CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

211005 - Afdoening toezegging bobsessie 4 op 7 september 2021

Raadssessies (Trouwzaal) 7 september 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 205. Vaststelling jaarstukken 2020 en bestemming Rekening Resultaat 20209.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Afdoening toezegging mbt jaarstukken 2020, bobsessie 4, 7 september 2021 1. college zegt toe schriftelijk terug te komen op duurzaamheidsfonds (LEF), want over de huidige status en voortgang was niets terug te vinden in jaarrekening Antwoord: Door de aanstelling van een nieuw college, ontwikkelingen en nieuwe inzichten op het gebied van klimaatbeleid, dient nagegaan te worden of het voorstel in de huidige vorm nog passend is. Daarom zijn op dit moment nog geen vervolgstappen in het proces zichtbaar 2. college zegt toe in volgende jaarrekening LNL als separaat item te benoemen (en indien niet mogelijk aan te geven waarom niet). Antwoord: In het jaarverslag (2020, hdfdt1.1 Lelystad Next Level) wordt separaat ingegaan op LNL. Dit is een jaarlijks terugkerend hoofdstuk. 3. college zegt toe na te gaan wat de voortgang is mbt onderzoek naar meerjarige subsidieverstrekkingen aan instellingen Antwoord: De raad is hierover al geïnformeerd op 23-3-2021 bij de terugkoppeling Motie 4 – van Subsidie naar samenwerking. (zie bijlage informatienota hieronder) 4. Nagekomen vraag betreffende weggevallen teksten in Risicoparagraaf PvdA: “Zie bijlage In

de BOB-sessie enige weken geleden over de jaarstukken 2020 maakte ik de opmerking dat in de risico-paragraaf op drie plekken de tekst niet doorliep en dus incompleet was. “ Antwoord: In de bijlage Weerstandsvermogen hieronder is hoofdstuk 2.1 met complete teksten toegevoegd.

Bijlage

INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD Nummer: 100 Portefeuille: Programma: Taakveld:

Financiën, beheer openbare ruimte, participatie (W&I), armoede en schuldhulpverlening, handhaving 0. Bestuur en ondersteuning 0. 4 Overhead

Datum

23-03-2021

Onderwerp: Terugkoppeling uitwerking Motie 04 – Van subsidie naar samenwerking

De raad neemt kennis van: De inventarisatie van mogelijke alternatieve samenwerkingsmodellen met langdurige samenwerkingspartners. Inleiding Bij de behandeling van de programmabegroting 2021 – 2024 heeft de raad een motie aangenomen, waarin het college werd opgedragen een inventarisatie op te stellen van mogelijke alternatieve samenwerkingsmodellen. Dit zodat in de eerstvolgende kadernota een beargumenteerd voorstel opgenomen kan worden voor de manier waarop de gemeente langdurige samenwerkingspartners van financiering voorziet. In de motie wordt verder uitgesproken ‘te willen overwegen om in de toekomst minder te gaan werken met eenjarige subsidies, en meer met meerjarige samenwerkingsovereenkomsten’. De inventarisatie naar mogelijke alternatieve samenwerkingsmodellen is uitgevoerd met deze – in de toekomst te maken – overweging in het achterhoofd.

Kernboodschap In de motie wordt het college opgedragen een inventarisatie op te stellen van mogelijke alternatieve samenwerkingsmodellen. Deze formulering impliceert dat er een breed scala aan samenwerkingsmodellen bestaat, waarbij subsidieverlening niet aan de orde is. De uitgevoerde inventarisatie laat zien dat dit in de praktijk niet het geval is. Ook bij gemeenten die werken met meerjarige financiering van instellingen gaat het ofwel om het verlenen van een subsidie ofwel het verstrekken van een overheidsopdracht. Dit onderscheid wordt nader uiteengezet in de bijlage bij deze informatienota.

Bij de inventarisatie is er gekeken naar de begrotingen van diverse gemeenten, waaronder Venray, Zaanstad en Heemstede. Bij al deze gemeenten, die ook als voorbeelden genoemd stonden in de motie, is er sprake van subsidieverlening. Dat wil echter niet zeggen dat er geen mogelijkheden zijn om de financiering van externe samenwerkingspartners meerjarig vorm te geven. Het is hierbij wel zo dat het nog steeds gaat om een vorm van subsidieverlening op basis van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemeente Heemstede is hierin een goed voorbeeld, omdat deze gemeente werkt met meerjarige subsidies die worden verleend aan de grotere instellingen. Dit voorbeeld van Heemstede is nader uitgewerkt in de bijlage bij deze informatienota. In de huidige situatie in Lelystad ontvangen diverse kleine- en grotere samenwerkingspartners reeds een zogeheten ‘begrotingssubsidie’. Deze instellingen komen, onder bepaalde voorwaarden, ieder jaar in aanmerking voor een subsidie van vergelijkbare omvang. De Awb biedt de mogelijkheid om een begrotingssubsidie te verlenen voor meerdere jaren, waarbij het begrotingsvoorbehoud opgenomen kan worden. Het is een politieke keuze om voor meerdere jaren een subsidie te verlenen. Het is hierbij wel van belang om vóóraf te bepalen of er wel / niet tussentijds verantwoording moet worden afgelegd – of pas na afloop.

Indien besloten wordt dat er tussentijds verantwoord moet worden zal vastgelegd moeten worden hoe deze verantwoording eruit moet komen te zien. Ook zal bepaald moeten worden op welke wijze het college / de raad hierover geïnformeerd willen worden. Dit zijn op zichzelf politieke afwegingen, waarbij de voor- en nadelen tegen elkaar afgewogen moeten worden. Een nadere toelichting hierop staat ook uitgewerkt in de bijlage. Vervolg Het college zal in de kadernota 2022 – 2025 een beargumenteerd voorstel opnemen, over hoe hier in de toekomst mee omgegaan kan worden. Dit ook in relatie met de op 26 januari aangenomen motie ‘Governance verbonden instellingen’. BIJLAGEN 1. NADERE TOELICHTING INVENTARISATIE ‘ALTERNATIEVE SAMENWERKINGSOVEREENKOMSTEN’

Bijlage 1. Nadere toelichting inventarisatie ‘alternatieve samenwerkingsmodellen’ 1. Relevante begrippenkaders - subsidie of overheidsopdracht De middeleninzet van de gemeente is erop gericht positieve maatschappelijke effecten te bewerkstelligen. Hierbij kan de gemeente ervoor kiezen om de activiteiten die daar aan bijdragen zelf uit te voeren. Een alternatief is om de activiteiten uit te voeren in samenwerking met derden. Bijvoorbeeld door samen met andere gemeenten een gemeenschappelijke regeling op te zetten, of om een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan met een externe partij. Bij deze laatste variant vormt een tweezijdige overeenkomst de basis voor de samenwerking en veelal ook voor de betaling, wat maakt dat het de kenmerken heeft van een overheidsopdracht – en daarmee de kans groot is dat deze samenwerking aanbesteding plichtig is. Onder een subsidie wordt ingevolge artikel 4:21 lid 1 van de Awb verstaan: (1) de aanspraak op financiële middelen, (2) door een bestuursorgaan verstrekt (3) met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvragen, (4) anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Met name het laatste onderdeel van deze definitie maakt dat het van belang is om onderscheid te maken tussen het verlenen van een subsidie en het verlenen van een overheidsopdracht.

