Begrotingsmonitor januari 2022
Tekst van het document
Begrotingsmonitor Januari 2022 -Prognoses -Bandbreedtes 1.
INLEIDING ....................................................................................................................2
2.
TAAKVELDEN – INGESCHATTE AFWIJKINGEN 2022 .........................................................3
3.
NADELIGE EFFECTEN CORONACRISIS EN ZICHT OP COMPENSATIE ................................17
4.
RESUMÉ ....................................................................................................................18
Begrotingsmonitor januari 2022
1
1.
Inleiding
Externe ontwikkelingen raken tal van taken van de gemeente. Het is hierbij van belang onderscheid te maken tussen: 1. Begrotingsonderdelen waarvan we de resultaten direct zelf kunnen beïnvloeden (bijvoorbeeld de uitgaven aan het sportbeleid en het beheer en onderhoud) en; 2. Begrotingsonderdelen waarvan het heel moeilijk, of niet mogelijk is, resultaten direct zelf te beïnvloeden (zoals bijvoorbeeld inkomsten uit bouwleges, open einde regelingen en de algemene uitkering uit het gemeentefonds). De eerste categorie begrotingsonderdelen vereisen reguliere begrotingsdiscipline, de tweede categorie begrotingsonderdelen vormen een risico. De rekeningresultaten in de afgelopen jaren werden dan ook voor het overgrote deel veroorzaakt door afwijkingen binnen begrotingsonderdelen uit deze tweede categorie. Begrotingsmonitor als instrument Om grip te krijgen op de sterke financiële schommelingen is een aantal jaren geleden het instrument begrotingsmonitor ontwikkeld. De achterliggende gedachte achter dit instrument was om een duiding te geven over die begrotingsonderdelen waarvan de financiële realisatiecijfers niet- of slecht beïnvloed kunnen worden.
Voor die begrotingsonderdelen waarvan de resultaten wel direct beïnvloed kunnen worden zijn op voorhand namelijk geen grote afwijkingen te verwachten (overigens worden afwijkingen groter dan €150.000 altijd gerapporteerd en toegelicht in de jaarrekening). Van deze in totaal 53 taakvelden zijn er in de programmabegroting 2022 - 2025 in totaal 13 taakvelden aangewezen waarop driemaal per begrotingsjaar gerapporteerd zal worden in de begrotingsmonitor. Deze taakvelden zijn geselecteerd omdat het lastig is de financiële resultaten ervan direct zelf te beïnvloeden en omdat de financiële effecten significant kunnen zijn. Deze begrotingsmonitor geeft een financiële tussenstand van het lopende begrotingsjaar: ongeveer 40% van de gemeentelijke lasten en 75% van de gemeentelijke baten maken onderdeel uit van één van deze 13 taakvelden. Verwachte afwijkingen en bandbreedtes De ontwikkelingen binnen de 13 geselecteerde taakvelden worden in hoofdstuk twee vertaald naar financiële bandbreedtes, waarbij een antwoord wordt gegeven op de volgende vragen: A. De begrotingsstand 2022 (wat zijn de begrote baten en lasten binnen dit taakveld?) B.
Wat zijn de financiële bandbreedtes waarbinnen het taakveld zich mogelijkerwijs zou kunnen bewegen? ▪ Meest gunstige afwijking ten opzichte van de begroting; ▪ Verwachte afwijking (is de begroting 2022 nog actueel of al achterhaald?); ▪ Meest ongunstige afwijking ten opzichte van de begroting. De kans dat het meest ongunstige scenario zich voor ieder afzonderlijk onderdeel tegelijkertijd voor zal doen is nihil. Deze bandbreedtes zijn dan ook eigenlijk niet bedoeld om bij elkaar op te tellen, maar dragen alleen bij om een gevoel te krijgen bij de inhoud en welke kant het op zou kunnen gaan binnen een specifiek taakveld. De verwachte afwijkingen resulteren in een geprognosticeerd rekeningresultaat 2022, welke in hoofdstuk 4 wordt samengevat in tabelvorm. Doorwerking coronacrisis op het rekeningresultaat 2022 De coronacrisis heeft een direct effect op het verwachte rekeningresultaat 2022. Het uitgangspunt zoals ook verwoord in de programmabegroting 2021 – 2024 is dat de beschikbaar gestelde compensatie vanuit de Rijksoverheid in principe leidend is. Binnen de 13 uitgelichte taakvelden wordt ingegaan op de mogelijke doorwerking van de coronacrisis, daar waar dit van toepassing is.
Hoofdstuk drie biedt inzicht in de lopende onderhandelingen met het Rijk en de laatste stand van zaken omtrent de compensatie van hogere kosten- en lagere inkomsten als gevolg van de corona gerelateerde maatregelen.
Begrotingsmonitor januari 2022
2
2. Taakvelden – ingeschatte afwijkingen 2022 Bedragen x €1.000
Afwijking ten opzichte van begroting 2022
Begroting 2022 Lasten
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Saldo
€ -1.838 € -100 € 1.449 € 1.067 € -4 € -6
-€ 1.838 -€ 100 € 1.449 € 1.067 € 596 € 223
Baten
0.5 Treasury € Rente lang € Rente kort € Interne rentedekking - algemeen € Interne rentedekking - grondbedrijf (BIE) € Deelnemingen € Overig € Taakveld 0.5 - totaal vastgestelde begroting 2022 Taakveld 0.5 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
600 229
(inclusief bandbreedte)
829 €
568
Ongunstig
-€ 300 € 100 €0 -€ 215 -€ 50 €0
Verwacht
-€ 115 € 150 €0 €0 €0 €0
Gunstig
-€ 50 € 200 €0 € 280 € 200 €0
€ 1.397 € 35
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
1. Rente lang (betaald over leningen met een looptijd langer dan één jaar De kapitaalmarktrente (10-jaars vast) bedraagt momenteel 0,50%. Dit is het tarief waarop de gemeente een financiering kan aantrekken voor langere termijn. De verwachting is dat deze rente zich gedurende 2022 tussen de 0,20% en 1,00 % zal bewegen. Er wordt op dit moment een nadeel van €115.000 verwacht ten opzichte van de begroting. Afhankelijk van de precieze (her)financieringsbehoefte in 2022 wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte: een nadeel van €300.000 ten opzichte van de begroting in het meest ongunstige geval en een nadeel van €50.000 ten opzichte van de begroting in het meest gunstige geval. Bij de begroting zijn we er vanuit gegaan dat er in 2022 geen langlopende financieringsbehoefte is. 2. Rente kort (betaald over leningen met een looptijd korter dan één jaar) De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in 2021 haar ruime monetaire beleid gecontinueerd teneinde de tegenvallende voorspellingen voor economische groei en inflatie te bestrijden. De herfinancieringsrente is in 2021 ongewijzigd gebleven op 0,00%. De depositorente, de rente die de ECB vergoedt op tegoeden die banken bij de ECB aanhouden, is eveneens ongewijzigd op -0,50%. De ECB bevindt zich in een lastig parket.
