CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

201215 - Besluitenlijst Raadsvergadering 15 december 2020.docx

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: Besluitenlijst van de raadsvergadering van 15 december 202023.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen reclamebelasting.

Het college brengt voor de inning van de heffing € 1750,00 kosten in rekening. 2. Verrekening als gevolg van vermindering van de reclamebelasting en eventueel oninbaarheid van openstaande vorderingen kunnen leiden tot het vaststellen van een lager subsidiebedrag. Artikel 17 Melding van relevante wijzigingen De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: a. meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie; b. een wijziging van de statuten; c. verandering of beëindiging van activiteiten. Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening reclamebelasting Stadshart Lelystad 2020” van 17 december 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reclamebelasting Stadshart Lelystad 2021”.

Nummer: 322 / 11 VERORDENING op de heffing en de invordering van de liggelden Bataviahaven 2021 (Verordening liggelden Bataviahaven 2021). Artikel 1. Begripsomschrijvingen Schip Elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water; onder vaartuig wordt mede verstaan drijvende werktuigen, zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard, alsmede glijboten en ponten. Passagiersvaartuig Elk schip, dat door de eigenaar bestemd is om meer dan twaalf passagiers te vervoeren, dan wel een schip, dat meer dan twaalf passagiers vervoert, veerboten daaronder begrepen.

Charterschip Een passagiersvaartuig dat door de eigenaar is bestemd om meer dan twaalf passagiers te vervoeren of meer dan twaalf passagiers vervoert en dat daadwerkelijk en aantoonbaar wordt gebruikt ten behoeve van de beroepsmatige chartervaart en waarvan de gezagvoerder/eigenaar/reder als charterondernemer staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dat is te boek gesteld overeenkomstig artikel 785 van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en waarvoor een Certificaat van Onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenvaartwet of Certificaat van deugdelijkheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Schepenwet is afgegeven en waarvan de gezagvoerder/eigenaar/reder heeft voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 36 lid 2 van de Binnenvaartwet.

Pleziervaartuig Een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsmatige, sportieve of recreatieve doeleinden. Onder niet-bedrijfsmatig wordt tevens verstaan het al dan niet structureel tegen betaling of enige andere tegenprestatie vervoeren van 12 of minder passagiers. Charterjacht Een pleziervaartuig dat gebruikt wordt door een natuurlijke persoon die niet de eigenaar van dat jacht is, maar dat tegen betaling in gebruik heeft van een derde, terwijl de gebruiker zelf optreedt als gezagvoerder op dat jacht en de derde van die verhuur zijn beroep of bedrijf heeft gemaakt, een en ander blijkend uit een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het feit dat het jacht daadwerkelijk en aantoonbaar voor dat doel wordt gebruikt. Passanten Belastingplichtigen voor ligplaatsen waarvoor geen abonnement is afgegeven ten behoeve van het schip waarmee ligplaats wordt ingenomen en die geen deelnemer aan een evenement zijn of dat evenement op een of andere wijze met een schip faciliteren.

Bataviahaven Het water, gelegen in de gemeente Lelystad tussen het Schoonzicht en de wegen, de steigers en de kunstwerken, welke vanaf het Schoonzicht in zuid-westelijke richting zijn aangebracht, welke tezamen een dam vormen, met inbegrip van die dam, een strook water in het Oostvaardersdiep ter breedte van 20 meter ten noordwesten van die dam en de bij, op of aan die dam aangebrachte werken en voorzieningen, alsmede de monding van die haven met inbegrip van de in die monding aangebrachte remmingwerken, lichtopstanden, boeien en andere kunstwerken en voorzieningen, de naast en in de haven gelegen pontons en de daarin en daarop aangebrachte voorzieningen, een en ander met inbegrip van het appartement dat plaatselijk bekend is onder het adres Schoonzicht 404 met de daarbij behorende inventaris en aanhorigheden (havenkantoor met bijbehorende sanitaire voorzieningen), een en ander zoals is vastgelegd op de bij de vigerende Havenverordening Bataviahaven van de gemeente Lelystad behorende en daarvan onderdeel uitmakende kaart met het nummer SW907262-AL-4. Artikel 2. Belastbaar feit Ter zake van het hebben van een ligplaats in de Bataviahaven en het in verband daarmee door of vanwege de gemeente verlenen van diensten wordt onder de naam "liggelden" rechten geheven. Artikel 3. Belastingplicht 1.

