CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1947-11 Zienswijzennota en nota van wijzigingen

Raadsvergadering 9 maart 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: vaststellen bestemmingsplan "Schakenbosch" (1947).37.426 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Gemeente Leidschendam - Voorburg

Zienswijzennota/Nota van wijzigingen Bestemmingsplan

“SCHAKENBOSCH” (ID-nr.: NL.IMRO.1916.schakenbosch-VG04) Zaaknummer KCS:476883

Versie

:

12 januari 2021

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 9 maart 2021 onder besluitnummer 1947, de griffier,

de voorzitter,

mr. C.J. de Vries

dhr. K. Tigelaar

1

Inhoudsopgave A.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 A1.

AANLEIDING ........................................................................................................................... 3

A2.

ZIENSWIJZENPROCEDURE .................................................................................................. 3

A3.

LEESWIJZER ZIENSWIJZENNOTA/NOTA VAN WIJZIGINGEN ........................................... 3

B.

ZIENSWIJZEN ................................................................................................................................. 4 B1.

INLEIDING ............................................................................................................................... 4

B2.

OVERZICHT ZIENSWIJZEN ................................................................................................... 4

B3.

ONTVANKELIJKHEID ZIENSWIJZEN .................................................................................... 5

B4.

SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ................................................... 6

C.

WIJZIGINGEN IN HET BESTEMMINGSPLAN N.A.V. ZIENSWIJZEN ........................................ 72

C1.

WIJZIGINGEN IN DE TOELICHTING ................................................................................... 72

C2.

WIJZIGINGEN IN DE REGELS ............................................................................................. 72

C3.

WIJZIGINGEN OP DE VERBEELDING ................................................................................ 72

D.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN HET BESTEMMINGSPLAN .................................................... 72

D1.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN DE TOELICHTING .......................................................... 72

D2.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN DE REGELS ................................................................... 73

D3.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN OP DE VERBEELDING ....................................................... 74

2

A.

INLEIDING

A1.

AANLEIDING

De voorliggende zienswijzennota/nota van wijzigingen maakt deel uit van het bestemmingsplan “Schakenbosch”. Dit bestemmingsplan heeft tot doel te fungeren als juridisch-planologische grondslag voor de herontwikkeling van het voormalige GGZ-instellingsterrein Schakenbosch in Leidschendam. Het plangebied van het bestemmingsplan “Schakenbosch” ligt aan de Veursestraatweg, tussen het stedelijk gebied van Leidschendam en de zogenoemde Duivenvoordecorridor, het landelijke overgangsgebied tussen de buurgemeenten Leidschendam-Voorburg en Voorschoten. Tot enkele jaren terug was het gehele gebied Schakenbosch in gebruik bij een regionale GGZ-instelling. Thans is het gebruik als instellingsterrein beperkt tot Schakenbosch-Noord, waar een gesloten jeugdzorginstelling is gevestigd, en de zuidwestelijke hoek van het terrein waar zich een vestiging van GGZ Rivierduinen bevindt. In 2015 heeft Schakenbosch B.V. het plangebied in eigendom verkregen, zij is voornemens het gebied op een hoogwaardige en duurzame wijze te ontwikkelen tot een aantrekkelijke woonomgeving, in combinatie met maatschappelijke en overige voorzieningen, in het groen. De beoogde herontwikkeling van Schakenbosch past niet binnen de vigerende bestemmingsregeling voor het gebied.

Met het nu voorliggende bestemmingsplan “Schakenbosch” stelt de raad een actueel juridisch-planologisch regime vast dat de voorgenomen transformatie van het gebied faciliteert. A2.

ZIENSWIJZENPROCEDURE

Het ontwerp van het voorliggende bestemmingsplan “Schakenbosch” heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening1 respectievelijk Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht2, voor een ieder zowel elektronisch als in papieren vorm ter inzage gelegen, vanaf vrijdag 15 november 2019 tot en met vrijdag 27 december 20193. Gedurende deze termijn bestond voor eenieder de mogelijkheid om, naar keuze schriftelijk dan wel mondeling, zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken bij de gemeenteraad. In totaal zijn gedurende de inzagetermijn 15 zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan ingediend bij de raad. Een overzicht van de ontvangen zienswijzen is in tabelvorm opgenomen in onderdeel B2 van deze nota. A3.

LEESWIJZER ZIENSWIJZENNOTA/NOTA VAN WIJZIGINGEN

De hier voorliggende zienswijzennota/nota van wijzigingen behandelt de ingekomen zienswijzen en beschrijft daarnaast de wijzigingen die bij de vaststelling van het bestemmingsplan “Schakenbosch” zijn doorgevoerd ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerp van het plan. In onderdeel B. van de nota wordt allereerst beschreven van wie zienswijzen zijn ontvangen en wordt ingegaan op de ontvankelijkheid daarvan. Daarna worden de ontvankelijke zienswijzen inhoudelijk samengevat en per onderdeel van een beantwoording voorzien.

1 Hierna: Wro. 2 Hierna: Awb. 3 In overeenstemming met Artikel 1, lid 1, van de Algemene termijnenwet is de termijn van normaliter zes weken

met één dag verlengd omdat deze anders zou eindigen op een algemeen erkende feestdag (tweede Kerstdag).

3

In Onderdeel C. van de nota wordt beschreven welke inhoudelijke en/of redactionele aanpassingen naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen zijn doorgevoerd in de plantoelichting, in de regels en op de verbeelding. Onderdeel D. ten slotte geeft een overzocht van de in het plan doorgevoerde zogenaamde ambtshalve4 wijzigingen.

B.

ZIENSWIJZEN

B1.

INLEIDING

Binnen de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan “Schakenbosch” zijn over dit plan 15 schriftelijke zienswijzen ontvangen door de raad. Er zijn géén mondelinge zienswijzen ingediend. In paragraaf B2 is in tabelvorm weergegeven van wie5 en op welke datum de verschillende schriftelijke zienswijzen zijn ontvangen. In paragraaf B3 wordt ingegaan op de ontvankelijkheid van de ingediende zienswijzen. De ontvankelijke zienswijzen worden in paragraaf B4 afzonderlijk samengevat, per onderdeel beoordeeld en afgewogen en vervolgens van een reactie voorzien. B2.

OVERZICHT ZIENSWIJZEN

Nr.

KCSnummer

Indiener

Correspondentieadres

PC Plaats

1.

596388

Maartensweer 18

2265 DH Leidschendam

2. 3.

596388 596388

Parnashofweg 63

2265 CR Leidschendam

4. 5. 6. 7. 8. 9.

596388 596388 596388 596388 596388 596381

10. 11. 12.

596388 596388 596388

Wijkleercentrum Alles voor Elkaar Reclamant 2 Burgerinitiatief Leidschendam Noord Reclamant 4 Reclamant 5 Reclamant 6 Reclamant 7 Reclamant 8 Nederlandse Tuinen Stichting Reclamant 10 Reclamant 11 Reclamant 12

13. 14. 15.

596388 596388 596388

Reclamant 13 Reclamant 14 Reclamant 15

Nieuwezijds Kolk 28

1012 PV Amsterdam

Betreft adres/locatie (indien anders dan correspondentieadres) Faciliteren wijkleercentrum Gehele plan Gehele plan

Datum ontvangst

Gehele plan Gehele plan Gehele plan Gehele plan Gehele plan Gehele plan

20-12-2019 20-12-2019 20-12-2019 23-12-2019 23-12-2019 23-12-2019

Gehele plan Gehele plan Faciliteren zorg en maatschappelijke voorzieningen Gehele plan Gehele plan Gehele plan

23-12-2019 24-12-2019 24-12-2019

09-12-2019 19-12-2019 20-12-2019

24-12-2019 24-12-2019 27-12-2019

Zoals gezegd zijn er in totaal 15 zienswijzen ingediend over het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijzen 2, 5 en 8 zijn (vrijwel) identiek aan elkaar, en ook de zienswijzen 3 en 4 zijn volledig

4 D.w.z.: niet naar aanleiding van een ingediende zienswijze maar vanwege ambtelijk geconstateerde

onvolkomenheden of andere redenen. 5 Met dien verstande dat door private natuurlijke - en private rechtspersonen ingediende zienswijzen geanonimiseerd in deze openbare nota zijn opgenomen en daarin slechts van officiële instanties de NAWgegevens zijn vermeld.

