiten’. Een datacenter lijkt daar niet onder te vallen. Er is nog geen concreet bouwplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is gekozen voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan.

1.2 Ligging en begrenzing projectgebied Het plangebied wordt ingeklemd door de IJsselmeerdijk ten westen en de Rijksweg A6 ten oosten van het plangebied. De planlocatie ligt ten noorden van bedrijventerrein ‘Lelystad Flevokust’ die bestemd is voor havengebonden bedrijvigheid. Ca. 400 meter ten noorden van het plangebied ligt in het IJsselmeer een elektriciteitscentrale. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Lelystad, onder sectie H, nummer 2472. De oppervlakte bedraagt ca. 10 ha. Op onderstaande afbeelding 1.1 is het projectgebied weergegeven op basis van een gedetailleerde luchtfoto waarop de ligging van het projectgebied in zijn directe omgeving te zien is.

Hoofdstuk 1

3

A6 LELYSTAD

Figuur 1.1: projectgebied Datacenter Lelystad

Hoofdstuk 1

4

1.3 Huidig bestemmingsplan De gronden waarop het voorliggende bestemmingsplan betrekking heeft zijn gesitueerd in het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Lelystad Flevokust - binnendijks". Dit bestemmingsplan werd op 12 april 2016 door de gemeenteraad van Lelystad vastgesteld en is onherroepelijk in werking getreden. De gronden hebben in genoemd bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch' en zijn voorzien van de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied'. De onderstaande figuur toont een uitsnede van de verbeelding en de globale begrenzing van het projectgebied daarin.

Figuur 1.2: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Lelystad Flevokust – binnendijks’

Het projectgebied heeft de bestemming ‘Agrarisch’. De bestemming 'Agrarisch' correspondeert met artikel 3 van de bij het bestemmingsplan behorende planregels. Artikel 3, het zesde lid bepaalt, dat het college van burgemeester en wethouders het bestemmingsplan kunnen wijzigen in die zin, dat de bestemming 'Agrarisch' wordt gewijzigd in de bestemming 'Bedrijventerrein'. Binnen de functie ‘bedrijventerrein zijn enkel havengebonden bedrijven toegestaan. Voor de beoogde ontwikkeling van een datacenter kan daarom geen gebruik gemaakt worden van de wijzigingsbevoegdheid in het vigerende bestemmingsplan. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, moet het vigerende bestemmingsplan daarom (partieel) herzien worden. Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt deze partiële herziening.

Hoofdstuk 1

5

1.4 Leeswijzer In voorliggend bestemmingsplan is eerst kort ingegaan op het plan en de planologisch-juridisch kader. Hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie en de beoogde situatie besproken. Dit wordt opgevolgd door de analyse van relevante beleidsdocumenten in hoofdstuk 3. In de daaropvolgende hoofdstukken wordt de impact van het plan getoetst aan de daarvoor opgestelde wettelijke kaders. De laatste hoofdstukken gaan in op de juridische toelichting van het bestemmingsplan en de stappen die gezet worden bij de uitvoering van het plan.

Hoofdstuk 1

6

2.

BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE EN PLANVOORNEMEN 2.1 Huidige situatie De ontwikkeling van het nieuwe datacenter is voorzien op het bedrijventerrein ‘Lelystad Flevokust – binnendijks’, wat ten noorden ligt van Lelystad. Buitendijks ligt het IJsselmeer. De belangrijkste functies van het IJsselmeer zijn de zoetwatervoorraad, waterberging, transport, scheepvaart, visserij, recreatie en natuur. De IJsselmeerdijk is een primaire waterkering. Aan de binnendijkse zijde van de dijk is een geasfalteerde weg aanwezig. Aan de teen van de dijk ligt een leidingstrook. In deze leidingstrook is onder andere een gasleiding aanwezig. In het plangebied was voorheen een viskwekerij gevestigd. De verkaveling en de afmetingen van de voormalige visvijvers zijn nog in het landschap terug te zien. De visvijvers zijn niet meer als zodanig in gebruik. De gronden worden vooralsnog gebruikt voor akkerland. Het overige deel van het plangebied is met name in gebruik als grasland en voor een deel begroeid met bos. Ook zijn er twee watergangen, die opgenomen zijn in de Kaderrichtlijn Water (KRW-watergangen), aanwezig die rondom het voormalige visvijvergebied liggen: de Forellentocht en de Karpertocht. De natuurvriendelijke oevers maken deel uit van de doelstelling van de Kader Richtlijn Water. Het IJsselmeer heeft een streefzomerpeil van NAP -0,2m en een streefwinterpeil van NAP -0,4 m.

Als gevolg van de lange strijklengte treedt bij aanlandige wind een peilverhoging op ter plaatse van Lelystad als gevolg van opwaaiing, afwaaiing en ijscondities. De waterkering langs het IJsselmeer ligt op circa NAP +5,0 m. Binnen het plangebied varieert de maaiveldhoogte tussen NAP -5,0 m en NAP -4,25 m. Voor het plangebied binnendijks is het streefpeil NAP -6,2 meter (polderpeil). In de huidige situatie is het plangebied grotendeels in gebruik als agrarische cultuurgrond die onder meer wordt gebruikt door Orgaworld, een bedrijf voor organische afvalverwerking. De gronden die op basis van het Geldend bestemmingsplan "Lelystad Flevokust binnendijks" een bedrijfsbestemming hebben worden momenteel ontwikkeld als bedrijventerrein ten behoeve van de haven. Op enige afstand en oostelijk van dit deel van het plangebied ligt de rijksweg A6. Vanaf het plangebied is deze te bereiken vanaf de zuidelijk van het plangebied liggende Houtribweg.

2.2 Toekomstige situatie Het nieuwe datacenter anticipeert op de trend van de steeds maar groeiende behoefte aan datacentercapaciteit. Binnen dit gegeven heeft de initiatiefnemer een plan ontwikkeld om bij Lelystad een duurzaam datacenter te bouwen. De omvang van het datacenter betreft initieel 150 megawatt IT vermogen, met ruimte voor minimaal <…> dataracks. Hiervoor zal een aantal gebouwen met een gezamenlijk bruto oppervlak van maximaal 75.000 m2 (footprint) gebouwd worden. De bouw zal gefaseerd worden uitgevoerd (3 torens, in 3 fases). Verder worden hierbij (beperkte) kantoorruimte, staging-ruimte en expeditieruimtes aan toegevoegd.

