CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Christen Unie 02. Skaeve Huse - bijlage.pdf

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 02. Informatienota inzake doorstart Skaeve Huse18.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Opzet en financiering De gemeente heeft de grond om niet ter beschikking gesteld en heeft de formele regie over het project. Ook geeft de gemeente een bijdrage aan het Leger des Heils van ongeveer € 40.000 per jaar, als aanvulling op de vergoeding uit de AWBZ.

Op het terrein van het sociaal pension van het Leger de Heils (Kolonel Millerstraat, Maastricht) staan op een 2

terrein van 600-800 m vier prefab betonnen wooncontainers. Bij plaatsen of verhuizen hoef je alleen de elektra, riolering en dergelijke aan te leggen. De containers zijn eigendom van de corporatie Servatius Wonen, die ze onderhoudt en verhuurt aan het Leger des Heils voor € 254 per stuk per maand. Peter Geuijen van Servatius Wonen: “De containers hebben niet veel onderhoud nodig. Ze zijn gebouwd volgens het principe ‘wat er niet in zit kan niet stuk’. Maar alles zit er in, een douche, keukentje, enzovoort. Ze voldoen aan het bouwbesluit.”

29

De stichtingskosten van de woonunits bedragen € 54.400 per stuk. De inrichting van de vier woonunits (inclusief buitenterrein) werd gesubsidieerd door de stichting Elisabeth Strouven middels een eenmalige subsidie van € 17.540,-.

Het Leger des Heils heeft een woon-/begeleidingsovereenkomst met de bewoners gesloten. Peter Geuijen: “In de gebruikersovereenkomst wordt wonen en dus het gebruik van de container gekoppeld aan de begeleiding. Dat betekent dat het Leger des Heils meer mogelijkheden heeft om de overeenkomst te beëindigen dan wij bij een regulier huurcontract zouden hebben. Of het juridisch helemaal klopt, weet ik niet, maar zo zet je het huurrecht een beetje buiten spel. Als iemand het te bont maakt hoeven wij niet naar de kantonrechter. Als de buurt ernstige klachten indient wegens overlast, zouden wij daar formeel het Leger des Heils op moeten aanspreken.” Die klachten zijn er nauwelijks, volgens alle partijen zijn er geen noemenswaardige problemen met de buurt. Jolijn de Jong, Leger des Heils: “Het enige waar buurtbewoners wel eens last van hebben, zijn jonge drugsrunners. Maar die komen ook uit de wijk zelf.”

Bij de start van het project kwamen de partnerorganisaties (verslavingszorg, Servatius Wonen, GGZ, GGD, Leger des Heils, gemeente en politie) zo'n drie tot vier keer per jaar bij elkaar, op initiatief van de gemeente. Het overleg verwaterde in de loop van de tijd: op een gegeven moment zaten er maar twee of drie mensen. Bij de start op de huidige locatie, vijf jaar geleden, waren er plannen om in 2009 het project met alle betrokken partijen te evalueren. Maar het is zeer de vraag of dat nog gebeurt, bij gebrek aan een actieve regisseur/initiatiefnemer.

Bewoners De doelgroep voor de wooneenheden bestaat uit zeer moeilijk plaatsbaren: personen voor wie als gevolg van multiproblematiek (verslaving/psychiatrisch/sociaal-maatschappelijk, etcetera) reguliere huisvesting niet bereikbaar is. Ook een verblijf in de reguliere opvangvoorzieningen is voor deze personen niet haalbaar. Het betreft daklozen die voldoen aan de volgende selectiecriteria: •

De dakloosheid leidt tot overlast of tot verslechtering van de gezondheidstoestand van de betrokkene.

•

Ze zijn ingeschreven bij het Woningburo Maastricht en hebben dus een woonwens.

•

Ze kunnen niet zelfstandig woonruimte krijgen.

•

Uit huidig gedrag of het woonverleden blijkt dat huisvesting in de reguliere woningvoorraad niet mogelijk is (betrokkene is niet plaatsbaar).

•

Ze zijn bereid een woonbegeleidingsaanbod te accepteren en ondertekenen een samenwerkingsovereenkomst.

In de units wonen drie mannen en een vrouw, in de leeftijd van 47 tot 58 jaar. Drie van de bewoners hebben een contact bij de reguliere gezondheidszorg en krijgen dus integrale zorg van GGZ of de verslavingszorg (drie van de vier bewoners hebben een verslaving). Alle bewoners hebben een bewindvoerder. Incidenteel worden ze daarnaast door 'externe' begeleiders wel eens geholpen met het verkrijgen van een ID-kaart en dergelijke, maar de voornaamste bemoeienis bestaat uit de woonbegeleiding door het Leger des Heils.

30

Skaeve huse

Begeleiding De GGD bepaalt de indicatie voor plaatsing in de units. Om in aanmerking te komen voor de units moet iemand een woonwens hebben, maar geen reguliere woning kunnen krijgen, wegens overlastgevend gedrag en de weigering om constructief samen te werken met de hulpverlening. Verschillende zorginstellingen, zoals verslavingszorg en de GGZ, begeleiden de bewoners bij hun specifieke problematiek. Dat gebeurt niet op het terrein, maar bij de zorginstellingen; die staan daardoor enigszins op afstand. Jolijn de Jong: “Eigenlijk doet het Leger des Heils meer casemanagement dan woonbegeleiding. Drie bewoners hebben wel een externe begeleider van de Mondriaangroep (verslavingszorg), maar die komen niet hier, daar moeten de bewoners naar toe.”

De bewoners van de units hebben een zorgindicatie van ongeveer tien uur per week begeleiding. Jolijn de Jong is nu al anderhalf jaar de hoofdbegeleider van de bewoners in de units. Zij heeft inmiddels min of meer een vertrouwensband met de bewoners opgebouwd. “Ik ga er elke dag heen. Soms maak ik een afspraak, maar dat kan niet met iedere bewoner. Ik ga sowieso graag onverwacht langs, ook bij degenen met wie wel afspraken valt te maken. Zo kan ik een beetje zien wat voor bezoek er over de vloer komt, hoe vaak de bewoners van het terrein af gaan, hoe het staat met de hygiëne en het huishouden, enzovoort. Mijn voornaamste taak is om rust en regelmaat te creëren. Maar het werk is volkomen ad hoc, het valt niet te plannen. De ene keer gaan we boodschappen doen, dan moet ik weer bezoek wegjagen, dan bied ik een luisterend oor of sus ik een ruzie. Er is regelmatig wat aan de hand. Het voornaamste probleem is bezoek. Het is wel eigen terrein, maar het is open. Dat betekent dat er van alles komt aanwaaien. Dealers, andere mensen van de straat, drugsrunners. Onze bewoners kunnen heel moeilijk nee zeggen.”

Ervaringen van de bewoners Jolijn de Jong: “Je kunt eigenlijk niet zeggen dat de bewoners tevreden zijn. Over het algemeen voelen ze zich per definitie slachtoffer, uitschot. Ze leggen veel grote en kleine problemen buiten zichzelf neer: bij ons, bij de situatie. Ze hebben het leven van de straat nog niet losgelaten. Als het project wordt opgeheven, is er voor deze mensen geen alternatief. Er zijn wel Domushuizen, maar die willen ze niet. Dat is een stap achteruit: je deelt je ruimte met andere mensen, van wie er veel gebruiken. Deze bewoners hebben grote moeite om in een groep te leven. Een alternatief is het slaaphuis, maar daar mag je hond niet mee naartoe. Dus blijven alleen buitenoplossingen over, zoals de grotten, tentjes langs de weg en dergelijke. Zeker in de winter is dat een probleem.” Wonen in de units lijkt een eindstation. De bewoners kunnen niet verder, maar ook niet terug. Jan Tegenbosch (GGD): “Uit screening blijkt dat twee van de vier bewoners niet meer helemaal op hun plek zitten in de units. Zij zouden eigenlijk een doorstroomtraject in kunnen.”

