Aanvullende informatie Afvalzorg
Tekst van het document
AFSPRAAK | Gemeente en provincie zijn geïnformeerd over het participatietraject, maar het is het initiatief van Afvalzorg. Alle partijen hebben hierin hun eigen rol en verantwoordelijkheden. De uitkomst van de participatie wordt besproken met de gemeente en provincie. Na de presentatie van het participatieverslag wordt een afspraak gemaakt met de Raad. Deze datum is onder voorbehoud 25 juni 2024. Afvalzorg informeert de participanten zodra de datum definitief is.
P6. Scholen moeten betrokken worden, de jeugd zijn de gebruikers van de toekomst en moeten geïnformeerd worden over preventie van afval. Want we moeten juist meer doen aan het verminderen van afval
AFSPRAAK | Afvalzorg heeft een educatiebeleid gericht op de jeugd. Afgesproken wordt dat bij de herinrichtingsplannen voor Zeeasterweg de jeugd van Lelystad wordt betrokken. Dit wordt meegenomen in ons educatieprogramma scholen Flevoland.
P7.P8. Bewoners willen ook vinger aan de pols houden na deze participatie. En meer duidelijkheid wat er van betrokkenen wordt verwacht na dit participatietraject.
ACTIE | Afvalzorg wil de komende periode en jaren in gesprek blijven met betrokkenen. Het voorstel is hiervoor twee groepen op te richten. Een klankbordgroep (een groep vertegenwoordigers met kritische volgers) die feedback geeft tijdens de operationele fase van de stortlocatie. En een herinrichtingsgroep die meedenkt over de (gefaseerde) nieuwe bestemming van de locatie tijdens en na sluiting. Dit is goed ontvangen tijdens de participatieavonden. Een aantal participanten heeft zich reeds aangemeld. Afvalzorg maakt na de zomer een voorstel voor de beide groepen met inschatting tijdsinspanning en verwachte input van betrokkenen.
P10.P11. Hoe wordt het maatschappelijk belang van de bewoners gewaarborgd. Zou goed zijn als Afvalzorg wil investeren in de zorgen van bewoners.
TOELICHTING | Afvalzorg heeft bij de participatiebijeenkomsten en gesprekken zoveel mogelijk informatie, zorgen en aandachtspunten opgehaald. Met als doel een zo breed mogelijk gedragen plan waarbij de belangen van de bewoners zo goed mogelijk gewaarborgd worden. In dit participatieverslag wordt per onderwerp teruggekoppeld wat Afvalzorg daarmee kan en wil doen.
P12.P13. Zorgen en emoties staan onvoldoende in het verslag van de eerste participatie-avond. Tevens verzoek om www.participatie-zeeasterweg.nl na te lezen op vaktaal.
ACTIE | Naar aanleiding van deze opmerking is het verslag van de eerste bijeenkomst aangepast. In de daaropvolgende verslagen zijn de zorgen en vragen van de aanwezigen nog uitgebreider omschreven. Alle verslagen kunt u hier lezen (zie groene blok). Bij ieder verslag krijgen de participanten drie weken de tijd om te reageren op het concept-verslag voordat het definitief wordt opgenomen in het dossier. De webpagina is nagelezen op vaktaal door een externe communicatie medewerker.
BIJLAGE A
4
ZORGPUNTEN IMPACT TIJDENS EXPLOITATIE
TOELICHTING + ACTIES + AFWEGINGEN
GEUR G1.G7. Het onderwerp geuroverlast is een belangrijk hangijzer voor de participanten. Aangegeven wordt dat de geuroverlast verschrikkelijk is en nog steeds aanwezig, ondanks de maatregelen. Het is jaren misselijkmakend geweest, nu iets minder. Orgaworld is grootste veroorzaker geur. Een goede stap zou zijn als Afvalzorg stopt met het contract van huurder Orgaworld.
AFSPRAAK | Er zijn in 2023 zeven klachten binnengekomen over de locatie. Deze geurklachten die zijn binnengekomen bij de Omgevingsdienst, gaan allemaal over Orgaworld en niet over onze stortplaats. Orgaworld heeft afgelopen jaar flink geïnvesteerd in gaswassers. Dit heeft de situatie flink verbeterd. Afvalzorg heeft heel regelmatig overleg met Orgaworld over de stand van zaken. Afvalzorg heeft de verlenging van het huurcontract met Orgaworld beperkt tot een jaar (tot 1-1-2026) zodat we de ontwikkelingen m.b.t. geur nauwlettend kunnen volgen. Maar ook Orgaworld heeft een rol in de circulaire economie. Afvalzorg voelt zich voor de totale locatie verantwoordelijk dat er zo min mogelijk hinder veroorzaakt wordt.
