CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Christen Unie 02. Skaeve Huse - bijlage.pdf

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 02. Informatienota inzake doorstart Skaeve Huse18.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

SEV-advies

Skaeve huse

Auteur

Jeroen Singelenberg

Rotterdam, februari 2010

Dit is een publicatie van de SEV. U kunt SEV-publicaties vinden op www.sev.nl, of bestellen bij: SEV Postbus 1878 3000 BW Rotterdam Telefoon 010 - 282 50 50 sev@sev.nl De SEV ontwikkelt innovatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken op het gebied van wonen. Wij zijn onafhankelijk, maar kunnen niet zonder initiatiefrijke netwerkpartners. Samen met hen beproeven we ideeën voor innovaties in de praktijk.

2

Skaeve huse

VOORWOORD Het project Skaeve Huse vertoont alle kenmerken van een echt experiment. Toen de SEV – na een tip van Federatie Opvang - het concept in 2005 uit Denemarken importeerde, wisten we absoluut niet of het in Nederland een succes zou worden. Wat we wel wisten, was dat het in Denemarken reeds een succes was: én minder overlast in buurten en openbare ruimten, én tevreden bewoners die tot rust kwamen in hun wooncontainers. Wooncontainers? We merkten al gauw dat benamingen erg nauw luisteren bij zo’n beladen onderwerp. ‘Wooncontainers’ werd als stigmatiserend ervaren (hoewel er ook duizenden studenten in wonen), en de vrije vertaling ‘rare huizen’ eveneens. Dus dan maar het onvertaalde Deense woord: skaeve huse. Maar niet alleen de benaming wekte weerstand op. Aanvankelijk vlogen voor- en tegenstanders elkaar in de haren. Ter linkerzijde kreeg je te horen dat je op deze manier mensen buiten de samenleving plaatste – alsof ze dat zelf niet allang hadden gedaan - ter rechterzijde kreeg je te horen dat zo’n vrijstaande woning zeker de beloning was voor hufterig gedrag - alsof de betrokken personen, merendeels verslaafd en/of psychiatrisch uit vrije wil deze keuze zouden hebben gemaakt.

Gelukkig waren er ook voldoende voorstanders om in zeven steden met experimenten te starten: mensen die vonden dat je het probleem niet langer over de schutting mag kieperen door uitzetting zonder oplossing. In de loop der jaren is het aantal voorstanders gestaag gegroeid, mede dank zij de overtuigingskracht van de reeds voorafgaand aan de import van het Deense concept gerealiseerde projecten in Kampen en Maastricht. De media hielden al die tijd een stevige belangstelling voor het experiment, waarbij de toonzetting ook geleidelijk positiever werd. Nu, bijna vijf jaar later, is eindelijk het moment gekomen waarop de SEV de balans kan opmaken aan de hand van evaluaties van de eerste vijf Nederlandse projecten. Dit moment was eigenlijk twee jaar eerder gepland maar is elke keer uitgesteld. Waarom? Omdat het in Nederland bijna godsonmogelijk blijkt om een plek te vinden voor zo’n controversieel experiment, ook al is bijna iedereen er voor. Het zoeken naar locaties – en dan nog maar tijdelijke - en het pareren van bezwaren heeft de experimenten met jaren vertraagd. Des te meer bewondering verdienen de doorzetters, de initiatiefnemers in Amsterdam, Arnhem en Tilburg. De moeite met het vinden van locaties voor dit type woonvormen – en dit terwijl alle bezwaren achteraf gezien ongegrond blijken - is een probleem met een wijdere strekking dan alleen de skaeve huse.

In het advies aan de minister wordt hier dan ook uitgebreid aandacht aan besteed.

Voor het overige kent dit experiment na vijf jaar een happy ending: gewoon doen!

Jeroen Singelenberg Programmaregisseur SEV

3

4

Skaeve huse

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord ........................................................................................................................................................ 3

Deel I

SEV-advies ......................................................................................................................................... 7

1.

Inleiding ...................................................................................................................................................... 7

2.

De noodzaak van skaeve huse................................................................................................................... 7

3.

De locatieproblematiek als voornaamste knelpunt...................................................................................... 8

4.

Verankering in de lokale woonladder.......................................................................................................... 9

5.

Tips voor een succesvol skaeve-huse-project .......................................................................................... 10

Deel II 1.

2.

3.

4.

SEV-evaluatierapport ..................................................................................................................... 13

Wat zijn skaeve huse? .............................................................................................................................. 13 1.1.

Deens concept ............................................................................................................................... 13

1.2

Experimenten in Nederland............................................................................................................ 14

1.3

Doelgroepen .................................................................................................................................. 16

Ervaringen in Denemarken ....................................................................................................................... 19 2.1

Nationaal programma..................................................................................................................... 19

2.2

Pragmatische aanpak .................................................................................................................... 19

2.3

Hoe onconventioneel zijn skaeve huse? ........................................................................................ 20

2.4

Positieve PR .................................................................................................................................. 21

2.5

Resultaten Deens evaluatieonderzoek........................................................................................... 21

2.6

Ervaringen in andere Europese landen.......................................................................................... 22

2.7

Deense aanbevelingen .................................................................................................................. 23

Nederlandse praktijkervaringen ................................................................................................................ 25 3.1

Opzet evaluatieonderzoek ............................................................................................................. 25

3.2

Vier wooncontainers van Delta Wonen in Kampen ........................................................................ 26

3.3

Vier wooncontainers bij het Leger des Heils in Maastricht ............................................................. 29

3.4

Vijf skaeve huse bij de Houthavens in Amsterdam-Westerpark..................................................... 33

3.5

Vijf units Anders Wonen in het Olympusgebied in Arnhem-Zuid.................................................... 38

3.6

Negen skaeve huse aan de Apennijnenweg in Tilburg .................................................................. 43

Vergelijking en conclusies......................................................................................................................... 47 4.1

Kenmerken van de vijf experimenten in Nederland........................................................................ 47

4.2

Skaeve Huse veroorzaken geen belangrijke overlast .................................................................... 48

4.3

Bewoners van skeave huse zijn tevreden over hun woonsituatie .................................................. 49

4.4

Hulpverleners zien in skaeve huse een goede aanvulling op het reguliere aanbod....................... 49

4.5

Corporaties en gemeenten zien skaeve huse als een bruikbare last- resort-oplossing ................. 50

4.6

Terugstroom uit skaeve huse naar andere vormen van (begeleid) wonen is op korte termijn niet te verwachten .......................................................................................................................... 50

5

5.

Skaeve huse en de woonladder................................................................................................................ 53 5.1

Andere nieuwe fenomenen in het souterrain.................................................................................. 53

5.2

Plaats op de woonladder................................................................................................................ 54

Bronnen

....................................................................................................................................................... 56

Colofon

....................................................................................................................................................... 57

6

Skaeve huse

DEEL I

1.

SEV-ADVIES

Inleiding

Het SEV-advies over skaeve huse is vanwege het landelijk perspectief primair gericht aan de minister van Wonen, Wijken en Integratie. Aan de minister wordt aanbevolen om het SEV-advies onder de aandacht te brengen van de lokale actoren die verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van skaeve huse: gemeenten, woningcorporaties en hulpverlenende instellingen in de sectoren maatschappelijke opvang en geestelijke gezondheidszorg. Nieuwe wet- of regelgeving of stimulering in de vorm van een landelijke subsidieregeling zijn naar het oordeel van de SEV niet nodig. Een positieve stellingname van de minister en voorlichting door WWI over praktische aspecten kunnen voldoende stimulerend werken.

2.

