CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1947-13 Toelichting bestemmingsplan Schakenbosch

Raadsvergadering 9 maart 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: vaststellen bestemmingsplan "Schakenbosch" (1947).29.992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde van Hulp en Heil De gebouwen van Hulp en Heil in relatie tot de landschappelijke inrichting, kennen als ensemble een cultuurhistorische waarde die in ieder geval lokale en regionale betekenis heeft als toonbeeld van naoorlogse opvattingen over de bouw van psychiatrische instellingen. Deze waarde is deels architectonisch bepaald in het ontwerp van de afzonderlijke gebouwen. Daarnaast is er ook sprake van een stedenbouwkundige waarde als wordt gekeken naar de positionering van de afzonderlijke gebouwen in relatie tot de landschappelijke inrichting. De architectuur is in lijn met de heersende opvattingen sober, zakelijk en ondergeschikt aan de functie ontworpen, echter toch met een duidelijke verwijzing naar de buitenplaatscultuur en met een sobere toepassing van decoratie. 6.2.3

Gebiedsprofiel Duin, Horst en Weide

Het plangebied is gelegen binnen het cultuurhistorische gebiedsprofiel Duin, Horst en Weide. Dit gebiedsprofiel vormt de uitwerking van de algemene richtlijnen voor cultuurhistorie in onderhavig plan. Het plangebied ligt op de overgang van de strandwallen naar de strandvlakte. Het meest zuidelijke gedeelte, aan de Veursestraatweg, ligt op een hogere en drogere zone, de strandwal en meer naar achteren toe ligt het nattere gebied, de strandvlaktes. Zowel in de terreininrichting

67

als in de aanwezig boomsoorten is dit onderscheid herkenbaar. Met het onderhavige plan wordt ingespeeld op de overgang van strandwal naar de strandvlakte. Zo ontstaat er een parkachtige allure aan de Veursestraatweg op de strandwal en een landelijker karakter op de strandvlakte. De ambities voor de ligging op de strandwal is het behoud en versterken van het lommerrijke karakter van strandwallen met lanen, landgoederen/buitenplaatsen, bossen en groene villawijken. 6.2.4

Beschermd stads- en dorpsgezicht

Een klein gedeelte van het plangebied is aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht (onderdeel van Landgoederenzone Wassenaar, Voorschoten, Leidschendam, Voorburg). Het te beschermen dorpsgezicht bestaat uit een aaneengesloten reeks landgoederen en buitenplaatsen met landerijen, alsmede een aantal villaparken, villawijken en hogere middenstandswijken. Het gebied is aangewezen als gezicht vanwege de vele versterktehuizen en landgoederen die deels nog (boven- en ondergronds) bestaan. Van de 13de tot 16de eeuw werden delen van dit gebied (de 'grafelijke wildernis') in leen uitgegeven aan vazallen, die voor verdere ontginning van het gebied zorgden. Van de vele versterkte huizen, zoals Ter Horst, Percijn, Rosenburgh, Wijngaerde/Ter Lips en Duyvenvoorde, is alleen de laatste duidelijk herkenbaar gebleven. In het veld zijn nog wel sporen te zien van de kastelen Persijn, Raaphorst, Santhorst, Zuidwijk en Rosenburgh. Overigens liggen alle genoemde huizen en kastelen buiten het plangebied. Maar aan de Lijtweg staat nog altijd een agrarisch bebouwd erf dat uit de 17e eeuw stamt. Bij het toestaan van de huidige ontwikkeling zijn geen cultuurhistorische waarden in gevaar. De huidige bebouwing vertegenwoordigt geen zeldzame monumentale waarde en het huidige bouwplan sluit qua formaat en oriëntatie aan bij de omringende bebouwing aan de Noortheylaan.

Wel zal het nieuwbouwplan moeten worden getoetst aan de bijzondere welstandscriteria die gelden voor dit gebied, alsook een aansluiting moeten vormen op de bestaande historische bebouwing en landschappelijk inrichting. Dit zal door de welstands- en monumentencommissie worden getoetst. Om het behoud en/of de versterking van de aanwezige historisch-ruimtelijke en/of cultuurhistorische waarden planologisch te waarborgen is voor de betreffende gronden de dubbelbestemming "Waarde - Beschermd Stads- en Dorpsgezicht" opgenomen.