Hoofdstuk 2

7

Figuur 2.1 Referentiebeeld datacenter (bron: Mulderblauw)

Figuur 2.2 Volumestudie datacenter (bron: Mulderblauw)

2.3 Duurzaam bouwen Het ambitieniveau is om het datacenter zo duurzaam als mogelijk te maken. In het kader van duurzaamheid is er een aantal maatregelen getroffen. Tweede leven De hoofddraagstructuur, vloerlasten, hoogte en de verhouding kantoor- en datacenterruimte worden zodanig gerealiseerd dat het datacenter relatief eenvoudig kan worden herontwikkeld ten behoeve van logistieke doeleinden. Als sprake is van herontwikkeling is die logistieke functie passend gelet op de

Hoofdstuk 2

8

nabijheid van hoofdinfrastructuur als de Rijksweg A6 en de geplande multimodale op- en overslaghaven en de daaraan gelieerde bedrijvigheid. Demontabel en hergebruik In het kader van bovenstaande is de gevel vervangbaar en kan vervangen worden door een ander soortige gevel met daglicht openingen. De gevelelementen kunnen hergebruikt worden. Zonne-energie Het dak van het warehouse wordt uitgevoerd met voldoende draagkracht voor de plaatsing van zonnepanelen. Hiernaast wordt in de uitwerking aandacht gegeven aan duurzame toepassingen op het terrein en de gevel. Hergebruik warmte De doelstelling is de warmte die vrijkomt door de warmteproductie van het datacenter te hergebruiken. Hiervoor is een intentieverklaring benodigd tussen overheid, nutsbedrijf en opdrachtgever. De vrijkomende (laagwaardige) warmte kan via warmtewisselaars naar een hogere temperatuur gebracht en aan het warmtenet worden toegevoegd. Restwarmte Bij het primair proces van datacenters komt restwarmte (lage temperatuur) vrij. Ook is er een koudevraag. Omdat datacenters lage temperatuur warmte produceren kan deze warmte worden aangewend voor de nabijgelegen nieuwbouwontwikkelingen op Flevokust, zie hiervoor ook het benoemde punt onder ‘hergebruik warmte’. Restwarmte In Flevokust zullen bedrijven zich vestigen die restwarmte kunnen gebruiken voor een productieproces.

Door gebruik te maken van de restwarmte van het datacenter besparen deze bedrijven energie en de kosten op energie. Dit geeft een additioneel duurzaamheidsaspect. Verder is het toepassen van restwarmte een voorschot op het elimineren van gasverbruik van nieuwe gebouwen in Nederland.

2.4 Economische effecten De digitale mainport van Nederland is één van de belangrijkste internationale data hubs en Nederland is dankzij haar goede digitale infrastructuur uitstekend voorgesorteerd op de economie van morgen. Een sterke digitale infrastructuur is de basis voor de toekomstige economie. Nederland is een magneet voor techbedrijven, o.a. dankzij de grote concentratie van datacenters, en staat bekend als de ‘Digital Gateway to Europe’. Het is niet verassend dat de capaciteit van datacenters in Nederland sterk toeneemt. Nederland is een interessant vestigingsland voor mondiaal opererende datacenters. Nederland heeft een sterke IT-markt, technisch personeel en een goede (digitale) infrastructuur. Deze digitale mainport kent inmiddels hogere groeicijfers en een grotere economische impact dan Schiphol of de Rotterdamse haven. Het is daarom van groot economisch belang om in deze digitale infrastructuur te investeren en te blijven innoveren. Er liggen voor Lelystad grote kansen om bij te dragen aan de versterking van de Nederlandse data cluster. Als onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam zal het beoogde datacenter in Lelystad voornamelijk effecten op regionaal en (inter)nationaal niveau hebben. In hoofdstuk 3 wordt nader uitgewerkt hoe onderhavig plan bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van de verschillende overheden.

Hoofdstuk 2

9

3.

BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (vastgesteld op 13 maart 2012) staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk stelt dat er een aanpak dient te ontstaan waarmee Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte richt zich op 13 nationale belangen behorend onder de drie streefdoelen:  Vergroten van de concurrentiekracht van Nederland  Verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid  Waarborgen kwaliteit leefomgeving Uit bovenstaande drie doelen zijn de dertien nationale belangen naar voren gekomen. Deze zijn geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau.

Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking projectgebied Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd zijn met één van de nationale belangen. De ontwikkeling is dus in overeenstemming met het Barro en de SVIR. 3.1.2 Ladder voor duurzame ontwikkeling Datacenters zijn een relatief nieuw verschijnsel. Eenvoudig beschreven faciliteren datacenters vrijwel alles wat er online gebeurt. Datacenters vormen het hart van de digitale infrastructuur en zijn het fundament van de digitale economie. Datacenters zijn met andere woorden onmisbaar in de hedendaagse maatschappij. Er zijn verschillende typen datacenters te onderscheiden 1. Het beoogde datacenter kenmerkt zich als een internationaal datacenter met meerdere huurders, die letterlijk en 1

Dutch Data Centers: Welke datacenter types zijn er? https://www.dutchdatacenters.nl/datacenters/datacentertypes/#Internationale

Hoofdstuk 3

10

figuurlijk opslagruimte huren. Dit biedt huurders mogelijkheden om online diensten in Europa aan te bieden voor zowel de zakelijke markt als voor particulieren. Toets aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking De realisatie van een datacenter mag worden gezien als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is zodoende een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking gewenst (zie kader). De ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’ (art. 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening). Dit is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument dat doorlopen moet worden voor iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Het tweede lid van art. 3.1.6. luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”

De laddertoets richt zich op het aantonen van de behoefte. De behoeftetoets dient te worden uitgevoerd voor het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepalend is op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. Voor bijvoorbeeld een supermarkt of een bouwmarkt is een ruimtelijk relevant verzorgingsgebied relatief eenvoudig af te bakenen. Voor een datacenter is dit echter niet mogelijk. De behoefte aan een datacenter doet zich immers op mondiale schaal voor. Uit jurisprudentie2 van de Raad van State blijkt dan ook dat de Ladder formeel niet van toepassing is op datacenters. Omdat het verzorgingsgebied van een datacenter niet regionaal is gebonden, is het hierdoor evenmin mogelijk de ‘regionale’ behoefte aan het datacenter te onderbouwen. Het is echter wel van belang dat, indien de Ladder niet kan worden toegepast, de hoofdnorm van de goede ruimtelijke ordening wel van kracht blijft. Die norm blijft onder meer vergen dat er behoefte bestaat en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening met oog voor duurzaam ruimtegebruik. Tegen deze achtergrond is op hoofdlijn aangeven dat hiervan sprake is en is onderbouwd waarom de planlocatie het meest optimaal is voor dit initiatief. Behoefte aangetoond De (mondiale) behoefte aan dataopslag en datacenters is groter dan ooit en neemt snel toe.

