114. Kaderbrief 2023 - 2026
Tekst van het document
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
17
ten tijde van de programmabegroting 2023 – 2026 meer duidelijkheid over zijn, dan zal dit worden betrokken in de definitief voor te leggen bijstelling.
24
Onderwerp
7.2
Actualisatie riolering (budgetneutraal via rioolheffing)
Bedragen x € 1.000
2023 -
2024 -
2025 -
2026 -
Periodiek vindt een actualisatie van het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) plaats. In 2021 is het GRP 2016 - 2021 geëvalueerd. In Q2 of Q3 van 2022 zal het nieuwe GRP aan de raad worden voorgelegd voor besluitvorming. De actualisaties in het nieuwe GRP hebben betrekking op beleid, areaal en kostenkengetallen. Beleid: heeft vooral betrekking op horizontale afwatering in wegbermen en de afbouw van de ICLbijdrage. Areaal: heeft betrekking op de groei van de stad van 2016 tot nu. Kostenkengetallen: hebben betrekking op de prijsontwikkelingen (indexering) in de markt vanaf 2016 tot nu, voor zowel het dagelijks onderhoud, het groot onderhoud als vervangingen op de lange termijn. Op het gebied van riolering is het uitgangspunt dat de rioolheffing 100% kostendekkend is. Hierbij wordt gekeken naar de direct en de indirect toe te rekenen kosten (zie de toelichting in de paragraaf lokale heffingen in de programmabegroting). Op basis van de nu beschikbare informatie zal dit leiden tot een stijging van de structurele kosten van ruim €1,4 miljoen. Deze kosten kunnen van dekking worden voorzien via een verhoging van de opbrengsten uit de rioolheffing.
25
Onderwerp
7.5
Actualisatie begraafplaats (budgetneutraal)
Bedragen x € 1.000
2023 -
2024 -
2025 -
2026 -
Met de groei van de stad is het onontkoombaar dat er af en toe investeringen nodig zijn, op onder andere de begraafplaats, om in deze groei te voorzien. Op een begraafplaats gaan de kosten voor de baat uit. Uiteindelijk worden de investeringen terugverdiend uit de inkomsten die gegenereerd worden uit de grafen begraafrechten en de bijdrage die gevraagd wordt voor het onderhoud. In 2007 is besloten wandgraven als optie aan te bieden op onze algemene begraafplaats. De verwachting is dat in 2023 / 2024 het laatste wandgraf wordt uitgegeven. Om aan de vraag te kunnen blijven voldoen is een uitbreiding van wandgraven noodzakelijk. Met deze uitbreiding van 60 wandgraven verwachten we weer 17 jaar vooruit te kunnen. Na deze periode zullen wandgraven vanuit de eerste fase vrijkomen voor gebruik. Voor het realiseren van deze uitbreiding is een investeringskrediet nodig van €240.000. Met een afschrijvingstermijn van 30 jaar leidt dit tot een kapitaallast van €9.200. Naast uitbreiding van het aantal wandgraven is er ook uitbreiding/vervanging van voorzieningen nodig om het materieel dat nodig is voor het beheer en onderhoud van de begraafplaats op te slaan. Het huidige onderkomen is gedateerd en te klein voor het goed opslaan van het materieel. Om hierin te voorzien is een investeringskrediet nodig van €40.000.
Met een afschrijvingstermijn van 20 jaar leidt dit tot een kapitaallast van €2.200. Verder is een groot deel van de paden op de begraafplaats toe aan groot onderhoud of moeten ze in het geheel worden vervangen. Hiervoor is een investeringskrediet nodig van €110.000. Met een afschrijvingstermijn van 40 jaar leidt dit tot een kapitaallast van €3.300. Deze investeringen zullen budgetneutraal in de begroting worden verwerkt met dekking uit de extra inkomsten op grafrechten en door een lagere storting in de voorziening.
