CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Begrotingsmonitor september 2021

Raadsvergadering 23 november 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 307. Begrotingsmonitor september 202113.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begrotingsmonitor September 2021 -Prognoses -Bandbreedtes 1.

INLEIDING ....................................................................................................................2

2.

TAAKVELDEN – INGESCHATTE AFWIJKINGEN 2021 .........................................................3

3.

NADELIGE EFFECTEN CORONACRISIS EN ZICHT OP COMPENSATIE ................................21

4.

RESUMÉ ....................................................................................................................20

Begrotingsmonitor september 2021

1

1.

Inleiding

Externe ontwikkelingen raken tal van taken van de gemeente. Het is hierbij van belang onderscheid te maken tussen: 1. Begrotingsonderdelen waarvan we de resultaten direct zelf kunnen beïnvloeden (bijvoorbeeld de uitgaven aan het sportbeleid en het beheer en onderhoud) en; 2. Begrotingsonderdelen waarvan het heel moeilijk, of niet mogelijk is, resultaten direct zelf te beïnvloeden (zoals bijvoorbeeld inkomsten uit bouwleges, open einde regelingen en de algemene uitkering uit het gemeentefonds). De eerste categorie begrotingsonderdelen vereisen reguliere begrotingsdiscipline, de tweede categorie begrotingsonderdelen vormen een risico. De rekeningresultaten in de afgelopen jaren werden dan ook voor het overgrote deel veroorzaakt door afwijkingen binnen begrotingsonderdelen uit deze tweede categorie. Begrotingsmonitor als instrument Om grip te krijgen op de sterke financiële schommelingen is een aantal jaren geleden het instrument begrotingsmonitor ontwikkeld. De achterliggende gedachte achter dit instrument was om een duiding te geven over die begrotingsonderdelen waarvan de financiële realisatiecijfers niet- of slecht beïnvloed kunnen worden.

Voor die begrotingsonderdelen waarvan de resultaten wel direct beïnvloed kunnen worden zijn op voorhand namelijk geen grote afwijkingen te verwachten (overigens worden afwijkingen groter dan €150.000 altijd gerapporteerd en toegelicht in de jaarrekening). Van deze in totaal 53 taakvelden zijn er in de programmabegroting 2021 - 2024 in totaal 13 taakvelden aangewezen waarop driemaal per begrotingsjaar gerapporteerd zal worden in de begrotingsmonitor. Deze taakvelden zijn geselecteerd omdat het lastig is de financiële resultaten ervan direct zelf te beïnvloeden en omdat de financiële effecten significant kunnen zijn. Deze begrotingsmonitor geeft een financiële tussenstand van het lopende begrotingsjaar: ongeveer 40% van de gemeentelijke lasten en 75% van de gemeentelijke baten maken onderdeel uit van één van deze 13 taakvelden. Verwachte afwijkingen en bandbreedtes De ontwikkelingen binnen de 13 geselecteerde taakvelden worden in hoofdstuk twee vertaald naar financiële bandbreedtes, waarbij een antwoord wordt gegeven op de volgende vragen: A. De begrotingsstand 2021 (wat zijn de begrote baten en lasten binnen dit taakveld?) B.

Wat zijn de financiële bandbreedtes waarbinnen het taakveld zich mogelijkerwijs zou kunnen bewegen? ▪ Meest gunstige afwijking ten opzichte van de begroting; ▪ Verwachte afwijking (is de begroting 2021 nog actueel of al achterhaald?); ▪ Meest ongunstige afwijking ten opzichte van de begroting. De kans dat het meest ongunstige scenario zich voor ieder afzonderlijk onderdeel tegelijkertijd voor zal doen is nihil. Deze bandbreedtes zijn dan ook eigenlijk niet bedoeld om bij elkaar op te tellen, maar dragen alleen bij om een gevoel te krijgen bij de inhoud en welke kant het op zou kunnen gaan binnen een specifiek taakveld. De verwachte afwijkingen resulteren in een geprognosticeerd rekeningresultaat 2021, welke in hoofdstuk 4 wordt samengevat in tabelvorm. Doorwerking coronacrisis op het rekeningresultaat 2021 De coronacrisis heeft een direct effect op het verwachte rekeningresultaat 2021. Het uitgangspunt zoals ook verwoord in de programmabegroting 2021 – 2024 is dat de beschikbaar gestelde compensatie vanuit de Rijksoverheid in principe leidend is. Binnen de 13 uitgelichte taakvelden wordt ingegaan op de mogelijke doorwerking van de coronacrisis, daar waar dit van toepassing is.

Hoofdstuk drie biedt inzicht in de lopende onderhandelingen met het Rijk en de laatste stand van zaken omtrent de compensatie van hogere kosten- en lagere inkomsten als gevolg van de corona gerelateerde maatregelen.

Begrotingsmonitor september 2021

2

2. Taakvelden – ingeschatte afwijkingen 2021 Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

Begroting 2021 Lasten

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Saldo

€ -4.025 € -200 2.089 € 1.317 € -40 € -6

-€ 4.025 -€ 200 € 2.089 € 1.317 € 560 € 237

Baten

0.5 Treasury € Rente lang € Rente kort € Interne rentedekking - algemeen € Interne rentedekking - grondbedrijf (BIE) € Deelnemingen € Overig € Taakveld 0.5 - totaal vastgestelde begroting 2021 Taakveld 0.5 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

600 243

(inclusief bandbreedte)

843 €

-864

Ongunstig

€ 700 € 300 €0 -€ 263 €0 €0

Verwacht

€ 800 € 350 €0 -€ 176 € 180 €0

Gunstig

€ 900 € 400 €0 €0 € 200 €0

-€ 21 € 1.154

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

1. Rente lang (betaald over leningen met een looptijd langer dan één jaar De kapitaalmarktrente (10-jaars vast) bedraagt momenteel 0,20%. Dit is het tarief waarop de gemeente een financiering kan aantrekken voor langere termijn. De verwachting is dat deze rente zich gedurende 2021 tussen de 0,10% en 0,80 % zal bewegen. Er wordt op dit moment een voordeel ten opzichte van de begroting ingeschat ter grootte van €800.000. Afhankelijk van de precieze (her)financieringsbehoefte in 2021 wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte: een voordeel van €700.000 ten opzichte van de begroting in het meest ongunstige geval en een voordeel van €900.000 ten opzichte van de begroting in het meest gunstige geval. 2. Rente kort (betaald over leningen met een looptijd korter dan één jaar) De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in 2021 haar ruime monetaire beleid gecontinueerd teneinde de tegenvallende voorspellingen voor economische groei en inflatie te bestrijden. De herfinancieringsrente is in 2021 ongewijzigd gebleven op 0,00%. De depositorente, de rente die de ECB vergoedt op tegoeden die banken bij de ECB aanhouden, is eveneens ongewijzigd op -0,50%. De ECB bevindt zich in een lastig parket. Enerzijds moet de bank de inflatie in toom houden en aan de andere kant willen de centrale bankiers met hun rentebeleid de economie stimuleren.