68

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische vormgeving

Systematiek van de bestemmingsregels

De juridisch-planologische regeling van dit bestemmingsplan conform de gangbare en actuele bestemmingsplannormen en standaarden voor digitaal uitwisselbare ruimtelijke plannen. De plandocumenten omvatten de bindende planstukken, te weten de regels en de verbeelding, en de onderbouwende of toelichtende planstukken (de toelichting en andere onderzoeken). De regels en de verbeelding bevatten een juridische vertaling van de beleidsvoorwaarden vanuit de diverse overheden enerzijds (hoofdstuk 2) en van het beoogde ruimtelijk toekomstperspectief anderzijds (hoofdstuk 4). De bindende planstukken worden nader onderbouwd met: de toelichting op de verbeelding en regels; nadere onderzoeken t.b.v. diverse specifieke beleidsaspecten.

7.2

Inleidende regels

De artikelen 1 en 2 omvatten alle gebruikelijke bepalingen en definities, die van belang zijn voor de toepassing van zowel de bestemmingsregels als de dubbelbestemmingen en algemene regels. Zodoende hebben zij een zekere betekenis voor de handhaving van de regels en de hierin bepaalde eisen ten behoeve van de stedenbouwkundige karakteristiek, monumentale en/of cultuurhistorische waarde enzovoorts.

7.3

Bestemmingsregels

Gemengd Binnen de bestemming gemengd zijn appartementen, lichte horeca en maatschappelijke voorzieningen toegestaan, waaronder een zorgfunctie. Binnen deze bestemming mogen er geen bijbehorende bijgebouwen worden gerealiseerd. Binnen deze bestemming is een monument gelegen waarvoor de specifieke bouwaanduiding 'monument' is opgenomen. Aan deze aanduiding is een regeling gekoppeld, zodat het monument niet zonder een omgevingsvergunning gesloopt kan worden. Groen Structuurbepalende groene elementen worden bestemd als Groen. Het gaat om de gronden die in gebruik zijn als bosstroken, plantsoenen, bermen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden. Daarbij is binnen de bestemming Groen tevens de functie water toegestaan en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals de wadi. Binnen de bestemming zijn ook ontsluitingswegen toegelaten een gemeenschappelijke / (semi-) openbare tuin, ter plaatse van de aanduiding 'tuin'. Verk eer – verblijfsgebied De hoofdverkeersstructuur is voorzien van de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied. Deze wegen dienen als ontsluiting van de gehele wijk en hebben daarmee een belangrijke verkeersfunctie. De wegen hebben bij uitstek een doorgaande verkeersfunctie. Water Alle watergangen in het gebied zijn bestemd als Water. Met deze bestemming wordt tevens beoogd de in en direct langs het water (oevers) voorkomende natuurwaarden te beschermen.

Binnen de bestemming water zijn tevens groenvoorzieningen toegestaan. Wonen – Gemengd Binnen de bestemming Wonen – Gemengd zijn er meerdere hoofdfuncties mogelijk, zoals wonen grondgebonden, wonen gestapeld en kleinschalige bedrijven, horeca en maatschappelijke voorzieningen.

69

Wonen – Gestapeld Binnen bestemming Gestapeld zijn er appartementen toegestaan. Binnen deze bestemming mogen er geen bijbehorende bijgebouwen worden gerealiseerd. Naast de appartementen is er ruimte voor (semi-) openbaar collectief groen. Wonen – Grondgebonden Binnen de bestemmingen Wonen – Grondgebonden zijn aaneengebouwde en vrijstaande woningen toegestaan met de daarbij behorende (gemeenschappelijke) tuinen en parkeervoorzieningen. Waarde - Archeologie 3 Het plangebied kent op grond van het gemeentelijk archeologische beleid een hoge verwachtingswaarde. Ter bescherming van in het gebied aanwezige of te verwachten archeologische waarden is conform het gemeentelijke beleid de dubbelbestemming Waarde Archeologie 3 opgenomen. Voor werkzaamheden die in deze gebieden de grond verstoren, is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Voor bodemverstorende activiteiten met een oppervlakte groter dan 100 m2 en die dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Waarde - Beschermd Stads- en Dorpsgezicht Een gedeelte van het plangebied ligt binnen het rijksaangewezen beschermd stads- en dorpsgezicht, derhalve is deze dubbelbestemming opgenomen.

De in die dubbelbestemming opgenomen regels zijn opgenomen ter bescherming van de in en om het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Waterstaat - Waterkering Rondom het deel van het plangebied dat tot de polder behoort ligt een boezemwaterkering. Deze worden ook wel regionale waterkeringen genoemd. Deze regionale waterkering is met een beschermingszone opgenomen op de verbeelding.