4

identiek aan elkaar. In totaal zijn er dus 12 unieke6 zienswijzen over het plan ontvangen door de raad. De identieke zienswijzen worden in deze nota uit oogpunt van efficiënte beantwoording geclusterd behandeld. B3.

ONTVANKELIJKHEID ZIENSWIJZEN

B3.1 Algemeen Het ontwerp van het bestemmingsplan “Schakenbosch” heeft voor eenieder ter inzage gelegen vanaf vrijdag 15 november 2019 tot en met vrijdag 27 december 2019. Zienswijzen die op de laatste dag van de termijn ter post zijn bezorgd worden (in beginsel) bij de gemeente als ingekomen geregistreerd op maandag 30 december 2019. Alle zienswijzen met als registratiedatum 30 december 2019 worden daarom in elk geval aangemerkt als zijnde tijdig ingediend. Ook zienswijzen, die binnen de termijn ter post zijn bezorgd en die binnen één week na het einde van de termijn bij de gemeente zijn ontvangen, worden aangemerkt als tijdig ingediend. Zienswijzen die ná het einde van de termijn ter post zijn bezorgd of die weliswaar binnen de termijn ter post zijn bezorgd, maar méér dan een week na het einde van de termijn pas bij de gemeente worden ontvangen, worden aangemerkt als níet tijdig ingediend. Dergelijke zienswijzen moeten als nietontvankelijk worden beschouwd, zij worden niet inhoudelijk in behandeling genomen. De elektronische weg voor het indienen van zienswijzen is voor het ontwerp van het voorliggende plan expliciet uitgesloten. Dit is in de bekendmaking van de terinzagelegging van het ontwerp ook nadrukkelijk vermeld. Alle 15 ingediende zienswijzen zijn binnen de hierboven omschreven termijnen en langs de correcte weg bij de raad ingediend.

B3.2 Pro forma zienswijzen Drie van de ingekomen zienswijzen (nrs. 7, 10 en 11 uit de onder B2 opgenomen tabel) zijn echter ingediend als zgn. ‘pro forma’-zienswijze. Dat wil zeggen dat in de betreffende zienswijzen geen inhoudelijke gronden naar voren zijn gebracht maar dat uitsluitend, om de wettelijke termijn veilig te stellen, is verzocht om een termijn te stellen waarbinnen alsnog inhoudelijke gronden ingediend kunnen worden. Aan de indieners van deze drie pro forma zienswijzen is een termijn van twee weken gesteld voor het alsnog voorzien in een inhoudelijke onderbouwing van hun zienswijze. Aan betrokkenen is toegelicht dat, wanneer niet binnen de gestelde termijn een aanvulling van de zienswijzen wordt ingediend, deze zienswijzen als niet-ontvankelijk dienen te worden beschouwd en niet inhoudelijk in behandeling kunnen worden genomen. Daaruit volgt ook dat aan de indieners van de betreffende zienswijzen in dat geval ook niet meer het recht toekomt bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State7 beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan. Van de indieners van zienswijzen 10 en 11 is binnen de gestelde termijn een inhoudelijke aanvulling van de zienswijze ontvangen. Deze zienswijzen zijn dan ook ontvankelijk en inhoudelijk in behandeling genomen. Van de indiener van zienswijze 7 is echter geen enkele nadere reactie ontvangen.

Deze zienswijze dient de raad daarom als niet-ontvankelijk aan te merken, een inhoudelijke beantwoording van de betreffende zienswijze blijft in deze nota achterwege.

6 Unieke zienswijze: een zienswijze die inhoudelijk als één zienswijze kan worden aangemerkt, ook wanneer zij

door meerdere personen of instanties is ingediend. 7 Hierna: ABRvS.

5

Daarnaast is de zienswijze met nummer 6 uit de onder B2 opgenomen tabel door de indiener zelf eveneens aangemerkt als zijnde een pro forma zienswijze. De betreffende zienswijze is echter voorzien van een (uitgebreide) inhoudelijke motivering en voldoet ook voorts aan alle daaraan te stellen wettelijke vereisten. Wanneer er geen te herstellen gebreken aan een zienswijze kleven, kan er ook geen sprake zijn van het stellen van een termijn daarvoor. De betreffende zienswijze is daarom niet als pro forma zienswijze, maar als een zienswijze waarvan de ontvankelijkheid op voorhand vast staat in behandeling genomen. Wel is aan betrokkene, vanuit oogpunt van hostmanship, alsnog de gelegenheid geboden zijn zienswijzen binnen een termijn van twee weken nader aan te vullen. Het eventueel niet indienen van een aanvulling op de zienswijze blijft in dit geval echter zonder rechtsgevolg. B3.3 Ingediende machtigingen De indiener van de zienswijze met nummer 6 uit de onder B2 opgenomen tabel heeft in zijn initiële zienswijze tevens aangegeven dat hij voornemens was om bij de aanvulling van zijn zienswijze een aantal machtigingen in te dienen van derden die zijn zienswijze ondersteunen/onderschrijven.

Aangezien deze 8 machtigingen in elk geval zijn ingediend ná afloop van de zienswijzentermijn, maar tevens uit de machtigingen niet duidelijk wordt waartoe de ondertekenaars van een dergelijke machtiging betrokkene precies beogen te machtigen, kunnen de betreffende ondertekenaars niet worden gezien als mede-indieners van een ontvankelijke zienswijze. De machtigingen worden gekwalificeerd als adhesiebetuiging aan de indiener van zienswijze nummer 6, zonder dat de zienswijze geacht wordt mede namens degenen die een machtiging hebben ondertekend te zijn ingediend. Aan deze 8 personen komt dan ook uit hoofde van de door hen afgegeven machtiging niet het recht toe beroep in te stellen bij de ABRvS. B4.

SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN

0.

Algemeen/inleidend

Participatie Een thema dat in meerdere van de ingediende zienswijzen aan de orde komt is de vraag of aan burgers bij de voorbereiding van het ruimtelijk kader en de daaropvolgende planvormingsfase voldoende ruimte is geboden voor participatie. Bij de onderstaande behandeling van de afzonderlijke zienswijzen wordt uiteraard op dit aspect nader ingegaan. De raad acht het echter ter verduidelijking zinvol in algemene/inleidende zin hier kort het proces te schetsen dat ten aanzien van de beoogde herontwikkeling van het gebied Schakenbosch is doorlopen. Participatie Ruimtelijk Kader en ontwerpbestemmingsplan In 2015 is Schakenbosch B.V. eigenaar geworden van het gehele voormalige GGZ-terrein. Schakenbosch B.V. heeft de gronden overigens niet van de gemeente, maar van een private derde partij aangekocht. Er is geen sprake geweest van overdracht van gemeentelijk eigendom aan Schakenbosch B.V. Op 24 oktober 2016 heeft Schakenbosch B.V. een intentieovereenkomst met de gemeente gesloten, met als doel gezamenlijk de haalbaarheid te onderzoeken van een transformatie van het voormalige GGZ-terrein naar een hoogwaardige, groene woonfunctie. Op 7 november 2016 heeft een inloopavond plaatsgevonden waar Schakenbosch B.V. omwonenden van het gebied over haar plannen heeft geïnformeerd en ideeën en suggesties uit de omgeving heeft opgehaald.