Reacties van omwonenden Het bouwplan werd gedurende twee weken, vanaf 30 oktober 2003, ter inzage gelegd. Iedereen werd op die manier in de gelegenheid gesteld om bezwaar te maken tegen de plaatsing. In overleg met de stadsdeelcoördinator van de gemeente Maastricht zijn huis aan huis informatiefolders verspreid, waarin kort werd uitgelegd dat er woonunits geplaatst zouden worden voor probleemhuurders en dat het Leger des Heils de begeleiding zou verzorgen. De buurt kon naar aanleiding van deze flyer reageren en werd uitgenodigd om te komen kijken. Er is één reactie binnengekomen: een protest van een buurtbewoner die bang was dat het

31

hondenlosloopgebied hieraan opgeofferd zou worden. Omdat dit niet het geval was, is alles naar tevredenheid afgehandeld. Verder is een open dag georganiseerd in het sociaal pension, waarop mensen ook een kijkje konden nemen bij de woonunits. Omwonenden van de voorziening zijn schriftelijk geïnformeerd dat ervaren overlast kan worden gemeld bij het sociaal pension. Sinds de plaatsing van de woonunits is geconstateerd dat de bewoners van het sociaal pension en de woonunits meer overlast ondervinden van de omwonenden (voornamelijk jongeren) dan dat de omwonenden overlast ondervinden van de bewoners van het sociaal pension en de woonunits.

Stand van zaken medio 2009 Het project kampt met twee urgente kwesties: er moet een andere locatie gezocht worden voor de units en er is gebrek aan duidelijke regie en effectieve samenwerking. Met de huidige locatie zijn twee problemen: de tijdelijke ontheffing die vijf jaar geleden is afgegeven om de units te kunnen plaatsen, is bijna verlopen, en op (relatief) korte termijn begint de ondertunneling van de A2. Daardoor moeten zowel het sociaal pension van het Leger des Heils als de aanleunende skaeve huse in 2010 te verhuizen. Omdat het Leger des Heils de woonunits op het terrein huisvest en de woonbegeleiding op zich heeft genomen, is de verantwoordelijkheid voor de bewoners en de units in de praktijk meer en meer bij het Leger des Heils komen te liggen. Will Linssen (Leger des Heils): “Het probleem is dat deze mensen op het terrein zitten en alleen op het terrein overlast veroorzaken. De overlast komt dus niet naar buiten. Daardoor voelt niemand de urgentie om iets met deze mensen aan te vangen. Overlastgevers in de stad worden als een veel dringender probleem ervaren.” Jan Tegenbosch (GGD): “Het is dan wel een heel klein project, waar weinig mensen gebruik van maken, maar in totaal hebben we er toch ongeveer tien (tijdelijk) kunnen helpen. Er zijn bij mijn weten drie mensen vanuit de units met succes naar een eigen woning gegaan.

Het maatschappelijk rendement lijkt mij evident; je zou het zelfs kunnen becijferen. Geen van de partijen doet met zekerheid de uitspraak ‘we zetten de units voort op precies dezelfde manier als nu’. De gemeente zoekt naar een vervangende locatie voor de huidige units. Of er iets verandert in de opzet en organisatie – en dus welke instelling de woonbegeleiding gaat doen – is mede afhankelijk van de nieuwe locatie.

Conclusie Hoewel bewoners en omwonenden in Maastricht niet expliciet zijn ondervraagd, delen alle betrokkenen de conclusie dat de wooncontainers een goede oplossing zijn voor zeer moeilijk plaatsbare bewoners en niet of nauwelijks overlast veroorzaken in de omgeving. De locatie, naast het sociaal pension van het Leger des Heils, speelt daarbij ongetwijfeld een rol. Tegelijkertijd geeft de aanleunlocatie ook weer een probleem: de andere partijen (behalve de GGD) in Maastricht zijn de wooncontainers steeds meer gaan beschouwen als een project van alleen het Leger des Heils. Daardoor maakt het niet echt deel uit van een keten van zorg en dreigt de doorstroom verstopt te raken. Volgens de begeleiders zouden twee van de vier bewoners aan een vervolgstap toe zijn, maar hiervoor is geen mogelijkheid.

Het begeleidingsmodel is hier minder Deens en sluit meer aan bij de Nederlandse aanpak van woonbegeleiding met ‘bemoeizorg’.

32

Skaeve huse

Alle betrokkenen zijn het erover eens dat deze bewoners niet kunnen aarden in een vorm van groepswonen. Net als in Kampen is inpassing van de wooncontainers in een breed gedragen en doordachte keten van woonvoorzieningen voor mensen met onaangepast gedrag én een goed onderbouwde en duurzame locatiekeuze aan te bevelen. In beide gemeenten zijn het ad-hoc-oplossingen – overigens voortreffelijk begeleid door betrokken professionals – die ook met ad-hoc-beleid beantwoord worden: “We kunnen ze niet missen, maar we hebben er eigenlijk geen plek voor.”

3.4 Vijf skaeve huse bij de Houthavens in Amsterdam-Westerpark

33

Luchtfoto locatie

In tegenstelling tot de vroege voorbeelden Kampen en Maastricht is het project in Amsterdam ontstaan op basis van het Deense voorbeeld en een zorgvuldig voorbereide beleidsconsensus tussen de belangrijkste founding fathers: Stadsdeel Westerpark, woningcorporaties AWV en De Key en woonbegeleider HVO Querido. Overigens hebben Kampen en Maastricht voor Amsterdam – naast Denemarken – wel ter inspiratie en ter geruststelling gediend. In Amsterdam is het evaluatieonderzoek uitgevoerd volgens het standaardmodel. Eerst worden de projectkenmerken beschreven, dan de uitkomsten van de nulmeting en de halfjaarsmeting.

Locatie De skaeve huse zijn voor maximaal vijf jaar gebouwd op een terrein dat wacht op een toekomstige woonbestemming. Het terrein grenst aan een woonbuurt, de Spaarndammerbuurt, maar is hiervan gescheiden door een waterpartij. Met enig omlopen bereiken de bewoners een winkelstraat.

Vanuit de skaeve huse is uitzicht op een tijdelijk studentencomplex, een circustent, een stedelijk strand met café en het water van het IJ. Dit alles ligt op meer dan honderd meter afstand. De tijdelijke straat waaraan ze liggen heeft de naam Jan Frankenlaan gekregen, naar de in 2007 overleden gedreven SEV-projectleider skaeve huse.

Opzet en financiering Het complex skaeve huse aan de Houthaven bestaat uit zes gelijke woonunits: vijf voor bewoners en een voor de huismeester en de gemeenschappelijke wasmachine. 2

De wooncontainers van 30 m (12 x 2,5 m) zijn qua plattegrond identiek aan wooncontainers voor studentenhuisvesting (woonslaapkamer, keuken, natte cel). Ze zijn ingepakt in robuuste geluidsisolerende

34

Skaeve huse

buitenwanden tegen elkaar aan gebouwd (zie afbeelding). De stichtingskosten bedroegen ongeveer € 85.000 per wooneenheid. De kale huur bedraagt € 326 per maand, de servicekosten € 90.

Artist impression voorzijde

Ontwerp: Kerssen en Lijbers op basis van Tempo Housing containerwoningen

Beheer en begeleiding In Amsterdam is gekozen voor een stevig opgetuigd beheermodel: een woonbegeleider van HVO Querido plus twee huismeesters (terreinbeheerders) van AWV en De Key die elkaar afwisselen vormen het dagelijks beheerteam. Het Amsterdamse beheermodel gaat verder dan het Deense en voorziet naast het woningbeheer in een mix van hulpverlening en bemoeizorg. Bewoners krijgen ondersteuning op het gebied van financiën, dagbesteding, hygiëne, gedrag en verslaving. Aan de huurovereenkomst is een begeleidingsovereenkomst gekoppeld. In dit opzicht lijkt Amsterdam sterk op Maastricht. Om het project heen is een beheergroep geformeerd uit medewerkers van stadsdeel, corporaties, HVO, bewoners en politie en voorts een communicatiegroep en een stuurgroep op bestuurlijk niveau. Omwonenden die overlast ervaren kunnen contact opnemen met het Wijk Service Punt, dat vervolgens bepaalt of instanties in actie moeten komen, en zo ja welke. Het eerste skaeve-huse-experiment in Amsterdam lag bestuurlijk gevoelig en mocht niet mislukken. In de loop van het eerste jaar is de personele inzet op alle niveaus verminderd nadat gebleken was dat de problemen in de dagelijkse praktijk erg meevielen. Bewoners bleken langdurige en intensieve aanwezigheid van begeleiders of beheerders niet op prijs te stellen maar waarderen het wel als deze af en toe hun gezicht laten zien.

35

Bewoners De instroom van bewoners is langzaam gegaan: de eerste bewoner is er in de zomer van 2007 komen wonen, de laatste in de zomer van 2008. Dit hangt samen met de complexe criteria voor selectie van kandidaten: •

Huurders met extreem overlastgevend woongedrag.

