CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Begrotingsmonitor januari 2021

Raadsvergadering 23 maart 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 50. Begrotingsmonitor januari 202111.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begrotingsmonitor Januari 2021 -Prognoses -Bandbreedtes 1.

INLEIDING ....................................................................................................................2

2.

TAAKVELDEN – INGESCHATTE AFWIJKINGEN 2021 .........................................................3

3.

NADELIGE EFFECTEN CORONACRISIS EN ZICHT OP COMPENSATIE ................................17

4.

RESUMÉ ....................................................................................................................20

Begrotingsmonitor januari 2021

1

1.

Inleiding

Externe ontwikkelingen raken namelijk tal van taken van de gemeente, waarbij het van belang is onderscheid te maken tussen: 1. Begrotingsonderdelen waarvan we de resultaten direct zelf kunnen beïnvloeden (bijvoorbeeld de uitgaven aan het sportbeleid en het beheer en onderhoud) en; 2. Begrotingsonderdelen waarvan het heel moeilijk, of niet mogelijk is, resultaten direct zelf te beïnvloeden (zoals bijvoorbeeld inkomsten uit bouwleges, open einde regelingen en de algemene uitkering uit het gemeentefonds). De eerste categorie begrotingsonderdelen vereisen reguliere begrotingsdiscipline, de tweede categorie begrotingsonderdelen vormen een risico. De rekeningresultaten in de afgelopen jaren werden dan ook voor het overgrote deel veroorzaakt door afwijkingen binnen begrotingsonderdelen uit deze tweede categorie. Begrotingsmonitor als instrument Om grip te krijgen op de sterke financiële schommelingen is een aantal jaren geleden het instrument begrotingsmonitor ontwikkeld. De achterliggende gedachte achter dit instrument was om een duiding te geven van die begrotingsonderdelen waarvan de financiële realisatiecijfers niet- of slecht beïnvloed kunnen worden.

Voor die begrotingsonderdelen waarvan de resultaten wel direct beïnvloed kunnen worden zijn op voorhand namelijk geen grote afwijkingen te verwachten (overigens worden afwijkingen groter dan €150.000 altijd gerapporteerd en toegelicht in de jaarrekening). Van deze in totaal 53 taakvelden zijn er in de programmabegroting 2021 - 2024 in totaal 13 taakvelden aangewezen waarop driemaal per begrotingsjaar gerapporteerd zal worden in de begrotingsmonitor. Deze taakvelden zijn geselecteerd omdat het lastig is de financiële resultaten ervan direct zelf te beïnvloeden en omdat de financiële effecten significant kunnen zijn. Deze begrotingsmonitor geeft een financiële tussenstand van het lopende begrotingsjaar: ongeveer 40% van de gemeentelijke lasten en 75% van de gemeentelijke baten maken onderdeel uit van één van deze 13 taakvelden. Verwachte afwijkingen en bandbreedtes De ontwikkelingen binnen de 13 geselecteerde taakvelden worden in het hoofdstuk twee vertaald naar financiële bandbreedtes, waarbij een antwoord wordt gegeven op de volgende vragen: A. De begrotingsstand 2021 (wat zijn de begrote baten en lasten binnen dit taakveld?) B.

Wat zijn de financiële bandbreedtes waarbinnen het taakveld zich mogelijkerwijs zou kunnen bewegen?  Meest gunstige afwijking ten opzichte van de begroting;  Verwachte afwijking (is de begroting 2021 nog actueel of al achterhaald?);  Meest ongunstige afwijking ten opzichte van de begroting. De kans dat het meest ongunstige scenario zich voor ieder afzonderlijk onderdeel tegelijkertijd voor zal doen is nihil. Deze bandbreedtes zijn dan ook eigenlijk niet bedoeld om bij elkaar op te tellen, maar dragen alleen bij om een gevoel te krijgen bij de inhoud en welke kant het op zou kunnen gaan binnen een specifiek taakveld. De verwachte afwijkingen resulteren in een geprognosticeerd rekeningresultaat 2021, welke in hoofdstuk 4 wordt samengevat in tabelvorm. Doorwerking coronacrisis op het rekeningresultaat 2021 De coronacrisis heeft een direct effect op het verwachte rekeningresultaat 2021. Het uitgangspunt zoals ook verwoord in de programmabegroting 2021 – 2024 is dat de beschikbaar gestelde compensatie vanuit de Rijksoverheid in principe leidend is. In de eerste maand van dit jaar is het lastig om voorspellingen te maken over het verdere verloop van 2021. Binnen de 13 uitgelichte taakvelden wordt ingegaan op de mogelijke doorwerking van de coronacrisis, daar waar dit van toepassing is.

Hoofdstuk drie biedt inzicht in de lopende onderhandelingen met het Rijk en de laatste stand van zaken omtrent de compensatie van hogere kosten- en lagere inkomsten als gevolg van de corona gerelateerde maatregelen.

Begrotingsmonitor januari 2021

2

2. Taakvelden – ingeschatte afwijkingen 2021 Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Baten

0.5 Treasury

Lasten

Begroting 2021

Rente lang Rente kort Interne rentedekking - algemeen Interne rentedekking - grondbedrijf (BIE) € Deelnemingen € Overig € Taakveld 0.5 - totaal vastgestelde begroting 2021 Taakveld 0.5 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

€ -4.025 € -200 2.476 € 1.372 600 € -40 243 € -6 843 €

-423

(inclusief bandbreedte)

Saldo

Ongunstig

-€ 4.025 -€ 200 € 2.476 € 1.372 € 560 € 237

€ 200 € 150 €0 -€ 370 -€ 100 €0

Verwacht

€ 300 € 200 €0 -€ 90 €0 €0

Gunstig

€ 400 € 275 €0 € 200 € 200 €0

€ 420 € 410

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

1. Rente lang (betaald over leningen met een looptijd langer dan één jaar) De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in 2020 haar ruime monetaire beleid gecontinueerd teneinde de tegenvallende voorspellingen voor economische groei en inflatie te bestrijden. De ECB heeft de herfinancieringsrente in 2020 ongewijzigd gelaten op 0,00%. De depositorente, de rente die de ECB vergoedt op tegoeden die banken bij de ECB aanhouden, is echter verlaagd van 0,40 naar -0,50%. De ECB bevindt zich in een lastig parket. Enerzijds moet de bank de inflatie in toom houden en aan de andere kant willen de centrale bankiers met hun rentebeleid de economie stimuleren. De kapitaalmarktrente (10-jaars vast) bedraagt momenteel 0,10%. Dit is het tarief waarop de gemeente een financiering kan aantrekken voor langere termijn. De verwachting is dat deze rente zich gedurende 2021 tussen de 0,10% en 1,00 % zal bewegen. Er wordt op dit moment een voordeel ten opzichte van de begroting ingeschat ter grootte van €300.000. Afhankelijk van de precieze (her)financieringsbehoefte in 2021 wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte: een voordeel van €200.000 ten opzichte van de begroting in het meest ongunstige geval en een voordeel van €400.000 ten opzichte van de begroting in het meest gunstige geval. 2.

Rente kort (betaald over leningen met een looptijd korter dan één jaar) De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in 2020 haar ruime monetaire beleid gecontinueerd teneinde de tegenvallende voorspellingen voor economische groei en inflatie te bestrijden. De geldmarktrente (driemaands euribor) is op dit moment -0,55%. Dit is het tarief waarop de gemeente kort geld kan aantrekken en uitzetten. De verwachting is dat deze rente in 2021 stabiel zal blijven, wat in een voordeel van €200.000 ten opzichte van de begroting zal resulteren. Afhankelijk van de rente ontwikkelingen wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte in 2021: een voordeel van €150.000 in het meest ongunstige geval en een voordeel van €275.000 ten opzichte van de begroting in het meest gunstige geval. 3. Interne rentedekking - algemeen De op de balans geactiveerde activa worden rechtstreeks aan de specifieke taakvelden toegerekend via de componenten rente-en afschrijvingslasten. Deze aan taakvelden toegerekende rentelasten kent als tegenhanger de interne rentedekking, die voor een dienovereenkomstig bedrag terugkomt binnen dit taakveld. 4. Interne rentedekking - grondbedrijf (BIE) Het interne rentepercentage dat gehanteerd wordt bij de rentetoerekening aan de bouwgronden in exploitatie (BIE) is in de begroting vastgesteld op 1,5% (gerekend over de begrote boekwaarde per 1/1/2021).