Is er sprake van een subsidie, dan is titel 4.2 van de Awb van toepassing. Is er sprake van een overheidsopdracht, dan zijn onder andere de regels uit titel 7 van het boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Aanbestedingswet 2012 van toepassing. Het verschil tussen een subsidie en een overheidsopdracht is in veel gevallen direct duidelijk. In sommige gevallen is het minder duidelijk en hangt het af van de kenmerken van de overheidsuitgave. Indien er een subsidie wordt verstrekt met kenmerken van een overheidsopdracht zal nog steeds het aanbestedingsrecht van toepassing zijn. Andersom geldt dat ook. Het is dus van belang om hier aan de voorkant zorgvuldig naar te kijken, zodat er in de uitvoering niet in strijd met wet- en regelgeving wordt gehandeld. De gedachte achter de door de raad aangenomen motie is dat de financiële zekerheid van de belangrijkste samenwerkingspartners moet worden vergroot. Het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst met de kenmerken van een overheidsopdracht zorgt hier doorgaans niet voor. Onzekerheid neemt toe, omdat eigenlijk aanbesteed moet worden en als dat niet gedaan is een derde een procedure kan aanspannen. De samenwerking dient dus zodanig vormgegeven te worden dat de overheidsuitgave te beschouwen is als een subsidie, in de zin van artikel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

In de uitgevoerde inventarisatie naar ‘alternatieve samenwerkingsmodellen’ is gekeken naar de financiering van de voor een gemeente belangrijkste samenwerkingspartners. Uit de inventarisatie blijkt dat het heel gebruikelijk is om in dat soort gevallen gebruik te maken van het instrument begrotingssubsidie, vergelijkbaar met de huidige praktijk in Lelystad. Er zijn echter ook enkele gemeenten die meerjarige (begroting)subsidies verstrekken. De gemeente Heemstede verstrekt bijvoorbeeld een meerjarige subsidie aan de bibliotheek, welzijnsorganisaties en dergelijke grotere samenwerkingspartners.

2. Huidige situatie Lelystad In Lelystad worden er strikt gezien twee soorten subsidies verstrekt. Enerzijds zijn dit de wettelijke subsidies op grond van de ASVL en subsidieregelingen. Anderzijds zijn dit de buitenwettelijke subsidies op grond van de Awb, zijnde de begrotings- en incidentele subsidies. Het proces van subsidieverlening ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: -

-

Vaststelling programmabegroting door gemeenteraad, met daarin vermeld de subsidieontvangers met bedragen van de begrotingssubsidies en de plafonds van de subsidieregelingen; Indienen subsidieaanvraag op grond van de vastgestelde programmabegroting of subsidieregeling; Op basis van de subsidieaanvraag verleent het college de subsidie, waarbij de ASVL en eventueel de desbetreffende subsidieregeling van toepassing worden verklaard; Verantwoording ingezette subsidie door de instelling; Vaststelling definitieve subsidie door het college op basis van de verantwoording.

Op het moment dat bepaalde overeengekomen verplichtingen cq. uit te voeren activiteiten niet zijn gerealiseerd en/of er minder subsidie nodig bleek te zijn dient te subsidieontvanger de ten onrechte betaalde subsidie terug te betalen. Begrotingssubsidies De bij de programmabegroting 2021 – 2024 aangenomen motie heeft primair betrekking op de samenwerking met de grotere subsidieontvangers. Dat zijn zonder uitzondering instellingen die reeds meerdere jaren achtereen een begrotingssubsidie hebben ontvangen. In de categorie begrotingssubsidies vallen diverse kleinere- en grotere subsidieontvangers, die onder voorwaarden in aanmerking komen voor een jaarlijkse begrotingssubsidie van vergelijkbare omvang. In totaliteit bevat de begroting en meerjarenraming ruim €25 miljoen aan structureel begrote begrotingssubsidies. De instellingen die jaarlijks een subsidie ontvangen van méér dan €1 miljoen zijn: -

Stichting Welzijn Lelystad (€3,6 mln. in 2021) Sportbedrijf Lelystad (€3,9 mln. in 2021) Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (€2,9 mln. in 2021) Stichting Flevomeer bibliotheek €2,3 mln. in 2021) De Kubus (€1,8 mln. in 2021) Stichting Icare Jeugdgezondheidszorg (€1,4 mln. in 2021) Stichting Agora (€1,1 mln. in 2021)

Indien de gemeente voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie heeft verstrekt, kan de gemeente de subsidie voor het aankomende jaar niet zonder meer beëindigen, ook niet wanneer er sprake is van gewijzigde omstandigheden of andere inzichten. In de Awb is opgenomen dat er sprake moet zijn van een redelijke termijn waarin de subsidie wordt afgebouwd. Deze periode van afbouw is onder andere afhankelijk van de structurele aard van de kosten en kan meerdere jaren omvatten. Om die reden wordt er bij bezuinigingsoperaties, die betrekking hebben op de activiteiten uitgevoerd door deze gesubsidieerde instellingen, doorgaans rekening gehouden met een afbouwperiode.

3. Illustratief voorbeeld meerjarige subsidieverlening - gemeente Heemstede De uitgevoerde inventarisatie naar ‘alternatieve samenwerkingsmodellen’ heeft niet geresulteerd in een omvangrijk overzicht met keuzemogelijkheden. De praktijk laat zien dat het bij de financiering van een bibliotheek of welzijnsorganisatie doorgaans altijd gaat om het verstrekken van een zogeheten begrotingssubsidie op basis van de Awb. Verder wordt er door gemeenten over het algemeen – net als in Lelystad – gebruik gemaakt van een door de raad vastgestelde Algemene Subsidie Verordening, die op de verleende subsidie van toepassing wordt verklaard. Wat de inventarisatie wel duidelijk heeft gemaakt is dat er gemeenten zijn die werken met begrotingssubsidies, die voor meerdere jaren worden verleend met een begrotingsvoorbehoud. Heemstede is met ingang van 2017 gestart met het verstrekken van meerjarige ‘budgetsubsidies’ aan een aantal grotere instellingen. Deze vorm van meerjarige subsidieverlening bestaat naast de standaard ‘structurele subsidies’, aan de hand waarvan het overgrote deel van de subsidies wordt verstrekt (vergelijkbaar met de Lelystadse ‘begrotingssubsidies’). Het instrument ‘budgetsubsidie’ heeft in Heemstede grofweg de volgende kenmerken:   

Het is bedoeld voor uitvoering van een activiteitenpakket door een instelling, vooraf overeengekomen met het college voor meerdere jaren. De instelling legt uitsluitend verantwoording af over de omvang en kwaliteit van het uitgevoerde activiteitenpakket. De budgetsubsidies worden voor 3 jaar verstrekt en er zijn in Heemstede ongeveer 8 budgetsubsidies voor onder andere de bibliotheek en een aantal welzijnsorganisaties. Het gaat bij de budgetsubsidies in alle gevallen om grotere bedragen (€0,5 tot €2 miljoen per jaar). Eenmaal per jaar gaat men met elkaar om tafel om het gesprek aan te gaan. Wat wil de gemeente? Wat wil de instelling? Wat zijn de (on)mogelijkheden? Wat willen we de komende 3 jaar (samen) bereiken? Dit is hetzelfde soort gesprek dat wordt gevoerd voorafgaand aan het verstrekken van de eenjarige subsidies, maar in dit geval worden er afspraken gemaakt voor 3 jaar. Ook dan wordt al vastgelegd wat er in het 2e en 3e jaar moet gebeuren / van de instelling verwacht wordt. In het “contract” wordt van tevoren al afgesproken wanneer er tussentijds geëvalueerd wordt en wat de frequentie is van de gesprekken met de accountant. Er worden voor 3 jaar afspraken gemaakt, maar ieder jaar moet de partij wel een inhoudelijke en financiële verantwoording indienen. Dan wordt de subsidie ook per jaar weer bekeken.

In principe blijft het subsidie bedrag elk jaar hetzelfde, tenzij de partij zich niet aan de afspraken houdt. Dit ook om fraude te voorkomen. Er wordt bij budgetsubsidies gewerkt met voorschotten, waarbij 50% beschikbaar wordt gesteld aan het begin van het jaar, 30% halverwege en 20% na vaststelling. Voorschot wordt vastgesteld op basis van het jaarlijkse subsidie bedrag. Kan dus aangepast worden als partij niet aan de opgenomen verplichtingen voldoet. Er worden ook afspraken opgenomen over de indexering. Meestal wordt deze afweging ieder jaar gemaakt bij een subsidie, maar bij deze afspraak wordt de afweging dan gemaakt voor 3 jaar. Ieder jaar dient de partij een verantwoording in, op basis waarvan de definitieve beschikking lager/hoger kan uitvallen.

