CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1947-11 Zienswijzennota en nota van wijzigingen

Raadsvergadering 9 maart 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: vaststellen bestemmingsplan "Schakenbosch" (1947).37.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Reclamante vraagt zich af wat het effect van de beoogde 14 miljoen bezoekers op de verkeersdruk en daarmee samenhangend de luchtkwaliteit en geluidsoverlast zal zijn. Dit onderdeel van de zienswijze heeft geen betrekking op het voorliggende bestemmingsplan “Schakenbosch”. Wanneer reclamante inzicht wil in de effecten van de herontwikkeling van winkelcentrum Leidsenhage tot ‘Mall of the Netherlands’ en de afwegingen die naar aanleiding van deze herontwikkelingen hebben plaatsgevonden adviseert de raad reclamante kennis te nemen van het (onherroepelijke) bestemmingsplan “Leidsenhage”106. Onderdeel d.: Reclamante vraagt zich af hoe de gemeente rekening heeft gehouden met de gevolgen van verschillende ontwikkelingen in en rond de gemeente op het vlak van de verkeersdruk, luchtkwaliteit en geluidsnormen, nu deze mede door de komst van de Mall toch al niet onder controle zijn.

106 Zie: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/viewer?planidn=NL.IMRO.1916.leidsenhage-VG01

69

Bij de voorbereiding van het plan zijn alle relevante omgevingsaspecten, zoals geluid, luchtkwaliteit, flora en fauna, bodemkwaliteit, etc. onderzocht. De uitkomsten van deze onderzoeken zijn beoordeeld en afgewogen om het plan en zijn effecten te kunnen toetsen aan het algemene vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In de plantoelichting, waarvan de rapportages naar aanleiding van deze onderzoeken integraal deel uitmaken, wordt verslag gedaan van de onderzoeksresultaten, de beoordeling daarvan en de gevolgen van e.e.a. voor het plan en zijn omgeving. Wanneer het gaat om effecten als verkeer, (verkeers)geluid en luchtkwaliteit, dan zijn de onderzoeken die op deze vlakken zijn verricht gebaseerd op verkeerscijfers die zijn ontleend aan een regionaal verkeersmodel.107 Dit model bestaat uit computermodellen108 die verkeersstromen in een bestaande situatie in het gebied van de MRDH beschrijven op een gemiddelde werkdag, maar daarnaast inzicht geven in de toekomstige verkeersbelasting op wegen in de toekomstjaren 2023, 2030 en 2040. In het model is niet alleen de bestaande situatie op een gegeven moment verwerkt, maar worden ook de gegevens opgenomen van bekende ruimtelijke en overige ingrepen die de verkeersbelasting (kunnen) beïnvloeden.

Waar het gaat om de modellering van de huidige en toekomstige verkeerssituatie op en rond de Veursestraatweg is in het model rekening gehouden met het beoogde programma voor Schakenbosch, maar ook voor andere (bouw)projecten in de omgeving. Het spreekt voor zich dat ook majeure ingrepen zoals bijvoorbeeld de komst van de Mall en de aanleg van de Rijnlandroute zijn verwerkt in het regionale verkeersmodel. In het verkeersonderzoek109 voor het bestemmingsplan is dit toegelicht. Daaruit volgt dat in alle van het verkeersonderzoek afgeleide verdere onderzoeken, o.a. voor geluid, luchtkwaliteit en flora & fauna, eveneens rekening is gehouden met de effecten van niet alleen Schakenbosch, maar ook van de andere projecten die een relevante invloed en effect op de omgeving van het plangebied hebben. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat geen van de relevante omgevingsaspecten als gevolg van het plan, ook bezien in samenhang met andere ingrepen en ontwikkelingen, zodanig nadelig worden beïnvloed dat dit aanleiding zou moeten geven af te zien van vaststelling van het plan. Onderdeel e.: Reclamante vraagt zich af of de gemeente de milieueffecten van alle ontwikkelingen samen goed in beeld heeft en in hoeverre samen met omliggende gemeenten wordt onderzocht wat de cumulatieve effecten van alle projecten in de regio zijn.