Belastingplichtig is degene die een ligplaats heeft ingenomen, dan wel degene voor wie diensten als bedoeld in artikel 2 worden of zijn verricht. 2. Bij voortgezet innemen van een ligplaats na afloop van de termijn waarvoor liggeld is voldaan, ontstaat opnieuw de belastingplicht. Artikel 4. Vrijstelling Het recht wordt niet geheven ter zake van het innemen van een ligplaats met een schip dat voor onderhoudswerkzaamheden aan gemeente-eigendommen wordt gebezigd. Artikel 5. Belastinggrondslag Voor de berekening van het recht wordt:

a. als lengte van een vaartuig aangemerkt de lengte over alles van het vaartuig met inbegrip van een vaste boegspriet, een papegaaienstok, het trimvlak en een roer, waarbij een gedeelte van een meter wordt gerekend voor een hele meter; b. als breedte van een vaartuig aangemerkt de breedte over alles van het vaartuig met inbegrip van overhangen en balkons, waarbij een gedeelte van een meter wordt gerekend voor een hele meter; c. als m² aangemerkt de hoeveelheid ingenomen wateroppervlakte, zijnde het product van de lengte en de breedte over alles; waarbij een gedeelte van een m² wordt gerekend voor een hele m². Artikel 6. Tarieven Het recht wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 7. Verlaten ligplaats Het college is gerechtigd de ligplaats die wordt ingenomen met een abonnement aan een ander schip toe te wijzen bij afwezigheid van het schip waarvoor het abonnement is afgegeven. Daarnaast is de havenmeester gerechtigd om bij evenementen, aanwijzingen te geven aan de houders van abonnementen. Artikel 8. Het belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.

Met betrekking tot de overige rechten genoemd in de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor een ligplaats wordt ingenomen. Artikel 9. Opzeggen recht Ingeval een ligplaats wordt ingenomen voor een kalenderjaar en de gebruiker wenst deze ligplaats het volgende jaar niet in te nemen, dient deze gebruiker dit vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar dat hij van de ligplaats geen gebruik wenst te maken aan het college mede te delen. Indien de gebruiker niet voor bedoelde datum heeft opgezegd, wordt het recht voor het volgende kalenderjaar automatisch verlengd. Artikel 10. Beëindiging belastingplicht 1. Indien de belastingplicht, voor een vaartuig dat een ligplaats inneemt met een abonnementstarief voor een kalenderjaar, eindigt gedurende de periode waarvoor dat abonnement is verstrekt, wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet ontheffing verleend over zoveel delen van het recht als er nog volle kalenderkwartalen in de periode van dat abonnement resteren. 2.

Indien de belastingplicht, voor een vaartuig dat een ligplaats inneemt met een abonnementstarief voor een zomer- of winterperiode, eindigt gedurende de periode waarvoor dat abonnement is verstrekt, wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet ontheffing verleend over zoveel delen van het recht als er nog volle maanden in de periode van dat abonnement resteren. Artikel 11. Wijze van heffing en termijnen van betaling 1. Het recht wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een gedagtekende bon, nota of ander schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld. 2. Het recht is verschuldigd zodra een ligplaats wordt ingenomen en moet worden betaald op het moment van de mondelinge kennisgeving of het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending van de kennisgeving binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

3. Bij voortgezet verblijf na afloop van de termijn waarover liggeld is betaald begint een nieuwe termijn en is met betrekking tot deze nieuwe termijn het recht opnieuw verschuldigd, alsdan dient betaling opnieuw overeenkomstig het tweede lid plaats te vinden. Een en ander laat onverlet het verbod van voortzetting van de termijn door passanten, zoals dat is bepaald in de vigerende Havenverordening Bataviahaven van de gemeente Lelystad. 4. Abonnementen dienen te worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening van de nota. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12. Kwijtschelding Bij de invordering van de liggelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13. Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de liggelden. Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening liggelden Bataviahaven 2020" van 17 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021. 4.

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening liggelden Bataviahaven 2021”.