G2.G3.G4.G5. Participanten geven aan dat er veel meer geurklachten zijn dan officieel worden gemeld. Want klagen bij Afvalzorg en OD heeft toch geen zin. Reactie duurt lang en dan is de geur alweer weg. Als bewoners direct klagen bij Afvalzorg, wordt het niet officieel genoteerd bij de OD. Vaak stinkt het ’s nachts, melden heeft dan geen zin want Afvalzorg komt dan niet langs.
AFSPRAAK | Omdat omwonenden aangeven dat er in werkelijkheid veel meer klachten zijn, roept Afvalzorg op om zowel bij de OD als bij Afvalzorg te melden via het klachtenformulier of via klacht@afvalzorg.nl. Als er een klacht binnenkomt, doet Afvalzorg dezelfde dag onderzoek naar de oorzaak en geven een terugkoppeling aan de melder. Afvalzorg kan niet garanderen “s avonds, “s nachts en in het weekend langs te komen, maar garandeert wel dat geurklachten heel serieus genomen worden. Ook de volgende dag kan Afvalzorg een analyse maken om te proberen herhaling te voorkomen. Zeeasterweg maakt gebruik van e-noses (digitale neuzen), metingen en geurrondes. Afgesproken wordt dat Afvalzorg aanvullend ook e-noses in De Landerijen zal plaatsen. De locatie wordt met de nog op te richten klankbordgroep na de zomer 2024 bepaald.
G6. Niet alleen compostering veroorzaakt geur, ook het stortgas.
AFSPRAAK | In de stortheuvel ontstaat stortgas dat goed te ruiken is als het vrij zou komen. Soort rotte eieren lucht. Op Zeeasterweg ligt echter een zeer intensief stortgas-onttrekkingssysteem om geurhinder te voorkomen. Daarmee zuigen we het stortgas af en gebruiken we dit om de waterzuivering te verwarmen. Volgens onze e-noses veroorzaakt het stortgas in de praktijk geen geurhinder. We ontvangen voor zover bekend ook geen klachten over stortgas. Bewoners worden uitgenodigd langs te komen op locatie om meer gevoel te krijgen bij de aanwezige geuren.
INRICHTING | VEILIGHEID I1.I2.I3. Welk gevaarlijk afval komt op Zeeasterweg en er zijn zorgen dat verontreinigde afvalstoffen schade kunnen veroorzaken voor mens en/of milieu. Participanten zijn bang dat over 20 jaar de stortplaats toch niet zo veilig is als we dachten. (zoals bij Tata)
TOELICHTING | Al het stortafval is verontreinigd met chemische stoffen. Afval mag alleen gestort worden als er geen betere verwerking mogelijk is. Dat is vastgelegd in stortverboden. De wet geeft aan hoeveel chemische stoffen erin mogen zitten (grenswaarden). In de vergunning zijn regels opgesteld om ervoor te zorgen dat het verontreinigde materiaal dat wordt gestort, te allen tijde veilig wordt verwerkt. Veilig voor het milieu, veilig voor de omgeving én veilig voor de eigen medewerkers die dagelijks op Zeeasterweg werken. Het personeel dat dagelijks op de locatie werkt, wordt jaarlijks uitgebreid gecontroleerd. Bovendien worden er allerlei metingen gedaan om er zeker van te zijn dat onze werkwijze veilig is.
BIJLAGE A
5
I4.I5.I6.I7. Is de onderafdichting wel veilig en kan deze niet lekken? Is de folie bestand tegen eventuele gaten in de onderliggende klei/veen laag. Participanten willen graag inzicht in de opbouw van de stortlocatie met bijbehorende verhoudingen.
ACTIE | De onderafdichting bestaat uit verschillende lagen. Op de oorspronkelijke bodem wordt een ophooglaag van zand aangebracht die ervoor zorgt dat afval nooit in grondwater komt. Daarop komt een dubbele onderafdichting die bestaat uit een minerale laag (die dicht gaat zitten wanneer hij nat wordt) en een waterdichte kunststof HDPE folie. Zo kan er nooit regenwater dat op het afval valt, in het grondwater terecht komen. Dit afvalwater wordt opgevangen en gezuiverd in de waterzuivering. Rondom de drain zit grind en een zandlaag zodat het water zo makkelijk mogelijk via de drains afgevoerd kan worden. Met de controledrains onder de onderafdichting en een netwerk van peilbuizen in het grondwater rondom de stortplaats, wordt gecontroleerd of de milieu hygiënische voorzieningen goed werken. Zie tevens toelichtende doorsnede tekening.
I8.I12. Participanten hebben zorgen over de houdbaarheid van de folie onderafdichting en het doorgeven van de problemen aan volgende generaties. Hoe lang is de monitoring van de locatie gegarandeerd.
