CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Antwoord Notitie Reikwijdte en Detailniveau Verkenning bereikbaarheid CID Binckhorst.pdf

Beeldvorming raadszaal 16 maart 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Beantwoording technische vragen over de Raadsbrief Nota van Antwoord op zienswijzen Nota Reikwijdte en Detailniveau Verkenning CID Binckhorst en beantwoording schriftelijke vragen GBLV.42.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Opa’s Veldje en de Scouting Veel zienswijzen gaan over Opa’s Veldje, de scouting en Huygens’ Hofwijck. Veelvuldig wordt gewezen op het belang van het behoud van de kwaliteiten daarvan. De zorgen over en het belang van goede inpassing en daarmee het behouden van Opa’s veldje en de scouting wordt door de initiatiefnemers gezien en onderschreven. Bij de uitwerking van HOV-tracés langs Opa’s veldje en de scouting worden de functie en het gebruik van dit gebied gehandhaafd. Een van de mogelijke tracés ligt zo dicht mogelijk naast de huidige treinsporen. In het Plan-MER worden de effecten in beeld gebracht van de verschillende opties voor de inpassing.

De initiatiefnemers zullen langs twee lijnen de betrokkenheid van de omgeving in deze fase intensiever bij dit project gaan organiseren: 1). In het vervolg van de Verkenning en in aanloop naar de tweede trechtering (de keuze van een voorkeursalternatief) worden bewoners en belanghebbenden actief geïnformeerd over de Verkenning met (online) informatiebijeenkomsten, website, nieuwsbrieven etc. Dit in aanvulling op de inspraakprocedure ten aanzien van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en inspraak in 2021 over het Masterplan Mobiliteit. 2). Daarnaast wordt vanuit het project een gezamenlijk Bewonersplatform georganiseerd voor bewoners, belanghebbenden en georganiseerde belangengroepen zoals de Bewonersorganisaties in Voorburg, Rover en de Fietsersbond uit Leidschendam-Voorburg en Den Haag. Doel van dit Bewonersplatform is het zorgvuldig en nauw betrekken van bewoners bij het proces en de inhoudelijke stappen in de verkenning. De status van dit Bewonersplatform is in lijn met het participatieniveau ‘proactief informeren en raadplegen’.

Huygens’ Hofwijck Ook zijn zorgen geuit over aantasting van Huygens’ Hofwijck. De initiatiefnemers herkennen die zorg. Echter de passage door elke vorm van HOV langs (de tuin van) Huygens’ Hofwijck is geen onderdeel van deze Verkenning. Het is onderdeel van een toekomstige doortrekking vanaf Voorburg richting Zoetermeer de regio in (tijdshorizon 2040). De studie naar deze doortrekking (preverkenning Koningscorridor) is recent gestart met het in beeld brengen van mogelijke alternatieven. De omgeving wordt betrokken om mee te denken over alternatieven voordat er in de eerste fase getrechterd wordt naar de meest kansrijke alternatieven. Besluitvorming over doortrekken is binnen de komende 5 jaar niet voorzien. De cultuurhistorische waarde en status van (de tuin van)

21

Hoofdstuk44 Hoofdstuk

Hoofdpunten Hoofdpuntenen enhoe hoedeze dezezijn zijnbeantwoord beantwoord Gedetailleerde beantwoording Vanaf pagina 26 worden de binnengekomen zienswijzen beantwoord. De zienswijzen zijn geanonimiseerd en op volgorde van binnenkomst weergegeven. In de tabel is steeds in de linker kolom de inhoud van de zienswijze weergegeven, in de rechter kolom is de beantwoording opgenomen. In de beantwoording is per zienswijze aangegeven of deze leidt tot aanpassingen in de onderzoeksopzet van het Plan-MER.

22

Hoofdstuk 5

Hoe verder en aanpassingen in de onderzoeksopzet Deze Nota van Antwoord is vastgesteld door de colleges van B&W van de gemeenten Den Haag en Leidschendam-Voorburg. Beide colleges sturen deze Nota van Antwoord naar de beide gemeenteraden. De colleges zijn onderdeel van de zes initiatiefnemers en de beide gemeenteraden zijn de zogenaamde bevoegd gezagen voor de MER en stellen het Masterplan Mobiliteit en de plan-MER vast.

de verschillende opties voor de inpassing, daarbij wordt ook onderzoek gedaan naar geluidsbelasting, luchtkwaliteit en trillingen op het detailniveau dat nodig is om een voorkeursalternatief en inpassingsvariant te kiezen. In de vervolgfase (planuitwerking) wordt voor het uiteindelijke voorkeursalternatief meer in detail onderzoek gedaan voor de betreffende aspecten.

In het Plan-MER en het Ontwerp Masterplan Mobiliteit CID-Binckhorst (met daarin de onderbouwing van het voorkeursalternatief) worden de aanpassingen in de onderzoeksopzet integraal meegenomen. Er wordt geen aangepaste NRD gemaakt. Aanpassingen in de onderzoeksopzet Op de volgende punten wordt de onderzoeksopzet aangevuld/aangepast:  Faseringsalternatief over de Prinses Mariannelaan In de eerste fase van de Verkenning CID-Binckhorst (2018-2019) zijn voor de verbinding tussen de Binckhorstlaan en station Voorburg de routes langs de Maanweg en langs de Mariannelaan beschouwd. Het inzicht destijds was dat de route via de Prinses Mariannelaan geen mogelijkheid biedt om in de toekomst een goede doorkoppeling te maken naar de regio (Zoetermeer en verder) en vanwege het woonprofiel onvoldoende ruimte biedt om als hoogwaardig lightrail uit te voeren. Daarom werd in de NRD in aansluiting op het eindbeeld van de Koningscorridor uitgegaan van de route langs de Maanweg. Een tracé langs de Prinses Mariannelaan kan mogelijk wel een tijdelijke oplossing bieden richting het eindbeeld. Naar aanleiding van de reacties op de NRD met betrekking tot het te onderzoeken tracé en de mogelijkheid om als tijdelijke oplossing te fungeren zal de route langs de Prinses Mariannelaan als faseringsvariant tevens in het onderzoek worden meegenomen. 

Ruimtelijke kwaliteit Naar aanleiding van zienswijzen wordt in het onderzoek een expliciet criterium meegenomen over de ‘ruimtelijke kwaliteit van de bestaande omgeving’. Dit zit al enigszins verweven in andere criteria, maar het is goed om dit apart en daarmee meer expliciet voor de varianten in beeld te brengen.

Alternatieve route via Binckhorstlaan – Zonweg – Regulusweg Ook het tracé via de Zonweg – Regulusweg wordt toegevoegd aan het onderzoek. In eerste instantie wordt door middel van een quick scan gekeken naar de ruimtelijke inpassing, de verstedelijking, de kosten en de vervoerwaarde van dit tracé. Op grond van de resultaten van deze quick scan wordt dit tracé mogelijk volwaardig toegevoegd aan het onderzoek. Over de uit te voeren analyse en de uitkomsten daarvan wordt via de gebruikelijke kanalen, de komende informatiebijeenkomsten en in het op te richting Bewonersplatform gecommuniceerd.

Vervolgproces en bredere participatie Het Plan-MER en het Concept Masterplan Mobiliteit CID-Binckhorst zijn gepland rond de herfst van 2021 en worden gedurende zes weken door de bevoegd gezagen Den Haag en Leidschendam-Voorburg ter inzage gelegd voor inspraak. De Verkenning wordt afgesloten met besluitvorming over het voorkeursalternatief in beide gemeenteraden, in de programmaraad MoVe en het BO-MIRT door de gezamenlijke initiatiefnemers. De beide gemeenteraden zijn het bevoegd gezag in het kader van de m.e.r.-procedure.