Tarieventabel Bataviahaven Lelystad 2021, behorende bij de Verordening liggelden Bataviahaven 2021. Geldig vanaf 1 januari 2021. Prijzen inclusief 21% omzetbelasting. ta Omschri Categorie ri jving ef

periode

1

Dag, zijnde een tijdvak van maximaal 24:00 uur, gerekend vanaf lengte 12:00 uur

Charter 1.1 schepen

Passant

1.2 Wintermaandabonnement 1 november tot 1 april

1.3 Winterabonnement 1.4 Zomerabonnement 1.4.1 schepen met logies

berekeni een ngsheid grondsla g lengte m

m € 8,23

Aaneengesloten periode van 30 of 31 lengte dagen (afhankelijk van de “startmaand”)

m

lengte

m

lengte

m

Van 1 november tot 1 april

prijs per eenhei d € 1,43

€ 31,53

€ 71,49

1.4.2 dagschepen

1.5 Zomerweekabonnement

2 Vrachts chepen

1.6 Dagdeel passant

2.1

weekbriefje

70 overnachtingen tussen 1 april en 1 november 210 overnachtingen tussen 1 april en 1 november 7 dagen aaneengesloten van 24 uur

lengte

m

lengte

m

ton ton laadverm ogen

Dagdeel, maximaal 4 uur of een gedeelte daarvan tot uiterlijk 17:00 uur

€ 214,48

€ 7,17 € 0,72

€ 0,19

Weekbriefje op basis van tonnengeld is 7 dagen, 24 uur geldig voor vrachtschepen die actief in de vrachtvaart zijn. 3

Riviercr 3.1 Passant uiseschepen 3.1.1 Passant dagdeel

3.2 Passant 3.2.2 Passant dagdeel 3.3 Reserveringskosten per aanlanding 3.4 Milieuheffing o.b.v. passagierscapaciteit sschip 4

Plezierv 4.1 aartuige n

Passant

4.2 Zomer-weekabonnement

Januari t/m maart en lengte juni t/m december Dagdeel, maximaal lengte 4 uur of een gedeelte daarvan tot uiterlijk 17:00 uur lengte lengte april en mei Maximaal 4 uur aanlandi ng

m

€ 2,17

m € 1,09 m m

€ 3,23 € 1,62

per € capaciteit pers 117,25 oon, per dag € 0,63

Dag, zijnde een lengte tijdvak van maximaal 24:00 uur, gerekend vanaf lengte 12:00 uur schip

m

€ 2,24

m € 13,46

4.3 Dagdeel passant

7 dagen aaneengesloten van 24 uur

per schi p

€ 7,65

Dagdeel, zijnde een tijdvak van maximaal 4 uur tot uiterlijk 17.00 uur 5

Botenhe In en uit het water lling halen

boot

per € keer 10,00

Voor multi-hulls geldt een toeslag op het recht van 50% 6

Verhaal swerkza amheden

Indien voor een ligplaats, door nalatigheid van de belastingplichtige door of vanwege de gemeente verhaalwerkzaamheden moeten worden verricht, worden de hiervoor vermelde rechten verhoogd met € 96,15 per uur dat deze verhaalwerkzaamheden in beslag nemen, waarbij een gedeelte van een uur voor een vol uur wordt gerekend.

Nummer: 322 / 12 VERORDENING op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2021 (Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2021). Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen; c. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aan te houden register van opgegeven kentekens (Kentekenregister) als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; d.

parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e. centrale computer:

computer van het bedrijf waarmee de gemeente Lelystad een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel; f. vergunning: een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren zoals bepaald in de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad; g. abonnement: een van gemeentewege verleend abonnement, voor het parkeren zoals bepaald in de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad. Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting terzake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting terzake van een van gemeentewege verleende vergunning/verleend abonnement voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning/dat abonnement aangeven plaats en wijze. Artikel 3. Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a.

degene die de belasting voldoet dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig met dien verstande dat: 1. indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; 2. indien blijkt dat een ander in het Kentekenregister als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op grond van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning/het abonnement heeft aangevraagd. Artikel 4. Vrijstellingen 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren van een motorvoertuig op de parkeerlocatie wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, indien deze kaart duidelijk zichtbaar achter het voorraam is geplaatst. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid geldt de genoemde vrijstelling niet in parkeergarages of bij parkeren achter slagbomen. Artikel 5. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende Tarieven- en kostentabel. Artikel 6. Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt in dit geval aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. 3. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd, of waarvoor de vergunning geldt, worden opgegeven. Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdgelang 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij bij de aanvang van het parkeren het in werking stellen van de centrale parkeerapparatuur geschiedt door het halen van een toegangskaartje waarvoor na afloop van het parkeren betaald moet worden of door het inloggen via een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel op de centrale computer. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning/het abonnement wordt verleend.

