CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4718 - Toelichting TAM-Omgevingsplan Overgoo

Commissie Omgeving 23 juni 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan "Overgoo"39.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De 500 woningen op Overgoo die in de Realisatieagenda worden benoemd betreft het deel dat in de periode van de Realisatieagenda (t/m 2030) naar verwachting wordt gebouwd. Er zijn in totaal 975 woningen opgegeven. Daarnaast wordt in de agenda het belang en de urgentie beschreven van het toevoegen van betaalbare woningen aan de woningvoorraad. Binnen het plan wordt hier invulling aan gegeven. Het programma bestaat uit sociale, middendure en vrije sector woningen (zowel appartementen als grondgebonden). Een toename van het aanbod is nodig, om voor andere doelgroepen woningen vrij te maken. Door in het woningbouwprogramma van voorliggend initiatief daar ruimte aan te bieden, wordt de doorstroming op de woningmarkt bevorderd doordat koopwoningen, middendure huurwoningen en sociale huurwoningen vrij komen voor hen die daarop aangewezen zijn. Het plan biedt hier op zichzelf tevens ruimte aan.

3.4

Hoogheemraadschap van Delfland

Beleid Hoogheemraadschap van Delfland Het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) van het Hoogheemraadschap van Delfland is op 10 maart 2022 vastgesteld en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen Delfland neemt om met uitdagingen als klimaatverandering, verstedelijking, energietransitie, arbeidsmarkt en digitalisering om te gaan en zo het gebied veilig en leefbaar te houden. Deze uitdagingen zorgen ervoor dat ze flexibel moeten blijven, moeten innoveren, samenwerken en anticiperen op de veranderende omgeving. Delfland wil bijvoorbeeld wateroverlast als gevolg van extreem weer zoveel mogelijk voorkomen en de invloed van droogte op de hoeveelheid zoetwater verminderen. In het waterbeheerprogramma staat de missie van het Hoogheemraadschap van Delfland centraal, deze is: ‘droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater’. Hierbij zijn de aspecten duurzaam circulair, waterkwaliteit, samenwerken en financiën leidend. In het waterbeheerprogramma zijn 32 thema’s opgesteld met de doelen, ambities en maatregelen. Daarnaast heeft het Hoogheemraadschap van Delfland de handreiking weging van het

Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 27

waterbelang voor gemeenten. De handreiking weging van het waterbelang biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de procedure voor de weging van het waterbelang in plannen voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op beleid van Delfland en sluit aan op de provinciale en landelijke regelgeving. In de legger van het Hoogheemraadschap zijn de watergangen, waterkeringen en zoneringen aangegeven. Verder staan in de Waterschapsverordening de regels om de sloten, vaarten, plassen en dijken in het gebied van Delfland te beschermen. Met de verordening kan Delfland nagaan of voor een activiteit een vergunning nodig is. Denk bijvoorbeeld aan een steiger aanleggen, een dijk ophogen of een duiker in een sloot maken. Standstill-beginsel (thema voorkomen wateroverlast) Conform het standstill-beginsel mag de kans op wateroverlast niet toenemen als gevolg van het ruimtelijk plan. De initiatiefnemer moet ervoor zorgen, dat de negatieve gevolgen van het ruimtelijke plan worden gecompenseerd. Compensatie moet worden gerealiseerd door middel van bergen óf in het onderdeel van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, waarin de verslechtering optreedt.

Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater, doordat water niet langer in de bodem kan infiltreren maar oppervlakkig of via (hemelwater) riolering wordt afgevoerd. Dit kan leiden tot wateroverlast, en past dus niet binnen het standstill-beginsel, tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Wanneer bij sloop en nieuwbouw het verhard oppervlak afneemt, hoeft geen extra waterberging te worden gerealiseerd. In paragraaf 4.11 is het onderwerp Water nader uitgewerkt.

3.5

Regionale klimaat Adaptatie Strategie Haaglanden

Haaglanden heeft de ambitie om in 2050 een klimaatbestendige internationale topregio te zijn (Regionaal Structuurplan 2020). Om deze ambitie te realiseren is het van belang om rekening te houden met veranderingen in de toekomst en om nu al de kansen te kunnen benutten die zich aandienen. De overheden in Haaglanden (9 gemeenten, 2 waterschappen en de provincie) hebben daarom gezamenlijk een Regionale Adaptatie Strategie (RAS) opgesteld: de RAS Haaglanden. De RAS Haaglanden geeft een beschrijving van de kwetsbaarheden van de gebieden Stad, Glas en Gras als gevolg van klimaatverandering. Per themagebied zijn de opgaven, strategieën en acties beschreven. De voorgenomen ontwikkeling valt binnen het gebied Stad. Steden krijgen te maken met een toename van hittestress en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering en verdichting. Het uitvallen van stedelijke functies en hoge kosten op lange termijn kunnen voorkomen worden door beperking van wateroverlast en hitte als ontwerpuitgangspunt op te nemen bij de (her)inrichting van de stad. In navolgende paragrafen worden deze aspecten nader behandeld.

3.6

Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 - 2021

De regionale woonvisie (29 maart 2017) is richtinggevend voor gemeenten bij hun lokale woonbeleid. Het visiedeel (deel II) van de regionale woonvisie kijkt daarbij zo'n 10 jaar vooruit. De concrete ambities en maatregelen (deel III) zijn gericht op de korte termijn: de periode 2017 tot en met 2021. De keuze om met name de komende jaren centraal te stellen in de visie is een bewuste keuze. De contouren van de nieuwe woningmarkt zijn namelijk nog (lang) niet in beton gegoten. Tegelijkertijd liggen er wel een aantal duidelijke (ook lange termijn) opgaven klaar die om een concrete en voortvarende aanpak vragen. Snelheid is dus geboden, maar ook voldoende flexibiliteit. Qua toekomstige omvang van de regionale woningvoorraad streven de gemeenten er Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 28

gezamenlijk naar om te beantwoorden aan de tot 2025 volgens de provinciale prognose (2016) verwachte behoefte van ruim 50.000 nieuwe woningen. Gemeenten kijken daartoe met name ook naar de mogelijkheden die leegstaande kantoren en leegstand op oude bedrijventerreinen biedt om nieuwe woningen toe te voegen. Daarnaast zal uiteraard ook nieuwbouw van woningen plaatsvinden. Tegelijkertijd sturen zij daarbij in de bouwwereld aan op een omslag van suburbane woonmilieus naar de meer gewenste stedelijke, dorpse en exclusieve woonmilieus (op basis van de woonmilieu-indeling volgens de ‘Steen van Rosetta’). Alsook op een verschuiving in het bouwprogramma richting meer woonvormen voor met name jonge, oudere en (daarmee) kleinere huishoudens, omdat onder deze groepen de vraag aanzienlijk toeneemt. Wonen en zorg Door de vergrijzing van de zorg stijgt de behoefte aan levensloopgeschikte woningen in de komende jaren. Op dit moment zijn er in de regio ongeveer 49.000 levensloopgeschikte woningen binnen de sociale woningvoorraad van de woningcorporaties. In 2020 zal de groep huishoudens met een beperking binnen de sociale doelgroep uit ongeveer 40.600 huishoudens bestaan. In theorie zijn er dus nu voldoende levensloopgeschikte corporatiewoningen, maar in 65 procent van dit aanbod wonen nu huishoudens zonder fysieke beperking.