26
Onderwerp
8.3
Actualisatie invoering Omgevingswet - Wet Kwaliteitsborging (budgetneutraal)
Bedragen x € 1.000
2023 -
2024 -
2025 -
2026 -
In de kadernota 2022 - 2025 is de begroting bijgesteld om aan te sluiten bij de invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging (Wkb). Het voorstel is gebaseerd op het gemiddeld aanvraagniveau van 2019 en 2020, waarbij een afbouw is ingebouwd naar 2027. Met invoering van de
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
18
Omgevingswet en de Wkb zullen namelijk een aantal taken verdwijnen c.q. verschuiven naar de markt. Op die manier was deze bijstelling ook opgebouwd: -€660.000 in 2022, -€580.000 in 2023, -€450.000 in 2024 en -€320.000 in 2025. Het voorgenoemde voorstel blijkt echter niet helemaal meer aan te sluiten bij de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging, wat een actualisatie noodzakelijk maakt. De invoering van de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 januari 2023 wat hierboven genoemde afbouw vertraagt. Naast het uitstel van invoering van de Omgevingswet heeft het hogere aanvraagniveau (aantal aanvragen en legesinkomsten) grote invloed. De verwachting is namelijk dat het toenemende hogere aanvraagniveau (aantal aanvragen en legesinkomsten) voor een deel structureel is. In de 2021 blijkt het aanvraagniveau namelijk hoger dan voorgaande jaren en uit de eerste monitoring blijkt dit ook voor 2022 van toepassing. Het voorstel is daarom om vanaf 2024 de capaciteit structureel te vergroten. De bijstelling is budgetneutraal omdat een hoger aanvraagniveau ook zorgt voor hogere legesinkomsten. Om zicht te krijgen op de impact van de invoering van de Wkb worden sinds eind 2021 pilotprojecten uitgevoerd. Duidelijk moet worden in welke mate de markt zelf invulling kan geven aan het bouwtoezicht en hoe groot de rol van de gemeente moet zijn om te zorgen voor een veilige leefomgeving.
De wet laat namelijk ruimte aan de gemeente om beleidsmatige keuzes te maken over hoe zij het toezicht invullen. Mochten de beleidsmatige keuzes invloed hebben op de benodigde capaciteit voor het bouwtoezicht zullen deze voorgesteld worden via de programmabegroting.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
19
2.2 Loon- en prijsontwikkeling 27
Onderwerp
0.61
Actualisatie OZB inkomsten - indexatie en areaal
Bedragen x € 1.000
2023 1.370
2024 1.370
2025 1.370
2026 1.370
De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. Ieder jaar wordt er bij de kadernota een besluit genomen over het indexeren van de totaal te realiseren opbrengst en wordt er gecorrigeerd voor de verwachte uitbreiding van het areaal. De correctie voor uitbreiding van het areaal en indexatie resulteren in een indicatieve totale bijstelling ter grootte van €1.370.000. Areaaluitbreiding Op basis van de vastgestelde en op Lelystad in zicht gepubliceerde prognose van opgeleverde woningen (scenario 2) worden de extra inkomsten voor de OZB woningen geraamd op €226.000 (taakveld 0.61). De extra inkomsten voor de OZB niet-woningen worden op basis van de verwachte vergunningaanvragen geraamd op €429.000 (taakveld 0.62). Dit maakt een totaal van €655.000 structureel met ingang van 2023. Indexatie Het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierbij wordt het gemiddelde percentage genomen over de jaren 2021, 2022 en 2023. Gezien de sterk oplopende inflatiecijfers de afgelopen maanden is niet duidelijk waar deze berekening precies op uit zal komen. Hieronder is gerekend met een percentage van 2,75%, wat resulteert in een opbrengst van €715.000.
In opmaat naar de programmabegroting 2023 - 2026 zal er meer duidelijk zijn en kan een definitief percentage berekend worden.