Opa’s veldje en de scouting Mede naar aanleiding van de zienswijzen zijn de uitgangspunten voor het onderzoek op dit punt aangescherpt. Bij de uitwerking van HOV-tracés langs Opa’s veldje en de scouting worden de functie en het gebruik van dit gebied gehandhaafd. Een van de mogelijke tracés ligt zo dicht mogelijk naast de huidige treinsporen. In het Plan-MER worden de effecten in beeld gebracht van

Evenals tijdens de inspraakperiode rondom de NRD vindt tijdens de inspraakperiode van het Plan-MER en het Concept Masterplan Mobiliteit CID-Binckhorst een

23

Hoofdstuk 5

Hoe verder en aanpassingen in de onderzoeksopzet informatiebijeenkomst plaats. Iedereen is welkom om tijdens (online) informatiebijeenkomsten informatie te ontvangen over het Plan-MER en het Concept Masterplan CID Binckhorst, het proces van de Verkenning en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.

vaker) wordt in aanloop naar de keuze voor het Voorkeursalternatief. De status van dit Bewonersplatform is in lijn met het participatieniveau ‘proactief informeren en raadplegen’. De organisatie van dit Bewonersplatform wordt breed gecommuniceerd in de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Den Haag en Rijswijk, zodat iedereen zich kan aanmelden. Het Bewonersplatform wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter.

Tijdens de bijeenkomsten worden de effecten van de alternatieven toegelicht. Daarnaast worden de uitgewerkte alternatieven getoond en worden de aanvullende maatregelen toegelicht. Ook zal de beoordeling van de alternatieven worden toegelicht.

Deze Nota van Antwoord verschijnt na vaststelling op de websites www.binckhorstbereikbaar.nl www.denhaag.nl www.leidschendam-voorburg.nl

De meest gestelde vragen en opmerkingen worden genotuleerd door het projectteam. Dat wordt verwerkt in een overzichtelijk document, welke op de projectwebsite wordt gezet. Deze is openbaar voor alle geïnteresseerden. De vragen en reacties tijdens deze bijeenkomsten leiden echter niet automatisch tot aanpassingen van het ontwerp, wel kunnen degenen die de vraag of reactie geven te zijner tijd een zienswijze indienen net als een ieder, die eventueel leidt tot aanpassingen in het Plan-MER of Concept Masterplan. Mogelijk leveren de reacties aandachtspunten op die worden meegenomen in de volgende fase na de Verkenning (Planuitwerkingsfase). Mede naar aanleiding van opmerkingen in zienswijzen over de beperkte mogelijkheden van betrokkenheid in de 1e fase van de Verkenning wordt in deze 2e fase de betrokkenheid van de omwonenden anders georganiseerd. Daarvoor wordt vanuit het project een gezamenlijk Bewonersplatform georganiseerd voor bewoners, belanghebbenden en georganiseerde belangengroepen zoals bewonersorganisaties, Rover en de Fietsersbond. Doel van het Bewonersplatform is om bewoners en organisaties zorgvuldig en nauw te betrekken bij het proces en de inhoudelijke stappen in de Verkenning.

Tijdens (online) bijeenkomsten van het Bewonersplatform worden de deelnemers voorzien van informatie over de stappen die worden gezet in de Verkenning en over de (tussen)resultaten van de onderzoeken en het ontwerpproces en hierover het gesprek aan te gaan. Inschatting is dat er 3-4 maal bijeen gekomen (indien nodig

24

Hoofdstuk 5

Hoe verder en aanpassingen in de onderzoeksopzet

Figuur 3: Tracés en systeemalternatieven in onderzoek. Tracé Maanweg en naar Rijswijk en Delft waren reeds benoemd in de NRD. Tracé Pr. Mariannelaan is toegevoegd als faseringsalternatief. Tracé Zonweg betreft een quick scan van een lightrail oplossing die mogelijk als volwaardig tracé toegevoegd wordt aan het onderzoek.

25

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen 5.1

5.2

Zienswijze 1 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a) Indiener vraagt aandacht voor het aspect sociale veiligheid. Indiener geeft aan zich veiliger te voelen in een bus, dan in een lightrailvoertuig.

Sociale veiligheid is niet als criterium opgenomen in het afweegkader van het Plan-MER omdat dit wordt gezien als een eis voor de HOV-oplossing. Of de gekozen oplossing nu een bus, tram of lightrail betreft, het dient te voldoen aan voorwaarden op het gebied van sociale veiligheid, zowel in het voertuig als bij de haltes. De eisen voor sociale veiligheid in het openbaar vervoer zijn o.a. vastgelegd in het integraal actieplan sociale veiligheid. Met andere woorden, de alternatieven zijn op dit aspect niet onderscheidend van elkaar.

b) Daarnaast geeft indiener aan dat de plaats van de halte een grote invloed heeft.

Met betrekking tot de alternatieven 1 Tram en 2 HOV-Bus zijn er, naast de haltes bij Den Haag Centraal en station Voorburg, op het traject vier zoekgebieden voor haltes (de halteafstanden bedragen circa 750 tot 1000 meter). Bij het alternatief 2 lightrail is de afstand groter (tussen de 1 en 2 km) en wordt eerder gekeken naar drie zoekgebieden voor haltes op het traject. Er komen wel allerhande mobiliteitsvoorzieningen bij de haltes, zoals fietsparkeren. De exacte positionering van de haltes wordt nader bepaald in de Planuitwerkingsfase die start na de keuze voor het Voorkeursalternatief. In de huidige fase worden haltes indicatief aangegeven en als zodanig meegenomen in de beoordeling van de bereikbaarheids- en milieueffecten.

Zienswijze 2 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a) Indiener vraagt om Prinses Mariannelaan mee te nemen in het traject. Indiener geeft aan dat de bewoners van Voorburg West nog altijd de tramverbinding missen die hierdoorheen liep.

In de eerste fase van de Verkenning CID-Binckhorst (2018-2019) zijn voor de verbinding tussen de Binckhorstlaan en station Voorburg de routes langs de Maanweg en langs de Mariannelaan beschouwd. De route via de Prinses Mariannelaan biedt echter geen mogelijkheid om in de toekomst een goede doorkoppeling te maken naar de regio (Zoetermeer en verder) en heeft vanwege het woonprofiel onvoldoende ruimte om als hoogwaardig lightrail uit te voeren. Daarom wordt in de NRD in aansluiting op het eindbeeld van de Koningscorridor uitgegaan van de route langs de Maanweg. Een tracé langs de Prinses Mariannelaan kan mogelijk wel een tijdelijke oplossing bieden richting het eindbeeld. Naar aanleiding van de reacties op de NRD met betrekking tot het te

26

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen onderzoeken tracé en de mogelijkheid om als tijdelijke oplossing te fungeren zal de route langs de Prinses Mariannelaan als faseringsvariant tevens in het Plan-MER worden bestudeerd. b) Indiener vraagt zich af of de bewoners tegemoet gekomen kunnen worden met een halteplaats op de hoek Maanweg / Binckhorstlaan, mocht de Prinses Mariannelaan niet meegenomen worden in het traject.

5.3

Wat betreft het tegemoet komen van de bewoners met een halteplaats op de hoek Maanweg / Binckhorstlaan, kan in deze fase nog geen duidelijkheid worden verschaft. De hoeveelheid haltes wordt bepaald door het alternatief dat uiteindelijk gekozen wordt (vier haltes bij de alternatieven bus en tram en drie haltes bij het alternatief lightrail). De exacte positionering van de haltes wordt nader bepaald in de Planuitwerkingsfase die start na de keuze voor het Voorkeursalternatief.