In de koop- en vrije huursector geldt een min of meer vergelijkbare situatie. Het aantal huishoudens met een fysieke beperking betreft hier circa 53.800. Dit komt overeen met het aantal levensloopgeschikte woningen. Maar ook binnen deze woningvoorraad woont nu een aantal huishoudens zonder fysieke beperking. Het aantal verpleeghuisplaatsen in de regio Haaglanden bedroeg in 2015 zo’n 15.375 plaatsen. Volgens de berekeningen vanuit de zorgsector zal er in de aankomende jaren sprake zijn van een overschot van circa 2.000 plaatsen. Op de meer lange termijn stijgt de vraag naar verpleeghuisplaatsen door een verwachte toename van het aantal dementerende personen. Ongeveer 70 procent van deze huishoudens blijft niettemin thuis wonen. Voor de overige 30 procent zal het wel nodig zijn om extra plaatsen te realiseren, zodra het nu nog bestaande overschot is ingelopen. Relatie tot ontwikkeling Zoals beschreven groeit het aantal huishoudens in de regio Haaglanden tot 2024 met 50.000. De nieuwe huishoudens zijn gemiddeld kleiner, bestaan wat minder uit (klassieke) gezinnen zijn (iets) vaker eenverdieners. Voor de regio betekenen deze cijfers dat er in de komende jaren een aanzienlijke bouwopgave ligt om iedereen aan een goede woning te helpen. Een opgave waarbij de focus niet alleen ligt op eengezinswoningen, maar ook op gestapelde woningbouw.

Dit laatste vanwege de verwachte toename van het aantal kleinere huishoudens. Met de voorgenomen ontwikkeling kan een deel van deze vraag worden opgevangen. Binnen het plan worden verschillende typologie woningen gerealiseerd. Het betreft sociale- middelduur en vrije sector woningen. Een toename van het aanbod is nodig, om voor andere doelgroepen woningen vrij te maken. Door in het woningbouwprogramma van voorliggend initiatief daar ruimte aan te bieden, wordt de doorstroming op de woningmarkt bevorderd doordat koopwoningen, middeldure huurwoningen en sociale huurwoningen vrij komen voor hen die daarop aangewezen zijn. Het plan biedt hier op zichzelf tevens ruimte aan.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 29

3.7

Gemeentelijk beleid

3.7.1 Omgevingsvisie 2050 - Thuis in een groene gemeente aan de Vliet In het voortraject van de Omgevingsvisie zijn er meerdere beleidsstukken opgesteld. Als eerste het Toekomstbeeld Leidschendam-Voorburg op de kaart. Voor het 'Kompas van de Leefomgeving' is vervolgens uitgebreid gesproken met inwoners en belanghebbenden. Voor de vier sectorale bouwstenen 'Groene woongemeente (13 juli 2021)', 'Mobiliteit en bereikbaarheid' (10 november 2021), 'Economie en bedrijvigheid' (10 november 2021) en 'Transitievisie warmte en Lokale energiestrategie' (7 december 2021) is onder meer gesproken met de bestuurlijke partners. Deze beleidsstukken vormen de basis voor de omgevingsvisie. De bouwstenen voor de Omgevingsvisie zijn een uitwerking van het kompas en vormen de agenda voor de omgevingsvisie. De keuzes in het kompas worden in de bouwstenen verder uitgewerkt. De bouwstenen zijn samen het complete verhaal die de toekomst van Leidschendam-Voorburg schetst. De 4 bouwstenen zijn: Groene woongemeente; Mobiliteit en bereikbaarheid; Economie en bedrijvigheid; Lokale energiestrategie en Transitievisie Warmte. In de bouwstenen wordt beschreven hoe we de kwaliteiten van de gemeente kunnen behouden en tegelijkertijd de keuzes voor de toekomst kunnen inpassen.

Groene woongemeente De bouwsteen Groene Woongemeente stuurt op het uitbreiden van het woningaanbod, terwijl het aanwezige groen wordt behouden en waar mogelijk versterkt. Dit is mogelijk door met name op binnenstedelijke locaties te bouwen. Daarnaast is aangegeven dat de behoefte aan een goedkope woning het grootst is onder starters en jongeren op de woningmarkt. Bij invulling van de woonopgave gaat Leidschendam-Voorburg uit van de woningbehoefte van inwoners en zet zich in voor groepen waar de woningnood het hoogst is en blijft. Wonen is namelijk één van de basisbehoeften van mensen. Iedereen moet prettig kunnen wonen, passend bij zijn of haar portemonnee. Een aantal groepen verdient daarbij specifiek aandacht en inspanning van de gemeente. Het gaat hierbij onder andere om jongeren en starters. Er is ruimte voor woningbouw van 4.500 tot 5.000 woningen tot 2040. In de periode tot 2030 worden in Leidschendam-Voorburg 750 sociale huurwoningen gebouwd. Er wordt niet gebouwd in het groen. Ook is van belang dat de geplande woningbouw waar nodig en mogelijk een mix is van wonen, werken en voorzieningen om zo ruimte te bieden aan werkplekken en benodigde zorgverlening in de buurt. Het plan biedt ruimte aan een grote verscheidenheid van woningtypologieën in het gebied en er wordt een gevarieerd woonprogramma gecreëerd.

Het biedt ruimte aan verschillende doelgroepen en voor alle inkomensgroepen, zowel in de koop als in de huursector. Door de diversiteit aan woning typologieën (1-, 2-, 3-kamer appartementen, atelierwoningen, eengezinswoningen, grondgebonden appartementen) is er ruimte voor o.a. starters, gezinnen, zzp'ers met een bedrijf aan huis en senioren. Daarnaast wordt naast wonen ook in werkfuncties voorzien. Daarnaast wordt het woongebied getransformeerd naar een gemengd woon- en werkgebied met veel ruimte voor (hoogwaardig) groen, waarbij het creëren van het gevoel 'Wonen in het park' voorop staat. In paragraaf 3.7.7 wordt hier verder op ingegaan. Geconcludeerd kan worden dat aangesloten wordt op de ambities van deze bouwsteen. Mobiliteit en bereikbaarheid De bouwsteen Mobiliteit en bereikbaarheid stuurt op het benutten van de bestaande infrastructuur en het stimuleren van andere vervoerswijzen dan de auto, zoals de fiets of het openbaar vervoer. De planlocatie wordt goed ontsloten voor fietsers. Daarnaast wordt binnen het plangebied voorzien in voldoende parkeerlegenheid in de daarvoor bestemde Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 30

parkeergarages. Daarnaast geldt dat het plangebied goed bereikbaar is per openbaar vervoer. Geconcludeerd kan worden dat het plan aansluit om de hiervoor genoemde bouwsteen. Economie en bedrijvigheid De bouwsteen Economie en bedrijvigheid zet in op een aantrekkelijke groene woongemeente met een uitstekend voorzieningenniveau. Daarnaast wordt gestuurd op een werkgelegenheidsgroei en een buitengebied met een economisch verdienmodel. Het planinitiatief voorziet nadrukkelijk in de realisatie van een woon-werkgebied waar diverse functies in hoge dichtheid samenkomen en zodoende kan geconcludeerd worden dat het planinitiatief aansluit op deze bouwsteen. Lokale energiestrategie en Transitievisie Warmte De bouwstenen voor de Lokale energiestrategie en Transitievisie Warmte zetten in op de verduurzaming van de gemeente. Onderhavig planinitiatief sluit daarop aan doordat de woningen voldoen aan de wettelijke eisen voor nieuwbouwwoningen. In paragraaf 4.16 wordt hier verder op ingegaan. Omgevingsvisie 2050 - Thuis in een groene gemeente aan de Vliet Leidschendam-Voorburg is een zeer aantrekkelijke, kwalitatief hoogwaardige, gemeente om te wonen. De inwoners vormen een hechte gemeenschap met grote maatschappelijke kracht. De gemeente ligt op een knooppunt van snelwegen, spoorlijnen en snelle fietsroutes.

