CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

210622 - Besluitenlijst_Raadsvergadering_22_juni_2021.docx

Raadsvergadering 7 september 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: Besluitenlijst van de raadsvergadering van 22 juni, 6 juli en 8 juli 202142.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Besluitenlijst Raadsvergadering Subtitel Datum Tijd Locatie Voorzitter Aanwezigen

Raadsvergadering 22 juni 2021 22-06-2021 21:15 - 23:00 uur Raadzaal Burgemeester Meijdam Murat Aktan, Meral Aktan, B. Belhaj, D.B.J. Bergman, G.J. Boertjens, M.C. Boogaard, W.H. Botter, K.A. Dreesman, J. Erbé, S. van Erk, D.A. Grimbergen, F. Grin, E. van der Herberg, M.B.A.C. Hermus-Broeders, E. Hers, J. Hijmissen, J.J.P. van der Hoek, M. Jacobs-Haagen, S. Kruis, E.J.G. van Luxemburg, A. MesselinkDijkstra, O. Niezen-Vos, N. Outhuijse, R. Ros, B. Schopman, H. Schraa, A.Y. Sprong, A. van Stormbroek, S. Verbeek, F.J.C. Volmer, M.J. van de Watering, M.M. Wijngaard, A. Wilcke en S.H. de Wilde De griffier: N.A. Mosterman De collegeleden: A. Elzakalai, J. Schoone, P.L.W.J. Baaten, M. van Noort

Afwezigen Toelichting

A. Höke Raadsvergadering 22 juni 2021

0

Gelegenheid tot inspreken over niet-geagendeerde onderwerpen

1

Opening

2

Vaststelling agenda De besluitenlijst van de Kadernota van 25 mei en 8 juni 2021 is nog niet gereed en wordt ter vaststelling in de vergadering van 6 juli 2021 behandeld. Op voorstel van voorzitter Meijdam zijn de volgende agendapunten van de agenda gehaald, omdat de aangekondigde moties en amendementen van LL, D66 en PvdA nog niet eerder besproken zijn in een sessie:  5.a.2 Informatienota onderzoek afschaffen Hondenbelasting  5.a.27 Inburgering onder Nieuwe Wet Inburgering  7.f Vroegtijdige betrokkenheid raad/Bp Warande Klein Nooten  7.g Nota Integrale handhaving 2021-2025 Deze stukken worden voor agendering aangeboden aan het presidium. Op verzoek van de heer Grimbergen is agendapunt 8.f Reactie Verstedelijkingsstrategie MRA verdaagd naar de besluitvormende raadsvergadering van 6 juli 2021. Gezien de lange agenda is besloten na middernacht geen nieuwe agendapunten meer te starten. Ook is besloten agendapunt 8.g Verklaring van geen bedenkingen Flevo Golfresort 138 woningen vóór agendapunt 8.e Omgevingsvisie Lelystad 2040 te behandelen. De heer Hijmissen doet het ordevoorstel om agendapunt 7.b Verordening Jeugdhulp 2021 af te voeren van de agenda omdat het in het raadsvoorstel genoemde advies van de cliëntenraad Sociaal Domein ontbreekt bij de stukken. Het voorstel wordt verworpen met 20 stemmen tegen en de stemmen van JL, CDA, CU, D66, FvF, GL en LL voor.

Pagina 1

Het college zegt toe dat er als er punten in het advies van de cliëntenraad Sociaal Domein zijn die van invloed zijn op de verordening Jeugdhulp, deze met de raad besproken worden. De volgende moties en amendementen worden niet ingediend, waardoor deze agendapunten geen onderdeel meer uitmaken van de raadsvergadering:  Motie RES 1.0 - Klimaateffecten PVV  Motie RES 1.0 - Draagvlakmeting PVV  Motie Verklaringen van geen bedenkingen Flevo Golf Resort 138 woningen – Voet bij stuk van JL. 3

Mededelingen

4

Besluitenlijst van de raadsvergadering van 18 mei 2021 De besluitenlijst van de raadsvergadering van 18 mei 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld.

5

Stukkenlijst

5.a

Aangeboden stukken De lijst met aangeboden stukken is ongewijzigd vastgesteld. Het college zegt toe na de zomer een sessie over de voortgang van het duurzaamheidsbeleid en de duurzaamheidsmaatregelen te houden met de raad. Het college zegt toe voor het zomerreces de vragen van D66 over het Werkeiland te beantwoorden.

5.b

Ingekomen stukken De afdoeningswijze van de ingekomen stukken is ongewijzigd vastgesteld.

6

190. Beantwoording vragen art 36 vragen PvdA hulp voor daklozen

7

Vaststellen A-stukken

7.a

193. VVGB Grietenij Centrada Campus Midden Blok A Besluit:

1. Een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het realiseren van 27 appartementen gelegen op de kadastrale percelen O6641 en O7368 (deels) aan de Grietenij te Lelystad. 2. Bij geen zienswijzen de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen aan te merken als definitieve verklaring van geen bedenkingen. Het voorstel is unaniem aangenomen. 7.b

191. Verordening Jeugdhulp 2021 Besluit:

De Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 vast te stellen. Het voorstel is unaniem aangenomen. De Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 maakt onderdeel uit van deze besluitenlijst en is opgenomen als bijlage 1.

Pagina 2

7.c

176. Verklaring van geen bedenkingen - De Gouden Formule Besluit:

1. Een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het realiseren van drie appartementencomplexen (42 appartementen) en 24 patiowoningen gelegen op kadastraal perceel O7368 aan de Zuigerplasdreef te Lelystad. 2. Bij geen zienswijzen de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen aan te merken als definitieve verklaring van geen bedenkingen. Het voorstel is unaniem aangenomen. 7.d

175. Bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels evenemententerreinen Lelystad Besluit:

De checklist Vroegtijdige Betrokkenheid Raad (VBR) voor het bestemmingsplan ‘Parapluplan Algemene regels evenemententerreinen Lelystad’ vast te stellen. Het voorstel is unaniem aangenomen. Het college zegt toe een overzicht van de relevante wijzigingen ten opzichte van het oude bestemmingsplan ter informatie aan te bieden aan de raad.