Enerzijds moet de bank de inflatie in toom houden en aan de andere kant willen de centrale bankiers met hun rentebeleid de economie stimuleren. De geldmarktrente (driemaands euribor) is op dit moment -0,53%. Dit is het tarief waarop de gemeente kort geld kan aantrekken en uitzetten. De verwachting is dat deze rente in 2022 stabiel zal blijven, wat in een voordeel van €150.000 ten opzichte van de begroting zal resulteren. Afhankelijk van de rente ontwikkelingen wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte in 2022: een voordeel van €100.000 in het meest ongunstige geval en een voordeel van €200.000 ten opzichte van de begroting in het meest gunstige geval. 3. Interne rentedekking - algemeen De op de balans geactiveerde activa worden rechtstreeks aan de specifieke taakvelden toegerekend via de componenten rente-en afschrijvingslasten. Deze aan taakvelden toegerekende rentelasten kent als tegenhanger de interne rentedekking, die voor een dienovereenkomstig bedrag terugkomt binnen dit taakveld. 4. Interne rentedekking - grondbedrijf (BIE) Het interne rentepercentage dat gehanteerd wordt bij de rentetoerekening aan de bouwgronden in exploitatie (BIE) is voor 2022 vastgesteld op 1,25% (gerekend over de begrote boekwaarde van €85.339.578 per 1/1/2022). Bij de jaarrekening 2022 vindt de feitelijke nacalculatie plaats op basis van A.
daadwerkelijke betaalde rentelasten over de gehele leningenportefeuille, B. de daadwerkelijke boekwaarde van het onderhanden werk per 1/1/2022 C. de verhouding tussen vreemd vermogen en totaal vermogen per 1/1/2022. De boekwaarde per 1/1/2022 wordt ingeschat op circa €86 miljoen. Op dit moment wordt er als gevolg van deze geringe afwijking van de boekwaarde geen afwijking verwacht. Afhankelijk van de rente ontwikkelingen en de werkelijke boekwaarde bij de jaarrekening 2021, wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte: in het meest ongunstige geval een nadeel van afgerond €215.000 ten opzichte van de begroting en een voordeel van afgerond €280.000 in het meest gunstige geval. 5. Deelnemingen De gemeente Lelystad heeft voor Alliander een dividendopbrengst begroot voor 2022 van €420.000. De dividendopbrengst is afhankelijk van het financieel resultaat van Alliander over 2021. Bij de aandeelhoudersvergadering dit voorjaar zal bekend worden hoeveel het dividend exact bedraagt. Naast deze dividendopbrengsten is er tevens een garantstellingsprovisie begroot van HVC (€ 180.000). De bandbreedte laat in het meest ongunstige geval een nadeel van €50.000,- ten opzichte van de begroting zien en in het meest gunstige geval een voordeel van €200.000. 6. Overig Dit betreft overige rentebaten, beheerkosten en dergelijke. Geen afwijkingen voorzien.
Begrotingsmonitor januari 2022
3
Bedragen x €1.000
Lasten
Begroting 2022 Baten
Algemene uitkering en 0.7 overige uitkeringen gemeentefonds
Afwijking ten opzichte van begroting 2022 (inclusief bandbreedte)
Saldo
Ongunstig
1. 2. 3. 4.
€ 151.011 € - € 151.011 Algemene uitkering € 13.942 € € 13.942 ICL uitkering € 14.368 € € 14.368 Decentralisatie- en integratie uitkeringen € - € €0 Taakgerelateerde mutaties € 179.321 € - € 179.321 Taakveld 0.7 - totaal vastgestelde begroting 2022 5. Taakgerelateerde mutaties gemeentefonds neutraliseren via lastenkant (4) Taakveld 0.7 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
-€ 4.000 -€ 500 €0 € 1.290
Verwacht
€0 €0 €0 € 1.290
Gunstig
€ 4.000 € 500 €0 € 1.290
-€ 1.290 €0
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
De algemene uitkering en de overige uitkeringen uit het gemeentefonds zijn voor 2022 begroot op ruim €179,3 miljoen en vormen daarmee meer dan de helft van de totale gemeentelijke inkomsten. Gemeenten worden drie maal per jaar geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de gemeentefondsuitkeringen, via de mei-, september- en decembercirculaire. De bedragen die in de begroting 2022 zijn opgenomen zijn gebaseerd op de informatie uit de septembercirculaire 2021. Sindsdien is de decembercirculaire 2021 nog gepubliceerd. De decembercirculaire is primair bedoeld ter afronding van het lopende boekjaar en bevat een aantal taakgerelateerde mutaties, die meerjarig doorlopen. Het voorstel aan de raad om deze middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering is op dit moment in voorbereiding. Zie verdere toelichting onder punt 5. 1. Algemene uitkering Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via een groot aantal maatstaven, een aan deze maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (dit is een zogeheten vermenigvuldigingsfactor die voor alle gemeenten gelijk is). Die drie zijn aan verandering onderhevig en iedere circulaire geeft informatie over de wijzigingen en de uitwerking hiervan op de hoogte van de te ontvangen algemene uitkering uit het gemeentefonds.
De decembercirculaire 2021 bevat geen nieuwe doorrekening van de ontwikkeling van de algemene uitkering, wat maakt dat er op dit moment nog geen afwijking ten opzichte van de begroting wordt voorzien. Wel is er sprake van een aanzienlijke bandbreedte. In het meest ongunstige geval zal de hoogte van de algemene uitkering zo'n €4 miljoen lager uitvallen in vergelijking met de begroting. Bijvoorbeeld doordat de rijksbestedingen gedurende het jaar sterk achterblijven bij de oorspronkelijke inschattingen, waardoor gemeenten automatisch mee 'de trap af' zullen gaan. Een andere variabele die een effect kan hebben is het BTW compensatiefonds: indien gemeenten in gezamenlijkheid meer declareren dan het vastgestelde plafond zal dit leiden tot een uitname uit het gemeentefonds. Het is tot slot ook mogelijk dat de reeds ontvangen algemene uitkering over voorgaande begrotingsjaren naar beneden toe wordt bijgesteld, omdat er nieuwe cijfers beschikbaar zijn. Alleen wanneer al deze ontwikkelingen tegelijk de verkeerde kant op vallen is er sprake van een dergelijk nadelig effect. In het meest gunstige geval zal de hoogte van de algemene uitkering zo'n €4 miljoen hoger uitvallen in vergelijking met de begroting.
De hierboven beschreven variabelen vallen in dat geval tegelijk de goede kant op: de rijksbestedingen vallen hoger uit dan vooraf werd ingeschat, gemeenten declareren minder bij het BTW compensatiefonds in vergelijking met wat werd verwacht en de verrekening over voorgaande jaren pakt positief uit. 2. ICL uitkering Lelystad ontvangt al geruime tijd de zogenaamde Interdepartementale Commissie Lelystad- bijdrage. De evaluatie van deze ICL bijdrage is afgerond en het formele besluit van de minister is gepubliceerd op 1 juni 2018. De bijdrage die de gemeente over 2022 ontvangt zou volgens deze beschikking uitkomen op €13.942.000 en dit is in de begroting 2022 opgenomen. Dit bedrag wordt nog gewijzigd in verband met de toekenning van compensatie voor inflatie (een voordelig effect) en de feitelijke ontwikkeling van het inwoneraantal (nadelig effect). Afhankelijk van deze verrekening zal er per saldo sprake zijn van een voor- danwel nadelig effect ten opzichte van de begroting. 3. Overige uitkeringen In 2022 ontvangt de gemeente nog enkele integratie- en decentralisatie uitkeringen voor een totaalbedrag van €14.368.000. De hoogte van deze uitkeringen wijzigen in principe niet gedurende het lopende begrotingsjaar. Wel kan er een decentralisatie uitkering bijkomen of kan er een aanpassing worden doorgevoerd naar aanleiding van gewijzigde afspraken.
Deze middelen hebben dan vanzelfsprekend een koppeling met de lastenkant van de begroting, waarmee het effect budgetneutraal in de begroting zal worden verwerkt via een separaat voorstel of via de decembernotitie 2022 (zie toelichting op de onderdelen hieronder). Vervolg op de volgende pagina.
Begrotingsmonitor januari 2022
4
Vervolg toelichting
4 /5 . Taakgerelateerde mutaties (en doorvertalen naar de lastenkant van de begroting) De mutaties binnen het gemeentefonds die zijn gerelateerd aan de uitvoering van specifieke taken leiden niet tot een afwijking op het begrote rekeningresultaat 2022. De decembercirculaire 2021 bevat voor jaarschijf 2022 in totaal 8 van dit soort 'taakgerelateerde' mutaties voor een totaalbedrag van €1.290.000. Het uitgangspunt is om de rijksmiddelen die beschikbaar worden gesteld voor een specifiek doel daar volledig op in te zetten. Dit geldt ook de andere kant op, wanneer er een uitname van middelen plaatsvindt; dan worden deze bedragen afgeraamd aan de lastenkant. Het raadsvoorstel om deze middelen in de begroting 2022 beschikbaar te kunnen stellen voor de uitvoering is op dit moment in voorbereiding. In de mei- en septembercirculaire zullen ongetwijfeld nog enkele taakgerelateerde mutaties worden opgevoerd. Het meerjarige effect van deze taakgerelateerde mutaties zal betrokken worden bij het opstellen van de programmabegroting 2023 - 2026. Voor zover deze taakgerelateerde mutaties betrekking hebben op het lopende begrotingsjaar 2022 zal daarvoor een budgetneutraal voorstel worden opgenomen in de decembernotitie 2022.
