25.148 BL 25.132 INFO Uitvoeringsprogramma Samen voor de Jeugd Lelystad 2025-2028
Tekst van het document
INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD Nummer: 25.132
Portefeuillehouder: Portefeuille: Programma: Taakveld:
A. Messelink-Dijkstra Jeugd(zorg) 6 Sociaal domein 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
Datum:
25 maart 2025
Onderwerp: Uitvoeringsprogramma Samen voor de Jeugd Lelystad 2025-2028 DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: De uitwerking van de maatregelen uit het koersdocument Jeugdzorg Lelystad (ofwel het Knoppenplan) in voorliggend Uitvoeringsprogramma Samen voor de Jeugd Lelystad 2025-2028. INLEIDING Op 15 oktober 2024 heeft u unaniem het koersdocument Jeugdzorg Lelystad vastgesteld, ofwel het Knoppenplan. Zoals wij hebben toegezegd ontvangt u hierbij ter informatie het uitvoeringsprogramma dat het koersdocument uitwerkt. KERNBOODSCHAP Ons ideaalbeeld Ons doel is een toekomstbestendige jeugdzorg waarin het gezin in de lead is, ondersteund door een netwerk en effectieve hulp indien nodig. De komende jaren richten we ons op een transformatie van de jeugdhulp, waarbij we streven naar: • Het gezin in de lead: We hanteren een aanpak waarbij gezinnen regie voeren over hun eigen situatie, ondersteund door hun netwerk en communities en indien nodig door professionals die de regie niet overnemen, maar gezinnen versterken en echt luisteren naar de vraag. Normalisatie van problemen en focus op wat gezinnen zelf kunnen, staan hierbij centraal. • Versterking van preventie en communities: Door aan te sluiten op laagdrempelige en directe ondersteuning binnen het sociale netwerk van gezinnen, versterken we het vermogen van ouders en jeugdigen om samen uitdagingen het hoofd te bieden.
Algemene, preventieve voorzieningen kunnen hieraan bijdragen. • Minder specialistische hulp: Onze inzet richt zich op het bieden van lichte hulp op het juiste moment, het verkorten van zware, specialistische zorgtrajecten en het terugdringen van onnodige uithuisplaatsingen. Hierbij streven we naar betere resultaten voor jeugdigen en gezinnen. Een lokaal plan, samen met de stad Met het koersdocument en het uitvoeringsprogramma geven wij lokaal uitwerking aan de landelijke Hervormingsagenda jeugdhulp en het recente advies van de landelijke deskundigencommissie over
de voortgang van de Hervormingsagenda. De kern daarvan is de opdracht om de kracht van de samenleving te versterken en ernaar toe te werken dat minder jeugdhulp nodig is. Onze drijfveer is inhoudelijk, we willen het bovengenoemde ideaalbeeld realiseren. We verwachten dat dit op termijn bijdraagt aan een financieel houdbaar jeugdzorgstelsel. Dat is ook nodig. De financiën zijn dus voor ons het resultaat, niet het startpunt. We realiseren ons dat deze transformatie niet door de gemeente alleen kan worden gerealiseerd. Het succes van deze koers vraagt om samenwerking met onze inwoners en partners. Dit uitvoeringsprogramma is mede met inbreng van inwoners tot stand gekomen. Via straatinterviews hebben we circa 150 inwoners gesproken. Bovendien hebben we in twee bijeenkomsten gesproken met circa 90 professionals die in Lelystad actief zijn en anderen zoals ervaringsdeskundigen en leden van de Cliëntenraad Sociaal Domein. Deze dialoog blijven we voeren. Zo gaan we in april nog met de Kinderwijkraad in gesprek. We hebben elkaar nodig om een samenleving te bouwen waarin zorg voor elkaar en een sterke sociale basis centraal staan. Door met elkaar in gesprek te blijven, kunnen we de jeugdhulp ontwikkelen zodat deze aansluit op de vragen van onze jeugdigen en hun gezinnen. Opbouw van het uitvoeringsprogramma De inhoudelijke en financiële uitdaging is groot.
Daarom is een breed, samenhangend pakket van maatregelen nodig om grip op de jeugdhulp te krijgen. Deze maatregelen zijn opgenomen in het koersdocument. In het uitvoeringsprogramma hanteren we dezelfde structuur als in het koersdocument. In het uitvoeringsprogramma hebben we elke ‘knop’ vertaald in acties. Deze hebben we geplaatst in een tabel. Vanwege de overzichtelijkheid hebben we gekozen voor circa 3 acties per knop en een niet te hoge mate van detail. De diverse acties vallen in de uitvoering uiteen in meerdere, meer gedetailleerde actiepunten. Samen met inwoners en maatschappelijke partners nemen we die op in een gedetailleerd jaarplan met alle acties die we dat jaar uitvoeren. De acties zijn verdeeld over verschillende termijnen, elke termijn in een kolom. Voor elke termijn hebben we een doel geformuleerd. Wanneer we precies van de ene termijn overgaan naar de andere termijn, is nu nog niet precies aan te geven. Tot en met 2028 willen we in ieder geval de acties voor termijn 1 hebben gerealiseerd. Gaan we sneller, dan gaan we vanzelfsprekend met de daarop volgende acties aan de slag. Het is essentieel om deze maatregelen niet als op zichzelf staand te zien, maar juist in samenhang met elkaar. Zo vormen de eerste knoppen, die gericht zijn op het gezin en het netwerk, de randvoorwaarde voor het slagen van de andere maatregelen.
Bij de eerste knoppen zijn de acties nog wat abstracter geformuleerd dan bij de latere. VERVOLG Informatievoorziening aan de raad Halfjaarlijks informeren wij u met een brief over de voortgang van het uitvoeringsprogramma. Via de planning en control cyclus krijgt u inzicht in en stuurt u op de begroting en uitgaven voor jeugdhulp. Net als u onderkennen wij het belang van indicatoren en monitoring. In dit uitvoeringsprogramma hebben we daarom een hoofdstuk opgenomen over een systematische aanpak van monitoring en indicatoren. Waar mogelijk hebben we al nulwaarden vermeld. De cijfers willen we aanvullen en verrijken met verhalen van inwoners en partners. Zo ontstaat een goed inzicht in de resultaten. U heeft in uw besluit van 15 oktober 2024 opgenomen dat u bij de bespreking van het uitvoeringsprogramma wil bepalen door middel van welke kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren
over de voortgang wordt gerapporteerd. Wij denken dat we met het uitvoeringsprogramma daar een goede voorzet voor hebben gedaan. Vanzelfsprekend zijn wij graag bereid om, als u dat wenst, een toelichting te geven op het uitvoeringsprogramma en om met u hierover van gedachten te wisselen. Bijlagen Uitvoeringsprogramma Samen voor de Jeugd Lelystad 2025-2028
Samen voor de Jeugd Uitvoeringsprogramma Jeugdzorg Lelystad 2025-2028
Inhoud Inhoud ........................................................................................................................................................................................... 2 Inleiding ......................................................................................................................................................................................... 4 ...................................................................................................................................................................................................... 7 Het gezin en het netwerk ................................................................................................................................................................. 8 1.
Nieuw gedeeld referentiekader .............................................................................................................................................. 8
2. Samen met de stad en de maatschappelijke agenda ................................................................................................................ 11 3. Versterken van communities ................................................................................................................................................... 14 4. 1 gezin, 1 plan, 1 contactpersoon ............................................................................................................................................ 17 Algemeen voorliggende voorzieningen ............................................................................................................................................ 19 5. JPH'ers bij meer huisartsen ..................................................................................................................................................... 19 6. Vergroten van schoolaanwezigheid ......................................................................................................................................... 22 7. Samen met het onderwijs werken aan minder jeugdhulp. ..........................................................................................................