Een belangrijke rode draad daarbij was de breed gedragen en uitgesproken wens om het groene, parkachtige karakter van het gebied ook na de beoogde functiewijziging te behouden. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente (en dus overigens niet Schakenbosch B.V.) het bureau Feddes/Olthof Landschapsarchitecten opdracht gegeven voor de herontwikkeling van Schakenbosch een ruimtelijk kader uit te werken. Het concept voor dit ruimtelijk kader is op 20 april 2017 tijdens 6

een inloopavond gepresenteerd aan omwonenden, waar zowel vragen zijn beantwoord als reacties zijn ingenomen. Daarnaast heeft de gemeente over het concept gesprekken gevoerd met Schakenbosch B.V. en enkele omwonenden, alsmede met partijen de interesse hadden in het exploiteren van de beoogde zorgfunctie in het gebied. Op 29 augustus 2017 is het concept voor het ruimtelijk kader toegelicht in een ORA8 en met aanwezige omwonenden, geïnteresseerden en raadsleden besproken. De opkomst op deze ORA was met zo’n 150 aanwezigen hoog. Om met de gemeente en de initiatiefnemer mee te kunnen denken en te kunnen adviseren over de nadere uitwerking van de op het ruimtelijk kader stoelende plannen is een klankbordgroep ingesteld uit omwonenden en andere stakeholders. Deze klankbordgroep is ingezet op de participatieniveau’s raadplegen en adviseren. De klankbordgroep is na haar oprichting regelmatig bijeengekomen. Een en ander heeft geresulteerd in een plan dat qua opzet en omvang passend is bij de overgangszone die Schakenbosch vormt en invulling geeft aan de breed gedragen wens dat Schakenbosch ook in de toekomst een groen, voor een aanzienlijk deel openbaar toegankelijk parkachtig gebied blijft. Door de planopzet houdt Schakenbosch duurzaam zijn recreatieve - en belevingswaarde voor heel Leidschendam-Noord en heeft het gebied niet slechts betekenis voor toekomstige bewoners.

Deze planopzet is randvoorwaardelijk vastgelegd in het ruimtelijk kader, dat uiteindelijk op 12 december 2017 door de raad in zijn openbare vergadering is vastgesteld. De uitgangspunten en randvoorwaarden, die in het Ruimtelijk Kader zijn vastgelegd, zijn vervolgens juridisch-planologisch vertaald naar een ontwerpbestemmingsplan. Door middel van het bestemmingsplan wordt op een juridisch bindende wijze geborgd, dat ook daadwerkelijk een bouwplan wordt gerealiseerd dat in overeenstemming is met het Ruimtelijk Kader. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is wederom informatie opgehaald bij de klankbordgroep en zijn ook stakeholders zowel door de initiatiefnemer als de gemeente door middel van nieuwsbrieven e.d. op de hoogte gehouden. Voorts is het ontwerpbestemmingsplan tijdens een drukbezochte inloopavond in de Hulp- en Heilkerk op Schakenbosch, op 28 november 2019, gepresenteerd. Aanvullend participatief proces In raadsvergadering van 7 juli 2020 is een amendement aangenomen met betrekking tot het bestemmingsplan “Schakenbosch”. Als gevolg van dit amendement is het bestemmingsplan niet, zoals door het college voorgesteld, in deze raadsvergadering vastgesteld maar heeft de raad aan het college een aantal opdrachten meegegeven ter voorbereiding van verdere besluitvorming. Een van die opdrachten was het laten plaatsvinden van een aanvullend participatief proces.

Dit aanvullend participatief proces heeft in het najaar van 2020 plaatsgevonden en heeft geresulteerd in een aantal aanvullende afspraken tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Deze afspraken hebben onder meer betrekking op de samenstelling van het woningbouwprogramma en de invulling van de publieke en semipublieke groenopgave in het plangebied. In paragraaf 8.2 van de toelichting wordt nader ingegaan op het aanvullend participatief proces. Conclusie participatie Met oorspronkelijke en aanvullende participatief proces meent de raad dat op een adequate en constructieve wijze invulling is gegeven aan burgerparticipatie. Daarbij moet aangetekend worden dat burgerparticipatie niet slechts als succesvol en zinvol kan worden aangemerkt wanneer alle wensen van burgers worden gehonoreerd. Bij ruimtelijke ingrepen speelt een complex geheel aan kaders, wensen en belangen, zowel aan de zijde van de burgers als van private partijen en de gemeente die stuk voor stuk zorgvuldig moeten worden afgewogen. Het resultaat van participatie zal onvermijdelijk in alle gevallen een compromis vormen, zo ook hier. In dit geval is echter naar het oordeel van de raad zeker sprake van een compromis waarin ook de redelijke en gerechtvaardigde 8 Open Raadhuis Avond.

7

belangen van de omgeving, zoals die in het participatieproces zijn aangedragen, objectief bezien een goede plaats hebben gekregen. Milieu Effect Rapportage (M.E.R.) Uit de ingediende zienswijzen komt naar voren, dat er bij de reclamanten twijfel bestaat over de juistheid, bruikbaarheid en betrouwbaarheid van de verschillende milieugerelateerde onderzoeken die ten behoeve van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd. Ook bestaat er onvoldoende vertrouwen dat de resultaten van deze milieuonderzoeken op een goede manier in het bestemmingsplan zijn beschreven en verwerkt. In de zienswijzen wordt aangegeven, dat deze twijfel wordt veroorzaakt door het feit dat de milieuonderzoeken en –beoordeling (grotendeels) zijn uitgevoerd door het bureau Aveco de Bondt, dat op concernniveau gelieerd is aan de ontwikkelaar Schakenbosch B.V. Inhoudelijke beoordeling van de milieuonderzoeken en –paragrafen van het bestemmingsplan Alle onderzoeken die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen of een rol hebben gespeeld in de door de raad gemaakte belangenafweging, zijn weliswaar uitgevoerd in opdracht van de initiatiefnemer maar zijn beoordeeld door de vakinhoudelijke specialisten van de gemeente. Van gebreken van zodanig aard, dat het net verantwoord zou zijn deze onderzoeken voor het bestemmingsplan te gebruiken, is op geen enkele wijze gebleken.

Daarnaast valt op dat in de zienswijzen weliswaar stellig wordt aangevoerd, dat de beoordeling van de milieueffecten van het plan ondeugdelijk zou zijn, maar dat niet of nauwelijks inhoudelijke argumenten worden aangevoerd om die stelling te onderbouwen. Het feit dat de onderzoeken niet door een onafhankelijke instantie zijn uitgevoerd is feitelijk de kern van de argumentatie. Second-opinion milieuonderzoeken en –paragrafen Naar aanleiding van het eerdergenoemde amendement, dat in de raadsvergadering van 7 juli 2020 is aangenomen, is besloten een second opinion te laten uitvoeren op de omgevingsgerelateerde milieuonderzoeken en –paragrafen van het bestemmingsplan. De opdracht daartoe is verstrekt aan een onafhankelijke deskundige, Adviesbureau Willie Fikken uit Heerde (www.williefikken.nl), die noch met de ontwikkelaar noch met de gemeente banden heeft. Uit de second opinion komt (kort samengevat) naar voren dat de onderzoeken in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving, richtlijnen voor onderzoeksmethodiek, normen, etc. zijn uitgevoerd en (waar van toepassing) correct in het bestemmingsplan zijn doorvertaald. Op detailniveau dienen elke zaken volgens de second opinion te worden aangescherpt, aangevuld of verduidelijkt.

De aanname, dat de uitgevoerde onderzoeken ondeugdelijk zijn en daarom niet aan het bestemmingsplan ten grondslag kunnen worden gelegd, wordt echter door de second opinion zonder meer weersproken. Conclusie beoordeling milieueffecten Gelet op de resultaten van de door een onafhankelijke deskundige uitgevoerde second opinion, stelt de raad vast dat de voor het bestemmingsplan uitgevoerde milieuonderzoeken voldoende deugdelijk en zorgvuldig zijn uitgevoerd om deze als basis voor het voorliggende bestemmingsplan te handhaven. Dat betekent ook dat van zodanig ernstige negatieve effecten op het milieu, dat het plan niet vastgesteld behoort te worden, niet is gebleken. Voor het overige wordt ten aanzien van de aspecten ‘participatie’ en ‘milieu effect rapportage’ verwezen naar de hiernavolgende beantwoording van de afzonderlijke zienswijzen.

