CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4718 - Zienswijzennota TAM-omgevingsplan Overgoo

Commissie Omgeving 23 juni 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan "Overgoo"20.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Welke kosten moeten bewoners gaan betalen voor het gebruik van de gebouwde parkeervoorzieningen?

II.

Worden bewoners verplicht om in de gebouwde parkeervoorzieningen te parkeren en krijgen zij dan een of meer vaste parkeerplaatsen toegewezen?

III.

Hoe wordt gewaarborgd dat bewoners op termijn geen melkkoe worden voor de exploitant(en) van de gebouwde parkeervoorzieningen?

IV.

Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat bewoners van Overgoo gebruik gaan maken van de Oude Bleijk in plaats van de gebouwde parkeervoorzieningen?

V.

Hoe wordt het deel van het fietspad vanaf Overgoo naar de kruising met de Noordelijke Verbindingsweg veilig gemaakt, aangezien er heel weinig ruimte is voor 2-richtingverkeer?

VI.

Hoe wordt gezorgd voor een goed overzicht vanaf de ontsluitingsweg uit Overgoo naar de Vlietweg en het daaraan liggende fietspad?

VII.

Wordt in het plan de inzet van deelauto’s voorzien en zo ja, hoe?

VIII.

Hoe wordt in de gebouwde parkeervoorzieningen omgegaan met elektrische auto’s en de daarvoor benodigde laadplaatsen, ook vanuit oogpunt van brandveiligheid?

IX.

Als de voorziene opstelplaats om vanaf de Vlietweg af te slaan naar Overgoo niet toereikend blijkt voor de doorstroming, welke alternatieven zijn er dan? Wordt dan een verkeerslicht overwogen om de doorstroming Overgoo uit te verbeteren?

X.

De filevorming vanwege de Mall of the Netherlands belemmert ook de doorstroming op de Vlietweg, waardoor bewoners moeilijk Overgoo in en uit zullen kunnen. Wat gaat de gemeente regelen voor deze bewoners, worden er bij files op de Vlietweg verkeersregelaars ingezet?

XI.

De onder X. bedoelde filevorming heeft ook gevolgen voor de bereikbaarheid van Leidschendam-Zuid voor hulpdiensten. Wat gaat de gemeente doen om deze bereikbaarheid

45

te waarborgen en wil de gemeente onderzoeken hoe deze situatie In Leidschendam-Zuid en Centrum te voorkomen? XII.

Waarom is het gezondheidsrisico voor bewoners vanwege het autobedrijf op Vlietweg 8a niet genoemd in het onderzoek omgevingsveiligheid en wat voor gevolgen heeft dit straks voor de gezondheid van de toekomstige bewoners?

XIII.

Waarom wordt in het plan geen rekening gehouden met de belangen van het autobedrijf op Vlietweg 8a?

Beantwoording van de zienswijze Hierna worden eerst de verbetervoorstellen (onderdeel 1 t/m 4) en daarna de vragen (onderdeel I t/m XIII) van reclamante beantwoord. Verbetervoorstellen Verbetervoorstel 1: Het voorliggende TAM-omgevingsplan maakt de aanleg van de door reclamante gevraagde vrij liggende fietspaden mogelijk. Deze passen zowel binnen de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied' als de bestemming ‘Gemengd’. De uiteindelijke vorm en inrichting van de ontsluiting en daarbij behorende fiets- en voetpaden is echter primair een ontwerp- en uitvoeringsvraagstuk dat op een later moment in het planvormingsproces thuishoort en niet in de juridisch-planologische procedure rond het TAM-omgevingsplan. Het verbetervoorstel van reclamante zal in het in een volgende fase, op basis van het TAM-omgevingsplan, uit te werken inrichtingsplan worden afgewogen want de redenen die reclamante daarvoor aanvoert zijn begrijpelijk. De keuze voor de uiteindelijke feitelijke inrichting wordt echter niet nu al gemaakt. Verbetervoorstel 2: In paragraaf 4.2.1 van de ‘Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg 2023’ zijn eisen opgenomen voor gehandicaptenparkeren. Doel van deze eisen is om ervoor te zorgen, dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met voldoende parkeerplaatsen voor gehandicapten op korte afstand van de bestemming.