De noodzaak van skaeve huse

Skaeve huse zijn sobere eenpersoons vrijstaande wooneenheden gelegen op een locatie buiten een woonwijk en met een dagelijks langskomende sociaal beheerder. Meestal staan er vijf tot tien wooneenheden op een locatie. De bewoners zijn meestal alleenstaande mannen vanaf een jaar of dertig, veertig met een verleden van ernstige woonoverlast. Ze mijden de gebruikelijke vormen van begeleid wonen of wijzen die af. De meesten hebben een verslavingsprobleem en/of een psychiatrisch probleem. Zij zijn nog wel in staat om zelfstandig een huishouden te voeren, al dan niet met begeleiding op afstand. Het zijn stedelijke individualisten die zich niet kunnen of willen aanpassen aan hun omgeving en het beste gedijen met ruimte om zich heen. Denemarken (5,5 miljoen inwoners) telde in 2006 al vijftig projecten met 360 skaeve huse en er komen nog jaarlijks nieuwe bij. Vertaald naar Nederland (16,5 miljoen inwoners) zouden er dus minimaal 150 projecten met 1050 skaeve huse nodig zijn. Maar zijn beide landen wel helemaal vergelijkbaar qua doelgroep voor de skaeve huse? Het is de moeite waard om voor ons land de doelgroep scherper in beeld te brengen op basis van de stedelijke kompassen. Hoe dan ook, hier is nog maar een fractie gerealiseerd van het Deense volume.

Nu het experimentenprogramma van de SEV na drie jaar wordt afgesloten, zijn er vijf projecten met in totaal 27 skaeve huse tot stand gekomen. Uit de evaluaties van de Deense en Nederlandse ervaringen komen de volgende conclusies naar voren: •

Skaeve huse kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van burenoverlast in woonbuurten.

•

Op de nieuwe locaties leveren de bewoners niet of nauwelijks overlast op voor de aangrenzende buurt, mits een afstand van minimaal 75 à 100 meter in acht wordt genomen en een visuele afscheiding wordt aangebracht (de afstandsnorm moet nog worden getoetst).

7

•

Bewoners van skaeve huse waarderen deze vorm van huisvesting positief: zij komen tijdelijk tot rust door een stabiele woonsituatie en de ruimte die zij hebben om hun afwijkende leefstijl te leven; bijna de helft knapt ook duidelijk op in gedrag.

•

Er is dus sprake van een win-win situatie: zowel de overlastgevers zelf als hun buren hebben baat bij deze oplossing.

•

Betrokken hulpverleners, woningcorporaties en gemeenten zijn eveneens positief gestemd over de experimenten.

•

Toch blijkt het uiterst moeilijk om locaties te vinden voor skaeve huse. Daardoor neemt de planvoorbereiding minstens drie jaar in beslag en komen er uitsluitend tijdelijke locaties beschikbaar. Het gevolg is dat de moeizame cyclus zich later weer gaat herhalen.

Aanbeveling 1 Maak skaeve huse tot een regulier onderdeel van het repertoire aan woonoplossingen voor mensen met maatschappelijke problemen die woonoverlast veroorzaken. Elke middelgrote stad en elk stadsdeel van een grote stad heeft een locatie voor skaeve huse nodig. Neem de planologische belemmeringen weg en wijs locaties aan.

3.

De locatieproblematiek als voornaamste knelpunt

Het Deense ministerie van Sociale Zaken is er buitengewoon helder in: skaeve huse vormen een permanente behoefte en daarom moeten er dus ook permanente locaties voor worden aangewezen. Tijdelijke locaties geven om de paar jaar onrust: voor de skaeve huse-bewoners en voor de omwonenden. Deze onrust kan het therapeutisch effect deels tenietdoen. Verder moet niet worden onderschat hoeveel tijd en energie elke keer gaat zitten in de communicatie met omwonenden. Dus: regel het in één keer goed.

Waarom is dat in Nederland zo moeilijk? Het bekende nimby-effect (not in my backyard)? Het punt is nu juist dat skaeve huse in niemands backyard worden gebouwd. De afstand tot woonbebouwing is bewust zodanig dat er geen werkelijke uitzichts-, geluids- of stankhinder kan bestaan. Dat is het grote verschil met de procedures rond hostels of panden voor ‘moeilijke doelgroepen’ die wel in woonwijken staan. De experimenten wijzen uit dat nimby-bezwaren geen stand houden. Er is wel vrees voor overlast en criminaliteit bij omwonenden of aanliggende andere functies. Deze vrees blijkt in het algemeen te kunnen worden weggenomen door een combinatie van goede communicatie, een 24-uurs alarmnummer en de belofte om dagelijks langs te komen bij het project en de vinger aan de pols te houden.

Aanbeveling 2 Voorkom bezwaren van omwonenden door goede communicatie, een alarmnummer, toezegging van dagelijks toezicht en het in acht nemen van voldoende afstand tot woningen en andere gevoelige functies. Verkort bezwaarprocedures indien aan deze zorgvuldigheidseisen is voldaan.

Braakliggende locaties die net buiten woonwijken liggen en ruimte bieden aan vijf tot tien skaeve huse zijn natuurlijk niet dik gezaaid, maar ze zijn er wel – iedere leek kan dat constateren. Er is een min of meer algemeen gedeeld gevoel dat iedere stad ‘rommelruimte’ nodig heeft.

8

Skaeve huse

Toch rapporteren gemeenten vaak dat er helaas geen enkele geschikte locatie gevonden kon worden. Dat komt omdat bijna elk braakliggend terrein in Nederlandse steden een bestemming heeft: er ligt een claim op voor een bepaalde functie. Het herbestemmen voor skaeve huse zou dan leiden tot waardeverlies voor de gemeente. Indien gemeenten aan skaeve huse werkelijk een plaats willen geven in hun ‘woonladderbeleid’ dan dienen zij de ‘minst slechte’ locatie te selecteren, het waardeverlies af te boeken dan wel de grond te verwerven en – opnieuw door goede communicatie – de acceptatie door de omgeving te bevorderen.

Aanbeveling 3 Gemeenten hebben de sleutel in handen om via hun grondbeleid en in hun bestemmingsplannen ruimte te scheppen en locaties beschikbaar te stellen voor skaeve huse. Ook voor omliggende bedrijven en andere niet-woonfuncties geldt aanbeveling 2: hou voldoende afstand en zorg voor een goede voorlichting over de skaeve huse.

4.

Verankering in de lokale woonladder

De keten van woonvormen voor mensen die om een of andere reden niet in staat zijn om zelfstandig in een gewone woning te wonen, wordt wel aangeduid als de ‘woonladder’. De trede boven de skaeve huse is zelfstandig wonen met woontoezicht of woonbegeleiding. De trede eronder is buiten slapen of zwerven langs de opvanghuizen voor daklozen. De volgende problemen zijn geconstateerd: •

Skaeve huse zijn (nu nog) een incidenteel project dat geen deel uitmaakt van een keten en na een succesvolle start min of meer aan zijn lot wordt overgelaten.

•

Doorstroming naar een trede hoger op de ladder van personen die daar na enige jaren aan toe zijn wordt hierdoor bemoeilijkt.

•

Ook is hierdoor geen goed zicht op kandidaten voor de skaeve huse en de benodigde capaciteit.

In een aantal stedelijke kompassen in het kader van het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang worden de skaeve huse al genoemd als nieuwe optie. Dit is een eerste stap op de weg van experiment naar regulier beleid; deze stap is in Denemarken inmiddels gezet. De toeleiding van kandidaten naar skaeve huse is tot nu toe afhankelijk van de aard van de initiatiefnemer. Een woningcorporatie zal zoeken naar huurders met een huisuitzettingsvonnis wegens extreme overlast. Een hulpverlenende instelling zal zoeken naar kandidaten die niet passen in de gebruikelijke groepshuisvesting, omdat zij zich niet aan huisregels kunnen houden. Kortom: er moet een stedelijke lijst komen met heldere eenduidige criteria. Hiervoor zijn in de experimentsteden voorbeelden beschikbaar. En er moet een uitstroomregeling komen voor mensen die toe zijn aan terugkeer naar een woonbuurt. Het is belangrijk om een bewoner niet onder druk te zetten om door te stromen als hij daar nog niet aan toe is. Mensen met rust laten is juist bij uitstek het therapeutisch effect van skaeve huse.

