872 Bijlage 1 - Beleidsplan inburgering 2022-2025, Leidschendam-Voorburg
Tekst van het document
Beleidsplan inburgering 2022-2025 872
Nummer 872 Pagina 2/36
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................. 2 Inleiding ............................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 1: Wet inburgering 2021 .................................................................................. 5 Wet inburgering 2013 .................................................................................................... 5 Wet inburgering 2021.. .................................................................................................. 5 Hoofstuk 2: Visie en beleidskaders ................................................................................... 7 Beleidsdoelstellingen ..................................................................................................... 8 Strategie ...................................................................................................................... 11 Regierol Gemeente ..................................................................................................... 13 Hoofdstuk 3: Doorlopende lijn inburgering ...................................................................... 14 De inburgeringsroute ...................................................................................................
14 Hoofdstuk 4: Inrichting nieuw inburgeringsstelsel ........................................................... 24 Dienstverlening Sociaal Domein ................................................................................. 24 Samenwerking partners ............................................................................................... 27 Subsidietafels .............................................................................................................. 27 Hoofdstuk 5: Naleving en handhaving ............................................................................ 28 Hoofdstuk 6: Beheersmaatregelen.................................................................................. 29 Monitoring .................................................................................................................... 29 Evaluatie ...................................................................................................................... 29 Financiën ......................................................................................................................... 30 Risico’s ............................................................................................................................ 31 Privacy .........................................................................................................................
32 Communicatie .............................................................................................................. 33 Implementatie .............................................................................................................. 33 Bijlage 1: cijfers ............................................................................................................... 35 Landelijke cijfers .......................................................................................................... 35 Lokale cijfers ................................................................................................................ 35
Nummer 872 Pagina 3/36
Inleiding De nieuwe Wet inburgering 2021 treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking, met als doel de inburgering en integratie van nieuwkomers in de Nederlandse maatschappij te versterken. Waar gemeenten eerst weinig tot geen invloed hadden op de inburgering, krijgen zij nu de regie. Dit biedt de gemeente de kans om inburgering stevig te positioneren in het sociaal domein en het maatschappelijk veld. De nieuwe wet brengt een aantal nieuwe taken en verantwoordelijkheden met zich mee. Daarom moeten gemeenten een lokale visie op inburgering ontwikkelen. Deze visie, alsook de kaders voor de inrichting van het nieuwe inburgeringsstelsel, worden in dit beleidsplan uiteengezet. Veelgebruikte termen In het beleidsplan komen een aantal veelgebruikte termen voor. Dit zijn: - Inburgeringsplicht: de verplichting om succesvol een inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands af te leggen, veelal volgend op een -
inburgeringscursus of zelfstudie. Inburgeringstermijn: de termijn waarbinnen aan de inburgeringsplicht voldaan moet worden, welke ingaat op het moment dat het PIP (zie onderaan deze lijst) wordt ondertekend (statushouder) of iemand wordt ingeschreven in het
-
gemeentelijk BRP (gezinsmigrant). Inburgeringsplichtigen: de inburgeringsplicht geldt niet voor personen met een nationaliteit uit de Europese Unie, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland. De inburgeringsplicht geldt ook niet voor jongeren onder de 18 jaar, personen die 8 jaar of langer in Nederland woonden en in die tijd naar school gingen, personen die Nederlandse diploma’s, certificaten of bewijsstukken van een bepaalde opleiding in de Nederlandse taal hebben, ouderen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben en personen die voor een tijdelijk doel in Nederland verblijven (zoals werk, studie of uitwisseling). Voor
-
alle overige immigranten geldt de inburgeringsplicht wel 1 2. Inburgeraar (of nieuwkomer): een inburgeringsplichtige statushouder of
-
gezinsmigrant. Statushouders: asielmigranten aan wie een verblijfsvergunning verleend is. Ook
-
nareizigers (nareizende familieleden) vallen hieronder. Gezinsmigranten: een partner uit het buitenland niet zijnde een statushouder of nareiziger, inburgeringsplichtig gesteld volgens de criteria zoals vermeld bij de
-
term ‘inburgeringsplichtigen’. PIP: het Plan Inburgering en Participatie is zowel een beschikking als een trajectplan. In het PIP worden de afspraken met betrekking tot inburgering vastgelegd. Deze afspraken worden periodiek geijkt aan de voortgang van het inburgeringstraject van de inburgeraar.
1 2
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/immigratie-naar-nederland/inburgeren-in-nederland Per 1 januari 2021 worden Turkse nieuwkomers ook inburgeringsplichtig gesteld
Nummer 872 Pagina 4/36
Participatie Bij de totstandkoming van het beleidsplan is aan een aantal stakeholders input gevraagd. Hiertoe zijn bijeenkomsten georganiseerd met maatschappelijke partners 3 en de adviesraad, en is een presentatie gegeven aan de gemeenteraad. Daarnaast zijn diepte-interviews gehouden met nieuwkomers, om zo te achterhalen hoe zij hun inburgeringstraject hebben ervaren en hoe deze ervaringen meegenomen kunnen worden in de inrichting van het nieuwe traject.
3
Maatschappelijke betrokken organisaties, waaronder welzijnsorganisaties maar bijvoorbeeld ook de bibliotheken.
Nummer 872 Pagina 5/36
Hoofdstuk 1: Wet inburgering 20214 Met de nieuwe Wet inburgering wordt beoogd dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk de taal leren en volwaardig aan de Nederlandse samenleving gaan deelnemen, het liefst via betaald werk. Daartoe worden de inburgeraar, de gemeente en de Rijksoverheid in positie gebracht. De nieuwe wet vormt daarmee een sterk contrast met de huidige wet (2013), waarin werd beoogd de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige voor de eigen inburgering te versterken. In dit hoofdstuk wordt eerst kort ingegaan op de Wet inburgering 2013 en de knelpunten daarbinnen, waarna de nieuwe wet wordt beschreven.
Wet inburgering 2013 Onder de huidige wetgeving hebben gemeenten, met uitzondering van het organiseren van maatschappelijke begeleiding voor statushouders en het aanbieden van het participatieverklaringstraject voor alle nieuwkomers, geen rol in het inburgeringsstelsel. Inmiddels is duidelijk dat het huidige stelsel onvoldoende leidt tot zelfredzaamheid en participatie. Statushouders blijven vaak langdurig afhankelijk van een bijstandsuitkering omdat zij de taal onvoldoende beheersen en daardoor minder kans hebben om mee te doen aan de samenleving. Bovendien zijn zij, dankzij hun kwetsbare en veelal slechte informatiepositie, vaak slachtoffer geworden van frauduleuze taalaanbieders.
Wet inburgering 2021 Waar inburgeraars eerder vrij waren om zelf een inburgeringstraject in te kopen en verantwoordelijk waren voor het eigen traject, wordt dit nu anders ingericht. De gemeente moet zorgdragen voor een sluitend inburgeringsaanbod 5, om zo een inburgeraar in staat te stellen tijdig te kunnen starten met zijn of haar traject. Daarbij kan de gemeente ook sturen op prijs en kwaliteit, en daarmee ook op de resultaten. Door regie te krijgen op de gehele inburgeringsketen, wordt de gemeente niet alleen in staat gesteld een doorlopende lijn van ondersteuning te organiseren maar ook om maatwerk toe te passen. Daarmee wordt het best passende traject ingezet dat leidt tot het hoogst haalbare resultaat. Indien nodig kan de gemeente ook handhaven. Doelgroep De inburgeringsplicht geldt voor iedere nieuwkomer van 16 jaar tot de AOW-leeftijd die zich duurzaam in Nederland vestigt en een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd heeft. Eenieder die na 1 januari 2022 inburgeringsplichtig gesteld kan worden en deze plicht ook opgelegd krijgt van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), valt onder de Wet inburgering 2021. Dit betekent automatisch dat degenen die vóór 1 januari 2022 niet inburgeringsplichtig worden gesteld, niet onder deze nieuwe wet vallen. Nieuwkomers die nog onder de huidige wetgeving vallen, behoren tot de zogeheten ‘en ondertussen’-groep.