TOELICHTING | De folie gaat tot 100 jaar mee. Volgens de huidige Nederlandse regelgeving moet 30 jaar na het aanbrengen van de onderafdichting een bovenafdichting aangebracht worden. Dus mocht een onderafdichting stuk gaan, is deze inmiddels vervangen door de bovenafdichting. Deze zorgt ervoor dat er geen regenwater in het stort terecht kan komen en er dus ook niet voor verontreiniging kan zorgen. De monitoring van de locatie is eeuwigdurend gegarandeerd. Wel loopt er momenteel een landelijk langjarig onderzoek naar duurzaam stortbeheer, waardoor we de eeuwigdurende nazorg niet doorgeven aan volgende generaties.
I9.I10. Bewoners vragen zich af welke emissies van de stortplaats zijn toegestaan en hoe dit wordt verankerd en gecontroleerd. Er wordt bijvoorbeeld gevreesd dat er extra stikstof vrijkomt door het ophogen van de stortlocatie. En is deze emissie inclusief Orgaworld.
TOELICHTING | De emissie-eisen in de vergunning worden weergegeven in deze tabel. Om een beeld te geven van de hoeveelheid stikstof; dit is te vergelijken met de uitstoot van 27 koeien. Er komt jaarlijks niet meer stikstof vrij want de activiteiten op de locatie blijven gelijk. De activiteiten gaan alleen langer door. Orgaworld heeft een eigen vergunning en dus ook eigen emissie ruimte die wordt gecontroleerd door de Omgevingsdienst. Er is intensief contact met Orgaworld. Voor beide bedrijven is het tegengaan van geurhinder een zeer belangrijk aandachtspunt.
I11. Zorgen over de verwerking van afvalwater (percolaat) door de grote hoeveelheid regen afgelopen jaren.
TOELICHTING: Afvalzorg houdt de ontwikkeling van de neerslaghoeveelheden nauwlettend in de gaten. De grote hoeveelheid neerslag van het afgelopen jaar is aanleiding geweest tot het besluit om extra waterbuffercapaciteit op de locatie aan te leggen en ook te kijken naar mogelijkheden om de hoeveelheid infiltrerend schoon regenwater te verminderen.
I13. Bewoners hebben zorgen over asbest. Er zijn op locatie tijdens de rondleiding gescheurde asbestzakken gezien. Participanten willen metingen asbestvezels in De Landerijen.
TOELICHTING | Asbest dat op Zeeasterweg wordt gebracht moet dubbel verpakt zijn en wordt afgedekt na storten. Daar controleren we ook op want veiligheid voor onze medewerkers en omgeving staat voorop. Er zijn meer afvalstromen die in zakken worden aangevoerd. De gescheurde zakken die zijn gezien tijdens de rondleiding, bevatten geen asbest.
WATER W1.W2.W7. Veel participanten maken zich zorgen dat het oppervlaktewater in de omgeving verontreinigd raakt door de
TOELICHTING | Het afvalwater van de locatie wordt via drains opgevangen en gezuiverd in de waterzuivering. Vervolgens wordt het gezuiverde water geloosd op het oppervlakte water (Lage Vaart).
BIJLAGE A
6
stortplaats. En dat er afvalwater geloosd wordt op de Lage Vaart. Ook zijn er zorgen over een buis aan de buitenkant van de stortplaats dat vies water loost op het oppervlaktewater. Het water in de ringsloot lijkt verontreinigd, het water stinkt met een soort olieachtige laag er op.
Via bemonstering van het geloosde water wordt beoordeeld of het blijvend voldoet aan de vergunningvereisten. De buis aan de buitenkant van de stortplaats loost het overtollig water van ons regenwaterbassin dat (na keuring) in de ringsloot geloosd mag worden. Naar aanleiding van de participatiebijeenkomsten is hier ter verduidelijking een bord bij geplaatst. De ringsloot om de stortplaats lijkt misschien verontreinigd maar dit komt niet door de stortplaats. De sloot is heel ondiep, met stilstaand water waarin bacteriën kunnen ontstaan die voor rottingsgeur zorgen. In het verleden is met Het Flevo-landschap de optie besproken om de bagger op de kant te zetten, maar dat zou nadelig voor de natuurwaarden zijn. In de toekomst zal opnieuw worden bekeken of baggeren wenselijk en uitvoerbaar is.
W3. Water ringsloot lijkt verontreinigd, water stinkt, met een olieachtige laag.
TOELICHTING | De ringsloot is heel ondiep, met stilstaand water waarin bacteriën kunnen ontstaan die voor rottingsgeur zorgen. Dit heeft niet met de stortplaats te maken. Het water wordt regelmatig gecontroleerd.