8

1.

Stichting Wijkleercentrum Alles voor Elkaar, p/a Maartensweer 18, 2265 DH LEIDSCHENDAM

Inhoud van de zienswijze: Reclamante wijst erop dat de verwezenlijking van een wijkleercentrum op het terrein van Schakenbosch breed wordt gedragen. Verzocht wordt om voor deze specifieke voorziening een ruimtereservering van 450 m² in het bestemmingsplan op te nemen. Beantwoording van de zienswijze: Bij zijn besluit van 12 december 2017 heeft de raad het Ruimtelijk Kader Schakenbosch vastgesteld. Daarbij heeft de raad tevens een motie van de fractie GBLV aangenomen, waarin het college wordt opgeroepen de mogelijkheden voor de vestiging van een leerwerkbedrijf op Schakenbosch te onderzoeken. Tussen Schakenbosch B.V. en reclamante vinden al geruime tijd gesprekken plaats over het inpassen van het wijkleercentrum in het plan. Deze gesprekken hebben nog niet tot het door reclamante gewenste resultaat geleid. De gemeente is bij deze gesprekken geen partij. Het gaat hier immers uitsluitend om een onderhandelingssituatie tussen twee private partijen, die met elkaar over de randvoorwaarden voor het beschikbaar stellen van ruimte voor de desbetreffende functie al dan niet tot overeenstemming zullen komen. De rol van de gemeente is slechts het zorgdragen voor een zodanige bestemmingsregeling dat, wanneer partijen het met elkaar eens worden omtrent vestiging van het wijkleercentrum, daarvoor geen juridisch-planologische belemmeringen bestaan.

De conclusie, dat het wijkleercentrum onder een maatschappelijke bestemming valt, wordt onderschreven. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet zowel binnen de bestemming ‘Gemengd’ als binnen de bestemming ‘Wonen-Gemengd’ in de vestiging van maatschappelijke voorzieningen. Daaruit volgt dat het bestemmingsplan de vestiging van het wijkleercentrum al mogelijk maakt. Voor het specifiek opnemen van een ruimtereservering van 450 m² ten behoeve van het wijkleercentrum bestaat geen aanleiding, omdat daarmee de vestigingsmogelijkheid van het wijkleercentrum op een specifieke plaats in het plan zou worden vastgelegd. Daarmee zouden de mogelijkheden voor deze voorziening in feite worden ingeperkt, terwijl daarvoor geen grond bestaat en dit ook geen toegevoegde waarde heeft ten opzichte van de nu al opgenomen bestemmingsregeling. Conclusie: Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

2.

Reclamant 2, fam. Wempe, Veursestraatweg 2 te LEIDSCHENDAM Reclamant 5, C. Rivero, Parnashofweg 57 te LEIDSCHENDAM Reclamant 8, G.G.J.M. van Vliet-van den Berg, Parnashofweg 65 te LEIDSCHENDAM

Inhoud en beantwoording van de zienswijze Algemeen In algemeen inleidende zin stelt reclamant 2 dat het vele verkeer, dat nu al gebruik maakt van de Veursestraatweg, zorgt voor luchtverontreiniging en slechte luchtkwaliteit. Daarom zou er volgens reclamant eerder minder dan meer verkeer toegelaten moeten worden op dit wegvak. Reclamant 8 merkt in algemeen inleidende zin op dat de gemeente door het faciliteren van dit plan een groot gezondheidsrisico neemt. Reclamant meent dat Leidschendam vol is en wil weten wie er verantwoordelijk en aansprakelijk is als dit plan toch doorgaat. 9

Inhoudelijk komen deze algemene/inleidende punten in de onderstaande beantwoording aan bod. Voor wat betreft de verantwoordelijkheid en/of aansprakelijkheid voor gevolgen van luchtverontreiniging kan in het algemeen slechts worden opgemerkt dat luchtverontreiniging vrijwel nooit concreet kan worden toegerekend aan één specifieke activiteit of ontwikkeling, zodat een formele aansprakelijkheid van een specifieke partij slechts bij zeer hoge uitzondering kan worden aangenomen. Dit nog afgezien van het feit dat van ernstige, de volksgezondheid bedreigende, luchtverontreiniging als gevolg van het plan niet is gebleken. Onderdeel a.: Reclamanten vrezen dat het plan zal leiden tot een aanzienlijke toename van de verkeersintensiteit. Zij constateren dat er verschil bestaat tussen de conclusies van de initiatiefnemer van het plan en die van een onafhankelijk onderzoeksbureau als het gaat om het aantal voertuigbewegingen. Verder menen reclamanten dat in de uitgevoerde onderzoeken de beoogde bouw van 500 woningen in Voorschoten, die ook invloed op de verkeersintensiteit op de Veursestraatweg zal hebben, ten onrechte buiten beschouwing is gelaten.

De raad merkt in de eerste plaats op dat zij niet bekend is met een onderzoek naar het aantal voertuigbewegingen op de Veursestraatweg, waaruit een resultaat zou zijn gekomen dat in negatieve zin afwijkt van de uitkomsten uit het verkeersonderzoek9 dat ten behoeve van het voorliggende plan is uitgevoerd. Inderdaad blijkt uit het ten behoeve van het plan uitgevoerde verkeersonderzoek10 dat als gevolg van het plan sprake zal zijn van een toename van de verkeersintensiteit op de N447/Veursestraatweg. In aansluiting daarop zijn ook de effecten van deze toename van de verkeersintensiteit beoordeeld op het woon- en leefklimaat in en rond het plangebied, op onder meer het vlak van de luchtkwaliteit. Van belang hierbij is overigens nog het volgende. Wanneer het gaat om effecten als verkeer, (verkeers)geluid en luchtkwaliteit, dan zijn de onderzoeken die op deze vlakken zijn verricht gebaseerd op verkeerscijfers die zijn ontleend aan een regionaal verkeersmodel.11 Dit model bestaat uit computermodellen12 die verkeersstromen in een bestaande situatie in het gebied van de MRDH beschrijven op een gemiddelde werkdag, maar daarnaast inzicht geven in de toekomstige verkeersbelasting op wegen in de toekomstjaren 2023, 2030 en 2040.

In het model is niet alleen de bestaande situatie op een gegeven moment verwerkt, maar worden ook de gegevens opgenomen van bekende ruimtelijke en overige ingrepen die de verkeersbelasting (kunnen) beïnvloeden. Waar het gaat om de modellering van de huidige en toekomstige verkeerssituatie op en rond de Veursestraatweg is in het model rekening gehouden met het beoogde programma voor Schakenbosch, maar ook voor andere (bouw)projecten in de omgeving. In het verkeersonderzoek13 voor het bestemmingsplan is dit toegelicht. Het verkeersmodel houdt ook rekening met de effecten in het gemodelleerde gebied van bouwplannen die zelf buiten dat gebied gelegen zijn, zoals hetbouwproject in Voorschoten waaraan reclamanten refereren. Daaruit volgt dat in alle van het verkeersonderzoek afgeleide verdere onderzoeken, o.a. voor geluid, luchtkwaliteit en flora & fauna, eveneens rekening is gehouden met de effecten van niet alleen Schakenbosch, maar ook van de andere projecten die een relevante invloed en effect op de omgeving van het plangebied hebben. Specifiek ten aanzien van luchtverontreiniging resp. luchtkwaliteit merkt de raad het volgende op.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen te worden beoordeeld of een beoogde ontwikkeling leidt tot een zodanige toename van de 9 BonoTraffics, Verkeersonderzoek bestemmingsplan Schakenbosch (8 oktober 2019). 10 BonoTraffics, Verkeersonderzoek bestemmingsplan Schakenbosch (8 oktober 2019). 11 Regionaal verkeer- en vervoermodel Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). 12 Omnitrans. 13 BonoTraffics, Verkeersonderzoek bestemmingsplan Schakenbosch (8 oktober 2019).