Hierdoor zijn veel voorzieningen, werk- en onderwijslocaties in de randstad ideaal bereikbaar. Voor de werk- en winkelgebieden in de gemeente is dit een pré. Historisch was dit al zo met het Forum Hadriani. De naam werd gegeven door keizer Hadrianus die de plaats marktrechten verleende. Om de zelfde reden is hier de Mall of the Netherlands gekomen. Kenmerkend is het vele groen binnen het stedelijk gebied en natuurlijk daarbuiten. Het voorzieningenniveau in de gemeente als geheel, in de drie kernen en in de wijken is hoog. Vier levendige centrumgebieden, zes bedrijventerreinen met lichte bedrijvigheid en een scala aan voorzieningen en buurtcentra in de woonwijken zorgen voor levendigheid en bedrijvigheid. Maar ook de activiteiten in het buitengebied, met een sterke melkveehouderij en het glastuinbouwgebied is van waarde. Leidschendam-Voorburg lijkt af. De ruimte om de uitdagingen aan te gaan is beperkt. Ruimte die essentieel is om het karakter van de gemeente te behouden. Dit betekent dat goed moeten worden afgewogen wat de gemeente wil doen met de beschikbare ruimte, waarbij het ruimtegebruik geïntensiveerd moet worden Hierbij kan geprofiteerd worden van de ligging nabij meerdere hoogstedelijke locaties en ook zullen functies gecombineerd moeten worden. Waar dit goed kan is in de openbare ruimte.

Daar kunnen verharding kan worden weggehaald ontstaat de ruimte om de hoeveelheid en kwaliteit van het groen te verbeteren, hittestress verminderen, natuurwaarden toevoegen en ruimte voor ontmoeten en bewegen te creëren. Op ontwikkellocaties ligt de prioriteit bij het realiseren van woningen en ruimte voor werken en voorzieningen. Deze ontwikkellocaties zijn met name binnen het bestaande bebouwde gebied gesitueerd, vooral rond bestaande stationsomgevingen en centra. Dit betekent hier in sommige gevallen ook de hoogte kan worden ingaan, daar waar dit goed aan kan sluiten bij de bestaande stedenbouwkundige kwaliteiten. In de Omgevingsvisie zijn verder volgde vijf ambities omschreven: 1. Plek van en voor iedereen; 2. Economisch vitaal; 3. Hoogwaardig verblijfsklimaat; 4. Goed verbonden; 5. Duurzaam toekomstbestendig. Relatie tot ontwikkeling Het plangebied valt binnen het gebied dat is aangewezen als suburbaan in de Omgevingsvisie en tevens als ontwikkellocatie. Als suburbaan aangewezen zijn de woonwijken die vanaf de jaren zestig voor een grote groei zorgden. In Leidschendam betreft het de gebieden De Zijde, Duivenvoorde, Prinsenhof laag, 't Lien, de Verzetsheldenwijk en Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 31

het grootste deel van Leidschendam-Zuid (De Tol /'t Hert, De Oude Bleijk en de Zeeheldenwijk). In Voorburg gaat het om Essesteijn en een deel van de Kleurenbuurt. Deze wijken liggen met name aan de randen van het bebouwd gebied dicht tegen snelweg en spoor en soms op grote afstand van de centra en openbaar vervoersknooppunten. Figuur 3.34: Uitsnede Omgevingsvisie 2050 Leidschendam-Voorburg, ontwikkellocatie.

Deze woongebieden bieden ruimte aan een groot deel van de grondgebonden woningen in onze gemeente, met name rijwoningen. Er is veel eigen woningbezit en weinig sociale huur. In veel buurten is het aandeel 55-plussers hoog, evenals het aantal alleenstaanden. Meerdere van de grotere ontwikkellocaties liggen in of nabij deze woongebieden, en zo ook in voorliggend geval. Het plangebied waar voorliggend TAM-omgevingsplan betrekking op heeft is in de Omgevingsvisie aangewezen als ontwikkellocatie 'Overgoo'. Omdat met de ontwikkellocaties nieuwe omgevingen gemaakt worden wil de gemeente hier haar ambities op het gebied van een hoogwaardig verblijfsklimaat, duurzame mobiliteit, sociale en inclusieve samenleving, vitale economie én duurzaamheid hand in hand tot uiting laten komen. Uiteraard spelen de ambities voor een passend en duurzaam woningaanbod en ruimte voor nieuwe buurtverzorgende voorzieningen en bedrijvigheid een hoofdrol. Zonder de ontwikkellocaties kunnen we de ambities op dat vlak immers niet waarmaken. De ontwikkeling waar dit TAM-omgevingsplan ruimte aan biedt sluit aan bij de in de Omgevingsvisie benoemde transformatieopgave voor deze gebieden, waarbij bestaande woonmilieus aan de randen van het stedelijk gebied worden versterkt en toekomstbestendig worden ingericht.

Daarbij wordt expliciet ingezet op het realiseren van een passend en duurzaam woningaanbod, door het toevoegen van 975 woningen en het verbeteren van de leefkwaliteit en het creëren van een hoogwaardige woonomgeving. De differentiatie in bebouwing draagt bij aan een gevarieerd en inclusief woonmilieu. De hogere bebouwing langs de Noordelijke Verbindingsweg functioneert daarbij niet alleen als stedenbouwkundige markering, maar tevens als geluidwerende structuur voor het achterliggende woongebied. Richting de Oude Bleijk wordt de bebouwingsschaal geleidelijk afgebouwd naar kleinschaligere grondgebonden woningen die aansluiten op de maat en schaal van de omliggende bestaande woonbebouwing. Hiermee ontstaat een zorgvuldige stedenbouwkundige overgang tussen nieuw en bestaand suburbaan woongebied. Daarnaast geeft het plan invulling aan de gemeentelijke ambitie voor een hoogwaardig verblijfsklimaat en duurzame mobiliteit. De centrale groene laan vormt een belangrijke ruimtelijke drager binnen het plan en wordt primair ingericht voor voetgangers en fietsers, waarbij de auto ondergeschikt is gemaakt. Hiermee wordt ingezet op een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving waarin langzaam verkeer wordt gestimuleerd. Ook op het gebied van groen en leefkwaliteit sluit de ontwikkeling aan bij de gemeentelijke beleidsdoelstellingen.

Kwalitatief groen en levendigheid op straat vormen belangrijke uitgangspunten van het plan. Door het Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 32

bestaande groen / park juridisch vast te leggen in dit plangebied in aanvulling op het ontwikkelgebied wordt tevens het bestaande groen richting de woonwijk geborgd

3.7.2 Detailhandels- en horecastructuurvisie Met de ligging in de dynamische Metropoolregio MRDH en met de ontwikkeling van de Mall of the Netherlands heeft Leidschendam-Voorburg te maken met een snel veranderende markt voor voorzieningen. De positie van afzonderlijke centra wijzigt. In de detailhandels- en horecastructuurvisie 2019 is de samenhangende visie op de detailhandel- en horecastructuur van Leidschendam-Voorburg beschreven. De focus ligt daarbij op de drie grote centra De Julianabaan, Huygenskwartier en Leidschendam-Centrum. Het grootste winkelgebied, Mall of the Netherlands, is volop in ontwikkeling en kent haar eigen positie. Het richt zich op een groter verzorgingsgebied. Relatie tot ontwikkeling Ten behoeve van het ontwikkelkader en het stedenbouwkundigplan heeft de Gemeente Leidschendam-Voorburg Cushman&Wakefield gevraagd om onderzoek te doen naar de invulling van het niet-woon programma. Dit met als doel om ten behoeve van de gebiedsontwikkeling een integraal programma op te zetten met op haalbaarheid getoetste bandbreedtes (volume in m² v.v.o.) van werkfuncties (en kansrijke sectoren).Zo gaat de haalbaarheidsstudie in op de functies kantoor, bedrijfsruimte, zorg en commercieel.