W4. Berichtgeving enkele jaren geleden over barium in water zijn verontrustend.
TOELICHTING | Er is veel onderzoek gedaan naar het barium enige jaren geleden. Dit bleek niet afkomstig van de stortplaats maar een natuurlijke oorzaak te hebben. Het komt in grote delen van Flevoland in relatief hoge achtergrondgehalten voor.
W5.W6. Participanten maken zich zorgen over kwelwater en wat er gebeurt als het grondwater toch verontreinigd blijkt.
TOELICHTING | Er is een heel monitoringssysteem om er zeker van te zijn dat de stortplaats niet lekt. Een drainagesysteem voert het afvalwater (percolaat) naar onze waterzuivering. Het afvalwater komt dus niet in aanraking met het grondwater, oppervlaktewater of de bodem. Mocht er tóch verontreiniging ontstaan, ontdekken we dat door de metingen in de controledrains. Dezelfde drains kunnen we dan gebruiken om het grondwater te onttrekken en af te voeren naar de waterzuivering.
BODEM B1.B2. Participanten maken zich zorgen over verontreiniging bodem en grondwater rond en onder de stortplaats. En hebben zorgen over de zachte kleibodem onder de stortlocatie. Bewoners zijn bezorgd over het risico op zetting, klink en kwel door het gewicht van het afval.
MER + TOELICHTING | Op deze doorsnede is te zien hoe de stortplaats is opgebouwd. De bodem onder de stortplaats bestaat uit klei/veen. Door het gewicht van het afvalpakket wordt de dikke klei/veen laag in elkaar gedrukt, waardoor hij nog ondoorlaatbaarder wordt. Op deze laag is een laag ophoogzand aangebracht, met daarbovenop een ondoorlaatbare folie. Er wordt folie gebruikt die in staat is om heel veel rek op te vangen, zodat het zich kan vormen met de klei/veen laag. De klei/veenlaag is niet overal even dik, maar heeft wel een minimale dikte van één meter, plaatselijk circa drie. Dat verloop is heel geleidelijk en de folie rekt, dus het risico op kapot gaan van de folie is er niet. In de laag met ophoogzand blijft het water achter. De kans dat (zelfs bij lekkage) dit water in de diepere bodem terecht komt, is heel erg klein door de onderafdichting én de natuurlijke ondoorlaatbare klei/veenlaag die ontstaat door het gewicht van het afval. De kans op kwel is dus ook heel klein. Als extra controle zijn diverse peilbuizen aangebracht, waarmee watermonsters genomen kunnen worden. Zo kan er geanalyseerd worden of het grondwater beïnvloed wordt door de stortplaats. Deze bemonstering wordt jaarlijks uitgevoerd door een extern bureau want deze processen gaan heel langzaam. Afvalzorg neemt bij de aanleg van een onderafdichting altijd een ruime marge.
Bij de berekeningen van de onderafdichting en drainage van Zeeasterweg is al rekening gehouden met een mogelijke hoogte van
BIJLAGE A
7
maximaal 35 meter. De effecten van de ophoging zullen in het milieueffectrapport (MER) in beeld worden gebracht. Het waterschap is daar ook bij betrokken. B3.B4.B5.B6. Zorgen over de oude stort, er was toen geen onderafdichting. Wanneer er 15 meter afval bovenop komt wordt bv de asbest in de grond gedrukt. Twijfels of de oude stortplaats en de strook langs de Larserringweg is gesaneerd zoals afgesproken bij overname van locatie.
MER + TOELICHTING | Toen Afvalzorg de locatie overnam in 1997 zijn alle oude stortheuvels (op één stortheuvel na) afgegraven, deels gerecycled en deels teruggestort in een nieuw, modern compartiment mét onderafdichting. Het oude en nieuwe afval (en asbest) ligt dus bovenop de dubbele onderafdichting. Dat kan dus nooit de grond in gedrukt worden en in contact komen met bodem of grondwater. De oude heuvel (stortheuvel 4) aan de oostzijde (evenwijdig aan de Larserringweg) die er nu nog ligt wordt al 20 jaar gecontroleerd, het afvalwater wordt afgevangen en gezuiverd. Deze laatste oude stortheuvel wordt met de ophoging van Zeeasterweg ook gesaneerd.
VERKEER V1.V2.V3.V7. Verkeer is tijdens de participatieavonden een erg belangrijk speerpunt. Participanten vinden het belachelijk dat vrachtverkeer door De Landerijen rijdt. Is grote belasting voor bewoners, vrachtwagens rijden te hard en het is gevaarlijk. Mensen willen verhuizen vanwege de vrachtbewegingen. Vrachtwagens rijden bovendien kleine (land)wegen en bermen stuk. Er zijn andere rijroutes mogelijk. Afvalzorg zou moeten handhaven op snelheden en juiste rijroutes en bereid moeten zijn om te investeren in verkeer.