10

luchtverontreiniging, dat daardoor de luchtkwaliteit ter plaatse en in de omgeving van een plan onaanvaardbaar slecht wordt. Voor het beoordelen van de luchtkwaliteit wordt het beoordelingskader gevormd door de Wet Luchtkwaliteit14, op grond waarvan een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit is uitgewerkt in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Doel van het NSL is om te voldoen aan de op Europees niveau vastgestelde grenswaarden voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Deze norm ligt voor beide stoffen op 40 µg/m³. Op basis van dit wettelijke beoordelingskader vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmering voor ruimtelijke ingrepen wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging, dat wil zeggen: niet meer dan 3% van een grenswaarde (3% staat gelijk aan de bouw van circa 1.500 woningen of 100.000 m² kantoorruimte met één ontsluitingsweg);  het project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

Zoals toegelicht in paragraaf 5.5.2 van de plantoelichting is zowel in de huidige als in de plansituatie geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide. In de tabel hieronder zijn de waarden voor 2016, 2020 en 2030 weergegeven: NO2 (µg/m³) PM10 (µg/m³)

2016 24 19

2020 20,5 19,6

2030 13,8 17,0

Gelet op deze uitkomsten kan worden vastgesteld dat het plan niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast kan worden geconcludeerd dat het plan met 325 woningen aanzienlijk kleiner is dan de 1.500 woningen die (als overeenkomend met 3% van een grenswaarde van) leiden tot een project dat ‘in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Ten slotte is de Veursestraatweg, als belangrijke ontsluitingsweg voor de kern van Leidschendam, opgenomen in de NSL-monitoringtool. Hoewel de vrees van reclamanten voor verslechtering van de luchtkwaliteit resp. voor meer luchtverontreiniging vanwege het plan op zichzelf niet onbegrijpelijk is, blijkt dus uit een beoordeling van de luchtkwaliteit per plaatse niet dat deze vrees gegrond is. Onderdeel b.: Reclamanten stellen dat de geluidbelasting vanwege het wegverkeer rond het plangebied ook zonder het voorliggende plan al boven de normen ligt zoals de WHO15 die hanteert. De effecten van het plan op het gebied van geluid moeten daarom goed onderzocht worden. Inderdaad is het akoestisch klimaat als gevolg van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op (delen van) de Veursestraatweg in de huidige situatie zeker niet optimaal te noemen.

Wanneer sprake is van beoogde nieuwe ontwikkelingen dan mogen die niet leiden tot een significante (verdere) verslechtering van de geluidsbelasting ten opzichte van de bestaande situatie. Ten behoeve van het voorliggende bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd16. Door middel van dit onderzoek is in de eerste plaats bepaald wat de geluidssituatie zal zijn voor de nieuw te bouwen woningen en zorgfuncties binnen het plangebied. Daarnaast is beoordeeld wat de akoestische effecten van het plan zullen zijn op bestaande woningen in de omgeving van het 14 Wet van 11 oktober 2007 (Stb. 2007, 414). 15 WHO = Wereldgezondheidsorganisatie. 16 Aveco de Bondt, Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Schakenbosch te Leidschendam (19 augustus

2019).

11

plangebied. In paragraaf 5.4 van de toelichting van het plan zijn de uitkomsten van dit onderzoek weergegeven, het rapport van het akoestisch onderzoek maakt als Bijlage 6 eveneens deel uit van de toelichting. Voor wat betreft de bestaande woningen in de directe omgeving van het plangebied, aan de Veursestraatweg, is een vergelijking gemaakt van de situatie in 2030 op basis van alleen de autonome ontwikkeling van het wegverkeer met de situatie in 2030 op basis van de autonome ontwikkeling plus de effecten van het voorliggende plan. Uit deze vergelijking blijkt dat weliswaar in de plansituatie sprake is van een toename van de geluidbelasting ten opzichte van de autonome situatie, maar dat deze toename nergens meer bedraagt dan 0,5 dB. De hoogste berekende waarde in de plansituatie bedraagt 60,9 dB voor de woning aan de Veursestraatweg 264. De waarden voor de overige in de beoordeling betrokken bestaande woningen liggen tussen 57,3 dB en 60,6 dB. Ter vergelijking: voor nieuw te bouwen woningen langs een bestaande weg geldt op grond van de Wet geluidhinder een maximale ontheffingswaarde van 63 dB17. Deze waarde wordt noch in de autonome, noch in de plansituatie overschreden. Daarnaast leidt de toename als gevolg van het plan ook niet tot een reconstructie-situatie als bedoeld in de Wet geluidhinder.

Daarvan is slechts sprake wanneer de geluidbelasting als gevolg van een ingreep toeneemt met 1,5 dB of meer. De toename als gevolg van het voorliggende plan blijft ruimschoots onder deze waarde. Gelet op de uitkomsten van het akoestisch onderzoek is de conclusie gerechtvaardigd dat het plan weliswaar leidt tot een toename van de geluidbelasting voor een aantal bestaande woningen aan de Veursestraatweg, maar dat deze toename zodanig beperkt van omvang is dat in redelijkheid niet kan worden gesteld dat daardoor het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast. Vanuit oogpunt van goede ruimtelijke ordening vormt het aspect ‘geluid’ dan ook geen belemmering voor de vaststelling van het voorliggende plan18. Onderdeel c.: Reclamanten stellen dat de luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied al dusdanig slecht is dat de gezondheid van omwonenden hierdoor negatief wordt beïnvloed. Hier dient goed onderzoek naar gedaan te worden. De raad verwijst naar de beantwoording van onderdeel a. van de zienswijze, waar dit aspect al uitvoerig aan de orde is gekomen. Onderdeel d.: Reclamanten stellen dat de bereikbaarheid (verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid) ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving daarvan ook zonder het plan onder druk staat. Reclamanten menen dat daarom een onafhankelijk verkeersonderzoek dient plaats te vinden.

Het nu gebruikte onderzoek is verricht door een dochteronderneming van de initiatiefnemer van het plan en dus niet onafhankelijk. In de eerste plaats wordt opgemerkt dat het verkeersonderzoek19 ten behoeve van het plan níet, zoals reclamanten kennelijk aannemen, is uitgevoerd door Aveco de Bondt, maar door het 17 De hier vermelde dB-waarden zijn alle inclusief de correctie ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. 18 Een en ander neemt niet weg dat de geluidssituatie ter plaatse van een aantal woningen aan de

Veursestraatweg, los van het voorliggende plan en de effecten daarvan, onwenselijk is. Dat is voor de gemeente aanleiding om in een separaat traject nader te gaan onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om de geluidssituatie en daarmee de leefbaarheid van de betrokken woningen te verbeteren. Dat traject staat echter geheel los van de hier aan de orde zijnde bestemmingsplanprocedure. 19 BonoTraffics, Verkeersonderzoek bestemmingsplan Schakenbosch (8 oktober 2019)

12

onafhankelijke en ter zake van verkeersaangelegenheden deskundige bureau Bono Traffics B.V. te Kampen, dat de gemeente Leidschendam-Voorburg ook in eerdere dossiers op verkeerskundig gebied heeft geadviseerd. In zoverre is dus al voldaan aan het verzoek van reclamant om onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar de effecten van het plan op het gebied van verkeersdoorstroming, verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Aan de hand van de prognoses voor het aantal verkeersbewegingen na voltooiing van het plan, waarin tevens de toename in de verkeersintensiteiten als gevolg van andere bouwplannen die in de omgeving van Schakenbosch worden voorbereid is meegerekend, heeft Bono Traffics beoordeeld of de bestaande verkeersstructuur rond het plangebied alsmede de beoogde verkeersstructuur binnen het plangebied adequaat zijn om het verkeer op een goede en veilige manier af te wikkelen. Op basis van deze beoordeling wordt geconcludeerd dat er in de plansituatie geen afwikkelingsproblemen te verwachten zijn op het (voor het voorliggende plan relevante) kruispunt Veursestraatweg – Schakenbosch. Daarnaast wordt geconcludeerd dat ook de bereikbaarheid van GGZ Rivierduinen, dat over het terrein van Schakenbosch eveneens via dit kruispunt wordt ontsloten, voldoende geborgd is.