Uit de haalbaarheidsstudie, uitgevoerd ten behoeve van het ontwikkelkader en stedenbouwkundig plan is gebleken dat aan het programma waar het plan in voorziet voldoende behoefte bestaat. In navolgende paragrafen, waaronder 4.3, wordt een en ander nader op beschouwd. 3.7.3 Uitvoeringsprogramma duurzaamheid Om te zorgen dat ook voor de toekomstige generaties onze planeet een goede plek is om te leven, moeten we veranderen in hoe we werken, wonen en leven. Ook in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het college van burgemeester en wethouders wil grote stappen zetten op het gebied van duurzaamheid en milieu. De ambitie is een CO2-neutrale gemeente met een circulaire economie in 2050. De gemeente werkt aan een toekomstbestendige stad met een gezond woon- en leefklimaat. De gemeente is trots op Leidschendam-Voorburg als groene en duurzame woonstad en wil dit samen met de bewoners blijvend versterken. Sinds 2016 is op basis van de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 en het daaropvolgende Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2019-2022 programmatisch aan verduurzaming gewerkt. De doelen in het gemeentelijk Coalitieakkoord 2022-2026, de wettelijke kaders en het vastgesteld beleid zijn in het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2023-2026 vertaald naar activiteiten en mijlpalen.

De thema’s van het uitvoeringsprogramma zijn: participatie, samenleving en educatie, energie, klimaatadaptatie, vergroening en biodiversiteit, circulariteit, lucht- en waterkwaliteit en duurzaamheid van de gemeentelijke organisatie. Het aspect duurzaamheid in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling is verder beschreven in paragraaf 4.16. 3.7.4 Erfgoed Nota Archeologie - herijking 2013 Gemeenten moeten het archeologische belang meewegen in ruimtelijke projecten. Omdat gemeenten ook andere belangen te behartigen hebben, zoals economie, landbouw, wonen en infrastructuur, biedt de wet gemeenten daarbij wel beleidsruimte. Om deze taak goed te kunnen uitvoeren heeft de Gemeente Leidschendam-Voorburg in samenwerking met de gemeenten Voorschoten en Wassenaar archeologiebeleid ontwikkeld en vastgesteld in 2009. In 2014 heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg haar archeologiebeleid herijkt Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 33

(archeologienota herijking 2013). In de Nota archeologie wordt een overzicht van het archeologische erfgoed van de pactgemeenten gegeven en zijn de beleidsregels ten aanzien van de omgang met het archeologische bodemarchief geformuleerd. De archeologische beleidskaart geeft hierbij de archeologische waarde en verwachting per gebied aan met de daarbij behorende beleidsregels. Relatie tot ontwikkeling Het plangebied Fleetpark - Overgoo kent een drietal archeologische dubbelbestemmingen op grond van het "Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk", te weten de waardes 2, 3 en 4. Het betreft zeer hoge archeologische verwachtingen voor archeologische resten uit de Romeinse tijd, in het bijzonder met betrekking tot het Corbulo kanaal. In paragraaf 4.12 wordt hier nader op ingegaan. Cultuurhistorie Op de Cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland zijn binnen het plangebied aanvullende cultuur- of bouwhistorische waarden geïnventariseerd. Het gebied valt binnen de volgende erfgoedlijnen: Landgoederenzone: De Landgoederenzone is een langgerekte, min of meer aaneengesloten verzameling landgoederen, die loopt over de oude duinenrij van Monster naar Haarlem. Welgestelde regenten en kooplieden wilden in de zomer graag de stad uit en legden buitenverblijven aan op de zandgrond van de oude duinenrij langs de kust. De Herenweg (o.a.

de Veursestraatweg) en de buitenplaatsen spelen hier een centrale rol. Trekvaarten: De trekvaarten zijn de door de mens gegraven waterverbindingen tussen de opkomende Hollandse steden in de Gouden Eeuw. Het is het verhaal van het massapersonenvervoer over water vóór de komst van de trein. Nu zijn de vaarten aantrekkelijk voor de waterrecreatie. De Limes: Ondanks dat de Limes op de Cultuurhistorische atlas verder oostwaarts van de planlocatie geprojecteerd is, dient men rekening te houden met de loop van het Kanaal van Corbulo. In de Cultuurhistorische Analyse Vlietoevers (vastgesteld d.d. 11-10-2016) is aangegeven dat de gemeente Leidschendam-Voorburg wordt gescheiden en verbonden door de Vliet. De scheiding ontstaat enerzijds doordat het grondgebied van Leidschendam-Voorburg aan weerszijden van de Vliet ligt. Anderzijds is er sprake van een verbinding omdat de Vliet de hele gemeente van noord naar zuid doorloopt. Juist dat opvallende kenmerk maakt de Vliet tot een belangrijke structuur binnen de gemeentegrenzen. In de cultuurhistorische analyse wordt aangegeven dat het belangrijk is dat wandvorming langs de oevers van de Vliet moet worden voorkomen. Hier wordt bij de voorgenomen ontwikkeling grotendeels invulling aan gegeven. Het voorgenomen initiatief betreft de herontwikkeling van een verouderd en leegstaand kantorencomplex langs de Vliet naar een woon-werkgebied.

Dit sluit derhalve aan bij de uitgangspunten van de cultuurhistorische analyse. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het plangebied waar voorliggende wijziging van het omgevingsplan betrekking op heeft, buiten het gebied met deze cultuurhistorische dubbelbestemming valt. 3.7.5 Wonen In de Bouwsteen groene woongemeente Leidschendam-Voorburg 2021 en de Woonzorgvisie 2022-2030 zijn de actuele thema's op het gebied van huisvesting (met eventueel daarbij behorende knelpunten) binnen de gemeente in kaart gebracht. De gemeente stelt in de Bouwsteen de volgende doelen om specifieke opgaven te behalen: Ruimte voor woningbouw van 4.500 tot 5.000 woningen tot 2040; Niet bouwen in het groen (uitwerking kompas: kwaliteit boven kwantiteit); Functies parkeren, economie en zorg gaan niet ten koste van groen of woningen; Gezien de bevolkingsgroei wordt rekening gehouden met extra ontwikkeling van jongerenvoorzieningen, culturele voorzieningen, zorg en onderwijs. Uitgangspunt is een rustig stedelijk en hoogwaardig woonmilieu. Een aanvullende woonopgave volgens regionale afspraken is om minimaal 750 goedkope Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 34

woningen voor 2030 toe te voegen aan de voorraad. Bij de invulling van de woonopgave gaat Leidschendam-Voorburg uit van de woningbehoefte van inwoners en zet zich in voor groepen waar de woningnood het hoogst is en blijft: jongeren, studenten, starters, senioren, kwetsbare inwoners, statushouders en spoedzoekers. Leidschendam-Voorburg stuurt waar mogelijk op de nieuwbouw van een substantieel aantal betaalbare woningen binnen bestaande woningbouwlocaties. In de Woonzorgvisie Leidschendam-Voorburg 2022-2030 heeft de gemeente op het gebied van huisvesting als ambitie vastgesteld: "het realiseren van voldoende en kwalitatief geschikte woningen voor de verschillende doelgroepen." De opgaven die de gemeente stelt zijn: Het realiseren en ontwikkelen van geschikte zelfstandige woonruimtes; Het faciliteren en sturen op het realiseren van woonzorginitiatieven Verordening sociale en middendure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2022 Naar aanleiding van (onder andere) de Bouwsteen groene woongemeente Leidschendam-Voorburg en de structuurvisie heeft de gemeente beleid ontwikkeld om meer betaalbare woningen te realiseren. Het is de bedoeling dat op basis van de regionale woningmarktafspraken voor 2030 minimaal 750 doelgroepwoningen (vooral sociale huurwoningen) worden toegevoegd aan de woningvoorraad.