4. Voor- en nadelen van meerjarige subsidieverlening In de aangenomen motie werd aangegeven ‘te willen overwegen om in de toekomst minder te gaan werken met eenjarige subsidies, en meer met meerjarige samenwerkingsovereenkomsten’. Zoals in de passages hiervoor staat beschreven zijn er gemeenten die ervoor kiezen bepaalde subsidies meerjarig te verlenen. De grondslag voor een begrotingssubsidie, die ook voor meerdere jaren verleend kan worden met een begrotingsvoorbehoud, is de Awb. De ASVL kan daarop van toepassing worden verklaard, zodat helder is wat de spelregels zijn met betrekking tot bijvoorbeeld de verantwoording. Het is bij het verlenen van een meerjarige subsidie dus van belang om vóóraf te bepalen of er wel / niet tussentijds verantwoording moet worden afgelegd – of pas op het einde van de periode. Indien besloten wordt dat er tussentijds verantwoord moet worden zal vastgelegd moeten worden hoe deze verantwoording eruit moet komen te zien. Ook zal bepaald moeten worden op welke wijze het college / de raad hierover geïnformeerd willen worden. Dit zijn op zichzelf politieke afwegingen, waarbij de voor- en nadelen tegen elkaar afgewogen moeten worden. Voordelen meerjarige subsidieverlening

Nadelen meerjarige subsidieverlening

De subsidieontvanger zal meer financiële zekerheid ervaren op de langere termijn, omdat de subsidie wordt verleend voor meerdere jaren.

De subsidieontvanger heeft verplichtingen die vastliggen in de subsidiebeschikking. Deze verplichtingen kunnen alleen aangepast worden door een wijziging van de subsidiebeschikking. Wanneer er tussentijds geen formele verantwoording wordt afgelegd heeft de gemeente dus feitelijk minder zicht en grip op de realisatie van de uitvoeringsafspraken en besteding van de subsidiemiddelen.

Na deze meerjarige periode is er de verplichting van een redelijke afbouwperiode, mocht de gemeente willen besluiten te stoppen met het verlenen van de subsidie (ervanuit gaande dat dit voornemen niet vooraf al kenbaar is gemaakt in de afgegeven meerjarige subsidiebeschikking). Indien er niet tussentijds verantwoord hoeft te worden leidt dat tot minder administratieve rompslomp.

Wanneer er wel tussentijds verantwoord moet worden speelt bovenstaand nadeel minder, maar is er wellicht juist sprake van meer administratieve rompslomp. Naast de verantwoording over de uitgevoerde activiteiten over het afgelopen jaar speelt dan ook het meerjarige aspect namelijk een rol. De gemeente kan in principe alleen bezuinigen op een meerjarig verleende subsidie wanneer er een begrotingsvoorbehoud is opgenomen die wordt ingeroepen. Er moet ook dan nog bekeken worden welke subsidie wel verleend kan worden en wat een redelijke termijn is waarin de subsidie kan worden afgebouwd.

BIJLAGE 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf gaan we in op de actuele risico’s en het weerstandsvermogen dat beschikbaar is om de gevolgen van deze risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit enerzijds en de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit anderzijds. Risico’s Beschikbare weerstandcapaciteit Gewenste weerstandcapaciteit

Weerstandsvermogen

In december 2019 heeft de Raad de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Hierin is het beleid ten aanzien van risicomanagement en weerstandsvermogen terug te lezen. Leeswijzer Deze paragraaf start met een inventarisatie van de risico’s (2.1), In paragraaf 2.2 wordt op basis van de inventarisatie de gewenste weerstandscapaciteit in beeld gebracht en in paragraaf 2.3 wordt de beschikbare weerstandscapaciteit in beeld gebracht. Wanneer de gewenste weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit kan het weerstandsvermogen van de gemeente worden bepaald, dit wordt in paragraaf 2.4 in beeld gebracht.

2.1 Inventarisatie risico’s In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Hierna gaan we in op financiële en niet-financiële risico’s. Bij niet-financiële risico’s gaat het om mogelijke gebeurtenissen die weliswaar geen direct financieel gevolg hebben maar die bijvoorbeeld wel de reputatie van de gemeente schaden. Of risico’s die wel een financieel gevolg hebben, maar waarvan het risicobedrag nog niet in te schatten is. Deze niet-financiële of niet te kwantificeren risico’s zijn hieronder weergegeven. Daarna volgt het overzicht van financiële risico’s. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit.

Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren. Een meer dynamisch overzicht van risico’s gedurende het lopende jaar is terug te vinden in de begrotingsmonitor waarbij risico’s op overschrijding van een aantal majeure budgetten wordt weergegeven in bandbreedtes. Risico-inventarisatie algemeen Naam risico

Fiscaliteiten

Jeugdzorg

Omschrijving

Beheersmaatregel Met ingang van 1 januari 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor wat De gemeente Lelystad en de belastingdienst betreft de vennootschapsbelasting (Vpb). Gemeenten dienen binnen dit hebben voor de vennootschapsbelastingplicht taakveld een raming te maken van de fiscale winst, die per saldo wordt een vaststellingsovereenkomst gesloten, om gerealiseerd op ondernemersactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar, na vooraf met de op dat moment geldende eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. Voor voorschriften en kennis, de gezamenlijke de gemeente Lelystad is de huidige inschatting dat, gebaseerd op de uitgangspunten zo goed mogelijk te bepalen. activiteiten van de gemeente Lelystad zelf en Omala C.V. (beiden t/m 2019) en Daarnaast wordt de belastingplicht voor de de verwachtingen omtrent de toekomst, de gemeente per 2024 gemeente in een rekenblad in Excel voor het vennootschapsbelasting verschuldigd is. huidige jaar en de toekomstige jaren berekend. Deze berekening wordt getoetst door een extern fiscaal bureau.

Op grond van de afgelopen jaren zien we een toename van het gebruik en de Maatregelen uit Aanpak Jeugdzorg 2020 en kosten van Jeugdzorg. Dit is deels een landelijke ontwikkeling: een stijgende Aanpak Sociaal Domein 2021 e.v. instroom door maatschappelijk verschijnsel van meer problematiseren, druk van succes/geluk/prestatie in de samenleving en prijsstijgingen in combinatie met langere hulptrajecten. Op lokaal niveau behoeft met name de toegang en regie en de samenwerking met huisartsen verbetering. Maatregelen Jeugdzorg uit de Aanpak Jeugdzorg 2020 en Aanpak Sociaal Domein 2021 e.v. spelen hierop in waarbij de focus is op het normaliseren en inzetten op een sterke basis waardoor minder maatwerkvoorzieningen jeugdzorg nodig zijn. In het Transitieplan Jeugdzorg is aangegeven dat de geplande besparingen van in totaal 5,9 miljoen - te realiseren van 2021 tot en met 2024 - naar verwachting haalbaar zijn. De realisatie van de bezuinigingen blijft door diverse factoren complex. Er geldt binnen de Jeugdwet een Jeugdhulpplicht, zodat de ontwikkeling van het kostenniveau afhangt van de ontwikkeling van de vraag. Op dit moment is niet in te schatten wat het effect van de coronapandemie en de bijbehorende lockdown is op de instroom. Ook is nog onbekend hoe het nieuwe Woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 ingevoerd wordt zich uitpakt.

Naam risico

Omschrijving

Beheersmaatregel

Leerlingenvervoer

Met het aanscherpen van de verordening Leerlingenvervoer beogen we de kosten binnen budget te houden. Aandachtspunten: 1. Voor het nieuwe schooljaar moest het vervoer opnieuw aanbesteed worden. Voorwaarden van het oude contract konden niet voortgezet worden en bij de aanbesteding heeft een hoge indexatie een rol gespeeld. Hierdoor komen we mogelijk op een veel grotere kostenpost uit voor de vervoerder. 2. In verband met de kosten zoals beschreven onder punt 1, wat de algehele kostenpost voor het leerlingenvervoer omhoog zal drukken, is een overschrijding van het budget niet uit te sluiten. De uitkomsten van de aanbesteding zijn op dit moment nog niet bekend. 3. De aangescherpte verordening heeft gevolgen voor burgers die gebruik maken van het leerlingenvervoer. Er zijn dan ook meer bezwaar- en beroepzaken van burgers.