We leven meer en meer in de digitale economie waarbij digitale diensten een steeds grotere rol in ons leven spelen. Zowel zakelijk als privé. Al deze diensten zoals ‘clouddiensten’, mobiele apps en andere digitale toepassingen worden verzorgd vanuit datacenters. Datacenters zijn daarmee het fundament van de steeds belangrijkere digitale economie en de digitale infrastructuur3. Meer en meer bedrijven maken een proces van digitale transformatie door, waarbij de IT-infrastructuur steeds meer wordt geïntegreerd in een cloud. Dit betekent dat de data van bedrijven, maar ook particulieren, op externe servers in datacenters wordt opgeslagen. Door deze ontwikkeling is er een enorme mondiale behoefte aan fysieke datacenters met voldoende opslagcapaciteit. Bedrijven digitaliseren hun processen, mede zodat de werknemer footloose overal kan werken. Als gevolg hiervan groeit tegelijkertijd het belang en de behoefte aan de fysieke infrastructuur. Een digitale organisatie is immers in hoge mate afhankelijk van de beschikbaarheid en de prestaties van applicaties, IT-hardware en netwerken die door 2

ECLI:NL:RVS:2016:1208

3

Dutch Datacenter Association, Onze standpunten, geciteerd, april 2019

Hoofdstuk 3

11

datacenters worden gefaciliteerd. Het is dus van cruciaal belang om te beschikken over voldoende opslag en datacenters met een hoogwaardige fysieke infrastructuur4. Het is niet verassend dat de capaciteit van datacenters in Nederland sterk toeneemt. Nederland is een interessant vestigingsland voor mondiaal opererende datacenters. Nederland heeft een sterke ITmarkt, technisch personeel en een goede (digitale) infrastructuur. Het netto datavloeroppervlak voor datacenters van hetzelfde segment (zoals onderhavig planinitiatief) is tussen 2016 en 2018 gegroeid van 252.000 m² naar 308.000 m². Een groei van 22%5. Het zwaartepunt van het metrage bevindt zich in de MRA6, een regio waar de gemeente Lelystad deel van uitmaakt. Ondanks deze sterke groei van de capaciteit blijkt uit figuur 1 dat het metrage aan vrije ruimte verhoudingsgewijs afneemt. De schaarste/behoefte aan opslagruimte op de Amsterdamse en Nederlandse markt neemt dus toe. Dit blijkt ook uit de vergelijking met enkele andere mondiale metropoolregio’s (zie figuur 1). Dit mag worden gezien als een behoefte aan datacenters met meerdere huurders in de MRA, maar ook daarbuiten. Binnen de MRA wordt het gebrek aan beschikbare ruimte en de adequate stroomtoevoer namelijk als steeds grotere uitdaging gezien.

Hierdoor treedt er als het ware een ‘overloopeffect’ op in het gebied naar de randen van de MRA, waaronder de planlocatie in Lelystad. Zo werd in 2017 nog slechts 2% van de toegevoegde capaciteit aan dataopslag buiten de MRA gerealiseerd. In 2018 was dit al 11%7. De verwachting is dan ook dat gebieden aan de randen van de MRA en buiten de MRA steeds meer in trek zullen raken. Dit mag worden opgevat als een behoefte aan een datacenter op de planlocatie.

Figuur 3.1: Ontwikkeling behoefte aan data (in KW) in de MRA, i.v.m. andere metropoolregio’s 8

Clustervoordelen De digitale mainport van Nederland is één van de belangrijkste internationale data hubs en Nederland is dankzij haar goede digitale infrastructuur uitstekend voorgesorteerd op de economie van morgen. 4

Datacenter Works, Behoefte aan hoogwaardige infra groter dan ooit, februari 2017. Dutch Datacenter Association, State of the dutch data center, 2018 report, juni 2018 Metropool Regio Amsterdam 7 Dutch Datacenter Association, State of the dutch data center, 2018 report, juni 2018 8 Dutch Datacenter Association, State of the dutch data center, 2018 report, juni 2018 5 6

Hoofdstuk 3

12

Een sterke digitale infrastructuur is de basis voor de toekomstige economie. Nederland is een magneet voor techbedrijven, o.a. dankzij de grote concentratie van datacenters, en staat bekend als de ‘Digital Gateway to Europe’. Het is niet verassend dat de capaciteit van datacenters in Nederland sterk toeneemt. Nederland is een interessant vestigingsland voor mondiaal opererende datacenters. Nederland heeft een sterke IT-markt, technisch personeel en een goede (digitale) infrastructuur. Deze digitale mainport kent inmiddels hogere groeicijfers en een grotere economische impact dan Schiphol of de Rotterdamse haven. Het is daarom van groot economisch belang om in deze digitale infrastructuur te investeren en te blijven innoveren. Lokale en regionale effecten Het belang van fysieke nabijheid en face-to-face contact zorgt er voor dat bedrijven in de fysieke nabijheid van elkaar vestigen, waarbij kennisoverdracht, vertrouwen en visie de spil vormen. Het gaat hier om de immateriële voordelen die ondernemingen halen uit het vestigen in elkaars fysieke nabijheid. Toch kan men in de hedendaagse economie door verbeterde communicatietechnologie en infrastructuur steeds sneller en tegen lagere kosten afstanden overbruggen9Nabijheid is in deze gevallen minder van belang omdat alle informatie digitaal ontvangen en verstuurd kan worden. Dit wordt ook wel als een paradox gezien.

Clustering, maar ook ‘footloose’ zijn en in de cloud werken zijn beiden belangrijk in de hedendaagse economie. Tacit knowledge’, ook wel ‘stille kennis’ genoemd, zit vaak vast in een gebied omdat het ingebed is in mensen en overgebracht wordt door face-to-face contact. Deze kennisoverdracht kan zowel bedoeld als onbedoeld plaatsvinden en wordt ook wel ‘kennis spillover’ genoemd. Een kleine fysieke afstand tussen bedrijven blijkt ervoor te zorgen dat mensen samen komen, dat er informatiecontacten uitgewisseld worden en dat er overdracht is voor ‘tacit knowledge’. Hoe groter de fysieke afstand tussen bedrijven wordt, hoe kleiner de intensiteit van de deze effecten is. Op de beoogde locatie in Lelystad kan dergelijke kennisdeling eventueel plaatsvinden tussen de nabijgelegen Maximacentrale, Tenne, het nieuwe datacenter en de toekomstige bedrijven op het bedrijventerrein. Door de vergevorderde informatie- en communicatietechnologie zijn kennis- en informatienetwerken echter niet geheel ruimtelijk gelimiteerd. Dat wil zeggen dat ‘tacit knowledge’ ook over grotere afstanden overgedragen kan worden. Voor bepaalde bedrijven, welke niet van kennis van kennisinstellingen afhankelijk zijn, is het daarom ook niet direct noodzakelijk om hierbij in de buurt gevestigd te zijn.

Als onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam zal het beoogde datacenter in Lelystad daarom voornamelijk effecten op regionaal en (inter)nationaal niveau hebben. Er liggen voor Lelystad kansen om bij te dragen aan de versterking van het Nederlandse data cluster. Waarom specifiek de locatie in Lelystad geschikt is voor het beoogde datacenter wordt hieronder uiteengezet. Locatie-afweging De planlocatie is om meerdere navolgende redenen een interessante locatie om een datacenter te vestigen:  De relatieve nabijheid van de internationale luchthaven Schiphol maakt de planlocatie toegankelijk voor internationale klanten.  Binnen het planinitiatief worden de mogelijkheden verkend om een directe verbinding te realiseren met de AMS-IX. Noemenswaardig in dit kader is dat ook de mogelijkheden worden verkend voor een verbinding tussen de AMS-IX en de Eemshaven. De AMS-IX is op mondiale schaal een belangrijk knooppunt in het internetverkeer. In Beverwijk en IJmuiden komen belangrijke trans-

9

Storper, M. (1997), The regional world: territorial development in a global economy. London: Guilford Press.