25 Specialistische jeugdhulp.............................................................................................................................................................. 28 8. Stoppen met hetgeen niet werkt .............................................................................................................................................. 28 9. Aanscherpen 'nee, tenzij' ........................................................................................................................................................ 30 10. Sturen op het beperken van verlengingen jeugdhulp ............................................................................................................... 32 11. Inzetten op lichte jeugdhulp .................................................................................................................................................. 34 Verminderen van jeugdhulp met verblijf .......................................................................................................................................... 36 12. Beperken jeugdhulp met verblijf ............................................................................................................................................ 36
13. Eerder beginnen met het voorbereiden op zelfstandig leven. ................................................................................................... 39 14. Sturen op minder inzet zware verblijfszorg.............................................................................................................................. 41 Monitoring en informatievoorziening aan de raad ............................................................................................................................ 44 Bijlage: Bronvermelding ............................................................................................................................................................. 51
Inleiding Dit uitvoeringsprogramma vormt de concrete uitwerking van de visie en maatregelen die de raad heeft vastgesteld in het koersdocument Jeugdzorg Lelystad1. Ons doel is een toekomstbestendige jeugdzorg waarin het gezin in de lead is, ondersteund door een netwerk en effectieve hulp indien nodig.
specialistische zorgtrajecten en het terugdringen van onnodige uithuisplaatsingen. Hierbij streven we naar betere resultaten voor jeugdigen en gezinnen. In het koersdocument is deze ambitie uitgewerkt in een aantal vertrekpunten voor 2028. Met het koersdocument en het uitvoeringsprogramma geven wij lokaal uitwerking aan de landelijke Hervormingsagenda jeugdhulp. De kern daarvan is de opdracht om de kracht van de samenleving te versterken en ernaar toe te werken dat minder jeugdhulp nodig is.
De komende jaren richten we ons op een transformatie van de jeugdhulp, waarbij we streven naar: Het gezin in de lead: We hanteren een aanpak waarbij gezinnen regie voeren over hun eigen situatie, ondersteund door hun netwerk en communities en indien nodig door professionals die de regie niet overnemen, maar gezinnen versterken en echt luisteren naar de vraag. Met regie bedoelen we, dat de inwoner eigenaar is van zowel het probleem als de oplossing. Normalisatie van problemen en focus op wat gezinnen zelf kunnen, staan hierbij centraal. Versterking van preventie en communities: Door aan te sluiten op laagdrempelige en directe ondersteuning binnen het sociale netwerk van gezinnen, versterken we het vermogen van ouders en jeugdigen om samen uitdagingen het hoofd te bieden. Algemene, preventieve voorzieningen kunnen hieraan bijdragen. Minder specialistische hulp: Onze inzet richt zich op het bieden van lichte hulp op het juiste moment, het verkorten van zware,
Onze drijfveer is inhoudelijk, we willen de bovengenoemde transformatie realiseren. We verwachten dat dit op termijn bijdraagt aan een financieel houdbaar jeugdzorgstelsel dat beter beantwoord aan wat nodig is bij effectiviteit van wat we nu doen (knop “Stoppen met hetgeen niet werkt”), niet omdat we het geld er niet aan willen uitgeven maar omdat de hulp niet werkt. De financiën zijn dus voor ons het resultaat, niet het startpunt. Geen gemakkelijke opgave We realiseren ons dat deze transformatie niet door de gemeente alleen kan worden gerealiseerd. Het vraagt om een intensieve samenwerking met onze inwoners en partners.
Raadsbesluit 24.327 d.d. 15-10-2024. Het koersdocument wordt ook wel ‘Knoppenplan’ genoemd. 1
4
Dit uitvoeringsprogramma is mede met inbreng van inwoners, professionals en anderen tot stand gekomen. Via straatinterviews hebben we circa 150 inwoners gesproken en in twee bijeenkomsten hebben we met circa 90 professionals, de cliëntenraad en ervaringsdeskundigen gesproken die in Lelystad actief zijn. We blijven de komende jaren met hen in gesprek. Want we hebben elkaar nodig om een samenleving te bouwen waarin zorg voor elkaar en een sterke sociale basis centraal staan. Door met elkaar in dialoog te blijven, kunnen we de jeugdhulp ontwikkelen zodat deze aansluit op de vragen van onze jeugdigen en hun gezinnen.
maatregelen zijn onderscheiden. Het is essentieel om deze maatregelen niet als op zichzelf staand te zien, maar juist in samenhang met elkaar. Zo vormen de eerste knoppen, die gericht zijn op het gezin en het netwerk, de randvoorwaarde voor het slagen van de andere maatregelen. Een gedeeld referentiekader over wat normalisatie en eigen regie betekenen, is bijvoorbeeld cruciaal om te komen tot effectieve samenwerking. Daarnaast is niet alleen de samenhang tussen de knoppen van belang, maar ook de samenhang tussen dit uitvoeringsprogramma en datgene wat we doen in de wijken, op het gebied van cultuur, sport, zorg, veiligheid, wonen enzovoort. De verschillende plannen en aanpakken moeten elkaar versterken.
Een van onze hoofddoelen is dat inwoners minder professionele hulp nodig hebben doordat we aansluiten bij de vraag en dat het aantal jeugdigen in jeugdhulp met verblijf aanzienlijk afneemt. Op termijn draagt dit bij aan een financieel houdbaar jeugdzorgstelsel. We erkennen echter dat de transformatie op de korte termijn ook investeringen kan vragen. Daarnaast kunnen we te maken krijgen met inhoudelijk betere, maar niet per se goedkopere vormen van jeugdhulp, zoals kleinschaligere opvang. Deze overwegingen maken deel uit van onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om een duurzame en kwalitatief hoogwaardige jeugdzorg te realiseren.
Uitvoeringsprogramma en gedetailleerde jaarplannen In de raad werd breed onderschreven dat we een lange adem nodig hebben om de transformatie te realiseren. In dit uitvoeringsprogramma hebben we in een tabel acties opgenomen. De acties zijn verdeeld over verschillende termijnen, elke termijn in een kolom. Voor elke termijn hebben we een doel geformuleerd. Wanneer we precies van de ene termijn overgaan naar de andere termijn, is nu nog niet precies aan te geven. Tot en met 2028 willen we in ieder geval de acties voor termijn 1 hebben gerealiseerd. Gaan we sneller, dan gaan we vanzelfsprekend met de daaropvolgende acties aan de slag. Bij een aantal knoppen gaan we er bovendien vanuit dat we de acties en doelen al in 2028 hebben gerealiseerd.
Samenhang De inhoudelijke en financiële uitdaging is groot. Daarom is een breed, samenhangend pakket van maatregelen nodig om de transformatie te realiseren en grip op de jeugdhulp te krijgen. Deze maatregelen zijn opgenomen in het koersdocument en worden in dit uitvoeringsprogramma verder uitgewerkt. We hanteren dezelfde structuur als in het koersdocument, waarin meerdere ‘knoppen’ of 5
We hebben gekozen voor een overzichtelijk schema van circa 3 acties per knop en omwille van de leesbaarheid voor een niet te hoge mate van detail. De diverse acties vallen in de uitvoering uiteen in meerdere, meer gedetailleerde actiepunten. Samen met inwoners en maatschappelijke partners nemen we die op in een gedetailleerd jaarplan met alle acties die we dat jaar uitvoeren. Wij informeren de raad tenminste halfjaarlijks over de voortgang en de resultaten.
aan een toekomst waarin we elkaar ondersteunen en waarin iedereen de kans krijgt om zich thuis en veilig te voelen. En nu? Uitvoeren!