•

Maar zonder psychiatrische problematiek.

•

Drie van de vijf moeten afkomstig zijn uit stadsdeel Westerpark.

•

Van beide corporaties moeten ongeveer evenveel kandidaten worden gekozen.

Vooral het criterium ‘geen psychiatrische problematiek’ bleek niet houdbaar: veel extreme overlastgevers hebben nu eenmaal psychiatrische problemen, zij het dat die niet altijd gediagnosticeerd zijn. Daarom is in tweede instantie de GGZ-instelling Jellinek/Mentrum binnengehaald als partner en is dit criterium vervallen. HVO Querido selecteert de kandidaten uiteindelijk.

De bewoners zijn alleenstaande mannen tussen 40 en 60 jaar. Van de vijf komen er drie uit een zelfstandige woning, de andere twee komen uit een pension of leidden een zwervend bestaan. Ze hebben verscheidene psychosociale problemen: verslaving aan alcohol en/of drugs, drinkgelagen met vrienden op de stoep, verzamelwoede, vervuiling, ongedierte. Meestal ligt psychiatrische problematiek ten grondslag aan het overlastgevende gedrag. De eerste bewoner bleek zo agressief dat spoedig opname in een psychiatrische instelling volgde. Sindsdien hebben zich dergelijke problemen niet meer voorgedaan.

Communicatie Op aandrang van de stadsdeelraad zijn niet alleen de direct omwonenden in de mogelijke hinderzone rond de skaeve huse van tevoren geïnformeerd, maar alle bewoners van de Spaarndammerbuurt (3000 inwoners). Dat gebeurde door middel van een informatiekrant. Er zijn twee informatieavonden gehouden in de vorm van een inloopspreekuur: bewoners kunnen individueel vragen stellen. Vergeleken met een buurtvergadering is het voordeel dat volksmenners geen kans krijgen om de zaal op te zwepen. De opzet werkte goed: er zijn veel verontruste vragen gesteld door de circa vijftig aanwezigen. Uiteindelijk is met twaalf belangstellende buurtbewoners een bezoek gebracht aan het project in Kampen. Ze stonden daarna positiever tegenover de skaeve huse.

De vragen van buurtbewoners gingen vooral over de wijze waarop de bewoners worden begeleid, wat er gebeurt als zij zich niet aan de afspraken met hun begeleiders houden en waar eventuele klachten over overlast konden worden gemeld. Aan de buurt is beloofd dat bij te veel overlast het project voortijdig beëindigd zou worden. Ondanks de zorgvuldige voorlichting hebben tien verontruste buurtbewoners een handtekeningenactie gestart tegen de skaeve huse en daarmee 575 handtekeningen opgehaald. Toch heeft de stadsdeelraad unaniem ingestemd met de start van het experiment.

36

Skaeve huse

Evaluatieonderzoek Uit gesprekken met sleutelpersonen blijkt dat er geen sprake is van meldingen van overlast. Noch de huismeesters van de corporaties, noch de buurtregisseur van de politie, noch het meldpunt overlast Westerpark heeft de indruk dat er iets bijzonders is gebeurd in het jaar sinds de skaeve huse bewoond zijn. De Spaardammerbuurt was en is een echte volksbuurt met de nodige problemen op het gebied van leefbaarheid en burenoverlast. De skaeve huse hebben daaraan weinig veranderd; in de cijfers zijn geen merkbare effecten terug te vinden van het experiment. Wel geven de huismeesters aan dat de skaeve huse nogal open en bloot op een kaal terrein staan en dat de bewoners daardoor te weinig privacy hebben. Ook stellen zij vast dat er een feite een overkill van professionals is die zich bezighouden met de vijf bewoners. Ten slotte is er vaak veel rommel rond de skaeve huse omdat ze erg klein zijn voor alle spullen van bewoners. Zij spreken bewoners dan hierop aan. De woonbegeleiders geven aan dat zij met twee van de vijf bewoners moeilijk contact kunnen krijgen (moeilijk benaderbaar, warrig).

De gesprekken met de omwonenden bevestigen het beeld van een minimaal aantal incidenten. Er zou een keer een brandje zijn geweest, een keer met bierflesjes zijn gesmeten en een keer zouden er vuilniszakken kapot zijn gescheurd. Ook de nabijgelegen bedrijven beamen dat hun aanvankelijke vrees voor overlast niet bewaarheid is. Sommige buurtbewoners vragen zich zelfs af of men niet te lichte gevallen heeft geselecteerd om het project te doen slagen.

Er is ook gesproken met de bewoners van de skaeve huse. Twee van de vijf (toen: vier) waren bereid tot een gesprek. Beiden verklaarden zeer tevreden te zijn met hun skaeve hus. Geen klagende buren meer, lekker veel ruimte om je heen. Beiden vinden de woning wel wat klein. Zij doen wel eens wat vrijwilligerswerk bij kerkelijke projecten in ruil voor een maaltijd. Verder hebben ze weinig contacten met de buurt. Onderling beschrijven ze elkaar als rustige buren. Woonbegeleiding wordt wel op prijs gesteld maar moet niet ontaarden in bemoeizorg; zij zouden het liefst zelf hun financiën beheren.

Ten slotte is uitgezocht welke overlast de bewoners veroorzaakten op hun vorige adres en welke positieve effecten de skaeve huse daar dus hebben gehad. Voor twee van de vijf bewoners is dit niet aantoonbaar omdat zij al eerder wegens overlast waren uitgezet. Een van hen was terechtgekomen in een sociaal pension waar hij ook niet te handhaven was. De ander zwierf langs diverse tijdelijke adressen. Voor de drie anderen geldt dat er in de vorige woonsituatie aanmerkelijke woonoverlast was en dat die nu tot het verleden behoort. Een van hen kreeg veel bezoek van zwervers, alcoholisten en drugsgebruikers met wie hij in de gemeenschappelijke hal van de flat rondhing. De man met verzamelwoede zette spullen in het trappenhuis, wat in het woongebouw vervuiling veroorzaakte en ongedierte aantrok. De derde persoon gedroeg zich luidruchtig en intimiderend op het speelplein voor de deur en in het trappenhuis. Het is dus zeker niet zo, zoals sommige omwonenden suggereerden, dat voor de skaeve huse vooral lichte gevallen zijn geselecteerd.

Conclusies Het experiment met de skaeve huse in Amsterdam heeft een flinke reductie van overlast opgeleverd. In de oude woonsituatie veroorzaakten de vijf bewoners aanmerkelijke buurtoverlast, in de nieuwe situatie is er

37

nauwelijks sprake van overlast. Aangezien ook de bewoners van de skaeve huse zelf overwegend positief gestemd zijn over hun nieuwe huisvesting (althans de twee wilden praten), is er sprake van een win-win situatie. Het is daarom te betreuren dat de skaeve huse aan de Houthavens al zo snel (twee jaar na bewoning) weer weg moeten. Een nieuwe locatie is nog niet bekend. De skaeve huse in Amsterdam zien er goed uit, hoewel de aanwezige ruimte ook benut had kunnen worden door ze verder uit elkaar te plaatsen. Enige beplanting of beschutting had de bewoners meer privacy opgeleverd. Verder is de locatie duidelijk goed gekozen. Het communicatietraject is voortreffelijk verlopen, maar heeft wel veel inzet gekost. De aanvankelijke ‘smalle’ benadering van alleen de direct omwonenden in de buurt riep veel protest op; in een tweede ronde moest de hele Spaarndammerbuurt uitgenodigd worden om alle buurtbewoners het gevoel te geven dat ze serieus worden genomen. De inzet van begeleiding is verminderd nadat bleek dat er weinig problemen waren. Toch is er nog steeds een verschil met het ‘relaxte’ Deense model, dat wegheeft van zelfstandig wonen en minder van begeleid wonen. Of het gegeven dat er weinig problemen zijn geweest in Amsterdam te danken is aan de tamelijk intensieve woonbegeleiding, kon niet worden vastgesteld.

In Amsterdam is het experiment zo positief geëvalueerd dat in principe is besloten dat elk stadsdeel een locatie voor skaeve huse zou moeten krijgen.