Zienswijze 3 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a) Indiener betreurt het dat betrokkenen pas in dit stadium worden geïnformeerd over de plannen en voornemens, terwijl het traject al geruime tijd loopt, en er in het voortraject klaarblijkelijk al keuzes zijn gemaakt. Indiener geeft aan dat, voor zover mogelijk is nagegaan - in ieder geval waar het tracé over het grondgebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg gaat - de tracékeuze feitelijk reeds gemaakt is. Uit de tekst en diverse afbeeldingen in de notitie maakt de indiener op, dat het de facto maar om één tracé gaat, waarbij uitsluitend de modaliteitskeuze en de al dan niet verhoogde/verlaagde ligging hiervan voorligt. De keuze is dus nogal beperkt en geclausuleerd en komt erop neer dat het tracé linksom of rechtsom over Opa’s veldje gaat, de speeltuin/ speelweide met traverse in Voorburg-West, direct bij Indiener voor de deur. Opa’s veldje is thans een prachtige lommerrijke en groene omgeving en vervult een belangrijke functie voor de wijk en steeds meer ook daarbuiten (juist vanwege het ontbreken van groen in de Binckhorst zelf). Op Opa’s veldje staat ook het clubhuis van de scouting Miriam-Livingstone. Opa’s veldje wordt ook intensief (dagelijks) gebruikt door de omringende scholen (gymles) en diverse sportclubs. In Opa’s veldje is de afgelopen jaren veel

Initiatiefnemers hebben voor deze Verkenning in de 1e fase gekozen om van grof naar fijn te werken, waarbij de eerste trechtering naar drie alternatieven is gedaan met experts van de initiatiefnemers, vervoersbedrijven en buurgemeenten. In het vervolg van de Verkenning en in aanloop naar de tweede trechtering (de keuze van een voorkeursalternatief) zijn en worden bewoners en belanghebbenden actief geïnformeerd over de Verkenning met (online) informatiebijeenkomsten, website, nieuwsbrieven etc. Dit in aanvulling op de inspraakprocedure ten aanzien van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en inspraak in 2021 over het Masterplan Mobiliteit. Daarnaast wordt vanuit het project een gezamenlijk Bewonersplatform georganiseerd voor bewoners, belanghebbenden en georganiseerde belangengroepen zoals Bewonersorganisatie Bickhorst (Voorburg), Rover en de Fietsersbond uit Leidschendam-Voorburg en Den Haag.

Op grond van de zienswijzen worden er twee tracés aan het onderzoek toegevoegd, namelijk een tracé via de Prinses Mariannelaan en een tracé via de Zonweg en Regulusweg. Het tracé via de Prinses Mariannelaan wordt in het Plan-MER onderzoek meegenomen als faseringsvariant, wat inhoudt dat er tijdelijk (tot 2040) gebruik gemaakt zou kunnen worden van het tracé door de Prinses Mariannelaan. Ook het tracé via de Zonweg – Regulusweg wordt toegevoegd aan het onderzoek. In eerste instantie wordt

27

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen geld geïnvesteerd (o.a. aanleg Huygens’-traverse, vernieuwing speeltoestellen).

door middel van een quick scan gekeken naar de ruimtelijke inpassing, de verstedelijking, de kosten en de vervoerwaarde van dit tracé. Op grond van de resultaten van deze quick scan wordt dit tracé mogelijk volwaardig toegevoegd aan het onderzoek. Over de uit te voeren analyse en de uitkomsten daarvan wordt via de gebruikelijke kanalen, de komende informatiebijeenkomsten en in het op te richting Bewonersplatform gecommuniceerd. De zorgen over en het belang van goede inpassing en daarmee het behouden van Opa’s veldje wordt door de initiatiefnemers gezien en onderschreven. Voor het HOV-tracé vanaf de Maanweg naar station Voorburg wordt een schetsontwerp uitgewerkt om zicht te krijgen op het benodigde ruimtebeslag, ook ter plaatse van en de loop-en fietsroute Huygens’-traverse en Opa’s Veldje en (wijk)groen. Bij de uitwerking van HOV-tracés langs Opa’s veldje en de scouting worden de functie en het gebruik van dit gebied gehandhaafd. Een van de mogelijke tracés ligt zo dicht mogelijk naast de huidige treinsporen. In het Plan-MER worden de effecten in beeld gebracht van de verschillende opties voor de inpassing, daarbij wordt ook onderzoek gedaan naar geluidsbelasting, luchtkwaliteit en trillingen op het detailniveau dat nodig is om een voorkeursalternatief te kiezen.

In de vervolgfase (planuitwerking) wordt voor het uiteindelijke voorkeursalternatief meer in detail onderzoek gedaan voor de betreffende aspecten. In het Omgevingsplan Binckhorst wordt géén specifiek tracé voor de HOV-verbinding vastgelegd. Wel maakt het Omgevingsplan Binckhorst het aanleggen van een HOVverbinding mogelijk (‘toelatingsplanologie’), maar een specifiek tracé (bijvoorbeeld het tracé via de Maanweg) wordt niet dwingend planologisch vastgelegd in dit Omgevingsplan.

b) In alle varianten heeft het bovengeschetste tracé geweldige impact voor Opa’s veldje en met name voor Indiener en omwonenden die direct en 24/7 uitkijken op Opa’s veldje; nog afgezien van jarenlange bouwwerkzaamheden in de directe omgeving van de woningen met alle risico’s en overlast van dien (bv. verzakkingen vanwege heiwerkzaamheden op enkele tientallen meters van de woningen), gaat het dan onder meer over blijvende gevolgen als: serieuze extra geluidsoverlast, trillingen, extra emissies, horizonvervuiling en/of lichtoverlast van hoogfrequent passerende trams of bussen. Nog afgezien van de blijvende waardevermindering van de betrokken woningen.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. Waardevermindering of -verhoging is geen onderdeel van het Plan-MER. In de vervolgfase na vaststelling van het voorkeursalternatief wordt het tracé, de inpassing en maatregelen in de planuitwerkingsfase uitgewerkt. Mogelijke planschade wordt dan ook onderzocht. Mocht indiener schade ondervinden, dan kunt u tegen die tijd een verzoek tot schadevergoeding indienen. Over de procedure wordt te zijner tijd meer informatie gegeven. Met een ieder die wordt geraakt zal persoonlijk contact op worden genomen in de planuitwerkingsfase.

28

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen c) Indiener geeft aan grote zorgen te hebben over dit traject en is er op voorhand niet van overtuigd dat dit het enig denkbare en het beste tracé is. Indiener heeft getracht te achterhalen welke andere tracés onderzocht zijn, maar treffen daarover niets aan in de notitie. Indiener heeft behoefte aan transparantie omtrent de te onderzoeken alternatieven en verzoekt dat de Verkenning dit inzicht onverwijld te geven.

In de lijnennetnota voor Netwerk RandstadRail heeft het Algemeen Bestuur van het toenmalige Stadsgewest Haaglanden op 24 juni 2009 een HOV-verbinding aan (de noordzijde van) de Binckhorstlaan vastgesteld als onderdeel van de regionale netwerkontwikkeling. In het Plan-MER voor de Haagse Nota Mobiliteit uit 2010 is dit tracé tevens beoordeeld. In het verlengde hiervan heeft het Stadsgewest Haaglanden in 2012 in het regionale Mobiliteitsfonds middelen gereserveerd voor subsidie aan de gemeente Den Haag ten behoeve van de ruimtelijke reservering voor een HOV-lijn in de Binckhorstlaan in combinatie met de realisatie van de Rotterdamsebaan. Zie ook beantwoording 3a In het visiedocument Schaalsprong OV Den Haag en omgeving (RIS303479, vastgesteld 13 september 2019) is beschreven welke ambitie de gemeente Den Haag voor het OV netwerk in de stad en regio heeft voor het eindbeeld in 2040. Deze visie bouwt voort op de eerdere besluitvorming in het kader van Netwerk RandstadRail en de Haagse Nota Mobiliteit. Hierbij zijn op hoofdlijnen verschillende netwerkscenario’s onderzocht. Geconcludeerd is dat het ontwikkelen van hoofdassen voor het OV om de stad en regio te verbinden het meeste effect heeft op de doelen van de stad en regio om de economische kracht van de agglomeratie te vergroten en de noodzakelijke groei van woningen in de regio duurzaam te kunnen realiseren.

Een van die assen is de Koningscorridor die het centrum van Den Haag via de nieuwe ontwikkelingen in de Binckhorst via de Binckhorstlaan, de Maanweg en Voorburg verbindt met Zoetermeer. In de NRD voor de Verkenning CID-Binckhorst is het tracé daarom als basis gebruikt. Dit sluit nog steeds optimaal aan op de ruimtelijke ontwikkeling van de Binckhorst die uitgaat van een hoogstedelijk woon-, werk- en leefmilieu langs de Binckhorstlaan. In hoofdstuk 2 is een overzicht gegeven van hetgeen vooraf ging inclusief verwijzingen naar rapporten. Daarnaast zijn op de website www.binckhorstbereikbaar.nl rapporten en studies beschikbaar gesteld.

d) Daarnaast zou Indiener een nadere duiding willen hebben van de betekenis van de NKO, want deze versterkt Indieners indruk dat niet alleen het tracé al vastligt, maar dat ook gekoerst wordt op verhoogde ligging, waardoor de keuze nog beperkter is dan wordt gesuggereerd in de NRD.