Bedragen x €1.000
Baten
0.61 OZB woningen
Lasten
Begroting 2022 Saldo
1. 2.
€ 12.131 € Onroerendezaakbelasting woningen € - € -1.622 Uitvoeringskosten € 12.131 € -1.622 Taakveld 0.61 - totaal vastgestelde begroting 2022 Taakveld 0.61 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
3.
Lasten
Baten
Ongunstig
Verwacht
-€ 500 -€ 150
Gunstig
€0 €0
€ 500 €0
€ 10.509 €0
Saldo
€ 14.420 €
-
€ 14.420
€ 14.420 € Taakveld 0.62 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
-
€ 14.420
Onroerendezaakbelasting niet-woningen
Taakveld 0.62 - totaal vastgestelde begroting 2022
(inclusief bandbreedte)
€ 12.131 -€ 1.622
Begroting 2022
0.62 OZB niet-woningen
Afwijking ten opzichte van begroting 2022
Afwijking ten opzichte van begroting 2022 (inclusief bandbreedte) Ongunstig
-€ 500
Verwacht
Gunstig
€0
€ 500
€0
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de waardering van alle onroerende zaken in Nederland. Eigenaren van een onroerende zaak, zoals een woning of een bedrijfspand, ontvangen ieder jaar een WOZ-beschikking van de gemeente. De WOZ-waarde in deze beschikking vormt de grondslag voor het heffen van belasting door de rijksoverheid, gemeenten en het waterschap. Daarnaast wordt de WOZ-waarde op meer terreinen gebruikt, bijvoorbeeld bij het afsluiten van een hypothecaire lening. 1. Onroerendezaakbelasting woningen (T 0.61) Door de implementatie van een nieuw belastingsysteem heeft het team werkzaamheden moeten uitstellen. Het verzenden van de WOZ-beschikkingen staat gepland voor eind februari 2022. De waardering en kwaliteitscontroles van de woningen voor het belastingjaar 2022 is nog in uitvoering. De afspraken met de toezichthouder, om goedkeuring te krijgen voor het verzenden van de WOZ beschikking, zijn gepland. Op basis van de huidige stand van zaken kan er geen nauwkeuriger inschatting gemaakt worden van de opbrengst dan die van de huidige begroting. 2. Uitvoeringskosten Wet waardering onroerende zaken en heffing en invordering gemeentelijke belastingen (T 0.61) Binnen dit taakveld staan de kosten verantwoord die horen bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ).
Daarnaast staan binnen dit taakveld ook de kosten verantwoord die horen bij de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen. Op basis van de huidige stand van zaken kan er geen nauwkeuriger inschatting gemaakt worden dan die van de huidige begroting. 3. Onroerendezaakbelasting niet-woningen (T 0.62) Door de implementatie van een nieuw belastingsysteem heeft het team werkzaamheden moeten uitstellen. Het verzenden van de WOZ-beschikkingen en ozb belastingaanslagen staat gepland voor eind februari 2022. De waardering en kwaliteitscontroles van de niet-woningen voor het belastingjaar 2022 is nog in uitvoering. De afspraken met de toezichthouder, om goedkeuring te krijgen voor het verzenden van de WOZ beschikking, zijn ingepland. Op basis van de huidige stand van zaken kan er geen nauwkeuriger inschatting gemaakt worden dan die van de huidige begroting.
Begrotingsmonitor januari 2022
5
Bedragen x €1.000
Afwijking ten opzichte van begroting 2022
Begroting 2022
Eerstelijnsloket Wmo Uitvoeringskosten Wmo Toeslagenproblematiek Toegang en regie jeugdzorg (JEL BV)
€ € € €
€ Taakveld 6.2 - verwachte afwijking jaarrekening 2022 Taakveld 6.2 - totaal vastgestelde begroting 2022
Lasten
1. 2. 3 4.
(inclusief bandbreedte)
Saldo
€ -1.883 € -1.099 € € -3.300
-€ 1.883 -€ 1.099 €0 -€ 3.300
- € -6.282
-€ 6.282
Baten
6.2 Wijkteams
-
Ongunstig
-€ 200 -€ 200 €0 -€ 300
Verwacht
Gunstig
€0 €0 €0 €0
€ 200 € 200 €0 € 300
€0
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor). Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld is onderdeel van de uitvoering van deze wet en omvat alle loketvoorzieningen en inzet gericht op het versterken van algemene voorzieningen en eigen mogelijkheden en het geleiden naar de juiste vorm van ondersteuning (maatwerkvoorzieningen en - dienstverlening). Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2022, onderdeel Wmo. Met de vaststelling van de Aanpak Sociaal Domein en de introductie van 'Het Nieuw Lelystads Peil' is er sprake van een koerswijziging waarbij de inzet is dat de Wmo wordt uitgevoerd binnen de beschikbare financiële kaders. De financiële kaders 2022-2025 zijn als bijlage opgenomen in de programmabegroting 2022-2025. In algemene zin voorzien we nu geen substantiële afwijkingen voor de Wmo als geheel.
We zien wel een aantal ontwikkelingen die hierop van invloed kunnen zijn zoals de financiele effecten van de doordecentralisatie van beschermd wonen, de aanhoudende coronamaatregelen en de verwachte landelijke herziening van de eigen bijdragen voor de Wmo. In het nieuwe regeerakkoord is opgenomen dat het huidige Wmo-abonnementstarief op de schop gaat. Het nieuwe kabinet wil specifiek voor de huishoudelijke hulp naar een ‘eerlijkere eigen bijdrage met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens'. Wij zullen op korte termijn de taakstelling (besparing van €300.000 oplopend tot €600.000 in relatie tot de draagkrachttoets) nader uitwerken, rekening houdend met de landelijke koerswijziging wat betreft de eigen bijdragen (zie ook taakveld 6.71). 1. Eerstelijnsloket Wmo Er zijn binnen de Wmo middelen gereserveerd voor de Sociaal Wijkteams en voor allerlei basisvoorzieningen. Er wordt een diversiteit aan activiteiten uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld de inrichting van de Sociaal Wijkteams, de inzet van MEE ten behoeve van de Sociaal Wijkteams/jeugdhulp, de inzet van buurtkamers, mantelzorgondersteuning en ondersteuning van vrijwilligerswerk. 2. Uitvoeringskosten Wmo / sociaal domein Het gaat hier om diverse ambtelijke inzet, mediation, ICT en dergelijke ten behoeve van de Wmo.
Hiervoor is een financiële bandbreedte gehanteerd, die wordt ingeschat op €200.000 voordelig in het meest gunstige geval en €200.000 nadelig in het meest ongunstige geval. Het beroep op het ambtelijk apparaat is zowel kwalitatief als kwantitatief omvangrijk. We hebben grote ambities en opgaven voor de stad, zoals Lelystad Next Level, Integrale Gebiedsaanpak Lelystad Oost (IGLO) en het ontwikkelen van een Maatschappelijke Agenda voor de komende jaren. Voor 2022 is de verwachting nu dat het resultaat op de bedrijfsvoering op het sociaal (economisch) domein neutraal zal zijn. Door de grote opgaven binnen het sociaal domein is er een kans dat alsnog gedurende het jaar een afwijking op de begroting ontstaat; om deze reden zijn bandbreedtes opgenomen. 3. Toeslagenproblematiek De gemeenten is in de ontwikkelingen rondom de Toeslagenaffaire gevraagd ondersteuning te verlenen aan en vorderingen kwijt te schelden van gedupeerden. Eind juni 2021 heeft het college besloten, vooruitlopend op wetgeving, vorderingen van gedupeerden kwijt te schelden. In december 2021 zijn er twee nieuwe ministeriële regelingen (SPUK) vastgesteld en gepubliceerd, die de compensatie van kwijtschelding in het sociaal domein en het belastingdomein regelen. Daarnaast is er een extra specifieke uitkering voor de ondersteuning van gedupeerden gekomen. Voor ondersteuning is nu € 253.116,22 als voorschot uitgekeerd.
