114. Kaderbrief 2023 - 2026
Tekst van het document
Kaderbrief 2023 - 2026 1. 2.
SAMENVATTING HOOFDLIJNEN ............................................................................2 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF 2023 - 2026.........................................5 2.1 ONONTKOOMBAAR / ACTUALISATIES ............................................................7 2.2 LOON- EN PRIJSONTWIKKELING ..................................................................20 2.3 DOORWERKING GEMEENTEFONDS ..............................................................23 3. OP WEG NAAR DE PROGRAMMABEGROTING 2023 - 2026 ...................................26
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
1
1.
Samenvatting hoofdlijnen
Binnen de planning en control cyclus is het gebruikelijk dat het college in het voorjaar een kadernota aan de raad voorlegt, met daarin de kaders voor het daaropvolgende begrotingsjaar. Verkiezingsjaren zijn hierbij vanzelfsprekend een uitzondering, omdat deze kaderstelling onderdeel uit zal maken van de onderhandelingen om te komen tot een nieuw college. Om deze nieuwe bestuursperiode goed te beginnen is het van belang zicht te hebben op de meest actuele financiële ontwikkelingen. Ter facilitering van de nieuwe raad heeft het college daarom een financieel-technische kaderbrief op laten stellen. Deze kaderbrief 2023 - 2026 bevat nadrukkelijk géén beleidsinhoudelijke kaders of wenselijke voorstellen. De inhoud van dit document beperkt zich tot onontkoombare ontwikkelingen en actualisaties met een effect op de gemeentelijke financiën in het aankomende begrotingsjaar en de jaren daarna. Dit zijn zaken waar de gemeente zelf weinig tot geen invloed op uit kan oefenen. Denk aan bijstellingen van rijksbijdragen, ontwikkelingen in de uitvoering van wettelijke taken of van buitenaf komend onheil.
Op weg naar de programmabegroting 2023 - 2026
De kaderbrief 2023 - 2026 wordt niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd, maar is bedoeld om inzicht te bieden in de financiële (on)mogelijkheden aan de start van de nieuwe bestuursperiode. De in beeld gebrachte onontkoombare ontwikkelingen, actualisaties en de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds zijn in hoofdstuk 2 in beeld gebracht en zullen straks een plek moeten krijgen in de programmabegroting 2023 – 2026. Datzelfde geldt voor de vertaling van de afspraken die gemaakt worden na de verkiezingen. Zoals gezegd maakt de categorie wenselijke voorstellen geen onderdeel uit van de inventarisatie in deze kaderbrief. Dit soort (zeer) wenselijke voorstellen zullen uiteraard aan de orde komen in de voorbereiding op de programmabegroting 2023 – 2026. Denk in dit geval bijvoorbeeld aan de ondersteuning van vrijwilligers. Na de afgelopen coronaperiode is dat bij uitstek één van de onderwerpen die om aanvullende inzet vraagt. De ontwikkelingen binnen het gemeentefonds bepalen in grote mate de financiële speelruimte in de komende jaren. Op dit moment is er echter nog veel onzeker als het gaat over de precieze bijdragen die vanuit het gemeentefonds beschikbaar gesteld zullen worden.
Het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ is eind 2021 gepubliceerd en vervolgens heeft het kabinet Rutte IV met de startnota een eerste financiële vertaling van de gemaakte afspraken gepresenteerd. Hoewel deze documenten de nodige aanknopingspunten bieden is er nog steeds veel onduidelijk.
Grote onzekerheid over inkomsten gemeentefonds
Gemeenten zullen er in de eerste jaren in ieder geval wel op vooruit gaan. In die jaren geeft het kabinet fors meer geld uit, waardoor gemeenten via de trap op / trap af systematiek ook een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds tegemoet kunnen zien. Ook de zogeheten ‘opschalingskorting’ wordt tot en met 2025 bevroren, wat gemeenten in die jaren de nodige lucht geeft. Het is op dit moment echter ongewis hoe het financiële beeld eruit zal zien in de periode 2026 en verder. Zo wordt de koppeling met de rijksuitgaven met ingang van 2026 losgelaten, wat ervoor zorgt dat er aanzienlijk minder geld beschikbaar komt via de algemene uitkering. Ook de eerder genoemde opschalingskorting komt in 2026 in volle omvang weer terug. Deze ontwikkelingen maken dat het financiële beeld er met ingang van 2026 een stuk minder rooskleurig uitziet. In het coalitieakkoord wordt er echter wel de volgende opening geboden: 'Om een stabielere financiering voor gemeenten en provincies te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken'. De VNG heeft inmiddels al meerdere brandbrieven gestuurd naar het kabinet. Enerzijds omdat het nieuwe kabinet zonder overleg afwijkt van de geldende afspraken ten nadele van gemeenten.
Anderzijds omdat
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
2
gemeenten ook in de jaren 2026 en verder duidelijkheid willen hebben van het kabinet. Er zullen in de aankomende periode nog de nodige gesprekken worden gevoerd. Op voorhand is niet in te schatten welke kant het op zal gaan. Dat maakt dat de onzekerheid aan het einde van het meerjarenperspectief aanzienlijk. Aan de start van een nieuwe bestuursperiode is dat voor gemeenten erg vervelend, omdat er geen zicht is op wat er financieel wel of niet mogelijk is. Op het moment dat er meer informatie beschikbaar komt zal dit uiteraard worden gedeeld met de raad. De gemeente wordt op dit moment al geconfronteerd Opgelopen inflatiecijfers zetten budgetten onder druk met forse prijsstijgingen, bijvoorbeeld op het gebied van energiekosten, het groenbeheer en de reiniging. Daarbovenop zullen de huidige ontwikkelingen in Oekraïne en de sancties die vervolgens zijn opgelegd aan Rusland zeer waarschijnlijk een aanvullend opdrijvend effect gaan hebben op de inflatiecijfers in het algemeen en op bijvoorbeeld de gasprijzen in het bijzonder. Theoretisch gezien heeft de oplopende inflatie niet op ieder begrotingsonderdeel dezelfde uitwerking. Ook worden deze effecten niet allemaal op hetzelfde moment zichtbaar, omdat er op onderdelen bijvoorbeeld nog sprake is van lopende contracten.
Pas bij nieuwe aanbestedingen wordt duidelijk dat er sprake is van aanzienlijke prijsstijgingen, welke niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. Wanneer de hoge inflatiecijfers langere tijd aanhouden zal dit een negatieve doorwerking hebben op alle budgetten binnen de gemeentebegroting. In theorie zal een hoge loon- en prijsontwikkeling er echter ook voor zorgen dat het Rijk meer geld gaat uitgeven – en dat gemeenten via de algemene uitkering dus mee ‘de trap op’ zullen gaan. In hoeverre deze ontwikkelingen (deels) tegen elkaar weg zullen vallen is niet op voorhand in te schatten. De afgelopen twee jaar stonden in het teken van de coronacrisis. De gemeente heeft de handschoen opgepakt door het verstrekken van goede informatie, de Coronacrisis uitvoering van landelijke maatregelen en subsidieregelingen en de ondersteuning aan kleine zelfstandigen en ZZP’ers. In deze periode is het uitgangspunt steeds geweest dat de bedragen die vanuit de Rijksoverheid beschikbaar komen als compensatie leidend zijn voor de lokale inzet. De medeoverheden zijn – in ieder geval over jaarschijf 2020 en 2021 – in afdoende mate gecompenseerd voor de nadelige effecten van de coronamaatregelen. In hoeverre het noodzakelijk zal zijn om over 2022 en latere jaren gemeenten te ondersteunen met compensatiepakketten is op dit moment nog niet in te schatten.
Het is de verwachting dat – mocht dat noodzakelijk blijken – er ook gecompenseerd wordt voor toekomstige nadelige financiële effecten. Het coronabeleid is tot dusver vooral geënt op de medische impact van het aantal besmetting door het coronavirus. Tegelijkertijd hebben de maatregelen natuurlijk ook een economische en sociaalpsychologische impact op diverse sectoren en bevolkingsgroepen. Het kabinet heeft aangegeven begin maart te komen met de uitwerking van deze brede lange termijn strategie. In een eerste doorkijk heeft de minister al aangegeven dat de kabinetsdoelen zullen verschuiven. In deze nieuwe fase van de pandemie zal er worden toegewerkt naar twee gelijkwaardige en nevengeschikte doelen: a) Sociaal- maatschappelijke en economische continuïteit/vitaliteit en b) Toegankelijkheid van de gehele zorgketen voor iedereen Gemeenten zullen ongetwijfeld een belangrijke rol krijgen in deze lange termijn strategie. Net als het kabinet zullen ook gemeenten moeten kijken naar de gevolgen van verschillende scenario’s. Wat ook een plek in de programmabegroting 2023 – 2026 zal moeten krijgen is de groeiambitie die in de Groeiambitie, Lelystad Next Level, vorige periode door de raad is uitgesproken. In de Strategische agenda, aankomende jaren zullen forse stappen worden gezet Cofinanciering om Lelystad naar een next level te brengen.
