CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4422 Rapport Verwey-Jonker onderzoek gemeentelijke rollen taken statushouders gezinsmigranten

Raadsvergadering 3 februari 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen aanbevelingen onderzoek naar de invulling van (wettelijke) gemeentelijke rollen en taken voor statushouders en gezinsmigranten45.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Wanneer leerlingen nog geen start kunnen maken met reguliere traject is er een overbruggingstraject van twintig weken, waarbij ze twee dagdelen per week taalles kunnen volgen. De taallessen tellen dan ook al mee voor de inburgering.

45

Binnen de onderwijsroute zitten leerlingen in dezelfde klassen, dus de uitstroom naar mbo 2, 3 en 4. Voor het vak Nederlands worden ze ingedeeld in klassen op taalniveau. Voor de overige vakken biedt het ROC gedifferentieerd onderwijs aan, zodat leerlingen op hun eigen niveau les kunnen krijgen. Wanneer leerlingen bijvoorbeeld wiskunde nodig hebben of Nederlands op B2 niveau moeten volgen, zodat ze kunnen doorstromen naar een mbo-4 opleiding, wordt dat gedifferentieerd aangeboden in het vak. Wiskunde in het vak rekenen en B2 Nederlands in het vak Nederlands. Dat is dus maatwerk. HBO en WO De onderwijsroute in de gehele regio wordt uitgevoerd door de Haagse Hogeschool, Hogeschool Leiden en Universiteit Leiden.[112] Deze route is hetzelfde voor alle gemeenten. De onderwijsroute is het taalschakeltraject (TST) en hier zijn 22 gemeenten in de regio Leiden en Den Haag bij aangesloten. Het traject duurt twee jaar en is een voorbereidend traject op hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs. Inburgeraars worden op basis van diplomawaardering en een intake ingedeeld in een WO of HBO klas. Zodra de aspirant-student is aangemeld voor de onderwijsroute, wordt er een plaatsingstoets Engels afgenomen om te zien of men voldoet aan het minimumniveau Engels. Daarna volgt een overbruggingsaanbod waarin studenten voorlichting krijgen over het gehele traject.

Indien nodig is er een plaatsingstoets Nederlands en een les om studenten op te starten met de tweedetaalverwerving. Het eerste deel van het traject is voornamelijk Nederlandse en of Engelse taalles en daarna volgen cursisten vakken zoals bijvoorbeeld wiskunde die ze nodig hebben voor hun vervolgopleiding. De invulling van het traject is maatwerk. Dat wil zeggen dat de vakken die cursisten volgen zijn toegespitst op hun vervolgopleiding. Gedurende het traject is er studiebegeleiding door een mentor, dit is maatwerk. Na afronding van het traject ontvangen cursisten een diploma. Het doel is dat ze vervolgens instromen op een vervolgopleiding bij een Hogeschool of Universiteit.[113]

112

Interview programmanager gemeente Leiden.

113

Interview Hogescholen.

6.2.3. Werkzame elementen Professionals die wij spraken benoemden de onderstaande werkzame elementen als het gaat om de uitvoering van de Onderwijsroute. Docent In de interviews met professionals naar voren dat de positieve benadering van de docent het verschil maakt, en de persoonlijke aandacht en vertrouwen. Volgens hen maakt de docent het verschil en is de positieve benadering van docenten cruciaal voor taalverwerving van inburgeraars.[113] Korte lijntjes gemeente De samenwerking met de coach van de gemeente is van belang om inburgeraars goed te kunnen begeleiden. Binnen deze samenwerking staan de docent, de coach van de gemeente en de inburgeraar centraal. 6.2.4. Knelpunten Professionals die wij spraken benoemde de onderstaande knelpunten als het gaat om de uitvoering van de Onderwijsroute. Intensiviteit studie Inburgeraars moeten veel lessen volgen en ook zelfstudie doen. Het volgen van een intensieve cursus blijkt een uitdaging omdat ze dit moeten combineren met andere verplichtingen. Dit kan gaan om afspraken met instanties maar ook zorgtaken van gezinsleden of familieleden[114]. Communicatie presentie gemeente De onderwijsinstellingen communiceren doorgaans direct met hun studenten, maar omdat dit inburgeraars betreft moeten ze verzuim aankaarten bij de gemeente.

Volgens hen is dit niet wenselijk, omdat het maatwerk is en inburgeraars een andere achtergrond hebben waardoor ze soms tegen verschillende zaken aanlopen zoals psychische klachten. Wanneer inburgeraars meer dan één keer verzuimen moet dit vanuit de onderwijsinstelling worden doorgegeven aan de gemeente. Hoewel docenten inburgeraars voorzichtig stimuleren, is de aanpak vanuit de gemeenten wisselend.

“

We moeten doorgeven als ze meer dan een keer niet komen en er zijn coaches die ze dan heel streng gaan toespreken. Sommigen schieten dan gelijk in de stress vanwege het traumatische verleden dat ze hebben meegemaakt. Er zijn er ook die het wat liefdevoller doen en misschien soms ook te soft en dat is zoeken.”

114

Interview Hogescholen en ROC.

