25.239 Verordening Jeugdhulp Lelystad 2025- gemandateerd
Tekst van het document
HOOFDSTUK 8. INSPRAAK Artikel 36. Inspraak inwoners 1. Het college betrekt inwoners van de gemeente, waaronder in ieder geval jeugdigen en ouders of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp, overeenkomstig de Inspraakverordening Lelystad 2008 en de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2019. 2. Het college stelt inwoners vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over Pagina 19 van 23
3. 4.
verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat inwoners kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het tweede en derde lid.
HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN Artikel 37. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een jeugdige of ouder(s) gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze verordening, wanneer toepassing van deze verordening of van de hieruit voortvloeiende nadere regels, leidt tot onevenredig nadelige gevolgen voor een jeugdige of ouder(s) die niet verhouding zijn tot de met het besluit te dienen doelen. Artikel 38. Evaluatiebepaling Het college evalueert de Verordening jeugdhulp eens per twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening en brengt verslag daarover uit aan de gemeenteraad Artikel 39. Overgangsrecht 1. Een recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp Gemeente Lelystad 2021 blijft gehandhaafd, totdat dat recht eindigt of het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee die voorziening is verstrekt, wordt beëindigd of wordt ingetrokken. 2. Aanvragen die zijn ingediend onder de verordening bedoeld in het eerste lid en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 3. Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de Verordening Jeugdhulp Gemeente Lelystad 2021.
Hier kan ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) van worden afgeweken als heroverweging op grond van deze verordening leidt tot een gunstiger uitkomst. 4. Besluiten genomen op grond van de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 tot het aanwijzen toezichthouders blijven gehandhaafd, totdat de aanwijzing eindigt of het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit tot aanwijzing wordt ingetrokken. Artikel 40. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. 2. De Verordening Jeugdhulp Gemeente Lelystad 2021 en de Beleids- en nadere regels jeugdhulp Lelystad 2021 worden ingetrokken. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Lelystad 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juli 2025. De raad van de gemeente Lelystad, de griffier, L.A. Wieringa Pagina 20 van 23
Pagina 21 van 23
Bijlage 1 Specificatie individuele voorzieningen Zie aparte bijlage 1 Bijlage 2 Overzicht van ontwikkelingstaken, opvoedingsopgaven en ‘normale’ uitdagingen. Onderstaand overzicht uit de publicatie ‘Opgroeien en opvoeden’ van het NJI, is niet uitputtend maar geeft voorbeelden van ontwikkelingstaken en opvoedingsopgaven die kenmerkend zijn voor de verschillende leeftijdsgroepen. Vaak begint de ontwikkeling al in een eerdere fase, maar staat het in het schema in de fase waarin dit het meeste speelt. Leeftijd Belangrijkste Ontwikkelingstaken Opvoedingsopgaven Normale uitdagingen milieus 0 – 2 jaar • Gezin Veilige hechting; • Soepele • Voedingsproblemen; • Slaapproblemen; • Opvang • Lichaamsbeheersing; verzorging; • Exploratie & spelen; • Sensitief en • Scheidingsangst; responsief reageren • Angst voor • Autonomie en individuatie. vreemden, donker, op gedrag van het kind; geluiden en onbekende situaties; • Letterlijk beschikbaar zijn; • Incidenteel huilen. • Structuur bieden; • Ruimte geven voor exploitatie; • Spelen en praten; • Ontwikkeling stimuleren.