7.e

170. 2e Wijziging gemeenschappelijke regeling 2017 Veiligheidsregio Flevoland Besluit:

Het college toestemming te verlenen tot het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Flevoland 2017. Het voorstel is unaniem aangenomen. 7.h

140. Verordening fysieke leefomgeving Besluit:

De Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021 vast te stellen. Het voorstel is unaniem aangenomen. De Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021 maakt onderdeel uit van deze besluitenlijst en is opgenomen als bijlage 2. 7.i

139. Wijziging Algemene plaatselijke verordening Besluit:

De Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2021 (APV) vast te stellen. Het voorstel is unaniem aangenomen. De Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2021 (APV) maakt onderdeel uit van deze besluitenlijst en is opgenomen als bijlage 3. 7.j

145. Investeringsfonds Lelystad Oost Besluit:

1. Een investeringsfonds Lelystad Oost in te stellen en het door de raad gelabelde bedrag voor ontwikkelingen in de bestaande stad (300K) hierin te storten om daarmee investeringen en uitgaven af te dekken. 2. Aan de onttrekking uit dit fonds de volgende voorwaarden te verbinden: a. De investering moet een duurzame impuls geven aan Lelystad Oost. b. De investering moet bijdragen aan de revitalisering, verbetering en verduurzaming van de wijken in Lelystad Oost. Pagina 3

c. De investering moet aansluiten bij de beleidsdoelen van de gemeente Lelystad d. Er moet draagvlak zijn bij de inwoners en/of maatschappelijke partners voor de investering. 3. Vanuit het participatietraject met de inwoners en partners in Lelystad Oost suggesties op te halen voor investeringen. Het voorstel is unaniem aangenomen. 7.k

160. Voorbereidingsbesluit Parkeren Lelystad Besluit:

1. Te verklaren dat een Paraplubestemmingsplan Parkeren Lelystad wordt voorbereid, zoals bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening voor het gebied zoals aangegeven op de verbeelding met planidentificatienummer NL.IMRO.0995.VB0020-VG01; a. Te bepalen, dat het verboden is om het gebruik van gronden en bouwwerken te wijzigen, nieuwe bouwwerken op te richten, voor zover die gepaard gaan met een ruimtelijke impact ten aanzien van parkeren. b. Te bepalen, dat het college bij omgevingsvergunning kan afwijken van het onder 1.a genoemde verbod, mits de voorgenomen wijziging van gebruik en het oprichten van nieuwe bouwwerken niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. 2. Te bepalen dat dit besluit na bekendmaking in werking treedt. Het voorstel is unaniem aangenomen. 7.l

181A. Bekrachtiging geheimhouding Doorontwikkeling Houtribhoogte Besluit:

De door het college ingevolge artikel 25 lid 2 Gemeentewet opgelegde geheimhouding op de financiële bijlage en de nog te sluiten overeenkomst over de doorontwikkeling van Houtribhoogte op grond van artikel 25 lid 3 te bekrachtigen. Het voorstel is unaniem aangenomen. 8

Vaststellen B-stukken

8.a

120. Vaststelling RES 1.0 Besluit:

1. De Regionale Energiestrategie Flevoland 1.0 (RES 1.0) vast te stellen, met daarin als belangrijkste onderdelen; 1.1. Het bod betreffende het realiseren van staand beleid, wat neerkomt op 5,81 TWh aan hernieuwbare energie in 2030 bestaande uit wind (4,64 TWh) en zon (1,17 TWh); 1.2. Als regio verder in te zetten op energiebesparing bij woningen en bedrijven; 1.3. Inwoners en ondernemers actief te betrekken bij het opstellen van toekomstig ruimtelijk energiebeleid en projecten door middel van proces-, project- en financiële participatie; 1.4. Als regio verder te onderzoeken wat eventuele nieuwe locaties en technieken zijn voor alternatieve duurzame opwekking; 1.5. De RES de volgende kaders voor de warmtetransitie mee te geven via de Regionale Structuurvisie Warmte; 1.5.1. In Flevoland is het uitgangspunt dat hernieuwbare warmte lokaal benut wordt waar ze beschikbaar is; 1.5.2. Transport van hernieuwbare warmte wordt tot een minimum beperkt; 1.5.3. Er wordt geen nadere verdeling van warmte(bronnen) gemaakt tussen gemeenten onderling in de regio; 1.5.4. Er komen aandachtspunten voor warmtenetten, onder andere over Pagina 4

toegang, eigenaarschap, financiering en afname. Deze punten zijn in ontwikkeling en krijgen een plek in een latere RES. 2. Daar waar na onderzoek (in het kader van de doorontwikkeling van de omgevingsvisie) blijkt dat woningbouw tot de mogelijkheden behoort, de woningbouw uiteindelijk prioritair te stellen aan ruimte voor nieuwe duurzame energieopwekking. Het amendement RES Uitsluiten Zonneparken deelgebieden van de PVV is verworpen met 27 stemmen tegen en de stemmen van FvF, ML en PVV voor. Het amendement RES 1.0 van de InwonersPartij is aangenomen met 27 stemmen voor en de stemmen van FvF, ML en PVV tegen en voegt besluitpunt 2 toe. Het amendement Nieuw besluitpunt van de VVD is ingetrokken door de VVD. Het voorstel is aangenomen met 24 stemmen voor en de stemmen van FvF, ML, PVV en 3 stemmen van de VVD tegen. 8.b

149. Beschikbaar stellen compensatie coronamaatregelen gemeentefonds Besluit:

De compensatie voor de coronamaatregelen die via het gemeentefonds wordt ontvangen beschikbaar te stellen voor de uitvoering en als volgt in de begroting 2021 te verwerken: 1. Het compensatiebedrag van €92.588 onder de noemer ‘Extra kosten verkiezingen’ beschikbaar te stellen en toe te voegen aan taakveld ‘0.2 Burgerzaken’. 2. Het compensatiebedrag van €24.620 onder de noemer ‘Voorschoolse voorziening peuters’ beschikbaar te stellen en toe te voegen aan taakveld ‘4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken’. 3. Het compensatiebedrag van €558.972 onder de noemer ‘Cultuurmiddelen’ beschikbaar te stellen en toe te voegen aan taakveld ‘5.3 Cultuurmiddelen’. 4. Het compensatiebedrag van €765.627 onder de noemer ‘Aanvullend pakket reintegratiekosten / algemeen impuls re-integratie’ beschikbaar te stellen en toe te voegen aan taakveld ‘6.5 Arbeidsparticipatie’. 5. Het compensatiebedrag van €331.456 onder de noemer ‘Extra begeleiding kwetsbare groepen / Bestrijding eenzaamheid ouderen’ beschikbaar te stellen en toe te voegen aan taakveld ‘6.1 Samenkracht en burgerparticipatie’. 6. Het compensatiebedrag van €380.662 onder de noemer ‘Perspectief jeugd en jongeren / Jongerenwerk jeugd / Mentale ondersteuning jeugd / Activiteiten en ontmoetingen jeugd’ beschikbaar te stellen en toe te voegen aan taakveld ‘6.1 Samenkracht en burgerparticipatie’. 7.