De groei van de stad vereist ook dat de voorzieningen in de stad meegroeien. Bovendien vereist een grotere stad een groter ambtelijk apparaat. Hierbij gaat de kost soms
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
3
voor de baat. Om de ontwikkelopgaven waar te kunnen maken, zal in de meerjarenbegroting rekening gehouden moeten worden met deze groei. In de aankomende periode zullen we een beter zicht krijgen op de gevolgen van deze groei, zodat de doorwerking ervan betrokken kan worden in de programmabegroting 2023 – 2026. Teneinde deze groeiambitie vorm te geven is samen met het rijk, de provincie en alle andere partners in de stad het programma Lelystad Next Level in het leven geroepen. Er wordt gewerkt langs de drie gebieden (kust, bestaande stad en Lelystad Zuid) en vanuit zeven ontwikkelopgaven (wonen, natuur, bereikbaarheid, economie, stedelijke vernieuwing, voorzieningen en onderwijs). Inmiddels is de vaart erin gekomen en wordt Lelystad Next Level steeds meer voelbaar en tastbaar in de stad. De komende tijd zullen er meer projecten volgen die de stad voorbereiden op de toekomst en aantrekkelijker maken voor de huidige en de nieuwe inwoners. In 2021 en 2022 wordt er gebruik gemaakt van de middelen die de raad beschikbaar heeft gesteld via het Uitvoeringsprogramma LNL 2021 - 2022. Ook in de jaren 2023 en verder zullen – naast investeringen vanuit onze partners - gemeentelijke middelen benodigd zijn om de ambities voor de stad waar te kunnen maken en er daarmee voor te zorgen dat meer mensen zich thuis voelen in Lelystad.
Afgelopen zomer is duidelijk geworden dat het gebiedsplan Lelystad Oost kan rekenen op €39 miljoen subsidie vanuit het volkshuisvestingsfonds van het Rijk. De hiervoor benodigde gemeentelijke cofinanciering van een kleien €10 miljoen zal komend jaar bijeengebracht moeten worden. In de programmabegroting 2022 – 2025 heeft de raad reeds de eerste €6 miljoen gereserveerd. Het restant van de benodigde gemeentelijke cofinanciering kan aankomend jaar worden gereserveerd vanuit de incidenteel beschikbare ruimte binnen de reserve ontwikkeling stad. Het beeld dat naar voren komt in deze kaderbrief 2023 – 2026 is dat er in de eerste jaren sprake is van aanzienlijke begrotingsoverschotten. Daarnaast zullen enkele grote grondverkopen de nodige incidentele middelen gaan genereren, die via bestemming van het jaarrekeningresultaat toegevoegd zullen worden aan de reserve ontwikkeling stad. Dit betekent dat er – zeker op incidentele basis – ruimte is om te werken aan de ambities in de nieuwe bestuursperiode.
Resumerend
Met ingang van 2026 wordt er op dit moment echter een structureel tekort voorzien. Dit betekent dat er in structurele zin - alleen ruimte voor nieuw beleid is wanneer hier bezuinigingen tegenover staan. Deze constatering maakt dat hier een uitdaging ligt, te meer omdat het vormgeven van de groeiambities zal vragen om de inzet van structurele middelen. Tegelijkertijd is er wat betreft het structurele beeld op dit moment sprake van de nodige onzekerheid. Denk aan de hierboven al genoemde discussies rondom de bijdrage uit het gemeentefonds, maar ook aan de sterk oplopende inflatiecijfers. Het is best mogelijk dat het financiële beeld in 2026 en verder zal verbeteren doordat er goede afspraken worden gemaakt over de financiering van gemeenten. Het is echter ook mogelijk dat het beeld verder zal verslechteren. Al deze ontwikkelingen zullen een plek moeten krijgen in de programmabegroting 2023 – 2026. Uitgangspunt hierbij is dat er in de begroting en meerjarenraming sprake moet zijn van een structureel en reëel evenwicht. De provinciaal toezichthouder heeft op basis van de Gemeentewet de taak hierop toe te zien.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
4
2.
Actualisatie financieel perspectief 2023 - 2026
De actualisatie van het financieel perspectief 2023 – 2026 beperkt zich tot de onontkoombare ontwikkelingen / actualisaties, aangevuld met bijstellingen gerelateerd aan de loon- / prijsontwikkeling en het gemeentefonds. Deze onderwerpen worden niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd, maar zullen betrokken worden bij het opstellen van de programmabegroting 2023 – 2026. Deze actualisatie is bedoeld om aan de start van deze bestuursperiode inzicht te bieden in de financiële mogelijkheden. Onderaan de streep laat het perspectief nu een incidenteel begrotingsoverschot zien in de jaren 2023 tot en met 2025. Met ingang van 2026 is er sprake van een structureel tekort. Kantekening hierbij is dat er nog sprake is van diverse onzekerheden die nu nog op PM staan. De uitwerking hiervan vraagt om meer informatie in aanloop naar de programmabegroting 2023 – 2026 en deze ontwikkelingen kunnen zowel voor- als nadelig uitpakken. Voor een aanzienlijk deel van deze onderwerpen wordt er op voorhand in ieder geval géén effect ingeschat. De afzonderlijke toelichting op de onderdelen uit het financieel perspectief 2023 – 2026 gaat daar dieper op in. Meerjarenraming 2023 - 2026 2023 2024 2025 2026
Onderwerp
Taakveld
Beginstand meerjarenraming 2023 - 2026 (= eindstand programmabegroting 2022 - 2025)
1 2 3 4 5 6 7 8 9a 9b 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26
0.1 Accountantkosten 0.1 Ophoging raadsbudget nav brief VNG 0.4 Actualisatie vervangingsinvesteringen ICT 0.4 Capaciteitsbehoefte in relatie tot verstedelijkingsopgave 0.4 Capaciteitsbehoefte in relatie tot toekomstige groei 0.4 Informatiebeveiliging 0.4 Informatisering en automatisering 0.4 Verduurzamen gemeentelijk vastgoed 0.62 Uitwerking M18 - Lagere OZB voor sportverenigingen 0.62 Uitwerking M18 - Generieke verhoging OZB 1.1 Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio 1.2 Uitvoering integraal veiligheidsplan 2022 - 2026 2.1 E-bike route station-Lelystad Airport 2.1 Energiekosten openbare verlichting en gebouwen 2.1 Verkeersregelinstallaties 4.2 Actualisatie IHP 4.3 Actualisatie peuteropvang 5.2 Financiële situatie Sportbedrijf 5.7 Actualisatie onderhoudsbestekken groen en reiniging 5.7 Watercompensatie Lindelaan 6.3 Actualisatie Participatiewet 6.71 Actualisatie Wmo 6.72 Actualisatie Jeugdzorg 7.1 Actualisatie bijdrage GR GGD 7.2 Actualisatie riolering (budgetneutraal via rioolheffing) 7.5 Actualisatie begraafplaats (budgetneutraal) 8.3 Actualisatie invoering Omgevingswet - Wet Kwaliteitsborging (budgetneutraal)
374
229
128
387
Meerjarenraming 2023 - 2026 2023 2024 2025 2026
A. Onontkoombaar / actualisaties
A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties
-30 -40 PM PM PM -243 -556 PM -400 400 -263 -75 -8 -555 -31 -324 -200 PM -1.320 -100 PM PM PM -94 -
-30 -40 PM PM PM -243 -560 PM -400 400 -263 -75 -8 -555 -31 -303 -200 PM -1.320 PM PM PM -94 -
-30 -40 PM PM PM -243 -193 PM -400 400 -263 -75 -8 -555 -31 -397 -200 PM -1.320 PM PM PM -94 -
-30 -40 PM PM PM -243 -157 PM -400 400 -263 -75 -8 -555 -31 -397 -200 PM -1.320 PM PM PM -94 -
-3.839
-3.722
-3.449
-3.413
Onderwerp
Taakveld
Meerjarenraming 2023 - 2026 2023 2024 2025 2026
27 28
0.61 Actualisatie OZB inkomsten - indexatie en areaal 0.7 Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds
29 30 31 32
0.8 0.8 0.8 0.8
B. Loon- en prijsontwikkeling Batenkant begroting