9

Aanbeveling 4 Maak een stedelijke kandidatenlijst voor skaeve huse op basis van breed gedragen criteria. Ontwikkel tevens criteria en een procedure voor vrijwillige terugkeer naar een gewone woonomgeving, inclusief een aanbod van individueel wonen met toezicht of begeleiding. De skaeve huse moeten een gezamenlijke verantwoordelijkheid blijven van de stedelijke driehoek gemeentewoningcorporaties-hulpverlening, niet van één partij.

5.

Tips voor een succesvol skaeve-huse-project

Binnen de vijf experimenten heerst redelijke consensus over de fysieke vorm van skaeve huse: •

Eenpersoons wooneenheden van 30-50 m2 met eigen keuken en sanitair en eigen buitenruimte, vergelijkbaar met studentenhuisvesting.

•

Robuuste uitvoering, goed schoon te houden.

•

Brandalarm.

•

Op 5-10 wooneenheden één extra woonunit voor het beheerderskantoor en de gemeenschappelijke wasmachine.

•

Liefst zo veel mogelijk afstand tussen de wooneenheden.

•

Bij voorkeur afscherming van het terrein met groen of schutting, zowel om overlast te beperken als privacy te bevorderen.

•

Ligging op minimaal 75 à 100 meter van woonbebouwing of andere gevoelige functies.

Ook is er consensus dat de communicatie met omwonenden en omliggende functies in orde moet zijn. Amsterdam en Tilburg zijn een goed voorbeeld van hoe dat georganiseerd kan worden. Het is verstandig om absoluut niet verhullend of geheimzinnig te doen over het project en een duidelijke folder ruim in de omgeving te verspreiden. Ook een inloopavond waar iedereen individueel vragen kan stellen en waar ‘volksmenners’ geen kans krijgen verdient aanbeveling. Ten slotte is het van belang om een meldnummer bekend te maken en een alarmnummer dat altijd bereikbaar is. Dit er geruststelling; in de praktijk wordt er nauwelijks gebruik van gemaakt. Een bezoek aan een bestaand skaeve-huse-project met een groep bezorgde buurtbewoners heeft in de praktijk ook positief uitgepakt.

Minder consensus is er over het beheer- en begeleidingsmodel. De Denen houden vast aan een relaxt model waarbij alleen een sociaal beheerder op werkdagen een uurtje langs komt om te kijken of alles goed gaat. De bewoners hebben daarnaast op individuele basis al dan niet contact met ambulante hulpverleners uit de verslavingszorg of de psychiatrie. Bij de Denen geldt een strikte scheiding van wonen en zorg en hebben de bewoners een regulier huurcontract met de woningcorporatie. Dit model wordt in grote lijnen nagevolgd in Tilburg. Daar is men van mening dat de sociaal beheerder de primaire signaalfunctie heeft en dat extra woonbegeleiding na een signaal altijd flexibel ingezet kan worden. Dus: alle bewoners hebben een huurcontract, sommige bewoners hebben een individueel begeleidingscontract. De andere projecten (Kampen, Maastricht, Amsterdam, Arnhem) werken met een aangepaste variant van het Nederlandse model van begeleid wonen. Hierbij is het huurcontract gekoppeld aan het begeleidingscontract.

10

Skaeve huse

Dit houdt in dat er naast een woningbeheerder regelmatig een woonbegeleider langskomt die bewoners ondersteunt bij het voeren van hun huishouden, een luisterend oor biedt, ongewenst bezoek helpt wegjagen en toezicht uitoefent op het naleven van afspraken. Ook worden bewoners gestimuleerd tot positieve vormen van dagbesteding. Bewoners hebben een huur- en begeleidingscontract met de hulpverlenende instelling. In sommige gevallen zijn huisdieren verboden en zijn ongewenste logés (zoals dealers) niet toegestaan. Bij weigering van begeleiding kan de huurovereenkomst worden opgezegd.

Zowel het Deense als het Nederlandse model hebben tot nu toe positieve resultaten laten zien wat betreft het uitblijven van overlast voor de omgeving. Over de effecten op het welzijn van de betrokkenen zelf kan worden vastgesteld dat waar langjarige ervaring is (Denemarken, Kampen) ongeveer de helft is gestabiliseerd dan wel verbeterd in (verslavings)gedrag. Is dat percentage te verhogen door verplichte woonbegeleiding toe te voegen? Dat valt nog niet te zeggen, omdat met dit laatste model nog te kort ervaringen verzameld zijn.

Aanbeveling 5 De SEV adviseert om op grond van de kenmerken en risico’s van bewoners een beredeneerde keuze te maken tussen het Deense model (loslaten en volstaan met sociaal beheer ) en het Nederlandse model (verplichte woonbegeleiding naast sociaal beheer).

11

12

Skaeve huse

DEEL II

SEV-EVALUATIERAPPORT

1. WAT ZIJN SKAEVE HUSE? Uitgangspunt voor de Denen is dat elke Deen moet wonen en dat de samenleving ervoor moet zorgen dat dat kan. Dakloosheid is niet goed voor mensen. Daarnaast vinden de Denen dat daklozen die op straat verblijven, bij tijd en wijle hinderlijk gedrag vertonen en dat andere burgers daar geen last van moeten hebben. De oplossing werd gevonden in het concept van de skaeve huse: een concept dat al wortels had in de Deense samenleving.

1.1. Deens concept In 1993 onderzocht een Deense wetenschapper een aantal spontaan opgezette alternatieve en 1

onconventionele vormen van huisvesting in Kopenhagen en andere Deense gemeenten . Het ging om kleine gemeenschappen van kunstenaars, studenten en mensen met een alternatieve levensstijl. Een van de conclusies was dat deze gemeenschappen ook plaats boden aan mensen die anders dakloos geweest zouden zijn wegens hun afwijkende gedrag. In de periode 1999-2003 stelde de Deense regering middelen ter beschikking om permanente huisvesting te creëren voor mensen in de marge van de samenleving. Voor deze huisvesting werd de term ‘skaeve huse’ (‘freak houses’ in de EU-vertaling) bedacht. Spreek uit: skeve hoeze.

1

Sorensen P.L.: ‘Drommenes Port’. Undersogelse af usoedvanlige boligomrader, Kopenhagen 1993.

13

De skaeve huse lijken het meest op huisjes zoals wij die kennen op volkstuincomplexen of in vakantieparken: vrijstaand, van hout gemaakt, 30 vierkante meter woonoppervlakte, bestaande uit een woonkamer/keuken, een slaapkamer en een badkamer met toilet. Een kleine veranda completeert de woning.

De omvang van de woonbegeleiding bedraagt twee tot acht uur per dag per complex. De huurders die meer zorg of dienstverlening nodig hebben, kunnen een beroep doen op de reguliere voorzieningen, zoals de thuiszorg, maatschappelijk werk en verslavingszorg.

Het uitgangspunt van reguliere opvangvoorzieningen (doorstroom en reïntegratie) is verlaten en vervangen door stabilisering en verbetering van kwaliteit van leven. Verder kiezen de Denen ervoor om burgers zo autonoom mogelijk te maken, ook als dat niet strookt met de leefwijze van de gemiddelde Deense burger. De huurders mogen hun huisje naar eigen inzicht inrichten en het enigszins verbouwen. (Alle teksten in 1.1 zijn ontleend aan een artikel van Rina Beers van de Federatie Opvang uit mei 2005, dat als inspiratie diende voor een SEV-excursie naar Denemarken.)

Het Deens model van beheer en begeleiding: •

Niet meer dan twintig wooneenheden per locatie; acht tot tien is optimaal.

•

De gemeente stelt basisnormen op, op het gebied van (brand)veiligheid.

•

Bewoners mogen zelfgebouwde kacheltjes aanbrengen.

•

Bewoners moeten rekening houden met de omgeving en hun huis bewoonbaar houden.

•

Bewoners moeten huur en energiekosten betalen (inhouden op uitkering).

•

De woningcorporatie verzorgt het technisch onderhoud van de huisjes.

•

De dagelijkse begeleider heeft als vertrouwenspersoon een belangrijke rol.