Om effectiever in te kunnen zetten op de realisatie van sociale huurwoningen en middendure huur- en koopwoningen, heeft de gemeenteraad op 7 juni 2022 de Verordening sociale en middendure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2022 vastgesteld. Deze verordening is een uitwerking van de structuurvisie en de woonvisie. De huidige (en laatste gewijzigde) versie van de Verordening sociale en middendure woningbouw 2022 is sinds 1 januari 2025 in werking. De verordening is van toepassing op bouwplannen met minimaal 12 woningen. Vereist is de realisatie van minimaal 2/3e deel betaalbare woningen met minimaal 30% sociale huur. Relatie tot ontwikkeling Door de grote verscheidenheid aan woningtypologieën in het gebied wordt een gevarieerd woonprogramma gecreëerd. Dit biedt ruimte aan verschillende doelgroepen en voor alle inkomensgroepen, zowel in de koop als in de huursector. Door de diversiteit aan woning typologieën (1-, 2-, 3-kamer appartementen, woon-werk woningen, eengezinswoningen, grondgebonden appartementen) is er ruimte voor o.a. starters, gezinnen, zzp’ers met een bedrijf aan huis en senioren. De diversiteit aan bewoners is belangrijk voor de leefbaarheid in het gebied en geeft de mogelijkheid aan bewoners om op termijn te verhuizen binnen de buurt zelf.

Van het totaal aantal woningen waar het plan ruimte aan biedt is circa 31% sociaal en circa 21% bestemd voor het middendure segment. Het overige is bestemd voor de vrije sector, conform de WBI-subsidie. 3.7.6 Groenstructuur Bomennota In de gemeente Leidschendam-Voorburg staan in totaal 31.000 bomen. Een deel daarvan staat in de hoofdboomstructuur. De bestaande situatie van de bomen in Leidschendam-Voorburg is te vinden op de kaarten in het groenbeheersysteem. Leidschendam-Voorburg is een groene gemeente met een grotendeels verstedelijkt karakter dat ten oosten van De Vliet overgaat in het open veenweidegebied. De gemeente Leidschendam-Voorburg streeft naar het behoud en versterking van het aanwezige groenbestand. Uitbreiding en verdichting van het stedelijk gebied mogen in principe niet ten koste gaan van de totale kwaliteit van het groen in de gemeente. Het plangebied is gelegen aan het gebied dat in de Bomennota (deel 1 Beleid) aangeduid is als 'Westvlietweg/ Vlietweg/ Nieuwstraat/ Venestraat'. Deze route heeft twee karakters. Die Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 35

van het buitengebied met aan één zijde de Vliet en de straten met oudere bebouwing langs het verdichte lint bij het centrum. De herkenbaarheid en karakteristiek van deze twee gebieden dient vergroot te worden. Voor het gebied grenzend aan het plangebied is het streefbeeld om een transparante rij linden aan de kant van de Vliet te realiseren en waar mogelijk aangevuld met een tweede rij aan de overzijde van de weg. Groenstructuurplan 'Buitengewoon groen' Het gemeentelijk groenstructuurplan geeft op hoofdlijnen aan welk groen van belang is op gemeentelijk niveau en waar het groen versterkt kan worden. Het plan garandeert het groene karakter van de gemeente in de toekomst door de hoofdgroenstructuur duidelijk te benoemen, verbindingen te maken en de ligging aan het buitengebied te versterken. De nadruk van het groenstructuurplan ligt op het stedelijk gebied. Het groenstructuurplan hanteert een indeling van het gemeentelijk groen in drie niveaus, te weten: 1. Groene zones: de groene zones zorgen, naast het huisvesten van groene stedelijke functies zoals sportvelden, parken, volks- en schooltuinen, kinderboerderijen e.d., ook voor aantrekkelijke routes vanuit het stedelijk gebied naar het buitengebied; 2. Groene lijnen: de groene lijnen ondersteunen de stedelijke structuur. Dit groen heeft een belangrijke belevingswaarde omdat veel mensen in aanraking komen met dit groen; 3.

Groene wijken: de groene wijken zorgen voor een aantrekkelijke groene woonomgeving en dit groen geeft identiteit aan de wijk. Eén van de groene zones is de Vlietzone; de Vliet met de Vlietoevers. Uitvoeringsprogramma en investeringsagenda groen In het uitvoeringsprogramma groen en de investeringsagenda is een verdere uitwerking gegeven van het Groenstructuurplan. In het uitvoeringsprogramma worden de bouwstenen beschreven die gewenst zijn om de ambities zoals beschreven in het structuurplan te verwezenlijken. Het vertaalt de ambities in de eerste plaats naar opgaven. De opgaven worden vertaald in maatregelen die meer uitvoeringsgericht zijn. In het uitvoeringsprogramma is beschreven dat de Vlietzone één van de vier belangrijke groenzones in de gemeente is. Binnen deze zone is de Vliet de ruggengraat. De zone omvat tevens de landgoederen en de woonbebouwing die op de Vliet gericht is. De zone speelt een belangrijke rol als verbinding naar de Vlietlanden en daarmee richting de Duivenvoorde-corridor. Op grond van het uitvoeringsprogramma blijkt dat het plangebied Overgoo valt binnen de wijk Leidschendam-Zuid. In het 'uitvoeringsprogramma en investeringsagenda groen' wordt specifiek ingegaan op de groenvisie voor deze wijk. Hierin wordt onder meer aangegeven dat “de groenzone langs de A4 een belangrijke opgave vormt.

Deze strook met hoogopgaande bomen draagt niet alleen bij aan de afscherming van verkeer en verbetering van het woonklimaat, maar heeft ook potentie om uit te groeien tot een aantrekkelijk wijkpark, met een grotere gebruikswaarde en ruimte voor natuurontwikkeling.” Om dit te borgen is de hier reeds aanwezige functie groen vastgelegd overgenomen in voorliggende wijziging van het omgevingsplan. Relatie tot ontwikkeling Voorliggend plan grenst aan de Vlietweg en is niet van invloed op de daar aanwezige bomenstructuur die gelegen is aan de Vlietweg en het fietspad langs de Vliet. Binnen het plangebied zijn meerdere bomen aanwezig en hiervoor is een bomeninventarisatie uitgevoerd. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.13. Zoals reeds beschreven wordt het huidige woongebied getransformeerd naar een gemengd woon- en werkgebied met veel ruimte voor (hoogwaardig) groen, waarbij het creëren van het gevoel 'Wonen in het park' voorop staat. Doordat het parkeerprogramma geconcentreerd is in de blokken langs de Noordelijke Verbindingsweg, is er binnen het plangebied veel ruimte voor groen, bomen en wadi's. De aanwezige boomwaarden worden waar mogelijk zoveel mogelijk behouden en versterkt. Figuur 3.5: Impressie groenstructuur (bron: uitsnede stedenbouwkundigplan Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 36

Overgoo-Fleetpark).

De ecologische en klimaatadaptieve kwaliteiten van het Goo-park worden zo verbeterd. De groene hoven tussen de woonblokken hebben een profiel van ten minste 20 meter breed. Dit profiel heeft voldoende ruimte voor privé voortuintjes en een rijke openbare groenzone in het midden van het hofje, met ruimte voor een wadi. De zuidzijde van het ontwikkelgebied grenst aan de groenzone langs de A4, welke onderdeel is van het plangebied waar voorliggende wijziging van het omgevingsplan betrekking op heeft. Dit gebied is in het 'Groenstructuurplan Uitvoeringsprogramma en Investeringsagenda' aangewezen als een robuuste groengordel met potentie om te ontwikkelen tot een aantrekkelijk wijkpark in combinatie met het groen binnen het ontwikkelgebied. 3.7.7 Verkeer en parkeren Verkeers- en vervoersplan herijking 2014, met doorkijk naar 2040 Het herijkte Verkeer- en Vervoersplan 2014 is vastgesteld op 14 oktober 2014 en bestaat uit drie delen. Onderdeel A geeft de visie en de opgaven van de gemeente Leidschendam-Voorburg bij het verkeers- en vervoerbeleid in de periode 2014-2020, met een doorkijk naar 2040. In het uitgebreidere deel B worden de achterliggende analyses en oplossingsrichtingen beschreven.