Zij blijven wettelijk gezien verantwoordelijk voor hun eigen traject en de inkoop daarvan. Desondanks kunnen zij profiteren van het nieuwe 4
De verwachting is dat de wet 1 januari 2022 ingaat. Afhankelijk van het type inburgeraar (statushouder of gezinsmigrant) moet de gemeente diverse verplichte onderdelen organiseren. Een overzicht hiervan is in ‘hoofdstuk 3: Doorlopende lijn inburgering’ opgenomen 5
Nummer 872 Pagina 6/36
inburgeringsstelsel en de aanpak daarbinnen; in hoofdstuk 4: Inrichting nieuw inburgeringsstelsel is dan ook omschreven welke dienstverlening de gemeente deze groep biedt. In bijlage 1 is een weergave opgenomen van de verwachte omvang van de doelgroep. Om de omvang van de doelgroep te bepalen wordt gekeken naar het verwachte aantal statushouders en gezinsmigranten. Voor wat betreft het huisvesten van statushouders krijgt iedere gemeente een halfjaarlijkse taakstelling, wat gelijk de enige indicatie is van het te verwachten aantal statushouders. In 2020 was de taakstelling voor het hele jaar 52. Niet al deze nieuwkomers zijn echter inburgeringsplichtig; ook minderjarigen en AOW-gerechtigden vallen onder de taakstelling. Zij vormen circa 33% van de taakstelling. Op 1 november 2020 is de taakstelling voor de eerste helft van 2021 6 bekend gemaakt; deze is 59 en meer dan verdubbeld ten opzichte van die van 2020. Daarnaast vestigen jaarlijks circa 50 gezinsmigranten zich in de gemeente. Voor 2021 wordt rekening gehouden met een taakstelling van circa 118 statushouders waarvan 79 inburgeringsplichtigen. Voor de instroom van nieuwkomers geldt dat deze zeer onderhevig is aan exogene ontwikkelingen 7 en dus kan fluctueren.
Opbouw nieuw stelsel Het nieuwe inburgeringsstelsel wordt opgeknipt in drie taalleerroutes die ieder rekening houden met de capaciteiten en mogelijkheden van de inburgeraars, namelijk de onderwijsroute, de B1-route en de zelfredzaamheidsroute (ook wel Z-route). Daarnaast dienen inburgeraars vanaf de start van hun traject kennis op te doen over de Nederlandse kernwaarden, maatschappij en arbeidsmarkt, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen. Ten opzichte van het huidige stelsel geldt tot slot dat het vereiste taalniveau van A2 8 naar B19 gaat, tenzij blijkt dat dit niet haalbaar is. Dan is het mogelijk om op onderdelen het inburgeringsexamen op A2niveau af te leggen. De diverse onderdelen van het nieuwe inburgeringsstelsel worden in meer detail toegelicht in hoofdstuk drie: Doorlopende lijn inburgering.
6
Jaarlijks wordt op 1 april en 1 oktober de taakstelling voor het komende half jaar bekend gemaakt. De taakstelling voor de tweede helft van 2021 wordt dus niet eerder dan 1 april 2021 bekend gemaakt. 7 Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan fluctuerende drijvende krachten als gewapende conflicten of natuurrampen die migratiestromen veroorzaken. Daarnaast is de taakstelling van de gemeente onderhevig aan migratiebeleid op nationaal, Europees en internationaal niveau. 8 Het Europees Referentiekader Talen definieert dit niveau als “basisgebruiker”. Bijbehorende vaardigheden: Kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Kan communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling over vertrouwde en alledaagse kwesties vereisen. Kan in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van diverse behoeften beschrijven. 9 Het Europees Referentiekader Talen definieert dit niveau als “onafhankelijk gebruiker”. Bijbehorende vaardigheden: Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd.
Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.
Nummer 872 Pagina 7/36
Hoofstuk 2: Visie en beleidskaders De gemeente streeft er naar dat inburgeraars zo volwaardig mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving door zo snel mogelijk te participeren (het liefst via betaald werk) en het hoogst haalbare taalniveau (liefst minimaal B1) halen. Ook wordt ingezet op het bevorderen van kennis van de Nederlandse maatschappij, in combinatie en het ontwikkelen in het ontdekken van hun talenten en vaardigheden vanaf de start van het inburgeringstraject. De gemeente wil samen met partners en inwoners bouwen aan sterke lokale samenwerkingen en netwerkstructuren, om de inburgeraar zo goed mogelijk op weg te helpen en deel te laten nemen aan de samenleving. De volgende richtinggevende beleidsdoelstelling zijn geformuleerd: 1. Inburgeraars behalen hun hoogst haalbare taalniveau en ontwikkelen en ontdekken hun talenten en vaardigheden 2. Inburgeraars doen naar vermogen mee aan activiteiten en voelen zich sociaal verbonden met de samenleving 3. Inburgeraars zijn zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam De lokale visie op de inburgering kent daarmee de volgende opbouw 10:
Hoofddoel
Inburgeraars participeren zo snel mogelijk, het liefst via betaald werk
Inburgeraars behalen hun hoogst haalbare Beleidsdoelstellingen taalniveau en ontwikkelen en ontdekken hun talenten en vaardigheden
Maatwerk Brede intake • PIP • MAP • PVT Strategieën • Ontzorgen • Maatschappelijke begeleiding • Leerroute •
10
Inburgeraars doen naar vermogen mee aan activiteiten en voelen zich sociaal verbonden met de samenleving
Effectief Dienstverlening • Integraliteit • Samenwerken • Licht waar mogelijk, zwaar waar nodig •
•
•
•
Lokaal Verbondenheid woonomgeving Integraliteit gemeente en lokale partners Lokale netwerkstructuur
Inburgeraars zijn zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam
Transparant Duidelijke communicatie • Cultuursensitief • Stresssensitief • Tolk • Handhaving •
Kwaliteit Inkoopafspraken • Toezicht • Handhaving • Privacy •
PIP, MAP en PVT staan voor: Plan Inburgering en Participatie (PIP), Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en Participatieverklaringstraject (PVT) zijn onderdeel van het inburgeringstraject. Meer informatie hierover staat in Hoofdstuk 3: Doorlopende lijn Inburgering
Nummer 872 Pagina 8/36
Hieronder zijn de beleidsdoelstellingen verder uitgewerkt. Daarbij zijn per beleidsdoelstelling diverse aandachtspunten benoemd, zaken die van belang zijn voor de realisatie van de beleidsdoelstelling en die daartoe niet uit het oog verloren moeten worden. Vervolgens worden de onderliggende strategieën benoemd en wordt aangegeven hoe deze eveneens bijdragen aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen.