•

Per dag is twee tot acht uur woonbegeleiding standaard aanwezig.

•

Aanvullende ambulante zorg (op indicatie) wordt individueel aangeboden.

•

Er wordt geen ‘dagbesteding’ aangeboden.

•

Verbouwen, aanbouwen en bijbouwen is toegestaan.

•

Op de mensen wordt geen druk uitgeoefend om te reïntegreren.

1.2 Experimenten in Nederland Begin 2005 introduceerde Tweede-Kamerlid Co Verdaas het begrip woonladder in de Nederlandse politiek. Hij wilde er aandacht voor vragen dat voor mensen die wegens overlast uit hun huis gezet worden er geen alternatief is voor op straat gezet worden of naar de nachtopvang. Er ontbreekt een tussenliggende sport op de woonladder: een sobere wooneenheid op een plek waar buren geen last van je hebben. Tien jaar eerder duidde de wethouder van Bergen op Zoom zo’n woonplek aan als ‘degradatiewoning’, een term die destijds een storm van protest opriep. In de corporatiesector was en is het gebruikelijk dat iemand die zware overlast veroorzaakt en ook een ‘tweedekanscontract’ (wonen met verplichte woonbegeleiding) heeft verprutst of afgewezen, voor vijf jaar wordt verbannen uit de sociale huursector. Een flinke maatregel, maar wat dan? De overlast verplaatsen naar particuliere huurwoningen? Naar de straat?

14

Skaeve huse

Verdaas stelde dat woningcorporaties ook voor deze mensen een huisvestingsplicht hebben. Maar dan wel met een offer you cannot refuse.

De SEV had in de tien jaar daarvoor al experimenten gesteund met tweedekanswonen, versnelde huisuitzetting bij intimidatie en aanpak van burenoverlast met burenbemiddeling en portiekgesprekken. Op grond van de resultaten concludeerde de SEV dat er een kleine groep zware overlastgevers is die niet gevoelig is voor deze gematigde concepten. Er zijn ook personen die op grond van gedragsproblematiek en verslaving eenvoudigweg niet in staat zijn om zich aan te passen, maar ook niet passen in groepshuisvesting of verblijfsvoorzieningen. Zou deze groep ook niet gebaat zijn bij een alternatieve, strikt individuele woonvorm?

In die tijd schreef Rina Beers het artikel dat al genoemd is. Ondanks afkeurende reacties uit andere Europese landen op het Deense model (‘je mag mensen niet verbannen uit de samenleving’) besloot de SEV in mei 2005 een excursie te organiseren naar Deense projecten met skaeve huse en naar de programmaleider op het Deense ministerie van Sociale Zaken, Lola Foster. Medewerkers van gemeenten, woningcorporaties en hulpverlenende instellingen gingen mee en kwamen enthousiast terug.

Het SEV-netwerk skaeve huse was geboren. In zeven steden werden experimenten in voorbereiding genomen; twee gemeenten hadden al vergelijkbare projecten en deden mee aan evaluatie. De media lanceerden al gauw de term ‘aso-hutten’. De SEV hield het aanvankelijk op de letterlijke vertaling ‘rare huizen’ maar toen ook deze term door sommigen als stigmatiserend werd ervaren, kozen we eenvoudigweg voor het overnemen van de Deense naam. Het netwerk skaeve huse werd in de periode 2005-2007 door de SEV ondersteund met het verzamelen van relevante kennis en ervaring en het organiseren van halfjaarlijkse netwerkbijeenkomsten op locatie.

Steden met projecten en plannen, november 2008 Gemeente

Type project

Stadium

Kampen

Vier wooncontainers aan rand van een woonwijk

Gerealiseerd in 1993

Maastricht

Vier prefabwoningen bij pension van Leger des Heils

Gerealiseerd in 1998

Amsterdam

Vijf wooncontainers op tijdelijke locatie (Houthavens)

Gerealiseerd in 2008

Arnhem

Vijf verplaatsbare woonunits bij een sportcentrum nabij een woonwijk (Malburgen)

Gerealiseerd in 2009

Tilburg

Negen verplaatsbare woonunits op deel van gemeentewerf bij de wijk Groenewoud

Bewoning vanaf januari 2010

Utrecht

Plannen voor een locatie met acht demontabele woonunits

Realisering verwacht in 2010

Almere

Plan voor tien skaeve huse

Locatie aangewezen 2009

Bergen op Zoom

Plan voor vijf tot tien skaeve huse

Locatie aangewezen 2009

15

Amsterdam

In elk stadsdeel een locatie voor skaeve huse

In voorbereiding

Rotterdam

Beleidsuitspraak pro skaeve huse

In onderzoek (2009)

Nijmegen

Plan voor skaeve huse

Locatie besluit in 2010

Alkmaar, Leiden, Leeuwarden, Enschede, Den Helder, Enkhuizen

Aantal en type nog onbekend

Plannen in verkennend stadium

Bron: verslag landelijke bijeenkomst netwerk skaeve huse, Utrecht oktober 2008.

Vanaf 2008 werd de ondersteuning overgenomen door de Federatie Opvang en legde de SEV zich toe op evaluatie van de gerealiseerde experimenten: Kampen (1993), Maastricht (1998), Amsterdam (2008), Arnhem (2009) en Tilburg (2010). Ook werd in 2009 opnieuw een bezoek aan Denemarken gebracht om de jongste ervaringen te vernemen.

Het evaluatieonderzoek (door bureau DSP) moest de volgende hypothesen toetsen: •

Skaeve huse veroorzaken geen belangrijke overlast voor nabijgelegen woonbuurten en andere functies.

•

Bewoners van skaeve huse zijn tevreden over hun woonsituatie.

•

Hulpverleners zien in skaeve huse een goede aanvulling op het reguliere aanbod aan begeleide woonvormen.

•

Corporaties en gemeenten zien skaeve huse als een bruikbare last-resort-oplossing voor ernstige overlast in buurten.

•

Terugstroom uit skaeve huse naar andere vormen van (begeleid) wonen valt niet op korte termijn te verwachten.

1.3 Doelgroepen In verband met skaeve huse worden in Nederland de volgende doelgroepen genoemd: A.

Gevallen van huisuitzetting wegens extreme burenoverlast

B.

Chronische zorgcliënten die niet in een groep passen

C. Buitenslapers, zorgwekkende zorgmijders

A. Huisuitzettingsgevallen Deze doelgroep vormde de oorspronkelijke aanleiding voor het experiment met de skaeve huse, althans in Nederland. Het gaat om personen die uit hun huis gezet zijn wegens meervoudige problemen, waartoe in ieder geval behoort het veroorzaken van extreme burenoverlast. De formeel-juridische grond kan huurschuld zijn, maar huurschuld alleen vormt zeker geen indicatie voor de skaeve huse. Voordat mensen worden gerekend tot de doelgroep ‘hopeloze huisuitzettingsgevallen’ moeten ze eerst een aantal stappen hebben doorlopen. Het aanbod van een tweedekanswoning (met verplichte begeleiding) moet niet tot een positief resultaat hebben geleid. Aan de andere kant moet ook zijn vastgesteld dat de persoon in kwestie in principe in staat is om zelfstandig een huishouden te voeren en niet lijdt aan ernstig regieverlies. Ook mag de persoon niet een gevaar vormen

16

Skaeve huse

voor zichzelf of voor zijn omgeving. Er is dus geen grond voor (gedwongen) opname in een zorginstelling. Ook is er geen sprake van veroordeling tot (langdurige) celstraf of TBS. In de meeste gevallen gaat het om alleenwonende mannen in de middelste leeftijdsklassen. De experimenten in Kampen, Maastricht, Amsterdam en Tilburg richten zich op deze doelgroep. Voor gezinnen met onmaatschappelijk en overlastgevend gedrag worden skaeve huse nergens als oplossing gezien, omdat minderjarige kinderen hiermee te veel buiten de samenleving worden geplaatst. Voor deze groep zoekt men doorgaans individuele oplossingen (gezinswoningen zonder buren). De aantallen waar het uiteindelijk om gaat zijn nog niet bekend, maar in steden met een goed ontwikkelde keten van voorzieningen (Maastricht, Tilburg, Utrecht) schat men dat het om enkele tientallen individuen gaat. Op basis van Deense ervaringen kan de omvang van de doelgroep voor Nederland worden geschat op minimaal 1500 personen (1 op 10.000 inwoners).