Lastenkant begroting Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2023) Compensatie inflatie - materiële budgetten (tranche 2023) Compensatie inflatie - taken sociaal domein (tranche 2023) Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2023) B. Financieel effect loon- en prijsontwikkeling
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
1.370 3.915
1.370 3.937
1.370 3.959
1.370 3.981
-825 -1.650 -1.815 -1.375
-825 -1.650 -1.815 -1.375
-825 -1.650 -1.815 -1.375
-825 -1.650 -1.815 -1.375
-380
-358
-336
-314
5
Onderwerp
Taakveld
C. Doorwerking gemeentefonds
33 34 35 36
0.7 0.7 0.7 0.7
Ontwikkeling accres Bevriezen opschalingskorting tot en met 2025 Herijking gemeentefonds Stabielere financieringsystematiek - uitbreiding lokaal belastinggebied
Meerjarenraming 2023 - 2026 2023 2024 2025 2026
3.193 1.905 -
6.131 2.548 -
7.064 3.215 -
1.563 -1.200 PM
C. Financieel effect doorwerking gemeentefonds
5.098
8.679 10.279
363
Meerjarenraming 2023 - 2026
Recapitulatie
2023
2024
2025
2026
Beginstand meerjarenraming 2023 - 2026 (= eindstand programmabegroting 2022 - 2025)
374
229
128
387
-3.839
-3.722
-3.449
-3.413
-380
-358
-336
-314
8.679 10.279
363
A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties B. Financieel effect loon- en prijsontwikkeling C. Financieel effect doorwerking gemeentefonds Subtotaal effect bijstellingen op beginstand
Indicatie eindstand 2023 - 2026
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
5.098 879
4.599
6.494
-3.364
1.253
4.828
6.622
-2.977
6
2.1 Onontkoombaar / actualisaties 1
Onderwerp
0.1
Accountantkosten
Bedragen x € 1.000
2023 -30
2024 -30
2025 -30
2026 -30
Met ingang van verantwoordingsjaar 2020 is er sprake van een substantiële uitbreiding van het aantal te verantwoorden regelingen, waarover gemeenten bij de jaarrekening een verantwoording moeten afleggen aan het Rijk. Het gaat om zogeheten Single information, Single audit regelingen (SiSa). De uitbreiding van het aantal regelingen was nog niet bekend op het moment van de aanbesteding van de accountantsdiensten. Concreet betekent het hogere aantal SiSa regelingen dat de scope van de accountantscontrole is uitgebreid. Het aantal te verwachten regelingen is niet op voorhand bekend, maar neemt in de praktijk ieder jaar toe. Een bijstelling van het beschikbare budget met in totaal €30.000 structureel is noodzakelijk.
2
Onderwerp
0.1
Ophoging raadsbudget nav brief VNG
Bedragen x € 1.000
2023 -40
2024 -40
2025 -40
2026 -40
De VNG heeft een brief gestuurd waarin het benadrukt in de nieuwe raadsperiode in te zetten op een versterking van de onderwerpen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
de rechtspositie van politieke ambtsdragers; bestuurlijke integriteit; ondermijning; desinformatie; weerbaar bestuur; sterke lokale democratie.
Sommige onderwerpen kunnen opgevangen worden binnen bestaand budget en bestaande activiteiten, andere verdienen een herijking of uitgebreidere inbedding. Dit bedrag kan daarvoor ingezet worden.
3
Onderwerp
0.4
Actualisatie vervangingsinvesteringen ICT
Bedragen x € 1.000
2023 PM
2024 PM
2025 PM
2026 PM
Op het vlak van ICT wordt er gewerkt met een meerjareninvesteringsplan ten einde de bedrijfsmiddelen te vervangen volgens de vastgestelde bedrijfseconomische afschrijvingstermijnen. Wanneer blijkt dat de bedrijfsmiddelen technisch nog langer mee kunnen vindt vervanging later plaats. De investeringen in ICT bedrijfsmiddelen zijn nodig om de beschikbaarheid van informatiesystemen–plaats- en tijd onafhankelijk te kunnen blijven waarborgen. Dit op de diverse servers, werkplekken en mobiele platformen die ondersteund worden. Zoals het er nu naar uitziet hoeven de reeds geraamde kredieten in de aankomende jaren niet te worden aangepast. In aanloop naar de programmabegroting 2023 – 2026 zal nogmaals worden gekeken naar de laatste stand van zaken en zal ook een doorkijk worden gemaakt naar de periode 2026 en verder, zodat de kredieten en bijbehorende kapitaallasten voor de aankomende 10 jaar goed in beeld zijn. De actualisatie van de vervangingsinvesteringen ICT zijn geen 'extra' investeringen, maar betreffen een actualisatie van de reeds geplande vervangingsinvesteringen. Het niet vervangen van onderdelen van de ICT-infrastructuur (servers, opslagcapaciteit, werkplekken, mobiele devices, laptops, telefoons en applicaties) zal onherroepelijk leiden tot uitval, verstoring, performance verlies en niet kunnen actualiseren van systemen.
4
Onderwerp
0.4
Capaciteitsbehoefte in relatie tot verstedelijkingsopgave
Bedragen x € 1.000
2023 PM
2024 PM
2025 PM
2026 PM
In 2019 is door de gemeenteraad besloten een bijdrage te willen leveren aan de nationale woningbouwopgave van 1 miljoen extra woningen, door de ambitie uit te spreken voor de realisatie van
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
7
op termijn 40.000 woningen in Lelystad. De woningbouwproductie zal hiervoor omhoog moeten en in het kader van Lelystad Next level zijn hier afspraken over gemaakt met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dit betekent voor de gemeente een taakverzwaring en intensivering als het gaat om het kunnen regisseren en organiseren van deze integrale verstedelijkingsopgave. De rol van de gemeente in die versnelling is divers. Enerzijds zal er voldoende plancapaciteit gecreëerd moeten worden en zal er voldoende grond bouwrijp gemaakt moeten worden, zodat ontwikkelaars daar woningen op kunnen realiseren. Anderzijds zal woningbouw door derden gefaciliteerd moeten worden op grond - dan wel in panden - die niet in eigendom zijn van de gemeente. Zonder er op deze plek verder op in te gaan hoe die rol van de gemeente er exact uitziet - en welke functies daar een plek in hebben - levert het in alle gevallen op dat de gemeente een inspanning moet leveren. Het beschikbaar hebben van voldoende ambtelijke capaciteit is daarbij noodzakelijk. De woningbouwmarkt kenmerkt zich vanuit het verleden in golfbewegingen in de woningbouwproductie.
Als gevolg van de economische recessie - die weer het gevolg was van de crisis op de financiële markten - daalde onder andere ook de jaarlijkse productie van het aantal woningen en dus ook de verkoop van bouwrijpe grond door de gemeente. Als gevolg daar weer van kwamen de bijbehorende grondexploitaties financieel onder druk te staan. Om in die moeilijke tijden daar zo weinig mogelijk lasten aan toe te voegen is in 2015 het besluit genomen de ambtelijke capaciteit in het fysieke ontwikkel/productieproces terug te schroeven naar een meer beheersmatig niveau. Jaarlijks wordt de raad geïnformeerd over de stand van zaken van de grondexploitaties inclusief een verwachting richting de toekomst in de MeerjarenPrognose Grondexploitaties (MPG). De ambtelijke capaciteit moest fors worden teruggebracht in lijn met het in het MPG 2014 opgenomen midden scenario, met in het eerste jaar 50 woningen. Formeel is dat nog steeds de basis voor de vaste kern voor de capaciteitsomvang van de verschillende ambtelijke functies in het productieproces, waarbij een additionele flexibele schil moet voorzien in het opvangen van schommelingen in het productieproces. In de afgelopen jaren is met het aantrekken van de woningmarkt die flexibele schil steeds verder opgerekt. Inmiddels is er een groot tekort aan woningen en vraagt de situatie om een transformatie van de gemeentelijke rol.