46

Mentale welzijn Overigens maken docenten onderscheid tussen feitelijke afwezigheid en mentale afwezigheid. Ze zien inburgeraars die naar de les komen, maar mentaal afwezig zijn tijdens de les. Zowel bij het ROC als bij de onderwijsroute voor hbo en wo zien ze dat sommigen psychische ondersteuning nodig hebben en zich bijvoorbeeld eerder afwezig melden[114]. Weinig ruimte voor maatwerk Vanwege krappe financiering en beperkte tijd is er weinig ruimte om maatwerk te bieden. Docenten zetten graag in op gepaste persoonlijke begeleiding voor elke inburgeraar, maar er is maar beperkt ruimte voor maatwerk en extra studiebegeleiding. Verschillende locaties wo-route en hbo-route Momenteel volgen studenten de wo-route bij de Hogeschool Leiden en de hbo-route bij De Haagse Hogeschool. Het komt soms voor dat studenten switchen van route en in de communicatie en organisatie bleek dat lastig, omdat er ook verschillende coördinatoren bij betrokken zijn. Daarom is er besloten dat vanaf 1 januari 2025 de gehele onderwijsroute bij De Haagse Hogeschool zal plaatsvinden en dat er dan één coördinator is die overkoepelend verantwoordelijk is voor de organisatie.

Overgang uitkering naar studiefinanciering De overgang van de uitkering naar studiefinanciering kan problemen opleveren, omdat het inkomen van de inburgeraar verandert en het vaak even duurt voordat de studiefinanciering en aanvullende beurs worden uitgekeerd.

6.3.

Uitvoeringspraktijk Oegstgeest

De onderwijsroute wordt uitgevoerd door de Haagse Hogeschool, de Hogeschool Leiden en Universiteit Leiden voor gemeenten in de regio’s Leiden en Den Haag.[115] Behalve de B1 route, de Z-route en de Onderwijsroute biedt de gemeente een voorbereidingstraject MBO aan. Inburgeringsplichtige jongeren kunnen binnen de B1-route vakken volgen die hen voorbereiden op het MBO.[116] De B1-route wordt in Oegstgeest gecombineerd met aanvullende les van NT2-gecertifificeerde docenten en trainers in het pand waar Leidse Inburgering is gehuisvest. Het voordeel van een dergelijke benadering is dat men de jongeren goed in beeld heeft en er korte lijntjes mogelijk zijn tussen docent/trainer, onderwijsconsulent en inburgeringsconsulent. De onderwijsconsulent doet overigens heel veel in de begeleiding naar onderwijs, zowel MBO als HBO. Ook daar is een gecertificeerde docent met expertise op het MBO bij betrokken.[117] B1-route De B1 route is belegd bij zowel Danner & Danner als VluchtelingenWerk Nederland. De gemeente meldt statushouders aan bij één van de taalscholen. Dit is in afstemming met de statushouders en hierin wordt er bijvoorbeeld gekeken naar het rooster en de reisafstand.[118] Danner & Danner Wanneer de gemeente een statushouder heeft aangemeld is er binnen twee weken na aanmelding een intakegesprek.

Aan de hand van de aanmelding wordt er een inschatting gemaakt van het niveau van de cursist. Vanwege de hoge instroom is het mogelijk om verschillende soorten groepen te maken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen langzame en snelle B1-route groepen. De meeste routes hebben het gehele traject drie dagdelen les. De meeste B1 cursisten die zonder vertraging hun doorloop maken ontvangen tussen de 18 en 22 maanden onderwijs, dit geeft ze nog ruime tijd voor examen voorbereiding en eventuele herkansingen waar nodig. Danner & Danner biedt eveneens een jongeren route aan. Deze route is speciaal gericht op de leeftijd 18-23 en gaat uit van vier dagdelen les. De jongerenworden in principe opgeleid tot B1 niveau, maar vaak is er bijvoorbeeld een stukje alfabetisering nodig aan het begin. KNM wordt door cursisten zelf opgepakt na afronding van de A2 toetsen.

115

Gemeente Leiden (2022). Informatiegids Leidse Inburgering Gemeente Leiden (2016). Informatiepakket Project JAS

116

Gemeente Leiden (2024). Programmabegroting 2024 – 2027.

117

Ambtelijke aanvulling Oegstgeest.

118

Interview Vluchtelingenwerk.

47

VluchtelingenWerk Nederland Zodra de gemeente een statushouder heeft aangemeld hebben ze meestal binnen een week na aanmelding een intakegesprek bij Vluchtelingenwerk. Voor plaatsing in de groepen wordt gekeken naar leerbaarheid, het taalniveau en beschikbaarheid. Het B1 traject begint met een intensieve taalfase van zes maanden. Cursisten volgen vier of vijf dagdelen taalles om een goede start te maken met de Nederlandse taal. Daarna gaan ze door met een duale fase en hebben ze twee dagdelen taalles en gaan ze via de gemeente Leiden ook participatie activiteiten doen en krijgen ze ook het onderdeel MAP. Daarnaast is er een praktijkcoach, dat is een taalbuddy waarmee cursisten de Nederlandse taal thuis kunnen oefenen. Vluchtelingenwerk heeft avondgroepen en ook twee groepen voor mensen die nog moeten alfabetiseren. De avondgroepen zijn in het bijzonder fijn voor mensen die geen kinderopvang kunnen vinden of een betaalde baan hebben.

6.3.1. Aantallen en termijnen In deze paragraaf is een overzicht opgenomen van de aantallen inburgeraars per leerroute per gemeente. In het overzicht is onderscheid gemaakt tussen statushouders en gezinsmigranten. De gemeente Oegstgeest heeft 112 inburgeraars waarvan 72 asielmigranten en veertig gezinsmigranten. Voor 110 inburgeraars is het PIP vastgesteld en voor twee inburgeraars is nog geen PIP vastgesteld. Bij zes van de 112 inburgeraars is nog geen leerroute vermeld. Bij twee van deze zes betreft het de inburgeraar waarvan het PIP nog niet is vastgesteld. Eén inburgeraar heeft inmiddels onder de nieuwe wet de inburgering succesvol afgerond. Tabel 6.15. Huidige leerroutes

Z-route De Z-route is belegd bij NLtraining en Danner & Danner. Hieronder wordt beschreven hoe het aanbod voor de Z-route door Danner & Danner en NLtraining wordt vormgegeven.