De bestedingsperiode loopt tot en met 2025. Conform wet- en regelgeving wordt de toeslagenproblematiek nu opgenomen in taakveld 6.2 wijkteams. De ondersteuning en kwijtschelding van vorderingen van gedupeerden kan ook andere taakvelden binnen de gemeentelijke begroting raken. 4. Toegang en regie jeugdzorg - Jeugd Lelystad (JEL) Onder dit taakveld valt ook de toegang en regie naar specialistische jeugdhulp vanuit de Jeugdwet. Deze taken zijn per 1 juli 2021 belegd bij JEL. Omdat JEL niet zelf hulp verleent, passen de kosten voor JEL niet meer onder taakveld 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- en is het overgeheveld naar dit taakveld. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat de realisatie substantieel af zal wijken van de begroting.
Begrotingsmonitor januari 2022
6
Bedragen x €1.000
Afwijking ten opzichte van begroting 2022
Begroting 2022
1. Bijstandsuitkeringen (verstrekkingen) € 2. Bijstandsuitkeringen (rijksbijdrage) € 3. Kwijtschelding en kwijting € 4. Armoedebeleid € 5. Bijstand zelfstandig € 6. Overig € Taakveld 6.3 - totaal vastgestelde begroting 2022 € Taakveld 6.3 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
34.379 394 450 2.539 37.762
(inclusief bandbreedte)
Lasten
Baten
6.3 Inkomensregelingen
Saldo
€ -33.149 € € -1.504 € -4.686 € -1.292 € -7.630 € -48.261
-€ 33.149 € 34.379 -€ 1.504 -€ 4.292 -€ 842 -€ 5.091 -€ 10.499
Ongunstig
-€ 1.000 -€ 2.500 -€ 100 -€ 500 -€ 500 -€ 50
Verwacht
Gunstig
€ 1.300 -€ 1.300 €0 €0 €0 €0
€ 2.500 -€ 500 € 100 € 500 € 500 € 50
€0
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
Op basis van de Participatiewet heeft de gemeente de wettelijke taak om uitkeringen te verstrekken aan inwoners die tijdelijk niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, in de periode dat zij geen ander of onvoldoende inkomen hebben. Samen met andere vormen van inkomensregelingen, zoals bijzondere bijstand en kwijtscheldingen van gemeentelijke heffingen, vormt dit taakveld het grootste onderdeel uit de gemeentebegroting. Er bestaat een duidelijke relatie met de taakvelden 6.4 Begeleide participatie en 6.5 Arbeidsparticipatie. 1. Bijstandsuitkeringen (verstrekkingen) Bijstandsuitkeringen worden verstrekt aan inwoners die recht hebben op een inkomen in het kader van de Participatiewet en de IOAW, gedurende de periode waarin zij nog niet in staat zijn om (volledig) in eigen onderhoud te voorzien. Over heel 2021 was het gemiddelde klantenaantal 2.157 in de reguliere bijstand met een eindstand van 2.079 clienten eind 2021. Het klantaantal kan nog licht wijzigen omdat nog niet alle aanvragen verwerkt zijn. Van januari tot en met december heeft er een daling van het klantenaantal in de reguliere bijstand plaatsgevonden van 5%. In de begroting 2022 is uitgegaan van een uitkeringslast van €33.1 miljoen incl. een loonkostensubsidie (LKS) ter grootte van €1.2 miljoen. Deze raming komt neer op een gemiddeld klantenaantal van 2.160 bij een gemiddelde prijs per uitkering van €15.345,-.
In hoeverre deze aantallen daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden is afhankelijk van diverse factoren en omgeven door onzekerheid. Het exacte moment waarop de lokale instroom in de bijstand af- of toe zal nemen is in de praktijk erg moeilijk te voorspellen. Dit hangt onder andere af van de instroom in de WW en vervolgens de gemiddelde duur van deze WW uitkeringen. Voor 2022 is de verwachting dat de klantenaantallen in de bijstand verder zullen dalen. We zien een steeds grotere vraag naar mensen in bijna alle sectoren. Vanaf 2022 is het aantrekkelijker om meer loonkostensubsidie in te zetten, vanwege de veranderde financieringsmethodiek. Met ingang van 2022 worden gemeenten niet meer via een rekenmodel (het objectief verdeelmodel) gefinancierd voor loonkostensubsidies, maar op basis van de laatst verkende gerealiseerde uitgaven. De inzet van LKS leidt hiermee, voor een groter deel van de doelgroep, tot besparingen in de uitkering. Vooralsnog is de inschatting dat het gemiddelde klantaantal in 2022 uitkomt op 2.043, met een gemiddelde prijs van €15.345,-. De verwachting is daarmee dat de bijstandsverstrekkingen in lijn liggen met de te ontvangen rijksbijdrage. De loonkostensubsidie zal naar verwachting uitkomen op €1.2 miljoen, wat maakt dat de verwachte uitkeringslast uitkomt op €31,4 miljoen.
Dit resulteert is een positieve afwijking ten opzichte van de begroting van €1.3 miljoen. Op het moment is het nog erg onzeker hoe het lopende jaar zich gaat voortzetten. Er wordt daarom gewerkt met brede bandbreedtes. 2. Bijstandsuitkeringen (rijkbijdrage) De gemeente ontvangt een rijksbijdrage voor het verstrekken van de hierboven genoemde bijstandsuitkeringen, op basis van een objectief verdeelmodel. Deze verdeelsystematiek is in de afgelopen jaren (meerdere) malen op de schop gegaan. Met ingang van 2022 worden gemeenten niet meer via een rekenmodel (het objectief verdeelmodel) gefinancierd voor loonkostensubsidies, maar op basis van de laatst verkende gerealiseerde uitgaven. Vanwege deze nieuwe financieringsmethodiek wordt vanaf budgetjaar 2022 binnen het macrobudget een apart deelbudget voor de loonkostensubsidies geraamd. Hiermee is in de begroting zo goed als mogelijk rekening gehouden. In de begroting 2022 is de rijksbijdrage geraamd op € 34.379.183. Op basis van de nieuwe publicatie 'voorlopige budgetten 2022' van de rijksoverheid op 1 oktober 2021 valt de rijksbijdrage zo'n €1,3 miljoen lager uit dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. Rond april 2022 ontvangt de gemeente een nader voolopig budget 2022 en in september 2022 ontvangt de gemeente het definitieve budget voor 2022. Het BUIG budget fluctureert sterk, vanwege landelijke ontwikkelingen.
Er wordt daarom gewerkt met ruime bandbreedtes. 3. Kwijtschelding en kwijting Inwoners die onvoldoende inkomen en/of vermogen hebben komen in aanmerking voor kwijtschelding van de afvalstoffen- en de rioolheffing. Op dit moment is er nog geen aanleiding voor dit onderdeel een afwijking ten opzichte van de begroting te verwachten. Voor wat betreft kwijting (oninbaarheid in verband met faillissement of schuld) geldt dat een prognose lastiger te maken is. Vooralsnog wordt er voor dit onderdeel eveneens geen afwijking ten opzichte van de begroting verwacht. Vervolg op de volgende pagina.
Begrotingsmonitor januari 2022
7
Vervolg toelichting
4. Armoedebeleid De gemeente biedt (financiële) ondersteuning aan inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm binnen het armoedebeleid. Noodzakelijke bijzondere kosten worden vergoed aan inwoners die deze kosten zelf niet kunnen voldoen. De financiële resultaten zijn grotendeels afhankelijk van het beroep dat op de verschillende regelingen gedaan wordt. Het betreft open einde regelingen. De afgelopen jaren is het beroep op bijna alle vormen van bijzondere bijstand in enige mate toegenomen. Gezien deze trend is het budget Armoedebeleid met ingang van 2022 structureel opgehoogd en met deze actualisatie gaan wij op dit moment uit van een neutraal jaarresultaat. De exacte effecten van diverse ontwikkelingen zijn echter lastig in te schatten, zodat in deze prognose wel met ruime bandbreedtes wordt gewerkt. Als gevolg van (de beperkingen rondom) Corona komen bijvoorbeeld steeds meer huishoudens in financiële problemen, waardoor een verdere stijging van het beroep op de reguliere bijzondere bijstand mogelijk is. Daarnaast is niet uit te sluiten dat de trend van een toenemend gebruik zich - los van de coronapandemie - blijft voortzetten. Tot slot heeft het kabinet besloten om huishoudens met energiearmoede - via gemeenten - te ondersteunen. 5. Bijstand zelfstandigen Het ligt in de lijn der verwachting dat het beroep op de BBZ als gevolg van de coronacrisis zal toenemen.