De gebiedsontwikkeling in Overgoo zal aan deze eisen moeten voldoen, dat is onder meer geborgd door middel van artikel 19.3 van de regels van het voorliggende TAMomgevingsplan. De suggestie om bij elk woongebouw of bedrijfspand te voorzien in laad- en losplaatsen waar ook kort geparkeerd kan worden mindervaliden is interessant. De verkeers- en gemengde bestemmingen uit het TAM-omgevingsplan verzetten zich hier niet tegen. De uiteindelijke keuze om dergelijke voorzieningen al dan niet aan te leggen is echter primair een ontwerp- en uitvoeringsvraagstuk dat op een later moment in het planvormingsproces thuishoort en niet in de juridisch-planologische procedure rond het TAM-omgevingsplan. Het verbetervoorstel van reclamante zal in een volgende fase in het, op basis van het TAM-omgevingsplan, nader uit te werken inrichtingsplan worden afgewogen. De keuze voor de uiteindelijke feitelijke inrichting wordt echter niet nu al gemaakt. Verbetervoorstel 3: Verwezen wordt naar de beantwoording van verbetervoorstel 1 en 2. Het verbetervoorstel van reclamante zal in een volgende fase in het, op basis van het TAM-omgevingsplan, nader uit te werken inrichtingsplan worden afgewogen.

46

Verbetervoorstel 4: Verwezen wordt naar de beantwoording van verbetervoorstel 1 en 2. Het verbetervoorstel van reclamante zal in een volgende fase in het, op basis van het TAM-omgevingsplan, nader uit te werken inrichtingsplan worden afgewogen. Vragen Vraag I: De vraag, welke kosten toekomstige bewoners moeten gaan betalen voor het gebruik van de in het plangebied te bouwen parkeergarages, gaat over een onderwerp dat niet geregeld is of mogelijk gemaakt kan worden door middel van het voorliggende TAM-omgevingsplan. Het gaat hierbij om een uitvoeringsaspect, dat pas in een later stadium aan de orde kan komen en dat pas relevant is op het moment dat het verwezenlijken van de gebiedsontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk is gemaakt. Met andere woorden: dergelijke keuzes kunnen pas gemaakt worden op het moment dat het voorliggende TAM-omgevingsplan is vastgesteld. Vraag II: Door middel van het voorliggende TAM-omgevingsplan wordt gewaarborgd dat er voldoende 46 parkeerplaatsen worden gebouwd in het plangebied. De aanleg en het instandhouden van deze parkeerplaatsen kan met het TAM-omgevingsplan afgedwongen worden. Het TAM-omgevingsplan kan echter niet gebruikt worden om de toekomstige bewoners te verplichten die parkeerplaatsen ook daadwerkelijk te gebruiken.

Dat gaat de reikwijdte en juridische mogelijkheden van het TAMomgevingsplan te buiten en daarvoor zijn dus andere instrumenten nodig. Dat kan zijn het verplicht, door middel van de overeenkomsten waarbij de nieuwe woningen worden verkocht of verhuurd, afnemen van een bepaald aantal parkeerplaatsen per woning. Of het door middel van parkeerverboden regelen dat in de openbare ruimte in Overgoo niet geparkeerd mag worden. Wat hiervoor de meest geëigende instrumenten zijn zal op een later moment nader worden uitgewerkt. In de privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en de ontwikkelende partijen zijn in elk geval afspraken gemaakt over het toepassen van parkeerregulering in het plangebied en de wijken daar direct omheen. Voor het nu voorliggende TAM-omgevingsplan is vooral van belang, dat aannemelijk is dat er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd en in stand gehouden om aan de vraag van het maximaal te realiseren programma te voldoen. En dat is het geval, zie paragraaf 4.4.2 van de plantoelichting. Vraag III: Verwezen wordt naar de beantwoording van vraag I. Vraag IV: De belangrijkste maatregel om ongewenst parkeren in de omliggende wijken te voorkomen is ervoor te zorgen dat er in Overgoo zelf voldoende en goed bereikbare parkeerplaatsen worden aangelegd om in de parkeerbehoefte van het plan te voorzien.

Het parkeren voor de nieuwe woningen en overige functies wordt geconcentreerd in een aantal parkeergarages. Deze worden onder de bouwblokken langs de Noordelijke Verbindingsweg gebouwd. Via een nieuw aan te leggen rechtstreekse ontsluiting vanaf de Noordelijke Verbindingsweg zijn deze parkeergarages direct of via een korte route door het plangebied goed bereikbaar. 46 De vraag wanneer sprake is van ‘voldoende parkeerplaatsen’ wordt beantwoord in paragraaf 4.4.2 van de plantoelichting in

samenhang met artikel 19.3 van de regels.