Oegstgeest B1

Danner & Danner Danner & Danner heeft drie groepen. De eerste groep is een groep van mensen die allemaal met het A0-A2 boek bezig zijn. Dat zijn vooral jonge mensen waar ook mensen tussen zitten die A2 misschien wel gaan halen. Daarnaast is er een middengroep die in een wat simpeler taalboek werken. Daar wordt minder ingezet op digitale vaardigheden. De derde groep is een alfabetiseringsgroep waar mensen zijn die volledig analfabeet zijn en echt alle vaardigheden nog moeten leren.

Z-route

De Z-route cursisten hebben vier dagdelen les, waar mogelijk worden mensen opgeschaald naar B1 (met A2 als streefniveau). Z-route is in totaal 800 uur en als cursisten een goede aanwezigheid hebben zijn ze tussen de twee en tweeënhalf jaar klaar met hun uren. Naast deze uren hebben cursisten ook 800 participatie uren te volbrengen, deze worden door NewBees verzorgd. De MAP wordt op aangepast niveau gedaan in het de reguliere lessen, omdat voor Z-route het reguliere MAP programma te ingewikkeld is. De participatie uren van MAP worden door Newbees uitgevoerd. NLtraining De gemeente meld cursisten aan bij NL training. NLtraining heeft twee type cursisten: reguliere inburgeringsplichtigen en gezinsmigranten. Inburgeringsplichtigen hebben een consulent die hen aanmeld en gezinsmigranten melden zichzelf vaak aan bij de taalschool en zij hebben ook een consulent. De gemeente doet zelf een intake, maar de taalschool doet ook een intake om zeker te zijn dat het niveau passend is bij de cursist. Groepen hebben doorgaans twaalf cursisten, zodat er ruimte is voor persoonlijke aandacht.

Onderwijsroute

Totaal

Gezinsmigranten Statushouders Gezinsmigranten Statushouders Gezinsmigranten Statushouders Gezinsmigranten Statushouders

2022 12 1 2 15

2023 18 18 2 3 3 21 23

2024 8 19 5 1 9 9 33

Totaal 26 49 8 4 15 30 72

Twee inburgeraars zijn gewijzigd van leerroute. Het gaat om twee statushouders. Waarvan één in de B1 route en de ander in de onderwijsroute. De inburgeraar die de B1-route deed volgt op dit moment een “niet-vrijstellende opleiding” en de leerroute staat “on hold’’. De inburgeraar die de onderwijsroute deed volgt nu de B1-route. 6.3.2. Werkzame elementen De niveaus van inburgeraars lopen uiteen en het is een meerwaarde dat er kan worden gedifferentieerd op taalniveau voor de samenstelling van groepen. Zo kunnen inburgeraars die hetzelfde (taal)niveau en leerbaarheid hebben samen hun taallessen volgen. Dit biedt de docent ook meer ruimte om de gehele groep op hetzelfde tempo les te geven, met veel verschillende niveaus in één groep zou dat een uitdaging zijn en invloed hebben op de kwaliteit van het onderwijs. De taalscholen hebben korte lijntjes met de gemeente. Inburgeringsconsulenten houden nauw contact met de taalscholen om de voortgang van inburgeraars te monitoren. Ook reiken taaldocenten uit naar gemeenten over zaken zoals presentie en persoonlijke situaties in afstemming met inburgeraars, zodat tijdig acties kunnen ondernemen indien nodig. Beide partijen weten elkaar te vinden.

48

De uitwisseling tussen taalscholen en taaldocenten is van meerwaarde voor de uitvoering van de leerroutes. Sommige taalscholen bieden aanbod in verschillende gemeenten waardoor taaldocenten onderling kunnen uitwisselen en van elkaar kunnen leren. Deze uitwisseling is er ook tussen verschillende aanbieders:

“

Wij hebben laatst voor het eerst een B2 groep gestart en toen heb ik VluchtelingenWerk gevraagd hoe zij dat aan hebben gepakt en wat hun ervaringen zijn.”

6.3.3. Knelpunten De thuissituatie van inburgeraars is voornamelijk een belemmering voor hun inburgering. Kinderen die nog niet naar een reguliere school kunnen, moeten naar een internationale schakelklas, maar die is er niet in Oegstgeest. Dit gaat vaak om jonge kinderen die nog niet zelfstandig naar school kunnen. De inburgeringsconsulent die statushouders uit Oegstgeest begeleidt zegt hierover: “Ouders moeten dan eerst de kinderen wegbrengen, dan naar de taalschool hier, dan weer op tijd de kinderen ophalen en dat is al gauw een half uur reizen’’. De inburgeringstrajecten van de inburgeraars verlopen hierdoor minder soepel. Bovendien is het lastig om kinderopvang te realiseren. Inburgeraars weten ook niet ruim van te voren wat hun rooster zal zijn, omdat taalscholen afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van docenten en lokalen. Dit maakt dat zij geen rooster kunnen opgeven, waar de kinderopvang om vraagt. De roosters van de taalscholen en aanvullend aanbod vanuit de gemeente sluiten niet altijd goed op elkaar. Dat betekent dat inburgeraars soms trainingen volgen ten koste van een aantal taallessen. Overigens is dit wel in overleg met de taalscholen, het komt ook voor dat een taalschool bij de gemeente signaleert dat een inburgeraar het niet kan permitteren om taallessen te missen. Daarnaast kan de mentale gezondheid van inburgeraars een vlotte inburgering in de weg staan.