Mede dankzij de steunmaatregelen (o.a. door TOZO) is het aantal faillissementen in 2021 historisch laag. Hoewel het thans onmogelijk is een voorspelling te doen hoe omvangrijk deze stijging zal zijn is het belangrijk de ontwikkeling van het gebruik van de BBZ nauwkeurig te monitoren. 6. Overig (uitvoeringskosten en terugvorderingen) Het beroep op het ambtelijk apparaat is zowel kwalitatief als kwantitatief omvangrijk. Er zijn hoge ambities voor de stad, maar ook de coronapandemie is een uitzonderlijke situatie die veel extra regelingen en maatwerk vraagt. De bedrijfsvoering staat hierdoor onder druk en prioriteiten moeten worden gesteld. Voor 2022 is de huidige verwachting dat het Sociaal (Economisch) Domein qua bedrijfsvoering een neutraal jaarresultaat realiseert. Er is voor de gehele bedrijfsvoering Sociaal (Economisch) Domein in totaal €13.591.138 geraamd (saldo baten en lasten). Door de grote opgaves binnen het sociaal domein waaronder LNL, IGLO, enz. is er een kans dat alsnog gedurende het jaar een afwijking op de begroting ontstaat, om deze reden zijn bandbreedtes opgenomen. Het budget van de terugvorderingen zijn in 2021 bijgesteld, waardoor er nu geen afwijkingen verwacht worden.
Bedragen x €1.000
Afwijking ten opzichte van begroting 2022
1.
Baten
6.4 Begeleide participatie
Lasten
Begroting 2022
(inclusief bandbreedte)
Saldo
Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw)
€
- €
6.467
€ 6.467
Taakveld 6.4 - totaal vastgestelde begroting 2022
€
- €
-6.467
-€ 6.467
Ongunstig
Taakveld 6.4 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
-€ 300
Verwacht
Gunstig
€0
€ 100
€0
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
Met de komst van de Participatiewet zijn de Wet Werk en Bijstand (WWB), een groot deel van de doelgroep die voorheen naar de Wajong zou zijn gegaan en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) samengebracht in één beleidskader. De uitvoering van dit beleidskader komt in de gemeentebegroting terug via drie opeenvolgende taakvelden: - Taakveld 6.3 Inkomensregelingen (het verstrekken van bijstandsuitkeringen aan inwoners die daar recht op hebben) - Taakveld 6.4 Begeleide participatie de sociale werkvoorziening) - Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie (re-integratie / toeleiding naar werk van inwoners die een beroep kunnen doen op ondersteuning arbeidstoeleiding in kader van de Participatiewet. 1. Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) De gemeente geeft uitvoering aan de Wet Sociale Werkvoorziening via de GR IJsselmeergroep waarin ook Noordoostpolder en Urk participeren. Na besluitvorming in de drie gemeenteraden van de deelnemende gemeenten is de organisatievorm van de GR IJsselmeergroep per 01-01-2020 omgezet van openbaar lichaam in een bedrijfsvoering organisatie. De Wsw wordt de komende jaren afgebouwd en dit gebeurt financieel sneller dan de geprognosticeerde afname van het aantal medewerkers binnen de Wsw. Dit zorgt - naast de jaarlijkse krimpende bijdrage per gerealiseerde arbeidsplaats (uitgedrukt in arbeidsjaren) - op middellange termijn voor financiële uitdagingen.
De extra rijksbijdrage in verband met de coronacrisis voor de Wsw sector in 2020 en 2021 heeft er toe bijgedragen dat 2021 naar verwachting met een klein positief resultaat voor de GR IJsselmeergroep kan worden afgesloten. De coronacrisis is nog niet afgerond. De maatregelen die kostenverzwarend zijn voor de exploitatie van Concern voor Werk kunnen naar verwachting door de GR IJsselmeergroep worden opgevangen. Of er ook in 2022 hiervoor een extra bijdrage van het Rijk komt is vooralsnog onbekend.
Begrotingsmonitor januari 2022
8
Bedragen x €1.000
Afwijking ten opzichte van begroting 2022
1. 2.
Re-integratie / toeleiding naar werk Personele inzet
Baten
6.5 Arbeidsparticipatie
Lasten
Begroting 2022
(inclusief bandbreedte)
Saldo
€ €
- € - €
4.909 1.475
€ 4.909 € 1.475
€ Taakveld 6.5 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
- €
-6.383
-€ 6.383
Taakveld 6.5 - totaal vastgestelde begroting 2022
Ongunstig
-€ 300 -€ 50
Verwacht
Gunstig
€0 €0
€ 300 € 50
€0
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
Dit taakveld heeft betrekking op re-integratie en het toeleiden naar werk van inwoners die recht hebben op een ondersteuning op grond van de Participatiewet (zie taakveld '6.3 Inkomensregelingen'). Dit betreft ook niet-uitkeringsgerechtigden werkzoekenden en jongeren. Onderdeel van de Participatiewet is dat nieuwe instroom in de sociale werkvoorziening niet langer mogelijk is met ingang van 1 januari 2015. Daarnaast is er een groei van het aantal statushouders binnen de re-integratie. Inwoners die onderdeel uitmaken van deze 'nieuwe doelgroep' worden voortaan ondersteund en begeleid binnen de activiteiten die onderdeel uitmaken van dit taakveld. 1. Re-integratie / toeleiding naar werk Tot de coronacrisis was sprake van een krimpend bestand met een complexere doelgroep. Dit vroeg om gemiddeld meer inzet om uitstroom uit de bijstand te bewerkstelligen. De verwachte toename door invloed van de coronacrisis van de instroom is grotendeels uitgebleven. Het toeleiden van de nieuwe instroom naar kansrijke sectoren is de uitdaging voor de komende jaren. Tegelijkertijd moet er blijvend aandacht voor en inzet blijven op het weer arbeidsfit maken en de arbeidstoeleiding van de groep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. We hebben het gehele bijstandsbestand in 2021 gescreend en met iedereen gesprekken gevoerd over het perspectief naar werk. In 2022 e.v.
willen we in samenwerking met het MBO en werkgevers uit verschillende branches verder werken aan de ontwikkeling van wijk- en werkleerbedrijven voor de sectoren Zorg, Kinderopvang, Techniek, Bouw- infrastructuur en Logistiek. Voor de installatietechniek zetten we, samen met het MBO en de brancheorganisatie in op kwalificerende opleidingen en traineeships. Met de werkleerbedrijven is hierbij de vraag van werkgevers uitgangspunt voor het begeleiden en arbeid kwalificerend toerusten van de werkzoekenden. We kunnen hiermee beter inspelen op het wegwerken van de mismatch van een groeiende vraag en een toenemend aantal kraptesectoren enerzijds en de mogelijkheden en capaciteiten van de werkzoekenden anderzijds. Het Werkbedrijf Lelystad heeft mede door de gunstige arbeidsmarktontwikkelingen de laatste jaren elk jaar ruim 300 personen succesvol naar reguliere arbeid begeleid. Na een beperkte daling in 2020 is, door de grote en groeiende vraag in bijna alle sectoren, vanaf het eerste kwartaal 2021 het aantal plaatsingen sterk toegenomen. Het Werkbedrijf heeft in 2021 circa 400 mensen weten te plaatsen. Behoudens bovenstaande ontwikkelingen worden er verder geen grote financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting verwacht.