28
Onderwerp
0.7
Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds
Bedragen x € 1.000
2023 3.915
2024 3.937
2025 3.959
2026 3.981
De bijdrage die de gemeente ontvangt als algemene uitkering uit het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Via deze trap op / trap af systematiek ontvangen gemeenten indirect compensatie voor loon- en prijsontwikkeling. De rijksbegroting neemt immers ook ieder jaar toe als gevolg van stijgende lonen en prijzen. Gemeenten gaan dus automatisch mee 'de trap op' en ontvangen via die weg gedeeltelijke dekking voor het kunnen opvangen van de loon- en prijsontwikkeling. Bij het opstellen van de raming van de algemene uitkering wordt rekening gehouden met een opslag voor loon- en prijsstijgingen. Met andere woorden: bij het 'defleren' naar constante prijzen wordt een deel van het accres afgezonderd voor het opvangen van loon-/ prijsstijgingen. Voor jaarschijf 2023 gaat het om een totaalbedrag ter grootte van ruim €3,9 miljoen dat structureel beschikbaar komt.
29
Onderwerp
0.8
Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2023)
Bedragen x € 1.000
2023 -825
2024 -825
2025 -825
2026 -825
Gesubsidieerde instellingen worden eveneens geconfronteerd met stijgende prijzen en afgesloten CAO’s. Dit maakt het jaarlijks indexeren van de instellingen noodzakelijk. In de afgelopen jaren zijn de gesubsidieerde instellingen niet altijd volledig gecompenseerd voor inflatie. Zo is tranche 2016 voor de helft geïndexeerd, is tranche 2017 vervolgens volledig geïndexeerd en is er voor tranche 2018 alleen op incidentele basis een bedrag toegekend voor knelpunten. Tranche 2019 is weer volledig geïndexeerd, maar tranche 2020 vervolgens weer niet. Tranche 2021 en 2022 zijn vervolgens wel volledig geïndexeerd. Een indexpercentage van 2,75% resulteert in een bedrag van afgerond €825.000 structureel (gerekend over een subsidiebedrag van afgerond €30.000.000). Subsidies die gekoppeld zijn aan een specifieke rijksbijdrage worden niet via deze bijstelling gecorrigeerd voor inflatie. Subsidies die worden verstrekt in het kader van de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein worden eveneens niet via deze weg
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
20
geïndexeerd (deze subsidies maken onderdeel uit van de volgende bijstelling - 'compensatie inflatie – taken sociaal domein'). Het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierbij wordt het gemiddelde percentage genomen over de jaren 2021, 2022 en 2023. Gezien de sterk oplopende inflatiecijfers de afgelopen maanden is niet duidelijk waar deze berekening precies op uit zal komen. Hieronder is gerekend met een percentage van 2,75%. In opmaat naar de programmabegroting 2023 2026 zal er meer duidelijk zijn en kan een definitief percentage berekend worden.
30
Onderwerp
0.8
Compensatie inflatie - materiële budgetten (tranche 2023)
Bedragen x € 1.000
2023 -1.650
2024 -1.650
2025 -1.650
2026 -1.650
De materiële budgetten in de gemeentebegroting zijn in de afgelopen jaren niet altijd gecorrigeerd voor inflatie. Dit heeft er toe geleid dat er, indirect via de kaasschaafmethode, over de gehele begroting bezuinigingen zijn doorgevoerd. Bij een stijgend prijspeil betekent dit dat er met dezelfde middelen steeds minder kan worden gedaan. Het niet indexeren van de budgetten in de begroting heeft echter een grens. Om die reden is er voor 2021 (1,95%) en 2022 (1,4%) weer budget toegekend om de effecten van inflatie in die jaarschijven structureel op te kunnen vangen. De afgelopen maanden is de inflatie echter sterk opgelopen. Dit leidt binnen diverse onderdelen van de begroting tot financiële knelpunten, bijvoorbeeld bij de aanbesteding van reiniging en het groenbeheer maar denk ook aan de kosten voor energie. De ontwikkelingen binnen die begrotingsonderdelen zijn separaat inzichtelijk gemaakt in deze kaderbrief 2023 - 2026, gezien het aanzienlijke financiële effect. Ook de rest van de budgetten binnen de gemeentebegroting krijgen te maken met inflatie. Denk bijvoorbeeld aan de contracten met leveranciers, inkoop van materialen en dergelijke. Om deze prijsstijgingen op te kunnen vangen dienen de bestaande budgetten gecorrigeerd te worden voor inflatie.