3.5 Vijf units Anders Wonen in het Olympusgebied in Arnhem-Zuid In Arnhem is van het begin af aan een andere doelgroep in beeld geweest en heeft men de skaeve huse dus ook anders willen noemen: ‘Anders Wonen’. Het gaat hier om mensen met een psychiatrische achtergrond die niet per sé afkomstig hoeven te zijn uit een sociale huurwoning en niet per sé woonoverlast hoeven te hebben veroorzaakt. Het centrale criterium is dat zij uitbehandeld zijn en zorg mijden; de meesten zijn jarenlang dakloos geweest. Zij passen niet in het collectieve model van de gebruikelijke RIBW-woonvormen en het model van zelfstandig begeleid wonen zou wel degelijk tot burenoverlast kunnen leiden. De aanvliegroute is dus wat anders dan bij de andere projecten, maar de problematiek van de bewoners is herkenbaar: psychiatrische problemen, vaak in combinatie met verslavingsproblemen. Ook hier gaat het vaak om wat oudere alleenstaande mannen. De initiatiefnemers zijn de RIBW Arnhem, Volkshuisvesting en de gemeente.

Locatie De locatie is goed gekozen: een braakliggende strook grond, omzoomd door bomen, aan de rand van het zogenaamde Olympusgebied in het hart van Arnhem-Zuid. In het gebied bevinden zich een sportcentrum, de Rijnhal (voor evenementen) en het Olympus College (voortgezet onderwijs). Verder liggen hier parkeerterreinen en een kermisterrein. Het is een gebied met veel bezoekers en gebruikers. De vijf bewoners van ‘anders wonen’ vallen er niet snel op. De locatie is gekozen uit twintig potentiële plekken en is voorgedragen door de burgemeester. De locatie wordt van omliggende woonbuurten gescheiden door een weg, een busbaan en een waterloop. De afstand tot woonbebouwing bedraagt meer dan honderd meter. Het grote winkelcentrum Kronenburg ligt op driehonderd meter en is goed bereikbaar zonder dat de bewoners door een woonstraat hoeven te lopen.

38

Skaeve huse

Om overlast van (niet: voor) schooljeugd te voorkomen is een scherm geplaatst aan de kant van het Olympusplein.

Opzet De vijf woonunits van 40 m2 zijn losstaand naast elkaar geplaatst aan het doodlopende pad langs het water. Elke woonunit omvat een woonslaapkamer, keuken, natte cel en een zitplek buiten voor de deur. Een zesde unit biedt ruimte aan bergingen voor de vijf bewoners.

Arnhem is uniek in de eis dat alle bewoners een AWBZ-indicatie hebben. De gemeente neemt aan dat deze doelgroep hoogstwaarschijnlijk levenslange begeleiding nodig heeft en dat de WMO hiervoor onvoldoende middelen heeft. Dit betekende dat voor alle vijf bewoners een AWBZ-indicatie moest worden aangevraagd op basis van een psychiatrische diagnose; het veroorzaken van overlast is op zich immers geen grond voor een AWBZ-indicatie. Voor sommige van de oorspronkelijke kandidaten is dit niet gelukt, omdat zij moeilijk te diagnosticeren bleken te zijn, vooral als het element verslaving overheerste. Er moest dan een andere kandidaat worden gezocht. De AWBZ-financiering omvat het totale pakket van wonen, welzijn en zorg. De RIBW huurt de woonunits van de corporatie en levert woonbegeleiding. De gemeente zorgt voor de locatie en de nutsvoorzieningen.

De RIBW huurt de woonunits van woningcorporatie Volkshuisvesting en vervolgens samen met de woonbegeleiding ‘verstrekt’ aan de bewoners. De bewoners hebben dus geen eigen huurcontract en geen rechtstreekse huurrelatie met de corporatie. Er zijn basale huisregels opgesteld, daarnaast werden aanvullende individuele afspraken gemaakt met elke bewoner. Bewoners mogen geen huisdier houden en logees die negatieve invloed kunnen hebben op bewoners zijn niet toegestaan. Er is een verplichting in het contract opgenomen om woonbegeleiders van RIBW binnen te laten, maar aangeboden hulp mag geweigerd worden. De begeleiding houdt onder meer in dat de woonbegeleiders met de bewoners boodschappen gaan doen in het nabijgelegen winkelcentrum – of zelfs voor hen de boodschappen doen.

Onderwerp Anders Wonen

Alle woonunits I

39

Vijf woonunits op het Olympusterrein, Arnhem-Zuid Onderwerp Anders Wonen

Berging

Bewoners De bewoners zijn allen mannen tussen 40 en 60 jaar oud en worden in vakjargon aangeduid als ‘dubbelediagnosecliënten’: ze hebben last van een of meer persoonlijkheidsstoornissen en zijn daarnaast verslaafd. Ze wijzen hulpverlening af of die slaat niet aan. Alle mannen zijn jarenlang dakloos geweest nadat ze ooit vanwege onaangepast gedrag (meer dan eens) uit hun huis zijn gezet.

Communicatie met de buurt Het uitgangspunt was: de buurt krijgt geen inspraak over de beslissing, maar wordt wel goed geïnformeerd. De gemeente heeft het project Anders Wonen in de buurt geïntroduceerd door: •

Het persoonlijk inlichten van de aangrenzende Olympus-instellingen, het wijkplatform en het wijkteam.

•

Een publicatie en een huis-aan-huis-brief (juli 2008, een half jaar voor plaatsing).

•

Een bijeenkomst met het buurtoverleg: professionals en vertegenwoordigers van bewoners (september 2008).

•

Huis-aan-huis-krant en persbericht (december 2008).

•

Uitnodiging voor de opening van het project (januari 2009).

-

Bekendmaking van het beheerplan (gemeente, RIBW, corporatie).

Twee bezwaarschriften zijn ingediend, die beide ongegrond zijn verklaard.

De reacties uit de buurt hebben te maken met bezorgdheid over de veiligheid voor kinderen in de omgeving van de skaeve huse (school, zwembad), mogelijke confrontaties met jongeren, vrees voor overlast in het winkelcentrum en het feit dat de wijk Malburgen toch al een probleemcumulatiegebied is. De nabijgelegen school wil een visuele afscheiding plus de garantie dat er geen personen worden geplaatst die bij zedenzaken betrokken zijn geweest.

40

Skaeve huse

Ervaringen van omwonenden De DSP-groep onderzocht leefbaarheid en veiligheid in het gebied voor en na de komst van het project Anders Wonen. De wijk Malburgen scoort als geheel nog steeds ongunstig op de Leefbaarheidsmonitor van de gemeente Arnhem, maar de trend is positief, mede dankzij de stedelijke vernieuwing. Het gebied Olympus waar de skaeve huse liggen staat bekend als een onrustig gebied waar veel mensen van buiten komen en op de parkeerterreinen soms criminele dingen gebeuren. Het nabijgelegen winkelcentrum Kronenburg staat bekend als veilig en rustig, ook omdat daar een eigen bewakingsdienst actief is. Het buurtonderzoek bestond uit gesprekken met de wijkbeheergroep, met willekeurige omwonenden en met nabijgelegen winkels en instellingen.

Bij de wijkbeheergroep zijn over de periode januari-augustus 2009 geen incidenten bekend waarbij bewoners van de skaeve huse betrokken zijn; er is helemaal geen contact tussen buurtbewoners en bewoners van skaeve huse. De wijkagent en de wijkmanager van de gemeente bevestigen dit beeld. Ook de corporatie heeft geen negatieve geluiden gehoord van de bewonerscommissie van de aangrenzende buurt. De corporatie staat nog steeds positief tegenover het project en is al op zoek naar een definitieve locatie voor als het project hier over een paar jaar weg moet.

De ondervraagde omwonenden verklaren allen geen overlast te hebben ondervonden, hoewel ze daar wel bang voor waren toen het project werd aangekondigd. Men ziet de bewoners zelden. Ook bij de naastgelegen bushalte worden geen problemen gemeld. In het winkelcentrum, het sportcentrum en de Rijnhal hoor je hetzelfde verhaal. Men merkt niets van de aanwezigheid van het project Anders Wonen en voor niemand hoeft het verplaatst te worden.