MER + ACTIE | Afvalzorg neemt het onderwerp verkeer heel serieus. Naar aanleiding van de opgehaalde informatie tijdens de participatie heeft Afvalzorg naast haar gebruikelijke maatregelen een extra intensief verkeersplan voor Zeeasterweg opgesteld. Zo zijn er onder meer alternatieve routes besproken, verkeerstellingen uitgevoerd, gesprekken gevoerd met klanten, steekproeven uitgevoerd op de sluiproutes en er worden flyers uitgedeeld met de aanrijroutes. Tevens is verkeer onderdeel van de MER procedure.
V8.V9. Ook leven er zorgen bij de participanten over het aantal vrachtwagens. Als de locatie opgehoogd wordt, neemt ook het verkeer toe. En dit is nu al het geval. Tijdens de aanleg van een nieuw stortcompartiment is het aantal zandtransporten absurd.
ACTIE| Voor de aanvoer van het afval gaat de vergunning uit van een bepaald aantal vrachtwagenbewegingen per dag. Dit aantal neemt niet toe door de ophoging. De activiteiten blijven namelijk gelijk, maar gaan alleen langer door. Het klopt dat bij de aanleg van een compartiment veel zand nodig is en dat er dan tijdelijk meer vrachtwagenbewegingen zijn. Er komen alleen nog nieuwe compartimenten aan de oostzijde als de stort langs de Lasseringweg gesaneerd wordt. Afvalzorg zal bij de aanbesteding van deze zandtransporten rekening houden met de rijroutes. In het opgestelde verkeersplan kunt u lezen welke overige acties Afvalzorg op het onderwerp verkeer neemt.
V4.V5.V6.V10. Afvalzorg zou moeten investeren in de zorgen qua verkeer. En kan met haar maatschappelijke taak eisen stellen aan de overheid m.b.t. vervoer/wegen. Bijvoorbeeld door het realiseren van een extra afrit op de A6 om de binnenwegen te ontlasten. Opgemerkt wordt door bewoner dat onlangs de gaten in de Dronterweg zijn gerepareerd (door de gemeente). Dit zou een positief gevolg van de participatie kunnen zijn.
ACTIE | We kunnen geen eisen stellen, maar we zijn natuurlijk wel in gesprek met de overheden. Er is veel geregeld in de vergunning waar Afvalzorg zich aan moet houden. Wat betreft de afrit van de A6; Rijkswaterstaat doet alleen aanpassingen in het rijkswegennet wanneer het gaat om structurele situaties. De stortlocatie is er tijdelijk. De inschatting van Afvalzorg is dat het onhaalbaar is om een extra afslag te realiseren. Wel bespreken we het onderwerp verkeer met de overheden die daar ook verantwoordelijkheden in hebben.
BIJLAGE A
8
HOOGTE H1. Participanten maken zich zorgen dat de heuvels nog hoger worden dan 35 meter doordat tijdelijke opslag van recycling materiaal en de afwerklaag er nog bovenop komen.
AFSPRAAK | In de eindsituatie als de stortplaats is afgewerkt zijn (sommige delen) maximaal 35 meter hoog inclusief de afdeklaag. Om de afdeklaag aan te brengen kan het zijn dat er ook op het hoogste punt tijdelijk grond in overhoogte wordt gelegd (1 a 2 meter) om het afval sneller te laten inklinken. Bij de tijdelijke opslag van te recyclen materialen, wordt rekening gehouden met de zichtlijnen. Nog voordat de stortplaats gevuld is, wordt de tijdelijke opslag van materialen beëindigd. Dit is met uitzondering van de afdekgrond die nodig is voor de afdeklaag van de locatie.
H2. Omwonenden zijn bang dat ze de komende 15 jaar tegen een berg afval aankijken in plaats van een groen talud.
AFSPRAAK | Afvalzorg bouwt de stortplaats altijd zodanig op dat tijdens exploitatie de buitenkant van het terrein groen blijft. Ook aan de kant van Het Flevo-landschap is een zichtwal gemaakt om deze reden. Op de locatie is het afval soms zichtbaar, vanaf de buitenkant van de locatie is alleen een groen talud te zien. Daarnaast probeert Afvalzorg die groene uitstraling van die locatie ook interessant te maken met bijvoorbeeld het biodiversiteitsplan op Zeeasterweg.