Wmo

De vraag naar Wmo ondersteuning neemt toe als gevolg van het Medio 2020 is de Aanpak Sociaal domein abonnementstarief, de vergrijzing en de extramuralisering. Deze ontwikkelingen vastgesteld met daarin opgenomen leiden tot een groter beroep op de Wmo. De betaalbaarheid komt hiermee onder bezuinigingsmaatregelen om het druk te staan. Medio 2020 is de Aanpak Sociaal Domein vastgesteld. Hierin is een geprognotiseerde tekort op te vangen. prognose opgenomen van de verwachte ontwikkeling van de Wmo uitgaven (als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen). Tevens is vastgesteld welke (bezuinigings)maatregelen worden getroffen om het geprognotiseerde tekort op te vangen. Risico is dat de prognose toch anders uitvalt dan nu voorzien en/of de voorgestelde maatregelen onvoldoende effect hebben om het tekort op te kunnen vangen.

Voor het jaar 2021 is door de raad ingestemd met een incidentele bijstelling van het budget voor leerlingenvervoer om de toegenomen kosten op te vangen (programmabegroting 2021-2024). Met ingang van 2021 wordt een nieuwe (strengere) verordening van kracht die naar verwachting per 2022 effect zal gaan hebben waardoor de kosten binnen budget gehouden worden.

Doordecentralisatie regionale Wmo taken Per 2022 wordt de nu nog regionale Wmo taak beschermd wonen een lokale verantwoordelijkheid. Vanaf 2023 komt er eveneens een nieuw objectief verdeelmodel welke via een overgangsregeling gedurende 10 jaar wordt ingevoerd. Dit kan aanzienlijke effecten hebben op zowel de inkomsten- als uitgavenkant van de Lelystadse Wmo- begroting. Op dit moment is er slechts de beschikking over eerste voorlopige cijfers. Op zijn vroegst bij de septembercirculaire 2021 is er definitief duidelijkheid over de beschikbare rijksbijdragen. Er zal ook bekeken moeten worden wat de effecten zijn van de “WLZ-uitname” per 01-01-2021. Op dit moment worden de laatste indicaties afgerond en bepaald welke cliënten die nu nog worden gefinancierd vanuit de regionale Wmo, onder de Wet Langdurige Zorg gaan vallen. Ex ante is per 2021 reeds een deel van het budget Beschermd Wonen overgeheveld naar de WLZ, maar de uiteindelijke financiële effecten van de uitname worden ex post bepaald. Risico is dat de doordecentralisatie voor ons negatief uitvalt waardoor er mogelijk tekorten op dit onderdeel kunnen ontstaan. Culturele instellingen

Geconstateerd wordt dat de grote gesubsidieerde culturele instellingen al voor de De instellingen hebben hun maatschappelijk coronacrisis veel moeite hadden om met de beschikbare subsidie taakstellingen output gereduceerd en waar mogelijk de volledig te realiseren. Door de Covid-19 maatregelen hebben de culturele kosten beperkt. Waar de mogelijkheid bestond instellingen in 2020 nog eens onvoorziene extra financiële schade opgelopen. De is door de instellingen gebruik gemaakt van mate waarin deze schade zich voordoet verschilt overigens aanzienlijk per Covid-19 compensatiemaatregelen. De instelling, afhankelijk van de mate waarin kostenreductie kan worden gemeente heeft via het gemeentefonds voor doorgevoerd, de exploitatie afhankelijk is van eigen inkomsten en gebruik kan 2020 en 2021 een financiële bijdrage worden gemaakt van compensatiemaatregelen. Omdat de Covid-19 maatregelen ontvangen ten behoeve van de compensatie vooralsnog ook in 2021 van toepassing zijn, zal ook in 2021 financiele schade van de coronaschade in de lokale culturele optreden. Ondanks de getroffen maatregelen, nadert de bedrijfsvoering van deze infrastructuur. De gemeenteraad heeft deze instellingen door autonome kostenstijgingen een kritische grens.

De kans bestaat middelen voor de coronaschade bij culturele dat instellingen bij tegenvallers óf de maatschappelijke output moeten beperken, instellingen beschikbaar gesteld. de gestegen kosten direct moeten doorberekenen aan gebruikers of uiteindelijk een beroep doen op de gemeente voor extra financiële middelen indien beperking van activiteiten of minder bereik onder inwoners niet wenselijk is. De financiële positie van de gesubsidieerde instellingen wordt op basis van de subsidievoorwaarden aan de hand van halfjaarrapportages en de jaarrekeningen structureel gemonitord. De effecten van de Covid-19 maatregelen op de bedrijfsvoering van de instellingen worden in 2021 per kwartaal gevolgd.

Naam risico

Omschrijving

Informatiebeveiliging en privacy

Veel overheidsinformatie is openbaar. Maar de gemeente heeft ook Om de beveiliging van informatie te vertrouwelijke gegevens die beslist niet openbaar mogen worden zoals waarborgen heeft de gemeente persoonsgegevens. Met de komst van de decentralisaties is de hoeveelheid informatiebeveiligingsbeleid en is de CISO privacygevoelige gegevens alleen maar groter geworden. Daarnaast dient de funcitonaris adviserend en controlerend op de gemeente alert te zijn op cyber-aanvallen. Als een incident (bijvoorbeeld een invulling van dit beleid. Daarnaast is "we gaan datalek of dataencryptie) toch plaats zou vinden, kan de impact daarvan hoog veilig om met informatie" opgenomen in het zijn. Het kan leiden tot imagoschade, financiële schade en er kan zelfs concernplan, waardoor dit onderwerp aanvullend een boete opgelegd worden door de Autoriteit Persoonsgegevens. onderdeel uitmaakt bij de totstandkoming van De financiële schade van een incident is op voorhand lastig te kwantificeren. de teamplannen. Naast eigen (ICT) Daarnaast kost het oplossen van beveiligingslekken in systemen wel steeds beheersmaatregelen, worden vanuit de meer capaciteit en daarmee bestaat het risico dat dit ten koste gaat van andere Informatie Beveiligingsdienst (IBD) factsheets geplande ICT-activiteiten. aangereikt die de kans op incidenten verkleinen.

In het kader van informatiebeveiliging is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) de norm; in het kader van de Privacy is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) de leidraad. Er is onder leiding van de FG (Functionaris Gegevensbescherming) veel aandacht besteed aan bewustwording en er worden doorlopend adviezen gegeven over hoe om te gaan met persoonsgegevens. De kans op incidenten wordt als uitvloeisel van beleid en bijbehorende maatregelen verkleind.

Beheersmaatregel

Omgevingswet

De geplande invoeringsdatum voor de Omgevingswet is nu 1 januari 2022. De Onze planning is er op gericht om op 1 januari gemeenteraad heeft voor 2019, 2020 en 2021 budget beschikbaar gesteld voor 2022 klaar te zijn voor de invoering van de de transitiekosten. Als opnieuw besloten wordt om de Omgevingswet. De extra tijd die wij eventueel inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet uit te stellen, heeft dit krijgen door uitstel van de invoeringsdatum negatieve gevolgen voor het beschikbare implementatiebudget. Vragen hierbij wordt gebruikt om extra te oefenen met de zijn: welke budget is nodig voor 2021 en voor 2022, is het mogelijk om budget nieuwe werkzaamheden en processen. Wij van 2021 over te hevelen naar 2022 en wat betekent dit voor het sturen dus op het doorgaan van de implementatieproces. Een latere inwerkingtreding van de Omgevingswet Omgevingswet en niet op afstel. Als besloten heeft geen negatieve gevolgen voor leges en formatie. wordt dat de Omgevingswet helemaal niet in werking zal treden, heeft dit zowel financiële als organisatorische effecten voor onze gemeente. Na alle voorbereidingen, die de nodige kosten en inspanningen met zich hebben gebracht, zou het heel jammer zijn om te moeten stoppen. Wij zien als gemeente veel toegevoegde waarde in de invoering van de Omgevingswet, zowel op het gebied van dienstverlening als het verbeteren van onze interne processen.