Hoofdstuk 3

13

Atlantische (data-)onderzeekabels bovengronds, waarna het met een fijnmazig netwerk over het Europese vasteland is verspreid. Voor een datacenter is de nabijheid van een energiecentrale van belang, omdat hiermee wordt voorzien in stroomlevenszekerheid. In de directe nabijheid van de planlocatie ligt de Maximacentrale. Datacenters behoeven koeling. De planlocatie ligt in de directe nabijheid van het IJsselmeer. Vooralsnog wordt er nog niet voor gekozen het datacenter te koelen met IJsselmeerwater. In de waternotitie (zie bijlagen) is specifiek vermeld dat bij inzet van koelwater vanuit het IJsselmeer uitsluitend gebruik zal worden gemaakt van eventueel aanwezige overcapaciteit (restkoelcapaciteit) van de Maximacentrale. Bij inzet van deze koelmethode is dan ook geen sprake van onttrekken van IJsselmeerwater of lozen van warm koelwater/proceswater op het IJsselmeer en is (aanvullend) onderzoek hiernaar niet opportuun. De koeling van het datacentrum zal dan deel uitmaken van het bestaande, vergunde, systeem van de Maximacentrale, zowel technisch als qua capaciteit.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven:  Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving),  Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving),  Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven:  Duurzame Energie  Regionale Kracht  Circulaire Economie  Landbouw: Meerdere Smaken Doorwerking plangebied Voor onderhavig project zijn met name de opgaven ‘duurzame energie’ en ‘regionale kracht’ relevant. Hieronder wordt beschreven wat deze opgaven inhouden en hoe de ontwikkeling van het beoogde datacenter bij deze opgaven aansluit. Duurzame energie Iedereen in Flevoland - inwoners en bedrijven - gaat iets merken van de verandering in de energievoorziening.

Er moet veel gebeuren om onze woningen en bedrijven energiezuinig of energieneutraal te maken en duurzame energie op te wekken. Dit is noodzakelijk en biedt tegelijkertijd kansen. In 2030 en verder wil de Flevoland bekend als de provincie die draait op duurzame energie. Samen met gemeenten en andere partners zet de provincie in op energieneutrale steden en dorpen. Zij ondersteunen inwoners en ondernemers met de verandering in hun energiegebruik, zowel het Hoofdstuk 3

14

beperken van energiegebruik als het zelf opwekken van duurzame energie. Onderwerpen zijn onder andere: aardgasloze wijken, duurzame energieopwekking, isolatie van woningen, energiezuinige productiemethoden, energieopslag, smart grids. Zoals reeds in paragraaf 2.3 is beschreven is het ambitieniveau om het beoogde datacenter zo duurzaam als mogelijk te ontwikkeling. In het kader van duurzaamheid wordt er een aantal maatregelen getroffen omtrent de herbruikbaarheid van de locatie, mocht het datacenter op termijn verdwijnen (tweede leven), het datacenter wordt dusdanig ontwikkeld zodat deze demontabel is en materialen hergebruikt kunnen worden, er wordt ingespeeld op kansen voor zonne-energie en de kansen die restwarmte te bieden heeft. Regionale kracht Stedelijke regio´s vormen in toenemende mate de motoren van de economie. Regiovorming verloopt niet vanzelf optimaal. Overheden kunnen het verschil maken door op slimme manier de goede voorwaarden te creëren voor economische groei. In 2030 en verder heeft Flevoland een aantal voorzieningen dat op bovenregionaal niveau van excellente kwaliteit is. Ook Flevoland maakt deel uit van vele netwerken. Zij functioneren op verschillende schaalniveaus: lokaal, (boven)regionaal of zelfs (inter)nationaal. Sommige draaien op volle kracht, anderen zijn in opkomst.

Flevoland heeft de ambitie in 2030 en verder een aantal voorzieningen dat op bovenregionaal niveau van excellente kwaliteit is, met voorzieningen met een aantrekkingskracht en een reputatie die over de provinciegrenzen heen gaan. Hiermee wil Flevoland bijdragen aan de internationale kracht van de Noordelijke Randstad. Op (boven)regionaal niveau wil de provincie uitblinken met woonmilieus, economische activiteiten of recreatieve en toeristische voorzieningen kan alleen in een goed samenspel met vele partners. Er wordt tevens in de omgevingsvisie beschreven dat er zich ook ontwikkelingen zullen aandienen waarin ondernemingen nieuwe economische perspectieven zien en de ambitie hebben om hiermee aan de slag te gaan. Deze ontwikkelingen volgt de provincie op de voet en waar deze op (boven)lokaal niveau profijtelijk en interessant zijn, wil de provincie deze ontwikkelingen faciliteren. Zoals reeds in paragraaf 3.1.2 uiteen is gezet, is de (mondiale) behoefte aan dataopslag en datacenters groter dan ooit en neemt deze snel toe. Datacenters zijn daarmee het fundament van de steeds belangrijkere digitale economie en de digitale infrastructuur. Meer en meer bedrijven maken een proces van digitale transformatie door, waarbij de IT-infrastructuur steeds meer wordt geïntegreerd in een cloud.

Dit betekent dat de data van bedrijven, maar ook particulieren, op externe servers in datacenters wordt opgeslagen. Door deze ontwikkeling is er een enorme mondiale behoefte aan fysieke datacenters met voldoende opslagcapaciteit. Onderhavig project draagt hiermee bij aan de provinciale ambitie bij te dragen aan de internationale kracht van de Noordelijke Randstad en op bovenregionaal niveau uit te blinken in economische activiteiten. Bovendien is het datacenter een uitstekend voorbeeld van een nieuw economisch perspectief en wordt aangegeven dat de provincie welwillend is in het faciliteren van dergelijke initiatieven. 3.2.2 Omgevingsprogramma Provincie Flevoland In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. Op 27 februari 2019 is het (eerste) Omgevingsprogramma opgesteld, waarin er voor gekozen is al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Op deze wijze zijn de Hoofdstuk 3

15

provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. Met de vaststelling van dit Omgevingsprogramma is een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Voor zover nog actueel is dit beleid overgenomen in het Omgevingsprogramma. De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. In het omgevingsprogramma worden de volgende thema’s onderscheid:  Ruimte (uitgesplitst naar stedelijk gebieden landelijk gebied)  Landschap en cultuurhistorie  Water  Natuur  Milieu en bodem  Energie en duurzaamheid  Mobiliteit  Recreatie, toerisme en sport  Leefbaarheid, sociale cohesie  Regionale economie Onderstaand wordt er nader ingegaan op de thema’s uit het omgevingsprogramma die van toepassing zijn op onderhavig project. Ruimte (stedelijk gebied) Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen.

Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten. RO-Visie Werklocaties Gedeputeerde Staten van Flevoland hebben op 28 juni 2016 de RO-visie Werklocaties Flevoland vastgesteld. Het doel van de visie is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik van werklocaties zodat het aanbod passend is bij de behoefte en regionaal is afgestemd. Het maatschappelijk effect dat de provincie daarmee wil bereiken is slim en zuinig ruimtegebruik. Om dit te bereiken worden acht leidende principes gehanteerd: a. Ladder voor duurzame verstedelijking staat centraal. Aangezien de juridische borging van de ladder al sinds 1 oktober 2012 is geregeld in het Bro, gaat de provincie geen aanvullende juridische vereisten toevoegen. De provincie is verantwoordelijk voor het generiek toezicht op de toepassing van de ladder. b. Echte stappen zetten in creëren van marktspanning en deprogrammeren. Met de (samenwerkende) gemeenten in Flevoland zal de provincie de (regionale) behoefteraming voor bedrijventerreinen, kantoren en winkels uitwerken en confronteren met het aanwezige en toekomstige aanbod. Waar nodig zal de provincie met de gemeenten extra stappen zetten om te komen tot het deprogrammeren van plannen en locaties. c.

Dynamisch voorraadbeheer: centraal hierin staan drie zaken: 1) werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad, 2) waar mogelijk schrappen van plannen die niet de beoogde kwaliteit toevoegen en 3) onder voorwaarden toevoegen en goede, nieuwe voorraad. Hoofdstuk 3

16

d. Aanpak herstructurering en duurzaam beheer: Om de herstructureringsopgave in de toekomst ook aan te pakken ziet de provincie twee sporen: 1) terugbrengen van het overaanbod en 2) met (nieuw) instrumentarium meer private actie op bedrijventerrein stimuleren. e. Duurzaamheid: de provincie streeft naar energiezuinige en klimaatbestendige werklocaties. Dit wil de provincie bereiken door de energievraag te beperken, duurzame energiebronnen in te zetten en energiebronnen zuinig en efficiënt te gebruiken. Daarnaast streeft de provincie naar duurzame mobiliteit. Voor een goede bereikbaarheid dienen nieuwe werklocaties daarom geaccommodeerd te worden rond multimodale verkeersknooppunten. f. Grip op de bestaande voorraad en monitoring: doel is het verbreden van de ontwikkeling van het instrument van de kwaliteitskaart naar alle Flevolandse gemeenten en voor de overige segmenten. Mogelijk kan hierbij aangehaakt worden op systemen die in omliggende regio's zijn en worden ontwikkeld, zoals de monitor werklocaties van het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord. g. Meer ruimte aan het veld via uitnodigingsplanologie: de komende jaren ligt er een flink aantal opgaven ten aanzien van de ontwikkeling en realisatie van werklocaties. Het is echter niet zo dat de provincie deze problemen alleen gaat oplossen. De rol van de provincie is voornamelijk regisserend en bovenlokaal.

De daadwerkelijke aanpak geschiedt in co-creatie met gemeenten, marktpartijen en andere partners. De provincie gebruikt daarbij de 'Ladder van Overheidsparticipatie' om de precieze provinciale rol te bepalen. h. Stimuleren van pioniers en ruimte voor experiment: de voorliggende veranderopgave roept om creatieve oplossingen. De provincie wil daarom ruimte blijven bieden aan pioniers en 'het experiment'. Per gemeente of regio wil de provincie één of enkele experimenten of voorbeeld projecten starten. Met het oog op de verschuivende behoefte van formele naar informele locaties neemt de provincie afscheid van de zeven locatietypen uit de beleidsregel 'Locatiebeleid stedelijk gebied 2011'. In het locatiebeleid worden voortaan twee verschillende concepten van werklocaties voor het stedelijk gebied onderscheiden: formele en informele werklocaties: a. Formele werklocaties zijn scherp afgebakend, monofunctioneel, bestemd voor handel, industrie en bedrijven in de hogere milieucategorieën. Enige (commerciële) dienstverlening is toegestaan. Beleid is schrappen en deprogrammeren en het tijdelijk anders bestemmen van gronden. b. Informele werklocaties zijn locaties in milieucategorieën 1 tot en met 3, waarbij sprake is van een zekere menging met andere functies.

De visie bevat een veranderagenda als aanzet voor het noodzakelijke transitieproces dat gemeenten de komende jaren moeten ondergaan bij werklocaties. Hierbij ligt de focus op elf agendapunten waaraan inhoudelijke en procesindicatoren zijn gekoppeld om de voortgang hiervan te monitoren. Gemeenten zijn in de 'lead' op de agendapunten die direct raken aan de ontwikkeling en de realisatie van werklocaties. De provincie is in de 'lead' op de agendapunten met een bovenlokale impact. Het gaat om: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Van ontwikkelaarsdenken naar beleggersdenken: toekomstbestendig werklocatiebeleid Bedrijventerreinen: minder en beter Naar kantoren met toekomstwaarde Borgen van levendige centra in Flevoland Meer aandacht en zorg voor maatschappelijk vastgoed Leisure als kans en smeermiddel Nieuwe economische dragers in het landelijk gebied/VAB's

Hoofdstuk 3

17

8. Meten is weten: grip op de bestaande voorraad 9. Ruimte voor het experiment: Flevolands pionieren 10. Financieel toezicht: reductie financiële risico's 11. Actuele en realistische convenanten. De vraag naar bedrijventerreinen in Flevoland neemt af en verandert. Er zijn verschillen tussen de zes gemeenten, maar het algehele beeld is dat er nu en in de toekomst minder vraag is dan voorheen. Dit heeft geleid tot een herstructureringsopgave voor zowel de publieke als de private partners. Afspraken voor afstemming tussen gemeenten bij de ontwikkeling en herstructurering van werklocaties zijn vastgelegd in het 'Convenant voorraadbeheersing en afstemming werklocaties' en het 'Convenant bedrijventerreinen'. De provincie zet actief in op de realisatie van drie (boven-)regionale bedrijventerreinen:  Lelystad Airport  Maritieme servicehaven Noordelijk Flevoland bij Urk  Flevokust (Lelystad) Doorwerking plangebied Het projectgebied van het onderhavige bestemmingsplan ligt in bestaand stedelijk gebied zoals benoemd in het omgevingsprogramma. De herontwikkeling van het terrein naar een datacenter past daarmee binnen de kaders van het programma. In het kader van de RO-Visie Werklocaties is er in onderhavig project sprake van een formele werklocatie.