In de eerste plaats wordt verwezen naar de beantwoording van onderdeel d. van de zienswijze van reclamante. Ruimtelijke ingrepen worden op relevante onderdelen altijd zowel op zichzelf als in samenhang met relevante andere plannen en ontwikkelingen in beschouwing genomen. De toepassing van bijvoorbeeld een regionaal verkeersmodel brengt die samenhang al ‘automatisch’ in beeld. Verder is het zo dat veel maatregelen op het gebied van de kwaliteit van de leefomgeving regionaal of nog breder worden opgepakt. Denk bijvoorbeeld aan de realisatie van de Rijnlandroute, die een deel van de verkeersstromen die nu nog vanaf het Rijkswegennet door Leiden, Voorschoten en Leidschendam-Voorburg lopen om de stadskernen heen zal leiden. Of zie de beoogde aanpassingen aan de N14 die de doorstroming op dit wegvak moeten verbeteren en daarmee sluipverkeer door o.m. het Damcentrum moeten verminderen maar ook zullen helpen de toenemende verkeersstromen van en naar de Mall beter af te wikkelen. Het is niet zinvol maatregelen ter 107 Regionaal verkeer- en vervoermodel Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). 108 Omnitrans. 109 BonoTraffics, Verkeersonderzoek bestemmingsplan Schakenbosch (8 oktober 2019).

70

verbetering van het woon- en leefklimaat per gemeente solitair te onderzoeken en in te voeren. Dergelijke maatregelen zijn slechts effectief wanneer dit op regionaal, provinciaal of zelfs landelijk niveau wordt opgepakt. De gemeente Leidschendam-Voorburg zoekt deze afstemming nadrukkelijk op en zal zich daar ook in de toekomst voor blijven inzetten. Onderdeel f.: Reclamante verzoekt om specifiek voor de 325 te bouwen woningen op Schakenbosch te onderzoeken wat hiervan de effecten op het vlak van de luchtkwaliteit en geluidsoverlast zijn. Reclamante merkt op dat alleen onafhankelijk onderzoek waarde heeft. Zij diskwalificeert onderzoeken door of in opdracht van de initiatiefnemer van het plan op voorhand als discutabel. Voor wat betreft het aspect van de onafhankelijkheid van de ten behoeve van het plan uitgevoerde onderzoeken wordt verwezen naar de beantwoording van onderdeel a. van de zienswijze van reclamante. Ook verwijst de raad nog naar de algemeen inleidende opmerkingen in dit Hoofdstuk B4 van de zienswijzennota. Waar het gaat om de effecten van de met het plan mogelijk gemaakte nieuwbouw van woningen en overige voorzieningen ten aanzien van de luchtvervuiling en geluidsoverlast wordt verwezen naar de plantoelichting en de daarvan onderdeel uitmakende onderzoeken ter zake. De effecten waarnaar reclamante verwijst zijn in het plan reeds specifiek inzichtelijk gemaakt.

Voorts wordt verwezen naar de beantwoording van onderdeel d. van de zienswijze van reclamante. Conclusie: Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

71

C.

WIJZIGINGEN IN HET BESTEMMINGSPLAN N.A.V. ZIENSWIJZEN

De tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van het voorliggende bestemmingsplan ingekomen zienswijzen hebben op een aantal onderdelen aanleiding gegeven tot wijzigingen in het plan. Hierna worden de wijzigingen naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen kort samengevat. C1.

   

C2.

WIJZIGINGEN IN DE TOELICHTING

Paragraaf 5.7.2.2 (Gebiedsbescherming) is aangepast naar aanleiding van het toegevoegde onderzoek naar de stikstofdepositie als gevolg van de realisatiefase; Bijlage 8 (Quickscan flora en fanua d.d. 24 mei 2017) is vervangen door Bijlage 8 (Quickscan flora en fauna d.d. 17 mei 2019); De Bijlagen 13 tot en met 16 worden hernummerd tot Bijlagen 14 tot en met 17; Ingevoegd wordt een nieuwe Bijlage 13 (Onderzoek stikstofdepositie realisatiefase d.d. 7 februari 2020); WIJZIGINGEN IN DE REGELS

Er is geen sprake van wijzigingen in de regels naar aanleiding van ingediende zienswijzen. C3.

WIJZIGINGEN OP DE VERBEELDING

Er is geen sprake van wijzigingen op de verbeelding naar aanleiding van ingediende zienswijzen.

D.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN HET BESTEMMINGSPLAN

Na afloop van de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is ambtshalve geconstateerd dat het plan op een aantal -veelal ondergeschikte- onderdelen aangepast en/of aangevuld dient te worden. Daarbij gaat het in het algemeen om wijzigingen als:  verwerking van gewijzigde wet- en regelgeving, beleidskaders en inzichten  kleine correcties van ondergeschikte, meestal redactionele of taalkundige aard  etc. De hier bedoelde ambtshalve (dat wil zeggen niet uit ingediende zienswijzen voortvloeiende) wijzigingen in het voorliggende bestemmingsplan worden in dit hoofdstuk D kort samengevat. D1.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN DE TOELICHTING

Toelichting

 

 

Paragraaf 1.1 is aangevuld naar aanleiding van de besluitvorming door de raad op 7 juli 2020. De paragrafen 2.5.3 en 2.5.4 zijn geactualiseerd naar aanleiding van de vaststelling van nieuw gemeentelijk beleid op het gebied van (sociale) woningbouw alsmede naar aanleiding van de aanpassingen in het (woning)bouwprogramma die voortvloeien uit het amendement van de raad en het aanvullend participatief proces. Paragraaf 4.2.3 is aangepast naar aanleiding van de aanpassingen in het (woning)bouwprogramma die voortvloeien uit het amendement van de raad en het aanvullend participatief proces. Paragraaf 5.1 is aangevuld met een verwijzing naar de uitgevoerde milieukundige second opinion.