Het compensatiebedrag van €138.142 onder de noemer ‘Algemeen gemeentelijk schuldenbeleid’ beschikbaar te stellen en toe te voegen aan taakveld ‘6.1 Samenkracht en burgerparticipatie’. 8. Het compensatiebedrag van €292.270 onder de noemer ‘Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)’ beschikbaar te stellen en toe te voegen aan taakveld ‘6.3 Inkomensregelingen’. 9. Het compensatiebedrag van €47.735 onder de noemer ‘Algemeen bijzondere bijstand’ beschikbaar te stellen en toe te voegen aan taakveld ‘6.3 Inkomensregelingen’. 10. Het compensatiebedrag van €120.896 onder de noemer ‘Afvalverwerking’ beschikbaar te stellen en toe te voegen aan taakveld ‘7.3 Afval’. Het voorstel is aangenomen met algemene stemmen.

Pagina 5

8.c

54. Startnota Cultuurbeleid 2022-2025 Besluit:

1. Kennis te nemen van de Startnota Beleidsvisie Cultuur 2022 -2025 en de volgende proces-stappen vast te stellen: a. Een kick off bijeenkomst en aparte werksessies te organiseren voor (een deel van) de raad en deelnemers uit het werkveld van kunst, cultuur en erfgoed; b. In het tweede kwartaal van 2021 een Keuzenota Kunst, cultuur en erfgoed 2022 – 2025 aan de raad voor te leggen; c. In het derde kwartaal van 2021 de Kadernota Cultuur 2022 - 2025 aan de raad voor te leggen. d. In het vierde kwartaal van 2021 de Uitvoeringsnota Cultuur 2022-2025 aan de raad voor te leggen. Het amendement Cultuurnota proces van GL is verworpen met 18 stemmen tegen en de stemmen JL, CDA, CU, D66, FvF, GL, PvdA en SP voor. Het voorstel is aangenomen met 22 stemmen voor en de stemmen van JL, CU, D66, GL en PvdA tegen. 8.d

72. Kaders Integrale Gebiedsaanpak Lelystad Oost Besluit:

1. Kennis te nemen van de ex ante -impactanalyse Lelystad Oost en de volgende inhoudelijke kaders (1a, 1b en 1c) voor de Integrale Gebiedsaanpak Lelystad Oost (IGLO) door het college in te laten brengen bij de gebiedstafel Lelystad Oost: a. In 2040 in Lelystad Oost op het gemiddelde van de G40 te komen. b. Het Programma IGLO kent de volgende 3 hoofdpijlers:  Gezond en kansrijk opgroeien 1. Thuisbasis op orde 2. Vergroten van ontwikkelkansen voor kinderen 3. Gezondheidsoffensief voor jeugd  Benutten van talenten in relatie tot werk 1. Intensivering matching en toeleiding naar werk 2. Aansluiten bij talenten  Samenleven in goede en diverse buurten 1. Verbonden en veilig in de buurt 2. Versterken en verduurzamen kwaliteit van de stad c. Hierbij worden de volgende sleuteleffecten nagestreefd:  (passend) werk voor meer mensen door een (nog) betere toeleiding naar werk, een beter zicht op en aansluiten bij talenten van mensen, het vergroten van ontwikkelingskansen van kinderen  prettige fysieke leefomgeving, oa bevorderd door het toevoegen van nieuwe woningen en woonproducten in de bestaande stad, investeringen in de kwaliteit van bestaande huizen en investeringen in de kwaliteit van voorzieningen en de openbare ruimte.

 bevorderen van positieve gezondheid, door (nog meer) te ondersteunen op de 6 onderdelen van Positieve Gezondheid (mentaal welbevinden, lichaamsfuncties, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren).  een beter klimaat, oa door te ondersteunen bij energietransitie en duurzame maatregelen  een inclusieve samenleving, oa door het ondersteunen van ‘samenleven’ en netwerken en in gezamenlijkheid met bewoners vormgeven van het Programma. d. De Integrale Gebiedsaanpak Lelystad Oost vorm te geven samen met onze maatschappelijke partners in de stad die mede-eigenaar zijn van de uitvoering van het programma en in gezamenlijkheid met bewoners en wijkraden. e. Te werken met een buurtgerichte aanpak, waarbij specifieke plannen gemaakt worden voor delen van de wijk (buurten). Pagina 6

f.

Er wordt op basis van een evaluatie en inventarisatie aangesloten bij en voortgebouwd op bestaande initiatieven die hun positieve bijdrage hebben aangetoond waarmee ook integraal werken wordt bevorderd. g. In het uitvoeringsprogramma realistische smart-doelen op te nemen tav te bereiken resultaten. h. De projectkosten in het eerste jaar te dekken uit de bestaande middelen en een voorstel tegemoet te zien voor de inzet van 300k voor de ontwikkeling van de bestaande stad. Het amendement IGLO van CU en GL is aangenomen met 21 stemmen voor en de stemmen van FvO, ML, PVV, VVD en 1 stem van IP tegen en vervangt de gehele besluittekst. Het amendement besluit IGLO - Projectbudget van CDA is verworpen met 23 stemmen tegen en de stemmen van CDA, D66, FvF, PvdA en PVV voor. Het voorstel is unaniem aangenomen.