47

Op basis van de geldende parkeernormering 47 is de parkeerbehoefte die het plan genereert circa 700 parkeerplaatsen. Het De positionering en daarmee de bereikbaarheid van de parkeergarages vanuit het plangebied is zodanig, dat het logischer is deze te gebruiken voor het parkeren dan uit te wijken naar de Oude Bleijk en andere omliggende straten. Voor het overige wordt nog verwezen naar de beantwoording van onderdeel 2 van unieke zienswijze 4. Vraag V: Het voorliggende TAM-omgevingsplan laat diverse opties open voor de vormgeving en inrichting van het fietspad dat reclamante hier bedoelt. Deze opties passen zowel binnen de bestemming ‘Verkeer Verblijfsgebied' als de bestemming ‘Gemengd’. De uiteindelijke vorm en inrichting van fiets- en voetpaden is echter primair een ontwerp- en uitvoeringsvraagstuk dat op een later moment in het planvormingsproces thuishoort en niet in de juridisch-planologische procedure rond het TAMomgevingsplan. De inrichtingsvraag van reclamante zal in het in een volgende fase, op basis van het TAM-omgevingsplan, uit te werken inrichtingsplan worden meegenomen. De keuze voor de uiteindelijke feitelijke inrichting wordt echter niet nu al gemaakt. Vraag VI: Verwezen wordt naar de beantwoording van vraag V.

Vraag VII: De inzet van deelauto’s/deelmobiliteit wordt als regel gebruikt om bij een nieuwe ontwikkeling te kunnen afwijken van de geldende parkeernormen en een lagere parkeernorm te kunnen toepassen. Dat is bij het voorliggende plan echter in die context niet aan de orde. Zoals bij de beantwoording van onderdeel IV al aangegeven wordt in Overgoo het aantal parkeerplaatsen gemaakt dat op grond van de geldende parkeernormen en in principe zonder toepassing van reductiefactoren vereist is. Daarnaast heeft de ontwikkelende partij verzocht om flexibiliteit bij de verdere planuitwerking, zodat mogelijk meer parkeerplaatsen dan het volgens de geldende normen voorgeschreven minimum kunnen worden gemaakt. De inzet van deelmobiliteit om een reductie op de parkeernorm te verantwoorden speelt daarom in dit plan niet. De eventuele inzet van deelmobiliteit kan uiteraard op vrijwillige basis wel plaatsvinden, maar is geen vereiste vanuit het voorliggende TAM-omgevingsplan resp. vanuit het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties of een goede ruimtelijke ordening. Vraag VIII: In paragraaf 4.2.2 van de ‘Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg 2023’ zijn eisen vastgelegd die het gebruik van elektrische auto’s stimuleren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen woon- en overige functies.

Bij woonfuncties met een parkeereis van minimaal 10 parkeerplaatsen, zoals in het voorliggende plan, moeten alle parkeerplaatsen ‘EV-ready’ zijn. De infrastructuur en stroomvoorziening voor het realiseren van laadpunten moet worden aangelegd, zodat bij ontstaan van de behoefte daaraan deze laadpunten ook daadwerkelijk kunnen worden geplaatst. Bij nietwoonfuncties met een parkeereis van minimaal 10 parkeerplaatsen moet er minimaal één laadpunt worden gerealiseerd en moet 20% van de parkeerplaatsen EV-ready zijn. Soortgelijke eisen gelden op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit. En in het Bbl zijn ook de bouwtechnische eisen op het gebied van 47 Vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg 2023’.

48

brandveiligheid, brandoverslag, etc. vastgelegd. Net als elk bouwplan zullen ook de aanvragen om omgevingsvergunning voor Overgoo aan deze eisen worden getoetst en daaraan volledig moeten (blijven) voldoen. Daarmee is zowel het stimuleren van het gebruik van elektrische auto’s als het daarvoor treffen van specifieke (brand)veiligheidsvoorzieningen afdoende geborgd. Vraag IX: Verwezen wordt naar de beantwoording van vragen I en V. Vraag X: De verkeerseffecten vanwege het plan, inclusief de doorstroming op de wegen rond het plangebied, zijn onderzocht. De uitkomsten van dat onderzoek48 zijn in eerste instantie beschreven in paragraaf 4.4 van de plantoelichting en bijlage 4 bij die toelichting. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van Rijkswaterstaat is aanvullend daaraan nog een kruispuntenanalyse 49 opgesteld. N.B.: abusievelijk is deze kruispuntanalyse niet toegevoegd aan het ter inzage gelegde ontwerp van het TAMomgevingsplan. Zie hierover ook de beantwoording van onderdeel 1 van unieke zienswijze 8. Uit zowel het oorspronkelijke verkeersonderzoek als de aanvullende kruispuntanalyse komt naar voren, dat de verkeersafwikkeling rond Overgoo ook na realisatie van het plan op een acceptabele manier kan plaatsvinden. Beide onderzoeken zijn (mede) gebaseerd op het regionale verkeersmodel Metropoolregio Rotterdam Den Haag (versie 3.02 – prognosejaar 2040 WLO Hoog).