Bij de jaarrekening 2021 vindt de feitelijke nacalculatie plaats op basis van A. daadwerkelijke betaalde rentelasten over de gehele leningenportefeuille, B. de daadwerkelijke boekwaarde van het onderhanden werk per 1/1/2021 C. de verhouding tussen vreemd vermogen en totaal vermogen per 1/1/2021. Op dit moment wordt er een nadelig effect ingeschat ter grootte van €90.000. Afhankelijk van de daadwerkelijke boekwaarde en verdere rente ontwikkelingen wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte: in het meest ongunstige geval een nadeel van afgerond €370.000 ten opzichte van de begroting en een voordeel van afgerond €200.000 in het meest gunstige geval. 5. Deelnemingen De gemeente Lelystad heeft de volgende dividendopbrengsten begroot voor 2021: Alliander: €420.000. Naast deze dividendopbrengsten is er tevens een garantstellingsprovisie begroot van HVC (€ 180.000). De dividendopbrengsten van Alliander zijn afhankelijk van de behaalde bedrijfsresultaten over 2020. Deze worden bekend bij de aandeelhoudersvergadering dit voorjaar en op dit moment worden er nog geen afwijkingen ten opzichte van de begroting ingeschat. De bandbreedte laat in het meest ongunstige geval een nadeel van €100.000 ten opzichte van de begroting zien en in het meest gunstige geval een voordeel van €200.000. 6. Overig Dit betreft overige rentebaten, beheerkosten en dergelijke. Geen afwijkingen voorzien.

Begrotingsmonitor januari 2021

3

Bedragen x €1.000

Lasten

Begroting 2021 Baten

Algemene uitkering en 0.7 overige uitkeringen gemeentefonds

Saldo

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

1. 2. 3. 4.

€ 132.816 € - € 132.816 Algemene uitkering € 14.402 € - € 14.402 ICL uitkering € 12.828 € - € 12.828 Overige uitkeringen € - € €0 Taakgerelateerde mutaties gemeentefonds € 160.046 € - € 160.046 Taakveld 0.7 - totaal vastgestelde begroting 2021 5. Taakgerelateerde mutaties gemeentefonds neutraliseren via lastenkant Taakveld 0.7 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

-€ 2.000 -€ 250 €0 € 1.603

Verwacht

€0 €0 €0 € 1.603

Gunstig

€ 2.000 € 250 €0 € 1.603

-€ 1.603 €0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

De algemene uitkering en de overige uitkeringen uit het gemeentefonds zijn voor 2021 begroot op €160.045.574 en vormen daarmee meer dan de helft van de totale gemeentelijke inkomsten. Gemeenten worden drie maal per jaar geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de gemeentefondsuitkeringen, via de mei-, september- en decembercirculaire. De bedragen die in de begroting 2021 zijn opgenomen zijn gebaseerd op de informatie uit de septembercirculaire 2020. Sindsdien is de decembercirculaire 2020 nog gepubliceerd op 16 december 2020. De prognoses en inschattingen hieronder zijn gebaseerd op de informatie uit deze circulaire. 1. Algemene uitkering Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via een groot aantal maatstaven, een aan deze maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (dit is een zogeheten vermenigvuldigingsfactor die voor alle gemeenten gelijk is). Die drie zijn aan verandering onderhevig en iedere circulaire geeft informatie over de wijzigingen - en de uitwerking hiervan op de hoogte van de te ontvangen algemene uitkering uit het gemeentefonds. De achterliggende normeringsystematiek 'samen de trap op en samen de trap af' zorgt doorgaans voor forse schommelingen in de hoogte van de algemene uitkering.

Als onderdeel van het compensatiepakket voor corona heeft het Rijk in overleg met de VNG besloten deze systematiek uit te zetten in 2021, teneinde forse schommelingen te voorkomen. Op dit moment worden er nog geen afwijkingen ten opzichte van de begroting ingeschat. De bandbreedte wordt ingeschat op ingeschat op -€2.000.000 in het meest ongunstigste geval en +€2.000.000 in het meest gunstigste geval (= ongeveer 1,5% van het totaalbedrag). 2. ICL uitkering Lelystad ontvangt al geruime tijd de zogenaamde Interdepartementale Commissie Lelystad- bijdrage. De evaluatie van deze ICL bijdrage is afgerond en het formele besluit van de minister is gepubliceerd op 1 juni 2018. De bijdrage die de gemeente over 2021 ontvangt zou volgens deze beschikking uitkomen op €14.401.964 en dit is in de begroting 2021 opgenomen. Dit bedrag wordt nog gewijzigd in verband met de toekenning van compensatie voor inflatie en de feitelijke ontwikkeling van het inwoneraantal. 3. Overige uitkeringen In 2021 ontvangt de gemeente nog enkele integratie- en decentralisatie uitkeringen voor een totaalbedrag van €12.828.000. De hoogte van deze uitkeringen wijzigen in principe niet gedurende het lopende begrotingsjaar. Wel kan er een decentralisatie uitkering bijkomen of kan er een aanpassing worden doorgevoerd naar aanleiding van gewijzigde afspraken.

Deze middelen hebben dan vanzelfsprekend een koppeling met de lastenkant van de begroting, waarmee het effect budgetneutraal in de begroting zal worden verwerkt via de decembernotitie 2021 (zie toelichting op het onderdeel hieronder). 4. / 5. Taakgerelateerde mutaties gemeentefonds De mutaties binnen het gemeentefonds die zijn gerelateerd aan de uitvoering van specifieke taken leiden niet tot een afwijking op het begrote rekeningresultaat 2021. Het uitgangspunt is om de rijksmiddelen die beschikbaar worden gesteld voor een specifiek doel daar volledig op in te zetten. Dit geldt ook de andere kant op, wanneer er een uitname van middelen plaatsvindt; dan worden deze bedragen afgeraamd aan de lastenkant. In de decembercirculaire 2020 is er in totaal €1.603.000 aan aanvullende corona compensatie beschikbaar gesteld voor 2021. Het gaat om een compensatie op het vlak van re-integratiekosten ter grootte van €499.108; een impuls voor re-integratie van €266.519; een bijdrage voor het gemeentelijk schuldenbeleid van €138.142; een bijdrage met betrekking tot de bijzondere bijstand van €47.735; compensatie cultuur ter grootte van €558.972 en nog eens €92.588 als aanvullende compensatie voor het uitvoeren van de verkiezingen.

In de decembercirculaire 2020 staat ook vermeld dat er over diverse onderwerpen nog wordt gesproken (Inkomstenderving, Afvalinzameling, Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten, Perscpectief Jeugd en jongeren). Informatie hierover wordt in het eerste kwartaal van 2021 beschikbaar gesteld via een separate circulaire. Op basis van deze informatie zal de beschikbaar gestelde compensatie - via tussenkomst van een raadsvoorstel - in de begroting 2021 worden verwerkt. Zie voor een uitgebreidere toelichting hoofdstuk drie van deze begrotingsmonitor.

Begrotingsmonitor januari 2021

4

Bedragen x €1.000

Baten

0.61 OZB woningen

Lasten

Begroting 2021 Saldo

1. 2.

€ 11.389 € Onroerendezaakbelasting woningen € - € -1.195 Uitvoeringskosten € 11.389 € -1.195 Taakveld 0.61 - totaal vastgestelde begroting 2021 Taakveld 0.61 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

3.