De woonbegeleiders van het RIBW zitten er natuurlijk het dichtst op. Hun beleid is om de situatie rustig te houden. De verwachting over verbeteringen in het leven van de bewoners liggen niet hoog, daarvoor hebben zij een te moeilijk verleden. Cruciaal is dat het project de bewoners rust en een stabiele woonsituatie biedt en vrijheid om hun eigen tijd in te vullen los van regels en structuren. Dat de bewoners ook in de zomermaanden niet zijn gaan zwerven maar in hun woonunit zijn gebleven zegt genoeg. De begeleiders komen elke dag even langs en helpen vooral met de praktische kant van het dagelijks leven. Net als in Denemarken is de ervaring dat het organiseren van gezamenlijke activiteiten met de bewoners onbegonnen werk is. De bewoners gaan niet of nauwelijks zelfstandig de buurt in, ook niet naar het winkelcentrum Kronenburg. Als ze weg gaan, gaan ze over de brug naar de binnenstad van Arnhem. In het begin zijn er wat kleine provocaties en pesterijen geweest van de kant van de schooljeugd. De gemeente heeft op verzoek van de school een scherm geplaatst als visuele afscheiding.

Ervaringen van de bewoners Met drie van de vier bewoners van de skaeve huse kon een gesprek worden gevoerd, nummer vier wilde niet en de vijfde was op dat moment nog niet gearriveerd.

41

Twee van de drie zijn zonder meer blij met hun huidige huisvesting; een van hen noemt het zelfs ‘een plek om oud te worden’. Nummer drie is op dit moment ook wel tevreden maar ziet de huidige woonsituatie als opstap naar een normaal huis en een normaal soort mensen om je heen. (De woonbegeleider betwijfelt of deze stap voor hem haalbaar zal zijn.) Over de locatie zijn alle drie bewoners positief. Wat de woonunits betreft merkt een van de drie op dat er wel erg weinig ramen in zitten (‘je voelt je hier opgesloten’). Over de woonbegeleiding zijn twee van de drie tevreden, bij de derde overheerst het wantrouwen. Een van de bewoners snapt niet waarom hij geen huisdier mag houden en vindt dit een reden om het project op termijn te verlaten. Onderlinge contacten zijn er tussen twee bewoners, de anderen houden zich afzijdig.

Conclusies Anders wonen in Arnhem is in sommige opzichten anders dan de skaeve huse in Denemarken: geen scheiding van wonen en zorg, alleen bewoners met zorgindicatie, huisdieren zijn niet toegestaan. Wat betreft het begeleidingsmodel is er verwantschap met de projecten in Maastricht en Amsterdam, ook al zijn die opgezet vanuit de maatschappelijke opvang en niet vanuit de GGZ zoals in Arnhem. Wat betreft locatie en woonvorm lijkt Anders Wonen daarentegen als twee druppels water op de skaeve huse. De locatie is perfect gekozen: in een soort niemandsland maar toch centraal in de wijk en niet ver van winkels. Het valt dan ook te betreuren dat het project over een paar jaar weer verplaatst moet worden naar een definitieve locatie. De wooneenheden zelf zijn solide en ruim genoeg, zij het dat wat meer ramen welkom zijn. De communicatie met de buurt is blijkbaar goed verlopen, de weerstanden vielen mee. Achteraf gezien is iedereen opgelucht en meldt niemand overlast of aanwijsbare incidenten. Wat de buurt betreft hoeft het project niet verplaatst te worden. Ook de bewoners zelf zijn overwegend positief gestemd en de woonbegeleiders melden positieve effecten van de rust en ruimte die bewoners ervaren. Een enkele bewoner ervaart de begeleiding en huisregels nog steeds als te betuttelend.

Een extra punt van aandacht bij het Arnhemse model is de beperking die de eis van een AWBZ indicatie oplegt bij de selectie van geschikte bewoners.

42

Skaeve huse

3.6 Negen skaeve huse aan de Apennijnenweg in Tilburg

Tilburg heeft ervoor gekozen om dicht bij het Deense voorbeeld te blijven. Meer dan in andere steden heeft de gemeente de regie genomen. Met negen wooneenheden is het project relatief groot. Het beheermodel is relaxt. Er is zorgvuldig gekozen tussen mogelijke locaties en er is uitvoerig gecommuniceerd met de bevolking. Bij het project zijn een samenwerkingovereenkomst en een ‘raamwerk omgevingsbeheer’ opgesteld. Tilburg had net als Maastricht al jarenlang ervaring met een stedelijk tweedekansbeleid voor mensen die woonoverlast veroorzaken; gemeente, corporaties en hulpverleners werken daarbij samen. De skaeve huse vormen dus een doordacht onderdeel in de keten van antwoorden op deze problematiek. Behalve de gemeente en de drie Tilburgse corporaties zijn ook de Stichting Maatschappelijke Opvang Traverse, het RIBW Midden Brabant en de Politie bij het project betrokken. De planvoorbereiding heeft veel tijd gevergd. Als gevolg van een beroepsprocedure kunnen de skaeve huse niet eerder in gebruik genomen worden dan in december 2009. Dat betekent dat wel de nulmeting, maar niet de halfjaarsmeting meegenomen kan worden in dit SEV-advies. Als de vervolgmeting in de zomer van 2010 nieuwe inzichten oplevert of aanleiding geeft om conclusies over de ervaringen in Nederland bij te stellen, dan zal de SEV hier bekendheid aan geven.

Locatie Ook in Tilburg gaat het om een tijdelijke locatie voor maximaal vijf jaar. Als het experiment succes heeft, zal naar een permanente locatie worden gezocht. De criteria waaraan een permanente locatie moet voldoen zijn inmiddels vastgesteld. In Tilburg heeft de gemeente vooraf een systematisch onderzoek naar geschikte locaties uitgevoerd, waaruit vijf mogelijke locaties naar voren kwamen. Na het horen van burgers en professionals is de locatie Apennijnenweg gekozen, een gedeelte van de Gemeentewerf vlakbij de Ringbaan Zuid in de wijk Groenewoud.

43

De criteria waren: •

Voldoende afstand tot woonbebouwing.

•

Nabijheid van voorzieningen voor primaire levensbehoeften.

•

Een omgeving met voldoende levendigheid.

De locatie grenst aan de gemeentewerf, een weg, sportvelden en enkele opleidingsinstituten. Een van deze instituten heeft een bezwaarschrift ingediend. In omgeving zijn verder kantoren, een ROC en enkele woningen op voldoende afstand (meer dan 75 meter). Op een paar honderd meter afstand is een supermarkt in een woonbuurt, op de route naar het centrum.

Opzet en financiering Het terrein is omgeven door bomen en een hek. Het is alleen toegankelijk vanaf de Apennijnenweg. Op de locatie zijn aan een voetpad negen woonunits plus een beheerderunit geplaatst. De verplaatsbare units zijn zes bij zes meter groot en bevatten een woon- en een slaapkamer, een keuken en een douche. Elke unit heeft een kleine buitenruimte met een hek eromheen van een meter hoog. De huur bedraagt ongeveer € 400 per maand; de bewoners huren rechtstreeks van de corporatie

De woonunits worden gebouwd en verhuurd door de gezamenlijke woningcorporaties. De uitvoerende corporatie is WonenBreburg. De gemeente stelt de grond beschikbaar en draagt de inrichtingskosten van de tijdelijke locatie (ca € 150.000). Ook heeft de gemeente een bijdrage van € 163.500 gereserveerd in de onrendabele top van de corporaties doordat de exploitatieperiode is verkort van vijftien naar vijf jaar. Als na vijf jaar de exploitatie op een andere locatie wordt voortgezet, komt dit bedrag beschikbaar voor verplaatsings- en inrichtingskosten. Gemeente en corporaties dragen ieder voor 50% bij in de beheerskosten (0,5 FTE). Dit kost de gemeente 50% van € 34. 500 per jaar = € 17.250 per jaar. Het eerste jaar wordt de beheerfunctie fulltime ingevuld. De meerkosten ad € 34.500 komen voor rekening van Wonen Breburg. De gemeente draagt bij in de kosten van de 7 x 24-uurs bereikbaarheid via de diensten van Traverse en RIBW (€ 20.000 op jaarbasis). De totale kosten per woonunit per jaar voor gemeente en corporaties samen bedragen € 16.800 voor de eerste exploitatieperiode van vijf jaar. Dit is exclusief de huur die de bewoners betalen.

Beheer en begeleiding Er is 36 uur per week een beheerder aanwezig die toezicht houdt op naleving van de gedragsregels. Zijn taken zijn: •

Huismeesterdiensten (reparaties, schoonmaakwerk regelen).

•

Uitleg en handhaving gedragsregels en veiligheidsvoorschriften.

•

Bij problemen politie en/of hulpverleners inschakelen.

•

Aanspreekpunt voor omwonenden.

•

Een luisterend oor voor bewoners.

•

Praktische hulp met bijvoorbeeld formulieren.