Een indexpercentage van 2,75% resulteert in een bedrag van afgerond €1.650.000 structureel (gerekend over een bedrag van €60.000.000 aan materiële budgetten, exclusief de budgetten behorende bij de gedecentraliseerde taken binnen het sociaal domein). Het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierbij wordt het gemiddelde percentage genomen over de jaren 2021, 2022 en 2023. Gezien de sterk oplopende inflatiecijfers de afgelopen maanden is niet duidelijk waar deze berekening precies op uit zal komen. Hieronder is gerekend met een percentage van 2,75%. In opmaat naar de programmabegroting 2023 2026 zal er meer duidelijk zijn en kan een definitief percentage berekend worden.
31
Onderwerp
0.8
Compensatie inflatie - taken sociaal domein (tranche 2023)
Bedragen x € 1.000
2023 -1.815
2024 -1.815
2025 -1.815
2026 -1.815
Met ingang van 2019 is daarnaast de Wmo en een aanzienlijk deel van de Jeugdhulp en re integratie als onderdeel van de Participatiewet overgeheveld naar de algemene uitkering. Deze zaken lopen mee in de algemene systematiek 'samen de trap op en samen de trap af'. Tot en met 2019 was indexatie van deze beleidsterreinen afhankelijk van bestuurlijke afspraken in het voorjaar, die al dan niet resulteerden in een separate toevoeging aan de integratie uitkeringen (die vervolgens binnen de gemeentebegroting beschikbaar werden gemaakt voor de uitvoering). Met ingang van 2020 dient deze afweging gemaakt te worden op lokaal niveau. Doordat de rijksuitgaven zijn verbreed (nu inclusief zorg en sociale zekerheid) is de omvang van de algemene uitkering toegenomen. Aangezien deze beleidsterreinen traditiegetrouw relatief fors groeien neemt de algemene uitkering ook toe en worden gemeenten indirect gecompenseerd via stijgende kosten op dit vlak. Om deze prijsstijgingen op te kunnen vangen dienen de bestaande budgetten gecorrigeerd te worden voor inflatie. Een indexpercentage van 2,75 % resulteert in een bedrag van afgerond €1.815.000 structureel (gerekend over een bedrag van afgerond €66.000.000 aan budgetten behorende bij de gedecentraliseerde taken binnen het sociaal domein).
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
21
Het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierbij wordt het gemiddelde percentage genomen over de jaren 2021, 2022 en 2023. Gezien de sterk oplopende inflatiecijfers de afgelopen maanden is niet duidelijk waar deze berekening precies op uit zal komen. Hieronder is gerekend met een percentage van 2,75%. In opmaat naar de programmabegroting 2023 2026 zal er meer duidelijk zijn en kan een definitief percentage berekend worden.