Reclamant voert in zijn zienswijze verder geen inhoudelijke gronden aan die zouden moeten leiden tot de conclusie dat aan het uitgevoerde verkeersonderzoek zodanige gebreken kleven, dat de raad dit onderzoek niet (mede) aan het besluit tot vaststelling van het plan ten grondslag zou mogen leggen. Overigens meent de raad nadrukkelijk, dat er voor hem geen enkele reden bestaat om te twijfelen aan de bruikbaarheid van de onderzoeken die ten behoeve van het plan door of in opdracht van Aveco de Bondt zijn uitgevoerd. Anders dan reclamanten kennelijk veronderstellen volgt, zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) herhaaldelijk heeft overwogen20, uit het enkele feit dat een onderzoeksrapport door of in opdracht van de ontwikkelaar van het plan is opgesteld niet dat hieraan in de bestemmingsplanprocedure geen betekenis kan worden toegekend. Alle onderzoeksrapporten, die bij de voorbereiding van het voorliggende bestemmingsplan zijn gebruikt, zijn door de verschillende vakinhoudelijk gespecialiseerde ambtelijke adviseurs van de gemeente Leidschendam-Voorburg beoordeeld. Bij de beoordeling is uitsluitend getoetst op de inhoudelijke volledigheid, consistentie en juistheid van de uitgevoerde onderzoeken en de aan de hand van die onderzoeken getrokken conclusies.

De gemeenteraad heeft daarin een eigenstandige taak als bevoegd gezag, waarbij slechts de kwaliteit van de aangeleverde rapporten en overige documenten relevant is voor het oordeel over deze stukken en niet de vraag door welke partij ze zijn opgesteld. De raad is van oordeel dat de verschillende aan het bestemmingsplan ten grondslag gelegde onderzoeken, ongeacht of deze zijn uitgevoerd door Aveco de Bondt of door andere partijen, op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en zijn voorbereid in overeenstemming met de daarvoor geldende normen, richtlijnen en gebruiken. Voorts ziet de raad geen aanleiding om de deskundigheid van de betrokken onderzoeks- en adviesbureaus, dan wel de inhoudelijke juistheid en volledigheid van de aangeleverde rapporten en overige documenten in twijfel te trekken. Gelet hierop meent de raad dat hij aan de desbetreffende onderzoeksrapporten en op basis daarvan getrokken conclusies doorslaggevende betekenis mag toekennen en deze aan het onderhavige bestemmingsplan ten grondslag mag leggen. Het feit dat (een deel van) de betreffende onderzoeken zijn uitgevoerd door een adviseur, die onderdeel uitmaakt van een holdingsstructuur waarmee ook de ontwikkelaar van Schakenbosch banden heeft maakt dat niet anders.

20 Zie onder meer: ECLI:NL:RVS:2013:CA3693.

13

Onderdeel e.: Reclamanten stellen dat met het bestemmingsplan de bouw van 325 woningen mogelijk wordt gemaakt, maar dat niet duidelijk is waarop dit aantal is gebaseerd. Gesuggereerd wordt dat slechts de wensen van de ontwikkelaar hierbij leidend zijn geweest. In opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg (en dus niet van de ontwikkelaar Schakenbosch B.V.) heeft Feddes/Olthof landschapsarchitecten b.v. het ‘Ruimtelijk kader Schakenbosch’ opgesteld. In dit document zijn de ruimtelijke en functionele uitgangspunten en randvoorwaarden uitgewerkt die de gemeente hanteert bij de beoogde gebiedstransformatie van Schakenbosch. De gemeenteraad heeft dit ruimtelijk kader in zijn openbare vergadering van 12 december 2017 vastgesteld. Kort samengevat ziet de gemeente bij deze transformatie als ruimtelijke hoofdopgave om een gedifferentieerd, eigentijds en onderscheidend woonmilieu tot stand te brengen met een sterke relatie tussen wonen en groen. Er moet een gebied ontstaan dat kwalitatief-ruimtelijk niet slechts ervaren wordt als een uitbreiding van de bestaande woonwijken van de kern Leidschendam, maar fungeert als een overgangszone tussen de sterk verstedelijkte bebouwde kom (waarvan Schakenbosch feitelijk deel uitmaakt) en het landelijk gebied van de Duivenvoordecorridor.

Een bebouwingsdichtheid van circa 10 woningen per hectare wordt vanuit landschappelijk oogpunt voor een dergelijke overgangszone als kwalitatief-ruimtelijk passend beoordeeld. Gelet op de omvang van het (plan)gebied Schakenbosch vertaalt deze dichtheid zich naar een maximum van 325 woningen. Dit maximale aantal van 325 woningen is door de vaststelling van het ruimtelijk kader als harde randvoorwaarde meegegeven aan de ontwikkelende partij, Schakenbosch B.V. Het voorliggende bestemmingsplan limiteert daarom het aantal nieuwe woningen dat binnen het plan gerealiseerd mag worden op 32521, zodat geconstateerd moet worden: 1. dat het aantal van maximaal 325 woningen door de gemeenteraad als ruimtelijke randvoorwaarde voor de gebiedstransformatie in het ruimtelijk kader voor Schakenbosch is vastgelegd; 2. dat dit aantal tot stand is gekomen op basis van de kwalitatief-ruimtelijke overwegingen die voor een overgangszone als deze in het ruimtelijk kader zijn geformuleerd; 3. dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de onder 1. en 2. bedoelde randvoorwaarden en overwegingen. Onderdeel f.: Reclamanten stellen dat niet duidelijk is waarom niet eerst het wegennet rondom het plangebied is aangepast voordat de bouw van nieuwe woningen en overige voorzieningen op Schakenbosch mogelijk wordt gemaakt.

Met betrekking tot dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van onderdeel d. van de zienswijze. Uit het verkeersonderzoek van Bono Traffics blijkt, dat het wegennet ter plaatse van Schakenbosch voldoende capaciteit en een passende inrichting heeft om het verkeersaanbod, dat een direct gevolg is van de herontwikkeling van Schakenbosch, op een adequate en veilige manier af te wikkelen. Daarbij zijn ook de cumulatieve verkeerseffecten van andere gebiedsontwikkelingen nabij de Veursestraatweg meegenomen in de beoordeling. Het voorliggende plan geeft geen dwingende aanleiding tot een aanpassing van de verkeerssituatie. Dit betekent dat er geen grond bestaat het voorliggende plan pas vast te stellen nadat een eventuele aanpassing van het wegennet, voor zover daar überhaupt sprake van zal zijn, is uitgevoerd.

21 Zie artikel 14.4 (‘Maximum aantal woningen’) van de regels van het bestemmingsplan.

14

Onderdeel g.: Reclamanten stellen dat onduidelijk is waarom in het plan alleen dure woningen worden gerealiseerd. In de eerste plaats wordt opgemerkt dat het begrip ‘dure woning’ uiteraard subjectief is. Er is geen eenduidige, objectieve definitie van dit begrip die voor eenieder helder en aanvaardbaar is. Of een woning al dan niet als duur wordt ervaren hangt in hoge mate af van de perceptie van een individu. In het ‘Ruimtelijk kader Schakenbosch’ is randvoorwaardelijk vastgelegd, dat het programma voor het gebied naast dure, exclusieve woningen ten minste 10% goedkope/middeldure woningen moet bevatten en 10% woonruimten in de vorm van zorgvoorzieningen. De stelling van reclamant, dat het plan alleen voorziet in dure woningen, is dus feitelijk onjuist. Zoals voorts ook in de paragrafen 2.5.3 en 2.5.4 van de plantoelichting uiteen wordt gezet draagt de programmamix, die in het ruimtelijk kader is opgelegd aan de ontwikkelende partij, concreet bij aan het verwezenlijken van het gemeentelijk woonbeleid en kan worden gesteld dat het plan in overeenstemming is met de geest van de ‘Beleidsregels Woningbouw 2018-2021’22. Het plan geeft mede uitvoering aan enkele van de kerndoelen uit de Beleidsregels en maakt op deze wijze tevens mogelijk dat de maatschappelijke (openbare) waarde van het gebied Schakenbosch ook op de langere termijn behouden kan blijven.