Wanneer men is gehuisvest en meer rust en regelmaat heeft, kan het zijn dat psychische klachten zich voordoen. De wachtlijsten voor psychologen zijn lang. Wachtlijsten bij taalscholen zijn ook een knelpunt, omdat men daardoor langer moet wachten totdat ze eenmaal kunnen starten met hun inburgering. Taalscholen zijn ook afhankelijk van beschikbare docenten.

een verschillend taalniveau hebben, dat vraagt van de docent om daar goed op in te spelen en de een heeft meer aandacht nodig dan de ander. Landelijk is er een tekort aan NT2 docenten en dat speelt ook in de Leidse regio. Daarnaast is de arbeidsmarkt overspannen en dat heeft ook negatieve gevolgen voor wat er mogelijk is voor statushouders.[112]

6.4.

Conclusie

In deze paragraaf beschrijven we de verdeling statushouders en gezinsmigranten per leerroute. Daarnaast schetsen we in hoeverre beleid en uitvoering van de vier gemeenten voldoen aan het landelijke beleid en het beleidskader van Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar over de invulling en uitvoering van de verschillende leerroutes. Verdeling statushouders en gezinsmigranten B1 route Als we kijken naar de verdeling van de leerroutes voor statushouders en gezinsmigranten, zien we dat er relatief veel inburgeraars in de B1-route zitten. Dit sluit aan bij het streefdoel van het landelijke beleid: idealiter verwerven inburgeraars het taalniveau B1. Het landelijke percentage statushouders in de B1-route is (52%)[119] en in Oegstgeest is dat percentage (68%), in Voorschoten (55%), in Leidschendam-Voorburg (54%) en in Wassenaar is dat percentage lager dan in de andere drie gemeenten (31%). Een hoog percentage gezinsmigranten zit in de B1 route, dit komt overeen met landelijke cijfers (84%). In Leidschendam-Voorburg is het percentage gezinsmigranten in de B1-route (94%), in Voorschoten is het percentage gezinsmigranten in de B1 route (93%) in Wassenaar (91%) en in Oegstgeest (87%). Verdeling statushouders en gezinsmigranten onderwijsroute Het landelijke percentage voor statushouders in de onderwijsroute is (15%).

Het percentage statushouders in de onderwijsroute in Voorschoten is (27%), in LeidschendamVoorburg (20%), in Oegstgeest (11%) en in Wassenaar is het percentage (8%).

Inburgeraars zijn soms niet tevreden over de taalschool, omdat ze niet gewend zijn aan het Nederlandse onderwijssysteem. Ze moeten bijvoorbeeld veel meer zelfstandig werken, dat is anders dan ze zijn gewend in het land van herkomst. Ook komen ze in de klas met mensen die 119

Divosa (2024). Inburgeraars onder de Wet inburgering 2021: cijfers tot en met december 2022.

49

Het landelijke percentage van gezinsmigranten dat in de onderwijsroute zit is slecht (0,2%). In de gemeente Wassenaar gaat het om (2%) en in Leidschendam-Voorburg (1%). Er zijn geen gezinsmigranten in de onderwijsroute geplaatst in de gemeenten Voorschoten en Oegstgeest. Verdeling statushouders en gezinsmigranten Z-route Het landelijke percentage van statushouders in de Z-route is (29%). De lokale percentages per gemeente zijn voor Wassenaar een hoog percentage (51%), in Leidschendam-Voorburg (24%) in Oegstgeest (21%) en in Voorschoten (17%). Het aandeel van gezinsmigranten dat de Z-route volgt is landelijk (9%). In de gemeente Oegstgeest (13%), in Wassenaar (7%), in Leidschendam-Voorburg (4%) en in Voorschoten (3%). Ruimte voor maatwerk De gemeente Leiden en Leidschendam-Voorburg streven in hun beleid zoveel mogelijk naar maatwerk. Gemeenten en taalscholen werken nauw samen voor een zorgvuldige plaatsing van inburgeraars. Bij de samenstelling van de groepen wordt zoveel mogelijk gekeken naar taalniveau en leerbaarheid. Waar mogelijk worden ook jongerengroepen opgezet. Maatwerk is mogelijk als er meer groepen zijn, zodat meer verschillende niveaus kunnen worden aangeboden. En dit heeft effect op de kwaliteit van de lessen. Effectief en lokaal Taalscholen opereren op lokaal niveau (behalve in Wassenaar), waardoor ze goed bekend zijn met omgeving.

Taalscholen zoeken naar samenstelling van de klassen vanwege laag aantal leerlingen per gemeente. Gemeenten hebben de voorkeur dat taalles lokaal wordt aangeboden. De taalscholen signaleren dat dit leidt tot (soms te grote) diversiteit in samenstelling van de klas. Dit is niet altijd in het voordeel van de inburgeraar. Voor Z-route worden reiskosten naar andere gemeente niet vergoed. Voor B1-route wel.