Lasten

Baten

Ongunstig

-€ 100 -€ 300

Verwacht

Gunstig

€ 200 -€ 200

€ 300 €0

€ 10.194 €0

Saldo

€ 13.454 €

-

€ 13.454

€ 13.454 € Taakveld 0.62 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

-

€ 13.454

Onroerendezaakbelasting niet-woningen

Taakveld 0.62 - totaal vastgestelde begroting 2021

(inclusief bandbreedte)

€ 11.389 -€ 1.195

Begroting 2021

0.62 OZB niet-woningen

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

-€ 500

Verwacht

Gunstig

€0

€ 200

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de waardering van alle onroerende zaken in Nederland. Eigenaren van een onroerende zaak, zoals een woning of een bedrijfspand, ontvangen ieder jaar een WOZ-beschikking van de gemeente. De WOZ-waarde in deze beschikking vormt de grondslag voor het heffen van belasting door de rijksoverheid, gemeenten en het waterschap. Daarnaast wordt de WOZ-waarde op meer terreinen gebruikt, bijvoorbeeld bij het afsluiten van een hypothecaire lening. 1. Onroerendezaakbelasting woningen (T 0.61) De waardering van woningen is nagenoeg afgerond. De goedkeuring van de toezichthouder om de WOZ-beschikkingen te mogen verzenden is binnen. De aanslagen voor de OZB-heffing woningen worden in februari voor het grootste deel verzonden. De bezwaar- en beroepsprocedures gericht tegen de OZB-aanslagen of de WOZ-waarden hebben een negatieve invloed op de opbrengst. Op basis van de huidige stand van zaken lijkt een positief resultaat op de OZB woningen realistisch. Naast de OZB opbrengst voor woningen zijn op dit onderdeel ook de inkomsten uit opgelegde invorderingskosten ter grootte van € 265.000 geraamd. Welke invloed eventuele coronamaatregen nog hebben op de invordering van gemeentelijke belastingen is nog onzeker. Per saldo wordt een positief resultaat verwacht van € 200.000. 2.

Uitvoeringskosten Wet waardering onroerende zaken en heffing en invordering gemeentelijke belastingen (T 0.61) Binnen dit taakveld staan de kosten verantwoord die horen bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Daarnaast staan binnen dit taakveld ook de kosten verantwoord die horen bij de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen. Door een aantal oorzaken is de verwachting dat hier een afwijking zal onstaan die veroorzaakt wordt door: 1. De vervanging van het belastingsyteem heeft vertraging opgelopen door het in eerste instantie uitblijven van inschrijvingen op de europese aanbestedingsprocedure voor de digitale belastingbalie. Tijdens de overgangsperiode is er tijdelijk sprake van twee belastingsystemen die moeten worden onderhouden, wat leidt tot extra kosten. 2. Er zal naar verwachting sprake zijn van een sterke toename van het aantal bezwaarschriften. Enerzijds door de invoering van de gebruikersbelasting voor bedrijven, anderzijds door bedrijven die "kosteloos bezwaar maken voor burgers en bedrijven", maar waarvoor de gemeente de kosten moet vergoeden. Op grond van bovenstaande wordt een negatieve afwijking van €200.000 ten opzichte van de begroting ingeschat. 3. Onroerendezaakbelasting niet-woningen (T 0.62) De waardering van niet-woningen is nog niet afgerond.

De aanslagen voor de OZB-heffing niet-woningen zullen voor het grootste deel verzonden worden in februari. Het negatieve effect van nog lopende bezwaar- en beroepsprocedures op de te realiseren opbrengst kan aanzienlijk zijn. Op basis van de huidige berekening is het de verwachting dat de begrote opbrengst volledig wordt gerealiseerd. De effecten van de coronamaatregelen zijn lastig op voorhand in te schatten. Het grootste deel van de OZB - niet woningen wordt in 2021 nog opgebracht door de eigenaren in plaats van de gebruikers (dit heeft een dempend effect, aangezien iedere niet-woning immers altijd een eigenaar heeft). In het meest ongunstige geval wordt uitgegaan van een nadelige afwijking ten opzichte van de begroting ter grootte van €500.000. In het meest gunstige geval wordt een voordelige afwijking ingeschat ter grootte van €200.000.

Begrotingsmonitor januari 2021

5

Bedragen x €1.000

1. 2.

Baten

6.2 Wijkteams € Eerstelijnsloket WMO € Uitvoeringskosten WMO € Taakveld 6.2 - totaal vastgestelde begroting 2021 Taakveld 6.2 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

Lasten

Begroting 2021 Saldo

- € -1.843 - € -1.084

-€ 1.843 -€ 1.084

- € -2.927

-€ 2.927

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

-€ 200 -€ 200

Verwacht

Gunstig

€0 €0

€ 200 € 200

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld is onderdeel van de uitvoering van deze wet en omvat alle loketvoorzieningen en inzet gericht op het versterken van algemene voorzieningen en eigen mogelijkheden en het geleiden naar de juiste vorm van ondersteuning (maatwerkvoorzieningen en - dienstverlening). Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2020 onderdeel Wmo dat, met inachtneming van de door de raad vastgestelde Aanpak Sociaal Domein, ook in 2021 van toepassing is. Met de vaststelling van de Aanpak Sociaal Domein is er sprake van een noodzakelijke koerswijziging en de introductie van 'Het Nieuw Lelystads Peil' voor uitvoering binnen de beschikbare financiële kaders. De financiële kaders 2021-2024 zijn als bijlage opgenomen in de programmabegroting 2021-2024. 1. Eerstelijnsloket Wmo Er zijn binnen de Wmo middelen gereserveerd voor de sociaal wijkteams en voor allerlei basisvoorzieningen.

Er wordt een diversiteit aan activiteiten uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld de inrichting van de sociaal wijkteams en wijkpunten, de inzet van MEE ten behoeve van de sociale wijkteams/jeugdhulp, de inzet van buurtkamers en versterking van mantelzorgondersteuning en ondersteuning van vrijwilligerswerk. In de Aanpak Sociaal Domein - onderdeel Wmo wordt met ingang van 2021 meer focus aangebracht in de basisvoorzieningen. Enkele activiteiten zoals de huisbezoeken aan ouderen worden op andere wijze ingevuld en een aantal subsidies is stopgezet of verlaagd met ingang van 01-01-2021. Op dit moment worden hier geen afwijkingen voorzien. 2. Uitvoeringskosten Wmo Het gaat hier om diverse ambtelijke inzet, mediation, ICT en dergelijke ten behoeve van de Wmo. Hiervoor is een financiële bandbreedte gehanteerd, die wordt ingeschat op €200.000 voordelig in het meest gunstige geval en €200.000 nadelig in het meest ongunstige geval. Het effect van de coronapandemie en de bij behorende (gedeeltelijke) lockdown op de Wmo is op dit moment niet exact in de schatten. Het huidige beeld is dat de coronacrisis niet veel invloed heeft en dienstverlening veelal doorgang vindt met inachtneming van de geldende RIVM-maatregelen. Op onderdelen vindt een andere invulling van de dienstverlening plaats.

De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor).

Begrotingsmonitor januari 2021

6

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

Begroting 2021 Lasten

1. 2. 3. 4. 5.