Deze meer beheersmatige rol wijzigt en de gemeente zal zich richten op een duidelijk ontwikkelprofiel. Met het doorgroeien naar een jaarlijkse productie van 1.000 woningen per jaar houdt het huidige systeem geen stand. Uitbreiding van de vaste capaciteit is noodzakelijk om structureel in een productie van 1.000 woningen per jaar te kunnen voorzien. Omdat het hier niet gaat om een periode van twee of drie jaar – maar om langjarigere verwachtingen van dat productieniveau - betekent dat naast de omvang van de benodigde capaciteit ook iets voor de wijze van invulling en het managen ervan in termen van span of control en span of interest. Zo is de verhouding tussen vast en flexibel (lees tijdelijk) personeel iets waar nadrukkelijk aandacht voor is. Ondanks het feit dat het theoretisch in de basis gaat om tijdelijke projecten geeft de duur van die tijdelijkheid toch een meer structureel karakter aan het geheel. Daarmee wordt het belangrijk kennis en kunde in huis te halen en te binden. Dat pleit er voor om ten opzichte van de huidige situatie te kijken naar de verhouding vast versus flexibel en ten gunste van de omvang van het vast aan te trekken personeel. Een uitbreiding van de vaste formatie dus, nog even los van de vraag in hoeverre dat in de huidige arbeidsmarkt te realiseren is.
Naast het invullen van de capaciteit in de directe activiteiten ontstaat er ook druk in de ondersteunende functies als ook in het managen van een groter aantal opgaven en mensen. Ook hier zal rekening mee moeten worden gehouden, al zal de omvang daarvan een afgeleide zijn van de extra capaciteit in het primaire proces. De dekking voor bovenstaande kosten komt uit de (op te stellen) grondexploitaties, anterieure overeenkomsten en extra opbrengsten als gevolg van het verstrekken van bouwvergunningen. Naar alle waarschijnlijkheid zullen niet alle aanvullende lasten op dit vlak (volledig) gedekt kunnen worden vanuit deze geldstromen. Dan gaat het met name om de aansturende en ondersteunende capaciteit, waarbij het in algemene zin geldt dat de kost voor de baat uitgaat. Eerst de investeringen en de opbrengsten volgen dan later. Jaarlijks zal hierover in de jaarrekening en de MPG worden gerapporteerd en zo nodig zullen voorstellen tot bijsturing worden voorbereid.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
8
In opmaat naar de programmabegroting 2023 - 2026 zal een uitgewerkt voorstel met betrekking tot de capaciteitsbehoefte in relatie tot de versnelling aan de raad worden voorgelegd. Voor 2022 zal dat in een separaat voorstel zijn zo spoedig mogelijk na het aanbieden van deze kaderbrief.
5
Onderwerp
0.4
Capaciteitsbehoefte in relatie tot toekomstige groei
Bedragen x € 1.000
2023 PM
2024 PM
2025 PM
2026 PM
De capaciteitsbehoefte in relatie tot de verstedelijkingsopgave - zoals hiervoor kort uiteen gezet - heeft primair betrekking op de capaciteitsbehoefte die direct gerelateerd is aan de ingezette versnelling (en de dekking van bijbehorende kosten). Wat daarnaast ook een plek moet krijgen in de programmabegroting 2023 - 2026 is de doorwerking van deze versnelling op de voorzieningen in de stad en de omvang van het ambtelijk apparaat. Het spreekt voor zich dat de hierboven genoemde groei het noodzakelijk maakt dat de voorzieningen in de stad meegroeien en datzelfde geldt voor wat betreft de omvang van het ambtelijk apparaat. In de aankomende periode zal een beter zicht ontstaan op de gevolgen van deze groei, zodat de doorwerking ervan betrokken kan worden in de programmabegroting 2023 - 2026.
6
Onderwerp
0.4
Informatiebeveiliging
Bedragen x € 1.000
2023 -243
2024 -243
2025 -243
2026 -243
Met de toename van digitalisering in onze samenleving nemen externe dreigingen aanverwant toe. De rand voorwaardelijke beheersmaatregelen, voor het afdekken van de veiligheid en privacy risico’s, moeten hierop worden afgestemd. Dit om hedendaagse aanvallen en die in de toekomst te beter te kunnen weren. Voor het beheersen van de risico’s zal naar de toekomst extra inzet nodig dat in een nadere uitwerking bij de begroting 2023-2026 zal worden ingediend. Een ransomware aanval brengt niet alleen financiële schade met zich mee, maar zeker ook reputatieschade. Hoe leg je je burgers uit dat hun persoonsgegevens in handen van derden zijn gekomen, of dat uitkeringen deze maand niet plaats vinden? 2021 was het jaar met de meeste ransomware aanvallen. Dit is zorgwekkend omdat deze trend toe blijft nemen. Met cybercriminaliteit wordt veel geld ‘verdiend’ en zijn de daders nagenoeg onaantastbaar. Hierdoor schieten de cybercriminelen als paddenstoelen uit de grond en zijn de aanvallen over het internet al winstgevender dan de drugshandel. Het risico wat de cybercriminelen veroorzaken is hiermee in korte tijd sterk toegenomen. 75% van de ICT organisaties zal in 2025 slachtoffer zijn (Bron: Gartner).
De urgentie wordt mede onderstreept door de unaniem aangenomen VNG-resolutie ‘Digitale Veiligheid’ van 12-02-2021, waarmee is ingestemd om voldoende budget vrij te maken in gemeentelijke begrotingen voor blijvende weerbaarheid tegen digitale dreigingen. Daar bovenop heeft de voorzitter van de VNG in oktober 2021 een Cyber-alert verstuurd aan alle burgemeesters waarin wordt aangegeven dat het een kwestie van tijd is voor een grote groep gemeenten tegelijkertijd wordt aangevallen. en heeft opgeroepen tot een verhoging van de digitale weerbaarheid. Vanwege het toenemende risico op ransomware, zal Lelystad snel mee moeten groeien in de digitale weerbaarheid en volwassenheid. Dit wordt door de Gemeente Secretaris, Directeur bedrijfsvoering, FG, CIO en de CISO onderkend. Het onderwerp is ‘chefsache’ geworden en is het noodzakelijk dat de gemeente zich nog beter tegen de dreiging wapent; en op het moment dat het risico zich openbaart, dat de beproefde uitwijk- en herstelplannen beschikbaar zijn.
7
Onderwerp
0.4
Informatisering en automatisering
Bedragen x € 1.000
2023 -556
2024 -560
2025 -193
2026 -157
Informatievoorzieningen zijn de motor van de gemeentelijke dienstverlening. Systemen, data en dossierinformatie moeten in hoge mate vanuit veilige omgevingen beschikbaar zijn. Met name in perioden waarin de fysieke dienstverlening - vanwege corona - niet of minder beschikbaar is. Dit stelt hoge eisen en bijstelling aan de hedendaagse informatievoorzieningen van gemeenten.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
9
Voor het rechtmatig en doelmatig inzetten van de informatievoorzieningen is er een Iaanbestedingskalender 2025 opgesteld. De 20 grootste informatievoorzieningen worden tot en met 2025 vervangen vanuit Europese aanbestedingen. De raad heeft op 6 april 2021 ingestemd met het toekennen van projectgelden voor deze grote aanbestedingen voor 2021, 2022 en 2023. Om de lijn van het rechtmatig inzetten van de grote informatievoorzieningen te kunnen continueren zijn er voor het sociaal domein voor 2023 en 2024 aanvullende gelden nodig ten bedrage van €308.064 en €431.486. Voor 2024 en 2025 zijn verder middelen nodig voor de aanbestedingen van de website, geo-informatie en projectbeheersing systemen die nog nader geraamd worden en bij de programmabegroting 2023-2026 in beeld worden gebracht. De aanbesteding van het raads-/bestuurlijk informatiesysteem (iBabs) brengt een verhoging van licentiekosten met zich mee. Voor het inzetten van dit systeem voor de raad, college, directie en ambtelijke organisatie is jaarlijks €40.000 nodig. IT-leveranciers rekenen jaarlijks verhoogde tarieven door voor het beschikbaar stellen van informatievoorzieningen, het uitvoeren van onderhoud & beheer. Ieder jaar nemen de kosten op IT enkele procenten toe. De ICT-kosten zijn 4,2% gestegen.