De inhoudelijke (uitstroom)doelstellingen uit de Participatienota lijken dit jaar gerealiseerd te gaan worden, maar de impact van Corona blijft moeilijk in te schatten. 2. Personele inzet Het beroep op het ambtelijk apparaat is zowel kwalitatief als kwantitatief omvangrijk. Er zijn hoge ambities voor de stad, maar ook de coronapandemie is een uitzonderlijke situatie die veel extra regelingen en maatwerk vraagt. De bedrijfsvoering staat hierdoor onder druk en prioriteiten moeten worden gesteld. Voor 2022 is de huidige verwachting dat het Sociaal (Economisch) Domein het jaar neutraal op de bedrijfsvoering. Er is voor de gehele bedrijfsvoering Sociaal (Economisch) Domein in totaal €-13.591.138 geraamd (saldo baten en lasten). Door de grote opgaves binnen het sociaal domein waaronder LNL, IGLO, enz. is er een kans dat alsnog gedurende het jaar een afwijking op de begroting ontstaat, om deze reden zijn bandbreedtes opgenomen.
Begrotingsmonitor januari 2022
9
Bedragen x €1.000
Afwijking ten opzichte van begroting 2022
1. 2. 3.
Baten
6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
Lasten
Begroting 2022
€ Woningaanpassingen, woondiensten, e.d. € Scootmobielen € Rolstoelen e.d. Taakveld 6.6 - totaal vastgestelde begroting 2022 € Taakveld 6.6 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
(inclusief bandbreedte)
Saldo
- € -2.065 - € -1.856 - € -855
-€ 2.065 -€ 1.856 -€ 855
- €
-€ 4.776
-4.776
Ongunstig
-€ 750 -€ 500 -€ 100
Verwacht
Gunstig
€0 €0 €0
€ 750 € 500 € 100
€0
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld heeft betrekking op de verstrekking van materiële voorzieningen, die op basis van een beschikking worden verstrekt. Het gaat hierbij om woningaanpassingen, rolstoelen en scootmobielen maar ook om woondiensten, verhuiskosten en overige hulpmiddelen. Deze verstrekkingen op basis van de Wmo zorgen ervoor dat mensen met beperkingen zelfstandig kunnen blijven functioneren. Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2022. De financiële kaders 2022-2025 zijn als bijlage opgenomen in de Programmabegroting 2022-2025. 1., 2. en 3. Woningaanpassingen, woondiensten, scootmobielen en rolstoelen, e.d. Het nu nog geldende abonnementstarief, de vergrijzing en extramuralisering hebben effect op het gebruik van deze voorzieningen. Daarnaast zijn er vaker relatief dure woningaanpassingen doordat een passende andere woning moeilijk gevonden kan worden door krapte op de woningmarkt. Er wordt hierbij overigens steeds gezocht naar de goedkoopste adequate oplossing en vastgehouden aan het primaat van verhuizen.
Op dit moment worden er geen substantiële afwijkingen ten opzichte van de ramingen voorzien. Het gaat hier evenwel om open einderegelingen, wat maakt dat de daadwerkelijke realisatiecijfers op deze onderdelen niet exact zijn in te schatten. Om deze reden worden bandbreedtes gehanteerd voor eventuele afwijkingen. De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor). Bij taakveld 6.2 is de toelichting op de gehele prognose wmo te vinden.
Begrotingsmonitor januari 2022
10
Bedragen x €1.000
Begroting 2022
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Saldo
€ € € € € € € €
117 450 -
€ -6.944 € -7.663 € -687 € -714 € € -374 € 300 € -996
-€ 6.944 -€ 7.663 -€ 687 -€ 597 € 450 -€ 374 € 300 -€ 996
€
567 € -17.078
-€ 16.511
Baten
Lasten
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ Huishoudelijke ondersteuning Ondersteuning thuis en Dagbesteding Aanvullende ziektenkostenverzekering chronisch zieken Regiotaxi Eigen bijdragen Lokaal transformatiefonds Beschermd Wonen Taakstelling Wmo Projecten e.d. Taakveld 6.71 - totaal vastgestelde begroting 2022 Taakveld 6.71 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
Afwijking ten opzichte van begroting 2022 (inclusief bandbreedte) Ongunstig
-€ 500 -€ 50 -€ 100 -€ 100 -€ 100 -€ 50 €0 -€ 100
Verwacht
Gunstig
€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
€ 1.500 € 50 € 100 € 100 € 100 € 50 €0 € 100
€0
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld heeft betrekking op maatwerkdiensten die worden ingezet voor ouderen, mensen met een fysieke- of verstandelijke beperking en inwoners met psychosociale problematiek die zelfstandig wonen in Lelystad. Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2022. De financiële kaders 2022-2025 zijn als bijlage opgenomen in de programmabegroting 2022-2025. 1. Huishoudelijke ondersteuning In de afgelopen jaren zagen we een aanzienlijke stijging van het gebruik van huishoudelijke ondersteuning als gevolg van de invoering van het abonnementstarief, de vergrijzing en de extramuralisering. De stijging lijkt nu af te vlakken. Vooralsnog voorzien we geen substantiële afwijkingen ten opzichte van de raming (zie verder bij taakveld 6.2 Wmo algemeen). 2. Ondersteuning thuis en dagbesteding Het gaat bij ondersteuning thuis om extra ondersteuning om zelfstandig te kunnen blijven functioneren, zoals ondersteuning op het gebied van structuur, dagritme en praktische hulp bij taken gericht op het bevorderen, behouden en vergroten van zelfredzaamheid.
Het gaat niet om persoonlijke verzorging (zorg aan het lichaam). Ondersteuning thuis is gebiedsgericht ingevuld. Er wordt gewerkt met hoofdaannemers die moeten zorgen voor een breed aanbod. Om alle vormen van ondersteuning te kunnen bieden werken ze samen met andere aanbieders die als onderaannemers worden ingezet. Dagbesteding is beschikbaar voor inwoners met complexe problematiek en een grote begeleidingsbehoefte. Deze taak is per aandachtsgroep ingekocht en ook hier wordt gewerkt met hoofdaannemers. De hoofdaannemers ontvangen een vooraf vastgesteld jaarbudget voor het bieden van maatwerk en passende ondersteuning. Als blijkt dat het aantal cliënten dat gebruik maakt van ondersteuning thuis of dagbesteding meer dan 5% afwijkt van de raming, dan zullen de gemeente en de hoofdaannemer met elkaar in overleg gaan om af te spreken hoe hiermee om te gaan. Het gaat hier om vooraf vastgestelde budgetten zodat de realisatie in principe gelijk is aan de raming. Wel kan er soms sprake zijn van incidentele afwikkelingsverschillen uit voorgaande jaren. 3. Aanvullende ziektekostenverzekering chronisch zieken Deze maatregel is bedoeld voor inwoners met een laag inkomen die als gevolg van hun ziekte/handicap (veel) gebruik moeten maken van allerlei voorzieningen.
Inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum kunnen tegen een gereduceerd tarief een aanvullende verzekering afsluiten. Deze aanvullende verzekering heeft een pakket dat aantrekkelijk is voor mensen met veel kosten als gevolg van een handicap of chronische ziekte. Er worden op dit onderdeel geen substantiële afwijkingen ten opzichte van de raming verwacht. 4. Regiotaxi Vooralsnog wordt er op dit onderdeel geen substantiële afwijking verwacht. Vanwege de diverse onzekerheden zoals doorwerkende coronaeffecten wordt wel een financiële bandbreedte gehanteerd. 5. Eigen bijdragen Het CAK stelt de eigen bijdragen op grond van de Wmo vast en int deze voor gemeenten. Het is nog onduidelijk wanneer het eigen bijdrage beleid wordt aangepast, zoals in het nieuwe Regeerakkoord is opgenomen. Het is daarom nu nog moeilijk in te schatten of dit zal leiden tot een substantiele aanpassing van deze begrotingspost. Gezien deze onzekerheid wordt er wel een bandbreedte gehanteerd. 6. Lokaal transformatiefonds Beschermd Wonen De raad heeft in 2020 het Regionaal Kader Zorglandschap Wmo vastgesteld. Een van de belangrijke randvoorwaarde in dit kader is dat elke gemeente de lokale basis op orde brengt voor mensen met zwaardere GGZ problematiek.