2 – 4 jaar • Gezin • Buurt • Representationele • Sensitiviteit voor • Angst voor • Opvang • vaardigheid; cognitief niveau vreemden, donker, • Taalvaardigheid en Media (praten, informatie geluiden en en uitleg geven, onbekende situaties; denkontwikkeling; • Zelfsturing (enige • Koppigheid; ontwikkeling stimuleren); • Driftbuien; mate kunnen • Respect voor • Agressie; beheersen van emoties en gedrag); autonomie én • Ongehoorzaamheid; grenzen stellen; • Druk gedrag; • Constructieve • Bevorderen • Niet zindelijk zijn; omgang met zelfsturing • Zeuren/driftbuien leeftijdgenootjes; • Socialisatie; om (impulscontrole). beeldschermgebruik. • Zelfredzaamheid; • Sekserol-identificatie 4 – 6 jaar • Gezin • Schoolse • Aanmoedigen • Niet gegronde • Basisschool vaardigheden; sociaal gedrag; angsten; • Opvang • Taal- en • Gelegenheid • Ruzies met • Verenigingen denkontwikkeling; geven voor omgang leeftijdgenoten; • • Executieve • Zindelijkheid; met • Schoolweigering; leeftijdsgenootjes; Mediaomgeving vaardigheden • Respectvol • Gebrek zelfsturing. (zelfsturing); • Gezinsnormen eigen omgaan met verschillen in maken, houden aan etniciteit en gender; regels; • Vriendschappen • Mediaopvoeding; • Regels en grenzen sluiten; uitleggen en stellen Pagina 22 van 23
6 – 12 jaar
• Ontwikkeling gewetensontwikkeling / schaamte-gevoelens; • Digitale vaardigheden (apparaten gebruik beheersen/ besturen). • Gezin • Vergroten zelfstandigheid; • Opvang • School • Gebruik • Verenigingen infrastructuren (geld, • Peergroep vervoer, • vrijetijdsvoorzieningen Mediaomgeving sociale media); • Schoolse vaardigheden; • Internet en sociale media vaardigheden; • Acceptatie door leeftijdgenoten; • Sociaal gedrag: Samenwerken, conflicten oplossen.
12 – 16 jaar
• Gezin • School • Verenigingen • Peergroep • Mediaomgeving • Werkkring
16 – 23 jaar
• Gezin • School • Verenigingen • Peergroep • Internetgroep
• Emotionele en praktische zelfstandigheid; • Ontwikkeling waardensysteem; • Afstand nemen van ouders - peergroep wordt referentiekader; • Sociale contacten en vriendschappen leggen en onderhouden; • Seksualiteit; • Omgang met sociale media en gevaren onderkennen; • Onderwijs en beroepsvoorbereiding. • Overgang van jeugd naar volwassenheid; • Loskomen van ouderlijk gezag;
(bv. Gedrag, mediagebruik, televisie); • Loslaten en vertrouwen geven. • Bevorderen zelfsturing (taakgerichtheid); • Bewust leren omgaan met media (tijd, inhouden, contacten); • Gelegenheid geven voor omgang met leeftijdgenootjes; • Respectvol omgaan met verschillen in etniciteit en gender; • Ondersteunen bij onderwijs; waardering voor schoolprestaties. • Ruimte bieden om te experimenteren en zich seksueel te kunnen ontwikkelen; • Toezicht houden; • Emotionele beschikbaarheid; • Tolerantie voor experimenten; • leeftijdsadequaat structuur bieden en grenzen stellen; • Voorbeeldfunctie vervullen m.b.t. leefstijl en gedrag.
• Ruzies, pesten; • Concentratie problemen; • Laag prestatieniveau; • Niet naar school willen; • Incidenteel stelen of vandalisme; • Overmatig gamen/ televisie/ Netflix; • Cyberpesten.
• Meer symmetrische relatie aan gaan met de jongere;
• Stemmingswisselingen; • Incidenteel gebruik van alcohol en drugs;
Pagina 23 van 23
• Onzekerheid over bijvoorbeeld uiterlijk; • Onderschatting of soms overschatting van zichzelf; • Wisselend humeur; • Incidenteel spijbelen; • Incidenteel gebruik van alcohol en drugs; • Twijfels over identiteit of toekomst; • Problemen met autoriteiten; • Overmatig gamen/mediagebruik, cyberpesten, sexting (dader en slachtoffer).