In een Verkenning werken we van grof naar fijn. Er wordt breed begonnen met de problemen en mogelijke oplossingen, die echter niet allemaal kansrijk zijn. De Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO) is het resultaat van de Analytische Fase van de Verkenning die in 2019 plaatsvond en is beschikbaar op de website www.binckhorstbereikbaar.nl. Daarin zijn de eerste inzichten uit de preverkenning die in

29

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen 2018 plaatsvond verbreed tot een tiental oplossingsrichtingen bestaande uit een uiteenlopende maatregelen. Het ging hierbij om de oplossingsrichtingen met alleen fietsmaatregelen, een reguliere tram, een HOV-tram, HOV-bus lokaal, HOV-bus regionaal, HOV-tram lokaal, HOV-tram regionaal en lightrail lokaal). Deze tien oplossingsrichtingen zijn met behulp van een afweegkader en effectenonderzoek (de zogenaamde zeef 1 in een Verkenning) op een hoog abstractieniveau met elkaar vergeleken om te zien of de oplossingsrichtingen realistisch zijn. Uit deze studie kwam naar voren dat een alternatief kansrijk is als onderdelen worden samengevoegd tot een pakket aan mobiliteitsmaatregelen, bestaande uit een basispakket (no regret), uitgebreide fietsmaatregelen én een HOV-verbinding. Dit heeft geleid tot 3 kansrijke alternatieven. Om deze 3 kansrijke alternatieven goed met elkaar te kunnen vergelijken op kosten is (in de vorige fase) uitgegaan van een verhoogde ligging (+1) op onderdelen van het tracé. Deze 3 Kansrijke Alternatieven uit de Analytische fase worden in de huidige Beoordelingsen besluitvormingsfase verder uitgewerkt tot een schetsontwerp en onderzocht op bijvoorbeeld milieueffecten, maatschappelijke kosten en baten en de samenhang met de gebiedsontwikkeling. De hoogteligging staat nog niet vast, dit is onderdeel van de uitwerking van het schetsontwerp.

Daarbij geldt wel dat gezien de aanwezigheid van de Rotterdamsebaan de mogelijkheden in de Binckhorstlaan eerder uit zullen gaan van een verhoogde ligging (+1 ligging) in geval van een lightrail. Voor de lightrail wordt ook een -1 ligging op station Voorburg in de afweging meegenomen. Voor tram en bus gaan we uit van ligging op maaiveld. e) Kijkend naar de te hanteren criteria en het afweegkader merkt Indiener verder op, dat het zaak is dat de te maken keuze ‘first time right’ en proportioneel is zodat de overlast voor omwonenden eenmalig is, zaak is om bij de keuze nog eens te kijken naar het realiteitsgehalte van eventuele doorontwikkeling van het tracé, mede gelet op de tijdhorizon van 2040, en evt. belemmerende factoren, het is niet duidelijk of en op welke wijze de waardevermindering van de ca. 35 direct omliggende woningen in Voorburg bij de beoordeling wordt meegenomen; via een zgn. expert judgement wordt gekeken naar het criterium ruimtegebruik, aldus de notitie. Indiener gaat ervanuit dat het lokale experts betreft die daadwerkelijk zicht op en verstand van de lokale situatie hebben.

In deze fase van de Verkenning wordt toegewerkt naar een Voorkeursalternatief door de drie Kansrijke Alternatieven te vergelijken. Daarbij zijn in het afweegkader de criteria opgenomen die relevant zijn voor deze keuze en waarop de alternatieven (mogelijk) onderscheidend zijn ten opzichte van elkaar. Het realiteitsgehalte van de doorontwikkeling van het tracé is daarbij onderdeel van de afweging richting het Voorkeursalternatief (dat is de “doorkijk” naar de situatie dat het lokale HOV-tracé in het plangebied in CID Binckhorst wordt aangesloten/verbonden met de regio). Dit wordt meegenomen in het aspect “adaptiviteit” zoals opgenomen in het afweegkader plan-MER (tabel 4-2 van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau). Waardevermindering of -verhoging is geen onderdeel van het Plan-MER. In de vervolgfase na vaststelling van het voorkeursalternatief wordt het tracé, de inpassing en maatregelen

30

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen in de planuitwerkingsfase uitgewerkt. Mogelijke planschade wordt dan ook onderzocht. Mocht indiener schade ondervinden, dan kunt u tegen die tijd een verzoek tot schadevergoeding indienen. Over de procedure wordt te zijner tijd meer informatie gegeven. Met een ieder die wordt geraakt zal persoonlijk contact op worden genomen in de planuitwerkingsfase.

5.4

Zienswijze 4 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a) Indiener vraagt aandacht voor het cultuur-historisch erfgoed van de tuin van buitenplaats Hofwijck. De aanleg van de Huygens’-traverse en de renovatie en kwaliteitsverbetering van Opa’s veldje (speel- en recreatievoorziening) aan de Tuinluststraat in Voorburg zouden teniet worden gedaan als de tramlijn aan deze zijde van het Hoogspoor wordt aangelegd.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b) Indiener vraagt duidelijkheid welk tracé de tramlijn volgt en waar deze lijn naar toe gaat. Indiener doet diverse suggesties. Het meest eenvoudige is een regionale tram, vergelijkbaar met die naar Nootdorp, Wateringen en Scheveningen. Die zou vanuit de Binckhorst kunnen aantakken op het oude tracé van lijn 10 over de Pr. Mariannelaan en de Geestbrugweg. De tram gaat dan van Voorburg Station via de bestaande railverbinding naar Rijswijk/Haagweg en gaat vandaar via bestaand spoor naar Delft/TU-wijk.

Onderdeel van het Plan-MER is het uitwerken van een schetsontwerp van de alternatieven. Het tracé volgt daarbij de lijn zoals opgenomen in figuur 3-1 van de NRD en wordt binnen het plangebied zoals aangegeven in de figuur 1-1 van NRD uitgewerkt. Een reguliere tram is in de vorige fase afgevallen. Voor de uitwerking wordt uitgegaan van een HOV-tram.

De initiatiefnemers herkennen die zorg. De cultuurhistorische waarde en status van (de tuin van) Huygens Hofwijck worden geborgd; aantasting van deze cultuurhistorische waarde en status is niet aan de orde. De passage door elke vorm van HOV langs (de tuin van) Huygens’ Hofwijck is geen onderdeel van deze Verkenning. Het is onderdeel van een toekomstige doortrekking vanaf Voorburg richting Zoetermeer de regio in (tijdshorizon 2040). De studie naar deze doortrekking (preverkenning Koningscorridor) is recent gestart met het in beeld brengen van mogelijke alternatieven. De omgeving wordt richting de zomer van 2021 betrokken om mee te denken over alternatieven voordat er in de eerste fase getrechterd wordt naar de meest kansrijke alternatieven. Besluitvorming over doortrekken is binnen de komende 5 jaar niet voorzien.

In de Prinses Mariannelaan is geen ruimte voor een eigen baan waardoor de HOVverbinding via de Prinses Mariannelaan naar station Voorburg niet past bij de lange termijn visie (vanuit plannen Schaalsprong OV 2040) voor een regionaal (H)OV systeem. De aansluiting op het bestaande spoor in de Prinses Mariannelaan met een bocht richting Delft is onderdeel van de alternatieven. Het gebruik van de bestaande tramsporen via de

31

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen Prinses Mariannelaan (met een bocht) richting station Voorburg is alleen in beeld als mogelijke tijdelijke faseringsoptie. Dit houdt in dat het HOV-traject door de Maanweg tot station Voorburg in een later stadium wordt gerealiseerd dan het traject vanaf Den Haag Centraal langs de Lekstraat en de Binckhorstlaan. Voor de tijdelijke situatie wordt in het zuidelijk deel van de Binckhorstlaan bij de HOV Tram en HOV Lightrail dan voorzien in een aansluiting op de bestaande sporen (bocht in noordelijke richting om de sporen te verbinden) zodat het HOV met het verkeer mee rijdt naar station Voorburg. De lightrailvariant gaat uit van een hoogwaardig (RandstadRailachtig) systeem vanaf Den Haag Centraal over volledig vrijliggende infrastructuur tot en met Voorburg, met het idee om deze op termijn door te kunnen trekken naar Zoetermeer. Deze lijn voor de lange termijn via de Prinses Mariannelaan laten lopen maakt de dienstregeling minder robuust, vergt diverse systeemovergangen qua beheersing en beveiliging, en zorgt voor langere reistijd dan via vrijliggende infrastructuur (via de Maanweg). Ook betekent het dat een deel van de Prinses Mariannelaan voor tramverkeer in twee richtingen moet worden ingericht, om een goede haltering bij station Voorburg mogelijk te maken. Als faseringsoptie is dit wel mogelijk (zoals reeds in het antwoord is genoemd).