STOF S1.S2.S3.S4.S5.S6 De naastgelegen agrariërs maken zich zorgen over stof op hun land en gewassen. Ook bewoners De Landerijen maken zich zorgen over stof op hun huizen. Er zijn twijfels of de stofmaatregelen van Afvalzorg wel voldoende zijn. Als de stortplaats hoger wordt, vangen de bergen ook meer wind, dus meer stof. Verzoek aan Afvalzorg om te garanderen dat er geen stof buiten de locatie komt. Bewoners uit De Landerijen willen stofmetingen in de wijk.
MER + AFSPRAAK | Afvalzorg kan niet garanderen dat er nooit stof in de wijk komt. Wel garandeert Afvalzorg een heel zorgvuldige werkwijze om verspreiding van stof tegen te gaan. Want volgens de vergunning mag er geen stof buiten de locatie verspreid worden. Er wordt ook rekening gehouden met de wind, ook als de heuvels hoger worden. Maatregelen bestaan onder meer uit het afdekken en nathouden van het afval. Bij bepaalde windkracht wordt afval met risico op verstuiving niet gestort. De voorschriften om stofverspreiding tegen te gaan liggen vast in onze vergunning. Afvalzorg bespreekt met de Omgevingsdienst of het mogelijk is om stof op een zinvolle manier te meten in de wijk. Het onderwerp stof wordt tevens meegenomen in de vrijwillige MER procedure.
BIJLAGE A
9
AANDACHTSPUNTEN HERINRICHTING
TOELICHTING + ACTIES + AFWEGINGEN
ALGEMEEN A1.A6. Herinrichting over 15 jaar vinden participanten te ver van hun bed. Zou fijn zijn om delen van de locatie al eerder te gebruiken voor bijvoorbeeld MTB, natuur of recreatie.
AFSPRAAK | De locatie wordt gefaseerd volgestort. Dit willen we doen in overleg met betrokkenen. Er zijn dus wellicht mogelijkheden om al eerder iets te doen met delen van de locatie. Met name aan de buitenkant van de terrein op de taluds. Op locatie Braambergen is bijvoorbeeld al tijdens exploitatie een MTB parcours gerealiseerd.
A2. Aandachtspunt: gebruikseisen herinrichting door het type afval dat is gestort.
TOELICHTING | Nederlandse stortplaatsen moeten op dit moment na sluiting worden afgedicht met een ondoordringbare bovenafdichtingsconstructie met folie zodat er geen contact kan zijn met het afval. Je kunt er dus veilig op recreëren. De kwaliteit van de grond die boven op de folie wordt gelegd, bepaalt of het meest gevoelige gebruik is toegestaan (zoals een kinderspeelplaats) of dat je het terrein bijvoorbeeld kunt laten begroeien (minder gevoelig).
A3. Participanten vinden het belangrijk dat Het Flevo-landschap goed wordt betrokken bij de herinrichting en willen ook een terugkoppeling van de visie van Het Flevo-landschap krijgen.
AFSPRAAK | Afvalzorg heeft regelmatig contact met Het Flevo-landschap en heeft ook hun zorgen en wensen m.b.t. de ophoging geïnventariseerd. Het Flevo-landschap is ook een blijvende belangrijke gesprekspartner de komende periode als het gaat over de ophoging, de herinrichting en het toekomstige gebruik van de locatie. Afvalzorg zal het Flevo-landschap vragen of zij haar visie mag delen met de participanten. Dit zou dan kunnen via de nieuwsbrief of website.
A4. Participanten willen duidelijkheid over wie de aanleg van het park betaalt en over het budget.
AFSPRAAK | Afvalzorg betaalt de aanleg van het park. Het is ook onze missie om nadat de stortcapaciteit benut is, een mooi landschap achter te laten voor de maatschappij. Hiervoor reserveert Afvalzorg een bedrag per gestorte ton afval. We kunnen nu nog niet zeggen hoeveel geld er gereserveerd wordt, want dat is afhankelijk van het herinrichtingsplan, de markt en de vergunning. Ook kan samengewerkt worden met bedrijven, bijvoorbeeld bij een skibaan, horeca of een klimmuur. Afvalzorg heeft een afdeling die zich specifiek bezighoudt met het mooi, nuttig en duurzaam benutten van stortplaatsen.
A5. Het lijkt logisch dat Afvalzorg het hoogvlakte model kiest en helemaal volstort tot 35 m. Daar past het meeste afval in.
AFSPRAAK | Nee, dat is vanwege technische eisen niet mogelijk. Slechts op een deel van het terrein kan gestort worden tot 35 meter. Bovendien vragen we in de vergunning een vaste hoeveelheid extra capaciteit aan van 5 miljoen m3. Dit betekent dat het hoogvlaktemodel circa 25 meter wordt.