Begeleiding Inburgeringsconsulenten hebben regelmatig contact met taalscholen om de voortgang te bewaken op de inburgeringstrajecten van de inburgeraars die zij begeleiden. Dit doen zij door middel van periodieke overleggen, telefonisch contact en per mail. Handhaving De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft nog geen handhavingsbeleid. Taalscholen lopen hier tegenaan als inburgeraars examendatum niet inplannen. Daarnaast is een probleem voor Foxtaal als inburgeraars niet naar lessen komen, maar het budget voor het aanbieden van lessen is opgemaakt. Er zijn geen duidelijke afspraken met de gemeente wie verantwoordelijk is voor financiering in dit geval. De inkoopafspraken zijn duidelijk, in de praktijk blijkt echter dat er nog verdere afstemming nodig tussen de taalschool en de gemeente Leidschendam-Voorburg. De gemeente heeft geen afspraken gemaakt over wat vervolgstappen zijn indien een inburgeraar niet de 800 uur maakt binnen twee jaar. Kwaliteit De taalscholen in Leidschendam-Voorburg en Leiden die inburgeringsaanbod bieden hebben allemaal het keurmerk Blik Op Werk. Ook is er afstemming tussen de gemeente en taalscholen over de uitvoering. Dit gaat om input van beleidsmedewerkers voor de modules die de taalschool biedt aan inburgeraars, dit wordt afgestemd op de behoeftes van de inburgeraars.

Differentiatie taalonderwijs Taalscholen die homogene groepen kunnen samenstellen, bieden inburgeraars de kans op een soortgelijk (taal)niveau les te volgen en dit heeft een positieve invloed op de kwaliteit van het onderwijs dat door taaldocenten wordt gegeven. Dit is niet in alle gemeenten te realiseren vanwege de kleine aantallen inburgeraars.

Verwachtingsmanagement De taalschool Echt Nederlands, die de B1-route verzorgt in de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar, zou graag meer verwachtingsmanagement zien tussen gemeente en inburgeraar als het gaat om B2 advies. De taalschool heeft zicht op de capaciteit van de inburgeraar en het komt soms voor dat een inburgeraar een sterke wens heeft om B2 aanbod te volgen en de gemeente dat steunt, terwijl dat volgens de taalschool nog niet haalbaar is. Verwachtingsmanagement kan worden bereikt door uitwisseling tussen de gemeente en de taalschool, omdat de taalschool de doelgroep kent en de gemeente meer op afstand zit. Het is van belang dat er geen wisselende signalen zijn vanuit de gemeente en taalscholen, zodat inburgeraars een realistisch beeld hebben van hun capaciteiten en mogelijkheden. 50

7 7.1.

Dualiteit – participatie, werk en de MAP Wettelijke taken van de gemeente

Onderdeel van de inburgeringsplicht zijn het PVT (voor alle leerroutes), de MAP (voor de Z-route en B1-route). Voor de inburgeraars die de onderwijsroute afronden, geldt een vrijstelling voor de MAP en voor de Z-route is een minimaal aantal participatie-uren van 800 (incl. PVT en MAP) verplicht.[120] De gemeente is verantwoordelijk voor het aanbieden van het PVT en de MAP, aan zowel asielmigranten als aan gezinsmigranten.[121] In het PIP wordt opgenomen op welke manier op individueel niveau invulling gegeven wordt aan PVT en MAP [122] en aan eventuele andere onderdelen van de participatiecomponent. Het PVT (participatieverklaringstraject) betreft de overdracht van kennis over Nederlandse kernwaarden, zoals vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit en participatie. Gemeenten organiseren hiertoe minimaal twaalf uur aan: „ „ „

Een inleiding op de kernwaarden (bijvoorbeeld in dialoogsessies). Minimaal een excursie of activiteit voor een praktische uitwerking van ten minste een Nederlandse kernwaarde. Het ondertekenen van de Participatieverklaring. De tekst van de Participatieverklaring is voor iedereen gelijk en wordt beschikbaar gesteld door het ministerie.[123]

Met de ondertekening van de participatieverklaring tonen inburgeringsplichtigen hun betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving en hun bereidheid om daar actief aan bij te dragen.[124]

Inburgeringsplichtigen moeten de PVT binnen de inburgeringstermijn van drie jaar afronden. Dit is een langere periode dan onder de vorige wet inburgering, zodat gemeenten meer tijd hebben voor het organiseren en inbedden van de PVT in het inburgeringstraject en biedt de mogelijkheid de ondertekening van het PVT meer als sluitstuk van de inburgering te positioneren. Ook vanuit het perspectief van effectieve waardenoverdracht en taalbeheersing is een moment later in het inburgeringstraject effectiever.[125] De MAP vervangt het onderdeel ONA uit de vorige wet inburgering en betreft een kennismaking met en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt, zoals beroepenoriëntatie, werknemerscompetenties, realistisch beroepsbeeld, beroepskansen, beroepscompetenties verwerven, netwerk opbouwen, werk vinden en werkcultuur.[126] In tegenstelling tot voorheen de ONA wordt de MAP door gemeenten uitgevoerd en is deze meer praktisch van aard.