De vestiging van bedrijven uit de hogere milieucategorieën is hier mogelijk, als zodanig is het bedrijventerrein Flevokust door de provincie hiervoor aangewezen. In paragraaf 3.1 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de ladder van duurzame verstedelijking. Uit deze paragraaf blijkt dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de drie trede van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling past binnen de RO-Visie Werklocaties. Verder worden in de Omgevingsvisie diverse thema’s uitgewerkt betreffende de milieuhygiënische inpasbaarheid van nieuwe plannen, zoals op het gebied van landschap en cultuurhistorie, water, natuur en bodem. In hoofdstuk 4 van dit bestemmingsplan is beschreven dat onderhavige ontwikkeling vanuit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is. Zo zijn er onderzoeken verricht naar onder andere de bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, akoestiek en de flora en fauna. Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling in lijn is met het Omgevingsprogramma Provincie Flevoland.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Metropoolregio Amsterdam De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke Hoofdstuk 3

18

ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. De MRA heeft om de samenwerking te bevorderen een actieagenda opgesteld met 7 actiepunten: 1. Ruimte geven aan wonen en werken; 2. Slimmer en innovatiever werken; 3. De leefkwaliteit verbeteren; 4. Transitie naar een schone economie; 5. Beter verbinden; 6. Klimaatbestendig maken. MRA-brede Strategie Datacenters De overheden in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) staan samen met het Rijk en de netbeheerders voor belangrijke keuzes over datacenters. Enerzijds spelen datacenters een belangrijke rol bij het digitaliseren van de regionale en nationale economie, anderzijds zorgen datacenters voor een groeiend beroep op de toch al schaarse ruimte en netcapaciteit in de MRA. Om tot gefundeerde keuzes te kunnen komen, heeft de MRA BCI en CE Delft gevraagd een adviesrapport op te stellen voor een MRA Datacenter Strategie.

Dit rapport is een bouwsteen voor een dergelijke strategie. De inhoud van dit rapport is niet per se de strategie die de MRA en MRA-overheden gaan vaststellen. In het rapport wordt geconcludeerd dat de marktvraag naar datacenters in de MRA regio momenteel fors is en groeit naar verwachting versneld door in de periode tot 2030. Het aanbod dat de MRA regio tegenover de marktvraag kan stellen (op basis van huidige beschikbaarheid) blijft fors achter. Er is geconstateerd dat er momenteel binnen de MRA regio onvoldoende vestigingsmogelijkheden beschikbaar zijn om de groei van de datacenterindustrie op te vangen. Doorwerking projectgebied De MRA wil graag nieuwe kansrijke economische sectoren ruimte bieden. De sterke positie als datahub biedt een goede uitgangspositie voor bedrijven die baat hebben bij zeer goede digitale connectiviteit. Het realiseren van een nieuw datacenter in Lelystad Flevokust draagt daarmee bij aan de doelstelling om slimmer en innovatiever te werken en bij te dragen aan de snel groenede marktvraag naar datacenters. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief in lijn is met de doelstellingen van de MRA. 3.3.2 Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS) Versterking van de agglomeratiekracht en complementariteit op economisch gebied is nodig om de internationale concurrentiekracht van Nederland verder te versterken.

Bestuurders van het Rijk, vijf provincies, vijf steden en vier economic boards uit de Noordelijke en Zuidelijke Randstad en de Brainport Eindhoven hebben daarom in juni 2016 een intentieverklaring getekend voor de Ruimtelijk-Economische Ontwikkelstrategie (REOS). Daarin erkennen Rijk en regio’s dat versterking van de internationale concurrentiekracht vraagt om versterking van een selectie van toplocaties Hoofdstuk 3

19

(campussen, functiegemengde zakencentra, transformatiegebieden, productielandschappen) en van de verbindingen daartussen. Partijen hebben afgesproken om daar gezamenlijk een uitvoeringsprogramma voor op te stellen. Het eerste Uitvoeringsprogramma is de uitwerking van de bestuurlijke intentieverklaring REOS van juni 2016. In het Uitvoeringsprogramma zijn 6 acties benoemd voor 2018:  Internationaal concurrerend portfolio van toplocaties;  Versnelling ontwikkeling binnenstedelijke transformatiegebieden;  Aantrekken van toptalent;  Verduurzaming van productielandschappen;  Versterken connectiviteit van toplocaties vanuit economisch perspectief;  Ruim baan voor digitale infrastructuur. De impact van digitalisering op zorg, mobiliteit, energie, agrifood, onderwijs en overheidsdiensten zal enorm zijn. Iedereen krijgt ermee te maken op een dagelijkse basis. Datacenters spelen hierin een cruciale rol en laten de moderne digitale samenleving draaien. De meeste datacenters staan in de regio Amsterdam en ze groeien in grote snelheid. Zo snel dat ruimte en energie opraken. Daarom slaan het Rijk en de Noordelijke en Zuidelijk Randstad en de Brainport Eindhoven de handen ineen met een routekaart datacenters om gebalanceerde groei te realiseren.

Ruimtelijke Strategie Datacenters - Routekaart 2030 voor de groei van datacenters in Nederland De Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS) neemt regie in de ruimtelijke ontwikkeling van datacenters in Nederland. Er is een zogenaamde routekaart opgesteld welke een gerichte aanpak vormt om de groei van datacenters, al jaren rond de 15 % per jaar, in banen te leiden en de economie duurzaam te versterken. Door clustering rond Amsterdam, de Flevopolder en een nieuw cluster in Zuid-Holland verwachten de samenwerkingspartners de druk van de ketel te kunnen halen. De regio Amsterdam blijft de datahub van Nederland en moet duurzaam kunnen doorgroeien. Door het gebruik van warmte uit datacenters voor verwarming van woningen en kantoren levert de datacentersector een serieuze bijdrage aan de energietransitie. In de routekaart wordt aangestuurd op de vorming van een nieuw cluster buiten de reeds bestaande clusters in overweging te nemen (mits marktpartijen willen investeren) naast het inzetten op lange termijn op nieuwe locaties in de MRA met bijbehorende infrastructuur. In deze strategie zou voor een deel van de datacenters ook ruimte gevonden kunnen worden in Flevoland, Zuid-Holland en wellicht de kop van Noord-Holland en de oostflank van Utrecht.

Doorwerking projectgebied De samenwerkingspartners van de Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS) hebben de ambitie om de internationale concurrentiepositie van Nederland te versterken. Als Nederland als datacenterland op de kaart wil blijven staan moet de basis stabiel en veerkrachtig zijn. Hiervoor bestaat de ambitie om onder andere op nieuwe locaties binnen de MRA een nieuw datacenter te realiseren. Flevoland wordt hierbij concreet benoemd als kansrijke locatie. Om als datacenterland veerkrachtig te blijven zou een back-up strategie denkbaar kunnen zijn. Het realiseren van een nieuw datacenter in Lelystad Flevokust draagt daarmee bij aan het stabiel en veerkrachtig blijven als datacenterland.