Beleidsdoelstellingen 1. Inburgeraars behalen hun hoogst haalbare taalniveau en ontwikkelen en ontdekken hun talenten en vaardigheden Inburgeraars kunnen meer uit zichzelf halen door te investeren in taal en talenten ofwel competenties en vaardigheden. Dit draagt bij aan het welzijn, de eigen kracht, persoonlijke ontwikkeling en vergroot de mogelijkheden mee te doen op een manier die bij de persoon past. Taalles en participatie gaan in deze hand in hand. Door taalles te volgen leert de inburgeraar met name de technische kant van de taal. Door in de praktijk de taal te gebruiken leert de inburgeraar de taal ook goed toe te passen in het dagelijks leven en zo ook de culturele nuances te begrijpen. Talent- en competentieontwikkeling kan door mee te doen aan activiteiten zoals sport, creativiteit en cultuur. Maar kan ook door een opleiding te volgen, het volgen van cursussen of het hebben van (vrijwilligers)werk of een stage. Aandachtspunten Inburgeraars worden conform de nieuwe Wet inburgering gestimuleerd om minimaal B1 taalniveau te halen. Wanneer uit de leerbaarheidstoets en de brede intake blijkt dat de inburgeraar niet in staat is de B1 of onderwijsroute te behalen, wordt de inburgeraar in de Z-route geplaatst11.
Wanneer de inburgeraar de B1-route volgt maar op bepaalde onderdelen niet het niveau B1 kan behalen, is er de mogelijkheid om op onderdelen examen te doen op A2 niveau De leerroute sluit aan bij het vermogen, de competenties en de voorkeur van de inburgeraar. Daartoe wordt de link gelegd met instrumenten die vanuit Werk en Inkomen worden ingezet De inburgeraar werkt conform de nieuwe wet inburgering naast taal, voor zo ver nodig, ook aan andere basisvaardigheden zoals rekenen en digitale vaardigheden. Hierbij wordt zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij het bestaande lokale aanbod De inburgeringstermijn is maximaal drie jaar. Het streven is deze termijn zo veel als mogelijk te verkorten en inburgeraars zo snel mogelijk het inburgeringsexamen succesvol te laten behalen. Inburgeraars blijven daardoor niet onnodig te lang in een traject
11 Meer informatie over de drie leerroutes staat in hoofdstuk 3: Doorlopende lijn inburgering
Nummer 872 Pagina 9/36
Jongeren onder de 28 jaar worden zo veel mogelijk gestimuleerd een opleiding te volgen. Door een startkwalificatie te halen, vergroten zij hun kans op de arbeidsmarkt 2. Inburgeraars doen naar vermogen mee aan activiteiten en voelen zich sociaal verbonden met de samenleving Taalbeheersing en participatie zijn onmisbaar voor zowel het begrip van als deelname aan de samenleving. Zo kan een inburgeraar wel kennis nemen van de Nederlandse kernwaarden (vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en werk 12), echter gaan deze waarden pas echt leven wanneer een inburgeraar er vanuit cultuurbeleving betekenis aan kan geven. Voor alle inwoners is het belangrijk dat zij een mate van sociale veiligheid voelen. Dit houdt in dat inwoners elkaar vertrouwen en er een mate van onderlinge verbondenheid is. Actieve deelname versterkt de sociale cohesie. Door de taal te spreken en met elkaar in contact te staan leer je elkaar beter begrijpen. De gemeente werkt aan actieve deelname in de maatschappij, want een sterke sociale cohesie (civil society13) vergroot de gezamenlijke draagkracht en welzijn van inwoners. Aandachtspunten De gemeente werkt eraan om een solidaire en inclusieve gemeente te zijn. Inburgeraars worden en zijn actief betrokken bij lokale initiatieven en activiteiten waar zij affiniteit mee hebben.
Daarbij kan naast maatschappelijke activiteiten ook gedacht worden aan bijvoorbeeld sport. Inburgeraars volgen conform de nieuwe wet inburgering de modules Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en Participatieverklaringstraject (PVT) Inburgeraars sluiten aan bij lokale ontmoetingen die al op wijkniveau worden georganiseerd om elkaar beter te leren kennen en begrijpen 14 3. Inburgeraars zijn zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam Het nieuwe inburgeringstraject is er op gericht om mensen te ondersteunen zodat ze zo snel mogelijk maatschappelijk en financieel zelfredzaam zijn. Meedoen (het liefst via betaald werk) is hier het sleutelwoord. De gemeente begeleidt de inburgeraar daarom zo snel mogelijk na huisvesting naar een actief bestaan. Naast het begeleiden naar participatieplekken wordt er gewerkt aan werknemersvaardigheden en leert de inburgeraar om te gaan met de Nederlandse financiële systemen zoals belastingen en toeslagen en het openen van een bankreking. De weg naar zelfredzaamheid is maatwerk. Voor sommige inburgeraars geldt dat zij iets meer ondersteuning nodig hebben. Wanneer je als nieuwkomer in Nederland komt, veel hebt meegemaakt, de taal niet spreekt en onbekend bent met sociale structuren en systemen, kost het vaak veel energie om je weg te vinden in de maatschappij.
Bovendien moeten statushouders vaak onder stressvolle omstandigheden integreren in een nieuwe samenleving. Veelal 12
Opgenomen in PVT. Het bundelen van krachten in de maatschappij vergroot de gezamenlijke draagkracht. Lokale burgerinitiatieven worden ondersteund en gefaciliteerd. Vraag en aanbod wordt samengebracht. 14 De gemeente streeft er naar om met informatie en voorlichting de acceptatie en emancipatie van minderheden zoals statushouders en LHBT’ers te vergroten. 13
Nummer 872 Pagina 10/36
hebben zij zowel materiële als immateriële schade opgelopen en zijn zij de regie over hun leven verloren. Daarnaast lopen inburgeraars een verhoogde kans op financiële zorgen en problemen. De gemeente houdt er, ook als onderdeel van haar wettelijke taak, rekening mee dat er veel op inburgeraars af komt. Voor de statushouders met een bijstandsuitkering geldt dat in de eerste zes maanden na huisvesting een aantal vaste lasten, te weten de huur, de zorgverzekeringspremie en de rekening voor gas/water/elektra via de bijstandsuitkering worden voldaan (ontzorgen). Hierdoor wordt er ruimte gecreëerd om in de beginperiode aandacht te besteden aan het vergroten van de financiële zelfredzaamheid en de begeleiding hiernaartoe. Aandachtspunten Het streven is dat een zo groot mogelijke groep inwoners in staat is om zijn eigen leven te leiden zonder individuele (intensieve) gemeentelijke zorg en ondersteuning Kinderen van inburgeraars lopen een verhoogde kans op taal en ontwikkelingsachterstand. Door ouders actief te verwijzen naar de Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) kan deze mogelijke achterstand in een zo vroeg mogelijk stadium worden aangepakt.
Ook draagt het bij aan de ontwikkeling van de ouders omdat zij gaan participeren in de leefomgeving van de kinderen 15 en omdat zij, tijdens de schooluren van het kind, tijd hebben voor hun inburgering Inburgeraars volgen conform de nieuwe wet inburgering de Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) Tijdens het inburgeringstraject participeren inburgeraars zo snel mogelijk op de voor hen best passende wijze (bij voorkeur via betaald werk). Hierbij wordt de aansluiting gezocht met het bestaande aanbod en werkwijze van Werk en Inkomen, inclusief de begeleiding naar ondernemerschap (Bbz) De dienstverlening van de gemeente houdt rekening met de situatie van de inburgeraar. Zoals de gezinssituatie en mogelijke psychische problematiek. De inburgeraar is zo snel mogelijk financieel zelfredzaam; de gemeente ondersteunt hierbij. Wanneer het nodig is, kan bijvoorbeeld de periode van zes maanden ontzorgen verlengd worden Niet iedere inburgeraar is in staat het inburgeringstraject goed te doorlopen, bijvoorbeeld door psychische problematiek. Tijdens en na een inburgeringstraject wordt door de gemeente goed gekeken of op andere leefgebieden anders dan Werk en Inkomen/financiën aanvullende ondersteuning nodig is (zoals ondersteuning vanuit de Wmo) om de zelfredzaamheid en participatie van de inburgeraar te stimuleren.