Vinger aan de pols en bijsturen De maatschappelijke context waarbinnen passende jeugdhulp vorm krijgt, is complex. Dat hebben de afgelopen 10 jaar ons wel geleerd. Daarom is het nodig dat we tijdens de uitvoering van de transformatie goed de vinger aan de pols houden en zo nodig bijsturen of bijvoorbeeld nieuwe maatregelen toevoegen aan het pakket. Net als de raad onderkennen wij het belang van indicatoren en monitoring. In dit uitvoeringsprogramma hebben we daarom een voorzet gedaan voor een aantal indicatoren en een systematische aanpak van monitoring, waar mogelijk al met enkele nulwaarden. Monitoring van cijfers, aangevuld en verrijkt met verhalen van inwoners en partners, zal niet alleen inzicht geven in de behaalde resultaten, maar ons ook helpen om tijdig bij te sturen waar nodig. Met dit uitvoeringsprogramma markeren we een belangrijke stap in de transformatie van de jeugdhulp in Lelystad. Het jaar 2028 is daarin geen eindpunt, maar een tussenstation. In de woorden van het raadsbesluit gaat het om ‘vertrekpunten’. We blijven leren, evalueren en samenwerken om onze ambities waar te maken – voor, met en door onze jeugdigen, ouders en de gemeenschap. Samen bouwen we 6
7
Het gezin en het netwerk 1. Nieuw gedeeld referentiekader Wat duidelijk uit onze gesprekken met inwoners naar voren komt, is dat zij bij opvoedvragen vooral gebruik maken van hun eigen netwerk. Hun partners, familie, vrienden en andere ouders: “Eerst in mijn familie” of “Zelf ga ik altijd bij familie en ouders te rade, maar ik denk dat je ook wel terecht zou kunnen op school en bij je huisarts.”
Dit hebben we afgesproken (de knop) Het anders kijken en denken begint bij de professional. Daar ligt de basis voor het nieuwe referentiekader. Samen met de jeugdigen en ouders gaan we deze uitdragen. Een boodschap dat uitdagingen en problemen erbij horen, dat ze meestal tijdelijk zijn en wat ouders en het netwerk zelf kunnen of moeten doen hierbij. We doen het niet alleen, vooral verwijzers zijn belangrijk in het aanscherpen en uitdragen van deze boodschap. Daarmee ondersteunen we ouders en het gezin in plaats van dat we ons uitsluitend op kind richten.
Om de maatschappelijke aanpak te versterken en impact te vergroten, richten we ons op een aanpak die leren, meten en dialoog centraal stelt. Daarbij ontwikkelen we een werkwijze die flexibel en vraaggericht is, terwijl we continu blijven verbeteren en aansluiten bij maatschappelijke behoeften. We beogen een samenleving te creëren die lerend is en steeds beter in staat is om maatschappelijke vragen te beantwoorden en duurzaam impact te realiseren.
We sluiten aan op de inwoners en hun vragen. We zoeken niet naar hulpvragen. We dragen in gesprek met onze partners duidelijk uit van wat wel en niet gewenst en we maken hierover afspraken. En daar waar dat kan: opdrachtgeverschap vanuit de gemeente. De afspraken richten we erop dat we deze lijn samen met onze partners vertalen naar anders handelen van professionals in hun dagelijkse werk. In het onderwijs, in de wijk en in de zorg.
De partners in de stad delen de behoefte aan een gezamenlijk verhaal, aan een visie op wat ‘normaal’ is en het belang van samenwerking om dit gezamenlijke verhaal vervolgens uit te dragen. Elkaar (leren) kennen, ontmoeten, kennis delen (sociale kaart) en samenwerken zijn belangrijk. Met de onderstaande acties bouwen we aan een solide basis waarin ouders, gezinnen en hun netwerk versterkt worden. Dit met een aanpak die past bij de behoeften van de gemeenschap, want het anders kijken en denken begint bij ons allemaal. 8
Doelen en acties 1 (2025-2028)
2
3
Er is een maatschappelijk gedragen aanpak over de pedagogische basis en op normaal gedrag
Er wordt (wijkgericht) gewerkt vanuit het nieuw, gedeeld referentiekader op onderwijs, jeugdhulp en preventie
In Lelystad worden (hulp)vragen opgepakt door de sociale cohesie en krachtige pedagogische structuren
Actie 1: We formuleren een aanpak op de pedagogische basis en normaal gedrag. Samen met ouders, opvoeders, verwijzers, onderwijzers en ervaringsdeskundigen formuleren en we onze aanpak en ambities op het gebied van een pedagogische basis in de stad. Een belangrijk onderdeel hiervan is het normaliseren van problemen en situaties.
Actie 1: We implementeren het gezamenlijk referentiekader en sturen op resultaat. We richten ons op activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan onze doelen en impact maken. Dit doen we door systematisch te meten en te weten wat effect heeft, bijvoorbeeld met behulp van de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act), zodat onze aanpak steeds beter aansluit bij de behoeften.
Actie 1: We leren en verbeteren voortdurend vanuit wat werkt. We passen kwalitatieve evaluatie toe op basis van de monitoring op het referentiekader om inzicht te krijgen in wat werkt en waarom. Deze aanpak stelt ons in staat om voortdurend te leren van de praktijk en onze methoden en interventies aan te passen op basis van de ervaringen en resultaten die we verzamelen. Dit creëert een dynamische werkwijze waarin leren en verbeteren centraal staan.
Actie 2: We hebben zicht op wat nodig is in wijken en buurten. We creëren overzicht en inzicht in hoe de pedagogische basis, relationeel en leefomgeving, in de verschillende wijken functioneert. Zodat dit beter aansluit bij wat nodig is in diverse buurten zodat de basis versterkt wordt eigen verantwoordelijkheid vooropstaat en kinderen veilig op kunnen groeien. Het ontwikkelen en delen van een sociale kaart kan onderdeel hiervan zijn.
Actie 2: Vanuit het referentiekader werken we vraaggestuurd We werken vanuit de vragen en behoeften van inwoners op het gebied van opgroeien, opvoeding en ontwikkeling. Dit betekent dat we onze ondersteuning baseren op wat gezinnen en hun netwerken vragen en écht nodig hebben, in plaats van een aanbodgerichte aanpak. Vraaggestuurd werken zorgt voor maatwerkoplossingen en een betere aansluiting bij de dagelijkse praktijk.
Actie 2: We zetten bewezen effectieve interventies in. We ontwikkelen methoden om maatschappelijke resultaten te meten. Dit geeft inzicht in de bredere impact van ons werk op de samenleving en helpt ons om te leren wat echt bijdraagt aan het welzijn van inwoners. Door resultaten structureel te evalueren, leggen we een basis voor effectievere en meer doelgerichte interventies.
Actie 3: We versterken per buurt de pedagogische basis We organiseren in samenwerking met inwoners en professionals een wijkagenda. Het doel hiervan is om gezinnen systematisch en effectief te ondersteunen in hun eigen omgeving. In deze
Actie 3: We werken naar co-productie op de wijkagenda We stimuleren, faciliteren en sturen actief op de co-productie van de wijkagenda, in samenhang met de Maatschappelijke Agenda. Dit doen we samen met inwoners en professionals, zodat er
Actie 3: We blijven in gesprek met de stad. We maken gebruik van diverse vormen die helpen de dialoog te versterken tussen inwoners, professionals en andere betrokkenen. Deze methodieken ondersteunen het vraaggestuurd werken en zorgen ervoor dat de stem van inwoners
9
wijkagenda is ruimte voor het versterken van pedagogische relaties en pedagogische leefomgevingen. Deze laatste zowel fysiek als online, en bestaan uit voorzieningen, diensten en plekken waar ouders, opvoeders, kinderen en jongeren gebruik van maken. Deze leefomgevingen en relaties zijn dienstbaar aan en op complementaire wijze afgestemd op behoeften en vragen rondom opgroeien en opvoeden.
een breed gedragen plan ontstaat dat aansluit bij de specifieke uitdagingen en mogelijkheden in de wijk. Door deze samenwerking versterken we de betrokkenheid en impact van alle partijen.