De motie Handelingsvrijheid Maatschappelijke Partners IGLO van GL is aangenomen met 18 stemmen voor en de stemmen van FvO, IP, LL, ML, SP en VVD tegen, en draagt het college op: - Bij het consulteren van de maatschappelijke partners in gesprek te gaan over hoe de handelingsvrijheid van maatschappelijke partners vergroot kan worden; - Hierbij specifiek in te gaan op het ontschotten van budgetten (de huidige beperkingen en de mogelijkheden om hier op gemeentelijk niveau verandering in te brengen); - De uitkomsten hiervan vast te leggen in de uitvoeringsplannen Integrale Gebiedsontwikkeling Lelystad Oost. 8.e

88. Vaststelling Omgevingsvisie Lelystad 2040 Besluit:

1. De nota zienswijze en wijzigingen “omgevingsvisie Lelystad 2040’ vast te stellen met daarin de volgende wijzigingen ten opzichte van de ter visie gelegde omgevingsvisie: a) In hoofdstuk 4.4.2 en 4.4.3 worden korte alinea’s toegevoegd over trillingen; b) Op enkele plekken in de omgevingsvisie wordt daar waar gesproken wordt over fietsvoorzieningen wandel- of voetgangersmogelijkheden toegevoegd; c) Op de kaarten en in hoofdstuk 4.4.3 worden het Knarbos, Larserbos en Rivierduingebied beschreven; d) In hoofdstuk Visie pagina 40 wordt bij ‘Bestaande stad’ toegevoegd: Bestaande kracht, identiteit van wijken behouden en versterken ; e) In hoofdstuk 4 Strategie onder Lucht- en geluidskwaliteit op pagina 69 toevoegen: Lelystad wil de luchtkwaliteit op het huidige niveau handhaven.; f) In hoofdstuk 4 Strategie op pagina 44 in de alinea over energietransitie wordt toegevoegd: Hiervoor zullen er de komende jaren diverse netuitbreidingen/wijzigingen plaatsvinden om de klimaatdoelstellingen te kunnen nakomen; g) In paragraaf 1.3 wordt een alinea toegevoegd waarin een vermelding wordt gemaakt van het amendement over de ambitie van 40.000 extra te bouwen woningen.

In de alinea wordt uitgelegd dat de ambities verder worden uitgewerkt, keuzes worden voorgelegd aan de raad en daaruit volgende besluiten op visieniveau worden toegevoegd aan de omgevingsvisie; h) In het plan van aanpak van de doorontwikkeling van de omgevingsvisie (dat in het najaar ter bespreking in de raad wordt verwacht), onderzoek op te nemen naar: i. welke gebieden aan de oostzijde van de A6 door nu reeds aanwezige beperkingen niet geschikt zijn voor woningbouw; ii. welke (overgebleven) gebieden aan de oostzijde van de A6 voor eventuele woningbouw op langere termijn nader kunnen worden onderzocht; Pagina 7

i) Op pagina 53 een kleine tekstuele wijziging waarbij ‘transformatie’ vervangen wordt door ‘herinrichting’; j) In hoofdstuk Strategie op pagina 60 een toevoeging van een alinea over Gastheerschap; k) In hoofdstuk Strategie op pagina 68 een toevoeging van ruimtelijke kwaliteit aan de Kustzone. 2. De omgevingsvisie Lelystad 2040, met inachtneming van de nota “Zienswijze en wijzigingen omgevingsvisie Lelystad 2040” vast te stellen, met daarin opgenomen: a. als ruimtelijke hoofdprincipes: a 1. Stad en Landschap zijn verweven a 2. Functies zijn gescheiden a 3. Wijken zijn herkenbaar b. als hoofdpunten voor de visie Lelystad in 2040: b 1. Sterke stad in de regio met een gespecialiseerde economie b 2. Hoofdstad van de Nieuwe Natuur met aantrekkelijke woonbuurten en vitale bewoners. c. per gebied de volgende uitgangspunten: c 1. Stationsgebied-Stadshart a. Prioritair gebied (Stationsgebied-Stadshart) b. Stedelijk woon-werkmilieu met kantoren en dienstverlening c. Voorzieningencentrum met stedelijke aantrekkingskracht: detailhandel en dienstverlening d. Cultureel hart van de stad e. Klimaatadaptief mogelijkerwijs door groene daken, gevels en klimaatrobuuste openbare ruimte f. Focus op fiets, OV en lopen c 2. Kustzone a. Prioritair gebied (Bataviakwartier, Verlengde Suyderseeboulevard/Meerdijkhaven) b. Stedelijk woon-werkmilieu c.

Voorzieningencentrum met regionale en (inter)nationale aantrekkingskracht: leisure (strand, jachthaven, outlet), musea d. Klimaatadaptief mogelijkerwijs door nieuwe natuur, strand, eilanden e. Verbonden met stadshart door HOV en fietsen voetpadverbindingen f. Veerdienst naar Marker Wadden c 3. Bestaande wijken a. Prioritaire gebieden: Wijken (‘70-’85) met vernieuwingsopgave en verduurzaming van de woningvoorraad en openbare ruimte b. Menselijke maat centraal, elkaar ontmoeten en elkaar kennen, herwaardering van de hoven c. Fiets- en voetpadstructuur staan centraal d. Hoven en buurtgroen nieuwe collectieve plekken met ruimte voor sport en spel, stadslandbouw en waarin nieuwe opgaven landen zoals klimaatrobuuste stad e. Dreven behouden structuur, maar kunnen van functie veranderen, huisvesten nieuwe opgaven zoals klimaatrobuuste stad f. Bestaande kracht, identiteit van wijken behouden en versterken c 4. Groene rand a. Prioritair gebied: Warande b. Groene rand is samenhangend gebied, een groene buffer en recreatieve zone van Lelystad c. Unieke ontspannen woonmilieus d. Wonen in clusters, met voldoende ruimte tussen de clusters om de samenhang van Pagina 8

de groene rand te waarborgen e. Nieuwe opgaven zoals klimaatrobuuste openbare ruimte en duurzaamheid worden meteen meegenomen in het ontwerp f. Geleidelijke overgang tussen stad en bos/buitengebied g. Focus op wandelen en fietsen c 5. Werkgebieden a. Ruim baan voor werk b. Hoogwaardige werkomgeving c. Nieuwe opgaven zoals klimaatrobuuste openbare ruimte en duurzaamheid worden meteen meegenomen in het ontwerp Eveneens integrale opgaven voor (bestaande) bedrijventerreinen en industriegebieden. Hier liggen uitdagingen m.b.t . biodiversiteit, hittestress en wateroverlast. d. Ook bedrijventerreinen moeten straks aardgasvrij zijn c 6. Buitengebied a. Energielandschap: plek voor energieopwekking, onder voorwaarde dat de bij het plaatsen van zonneparken de prioriteit van het bouwen van huizen voor de plaatsing van zonnepanelen/zonneweides gaat. Hierbij rekening houdend met de (middel-) lange termijn ontwikkeling van de woningbouw(opgave) in de gemeente Lelystad b. Ruimte voor toekomstbestendige landbouw c. Behoud van het open landschap en verkavelingsstructuur d. als hoofdpunten van de strategie: d.1 Algemene strategie: groene verstedelijking a. Natuurinclusief b. Energieneutraal c. Klimaat adaptief d. Circulair d.2 Wonen en voorzieningen a. Lelystad ontwikkelt zich naar zelfstandige stad met unieke woonmilieus binnen de MRA; b.