€ Bijstandsuitkeringen (verstrekkingen) € Bijstandsuitkeringen (rijksbijdrage) € Kwijtschelding en kwijting € Armoedebeleid € Overig (uitvoeringskosten e.d) Taakveld 6.3 - totaal vastgestelde begroting 2021 € Taakveld 6.3 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

35.448 444 3.849

(inclusief bandbreedte)

Saldo

€ -35.293 € € -1.469 € -3.944 € -8.760

-€ 35.293 € 35.448 -€ 1.469 -€ 3.500 -€ 4.911

Baten

6.3 Inkomensregelingen

39.741 €

-49.466

Ongunstig

-€ 2.000 -€ 3.000 -€ 100 -€ 900 -€ 100

Verwacht

€ 700 -€ 700 €0 -€ 500 €0 0

Gunstig

€ 2.500 € 2.500 € 100 -€ 150 € 100

-€ 9.725 -€ 500

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Participatiewet heeft de gemeente de wettelijke taak om uitkeringen te verstrekken aan inwoners die tijdelijk niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, in de periode dat zij geen ander of onvoldoende inkomen hebben. Samen met andere vormen van inkomensregelingen, zoals bijzondere bijstand en kwijtscheldingen van gemeentelijke heffingen, vormt dit taakveld het grootste onderdeel uit de gemeentebegroting. Er bestaat een duidelijke relatie met de taakvelden 6.4 Begeleide participatie en 6.5 Arbeidsparticipatie. 1. Bijstandsuitkeringen (verstrekkingen) Bijstandsuitkeringen worden verstrekt aan inwoners die recht hebben op een inkomen in het kader van de Participatiewet en de IOAW, gedurende de periode waarin zij nog niet in staat zijn om (volledig) in eigen onderhoud te voorzien. De instroom is eind 2020, na een (beperkte) stijging tot 2.135 cliënten - tegen de verwachting in - weer iets afgenomen. De verwachting over heel 2020 was een gemiddeld klantenaantal van 2.130 en een eindstand van 2.180 ultimo eind 2020. Het klantaantal is uiteindelijk lager uitgekomen op 2.116 ultimo eind 2020. Hierbij moet wel de kanttekening gemaakt worden dat nog niet alle aanvragen verwerkt zijn en dit aantal dus nog kan toenemen. Dat de instroom in de bijstand naar verwachting toe zal nemen is een afgeleide van de coronacrisis.

Zoals hierboven al wordt genoemd laten de actuele- en de geprognostiseerde aantallen - op dit moment een positiever beeld zien dan waar in de begroting op is geanticipeerd. In de begroting 2021 is uitgegaan van een totale uitkeringslast ter grootte van €35.293.000, inclusief Loonkostensubsidie (LKS) ter grootte van €701.843. Deze raming komt neer op een gemiddeld klantaantal van 2.363 bij een gemiddelde prijs per uitkering van €14.639. In hoeverre deze aantallen daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden is afhankelijk van diverse factoren en omgeven door onzekerheid. Het exacte moment waarop de lokale instroom in de bijstand toe zal nemen is in de praktijk namelijk erg moeilijk in te schatten. Dit hangt onder andere af van verdere continuering en omvang van steunmaatregelen van het rijk; de instroom in de WW en vervolgens de gemiddelde duur van deze WW uitkeringen. Afhankelijk van het economisch herstel zal het financieel effect van de hogere instroom vooral in de loop van 2021 alsnog merkbaar gaan worden. Vooralsnog is het de inschatting dat het gemiddeld klantaantal uitkomt op 2.265, bij een gemiddelde prijs per uitkering van €14.876, voor een totaal van €33.694.140. De LKS komt naar verwachting uit op €900.000, wat maakt dat de totaal verwachte uitkeringslast uitkomt op €34.594.140.

Dit resulteert in een verwacht voordeel ten opzichte van de begroting ter grootte van afgerond €700.000. Overigens geldt dat de verstrekkingen in het kader van de TOZO door het Rijk via een specifieke regeling worden vergoed en om die reden hierbuiten zijn gelaten. 2. Bijstandsuitkeringen (rijkbijdrage) De gemeente ontvangt een rijksbijdrage voor het verstrekken van de hierboven genoemde bijstandsuitkeringen, op basis van een objectief verdeelmodel. Deze verdeelsystematiek is in de afgelopen jaren (meerdere) malen op de schop gegaan. Hiermee is in de begroting zo goed als mogelijk rekening gehouden. In de begroting 2021 is de rijksbijdrage geraamd op € 35.293.263. Deze raming is gebaseerd op de aanname dat de ingeschatte stijging in de uitkeringslasten volledig zal worden gecompenseerd via de rijksbijdrage. De voorlopige verdeling 2021 zoals eind september 2020 is gepubliceerd bevestigde vervolgens dit beeld, aangezien er €327 miljoen wordt gereserveerd om de effecten als gevolg van de coronamaatregelen op te kunnen vangen. De wijze waarop deze middelen uiteindelijk worden verdeeld is nog onderwerp van gesprek tussen het Rijk en de VNG. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de rijksuitkering dit jaar gelijke tred zal houden met de ontwikkeling van de uitkeringslasten.

Omdat de uitkeringslasten minder hard toenemen dan eerder werd ingeschat (resulterend in een voordeel ten opzichte van de begroting ter grootte van €700.000) is het de verwachting dat de toename van de rijksbijdrage eveneens naar beneden toe zal worden bijgesteld (resulterend in een nadeel ten opzichte van de begroting ter grootte van eveneens €700.000). Er is hierbij sprake van aanzienlijke bandbreedtes, die zowel voor- als nadelig kunnen uitpakken. Naar verwachting is er uiterlijk begin oktober 2021 meer duidelijkheid over de definitieve rijksbijdragen over 2021. Vervolg op de volgende pagina.

Begrotingsmonitor januari 2021

7

Vervolg toelichting

3. Kwijtschelding en kwijting Inwoners die onvoldoende inkomen en/of vermogen hebben komen in aanmerking voor kwijtschelding van de afvalstoffen- en de rioolheffing. Op dit moment is er nog geen aanleiding voor dit onderdeel een afwijking ten opzichte van de begroting te verwachten (wellicht dat dit onderdeel in de aankomende jaren wel wat oploopt als gevolg van de recessie). Voor wat betreft kwijting (oninbaarheid in verband met faillissement of schuld) geldt dat een prognose lastiger te maken is. Vooralsnog wordt er voor dit onderdeel eveneens geen afwijking ten opzichte van de begroting verwacht. 4. Armoedebeleid De gemeente biedt (financiële) ondersteuning aan inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm binnen het armoedebeleid. Noodzakelijke bijzondere kosten worden vergoed aan inwoners die deze kosten zelf niet kunnen voldoen. De financiële resultaten zijn grotendeels afhankelijk van het beroep dat op verschillende regelingen gedaan wordt. Er is sprake van een open einde regeling. De afgelopen jaren is het beroep op bijna alle vormen van bijzondere bijstand in enige mate toegenomen. Ook de individuele inkomenstoeslag laat een stijging zien, mede omdat de gemeente klanten die recht hebben op deze toeslag actief is gaan benaderen. Ook voor 2021 is deze actie reeds uitgezet.

Als gevolg van (de beperkingen rondom) Corona komen steeds meer huishoudens in financiële problemen, waardoor een verdere stijging van het beroep op de bijzondere bijstand verwacht wordt. Gezien het toenemend beroep de afgelopen jaren enerzijds en een mogelijk stuwend effect vanuit de huidige coronapandemie anderzijds, is het budget voor 2021 zeer waarschijnlijk ontoereikend. Daarnaast brengen de ontwikkelingen rondom de Toeslagenaffaire en de vraag die bij de gemeente is neergelegd – ondersteuning en het kwijtschelden van vorderingen - financiële onzekerheden met zich mee. Het is nog onduidelijk in hoeverre de beschikbaar gestelde rijksmiddelen deze onkosten kunnen dekken. Exacte effecten laten zich vanwege de vele onzekerheden nog lastig raden, om deze reden worden (ruime) financiële bandbreedte gehanteerd. In aanloop naar de kadernota 2022-2025 worden de structurele effecten inzichtelijk gemaakt, waarbij ook gekeken zal worden naar mogelijkheden hoe hiermee om te gaan.

5. Overig (uitvoeringskosten en dergelijke) Op dit moment worden geen grote afwijkingen verwacht met betrekking tot de uitvoeringskosten. Echter in verband met de onzekerheid van de TOZO en de middelen die hieraan gekoppeld zijn, wordt wel rekening gehouden met bepaalde bandbreedtes.

Begrotingsmonitor januari 2021

8

Bedragen x €1.000

Begroting 2021 Saldo

Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw)

€

- € -6.490

-€ 6.490

Taakveld 6.4 - totaal vastgestelde begroting 2021

€

- €

-€ 6.490

1.