10
centraal staat in de keuzes die worden gemaakt. Dit stimuleert wederzijds begrip en leidt tot oplossingen die beter aansluiten bij de behoeften van de gemeenschap.
2. Samen met de stad en de maatschappelijke agenda genomen worden. Het gebrek aan vindbaarheid en gebrek aan aanbod voor jongeren in Lelystad en zorgen over het niet kunnen vinden van een woning wordt in gesprekken met jongeren veel genoemd: “We willen meer dingen hebben om te doen en wonen is lastig.”
Dit hebben we afgesproken (de knop) We hebben een lange adem en doen het samen met de stad. Het mag duidelijk zijn dat maatregelen alleen effect hebben als we een lange adem hebben en langdurig een consistente lijn vasthouden. We gaan daarom de acties in een programma opnemen zodat we er, in samenhang met andere maatregelen, gericht op kunnen sturen. Hiermee sluiten we aan op de beweging die we volgen met de Maatschappelijke Agenda: • We werken integraal • We sluiten aan bij inwoners en hun perspectief in plaats van dat wij het invullen • De inwoner is eigenaar van zowel het probleem als de oplossing • We focussen op effecten van beleid en initiatieven • We komen uit het stadhuis en gaan in gesprek met de stad
Inwoners doen al veel, blijkt ook uit onze gesprekken. Opvoeders uit de stad helpen bijvoorbeeld nu al op school en de sportclub: “Ik doe kantinedienst op de voetbalclub en snij fruit voor school.” Verder faciliteren ze netwerkopbouw van hun kinderen door vriendjes bij hen thuis te laten spelen. Er is dus een goede basis voor ‘samen met de stad’. We bouwen hierop voort en werken aan een lerende organisatie en maatschappij die steeds beter in staat is om maatschappelijke vragen te beantwoorden en duurzame impact te realiseren. Een essentieel onderdeel van deze aanpak is het actief betrekken van jongeren en inwoners bij de thema's van de maatschappelijke agenda. Dit doen we op verschillende niveaus: informeren, raadplegen en adviseren. Door participatie centraal te stellen, versterken we niet alleen onze organisatie, maar ook de kracht van de gemeenschap. Een groeiend aantal jongeren en inwoners wordt hierdoor structureel betrokken bij beleidskeuzes.
We komen uit het stadhuis en gaan in gesprek met mensen in de stad. In onze gesprekken gaven inwoners aan dat zij gehoord willen worden als zij vragen of problemen hebben en er zelf en met hun netwerk niet uitkomen. Dan zoeken ze een luisterend oor en willen ze serieus
11
Doelen en acties 1 (2025-2028)
2
3
Inwoners en maatschappelijke partners denken mee binnen de thema's van de maatschappelijke agenda. (informeren, raadplegen, adviseren)
Inwoners en maatschappelijke partners doen mee binnen de thema's van de maatschappelijke agenda. (co-produceren)
Inwoners en maatschappelijke partners beslissen mee binnen de thema's van de maatschappelijke agenda. Op termijn wordt gewerkt met eigen planvorming van inwoners.
Actie 1: We geven inwoners een stem. We halen informatie op bij inwoners en professionals. We nemen tijd om inwoners en (ervarings)deskundigen te raadplegen en waardevol advies te verzamelen. Dit helpt ons om dieper inzicht te krijgen in wat er leeft binnen de gemeenschap en welke oplossingen aansluiten bij de behoeften van jongeren, gezinnen en professionals.
Actie 1: We werken samen voor sterke gemeenschappen (co-productie) We werken samen met jongeren, inwoners en maatschappelijke partners aan: stevige lokale netwerken, sterke gemeenschappen en een solide pedagogische basis. Door co-productie brengen we kennis, ervaring en perspectieven samen om oplossingen te creëren die direct aansluiten bij de behoeften van de gemeenschap. Deze samenwerking versterkt niet alleen de basis, maar ook het vertrouwen tussen alle betrokkenen.
Actie 1: Initiatieven met burgerberaad en dynamische jeugdparticipatie. We doen pilots met initiatieven voor burgerberaad en dynamische jongerenparticipatie. Bij succes breiden wij deze uit. Deze beraden bestaan uit een representatieve groep inwoners, inclusief jongeren, die samen meebeslissen over specifieke maatschappelijke thema’s vanuit de maatschappelijke agenda. De resultaten van deze pilots worden geëvalueerd en gebruikt om mee te denken over bredere implementatie. Het doel is om de voordelen van participatie zichtbaar te maken en vertrouwen op te bouwen.
Actie 2: We nodigen nadrukkelijk jongeren uit om mee te denken We nodigen jongeren en inwoners uit om actief deel te nemen aan bijvoorbeeld werkateliers. Om iedereen in staat te stellen volwaardig mee te doen, bieden we waar nodig informatie en educatie. Dat kan online (bijv. website) en offline (bijv. workshop). Dit zorgt ervoor dat jongeren niet alleen meepraten, maar ook daadwerkelijk kunnen bijdragen aan beslissingen en plannen. Op deze manier maken we participatie toegankelijk en betekenisvol voor iedereen.
Actie 2: We verankeren co-productie We betrekken inwoners van alle leeftijden actief bij het bedenken, uitvoeren en evalueren van maatregelen. Door deze invloed wordt hun stem gehoord en zorgen we ervoor dat oplossingen daadwerkelijk aansluiten bij de leefwereld van de inwoners. We zoeken en werken volgens methodieken die hiervoor geschikt zijn en waar elders al ervaring mee is opgedaan. Bijvoorbeeld community care en ABCD methodiek.
Actie 2: Participatieverplichtingen in lokaal beleid Participatie nemen we op als verplicht onderdeel van beleidsvorming. Beleidsmakers worden verplicht om inwoners en jongeren actief te betrekken bij beslissingen die hen raken, bijvoorbeeld via raadplegingen, inspraakavonden of digitale polls. Dit wordt vastgelegd in beleid, zodat participatie geen optie is, maar een vast onderdeel van het proces.
12
Actie 3: Jeugdigen krijgen een plek binnen het gemeentelijke participatiebeleid. Om participatie structureel te maken, werken we aan een integraal participatiebeleid dat inwoners van alle leeftijden betrekt. Dit beleid biedt een kader waarin jong en oud kunnen bijdragen aan de maatschappelijke agenda en waarin samenwerking tussen inwoners, professionals en organisaties centraal staat. Het resultaat is een duurzame basis voor betrokkenheid en cocreatie.
2
Actie 3: Jeugdigen nemen deel aan het burgerberaad van de maatschappelijke agenda. Voor een deel van de maatschappelijke agenda wordt burgerberaad2 mogelijk gemaakt. Dit biedt inwoners de kans om op een gestructureerde en diepgaande manier mee te denken over grote vraagstukken. Het burgerberaad versterkt de democratische betrokkenheid en zorgt voor gedragen en inclusieve besluitvorming, gebaseerd op de inzichten en ideeën van de gemeenschap
zie bijv. https://lokale-democratie.nl/page/view/6afea9f3-e811-4afa-86c1-95e7daf8b3bf/burgerfora
13
Actie 3: Investeren in burgercompetenties Om jongeren en inwoners goed voorbereid te laten deelnemen aan besluitvorming, investeren we in educatieve programma’s gericht op burgercompetenties. We stimuleren scholen burgerschapsonderwijs uit te breiden met lessen over participatie en besluitvorming. Voor volwassenen worden gemeenschapsbijeenkomsten georganiseerd om hen te informeren over hun rechten en de mogelijkheden om mee te beslissen. Dit versterkt de capaciteit en motivatie van inwoners om actief deel te nemen.