3. Indien de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar aanvangt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na de aanvang van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. 4. Indien de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar eindigt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na beëindiging van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. De over deze resterende volle kalendermaanden betaalde belasting wordt op verzoek gerestitueerd, voor zover het te restitueren bedrag hoger is dan € 10,00. Artikel 8. Termijnen van betaling 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting worden betaald vóór het verlaten van het terrein, waarbij betaling plaatsvindt met behulp van het toegangskaartje in de centrale parkeerapparatuur te stoppen. 3. Indien het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren. 4.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning/het abonnement wordt verleend. Voldoening via een daartoe afgegeven machtiging tot automatische incasso wordt met betalen gelijkgesteld. 5. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 9. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar bekend te maken besluit. Artikel 10. Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 65,30. Artikel 11. Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12. Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting. Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2020” van 17 december 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2021”.

Tarieven- en kostentabel, behorende bij en aangeduid in artikel 5 en artikel 10 van de Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2021. A.

Tarieventabel

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

In deze tabel wordt verstaan onder: a. dag: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur; b. maand: een kalendermaand; c. kwartaal: drie aaneengesloten kalendermaanden; d. jaar: kalenderjaar. Artikel 2. Parkeergebieden Met betrekking tot het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdelen a, van de Verordening parkeer-belastingen Lelystad 2021 bestaan er binnen de gemeente Lelystad gedifferentieerde belastingtarieven voor verschillende locaties. Deze locaties zijn gelegen in het Stadshart, in het winkelcentrum Lelycentre en Batviahaven. Parkeergebied Stadshart

De Middenweg, De Waag, Zuigerplasdreef, Agoraweg, Agorawagenplein, Stationsweg en Neringweg (incl ABC-locatie) (straatparkeren). Parkeergarage Zilverpark, Parkeergarage Neringweg, Parkeergarage De Waag, Parkeergarage Agoradek, Parkeerterrein ziekenhuis (garage- en terreinparkeren). Parkeergebied Lelycentre Noorderwagenplein, het Snijdershof en Maerlant. Parkeergebied Bataviahaven Langparkeerterrein Bataviahaven, P6. Artikel 3. Tarieven voor parkeerautomaten Parkeergebied Tijdstippen Maximale Tarief en dagen parkeerduur Stadshart (straatparkeren) De Middenweg, De Waag, Zuigerplasdreef, Agoraweg, Agorawagenplein, Stationsweg en Neringweg (incl. ABC-locatie)

van 9.00 – 18.00 uur maandag, dinsdag, woensdag, vrijdag, zaterdag

Stadshart (garage- en terreinparkeren) Parkeergarage Zilverpark, Parkeergarage Neringweg, Parkeergarage De Waag, Parkeergarage Agoradek, Parkeerterrein ziekenhuis

van 9.00 – 18.00 uur: maandag, dinsdag, woensdag, vrijdag, zaterdag

Lelycentre Noorderwagenplei n Snijdershof De Maerlant

van 9.00 – 18.00 uur maandag t/m zaterdag

Geen limiet

van 00.0023.59 uur maandag t/m zondag en feestdagen

Geen limiet

Bataviahaven Langparkeerterrei n Bataviahaven P6

Vergunninghouders abonnementhouders

Geen limiet

€ 1,60 per uur

Toegestaan

14 dagen

€1,60 per uur

Toegestaan

donderdag van 9.00 – 21.00 uur

€ 6,50 per dag

donderdag van 9.00 – 21.00 uur € 0,85 per uur

Toegestaan

€ 3,00 per dag

€ 3,50 per dag

Beperkt toegestaan

Uitgezonderd in het parkeergebied Bataviahaven is in de parkeergebieden Stadshart en Lelycentre op zon- en feestdagen geen parkeergeld verschuldigd. Als feestdagen

worden aangemerkt: nieuwjaarsdag, Hemelvaartsdag, Pinksteren en Kerstmis.