Indien nodig wordt de inburgeraar ook na het afronden van het inburgeringstraject ondersteund door een consulent Werk of Inkomen, bijvoorbeeld bij de begeleiding naar werk. Dit valt onder de nazorg van de gemeente
15
Zoals praten met VVE-leidsters, onderwijzers en docenten, artsen, ouders van andere kinderen, etc.
Nummer 872 Pagina 11/36
Strategie In dit hoofdstuk worden vijf strategieën beschreven die de gemeente inzet om de beleidsdoelstellingen te bereiken zodat nieuwkomers goed inburgeren. De aspecten en diverse termen (zoals PIP, MAP en PVT) die onder ieder uitganspunt benoemd worden in de loop van het beleidsplan verder toegelicht en uitgewerkt. Maatwerk Brede intake • PIP • MAP • PVT Strategieën • Ontzorgen • Maatschappelijke begeleiding • Leerroute •
Effectief Dienstverlening • Integraliteit • Samenwerken • Licht waar mogelijk, zwaar waar nodig •
•
•
•
Lokaal Verbondenheid woonomgeving Integraliteit gemeente en lokale partners Lokale netwerkstructuur
Transparant Duidelijke communicatie • Cultuursensitief • Stresssensitief • Tolk • Handhaving •
Kwaliteit Inkoopafspraken • Toezicht • Handhaving • Privacy •
Maatwerk De dienstverlening in het sociaal domein is dusdanig ingericht zodat aangesloten wordt op de behoeften van inwoners. Daarbij krijgen gemeentelijke professionals de ruimte en het vertrouwen om niet alleen de juiste dienstverlening te bieden aan de inwoner, maar ook om de grenzen in wet- en regelgeving op te zoeken om datgene mogelijk te maken wat nodig is. Inburgering behelst meer dan het doorlopen van een aantal verplichte onderdelen. Ieder mens is anders, leert anders, heeft andere talenten en vindt andere dingen leuk om te doen. De gemeente neemt de tijd om de inburgeraar te laten landen, te leren kennen en zet in overleg met de inburgeraar het best passende traject in. Door de inburgeraar centraal te stellen kan er worden gekeken naar hoe de inburgeraar zich het beste kan ontwikkelen in zijn burgerschap. De ondersteuning van de gemeente is licht waar mogelijk en zwaar waar nodig. Effectief De gemeente voert de regie over het inburgeringstraject en stimuleert, coacht en begeleidt de inburgeraar. Dit houdt in dat de inburgeraar na koppeling aan de gemeente direct start met het traject en volgens een doorlopende (leer)lijn 16 toewerkt naar inburgering en deelname aan de maatschappij (het liefst door betaald werk).
Er zitten zo min mogelijk gaten (zowel qua tijd als inhoud) tussen de verschillende onderdelen en ze volgen elkaar op, zodat de ontwikkeling van een inburgeraar niet onnodig stilvalt. Inburgeraars nemen niet onnodig lang deel aan een traject, maar bereiken zo snel mogelijk het hoogst haalbare niveau en nemen op de voor hen best passende manier deel aan de maatschappij. Het streven is: iedereen doet mee. De inburgeraar is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor het succesvol afronden van het 16
Zie ook volgende hoofdstuk.
Nummer 872 Pagina 12/36
inburgeringstraject. De gemeente verwacht dan ook optimale deelname en aantoonbare inzet van de inburgeraar. Handhaving wordt ingezet wanneer de inburgeraar, zonder geldige reden, zijn verplichtingen onvoldoende naleeft 17. Meedoen is een belangrijk thema binnen de gemeente. Door enerzijds slimme verbindingen te maken met de Jeugdwet, Participatiewet, Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet Taaleis en de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en de bestaande dienstverlening. Anderzijds door regie te nemen richting de samenwerkingspartners en maatschappelijk middenveld om zo optimale samenwerking hiertussen te faciliteren. Lokaal De dienstverlening wordt zoveel als mogelijk binnen de gemeentegrenzen opgezet. Lokaal maatwerk kan worden geboden door inzet van plaatselijke netwerkstructuren, de realisatie van lokaal formeel taalonderwijs en door gebruik te maken van voorzieningen zoals de bibliotheek. Op deze manier kan de verbinding gelegd worden met de woonomgeving en wordt de inburgering dichtbij de inburgeraar georganiseerd. Er wordt al veel samengewerkt op sociale thema’s zoals welzijn, talentontwikkeling, eenzaamheid, veiligheid en zelfredzaamheid, zowel tussen gemeente en maatschappelijke partners als door maatschappelijke partners onderling.
Door inburgering hierin te betrekken wordt de lokale samenwerking en samenhang versterkt. Wanneer er lokaal geen voldoende mogelijkheden zijn om volwaardige dienstverlening te realiseren, wordt er bekeken of er (boven)regionaal samenwerkingsmogelijkheden zijn. Een voorbeeld hiervan is de onderwijsroute. Transparant Binnen de gemeentelijke dienstverlening neemt transparantie richting de inwoner een prominente positie in. Zo ook voor wat betreft de inburgering. Door het maken van heldere afspraken en inzicht in het eigen traject, weet de inburgeraar waar hij of zij aan toe is en wat hij of zij van de gemeente mag verwachten. Niet alleen via het PIP, maar ook door middel van inzet van heldere communicatiemiddelen. Ook wordt er duidelijk gecommuniceerd over mogelijke handhaving wanneer afspraken niet worden nagekomen. Omdat de inburgeraar de Nederlandse taal (waarschijnlijk) nog niet goed beheerst wordt waar nodig een tolk ingezet en informatie in de eigen taal verstrekt. De gemeente is zich ervan bewust dat vanzelfsprekendheden cultuurgebonden zijn. Om miscommunicatie, onbegrip en frustratie te voorkomen wordt er cultuursensitief gewerkt. Dit vergt een mensgerichte, open en veilige houding richting de inburgeraar. Daarnaast blijkt uit ervaring dat vanuit verschillende culturen inburgeraars wantrouwend zijn richting de overheid.
Door cultuursensitief en op basis van vertrouwen samen aan de inburgering te werken is er meer kans op transparante communicatie. Kwaliteit Om een kwalitatief goed aanbod te waarborgen stelt de gemeente een aantal inkoopeisen. Zo wordt van aanbieders verwacht dat zij in het bezit zijn van relevante 17
Zie ook hoofdstuk 5, Handhaving.
Nummer 872 Pagina 13/36
certificaten of keurmerken. Andere kwaliteitseisen die de gemeente (naast inhoudelijke eisen) hanteert hebben bijvoorbeeld betrekking op het onderzoeken van de klanttevredenheid, eisen met betrekking tot personeel (waaronder het VOG) en het lesmateriaal, de samenwerking met maatschappelijke partners, rapportage, signalering richting de gemeente, en het niet doen van acquisitie op basis van cadeaus aan inburgeraars. De gemeente stuurt op de kwaliteitseisen via stevig contractmanagement en monitoring. De gemeente is gebonden aan privacywetgeving, maar zoekt binnen wettelijke mogelijkheden om (vroeg)signalering en samenwerking met partners te stimuleren18.
Regierol Gemeente De regierol van de gemeente betekent concreet dat de gemeente verantwoordelijk is voor de begeleiding van het inburgeringsproces, waaronder het afnemen van de brede intake, het opstellen van het PIP, en het inkopen en aanbieden van de verschillende inburgeringsonderdelen zoals de PVT, de MAP en de leerroutes. Het begeleiden en bewaken van het inburgeringsproces is een belangrijke rol; deze wordt dan ook bij consulenten belegd. Van de consulenten wordt een outreachende en flexibele aanpak gevraagd. Een integrale benadering is van belang; ook moeten consulenten goed de inschatting kunnen maken wanneer het nodig is om andere afdelingen, externe partijen of professionals en sleutelfiguren te betrekken om kwesties die rondom de inburgeraar spelen gezamenlijk aan te pakken. De consulent neemt de inburgeraar mee in deze processen en zet de inburgeraar zo veel mogelijk in zijn eigen kracht. Kennis- en deskundigheidsbevordering zijn dan ook noodzakelijk om de regierol goed in te kunnen vullen.