3. Versterken van communities Inwoners, jong en ouder, gaven in onze straatgesprekken aan dat ze het liefst een beroep doen op het eigen netwerk als ze vragen of problemen hebben. Je stapt niet zo snel naar professionele hulp en het is daarbij lastig te weten waar je terecht kan. School, huisarts of online werden ook genoemd. Een laagdrempelige en herkenbare plek zouden zij helpend vinden. Typerende uitspraken zijn bijvoorbeeld: “Jongeren kunnen terecht bij hun ouders, bij instanties, maar de drempel is te hoog en het werkt stigmatiserend.” en “Het is nodig om bekendheid te geven aan wat er is.”
Dit hebben we afgesproken (de knop) Om er ‘voor elkaar te zijn’ hebben we nog wel wat te doen. Een community moet soms gewoon nog ontwikkeld worden. Om ouders te ondersteunen is het goed als zij netwerken hebben van andere ouders en betrokken inwoners. Daarom stimuleren we de vorming van ‘communities’, netwerken van inwoners, in alle wijken. We maken hiermee een start in Lelystad Oost. We willen daarbij aansluiten op waar ouders en kinderen zijn, laagdrempelig, zoals in buurthuizen en verenigingen. Dat vraagt om een integrale aanpak vanuit de gemeente en de professionals en niet alleen vanuit jeugdbeleid. Hierin zijn ook algemene voorliggende voorzieningen belangrijk. Alleen daarmee kunnen we de (dure) zorg anders inrichten.
Niet alleen opvoeders, maar ook professionals noemen het eigen netwerk en de school als een belangrijke basis. Ze zeiden “It takes a village to raise a child”. Preventieve voorzieningen zijn belangrijk in de ogen van de deelnemers aan de gesprekken. Op school ontmoeten de kinderen, ouders en professionals elkaar. Als het gaat om vragen die bij jeugdigen spelen, dan worden zaken genoemd als gebrek aan speel- en ontmoetingsplekken, veiligheid op straat, gebrek aan activiteiten en toekomstperspectief. Het eigen netwerk, gemeenschappen en algemene voorzieningen zijn dus belangrijk. In onze visie voor de toekomst versterken we de kracht van gemeenschappen, omdat sterke netwerken essentieel zijn voor gezinnen en hun kinderen. Wanneer ouders kunnen rekenen op steun uit hun omgeving, wordt opvoeden minder belastend en ontstaan er natuurlijke vangnetten. Daarom zetten we met onze acties in op het ontwikkelen van laagdrempelige netwerken, bestaande uit ouders, betrokken inwoners en lokale organisaties. 14
Doelen en acties 1 (2025-2028)
2
3
De formele en informele netwerken zijn bekend en toegankelijk voor inwoners.
Formele en informele netwerken werken samen in de wijk.
Inwoners nemen verantwoordelijkheid voor de eigen buurt. Lelystad ervaart sociale cohesie en krachtige pedagogische structuren
Actie 1: We investeren in het (informele) netwerk rondom jeugdigen en ouders De informele sleutelpersonen zijn per wijk bekend en samen met hen en met de wijk organiseren we ruimte voor meedenken, meepraten, meebeslissen en meedoen. We investeren op sociaal kapitaal door bonding, bridging en linking te stimuleren3.
Actie 1: We stimuleren en faciliteren dat inwoners samen zorg voor de fysieke en sociale kant van de wijk dragen. Sociale controle en verantwoordelijkheid voor de wijk stimuleren en faciliteren we door buurtinitiatieven, we kijken hierbij naar geslaagde experimenten beschreven door Movisie4
Actie 1: gezamenlijke activiteiten die betrokkenheid vergroten. In iedere wijk vinden er op jaarbasis meerdere buurtinitiatieven plaats. Inwoners nemen hierin zelf initiatief, ondersteund door programma’s zoals Mensen maken de Buurt, de Ideeënmakelaar.
Actie 2: We realiseren voldoende plekken voor sociale ontmoeting voor jeugdigen en ouders Samen met het maatschappelijke middenveld en het MKB faciliteren we plekken voor ontmoeting en ruimte voor activiteiten. We brengen met hen en inwoners in beeld hoe we bestaande plekken beter kunnen benutten, waar leemtes zijn en hoe we daar gezamenlijk in kunnen voorzien.
Actie 2: We werken aan plekken voor intergenerationele ontmoeting We inventariseren per wijk de behoeften en mogelijkheden voor huisvesting voor verschillende generaties en plekken voor intergenerationele ontmoeting. We maken een plan met als doel dat iedere wijk dergelijke huisvesting heeft. Voorzieningen bieden ruimte aan inclusiviteit en diversiteit zodat iedere bewoner welkom is in de wijk.
Actie 2: Er is inzicht van iedere wijk op de resultaten op sociaal gebied. We verkrijgen met onderzoek inzicht op gebied van vertrouwen, hoe groepen over elkaar denken, sociale participatie, hoe groepen met elkaar omgaan, vertrouwen in publieke personen en instanties en politieke participatie.
‘Bonding’ heeft betrekking op relaties van iemand binnen de eigen groep, ‘bridging’ op relaties met andere groepen en ‘linking’ op meedoen met de samenleving, zie https://www.nji.nl/pedagogische-basis/vormen-van-sociaal-kapitaal 4 https://www.movisie.nl/publicatie/wij-wijk 3
15
Actie 3: We stimuleren en ondersteunen sociale buurtinitiatieven Buurtinitiatieven rondom communitybuilding en de pedagogische basis (relaties en leefomgevingen) over opvoeden, ontwikkeling en opgroeien worden ondersteund door wijkprofessionals. Met professionals, als buurtwerkers en jeugdwerkers, en actieve bewoners in de wijk werken we uit hoe wat nodig is om deze initiatieven te laten bloeien.
5
Actie 3: We versterken sociale solidariteit door de sport en cultuur We faciliteren het samen beleven van sport en cultuur als middel om sociale cohesie te bevorderen. Daarbij worden gelijke kansen door middel van activiteiten versterkt. Dit vergroot het zogeheten cultureel kapitaal5.
Cultureel kapitaal staat voor alle kennis, opleidingen en vaardigheden die een persoon bezit, bewust en onbewust
16
Actie 3: Jong geleerd is oud gedaan Communities staan op de schouders van reuzen en ontstaan spontaan. Daarom investeren we in jongeren die zich willen inzetten en zich willen ontwikkelen als jonge leiders en rolmodellen in hun buurt.
4. 1 gezin, 1 plan, 1 contactpersoon begrijpen.”. Zij willen respectvol behandeld worden, een goede begeleiding zonder bureaucratie waarbij professionals goed samenwerken en ze willen vaste hulpverleners. Zo werd gezegd: “Wij hebben wel hulp nodig gehad, maar het was niet makkelijk om die hulp te krijgen, we zijn veel van het kastje naar de muur gestuurd.” en “Belangrijk voor mijn kind is dat er één professional betrokken is, die rust creëert.” Dat onderstreept het belang van 1 gezin, 1 plan, 1 contactpersoon. Tegelijk moeten we beseffen dat het hier om een cultuurverandering gaat, dat die uitdagend is en tijd zal kosten.
Dit hebben we afgesproken (de knop) We werken uit hoe we integraal werken binnen de gemeente. Het is belangrijk dat er samenhang is tussen de inzet van jeugdhulp en de inzet vanuit o.a. de Wmo en Participatiewet en vice versa. We willen de jeugdigen en ouders niet vanuit verschillende partners en disciplines benaderen als dat niet nodig is. Daarvoor gaan we meer monitoren met behulp van data. Dit wordt uiteraard al gedaan, maar dit kan nog veel scherper en gerichter. Dat is een opstap om te bewaken en te bewerkstelligen dat voor die gezinnen ook daadwerkelijk integraal wordt gewerkt. Daarnaast kan het ons helpen om te leren en te verbeteren.