De geldmarktrente (driemaands euribor) is op dit moment -0,55%. Dit is het tarief waarop de gemeente kort geld kan aantrekken en uitzetten. De verwachting is dat deze rente in 2021 stabiel zal blijven, wat in een voordeel van €350.000 ten opzichte van de begroting zal resulteren. Afhankelijk van de rente ontwikkelingen wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte in 2021: een voordeel van €300.000 in het meest ongunstige geval en een voordeel van €400.000 ten opzichte van de begroting in het meest gunstige geval. 3. Interne rentedekking - algemeen De op de balans geactiveerde activa worden rechtstreeks aan de specifieke taakvelden toegerekend via de componenten rente-en afschrijvingslasten. Deze aan taakvelden toegerekende rentelasten kent als tegenhanger de interne rentedekking, die voor een dienovereenkomstig bedrag terugkomt binnen dit taakveld. 4. Interne rentedekking - grondbedrijf (BIE) Het interne rentepercentage dat gehanteerd wordt bij de rentetoerekening aan de bouwgronden in exploitatie (BIE) is in de begroting vastgesteld op 1,5% (gerekend over de begrote boekwaarde per 1/1/2021). Bij de jaarrekening 2021 vindt de feitelijke nacalculatie plaats op basis van A. daadwerkelijke betaalde rentelasten over de gehele leningenportefeuille, B. de daadwerkelijke boekwaarde van het onderhanden werk per 1/1/2021 C.

de verhouding tussen vreemd vermogen en totaal vermogen per 1/1/2021. De boekwaarde per 1/1/2021 volgens de jaarrekening 2020 bedraagt €87,8 mln. en is overeenkomstig de begrote boekwaarde per 1/1/2021. Op dit moment wordt er uitsluitend als gevolg van een lager BIE toerekeningspercentage een nadelig effect ingeschat ter grootte van €176.000. Afhankelijk van de rente ontwikkelingen wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte: in het meest ongunstige geval een nadeel van afgerond €263.000 ten opzichte van de begroting en geen afwijking in het meest gunstige geval. 5. Deelnemingen De gemeente Lelystad heeft de volgende dividendopbrengst begroot voor 2021: Alliander: €420.000. Inmiddels is de jaarrekening 2020 en het dividend van Alliander vastgesteld in de Aandeelhoudersvergadering. Het dividend bedraagt bijna € 600.000,-. Naast deze dividendopbrengsten is er tevens een garantstellingsprovisie begroot van HVC (€ 180.000). De bandbreedte laat in het meest ongunstige geval een nadeel van €0,- ten opzichte van de begroting zien en in het meest gunstige geval een voordeel van €200.000. 6. Overig Dit betreft overige rentebaten, beheerkosten en dergelijke. Geen afwijkingen voorzien.

Begrotingsmonitor september 2021

3

Bedragen x €1.000

Lasten

Begroting 2021 Baten

Algemene uitkering en 0.7 overige uitkeringen gemeentefonds

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte)

Saldo

Ongunstig

1. 2. 3. 4. 5.

€ 134.893 € - € 134.893 Algemene uitkering € 14.402 € € 14.402 ICL uitkering € 13.504 € € 13.504 Overige uitkeringen € - € €0 Aanvullende middelen jeugdzorg € - € €0 Taakgerelateerde mutaties gemeentefonds € 162.799 € - € 162.799 Taakveld 0.7 - totaal vastgestelde begroting 2021 6. Taakgerelateerde mutaties gemeentefonds neutraliseren via lastenkant (4+5) Taakveld 0.7 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

€ 1.500 -€ 250 €0 € 2.740 € 2.000

Verwacht

€ 2.000 €0 €0 € 2.740 € 2.000

Gunstig

€ 3.000 € 250 €0 € 2.740 € 2.000

-€ 4.740 € 2.000

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

De algemene uitkering en de overige uitkeringen uit het gemeentefonds zijn voor 2021 begroot op ruim €162,8 miljoen en vormen daarmee meer dan de helft van de totale gemeentelijke inkomsten. Gemeenten worden drie maal per jaar geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de gemeentefondsuitkeringen, via de mei-, september- en decembercirculaire. De bedragen die in de begroting 2021 zijn opgenomen zijn gebaseerd op de informatie uit de septembercirculaire 2020. Sindsdien is de decembercirculaire 2020 nog gepubliceerd op 16 december 2020 en zijn gemeenten op 26 maart 2021 geïnformeerd over het nieuwe compensatiepakket voor de coronamaatregelen. De raad heeft op 22 juni 2021 besloten deze middelen in de begroting te verwerken en beschikbaar te stellen voor de uitvoering. In de afgelopen periode zijn nog de mei- en septembercirculaire 2021 gepubliceerd. 1. Algemene uitkering Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via een groot aantal maatstaven, een aan deze maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (dit is een zogeheten vermenigvuldigingsfactor die voor alle gemeenten gelijk is).

Die drie zijn aan verandering onderhevig en iedere circulaire geeft informatie over de wijzigingen en de uitwerking hiervan op de hoogte van de te ontvangen algemene uitkering uit het gemeentefonds. Op basis van de septembercirculaire 2021 wordt er voor het lopende boekjaar een voordelig effect ten opzichte van de begroting ingeschat ter grootte van €2.000.000. Oorzaken zijn herrekeningen over voorgaande boekjaren, een voordelige afrekening van de ruimte onder het BTW compensatiefonds in 2020, een nacalculatie van de coronacompensatie over 2020 met betrekking tot gederfde parkeerinkomsten en diverse andere mutaties binnen de circulaire. De bandbreedte wordt ingeschat op een voordeel van €1.500.000 in het meest ongunstigste geval en een voordeel van €3.000.000 in het meest gunstigste geval. 2. ICL uitkering Lelystad ontvangt al geruime tijd de zogenaamde Interdepartementale Commissie Lelystad- bijdrage. De evaluatie van deze ICL bijdrage is afgerond en het formele besluit van de minister is gepubliceerd op 1 juni 2018. De bijdrage die de gemeente over 2021 ontvangt zou volgens deze beschikking uitkomen op €14.401.964 en dit is in de begroting 2021 opgenomen. Dit bedrag wordt nog gewijzigd in verband met de toekenning van compensatie voor inflatie en de feitelijke ontwikkeling van het inwoneraantal. 3.

Overige uitkeringen In 2021 ontvangt de gemeente nog enkele integratie- en decentralisatie uitkeringen voor een totaalbedrag van €13.504.000. De hoogte van deze uitkeringen wijzigen in principe niet gedurende het lopende begrotingsjaar. Wel kan er een decentralisatie uitkering bijkomen of kan er een aanpassing worden doorgevoerd naar aanleiding van gewijzigde afspraken. Deze middelen hebben dan vanzelfsprekend een koppeling met de lastenkant van de begroting, waarmee het effect budgetneutraal in de begroting zal worden verwerkt via een separaat voorstel of via de decembernotitie 2021 (zie toelichting op de onderdelen hieronder). Vervolg op de volgende pagina.

Begrotingsmonitor september 2021

4

Vervolg toelichting

4. Aanvullende middelen Jeugdzorg Op 22 april heeft het kabinet bekend gemaakt voor 2021 een incidenteel bedrag van € 613 miljoen beschikbaar te stellen voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdzorg. Er wordt €50 miljoen beschikbaar gesteld om de crisiscapaciteit in de jeugd ggz tijdelijk uit te breiden, om beter aan de toegenomen zorgvraag als gevolg van corona, te voldoen. Daarnaast wordt er voor diverse specifieke knelpunten nog zo'n €70 miljoen vrijgemaakt. Via de algemene uitkering van het gemeentefonds zal er een bedrag van €255 miljoen beschikbaar worden gesteld voor het aanpakken van wachttijden, op basis van nog nader uit te werken plannen in samenwerking met de aanbieders. Daarnaast zal €238 miljoen beschikbaar worden gesteld om gemeenten meer financiële lucht te geven (voor overige taken in de jeugdzorg en afhankelijk van de lokale keuzes ook om eerdere verdringen op andere domeinen terug te dringen). Op basis van de meicirculaire 2021 wordt duidelijk dat Lelystad zo'n €2.74 miljoen in 2021 zal ontvangen. Op dinsdag 27 september is dit voorstel ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd. 5. / 6. Taakgerelateerde mutaties gemeentefonds (corona compensatie) De mutaties binnen het gemeentefonds die zijn gerelateerd aan de uitvoering van specifieke taken leiden niet tot een afwijking op het begrote rekeningresultaat 2021.

Het uitgangspunt is om de rijksmiddelen die beschikbaar worden gesteld voor een specifiek doel daar volledig op in te zetten. Dit geldt ook de andere kant op, wanneer er een uitname van middelen plaatsvindt; dan worden deze bedragen afgeraamd aan de lastenkant. De taakgerelateerde corona compensatie is inmiddels via een raadsbesluit in de begroting verwerkt. In de mei- en septembercirculaire staan nog diverse overige taakgerelateerde mutaties opgesomd. Het meerjarige effect van deze taakgerelateerde mutaties maakt onderdeel uit van de programmabegroting 2022 - 2025. Voor zover deze taakgerelateerde mutaties betrekking hebben op het lopende begrotingsjaar 2021 zal daarvoor een budgetneutraal voorstel worden opgenomen in de decembernotitie 2021. Zo wordt er in de septembercirculaire 2021 bijvoorbeeld €889.000 aanvullend beschikbaar gesteld voor uitvoering van de TONK regeling en wordt er €326.000 aanvullend beschikbaar gesteld voor de aanpak van de problematiek binnen de jeugdzorg.