18
Zie ook het onderdeel ‘privacy’ verderop.
Nummer 872 Pagina 14/36
Hoofdstuk 3: Doorlopende lijn inburgering In dit hoofdstuk komen de instrumenten aan bod die de gemeente, naast de eerder benoemde doelstellingen en strategieën, voor succesvolle inburgering inzet. Aan de hand van de route die de inburgeraar doorloopt worden de instrumenten beschreven. Het nieuwe stelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang tot en met het behalen van het inburgeringsexamen, maar biedt ook ruimte voor nazorg.
De inburgeringsroute Hieronder is de inburgeringsroute schematisch weergeven. In het inburgeringsstelsel wordt onderscheid gemaakt tussen statushouders (blauw), gezinsmigranten (groen) en alle nieuwkomers (geel). Voor alle inburgeraars geldt dat zij een brede intake krijgen, er een Plan Inburgering en Participatie (PIP) op wordt gesteld, dat de modules PVT en MAP doorlopen worden, dat zij een leerroute gaan volgen en dat zij tot slot een inburgeringsexamen afleggen19.
AZC
Aanvraag gezinsmigratie
Voorinburgering
Inburgeringsexamen buitenland
Leerbaarheidstoets
Verhuizing/ inschrijving gemeente
Koppeling gemeente/ huisvesting
Maatschappelijke begeleiding
Ontzorgen
Brede intake
PIP
Participatie
= statushouders
Leerroute incl. KNM
PVT
Inburgeringsexamen
= gezinsmigranten = alle nieuwkomers
19
Begeleiding werk en participatie
Tenzij de Z-route doorlopen wordt; deze doelgroep hoeft geen inburgeringsexamen af te leggen.
MAP
Nummer 872 Pagina 15/36
Formeel begint het inburgeringsproces al bij aankomst in Nederland (voor de statushouder) of wanneer de inburgeraar weet dat hij naar Nederland komt (gezinsmigrant). Zodra de inburgeraar een verblijfsvergunning heeft gekregen en aan de gemeente gekoppeld wordt, start de regierol op inburgering van de gemeente. Na het doorlopen van het inburgeringstraject houdt de rol van de gemeente niet op. De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners volwaardig mee kunnen doen. Het is belangrijk dat inburgeraars na het doorlopen van het traject blijven participeren, anders lopen zij een verhoogde kans dat zij in een sociaal isolement raken, te maken krijgen met financiële en/of psychosociale problematiek en onnodig een achterstand oplopen. Daarom vindt de gemeente het belangrijk dat er aandacht is voor nazorg. Hieronder worden de diverse onderdelen verder toegelicht en uitgewerkt. Voorinburgering De voorbereiding van gezinsmigranten op de inburgering begint in hun land van herkomst. Zij zijn verplicht om het basisexamen inburgering in hun land van herkomst af te leggen20. Statushouders krijgen de mogelijkheid om in het asielzoekerscentrum (AZC) deel te nemen aan het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’. Dit programma is gericht op het leren van de Nederlandse taal en vormt een eerste oriëntatie op de Nederlandse samenleving en arbeidsmarkt.
Daarnaast krijgen statushouders ook begeleiding. Het doel van dit programma is dat statushouders zo snel mogelijk beginnen met de inburgering, zodat de overgang van het AZC naar de gemeente zo soepel mogelijk verloopt21. Wanneer een statushouder in de gemeente gehuisvest kan worden, wordt een warme overdracht georganiseerd tussen het COA en de gemeente (zie ook het onderdeel ‘brede intake’). De warme overdracht heeft als doel de koppeling vanuit het perspectief van inburgering en participatie zo kansrijk mogelijk te laten verlopen. Het COA houdt hier zo veel mogelijk rekening met (persoons)kenmerken zoals opleiding, arbeidsverleden, sociaal netwerk en persoonlijk welbevinden. Maatschappelijke begeleiding Het doel van de maatschappelijke begeleiding is toenemende zelfredzaamheid: de asielmigrant leert zelfstandig gebruik te maken van de benodigde voorzieningen, is in staat daarin zelf keuzes te maken en kan uiteindelijk een nieuw leven in de gemeente opbouwen als volwaardig participerend burger. De maatschappelijke begeleiding wordt in opdracht van de gemeente geleverd door maatschappelijke partners en richt zich op de coaching en begeleiding bij praktische zaken zoals kennismaking met de (lokale) samenleving, voorlichting met betrekking tot
20
Deze verplichting vloeit voor uit de Wet Inburgering Buitenland. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is verplicht het programma aan te bieden en voert het uit. Statushouders zijn niet verplicht om het programma te volgen of af te ronden. De reden hiervoor is dat de deelname aan het programma de verhuizing naar een gemeente of de start van het inburgeringstraject in een gemeente niet mag vertragen. Daarnaast moet er ruimte zijn voor het COA om in te kunnen spelen op schommelingen in de instroom en wachttijden in de opvang. 21
Nummer 872 Pagina 16/36
basisvoorzieningen22, toeleiden naar aanbod op gebied van (financiële) zelfredzaamheid en activiteiten die bij de inburgeraar past. De maatschappelijk begeleiding is maatwerk. Voor elke inburgeraar wordt gekeken welke vraag er leeft en waar de begeleiding zich specifiek op kan richten. Voor sommige inburgeraars is de maatschappelijke begeleiding meer gericht op het leren en ontwikkelen van vaardigheden om goed deel te kunnen nemen in de samenleving. Voor andere inburgeraars kan de begeleiding zich meer richten op hoe de inburgeraar zijn of haar vaardigheden kan inzetten in de Nederlandse maatschappij. Daarnaast biedt de maatschappelijke begeleiding een luisterend oor waar nodig. De maatschappelijke begeleiding vindt plaats vanuit de lokale samenleving (in de wijken), zo is de begeleiding dicht bij de inburgeraar zelf en betrokken lokale (netwerk)partners. De maatschappelijke begeleiding vervult een belangrijke signalerende en verbindende rol. Daarbij wordt aansluiting gezocht op de andere onderdelen van het nieuwe inburgeringsstelsel, zonder dat hier overlap in ontstaat. Om dit te voorkomen stemmen de maatschappelijke begeleider en de inburgeringsconsulent goed met elkaar af welke acties in gang worden gezet. De inburgeringsconsulent houdt hier het overzicht en voorkomt dubbelingen in ondersteuning.
De voorlichting met betrekking tot werk en inkomen wordt vanuit de gemeente georganiseerd, om zo de aansluiting met de verdere dienstverlening vanuit Werk en Inkomen te optimaliseren en borgen. Brede intake Consulenten voeren direct na inschrijving23 in BRP bij de gemeente de brede intake uit. Ondertussen wordt ook aan andere zaken gewerkt zoals woninginrichting, en start de maatschappelijke begeleiding. De brede intake is een belangrijkrijk middel om regie te kunnen houden op het inburgeringsproces. Een succesvol inburgeringstraject begint met goede afspraken. Het doel van de brede intake is een zo uitgebreid mogelijk beeld krijgen van de inburgeraar. Hierbij worden in ieder geval de volgende onderdelen meegenomen: leerbaarheid, opleiding, werkervaring en/of vrijwilligerswerk, competenties, werknemersvaardigheden, taalniveau, motivatie/interesses, mate van zelfredzaamheid, digitale vaardigheden, gezinssituatie, fysieke gezondheid, mentale gezondheid en sociaal netwerk. Ook vormt de leerbaarheidstoets input voor de brede intake. Deze toets wordt door een onafhankelijke derde partij afgenomen (landelijk ingekocht), en brengt het leervermogen van de inburgeraar in kaart. Daarbij wordt ook analfabetisme in kaart gebracht, waar vervolgens in het verdere traject rekening mee gehouden kan worden (voorafgaand aan de leerroute kan gewerkt worden aan alfabetisering).