De stad gaat groeien naar 100.000 inwoners met meer en sterke schouders; c. Ontwikkelen en bouwen gaan in Lelystad samen met ontwikkeling natuur; d. Lelystad zet in op een hiërarchische (gerangschikte) voorzieningenstructuur; e. Wij helpen mensen langer gezond thuis te blijven door het maken van een gezonde woonomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten; f. Cultuurhistorisch erfgoed wordt behouden door ontwikkeling; g. Versterking van de bestaande stad gaat hand in hand met benutting van de uitbreidingskansen; h. Uitbreiding van de stad vindt zodanig plaats dat het aanzicht van de stadsrand geen jarenlange bouwput is, maar steeds een passend geheel is in relatie tot de bestaande stad. d 3. Werken en leren: a. Lelystad richt zich voor de groei van de bedrijvigheid op de sectoren logistiek, toerisme en secundaire agrofood en wil daarin een speler worden op landelijk niveau; b. De A6 zone wordt de economische as met de belangrijkste werkgebieden LAB, Lelystad Airport en Flevokust Haven; c. De vrijetijdseconomie wordt verder uitgebouwd door o.a. ontwikkeling Kustzone d. Stadshart en Bataviakwartier genereren werkgelegenheid in de detailhandel, horeca en leisure/(water)recreatie; e. Lelystad gaat de innovatieve duurzame landbouw faciliteren om zo mogelijkheden te bieden voor werkgelegenheid in de secundaire agrofood sector; f. De Campuszone wordt doorontwikkeld voor o.a.

onderwijs – en sportvoorzieningen; g. Lelystad zet ook in op een circulaire economie en technologische innovatie. d 4. Groen en omgevingskwaliteit: a. De Marker Wadden, het Schiereiland en de toekomstig tussengelegen eilanden met voor- en achteroevers in de Kustzone versterken in de toekomst als netwerk de Pagina 9

ecologische functie; b. De Kustzone met het Schiereiland, Bataviakwartier en het Werkeiland wordt ontwikkeld om van Lelystad een aantrekkelijke toeristische bestemming te maken. c. Bataviakwartier en Poort Lelystad zijn de toegangspoorten tot Nationaal Park Nieuwland met het stationsgebied en Stadshart als entree voor de OV-reizigers. d. Het groen van de dreven zal een rol gaan spelen voor klimaatadaptatie e. De provincie heeft ‘Landbouw: meerdere smaken’ als strategische opgave benoemd. Lelystad heeft hierin een verbindende en faciliterende rol o.a. gericht op het natuurinclusief maken van de landbouw; f. de aandacht ook te richten op toename van de biodiversiteit. d 5. Mobiliteit en bereikbaarheid a. Lelystad zet in op een duurzaam mobiliteitssysteem en gebruik van duurzame vervoermiddelen (lopen, fietsen en OV); b. Het openbaar vervoer ondergaat een schaal- en kwaliteitssprong met o.a. een HOVverbidinding tussen Bataviakwartier, Stadshart en Lelystad Airport; c. Lelystad groeit uit tot een regionale netwerkstad met o.a. inzet op de Lelylijn, spooraansluiting Flevokust Haven, bochtafsnijding N23-A23 en fietsnelwegen; d. Lelystad Airport ontwikkelt zich tot een regionale luchthaven; e. Het grid van dreven blijft de basis voor het interne autonetwerk. De structuur blijft in tact, maar de functie kan veranderen door het aanbrengen van een hiërarchie.

Het amendement Omgevingsvisie van IP is aangenomen met 26 stemmen voor en de stemmen van D66, GL en PVV tegen en voegt een nieuw besluitpunt 1-h toe en vernummert de oude besluitpunten 1-h t/m 1-j naar 1-i t/m 1-k. Het amendement Omgevingsvisie energielandschap van VVD is aangenomen met 25 stemmen voor en de stemmen van GL, PvdA en PVV tegen en vult besluitpunt 2c6-a aan. Het amendement Omgevingsvisie Wonen van GL is aangenomen met 27 stemmen voor en de stemmen van LL en PVV tegen en voegt de besluitpunten 2d2-g en 2d2-h toe. Het amendement Omgevingsvisie 2040 Geen asielcentra toe te staan van PVV is verworpen met 22 stemmen tegen en de stemmen van FvF, IP, LL, PVV en 1 stem van de VVD voor. Het amendement Omgevingsvisie Werken van GL is aangenomen met 24 stemmen voor en de stemmen van FvF, LL, PVV, 1 stem van de VVD en 1 stem van ML tegen en voegt besluitpunt 2d3-g toe. De heer Hers geeft aan bij dit amendement foutief gestemd te hebben, bedoeld was voor te stemmen in plaats van tegen. Het amendement Omgevingsvisie Groen van GL is aangenomen met 19 stemmen voor en de stemmen van FvO, LL, ML, PVV en VVD tegen en wijzigt besluitpunt 2d4-e en voegt besluitpunt 2d4-f toe. Het amendement Omgevingsvisie Lelystad 2040 van PVV is verworpen met 27 stemmen tegen en de stemmen van FvF, ML en PVV voor. Het voorstel is aangenomen met 30 stemmen voor en de stemmen van PVV tegen. 8.g

108. Verklaring van geen bedenkingen Flevo Golf Resort 138 woningen Besluit:

1. Te besluiten tot weigering van een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van 138 woningen op het Flevo Golf Resort te Lelystad op grond van artikel 2.27 Wabo, juncto artikel 3.11 Wabo, juncto artikel 6.5 Bor. Pagina 10