Baten

Lasten

6.4 Begeleide participatie

-6.490

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

Taakveld 6.4 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

-€ 300

Verwacht

Gunstig

€0

€ 100

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Met de komst van de Participatiewet zijn de Wet Werk en Bijstand (WWB), een groot deel van de doelgroep die voorheen naar de Wajong zou zijn gegaan en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) samengebracht in één beleidskader. De uitvoering van dit beleidskader komt in de gemeentebegroting terug via drie opeenvolgende taakvelden: - Taakveld 6.3 Inkomensregelingen (het verstrekken van bijstandsuitkeringen aan inwoners die daar recht op hebben) - Taakveld 6.4 Begeleide participatie (de afbouw van de Wet sociale werkvoorziening) - Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie (re-integratie / toeleiding naar werk van inwoners die recht hebben op een bijstandsuitkering) 1. Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) De gemeente geeft uitvoering aan de Wet Sociale Werkvoorziening via de GR IJsselmeergroep waarin ook Noordoostpolder en Urk participeren. Na besluitvorming in de drie gemeenteraden van de deelnemende gemeenten is de organisatievorm van de GR IJsselmeergroep per 01-01-2020 omgezet van openbaar lichaam in een bedrijfsvoeringsorganisatie. De Wsw wordt de komende jaren afgebouwd en dit gebeurt financieel sneller dan de geprognosticeerde afname van het aantal medewerkers binnen de Wsw. Dit zorgt - naast de jaarlijkse krimpende bijdrage per gerealiseerde arbeidsplaats (uitgedrukt in arbeidsjaren) - op middellange termijn voor financiële uitdagingen.

Op verzoek van de raad is er gekeken naar mogelijke oplossingsrichtingen en zijn er scenario's uitgewerkt over het oprichten van een regionale social firm. De besluitvorming hierover is bij de deelnemende gemeenten in 2019 afgerond. De transitie naar een social firm zal niet direct het financiële effect hebben dat uiteindelijk wordt beoogd, maar bij een tekort wordt er in eerste instantie een beroep gedaan op de reservepositie van de gemeenschappelijke regeling. Inmiddels bevinden we ons midden in de coronacrisis en dit heeft grote implicaties voor Concern voor Werk NV, een 100 % dochter van de GR IJsselmeergroep. In 2020 heeft het rijk € 90 mln en € 50 mln beschikbaar gesteld voor de Wsw sector. Met deze aditionele middelen en een aantal maatregelen in de bedrijfsvoering zijn de consequenties door het stil vallen of beperken van de bedrijfsactiviteiten opgevangen. Wat de impact van het coronavirus voor 2021 is nog moeilijk te overzien. Ook is nog niet bekend of het rijk in 2021 met een vergelijkbaar pakket als in 2020 voor de SW sector komt. Het bestuur van de GR IJsselmeergroep heeft, onder voorzitterschap van Lelystad, in december besloten om met de 2e tranche van het coronasteunpakket 2020 en de additionele premie beschut werken een bestemmingsreserve covid 19 te vormen.

Het exploitatierisico van Concern voor Werk NV is een feitelijke en directe verantwoordelijkheid van de GR IJsselmeergroep en in het verlengde daarvan van de deelnemende gemeenten. Bij een tekort wordt in eerste instantie een beroep gedaan op het eigen vermogen, maar bij een eventueel tekort boven het weerstandsvermogen van 27 % zal dit voor rekening komen van de deelnemende gemeenten waarbij het Lelystads aandeel ca. 51 % is. Dit is bepaald o.b.v. verhouding wsw formatieplaatsen van de deelnemende gemeente.

Begrotingsmonitor januari 2021

9

Bedragen x €1.000

Begroting 2021 Saldo

Re-integratie / toeleiding naar werk

€

- € -6.668

-€ 6.668

Taakveld 6.5 - totaal vastgestelde begroting 2021

€

- €

-€ 6.668

1.

Baten

Lasten

6.5 Arbeidsparticipatie

-6.668

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

Taakveld 6.5 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

-€ 300

Verwacht

Gunstig

€0

€ 300

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Dit taakveld heeft betrekking op re-integratie en het toeleiden naar werk van inwoners die recht hebben op een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (zie taakveld '6.3 Inkomensregelingen'). Onderdeel van de Participatiewet is dat nieuwe instroom in de sociale werkvoorziening niet langer mogelijk is met ingang van 1 januari 2015. Daarnaast is er een groei van het aantal statushouders binnen de re-integratie. Inwoners die onderdeel uitmaken van deze 'nieuwe doelgroep' worden voortaan ondersteund en begeleid binnen de activiteiten die onderdeel uitmaken van dit taakveld. 1. Re-integratie / toeleiding naar werk Tot de coronacrisis was sprake van een krimpend bestand met een complexere doelgroep. Dit vroeg om gemiddeld meer inzet om uitstroom uit de bijstand te bewerkstelligen. Onder invloed van de coronacrisis gaat de samenstelling van de bijstandspopulatie veranderen, hoewel de verwachtte forse toename vooralsnog uitblijft. We zien dat naast de groep met een lange afstand in toenemende mate een groep mensen met een zeer korte afstand tot de arbeidsmarkt de bijstand instroomt. Het toeleiden van de nieuwe groep mensen naar kansrijke sectoren wordt de uitdaging voor de komende jaren. Tegelijkertijd moet er blijvend aandacht voor en inzet blijven op het weer arbeidsfit maken en de arbeidstoeleiding van de groep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.

Het Werkbedrijf Lelystad heeft mede door de gunstige arbeidsmarktontwikkelingen de laatste jaren elk jaar zo’n 300 personen succesvol naar reguliere arbeid begeleid. Door de huidige (economische) crisis als gevolg van het coronavirus is het absorptievermogen van de arbeidsmarkt in eerste instantie sterk afgenomen. Desondanks heeft het Werkbedrijf in 2020 circa 215 mensen weten te plaatsen. De impact voor de komende maanden is op dit moment nog niet goed in te schatten en hoe zich dit verder gaat ontwikkelen is sterk afhankelijk van de duur en omvang van de economische crisis. Wat verder nog speelt is een recente uitspraak van de Hoge Raad met betrekking tot de btw die drukt op re-integratietrajecten. De vraag die voorlag was of gemeenten op dit vlak handelen vanuit het collectieve belang (minder uitkeringsgerechtigden) of dat deels sprake is van individuele verstrekkingen. De btw die betrekking heeft op individuele verstrekkingen is namelijk uitgesloten van compensatie via het Btw compensatiefonds. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat sprake is van een collectief belang, waardoor de btw op re-integratietrajecten volledig voor compensatie in aanmerking komt. Het precieze effect hiervan wordt nog nader geanalyseerd en naar verwachting is er meer duidelijkheid in de volgende begrotingsmonitor. De structurele doorwerking wordt betrokken bij het opstellen van de kadernota 2022 - 2025.

Behoudens bovenstaande ontwikkelingen worden er verder geen financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting verwacht. Wel staan de inhoudelijke (uitstroom)doelstellingen uit de Participatienota ook dit jaar onder druk. Deze situatie vraagt ook komende periode om aanpassingen in aanpak om de uitstroom op peil te houden met de beschikbare middelen.

Begrotingsmonitor januari 2021

10

Bedragen x €1.000

1. 2. 3.