Analfabetisme zegt niets over de leerbaarheid van de inburgeraar; het is
22
Zoals voorlichting over voorzieningen zoals wonen, zorg, gezondheid, verzekeringen en onderwijs. Het is mogelijk om de brede intake ook eerder uit te voeren, bijvoorbeeld na koppeling aan de gemeente. In praktijk duurt het vinden van een woning voor statushouders vaak langer. De gemeente wil tussen de brede intake en het opstellen van het PIP de tijd nemen om de inburgeraar te leren kennen en te laten landen in de gemeente (zie ook kopje Brugklas). Zo kan de gemeente de doorlopende leerlijn waarborgen. Afname van de brede intake vanaf inschrijving in BRP van de gemeente heeft verder geen invloed op het vaststellen van het PIP. 23
Nummer 872 Pagina 17/36
dan ook geen gegeven dat een inburgeraar die nog moet alfabetiseren per definitie in de Z-route belandt. Om een goed beeld te krijgen van de inburgeraar neemt de gemeente de tijd om de inburgeraar te leren kennen. Indien nodig wordt samen met een tolk het gesprek in de taal van de inburgeraar gevoerd. De onderdelen van de brede intake worden niet aan de hand van het aflopen van een formulier uitgevraagd maar door het voeren van een gesprek. Daarmee is de brede intake (en ook de verdere dienstverlening) mensgericht. Er is een verhoogde kans dat statushouders te maken hebben met psychosociale of lichamelijke problematiek, die de voortgang van het traject kan belemmeren. Hier wordt aandacht aan besteedt tijdens de brede intake en gedurende de verdere begeleiding. Indien nodig wordt de juiste ondersteuning ingezet. Bijvoorbeeld kan de consulent de inburgeraar in contact brengen met de Jeugd Gezondheid Zorg voor een intake voor de vroeg-voorschoolse educatie (VVE) voor de kinderen. Een laatste onderdeel van de brede intake is de warme overdracht vanuit het COA naar de gemeente. Zo wordt voorkomen dat inburgeraars opnieuw hun verhaal moeten doen en tijd verloren gaat aan het verzamelen van gegevens. Naast een digitale gegevensoverdracht vindt samen met de inburgeraar, een mogelijke tolk, de consulent en de medewerker van het COA een gesprek plaats.
Tijdens het gesprek wordt er met de inburgeraar gepraat in plaats van over. Brugklas Er komt veel op de inburgeraar af, zeker in het begin van het inburgeringstraject. Tegelijkertijd is dit een periode waarin de inburgeraar zijn weg nog moet vinden in de Nederlandse maatschappij. Voor de gemeente is het dan ook belangrijk om de inburgeraar goed te leren kennen en te laten landen voor hij begint aan zijn leerroute. Zo kan er maatwerk worden geboden en samen met de inburgeraar een passend traject worden ingezet, wat de kans op slagen vergroot. De gemeente wil nieuwkomers een goede en begeleide start bieden en onderzoekt de mogelijkheden om een pilot Brugklas te starten . De brugklas begint na de brede intake, kent een aantal vaste startmomenten in het jaar (afhankelijk van de instroom van inburgeraars) en is een kortdurend programma van circa 3 maanden, waarin (waar mogelijk groepsgewijs) gestart wordt met een aantal onderdelen van de inburgering. Zo maakt de inburgeraar al in een vroeg stadium kennis met de Nederlandse maatschappij en kernwaarden (PVT) en kunnen inburgeraars alvast een voorsprong nemen op hun verdere traject door gebruik te maken van informeel taalonderwijs en door bijvoorbeeld een taalmaatje te zoeken.
Voor statushouders geldt daarnaast dat wordt gestart met een voorlichting over de rechten en plichten binnen de Participatiewet (indien bijstandsafhankelijk; onderdeel van de MAP) en dat er wordt gewerkt aan digitale vaardigheden en financiële zelfredzaamheid. Daarnaast kunnen zij een beroep doen op de maatschappelijke begeleiding. Tijdens de brugklas werkt de inburgeraar samen met de consulent aan het opstellen van het PIP dat in de laatste weken van de Brugklas wordt vastgesteld.
Nummer 872 Pagina 18/36
Ontzorgen De gemeente ziet het als een belangrijke verantwoordelijkheid om samen met de inburgeraar te werken aan de financiële zelfredzaamheid. Inburgeraars kunnen onnodig in de financiële problemen komen omdat zij niet bekend zijn met de Nederlandse financiële systemen, zoals toeslagen, de Belastingdienst en het betaalverkeer. Uit het beleidsplan schuldhulpverlening: “Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat weten en kunnen nog geen doen is. Vertaald naar financiële educatie: het gaat minder om kennisoverdracht en meer om het aanleren van handelingen die leiden tot meer financiële zelfredzaamheid. De al bestaande educatie wordt daarom aangevuld met dit nieuwe inzicht. Deze educatie is specifiek gericht op het wegwijs maken in geldzaken van jeugd in de middelbare schoolleeftijd. Aangezien uit onderzoek blijkt dat jongeren die opgroeien in armoede later vaker te maken krijgen met financiële problemen. Deze cirkel willen we doorbreken. Ook is er aandacht voor volwassenen waarbij de financiële educatie vooral gericht is op de risicogroepen, zoals laaggeletterden24.” Om de financiële positie en zelfredzaamheid van de bijstandsgerechtigde statushouder te vergroten, is de gemeente wettelijk verplicht gedurende de eerste zes maanden de statushouder ontzorgen.
Dit betekent het via de bijstandsuitkering betalen van een aantal vaste lasten, te weten de huur, de zorgverzekeringspremie en de rekening voor gas/water/elektra. Dit is een bestaand proces wat de gemeente vanuit de Participatiewet kan toepassen. Ook dan voldoet de gemeente een aantal betalingen vanuit de bijstandsuitkering alvorens het restant uit te keren aan de bijstandsgerechtigde. Het is echter ook mogelijk deze taak uit te besteden; onderzocht wordt welke optie het meest wenselijk is. Tijdens de periode van ontzorgen wordt gewerkt aan het vergroten van de financiële zelfredzaamheid van de inburgeraar, bijvoorbeeld middels budgettrainingen van de maatschappelijke partners. Door de inburgeraar te ondersteunen in het ontwikkelen van de juiste vaardigheden wordt er samen toegewerkt naar volledige financiële zelfredzaamheid. Afspraken hierover worden vastgelegd in het PIP. Na het succesvol afronden van het traject naar financiële zelfredzaamheid, wordt de periode van ontzorgen afgerond (in eerste instantie na zes maanden). Als de statushouder na zes maanden nog niet financieel zelfredzaam is, kan de periode van ontzorgen worden verlengd. Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van zelfredzaamheid is meekijken met de inburgeraar, trainen en langzaam loslaten. Hierbij wordt nadrukkelijk de aansluiting gezocht met schuldhulpverlening en budgetbeheer.
De vastlegging van dit traject in het PIP geeft consulenten ook de gelegenheid om na de eerste zes maanden tijdens voortgangsgesprekken naar de financiële situatie te vragen, en te beoordelen of er verdere ondersteuning nodig is.