In dat verkeersmodel zijn de verkeersstromen van en naar de Mall of the Netherlands volledig verwerkt, zodat deze zijn meegenomen in de uitgevoerde onderzoeken. Daarboven zijn ook de gevolgen van de naastgelegen ontwikkeling Vlietweg 3 voor de verkeersdruk meegenomen in de uitgevoerde onderzoeken. Rijkswaterstaat heeft, als beheerder van de rijkswegen N14 en A4 en dus direct belanghebbende bij het thema verkeersdoorstroming, de uitkomsten onderschreven. De uitkomsten van beide verkeersonderzoeken geven geen aanleiding om te verwachten dat de verkeersproblemen, die reclamante beschrijft, zich zullen voordoen. Op voorhand is het daarom niet nodig nu al maatregelen voor te bereiden. De inrichting van de ontsluitingen van Overgoo op zowel de Noordelijke Verbindingsweg als de Vlietweg zal uiteraard wel zo optimaal mogelijk worden vormgegeven, juist om de doorstroming zoveel mogelijk te stimuleren en congestie te voorkomen. Vraag XI: De effecten van de verkeersintensiteit rond de Mall of the Netherlands op het functioneren van de hulpdiensten in Leidschendam en de bereikbaarheid voor deze diensten van verschillende wijken zijn eerder herhaaldelijk aan de orde geweest in schriftelijke zowel feitelijke als politieke vragen, die door de raad aan het college zijn gesteld.

Voor de beantwoording van deze vragen50 is gebruik gemaakt van informatie verkregen van de betrokken hulpdiensten (politie, ambulance en brandweer) zelf. Hieruit komt naar voren dat geen reden is om aan te nemen dat bereikbaarheid, aanrijtijden, etc. op een onverantwoorde manier onder druk staan door de verkeersstromen van en naar de Mall of the

48 Zie: ‘Verkeersonderzoek Fleetpark Leidschendam (Goudappel, 10 augustus 2025)’. 49 Zie: ‘Kruispuntanalyse N14-A4 t.b.v. herontwikkeling Fleetpark Leidschendam (Goudappel, 23 juni 2025)’. 50 Zie: Document lv - 20251017 Beantwoording feitelijke vragen fractie Aandacht-LV inzake aanrijroutes en -tijden hulpdiensten

- iBabs Publieksportaal, Document lv - 20251127 Beantwoording feitelijke vragen fractie Aandacht-LV inzake aanrijroutes en aanrijtijden hulpdiensten (ID 1912) - iBabs Publieksportaal en Document lv - 20251217 Beantwoording schriftelijke vragen A-LV inzake Hadoks belemmering van ambulanceautos en huisartsenposten Hadoks - iBabs Publieksportaal

49

Netherlands. Die uitkomst geldt uiteraard ook voor het plangebied Overgoo zowel als de aangrenzende wijken Leidschendam-Zuid en Leidschendam-Centrum. Vraag XII: Bij het omgevingsaspect ‘externe veiligheid’ of ‘omgevingsveiligheid’ gaat het primair om de risico’s die samenhangen met het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Denk aan risico’s op brand, explosies en gifwolken. Waar dit soort risico’s zich in het plangebied voordoen, is dat dat beschreven en verantwoord in de toelichting van het voorliggende TAM-omgevingsplan51 en vastgelegd op de verbeelding en in de regels52. De mogelijke gezondheidsrisico’s vanwege de aanwezigheid van een autobedrijf op Vlietweg 8a vallen in een andere categorie dan de hierboven bedoelde risico’s. De mogelijke effecten van de aanwezigheid van dit bedrijf zijn beschreven en afgewogen in paragraaf 4.15.2 van de plantoelichting. De conclusie is dat er geen aanleiding bestaat om aan te nemen, dat de bedrijfsvoering van dit bedrijf ter plaatse van het plangebied van het voorliggende TAM-omgevingsplan schadelijke effecten zal hebben op de gezondheid of het woon- en leefklimaat. Vraag XIII: Verwezen wordt in de eerste plaats naar de beantwoording van onderdeel XII. Verder maakt Vlietweg 8a geen onderdeel uit van het plangebied van het voorliggende TAM-omgevingsplan.