Begrotingsmonitor september 2021

5

Bedragen x €1.000

Baten

0.61 OZB woningen

Lasten

Begroting 2021 Saldo

1. 2.

€ 11.389 € Onroerendezaakbelasting woningen € - € -1.195 Uitvoeringskosten € 11.389 € -1.195 Taakveld 0.61 - totaal vastgestelde begroting 2021 Taakveld 0.61 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

3.

Lasten

Baten

Ongunstig

€0 -€ 450

Verwacht

€ 300 -€ 395

Gunstig

€ 100 €0

€ 10.194 -€ 95

Saldo

€ 13.454 €

-

€ 13.454

€ 13.454 € Taakveld 0.62 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

-

€ 13.454

Onroerendezaakbelasting niet-woningen

Taakveld 0.62 - totaal vastgestelde begroting 2021

(inclusief bandbreedte)

€ 11.389 -€ 1.195

Begroting 2021

0.62 OZB niet-woningen

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

-€ 600

Verwacht

-€ 550

Gunstig

€0

-€ 550

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de waardering van alle onroerende zaken in Nederland. Eigenaren van een onroerende zaak, zoals een woning of een bedrijfspand, ontvangen ieder jaar een WOZ-beschikking van de gemeente. De WOZ-waarde in deze beschikking vormt de grondslag voor het heffen van belasting door de rijksoverheid, gemeenten en het waterschap. Daarnaast wordt de WOZ-waarde op meer terreinen gebruikt, bijvoorbeeld bij het afsluiten van een hypothecaire lening. 1. Onroerendezaakbelasting woningen (T 0.61) Nagenoeg alle aanslagen voor de OZB-heffing woningen zijn verzonden. Inmiddels zijn de begrote opbrengsten ruim gerealiseerd. Op basis van de huidige stand van zaken is daarom de verwachting dat de begrote opbrengst OZB woningen hoger uitkomt dan de geraamde opbrengst. De inkomsten invorderingskosten maken deel uit van geraamde inkomsten OZB voor woningen en is in deze prognose meegenomen. 2. Uitvoeringskosten Wet waardering onroerende zaken en heffing en invordering gemeentelijke belastingen (T 0.61) Binnen dit taakveld staan de kosten verantwoord die horen bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Daarnaast staan binnen dit taakveld ook de kosten verantwoord die horen bij de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen.

Door een aantal oorzaken is de verwachting dat hier een afwijking zal ontstaan die veroorzaakt wordt door: a. De vervanging van het belastingsysteem heeft vertraging opgelopen door het in eerste instantie uitblijven van inschrijvingen op de Europese aanbestedingsprocedure voor de digitale belastingbalie/belastingapplicatie. Tijdens de overgangsperiode is er tijdelijk sprake van twee belastingsystemen die moeten worden onderhouden. Dat leidt tot extra kosten (€ 170.000) die niet zijn begroot. b. In 2020 is besloten de gebruikersbelasting voor niet-woningen in te voeren met ingang van 2021. De uitvoeringskosten nemen hierdoor toe. In de begroting voor 2021 zijn hiervoor geen financiële middelen opgenomen (€ 50.000). c. De sterke opkomst van no cure no pay bedrijven brengt met zich mee dat proceskostenvergoeding in korte tijd sterk is gestegen. In 2020 kwam het bedrag dat hiermee gemoeid is uit op € 175.000. Voor 2021 is de verwachting dat dit bedrag niet lager zal uitkomen. No cure no pay bedrijven zijn bedrijven die "kosteloos bezwaar maken voor burgers en bedrijven", maar waarvoor de gemeente de kosten moet vergoeden. 3. Onroerendezaakbelasting niet-woningen (T 0.62) De aanslagen voor de OZB-heffing niet-woningen voor zowel het eigendom als het gebruik zijn voor een groot deel verzonden. Bezwaren zijn ontvangen en in behandeling genomen.

Een aantal langlopende procedures (waardering van bijzondere complexen, bijvoorbeeld een luchthaven of elektriciteitscentrale maar ook een ziekenhuis of golfbaan) zijn afgerond en hebben een negatief effect op het resultaat. Daarnaast lopen er nog een aantal (juridische) procedures die van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke opbrengst ozb niet-woningen. Op basis van de huidige berekening is de verwachting dat de begrote opbrengst niet gerealiseerd wordt (€ -550.000).

Begrotingsmonitor september 2021

6

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

Begroting 2021

(inclusief bandbreedte)

Saldo

€ € €

- € -1.843 - € -1.212 - € -111

-€ 1.843 -€ 1.212 -€ 111

€ Taakveld 6.2 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

- € -3.165

-€ 3.165

1. 2. 3

Baten

Lasten

6.2 Wijkteams Eerstelijnsloket Wmo Uitvoeringskosten Wmo Toeslagenproblematiek

Taakveld 6.2 - totaal vastgestelde begroting 2021

Ongunstig

-€ 200 -€ 200 €0

Verwacht

€0 € 160 €0

Gunstig

€ 200 € 200 €0

€ 160

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld is onderdeel van de uitvoering van deze wet en omvat alle loketvoorzieningen en inzet gericht op het versterken van algemene voorzieningen en eigen mogelijkheden en het geleiden naar de juiste vorm van ondersteuning (maatwerkvoorzieningen en - dienstverlening). Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2020 onderdeel Wmo dat, met inachtneming van de door de raad vastgestelde Aanpak Sociaal Domein, ook in 2021 van toepassing is. Met de vaststelling van de Aanpak Sociaal Domein is er sprake van een noodzakelijke koerswijziging en de introductie van 'Het Nieuw Lelystads Peil' voor uitvoering binnen de beschikbare financiële kaders. De financiële kaders 2021-2024 zijn als bijlage opgenomen in de programmabegroting 2021-2024. 1. Eerstelijnsloket Wmo Er zijn binnen de Wmo middelen gereserveerd voor de Sociaal wijkteams en voor allerlei basisvoorzieningen.

Er wordt een diversiteit aan activiteiten uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld de inrichting van de Sociaal wijkteams en wijkpunten, de inzet van MEE ten behoeve van de Sociaal wijkteams/jeugdhulp, de inzet van buurtkamers en versterking van mantelzorgondersteuning en ondersteuning van vrijwilligerswerk. In de Aanpak Sociaal Domein - onderdeel Wmo wordt met ingang van 2021 meer focus aangebracht in de basisvoorzieningen. Enkele activiteiten zoals de huisbezoeken aan ouderen worden op een andere wijze ingevuld en een aantal subsidies is stopgezet of verlaagd met ingang van 01-01-2021. Op dit moment worden hier geen afwijkingen voorzien. 2. Uitvoeringskosten Wmo Het gaat hier om diverse ambtelijke inzet, mediation, ICT en dergelijke ten behoeve van de Wmo. Hiervoor is een financiële bandbreedte gehanteerd, die wordt ingeschat op €200.000 voordelig in het meest gunstige geval en €200.000 nadelig in het meest ongunstige geval. Bij de vaststelling van de Aanpak Sociaal Domein (juni 2020) is besloten dat er in 2021 €2,45 miljoen bezuinigd moet worden binnen de Wmo. Een deel hiervan is inmiddels doorgevoerd door een aantal subsidies binnen 'de basis' met ingang van 01-01-2021 naar beneden bij te stellen. Ook bij de regiotaxi zijn diverse maatregelen doorgevoerd zoals het verhogen van de ritprijs. Hiermee is een bezuiniging van €1,6 miljoen gerealiseerd.