Bijvoorbeeld met een goed welzijnsaanbod, flexible ondersteuning (ook buiten kantooruren), preventie, vroegsignalering, integratie in de wijken en terugvalvoorzieningen dicht bij huis. In regionaal verband is afgesproken dat een deel van de rijksmiddelen die Almere als centrumgemeente ontvangt voor regionale Wmo taken in te zetten voor versterking van het lokale veld. Dit budget wordt ingezet voor lokale projecten zijn gericht op passende ondersteuning voor cliënten die uitstromen uit het Beschermd Wonen en weer (zoveel mogelijk) zelfstandig in de wijk gaan wonen. Op deze post worden geen financiële afwijkingen verwacht. Vervolg op de volgende pagina.
Begrotingsmonitor januari 2022
11
Vervolg toelichting
7. Taakstelling Wmo Komende periode wordt gekeken hoe de oplegde taakstelling ingevuld wordt. Deze taakstelling hangt samen met de door de raad gewenste invoering van een draagkrachttoets binnen de Wmo. Invulling vindt plaats met in achtneming van landelijke ontwikkelingen zoals die rondom het abonnementstarief (zie ook bij taakveld 6.2 Wmo algemeen) 8. Projecten Er vallen diverse projecten onder dit onderdeel. Zo kan er vanuit de Wmo kortdurend verblijf worden ingezet om een mantelzorger of huisgenoten tijdelijk te ontlasten. Ook de kosten van het respijthuis vallen onder de projecten. Daarnaast is er het project 'GGZ in de wijk'. De opname duur in GGZ klinieken is aanzienlijk verkort en ook vanuit beschermd wonen wordt waar mogelijk de lijn richting zelfstandig wonen met begeleiding ingezet. We zien dat er mede hierdoor steeds meer mensen met GGZ problematiek zelfstandig (gaan) wonen in de wijk. Voor veel van deze mensen is ambulante behandeling en begeleiding/ondersteuning nodig. In overleg met de partijen wordt deze problematiek aangepakt en ervoor gezorgd dat deze inwoners op een goede manier zelfstandig in de wijk kunnen wonen en overlast wordt voorkomen. Tot slot kunnen in specifieke situaties, vooral wanneer er sprake is van complexe problematiek, oplossingen nodig zijn die niet binnen het reguliere pakket passen.
Voor deze situaties is budget gereserveerd zodat er ruimte is om te komen tot passende ondersteuning. Op de bovenstaande onderdelen worden op dit moment geen afwijkingen verwacht. De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor). Op taakveld 6.2 is de toelichting op de gehele prognose wmo te vinden.
Begrotingsmonitor januari 2022
12
Bedragen x €1.000
Afwijking ten opzichte van begroting 2022
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Jeugdhulp met verblijf Hoogspecialistische hulp (LTA) Jeugd-GGZ Begeleiding en behandeling Niet gecontracteerde zorg Persoonsgebonden budget (PGB) Regie en administratie
Taakveld 6.72 - totaal vastgestelde begroting 2022
Baten
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
Lasten
Begroting 2022
€ € € € € € € €
€ Taakveld 6.72 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
-
(inclusief bandbreedte)
Saldo
€ -12.039 € -850 € -7.000 € -7.000 € -600 € -400 € -1.300
-€ 12.039 -€ 850 -€ 7.000 -€ 7.000 -€ 600 -€ 400 -€ 1.300 €0
- € -29.189
-€ 29.189
Ongunstig
-€ 1.200 -€ 200 -€ 1.500 -€ 1.500 -€ 400 -€ 100 -€ 200 €0
Verwacht
Gunstig
€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
€ 1.200 € 200 € 1.500 € 1.500 € 100 € 200 € 200 €0
€0
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
Op basis van de Jeugdwet hebben gemeenten met ingang van 2015 diverse verantwoordelijkheden op het gebied van de Jeugdzorg. Samen met taakvelden 6.2 Wijkteams en 6.82 Geëscaleerde zorg 18- wordt er efficiente en passende ondersteuning geboden aan jeugdigen en gezinnen, zodat zij zelfstandig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. De benodigde ondersteuning wordt tijdig en nabij geboden, zo zwaar als nodig en lichter zodra het kan. Naast deze inhoudelijke doelstellingen, is het betaalbaar houden van de jeugdzorg een belangrijk speerpunt. In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die horen bij de vormen van jeugdhulp die door de gemeente als individuele (niet vrij toegankelijke) voorziening worden aangemerkt. De financiele kaders uit de programmabegroting 2022 - 2025 zijn geactualiseerd op basis van de realisatiecijfers van 2021 en het raadbesluit over de extra rijksmiddelen jeugdzorg. De totaal binnen de begroting beschikbare middelen voor jeugdhulp vormen de basis voor deze uitwerking. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat de realisatie substantieel af zal wijken van de begroting. Ook in 2022 zijn er onzekerheden; de belangrijkste zijn: - Doorwerking coronacrisis in klantaantallen en kosten - Wijziging woonplaatsbeginsel - Nacalculatie verblijf 2021 (zgn.
risicodossier) - Afwikkeling vordering samenloop ambulante hulp met verblijf - Na-declaratie ambulante hulp door een aanbieder Deze onzekerheden komen tot uitdruking in de verschillende bandbreedtes, waarbij het mogelijk is dat eventuele mee- en tegenvallers tegen elkaar wegvallen. De lasten binnen dit taakveld hebben betrekking op: 1. Jeugdhulp met verblijf Voor het beschikbaar hebben van deze zorg (pleegzorg, residentiele jeugdhulp en jeugdzorgplus) zijn samenwerkingsafspraken gemaakt op regionaal niveau met de zes Flevolandse gemeenten. Jeugdhulp met verblijf is aanbesteed op basis van een taakgerichte opdracht en bekostiging. De onzekerheid in de prognose komt, omdat de impact van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022 lastig is in te schatten. Ook zijn er risico’s wat betreft de afwikkeling vordering samenloop en een nieuwe nacalculatie verblijf 2021 (zgn. risicodossier). 2. Hoogspecialistische hulp (LTA) Namens gemeenten heeft de VNG afspraken gemaakt met landelijke jeugdhulpaanbieders met een specialistische functie. 3. Jeugd GGZ Deze vorm van jeugdhulp koopt de gemeente voor een groot deel lokaal in. De essentiele/topspecialistische functies voor de jeugd GGZ is op basis van samenwerkingsafspraken met de zes Flevolandse gemeenten regionaal ingekocht. In 2021 was het hoogste tekort in de jeugdzorg op jeugd GGZ.
Door Corona is sprake van zowel een toename van het aantal cliënten als van de kosten per cliënt. Voor 2022 is rekening gehouden met de doorwerking van de Coronacrisis en met wachtlijsten. Ook wordt in 2022 de aanbesteding voor Jeugd GGZ (instellingen) en FACT hervat. Vanwege een bezwaar was deze opgeschort. De verwachting is, dat door de striktere voorwaarden van de nieuwe aanbesteding de kosten voor jeugd GGZ zullen dalen. 4. Begeleiding en behandeling In 2021 is er sprake van kostenreductie door de nieuwe kritische toegang (JEL en JPH) en de nieuwe aanbesteding per 1 juli 2021. De verwachting is dat dit in 2022 zich voortzet. Tegelijkertijd wordt er rekening gehouden met uitgestelde kosten door wachtlijsten en door uitgestelde zorg vanwege coronacrisis. 5. Niet gecontracteerde zorg In sommige individuele situaties biedt de ingekochte zorg niet de passende zorg die nodig is. Dan is er de mogelijkheid om hulp in te zetten van niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. JEL beoordeelt kritisch of niet gecontracteerde zorg nodig is of dat er toch een alternatief voor handen is bij de gecontracteerde zorgaanbieders. Een toe- respectievelijk afname in de realisatie niet gecontracteerde zorg heeft een contra-effect op de kosten van de gecontracteerde zorg. Dit effect doet zich niet voor bij bepalingen van gecertificeerde instellingen.