Zorginstellingen zijn 7x24 uur bereikbaar om acuut te kunnen ingrijpen bij klachten of problemen. Daarnaast is de politie regulier bereikbaar.

44

Skaeve huse

Woonbegeleiding is niet verplicht maar wordt op individuele basis aangeboden. De monitorgroep, die bestaat uit corporatie, gemeente en betrokken burgers én een vertegenwoordiger van de skaeve-huse-bewoners komt minstens twee maal per jaar bijeen om de situatie in de omgeving en eventuele klachten over overlast te bespreken. Na evaluatie van het eerste jaar zal blijken of de inzet in uren kan worden verminderd.

Bewoners De doelgroep voor de woonunits is als volgt geformuleerd: •

Mensen die door de corporatie uit huis zijn gezet of dat dreigen te worden wegens onaangepast woongedrag.

•

Ze zijn alleenstaand of hebben een tweepersoonshuishouden.

•

Gedwongen opname (wet BOPZ) is niet mogelijk.

•

Alle hulptrajecten in een woning zijn aangeboden, maar die hadden geen effect of zijn geweigerd.

•

Ze hebben minimaal twee jaar in Tilburg gewoond.

Vanaf december 2009 worden de negen bewoners voor de woonunits geselecteerd door een toetsingsteam van gemeente, corporaties, hulpverleners en politie.

Communicatie met de buurt Voor het project heeft Tilburg voor omwonenden van alle vijf de kandidaat-locaties een informatie bijeenkomst in het stadhuis georganiseerd. Na de definitieve keuze voor de locatie Apennijnenweg is de buurt per brief geïnformeerd. De omwonenden zijn uitgenodigd om zitting te nemen in een klankbordgroep – later werd die monitorgroep genoemd. De groep heeft een werkbezoek gebracht aan de skaeve huse aan de Houthavens te Amsterdam. In de periode februari-november 2008 zijn omwonenden bij verschillende gelegenheden geïnformeerd over de voortgang. Hun aanvankelijke vrees over de veiligheid begint volgens de wijkraad te verminderen. In juni 2009 wordt een begin gemaakt met het bouwrijp maken van de grond. Korte tijd later wordt de bouw stilgelegd omdat er toch drie formele bezwaren worden ingediend tegen deze tijdelijke bestemming. Volgens de rechter heeft de gemeente de keuze van de ontsluitingsroute naar de skaeve huse onvoldoende onderbouwd. Een van de bezwaarden is een opleidingsinstituut aan de Apennijnenweg. De directie verwacht schade als gevolg van negatieve reacties bij studenten/cursisten en waardedaling van het onroerend goed. Op 8 december heeft de rechter de gemeente na een nieuwe onderbouwing alsnog in het gelijk gesteld. De bewoners kunnen nu hun intrek nemen.

45

46

Skaeve huse

4. VERGELIJKING EN CONCLUSIES

4.1 Kenmerken van de vijf experimenten in Nederland Kampen

Maastricht

Amsterdam

Arnhem

Tilburg

Initiatief en jaar

Delta Wonen, 1993

Leger des Heils, 1998

AWV en HVO, 2006

RIBW, 2007

Gemeente, WBB en SMO 2006

Locatie (allemaal tijdelijk)

Rand woonwijk (later gebouwd)

Aanleunend bij sociaal pension Leger des Heils, verplaatsing 2010

Bij tijdelijke studentenhuisvesting, buiten woonwijk, verplaatsing voorzien 2010

Bij school en sporthal, net buiten woonbuurt, centraal in wijk

Bij kantoren, op gemeentewerf, net buiten woonbuurt

Bouw

Vier kunststof woonunits, 54 m2

Vier betonnen woonunits

Vijf geschakelde Zeecontainers van 30 m2 en een beheerunit

Vijf containers 2 van 40 m en een bergingunit

Negen containers 2 van 36 m en een beheerunit

Kosten

€ 37.500 per jaar all-in (wonen+ zorg)

€ 54.400 per stuk stichtingskosten.

€ 85.000 per stuk stichtingskosten.

?

€ 55.000 per stuk plus € 10.000 per unit per jaar zorg

Beheer

Huismeester vijf uur per week

Woonbegeleider tien uur per week

Huismeester en woonbegeleider

Woonbegeleider een tot twee uur per dag

Huismeester 36 uur per week

Huurcontract gekoppeld aan begeleidingscontract?

ja

ja

ja

ja

nee

Kostendragers

Corporatie, gemeente, huur bewoners

Leger des Heils, WMO, gemeente

Twee corporaties, stadsdeel, WMO, huur bewoners

AWBZ, gemeente, eigen bijdrage bewoners

Gemeente, drie corporaties, huur bewoners

Bewoners

Verslaafd, waarvan een agressief

Verslaafd, één vrouw, 47-58 jaar

Dubbele diagnose (verslaafd/psychische problemen), 40-60 jaar, overlast gevend in woonbuurt

Dubbele diagnose. 40-60 jaar, dakloos

Overlastgevend in woonbuurt

Mutaties

Twee in vijf jaar, wv 1 naar woning

---

1 aan het begin, naar GGZ opname

1 aan het begin

NNB

Overlast

1 van de 4 geeft overlast

geen

geen

geen

NNB

Past in woonladder?

Nee, stand alone

Eerst wel, nu niet meer

Ja, met plan uitrol naar alle stadsdelen

Ja, binnen GGZ-kolom

Ja, sluitstuk tweedekansbeleid

Begeleidingsmodel

Deens model

Begeleid wonen

Begeleid wonen, trend naar Deens

Begeleid wonen

Deens model

47

De vijf projecten hebben als gemeenschappelijke kenmerken: •

Gebouwd op tijdelijke locatie voor maximaal vijf jaar (anders dan Denemarken).

•

Het vinden van een locatie is een moeizaam en langdurig proces (behalve Kampen).

•

De driehoek gemeente-corporatie-woonbegeleiding is betrokken, politie vaak ook.

•

Zelfstandige woonunits 30-50 m2, vergelijkbaar met studentenhuisvesting.

•

Huur (inclusief) ligt tussen € 250 en € 400 per maand

•

Bestemd voor mensen die overlast veroorzaken vanuit welke achtergrond ook.

•

Niet bestemd voor mensen die een gevaar voor zichzelf en/of hun omgeving zijn.

•

Niet bestemd voor gezinnen met kinderen en jonge mensen.

•

Naast huurcontract aanvullende gedragregels en begeleidingsafspraken (anders dan Denemarken).

•

Riep aanvankelijk veel weerstanden op bij omwonenden, later niet meer.

•

Veel aandacht van de media.

4.2 Skaeve Huse veroorzaken geen belangrijke overlast Deze hypothese, op basis van de Deense ervaringen, kan door de evaluatie worden bevestigd. In Maastricht, Amsterdam en Arnhem zijn na tenminste een half jaar bewoning geen incidenten van enige betekenis gemeld in het gebied rond de skaeve huse. Alle betrokken professionals zijn het er over eens dat het goed gaat. In enkele gevallen (vooral Maastricht, in het begin ook in Arnhem) wordt overlast andersom gemeld: skaeve huse zijn doelwit van jongeren uit de buurt. Per saldo is de overlast voor de samenleving sterk afgenomen; het onderzoek in Amsterdam laat zien hoeveel overlast zij in hun vorige woonsituatie veroorzaakten. In Kampen zijn in meer dan tien jaar tijd problemen van overlast en intimidatie gemeld rond één van de vier bewoners. Deze problemen hangen vooral samen met een te kleine afstand tussen skaeve huse en woonbebouwing, die ontstond doordat hier de laatste jaren woningen gebouwd zijn. Een afstand van minstens honderd meter en een visuele afscherming zijn aan te bevelen. Een nadere empirische onderbouwing van deze praktijknorm om visuele, geluids- en geuroverlast te voorkomen is aan te bevelen. Dit zou helpen om bezwaarprocedures te bekorten. Een belangrijk punt is dat omwonenden en nabijgelegen onderwijsinstituten vooraf overlast vrezen, waardoor tijdrovende bezwaarprocedures ontstaan.

Door te investeren in een goed doordachte voorlichtingscampagne zijn Amsterdam, Arnhem en Tilburg erin geslaagd om het aantal bezwaarden tot een minimum terug te brengen. Blijft staan dat (ook tijdelijke) skaeve huse een uiterst nimby-gevoelige bestemming zijn. Bezwaarprocedures geven al gauw een half jaar vertraging. Mogelijk kan worden volstaan met een veel kortere procedure als de gemeente voldoet aan de zorgvuldigheidseisen op het gebied van voorlichting geven, alarmnummer instellen, afstand tot woningen aanhouden?