Saldo

- € -1.968 - € -1.291 - € -786

-€ 1.968 -€ 1.291 -€ 786

- €

-€ 4.044

Baten

6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)

Lasten

Begroting 2021

€ Woningaanpassingen, woondiensten, e.d. € Scootmobielen € Rolstoelen e.d. Taakveld 6.6 - totaal vastgestelde begroting 2021 € Taakveld 6.6 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

-4.044

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

-€ 750 -€ 500 -€ 100

Verwacht

Gunstig

€0 €0 €0

€ 375 € 250 € 50

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld heeft betrekking op de verstrekking van materiële voorzieningen, die op basis van een beschikking worden verstrekt. Het gaat hierbij om woningaanpassingen, rolstoelen en scootmobielen maar ook om woondiensten, verhuiskosten en overige hulpmiddelen. Deze verstrekkingen op basis van de Wmo zorgen ervoor dat mensen met beperkingen zelfstandig kunnen blijven functioneren. Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2020 onderdeel Wmo dat, met inachtneming van de door de raad vastgestelde Aanpak Sociaal Domein, ook in 2021 van toepassing is . Met de vaststelling van de Aanpak Sociaal Domein is er sprake van een noodzakelijke koerswijziging en de introductie van 'Het Nieuw Lelystads Peil'. De financiële kaders 2021-2024 zijn als bijlage opgenomen in de programmabegroting 2021-2024. De inzet van maatwerkvoorzieningen wordt versoberd, maar de voorzieningen blijven beschikbaar voor inwoners voor wie het gebruik noodzakelijk is. Woningaanpassingen, woondiensten, scootmobielen en rolstoelen, e.d.

De raad is de afgelopen jaren via de planning & control cyclus geïnformeerd dat het gebruik van deze voorzieningen toeneemt. Als oorzaken hiervan worden gezien de invoering van het abonnementstarief waarvan een aanzuigende werking uit gaat alsook de verdere vergrijzing en extramuralisering. Daarnaast zijn er vaker relatief duurdere woningaanpassingen doordat een passende andere woning moeilijk gevonden kan worden door krapte op de woningmarkt. Er wordt hierbij overigens steeds gezocht naar de goedkoopste adequate oplossing en vastgehouden aan het primaat van verhuizen. Met het vaststellen van de Aanpak Sociaal Domein zal per 2021 ook bij hulpmiddelen zoals scootmobielen nog stringenter gezocht worden naar de goedkoopste adequate oplossing en mogelijkheden om het gebruik terug te dringen. Het gaat hier om open einderegelingen, wat maakt dat de daadwerkelijke realisatiecijfers op deze onderdelen niet exact zijn in te schatten. Om deze reden worden bandbreedtes gehanteerd voor eventuele afwijkingen. De uitgaven voor woningaanpassingen kunnen met name sterk fluctueren door de grotere woningaanpassingen met een incidenteel karakter. Het effect van de coronapandemie en de bij behorende (gedeeltelijke) lockdown op de Wmo is op dit moment niet exact in de schatten.

Het huidige beeld is dat de coronacrisis niet veel invloed heeft en dienstverlening veelal doorgang vindt met inachtneming van de geldende RIVM-maatregelen. Op onderdelen vindt een andere invulling van de dienstverlening plaats. De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor).

Begrotingsmonitor januari 2021

11

Bedragen x €1.000

Begroting 2021

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Saldo

€ € € € € € €

146 400 187 -

€ -5.510 € -7.890 € -687 € -784 € € -374 € -690

-€ 5.510 -€ 7.890 -€ 687 -€ 638 € 400 -€ 187 -€ 690

€

733 € -15.936

-€ 15.203

Baten

Lasten

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ Huishoudelijke ondersteuning Ondersteuning thuis en Dagbesteding Aanvullende ziektenkostenverzekering chronisch zieken Regiotaxi Eigen bijdragen Lokaal transformatiefonds Beschermd Wonen Projecten Taakveld 6.71 - totaal vastgestelde begroting 2021 Taakveld 6.71 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

-€ 1.500 €0 -€ 100 -€ 100 -€ 150 -€ 50 -€ 100

Verwacht

Gunstig

€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0

€ 500 €0 € 100 € 200 € 150 € 50 € 100

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld heeft betrekking op maatwerkdiensten die worden ingezet voor ouderen, mensen met een fysieke- of verstandelijke beperking en inwoners met psychosociale problematiek die zelfstandig wonen in Lelystad. Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2020 onderdeel Wmo dat, met inachtneming van de door de raad vastgestelde Aanpak Sociaal Domein, ook in 2021 van toepassing is. Met de vaststelling van de Aanpak Sociaal Domein is er sprake van een noodzakelijke koerswijziging en de introductie van 'Het Nieuw Lelystads Peil'. De financiële kaders 2021-2024 zijn als bijlage opgenomen in de programmabegroting 2021-2024. De inzet van maatwerkvoorzieningen wordt versoberd, maar de voorzieningen blijven beschikbaar voor inwoners voor wie het gebruik noodzakelijk is. 1. Huishoudelijke ondersteuning In het laatste kwartaal 2018 en gedurende 2019 is het gebruik van huishoudelijke ondersteuning aanzienlijk gestegen als gevolg van de invoering van het abonnementstarief, de vergrijzing en de extramuralisering.

In 2020 zette de toename geleidelijk door en zien we dat de ondersteuningsvraag geleidelijk complexer wordt. In hoeverre de stijging doorzet of afvlakt, blijft onzeker. Zeker nu eventuele effecten vanuit de coronacrisis de instroom mogelijk beïnvloeden. We monitoren dit nauwlettend. Om binnen de financiële kaders te blijven wordt met name ingezet op het verscherpen van de toegang (aantal gebruikers terugbengen met 7,5%). Vooralsnog verwachten wij voor 2021 geen afwijkingen ten opzichte van de raming. Vanwege het karakter van open einde regeling en de onzekerheid in hoeverre de toenemende vraag afvlakt is er wel sprake van een bandbreedte. 2. Ondersteuning thuis en dagbesteding Het gaat bij ondersteuning thuis om extra ondersteuning om zelfstandig te kunnen blijven functioneren, zoals ondersteuning op het gebied van structuur, dagritme en praktische hulp bij taken gericht op het bevorderen, behouden en vergroten van zelfredzaamheid. Het gaat niet om persoonlijke verzorging (zorg aan het lichaam). Ondersteuning thuis is gebiedsgericht ingevuld. Er wordt gewerkt met hoofdaannemers die moeten zorgen voor een breed aanbod. Om alle vormen van ondersteuning te kunnen bieden werken ze samen met andere aanbieders die als onderaannemers worden ingezet. Dagbesteding is beschikbaar voor inwoners met complexe problematiek en een grote begeleidingsbehoefte.

Deze taak is per aandachtsgroep ingekocht en ook hier wordt gewerkt met hoofdaannemers. De hoofdaannemers ontvangen een vooraf vastgesteld jaarbudget welke in principe het plafond is voor het bieden van maatwerk en passende ondersteuning. Als blijkt dat het aantal cliënten dat gebruik maakt van ondersteuning thuis of dagbesteding meer dan 5% afwijkt van de raming, dan zullen de gemeente en de hoofdaannemer met elkaar in overleg gaan om af te spreken hoe hiermee om te gaan. Het gaat hier in principe om vooraf vastgestelde budgetten zodat de realisatie in principe gelijk is aan de raming. Met ingang van 1-1-2021 wordt een aantal Wmo taken niet meer regionaal bekostigd en uitgevoerd. Hiermee is in de Aanpak Sociaal Domein rekening gehouden. Een aantal van deze activiteiten kunnen goed binnen het lokale aanbod ondersteuning thuis worden ondergebracht, omdat soortgelijke activiteiten hier ook al plaatsvinden. Er zijn daarom aanvullende afspraken gemaakt met de hoofdaannemers ondersteuning thuis en zij ontvangen hiervoor extra middelen. 3. Aanvullende ziektekostenverzekering cronisch zieken Deze maatregel is bedoeld voor inwoners met een laag inkomen die als gevolg van hun ziekte/handicap (veel) gebruik moeten maken van allerlei voorzieningen. Inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum kunnen tegen een gereduceerd tarief een aanvullende verzekering afsluiten.