7.4

Algemene regels, overgangs- en slotregels

In het bestemmingsplan is een aantal algemene regels opgenomen. Het betreft hier een aantal algemene bouw- en gebruiksregels en een aantal algemene flexibiliteitsbepalingen (algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels). Tenslotte is een Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamhedenenstelsel opgenomen, met name ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden in het gebied. Tenslotte zijn de wettelijk verplichte bepalingen ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen in het bestemmingsplan.

7.5

Toepassing en handhaving van het bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft geen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan geen handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. De wettelijke basis hiervoor is gelegd in artikel 125 van de Gemeentewet, in samenhang met de afdelingen 5.3 en 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan. Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. Het bestemmingsplan is immers aan eenieder kenbaar gemaakt zodat wordt aangenomen dat belanghebbenden in het plangebied op de hoogte (kunnen) zijn van de regels.

70

2. Voldoende draagvlak voor beleid en regeling in het plan. De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling in grote kring ondersteund wordt door de gebruikers van het plangebied. Uiteraard kan niet iedereen zich vinden in elk onderdeel van het plan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is echter wel wenselijk. 3. Realistische en inzichtelijke regeling. Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4. Actief handhavingsbeleid. Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. De afdeling die belast is met handhaving heeft jaarlijkse handhavingsplannen en een handhavingsprogramma voor meerdere jaren. Daarin zijn prioriteiten gesteld ten aanzien van de te handhaven zaken. In het algemeen geldt op grond van vaststaande jurisprudentie een beginselplicht tot handhaving. Dat neemt natuurlijk niet weg dat per geval moet worden onderzocht of handhaving (nog) mogelijk of proportioneel is.

Een uitzondering is bijvoorbeeld concreet zicht op legalisatie van de overtreding. Bij handhaving van de regels wordt onder meer aandacht besteed aan de normen met betrekking tot brandveiligheid en constructieve veiligheid, monumentenstatus, toezicht op de naleving en uitvoering van omgevingsvergunningen en de handhaving op milieu-overtredingen.

71

72

Hoofdstuk 8 8.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggend postzegel-bestemmingsplan is opgesteld om op de locatie 'Schakenbosch' woningbouw te realiseren. Bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure dient op grond van artikel 3.1.6 lid f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Grondexploitatie Met de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 rust op de gemeente op grond van artikel 6.12 lid 1 van die wet de verplichting tot kostenverhaal bij grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat als de gemeente er bij een ruimtelijke ontwikkeling niet in slaagt met alle particuliere eigenaren in het gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie, de gemeente publiekrechtelijk de kosten moet verhalen bij alle eigenaren in het exploitatiegebied waarmee niet is gecontracteerd. Gemaakte kosten (limitatief opgesomd in artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 van het Bro) zoals plankosten, onderzoekskosten, kosten van inrichting van de openbare ruimte etc. kunnen worden verhaald door middel van een exploitatieplan dat gelijktijdig met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan is opgenomen in artikel 6.2.1 Bro (o.a. bouw van 1 of meer woningen, bouw van 1 of meer hoofdgebouwen).

Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van meerdere woningen. Deze ontwikkeling maakt daarmee een bouwplan mogelijk in de zin van artikel 6.2.1 Bro. De gemeente heeft met de eigenaar een overeenkomst gesloten over grondexploitatie (een anterieure overeenkomst). Hierin zijn afspraken gemaakt over de betaling van de gemeentelijke kosten. De kosten van grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden zijn hiermee anderszins verzekerd. Het maken van een exploitatieplan is niet nodig. Planschaderisicoanalyse In 2018 is er een planschaderisicolanalyse opgesteld voor onderhavig plan. Uit deze analyse is gebleken dat er geen risico's op voor vergoeding in aanmerking komende planschade ex artikel 6.1 Wro aanwezig zijn. Desondanks zijn er in de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer afspraken vastgelegd, waardoor eventueel te verrekenen planschade voor rekening komt van initiatiefnemer. Behoefte aan onderhavig plan De behoefte aan onderhavig plan is aangetoond door het doorlopen van de 'ladder voor duurzame verstedelijking', zie hiervoor paragraaf 2.2.2. Het is niet te verwachten dat het plan wordt gebouwd voor de leegstand. Financiële haalbaarheid De financiële haalbaarheid van het plan voor de gemeente is geborgd in de Anterieure overeenkomst welke met ontwikkelaar is gesloten, waarin de door de gemeente te maken plankosten zijn gedekt.