B. Zorgcliënten die niet in een groep passen Deze groep heeft een aantal kenmerken gemeen met veel mensen uit de categorie van de huisuitzettingsgevallen: psychische stoornissen, verslaving, gedragsproblemen. Het gaat hier altijd om mensen die hun woongedrag eenvoudigweg niet kunnen aanpassen aan de normen in een woonbuurt. Er is ook een verschil: zij hebben een indicatie voor zorg met verblijf, omdat zij niet in staat geacht worden om zelfstandig te wonen en de regie te voeren over hun eigen bestaan. In de psychiatrische instellingen, beschermende woonvormen (RIBW) en hostels voor verslaafden is het wonen in groepsverband de standaard. Een aantal cliënten reageert negatief op het functioneren in een groep. Zij kunnen de complexiteit van interacties niet aan en reageren gestrest of agressief. De Stichting Huisjes, die deze groep schat op 15.000 voor het hele land, pleit voor de bouw van individuele huisjes op instellingsterreinen. Het grootste deel van deze 15.000 cliënten zou dus het meest gebaat zijn met een woonvorm die toch wel sterk afwijkt van de skaeve huse, met meer nadruk op zorg, bescherming en clustering. Maar waarschijnlijk is er een klein aantal onder hen dat er baat bij zou hebben om nog meer ‘met rust te worden gelaten’. Hier zou een raakvlak kunnen ontstaan. Aantallen zijn vooralsnog moeilijk te noemen.

Het Arnhemse experiment (‘Anders Wonen’) is gericht op deze tweede doelgroep, maar deze kan ook in Tilburg mede tot de doelgroep worden gerekend.

C. Buitenslapers De meeste dak- en thuislozen in Nederland slapen doorgaans in een passantenverblijf of sociaal pension, maar is er een kleine harde kern die echt buiten slaapt of overnacht in leegstaande panden. Voor Rotterdam gaat het om vijftig à zestig personen. Deze doelgroep heeft met de huisuitzettingsgevallen gemeen dat ze hulp en begeleiding afwijzen en met de bovengenoemde zorgcliënten dat zij op alle mogelijke manieren proberen te ontsnappen aan groepsverbanden. Zij voelen zich onveilig of onvrij in een groep; dan slapen ze nog liever in de open lucht. Als oplossing voor buitenslapers is eerder geëxperimenteerd met de slaapbox (Rotterdam, nog niet gerealiseerd) en de Groningse MOI, een soort trespa-tent. Dit was tot nu toe geen succes, omdat een buitenslaper zich er niet veilig voelt. De vraag is nu of een deel van de buitenslapers niet de stap zou kunnen zetten naar de skaeve huse. Dit zou voor hen een grote verbetering betekenen in termen van gezondheid en veiligheid. Voorwaarde is dan wel dat zij bereid zijn om hun huidige vrije slaapplaats te verruilen voor een vaste stek met brievenbus en postcode. In Denemarken bleek dat een aantal mensen wel degelijk van de straat naar de skaeve huse te krijgen is.

17

Het Rotterdamse initiatief ‘Sociale camping’ met vier woonunits voor deze doelgroep (CVD i.s.m. Arnold Reyndorp), vertoont grote gelijkenis met skaeve huse. Tot nu toe is het nog niet gerealiseerd.

18

Skaeve huse

2. ERVARINGEN IN DENEMARKEN

2.1 Nationaal programma In maart 2002 presenteerde de Deense regering een driejarig actieprogramma, gericht op de meest benadeelde groepen in de samenleving. In het kader hiervan is een bouwprogramma gelanceerd voor 49 projecten met in totaal 360 speciale wooneenheden voor een doelgroep die wordt omschreven als: •

Vervreemd van de samenleving en van conventionele woonwijken.

•

Niet passend in de bestaande opvangvoorzieningen wegens ‘uitdagend gedrag’ (challenging behaviour).

Het programma kreeg als titel Skaeve huser til skaeve existenser (vrij vertaald ‘rare huizen voor rare levenswijzen’). Een evaluatie van het Deense stimuleringsprogramma is uitgevoerd in 2004. Daarna is het programma, dat voorziet in een bouwsubsidie en een beheersubsidie, verlengd tot 2008. In 2009 heeft het parlement besloten om de bijzondere subsidieregeling voor skaeve huse op te nemen in de reguliere subsidies voor sociale woningbouw. Hiermee zijn de skaeve huse een vast onderdeel geworden van het Deense volkshuisvestingssysteem. Daarnaast ontvangen gemeenten met skaeve huse een tijdelijke bijdrage voor 1-2 jaar voor beheer en introductie bij de bevolking in de startfase. Daarna nemen gemeenten het beheer geheel zelf voor hun rekening. De Denen zien skaeve huse als een permanente behoefte. Een voorwaarde voor subsidie is dat de wooneenheden gebouwd worden op een permanente locatie, niet op een tijdelijke. Elke vijf jaar verkassen zou de resultaten, namelijk rust bij de bewoners en rust bij de omwonenden, voor een deel weer tenietdoen. Er is daarom weinig begrip voor de Nederlandse gewoonte om met tijdelijke locaties (voor maximaal vijf jaar) te werken.

Het jaarlijks aantal nieuwe projecten met skaeve huse is gedaald sinds 2005. De voornaamste reden is vermoedelijk de gemeentelijke herindeling van 2006 (van 350 naar 99 gemeenten). De energie die hierin is gaan zitten heeft geleid tot uitstel en vertraging van plannen. Er is nog steeds behoefte aan skaeve huse. Sinds 2006, toen er in het land 49 projecten met 360 wooneenheden waren, heeft geen nieuw landelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. In Kopenhagen (1 miljoen inwoners) is het aantal locaties sinds 2006 toegenomen van vier naar zes. Het aantal wooneenheden bedraagt binnenkort 55. Bron: Gesprek met Lola Foster, Socialministeriet, augustus 2009

2.2 Pragmatische aanpak In tegenstelling tot reguliere vormen van wonen met hulpverlening wil het programma geen onderscheid maken tussen doelgroepen als drugsgebruikers, alcoholisten, geesteszieken, prostituees en daklozen. Niet zelden is er sprake van meervoudige problematiek.

19

Wat de doelgroep voor skaeve huse gemeenschappelijk heeft, is het onvermogen of de onwil om zich aan te passen aan het reguliere wonen of aan het zorgcircuit. Wat zij willen is een dak boven hun hoofd op een plek waar zo weinig mogelijk andere mensen last van hen hebben. Het doel is niet in de eerste plaats reïntegratie in de samenleving, maar het bieden van leefomstandigheden die naar de maatstaven van de betrokkenen bevredigend zijn.

De volgende gegevens over het Deense programma zijn ontleend aan berichten van de Belgische hoogleraar Henk Meert (2005) en de Duitse onderzoeker Volker Busch-Geertsema (2001). Projecten die in aanmerking willen komen voor bouwsubsidie (per jaar is € 4,3 miljoen beschikbaar) dienen te voldoen aan de volgende criteria: •

Onconventioneel, in de zin van anders dan het bestaande aanbod.

•

Kleinschalig: maximaal 20 wooneenheden per project.

•

Lokale partijen (gemeenten, corporaties) moeten zelf voor beheer en onderhoud zorgen.

•

Bepaalde basisnormen op het gebied van (brand)veiligheid moeten in acht worden genomen.

•

Het zijn eenvoudige onderkomens met of zonder keuken en met op zijn minst toegang tot sanitaire voorzieningen.

•

De aanvraag moet een exacte en permanente locatie vermelden met informatie over de onmiddellijke omgeving.