Verder doen wij financiële investeringen die niet alleen wettelijk verplicht zijn maar ook toegevoegde waarde hebben voor onze organisatie en onze dienstverlening.

Vergunningen

Momenteel lopen er geschillen tussen de gemeente en ondernemers m.b.t. de Inzet huisadvocaat waar nodig. nieuwe wijze van verlenen van aanwezigheids- en exploitatievergunningen. Mocht de gemeente in het ongelijk worden gesteld in deze procedures, dan loopt de gemeente het risico - wanneer de ondernemer tevens een schadeclaim heeft ingediend - deze claim zal slagen.

Lelystad Airport

Komend jaar wordt waarschijnlijk duidelijk of per 1 november 2021 Lelystad Geen, we zijn afhankelijk van besluitvorming van het Rijk. Airport open gaat. Vanuit de Veiligheidsregio, Bevolkingszorg en Gemeente worden op dit moment de meerkosten op het gebied van Veiligheid(training / oefenen/ maatregelen bevolkingszorg) in beeld gebracht. Dit behelst een deel van 2021 en verder, afhankelijk van de snelheid waarmee de vliegbewegingen worden uitgebreid. Het is nog onduidelijk waar deze meerkosten belegd gaan worden.

Naam risico

Omschrijving

Wijzigingen Bbz

De focus op de voorstellen voor wijzigingen Bbz ligt op verschuiven van de Beperkt, betreft rijksbeleid. financiële verantwoordelijkheid en de financiële risico’s van het Rijk naar gemeenten. Die lijn ondersteunen we niet en de VNG heeft dit schriftelijk aan de staatssecretaris van ministerie SZW kenbaar gemaakt. In plaats van een declaratiesystematiek tussen gemeenten en Rijk worden er middelen voor de uitgaven leningen levensonderhoud voor gevestigde ondernemers Bbz toegevoegd aan de BUIG gelden. Voor de uitgaven van de onderzoekskosten naar de levensvatbaarheid en voortgang van het bedrijf worden er middelen (verdeelsleutel) toegevoegd aan het gemeentefonds. De bedrijfskredieten kunnen voor 100% bij het Rijk gedeclareerd worden, maar met een terugvorderingspercentage van 75% in 5 jaar terug te betalen door gemeenten. Vanuit de VNG is de twijfel aangegeven of het terugvorderingspercentage realistisch is.

Beheersmaatregel

Door deze wijzigingen zijn de Bbz middelen niet meer traceerbaar en worden de financiële risico’s hoger. Het is de vraag in hoeverre gemeenten bereid zijn om de uitvoering van het Bbz dan nog in een regionale samenwerking te willen onderbrengen. Doel van de wijzigingen lijkt het Bbz in hoge mate gelijk te trekken met andere uitkeringsvoorzieningen. Daarmee verliest het Bbz juist aan zelfstandige kracht om het vangnet voor ondernemerschap actief uit te voeren. Als gevolg van de invoering van de Tozo regeling is dit risico op dit moment minder actueel, maar zal dit wel weer worden na afloop van de coronacrisis. Werkeiland

Vanwege een aangenomen amendement inzake Werkeiland moet onderzoek plaatsvinden met een ontwikkelaar naar laagbouw in plaats van hoogbouw en/of nadere oplossingen. De gevolgen hiervan zijn nog niet bekend.

Er wordt gestudeerd op een zo optimale mogelijke invulling van het gebied.

Risico-inventarisatie financieel Hierna worden in de risicomatrix de risico’s genoemd die een mogelijk concreet financieel effect kunnen hebben. Deze worden meegenomen in de berekening van de gewenste weerstandscapaciteit. Naam risico

Omschrijving / beheersmaatregel

Algemene uitkering gemeentefonds

De algemene uitkering die de gemeente uit het gemeentefonds ontvangt wordt jaarlijks begroot op basis van de informatie uit de circulaires. Op basis van de trap op - trap af systematiek ontvangen gemeenten een bijdrage, die gekoppeld is aan de Rijksuitgaven. Voor 2020 en en 2021 is er met het Rijk de afspraak gemaakt dat de koppeling met de rijksuitgaven wordt losgelaten (de stijging of daling van de algemene uitkering die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds is niet langer gekoppeld aan de stijging - of daling- van de rijksuitgaven). Op dit moment wordt er onderzocht in hoeverre deze normeringsystematiek op termijn vorm gegeven moet worden, zodanig dat het leidt tot meer stabiliteit in de uitkeringen.

Schadebedrag

Kans

Omvang risico

Daarnaast wordt het achterliggende verdeelmodel achter de algemene uitkering naar verwachting herijkt met ingang van 1 januari 2023. Dit zal leiden tot herverdeeleffecten tussen gemeenten en de eerste concept uitkomsten van dit verdeelmodel wijzen op termijn op een nadelig effect voor Lelystad ter grootte van structureel €23 per inwoner. De Raad voor het Openbaar Bestuur en de VNG zullen nog worden geconsulteerd, alvorens een nieuw kabinet zal besluiten tot invoering. De VNG heeft al aangegeven niet over te willen gaan tot herverdelen, voordat het Rijk heeft besloten aanvullende middelen toe te voegen aan het gemeentefonds. Het effect dat hier uiteindelijk van overblijft zal gefaseerd via een ingroeimodel worden toegepast, zodat de structurele effecten tijdig kunnen worden betrokken in de gemeentelijke begrotingscyclus.

Geen; de algemene uitkering wordt eenzijdig vastgesteld door het ministerie en gemeenten hebben hier geen invloed op.

2.500.000

30%

750.000

Naam risico

BTW vrijstelling sportbesluit

Omschrijving / beheersmaatregel

Zeer beperkt. Het gaat om gevolgen van wetgeving van het rijk waar weinig invloed op uitgeoefend kan worden. Daarnaast heeft het sportbedrijf zelf als gevolg van de bezuinigingen de afgelopen jaren maar beperkte capaciteit om de negatieve effecten zelf op te vangen. Foundersfee

Schadebedrag

Kans

Omvang risico

Per 1 januari 2019 is een nieuw belastingplan door het rijk vastgesteld. Dit houdt ondermeer in dat sport op grond van een uitspraak van het Europese hof vanaf 2019 niet meer een BTW-belast prestatie is en onder de BTW-vrijstelling valt. Deze aanpassing heeft vergaande gevolgen voor het Sportbedrijf Lelystad. Omdat door de vrijstelling de betaalde btw op opdrachten en inkoop niet meer kan worden teruggevorderd, leidt dit tot een aanzienlijke kostenstijging en een nadelig effect op de exploitatie van ongeveer € 500.000,--. Het rijk heeft twee compensatieregelingen (SPUK en BOSA) ingesteld met een maximaal budget. Het Sportbedrijf is een privaatrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft; hierdoor kan de aanvraag samen met de gemeente bij de SPUK worden aangevraagd. De gemeente heeft voor 2019 en 2020 de SPUK-aanvraag ingediend mede namens het Sportbedrijf Lelystad. Het rijk hanteert voor de SPUK-regeling een subsidieplafond. Hierdoor is er een risico dat het BTW-nadeel voor het betreffende jaar niet volledig door het rijk wordt gecompenseerd. Voor 2019 is het btw- nadeel volledig via de SPUK-regeling gecompenseerd. Op 30 juni 2020 is de beschikking van Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) van het ministerie VWS ontvangen.