Tevens ziet de anterieure overeenkomst op een regeling ingeval van faillissement of anderszins handelingsonbekwaamheid van de ontwikkelaar door middel van een afbouwregeling van de noodzakelijke infrastructuur (ter ontsluiting van reeds gerealiseerde plandelen). De ontwikkelaar heeft vanzelfsprekend een financieel belang in de realisatie van de plannen en heeft hiervoor een investeringsplan opgesteld. De faseerbaarheid van het plan levert extra zekerheid dat de haalbaarheid ook bij ongunstige marktomstandigheden voldoende geborgd is. Deze laat immers een versnelling en vertraging van de uitvoer toe waardoor kosten en

73

opbrengsten in de tijd kunnen schuiven. Uit ondermeer de toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijk blijkt dat er ruim voldoende vraag is naar de geplande woningen en dat afname verzekerd lijkt.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het opstellen van een bestemmingsplan dient zorgvuldig te gebeuren. In dat kader blijft het van belang dat er vooroverleg met betrokken instanties, burgers en maatschappelijke organisaties plaatsvindt, zodat in een vroeg stadium knelpunten, belangen en verbeterpunten kunnen worden gesignaleerd. De verplichting tot het voeren van vooroverleg vloeit voort uit de artikelen 3.1.1 en 3.1.6 sub e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in samenhang met het in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gecodificeerde zorgvuldigheidsbeginsel. Op grond hiervan is de gemeente verplicht bij de voorbereiding van een bestemmingsplan de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen. Het bestemmingsplan wordt niet aan inspraak onderworpen op grond van de Inspraakverordening gemeente Leidschendam-Voorburg. Door het volgen van de procedure als bedoeld in artikel 3:4 Awb (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) wordt eenieder immers actief betrokken bij de voorbereiding van het bestemmingsplan. Het eerst inspraak verlenen voegt daarom niets toe en is dubbelop. Naast de wettelijke verplichting om de mogelijkheid te bieden om door eenieder zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen, heeft er tevens vooroverleg met betrokken instanties, maatschappelijke organisaties, ingezetenen en belanghebbenden plaatsgevonden.

Dit traject is reeds gestart bij de totstandkoming van het Ruimtelijk Kader, dat in opdracht van de gemeente in 2017 door het bureau Feddes/Olthof Landschapsarchitecten is opgesteld. Het concept voor dit ruimtelijk kader is op 20 april 2017 tijdens een inloopavond gepresenteerd aan omwonenden, waar zowel vragen zijn beantwoord als reacties zijn ingenomen. Daarnaast heeft de gemeente over het concept gesprekken gevoerd met Schakenbosch B.V. en enkele omwonenden, alsmede met partijen de interesse hadden in het exploiteren van de beoogde zorgfunctie in het gebied. Op 29 augustus 2017 is het concept voor het ruimtelijk kader toegelicht in een open Raadhuis Avond en met aanwezige omwonenden, geïnteresseerden en raadsleden besproken. De opkomst op deze Open Raadhuis Avond was met zo’n 150 aanwezigen hoog. Om met de gemeente en de initiatiefnemer mee te kunnen denken en te kunnen adviseren over de nadere uitwerking van de op het ruimtelijk kader stoelende plannen is een klankbordgroep ingesteld uit omwonenden en andere stakeholders. Deze klankbordgroep is ingezet op de participatieniveau’s raadplegen en adviseren. De klankbordgroep is na haar oprichting regelmatig bijeen gekomen.

Eén en ander heeft geresulteerd in een plan dat qua opzet en omvang passend is bij de overgangszone die Schakenbosch vormt en invulling geeft aan de breed gedragen wens dat Schakenbosch ook in de toekomst een groen, voor een aanzienlijk deel openbaar toegankelijk parkachtig gebied blijft. Door de planopzet houdt Schakenbosch duurzaam zijn recreatieve - en belevingswaarde voor heel Leidschendam-Noord en heeft het gebied niet slechts betekenis voor toekomstige bewoners. Deze planopzet is randvoorwaardelijk vastgelegd in het ruimtelijk kader, dat uiteindelijk op 12 december 2017 door de raad in zijn openbare vergadering is vastgesteld. Met dit doorlopen proces wordt gemeend dat op een adequate en constructieve wijze invulling is gegeven aan burgerparticipatie. Aanvullend participatief proces Inleiding Naar aanleiding van het amendement over het bestemmingsplan "Schakenbosch", dat de raad op 7 juli 2020 heeft aangenomen, heeft in het najaar van 2020 een aanvullend participatief proces plaatsgevonden. Daarbij is op voorhand het startpunt van dit proces gedefinieerd. Enerzijds is dat startpunt het door de raad vastgestelde ruimtelijk kader, dat met het amendement niet is ingetrokken. Anderzijds zijn dit de in het amendement geformuleerde