Interessant is dat de regeling ook van toepassing kan zijn op spontaan ontstane woongebieden van krakers en stadsnomaden (denk aan het indertijd beroemde Christiania in Kopenhagen).

Het Deense beheermodel is relaxt te noemen: twee uur per dag komt er een sociaal beheerder langs op locatie. Verder is er geen intensieve begeleiding of dagactiviteiten. Deze vorm wordt gezien als zelfstandig wonen, met een huurcontract voor onbepaalde tijd en geen bijzonder begeleidingscontract.

2.3 Hoe onconventioneel zijn skaeve huse? Volgens het rapport is een deel van de projecten die subsidie hebben ontvangen feitelijk helemaal niet zo onconventioneel; het gaat om eenvoudige HAT-eenheden met woonbegeleiding. Maar er zijn ook wel degelijk buitengewone projecten gerealiseerd: •

In Kopenhagen zijn bij een voormalig studentenhuis stacaravans neergezet, die nu worden bewoond door voormalige daklozen.

•

In Svendborg zijn op een terrein aan de rand van de stad tien stacaravans met een woonoppervlak van 2

21 m neergezet voor daklozen en alcoholici die weigeren te reïntegreren. •

In Kopenhagen is een voormalige kantineboot uit de DDR door een instelling voor maatschappelijke opvang verbouwd voor bewoning door vijf alcoholisten die in opvanghuizen niet meer welkom waren vanwege ruzie over huisregels en over de toelating van hun honden.

•

Eveneens in Kopenhagen is een zelfbouwproject opgezet: een groepje alcoholisten uit Groenland heeft bouwmaterialen gekregen om zelf een soort iglo te bouwen rond een servicegebouwtje met kookgelegenheid en sanitair.

20

Skaeve huse

Op de foto’s van de projecten is te zien dat sommige wooneenheden van binnen nauwelijks zijn te onderscheiden van een rommelige werkplaats. De zelfgemaakte kachels jagen elke rechtgeaarde brandweerman waarschijnlijk de stuipen op het lijf.

Dit zijn uitzonderingen: de meeste locaties met skaeve huse uit het Deense evaluatierapport Boliger og hjem for saerligt udsatte (Socialministeriet, september 2004) lijken nog het meest op een soort woonwagenlocaties. 2

Meestal gaat het om het maximaal tien houten woonunits van ongeveer 30 m in parkjes op terreinen in de stad die grenzen aan bedrijven, spoorwegen en dergelijke. De huisjes zijn van woningcorporaties. Er wordt een reële huur ingehouden op de uitkering van de bewoners en regelmatig schoongemaakt. De gemeente zorgt voor de grond en betaalt de (verplichte) woonbegeleiding, die varieert van twee tot acht uur per week en wordt ingekocht bij reguliere begeleidende instellingen.

2.4 Positieve PR De Denen zijn erin geslaagd voor de projecten een positieve PR te bewerkstelligen. Het product lijkt inhoudelijk zeer veel op onze containerwoningen in Kampen en Maastricht, maar de naamgeving en de doelstellingen zijn in Denemarken gelukkiger gekozen. Een belangrijk uitgangspunt is dat dit ook voor de betrokkenen zelf de meest wenselijke oplossing is en dat zij niet uitgesloten worden van reguliere hulpverlening (zij het wel van reguliere volkshuisvesting). Aan de communicatie met omwonenden wordt veel aandacht besteed, maar het plaatsingsbesluit staat vast. Voordat de skaeve huse geplaatst worden, wordt een voorlichtingsbijeenkomst gehouden. Om ongerustheid te bezweren wordt doorgaans telefoonnummer bij de gemeente ingesteld waar 24 uur per etmaal klachten over overlast, onveilige situaties of intimidatie kunnen worden gemeld. De belofte is dat bij gegronde klachten direct actie volgt.

2.5 Resultaten Deens evaluatieonderzoek Het nationaal evaluatieonderzoek (2004) heeft betrekking op 25 projecten met in totaal 218 skaeve huse (8,7 huizen per project gemiddeld, met een range van 3 tot 19). De bewoners zelf vinden vastigheid, privacy en ruimte om zich heen belangrijk. Gemeenschappelijke ruimten of activiteiten stellen ze niet op prijs, behalve een gemeenschappelijke wasmachine. Het wonen in skaeve huse hebben gunstige effecten op de bewoners: meer stabiliteit in hun leven, minder stress, minder drugsgebruik (dat geldt voor sommigen). Beheerders noemen een afstand tot de drugsscene van ongeveer twee kilometer als een gunstige factor. Omdat er geen dealers op de locatie mogen komen, moeten de bewoners meer moeite doen om aan drugs te komen.

Toch moeten we ons ook weer niet een te rooskleurige voorstelling maken van het effect op de levensloop van de bewoners, gezien hun zware problematiek. Van 89 bewoners van skaeve huse van het eerste uur (uit het jaar 2000) is in 2004 nagegaan wat er met de bewoners is gebeurd.

21

Van de 89 bewoners bleken er: •

18 uitgezet wegens wangedrag of huurachterstand

•

17 overleden

•

12 opgenomen in een instelling

•

6 verhuisd naar een gewone woning

•

6 teruggekeerd naar een zwervend bestaan

•

30 nog steeds woonachtig in skaeve huse.

Wat blijkt is dat dus toch bijna tweederde van de oorspronkelijke bewonersgroep na vier jaar is doorgestroomd. Het aantal bewoners dat na verblijf in skaeve huse terugkeert naar een gewone woning is betrekkelijk laag (7%). Voor de groep die na vier jaar nog steeds in de skaeve huse woont, blijft de conclusie overeind dat hun gedrag is verbeterd en hun gebruik van drugs en alcohol is verminderd. Aan de andere kant is 40% verder afgezakt op de woonladder (uitgezet, opgenomen, zwervend).

Wat zijn de effecten voor omwonenden? Het evaluatieonderzoek meldt vrijwel geen negatieve ervaringen. De onrust en weerstand die aanvankelijk bestonden bij de aankondiging van het project zijn in de loop van de tijd geheel verdwenen. De skaeve huse zijn geaccepteerd en niemand heeft het er meer over. Dit zijn trouwens indrukken van betrokken professionals – de mening van de omwonenden is niet echt onderzocht. Verder is van belang te melden dat de Denen een afstand van minstens honderd meter aanhouden tot de dichtstbijzijnde woonbebouwing. Anderzijds mogen de skaeve huse niet meer dan anderhalve kilometer liggen van het dichtstbijzijnde winkelcentrum, zodat bewoners gewoon hun inkopen kunnen doen in de wijk. Daardoor is er wel degelijk contact met de bevolking.

2.6 Ervaringen in andere Europese landen De SEV heeft onderzoekinstituut OTB gevraagd na te gaan in hoeverre er soortgelijke projecten bestaan in andere Europese landen. Behalve de Nederlanders hebben alleen de Noren inmiddels het Deense voorbeeld gevolgd en skaeve huse gebouwd. De Zweden daarentegen zijn zeer kritisch. Zij geloven meer in gedwongen behandeling en zijn tegen het tolereren van drugs- en alcoholgebruik op vrijplaatsen. Speciale aandacht had het OTB-onderzoek voor onze grote buurlanden: Duitsland en Engeland. Er is een quick scan uitgevoerd, zowel via het expertnetwerk als via het internet. De scan was gericht op voorbeelden van alternatieve woonvormen bedoeld voor ‘veroorzakers van extreme burenoverlast’ of ‘asocialen’ dan wel voor buitenslapers of ‘zorgwekkende zorgmijders’. Er blijkt in die landen weinig of niets te zijn dat lijkt op skaeve huse. Wel blijken er in Engeland speciale woonprojecten te zijn met financiering op basis van de Anti-Social Behaviour Act. Deze zijn met geheimzinnigheid omhuld omdat er juist een evaluatieonderzoek gaande is. Een voorbeeld is het project Sheffield High Support Service, dat bestaat uit elf grote panden. Elk pand is verdeeld in vier appartementen waarvan er drie worden bewoond door een asociaal huishouden en een door de staf. Er is dus 24-uurs toezicht.