Dat vraagt om een overgang van ketensamenwerking naar netwerksamenwerking en daarmee om een fundamentele verandering in onze werkwijze. In een keten is de hulpverlening vaak gericht op het overdragen van tussenliggende partijen. In een netwerk werken alle betrokkenen en samenhangend met elkaar. Dit sluit beter aan bij de realiteit van gezinnen, waarbij problemen zich vaak niet binnen de grenzen van één domein voordoen. Door methodieken zoals de doorbraakmethode en wrap-around zorg, en een sterke focus op samenwerking en gedrag, bouwen we een netwerk waarin gezinnen centraal staan.
Gezinnen kunnen op meerdere terreinen vragen of uitdagingen hebben. Het is belangrijk om een goede analyse te maken van de onderliggende factoren zoals uit het onderzoek Betrek mij gewoon blijkt. Dat gaat niet alleen over opvoed- en opgroeivragen. We willen aansluiten op de vraag van de inwoners. Belangrijk zijn bijvoorbeeld geldzorgen. Die geven vaak zoveel stress in een gezin dat het moeilijk is om ook nog bezig te zijn met eventuele vragen rond opvoeden en opgroeien.
De professionals die we spraken denken bij 1 gezin, 1 plan, 1 contactpersoon ook aan het centraal stellen van het kind en het gezin en zien een goede samenwerking onderling als een belangrijke succesfactor daarbij. Een methodiek als GIZ of een gezamenlijk communicatiesysteem kunnen daarbij helpen.
Opvoeders in Lelystad vinden het heel belangrijk dat zij en hun kind gehoord en serieus geworden worden door hulpverleners, want “: “echt hulp vragen is lastig, ik ben bang dat mensen me niet
17
Doelen en acties 1 (2025-2028)
2
Van ketensamenwerking naar netwerksamenwerking
Ieder gezin met vraag heeft een duidelijk aanspreekpunt met als doel dat het gezin zelf de regie voert en hierbij indien nodig wordt ondersteund door een professional. Actie 1: We maken afspraken met onze partners over 1 gezin, 1 plan, 1 contactpersoon We geven invulling aan 1 gezin, 1 plan, 1 contactpersoon. We maken hierover afspraken met onze maatschappelijke partners. Deze contactpersoon zorgt ervoor dat: - Hulp en ondersteuning op elkaar worden afgestemd. - Overlapping en lacunes in de hulpverlening kunnen worden voorkomen. - Gezinnen hebben de regie en krijgen hierbij ondersteuning indien nodig. In de afspraken nemen we ook mee hoe het aantal hulpverleners in een gezin wordt beperkt. We investeren in trainingen, intervisie en cultuurverandering om integraal te werken niet alleen als methode, maar ook als mindset te verankeren.
Actie 1:We rollen OZO-Verbindzorg uit binnen het sociaal domein OZO-verbindzorg is een digitaal platform. Het biedt een overzicht van alle betrokkenen bij een gezin en ondersteunt het gezin bij het delen van informatie en het maken van afspraken. Een gezin kan OZO-verbindzorg inzetten om regie en overzicht te houden over de professionals dat samenwerkt in een gezin. Het faciliteert dat meerdere partijen al in een vroeg stadium samenwerken.
Actie 2: We monitoren de samenloop van zorg met data-analyse We gaan actief data monitoren over de samenloop van voorzieningen binnen gezinnen. Zowel voor individuele gezinsleden als voor het gezin als geheel. Deze gegevens helpen ons om te controleren of er daadwerkelijk integraal gewerkt wordt en om te leren waar het beter kan. Zo signaleren we bijvoorbeeld dat de hulpverlening efficiënt is, of dat er overlap of juist hiaten zijn. Daarnaast helpt deze aanpak ons om patronen te ontdekken en beleid en werkwijze structureel te verbeteren. Actie 3: We creëren samenhang en integraal werken binnen de gemeente We werken uit hoe we samenhang creëren tussen jeugdhulp en andere bijvoorbeeld de Wmo en de Participatiewet, waardoor gezinnen niet te maken krijgen met een versnipperde aanpak. Het integraal werken binnen de gemeente geven we daarmee verder vorm. Dit betekent bijvoorbeeld dat jeugdhulp aansluit op begeleiding vanuit de Wmo of dat trajecten rond reintegratie via de Participatiewet aangepast worden op de behoeften van het gezin.
Actie 2: We voeren de doorbraakmethode breed in We voeren de doorbraakmethode breed in als deze succesvol is gebleken om integraal werken aan te jagen. Structureel moet integraal werken in gedrag, houding en werkwijzen van de professionals en organisatie-onderdelen worden verankerd. De brede toepassing van de doorbraakmethode zorgt voor effectieve samenwerking en maatwerk voor gezinnen.
Actie 3: We versterken netwerksturing. We zetten in op de principes van de Nieuwe Route en methodieken zoals wrap-around care en communtybased zorg.
18
Algemeen voorliggende voorzieningen 5. JPH'ers bij meer huisartsen luisterend oor.” Dat kan bij huisarts zijn: “Ik deel zorgen over mijn kind met andere ouders en als het echt zorgelijk is met de huisarts”
Dit hebben we afgesproken (de knop) De huisarts is één van de wettelijke verwijzers naar jeugdhulp. De huisarts bepaalt in korte tijd of een verwijzing nodig is en verwijst door. Uit onze data zien we dat de huisarts vooral verwijst naar de specialistische jeugdhulp.
Door de inzet van de JPH kunnen ouders en jeugdigen snel en dichtbij worden geholpen en zijn er minder doorverwijzingen nodig. De inzet van de JPH zorgt voor een integrale aanpak, juist inzetten van passende jeugdhulp en kostenbesparing. De ervaring in andere gemeenten wijst dit uit. Ook in Lelystad zien we een daling in verwijzingen via de huisarts. We denken dat de JPH hieraan heeft bijgedragen.
De jeugdhulp-professional bij de huisarts (JPH) – heeft meer tijd per cliënt om in gesprek te gaan, om zelf begeleiding te bieden of een andere oplossing te zoeken. De ervaring is inmiddels dat daarmee ouders en jeugdigen snel en dichtbij kunnen worden geholpen en dat minder doorverwijzingen nodig zijn. Kortom, zowel de inwoner, huisarts als de gemeente heeft baat bij de inzet van een JPH-er. Daarom willen wij er meer inzetten.
Ook vanuit de Hervormingsagenda Jeugd en IZA/GALA wordt ingezet op een versteviging van de samenwerking tussen huisartsen en gemeente/lokale teams. In de Hervormingsagenda is afgesproken dat er wordt gewerkt aan een bredere inzet van jeugdondersteuners bij de huisarts, om laagdrempelig hulp te bieden en zo in veel gevallen een apart traject te voorkomen. Doel vanuit IZA/GALA is om de druk bij de huisartsen te verminderen.
Tevens wordt met de huisartsen het gesprek gevoerd om minder door te verwijzen naar de specialistische jeugdhulp.
Sommige ouders gaven in de gesprekken aan dat schaamte en drempels ervaren om hulp te zoeken en dat zij vragen soms lastig vinden door bureaucratie. Jeugdigen zijn soms bang voor oordeel en gebrek aan begrip bij professionals. Deze inwoner vatte goed samen wat mensen vooral zoeken: “aandacht, communicatie en een
Gezien deze baten voor zowel de inwoner, huisarts als gemeente zetten we in op het uitbreiden van de JPH. Momenteel hebben 9 van 25 huisartsenpraktijken een JPH, dus er is nog veel winst te behalen.
19
Doelen en acties 1 (2025-2028)
2
3
Taken, verantwoordelijkheden, een eenduidige werkwijze en juridische dekking van de JPH zijn geregeld. Er is een uitrolmodel voor de uitbreiding van de JPH. Actie 1a: We werken de taken en verantwoordelijkheden, randvoorwaarden en werkwijze JPH uit en maken afspraken over de monitoring (KPI vaststellen). Actie 1b: We zorgen dat de juridische positie van JPH goed gedekt is. Op dit moment heeft de gemeente JPH gedetacheerd bij een aantal huisartsenpraktijken. We werken een goede juridische positionering van de JPH-ers uit.