Onderdeel h.: Reclamanten stellen het woon- en leefklimaat in de randstad onder druk staat (‘verstikkend is’). Daarom is het volgens reclamanten belangrijk om zoveel mogelijk groen te behouden. De wens om, ook wanneer gronden worden herontwikkeld en/of een nieuwe functie krijgen, zoveel groen als mogelijk te behouden wordt van harte onderschreven. Bij het gebied Schakenbosch gaat het om een voormalig GGZ-terrein met een omvang van circa 30 hectare. In het gebied bevindt zich nog een gedeelte van de bebouwing, die voorheen bij de hier gevestigde GGZ-instelling in gebruik was. Het terrein heeft een groen karakter, maar de opzet van het groen is met name bepaald door de situering van de vroegere, deels al verdwenen, bebouwing. Van een integraal totaalontwerp van het groen is nooit sprake geweest en in recente jaren is de kwaliteit van het gebied, onder meer door het vertrek van de GGZ-instelling en het verminderde onderhoud, achteruitgegaan. De beoogde transformatie van het gebied voorziet in maximaal 26.000 m² (footprint) aan nieuwe bebouwing23 in de vorm van woningen en andere voorzieningen. Dit komt overeen met circa 8,5% van de totale oppervlakte van het gebied. De overige 91,5% van het plangebied blijft onbebouwd en beschikbaar voor functies als groen, water, verkeersruimte, etc. Circa driekwart van het totale plangebied krijgt concreet een (semi)publieke groenfunctie.

Zoals uit de verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan al blijkt krijgt het grootste deel van het niet te bebouwen gebied de bestemming ‘Groen’. De primaire functie van gronden met deze bestemming is het waarborgen van het groene karakter door het in stand houden en verder ontwikkelen van voldoende groene functies als groenvoorzieningen, houtopstanden, bos en plantsoenen. Belangrijke delen van deze gronden zullen onderdeel worden van de openbare ruimte, zodat naast bewoners van het plangebied ook inwoners van andere delen van Leidschendam blijvend recreatief gebruik kunnen maken van deze groene long. 22 En eveneens met de eerdere ‘Beleidsregels Woningbouw 2017-2019’. 23Zie artikel 14.5 (‘Maximum bebouwd oppervlak’) van de regels van het bestemmingsplan.

15

Daarnaast krijgt een aanzienlijk deel van het plangebied een woonbestemming. De bebouwingsbepalingen uit het plan staan slechts toe dat een deel van deze bestemmingsvlakken van bebouwing wordt voorzien. In geen enkel bestemmingsvlak is een bebouwingspercentage van meer dan 45% toegestaan. Het resterende deel zal eveneens in elk geval ruimtelijk bezien een groene inrichting krijgen en deels (semi-)openbaar toegankelijk blijven. Met deze wijze van bestemmen wordt enerzijds geborgd dat in Schakenbosch ook na de transitie tot een nieuw woonmilieu voldoende en kwalitatief hoogwaardig groen behouden blijft, met een ruime openbare toegankelijkheid van het gebied. Anderzijds wordt hiermee duurzaam juridischplanologisch vastgelegd dat ook na realisatie van het plan geen overmatige verstening plaatsvindt en het gebied niet de uitstraling en belevingswaarde krijgt van een reguliere woonwijk maar zijn kwalitatief-ruimte betekenis als overgangszone behoudt. Samengevat: het voorliggende plan zorgt er juist nadrukkelijk voor dat, zoals reclamant verzoekt, een belangrijk deel van het groen in Schakenbosch ook voor de langere termijn behouden zal blijven. Onderdeel i.: Reclamanten stellen dat alleen al in Leidschendam, inclusief het voorliggende plan, plannen in voorbereiding of in uitvoering zijn voor 700 woningen.

Zij menen dat de participatiemogelijkheden over deze plannen voor de burgers onvoldoende zijn geweest. Daarnaast maken zij kenbaar dat het niet toereikend is om de effecten van dit bestemmingsplan op zichzelf te onderzoeken, de effecten van alle bekende plannen moeten in samenhang met elkaar integraal worden onderzocht. In de eerste plaats wordt opgemerkt dat het aantal van 700 woningen zoals genoemd door reclamant niet gebaseerd is op een definitief vastgelegde concrete invulling van respectievelijk concrete bouwplannen voor alle door reclamant benoemde locaties. Zoals ook toegelicht in paragraaf 2.1 van het voor dit bestemmingsplan uitgevoerde verkeersonderzoek24, gaat het hier om hoog gehouden aannames omtrent de programma’s die op termijn in deze gebieden zullen worden verwezenlijkt. Het is echter weinig waarschijnlijk dat deze maximale programma’s ook daadwerkelijk tot stand zullen komen. Zo is al vrijwel zeker dat bijvoorbeeld alleen al de uiteindelijke invulling van de locaties Noorthey en Vlietvoorde-Zuid in totaal meer dan 100 woningen lager uit zal komen dan waarvan in de berekeningen wordt uitgegaan. In het verkeersonderzoek is echter uitgegaan van een ‘worst case scenario’-benadering, zodat in elk geval niet met een te laag programma en dus te weinig verkeersbewegingen wordt gerekend.

Overigens volgt ook hieruit dat, zoals reclamant verzoekt, niet alleen is gekeken naar de verkeers- en daarmee samenhangende effecten van alleen het plan voor Schakenbosch, maar naar de gecumuleerde effecten van álle ontwikkelingen in de omgeving. Voor wat betreft het aspect burgerparticipatie wordt de stelling van reclamanten, dat hieraan onvoldoende invulling is gegeven c.q. ruimte is geboden, niet herkend. Bij het opstellen van het concept voor het ruimtelijk kader is aan de omgeving alle ruimte geboden om inbreng te leveren en deze inbreng is ook belangrijk geweest bij het bepalen van de randvoorwaarden waaraan de beoogde herontwikkeling moet voldoen. Die randvoorwaarden zijn er juist op gericht de belangen te beschermen die vanuit de omgeving zijn aangedragen, zoals het groene karakter, de openbare toegankelijkheid, etc. Ook bij de bestuurlijke besluitvorming over dit ruimtelijk kader door het college en de raad zijn de standpunten van de omgeving betrokken. Onder meer over de invulling van het bouwprogramma, de vraag hoe om te gaan met de groene kwaliteit van het gebied, de blijvende openbaarheid, etc. heeft uitvoerig discussie plaatsgevonden en juist deze discussie heeft ook geleid tot uitstel van de

24 BonoTraffics, Verkeersonderzoek bestemmingsplan Schakenbosch (8 oktober 2019).

16

uiteindelijke vaststelling van het ruimtelijk kader door de raad om nog kleine laatste programmatische verfijningen aan te brengen. Het is van belang te onderkennen dat burgerparticipatie niet slechts dan geslaagd is, wanneer bij de ruimtelijke planvorming alle wensen uit de omgeving van een projectgebied gehonoreerd worden. Er is bij Schakenbosch (en dit geldt uiteraard ook voor veel andere ontwikkellocaties in de gemeente Leidschendam-Voorburg) sprake van gronden die geen gemeentelijk maar privaat eigendom zijn. De gemeenteraad kan weliswaar door middel van ruimtelijke instrumenten sturen op de gebruiks- en bouwmogelijkheden van zulke gronden, maar kan daaraan slechts beperkingen opleggen wanneer die vanuit oogpunt van goede ruimtelijke ordening gerechtvaardigd en noodzakelijk zijn. Binnen dat toetsingskader zijn de programmatische - en inrichtingswensen van de eigenaar van de gronden beoordeeld en getoetst aan het gemeentelijk beleid. De wensen en argumenten die vanuit de omgeving ten aanzien van de transformatie van Schakenbosch naar voren zijn gebracht, zijn bij deze beoordeling betrokken en eveneens afgezet tegen het belang van een goede ruimtelijke ordening. Dit proces heeft uiteindelijk geresulteerd in de vaststelling van een ruimtelijk kader waarin uitgangspunten en randvoorwaarden voor de transformatie van het gebied zijn vastgelegd.