De doelgroep bestaat vooral uit gezinnen met kinderen die dakloos zijn geworden als

22

Skaeve huse

gevolg van asociaal woongedrag. Echt criminele gezinnen worden geweerd. Deelname is vrijwillig, waarbij natuurlijk altijd de vraag opkomt of er een alternatief bestaat voor betrokkenen. De begeleiding is intensief, anders dan in Denemarken. Getracht wordt om de betrokkenen op te voeden, bij te scholen en te leren omgaan met hun agressie.

Voor Duitsland zijn voorbeelden gevonden in Nordrhein-Westfalen. In Duisburg is een centraal punt opgericht voor melding, intake en advisering aan daklozen. Dit meldpunt kan zorgen voor huisvesting, financiële ondersteuning en hulp op maat. Het interessante in Duisburg is dat het centrale meldpunt kan verwijzen naar de zogenaamde Wohnprojekte B. Dit traject is bedoeld voor mensen die herhaaldelijk zijn uitgezet wegens asociaal woongedrag. Er zijn tien woningen te gebruiken uit de reguliere woningvoorraad, met een uitbreiding naar zestien. De woningen worden verhuurd met speciale contracten door de begeleidende instelling Diakoniewerk. Feitelijk lijkt dit veel op de tweedekanswoningen in Nederland. De financiering komt van de deelstaat op basis van de welzijnswet. Er wordt nadruk gelegd op het feit dat de woningen er netjes uitzien en goed ingericht zijn (gemeubileerde verhuur), omdat dit een beschavend effect zou hebben op het gedrag van betrokkenen. Bij langdurig goed gedrag wordt weer een normale huurrelatie aangeboden.

2.7 Deense aanbevelingen Lola Foster, sinds tien jaar projectleider skeave huse op het Deense ministerie van Sociale Zaken, heeft een paar belangrijkste adviezen voor Nederland: •

Bouw alleen op permanente locaties, ga de strijd om bestemmingswijziging in één keer aan en creëer zo rust voor langere tijd.

•

Ga uit van normale huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd, behandel de bewoners als gewone huurders en niet als deelnemers aan een vorm van begeleid wonen.

•

Volsta daarom met een terreinbeheerder die elke dag langs komt en zet geen extra speciale woonbegeleiders op het project.

Motto: ‘you can go on with your bad habits’ zolang je geen overlast veroorzaakt voor omwonenden. Zorg wel voor een 24-uurs alarmnummer voor omwonenden. En breng standaard een brandalarm aan in de skaeve huse.

23

24

Skaeve huse

3. NEDERLANDSE PRAKTIJKERVARINGEN

3.1 Opzet evaluatieonderzoek In 2006 is de SEV met de DSP-groep overeengekomen om de eerste vier experimenten met skaeve huse in Nederland volgens een standaardmodel te evalueren. De onderzoeker was Carolien van den Handel. De eerste ervaringen zijn opgedaan het project in Kampen, dat al in 1995 de status van SEV-experiment had gekregen en dateert van voor de import van het Deense concept. Vervolgens zijn volgens het standaardmodel de experimenten in Amsterdam (Houthavens Westerpark) en Arnhem (Olympus Malburgen) geëvalueerd. In Tilburg (Apennijnenweg Groenewoud) is alleen de nulmeting nog maar uitgevoerd, omdat de plaatsing van de skaeve huse vertraagd is door een beroepsprocedure van een school in de omgeving. De halfjaarsevaluatie kan niet eerder worden voltooid dan in de zomer van 2010. Om nog wat meer casuïstiek te hebben voor het eindadvies heeft de SEV in 2009 Ilse Crooy een journalistieke evaluatie (gesprekken met sleutelpersonen) laten uitvoeren voor het project in Maastricht. De conclusies zijn dus gebaseerd op de ervaringen in de projecten Kampen, Amsterdam, Arnhem, Maastricht en gedeeltelijk Tilburg.

De evaluatie bestaat uit een nulmeting en een halfjaarsmeting. De nulmeting houdt in: •

Gegevens over het project, de bewoners en de buurt.

•

Gegevens over criminaliteit en over beleving van veiligheid en overlast in de buurt.

•

Buurtreacties op de komst van skaeve huse: interviews met betrokken professionals, verslagen van informatiebijeenkomsten en klachtenformulieren van bewoners.

In de halfjaarsmeting worden onderzocht: •

Ervaringen van omwonenden en ondernemers in de buurt, een half jaar na de start van de bewoning van skaeve huse (telefonische interviews aangevuld met face-to-face-gesprekken).

•

Ervaringen van bewoners van skaeve huse: interviews.

•

Bevindingen van sleutelpersonen van gemeente, woningcorporaties, woonbegeleiders, en wijkagenten.

•

Gegevens over criminaliteit en sociale veiligheid in de buurt.

•

Ervaringen van overlast in de buurt waar de bewoners van de skaeve huse vandaan komen (voor zover van toepassing).

Het project in Kampen is nog niet volgens dit stramien geëvalueerd: een nulmeting was niet meer mogelijk en er is afgezien van het verzamelen van statistische gegevens. Wel zijn de feiten en meningen zo goed mogelijk onderzocht door gesprekken met sleutelpersonen, omwonenden en bewoners.

25

3.2 Vier wooncontainers van Delta Wonen in Kampen

Kampen

De vier wooncontainers in Kampen zijn niet gestart als project, maar min of meer bij toeval ontstaan als noodoplossing voor een probleem. Reeds in 1994 realiseerde de SEV zich na het congres Burenoverlast dat dit project een voorbeeldfunctie voor het land zou kunnen hebben en verleende het de status van voorbeeldproject. Corporatie Delta Wonen heeft in samenwerking met de gemeente in 1993 vier houten semi-permanente woningen geplaatst op een bedrijventerrein aan de rand van een woonwijk. Ze waren bestemd voor drie alleenstaande mannen plus een gezin; voorheen waren die ook al in noodwoningen gehuisvest omdat ze niet plaatsbaar waren in een woonwijk wegens extreme vervuiling, stankoverlast, geluidsoverlast, drugsgebruik en dealen. ‘Bemoeizorg’, zoals in het project tweedekanswoningen, wijzen zij af.

Locatie Het terrein waarop de containers zijn geplaatst, ligt aan de rand van de bebouwing op een industrieterrein. Vanaf het centrum loopt een ruime straat richting containers en die zich net voor het terrein splitst in twee straten, als een Y. De containers liggen in de wig van de straat. In de loop der jaren is tegenover de plaats van de huidige containers een nieuwe wijk verrezen; twee-onderéén-kappers hebben nu uitzicht op de containers. Daar is nog wel wat ruimte tussen: een trottoir, een ruime straat en een groenstrook (met bomen en halfhoge struiken) ontrekken de containers voor een groot deel aan het oog. De afstand bedraagt ongeveer vijftig meter.

Opzet en financiering De bewoners hebben een regulier huurcontract en betalen een (lage) huur. In die dertien jaar zijn er nauwelijks mutaies geweest; de bewoners zijn kennelijk tevreden of zien geen andere opties. In 2002 zijn de 2

houten wooncontainers vervangen door meer duurzame kunststof woonunits van 54 m . Daarna zijn aan de overkant van de straat nieuwe twee-onder-één-kap-koopwoningen gebouwd.

26

Skaeve huse

De huidige wooncontainers zijn opgebouwd uit steeds drie zeecontainers van kunststof die aan elkaar zijn geschakeld. Ze hebben een redelijke geluidsisolatie (beter dan de oorspronkelijke, tweedehands woningen). Hoewel het dus feitelijk zeecontainers zijn, zien ze er meer uit als moderne bouwketen: plat dak, grijze, gladde buitenkant en ramen met rolluiken ervoor. Er is niet bijzonder gelet op vandalismebestendigheid, alleen vloeren en wanden hebben een gladde afwerking om ze goed schoon te kunnen houden. Ze hebben elk een woonkamer met open keuken, drie slaapkamers, een badkamer en een berging. Kosten voor aanschaf, plaatsing en onderhoud bedragen € 37.500,00 per jaar, met een afschrijving van 25 jaar. De bewoners betalen ongeveer € 248,00 huur per maand. De exploitatie is hiermee voor Delta Wonen niet sluitend, maar dat wordt geaccepteerd.