32
Onderwerp
0.8
Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2023)
Bedragen x € 1.000
2023 -1.375
2024 -1.375
2025 -1.375
2026 -1.375
De recent afgesloten CAO voor gemeenteambtenaren heeft een looptijd tot en met 1 januari 2023. Binnen de huidige begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 - 2026 is er rekening gehouden met de loonstijging van 2,4% met ingang van 1 april 2022. In de loop van dit jaar zullen de onderhandelingen worden opgestart voor een CAO voor de periode ná 1 januari 2023. Gemeenten moeten bij het opstellen van de programmabegroting voor aankomend jaar rekening houden met een structurele stijging van de salarissen met ingang van 1 januari 2023. De onzekere factor hierbij is het percentage waar rekening mee gehouden moet worden. De vakbonden zullen bij het formuleren van de eisen ongetwijfeld de ontwikkeling van de inflatie als uitgangspunt nemen. Wanneer rekening gehouden wordt met een structurele loonsverhoging van 2,75% met ingang van 1 januari 2023 resulteert dit in een bedrag ter grootte van €1.375.000 structureel. Vuistregel hierbij is dat iedere procent loonsverhoging (inclusief direct effect op de daarvan afgeleide sociale lasten) resulteert in een aanvullend budgetbeslag van ongeveer €500.000. Daarnaast stond de dekkingsgraad van het ABP pensioenfonds de afgelopen jaren onder druk, wat meer dan eens heeft geleid tot een stijging van de pensioenpremies. Voor 2022 is er door het ABP bestuur afgezien van een verhoging van de pensioenpremies.
In hoeverre dat voor 2023 wel noodzakelijk zal zijn hangt voor een groot deel af van de ontwikkelingen op de beurs. Let op: er wordt hier gerekend met een percentage van 2,75% met ingang van 1 januari 2023, en een gelijkblijvend niveau van de sociale lasten. In opmaat naar de programmabegroting 2023 - 2026 zal er meer duidelijk zijn en kan een definitief percentage berekend worden. Wanneer de hoge inflatie aanhoudt ligt het in de lijn der verwachting dat dit percentage hoger uitvalt.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
22
2.3 Doorwerking gemeentefonds 33
Onderwerp
0.7
Ontwikkeling accres
Bedragen x € 1.000
2023 3.193
2024 6.131
2025 7.064
2026 1.563
Op 15 december 2021 presenteerden VVD, D66, CDA en ChristenUnie het coalitieakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst'. In de Startnota volgde vervolgens half januari de financiële vertaling van het coalitieakkoord. Op onderdelen bieden beide documenten enig inzicht in de financiële gevolgen voor gemeenten. Op andere onderdelen is er nog sprake van de nodige onzekerheid. De algemene uitkering die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds is de belangrijkste bron van inkomsten. Via de trap op / trap af systematiek is de hoogte van deze algemene uitkering direct gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Het accres is de groei van de algemene uitkering als gevolg van deze afspraak. Met het accres kunnen gemeenten onder andere de stijgende lonen, prijzen en volumeontwikkelingen opvangen. Waar deze middelen precies op worden ingezet is aan de gemeente zelf. De precieze omvang van dit accres hangt af van de daadwerkelijke ontwikkeling van de Rijksuitgaven. Diverse partijen hebben al aangegeven dat de ambities van het kabinet aanzienlijk zijn en dat het hoogstwaarschijnlijk is dat een aanzienlijk deel van de extra middelen niet ingezet zal worden. Door deze 'onderbesteding' zullen gemeenten op een later moment weer mee 'de trap af moeten'.
Er wordt in deze raming rekening mee gehouden dat er sprake is van onderuitputting (25% in 2022, 20% in 2023, 15% in 2024). Op basis van de Startnota is het beeld van het accres positief, met name in de eerste jaarschijven. Voor 2026 en verder heeft het kabinet echter géén berekening van het accres gemaakt, maar eenzijdig bepaald dat het accres wordt vastgeklikt op een (veel lager) niveau. Financieel betekent dit voor Lelystad dat het positieve beeld voor de jaren 2023 - 2025 een stuk lager uitvalt met ingang van 2026. De VNG is hier verbolgen over, omdat het indruist tegen de afspraken. Wat de VNG betreft wordt de afspraak van samen de trap op / samen de trap op meerdere fronten geweld aan gedaan. Zo heeft het kabinet bepaald dat een aanzienlijk deel van de hogere Rijksuitgaven buiten deze systematiek worden gehouden - en zich dus niet vertalen in extra algemene uitkering voor gemeenten. Ook wordt een impuls op het gebied van het versnellen van de woningbouw gefinancierd door een uitname uit de algemene uitkering. De VNG gaat hierover het gesprek aan met het kabinet en verwacht in maart meer duidelijkheid. Waarschijnlijk komt er dan ook een brief van het kabinet meer informatie. Tot die tijd wordt rekening gehouden met de informatie uit de Startnota.