A7. Participanten vinden communicatie over de herinrichting richting alle bewoners van Lelystad belangrijk
AFSPRAAK | Bewoners van Lelystad zijn via folder, website, sociale media, advertenties en persoonlijke uitnodigingen breed betrokken bij het participatietraject. Ook tijdens het verder uitwerking van de herinrichtingsplannen zal breed gecommuniceerd worden naar de bewoners van Lelystad
A8. Aantal participanten is blij nu al mee te kunnen denken over mooi landschap na sluiting.
ACTIE | Opmerking vastgelegd
BIJLAGE A
10
A9. Voorkom bij keuze gebruik overlast (verkeer, geluid, licht, geur, stof) voor omgeving en ruzie met buren. En voorkom parkeeroverlast in de wijk.
AFSPRAAK | In overleg met de omgeving bespreken we het gebruik van het toekomstige landschap en wordt nadrukkelijk rekening gehouden met dit aandachtspunt.
A10. Voorkeur voor een open, gratis, niet afgesloten terrein. Liever groene afscheiding i.p.v. hekken.
ACTIE | Opmerkingen worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
A11. De herinrichting biedt potentie voor een icoon (grote attractie) in de polder zoals Aviodrome en Bataviastad.
TOELICHTING | Opmerking wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen. Note; dit is mogelijk in strijd met andere aandachtspunten van participanten (voorkomen overlast in omgeving)
A12. Inrichten als overgangsgebied tussen natuurpark en woonwijk/polder.
ACTIE | Idee wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen
A13. Toekomstig landschap biedt mogelijkheden voor educatie. (circulaire economie, natuur, duurzame energie etc.) Bijvoorbeeld glazen koker met een trap die tot op de bodem van de afvalberg loopt. Kijkje in de berg, samen met een educatief programma.
ACTIE | Idee wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen
VORM HERINRICHTING H1.H6. Volgens een aantal participanten zijn bergen tot maximaal 35 meter landschapsbepalend en landschapsvervuilend. Een aantal participanten hebben voorkeur voor lagere heuvels, bv 25 meter.
ACTIE | 35 meter is inderdaad landschapsbepalend, maar we willen graag samen met de participanten onderzoeken hoe de heuvels ingericht kunnen worden. Qua vorm en gebruik en passend bij de wensen van zoveel mogelijk mensen. De heuvels bieden namelijk ook mogelijkheden, voor recreatie, natuur en duurzame energie.
H2.H3.H4.H7. Bewoners Landerijen maken zich zorgen dat heuvels van 35 meter zichtbaar zijn vanuit de woonwijk. Er is behoefte aan visualisaties vanuit verschillende punten, ook vanuit natuurpark.
ACTIE | Tijdens de tweede participatieavond zijn vanuit verschillende punten rond de stortlocatie zichtlijnen gepresenteerd. Met en zonder de 35 meter. Hieruit blijkt dat op de meeste punten de heuvels wegvallen achter het groen. Wel is de locatie goed zichtbaar bij de elektriciteitsmasten op een bepaald punt in het natuurpark. Bekijk hier de presentatie met de zichtlijnen.
H5. Aantal participanten hebben twijfels over getoonde zichtlijnen. Zijn deze wel reëel, waarom is er geen 0-lijn. Bovendien klopt de verhouding met de 36 meter hoge schoorsteen Orgaworld niet.
TOELICHTING| De zichtlijnen zijn gebaseerd op een 3D computermodel dat over de locatie is gelegd. In hoeverre de locatie zichtbaar is, is afhankelijk van de plek waar men staat. Maar vanaf de gekozen zichtlijnen kloppen de beelden. De reden dat de schoorsteen veel hoger lijkt dan de heuvel van 35 meter is omdat de 35 meter heuvel verder weg op de locatie ligt (vanaf het zichtpunt) dan de schoorsteen. Niet de hele locatie wordt opgehoogd tot 35 meter. Dit kan technisch slechts op enkele plekken en er wordt vergunning aangevraagd voor 5 mln m3 extra. Dit betekent dat niet overal de locatie 35 meter hoog wordt. De vorm en hoogte van de heuvels wordt mede op basis van de inbreng van de participanten bepaald.
BIJLAGE A
11
H8.H9.H10. Mooi een heuvel in het platte landschap. Het biedt ook kansen; bijvoorbeeld voor MTB en andere recreatie. Ook mogelijkheden in deze tijden van hoge waterstand. Uitzichtpunt op het hoogste punt om omgeving te beleven.
ACTIE | Opmerking wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
H11.H12. Graag meer duidelijkheid in hoeverre gebruiksmogelijkheden van het nieuwe landschap gekoppeld zijn aan de vorm van de herinrichting (terrasmodel, hoge heuvel model, hoogvlakte-model). De meeste participanten hebben voorkeur voor terrassenmodel. Biedt de meeste mogelijkheden en is flexibel. Aan de andere kant geven participanten aan: de grondvorm volgt de keuze van het gebruik.