2. Bij geen zienswijzen de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen aan te merken als definitieve verklaring van geen bedenkingen. Het voorstel is aangenomen met 33 stemmen voor en de stem van FvF tegen. De heer Grin geeft aan foutief gestemd te hebben. Bedoeld was voor te stemmen in plaats van tegen. De motie Golfpark impasse van D66 is aangenomen met 32 stemmen voor en de stemmen van SP tegen, en verzoekt het college - In gesprek te gaan met alle belanghebbenden om te kijken voor welke ontwikkelingen draagvlak bestaat om te komen tot een gedragen oplossing en daarmee specifiek te kijken naar: o Mogelijkheden tot het behoud van een speelbare golfbaan in enige vorm o Een oplossing voor het beheer van de openbare ruimte - Hierbij creatief om te gaan met de mogelijkheden die de gemeente tot haar beschikking heeft - De wensen van en draagvlak onder omwonenden hierin mee te nemen door de verschillende collectieven/verenigingen te laten participeren in de gesprekken. 9

Gelegenheid tot stellen van mondelinge vragen (art. 39 RvO) Het college zegt toe het volgende aan de raad te doen toekomen: - De op schrift gestelde beantwoording van de mondelingen vragen van de VVD over de groei-explosie reuze bereklauw. - De verspreidingskaart van de reuzebereklauw. - Het Plan van Aanpak invasieve exoten. - Link naar de locaties waar Landschapsbeheer Flevoland in opdracht van de gemeente de reuzebereklauw bestrijdt.

Lelystad, 7 september 2021 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,

Pagina 11

Bijlage 1

Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 Artikel 1. Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:  algemene voorziening: jeugdhulpvoorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder voorafgaand diepgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige of zijn ouders;  andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;  BIG-register: register voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, zijnde een databank waarin officieel erkende gezondheidswerkers geregistreerd zijn;  budgetplan: overzicht waaruit blijkt hoe de jeugdigen en ouders een aangevraagde persoonsgebonden budget wensen te besteden;  gebruikelijke zorg: de hulp en zorg waarvan, naar algemeen aanvaardbare maatstaven, gangbaar wordt geacht dat ouders die aan hun kind bieden;  gesprek: gesprek als bedoeld in artikel 7;  onderzoeksrapportage: het verslag als bedoeld in artikel 8;  GIZ-methodiek (Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften): een erkende methodiek waarmee snel de sterke kanten en ontwikkel- en zorgbehoeften van een kind of gezin in kaart

kan worden gebracht;  hulpvraag: behoefte van jeugdige of ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;  individuele voorziening: een op de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulpvoorziening die door het college in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt;  Kwaliteitsregister jeugd (SKJ): beroepsregister voor beroepsbeoefenaren in het jeugddomein die werkzaam zijn op een hbo- of wo-functie en voldoen aan de gestelde eisen van vakbekwaamheid;  pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;  professionele standaard: beroepscodes en richtlijnen die gelden voor het jeugdhulpwerkveld;  wet: Jeugdwet.

Artikel 2. Vormen van jeugdhulp 1. De volgende vormen van algemene (preventieve) voorzieningen zijn beschikbaar:  (lichte) opvoed- en opgroeiondersteuning  trainingen voor ouders en/of jeugdigen  informatie en advies (gericht op cliënt)  onderzoek  consultatie en advies 2. De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar:  Extra begeleiding op de kinderopvang (0 t/m 12 jaar)  Begeleiding groep  Begeleiding terug naar of in het onderwijs  naschoolse dagbehandeling  Begeleiding groep: respijtzorg dagbesteding  Langdurige dagbegeleiding  Dagbehandeling op een Kinderbehandelcentrum (KBC)  Dagbehandeling op een Medisch Kinderdagverblijf (MKD) Pagina 12

 Basis GGZ  Specialistische GGZ  Diagnostiek J-GGZ  Medicatiecontrole  Curatieve GGZ uitgevoerd door kinderartsen  Gezinsbegeleiding  Gezinsbehandeling  Persoonlijke verzorging  Respijtzorg  Kortdurend verblijf plus behandeling  Vaktherapie  Flexible Assertive Community Treatment (FACT)  Multi Systeem Therapie (MST)  Multidimensionale Familietherapie (MDFT)  Jeugdhulp met verblijf  Landelijke Transitie Arrangementen (LTA)  Hoog specialistische/essentiële GGZ 3. Het college plaatst het overzicht van de in enig jaar beschikbare algemene (preventieve) en individuele voorzieningen op haar website.

Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Als een jeugdige of ouder zich bij een jeugdhulpaanbieder meldt met een verwijzing, verkregen via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, dan bepaalt de jeugdhulpaanbieder met deze verwijzing de inhoud, frequentie, duur en omvang van de individuele voorziening. 2. Bij het bepalen van de inhoud van de individuele voorziening houdt de jeugdhulpaanbieder rekening met de bepalingen in deze verordening en de afspraken die daarover met de gemeente zijn gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. 3. Het college draagt zorg voor de inzet van de individuele voorziening na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van individuele voorziening nodig is. 4. Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 10. 5. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de stappen die de jeugdhulpaanbieder dient te doorlopen bij deze beoordeling.

Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Jeugdigen of ouders dienen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk in bij het college op een daartoe door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 2. Het college wijst de jeugdige en/of ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. 3. Wanneer bij het college een aanvraag wordt ingediend in verband met een behoefte aan jeugdhulp, voert het college in samenspraak met jeugdigen en/of ouders en andere professionals, zo spoedig mogelijk, een onderzoek uit overeenkomstig artikel 6 en legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 10. 4. De jeugdige of zijn ouders moeten zich binnen drie maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder. 5. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van de individuele voorziening in dat geval zo snel mogelijk, doch in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vast in een beschikking. 6. Jeugdigen of ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot algemene voorzieningen.

Pagina 13

Artikel 5. Familiegroepsplan 1. Het college brengt de jeugdigen en/of ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan op te stellen. Ouders brengen in het familiegroepsplan zelf hun ondersteuningsbehoefte in kaart. 2. Wanneer de jeugdigen en/of ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. 3. Als de jeugdigen en/of ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6.