Om de oplossingen uit te voeren zal een meerjaren uitvoeringsprogramma (deel C) worden opgesteld dat gekoppeld is aan het Investeringsprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling en jaarlijks wordt geactualiseerd. Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is een maatregelenlijst. Nota Parkeerbeleid 2021 De Nota Parkeerbeleid 2021 is vastgesteld op 6 april 2021. In de Nota Parkeerbeleid 2021 is de visie op parkeren in de gemeente Leidschendam-Voorburg vastgelegd en staan de kaders voor verdere uitwerking van het parkeerbeleid. De gemeente wil een duidelijk en eenduidig parkeerbeleid voeren, waarbij parkeerbeleid ook kan betekenen dat er juist geen parkeermaatregelen worden getroffen. Deze nota is tot stand gekomen op basis van twee gemeentebrede enquêtes over parkeren, objectieve parkeermetingen en een interactief proces met een klankbordgroep bestaande uit bewoners en ondernemers.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 37

Nota Parkeernormen 2023 De Nota Parkeernormen is vastgesteld op 26 september 2023 en beschrijft de parkeernormen voor fiets en auto binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. Hieraan moet worden voldaan bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. De nota beschrijft de achterliggende rekenmethodiek en geeft aan onder welke voorwaarden van de norm mag worden afgeweken. Relatie tot ontwikkeling Binnen het plangebied wordt een ontsluitingsweg aangelegd voor fietsers en wandelaars, waarbij de auto te gast is. Het parkeren wordt hoofdzakelijk geconcentreerd en geplaatst binnen de woonblokken langs de Noordelijke Verbindingsweg, waardoor de rest van het plangebied vrij blijft van zichtbare parkeergarages. De parkeerbehoefte als gevolg van het plan wordt binnen het eigen plangebied opgelost. De ontsluiting op de Noordelijke Verbindingsweg (de nog nieuw te maken ontsluiting) resulteert in minder vervoersbewegingen in het gebied en de omliggende wegen, waardoor de bestaande wijken zo veel als mogelijk onbelast blijven. In paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op de verkeer- en parkeeraspecten. Figuur 3.6: Impressie drie centrale parkeergarages (bron: uitsnede stedenbouwkundigplan Overgoo-Fleetpark).

Conclusie Leidschendam-Voorburg zet zich in voor een verbetering van de autobereikbaarheid van de gemeente en de regio, waar dat kan door in te zetten op het beter benutten van bestaande infrastructuur. Waar het niet anders kan wordt nieuwe infrastructuur aangelegd. Zoals beschreven voorziet het plan een nieuwe ontsluiting op de Noordelijke Verbindingsweg. De nog nieuw te maken ontsluiting resulteert in minder vervoersbewegingen in het gebied en de omliggende wegen, waardoor de bestaande wijken zo veel als mogelijk onbelast blijven. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op het wegennet. Een nadere toelichting hierop wordt gegeven in paragraaf 4.4 van deze toelichting. Het Verkeer- en Vervoersplan beschrijft de visie van het hebben van voldoende parkeerruimte

Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 38

bij woningen, winkelgebieden, voorzieningen en openbaar vervoer knooppunten. Daar waar sprake is van grote schaarste kan het parkeerareaal waar mogelijk gericht uitgebreid worden, rekening houdende met de ruimtelijke inpasbaarheid, bij voorkeur in gebouwde parkeervoorzieningen. Het plan voorziet in voldoende autoparkeerplaatsen, zoals nader wordt toegelicht in paragraaf 4.4 in een gebouwde parkeervoorziening conform het VVP. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan. 3.7.8 Water In het Water- en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027, vastgesteld op 10 november 2021, is de toekomstvisie voor 2050 op de zorg voor riolering en grond- en oppervlaktewater beschreven. De volgende beleidsdoelen zijn als uitgangspunt aangehouden: Water- en rioleringszorg draagt bij aan een goede volksgezondheid; Leidschendam-Voorburg wordt duurzaam en klimaatbestendig gemaakt; Water- en rioleringszorg draagt bij aan een schone en prettige leefomgeving; De gemeente heeft een goede dienstverlening; De gemeente levert kwaliteit tegen een maatschappelijk verantwoord kostenniveau. Om de ambitieuze doelen van het Water- en rioleringsplan te realiseren moet water een integraal onderdeel zijn van alle strategische en ruimtelijke plannen.

Het waterplan moet het waterbeheer inhoudelijk en procesmatig verbeteren, met voortdurende aandacht voor duurzaamheid. Bij een ruimtelijk plan dient een initiatiefnemer in het kader van de watertoets in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Relatie tot ontwikkeling In het stedenbouwkundigplan Overgoo - Fleetpark is beschreven dat de Goowetering een belangrijk onderdeel is van het park. De bestaande watergangen worden verbreed en daarmee zichtbaarder gemaakt in het nieuwe plan. Naast het verbreden van de bestaande watergangen, worden ook nieuwe watergangen aangelegd om voldoende waterberging in het gebied te kunnen realiseren. Daarnaast krijgen de watergangen ecologische oevers en worden er speciale plekken ontworpen langs het water voor ontspanning en recreatie. Naast de watergangen is er in het plan meer ruimte voor wadi’s waarin regenwater wordt geborgen en gezuiverd voordat het water infiltreert in de ondergrond. De wadi’s worden onderdeel van het landschap en kunnen worden gecombineerd met speel- of recreatievoorzieningen. In paragraaf 4.11 wordt dit nader toegelicht.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 39

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1

Inleiding

In het kader van een ruimtelijke procedure dient voor diverse omgevingsaspecten te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en de beoogde ontwikkeling zelf. In dit hoofdstuk wordt voor de beoogde ontwikkeling nader ingegaan op de verschillende aspecten; indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De betreffende rapportages zijn als bijlage toegevoegd.

4.2

Milieueffectrapportage

4.2.1 Kaders De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Omgevingswet (afdeling 16.4) en het Omgevingsbesluit (hoofdstuk 11) met bijlage V. In afdeling 16.4 Omgevingswet is onderscheid gemaakt tussen de MER en de m.e.r.-beoordeling voor plannen en programma's (paragraaf 16.4.1) en tussen de MER en de m.e.r.-beoordeling voor projecten (paragraaf 16.4.2). In bijlage V van het Omgevingsbesluit is de aanwijzing van de m.e.r-(beoordelings-)plichtige projecten en besluiten geregeld. In bijlage V zijn verschillende kolommen opgenomen. Zo bevat kolom 1 in samenhang met kolom 2 van bijlage V Omgevingsbesluit de projecten waarvoor een project-MER moet worden gemaakt. Kolom 1 in samenhang met kolom 3 van bijlage V Omgevingsbesluit bevat de projecten waarvoor een project-m.e.r.-beoordeling moet worden verricht. De besluiten waarvoor de projectMER-plicht of de project-m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, zijn aangewezen in kolom 4 van bijlage V Omgevingsbesluit. In kolom 4 wordt onder 'het omgevingsplan' ook 'de omgevingsplanactiviteit' verstaan (art. 11.6 lid 3 Omgevingsbesluit). Indien een ontwikkeling bijvoorbeeld kwalificeert als een stedelijk ontwikkelingsproject, is een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk.

Er dient in dat geval te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. 4.2.2 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling is aan te merken als stedelijk ontwikkelingsproject (categorie J.11) en derhalve is het doorlopen van de m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. In dit kader dient een mededeling te worden gedaan van het aangewezen project bij het bevoegd gezag, waarin een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten zijn opgenomen. In dit kader is een aanmeldnotitie geschreven en bijgevoegd als bijlage 3 bij deze wijziging van het omgevingsplan. 4.2.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat voor voorliggende wijziging van het omgevingsplan geen afzonderlijke MER-(beoordelings)procedure is vereist. Een MER-aanmeldnotitie is door de initiatiefnemer aangeleverd en door het bevoegd gezag beoordeeld. De conclusie uit de aanmeldnotitie dat geen nadere m.e.r. beoordeling of opstelling van een MER noodzakelijk is, wordt gevolgd. In de navolgende paragrafen is voor de diverse relevante omgevings- en aspecten van de fysieke leefomgeving een beschrijving van de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling gegeven, met een nadere onderbouwing en motivering ten aanzien van de uitvoerbaarheid en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 40

4.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.3.1 Kaders De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Lid 2 van artikel 5.129g Bkl luidt: "Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. De behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien." Ook op basis van artikel 7.45 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening dient een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de motivering in te gaan op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. 4.3.2 Toetsing Onderhavig TAM-omgevingsplan biedt ruimte aan maximaal 975 woningen en bedrijfsfuncties tot een maximum van 17.400 m2 bvo.