Aan de hand van deze uitgangspunten en randvoorwaarden is vervolgens het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Het nu voorliggende plan voldoet aan de gemeentelijke beleidskaders, is in overeenstemming met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening en komt objectief bezien op een verantwoorde manier aan een mix van verschillende belangen tegemoet, zonder te pretenderen dat daarbij alle ten aanzien van de planvorming bestaande bezwaren zijn weggenomen. Zoals echter gezegd: dat is ook geen vereiste om van adequate en betekenisvolle burgerparticipatie te kunnen spreken. Ten slotte verwijst de raad nog naar de algemeen inleidende opmerkingen in dit Hoofdstuk B4 van de zienswijzennota. Conclusie: De zienswijzen 2, 5 en 8 geven, gelet op vorenstaande overwegingen, geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

3.

Reclamante 3, Burgerinitiatief Leidschendam-Noord te LEIDSCHENDAM Reclamant 4, C.E. Oosterbeek, Parnashofweg 63 te LEIDSCHENDAM

Inhoud en beantwoording van de zienswijze Algemeen Reclamanten geven aan in hun zienswijze onderscheid te maken tussen procedurele, inhoudelijke en overige gronden waarop de zienswijzen stoelen. Dit onderscheid wordt voor de beantwoording van de zienswijzen aangehouden. PROCEDURELE ONDERDELEN Onderdeel a.: Reclamanten zijn van mening dat bij de voorbereiding van de besluitvorming niet de vereiste zorgvuldigheid in acht is genomen omdat onvoldoende rekening is gehouden met de effecten van het plan op de leefomgeving, mens en milieu. Bij de voorbereiding van het plan zijn alle relevante omgevingsaspecten, zoals geluid, luchtkwaliteit, flora en fauna, bodemkwaliteit, etc. onderzocht. De uitkomsten van deze onderzoeken zijn beoordeeld en afgewogen om het plan en zijn effecten te kunnen toetsen aan het algemene vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In de plantoelichting, waarvan de rapportages naar aanleiding 17

van deze onderzoeken integraal deel uitmaken, wordt verslag gedaan van de onderzoeksresultaten, de beoordeling daarvan en de gevolgen van e.e.a. voor het plan en zijn omgeving. De raad herkent zich dan ook niet in het door reclamanten geschetste, overigens niet concreet onderbouwde, beeld van een onzorgvuldige voorbereiding van het plan en de besluitvorming daarover. Onderdeel b.: Reclamanten zijn van mening dat bij de voorbereiding van het plan ten onrechte onvoldoende aandacht is besteed aan de cumulatieve effecten van de verschillende bouw- en overige plannen in de omgeving van Schakenbosch. Signalen hierover van belanghebbenden zijn genegeerd of gebagatelliseerd. Zoals bij de beantwoording van onderdeel a. van de zienswijze al is opgemerkt zijn ten behoeve van het plan álle relevante omgevingsaspecten en -effecten onderzocht. Wanneer het gaat om effecten als verkeer, (verkeers)geluid en luchtkwaliteit, dan zijn de onderzoeken die op deze vlakken zijn verricht gebaseerd op verkeerscijfers die zijn ontleend aan een regionaal verkeersmodel.25 Dit model bestaat uit computermodellen26 die verkeersstromen in een bestaande situatie in het gebied van de MRDH beschrijven op een gemiddelde werkdag, maar daarnaast inzicht geven in de toekomstige verkeersbelasting op wegen in de toekomstjaren 2023, 2030 en 2040.

In het model is niet alleen de bestaande situatie op een gegeven moment verwerkt, maar worden ook de gegevens opgenomen van bekende ruimtelijke en overige ingrepen die de verkeersbelasting (kunnen) beïnvloeden. Waar het gaat om de modellering van de huidige en toekomstige verkeerssituatie op en rond de Veursestraatweg is in het model rekening gehouden met het beoogde programma voor Schakenbosch, maar ook voor andere (bouw)projecten in de omgeving. In het verkeersonderzoek27 voor het bestemmingsplan is dit toegelicht. Daaruit volgt dat in alle van het verkeersonderzoek afgeleide verdere onderzoeken, o.a. voor geluid, luchtkwaliteit en flora & fauna, eveneens rekening is gehouden met de effecten van niet alleen de herontwikkeling van Schakenbosch, maar ook van de andere projecten die een relevante invloed en effect op de omgeving van het plangebied hebben. De stelling van reclamanten dat cumulatieve effecten op de omgeving van het plangebied niet zijn onderzocht of genegeerd dan wel gebagatelliseerd vindt, gelet op het voorgaande, geen steun in de feiten. Onderdeel c.: Reclamanten zijn van mening dat aan de met betrekking tot de transformatie van Schakenbosch toegezegde burgerparticipatie niet serieus invulling is gegeven. Constructieve voorstellen vanuit de omgeving zijn niet adequaat overwogen.

Voor wat betreft het aspect burgerparticipatie wordt de stelling van reclamanten, dat hieraan onvoldoende invulling is gegeven c.q. ruimte is geboden, niet herkend. Bij het opstellen van het concept voor het ruimtelijk kader is aan de omgeving alle ruimte geboden om inbreng te leveren en deze inbreng is ook belangrijk geweest bij het bepalen van de randvoorwaarden waaraan de beoogde herontwikkeling moet voldoen. Die randvoorwaarden zijn er juist op gericht de belangen te beschermen die vanuit de omgeving zijn aangedragen, zoals het groene karakter, de openbare toegankelijkheid, etc. Ook bij de bestuurlijke besluitvorming over dit ruimtelijk kader door het college en de raad zijn de standpunten van de omgeving betrokken. Onder meer over de invulling van het bouwprogramma, de 25 Regionaal verkeer- en vervoermodel Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). 26 Omnitrans. 27 BonoTraffics, Verkeersonderzoek bestemmingsplan Schakenbosch (8 oktober 2019).

18

vraag hoe om te gaan met de groene kwaliteit van het gebied, de blijvende openbaarheid, etc. heeft uitvoerig discussie plaatsgevonden en juist deze discussie heeft ook geleid tot uitstel van de uiteindelijke vaststelling van het ruimtelijk kader door de raad om nog kleine laatste programmatische verfijningen aan te brengen. Het is van belang te onderkennen dat burgerparticipatie niet slechts dan geslaagd is, wanneer bij de ruimtelijke planvorming alle wensen uit de omgeving van een projectgebied gehonoreerd worden. Er is bij Schakenbosch (en dit geldt uiteraard ook voor veel andere ontwikkellocaties in de gemeente Leidschendam-Voorburg) sprake van gronden die geen gemeentelijk maar privaat eigendom zijn. De gemeenteraad kan weliswaar door middel van ruimtelijke instrumenten sturen op de gebruiks- en bouwmogelijkheden van zulke gronden, maar kan daaraan slechts beperkingen opleggen wanneer die vanuit oogpunt van goede ruimtelijke ordening gerechtvaardigd en noodzakelijk zijn. Binnen dat toetsingskader zijn de programmatische - en inrichtingswensen van de eigenaar van de gronden beoordeeld en getoetst aan het gemeentelijk beleid. De wensen en argumenten die vanuit de omgeving ten aanzien van de transformatie van Schakenbosch naar voren zijn gebracht, zijn bij deze beoordeling betrokken en eveneens afgezet tegen het belang van een goede ruimtelijke ordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=29812f5f-a78e-48e4-8743-70392c86bf18