Hoofdstuk 3

20

Geconcludeerd kan worden dat het initiatief in lijn is met de doelstellingen van de Ruimtelijke Economische Ontwikkelstrategie.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Locatiebeleid Lelystad 2013-2025 In 2014 is de Structuurvisie Locatiebeleid Lelystad 2013-2025 vastgesteld. Het doel van de structuurvisie is het geven van een ruimtelijke onderbouwing met betrekking tot de verschillende werklocaties binnen de gemeente Lelystad. Het geeft duidelijkheid over de richting die de gemeente Lelystad voor ogen heeft voor de werklocaties, de randvoorwaarden die daarbij gesteld worden en de toekomstige opgaven die verwacht worden. In de structuurvisie is voor Flevokust specifiek vestigingsbeleid opgenomen. In de visie wordt omschreven dat Flevokust een industrieterrein moet worden dat ruimte moet bieden aan industrieellogistieke sectoren. Flevokust is een uitstekende vestigingsplek voor bedrijven die passen binnen het profiel productie, opslag, distributie en vervoerservices. Deze bedrijfsactiviteiten voeden/ondersteunen de havenfunctie en vervoer over water. De marketing en acquisitie voor Flevokust richt zich op deze doelgroep. Om dit profiel en de functionaliteit voor de toekomst op orde te houden is een restrictief toelatingsbeleid gewenst. Het grootste deel van het terrein zal ingericht worden als (nat) industrieterrein. Een kleiner deel van het terrein wordt ingericht als regulier bedrijventerrein om de logistieke bedrijvigheid te kunnen huisvesten.

Om de industrieel-logistieke sectoren en bedrijvigheid uit de zwaardere milieucategorieën te kunnen huisvesten zal op Flevokust ruimte zijn voor een industrieel (binnenvaart)haventerrein en een terrein voor distributie, opslag en logistiek. Om het industriëlelogistieke karakter overeind te houden en verkleuring van het terrein in de toekomst te voorkomen is het van belang dat duidelijk is wat er wel en wat er niet op deze locatie kan. Zo wordt met het oog op het industriële karakter bijvoorbeeld bedrijvigheid uit de laagste milieucategorie en detailhandel ongewenst geacht. Een meer gedetailleerde uiteenzetting van hetgeen er wel en niet mogelijk is aan bedrijfsactiviteiten op Flevokust is beschreven in bijlage E van de visie en is verder geconcretiseerd in bestemmingsplan ‘Lelystad Flevokust- binnendijks’. In deze lijst zijn bedrijven in de milieucategorieën 3.1 tot en met 5.3 opgenomen. Vervolgens zijn hier nog nadere selecties op toegepast of zijn extra regels van toepassing verklaard. Doorwerking plangebied In eerste instantie past de realisatie van een datacenter niet direct binnen het restrictieve toelatingsbeleid zoals is geformuleerd in het locatiebeleid. Het doel van het locatiebeleid en het restrictieve toelatingsbeleid voor Flevokust is om de functionaliteit en het profiel van de locatie naar de toekomst toe op orde te houden.

Nu betreft een datacenter een nieuw type bedrijvigheid waarvoor nog geen bestaande normen en richtlijnen bestaan. Om die reden ligt er aan de realisatie een zorgvuldige locatie-afweging ten grondslag, zoals in paragraaf 3.1.3 van dit bestemmingsplan uiteengezet is. Uit deze afweging is gebleken dat de locatie op bedrijventerrein Flevokust zich uitstekend leent voor de realisatie van een datacenter. Dit heeft onder andere te maken met de nabijheid van de Maximacentrale aangezien datacentra stroomlevenszekerheid nodig hebben. Ook biedt de nabijheid van het IJsselmeer mogelijkheden om in de toekomst het datacenter te koelen. Vooralsnog wordt dit nog niet als uitgangspunt genomen. Tevens wordt in de notitie ‘bedrijven en mileuzonering’ (paragraaf 4.4) Hoofdstuk 3

21

geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering inpasbaar is in de omgeving en daarmee passend is binnen de milieukundige hinderkaders die momenteel planologisch al toegestaan zijn op het bedrijventerrein Flevokust. Bovenstaande en het feit dat de realisatie van een datacenter het algemeen belang dient, zorgt ervoor dat geconcludeerd kan worden dat onderhavig planvoornemen in lijn is met de ‘Structuurvisie Locatiebeleid Lelystad 2013-2025’, omdat het de functionaliteit en het profiel van de locatie niet aantast. 3.4.2 Bestemmingsplan Lelystad Flevokust – binnendijks In het vigerende bestemmingsplan ‘Lelystad Flevokust – binnendijks is het juridisch-planologisch kader opgesteld ten behoeve van de ontwikkeling van een multimodale op- en overslaghaven buitendijks, waarbij het ruimte biedt voor bedrijven die gebonden of gerelateerd zijn aan de beoogde havenfunctie. Het vigerende bestemmingsplan voorziet daarmee in de behoefte in het vervullen van een draaischijffunctie voor de Randstad en het Noorden van het land. De keuze om Flevokust verder te ontwikkelen leidt ertoe dat Flevokust beschikt over:  Een goede ontsluiting over weg en water;  Grote kavels;  Hoge bouwhoogte;  Hoge toegestane milieu categorieën.

Zoals in deze toelichting reeds is uiteengezet zal het realiseren van een datacenter ervoor zorgen dat het verder ontwikkelen van havengebonden of gerelateerde bedrijven op deze locatie niet mogelijk is. In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft de provincie aangegeven dat bij hoge uitzondering een ontwikkeling van niet-havengebonden dan wel niet-havengerelateerde bedrijven mogelijk is. De keuze om een datacenter op deze locatie te vestigen is gebaseerd op een zorgvuldige afweging die onder andere in paragraaf 3.1.2 zijn aangegeven. De behoefte aan datacenters, ook binnen de MRA is vooralsnog aanwezig. Vanwege de industriële uitstraling, benodigde ruimte, de nabijheid van belangrijke voorzieningen, zijn er niet veel geschikte locaties om een datacenter te vestigen. Uit de afweging is gebleken dat de locatie op bedrijventerrein Flevokust zich uitstekend leent voor de realisatie van een datacenter. Dit heeft onder andere te maken met de nabijheid van de Maximacentrale aangezien datacentra stroomlevenszekerheid nodig hebben en de mogelijkheden die de nabijheid van het IJsselmeer biedt voor de benodigde koeling van het datacenter. Vooralsnog wordt het IJsselmeerwater niet gebruikt voor koeling.