24
Ongeveer 50% van de mensen met schulden is laaggeletterd.
Nummer 872 Pagina 19/36
PIP Het Plan Inburgering en Participatie (PIP) is een beschikking welke alle afspraken rondom het inburgeringstraject bevat. Het is een integraal document dat gaandeweg bijgesteld kan worden als de situatie erom vraagt. Het PIP vormt de basis voor de voortgangsgesprekken tussen de consulent en de inburgeraar. Ook kan op het PIP worden gehandhaafd wanneer de inburgeraar de afspraken niet nakomt. Het PIP moet uiterlijk tien weken na inschrijving in de gemeente door de inburgeraar zijn ondertekend. Voortgangsgesprekken De begeleiding van de inburgeraar, op basis van de afspraken die vastgesteld zijn in het PIP, wordt uitgevoerd door een inburgeringsconsulent. Deze consulent is de contactpersoon voor zowel de inburgeraar als de ketenpartners, en treedt op als procesbewaker, werkt coachend en ondersteunt op deze wijze de inburgeraar bij het behalen van zijn doelstellingen. Zo kan de gemeente ook gedurende het traject de regie goed in handen houden. Tijdens het inburgeringstraject spreekt de consulent de inburgeraar een aantal keer over de voortgang van het traject en het PIP. Daarbij handhaaft de consulent indien nodig. Vooralsnog wordt uitgegaan van gemiddeld acht voortgangsgesprekken per inburgeraar; in het begin zal de frequentie van de gesprekken hoger liggen, om zo een goede start van het traject te waarborgen.
Dit neemt uiteraard niet weg dat er buiten de voortgangsgesprekken om geen contact is tussen de consulent en de inburgeraar; het betreft hier echter langere gesprekken waarin naar alle leefgebieden (zoals opgenomen in het PIP) wordt gevraagd. MAP In het huidige stelsel is de module Oriëntatie Nederlandse Arbeidsmarkt opgenomen. Deze wordt vervangen door de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), een module waarbij de inburgeraar de eigen competenties en arbeidskansen in beeld brengt. Dit wordt gecombineerd met praktische inzet op de (lokale) arbeidsmarkt. Hoe de MAP op individueel niveau wordt ingevuld, wordt vastgelegd in het PIP. De module sluit aan op de ambitie van de gemeente om de inburgeraar naar een betaalde baan te begeleiden. Daarbij wordt MAP ingezet als middel om inburgeraars zo goed mogelijk voor te bereiden op de arbeidsmarkt en gecombineerd met bestaande dienstverlening, zoals de sollicitatietraining. PVT Om de sociale verbondenheid te vergroten en een plek te vinden in de maatschappij is het belangrijk om de Nederlandse cultuur te begrijpen. Tijdens het participatieverklaringstraject (PVT) maken de inburgeraars kennis met de Nederlandse maatschappij en normen en waarden. Aan bod komen kernwaarden als vrijheid en gelijkheid, maar kan ook ingezoomd worden op thema’s als gezondheid en LHBTQI+.
Ook is er tijdens het PVT ruimte voor verdieping door samen te reflecteren op de Nederlandse cultuur en eigen cultuur. De totale duur van het PVT is 12 uur (wettelijk vastgesteld, inclusief ondertekening). De verplichting om het PVT te volgen, wordt opgenomen in het PIP. Participatie en deelname aan Nederlandse maatschappij
Nummer 872 Pagina 20/36
eindigen echter niet bij het afsluiten van het PVT en vormen een integraal onderdeel van het verdere inburgeringstraject (i.e. de leerroute). Leerroute Eén van de doelen van het nieuwe inburgeringsstelsel, is het ondersteunen van de inburgeraar bij het behalen van het voor hem hoogst haalbare taalniveau. De leerroute helpt de inburgeraar dit te bereiken. Nog voordat de brede intake plaatsvindt, wordt er door een onafhankelijke, derde partij 25 een leerbaarheidstoets afgenomen. Deze toets maakt een inschatting van de leerbaarheid van de inburgeraar. Op basis van de uitkomsten van de leerbaarheidstoets, de brede intake en de persoonlijke voorkeur van de inburgeraar zelf, kijkt de gemeente samen met de inburgeraar welke leerroute het meest passend is. Er zijn drie leerroutes: de onderwijsroute, de B1-route en de Zelfredzaamheidsroute (ook wel Z-route). Voor alle leerroutes geldt dat inburgeraars in de eerste 1,5 jaar nog tussen leerroute kunnen wisselen. Als gaandeweg blijkt dat de route niet passend is, is er dus nog ruimte om over te stappen. Wel geldt dat een eventuele overstap niet zonder aanleiding mag zijn en dus goed onderbouwd moet worden. Hieronder worden de leerroutes beschreven.
Ook wordt hierbij omschreven hoe de gemeente vorm wil geven aan de (taal)participatie, deze kan per route verschillen: Onderwijsroute Deze route is gericht op het behalen van het taalniveau B1 (B2 indien mogelijk) en het behalen van het inburgeringsexamen, zodat inburgeraars kunnen doorstromen naar het voortgezet onderwijs. Omdat het een fulltime traject betreft, hoeft een inburgeraar op basis van de Wet inburgering niet apart te participeren. Een inburgeraar heeft binnen de onderwijsroute voldaan aan de inburgeringsplicht wanneer deze het taalschakeltraject heeft behaald en het Participatieverklaringstraject heeft afgerond. Na het taalschakeltraject, waarin ook aandacht wordt besteedt aan studievaardigheden en indien nodig aan deficiënte vakken26, worden inburgeraars door zowel de aanbieder van de onderwijsroute als de consulent zo snel mogelijk doorgeleid naar een Nederlandse opleiding. Een Nederlandse voortgezette opleiding helpt inburgeraars zich verder te ontwikkelen en geeft hen een goede startpositie op de arbeidsmarkt. De gemeente stimuleert jongeren (tot 28 jaar27) zo veel mogelijk om deze route te volgen. Ook inburgeraars ouder dan 28 jaar kunnen de wens en het vermogen hebben de onderwijsroute te volgen. Voor hen behoort dit uiteraard ook tot de mogelijkheden.
Gedurende de onderwijsroute wordt de inburgeraar zowel vanuit de onderwijsinstelling als de gemeente begeleid in zijn traject en het vervolg erop. Tijdens de
25
Dit wordt landelijk ingekocht. Vakken die vereist zijn voor deelname aan het voortgezet onderwijs, maar die de inburgeraar nog onvoldoende beheerst. Gedacht kan worden aan Engels of wiskunde. 27 Deze leeftijdsgrens is gesteld omdat inburgeraars na afronding van de onderwijsroute dan nog in aanmerking komen voor studiefinanciering. 26
Nummer 872 Pagina 21/36
voortgangsgesprekken met de consulent wordt ook aandacht besteed aan de toekomstplannen van de inburgeraar. Deze gesprekken zijn onderdeel van het PIP. Participatie In de onderwijsroute is geen sprake van het apart moeten voldoen aan een verplichting rondom participatie. De onderwijsroute vormt een fulltime traject, waardoor de ruimte voor participatie ook beperkt is. Desondanks worden jongeren wel gestimuleerd om ook naast het traject actief te zijn, bijvoorbeeld door mee te doen aan activiteiten of door middel van een bijbaan. B1-route De B1-route is de route voor alle inburgeraars die taalniveau B1 kunnen halen en waarbij het volgen van een vervolgopleiding (eventueel na het volgen van de onderwijsroute) niet tot de wensen of mogelijkheden van de inburgeraar behoort. Het doel van de B1 route is zo snel mogelijk een zo hoog mogelijk taalniveau behalen (minimaal B1) en zo het perspectief op de arbeidsmarkt te vergroten. Als het B1-niveau niet op alle onderdelen (lezen, schrijven, spreken en luisteren) haalbaar is, kan een inburgeraar onderdelen van het inburgeringsexamen ook op A2-niveau afleggen. Dit is mogelijk na 600 uur taalonderwijs. De doelgroep voor de B1-route is breed en de leerbaarheid en het opleidingsniveau van deelnemers kan uiteenlopen.