48

Skaeve huse

4.3 Bewoners van skeave huse zijn tevreden over hun woonsituatie Op basis van de gevoerde gesprekken met bewoners en hun woonbegeleiders en de lage mutatiegraad blijkt ook deze Deense hypothese te kloppen. De meeste bewoners zijn blij met een stabiele woonplek waar zij met rust worden gelaten en de ruimte krijgen voor hun afwijkende leefstijl. Onderlinge betrekkingen tussen de bewoners zijn er weinig, enkele uitzonderingen daargelaten. Het zijn echte individualisten die hun dagactiviteiten in de binnenstad zoeken. De meeste bewoners zitten vast in een kluwen van psychiatrische en verslavingsproblemen, die allerlei gedragsproblemen met zich meebrengt. Praktische hulp bij het dagelijks leven stellen zij wel op prijs, bemoeizorg niet. Voor het grootste deel gaat het om mannen tussen 40 en 60 die het ‘helemaal gehad hebben’ met hulpverlening, groepswonen en huisregels. Bewoners hebben in principe de vrijheid om weg te gaan, te gaan zwerven of naar de daklozenopvang te gaan; zij kiezen vrijwel altijd voor hun skaeve huse.

4.4 Hulpverleners zien in skaeve huse een goede aanvulling op het reguliere aanbod Uit de interviews met hulpverleners blijkt dat ook zij blij zijn met de optie van skaeve huse. Zij zien sommige van hun cliënten opknappen door deze therapie van ‘rust en ruimte en toch in de stad’. Zij wijzen erop dat sommige cliënten moeilijk kunnen aarden in collectieve woonvormen wegens de huisregels en de stress die de omgang met andere bewoners met zich meebrengt. Het motto van begeleiders en beheerders is: handjes op de rug, begeleiden op afstand, niet te veel aanwezig zijn, je elke dag even laten zien, praktische hulp aanbieden, geen politieagent spelen. Tot nu toe hebben zij de politie niet hoeven bellen. Binnen de hulpverleners zijn twee stromingen. Kampen en Tilburg werken volgens het relaxte Deense model. Hier worden de rollen van beheerder en begeleider verenigd in één persoon: de sociaal terreinbeheerder die dagelijks even langs komt. Deze ‘eenheid van ondersteuning en vermaning’ doet denken aan de woningopzichteressen van een eeuw geleden (de normen voor wat aanvaardbaar is zijn natuurlijk wel sterk veranderd). In Amsterdam, Arnhem en Maastricht hebben de woonbegeleider en de woningbeheerder gescheiden rollen. De begeleiding is intensiever en richt zich ook op een aspect als een zinvolle dagbesteding. Dit model lijkt meer op het Nederlandse model van begeleid zelfstandig wonen.

Beide modellen boeken tot nu toe goede resultaten. Wat niet kon worden vastgesteld is of de bewoners een vergelijkbare problematiek hadden in hun gedrag en zelfstandig functioneren. Lang niet alle bewoners hebben een duidelijke diagnose. Bij sommige hulpverleners leefde aanvankelijk enige twijfel of je mensen met skaeve huse niet te veel buiten de samenleving plaatst. Door de praktijkervaringen is deze twijfel verminderd. Door de ligging van de skaeve huse is maatschappelijke participatie dagelijks mogelijk. Wel blijft het risico van stigmatisering, dat altijd aan een herkenbare, afzonderlijk gelegen woonvorm kleeft. Dit kan worden afgewogen tegen de risico’s die deze mensen lopen als zij in een gewone woonbuurt worden ‘uitgekotst’. Een punt van discussie is het toelaten van huisdieren. In het ene project mag het wel, in het andere niet. Voor deze bewoners, die moeilijk sociale contacten kunnen onderhouden, is het houden van een huisdier vaak belangrijk.

49

4.5 Corporaties en gemeenten zien skaeve huse als een bruikbare lastresort-oplossing In Amsterdam, Arnhem en Tilburg is er bij gemeente en corporaties een breed draagvlak voor dit nieuwe concept. Corporaties zien vooral de oplossing van ernstige overlast voor hun huurders als positief. Bij de gemeente telt daarnaast ook de openbare gezondheidszorg en het beleid om alle daklozen onder dak te krijgen. Om met de Utrechtse ex-wethouder Hans Spekman te spreken: ‘iedere stad heeft rommelruimte nodig’. In Kampen en Maastricht zien we dat na meer dan tien jaar het draagvlak voor de skaeve huse enigszins verwatert. Voor een deel heeft dit te maken met persoonswisselingen. Ook na een in principe positieve evaluatie is men de skaeve huse niet gaan integreren als een regulier onderdeel in de lokale woonlader. Het project heeft een ad-hoc-status behouden. Daardoor wordt het vinden van de optimale locatie en de doorstroming van bewoners bemoeilijkt. Ook in de drie andere onderzochte gemeenten én in de elf gemeenten met plannen heeft het brede draagvlak voor het concept zich tot nu toe niet vertaald in een voortvarende planontwikkeling. Het grote knelpunt is het vinden van een geschikte locatie. Alleen in Amsterdam-Westerpark is dit vrij snel gegaan, maar daar moet het project ook weer het eerste weg.

Bij het vinden van een locatie speelt niet alleen het nimby-effect maar ook de wijdverbreide claimcultuur een belangrijke rol. Hiermee wordt bedoeld dat er bij gemeentelijke diensten op veel in principe geschikte locaties al een claim ligt. Het is duidelijk dat skaeve huse projectontwikkeling met hoge opbrengsten in de weg kunnen staan. Zowel in Tilburg als in Arnhem moesten wethouders uiteindelijk ambtelijke opdrachten voor locatieonderzoek geven met daarbij de expliciete vermelding dat in geen geval alle onderzochte locaties mochten afvallen.

4.6 Terugstroom uit skaeve huse naar andere vormen van (begeleid) wonen is op korte termijn niet te verwachten Woonbegeleiders zijn in het algemeen somber over de kans op terugkeer naar wonen in een gewone woonbuurt, al of niet met begeleiding. Ook het Deense onderzoek naar uitstroom van skaeve huse bewoners stemt niet optimistisch. Slechts veertig procent van de bewoners vertoont op middellange termijn (vijf jaar) verbetering of stabilisatie. Gezien het zware verleden van de bewoners moet je de lat misschien wat lager leggen: elk levensjaar dat een bewoner zonder al te veel problemen doorbrengt, is winst. Sommige bewoners zijn zelf optimistisch over hun mogelijkheid om weer ‘normaal’ te gaan wonen. In Kampen is één geval van succesvolle terugkeer gemeld, en naar het idee van de hulpverleners ligt met goede begeleiding in Kampen voor een van de vier en in Maastricht voor twee van de vier bewoners een gewone woning binnen bereik. Dat betekent voor deze langer lopende projecten toch een potentiële terugstroom van vijftig procent. Intussen zal het erg lastig zijn om de juiste woning met de juiste begeleiding te vinden. Dit heeft ook te maken met het ontbreken van een samenhangende beleidsketen voor de woonladder, waarbij mensen gemakkelijker omhoog en omlaag zouden moeten kunnen bewegen in het souterrain van de woningmarkt.

Alleen in Maastricht en Tilburg is een systematisch onderzoek gehouden naar kandidaten die in aanmerking zouden komen voor skaeve huse; de uitkomst voor Maastricht was veertig kandidaten. Het jaarlijks aantal huisuitzettingen wegens woonoverlast is bekend, maar dat levert een ernstige onderschatting van de werkelijkheid op, omdat de grond voor ontruiming in de meeste gevallen huurschuld is – dat is gemakkelijker

50

Skaeve huse

te bewijzen. Bovendien hebben veel geschikte kandidaten voor skaeve huse al eerder te maken gehad met ontruiming; ze zwerven nu langs de opvangvoorzieningen of zijn bij de GGZ bekend als draaideurcliënt. Inzicht in de totale behoefte ontbreekt dus. In Maastricht is ooit een lijst opgesteld van veertig ‘niet plaatsbare woningzoekenden’. De GGD heeft daar als coördinerende instantie het overzicht.