Deze aanvullende verzekering heeft een pakket dat aantrekkelijk is voor mensen met veel kosten als gevolg van een handicap of chronische ziekte. Op dit moment worden hier geen bijzonderheden verwacht. 4. Regiotaxi Met ingang van 1 juli 2019 zijn deze diensten opnieuw aanbesteed en per 2020 waren de eerste positieve (financiële) effecten hiervan zichtbaar. Gedurende de coranacrisis is het gebruik van de regiotaxi in 2020 teruggelopen wat ook lagere eigen bijdragen betekende. Op grond van de Aanpak Sociaal Domein zal dit jaar ook op dit onderdeel worden ingezet op het terugdringen van het aantal gebruikers met 7,5%. Daarnaast wordt ritprijs opgehoogd tot €2,50 per rit. Vooralsnog wordt er van een realisatie conform de begroting uitgegaan. Vanwege de diverse onzekerheden zoals doorwerkende coronaeffecten wordt wel een financiële bandbreedte gehandhaafd. Vervolg op de volgende pagina.

Begrotingsmonitor januari 2021

12

Vervolg toelichting

5. Eigen bijdragen Per 2019 is het abonnementstarief in de Wmo ingevoerd waarbij gebroken wordt met het principe 'bijdragen naar draagkracht'. Het jaar 2019 was daarmee een overgangsjaar en de verwachting was per 2020 een scherper zicht te hebben op het nieuwe niveau aan eigen bijdragen. Door de coronapandemie en een systeemswijziging bij het CAK, is dit echter niet het geval. Het CAK stelt de eigen bijdragen op grond van de Wmo vast en int deze voor gemeenten. In 2020 heeft er bij het CAK een systeemwijziging plaatsgevonden waardoor het opleggen en innen van eigen bijdragen 2020 pas in het laatste kwartaal 2020 is opgestart. Op dit moment is er voor gemeenten ook nog geen managementinformatie beschikbaar over opgelegd, geïnde en/of afgedragen eigen bijdragen 2020 en/of 2021. Daarnaast is vorig jaar landelijk besloten dat de eigen bijdragen over april en mei 2020 kwijtgescholden worden in verband met de coronacrisis. Gemeenten zijn hiervoor gecompenseerd door het rijk. Beide factoren zorgen voor onzekerheid omtrent het niveau van eigen bijdragen. Om deze reden gaan wij vooralsnog uit van realisatie op begrotingsniveau met het gebruik van financiële bandbreedtes. 6. Lokaal transformatiefonds Beschermd Wonen De raad heeft in 2020 het Regionaal Kader Zorglandschap Wmo vastgesteld.

Een van de belangrijke randvoorwaarde in dit kader is dat elke gemeente de lokale basis op orde brengt. Bijvoorbeeld met een goed welzijnsaanbod, flexible ondersteuning (ook buiten kantooruren), preventie, vroegsignalering, integratie in de wijken en terugvalvoorzieningen dicht bij huis. Centrumgemeente Almere heeft in dat kader besloten een deel van de rijksmiddelen die zij als centrumgemeente ontvangen voor regionale Wmo taken in te zetten voor experimenten in het lokale veld. Zowel in 2020 als in 2021 ontvangt Lelystad hiervoor €187.000 vanuit centrumgemeente Almere waarmee lokaal experimenten met verschillende projecten en werkwijzen worden uitgevoerd. Door de late ontvangst van middelen in 2020, zijn deze via de decembernotitie 2020 doorgeschoven naar 2021. De lokale projecten zijn gericht op het vormgeven van de best passende ondersteuning voor cliënten die uitstromen uit het Beschermd Wonen en weer (zo veel mogelijk) zelfstandig in de wijk gaan wonen. Hierop worden geen financiële afwijkingen verwacht. 7. Projecten Diverse projecten vallen binnen dit onderdeel. Zo kan er vanuit de Wmo kortdurend verblijf worden ingezet om een mantelzorger of huisgenoten tijdelijk te ontlasten. Bij kortdurend verblijf gaat het om logeren in een instelling gedurende maximaal drie etmalen per week. Ook de kosten van het respijthuis vallen onder de projecten.

Daarnaast is er het project 'GGZ in de wijk'. De opname duur in GGZ klinieken is aanzienlijk verkort en ook vanuit beschermd wonen wordt waar mogelijk de lijn richting zelfstandig wonen met begeleiding ingezet. We zien dat er mede hierdoor steeds meer mensen met GGZ problematiek zelfstandig (gaan) wonen in de wijk. Voor veel van deze mensen is ambulante behandeling en begeleiding/ondersteuning nodig. In overleg met de partijen is een plan opgesteld om deze problematiek aan te pakken en ervoor te zorgen dat deze inwoners op een goede manier zelfstandig in de wijk kunnen wonen en overlast wordt voorkomen. Als gevolg van de coronapandemie is een klein deel van de werkzaamheden doorgeschoven naar 2021. Tot slot kunnen in specifieke situaties, vooral wanneer er sprake is van complexe problematiek, oplossingen nodig zijn die niet binnen het reguliere pakket passen. Voor deze situaties is budget gereserveerd zodat er ruimte is om te komen tot passende ondersteuning. Op geen van bovenstaande onderdelen wordt op dit moment afwijkingen verwacht. Het effect van de coronapandemie en de bij behorende (gedeeltelijke) lockdown op de Wmo is op dit moment niet exact in de schatten. Het huidige beeld is dat de coronacrisis niet veel invloed heeft en dienstverlening veelal doorgang vindt met inachtneming van de geldende RIVMmaatregelen.

Op onderdelen vindt een andere invulling van de dienstverlening plaats. De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor).

Begrotingsmonitor januari 2021

13

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2021

Begroting 2021

Jeugd- en Gezinsteam / Gemeentelijke Jeugdhulp met verblijf Hoogspecialistische hulp (LTA) Jeugd-GGZ Begeleiding en behandeling Niet gecontracteerde zorg Persoonsgebonden budget (PGB) Regie en administratie

Lasten

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

€ € € € € € € €

Taakveld 6.72 - totaal vastgestelde begroting 2021 € Taakveld 6.72 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

(inclusief bandbreedte)

Saldo

€ € € € € € € €

4.181 9.000 1.000 5.200 8.358 600 400 1.300

€ 4.181 € 9.000 € 1.000 € 5.200 € 8.358 € 600 € 400 € 1.300

- €

-30.039

-€ 30.039

Baten

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

-

Ongunstig

-€ 500 -€ 1.000 -€ 250 -€ 800 -€ 1.000 -€ 500 -€ 200 -€ 250

Verwacht

Gunstig

€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0

€0 € 1.000 € 250 € 300 € 1.000 € 500 € 200 € 250

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Jeugdwet hebben gemeenten met ingang van 2015 diverse verantwoordelijkheden op het gebied van de Jeugdzorg. Samen met taakveld 6.82 Geëscaleerde zorg 18- wordt er efficiente en passende ondersteuning geboden aan jeugdigen en gezinnen, zodat zij zelfstandig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. De benodigde ondersteuning wordt tijdig en nabij geboden, zo zwaar als nodig en lichter zodra het kan. Naast deze inhoudelijke doelstellingen, is het betaalbaar houden van de jeugdzorg een belangrijk speerpunt. In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die horen bij de gemeentelijke toegang tot jeugdzorg en bij de vormen van jeugdhulp die door de gemeente als individuele (niet vrij toegankelijke) voorziening worden aangemerkt. De raad heeft met de Aanpak Sociaal Domein aanvullende kaders vastgesteld, op basis waarvan de begroting 2021 en verder is aangepast. In bijlage 2 van de programmabegroting 2021 - 2024 staan deze financiële kaders in tabelvorm opgenomen. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat de realisatie substantieel af zal wijken van de begroting.