Om het mogelijk te maken dat de meeste inburgeraars zo snel mogelijk, maar maximaal binnen drie jaar, taalniveau B1 behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten, wordt het leren van de taal gecombineerd met participatie. Door deze dualiteit aan te brengen in de trajecten, krijgt de inburgeraar ook meer kans om de Nederlandse taal te oefenen en zijn beheersing ervan te vergroten. De gemeente geeft in de inkoop eisen mee met betrekking tot de omvang en inhoud van de taallessen. Daarnaast geeft de gemeente zelf vorm aan participatie. Participatie Bij voorkeur vindt participatie plaats via betaalde arbeid; als dit niet tot de mogelijkheden behoort, kan bijvoorbeeld worden ingezet op vrijwilligerswerk (participatie naar vermogen). Voor jongeren die niet in aanmerking komen voor de onderwijsroute, bijvoorbeeld omdat zij niet in staat zijn om op alle onderdelen B1-niveau te behalen, behoort het volgen van een MBO1-opleiding (ook wel entreeopleiding) ook tot de mogelijkheden. Hiermee worden de kansen op de arbeidsmarkt vergroot. Naast (vrijwilligers)werk of een MBO1-opleiding wordt vanuit de gemeente ook ingezet op deelname aan maatschappelijke activiteiten.
Zelfredzaamheidsroute (Z-route) Voor mensen voor wie de onderwijs- of B1-route buiten bereik ligt, bijvoorbeeld door een lage leerbaarheid van de inburgeraar, is er een leerroute waarbij het doel niet alleen het vergroten van de beheersing van de Nederlandse taal is, maar ook het vergroten
Nummer 872 Pagina 22/36
van de zelfredzaamheid. Binnen de Z-route wordt 800 uur besteed aan de beheersing van de Nederlandse taal, eventueel via informeel taalonderwijs, en 800 uur aan participatie. De doelgroep hoeft geen inburgeringsexamen af te leggen; in plaats daarvan wordt in een eindgesprek met de consulent bepaald of de inburgeraar zich voldoende heeft ingezet. De gemeente streeft binnen de Z-route naar een maximale taal- en talentontwikkeling. Het leren binnen deze route heeft met name een praktische context. De inburgeraar werkt binnen deze route daarom ook aan andere basisvaardigheden, zoals rekenen en digitale vaardigheden. In tegenstelling tot het oude inburgeringsstelsel, worden er geen ontheffingen op basis van aantoonbaar geleverde inspanningen meer verleend. Net als bij de B1-route geeft de gemeente aanbestedingseisen mee met betrekking tot de taallessen. Daarnaast geeft de gemeente zelf vorm aan participatie. Participatie Samen met de inburgeraar wordt er gezocht naar passend (vrijwilligers)werk om zo de deelname aan de maatschappij te bevorderen. Deelname aan de Z-route hoeft namelijk niet te betekenen dat de afstand tot de arbeidsmarkt groot is. Per inburgeraar kan de mate waarin hij in staat is om te participeren sterk verschillen. Dit is maatwerk. Ook kan het zijn dat de inburgeraar start met een maatschappelijke activiteit als opstap naar (betaalde) arbeid.
Binnen deze route speelt deelname aan maatschappelijke activiteiten daarom ook een grote rol. Voor zowel de B-1 als de Z-route geldt dat invulling geven aan taal, participatie en (betaald of vrijwilligers)werk maatwerk is. Binnen de leerroutes wordt samen met de inburgeraar bekeken welke vorm van participatie en/of (vrijwilligers)werk het beste past. Dit wordt ook opgenomen in het PIP. De samenwerking met de lokale partners met aanbod op dit gebied is hier cruciaal. Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) De module KNM is onderdeel van alle leerroutes. Bij KNM leren inburgeraars onder meer over de omgangsregels, normen en waarden in Nederland, over de Nederlandse geschiedenis, het onderwijssysteem en de gezondheidszorg. Dit draagt bij aan het meedoen in de maatschappij. KNM wordt afgerond met een examen door DUO of een eindgesprek (Z-route). Nazorg Nadat inburgeraars hun leerroute hebben afgerond, begint de uitdaging pas echt. Gedurende het traject wordt zo veel mogelijk ingezet op het vergroten van de (financiële) zelfredzaamheid, maar dit neemt niet weg dat inburgeraars (met name statushouders) een verhoogde kans hebben op psychosociale problematiek, sociaal isolement en financiële problemen. Daarom zet de gemeente naast inburgering ook in op nazorg voor ingeburgerde inwoners.
Waar nodig worden zij aansluitend op het inburgeringstraject verder begeleid onder bijvoorbeeld de Participatiewet (indien zij nog
Nummer 872 Pagina 23/36
bijstandsafhankelijk zijn) of de Wmo (als zij verdere ondersteuning nodig hebben). Ook wanneer na het inburgeringstraject geen aanvullende ondersteuning nodig is, wordt na zes maanden na het behalen van het inburgeringsexamen door de consulent contact gezocht met de inburgeraar om te kijken hoe het gaat en of er nog steeds geen behoefte is aan verdere ondersteuning. Lokale betrokken partners spelen een belangrijke rol in (vroegtijdig)signaleren van een mogelijke ondersteuningsvraag. Er wordt onderzocht of het nodig en mogelijk is om nieuwe of aanvullende afspraken met betrekking tot signalering in de subsidiebeschikking met lokale partners te maken. Wanneer het een inburgeraar niet lukt om aan de inburgeringsplicht te voldoen, wordt hierop door DUO gehandhaafd (zie ook hoofdstuk 5). Vanuit de gemeente zal echter nog steeds worden ingezet op taalverwerving (hetzij via de Wet taaleis of de WEB), participatie en/of re-integratie, met als doel deelname aan de maatschappij.
Nummer 872 Pagina 24/36
Hoofdstuk 4: Inrichting nieuw inburgeringsstelsel Dienstverlening Sociaal Domein De dienstverlening van Werk en Inkomen richt zich hoofdzakelijk op twee onderdelen: 1. Het bieden van een vangnet aan inwoners die dit nodig hebben, door een (tijdelijke) inkomensvoorziening op maat te verstrekken. Dit om armoede te voorkomen en een financieel stabiele situatie te creëren. 2. Inwoners ondersteunen om mee te doen in de maatschappij, het liefst via betaald werk. De begeleiding van inburgeraars door gemeenten bij zowel inburgering als participatie is cruciaal om de dualiteit in de trajecten te borgen. Het is immers de taak van gemeenten om, samen met de inburgeringsplichtige, vorm te geven aan de invulling van inburgeringstrajecten en daarin het leren van de taal zoveel mogelijk te combineren met participatie. Voor de inburgeraars die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering geldt dat zij ook onder de Participatiewet vallen. Het doel van de Participatiewet is verenigbaar met dat van de Wet inburgering; iedereen doet mee, bij voorkeur via betaald werk. De werkwijze rondom re-integratie en participatie is vanuit de afdeling WIJZ vastgelegd in het Re-integratie- en Participatiebeleid. Voor zowel de re-integratie als participatie van inburgeraars wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande dienstverlening; waar nodig wordt deze uitgebreid of doorontwikkeld.