51

52

Skaeve huse

5. SKAEVE HUSE EN DE WOONLADDER

5.1 Andere nieuwe fenomenen in het souterrain Hoe verhouden skaeve huse zich tot andere nieuwe fenomenen in het souterrain van de Nederlandse woningmarkt? Binnen en buiten het SEV-programma zijn de laatste jaren andere innovatieve concepten ontwikkeld voor mensen aan de onderkant van de samenleving. De belangrijkste zijn:

Tweedekanswonen (diverse steden) Corporaties bieden na huisuitzetting wegens overlast nog eenmaal een woning aan, maar nu is een verplichte begeleidingsovereenkomst gekoppeld aan de huurovereenkomst. Als de afspraken met de woonbegeleider niet worden nagekomen, volgt alsnog ontbinding van de huurovereenkomst. Ervaringen in onder meer Tilburg: ongeveer de helft van overlastgevers is bereid zo’n overeenkomst aan te gaan en houdt zich redelijk aan afspraken. Terugkeer naar een gewone huurverhouding duurt langer dan voorzien (gemiddeld twee jaar i.p.v. een half jaar).

Flexibel Wonen (Rotterdam) De stichting Flexibel Wonen is een ‘onderkantspecialist’ die namens drie Rotterdamse woningcorporaties 1200 wooneenheden verhuurt aan cliënten uit de maatschappelijke opvang, psychiatrie en reclassering. Er zijn drie soorten huurcontracten: met woontoezicht, met extra woontoezicht en met einddatum. Aan de contracten zijn extra gedragsregels toegevoegd. Een contract geldt in principe voor maximaal anderhalf jaar. Daarna volgt of ‘omklappen’ naar een regulier huurcontract, of verhuizing. Een tussenstap is de overgang naar begeleid wonen (met vrijwillige begeleiding in plaats van toezicht). De ervaringen zijn positief, alleen bleek het beter om de huurincasso weer over te laten aan de moedercorporaties.

Voorportaalprojecten en doorstroomhuizen (diverse steden) Deze projecten bieden een laagdrempelige centrale opvangvoorziening voor mensen met problemen, waaronder woonproblemen. Nadat zij gedurende een bepaalde termijn tot rust zijn gekomen en hebben deelgenomen aan diverse dagprogramma’s, kunnen ze doorstromen naar begeleide woonvormen of corporatiewoningen. Voorbeelden zijn Nieuwe Energie in Leiden, Omnizorg in Apeldoorn, De Herberg in Zwolle en Begeleid Wonen in Hoogezand. De ervaring is dat een deel van de bewoners inderdaad doorstroomt. Een ander deel verblijft na drie tot vijf jaar nog steeds in het voorportaal.

Verslaafdenhostels (Utrecht) In Utrecht zijn negen verslaafdenhostels opgericht, in elke wijk een. Hierin zijn verslaafden gehuisvest die eerst rondhingen bij Hoog Catharijne. Bewoners mogen gebruiken, maar moeten zich wel aan een aantal huisregels houden (niet dealen, geen diefstal, geen overlast voor de buurt). Ze wonen in kamers in panden met gemeenschappelijke voorzieningen. Over de doorstroming zijn nog geen nadere gegevens bekend.

53

Domushuizen (Leger des Heils, diverse steden) Vergelijkbaar met de verslaafdenhostels, bedoeld voor semipermanent verblijf (een jaar of drie) van verslaafden die mogen blijven gebruiken. Per huis twintig tot veertig bewoners. Eigen slaapkamer en sanitair.

Tolerante woongemeenschappen (diverse steden) In projecten als ’t Groene Sticht in Leidsche Rijn wordt een ‘tolerante buurt’ van zo’n honderd woningen geschapen rond een gastenverblijf voor tien daklozen. Dit moeten wel mensen zijn die kunnen meehelpen bij het beheer en geen psychiatrische problemen zijn. De ervaring is dat ongeveer evenveel mensen met succes zijn doorgestroomd naar een (begeleide) woning als ‘mislukt’ zijn wegens agressie, afspraken niet nakomen of geen huur betalen. Het JES-project van HVO in Amsterdam is een wooninitiatief van en voor mensen met maatschappelijke problemen die geen verslavings- of justitiële problemen mogen hebben. Zij moeten bovendien een vast inkomen hebben. De bewoners kunnen hier een jaar tot rust komen en daarna doorstromen naar een satellietwoning – meestal lukt dat ook.

5.2 Plaats op de woonladder In 2006 lanceerde de SEV naar aanleiding van een idee van Tweede-Kamerlid Co Verdaas het concept van de ‘woonladder’. Met behulp van dit instrument kunnen op lokaal niveau de aanwezige woonvormen worden ingeschaald en kan worden nagegaan of er een logische keten is met voldoende tussenstappen.

54

Skaeve huse

Hoe verhouden de skaeve huse zich nu tot de andere genoemde nieuwe woonconcepten? In de afbeelding zijn zij getekend als trede tussen ‘buiten slapen of terreinbewoning door stadsnomaden’ (met geen enkele vorm van toezicht of begeleiding) en ‘wonen met toezicht’ (met een verplichtend karakter en 24 uur per dag toezicht). De Utrechtse verslaafdenhostels vormen een duidelijk voorbeeld van ‘wonen met toezicht’; dat geldt ook voor het contract ‘wonen met extra toezicht’ bij Flexibel Wonen. Ook de voorportaalprojecten vallen in deze categorie, zij het dat daar meer de nadruk ligt op tijdelijkheid en doorstroming – wat overigens niet altijd lukt. Bij flexibel wonen met toezicht en tweedekanswonen is wel sprake van verplichte woonbegeleiding, maar niet van 24-uurs toezicht: een tussentrede op de ladder tussen ‘wonen met toezicht’ en ‘wonen met begeleiding’. De ‘tolerante woongemeenschappen’ staan nog een treetje hoger, omdat begeleiding in principe op vrijwillige basis geschiedt. Toch leidt ook hier het niet nakomen van afspraken op den duur tot opzegging van de huur.

De skaeve huse zijn in hun Deense oervorm geen voorbeeld van wonen met toezicht, omdat er geen verplichte woonbegeleiding is en het toezicht relaxt is vormgegeven: een sociale terreinbeheerder die dagelijks even langskomt. Drie van de vijf Nederlands experimenten hebben wel een woonbegeleidingscontract. Het verschil met het model van wonen met toezicht zit dan vooral in de veel individuelere woonvorm: bewoners hoeven minder rekening te houden met andere bewoners, en daardoor hoeven sommige huisregels minder strak te zijn. Het is de vraag of vanuit skaeve huse de stap omhoog op de woonladder de stap is naar wonen met toezicht en verplichte begeleiding (meestal een vorm van groepswonen). Voor de bewoners van skaeve huse is een individuele vorm van begeleid wonen een veel logischer stap. Daarbij past dan aanvankelijk nog wel een vorm van verplichte woonbegeleiding. Een model als tweedekanswonen of flexibel wonen met toezicht lijkt goed te passen bij deze doelgroep: individualisten met een verleden van woonoverlast.

Wat voegen skaeve huse toe aan de woonladder? •

Een woonvorm voor mensen die grote moeite hebben om zich aan te passen aan de basale woonregels die zowel gelden in woonbuurten als in begeleide vormen van groepswonen.

•

Een eigen woonruimte voor onbepaalde termijn geeft rust totdat het gedrag en de problemen weer zodanig onder controle zijn dat terugkeer naar een individueel begeleide woonvorm mogelijk is.

Op basis van kennis van en ervaring met de totale keten en de populatie in het souterrain – die kennis is duidelijk toegenomen sinds het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang G4 (2007) – moet het mogelijk zijn om de jaarlijkse behoefte aan skaeve huse per stad te bepalen. Op basis van uitstroomervaringen is het dan mogelijk om de benodigde voorraad in te schatten. Skaeve huse moeten dan worden opgenomen in de lokale keten van voorzieningen in de maatschappelijke opvang, zodat in- en uitstroom worden gegarandeerd.

55

BRONNEN

•

Denemarken bouwt skaeve huse voor daklozen, Rina Beers, Federatie Opvang, mei 2005.

•

Boliger og hjem for saerligt udsatte, Evalueringsrapport, Socialministeriet, Köbenhavn september 2004 (met afbeeldingen van alle Deense projecten).

•

Lola Foster, Dwellings for homeless and vulnerable people, 1999-2005, Socialministeriet, Copenhagen may 2005.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=1cca72e7-42c7-4ca8-8606-0ada545fc979