Beheer Sinds 2000 is de ‘coördinator moeilijk plaatsbaren’ Herman Leemreijze aangesteld bij Delta Wonen die de contacten met de bewoners onderhoudt en het beheer regelt. De bewoners accepteren dat de woonunits periodiek worden schoongemaakt. Hoewel bij aanvang geen andere voorwaarden zijn gesteld dan het regulier betalen van de huur, is men in de loop der jaren gaan toewerken naar enige vorm van begeleiding. Met enkele bewoners zijn daarover afspraken gemaakt. De begeleidingsovereenkomst die met de drie bewoners is gesloten, vormt nu een onlosmakelijk deel van de huurovereenkomst. In de overeenkomst staan afspraken over:

•

Welke instantie hun uitkering beheert en periodiek uitkeert.

•

Hoe en wanneer er contact is met het Centrum voor Alcohol en Drugs (indien nodig).

•

Persoonlijke hygiëne (minstens eenmaal per week douchen).

•

Het onderhoud van de woning.

•

Het ontvangen van bezoek.

•

Zinvolle dagbesteding.

De coördinator onderhoudt het contact met bewoners en coördineert het netwerk van hulpverlening rondom hen. Daar is hij gemiddeld vier tot zes uur per week mee bezig. De werkzaamheden bestaan uit bellen, langsgaan en zaken regelen, al dan niet samen met andere hulpverlenende instanties. Onderwerpen zijn geld, gedrag, verslavingsproblematiek en huishouden. Ook de naleving van de begeleidingsovereenkomst behoort tot de gespreksonderwerpen.

Bewoners De eerste bewoners waren een gezin (moeder, een volwassen dochter en twee volwassen zonen) en drie zwaar verslaafde mannen (drank en/of drugs). Hoewel de gedachte was dat deze woonoplossing voor meer mensen een tussenstation zou kunnen zijn, is de doorstroming minimaal. In de loop van dertien jaar hebben zich maar enkele mutaties voorgedaan als gevolg van overlijden en detentie. De laatste vijf jaar zijn er drie mutaties geweest. De meeste bewoners hebben gedragsstoornissen, weinig sociale bagage, zijn verslaafd en/of hebben geen begrip van samenleven. Alle huidige bewoners hebben wel nog min of meer contact met hun familie. Het contact tussen de containerbewoners onderling is wisselend, afhankelijk van de drank/drugsinname. Men verdraagt elkaar.

27

De mening van de sleutelpersonen De sleutelpersonen (corporatie, coördinator, gemeente, politie) laten weten dat er bij hen weinig overlastproblemen bekend zijn. Buren klagen zelden, hooguit achteraf. De belangrijkste klachten zijn geluidsoverlast en overlast van dealers (geparkeerde auto's) en gebruikers. Dit komt volgens hun zeggen nog maar sporadisch voor. Sinds enige tijd wordt er met een gele en rode kaart gewerkt voor de geluidsoverlast. Bij geel wordt een laatste waarschuwing gegeven, bij rood wordt de inboedel in beslag genomen. Politieoptreden zou zelden nodig zijn. Toen de woonwijk er nog niet was, werd er wel eens onderling gevochten, maar ook dat lijkt tot het verleden te behoren.

De ervaring van de omwonenden Aan acht omwonenden is gevraagd hoe ze hun overburen ervaren: zes bewoners van de tegenoverliggende nieuwbouwwoningen en twee bewoners van het naastgelegen woonwagenkamp. Van de bewoners van twee containers heeft niemand last; men ziet hen erg weinig. De bewoner van de derde container die wel eens overlast veroorzaakte met dealen is onlangs overleden. De bewoner van de vierde container veroorzaakt wel veel overlast. Het gaat allereerst om forse geluidsoverlast doordat hij de speakers buiten zet. Ook stookt hij graag een vuurtje, wat veel rookoverlast geeft. Soms is hij aanspreekbaar op zijn gedrag en past hij zich (tijdelijk) enigszins aan, maar hij drinkt veel en als hij daarbij ook rookt is hij niet meer aanspreekbaar. Ongeveer eens per maand loopt het uit de hand. Dan kan hij erg agressief worden, met spullen gooien, grove en kwetsende taal uitslaan of briefjes in de brievenbus doen met bedreigende teksten. De politie wordt zelden gewaarschuwd: de ervaring is dat deze bewoner na politiebezoek door het lint gaat en dat represailles naar de (waarschijnlijke) melder volgen. Ook tussen de overlastgever en zijn buurman botert het niet altijd. Dat kan ertoe leiden dat bakstenen door de ruiten vliegen. Velen zijn van mening dat het politieoptreden onder de maat is. Eén voormalige bewoner van de koophuizen schijnt verhuisd te zijn vanwege de overlast.

Opmerkelijk genoeg geven verschillende omwonenden aan dat de betrokken bewoner ook een plezierige buur kan zijn. Zo helpt hij soms met buiten klussen, zet een afvalbak weg of maakt een praatje. De meeste omwonenden proberen het contact zo beperkt en neutraal mogelijk te houden; ze weten zo'n beetje hoe ze met hem moeten omgaan. De omwonenden zitten op één lijn: als er wat is steunen ze elkaar en vormen ze één front.

Conclusie Drie van de vier bewoners van de wooncontainers in Kampen geven weinig overlast voor omwonenden. Bij de vierde bewoner is wel degelijk sprake van overlast. De afstand tussen de nieuw gebouwde koopwoningen en de wooncontainers (die er eerder stonden) is met zo’n vijftig meter beslist te klein. Volgens de kopers van de woningen was hun verteld dat de wooncontainers er slechts tijdelijk stonden en zouden verdwijnen, maar dat staat niet zwart op wit. Het project in Kampen is vroeg gerealiseerd, loopt al lang en heeft daardoor een niet te onderschatten voorbeeldfunctie voor het land heeft vervuld. Het relaxte, aan de Deense aanpak verwante beheermodel met één sociale beheerfunctie heeft tot nu toe goed gewerkt. Bij twee van de vier bewoners kan inmiddels de vraag worden gesteld of er voor hen geen oplossing in de gewone woningvoorraad mogelijk is: hun huidige gedrag lijkt een stap omhoog op de woonladder te rechtvaardigen. Een van hen is sinds de evaluatie inderdaad verhuisd naar een gewone woning.

28

Skaeve huse

3.3 Vier wooncontainers bij het Leger des Heils in Maastricht

Maastricht

In Maastricht heeft men in aanvulling op het tweedekansbeleid voor moeilijk plaatsbaren enkele wooncontainers beschikbaar gesteld voor niet-plaatsbaren. Deze groep, geschat op zo’n veertig huishoudens, werkt niet mee aan de intake voor het tweedekansbeleid. Men zou kunnen volstaan met ontruiming, maar sinds 1998 zijn de twee verplaatsbare woonunits beschikbaar. Eerst stonden ze op een bedrijventerrein, maar daar liep de situatie uit de hand. De hulpverleners wilden daar niet meer naar toe. Daarbij liep de vergunning maar voor vijf jaar. Sinds 2004 staan er vier wooncontainers op een terrein bij een pension van het Leger des Heils, dat de containers huurt van woningcorporatie Servatius en doorverhuurt aan de doelgroep. Het Leger des Heils heeft als beleid dat het geen enkele cliënt weigert, hoe onhandelbaar ook. Terugkeer naar zelfstandig wonen is geen doel meer: de bewoning wordt als permanent gezien. Tot nu toe is ook geen doorstroming geweest. Er zouden meer woonunits moeten komen, maar daar is op dit terrein geen plaats voor. Bovendien moet alles binnenkort verplaatst worden omdat er een weg wordt aangelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=1cca72e7-42c7-4ca8-8606-0ada545fc979