TOELICHTING | Tijdens de eerste twee bijeenkomsten over de herinrichting zijn denkrichtingen gepresenteerd van mogelijk gebruik van de locatie en mogelijke vormen van de heuvels. Maar ook combinaties zijn mogelijk. In overleg met de herinrichtingsgroep, gemeente, provincie en Het Flevo-landschap wordt in een later stadium een herinrichtingsplan gemaakt waarin een keuze wordt gemaakt voor de inrichtingsvorm gecombineerd met het gebruik. Niet overal op de locatie is het technisch mogelijk om tot 35 meter hoogte te gaan.
H12. Voorkeur voor 35 meter heuvel met kenmerkend landmark, kunstwerk of oriëntatiepunt.
ACTIE | Opmerking wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
PRODUCTIELANDSCHAP P1.P2. Energie van Flevoland is positief over duurzame energie op de locatie in de vorm een zonnepark. Hun voorkeur gaat uit naar een vorm waarbij bewoners kunnen participeren. Niet met obligaties maar in eigendom. Ook geven participanten aan dat duurzame energie op de locatie kansen biedt in de gemeente voor het oplossen van de energiearmoede.
ACTIE | Afvalzorg heeft op meerdere voormalige stortlocaties zonneparken ontwikkeld. Voorwaarde is wel dat zonneparken in overleg met de stakeholders zorgvuldig ingepast worden in het landschap. Afvalzorg blijft in gesprek met Energie van Flevoland over de mogelijkheden. De participanten gaven echter tijdens de eerste bijeenkomsten aan niet zo enthousiast te zijn over duurzame energie op Zeeasterweg.
P3.P4. Omwonenden zijn minder enthousiast over Zeeasterweg als productielandschap. Liever geen zonnepanelen in het zicht en jammer als het ten koste gaat van andere functies. De locatie kan mooier ingezet worden voor natuur en recreatie in plaats van voor een zonnepark, landbouw of industriële activiteiten. Wel staat een aantal participanten positief t.o.v. volkstuinen.
ACTIE | Opmerkingen wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
P5. Over een wijngaard op afval wordt door participanten wisselend gedacht. Deels gevoelsmatig minder prettig, deels positief n.a.v. voorbeeld in Almere.
ACTIE | Opmerking wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
P6. Weinig animo voor productiebos (wordt regelmatig leeg gekapt).
ACTIE | Opmerking wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
BIJLAGE A
12
NATUUR N1.N2.N3. Veel participanten hebben voorkeur voor natuur met beperkte recreatie. Als onderdeel van het natuurpark van Het Flevolandschap. Met toevoeging van dieren zoals berggeiten. Dat lijkt de meest logische oplossing en is geschikt voor een brede doelgroep. In tegenstelling tot bv een zonnepark of golfbaan voor een beperkte groep.
ACTIE | Afvalzorg blijft regelmatig overleggen met Het Flevo-landschap die een belangrijke stem heeft bij de herinrichting.
N4. Aandacht voor beplanting en mogelijkheid om bomen te planten
TOELICHTING | Bomen op de stortlocatie zijn zeker mogelijk. Wel moet rekening gehouden worden met de folie bovenafdichting (bomen die minder diep wortelen)
N5. Kansen voor kwalitatief groen, biodiversiteit en benutten maaisel.
ACTIE | Opmerkingen wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
RECREATIE, SPORT EN SPEL R1.R2. Relatief veel participanten zijn positief over een combinatie van sport, spel en natuur. Met een MTB traject, wandel en fietspaden. Bijvoorbeeld gecombineerd met fitnesparcours, kabelbaan, skeelerbaan, tokkelbaan of ijsbaan.
ACTIE | Opmerkingen worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
R3.R4. Met aandacht voor het mogelijk stuk rijden van de deklaag door de mountainbikes. Tevens aandacht voor veiligheid omdat gecombineerde wandel- en fietspaden tot onveilige situaties kunnen leiden. Ook op oversteekplaatsen.
ACTIE | Afvalzorg heeft veel ervaring met MTB parcoursen op voormalige stortlocaties. Ook tijdens exploitatie. Met deze opmerking wordt rekening gehouden in de plannen.
R5. Weinig enthousiasme over golfbaan gezien de problemen met afwatering in Emmeloord. Bovendien kunnen dan maar weinig mensen gebruik maken van de locatie.
ACTIE | Opmerking wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
R6. Geen voorkeur voor hotels of woningen; zonde van andere mogelijke functies.
ACTIE | Opmerkingen wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
R7. Liever geen losloopgebied voor honden.
ACTIE | Opmerking wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen.
BIJLAGE A
13