Het deel naar Delft wordt vanaf de Binckhorstlaan als (HOV-)tram uitgevoerd (en dus niet meer als lightrail), waarbij meerijden met overig verkeer niet ideaal is, maar ook geen “showstopper”. Elders op de lijn naar Delft gebeurt dit namelijk ook.

22

c) Indiener vraagt dat ook meegenomen wordt dat de IC van Utrecht naar Den Haag ook op de A-locatie van station Voorburg gaat stoppen. En als de IC weer in Voorburg stopt, hebben ook de nieuwe bewoners van de Binckhorst een goede verbinding naar Utrecht en verder, omdat de IC toch bijna 15 minuten tijdwinst oplevert naar Utrecht in vergelijking met de sprinter.

In deze Verkenning gaat het om het regionaal openbaar vervoer. De toekomstplannen voor het nationale Intercitynetwerk is belegd in het landelijk programma OVToekomstbeeld22, en is geen onderdeel van deze Verkenning. Een Intercity stop in Voorburg is niet voorzien in de huidige plannen van het OV-Toekomstbeeld.

d) De indiener mist een tracé dat vanaf de Maanweg loopt naar de Laan van Nieuw Oosteinde (dus onder het Wilhelminaviaduct door) en dan via het Prinses Marianne- viaduct naar het busstation in het traject Den Haag CS – Leidschendam naar Voorschoten respectievelijk naar Leiden CS.

Het door de indiener aangedragen alternatief (dat voorziet in doortrekking van het Maanweg HOV-tracé onder de A12) wordt niet gezien als een geschikte mogelijke oplossing voor een HOV-verbinding. Het zorgt voor een conflict met het autoverkeer op de toe- en afritten van de A12 waar doorstroomhinder voor autoverkeer en OV ontstaat. Ook is er aan de andere zijde van de A12 onvoldoende ruimte voor de inpassing van de

Toekomst openbaar vervoer 2040 | Openbaar vervoer (ov) | Rijksoverheid.nl

32

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen HOV baan. Tenslotte past het niet bij optie voor de mogelijke toekomstige doorkoppeling naar Zoetermeer. e) De indiener stelt dat een regionale tram beter is in te passen dan de RandstadRail als die verhoogd op Station Voorburg de overstap met de NS lijn moet realiseren.

5.5

5.6

De inpassing van de verschillende varianten is onderdeel van de ontwerpen die gemaakt gaan worden. Ook op dit aspect worden de drie alternatieven met elkaar vergeleken.

Zienswijze 5 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Dank voor uw brief aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed waarin u ons uitnodigt te adviseren op de NRD Verkenning bereikbaarheid CID – Binckhorst. Indiener heeft de rapportage doorgenomen en gezien dat cultureel erfgoed volwaardig wordt meegenomen in het milieuonderzoek.

Hartelijk dank voor de positieve reactie. Dit zienswijzepunt wordt voor kennisgeving aangenomen.

b)

In het Afweegkader zijn archeologie en cultuurhistorie als criteria van het aspect agglomeratiekracht meegenomen. Indiener gaat er van uit dat de GIS-excercitie en de expert judgement in ieder geval ten dele door de bureaus archeologie en monumenten van de gemeente Den Haag zullen worden uitgevoerd dan wel begeleid.

In de beoordeling van het criterium archeologie en cultuurhistorie maken experts gebruik van de betreffende expertise van de gemeente Den Haag en de gemeente Leidschendam-Voorburg.

Zienswijze 6 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a) Indiener vindt een verbinding met bijvoorbeeld bus tussen Den Haag CS en station Voorburg positief. De plannen gaan echter over de Maanweg, zodat een hele wijk, Voorburg-West, zonder goede verbinding komt te zitten. Gezien de grootte van de wijk Voorburg-West zou het logischer zijn om de eventuele busverbinding niet via de Maanweg maar via de Prinses

In de Verkenning gaan we uit van een hoogwaardige OV (HOV)-verbinding waarbij meerdere traces mogelijk zijn. De grote hoeveelheid woningen, kantoren en bedrijvigheid die de komende jaren in de Binckhorst gerealiseerd worden, gekoppeld aan een beleid waarbij lopen en fietsen wordt

33

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen Mariannelaan te laten lopen. Voor bewoners van Voorburg-West is het te ver lopen naar een halte ergens op de Maanweg, waar zich merendeels alleen maar bedrijven bevinden. Indiener merkt op dat in Voorburg-West het Diakonessenziekenhuis, een hospice, een school etc. zich bevinden. Genoeg redenen om het openbaar vervoer te verbeteren.

gestimuleerd, gaat zorgen voor voldoende reizigers voor openbaar vervoer (= vervoerswaarde) om een HOV-verbinding te voeden. Alleen de woningen en voorzieningen in Voorburg-West geven onvoldoende voeding om een rendabele HOVverbinding te exploiteren. Voor de halte langs de Maanweg kan dan ook gelden dat bij de nadere uitwerking wellicht een voetgangersverbinding richting de Overburgkade wenselijk is. De openbaarvervoer bediening van Voorburg verbetert hierdoor. Binnen de drie alternatieven is een dergelijke doorsteek voor de keuze van een voorkeursalternatief niet onderscheidend.

5.7

Zienswijze 7 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a) Indiener verzoekt meer tracés te onderzoeken in de m.e.r. Daarbij moet gekeken worden naar tracés die eerder aansluiten op bestaand tracés en die dichtbewoonde straten vermijden. Indiener verzoekt om tenminste twee andere tracé-varianten in de m.e.r. te bespreken. Indiener doet daarvoor een drietal suggesties, namelijk: 1. Een tracé dat ter hoogte van het Mercuriustracé splitst in een verbinding door plangebied Binckhorst-Zuid naar Delft, aansluitend op het bestaande tracé van tramlijn 1, en een verbinding door plangebied Binckhorst-Noord naar het bestaande tracé rond station Voorburg en mogelijk later richting Zoetermeer. 2. Een tracé dat, komend vanaf de richting Den Haag, afbuigt bij de Supernovaweg en verder langs het spoor loopt tot aan station Voorburg. Dit traject heeft nog alle ruimte om ook de nieuwste vormen van HOV in te passen. Ook hier zal de loopafstand naar een OV-halte voor bewoners kleiner zijn dan bij een tracé over de Binckhorstlaan. 3. Het tracé midden door de nieuw te bouwen wijk te laten lopen, en niet aan de randen ervan zodat de afstand van OV tot de huishoudens

Zie ook de beantwoording van zienswijze 3c. Uit eerder onderzoek in 2019 is een tracé naar voren gekomen dat het meest voor de hand ligt (Den Haag Centraal – Lekstraat – Binckhorstlaan –Maanweg - Station Voorburg en een verbinding naar Delft via Binckhorstlaan-Geestbrugweg). De exacte ligging van de tracés binnen dit plangebied, en dus ook het aangemerkte deel binnen de gemeentegrens van LeidschendamVoorburg, en hoogteligging is onderdeel van het huidige onderzoek waarin voor ieder alternatief een schetsontwerp wordt opgesteld. Voor de HOV-verbinding wordt een eigen baan beoogd waarbij deze ook ligt nabij de (toekomstige) woon-werklocaties in de Binckhorst (o.a. langs de Binckhorstlaan) zoals mogelijk gemaakt met het Omgevingsplan Binckhorst. In het Omgevingsplan Binckhorst wordt géén specifiek tracé voor de HOV-verbinding vastgelegd. Wel maakt het Omgevingsplan Binckhorst het aanleggen van een HOV-verbinding mogelijk (‘toelatingsplanologie’), maar een specifiek tracé (bijvoorbeeld het tracé via de Maanweg) wordt niet dwingend planologisch vastgelegd in dit Omgevingsplan. Dit plan voorziet in een ruimtereservering langs de oostzijde van de Binckhorstlaan om een toekomstige HOV verbinding op een eigen baan te kunnen maken waarmee zowel