Voor het continueren van de gemeente dienstverlening, het op niveau kunnen houden - met name nu in coronacrisis waarin veel thuis wordt gewerkt en op afstand wordt vergaderd - is het van groot belang de huidige voorzieningen op niveau te kunnen blijven leveren. Om dit te garanderen is een jaarlijks bedrag ad. €60.000 nodig. De ambities van de stad om het aantal op te leveren woningen de komende jaren sterk toe te laten nemen vraagt op verschillende onderdelen een goede ICT-infrastructuur. Noodzakelijke basis systemen moeten met elkaar worden verbonden en uitgebreid. Het geheel vraagt om adequate inrichting van o.a. planning, monitorsystemen en promotie ondersteunende systemen (in de vorm van mediatheek) die het realiseren van de ambities van de stad. Voor de uitvoering en inrichting van de ondersteunende informatievoorzieningen is initieel €67.312 en structureel €40.000 nodig. De toename in digitale dienstverlening brengt met zich mee dat de meerjarig digitale opslag van informatie goed gewaarborgd wordt. Conform de archiefwet zal in 2023 een e-depot worden ingericht waarvoor de raming van kosten in de begroting 2023-2026 zal worden opgenomen. Lelystad maakt onder deel van de gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief waar de Rijksoverheid vanaf 2024 zich uit gaat terugtrekken.
Deelnemers van deze GR zullen gezamenlijke de kosten hiervoor moeten opvangen - de omvang van deze extra bijdrage zal in de programmabegroting 2023-2026 nader worden geduid.
8
Onderwerp
0.4
Verduurzamen gemeentelijk vastgoed
Bedragen x € 1.000
2023 PM
2024 PM
2025 PM
2026 PM
De gemeente Lelystad heeft een gevarieerde vastgoedportefeuille in haar bezit. Voor het beheer en onderhoud van dit vastgoed wordt gewerkt met een meerjarenonderhoudsprognose (MJOP). Vanuit het MJOP worden de kosten voor instandhouding van het vastgoed geraamd. Aanvullende investeringen in het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed worden momenteel niet geraamd. Vanuit de rijksoverheid worden eisen gesteld met betrekking tot het verduurzamen van bestaand vastgoed. De gemeente Lelystad heeft zichzelf als organisatie een doel gesteld met betrekking tot duurzaamheid en CO2 uitstoot. In de kadernota op weg naar nieuwe energie waarin nadrukkelijk de voorbeeldfunctie van de wordt benoemd bij het beheer van het gemeentelijk vastgoed. Daarnaast sluiten we aan bij de gemeentelijke ambities zoals deze zijn vastgelegd in Lelystad Hoofdstad van de Nieuwe Natuur, de Woonvisie en het actieplan Duurzaamheid. Om aan deze eisen te voldoen zal er in de toekomst aanvullend geïnvesteerd moeten worden in het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Om dit inzichtelijk te maken is in 2023 onderzoek nodig om te komen tot een investeringsprogramma voor het gemeentelijk vastgoed. Een deel van deze investeringen zal zichzelf terug verdienen vanuit besparingen in energielasten. Echter zal dit niet geheel toereikend zijn voor de te verwachtte investeringen.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
10
Onderwerp
0.62
9a Uitwerking M18 - Lagere OZB voor sportverenigingen 9b Uitwerking M18 - Generieke verhoging OZB
Bedragen x € 1.000
2023 -400 400
2024 -400 400
2025 -400 400
2026 -400 400
Bij de programmabegroting 2022-2025 is M18 aangenomen, waarin het college wordt opgedragen om in de kadernota de inkomstenderving als gevolg van een lager OZB-tarief voor sportverenigingen (woningtarief in plaats van niet-woningtarief) op te nemen. De inkomstenderving wordt nu geschat op €0,35 mln. Daarnaast wordt vanwege de uitvoeringskosten en de schier onvermijdbare juridische procedures een voorlopig bedrag ter grootte van €50.000 geraamd. Het college heeft deze motie ontraden, omdat de reikwijdte van het Amendement Omtzigt (onderdeel van het Rijks Belastingplan 2019) volstrekt onduidelijk is. Toenmalig minister Ollongren heeft op 30 november 2020 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin staat dat gemeenten op grond van het amendement weliswaar de mogelijkheid hebben om onder andere sportaccommodaties voor de onroerendezaakbelasting (ozb) tegen het woningentarief te belasten in plaats van tegen het nietwoningentarief, maar dat dit o.a. vanwege de onduidelijke reikwijdte en juridische implicaties voor gemeenten niet toepasbaar is. Een voorbeeld: in een café wordt gebiljart, daarmee kan het café een object zijn waar een sportactiviteit plaatsvindt. Moet dit object dan in aanmerking komen voor het andere tarief? Om de bedoeling van de bepaling wel mogelijk te maken kan onderzocht worden hoe de gedachte achter de wettelijke bepaling het beste uitgevoerd kan worden.
Dat onderzoek moet door het Rijk/VNG nog worden opgestart. We hechten eraan dit onderzoek af te wachten en niet op de troepen vooruit te lopen. Er zijn voor zover we weten nog geen gemeenten overgegaan tot implementatie van dit amendement. De voormalig minister geeft daarnaast aan dat zij het ondersteunen van sportverenigingen ondersteunt, maar dat dit door gemeenten ook al tot stand komt door subsidieverlening. Het hanteren van een lager OZB tarief voor sportverenigingen resulteert in een structurele inkomstenderving van €350.000. Dit kan worden opgevangen door een generieke verhoging van de totale OZB opbrengsten, waarmee het effect voor de begroting budgetneutraal is.
10
Onderwerp
1.1
Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio
Bedragen x € 1.000
2023 -263
2024 -263
2025 -263
2026 -263
Jaarlijks vinden er structurele bijstellingen binnen de begroting van de Veiligheidsregio plaats conform de in de gemeenschappelijke regeling opgenomen uitgangspunten, zoals volumegroei, loon- en prijsindexatie. In de kadernota 2023 van de Veiligheidsregio Flevoland heeft een bijstelling moeten plaatsvinden van €769.197. Deze bijstelling heeft plaatsgevonden op basis van de huidige verdeelsleutel. De volgende factoren zijn van invloed op de hoogte op de bijstelling: -
-
Het eerder aangekondigde wegvallen van de inkomsten die de Veiligheidsregio ontving voor het Openbaar Meldsysteem (OMS). OMS verbindt de brandmeldinstallatie van een organisatie met de meldkamer van de regionale brandweer. Hiervoor ontving de brandweer een vergoeding, maar dat mag wettelijk gezien niet meer. Daarnaast heeft het Algemeen bestuur besloten tot het gezamenlijk gebruik en onderhoud Ontploffingslocatie in Dronten (gezamenlijk alle gemeenten in Flevoland) niet gesprongen explosieven. Dit betreft een wettelijke verplichting om dit als gemeente te organiseren (Lelystad heeft geen eigen locatie).
Bovenstaande leidt ertoe dat voor Lelystad de kosten met ingang van 2023 toenemen met €262.790 ten opzichte van het bedrag wat in 2021 begroot was, te weten €4.885.989.
11
Onderwerp
1.2
Uitvoering integraal veiligheidsplan 2022 - 2026
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
Bedragen x € 1.000
2023 -75
2024 -75
2025 -75
2026 -75
11
Er zijn diverse belangrijke ontwikkelingen rond het veiligheidsbeleid in Lelystad met daarin thema’s zoals ondermijning, jeugd en veiligheid, cybercrime en mensenhandel. Om die het hoofd te bieden wordt er in 2022 een nieuw integraal veiligheidsplan opgesteld voor vier jaar. Daarin zullen ook ontwikkelingen worden meegenomen die onontkoombaar zijn. Met name de stijging van jeugdoverlast, jeugdcriminaliteit en multi-problem casuïstiek onder de 18 jaar springt eruit. Problematische jeugdgroepen zorgen voor een stijging van overlast en onveiligheidsgevoelens. Kinderen van 12 jaar of jonger zijn al in beeld bij de politie. Steeds vaker moet er snel en flexibel worden gehandeld om die veiligheidsinbreuken aan te pakken. Denk aan de inzet van tijdelijk cameratoezicht bij ordeverstoringen, inzet van de PGA (persoonsgerichte aanpak bij zware cases) en grove vernielingen rond scholen. Om al die problemen aan te pakken liggen er plannen klaar zoals het terugdringen van jonge aanwas in de drugscriminaliteit (project Straatwaarden), versterken van de groepsaanpak via het 7-stappenmodel en de inzet van extra toezicht. Daarvoor is extra budget nodig. Daarnaast is er een toename zichtbaar van sociale tegenstellingen in de samenleving en polarisatie.