72

     

Paragraaf 5.4.2 en 5.4.3 zijn aangepast in verband met een geconstateerde omissie in het akoestisch onderzoek ten behoeve van de nieuw te bouwen voorzieningen binnen het plangebied. In paragraaf 5.4.2 is naar aanleiding van de second opinion aanvullend ingegaan op de optie om binnen het plangebied voldoende afstand te houden tot de Veursestraatweg om daarmee te voldoen aan de voorkeursgrenswaarden. In paragraaf 5.5.2 is naar aanleiding van de second opinion aanvullend ook ingegaan op de achtergrondconcentratie van zeer fijn stof (PM2,5). Ook voor deze stof wordt in de huidige en toekomstige situatie de norm in het kader van een goed woon- en leefklimaat niet overschreden. Paragraaf 5.7.2.1 is aangevuld naar aanleiding van de uitgevoerde aanvullende ecologische onderzoeken. Paragraaf 5.7.2.2 is aangepast naar aanleiding van de actualisatie van de onderzoeken met betrekking tot stikstofdepositie. Paragraaf 8.2 is aangevuld met (a) een beschrijving van de wijze waarop burgerparticipatie in eerste instantie is vormgegeven en (b) een beschouwing en afweging over het aanvullend participatief proces naar aanleiding van het raadsamendement van 7 juli 2020.

Bijlagen bij de toelichting  Bijlage 6 (Akoestisch onderzoek) is vervangen door een geactualiseerde/aangevulde versie;  Bijlage 7 ((Ontwerp) Besluit hogere waarden Wet geluidhinder is vervangen door Bijlage 7 (Besluit hogere waarden Wet geluidhinder)  Afgelopen broedseizoen (2020) heeft er ecologisch onderzoek plaatsgevonden naar broedvogels. Uit dit onderzoek is gebleken dat er in de te kappen bomen geen nesten van broedvogels aanwezig zijn. Aangezien er wel enkele holtes zijn aangetroffen die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor vleermuizen is er in 2020 tevens een aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er in de te kappen bomen geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. De rapportages van de aanvullend uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen 11, 12 en 13 bij de toelichting van het bestemmingsplan bijgevoegd.  Als gevolg van het invoegen van de hiervoor bedoelde ecologische rapporten zijn de oorspronkelijke bijlagen 11 tot en met 17 vernummerd tot bijlagen 14 tot en met 20.  Bijlage 15 en 16 (Rapportages met betrekking tot de stikstofdeposite in de gebruiks- en realisatiefase van het plan) zijn vervangen door geactualiseerde rapportages, dit in verband met de vrijgave van een nieuwe versie van de AERIUS-calculator op 15 oktober 2020.

 Bijlage 20 (de Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling) is geactualiseerd en aangevuld naar aanleiding van de milieukundige second opinion.  Als bijlage 21 is toegevoegd een reactienota met betrekking tot de milieukundige second opinion. D2.

 

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN DE REGELS

Ten behoeve van de bestaande toegangsgebouwtjes bij de entree van het plangebied is binnen de bestemmingen ‘Groen’ resp. ‘Gemengd’ een passende bestemmingsregeling opgenomen; Aan artikel 15 (Algemene gebruiksregels) is een nieuw lid ‘g’ toegevoegd dat regelt dat het gebruiken of laten van gebruiken van gebouwen voor geluidgevoelige functies enkel is toegestaan indien bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder voldaan wordt aan de voorwaarden uit het hogere waardenbesluit. Bijlage 2 bij de regels ‘Staat van horeca-activiteiten’ is vervangen door een geactualiseerde versie.

73

D3.

 

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN OP DE VERBEELDING

Ter plaatse van een van de bestaande woningen binnen het plangebied is een kleine aanpassing in de wijze bestemmen en de begrenzing van bestemmingen doorgevoerd in verband met de recente bouw van een bijbehorend bouwwerk; Ter plaatse van de entree van het plangebied is een van de beide bestaande toegangsgebouwtjes aan de verbeelding toegevoegd en van een passende (gemengde) bestemming voorzien.

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=29812f5f-a78e-48e4-8743-70392c86bf18