Het totaalbedrag van alle aanvragen voor 2020 is hoger dan het voor 2020 geldende uitkeringsplafond van € 188.000.000. Hierdoor zijn de verleende compensatiebedragen door DUS-I naar rato (79,97%) verdeeld. De subsidie voor de gemeente Lelystad bedraagt daardoor € 891.603. Het bedrag dat op grond van deze bijdrage in 2020 voor de N.V. Sportbedrijf Lelystad beschikbaar komt bedraagt € 514.187. De definitieve compensatie vanuit de Spuk wordt door het rijk later bepaald op grond van de beoordeling van de betreffende jaarrekeningen. De definitieve beschikking voor 2020 volgt respectivelijk op uiterlijk 31 juli 2022. Het risico is aanwezig dat de definitieve beschikking van het rijk lager uitvalt en de betaalde btw uiteindelijk niet volledig uit de SPUK-regeling wordt gecompenseerd. 88.000

50%

44.000

575.000

50%

287.500

De gemeente heeft in het verleden het erfpachtrecht verworven. De gecumuleerde boekwaarde hiervan oversteeg de vigerende afspraken over het inbrengen van verworven gronden in OMALA. Dit meerdere moet uit toekomstige "extra winst" OMALA uiteindelijk worden terugbetaald. Uitkering van dit preferente winstrecht zou geschieden in 3 tranches, te beginnen in 2020, mits het planresultaat dit zou toelaten. Ondanks dat het planresultaat op einddatum voldoende is, is op grond van risicoinschatting binnen de grondexploitatie aangegeven dat er niet kan worden over gegaan tot daadwerkelijk uitkering. Naar aanleiding hiervan zijn in 2020 aanvullende afspraken gemaakt omtrent concretisering van de afdracht. De winstuitkering is hiermee voldoende zeker. De uitkering betreft een lumpsum bedrag waar tegenover een vordering op de balans staat. Na het maken van de (oorspronkelijk) afspraken is de fiscale wetgeving gewijzigd. Hierdoor is het mogelijk dat de vordering wordt gezien als winst waarover vennootschapsbelasting (25%) moet worden afgedragen. In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van OMALA NV d.d. 17 juni 2015 is besloten dat gemeente Lelystad uit hoofde van de "Foundersfee" een preferent recht heeft in het resultaat van Ontwikkeling Maatschappij Airport Garden City CV voor een bedrag van €2,3 miljoen.

Dit bedrag wordt in drie tranches in 2020, 2025 en 2030 uitgekeerd door Ontwikkeling Maatschappij Airport Garden City aan de gemeente Lelystad indien de jaarresultaten dit toelaten. Omdat het resultaat niet toeliet om tot uitkering in 2020 over te gaan zijn aanvulleden afspraken gemaakt. Samengevat; uitkering geschiet als en zodra het jaarresultaat (verminderd met risico's) dit toe laat. Uitkering kan in één of meerdere tranches geschieden. de uitkering wordt als kostenpost in de grondexploitatie opgenomen. Door dit laatste wordt de uitkering niet als winst beschouwd maar als uitgestelde vergoeding van inbreng van eigendom. Mede gelet op eerder afspraken is dit niet 100% zeker. Door de gemeentelijk fiscalist wordt daarom overleg gevoerd met de belastingdienst om ons standpunt te bepleiten.

Naam risico

Garantstellingen

Inkomsten Ozb

Omschrijving / beheersmaatregel

De gemeente Lelystad heeft voor ca. € 31,3 miljoen euro (stand per 31-12-20) aan garantstellingen verstrekt. Een aantal van de grootste garanties is verstrekt aan verbonden partijen. Een garantstelling wordt ingeroepen op moment dat een partij niet aan de betalingsverplichtingen kan voldoen. Doorgaans is dat pas het geval bij faillissement of surseance van betaling. De kans dat dit gebeurt is niet heel groot, zeker niet in het geval van verbonden partijen, daarbij zal in een eerder stadium gestuurd worden op het bijstellen van de koers, danwel dat er vanuit de gemeente tijdelijke aanvullende maatregelen worden genomen. Een garantstelling wordt doorgaans zonder voorwaarden verstrekt, immers dat is juist de zekerheid die een garantstelling geeft voor de financier. Als wij een garantstelling verstrekken aan een partij waarin wij geen juridisch belang hebben, is er dus ook geen mogelijkheid om bij te sturen op de koers van die organisatie of instelling. Het risico is dan lastig te beheersen. Het is vooral zaak om vooraf goed na te denken over de mogelijke risico's.

Schadebedrag

Kans

Omvang risico

31.300.000

10%

3.130.000

800.000

35%

280.000

18.218.000

10%

1.821.800

De belastinginkomsten kunnen als gevolg van de economische, maatschappelijke of onvoorziene ontwikkelingen zoals bv de corona pandemie toe- of afnemen. Daarnaast speelt de tendens dat steeds meer gebruik gemaakt wordt van zogenaamde no-cure-nopay bureaus (NCNP’s), waardoor ook de kosten stijgen. De risico’s bestaan uit de volgende elementen: Inkomsten: 1. Bij de raming van de inkomsten wordt rekening gehouden met een verwachte areaalontwikkeling en marktontwikkeling (stijging van de waarde van onroerend goed) die in de praktijk anders kan uitpakken. Hierbij kan het gaan om ontwikkelingen op het gebied van wetgeving (co2,pfas) waardoor nieuwbouwprojecten niet of beperkt mogelijk zijn. Maar ook bijvoorbeeld de ontwikkeling van de luchthaven heeft hierop invloed. Een geringe afwijking van 1 procent van de geraamde inkomsten brengt al een afwijking van bijna € 250.000,- teweeg. 2. De effecten van de coronapandemie is een risico dat nog niet goed in beeld is. Bedrijven, sectoren die zwaar getroffen worden door de maatregelen van het kabinet kunnen omvallen. Een toename van het aantal faillissementen zal tot gevolg hebben dat belastingschulden niet geïnd kunnen worden. 3.Ook heeft de opkomst van NCNP’s het aantal bezwaarschriften laten toenemen. Deze juridische procedures hebben een negatief effect op de inkomsten.

Kosten Dat er meer via NCNP’s bezwaar wordt gemaakt zorgt ook voor meer vergoeding van proceskosten. Naast de kostenvergoeding die de gemeente moet betalen stijgen ook de uitvoeringskosten. Het verstrekken van informatie (taxatieverslagen), het voeren van hoorgesprekken en de toename van het aantal af te handelen bezwaarschriften en beroepschriften betekent extra inzet van capaciteit. De marktontwikkeling en areaaluitbreiding worden gevolgd en in beeld gebracht. Bij de raming van de OZB-inkomsten wordt aansluiting gezocht bij de marktonwikkeling en areaaluitbreiding. Meerdere keren per jaar worden de inkomsten gemonitord.

Verstrekte leningen

De gemeente Lelystad heeft voor een bedrag van ca. € 18,2 miljoen euro (stand 31-1220) leningen verstrekt aan diverse partijen. Het risico bestaat dat deze partijen op enig moment niet in staat zijn om aan hun aflossingsverplichtingen te voldoen, danwel failliet gaan waarmee het gehele restant leningbedrag wellicht niet teruggehaald kan worden. Het risico dat alle partijen tegelijk in betalingsproblemen geraken en het volledige uitstaande bedrag niet verhaald kan worden is klein. Wel is door de coronacrisis en de economische gevolgen daarvan de kans groter geworden dat er een beroep gedaan wordt op de gemeente voor kwijtschelding of uitstel van aflossingen. De kans is daarom verhoogd van 5 naar 10%. De financiële situatie van de partijen waaraan de leningen verstrekt zijn monitoren, en waar nodig afspraken aanpassen of een voorziening instellen.

Naam risico

Omschrijving / beheersmaatregel

Participatiebudget uitkeringen

De gemeente Lelystad ontvangt vanuit het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het verstrekken van uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 en het inzetten van loonkostensubsidie. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast, dat vervolgens via een vastgestelde verdeelsystematiek over de gemeenten wordt verdeeld. Het macrobudget wijzigt door conjuncturele ontwikkelingen, effecten van rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling. In het voor- en najaar ontvangen gemeenten vanuit het ministerie van SZW informatie omtrent de (verwachte) rijksbijdrage.