34
Onderwerp
0.7
Bevriezen opschalingskorting tot en met 2025
Bedragen x € 1.000
2023 1.905
2024 2.548
2025 3.215
2026 -
De zogeheten ‘opschalingskorting’ is in 2015 ingevoerd en bestaat uit een bezuiniging op het gemeentefonds. Deze totale bezuiniging loopt uiteindelijk op tot en met €975 miljoen in 2026 en verder. Gemeenten houden hier in de meerjarenbegroting al rekening mee – het was één van de voornaamste oorzaken waarom gemeenten in de afgelopen jaren structureel moesten bezuinigen. Het vorige kabinet heeft deze opschalingskorting in 2020, 2021 en 2022 reeds ‘bevroren’. Het nieuwe kabinet heeft nu besloten de oploop van deze opschalingskorting ook in de jaren 2023 tot en met 2025 te schrappen. Voor 2026 en de jaren daarna blijft de opschalingskorting in volle omvang van kracht. Dit betekent in 2023 voor Lelystad grofweg een voordeel van zo’n €1,9 miljoen in 2023, €2,5 miljoen in 2024 en €3,2 miljoen in 2025. In de jaren 2026 en verder is er niet langer sprake van een voordeel, omdat de oorspronkelijke opschalingskorting dan van kracht blijft (en daar is in de meerjarenraming al rekening mee gehouden). De VNG heeft in een eerste reactie al aangegeven dat de opschalingskorting in het geheel van tafel moet (in het geval deze lobby van de VNG succes heeft betekent dit een voordeel met ingang van 2026 en verder).
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
23
35
Onderwerp
0.7
Herijking gemeentefonds
Bedragen x € 1.000
2023 -
2024 -
2025 -
2026 -1.200
In februari 2021 hebben de beheerders van het gemeentefonds een adviesaanvraag gedaan bij de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Het herijkte verdeelmodel dat in moet gaan per 1 januari 2023 liet op basis van concept uitkomsten – op basis van cijfers uit 2017 – een nadeel zien voor Lelystad van op termijn €1,75 miljoen structureel. In een tussentijds bericht eind maart heeft de ROB aangegeven dat de uitkomsten van de herverdeelvoorstellen onvoldoende lijken aan te sluiten bij de ervaren kosten van gemeenten. Diverse nadeelgemeenten, waaronder de gemeente Lelystad, hebben hun ongenoegen hierover kenbaar gemaakt. De fondsbeheerders hebben in reactie hierop kenbaar gemaakt het verdeelvoorstel opnieuw tegen het licht te houden. Dit aangepaste voorstel is op 9 juli aangeboden aan de Tweede Kamer en voor advies voorgelegd aan de ROB en de VNG. De achterliggende berekening is op 22 juli beschikbaar gesteld, met daarbij de vermelding dat de gebruikte gegevens nog worden geactualiseerd. Voor Lelystad pakt dit gewijzigde voorstel nadeliger in vergelijking met het oorspronkelijke voorstel: het nadelige effect voor Lelystad werd in dit stuk becijferd op €53 per inwoner. Op 12 augustus is het gewijzigde verdeelvoorstel nogmaals geactualiseerd, naar de cijfers van 2019. Hieruit blijkt een voorlopig nadelig herverdeeleffect voor Lelystad van €45 per inwoner.