Voor de huishoudelijke ondersteuning, rolstoelen, scootmobielen en woningaanpassingen zijn de effecten nog niet zichtbaar en zal een deel van de maatregelen per 2022 geïmplementeerd worden. Er is voor de Wmo voor 2021 - rekening houdend met de bezuinigingen uit de Aanpak Sociaal Domein - in totaal €21,8 miljoen geraamd (saldo baten en lasten). Op basis van de cijfers t/m juni 2021, komt de prognose uit op €22,2 miljoen. Er zou daarmee sprake zijn van een overschrijding van €0,4 miljoen. Dit totaalresultaat is positiever dan de -€1,2 miljoen gemeld in de begrotingsmonitor van mei. Wel zijn op onderdelen verschuivingen zichtbaar waarbij tegenvallers dus wegvallen tegen meevallers ten opzichte van de doorkijk in mei jl. Indien dit tekort zich daadwerkelijk voordoet, zal het restant Transformatiefonds Sociaal Domein ingezet worden om dit tekort te reduceren. Dit is conform besluitvorming in de Aanpak Sociaal Domein. Het effect van de coronapandemie en de bij behorende (gedeeltelijke) lockdown op de Wmo is op dit moment niet exact in te schatten. Het huidige beeld is dat de coronacrisis niet veel invloed heeft en dienstverlening veelal doorgang vindt met inachtneming van de geldende RIVM-maatregelen. Op onderdelen vindt een andere invulling van de dienstverlening plaats. Vervolg op de volgende pagina.

Begrotingsmonitor september 2021

7

Vervolg toelichting

Het beroep op het ambtelijk apparaat is zowel kwalitatief als kwantitatief omvangrijk. Er zijn hoge ambities voor de stad, maar ook de coronapandemie is een uitzonderlijke situatie die veel extra regelingen en maatwerk vraagt. De bedrijfsvoering staat hierdoor onder druk en prioriteiten moeten worden gesteld. Voor 2021 is de huidige verwachting dat het Sociaal (Economisch) Domein en stadswinkel het jaar afsluit met een tekort van €500.000 op de bedrijfsvoering. Er is voor de gehele bedrijfsvoering Sociaal (Economisch) Domein in totaal €-14.685.000 geraamd (saldo baten en lasten). Op basis van de realisatiecijfers t/m juli 2021 komt de prognose uit op €-15.185.000. Belangrijkste oorzaken hiervan zijn te herleiden naar de aanpak sociaal domein, de opbouw van de jeugd BV, contractmanagement en het uitvoeren van de diverse grote opgaves(LNL, IGLO, enz). NB. De prognose voor de gehele bedrijfsvoering Sociaal (Economisch) Domein is conform wet- en regelgeving verdeeld over zestien taakvelden. Veel van deze taakvelden zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor, zodat hier ter volledigheid een totaalbeeld is geschetst. In de financiële tabel is het betreffende onderdeel van het totaalresultaat opgenomen.

De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor). 3. Toeslagenproblematiek De gemeenten is in de ontwikkelingen rondom de Toeslagenaffaire gevraagd ondersteuning te verlenen aan en vorderingen kwijt te schelden van gedupeerden. Staatssecretaris van Huffelen heeft in de kamerbrief van 12 april 2021 toegezegd dat de kosten voor kwijtschelding van gemeentelijke vorderingen voor rekening van het rijk komen. De in 2020 door het rijk beschikbaar gestelde specifieke uiterking voor ondersteuning van gedupeerden is doorgeschoven naar 2021 (€110.705). Op dit moment wordt contact gelegd met (mogelijk) gedupeerden van de toeslagenproblematiek waarbij eventuele hulpvragen in beeld worden gebracht. Waar mogelijk wordt - met name nog binnen het bestaande gemeentelijke aanbod - ondersteuning geboden aan betreffende inwoners. De verwachting is dat de gemeente ook hiervoor volledig gecompenseerd wordt door het rijk. Conform wet- en regelgeving wordt de toeslagenproblematiek nu opgenomen in taakveld 6.2 wijkteams. De ondersteuning en kwijtschelding van vorderingen van gedupeerden kan ook andere taakvelden binnen de gemeentelijke begroting raken.

Begrotingsmonitor september 2021

8

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

Begroting 2021 Lasten

1. 2. 3. 4. 5.

€ Bijstandsuitkeringen (verstrekkingen) € Bijstandsuitkeringen (rijksbijdrage) € Kwijtschelding en kwijting € Armoedebeleid incl. TONK € Overig (uitvoeringskosten e.d) Taakveld 6.3 - totaal vastgestelde begroting 2021 € Taakveld 6.3 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

35.448 444 3.849

(inclusief bandbreedte)

Saldo

€ -35.293 € € -1.469 € -3.944 € -8.760

-€ 35.293 € 35.448 -€ 1.469 -€ 3.500 -€ 4.911

Baten

6.3 Inkomensregelingen

39.741 €

-49.466

Ongunstig

-€ 500 -€ 2.500 -€ 100 -€ 900 -€ 600

Verwacht

€ 938 -€ 1.373 €0 -€ 300 -€ 470

Gunstig

€ 1.500 € 1.000 € 100 -€ 150 -€ 200

-€ 9.725 -€ 1.205

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Participatiewet heeft de gemeente de wettelijke taak om uitkeringen te verstrekken aan inwoners die tijdelijk niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, in de periode dat zij geen ander of onvoldoende inkomen hebben. Samen met andere vormen van inkomensregelingen, zoals bijzondere bijstand en kwijtscheldingen van gemeentelijke heffingen, vormt dit taakveld het grootste onderdeel uit de gemeentebegroting. Er bestaat een duidelijke relatie met de taakvelden 6.4 Begeleide participatie en 6.5 Arbeidsparticipatie. 1. Bijstandsuitkeringen (verstrekkingen) Bijstandsuitkeringen worden verstrekt aan inwoners die recht hebben op een inkomen in het kader van de Participatiewet en de IOAW, gedurende de periode waarin zij nog niet in staat zijn om (volledig) in eigen onderhoud te voorzien. De instroom is eind 2020, na een (beperkte) stijging tot 2.135 cliënten - tegen de verwachting in - weer iets afgenomen. De verwachting over heel 2020 was een gemiddeld klantenaantal van 2.130 en een eindstand van 2.180 ultimo eind 2020. Het klantaantal is uiteindelijk lager uitgekomen op 2.113 ultimo eind 2020. In de eerste begrotingsmonitor is de verwachting uitgesproken dat de instroom in de bijstand toe zal nemen als een afgeleide van de coronacrisis.

Zoals hierboven al wordt genoemd laten de actuele- en de geprognostiseerde aantallen - op dit moment een positiever beeld zien dan waar in de begroting op is geanticipeerd. In de begroting 2021 is uitgegaan van een totale uitkeringslast ter grootte van €35.293.000, inclusief Loonkostensubsidie (LKS) ter grootte van €701.843. Deze raming komt neer op een gemiddeld klantaantal van 2.363 bij een gemiddelde prijs per uitkering van €14.639. Terugkijkend op het eerste half jaar 2021 is de groei van het aantal uitkeringen beperkt geweest. Vanaf mei begint als gevolg van het economisch herstel de uitstroom uit de bijstand substantieel op gang te komen. Overigens geldt dat de verstrekkingen in het kader van de TOZO door het Rijk via een specifieke regeling worden vergoed en om die reden hierbuiten zijn gelaten. Deze regeling loopt echter tot 30 september 2021. Van de TOZO 5 maakten 256 ondernemers uit Lelystad gebruik. De prognose is dat 45 % van deze groep zal instromen in de BBZ. Dit betekent dat het gemiddelde aantal uitkeringen met 29 clienten zal gaan stijgen. Nu het economisch herstel sneller gaat dat verwacht zal het financieel effect van de hogere instroom in de tweede helft 2021 vooral veroorzaakt worden door een groei in de BBZ (Bijstand Besluit Zelfstandigen) in het vierde kwartaal.