34

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen gemiddeld het best wordt verdeeld, en het gebruik van het OV wordt gestimuleerd.

een verbetering van het aanbod aan OV mogelijk wordt als een goede doorstroming van het OV over de Binckhorstlaan kan worden gewaarborgd. De door indiener geschetste tracés hebben allen als belangrijk nadeel dat ze langs de rand van het Binckhorst gebied lopen en juist niet via het gedeelte van de Binckhorst waar de meeste woningen en voorzieningen gerealiseerd worden. In dat geval zijn er minder potentiële reizigers die binnen het loopafstand van een halte wonen of werken. Voor de faseringsvariant en alternatieve route via de Zonweg wordt verwezen naar zienswijze 3a.

b) Indiener merkt op dat in de NRD de opgave ‘bijdragen aan het verbeteren of tenminste het behoud van de kwaliteit van de leefomgeving van het bestaande gebied’ ontbreekt. Indiener merkt om dat in het gebied CIDBinckhorst de milieukwaliteitsnormen tegen de wettelijke grenswaarden aanliggen. Indiener verzoekt in de m.e.r. specifiek aandacht te besteden aan de milieueffecten van het Masterplan op de Voorburgse Binckhorstlaan, zowel in het referentiescenario als in het toekomstige scenario.

De milieu- en omgevingseffecten van de alternatieven zoals beschreven in het afweegkader van het NRD worden voor het plan- en studiegebied bepaald. Dit is dus inclusief de Voorburgse-Binckhorstlaan. Daarmee wordt dus ook effecten op de kwaliteit van de leefomgeving (inclusief bestaand gebied) in beeld gebracht. De referentiesituatie (huidige situatie en autonome ontwikkelingen zonder de HOVoplossingen) wordt in beeld gebracht zodat de alternatieven daarmee worden vergeleken. Effecten worden daarmee dus niet voor het referentiescenario bepaald, maar voor de toekomstige (plan)situatie.

c) Indiener stelt dat het effect van een hogere snelheid door een nieuwe HOVverbinding een opstropende werking zal hebben op het autoverkeer, dat dan immers moeilijker kan afslaan.

De effecten van de HOV-verbinding op de doorstroming van het autoverkeer worden in het Plan-MER beschreven als onderdeel van de bereikbaarheidscriteria uit het afweegkader. Uitgangspunt is om zo min mogelijk gelijkvloerse conflicten tussen OV en overig verkeer te realiseren vanuit doorstroming en verkeersveiligheid.

d) Indiener verzoekt in de m.e.r. in te gaan op de externe veiligheidsaspecten van de aanleg van HOV op de ondergrondse hoogspanningsleiding die naast en onder de Voorburgse Binckhorstlaan loopt.

Externe veiligheid wordt in het Plan-MER meegenomen op basis van een risicokaart die door veiligheidsexperts wordt beoordeeld. De genoemde ondergrondse hoogspanningsleiding wordt, voor zover relevant, in de effectbeoordeling meegenomen.

e) Indiener merkt op dat, gezien het feit dat de HOV via de Prinses Mariannelaan en de Geestbrugweg verder zal gaan naar Rijswijk – dit deel van het tracé niet hoeft te worden beoordeeld in de m.e.r.

In de NRD is in paragraaf 1.3 ingegaan op de m.e.r.-plicht in relatie tot aanleg van tramrails en/of bovengrondse spoorwegen. Afhankelijk van de op te stellen plannen en type openbaar vervoer (OV) e.d. is inderdaad niet altijd sprake van een m.e.r.-plicht. Ten behoeve van het op te stellen Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst is besloten om de m.e.r.-procedure te doorlopen om de belangen van milieu en omgeving mee te nemen in de besluitvorming. In het Plan-MER geven wij een doorkijk naar de situatie dat het HOV met de regio is verbonden. De verdere uitwerking van HOV richting o.a. Delft/Rijswijk maakt onderdeel uit van de preverkenning Koningscorridor.

35

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen f) Indiener verzoekt om, om het beeld tussen de drie kansrijke alternatieven scherper te krijgen, de volgende elementen toe te voegen. 1. In de m.e.r. moet duidelijker meegewogen worden het effect van een tram/lightrail op de woningen rond de Voorburgse Binckhorstlaan/Prinses Mariannelaan en omliggende straten. 2. In de m.e.r. aan te geven wat de effecten van geluid, fijn stof (PM2,5) en trillingen door tram of bus zullen zijn op het Voorburgse deel van de Binckhorstlaan en hoe de hinder die hierdoor wordt ervaren, inclusief monitoring hiervan wordt meegenomen in het uiteindelijke besluit. 3. Opname van het effect van ingebruikname van de Rotterdamsebaan op Voorburg-west. 4. In de drie kansrijke alternatieven ook mee te nemen wat de kosten zijn van hinderbeperkende maatregelen, aangezien die in onze ogen aanzienlijk zijn.

Punten 1 en 2: Uw spreekt uw zorg uit over de effecten van het HOV. De genoemde elementen uit punt 1 en 2 die in de omgeving kunnen optreden worden in het Plan-MER meegenomen. Voor geluid worden alleen de geluidbronnen op het traject van de alternatieven beschouwd, inclusief het huidige wegverkeer op dat traject. De geluidbronnen in de omliggende straten wijzigen niet door de keus tussen de 3 alternatieven, dus die zijn niet beschouwd. In het Plan-MER wordt een aanzet gegeven voor monitoring als dat voor de (negatieve) effecten a.g.v. de (HOV) alternatieven nodig is. Dit wordt opgenomen in het Masterplan Mobiliteit. De verdere uitwerking daarvan is voor de vervolgfase (Planuitwerkingsfase). Punt 3: De ingebruikname van de Rotterdamsebaan is een autonome ontwikkeling die is meegenomen als onderdeel van de referentiesituatie. Het bepalen van effecten van de ingebruikname van de Rotterdamsebaan is geen onderdeel van deze studie. Hiervoor is in het verleden (2013) reeds een m.e.r.-procedure doorlopen en waarvoor het bestemmingsplan Rotterdamsebaan is vastgesteld. Voor de effecten van de Rotterdamsebaan wordt verwezen naar dat specifieke project. Daarin is ook aangegeven dat het verkeer 1 jaar na opening wordt gemonitord. Indien mogelijk wordt deze monitoring in de Plan-MER meegenomen.

Punt 4: In het Plan-MER wordt bij de (milieu)aspecten ook aangegeven of (wettelijke) maatregelen te verwachten zijn. In de kostenraming die op basis van de schetsontwerpen van de tracé alternatieven wordt opgesteld, is in deze fase nog geen exacte post op te nemen, wel wordt per alternatief een advies opgenomen met betrekking tot de hinderbeperkende maatregelen. In de kostenraming zijn de kosten voor hinderbeperkende maatregelen op twee manieren voorzien: 1) tijdens bouwwerkzaamheden (procentuele opslag over de directe bouwkosten) en 2) tijdens de gebruiksfase geluidsbeperkende maatregelen (zoals schermen, raildempers e.d.). Dit zijn onderdelen welke in deze fase nog niet ontworpen zijn, maar opgenomen zijn als nader te detailleren en passen binnen de bandbreedte van de raming (+/- 40%). De omvang en inpassing van dergelijke opgaven dient uiteindelijk integraal beschouwd te worden in de vervolgfase voor het Voorkeursalternatief.

36

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen g) Indiener verzoekt de optie van een doorsteek vanaf de Maanweg over de sloot naar Voorburg-west (in de vorm van drie bruggetjes) te schrappen, omdat dit leidt tot verplaatsing van het parkeerprobleem.

In de schetsontwerpen worden de locaties van de haltes indicatief opgenomen. De exacte positionering van de haltes wordt nader bepaald in de Planuitwerkingsfase die start na de keuze voor het Voorkeursalternatief. Bruggetjes zijn geen onderdeel van de verkenning en zullen te zijner tijd in overleg met omwonenden worden besproken. Voor de halte langs de Maanweg kan dan ook gelden dat bij de nadere uitwerking wellicht een voetgangersverbinding richting de Overburgkade wenselijk is. De openbaarvervoer bediening van Voorburg verbetert hierdoor. Binnen de tracé alternatieven is een dergelijke doorsteek voor de keuze van een voorkeursalternatief niet onderscheidend.