74

aanvullende ruimtelijke en programmatische randvoorwaarden. Van belang daarbij is ook de expliciete stelling in het amendement zelf, dat dit nadrukkelijk niet tot doel heeft geen herontwikkeling van Schakenbosch toe te staan. Aanpak Een plan van Aanpak voor het aanvullend participatief proces is op voorhand ter kennis gebracht van de raad. Dit Plan van Aanpak is vervolgens uitgevoerd. Er heeft een tweetal fysieke Ronde Tafel-bijeenkomsten plaatsgevonden met circa 15 directbetrokkenen (omwonenden, indieners van zienswijzen), op 8 oktober 2020 en 20 oktober 2020. In de bijeenkomst van 8 oktober zijn vooral de verschillende belangen en zorgen die spelen geïnventariseerd en toegelicht. In de bijeenkomst van 20 oktober zijn de deelnemers, de initiatiefnemer en de gemeente verder met elkaar in gesprek gegaan over een aantal belangrijke thema's. Vervolgens is op 24 oktober 2020 een brede digitale informatiebijeenkomst georganiseerd. Door de richtlijnen rond COVID-19 was het helaas niet mogelijk deze bijeenkomst, waaraan uiteindelijk circa 100 mensen deelnamen, fysiek te laten plaatsvinden. Er is online een uitgebreid vraaggesprek gehouden tussen de deelnemers en een panel, bestaande uit vertegenwoordigers van de initiatiefnemer en de gemeente.

Daarnaast is door middel van een online-enquetetool opgehaald hoe deelnemers Schakenbosch nu en in de toekomst zien, wat ze vinden van het plan en hoe ze aankijken tegen thema's als groen, woningbouw, verkeer en milieu. Resultaat van het aanvullend participatief proces Met het hiervoor beschreven proces is op een betekenisvolle manier invulling is gegeven aan de wens tot een aanvullend participatief proces. Dit proces kan worden gezien als vervolg op en versterking van het participatietraject dat eerder voorafgaand aan de vaststelling van het ruimtelijk kader en het ontwerpbestemmingsplan heeft plaatsgevonden. Betrokkenen zijn in de gelegenheid geweest hun belangen en zorgen onder de aandacht te brengen. Knelpunten zijn besproken en waar mogelijk is geprobeerd vragen te beantwoorden of verduidelijking te geven. Met name waar het gaat om de concrete invulling van het te realiseren woningbouwprogramma maar ook op het vlak van het borgen van de minimale omvang van het (semi)publieke gebied, het openbare park, zijn naar aanleiding van dit proces nadere afspraken gemaakt. Daarnaast zijn werkafspraken gemaakt over de plaats die participatie na de vaststelling van het bestemmingsplan, bij de verdere concrete uitwerking en uitvoering van de plannen, kan en moet krijgen. Als product van het aanvullend participatief proces is de 'Afwegingsnotitie Schakenbosch' opgesteld.

In deze Afwegingsnotitie is beschreven hoe, na het verloop van het aanvullend participatief proces, de kwalitatieve belangenafweging heeft plaatsgevonden en hoe tot conclusies is gekomen over wat een en ander betekent voor het bestemmingsplan en vervolgafspraken voor de planvorming. Concrete onderwerpen die in deze Afwegingsnotitie aan de orde komen zijn onder meer het (participatie)proces, groen en openbare ruimte, programma en milieu & verkeer. Een aantal zorgen, belangen en bezwaren ten aanzien van het plan blijven ook na uitvoering van dit aanvullende participatietraject overeind. Participatie en het behalen van draagvlak op alle facetten is niet altijd haalbaar en ook niet per se het doel van participatie. De planvorming van realisatie van woningbouw, openbare ruimte en zorg- en maatschappelijke functies is na vaststelling van het ruimtelijk kader op een aantal punten niet meer te wijzigen zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan eerder gemaakte afspraken. Conclusie Het aanvullend participatief proces heeft niet geleid tot algemene consensus over het plan. Wel heeft het geleid tot enkele aanpassingen in het plan respectievelijk aanvullende afspraken tussen initiatiefnemer en de gemeente. Het doel van participatie zoals in het plan van aanpak beschreven is daarmee behaald.