Artikel 6. Onderzoek 1. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de jeugdige en/of ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig voor de beoordeling van de aanvraag: a. de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; b. het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; c. het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; d. de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; e. de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een algemene voorziening; f. de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; g. de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; h. hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders; en i. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.

Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken. 3. Het college kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders afzien van een gesprek. 4. Jeugdigen of ouders verschaffen aan het college alle gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. Jeugdigen of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.

Artikel 7. Verslaglegging 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 6, in een onderzoeksrapportage. 2. Het college verstrekt aan jeugdigen en/of ouder(s) een onderzoeksrapportage met de uitkomst van het onderzoek, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen. 3. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdigen en/of ouder(s) worden aan de onderzoeksrapportage toegevoegd.

Artikel 8 Toetsingskader verlenen individuele voorziening 1. Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij: a. op eigen kracht of met hulp van andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor de hulpvraag kunnen vinden; b. geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening, of c. geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening. 2. Het college kan afwijken van het oordeel van de jeugdhulpaanbieder als bedoeld in artikel 3 eerste lid, wanneer dit niet voldoet aan de professionele standaard. Pagina 14

3. Wanneer jeugdigen of ouders in aanmerking komen voor een individuele voorziening, wordt de voorziening toegekend vanaf de dag waarop de aanspraak is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de aanvraag is ingediend. 4. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria, zoals genoemd in lid 1 of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde individuele voorzieningen.

Artikel 9 Gebruikelijke zorg 1. Het college treft geen individuele voorziening als bedoeld in artikel 2.3 van de wet wanneer sprake is van gebruikelijke zorg. 2. Wanneer de ouder overbelast is of dreigt te raken, wordt van hen geen gebruikelijke zorg verwacht, tot dat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven, mits er een verband is tussen de overbelasting en de zorg die de ouder aan de jeugdige biedt. 3. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot situaties waarin van ouders gebruikelijke zorg wordt verwacht.

Artikel 10. Inhoud beschikking 1. Bij het verstrekken van een individuele voorziening wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke individuele voorziening verstrekt wordt, wie de individuele voorziening gaat bieden en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum, omvang, frequentie en duur van de verstrekking is; c. de termijn van 3 maanden waarbinnen de jeugdige of zijn ouder zich moet melden bij een jeugdhulpaanbieder; d. of de individuele voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt, en indien van toepassing; e. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 2. Bij het verstrekken van een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en e. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.

Artikel 11. Regels over het pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. 2. Het pgb wordt uitsluitend aangewend voor kosten waarvoor de individuele voorziening is toegekend in de beschikking.

3. De aanvrager van een pgb is verplicht een budgetplan op te stellen volgens een door het college ter beschikking gesteld format.

4. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: a. kosten voor bemiddeling b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; e. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. 5. Het college kan nadere regels vaststellen over de inhoud van het budgetplan als bedoeld in het derde lid.

Artikel 12. Onderscheid formele en informele hulp 1. Van formele hulp is sprake als de individuele voorziening wordt geboden door een persoon, niet zijnde bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de jeugdige, die ingeschreven staat in het BIG-register van de betreffende beroepsgroep of het Kwaliteitsregister jeugd (SKJ), en:

Pagina 15

a. een zelfstandige zonder personeel (zzp'er) is die ingeschreven staat bij de kamer van koophandel of die beschikt over een door de Belastingdienst afgegeven btwidentificatienummer, of b. in dienst is van een zorgaanbieder die als zorg verlenende organisatie staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 2. Wanneer de individuele voorziening wordt geboden door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de jeugdige, is altijd sprake van informele hulp. 3. Wanneer de individuele voorziening wordt geboden door een andere persoon dan beschreven in lid 1, is sprake van informele hulp.

Artikel 13 Hoogte PGB 1. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld budgetplan; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, van derden te betrekken, c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare individuele voorziening in natura. 2. Voor zover de individuele voorziening wordt geboden door een gekwalificeerde zorgverlener is het pgb uurtarief 75% van het tarief per uur dat het college voor dergelijke voorziening hanteert voor een gecontracteerde aanbieder. 3. De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij een zorgovereenkomst gelijk aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. Indien van toepassing aangevuld met een surplus voor de werkgeverslasten van 25%. 4. Het derde lid is niet van toepassing voor vervoerskosten en individuele voorzieningen die per etmaal of per dagdeel worden ingekocht. 5. De hoogte van het pgb voor vervoerskosten van het woonadres van de jeugdige naar het adres van de jeugdhulplocatie is gelijk aan: a.

het in artikel 13a, lid 4, onder b Wet op de loonbelasting genoemde bedrag per kilometer voor het vervoer met een eigen auto, of b. de goedkoopste vorm van openbaar vervoer voor het betreffende traject bij gebruik van het openbaar vervoer. 6. De hoogte van het pgb voor individuele voorzieningen die per etmaal worden verstrekt, wordt vastgesteld op basis van het hoogste tarief per etmaal dat door het Rijk wordt gehanteerd als pleegzorgvergoeding. Indien nodig wordt het pgb aangevuld met kosten van begeleiding en/of persoonlijke verzorging. 7. De hoogte van het pgb voor individuele voorzieningen die per dagdeel worden verstrekt, wordt vastgesteld op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd voor een door de gemeente gecontracteerde instelling.

Artikel 14. Jeugdhulp van informele zorgverlener 1. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan onder de volgende voorwaarden de individuele voorziening inkopen van een informele zorgverlener: a. de individuele voorziening betreft geen ggz-behandeling; b. de continuïteit van de ondersteuning is ook bij vakantie en ziekte van de informele zorgverlener gewaarborgd; c. de informele zorgverlener is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet eerder is afgegeven dan drie maanden vóór aanvang van de werkzaamheden; d. de informele zorgverlener heeft aangegeven dat de zorg aan de jeugdige voor hem niet tot overbelasting leidt; e. de kwaliteit van de ondersteuning geleverd door een informele zorgverlener, is voldoende om de gestelde doelen in de onderzoeksrapportage te kunnen realiseren; en f. indien van toepassing voldoet de informele zorgverlener aan de wettelijke/landelijke kwaliteitseisen die gelden voor de betreffende zorg.