Schadebedrag

Kans

Omvang risico

De gemeentelijke begroting wordt ieder jaar geactualiseerd, zowel voor wat betreft de ontwikkeling van de uitkeringslasten, alsook voor wat betreft de ontwikkeling van de rijksbijdrage. De precieze hoogte van de rijksbijdrage wordt pas definitief vastgesteld in het najaar van het lopende begrotingsjaar. Voor begrotingsjaar 2021 wordt bijvoorbeeld uitgegaan van een rijksbijdrage ter grootte van €35.4 miljoen (nader voorlopig budget - mei 2021). Het gaat om een aanzienlijk bedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van diverse externe variabelen. Het risco bestaat dat de ontwikkeling van het rijksbudget gedurende het jaar uit de pas loopt met de ontwikkeling van de uitkeringslasten. Dit risico wordt ingeschat op €1.000.000 (zowel voor- als nadelig) met een kans van 20%. Door in te blijven zetten op het activeren en participeren van klanten wordt ingezet om binnen het beschikbare budget de regeling uit te voeren. Werkbedrijf Lelystad

Voormalig personeel

Binnen de bedrijfsvoering van het Werkbedrijf Lelystad is sprake van risico's die samenhangen met personele calamiteiten. Daarnaast kunnen organisatieontwikkelingen tot onvoorziene kosten leiden. Doordat bij de oprichting van het Werkbedrijf gekozen is om geen vermogen te storten, betekent dit dat een eventueel negatief exploitatieresultaat van het Werkbedrijf Lelystad voor rekening komt van de gemeente Lelystad als 100% aandeelhouder. De afgelopen jaren (sinds 2015) is de samenstelling van de doelgroep participatiewet in complexiteit toegenomen doordat de sociale werkvoorziening op slot zit en de groep voorheen Wajong met arbeidscapaciteit nu onder de gemeentelijke verantwoordelijnkheid vallen. De gemiddelde inspanning om clienten duurzaam naar werk te begeleiden neemt toe bij een gelijkblijvend rijksbijdrage. Voor de taken onder de Participatiewet is bij de jaarrekening 2016 een reserve Re-integratie ingesteld zodat fluctuaties opgevangen kunnen worden. In 2019 is voor de reserve een plafond van €250.000 vastgesteld. Pas als de reserve ontoereikend is, komt het restant ten laste van het resultaat. De kans daarop wordt klein geacht.

1.000.000

20%

200.000

500.000

25%

125.000

200.000

50%

100.000

De gemeente Lelystad is eigenrisicodrager (ERD) in het kader van de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) en draagt gedurende 10 jaar de kosten van de WGA uitkering van haar (ex) medewerkers. Naast de financiële verplichting (WGA uitkering) is de werkgever ook 10 jaar verantwoordelijk voor de begeleiding en re-integratie van de medewerker. Dit betreft alle (ex) medewerkers die een WGA uitkering ontvangen, die tussen de 35-80% arbeidsongeschikt zijn of als tijdelijk volledig arbeidsongeschikt (80100%) worden beschouwd. Ook al zijn deze medewerkers niet meer bij de gemeente Lelystad in dienst, dan nog heeft de gemeente deze verplichting en draagt de gemeente maximaal 10 jaar de kosten. Gezien de verhoging van de pensioenleeftijd is het de verwachting dat de toekomstige instroom eerder toeals af zal nemen, met hogere kosten voor de gemeente als gevolg. Daarnaast is het zo dat door gewijzigde wetgeving vanaf 1-1-2020 er een transitievergoeding en eventueel een billijke vergoeding gegeven moet worden aan ex-medewerkers (die op initiatief van de werkgever uit dienst gaan). In 2020 is € 25.000,- aan transitievergoeding uitgekeerd. Dit betrof 5 werknemers waarbij een tijdelijke arbeidsovereenkomst niet werd verlengd en 1 werknemer met een hogere vergoeding (langer dienstverband) die ziek uit dienst ging.

Een transitievergoeding die wordt betaald aan een werknemer die na meer dan 2 jaar ziekte uit dienst gaat wordt grotendeels door het UWV gecompenseerd. Daardoor zijn de werkelijke kosten in 2020 € 10.000. De grotere onzekere kostenpost zit in ontbindingen via de kantonrechter van arbeidsovereenkomsten met werknemers met veel dienstjaren. Op voorhand is niet aan te geven of en wanneer deze zullen plaatsvinden en wat dan de financiële gevolgen zijn. Naast een professionele en effectieve uitvoering van de taken inzake het ERD voor (ex)medewerkers met een WGA status wordt de instroom gemonitord. Op het moment dat bijstelling van de budgetten noodzakelijk blijkt wordt dit betrokken bij het opstellen van toekomstige begrotingen. Voor wat betreft de transitie- en billijke vergoeding zal gemonitord worden wat effecten zijn.

Naam risico

Omschrijving / beheersmaatregel

Ontwikkelingen Veiligheidsregio

Er zijn veel ontwikkelingen die zowel een negatief als positief effect kunnen hebben op de bijdrage die wij als gemeente moeten betalen aan de veiligheidsregio. Zo wordt er onderzoek gedaan en is de wens uit gesproken om een samenwerking te onderzoeken met andere veiligheidsregio, in 2025 moet er een gezamelijke meldkamerorganisatie zijn, GGD's en een oefenlocatie samen te ontwikkelen. Daarnaast liggen er nog vraagstukken omtrent wet normalisering rechtspositie ambtenaren, participatiewet, vervangen rijksmaterieel, strategische huisvesting en informatiebeleid. Tevens is er door de europese wetgeving en een uitspraak van het europese hof een ontwikkeling Taakdifferentiatie brandweer, die als risico genoemd wordt.

Planschade horecapleintje

Planschade horecapleintje is in 2019 afgehandeld. Er is een bedrag van ongeveer een ton uitgekeerd aan zes verschillende eigenaren van onroerend goed. Na bezwaar zijn de bestreden besluiten in stand gebleven. Er is nu beroep mogelijk bij de rechtbank. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid worden ingediend omdat betrokken het niet eens zijn met de beslissing op bezwaar en het ontvangen bedrag aan planschadevergoeding te laag vinden. De hoogte van de uitgekeerde planschade is terecht vastgesteld op basis van het onafhankelijke deskundigenadvies van SAOZ (zoals ook de Commissie bezwaarschriften heeft geoordeeld). Het risico nu zit hem vooral in het al dan niet mogen meenemen van het overgangsrecht in het bestemmingsplan. Door het college is dit op advies van SAOZ nu wel meegenomen omdat de mogelijkheden hiervan immers schadebeperkend zijn. Er zijn twee sporen in de jurisprudentie dus er is een kans dat de rechter anders zal oordelen. Dan valt de planschade hoger uit in de vorm van ongeveer bovenvermeld bedrag inclusief wettelijke rente.

Ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd.

Bij het invullen van deze risicoparagraaf is nog niet bekend of er beroep is ingediend. Als beroep wordt ingediend, moet er een zitting plaatsvinden bij de rechtbank. Dit zal enige tijd duren, gelet op de normale gang van zaken maar ook de coronasituatie. Bij de zitting zal gebruik worden gemaakt van ondersteuning door SAOZ (uitleg advies en taxatierapporten). Na de afhandeling van beroep door de rechtbank is vervolgens nog hoger beroep mogelijk bij de Raad van State. De eerstvolgende zitting bij de rechtbank staat gepland voor 28 mei 2021.