5.8

Zienswijze 8 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a) Indiener is ingenomen met de inhoud van deze notitie. Verstedelijking en verdichting waarvan in het gebied CID – Binckhorst sprake is kan inderdaad niet zonder duurzame bereikbaarheid en Mobiliteitstransitie waarbij in het kader van bevordering van de leefbaarheid en het leefklimaat een duidelijke keuze wordt gemaakt voor de voetganger, het OV, de fiets en deelmobiliteit. Indiener stelt dat de samenwerkende overheden vinden het van belang dat bij de verdichte verstedelijking van het gebied CIDBinckhorst de bereikbaarheid duurzaam wordt versterkt waarbij in de nabije toekomst rekening wordt gehouden met de verdere uitbreiding van het OV-netwerk richting de regio. Indiener geeft aan ingenomen te zijn met dit standpunt van de samenwerkende overheden en is van oordeel dat er mede in het kader van de Mobiliteitstransitie een opgave ligt om het gebied CID- Binckhorst beter bereikbaar te maken met kwalitatief hoogwaardig en regionaal OV.

De waardering van indiener voor de plannen is voor kennisgeving aangenomen, waarvoor dank.

b) Indiener is van mening dat al in de eerste fase (2024) moet worden geïnvesteerd in het aanleggen van de infrastructuur voor Lightrail dan wel RandstadRail. Deze railinfrastructuur moet tegelijkertijd door de HOV Tram

Dank voor de suggestie. Deze zienswijze is voor kennisgeving aangenomen.

37

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen naar Delft kunnen worden gebruikt. Tegelijkertijd kan deze fase worden benut om op (delen van) de Binckhorstlaan een vrije baan aan te leggen voor het busverkeer van de lijnen 26 en 28. Voorkeur van indiener gaat uit naar alternatief 2: een lightrail verbinding die zoveel mogelijk op +1 niveau rijdt, analoog aan het RandstadRailtraject in het Haagse Beatrixkwartier (netkous). Deze Lightrail verbinding is in overeenstemming met de plannen van de Schaalsprong OV 2040 en kan ook worden gebruikt voor de HOVtramlijn 1 naar Delft via aantakking op de sporen op de Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg. In Delft zou deze HOV-tramlijn naar de TU-wijk/Campus moeten gaan rijden en HOV-tramlijn 19 naar Tanthof. c) Indiener is er voorstander van om tegelijkertijd ook te anticiperen op het doortrekken van de Lightrail verbinding, enerzijds via de Koningscorridor naar World Forum/Scheveningen Haven- Bad en anderzijds naar station Lansingerland-Zoetermeer. Na 2030 zou deze Lightrail verbinding in het kader van het Toekomstperspectief kunnen worden door gekoppeld naar Gouda. Dat zou in ieder geval onderzocht kunnen worden. De P&R bij het station en OV-Knooppunt Lansingerland-Zoetermeer zou daarmee de toegangspoort kunnen worden van Den Haag en regio.

Initiatiefnemers (h)erkennen de samenhang van de besluitvorming over de projecten Koningscorridor en Bereikbaarheid CID/Binckhorst. De HOV-oplossing in CID/Binckhorst staat zoals bij de inleiding aangegeven niet op zichzelf, maar is op de lange termijn onderdeel van het regionale OV-systeem met een verbinding naar Delft, Zoetermeer en Scheveningen (Koningscorridor). Voor de uitwerking van de rest van de Koningscorridor te weten de takken naar Scheveningen, Zoetermeer en Delft loopt momenteel een separate (pre)verkennende studie. Vanwege de noodzaak om adaptief op de reeds gestarte verstedelijkingsopgave al in 2030 te voorzien in een versterking van de (OV) bereikbaarheid in CID / Binckhorst, richt het besluitvormingsproces zich vooral op de uitwerking van het HOV-type (HOV-Bus, tram of lightrail) en de tracékeuze voor het deel van de Koningscorridor tussen Den Haag Centraal en Station Voorburg. Het voorkeursbesluit waarvoor dit Plan-MER uitgewerkt wordt, heeft daarbij alleen betrekking op het benoemde plangebied in het NRD. Vanwege de samenhang is het relevant om ook naar de effecten van het regionale HOV-systeem te kijken zoals beoogd met de Koningscorridor. De effecten van doorkoppeling naar de regio (het realiseren van de Koningscorridor) worden daarom beschouwd op een hoger abstractieniveau dan de lokale alternatieven in CID/Binckhorst.

De verbinding met de regio wordt daarmee als ‘doorkijk’ bestudeerd.

5.9

Zienswijze 9

38

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen

Inhoud zienswijze

Beantwoording

a) Indiener onderschrijft het voornemen om het autogebruik terug te dringen en het openbaar vervoer, de fiets en het lopen te stimuleren. Indiener maakt zich echter zorgen over een aantal zaken. Indiener geeft aan dat in de NRD het gebied CID Binckhorst in de directe nabijheid van drie NS stations ligt. Indiener merkt op dat in de opsomming van alternatieven niet terugkomt dat u hier versterkt gebruik van maakt en dat u het juist zoekt in het ontsluiten van het onderzoeksgebied richting deze drie stations met oplossingen voor de “lastmile”. Indiener pleit ervoor een dergelijk alternatief mee te nemen.

De drie stations worden inderdaad niet expliciet genoemd, maar zijn uiteraard onderdeel van de oplossing. De stations worden niet gezien als een apart alternatief omdat alleen de stations onvoldoende oplossing bieden voor de verstedelijkingsopgave. De stations zijn daarentegen wel onderdeel van de tracé alternatieven. Twee van de stations worden via de beoogde HOV-verbinding vanuit de Binckhorst beter bereikbaar. Overigens zijn er zelfs 4 stations in de omgeving van CID-Binckhorst: Den Haag Centraal, Den Haag Holland Spoor, Laan van NOI, station Voorburg. In de eerste fase van de verkenning is gekeken naar een alternatief met alleen fiets maatregelen (als first/lastmile) i.c.m. met de stations. Dat bood onvoldoende oplossende vermogen voor de mobiliteit in het gebied.

b) Indiener is van mening dat het plangebied van de m.e.r. zich sterk beperkt. Wanneer alternatieven worden onderzocht waarbij infrastructurele ingrepen nodig zijn buiten het huidige plangebied behoren deze bij het plangebied. Indiener maakt zich ernstig zorgen over de inpassing van de nieuwe tram op de Geestbrugweg. Indiener vraagt daarnaast af hoe omgegaan wordt met de snelheid van nieuwe innovaties op het gebied van alternatieve vervoerswijze.

Het plangebied zoals opgenomen in de NRD is gebaseerd op de ligging van het tracé en de daarvoor benodigde aanpassingen. Onderdeel van het Plan-MER is het uitwerken van een schetsontwerp van de tracé alternatieven binnen dit plangebied. Het tracé volgt daarbij de lijn zoals opgenomen in figuur 3-1 van de NRD en wordt binnen het plangebied zoals aangegeven in de figuur 1-1 van NRD uitgewerkt. Dit project voorziet in het uitwerken en beoordelen van een HOV in het zuidelijk deel van de Binckhorstlaan waarbij het spoor wordt aangesloten op de bestaande sporen in de Prinses Mariannelaan. Effecten op de Mariannelaan en Geestbrugweg worden (op hoofdlijnen) meegenomen in de beoordeling van de tracé alternatieven. Hierbij ligt de nadruk op aspecten waarop de alternatieven zich onderscheiden. De nadere uitwerking (o.a. inpassing halten met breder materiaal) vindt plaats in de planuitwerkingsfase, welke volgt op de verkenning. Dit vindt plaats in nauwe samenspraak met de (pre)verkenning Koningscorridor. Op dit moment is de snelheid van innovatie op het gebied van alternatieve vervoerswijzen niet bekend. Deze studie richt zicht daarom voor de termijn tot 2030 op het vastleggen

39

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen van een vervoersstrategie in het Masterplan, waarbij de typen HOV lightrail, tram, en (snelle) bus worden onderzocht. c) Indiener stelt dat alternatief 3 HOV bus-ART geen aansluiting heeft op het tramnet en geen doorkoppeling naar Delft. Indiener vraagt zich af wat de reden is om voor dit alternatief geen doorkoppeling naar Delft op te nemen.