Zo zijn ten minste veertig uren van de module Arbeidsmarkt en Participatie gericht op de praktische inzet van de inburgeringsplichtige op de arbeidsmarkt [127], bijvoorbeeld door bedrijfsbezoeken, vrijwilligerswerk, werkervaringsplaatsen/stages of betaald werk.[128] Inburgeraars die (fulltime) betaald werk hebben, kunnen die uren meetellen voor de veertig urennorm.[129] De module Arbeidsmarkt en Participatie wordt afgesloten met een eindgesprek tussen de inburgeringsplichtige en het college.[126] Inburgeraars met een asielstatus in de Z-route moeten, naast 800 uur formele taal- en KNM-lessen, 800 uur aan participatie-activiteiten besteden De PVT en de MAP tellen hiervoor mee. De invulling van de overige uren van de participatiecomponent is niet expliciet vastgelegd in de wet-en regelgeving, maar hier zijn wel enkele voorwaarden aan gesteld. Zo moeten de activiteiten plaatsvinden in een nederlandstalige context en mogen ze niet in isolement plaatsvinden.

Ook in de voorinburgering door COA moeten deze kernwaarden aan de orde komen, zodat een doorlopende leerlijn over waarden ontstaat.[124]

120

Zie hoofdstuk 6 voor meer informatie over de Z-route.

121

Artikel 6 Wet inburgering 2021.

122

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.10 (Memorie van Toelichting Wi2021).

123

Artikel 3.1 Besluit inburgering 2021.

124

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.43 (Memorie van Toelichting Wi2021).

125

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.44 (Memorie van Toelichting Wi2021).

126

Afdeling 2 Besluit inburgering 2021.

127

Afdeling 1 Regeling inburgering 2021.

128

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.45 (Memorie van Toelichting Wi2021).

129

https://www.divosa.nl/publicaties/wet-inburgering-vraag-en-antwoord/wet-inburgering-vraag-en-antwoord/ overige-inburgeringsvoorzieningen/module-arbeidsmarkt-en-participatie-map.

51

Het aanbod in de Z-route moet zijn gericht op de Nederlandse taal, zelfredzaamheid, activering en participatie, waaronder: betaald werk, vrijwilligerswerk, stage, arbeidsoriëntatie en arbeidstoeleiding. Daarnaast kan binnen de route ook worden ingezet op activiteiten in andere domeinen zoals onder andere financiën, gezondheid en sociaal netwerk waarmee het spreken van de Nederlandse taal en participatie worden gestimuleerd. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan: tegenprestatie of andere activiteiten onder de Participatiewet (voor zover de inburgeringsplichtige bijstandsgerechtigd is), deelname aan non-formeel onderwijs (zoals bijvoorbeeld een taalvrijwilligerstraject), behalen van een praktijkverklaring of deelcertificaat, vrijwilligerswerk, begeleid werk bij een werkvoorziening, zelfwerkzaamheid, deelname aan activiteiten in het kader van welzijn, budget coaching, digitale vaardigheden, ouderbetrokkenheid op scholen of sportverenigingen, etc.[130] Voor gezins-en overige migranten bestaat de participatiecomponent uit de PVT en de MAP, omdat zij niet onder de Participatiewet vallen. En ook voor de B1-route is de participatiecomponent in landelijke regelgeving niet verder ingevuld dan de PVT en de MAP. Deze kan door gemeenten op verschillende wijzen worden ingevuld en wordt vastgelegd in het PIP.

Dit kan onderdeel zijn van de taalcursus, of apart door de gemeente georganiseerd worden. Waar relevant en mogelijk zal worden ingezet op een combinatie van inburgering en participatie: het leren van de taal in combinatie met werk of andere activiteiten gericht op het meedoen in de samenleving.[131]

7.2.

Uitvoeringspraktijk Wassenaar, Voorschoten en LeidschendamVoorburg

Het beleid De gemeenten Wassenaar, Voorschoten en Leidschendam-Voorburg sluiten in het beleidsplan 20222025 aan bij de doelen in de Wi2021 voor wat betreft het PVT, MAP en participatie. Het beleidsplan biedt daarnaast aandacht aan het samen laten gaan van de Wi2021 en de participatiewet in de begeleiding van inburgeraars. In het beleidsplan wordt gesteld dat de doelen van de Participatiewet verenigbaar zijn met die van de Wet inburgering; iedereen doet mee, bij voorkeur via betaald werk. Voor zowel de re-integratie als participatie van inburgeraars wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande dienstverlening; waar nodig wordt deze uitgebreid of doorontwikkeld.

130

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.42 (Memorie van Toelichting Wi2021).

131

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.35 (Memorie van Toelichting Wi2021).

De uitvoering PVT Het PVT wordt uitgevoerd door VluchtelingenWerk Nederland in alle drie de gemeenten. Elke inburgeraar is verplicht een participatieverklaring te ondertekenen. VluchtelingenWerk Nederland vindt het van belang dat inburgeraars weten wat ze ondertekenen. Tijdens de training worden inburgeraars begeleid om meer begrip te krijgen van de inhoud van het de participatieverklaring en worden thema’s als vrijheid, gelijkheid, solidariteit en democratie uiteen gezet. Tijdens de trainingen is aandacht voor dialoog en vindt er tegelijkertijd kennisoverdracht plaats over onder andere de Nederlandse grondwet en het politieke stelsel. Het traject wordt afgesloten met het tekenen van de participatieverklaring tijdens een bijeenkomst op het gemeentehuis. Het streven is dat de wethouders van de verschillende gemeenten hierbij aanwezig zijn. MAP De MAP wordt uitgevoerd door een trainer in dienst van de gemeente en in samenwerking met het Werkgeversservicepunt. De training bestaat uit meerdere bijeenkomsten. Tijdens de bijeenkomsten worden de inburgeraars zo goed mogelijk voorbereid op de arbeidsmarkt en krijgen ze verschillende trainingen, zoals een sollicitatietraining. Daarnaast maken de deelnemers kennis met het werkveld en gaan ze ook zelfstandig aan het werk. Participatie Op dit onderdeel verschilt de uitvoering in de drie gemeenten.