Verder valt te lezen dat het nadelige herverdeeleffect wordt gemaximeerd op €15 per inwoner per jaar. Voor Lelystad zou dit op termijn - gerekend met een inwoneraantal van 80.000 – neerkomen op de volgende nadelige effecten: -€15 x 80.000 = -€1.200.000 in het eerste jaar, -€30 x 80.000 = -€2.400.000 in het tweede jaar en -€45 x 80.000 = -€3.600.000 per jaar met ingang van het derde jaar. Deze nadelige effecten zijn reeds betrokken in de programmabegroting 2022 - 2025. Op 23 december 2021 ontvingen gemeenten nogmaals een bericht met de geactualiseerde cijfers. Op basis van die inzichten gaat Lelystad er geen €45 per inwoner op achteruit, maar zelfs €75 per inwoner. Aangezien het nadelige herverdeeleffect wordt gemaximeerd op €60 per inwoner betekent dit dat er in 2026 nogmaals een nadelig structureel effect ter grootte van -€1.200.000 ingeboekt moet worden, zodat het cumulatieve ingeboekte nadelige herverdeeleffect uitkomt op -€4.800.000 (zijnde -€60 x 80.000). Deze bijstelling gaat ervan uit dat de nieuwe verdeling ingaat per 1 januari 2023. Diverse gemeenten waaronder Lelystad - hebben kritiek geuit en gevraagd om zorgvuldigheid en betrokkenheid bij het verdere proces. Mocht dit erin resulteren dat de invoering een jaar wordt vertraagd zorgt dit voor een incidenteel voordeel van €1,2 miljoen in de jaren 2023 tot en met 2026.
Let op: het volledige nadelige herverdeeleffect van €4,8 miljoen is dan wel van kracht met ingang van 2027.
36
Onderwerp
0.7
Stabielere financieringsystematiek - uitbreiding lokaal belastinggebied
Bedragen x € 1.000
2023 -
2024 -
2025 -
2026 PM
In het coalitieakkoord staat de volgende tekst: 'Om een stabielere financiering voor gemeenten en provincies te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken'. In de alinea die volgt wordt de relatie gelegd met het accres van de algemene uitkering dat voor begrotingsjaar 2026 is 'vastgeklikt' op een lager niveau dan de jaren ervoor. Dit impliceert dat beide onderwerpen met elkaar in verband bezien moeten worden. Wellicht dat er in deze discussie op aangekoerst wordt dat gemeenten in staat worden gesteld via een nieuwe belastinginstrumenten met ingang van 2026 meer inkomsten te genereren. De VNG pleit overigens al langere tijd voor een lokaal belastinggebied dat qua omvang beter past bij de steeds grotere hoeveelheid taken en verantwoordelijkheden van gemeenten. Gemeenten zijn nu voor een belangrijk deel van hun inkomsten afhankelijk van uitkeringen door het Rijk. In eerdere verkenningen is onderzocht op welke wijze zoiets vorm zou kunnen krijgen. Denk aan een verlaging van de algemene uitkering die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds - en in ruil daarvoor bijvoorbeeld de mogelijkheid om bijvoorbeeld een ingezetenebelasting te kunnen heffen.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
24
Voor gemeenten zou dit in principe budgetneutraal kunnen worden ingevoerd en voor inwoners zou het in principe ook weinig uit hoeven te maken, omdat de rijksbelastingen omlaag kunnen (in verband met de besparing op de algemene uitkering). Het gevaar is wel dat er in de uitwerking op aangekoerst wordt dat - indien gemeenten van mening zijn dat er met ingang van 2026 te weinig geld beschikbaar is voor uitvoering van de taken - dit maar opgelost moet worden door meer belasting bij de inwoners op te halen.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
25
3.