Goede

Vrijdag,

Pasen,

Koningsdag,

Voor een verloren parkeerticket dient het reguliere tarief te worden betaald, dat op basis van het kenteken van het voertuig wordt vastgesteld. Indien het kenteken niet kan worden vastgesteld bedraagt het tarief voor een verloren kaart € 10,00. Tussen 00.00 uur en 07.00 uur worden aanvullend op dit tarief, voor het openen van de garage de kosten van het voorrijden/openen garage door het beveiligingsbedrijf in rekening gebracht, zijnde € 75,00 per keer. Deze kosten dienen contant te worden voldaan. Artikel 4. Tarieven voor parkeervergunningen/parkeerabonnementen De tariefstructuur volgt de indeling in categorieën van de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad. De tarieven per categorie bedragen dan: Categorie

Soort

Tijdvak

Tarief

I

Bewonersvergunning/abonnement

Jaar

€ 50,00

II

Bedrijfsvergunning/-abonnement

Jaar

€ 50,00

III

Autodate

Jaar

€ 50,00

IV

Abonnement: Stadshart, garageen terreinparkeren

Kwartaal

€ 55,00

Jaar

€ 250,00

Vergunning: Parkwijk

Kwartaal

€ 45,00

Jaar

€ 213,00

Parkeerbundel 80 uur: Stadshart, garage- en terreinparkeren

Maand

€ 11,00

Jaar

€ 135,00

Parkeerkraskaart/bezoekersdag vergunning/barcodedagkaart

Stuk

€ 2,50

Bezoekersvergunning

Stuk

€ 50,00

V

VI

Zorgvergunning- /abonnement

Jaar

€ 50,00

VII

Abonnement vrijwilligers van de Bataviawerf, Het Flevolands Archief en KNRM

Jaar

€ 0,00

VIII

Bewonersvergunning/bedrijfsver gunning in De Stelling

Jaar

€ 16,05

IX

Bezoekersvergunning De Stelling

Jaar

€ 8,00

X

Vergunning Havendam Bataviahaven, bij een Zomerabonnement

De periode waarvoor een zomerabonnement, als bedoeld in de vigerende Verordening liggelden Bataviahaven van de gemeente Lelystad, geldig is.

€ 30,00

Vergunning Havendam, bij een Winterabonnement

De periode waarvoor een winterabonnement, als bedoeld in de vigerende

€ 20,00

Verordening liggelden Bataviahaven van de gemeente Lelystad, geldig is.

B.

Kostenopbouw naheffingsaanslag parkeerbelastingen

Op grond van artikel 2, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen kunnen de gemeentelijke kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234, zesde lid, van de Gemeentewet ten hoogste bestaan uit de volgende onderstaande componenten, voor zover deze rechtstreeks voortvloeien uit de inning van niet betaalde parkeerbelastingen: De opbouw van de naheffingsaanslag parkeerbelastingen voor jaar 2021 is als volgt: Omschrijving

Bedrag

a. vaste informatieverwerkingskosten

€

319.447

b. variabele informatieverwerkingskosten

€

13.986

c. kosten van afschrijving

€

22.817

d. kosten van interest

€

3.422

e. personeelskosten

€

154.795

f. overhead (50% van de personeelskosten)

€

77.398

Totaal

€

591.865

Op basis van ervaring van de twee voorgaande jaren, worden er op jaarbasis gemiddeld 4.589 naheffingsaanslagen parkeerbelastingen opgelegd. De kosten per naheffingsaanslag bedragen € 128,97. Het amendement van de VVD inzake aanpassen OZB – tarieven in de Verordening onroerende-zaakbelastingen Lelystad 2021 wordt aangenomen met 32 stemmen voor en de stemmen van de SP tegen en wijzigen artikel 5, lid 1 onder a en artikel 5, lid 1 onder b sub 2. Het voorstel wordt unaniem aangenomen. Het college zegt toe de raad inzicht te geven in de gevolgen van de aanpassing van de OZB percentages voor de gemiddelde agrariër.

10

Motie vreemd aan de orde van de dag - Motie Vreemd CoronaSamenVoeding - GL De motie is verworpen met 17 stemmen tegen en de stemmen van #JONGLELYSTAD, ChristenUnie, DENK, PVV, CDA, D66, GroenLinks en PvdA voor.

11

Gelegenheid tot stellen van mondelinge vragen (art. 39 RvO)

Lelystad, 15 december 2020 De raad van de gemeente Lelystad,

de griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=1b0d12ae-8bb6-4065-a10f-3b6e55b40b9c