De eerdere inschatting uit de begrotingsmonitor van mei van een gemiddeld klantaantal van 2.265 kan naar beneden worden bijgesteld tot 2.240. Bij een gemiddelde prijs per uitkering van €14.688 voor een totaal van €32.901.120. De LKS komt naar verwachting uit op € 900.000, wat maakt dat de totaal verwachte uitkeringslast uitkomt op € 33.801.120. Dit resulteert in een verwacht voordeel ten opzichte van de begroting ter grootte van € 937.622 . Er is hierbij sprake van ruime bandbreedtes die zowel voor- als nadelig kunnen uitvallen, in verband met de onzekerheid en de moeilijk te voorspellen clientaantallen. 2. Bijstandsuitkeringen (rijkbijdrage) De gemeente ontvangt een rijksbijdrage voor het verstrekken van de hierboven genoemde bijstandsuitkeringen, op basis van een objectief verdeelmodel. Deze verdeelsystematiek is in de afgelopen jaren (meerdere) malen op de schop gegaan. Hiermee is in de begroting zo goed als mogelijk rekening gehouden. In de begroting 2021 is de rijksbijdrage geraamd op € 35.293.263. Deze raming is gebaseerd op de aanname dat de ingeschatte stijging in de uitkeringslasten gelijke tred zal houden met de ontwikkeling van de rijksbijdrage. Op basis van de nieuwe publicatie 'nader voorlopige budgetten 2021' van de rijksoverheid op 23 april 2021 valt de rijksbijdrage zo'n €1,3 miljoen lager uit dan waar in de begroting rekening mee is gehouden.

De neerwaartse bijstelling is grotendeels het gevolg van de verwerking van de landelijke realisatiecijfers over 2020 en de nieuwe werkloosheidsverwachtingen van het CPB. Deze ramingen verschillen sterk waardoor het BUIG budget ook sterk fluctueerd. Er is hierbij sprake van ruime bandbreedtes, die zowel voor- als nadelig kunnen uitpakken. Naar verwachting is er uiterlijk begin oktober 2021 meer duidelijkheid over de definitieve rijksbijdragen over 2021. Vervolg op de volgende pagina.

Begrotingsmonitor september 2021

9

Vervolg toelichting

3. Kwijtschelding en kwijting Inwoners die onvoldoende inkomen en/of vermogen hebben komen in aanmerking voor kwijtschelding van de afvalstoffen- en de rioolheffing. Op dit moment is er nog geen aanleiding voor dit onderdeel een afwijking ten opzichte van de begroting te verwachten. Voor wat betreft kwijting (oninbaarheid in verband met faillissement of schuld) geldt dat een prognose lastiger te maken is. Vooralsnog wordt er voor dit onderdeel eveneens geen afwijking ten opzichte van de begroting verwacht. 4. Armoedebeleid incl. TONK De gemeente biedt (financiële) ondersteuning aan inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm binnen het armoedebeleid. Noodzakelijke bijzondere kosten worden vergoed aan inwoners die deze kosten zelf niet kunnen voldoen. Daarnaast is in maart 2021 de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) gestart. De financiële resultaten zijn grotendeels afhankelijk van het beroep dat op de verschillende regelingen gedaan wordt. Het betreft open einde regelingen. De afgelopen jaren is het beroep op bijna alle vormen van bijzondere bijstand in enige mate toegenomen. Ook de individuele inkomenstoeslag laat een stijging zien, mede omdat de gemeente klanten die recht hebben op deze toeslag actief is gaan benaderen. Ook voor 2021 is deze actie reeds uitgezet.

Het gebruik van de TONK ligt lager dan verwacht, ook na een verruiming van de beleidsregels. Als gevolg van (de beperkingen rondom) Corona komen steeds meer huishoudens in financiële problemen, waardoor een verdere stijging van het beroep op de reguliere bijzondere bijstand verwacht wordt. Gezien het toenemend beroep de afgelopen jaren enerzijds en een mogelijk stuwend effect vanuit de huidige coronapandemie anderzijds, is dat budget voor 2021 waarschijnlijk ontoereikend. De exacte effecten zijn lastig in te schatten. Dit komt enerzijds door het karakter van een open einde regeling en anderzijds door onzekerheid over de definitieve rijksbijdrage TONK. Omdat de TONK formeel onder de noemer bijzondere bijstand valt, worden deze resultaten tegen elkaar weggestreept. Door de genoemde onzekerheid wordt met ruime bandbreedtes gewerkt. De toeslagenaffaire is overgeheveld naar taakveld 6.2. 5. Overig (uitvoeringskosten en terugvorderingen) Het beroep op het ambtelijk apparaat is zowel kwalitatief als kwantitatief omvangrijk. Er zijn hoge ambities voor de stad, maar ook de coronapandemie is een uitzonderlijke situatie die veel extra regelingen en maatwerk vraagt. De bedrijfsvoering staat hierdoor onder druk en prioriteiten moeten worden gesteld.

Voor 2021 is de huidige verwachting dat het Sociaal (Economisch) Domein en stadswinkel het jaar afsluit met een tekort van €500.000 op de bedrijfsvoering. Er is voor de gehele bedrijfsvoering Sociaal (Economisch) Domein in totaal €-14.685.000 geraamd (saldo baten en lasten). Op basis van de realisatiecijfers t/m juli 2021 komt de prognose uit op €-15.185.000. Belangrijkste oorzaken hiervan zijn te herleiden naar de aanpak sociaal domein, de opbouw van de jeugd BV, contractmanagement en het uitvoeren van de diverse grote opgaves(LNL, IGLO, enz). NB. De prognose voor de gehele bedrijfsvoering Sociaal (Economisch) Domein is conform wet- en regelgeving verdeeld over zestien taakvelden. Veel van deze taakvelden zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor, zodat hier ter volledigheid een totaalbeeld is geschetst. In de financiële tabel is het betreffende onderdeel van het totaalresultaat opgenomen. De terugvorderingen vallen lager uit dan wat er in de begroting is opgenomen. Er wordt naar verwachting dus minder geld teruggevorderd. De prognose gaat uit van een tekort van €300.000 euro op de terugvorderingen.

Begrotingsmonitor september 2021

10

Bedragen x €1.000

Begroting 2021 Saldo

Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw)

€

- € -6.490

-€ 6.490

Taakveld 6.4 - totaal vastgestelde begroting 2021

€

- €

-€ 6.490

1.

Baten

Lasten

6.4 Begeleide participatie

-6.490

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

Taakveld 6.4 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

-€ 300

Verwacht

Gunstig

€0

€ 100

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Met de komst van de Participatiewet zijn de Wet Werk en Bijstand (WWB), een groot deel van de doelgroep die voorheen naar de Wajong zou zijn gegaan en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) samengebracht in één beleidskader. De uitvoering van dit beleidskader komt in de gemeentebegroting terug via drie opeenvolgende taakvelden: - Taakveld 6.3 Inkomensregelingen (het verstrekken van bijstandsuitkeringen aan inwoners die daar recht op hebben) - Taakveld 6.4 Begeleide participatie de sociale werkvoorziening) - Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie (re-integratie / toeleiding naar werk van inwoners die een beroep kunnen doen op ondersteuning arbeidstoeleiding in kader van de Participatiewet. 1. Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) De gemeente geeft uitvoering aan de Wet Sociale Werkvoorziening via de GR IJsselmeergroep waarin ook Noordoostpolder en Urk participeren. Na besluitvorming in de drie gemeenteraden van de deelnemende gemeenten is de organisatievorm van de GR IJsselmeergroep per 01-01-2020 omgezet van openbaar lichaam in een bedrijfsvoering organisatie. De Wsw wordt de komende jaren afgebouwd en dit gebeurt financieel sneller dan de geprognosticeerde afname van het aantal medewerkers binnen de Wsw. Dit zorgt - naast de jaarlijkse krimpende bijdrage per gerealiseerde arbeidsplaats (uitgedrukt in arbeidsjaren) - op middellange termijn voor financiële uitdagingen.

Op verzoek van de raad is er gekeken naar mogelijke oplossingsrichtingen en zijn er scenario's uitgewerkt over het oprichten van een regionale Social firm. De besluitvorming hierover is bij de deelnemende gemeenten in 2019 afgerond. De transitie naar een Social firm zal niet direct het financiële effect hebben dat uiteindelijk wordt beoogd, maar bij een tekort wordt er in eerste instantie een beroep gedaan op de reservepositie van de gemeenschappelijke regeling. Inmiddels bevinden we ons midden in de coronacrisis en dit heeft grote implicaties voor Concern voor Werk NV, een 100 % dochter van de GR IJsselmeergroep. In 2020 heeft het rijk € 90 mln. en € 50 mln. beschikbaar gesteld voor de Wsw sector. Met deze additionele middelen en een aantal maatregelen in de bedrijfsvoering zijn de consequenties door het stil vallen of beperken van de bedrijfsactiviteiten opgevangen. Wat de impact van het coronavirus voor 2021 is, is nog moeilijk te overzien. Het Rijk komt in 2021 niet met een vergelijkbaar pakket als in 2020 voor de SW sector. Het bestuur van de GR IJsselmeergroep heeft, onder voorzitterschap van Lelystad, in december besloten om met de 2e tranche van het coronasteunpakket 2020 en de additionele premie beschut werken een bestemmingsreserve covid 19 te vormen. Door de inzet van deze bestemmingsreserve kunnen de gevolgen van de coronacrisis naar verwachting worden opgevangen.