Op weg naar de programmabegroting 2023 - 2026
Op basis van de Gemeentewet dient de raad uiterlijk half november van het lopende jaar de programmabegroting voor het aankomende jaar vast te stellen, met daarbij ook een doorkijk naar de drie jaren daarna. Deze kaderbrief 2023 - 2026 bevat nadrukkelijk géén beleidsinhoudelijke kaders of wenselijke voorstellen. Er ligt echter wel een nadrukkelijke relatie met de nog op te stellen programmabegroting 2023 – 2026, omdat de beschreven ontwikkelingen een groot effect hebben op de financiële mogelijkheden in de aankomende bestuursperiode. Hieronder wordt kort ingegaan op de elementen die straks (nog meer) een plek moeten krijgen in de programmabegroting 2023 – 2026: 1. Onontkoombare ontwikkelingen, actualisaties, loon- en prijsontwikkeling, gemeentefonds Alle onderwerpen die in deze kaderbrief 2023 – 2026 staan opgenomen worden – in opmaat naar de programmabegroting – opnieuw geactualiseerd op basis van de laatste inzichten. Ook eventuele nieuwe onontkoombare ontwikkelingen die zich in de tussentijd manifesteren zullen een plek moeten krijgen in de programmabegroting 2023 – 2026. Dit met de bedoeling om de raad een zo actueel en reëel mogelijk beeld te kunnen voorleggen. 2. Doorwerking afspraken die gemaakt worden na verkiezingen Na de verkiezingen op 16 maart zullen de verschillende fracties met elkaar komen te spreken over het vormen van een nieuw college.
Er zullen afspraken gemaakt worden over de nieuwe bestuursperiode en deze afspraken zullen op onderdelen wellicht ook een effect hebben op het financiële plaatje. De financiële uitwerking van deze afspraken zullen een plek moeten krijgen in de programmabegroting 2023 – 2026. 3. Invulling geven aan de groeiambities van de stad In de afgelopen raadsperiode is de ambitie uitgesproken om als stad fors te gaan groeien en daar zijn reeds de nodige stappen in gezet, maar er is nog heel veel werk te verzetten om deze ingeslagen weg succesvol uit te bouwen. De groei van de stad vereist ook dat de voorzieningen in de stad meegroeien en datzelfde geldt ook voor de omvang van het ambtelijk apparaat. Om de ontwikkelopgaven waar te kunnen maken zal hier rekening mee moeten worden gehouden. In de aankomende periode zal deze opgave nader worden uitgewerkt, zodat de doorwerking ervan betrokken kan worden in de programmabegroting 2023 – 2026. 4. Wenselijke voorstellen Ieder begrotingsjaar weer komen er voorstellen naar boven die als (zeer) wenselijk worden gezien. Het kan gaan om ontwikkelingen vanuit de samenleving die om ondersteuning vragen, of om onderwerpen die vanuit de gemeenteraad of ambtelijke organisatie naar boven komen. Het beschikbaar stellen van financiële middelen voor dit soort voorstellen is niet onontkoombaar, maar misschien wel erg wenselijk.
Ook deze wenselijke voorstellen zullen een plek moeten krijgen in de programmabegroting 2023 – 2026. Het financiële beeld bepaalt in belangrijke mate in hoeverre er dekking voor dit soort voorstellen beschikbaar is. 5. Bezuinigingen De ramingen in de programmabegroting dienen structureel en reëel in evenwicht te zijn. Structureel begrotingsevenwicht wil zeggen dat structurele lasten met structurele baten van dekking worden voorzien. Reëel begrotingsevenwicht wil zeggen dat de onderliggende ramingen realistisch zijn. Dit zijn eisen die aan een gemeentebegroting worden gesteld op basis van de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De provincie geeft uitvoering aan het financieel toezicht en controleert de gemeentebegroting op bovenstaande punten. De programmabegroting 2023 – 2026 zal meerjarig sluitend moeten zijn, indien nodig door het effectueren van concrete bezuinigingsmaatregelen.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
26