Ook wordt de samenwerking op gebied van veiligheid met winkeliers en het bedrijfsleven uitgebreid, onder meer via het Keurmerk Veilig Ondernemen. Er liggen plannen om meer buurtschouwen uit te voeren, de subjectieve veiligheid te verbeteren en de gezamenlijke aanpak van ondermijning te versterken. Verder is er betere voorlichting, slimme preventie en meer bewustwording nodig, zoals de organisatie van de jaarlijkse Veiligheidsdag, Week van de veiligheid en preventiekranten. Het hogere doel is dat bewoners veilig zijn en zich veilig voelen in Lelystad. Daarvoor is een combinatie nodig van preventie, voorlichting en een harde aanpak van daders. De gemeente voert de regie en werkt samen met bewoners, ondernemers, politie, justitie en allerlei instellingen. Het totale flexibele budget voor uitvoering van het veiligheidsplan is op dit moment 25.000 euro. Dit bedrag leidt ertoe dat er niet snel en flexibel kan worden gehandeld op gebied van jeugd en veiligheid. Een campagne zoals de inleveractie voor messen en wapens is daardoor minimaal ingezet. Ook is er maar beperkt geld voor de inzet van extra toezichthouders bij hangplekken, maatwerktrajecten voor jeugdige daders en positieve interventies bij de Ramadan en de Jaarwisseling. Ook is er bijna geen ruimte voor onvoorziene omstandigheden.
Met de bijstelling krijgt het veiligheidsbeleid meer financiële slagkracht en wordt de uitvoering doeltreffender.
12
Onderwerp
2.1
E-bike route station-Lelystad Airport
Bedragen x € 1.000
2023 -8
2024 -8
2025 -8
2026 -8
Lelystad investeert in veilige en aantrekkelijke fietspaden. Als onderdeel van de afspraken met Rijk en Provincie wordt de fietsverbinding tussen station (Lelystad Centrum) en Lelystad Airport verbetert. Deze fietsverbinding wordt gefaseerd aangelegd: een groot deel is reeds aangelegd of in uitvoering. De kosten voor deze delen vallen hoger uit omdat: -
In het Campus deel zijn nieuwe lichtmasten geplaatst en in de uitvoering zijn extra verkeersmaatregelen getroffen. In 2022 wordt het fietspad door De Hoven verbreed. Op verzoek van de raad is eerst een studie uitgevoerd naar de meest veilig en passende fietsroute tussen Lelystad Centrum en de Larserdreef (de Zuidbrug). Voor het fietspad door De Hoven worden extra maatregelen getroffen om de verkeersveiligheid voor fietsers te verbeteren die niet in het oorspronkelijke budget zat. De oversteek over de Ziekenhuisweg wordt verbeterd, ook hier komt nieuwe verlichting en de personeelsingang van het Ziekenhuis St. Jansdal wordt verplaatst naar de voorzijde van het gebouw.
In het huidige boekjaar 2022 kunnen alle lopende kosten nog uit de beschikbare budgetten bekostigd worden. Om de noodzakelijke werkzaamheden voor de resterende delen (Larserpad en resterend deel tot station) uit te voeren is een aanvullend krediet van €270.000 benodigd, wat zich vertaalt in een kapitaallast ter grootte van €8.000.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
12
13
Onderwerp
2.1
Energiekosten openbare verlichting en gebouwen
Bedragen x € 1.000
2023 -555
2024 -555
2025 -555
2026 -555
Sinds eind 2021 wordt ook de gemeente geconfronteerd met stijgende energieprijzen. Op basis van de realisatiecijfers 2021 met een prognose naar 2022 en verder laat - ondanks investeringen in energiebesparende maatregelen en het plaatsen van zonnepanelen - een tekort zien. In de begroting wordt €1.585.245 begroot voor Gas, Electra & Water. Een conservatieve stijging van 35 procent op het totaal laat een tekort zien van €554.836. Op basis van de eindafrekeningen 2021 en prijsontwikkelingen in de komende maanden zal een definitieve bijstelling worden opgenomen in de programmabegroting 2023 – 2026.
14
Onderwerp
2.1
Verkeersregelinstallaties
Bedragen x € 1.000
2023 -31
2024 -31
2025 -31
2026 -31
Een aantal oudere verkeersregelinstallaties in Lelystad is destijds geleverd door de firma Siemens. Siemens is gestopt met het leveren en onderhouden van verkeersregelinstallaties. Bij een defect zijn geen vervangingsonderdelen meer leverbaar / beschikbaar. Inmiddels zijn twee installaties vervangen nadat deze waren uitgevallen. Het gaat daarbij om de Middenweg bij de Magic Apple en de Geldersedreef bij de Nienoord. Gezien de ontstane situatie dienen de volgende verkeersregelinstallaties zo spoedig mogelijk te worden vervangen: -
Agorabaan / De Stelling Ziekenhuisweg / E-bikeroute Middendreef / De Hoven Middendreef - De Rietlanden Lindelaand ter hoogte van de Arcus
De kosten bedragen in totaal €300.000, af te schrijven in 10 jaar.
15
Onderwerp
4.2
Actualisatie IHP
Bedragen x € 1.000
2023 -324
2024 -303
2025 -397
2026 -397
Ieder jaar wordt het Ingegraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) geactualiseerd. Bij deze actualisatie worden noodzakelijke bijstellingen van de al geplande nieuwbouwprojecten op basis van leerlingenprognoses en prijsstijgingen opgenomen, maar ook nieuw ingediende aanvragen voor uitbreiding van de m2 door groei van scholen en uitbreidingen 1e inrichting en meubilair. Voor het jaar 2023 zijn alle reeds opgenomen bedragen in het IHP (zowel investeringen als exploitatielasten) geïndexeerd met een percentage van 4,92%. Dit is het percentage dat de VNG heeft geadviseerd te hanteren in verband met de prijsstijgingen. Noodzakelijke uitbreidingsaanvragen zijn: ▪ De Vuurtoren: 2 tijdelijke lokalen in 2023 en een mogelijke permanente uitbreiding van 625 m2 in 2024, inclusief 1e inrichting onderwijsleermiddelen en meubilair; ▪ De Brink: uitbreiding met 85 m2 in 2023, welke inpandig kan worden opgelost; ▪ Tjotter en Triangel: uitbreiding met 622 m2 in 2023 inclusief 1e inrichting onderwijsleermiddelen en meubilair. Wenselijke wijziging: De Timotheus heeft een aanvraag voor renovatie ingediend voor het jaar 2023. Zij stonden in het meerjarenperspectief in 2026 opgenomen als PM post. Het is wenselijk (mede in verband met de onderhoudsstaat van het gebouw en het feit dat dit een 1-pitter is) de renovatie eerder uit te voeren.
In februari en maart 2023 heeft uw raad een beslissing genomen over extra krediet voor de nieuwbouw van basisscholen Tjalk, In de Botter, De Kring en Kindcentrum Voorhof. Ook deze wijzigingen zijn in de cijfers meegenomen.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
13
16
Onderwerp
4.3
Actualisatie peuteropvang
Bedragen x € 1.000
2023 -200
2024 -200
2025 -200
2026 -200
De gemeente is wettelijk verantwoordelijk de opvang van peuters waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag (niet KOT-peuters). De gemeente subsidieert, voor deze groep peuters, rechtstreeks aan de betreffende kinderopvangorganisatie de zogenoemde 'peutertoeslag', die vergelijkbaar is met de hoogte van de kinderopvangtoeslag die werkende ouders van de Belastingdienst ontvangen. Voor het organiseren van opvang voor deze peuters van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag ontvangt Lelystad een decentralisatie-uitkering. Deze uitkering is normatief en loopt niet mee met aantallen peuters die het betreft. Door een forse toename van het aantal peuters waar deze regeling voor geldt, zijn de afgelopen jaren de uitgaven voor de peuteropvang sterk gestegen. De oorzaak van de stijging van het aantal peuters waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag (niet KOT-peuters) is op dit moment niet te geven. Aanvullend is per medio 2020 het aantal uren voorschoolse educatie verplicht uitgebreid. Vanwege gemengde groepen betekent dit ook een uitbreiding van uren voor de peuteropvang. Door deze combinatie van factoren is een bijstelling nodig van het budget. Directe beïnvloeding van deze kosten is er nagenoeg niet. Achtergrond: In 2015 waren er landelijk ongeveer 40.000 peuters die niet naar een voorschoolse voorziening gingen.