De gemeente Wassenaar heeft vanaf het begin de Vrijwilligerscentrale Wassenaar betrokken bij de invulling van de participatie-uren. De Vrijwilligerscentrale zet individuele trajectbegeleiders in om statushouders te begeleiden richting een participatieplek. De focus hierbij is op statushouders in de Z-route, maar statushouders in de B1-route zijn ook welkom. Voor statushouders in de Z-route is de Vrijwilligerscentrale verantwoordelijk voor het begeleiden richting, ongeveer, 600 participatie-uren. De overige uren worden onder andere opgebouwd uit uren besteed aan de Startklas, Omgaan met Geld (training door VluchtelingenWerk Nederland), de PVT en de MAP. De invulling van de participatie-uren wordt individueel en via maatwerk bepaald, mogelijkheden zijn: deelname aan een creatieve club, een tweewekelijks taalcafé, fietslessen, yoga, een moestuin en uitjes en het (mee)organiseren van een kledingmarkt. Daarnaast is een belangrijke taak het begeleiden richting vrijwilligerswerk aan het einde van het traject wanneer het taalniveau voldoende is. Ook ondersteunen de trajectbegeleiders statushouders in de Z-route met het bijhouden van overige participatie activiteiten, zoals doktersbezoek, schoolbezoek van de kinderen en een gesprek met de buren. In de gemeente

52

Voorschoten dragen lokale partijen Sakeina en Stichting Assalem bij aan de inburgering. Deze partijen organiseren activiteiten en lessen, gericht op het versterken van participatie en verbinding.[132] De gemeenten Leidschendam-Voorburg en Voorschoten hadden tot en met de zomer van 2024 geen beleid ontwikkeld om statushouders te begeleiden richting een participatieplek. De verantwoordelijkheid voor het behalen van de 800 participatie-uren in de Z-route was volledig bij de inburgeraar neergelegd. In de praktijk is gebleken dat het voor statushouders in de Z-route te complex is om zelf invulling te geven aan deze uren, mede omdat de formulieren die ingevuld moeten worden zeer talig zijn. De gemeenten hebben daarom alsnog de regie gepakt op dit onderdeel. Foxtaal heeft in de nieuwe plannen de verantwoordelijkheid gekregen om de begeleiding richting 400 participatie-uren te organiseren. Hiervoor heeft Foxtaal trajectbegeleiders aangesteld. De regie voor het invullen van de overige uren ligt bij de gemeente in samenwerking met lokale welzijnsorganisaties (WOEJ, LVvoorElkaar en Voorschoten Voor Elkaar). Het gehele begeleidingstraject duurt maximaal 24 maanden. Daarna ligt de focus op het werkfit maken van mensen in de Z-route.

De eerste stappen in het ontwikkelen en uitvoeren van dit plan zijn gestart rond de zomer van 2024, de verdere inbedding en ontwikkeling van het beleid gaat plaatsvinden in 2025. Inburgeraars die op dit moment aan het einde van hun inburgeringstermijn zitten, krijgen extra begeleiding van de gemeente. Aangezien op het moment van de interviews met de ambtenaren de begeleiding pas recent vorm had gekregen, kunnen de ambtenaren nog geen uitspraken doen over aantallen en het halen van termijnen. Voor de B1-route onderhoudt de gemeente contact met LVvoorElkaar en het begeleiden richting vrijwilligerswerk. De uren in alle gemeenten worden bijgehouden via een excelsheet per inburgeraar. Inburgeraars krijgen een kaart waar activiteiten op staan en die afgetekend kunnen worden. Begeleiding richting betaald werk De gemeente Leidschendam-Voorburg is verantwoordelijk voor begeleiding richting betaald werk. De consulent Inburgering en Werk gaat na twee of drie maanden gesprekken met de inburgeraar aan over (on)betaald werk. Op dit moment is de inburgeraar geland in de gemeente en heeft hij/zij enige taalkennis op kunnen doen om een kennismakingsgesprek op de werkplek te kunnen voeren. De consulent signaleert wanneer een inburgeraar klaar is om stappen te zetten richting een betaalde baan en wordt op dat moment doorverwezen naar de matchmaker van het Werkgeversservicepunt.

De matchmaker onderzoekt samen met de inburgeraar wat voor werk passend zou kunnen zijn en biedt ondersteuning richting deze werkplek. Dit kan direct een betaalde

132

baan zijn, een leerwerktraject of een taalstage. Leerwerktrajecten zijn afgestemde trajecten met inburgeraars die in een bepaalde branche willen werken en tegelijkertijd nog extra taalvaardigheden of werknemersvaardigheden moeten verwerven. Het gaat bijvoorbeeld om inburgeraars die al werkervaring in een bepaalde sector hebben vanuit het land van herkomst, maar nog ervaring op moeten doen met de Nederlandse context. Tijdens het leerwerktraject behoudt de inburgeraar de uitkering. Voor taalstages heeft de gemeente een aantal samenwerkingspartners waar mensen geplaatst kunnen worden, zoals de kringloopwinkel. Maatwerk staat centraal in de begeleiding richting werk. De eerste inburgeraars in de Z-route zijn over het algemeen pas na het eerste jaar arbeidsfit volgens de matchmaker. In de periode daarvoor ligt de focus op alfabetisering. Taalstages kunnen dan al wel starten. Vanuit het Werkgeversservicepunt wordt ondersteuning geboden aan werkgevers die inburgeraars in dienst willen nemen. Ze geven voorlichting over loonkostensubsidie en de mogelijkheid tot een proefplaatsing met behoud van uitkering. Op deze manier willen ze werkgevers tegemoet komen. Daarnaast kunnen er jobcoaches ingezet worden die inburgeraars ondersteuning bieden op de werkplek. De gemeente Voorschoten heeft de wens uitgesproken om lokaal extra aandacht te bieden aan uitstroom richting werk.