Pagina 16

2. Voor zover de individuele voorziening wordt geboden door een informele zorgverlener levert de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, voor aanvang van de zorgverlening een door de zorgverlener opgesteld zorgplan en achteraf een evaluatieverslag in. 3. De informele zorgverlener tegen wie een jeugdbeschermingsmaatregel in het vrijwillige dan wel gedwongen kader is genomen door een gecertificeerde instelling, is uitgesloten als zorgverlener. 4. Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden waaronder de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, de individuele voorziening kan inkopen van een informele zorgverlener.

Artikel 15. Afstemming met gezondheidszorg Het college maakt afspraken met de huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing, als bedoeld in artikel 2.6 eerste lid, onderdeel g van de wet en artikel 3 lid 1 en 2 van deze verordening, plaatsvindt.

Artikel 16. Afstemming met voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht 1. Het college zorgt ervoor dat alle locaties voor kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs contactpersonen hebben bij het toegangsteam van de gemeente. 2. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de in lid 1 genoemde contactpersonen en de leerplichtambtenaren. 3. Afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen, onderwijszorg en leerplichtzaken worden vastgelegd in het ondersteuningsplan van de jeugdige en/of zijn ouders.

Artikel 17. Afstemming met Wmo‐voorzieningen 1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en voorzieningen voor jeugdigen dan wel ouders op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Het college draagt zorg voor de continuïteit van zorg onder zijn verantwoordelijkheid wanneer de jeugdige de leeftijd van 18 jaar bereikt.

Artikel 18. Afstemming met voorzieningen werk en inkomen Het college draagt zorg dat het toegangsteam, jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen –zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, re-integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen - te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen.

Artikel 19. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Met behoud van artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of direct uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2. Met behoud van artikel 8.1.4 van de wet kan het college een besluit, genomen op grond van deze verordening herzien dan wel intrekken wanneer het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere besluit zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het pgb; of e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.

Wanneer het college een beslissing op grond van het tweede lid onder a heeft ingetrokken, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4. Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet.

Pagina 17

5. De toezichthoudende ambtenaren zijn, voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is en in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot inzage van dossiers. 6. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.

Artikel 20. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel.

Artikel 21. Inspraak en medezeggenschap 1. Het college betrekt de inwoner van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen tijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college zorgt ervoor dat inwoner kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 4. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

Artikel 22. Klachtregeling 1. Het college behandelt klachten overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Aanbieders dienen te beschikken over een klachtenregeling. 3. Met behoud van andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Artikel 23. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige en/of ouder(s) afwijken van de bepalingen van deze verordening wanneer toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 24. Overgangsrecht 1. Een jeugdige of ouder houdt het recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2018, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 2. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2018 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.

Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2018 ingetrokken 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021. Pagina 18

Bijlage 2

Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021 Inhoud Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen ......................................................................................................20 Hoofdstuk 2: Bruikbaarheid en aanzien van de weg. ............................................................................23 Hoofdstuk 3: Veiligheid op de weg........................................................................................................24 Hoofdstuk 4: Houden van dieren. .........................................................................................................25 Hoofdstuk 5: Geluidshinder en verlichting............................................................................................26 Hoofdstuk 6: Bodem-, weg- en milieuverontreiniging. .........................................................................29 Hoofdstuk 7: Het bewaren van houtopstanden. ...................................................................................30 Hoofdstuk 8: Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast..............................................................31 Hoofdstuk 9: Kamperen buiten kampeerterreinen. ..............................................................................31 Hoofdstuk 10: Bescherming van flora en fauna.

...................................................................................31 Hoofdstuk 11: Parkeerexcessen. ...........................................................................................................32 Hoofdstuk 12: Standplaatsen. ...............................................................................................................34 Hoofdstuk 13: Openbaar water.............................................................................................................35 Hoofdstuk 14: Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden. .......................37 Hoofdstuk 15: Verstrooiing van as. .......................................................................................................38 Hoofdstuk 16: Erfgoed...........................................................................................................................38 Hoofdstuk 17: Riolering.........................................................................................................................42 Hoofdstuk 18: Bataviahaven. ................................................................................................................46 Hoofdstuk 19: Flevokust Haven.............................................................................................................54 Hoofdstuk 20: Toezicht en handhaving.

................................................................................................62 Hoofdstuk 21: Slotbepalingen ...............................................................................................................63 Bijlages ..................................................................................................................................................63 Toelichting op de Verordening fysieke leefomgeving. ..........................................................................67

Pagina 19

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1.1: Algemene begripsbepalingen. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -

-

-

-

APV: Algemene plaatselijke verordening 2015 van de gemeente Lelystad; bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen zoals weergegeven op de kaart in bijlage I bij deze verordening; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 Woningwet; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; bromfiets: a. motorrijtuig op twee wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm3 of een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d; b. motorrijtuig op drie wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d, uitgerust met: 1°.

een motor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm3, 2°. een motor met inwendige verbranding en een netto maximumvermogen van niet meer dan 4 kW voor andere dan onder 1° genoemde motoren, of 3°. een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW; dan wel c. motorrijtuig op vier wielen, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h en een ledige massa van minder dan 350 kg, de massa van de batterijen in elektrische voertuigen niet inbegrepen, uitgerust met: 1°. een motor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm3, 2°. een motor met inwendige verbranding en een netto maximumvermogen van niet meer dan 4 kW voor andere dan onder 1° genoemde motoren, of 3°. een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW; d. een motorrijtuig als bedoeld in artikel 20b Wegenverkeerswet 1994.

In ieder geval wordt als bromfiets aangemerkt een voertuig dat blijkens het afgegeven kentekenbewijs als bromfiets is aangeduid; erfgoedcommissie: de op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, hoofdstuk 16 van de verordening en het monumentenbeleid;

Pagina 20

-

gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; - gemeentelijk monument: een als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: a. zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; b. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder a: - gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen; - groenvoorzieningen: bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, plantsoenen, groenstroken, grasperken, bloembakken of vergelijkbare aangebrachte beplanting; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.

- het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad; - houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; - kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor nachtverblijf; - melding: schriftelijke kennisgeving van een voorgenomen activiteit op een door het bevoegd gezag voorgeschreven wijze; - monument: monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; - motorvoertuigen: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen; - openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of toegankelijk zijn; - openbare plaats: plaats die krachtens bestemming of vast gebruik open staat voor het publiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=701327cc-9bec-432b-9f76-feca1d928025