Voor deze groep hebben Rijk en VNG bestuurlijke afspraken gemaakt, met als doel dat alle peuters gebruik kunnen maken van een voorschoolse voorziening. Het Rijk heeft daarvoor via een decentralisatieuitkering aan gemeenten een aanvullend budget beschikbaar gesteld. Vanaf 2016 is het hiervoor beschikbare budget jaarlijks met € 10 miljoen toegenomen tot aan € 60 miljoen in 2021. Dit oplopende bedrag is stapsgewijs vanaf 2016 structureel aan het gemeentefonds toegevoegd. Het doel van de structurele decentralisatie-uitkering is om de peuters toe te leiden naar een plek in de opvang met een stimuleringsopdracht voor de gemeente om dit te realiseren. De bedoeling is dat in 2021 alle peuters binnen de gemeente gebruikmaken van een voorschoolse voorziening/een aanbod hebben gekregen voor gebruik van een kinderopvangplek. De decentralisatie-uitkering is niet bedoeld voor peuters van wie de ouders kinderopvangtoeslag ontvangen, gefinancierd door de belastingdienst.
17
Onderwerp
5.2
Financiële situatie Sportbedrijf
Bedragen x € 1.000
2023 PM
2024 PM
2025 PM
2026 PM
In de afgelopen periode is meer en meer duidelijk geworden dat de financiële situatie van het Sportbedrijf steeds verder onder druk is komen te staan. Deze situatie vraagt om een fundamentelere discussie, omdat er op een bepaald moment niet meer aan de taakopdracht vanuit de gemeente kan worden voldaan. Op de korte termijn wordt de financiële problematiek zichtbaar bij de noodzakelijke renovatie van de kunstgrasvelden van SVL en Unicum. De voor deze renovatie benodigde middelen vallen fors hoger uit in verband met de ontwikkelingen in de markt. De velden moeten echter vervangen worden, omdat ze inmiddels zijn afgekeurd door de KNVB. Binnen de reguliere exploitatie heeft het Sportbedrijf eigenlijk geen mogelijkheden meer om dit soort nadelige effecten op te kunnen vangen. In de toekomst zal deze problematiek alleen maar verder toenemen. De mogelijkheden voor het Sportbedrijf om middelen te genereren zijn vrij beperkt. Enerzijds wordt er een subsidie ontvangen van de gemeente en anderzijds betalen verenigingen huur voor de velden en accommodaties. Met de verkoop van kaartjes voor het zwembad of zaalverhuur zijn de mogelijkheden om middelen te genereren zo ongeveer uitgeput. De gemeentelijke bijdrage is in de afgelopen jaren lang niet altijd geïndexeerd, terwijl de kosten natuurlijk wel ieder jaar toenemen.
Een poging om aanvullende middelen op te halen bij de verenigingen stuitte op verzet. Verder bezuinigen op de interne bedrijfsvoering of het nog langer uitstellen van - inmiddels noodzakelijke - vervangingsinvesteringen wordt als niet reëel gezien.
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
14
Daar komt bij dat op de middellange en lange termijn er een uitdaging is met betrekking tot verouderde en deels verwaarloosde bestaande sportaccommodaties. Ook de groei van de stad brengt een noodzaak met zich mee om nieuwe sportcomplexen / -faciliteiten te realiseren en wellicht bestaande sportparken te verplaatsen. Dit soort investeringen brengen substantiële kapitaallasten met zich mee, waar geen dekking voor is. Naar aanleiding van de evaluatie van het sportbeleid - zoals verwoord in de notitie "Sport in Lelystad" heeft de raad reeds opdracht gegeven voor het opstellen van een sportvisie 2030, waarin de actualisatie van alle aspecten van het sportbeleid en de uitvoering daarvan worden meegenomen. Bovenstaande financiële problematiek zal daar onderdeel van moeten uitmaken. Dit naast de overige aspecten die uit de evaluatie duidelijk zijn geworden en daarnaast zal er speciale aandacht zijn voor de uitkomst van het Rekenkamer rapport over de wijze waarop Lelystad sturing geeft aan zowel beleid maken als uitvoering van dat beleid volgen en monitoren. In de sportvisie 2030 zullen een aantal varianten worden uitgewerkt op basis waarvan de raad een keuze kan maken. Er is een werkgroep aan de slag gegaan om de financiële gevolgen die hierbij horen in kaart te brengen.
18
Onderwerp
5.7
Actualisatie onderhoudsbestekken groen en reiniging
Bedragen x € 1.000
2023 -1.320
2024 -1.320
2025 -1.320
2026 -1.320
Eind 2021 zijn de integrale onderhoudsbestekken Groen en Reinigen voor de woongebieden in Lelystad opnieuw aanbesteed. De basis voor deze bestekken zijn de door de raad vastgestelde kwaliteitskaders voor de openbare ruimte. Dit onderhoudswerk staat al jaren onder druk omdat het uitvoerende aannemers niet lukt voldoende personeel te vinden om in de piekperiodes het werk conform overeenkomst uit te voeren. Het effect hiervan is dat er steeds minder marktpartijen te vinden zijn voor dit soort onderhoudswerkzaamheden en dat de prijzen stijgen. Het resultaat van deze aanbestedingen laten een gemiddelde prijsstijging zien van ruim 30%, wat neerkomt op €1.100.000. Eind 2022 lopen de onderhoudsbestekken af voor de Stadshoofdwegen (groen en reiniging), het Spelen (onderhoud speelvoorzieningen en valondergronden) en het onderhoud aan de Bomen en zullen deze opnieuw worden aanbesteed. De verwachting is dat ook hier bij aanbesteding een forse prijsstijging zal plaatsvinden. Deze bestekken vertegenwoordigen nu een waarde van €1,1 miljoen. Voor de programmabegroting van 2023 - 2026 wordt op dit moment uitgegaan van een conservatieve inschatting met een stijging van 20% op de kosten wat neerkomt op €220.000.
In de kadernota 2024 – 2027 zal, afhankelijk van de uitkomsten van deze aanbesteding, eventueel nog een bijstelling worden opgenomen om de begroting naar boven – of naar beneden toe bij te stellen.
19
Onderwerp
5.7
Watercompensatie Lindelaan
Bedragen x € 1.000
2023 -100
2024 -
2025 -
2026 -
De Lindelaan is in 2006/7 verlegd. Destijds is de verplichte en noodzakelijke watercompensatie niet uitgevoerd. Dit wil zeggen dat er met de verlegging een bepaald oppervlakte bestrating is toegevoegd, maar geen nieuw wateroppervlakte is toegevoegd. Watercompensatie (dus: het toevoegen van wateroppervlakte) is noodzakelijk, om te borgen dat het waterafvoersysteem voldoende capaciteit heeft. Voor de historische verlegging van de Lindelaan gaat het om 2.000 m2 wateroppervlakte wat nog minimaal toegevoegd moet worden. Het is dus noodzakelijk om dit nu nog uit te voeren. Dit kost €100.000. Binnen de uitvoering van het project Parkwijk zien we kansen om deze opgave voor de Lindelaan mee te nemen bij de uitvoering van huidige watercompensatie opgave voor Parkwijk. Voor de ontwikkeling van Parkwijk moet namelijk minimaal 1.158 m2 wateroppervlakte toegevoegd worden. Extra watercompensatie zal betekenen dat totaal 3.350 m2 wateroppervlakte wordt toegevoegd, waarmee zowel aan de watercompensatie opgave voor Parkwijk én de Lindelaan wordt voldaan. Binnen de GREX
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
15
van het project Parkwijk is er momenteel geld gereserveerd voor de watercompensatie opgave van Parkwijk, maar extra compenseren is niet te verantwoorden binnen de GREX van Parkwijk .