Het exploitatierisico van Concern voor Werk NV is een feitelijke en directe verantwoordelijkheid van de GR IJsselmeergroep en in het verlengde daarvan van de deelnemende gemeenten. Bij een tekort wordt in eerste instantie een beroep gedaan op het eigen vermogen, maar bij een eventueel tekort boven het weerstandsvermogen van 27 % zal dit voor rekening komen van de deelnemende gemeenten waarbij het Lelystads aandeel ca. 51 % is. Dit is bepaald op basis van de verhouding Wsw formatieplaatsen van de deelnemende gemeente.

Begrotingsmonitor september 2021

11

Bedragen x €1.000

Begroting 2021

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Saldo

€ € € € € € €

146 400 187 -

€ -5.510 € -7.890 € -687 € -784 € € -374 € -690

-€ 5.510 -€ 7.890 -€ 687 -€ 638 € 400 -€ 187 -€ 690

€

733 € -15.936

-€ 15.203

Baten

Lasten

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ Huishoudelijke ondersteuning Ondersteuning thuis en Dagbesteding Aanvullende ziektenkostenverzekering chronisch zieken Regiotaxi Eigen bijdragen Lokaal transformatiefonds Beschermd Wonen Projecten Taakveld 6.71 - totaal vastgestelde begroting 2021 Taakveld 6.71 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

-€ 1.000 -€ 65 -€ 30 -€ 100 €0 -€ 50 -€ 100

Verwacht

-€ 404 -€ 65 € 52 € 78 € 184 €0 € 23

Gunstig

-€ 250 -€ 65 € 100 € 200 € 150 € 50 € 100

-€ 132

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld heeft betrekking op maatwerkdiensten die worden ingezet voor ouderen, mensen met een fysieke- of verstandelijke beperking en inwoners met psychosociale problematiek die zelfstandig wonen in Lelystad. Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2020 onderdeel Wmo dat, met inachtneming van de door de raad vastgestelde Aanpak Sociaal Domein, ook in 2021 van toepassing is. Met de vaststelling van de Aanpak Sociaal Domein is er sprake van een noodzakelijke koerswijziging en de introductie van 'Het Nieuw Lelystads Peil'. De financiële kaders 2021-2024 zijn als bijlage opgenomen in de programmabegroting 2021-2024. De inzet van maatwerkvoorzieningen wordt versoberd, maar de voorzieningen blijven beschikbaar voor inwoners voor wie het gebruik noodzakelijk is. 1. Huishoudelijke ondersteuning In het laatste kwartaal 2018 en gedurende 2019 is het gebruik van huishoudelijke ondersteuning aanzienlijk gestegen als gevolg van de invoering van het abonnementstarief, de vergrijzing en de extramuralisering.

In 2020 zette de toename geleidelijk door en zien we dat de ondersteuningsvraag geleidelijk complexer wordt. In hoeverre de stijging doorzet of afvlakt, blijft onzeker. Zeker nu eventuele effecten vanuit de coronacrisis de instroom mogelijk beïnvloeden. We monitoren dit nauwlettend. Om binnen de financiële kaders te blijven wordt met name ingezet op het verscherpen van de toegang (aantal gebruikers terugbengen met 7,5%). Vooralsnog verwachten wij voor 2021 een afwijking van €509.000 nadelig ten opzichte van de raming. Hiernaast is er een positief afwikkelingsverschil uit 2020 van ongeveer € 106.000. Per saldo gaat dit om een negatief resultaat van € 404.000 in 2021. In de aanpak Sociaal Domein is er een taakstelling opgenomen van €463.000 op dit onderdeel. De implementatie van deze maatregelen kent een langere aanloopfase waardoor de effecten nog niet zichbaar zijn. Het college maakt zich hard om de bezuinigingen door te zetten in 2022 en daarmee de beoogde effecten te realiseren. Vanwege het karakter van de open einde regeling en de onzekerheid in hoeverre de toenemende vraag afvlakt is er wel sprake van een bandbreedte. 2.

Ondersteuning thuis en dagbesteding Het gaat bij ondersteuning thuis om extra ondersteuning om zelfstandig te kunnen blijven functioneren, zoals ondersteuning op het gebied van structuur, dagritme en praktische hulp bij taken gericht op het bevorderen, behouden en vergroten van zelfredzaamheid. Het gaat niet om persoonlijke verzorging (zorg aan het lichaam). Ondersteuning thuis is gebiedsgericht ingevuld. Er wordt gewerkt met hoofdaannemers die moeten zorgen voor een breed aanbod. Om alle vormen van ondersteuning te kunnen bieden werken ze samen met andere aanbieders die als onderaannemers worden ingezet. Dagbesteding is beschikbaar voor inwoners met complexe problematiek en een grote begeleidingsbehoefte. Deze taak is per aandachtsgroep ingekocht en ook hier wordt gewerkt met hoofdaannemers. De hoofdaannemers ontvangen een vooraf vastgesteld jaarbudget welke in principe het plafond is voor het bieden van maatwerk en passende ondersteuning. Als blijkt dat het aantal cliënten dat gebruik maakt van ondersteuning thuis of dagbesteding meer dan 5% afwijkt van de raming, dan zullen de gemeente en de hoofdaannemer met elkaar in overleg gaan om af te spreken hoe hiermee om te gaan. Het gaat hier in principe om vooraf vastgestelde budgetten zodat de realisatie in principe gelijk is aan de raming.

Vanwege een administratieve fout wordt hier een negatieve afwijking van €65.000 euro verwacht. Met ingang van 1-1-2021 wordt een aantal Wmo taken niet meer regionaal bekostigd en uitgevoerd. Hiermee is in de Aanpak Sociaal Domein rekening gehouden. Een aantal van deze activiteiten kunnen goed binnen het lokale aanbod ondersteuning thuis worden ondergebracht, omdat soortgelijke activiteiten hier ook al plaatsvinden. Er zijn daarom aanvullende afspraken gemaakt met de hoofdaannemers ondersteuning thuis en zij ontvangen hiervoor extra middelen. 3. Aanvullende ziektekostenverzekering chronisch zieken Deze maatregel is bedoeld voor inwoners met een laag inkomen die als gevolg van hun ziekte/handicap (veel) gebruik moeten maken van allerlei voorzieningen. Inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum kunnen tegen een gereduceerd tarief een aanvullende verzekering afsluiten. Deze aanvullende verzekering heeft een pakket dat aantrekkelijk is voor mensen met veel kosten als gevolg van een handicap of chronische ziekte. Op dit moment wordt hier een positief resultaat van € 52.000 verwacht. De hoogte van de eerste facturen liggen lager dan verwacht. 4. Regiotaxi Met ingang van 1 juli 2019 zijn deze diensten opnieuw aanbesteed en per 2020 waren de eerste positieve (financiële) effecten hiervan zichtbaar.

Gedurende de coranacrisis is het gebruik van de regiotaxi in 2020 teruggelopen wat ook lagere eigen bijdragen betekende. Op grond van de Aanpak Sociaal Domein zal dit jaar ook op dit onderdeel worden ingezet op het terugdringen van het aantal gebruikers met 7,5%. Daarnaast is de ritprijs opgehoogd tot €2,50 per rit.