Het aantal huisartsenpraktijken met een JPH is verdubbeld (van ca. 25% naar 50%).
Elke huisartspraktijk heeft een JPH. De werkwijze tussen alle verwijzers is op elkaar afgestemd.
Actie 1: We breiden het aantal JPH’ers verder uit naar 50% van de huisartspraktijken. We breiden het aantal JPH'ers verder uit volgens het (aangepaste) uitrolmodel inclusief werving van JPH'ers, promotie bij en afspraken met huisartsen.
Actie 1: We breiden het aantal JPH’ers verder uit naar 100% van de huisartspraktijken. We evalueren de uitbreiding en stellen deze waar nodig bij. Daarna gaan we de JPH'ers verder uitbreiden volgens het (aangepaste) daarvoor geldende uitrolmodel.
Actie 2: We voeren gesprekken met huisartsen om minder naar specialistische jeugdhulp door te verwijzen. Met de huisartsen die nog geen JPH'ers hebben voeren we gesprekken om andere alternatieven zoals welzijn op recept in te zetten alvorens door te verwijzen naar specialistische jeugdhulp en we bespreken de voordelen van een JPH.
Actie 2: We voeren gesprekken met huisartsen om minder naar specialistische jeugdhulp door te verwijzen. Met de huisartsen die nog geen JPH'ers hebben voeren we gesprekken om andere alternatieven zoals welzijn op recept in te zetten alvorens door te verwijzen naar specialistische jeugdhulp en we bespreken de voordelen van een JPH.
Actie 2: We voeren periodieke gesprekken met huisartsen, jeugdartsen en JPH om de verwijzingen en relevante trends te bespreken binnen jeugdhulp en acties af te spreken. We maken hierbij gebruik van data over verwijzingen.
Actie 3a: We stellen een uitrolmodel op voor de uitbreiding JPH'ers en voeren deze uit. Voor de uitbreiding JPH'ers analyseren we de medische verwijzingen naar specialistische jeugdhulp. Bij welke huisartsenpraktijken werken de meest verwijzende huisartsen? Op basis van deze analyse bepalen we de volgorde voor de
Actie 3: Onderzoeken of een jeugdprofessional bij de jeugdarts meerwaarde heeft. Naast de huisarts kan een jeugdarts ook verwijzen naar jeugdhulp. We gaan met de jeugdartsen verkennen wat zij nodig hebben om minder door te verwijzen naar specialistische jeugdhulp en/of een JPH bij de jeugdarts meerwaarde heeft.
Actie 3: We maken met alle verwijzers lokale afspraken over welke rol een verwijzer heeft in de toegang
20
uitbreiding JPH'ers. Actie 3b: We regelen andere financiering voor de JPH'ers. We gaan in gesprek met de zorgverzekeraar met als doel mogelijke co-financiering. Vanuit de Zorgverzekeringswet werken praktijkondersteuners huisartsen voor ggz (POH-GGZ) bij de huisartsen. Een andere mogelijke financieringsbron zijn de IZA/GALA middelen.
21
6. Vergroten van schoolaanwezigheid kind geluisterd wordt, dat er een goede communicatie is tussen school en ouders en gekeken wordt naar wat het kind nodig heeft: “Meer op maat, voor elk probleem is een oplossing.” De professionals zijn het daar mee eens, ze willen de kinderen echt zien en meer samenwerking tussen scholen en ouders en samenwerking tussen scholen en andere organisaties.
Dit hebben we afgesproken (de knop) Ondanks dat er landelijk al lang aandacht is voor thuiszitters, blijft het een hardnekkig probleem. De Kinderombudsman heeft er in april 2024 in een onderzoek nog eens op gewezen. Een kind dat thuis zit, waardeert het eigen leven met een 4,5 terwijl een kind dat naar school gaat het eigen leven een 8 geeft. Onderwijs moet volgens de Kinderombudsman echt inclusief worden en hiervoor is een omslag nodig in het denken nodig van leerplicht naar leerrecht.
Om kinderen weer toegang te geven tot onderwijs en inclusie te bevorderen, is een omslag nodig: van een systeem gericht op leerplicht naar een systeem gericht op leerrecht. Dit vereist samenwerking tussen onderwijs, zorg en gemeenten. Volgens de Kinderombudsman moet onderwijs echt inclusief worden, en dat vraagt om een fundamentele verandering in ons denken. Een kind dat tijdelijk of langdurig geen onderwijs kan volgen, verdient net zoveel aandacht als een kind dat dagelijks naar school gaat. Dit is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar heeft ook financiële consequenties voor de gemeente. Door de onderstaande acties te realiseren, verminderen we de druk op jeugdhulp en zorgen we ervoor dat kinderen hun recht op onderwijs kunnen uitoefenen. Deze gezamenlijke aanpak voor schoolaanwezigheid gaat verder dan het voorkomen van thuiszitten. Het legt een fundament voor een inclusieve onderwijscultuur. Door financiële arrangementen te ontwikkelen, contractmanagement strategisch in te zetten en te werken met evidence-based pilots, bouwen we een werkwijze dat duurzame impact heeft. Niet alleen op de schoolaanwezigheid, maar ook op het leven en de toekomst van de kinderen zelf.
Sommige kinderen volgen geen school en zitten thuis. Hier spelen verschillende aspecten een rol, vanuit zowel de jeugdigen, de ouders maar zeker ook het (onderwijs)systeem. Wij vinden het belangrijk dat alle kinderen onderwijs volgen, ongeacht belemmerende factoren. We willen samen met de jeugdigen, ouders, het onderwijs en onze maatschappelijke partners kijken wat nodig is om dit te bereiken. Ook hierbij is de vraag wat ‘passend’ onderwijs is onderwerp van gesprek.
Opvoeders die we gevraagd hebben hoe we schoolaanwezigheid kunnen vergroten, vinden het belangrijk dat de leerplicht wordt gehandhaafd. Zij geven echter met name aan dat het aanbod verbeterd moet worden; goede scholen en leerkrachten en een breder aanbod van passend onderwijs. Daarnaast willen zij dat er naar het 22
Doelen en acties 1 (2025-2028)
2
Er wordt in het onderwijs met gemeenschappelijke taal gesproken rondom schoolaanwezigheid.
Er is een gemeenschappelijke aanpak ten aanzien van schoolaanwezigheid. Op termijn is het doel dat het onderwijs aansluit bij iedere leerling, zowel op cognitie als gedrag, zodat iedere leerling een onderwijsplek heeft.
Actie 1: We formuleren met het onderwijs gezamenlijke ambities op het gebied van schoolaanwezigheid en inclusief onderwijs. Binnen de lokaal educatieve agenda geven we met het onderwijs een gezamenlijke ambitie op schoolaanwezigheid vorm. Deze ambitie richt zich niet alleen op het verhogen van de aanwezigheid, maar ook op het aanpakken van de oorzaken van schooluitval en verzuim6. Afhankelijk van de reden van schoolafwezigheid zetten we acties in om schoolaanwezigheid te bevorderen.
Actie 1: We ontwikkelen arrangementen die schoolaanwezigheid bevorderen Samen met het onderwijs ontwikkelen we arrangementen waarbij zowel scholen als de gemeente er belang bij hebben dat kinderen onderwijs volgen en niet uitvallen. Hierbij hanteren we het principe dat ieder kind zo thuisnabij mogelijk naar school kan. Deze arrangementen stimuleren het recht op onderwijs en de samenwerking, omdat ze ervoor zorgen dat de betrokken partijen allemaal vanuit eigen verantwoordelijkheid bijdragen aan de schoolloopbaan van elk kind.