Indien GI bepaalt dat een bepaalde zorg nodig is, ook al is dit niet gecontracteerd, dan moet de gemeente deze zorg regelen. Vervolg op volgende pagina.
Begrotingsmonitor januari 2022
13
Vervolg toelichting
6. Persoonsgebonden budget (PGB) Jeugd Op het moment dat jeugdigen en ouders in aanmerking komen voor jeugdhulp op basis van een individuele voorziening, kunnen zij kiezen voor zorg in natura of een persoonsgebonden budget. De Jeugdwet stelt ten aanzien van het PGB een aantal beperkende voorwaarden, wat maakt dat er steeds vaker wordt gekozen voor zorg in natura. 7. Regie en administratie De kosten voor de gemeentelijke capaciteit en de administratieve verwerking voor de uitvoering van de Jeugdwet zijn opgenomen in dit onderdeel.
Bedragen x €1.000
Baten
6.82 Geëscaleerde zorg 18-
Lasten
Begroting 2022
1. Jeugdbescherming en -reclassering (JB/JR) € 2. Veilig Thuis € 3. ACH en THV € Taakveld 6.82 - totaal vastgestelde begroting 2022 € Taakveld 6.82 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
-
Saldo
Afwijking ten opzichte van begroting 2022 (inclusief bandbreedte) Ongunstig
€ -3.000 -€ 3.000 € -615 -€ 615 € -180 -€ 180 € -3.795 € -3.795
-€ 300 -€ 100 -€ 100
Verwacht
Gunstig
€0 €0 €0
€ 300 € 100 € 100
€0
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
Op basis van de Jeugdwet hebben gemeenten met ingang van 2015 diverse verantwoordelijkheden op het gebied van de Jeugdzorg. Samen met taakvelden 6.2 Wijkteams en 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- wordt er efficiente en passende ondersteuning geboden aan jeugdigen en gezinnen, zodat zij zelfstandig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. De benodigde ondersteuning wordt tijdig en nabij geboden, zo zwaar als nodig en lichter zodra het kan. Naast deze inhoudelijke doelstellingen, is het betaalbaar houden van de jeugdzorg een belangrijk speerpunt. In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die horen bij alle vormen van jeugdzorg in het gedwongen kader en maatregelen gericht op de veiligheid van kinderen en jeugdigen. De financiele kaders uit de programmabegroting 2022 - 2025 zijn geactualiseerd op basis van de realisatiecijfers van 2021 en het raadbesluit over de extra rijksmiddelen jeugdzorg. De totaal binnen de begroting beschikbare middelen voor jeugdhulp vormen de basis voor deze uitwerking. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat de realisatie substantieel af zal wijken van de begroting. Er zijn wel bandbreedtes van toepassing. Er is een onzekerheid ten aanzien van de overproductie jeugdbescherming en jeugdreclassering. De meerkosten 2021 zijn al verwerkt in de bijstelling budgetten 2022.
Op dit moment is onduidelijk of de extrapolatie van het kostenniveau 2021 toereikend is. Ook zijn er onzekerheden vanwege de mate waarin de coronacrisis een doorwerking gaat hebben op de activiteiten die worden uitgevoerd binnen dit taakveld. De lasten binnen dit taakveld hebben betrekking op: 1. Jeugdbescherming en - reclassering (JB/JR) Dit zijn maatregelen die worden opgelegd na uitspraak van de kinderrechter. Voor het beschikbaar hebben van deze zorg zijn samenwerkingsafspraken gemaakt op regionaal niveau met de zes Flevolandse gemeenten. Dit wordt regionaal ingekocht via een meerjarige subsidie voor Samen Veilig. 2. Veilig Thuis (advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling) Voor de bekostiging van Veilig Thuis zijn regionale afspraken gemaakt met de zes Flevolandse gemeenten. De kosten worden gedeeltelijk gedekt uit de middelen jeugdhulp. De overige dekking komt uit de regionale Wmo-middelen. 3. Ambulante Crisishulpverlening (ACH) en kindhulp bij Tijdelijk Huisverbod (THV) Vanaf 2020 koopt Lelystad samen met de andere Flevolandse gemeenten deze taken in bij Vitree via een subsidie. ACH heeft als doel om zo snel mogelijk in een crisissituatie te intervenieren binnen het gezin om de veiligheid van de kinderen te vergroten en het thuis (blijven) wonen te bevorderen.
Kindhulp bij THV biedt de mogelijkheid om in een noodsituatie te voorzien in een afkoelingsperiode waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht en escalatie kan worden voorkomen.
Begrotingsmonitor januari 2022
14
Bedragen x €1.000
Afwijking ten opzichte van begroting 2022
1. 2. 3
Baten
8.3 Wonen en bouwen
Lasten
Begroting 2022
(inclusief bandbreedte)
Saldo
Inkomsten omgevingsvergunningen Uitvoeringskosten Wabo, wonen, ed Inkomsten windplanblauw
€ € €
1.680 € - € -3.049 - € -
€ 1.680 -€ 3.049 €0
Taakveld 8.3 - totaal vastgestelde begroting 2022
€
1.680 € -3.049
-€ 1.369
Ongunstig
Taakveld 8.3 - verwachte afwijking jaarrekening 2022
€ 1.900 -€ 50 € 465
Verwacht
€ 2.400 €0 € 465
Gunstig
€ 2.900 € 50 € 465
€ 2.865
Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes
Op basis van de Woningwet en de Huisvestingswet hebben gemeenten diverse wettelijke taken uit te voeren op het gebied van wonen en bouwen. Zo moeten gemeenten beschikken over een actueel en vastgesteld woonbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van een woonvisie. Daarnaast schrijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gemeenten voor hoe om te gaan met de omgevingsvergunningen voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. In dit taakveld zijn de baten en lasten opgenomen die hiermee samenhangen. 1. Inkomsten omgevingsvergunningen In de programmabegroting 2022 - 2025 zijn de begrote legesinkomsten uit omgevingsvergunningen bijgesteld naar €1.680.000. Momenteel zijn er 22 vergunningaanvragen in procedure waarvan de verwachte legesopbrengst ca. €2,2 mln. bedraagt. Daarnaast worden er nog aanvragen verwacht voor enkele grote bouwprojecten. In deze begrotingsmonitor wordt op basis van de nu bekende informatie een bandbreedte aangehouden ter grootte van €1.000.000. Deze bandbreedte wordt vooral beïnvloed door de onzekerheid over het doorgang vinden van enkele projecten en de fasering van grote projecten die mogelijk deels in 2022 en 2023 worden gerealiseerd. 2. Uitvoeringskosten omgevingsvergunningen, wonen, wijkontwikkeling, bewonersinitiatieven Binnen dit taakveld wordt onder andere uitvoering gegeven aan de Wabo.
De gemeente heeft hierbij diverse wettelijke taken op het gebied van omgevingsvergunningverlening, zoals constructieve veiligheid, ruimtelijke inpasbaarheid, waarbij rekening wordt gehouden met milieuaspecten. Daarnaast wordt binnen dit taakveld invulling gegeven aan de beleidsterreinen wonen, wijkontwikkeling en het faciliteren van bewonersinitiatieven. De met de uitvoering van deze taken gemoeide kosten worden enerzijds bepaald door personeelskosten en anderzijds door de voor dit doel beschikbare incidentele budgetten (het gaat dan bijvoorbeeld om een budget voor ondersteuning van initiatieven op het gebied van stedelijke vernieuwing en een budget voor bewonersinitiatieven). Volgens de op dit moment bekende informatie, zullen zich geen grote afwijkingen t.o.v. de begroting voordoen. 3. Inkomsten Windplanblauw In de begroting 2019 waren er incidentele inkomsten begroot ter grootte van €1.400.000, voortvloeiend uit de verwachte realisatie van Windplanblauw. Er is een vertraging opgetreden in het proces in verband met radar en luchtvaart, alsmede onderzoeken naar de fuut. Deze begrote inkomsten zijn derhalve niet gerealiseerd in 2019. Op dit moment beschikt Windplanblauw over de juiste 'papieren' om de windturbines te mogen bouwen. De werkzaamheden voor het gedeelte 'op land' zijn reeds aanbesteed en in uitvoering.