TONK

Schadebedrag

Kans

Omvang risico

750.000

50%

375.000

120.000

40%

48.000

585.000

50%

292.500

De TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten) is een nieuwe Rijksregeling in het kader van het corona steunpakket. De TONK is een tijdelijke tegemoetkoming vooral bedoeld voor woonkosten. Deze tegemoetkoming is voor huishoudens die te maken hebben met een inkomensterugval en daardoor deze noodzakelijke kosten niet meer kunnen betalen uit het inkomen. De TONK zal met terugwerkende kracht op 1 januari 2021 ingaan en lopen tot 30 juni 2021. Gemeenten moeten de TONK uitvoeren. Het Rijk heeft gemeenten beleidsvrijheid gelaten. Dat wil zeggen, iedere gemeente moet zelf beslissen hoe zij hun TONK-regeling ontwerpen. De gemeente Lelystad kiest in de lokale beleidsregels TONK voor een maximale vergoeding per maand per huishouden. In december 2020 werd twee keer €65 miljoen (totaal €130 miljoen) voor de TONK aangekondigd. Uit de handreiking voor gemeenten die op 1 februari 2021 is gepubliceerd bleek dat deze middelen in twee tranches via het gemeentefonds beschikbaar worden gesteld waarbij de eerste tranche op basis van de verdeelsleutel minimabeleid. Daartoe wordt €130 miljoen extra aan het gemeentefonds toegevoegd. Uit dat bedrag dienen tevens de uitvoeringskosten van de TONK te worden voldaan. Vanuit het kabinet en de Tweede Kamer is er de nadrukkelijke wens dat gemeenten de TONK ruimhartig uitvoeren.

Echter de aanvankelijk door het Rijk gereserveerde budgetten zijn daar ontoereikend voor. Minister Koolmees heeft colleges van B&W op 25 februari jl. een brief gestuurd waarin hij tracht gemeenten t.a.v. de toereikendheid van de budgetten gerust te stellen. Hij deed daarin echter nog geen concrete uitspraken dat de budgetten en met hoeveel de budgetten zullen worden verhoogd. De lokale beleidsregels zijn begin maart 2021 opgesteld door eerst het globale maximale financiële risico te bepalen dat Lelystad bereid is op de TONK te lopen en daarna een regeling te ontwerpen die – op basis van schattingen van o.a. de instroom – op ongeveer dat totaalbedrag aankoerst. Er vanuit gaande dat bijstelling van de rijksmiddelen daadwerkelijk gebeurt, maar zonder de hoogte van het bedrag in te kunnen schatten, neemt het college een bepaald risico met dit besluit. Het college heeft op 9 maart 2021 met dit scenario en risicoprofiel ingestemd en de raad heeft hiertegen geen wensen en bedenkingen geuit (VB d.d. 09-03-2021: risico €1,2 - €2,9 miljoen beroep op eigen middelen). Medio maart 2021 heeft het College van B&W Lelystad schriftelijk gereageerd op de brief vanuit SZW en aangegeven dat Lelystad verwacht het initieel toegezegde budget met een factor 5 tot 7 te zullen overschrijden.

Het college van B&W Lelystad verzoekt de minister alsnog een uitvoeringsbudget mee te geven en in ieder geval de werkelijk gemaakte kosten in het kader van de TONK te vergoeden.

Naam risico

Omschrijving / beheersmaatregel

Bouw Porteum

Tijdens de aanbesteding van de bouw is door de aannemer voorgesteld om de bouwwijze aan te passen. Met goedkeuring van de constructeur van het ontwerpteam (verantwoordelijk voor architectuur, constructieadvies, adviezen W+E+T-installaties, landschapsarchitectuur en bouwfysica) is ingezet op prefab bouwen. In de uitwerking van de prefab-onderdelen (kolommen, wanden) heeft, na indiening van de stukken, de vergunningverlener (gemeente Lelystad, te weten Bouw en woningtoezicht) geconstateerd dat er een andere norm voor het berekenen van de optredende krachten moest worden gehanteerd dan de gebruikte normering. Omdat er (te) lang een verschil van mening is geweest over deze “euronorm”, is een second opinion gevraagd bij een derde constructeur. Deze constructeur kwam tot de slotsom dat de constructeur van Bouw en Woningtoezicht gelijk had en dat de Euronorm van toepassing was. (februari 2020). Dit leidde tot de conclusie dat delen van de prefab niet konden worden gebruikt en dat de kolommen in het werk gestort moesten worden om voldoende draagkracht te krijgen. De vertraging door de discussie en het opnieuw uitwerken van de kolommen, leidden tot een nieuwe opleveringsdatum, juli 2021. De extra inzet en de verandering van bouwwijze brengt extra kosten van ca. 1.100.000 euro met zich mee. De raad is hier middels een informatienota over geinforneerd.

Besloten is dat voor de extra kosten de verzekering van het ontwerpteam, de CAR-verzekering van de aannemer en de ontwerpverzekering aansprakelijk zullen worden gesteld (mei 2020). In overleg met de huisadvocaat AKD is deze aansprakelijkheidsstelling op 20 augustus 2020 verstuurd. Door de inzet van extra ploegen in de afbouw is er nu een planning, waardoor het laatste gebouw in juli 2021 kan worden ingericht. De verzekering heeft in eerste instantie deze claim afgewezen. Met behulp van onze huisadvocaat AKD krijgt dit een juridisch vervolg.

Coronaschade sport

Lagere parkeeropbrengsten

De N.V. Sportbedrijf voert taken uit op het gebied van het beheer en verhuur van maatschappelijke sportvoorzieningen en sport- en beweegstimulering in Lelystad. De gemeente Lelystad is 100% eigenaar van de N.V. De N.V. Sportbedrijf Lelystad ontvangt voor de activiteiten een subsidie van de gemeente Lelystad, maar moet zelf ongeveer 50% aan eigen inkomsten genereren. Deze inkomsten worden vooral gehaald met verhuur van sportaccommodaties aan sportverenigingen en de exploitatie van het sportcentrum en zwembadencomplex De Koploper. In verband met de landelijke coronamaatregelen waren de sportvoorzieningen en zwembaden gedurende een lange periode niet of slechts in zeer beperkte mate toegankelijk. Deze verplichte sluiting van de sportaccomdaties (inclusief sportvelden en zwembaden) heeft vergaande consequenties gehad voor de omzet van de N.V. Sportbedrijf Lelystad. De N.V. Sportbedrijf Lelystad schat de netto coronaschade op de exploitatie op circa 300.000,--. Het exacte bedrag is op dit moment nog onduidelijk omdat de definitieve vaststelling van enkele compensatiemaatregelen nog plaats moet vinden. De organisatie heeft de kosten en de uitgaven zover dit verantwoordelijk en mogelijk was beperkt. De organisatie heeft gebruik gemaakt van de beschikbare compensatiemaatregelen die een deel van de omzet daling hebben gereduceerd.

De definitieve vaststelling van de compensatie moet nog plaats vinden.

Schadebedrag

Kans

Omvang risico

1.100.000

50%

550.000

300.000

75%

225.000

900.000

75%

675.000

In 2020 is door de effecten van de corona minder parkeerbelasting ontvangen. Ook in 2021 lopen de effecten van de corona door. De eerste maanden van 2021 geldt ondertussen een lockdown en zijn veel winkels in het centrum niet volledig open. Dit leidt tot een lagere vraag naar betaalde parkeergelegenheid. In 2020 was het resultaat op de parkeerbelasting na een rijksbijdrage €644.000. Het is nog onzeker of er een rijksbijdrage in 2021 ontvangen gaat worden en welke omvang deze compensatie zal hebben. Op dit moment is er nog geen concreet beeld van het bedrag aan lagere parkeerinkomsten voor 2021. Voor nu is het resultaat over 2020 voor bijdrage vanuit het rijk opgenomen als risicobedrag. Dit was €900.000 negatief. Naast het effect in 2021 bestaat er een risico dat dit risico zich ook in de komende jaren voordoet. Dit is geheel afhankelijk van het beleid vanuit het rijk rondom corona. Helaas hebben wij vanuit de gemeente weinig invloed op dit risico. Wel wordt op taakveld 2.2 parkeren gestuurd op de uitgaven voor de parkeervoorzieningen, om zo een gedeelte van de lagere opbrengsten te compenseren met lagere uitgaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=b9d60068-6dfb-4b0b-8187-a95134cec2d1