De beoogde ontwikkeling kan daarom worden aangemerkt als 'stedelijke ontwikkeling'. Daarbij geldt dat de locatie gelegen is binnen het stedelijk gebied. Dit betekent dat enkel de behoefte aan de ontwikkeling hoeft te worden aangetoond, waarbij gelet op het provinciale beleid tevens de regionale afstemming bij de beoordeling dient te worden betrokken. Voor het bepalen van de behoefte is gebruik gemaakt van beschikbaar provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid en op basis daarvan gemaakte afspraken. Wonen De gemeente Leidschendam - Voorburg ligt in de agglomeratie Haaglanden. Voor dit gebied zijn tevens regionale woningbouwafspraken gemaakt. Het gaat om de negen gemeenten Delft, Rijswijk, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Wassenaar, Midden-Delfland, Westland, Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer. De provincie Zuid-Holland en deze negen gemeenten zien de regio Haaglanden als één woningmarktregio, zoals verwoord in de regionale woonvisie. De woningvraag en het aanbod in de regio Haaglanden worden beoordeeld aan de hand van de WBR: 1. Uit de WBR2023 van de provincie Zuid-Holland blijkt dat in de periodes 2021-2025 en 2026-2030 voor de regio Haaglanden een behoefte bestaat aan respectievelijk 40.350 en 40.550 woningen. Elke extra woningbouwontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied wordt als 'welkome aanvulling' gezien, om zo gezamenlijk het tekort in te lopen.

In verband met de plancapaciteit van 130%, is voor 2021-2025 een regionaal programma met 40.350 woningen aanvaardbaar. 2. Uit de Woningmarktmonitor Haaglanden 2018 blijkt dat de voorgenomen woningbouwproductie in de periode 2018-2040 circa. 121.000 woningen bedraagt. Voor de periode 2018-2025 zijn dit 70.000 woningen en voor de periode 2026-2040 51.000 woningen. Van de 70.000 woningen die gepland zijn in de periode 2018-2025 behoren er 35.700 tot de harde plannen (waarvoor reeds een bestemmingsplan is vastgesteld, er bindende afspraken voor zijn of waarvoor een omgevingsvergunning verleend is). Dat betekent dat er in de regio nog ruimte wordt gezien voor circa 34.300 woningen. De Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 41

harde plancapaciteit ligt daarmee in absolute zin lager dan het maximaal aanvaardbare regionale programma en betreft ook nog eens een twee jaar langere periode. In relatieve zin ligt de harde plancapaciteit daarmee nog ruimschoots onder de regionale behoefte. Daar komt nog bij dat de daadwerkelijke toename van de woningvoorraad in de periode van 2014 tot en met 2018 aanzienlijk is achtergebleven bij de woningbehoefte op basis van de WBR2021. Uit het bovenstaande en de beschouwing van het beleid ten aanzien van wonen in Hoofdstuk 3 blijkt dat er een aanzienlijke behoefte bestaat aan nieuwe woningen in de regio en de Leidschendam-Voorburg. Het plan maakt de bouw van maximaal 975 nieuwe woningen mogelijk. Bouw van deze woningen vormt een belangrijke stap in het realiseren van de woningbouwambities. Een toename van het aanbod is nodig, om voor andere doelgroepen woningen vrij te maken. Door het woningbouwprogramma waar voorliggend initiatief ruimte aan te biedt, wordt doorstroming op de woningmarkt tevens bevorderd. Dit gebeurt onder andere doordat koop-, middendure en sociale woningen vrij komen (voor hen die daarop aangewezen zijn). Het woningbouwprogramma van voorliggend plan biedt hier op zichzelf tevens ruimte aan. Het plan voldoet aan de vraag naar woningen en realisatie vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied.

Daarmee voldoet het plan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Concluderend kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling een forse bijdrage levert aan de vraag naar nieuwe woningen in de regio. Daarnaast sluit het plan aan op de gemeentelijke Bouwsteen groene woongemeente en de ontwikkeling in speelt op de bestaande woningbehoefte. Werklocaties en commerciële voorzieningen Ten behoeve van het ontwikkelkader en het stedenbouwkundigplan onderzoek gedaan naar de invulling van het niet-woon programma en is de haalbaarheid daarvan getoetst in (in bandbreedtes) van de volgende vier werkfuncties: kantoor, bedrijfsruimte, zorg en commercieel. Hieronder zijn de belangrijkste overwegingen samengevat voor wat betreft de geplande functies en de aanbevolen programmering. Kleinschalige kantoor- en bedrijfsruimte In het stedenbouwkundig kader is beschreven dat om onderscheidend te blijven t.o.v. mogelijke concurrentie in de nabije omgeving, het beste ingezet kan worden op een hoogwaardig kantoorconcept met gedeelde voorzieningen en faciliteiten. Daarnaast kunnen huidige gebruikers mogelijk gefaciliteerd worden in bestaand vastgoed. De aanbevolen programmering is gelegen tussen de volgende bandbreedte: 4.000 m2 - 5.400 m2. Er wordt binnen het plangebied ingezet op meer lokale gebruikers door verschillende soorten kleinschalige kantoorruimtes aan te bieden.

Tevens is ruimte voor: ateliers/ kantoor aan huis (woon-werk woning), gedeelde kantoorvloer en kan ruimte flexibel gehuurd worden in het reeds bestaande kantoorpand. Onder atelier wordt een werkruimte verstaan voor de uitoefening van ontwerptechnische of kunstzinnige werkzaamheden, waaronder ook wordt inbegrepen: industrieel ontwerp en -vormgeving, productontwerp en -vormgeving en architecten- en ingenieursbureaus zoals: architecten, technische- en productontwerpbureaus, ontwerp en adviesbureaus op het gebied van stedenbouw, verkeerstuin, landschapskunde, ruimtelijke ordening en planologie, reclame-, reclameontwerp en reclameadviesbureaus, publicrelationsbureaus, media en entertainment bureaus, waaronder uitgevers, gameontwikkelaars, film-, televisie, interieur en modeontwerpers, industrieel ontwerp en grafische vormgeving. Daarnaast biedt het plan ruimte aan (creatieve) zakelijke dienstverlening met werk- en kantoorruimte ten behoeve van algemene bureauwerkzaamheden, waardoor functies als uitzendbureaus of makelaarskantoren ook gefaciliteerd kunnen worden binnen het plangebied. In Leidschendam-Voorburg is nauwelijks sprake van opname door meer grootschalige gebruikers van bedrijfsruimte. Tevens rekening houdend met de geplande woonfunctie, blijkt meer kleinschalige en (moderne) ambachtelijke en/of bedrijfsruimte voor (lokaal) mkb daarmee het meest levensvatbaar op de locatie.