Begrotingsmonitor september 2021

12

Vervolg toelichting

5. Eigen bijdragen Per 2019 is het abonnementstarief in de Wmo ingevoerd waarbij gebroken wordt met het principe 'bijdragen naar draagkracht'. Het jaar 2019 was daarmee een overgangsjaar en de verwachting was per 2020 een scherper zicht te hebben op het nieuwe niveau aan eigen bijdragen. Door de coronapandemie en een systeemswijziging bij het CAK, is dit echter niet het geval. Het CAK stelt de eigen bijdragen op grond van de Wmo vast en int deze voor gemeenten. In 2020 heeft er bij het CAK een systeemwijziging plaatsgevonden waardoor het opleggen en innen van eigen bijdragen 2020 pas in het laatste kwartaal 2020 is opgestart. Recent is er voor gemeenten nieuwe managementinformatie beschikbaar over opgelegde, geïnde en/of afgedragen eigen bijdragen 2020 en 2021, maar langere tijd was hierover geen informatie beschikbaar. Zowel deze wijziging bij het CAK als de effecten van de coronapandemie zorgen voor onzekerheid omtrent het niveau van eigen bijdragen. Op dit moment wordt er een positieve afwijking van €184.000 verwacht. Met name als gevolg van nagekomen ontvangsten over 2020. 6. Lokaal transformatiefonds Beschermd Wonen De raad heeft in 2020 het Regionaal Kader Zorglandschap Wmo vastgesteld. Een van de belangrijke randvoorwaarde in dit kader is dat elke gemeente de lokale basis op orde brengt.

Bijvoorbeeld met een goed welzijnsaanbod, flexible ondersteuning (ook buiten kantooruren), preventie, vroegsignalering, integratie in de wijken en terugvalvoorzieningen dicht bij huis. Centrumgemeente Almere heeft in dat kader besloten een deel van de rijksmiddelen die zij als centrumgemeente ontvangen voor regionale Wmo taken in te zetten voor experimenten in het lokale veld. Zowel in 2020 als in 2021 ontvangt Lelystad hiervoor €187.000 vanuit centrumgemeente Almere waarmee lokaal experimenten met verschillende projecten en werkwijzen worden uitgevoerd. Door de late ontvangst van middelen in 2020, zijn deze via de decembernotitie 2020 doorgeschoven naar 2021. De lokale projecten zijn gericht op het vormgeven van de best passende ondersteuning voor cliënten die uitstromen uit het Beschermd Wonen en weer (zoveel mogelijk) zelfstandig in de wijk gaan wonen. Hierop worden geen financiële afwijkingen verwacht. 7. Projecten Diverse projecten vallen binnen dit onderdeel. Zo kan er vanuit de Wmo kortdurend verblijf worden ingezet om een mantelzorger of huisgenoten tijdelijk te ontlasten. Bij kortdurend verblijf gaat het om logeren in een instelling gedurende maximaal drie etmalen per week. Ook de kosten van het respijthuis vallen onder de projecten. De subsidie aan het respijthuis is lager vastgesteld dan voorgaande jaren door lagere huisvestingskosten.

Hierdoor ontstaat er een positief resultaat van €23.000. Daarnaast is er het project 'GGZ in de wijk'. De opname duur in GGZ klinieken is aanzienlijk verkort en ook vanuit beschermd wonen wordt waar mogelijk de lijn richting zelfstandig wonen met begeleiding ingezet. We zien dat er mede hierdoor steeds meer mensen met GGZ problematiek zelfstandig (gaan) wonen in de wijk. Voor veel van deze mensen is ambulante behandeling en begeleiding/ondersteuning nodig. In overleg met de partijen is een plan opgesteld om deze problematiek aan te pakken en ervoor te zorgen dat deze inwoners op een goede manier zelfstandig in de wijk kunnen wonen en overlast wordt voorkomen. Als gevolg van de coronapandemie is een klein deel van de werkzaamheden doorgeschoven naar 2021. Tot slot kunnen in specifieke situaties, vooral wanneer er sprake is van complexe problematiek, oplossingen nodig zijn die niet binnen het reguliere pakket passen. Voor deze situaties is budget gereserveerd zodat er ruimte is om te komen tot passende ondersteuning. Op de bovenstaande onderdelen wordt op dit moment een kleine positieve afwijkingen verwacht. Het effect van de coronapandemie en de bij behorende (gedeeltelijke) lockdown op de Wmo is op dit moment niet exact in te schatten.

Het huidige beeld is dat de coronacrisis niet veel invloed heeft en dienstverlening veelal doorgang vindt met inachtneming van de geldende RIVMmaatregelen. De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor). Op taakveld 6.2 is de toelichting op de gehele prognose wmo te vinden.

Begrotingsmonitor september 2021

13

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

1. 2.

Re-integratie / toeleiding naar werk Personele inzet

Baten

6.5 Arbeidsparticipatie

Lasten

Begroting 2021

(inclusief bandbreedte)

Saldo

€ €

- € - €

-6.668 -1.542

-€ 6.668 -€ 1.542

€ Taakveld 6.5 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

- €

-8.210

-€ 8.210

Taakveld 6.5 - totaal vastgestelde begroting 2021

Ongunstig

-€ 150 €0

Verwacht

€ 207 € 100

Gunstig

€ 450 € 150

€ 307

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Dit taakveld heeft betrekking op re-integratie en het toeleiden naar werk van inwoners die recht hebben op een ondersteuning op grond van de Participatiewet (zie taakveld '6.3 Inkomensregelingen'). Dit betreft ook niet-uitkeringsgerechtigden werkzoekenden en jongeren. Onderdeel van de Participatiewet is dat nieuwe instroom in de sociale werkvoorziening niet langer mogelijk is met ingang van 1 januari 2015. Daarnaast is er een groei van het aantal statushouders binnen de re-integratie. Inwoners die onderdeel uitmaken van deze 'nieuwe doelgroep' worden voortaan ondersteund en begeleid binnen de activiteiten die onderdeel uitmaken van dit taakveld. 1. Re-integratie / toeleiding naar werk Tot de coronacrisis was sprake van een krimpend bestand met een complexere doelgroep. Dit vroeg om gemiddeld meer inzet om uitstroom uit de bijstand te bewerkstelligen. Onder invloed van de coronacrisis gaat de samenstelling van de bijstandspopulatie veranderen, hoewel de verwachtte forse toename vooralsnog is uitgebleven. Het toeleiden van de nieuwe groep mensen naar kansrijke sectoren wordt de uitdaging voor de komende jaren. Tegelijkertijd moet er blijvend aandacht voor en inzet blijven op het weer arbeidsfit maken en de arbeidstoeleiding van de groep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.

Het Werkbedrijf Lelystad heeft mede door de gunstige arbeidsmarktontwikkelingen de laatste jaren elk jaar zo’n 300 personen succesvol naar reguliere arbeid begeleid. Door de huidige (economische) crisis als gevolg van het coronavirus is het absorptievermogen van de arbeidsmarkt vanaf het tweede kwartaal van 2020 sterk afgenomen. Desondanks heeft het Werkbedrijf in 2020 circa 217 mensen weten te plaatsen. In het eerste kwartaal van 2021 heeft het Werkbedrijf 60 mensen geplaatst. Vanaf mei 2021 is de vraag naar personeel van het Werkbedrijf, in overeenstemming met het snelle economische herstel sterk gestegen. Tot en met 1 augustus 2021 zijn er 229 plaatsingen gerealiseerd. Het mobiliseren van het nog niet participerende deel van de beroepsbevolking in de stad wordt steeds urgenter om aan de stijgende vraag naar arbeid te voldoen. De maatregelen in het kader van de crisis en herstelmaatregelen jeugdwerkloosheid worden naar verwachting in 2022 geimplementeerd. Wat verder nog speelt is een recente uitspraak van de Hoge Raad met betrekking tot de btw die drukt op re-integratietrajecten. De vraag die voorlag was of gemeenten op dit vlak handelen vanuit het collectieve belang (minder uitkeringsgerechtigden) of dat deels sprake is van individuele verstrekkingen.

De btw die betrekking heeft op individuele verstrekkingen is namelijk uitgesloten van compensatie via het Btw compensatiefonds. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat sprake is van een collectief belang, waardoor de btw op re-integratietrajecten volledig voor compensatie in aanmerking komt. Voor 2021 levert dit een eenmalig voordeel van €150.000 euro op. De structurele doorwerking is opgevangen via de kadernota 2022 - 2025. Behoudens bovenstaande ontwikkelingen worden er verder geen grote financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting verwacht. De inhoudelijke (uitstroom)doelstellingen uit de Participatienota lijken op basis van het zichtbare economische herstel vanaf het tweede kwartaal zeer waarschijnlijk gerealiseerd te gaan worden.