In de waternotitie (zie bijlagen) is specifiek vermeld dat bij inzet van koelwater vanuit het IJsselmeer uitsluitend gebruik zal worden gemaakt van eventueel aanwezige overcapaciteit (rest-koelcapaciteit) van de Maximacentrale. Bij inzet van deze koelmethode is dan ook geen sprake van onttrekken van IJsselmeerwater of lozen van warm koelwater/proceswater op het IJsselmeer en is (aanvullend) onderzoek hiernaar niet opportuun. De koeling van het datacentrum zal dan deel uitmaken van het bestaande, vergunde, systeem van de Maximacentrale, zowel technisch als qua capaciteit. Gelet op bovenstaande specifieke vestigingsvoorwaarden is het niet aannemelijk dat op andere terreinen binnen Flevokust eveneens een datacenter kan worden gerealiseerd, waardoor de ontwikkeling van Flevokust als havengebonden bedrijventerrein wordt beperkt. Om te waarborgen dat op deze locatie de mogelijkheid blijft bestaan om een havengebonden bedrijf dan wel havengerelateerd bedrijf te vestigen zal in de regels van het bestemmingsplan een Hoofdstuk 3

22

wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheid zal aansluiten bij het vigerende wijzigingsbevoegdheid binnen de bestemming ‘Agrarisch’. Hiermee wordt voldaan aan zowel de gemeentelijke als provinciale doelstellingen voor Flevokust. 3.4.3 Welstandnota De gemeente Lelystad heeft het beleid voor welstand in een Welstandsnota opgenomen. De drie belangrijkste doelstellingen van de welstandsnota geven nader inhoud aan de vereenvoudiging van het welstandstoezicht. De drie doelstellingen zijn:  Welstandstoezicht is een instrument voor ruimtelijke kwaliteit;  Welstandscriteria zijn duidelijk en vooraf bekend;  Heldere omschrijving van de procedures van welstandsbeoordeling en duidelijke rol van de welstandscommissie. De vereenvoudiging heeft geleid tot de volgende welstandsniveaus: één welstandsvrij niveau, gebieden met beperkte of stedenbouwkundige welstand en gebieden met een volledige of architectonische welstand. Voor gebieden buiten de bebouwde kom geldt een welstandsvrij regime. Voor ontwikkelingsgebieden zoals Flevokust is echter ook sprake van toetsing van de uiterlijke verschijningsvorm van bouwwerken aan redelijke eisen van welstand. Hiervoor geldt het vastgestelde welstandsbeleid, een door de gemeenteraad vastgesteld beeldkwaliteitsplan of een beeldregieplan.

Ter aanvulling op de welstandsnota is voor de ontwikkeling van Flevokust een nieuw beeldregieplan opgesteld die in april 2016 is vastgesteld door de gemeenteraad. Beeldregieplan Flevokust De gemeenteraad heeft besloten om voor een aantal ontwikkellocaties, waaronder Flevokust, beeldregieplannen op te stellen. Beeldregieplannen zijn globaler van karakter dan beeldkwaliteitsplannen en hebben als doel om, naast een aantal spelregels, te verleiden en te inspireren. Gemiddeld is het detailniveau van de welstandscriteria gelijk aan die van de stedenbouwkundige welstand uit de Welstandsnota. Daarnaast speelt het zicht vanaf de waterzijde en de hoofdontsluiting een belangrijke rol. Voor deze gebieden zal daarom extra aandacht worden gevraagd voor de stedenbouwkundige inpassing en de beeldkwaliteit. Stedenbouwkundige visie Aan het beeldregieplan ligt een visie ten grondslag. Deze visie is globaal van opzet en is erop gericht om het hele gebied te ontwikkelen volgens één samenhangende structuur. Deelgebieden worden in overleg met betrokken partijen nader uitgewerkt in stedenbouwkundige plannen. Belangrijke overkoepelende thema’s zijn het Kralensnoer, structuur van het landschap, (groen) raamwerk, bebouwingsopzet en korrelgrootte en tot slot de infrastructuur. Kralensnoer De ontwikkeling op Flevokust dient zich op een logische manier te voegen in dit kralensnoer.

De opgave is om de buitendijkse Maximalcentrale en de beoogde kranen op de containerterminal aan de noordzijde en het Houtribbos zuidelijk van Flevokust de meest opvallend elementen te laten zijn. Flevokust is straks zichtbaar, maar zal zich met respect voegen in het landschap. Structuur van het landschap Het terrein van Flevokust is in gebruik geweest als viskwekerijcomplex. Het gebied bestond tot die tijd uit grote vijverbekkens die het gehele gebied omvatten. Na het stopzetten van deze activiteit zijn de Hoofdstuk 3

23

bekkens drooggezet. De structuur ervan is nog duidelijk zichtbaar in de aanwezige kades loodrecht op de IJsselmeerdijk en centrale toegangskade evenwijdig aan die dijk. Wat tevens opvalt, is dat de visvijvers in het noorden groot van formaat zijn en in het zuiden klein. Aan weerzijden van Flevokust bevinden zich het Houtribbos en het Visvijverbos. Oostelijk van Rijksweg A6 bevindt zich een relatief open polderlandschap. Groen raamwerk Een groen raamwerk rondom het terrein van Flevokust zorgt voor het, gewenste, besloten karakter van het gebied. De bomenrijen tussen de IJsselmeerdijk en de beoogde bebouwing zorgt voor een afschermend effect en creëert daarmee een zachtere overgang tussen landschap en bedrijventerrein. Intern wordt het gebied opgedeeld in kamers doordat er openingen zijn aangebracht in de vorm van infrastructuur met groenstroken en bomenrijen. Deze vizieren zorgen voor doorzicht vanuit de IJsselmeerdijk en het water naar het achterliggend polderlandschap en houden de orthogonale opzet van de voormalige visvijvers leesbaar. Bebouwingsopzet en korrelgrootte Buitendijks zijn het de beoogde kranen die in het oog springen. Zij vormen samen met de Maximacentrale, het nieuwe aanzicht vanuit de kust. Binnendijks wordt de verkavelingsrichting afgestemd op de orthogonale hoofdstructuur van de voormalige visvijvers.

Voor de indeling van de kamers een verdeling aangehouden die in grote lijnen overeenkomt met de korrelgrootte van de visvijvers: in het noorden een grote korrel en richting bestaande stad een steeds kleinere korrel. Infrastructuur De hoofdontsluiting is gedacht vanaf Binnenhavenweg - rotonde Houtribweg en Karperweg. Belangrijke ontwerpopgave vormt de aansluiting van de hoofdontsluiting op de IJsselmeerdijk en de containerterminal. Stedenbouwkundig moet duidelijk worden dat op deze plek langs de IJsselmeerdijk een aantal gebieden samenkomen. Het overige netwerk bestaat uit secundaire wegen geflankeerd met bomen. Zij zorgen samen met de hoofdontsluiting voor een opdeling in verschillende kamers. De fietsinfrastructuur loopt aan de waterzijde van de IJsselmeerdijk en zal intact blijven. Op de hoofdontsluiting, ter plaatse van de huidige Karperweg, komt een vrij liggend fietspad. Welstandscriteria beeldregieplan In het beeldregieplan worden (per deelgebied) criteria genoemd waaraan bouwwerken dienen te voldoen, ondersteund met enkele referentiebeelden. Het plan onderscheidt deelgebied A (buitendijks) en deelgebied B (binnendijks). Voor onderhavig plan zijn de welstandscriteria voor gebied B relevant: Uitstraling/thematiek De sfeer in gebied B is een relatief ingetogen bedrijventerrein met eigentijdse gebouwen in het thema rustige natuurtinten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=9b784fd5-14f0-4d6c-b268-a03f40fe1852