Maatschappelijk - zorg

Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 42

Hoewel er in de directe nabijheid al verschillende voorzieningen in de eerstelijnszorg en kinderzorg aanwezig zijn, biedt het (toekomstige) verzorgingsgebied van Overgoo en omgeving voldoende draagkracht voor het toevoegen van zorg gerelateerde voorzieningen op de locatie. Voor het realiseren van een succesvol gezondheidscentrum, is het vroegtijdig binden van een apotheek en 1 á 2 huisartsen van groot belang: deze vormen voldoende aantrekkingskracht voor overige mogelijke gebruikers. Commercieel Hoewel er in de directe nabijheid al verschillende commerciële voorzieningen aanwezig zijn, biedt het (toekomstig) voorzieningenniveau van Overgoo en omgeving voldoende draagkracht voor het – bedachtzaam – toevoegen van buurtverzorgende voorzieningen op de locatie. Wijkoverstijgende voorzieningen blijken daarin niet passend. Wel blijkt dat kan worden ingezet op een kleinschalige horeca en kleinschalige buurtsupermarkt, bakker, yoga studio en dergelijke. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voorziet in maximaal 400 m2 detailhandel. Resumerend blijkt dat het woningbouwprogramma dat met voorliggende wijzing van het omgevingsplan wordt gerealiseerd aansluit op de behoefte in de regio en Leidschendam-Voorburg zelf, dan wel dat de realisatie van de functies niet leidt tot leegstand elders binnen de gemeente of de regio.

Voor wat betreft de bedrijfs- en andere commerciële functies is met name sprake van een herschikking van bestaande (kantoor)mogelijkheden en een toevoeging passend bij het stedelijk woonmilieu. Dit past binnen de behoefte van de gebiedsontwikkeling zelf, en breder bij die in Leidschendam-Voorburg en de regio. Realisatie van deze functies leidt niet tot substantiële leegstand binnen de gemeente of regio. Dit geldt voor ook voor de overige toe te voegen functies, zoals het aanbod van kleinschalige horeca, city to-go, sociaal-maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige kantoor- en bedrijfsunits als de faciliteiten voor sport en ontspanning. Het beoogde programma past bij de inrichting en het karakter van de nieuw te ontwikkelen buurt. Het plan voldoet daarmee aan het uitgangspunt van een duurzame verstedelijking en aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.3.3 Conclusie Concluderend kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling een forse bijdrage levert aan het tegemoet komen aan de vraag naar nieuwe woningen in de regio. Daarnaast sluit het plan aan op de gemeentelijke Bouwsteen groene woongemeente en de ontwikkeling in speelt op de bestaande woningbehoefte.

In navolgende paragraaf wordt nader ingegaan op het aspect mobiliteit en de verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van het programma waar het omgevingsplan ruimte aan biedt.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 43

4.4

Verkeer en parkeren

4.4.1 Kaders Bij mobiliteit en ruimtelijke planvorming dienen verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Nieuwe ontwikkelingen mogen namelijk niet leiden tot problemen op de omliggende wegen. Mobiliteit speelt op alle schaalniveaus (Rijk, provincie, regio en gemeente). Zo bevat het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) verschillende rijksinstructieregels voor de instandhouding van de rijksinfrastructuur. In de omgevingsvisies, de omgevingsverordening en het omgevingsplan komt het aspect mobiliteit ook terug. Op het moment dat de gemeente of provincie specifieke ambities heeft voor mobiliteit kan dit uitgewerkt worden in een programma, zoals bijvoorbeeld een Regionaal mobiliteitsprogramma (RMP). In deze RMP's wordt hoofdzakelijk gefocust op verbetering van de duurzame mobiliteit middels een regionale aanpak. Het relevante gemeente mobiliteitsbeleid is reeds beschreven in paragraaf 3.7.7. 4.4.2 Toetsing Bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties is hoort ook goed omgaan met verkeer en parkeren. Ten aanzien van verkeer is het van belang dat de nieuwe functie aantoonbaar geen onevenredige verkeersaantrekkende werking heeft en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. Daarnaast dienen er voldoende parkeerplaatsen voor de functies van de beoogde ontwikkeling aanwezig te zijn.

Verkeersgeneratie en afwikkeling omliggende wegenstructuur Om in beeld te brengen wat de verkeerskundige effecten van de ontwikkeling zijn is een verkeersstudie uitgevoerd door onderzoeksbureau GoudAppel. De rapportage is als bijlage 4 toegevoegd. In het verkeerskundig onderzoek is kijkend naar het beoogd geprojecteerd programma in de herontwikkeling van dit gebied, beoordeeld of de voorzieningen (in- en uitgangen) voldoende zijn om de verkeersbewegingen op basis van het nieuwe plan/programma het gebied in en uit te laten functioneren. Indien blijkt dat dit niet het geval is dan wordt gekeken naar wat er extra nodig is aan infrastructuur en zo ja, of er ruimte is voor meer verkeersbewegingen (programma) c.q. wat is de restcapaciteit. Daarbij dient opgemerkt te worden dat er gerekend is met een ruimer programma dan waar voorliggend TAM-omgevingsplan ruimte aan biedt. Het betreft zodoende een worstcase benadering. Verkeersdruk en kruispuntanalyse In het onderzoek van GoudAppel is de verkeersdruk op het omliggende wegennet bepaald aan de hand van het verkeersmodel van de MRDH versie 3.02 – prognosejaar 2040 WLO Hoog). In het model zit de zogenoemde referentiesituatie. Dit is de variant met de huidige bebouwing van het Fleetpark in 2040.Het aandeel vrachtverkeer in het model is 5,5%.

Bovenop de informatie uit het verkeersmodel is in de referentievariant ook het plan van de Vlietweg 3 meegenomen (Verkeersstudie Vlietweg 3 Leidschendam). Overgoo - Vlietweg, Noordelijke Verbindingsweg - Vlietweg en Noordelijke Verbindingsweg Fleetpark Ten behoeve van het plan is een kruispuntberekening uitgevoerd voor zowel de referentie- als plansituatie in 2040 voor de drukste spitsuren. Het uitgangspunt voor de plansituatie is dat al het vertrekkende en aankomende verkeer van het plangebied gebruik maakt van het kruispunt Overgoo – Vlietweg (‘worst case’ situatie). Ook is met het programma Kruispuntwijzer een kruispuntberekening voor de aansluiting van Fleetpark op de Noordelijke Verbindingsweg uitgevoerd voor de plansituatie in 2040 voor de drukste spitsuren. Het betreft hier de planvariant met additionele aansluiting van Fleetpark op de Noordelijke Verbindingsweg. Uitgaand verkeer bij de Noordelijke Verbindingsweg is niet gewenst, aangezien dit verkeer

Mees Ruimte & Milieu | TAM-Omgevingsplan Overgoo

Pagina | 44

dan bij de Vlietweg moet omkeren om richting de A4 te rijden. Dit leidt tot verkeersonveilige manoeuvres. De voorkeur gaat dus uit naar uitsluitend inrijdend verkeer richting Fleetpark komende uit zuidelijke richting. Verder blijkt uit deze verkeersstudie dat het verkeer op een acceptabele wijze verwerkt kan worden via een tweezijdige ontsluiting: volledige aansluiting op de Vlietweg; uitsluitend een inrit op de Noordelijke Verbindingsweg (eventueel een additionele rechtsafstrook/uitrit richting de Vlietweg). Uitgaand verkeer vanuit Fleetpark rechtsaf de Noordelijke Verbindingsweg op is niet gewenst, aangezien dit verkeer dan bij de Vlietweg moet omkeren om richting de A4 te rijden. Dit leidt tot verkeersonveilige manoeuvres. Daardoor zal het uitgaande verkeer vanuit Fleetpark via de Vlietweg verlopen. Uit de studie blijkt dat dit op een acceptabele wijze verwerkt kan worden. Verkeer het gebied in vanaf de vlietweg verloopt zeer goed, maar kan gespreid worden door het toevoegen van de ontsluiting vanaf de Noordelijke Verbindingsweg. In aanvulling op voorgaande geldt het volgende. Door Rijkswaterstaat is aangegeven dat zij de behoefte heeft aan een aanvullende kruispuntanalyse. Derhalve is door Goudappel B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=50c4140a-d838-4290-8a5a-256d24b7a591