Actie 1b: We brengen de problematiek goed in kaart. Een belangrijk onderdeel van de aanpak is het verzamelen en analyseren van data over schooluitval, verzuim en aanwezigheid. We gaan aan de slag met een gemeenschappelijke codering en door met dezelfde gegevens te werken, kunnen we de problematiek beter in kaart brengen en gerichte maatregelen nemen. Actie 2a: We starten pilots met innovatieve oplossingen daarnaast met pilots waarin onderwijs en zorg samenkomen om innovatieve oplossingen te testen. Deze pilots bieden waardevolle inzichten in hoe we kinderen beter kunnen ondersteunen. Actie 2b: We kopen jeugdhulp nieuw in en sturen actief vanuit contractmanagement (waarbij we onderscheid maken tussen jeugdhulp of ander onderwijs) De nieuwe contracten met jeugdhulpaanbieders richten we zo in dat deze contracten de ambities rondom schoolaanwezigheid ondersteunen. We
Actie 2: We ontwikkelen door middel van pilots en evidence-based methodieken We blijven ontwikkelen door middel van pilots waarin onderwijs, gemeenten en (zorg)aanbieders samenwerken om innovatieve en evidencebased/informed methodieken te testen en/of te ontwikkelen. Deze pilots bieden een praktische manier om te ontdekken wat wel en niet werkt in de aanpak van schoolaanwezigheid. Door het gebruik van wetenschappelijk onderbouwde methodieken zorgen we voor effectieve en duurzame interventies. De lessen uit deze pilots schalen we vervolgens op naar een breder niveau, zodat meer kinderen profiteren van bewezen aanpakken.
Hierbij maken we gebruik van internationaal onderzoek t.a.v. schoolaanwezigheid en de piramide van Kearney et al. (2019), https://on-thespot.nl/schoolaanwezigheid/wp-content/uploads/2023/11/Piramide-1.svg 6
23
zetten contractmanagement in om hier actief op te sturen. Dit betekent dat aanbieders van tijdelijke opvang of zorg tijdens onderwijstijd worden gestimuleerd om jeugdigen zo snel mogelijk terug te laten keren naar het onderwijs. Voor langdurige dagbehandeling of -besteding ligt de focus op afschaling, bijvoorbeeld naar de Wet langdurige zorg of tijdelijke hulp. Deze gerichte sturing zorgt ervoor dat kinderen niet onnodig lang buiten het onderwijs blijven, en dat hulpverlening aansluit bij hun leerrecht. Actie 3a: We maken een protocol schoolaanwezigheid en zetten hier op in Het onderwijs is samen met de ouders in regie voor het bevorderen van de schoolaanwezigheid. Actie 3b: Leerrechtambtenaren vergroten schoolaanwezigheid Leerplichtambtenaren maken een transitie door naar leerrechtambtenaren. Deze nieuwe rol legt de focus op de rechten van kinderen om onderwijs te volgen, en biedt ruimte voor maatwerk en begeleiding, passend bij de behoeften van het kind.
24
7. Samen met het onderwijs werken aan minder jeugdhulp. Kinderen met en zonder beperking of ziekte gaan bij de ambities van inclusief onderwijs 2035 samen naar een school in de buurt van hun eigen huis. Ook volgen ze zoveel mogelijk samen onderwijs. Het maakt niet uit of zij daarbij extra ondersteuning of zorg nodig hebben. De zorg en het onderwijs moeten er samen voor zorgen dat iedereen onderwijs kan krijgen. Daarom werkt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om wet en regelgeving op elkaar af te stemmen.
Dit hebben we afgesproken (de knop) Kinderen brengen een groot deel van hun tijd door op school. School is een plek waar onderwijzers, intern begeleiders, maar ook de ouders, zien als een kind zich anders ontwikkelt of gedraagt dan ‘de norm’. Dat kan aanleiding zijn om voor een kind jeugdhulp te vragen. Het onderwijs heeft zelf de opdracht om inclusief te zijn en kinderen, ook als zij beperkingen of problemen hebben, binnen het onderwijs te houden. Dat heet passend onderwijs. Er is een grijs gebied met de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit wordt wellicht minder grijs na aanpassing van de Jeugdwet. Een heldere afbakening is belangrijk. Het is daarnaast belangrijk om met het onderwijs in gesprek te zijn en zoeken naar samenwerking.
We zetten in op ontwikkeling en talenten. In Lelystad betekent dit dat we goed kijken naar wat er wel kan en de mogelijkheden van het kind. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat er alvast onderwijs wordt gegeven in een kinderbehandelcentrum ter voorbereiding op instroom in het onderwijs.
25
Doelen en acties 1 (2025-2028)
2
3
Er is inzicht in de mate van passend/inclusief onderwijs in Lelystad en waaruit het aanbod bestaat.
Voor iedere jeugdige is er inclusief onderwijs, zo dicht mogelijk bij huis.
In Lelystad zijn diverse onderwijsconcepten met geïntegreerd aanbod. Op termijn is het doel dat het onderwijs aansluit bij iedere leerling, zowel op cognitie als gedrag, en leerlingen leert deel te nemen aan de maatschappij.
Actie 1: We maken afspraken voor het toeleiden van leerlingen naar het onderwijs Binnen de lokaal educatieve agenda maken we met het onderwijs afspraken om kinderen toe te leiden naar de meest passende plek, hieronder valt ook het gesprek over het normaliseren van inclusief onderwijs. Samen met scholen en andere organisaties zetten we in op preventie en ondersteuning, met als vertrekpunt dat dat kinderen regulier onderwijs kunnen blijven volgen. Vanuit de wettelijke taak van de gemeente maken we afspraken over inschrijving en toelating naar een passende plek na uitschrijving of vrijstelling.
Actie 1: We zetten verdere stappen in de weg naar inclusief onderwijs. Wij gaan aan de slag vanuit onze rol met de gezamenlijke werkagenda van OC&W. Daarbij worden er meerdere stappen en werkwijzen gerealiseerd voor organisatorische, sociale en didactische inclusie. We nemen in de gesprekken met scholen en professionals in het onderwijs ook het aangescherpte kader ‘Nee, tenzij’ mee (zie Knop 9).
Actie 1: We organiseren van een (regionaal) dekkend aanbod van (inclusief) onderwijs en ondersteuning. Samen met scholen, samenwerkingsverbanden en andere gemeenten maken we afspraken om ervoor te zorgen dat elke leerling in de regio onderwijs krijgt.
Actie 2: Laagdrempelige hulp in en nabij de school. Iedereen heeft wel eens hulp nodig. Pilots die we uitvoeren of uitgevoerd hebben in de afgelopen jaren evalueren we op maatschappelijke impact en nemen we bij hoge doelmatigheid en doeltreffendheid zo veel als mogelijk structureel op in gemeentelijk beleid. Dit doen we op basis van verzamelde en beschikbare data vanuit het onderwijs en de gemeente (schoolfoto en impactmetingen).
Actie 2: We onderzoeken het ontschotten van de middelen. Hulp in het onderwijs of onderwijs in de zorg is niet altijd gemakkelijk te realiseren vanwege wet- en regelgeving. We onderzoeken daarom, in samenwerking met het onderwijs en maatschappelijke organisaties, hoe ondersteuning en hulp gemakkelijk beschikbaar kan komen en dat financiering eenvoudiger (dan vóór de start van het uitvoeringsprogramma) te organiseren voor zowel jongere als het personeel.
26
Actie 3: We voeren het gesprek met onderwijs over het toerusten van school en onderwijspersoneel. We voeren het gesprek met onderwijs over hun verantwoordelijkheid om personeel goed voor te bereiden op het lesgeven aan een diverse groep met een extra ondersteuningsbehoefte. Onderdeel hiervan is dat de kwaliteit pedagogisch en didactisch op orde is. Het toezicht hierop is belegd bij de inspectie. Hiermee geven we ook invulling aan het raadsakkoord en afspraken in de LEA.