In deze prognose is er echter wel sprake van aanzienlijke bandbreedtes, die verband houden met onzekerheden op het gebied van: - Doorwerking van de coronacrisis (zowel wat betreft de ontwikkeling van de kosten als de mate waarin compensatie wordt geboden); - Claim risico dossier jeugdhulp met verblijf; - Samenloop ambulante jeugdhulp met jeugdhulp met verblijf; - Doorontwikkeling rendement toetser. De lasten binnen dit taakveld hebben betrekking op: 1. Jeugd en Gezinsteam / gemeentelijke toegang jeugdzorg Met het vaststellen van de Aanpak Sociaal Domein heeft de raad besloten om per 1 juli 2021 de toegang en regie van de jeugdzorg te beleggen bij een gemeentelijke BV. Het huidige Jeugd- en Gezinsteam voert deze taken uit tot 1 juli 2021. Samen met het gezin wordt bepaald wat de ondersteuningsbehoefte is, waarbij de professionals op het juiste moment zwaardere -of juist lichtere- hulp kunnen inzetten. Het nieuwe toegangsteam richt zich nog meer op het normaliseren van de hulpvraag en krijgt o.a. de opdracht om trends en ontwikkelingen in maatwerkvoorzieningen te monitoren, zodat deze maatwerkvoorzieningen omgebogen kunnen worden naar specifieke voorzieningen in de basis. 2. Jeugdhulp met verblijf Voor het beschikbaar hebben van deze zorg (pleegzorg, residentiele jeugdhulp en jeugdzorgplus) zijn samenwerkingsafspraken gemaakt op regionaal niveau met de zes Flevolandse gemeenten.

Jeugdhulp met verblijf is aanbesteed op basis van een taakgerichte opdracht en bekostiging. Onderdeel van de opdracht is een ombouw van 50% van de residentiele groepen behandeld wonen naar betere en goedkopere vormen, zoals gezinshuizen en intensieve ambulante hulp per eind 2021. De meerkosten jeugdhulp met verblijf 2020 zijn al verwerkt in de bijstelling budgetten 2021. Op dit moment is onduidelijk of de extrapolatie van het kostenniveau 2020 toereikend is. Verder wordt nu in beeld gebracht in welke mate ambulante jeugdhulp onterecht heeft samengelopen met jeugdhulp met verblijf en kan leiden tot een lagere prognose voor de kosten ambulante jeugdhulp. De bandbreedte heeft primair betrekking op eventuele mee- en/of tegenvallers ten opzichte van de hierboven genoemde extrapolatie. 3. Hoogspecialistische hulp (LTA) Namens gemeenten heeft de VNG afspraken gemaakt met landelijke jeugdhulpaanbieders met een specialistische functie. 4. Jeugd GGZ Deze vorm van jeugdhulp koopt de gemeente voor een groot deel lokaal in. De essentiele/topspecialistische functies voor de jeugd GGZ is op basis van samenwerkingsafspraken met de zes Flevolandse gemeenten regionaal ingekocht. De lokale jeugd GGZ wordt opnieuw aanbesteed per 1 juli 2021. 5. Begeleiding en behandeling Onder deze vorm van zorg valt dagbesteding, dagbehandeling, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf.

Ook deze lokale jeugdzorgvormen worden opnieuw aanbesteed per 1 juli 2021. Vervolg op volgende pagina.

Begrotingsmonitor januari 2021

14

Vervolg toelichting

6. Niet gecontracteerde zorg In sommige individuele situaties biedt de ingekochte zorg niet de passende zorg die nodig is. Dan is er de mogelijkheid om hulp in te zetten van niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Het kritischer beoordelen of niet gecontracteerde zorg nodig is of dat er toch een alternatief voor handen is bij de gecontracteerde zorgaanbieders wordt in 2021 voortgezet. Een toe- respectievelijk afname in de realisatie niet gecontracteerde zorg heeft een contra-effect op de kosten van de gecontracteerde zorg. 7. Persoonsgebonden budget (PGB) Jeugd Op het moment dat jeugdigen en ouders in aanmerking komen voor jeugdhulp op basis van een individuele voorziening, kunnen zij kiezen voor zorg in natura of een persoonsgebonden budget. De Jeugdwet stelt ten aanzien van het PGB een aantal beperkende voorwaarden, wat maakt dat er steeds vaker wordt gekozen voor zorg in natura. 8. Regie en administratie De kosten voor de gemeentelijke capaciteit en de administratieve verwerking voor de uitvoering van de Jeugdwet zijn opgenomen in dit onderdeel.

Bedragen x €1.000

Baten

6.82 Geëscaleerde zorg 18-

Lasten

Begroting 2021

1. Jeugdbescherming en -reclassering (JB/JR) € 2. Veilig Thuis € 3. ACH en THV € Taakveld 6.82 - totaal vastgestelde begroting 2021 € Taakveld 6.82 - verwachte afwijking jaarrekening 2021

-

€ € € €

Saldo

Afwijking ten opzichte van begroting 2021 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

2.435 € 2.435 615 € 615 65 € 65 -3.115 € -3.115

-€ 500 -€ 300 -€ 200

Verwacht

Gunstig

€0 €0 €0

€ 200 € 200 €0

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Jeugdwet hebben gemeenten met ingang van 2015 diverse verantwoordelijkheden op het gebied van de Jeugdzorg. Samen met taakveld 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- wordt er efficiente en passende ondersteuning geboden aan jeugdigen en gezinnen, zodat zij zelfstandig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. De benodigde ondersteuning wordt tijdig en nabij geboden, zo zwaar als nodig en lichter zodra het kan. Naast deze inhoudelijke doelstellingen, is het betaalbaar houden van de jeugdzorg een belangrijk speerpunt. In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die horen bij de gemeentelijke toegang tot jeugdzorg en bij de vormen van jeugdhulp die door de gemeente als individuele (niet vrij toegankelijke) voorziening worden aangemerkt. De raad heeft met de Aanpak Sociaal Domein aanvullende kaders vastgesteld, op basis waarvan de begroting 2021 en verder is aangepast. In bijlage 2 van de programmabegroting 2021 - 2024 staan deze financiële kaders in tabelvorm opgenomen. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat de realisatie substantieel af zal wijken van de begroting.

In deze prognose is er echter wel sprake van aanzienlijke bandbreedtes, die verband houden met onzekerheden op het gebied van: - De mate waarin de coronacrisis een doorwerking gaat hebben op de activiteiten die worden uitgevoerd binnen dit taakveld; - In hoeverre er aanspraak gemaakt kan worden op compensatie vanuit het Rijk, voor deze corona gerelateerde kosten. - Overproductie jeugdbescherming en jeugdreclassering. De meerkosten 2020 zijn al verwerkt in de bijstelling budgetten 2021, maar op dit moment is nog onduidelijk of deze extrapolatie van het kostenniveau 2020 toereikend zal zijn. In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die betrekking hebben op: 1. Jeugdbescherming en - reclassering (JB/JR) Dit zijn maatregelen die worden opgelegd na uitspraak van de kinderrechter. Voor het beschikbaar hebben van deze zorg zijn samenwerkingsafspraken gemaakt op regionaal niveau met de zes Flevolandse gemeenten. Dit wordt regionaal ingekocht via een meerjarige subsidie voor Samen Veilig. 2. Veilig Thuis (advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling) Voor de bekostiging van Veilig Thuis zijn regionale afspraken gemaakt met de zes Flevolandse gemeenten. De kosten worden gedeeltelijk gedekt uit de middelen jeugdhulp. De overige dekking komt uit de regionale Wmo-middelen. 3.

Ambulante Crisishulpverlening (ACH) en kindhulp bij Tijdelijk Huisverbod (THV) Vanwege ervaren werkdruk bij het JGT en de focus op een stevige toegang en regie is het JGT gestopt met de taken ACH en THV. Vanaf 2020 koopt Lelystad samen met de andere Flevolandse gemeenten deze taken in bij Vitree via een subsidie. ACH heeft als doel om zo snel mogelijk in een crisissituatie te intervenieren binnen het gezin om de veilgheid van de kinderen te vergroten en het thuis (blijven) wonen te bevorderen. Kindhulp bij THV biedt de mogelijkheid om in een noodsituatie te voorzien in een afkoelingsperiode waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht en escalatie kan worden voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=15ed1205-1775-4e84-bfe7-3064f8c8ad09