In zoverre kan voor plan geen rekening houden met de belangen van het autobedrijf. Echter, in het TAMomgevingsplan “Vlietweg 3 & 8a” is de continuïteit van de bestaande bedrijfsvoering van het autobedrijf gewaarborgd door middel van een passende maatwerkbestemming. Die zorgt ervoor dat de belangen van het autobedrijf juridisch-planologisch adequaat zijn beschermd. Conclusie Unieke zienswijze 9 geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het TAM-omgevingsplan. Een aantal aspecten uit de zienswijze zal op een later moment, bij de verdere uitwerking en detaillering van de inrichting van het plangebied, worden meegenomen en afgewogen.

51 Zie paragraaf 4.8 in samenhang met Bijlage 7 van de plantoelichting. 52 Zie de artikelen 10 en 11 van de regels.

50

C.

WIJZIGINGEN IN HET OMGEVINGSPLAN N.A.V. ZIENSWIJZEN

De tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van het voorliggende bestemmingsplan ingekomen zienswijzen hebben op een aantal onderdelen aanleiding gegeven tot wijzigingen in het plan. Hierna worden de wijzigingen naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen kort samengevat.

C1.

WIJZIGINGEN IN DE TOELICHTING

De volgende wijzigingen zijn naar aanleiding van de zienswijzen zijn doorgevoerd in de toelichting: •

Paragraaf 3.2.2 is aangepast naar aanleiding van de zienswijze van GS;

•

Paragraaf 4.4 is aangepast naar aanleiding van de zienswijze van Rijkswaterstaat;

•

Bijlage 18 ‘Kruispuntanalyse N14-A4 t.b.v. ontwikkeling Fleetpark’ is toegevoegd naar aanleiding van de zienswijze van Rijkswaterstaat;

C2.

WIJZIGINGEN IN DE REGELS

De volgende wijzigingen zijn naar aanleiding van de zienswijzen zijn doorgevoerd in de regels: •

In artikel 7.9 is naar aanleiding van de zienswijze van Rijkswaterstaat een voorwaardelijke verplichting toegevoegd. Deze borgt dat de beoogde woningen niet in gebruik worden genomen, voordat aangetoond is dat er vanwege het geluid van het wegverkeer op de N14 en A4 geen onaanvaardbaar akoestisch binnenklimaat ontstaat;

C3.

WIJZIGINGEN OP DE VERBEELDING

De volgende wijzigingen zijn naar aanleiding van de ingediende zienswijzen doorgevoerd op de verbeelding: •

De ruimtereservering van Rijkswege voor de mogelijke toekomstige uitbreiding van rijksweg A4 is toegevoegd op de verbeelding;

51

D.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN HET OMGEVINGSPLAN

Na afloop van de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is ambtshalve geconstateerd dat het plan op een aantal -veelal ondergeschikte- onderdelen aangepast en/of aangevuld dient te worden. Daarbij gaat het in het algemeen om wijzigingen als: •

verwerking van gewijzigde wet- en regelgeving, beleidskaders en inzichten

•

kleine correcties van ondergeschikte, meestal redactionele of taalkundige aard

•

etc.

De hier bedoelde ambtshalve (dat wil zeggen niet uit ingediende zienswijzen voortvloeiende) wijzigingen in het voorliggende bestemmingsplan worden in dit hoofdstuk D kort samengevat.

D1.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN DE TOELICHTING

De volgende ambtshalve wijzigingen zijn doorgevoerd in de toelichting: •

De paragrafen 3.7.1 en 3.7.2 zijn geactualiseerd/aangevuld naar aanleiding van de vaststelling door de raad van de ‘Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 2050’ op 3 februari 2026;

•

In paragraaf 4.4.2 is, onder het kopje Parkeren de in het ontwerp abusievelijk ontbrekende definitieve parkeerbalans alsnog ingevoegd;

•

De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerp van het TAM-omgevingsplan en de daarover ingediende zienswijzen zijn opgenomen in paragraaf 7.2;

•

D2.

Paragraaf 7.3 is als zijnde overbodig geschrapt.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN DE REGELS

De volgende ambtshalve wijzigingen zijn doorgevoerd in de regels: •

Toegevoegd is Bijlage 1 bij de regels: ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’;

•

Toegevoegd is Bijlage 2 bij de regels: ‘Staat van horeca-activiteiten’.

D3.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN OP DE VERBEELDING

De volgende ambtshalve wijzigingen zijn doorgevoerd op de verbeelding: •

De begrenzing van het plangebied is aangepast naar aanleiding van de vaststelling van de grenscorrectie tussen de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Den Haag ter plaatse van Overgoo53;

53 Zie: Provinciaal blad 2025, 21930 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen.

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=cad18c7a-82c7-48eb-ab7f-4a5350405ef5