Begrotingsmonitor september 2021

14

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

1. 2. 3.

€ Woningaanpassingen, woondiensten, e.d. € Scootmobielen € Rolstoelen e.d. Taakveld 6.6 - totaal vastgestelde begroting 2021 € Taakveld 6.6 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

Baten

6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)

Lasten

Begroting 2021

(inclusief bandbreedte)

Saldo

- € -1.968 - € -1.291 - € -786

-€ 1.968 -€ 1.291 -€ 786

- €

-€ 4.044

-4.044

Ongunstig

-€ 250 -€ 557 -€ 100

Verwacht

€ 176 -€ 440 -€ 35

Gunstig

€ 350 -€ 357 €0

-€ 299

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld heeft betrekking op de verstrekking van materiële voorzieningen, die op basis van een beschikking worden verstrekt. Het gaat hierbij om woningaanpassingen, rolstoelen en scootmobielen maar ook om woondiensten, verhuiskosten en overige hulpmiddelen. Deze verstrekkingen op basis van de Wmo zorgen ervoor dat mensen met beperkingen zelfstandig kunnen blijven functioneren. Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2020 onderdeel Wmo dat, met inachtneming van de door de raad vastgestelde Aanpak Sociaal Domein, ook in 2021 van toepassing is. Met de vaststelling van de Aanpak Sociaal Domein is er sprake van een noodzakelijke koerswijziging en de introductie van 'Het Nieuw Lelystads Peil'. De financiële kaders 2021-2024 zijn als bijlage opgenomen in de Programmabegroting 2021-2024. De inzet van maatwerkvoorzieningen wordt versoberd, maar de voorzieningen blijven beschikbaar voor inwoners voor wie het gebruik noodzakelijk is. 1., 2. en 3. Woningaanpassingen, woondiensten, scootmobielen en rolstoelen, e.d.

De raad is de afgelopen jaren via de reguliere cyclus geïnformeerd dat het gebruik van deze voorzieningen toeneemt. Als oorzaken hiervan worden gezien de invoering van het abonnementstarief waarvan een aanzuigende werking uit gaat alsook de verdere vergrijzing en extramuralisering. Daarnaast zijn er vaker relatief duurdere woningaanpassingen doordat een passende andere woning moeilijk gevonden kan worden door krapte op de woningmarkt. Er wordt hierbij overigens steeds gezocht naar de goedkoopste adequate oplossing en vastgehouden aan het primaat van verhuizen. Met het vaststellen van de Aanpak Sociaal Domein zal per 2021 ook bij hulpmiddelen zoals scootmobielen nog stringenter gezocht worden naar de goedkoopste adequate oplossing en mogelijkheden om het gebruik terug te dringen. Het gaat hier om open einderegelingen, wat maakt dat de daadwerkelijke realisatiecijfers op deze onderdelen niet exact zijn in te schatten. Om deze reden worden bandbreedtes gehanteerd voor eventuele afwijkingen. De uitgaven voor woningaanpassingen kunnen met name sterk fluctueren door de grotere woningaanpassingen met een incidenteel karakter. Op basis van de huidige gegevens wordt hier een negatief resultaat van €449.000 verwacht. Hiernaast is er een positief afwikkelingsverschil uit 2020 van ongeveer € 150.000. Per saldo gaat dit om een negatief resultaat van € 299.000 in 2021.

In de aanpak Sociaal Domein is er een taakstelling opgenomen van €375.000 op dit onderdeel. De implementatie van deze maatregelen kent een langere aanloopfase waardoor de effecten nog niet zichbaar zijn. Het college maakt zich hard om de bezuinigingen door te zetten in 2022 en daarmee de beoogde effecten te realiseren. Het effect van de coronapandemie en de bij behorende (gedeeltelijke) lockdown op de Wmo is op dit moment niet exact in te schatten. Het huidige beeld is dat de coronacrisis niet veel invloed heeft en dienstverlening veelal doorgang vindt met inachtneming van de geldende RIVM-maatregelen. De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor). Op taakveld 6.2 is de toelichting op de gehele prognose wmo te vinden.

Begrotingsmonitor september 2021

15

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9

Jeugd- en Gezinsteam / Gemeentelijke Jeugdhulp met verblijf Hoogspecialistische hulp (LTA) Jeugd-GGZ Begeleiding en behandeling Niet gecontracteerde zorg Persoonsgebonden budget (PGB) Regie en administratie Personele inzet

Baten

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

Lasten

Begroting 2021

€ € € € € € € € €

Taakveld 6.72 - totaal vastgestelde begroting 2021

€ Taakveld 6.72 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

-

(inclusief bandbreedte)

Saldo

€ € € € € € € € €

-4.139 -9.000 -1.000 -5.200 -8.472 -600 -400 -1.000 -334

-€ 4.139 -€ 9.000 -€ 1.000 -€ 5.200 -€ 8.472 -€ 600 -€ 400 -€ 1.000 -€ 334

- €

-30.145

-€ 30.145

Ongunstig

Verwacht

-€ 500 -€ 1.000 €0 -€ 3.000 € 500 -€ 900 -€ 200 -€ 250 -€ 250

€0 -€ 214 € 175 -€ 2.000 € 1.300 -€ 400 € 200 €0 -€ 115

Gunstig

€0 € 1.000 € 250 -€ 1.000 € 1.500 €0 € 250 € 250 €0

-€ 1.054

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Jeugdwet hebben gemeenten met ingang van 2015 diverse verantwoordelijkheden op het gebied van de Jeugdzorg. Samen met taakveld 6.82 Geëscaleerde zorg 18- wordt er efficiente en passende ondersteuning geboden aan jeugdigen en gezinnen, zodat zij zelfstandig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. De benodigde ondersteuning wordt tijdig en nabij geboden, zo zwaar als nodig en lichter zodra het kan. Naast deze inhoudelijke doelstellingen, is het betaalbaar houden van de jeugdzorg een belangrijk speerpunt. In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die horen bij de gemeentelijke toegang tot jeugdzorg en bij de vormen van jeugdhulp die door de gemeente als individuele (niet vrij toegankelijke) voorziening worden aangemerkt. De raad heeft met de Aanpak Sociaal Domein aanvullende kaders vastgesteld, op basis waarvan de begroting 2021 en verder is aangepast. In bijlage 2 van de programmabegroting 2021 - 2024 staan deze financiële kaders in tabelvorm opgenomen. Op basis van de meest recente realisatiecijfers van 2020 en Q2 van 2021 wordt een tekort verwacht van € 1.054.000 t.o.v. de begroting.

In deze prognose is er echter wel sprake van aanzienlijke bandbreedtes, die verband houden met onzekerheden op het gebied van: - Doorwerking coronacrisis (zowel wat betreft de kostenontwikkeling als de mate waarin compensatie wordt geboden); - Claim risico dossier jeugdhulp met verblijf; - Samenloop ambulante jeugdhulp met jeugdhulp met verblijf; - Doorontwikkeling rendement toetser. Verder zijn de extra middelen die we van het rijk ontvangen voor de jeugdzorg nog niet verwerkt. De raad zal kort na het reces een uitgewerkt voorstel ontvangen voor de inzet van de aanvullende middelen in 2021 en 2022. De lasten binnen dit taakveld hebben betrekking op: 1. Jeugd en Gezinsteam / gemeentelijke toegang jeugdzorg Met het vaststellen van de Aanpak Sociaal Domein heeft de raad besloten om per 1 juli 2021 de toegang en regie van de jeugdzorg te beleggen bij een gemeentelijke BV. Het huidige Jeugd- en Gezinsteam voert deze taken uit tot 1 juli 2021. Samen met het gezin wordt bepaald wat de ondersteuningsbehoefte is, waarbij de professionals op het juiste moment zwaardere -of juist lichtere- hulp kunnen inzetten. Het nieuwe toegangsteam richt zich nog meer op het normaliseren van de hulpvraag en krijgt o.a. de opdracht om trends en ontwikkelingen in maatwerkvoorzieningen te monitoren, zodat deze maatwerkvoorzieningen omgebogen kunnen worden naar specifieke voorzieningen in de basis. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=e85a2d11-c96b-4823-845b-a569c372db7d