20
Onderwerp
6.3
Actualisatie Participatiewet
Bedragen x € 1.000
2023 PM
2024 PM
2025 PM
2026 PM
Bijstandsuitkeringen worden verstrekt aan inwoners die recht hebben op een inkomen in het kader van de Participatiewet en de IOAW, gedurende de periode waarin zij nog niet in staat zijn om (volledig) in eigen onderhoud te voorzien. Daarnaast zijn er klanten die een loonkostensubsidie ontvangen (de loonkostensubsidie vergoedt het verschil tussen loonwaarde en minimumloon en is bedoeld voor werknemers die vallen onder de doelgroep van de banenafspraak). De gemeente ontvangt een specifieke rijksbijdrage voor de uitvoering van deze wettelijke taken, waarbij het bedrag wordt bepaald op basis van een zogeheten objectief verdeelmodel. Vanaf 2022 wordt er binnen het macrobudget onderscheid gemaakt tussen het budget bijstandsuitkeringen (algemene bijstand, IOAW, IOAZ en het Bbz) en het budget voor de loonkostensubsidie. Dat de instroom in de bijstand naar verwachting toe zal nemen is een afgeleide van de coronacrisis. In de begroting 2022 is uitgegaan van een totale uitkeringslast ter grootte van €31.9 miljoen en een bedrag voor Loonkostensubsidie (LKS) ter grootte van €1.2 miljoen. Deze raming komt neer op een gemiddeld klantaantal van 2.160 bij een gemiddelde prijs per uitkering van €15.345,-. In hoeverre deze aantallen daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden is afhankelijk van diverse factoren en omgeven door onzekerheid.
Het exacte moment waarop de lokale instroom in de bijstand toe zal nemen is in de praktijk namelijk erg moeilijk in te schatten. In de CPB-raming is te zien dat in 2021 de werkloze beroepsbevolking is gedaald met ca. 44 duizend personen. De verwachting, op basis van de conjunctuur, is dat in 2022 de werkloze beroepsbevolking met ca. 15 duizend personen zal gaan stijgen. Dit hangt onder andere af van de instroom van statushouders, de instroom/uitstroom in de WW en vervolgens de gemiddelde duur van deze WW uitkeringen. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de rijksbijdrage dit jaar gelijke tred zal houden met de ontwikkeling van de uitkeringslasten. Er is hierbij sprake van aanzienlijke bandbreedtes, die zowel voor- als nadelig kunnen uitpakken. In mei 2022 zal er een nader voorlopige rijksbijdrage 2022 bekend worden gemaakt en begin oktober zal het de definitieve rijksbijdrage over 2022 bekend worden gemaakt.
21
Onderwerp
6.71
Actualisatie Wmo
Bedragen x € 1.000
2023 PM
2024 PM
2025 PM
2026 PM
De gemeente is op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners zodat zij zoveel mogelijk meedoen en zelfstandig kunnen (blijven) participeren in de maatschappij. Belangrijke groepen van aandacht binnen de Wmo zijn kwetsbare ouderen, inwoners met fysieke of verstandelijke beperking en inwoners met psychische problematiek. In de programmabegroting 2022 - 2025 is voor de Wmo voor 2023 een budget van €23,6 miljoen gereserveerd (saldo lasten en baten). Het grootste deel van de Wmo uitgaven bestaat uit individuele maatwerkvoorzieningen zoals huishoudelijke ondersteuning, ondersteuning thuis, dagbesteding, vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen. Een deel van deze uitgaven wordt bepaald door het aantal gebruikers en dit hangt weer samen met de vergrijzing en extramuralisering. In de afgelopen periode zijn maatregelen genomen om het gebruik van de Wmo te beperken waarbij het uitgangspunt is dat de voorzieningen beschikbaar blijven voor inwoners waarvoor dit echt nodig is. Het gebruik lijkt door deze maatregelen minder snel te stijgen dan eerder voorzien, maar het is nog onzeker hoe dit op (middel)lange termijn uit zal pakken. Meer zicht op deze effecten ontstaat naar verwachting pas in de loop van 2022. Daarnaast is het (middellange) effect van de coronapandemie en de bijbehorende lockdown op het gebruik van de Wmo sowieso niet exact in te schatten.
Al met al zijn er veel onzekerheden die de vraag naar - en daarmee het kostenniveau van - de Wmo bepalen. Ook het voornemen van de Rijksoverheid om de eigen bijdragen voor de Wmo op de schop te nemen en voor huishoudelijke ondersteuning toch
Kaderbrief 2023 – 2026
Gemeente Lelystad
16
weer een inkomensafhankelijke bijdrage in te gaan voeren zal naar alle waarschijnlijkheid een effect hebben op het gebruik van de Wmo. Het is nog onduidelijk hoe dit voornemen eruit gaat zien en wanneer dit wordt ingevoerd. We gaan er op dit moment vanuit dat het systeem van de eigen bijdrage in 2023 aangepast wordt en in de volgende jaren een dempend effect heeft op het gebruik van Wmo maatwerk. Gezien de vele onzekerheden aan zowel de lasten- als batenkant, worden de ontwikkelingen actief gemonitord en zal in opmaat naar de programmabegroting 2023 – 2026 een actueel overzicht worden opgesteld. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan - op basis van bovenstaand beschreven aannames – dat deze actualisatie budgetneutraal kan worden uitgevoerd. NB. Indien mogelijk wordt de doordecentralisatie van de regionale Wmo taak Beschermd Wonen in de actualisatie meegenomen. De financiële consequenties hiervan zijn op dit moment nog niet bekend, aangezien er slechts voorlopige cijfers beschikbaar zijn
22
Onderwerp
6.72
Actualisatie Jeugdzorg
Bedragen x € 1.000
2023 PM
2024 PM
2025 PM
2026 PM
Op basis van de arbitrage uitspraak door de Commissie van Wijzen heeft het demissionaire kabinet begin juli 2021 besloten in 2022 een aanvullend bedrag van € 1,31 miljard beschikbaar te stellen aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Voor de jaren 2023 en verder is er een afspraak gemaakt tussen de VNG, het Rijk en de provinciaal toezichthouders dat gemeenten uit mogen gaan van 75% van de bedragen zoals genoemd in het rapport van wijzen. Het kabinet Rutte IV heeft deze uitspraak van de Commissie van Wijzen terzijde geschoven en taakstellend een bezuiniging ingeboekt van € 100 miljoen in 2024 en € 500 miljoen met ingang van 2025. Het kabinetsplan wordt komende periode uitgewerkt. Het kabinet denkt onder meer aan de invoering van een eigen bijdrage en het inkorten van de behandelduur om op die wijze de kosten jeugdhulp te kunnen verlagen. In reactie hierop heeft de VNG aangegeven per direct de overleggen met betrekking tot de Hervormingsagenda Jeugd op te schorten. Op dinsdag 22 februari heeft de Eerste Kamer het kabinet een motie vastgesteld waarin het kabinet wordt opgeroepen weer om tafel te gaan met gemeenten over de hervorming van de jeugdzorg, waarbij de voorgenomen bezuinigingen uit het coalitieakkoord losgelaten moeten worden. Op dit moment is nog niet duidelijk of- en hoe deze plannen van het kabinet vorm krijgen.
Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat eventuele wijzigingen vanuit het rijk budgetneutraal zullen worden doorgevoerd.
23
Onderwerp
7.1
Actualisatie bijdrage GR GGD
Bedragen x € 1.000
2023 -94
2024 -94
2025 -94
2026 -94
Het GGD bestuur heeft ingestemd met het verhogen van de inwonersbijdrage per 2023, omdat de GGD een gemeenschappelijke regeling is zijn de hieruit voortvloeiende kosten onvermijdelijk. De verhoging is bestemd voor onderstaande zaken: Informatiebeveiliging: Naar aanleiding van de datadiefstal binnen CoronIT en HPZone hebben de GGD’n landelijk afgesproken de informatiebeveiliging te versterken door op korte termijn te werken overeenkomstig de vereisten van NEN 7510. Informatiebeheer: Om te voldoen aan de archiefwet moeten er structurele verbeteringsacties ondernemen worden binnen de interne informatiehuishouding van de GGD. Infectieziektebestrijding (IZB): In te zetten op de versterking van IZB. Zonder verdere investering is de IZB niet voldoende uitgerust voor de uitvoering van de reguliere taak. De noodzaak voor versterking van de IZB is landelijk gezien aan de orde. Voor informatiebeveiliging en beheer wordt de inwonersbijdrage van Lelystad met €33.000 verhoogd en voor IZB wordt de inwonersbijdrage van Lelystad met €61.000 opgehoogd. Op het gebied van IZB verwacht de GGD een extra bijdrage vanuit het Rijk. Deze bijdrage is nog hoogst onzeker, mocht hierover