De HOV-bus is nu ontworpen als directe verbinding tussen (knooppunt) Den Haag Centraal en (knooppunt) station Voorburg, met goede overstapmogelijkheden bij beide stations. Een doorkoppeling naar Delft is in die zin voorzien, dat deze via een busverbinding vanaf de Binckhorst via de Geestbrugweg naar de Haagweg tot stand wordt gebracht. Of hier sprake is van een nieuwe verbinding of een (verbeterde) bestaande verbinding zal na het voorkeursbesluit worden uitgewerkt. Bij de Haagweg kan worden overgestapt op trams richting Delft. Deze bus door laten rijden naar Delft ligt niet voor de hand, omdat deze dan over een groot deel van het tracé parallel loopt met trams van en naar Delft (kannibalisme).

d) Indiener stelt dat het College van B&W van Den Haag het voornemen heeft om in het CID-Binckhorst gebied een strikt parkeerbeleid te voeren. Indiener stelt dat er niet aangegeven wordt welke maatregelen getroffen worden om de verdrijvingseffecten naar de omliggende wijken te mitigeren of te compenseren. Indiener wenst hier nauw bij betrokken te worden.

De gemeenteraad van Den Haag heeft de Nota parkeernormen CID en Binckhorst recent vastgesteld. In deze link staat de nota. De vaststelling hiervan betekent dat bij de nieuwbouw minder parkeerplaatsen aan worden gelegd dan de gemeente de afgelopen 20 jaar gewend was te doen. Via deze MIRT-verkenning wordt een hoogwaardig openbaar vervoeralternatief voorbereid, als een van de alternatieven voor de autoverkeer. Het parkeerbeleid is echter geen onderdeel van de MIRT-verkenning en de m.e.r.

e) Indiener mist in het afweegkader de bestuurlijke en maatschappelijke haalbaarheid van de drie varianten. Indiener uit zorgen over het maatschappelijk draagvlak voor het laten rijden van de tram door de Geestbrugweg. Indiener wil betrokken worden bij hoe en wanneer de betreffende wijken benaderd worden. Indiener vraagt daarnaast aandacht voor de inpassing van trams en met name perrons op de Geestbrugweg en Haagweg. Indiener voorziet dat dit ten koste zal gaan van de parkeerplaatsen. Indiener adviseert om een uitgangspunt op gebied van parkeercompensatie op te nemen.

Het afweegkader in het NRD geeft de onderzoeksmatige beslisinformatie. In de besluitvorming over het Voorkeursalternatief worden daarnaast ook andere elementen zoals bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak meegenomen. De besluitvorming over het Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst, waarin het Voorkeursalternatief wordt onderbouwd, vindt plaats in de gemeenteraden van Den Haag en Leidschendam-Voorburg én bij de bestuurlijke gremia van de overige initiatiefnemers, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Provincie Zuid Holland en ministeries van Binnenlandse Zaken en Infrastructuur en Waterstaat. Na deze eerste inzageperiode van de NRD, komt er een tweede mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen na vaststelling van het concept-Masterplan. Ook hiervoor zal

40

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen ruim aandacht worden gegeven in verschillende media. Net als in de huidige fase, zullen ook dan momenten worden georganiseerd waarop toelichting zal worden gegeven op de plannen. De inpassing van perrons op o.a. de Geestbrugweg zal in een vervolgfase worden uitgewerkt. Bij deze uitwerking zal gemeente Rijswijk worden betrokken, evenals bij omgevingscommunicatie. f) Indiener adviseert om een scenario uit te werken met een saldo ‘0’ wat betreft lucht en geluid.

In het Plan-MER worden de effecten in beeld gebracht ten opzichte van de referentiesituatie waarbij ook getoetst wordt aan wet- en regelgeving (Wet milieubeheer) en wordt aangegeven of in dat kader verwacht wordt dat maatregelen nodig zijn. Het toetsingskader in deze is altijd bestaande wetgeving. Alternatieven die “strengere” eisen opleggen zijn daarom niet aan de orde, zolang die niet in wetgeving zijn verankerd. Een scenario met saldo 0 voor geluid en luchtkwaliteit (dus geen verslechtering) is daarom niet voorzien.

g) Indiener adviseert extra aandacht te besteden aan de productie van geluid en trillingen bij horizontale en verticale bogen, met name waar het oude stadsdelen betreft.

In het Plan-MER worden de effecten in beeld gebracht ten opzichte van de referentiesituatie voor geluid en trillingen. In verband met het feit dat op de Geestbrugweg van bestaande infrastructuur gebruik gemaakt wordt zal dit voor die locatie meer op hoofdlijnen zijn. In de beoordeling wordt rekening gehouden met de aanwezige bebouwing. In het Plan-MER worden de 3 alternatieven met elkaar vergeleken. Hierbij worden details zoals booggeluid niet beschouwd voor het aspect geluid. Dit komt in de planuitwerking nader aan de orde, waarbij getoetst wordt op vigerende wet- en regelgeving op dit aspect.

h) Indiener adviseert om GGD-en WHO normen voor gezondheid mee te nemen in de onderzoeken.

In het Plan-MER worden de effecten voor geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid in beeld gebracht. Hierbij wordt niet getoetst aan de advieswaarden van de GGD- en WHOnormen voor gezondheid. Een aanscherping van de Europese grenswaarden (met een doorwerking op de grenswaarden in Nederland) wordt op dit moment niet voorzien.

i) Indiener vraagt aandacht voor zorgvuldige inpassing op de Geestbrugweg omwille van verkeersveiligheid.

Belangrijk punt. Verkeersveiligheid is standaard aspect dat meegenomen wordt in het ontwerp van infrastructuur. De regels voor een veilig ontwerp zijn opgesteld door het CROW en die worden ook in dit project gehanteerd. De precieze uitwerking van de inpassing vindt plaats in de planuitwerkingsfase.

41

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen j) Indiener vraagt aandacht voor de aansluiting Geestbrugweg-Haagweg. Dit vormt een knelpunt in de afwikkeling van het verkeer. Extra tramverkeer zal meer druk leggen op deze kruising.

Zie ook de beantwoording bij zienswijze 9i. De effecten van de HOV-verbinding op de doorstroming van het autoverkeer worden met behulp van het V-MRDH verkeersmodel bepaald. En deze worden meegenomen in de bereikbaarheidscriteria van het afweegkader Plan-MER. Op de Geestbrugweg wordt gebruik gemaakt van bestaande railinfrastructuur. Deze wordt in het kader van een lopende herinrichting via gemeente Rijswijk wellicht iets verlegd. Dit heeft echter geen effect op de verkeersafwikkeling. De effecten van wijziging van tramverkeer bij de kruising Geestbrugweg – Haagweg maakt wel deel uit van de verkenning. Vooralsnog is voorzien dat een bestaande tramlijn vanaf de Rijswijkseweg/Haagweg wordt verlegd naar de nieuwe verbinding door de Binckhorst. Daardoor zou het kunnen dat het aantal trambewegingen bij het kruispunt GeestbrugwegHaagweg niet wijzigt, maar de routering vanzelfsprekend wel. Onderzoek naar de precieze verkeersafwikkeling op dit kruispunt vindt plaats in de planuitwerkingsfase.

5.10

k) Indiener adviseert de kosten en baten van een nieuw profiel van de Geestbrugweg en de aansluiting met de Haagweg mee te nemen.

De kosten en baten van alle infrastructurele maatregelen die samenhangen met de onderzoeksalternatieven worden meegenomen bij het bepalen van het totale kosten- en batenniveau per alternatief. Dit geldt dus ook de kosten en baten van (eventuele) maatregelen op de Geestbrugweg en kruispunt met de Haagweg. Dit zal worden gebaseerd op ontwerpen die qua detailniveau passen bij een MIRT-verkenning. Verdere uitwerking van ontwerpen vindt plaat in de planuitwerkingsfase.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=6808b15c-8f0e-49e1-906c-3d2a359ac396