Over het algemeen is er sprake van beter begrip over en weer tussen omwonenden en overige stakeholders, initiatiefnemer en gemeente. En dat lijkt wel te hebben geresulteerd in een breder draagvlak voor het plan. Ook is het geluid vanuit de omgeving en potentiele nieuwe bewoners van Schakenbosch gehoord om te starten met realisatie van het

75

plan; er is behoefte aan duidelijkheid en starten met het maken van het park en bouwen van woningen. De uitkomsten van het aanvullend participatief proces zijn door de raad, onder meer aan de hand van de verslagen van de bijeenkomsten en de Afwegingsnotitie, afgewogen en betrokken bij de besluitvorming over het voorliggende bestemmingsplan. 8.2.1

Ontvangen reacties

Een aantal instanties is gevraagd om aan te geven welke belangen verankerd zouden moeten worden in het bestemmingsplan, rekening houdend met de specifieke ruimtelijke kenmerken van dit gebied. Daarbij is nadrukkelijk gevraagd de reactie te motiveren en tevens te beschrijven op welke wijze dat specifieke belang in het bestemmingsplan verwerkt zou moeten worden. De volgende instanties zijn aangeschreven 1. Provincie Zuid-Holland; 2. Hoogheemraadschap van Rijnland; 3. Stedin; 4. Adviescommissie woningbouw en woonomgeving Leidschendam-Voorburg; 5. Vereniging Archeologische Werkgroep Leidschendam-Voorburg; 6. Dunea; 7. Platform Duurzaam Leidschendam-Voorburg; 8. Vereniging Erfgoed Leidschendam; 9. Gasunie; 10. KPN Straalverbindingen; 11. Ned. Aardolie Maatschappij; 12. Wijkvereniging Nieuw Duivenvoorde; 13. Rijksdienst Cultureel Erfgoed; 14. Tennet-TSO; 15. Gemeente Voorschoten; 16. Veiligheidsregio Haaglanden. Navolgend worden de ontvangen reacties weergegeven: Provincie Zuid-Holland De Provincie Zuid-Holland geeft aan dat het bestemmingsplan voldoet aan het relevante provinciale beleid. Reactie gemeente: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Dunea In het plangebied zijn geen transportleidingen van Dunea gelegen. Dunea heeft derhalve geen op- en/of aanmerkingen op het plan. Reactie gemeente: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) Met de voorgenomen ontwikkelingen zijn geen belangen van de NAM gemoeid. Reactie gemeente: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Tennet-TSO Tennet-TSO stemt in met de voorgenomen ontwikkeling. Reactie gemeente: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Veiligheidsregio Haaglanden De Veiligheidsregio adviseert bij de planontwikkeling rekening te houden met de risicobronnen Rijksweg A4 en een aanwezige propaanopslagtank. Daarnaast blijft de Veiligheidsregio graag betrokken bij de verdere procedure.

76

Reactie gemeente: na aanleiding van de reactie is paragraaf 5.8 'Externe Veiligheid' aangevuld. De gemeente maakt in de verdere procedure graag gebruik van de advisering van de Veiligheidsregio. Werkorganisatie Duivenvoorde Namens de gemeente Voorschoten en de gemeente Wassenaar geeft Werkorganisatie Duivenvoorde aan dat er vooralsnog geen redenen zijn om inhoudelijk te reageren op de plannen. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en voorziet in een behoefte aan woningen. Reactie gemeente: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 8.2.2

Zienswijzeprocedure

Het ontwerp van het bestemmingsplan "Schakenbosch" heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) respectievelijk Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), voor een ieder zowel elektronisch als in papieren vorm ter inzage gelegen vanaf vrijdag 15 november 2019 tot en met vrijdag 27 december 2019. Gedurende deze termijn van zes weken bestond voor een ieder de gelegenheid om, naar keuze schriftelijk dan wel mondeling, zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken bij de gemeenteraad. In totaal zijn er 15 zienswijzen ingediend. In de Zienswijzennota/Nota van wijzigingen zijn de ingekomen zienswijzen behandeld en worden de, ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerp, bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Schakenbosch" doorgevoerde wijzigingen beschreven. Deze nota is als bijlage bij het vaststellingsbesluit gevoegd.

77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=7495a799-7321-4b80-a230-8bbe725de34e