De gemeente houdt gesprekken met lokale ondernemers om de samenwerking te versterken en inburgeraars een plek te kunnen te bieden. Ze richten zich hierbij met name op inburgeraars in de Z-route. Daarnaast wil de gemeente specifieke activiteiten ontwikkelen om vrouwen beter te begeleiden richting participatie en werk. 7.2.1.

Aantallen en termijnen

Tabel 7.16. PVT

Leidschendam-Voorburg Voorschoten Wassenaar

Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant Statushouder

2022 26 20 2 8 6 6

2023 58 69 10 27 21 15

2024 44 26 8 11 8 10

Totaal 128 115 20 46 35 31

In totaal heeft ongeveer 85% van de ingestroomde inburgeraars een PVT cursus gevolgd.

Ambtelijke aanvulling Voorschoten.

53

Tabel 7.17. MAP

Leidschendam-Voorburg Voorschoten Wassenaar

Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant Statushouder

2022 27 20 2 8 6 8

2023 53 51 9 23 16 13

2024 40 21 6 7 7 6

Totaal 120 92 17 38 29 27

In totaal heeft ongeveer 80 procent van de ingestroomde inburgeraars de MAP gevolgd.

Leidschendam-Voorburg begeleidt statushouders in de inburgering richting leerwerktrajecten, vrijwilligerswerk en betaald werk. In totaal zijn 249 personen begeleid in 2022-2024, vanuit de participatiewet. Daarvan hebben 23 personen daadwerkelijk werk gekregen en zijn dertien personen met vrijwilligerswerk gestart, voornamelijk vanuit de B1-route. Ook zijn elf personen gestart met een leerwerktraject. De resultaten van deze begeleiding zijn slechts ten dele inzichtelijk en betrouwbaar, vanwege beperkingen in de registratie. 7.2.2. Werkzame elementen Een groot aantal inburgeraars heeft de PVT en de MAP gevolgd. De inhoud van de trainingen draagt volgens de uitvoerders bij aan de inburgering en wordt als zeer waardevol gezien. De begeleiding richting participatie verloopt voorspoedig in Wassenaar. De insteek van de begeleiding en het plaatsen bij participatieplekken is lokaal. De verantwoordelijke partner in de gemeente heeft een sterk lokaal netwerk. Dit sluit aan bij de strategieën die de gemeenten hebben geformuleerd in het beleidsplan. De begeleiding richting werk is goed ingebed in de begeleiding vanuit de gemeente sinds de consulenten van het team Inburgering en Werk zijn samengevoegd in één functie. Hierdoor kennen de consulenten de inburgeraars beter en kunnen ze sneller schakelen met de matchmaker van het Werkgeversservicepunt.

De begeleidingstrajecten richting betaald werk die plaats hebben gevonden, sloten aan bij de werkervaring en interesse van de inburgeraars.

7.2.3. Knelpunten De beleidsmakers en uitvoerders signaleren de volgende knelpunten. PVT Voor het organiseren van de PVT moeten Vluchtelingenwerk Nederland en de gemeente de planning afstemmen. Deze planning is complex, omdat statushouders veel verschillende inburgeringsverplichtingen hebben en omdat kinderopvang geregeld dient te worden. Daarnaast zijn er wisselingen geweest bij VluchtelingenWerk Nederland waardoor enkele trainingen niet door zijn gegaan. De ambtenaren bij de verschillende gemeenten ervaren dat de communicatie hierover verbeterd kan worden. Op de inhoud van de trainingen hebben ze niets aan te merken en wordt als goed en positief geëvalueerd door de gemeenten en VluchtelingenWerk Nederland. Begeleiding richting participatieplekken in de Z-route Aanvankelijk had de gemeente de verantwoordelijkheid voor het invulling geven aan participatie uren en de registratie hiervan belegd bij inburgeraars in de Z-route zelf. Deze taak bleek niet aan te sluiten bij de leefwereld van de inburgeraars in de Z-route. De gemeente LeidschendamVoorburg heeft pas in 2024 haar regiefunctie gepakt op dit onderdeel en beleidsplannen hierop ontwikkeld. De implementatie van de plannen vond in de zomer van 2024 plaats. Op dit moment is het nog te vroeg om de resultaten hiervan in kaart te brengen. De beleidsplannen bieden een realistische basis om vorm te geven aan de participatie-uren.

Wel moet nog duidelijk worden op welke manier statushouders die geen begeleiding hebben ontvangen tussen januari 2022 en juli/ augustus 2024 met terugwerkende kracht de uren kunnen registreren. De gemeente heeft aangegeven dat dit mogelijk is en dat inburgeraars hierbij begeleid worden. Begeleiding richting werk Bij de begeleiding richting werk ervaren gemeenten dat het vinden van bedrijven waar statushouders terecht kunnen lastig kan zijn. Commerciële bedrijven geven volgens de matchmaker die we hebben geïnterviewd de voorkeur aan mensen die de taal al spreken en gelijk aan het werk kunnen. Bedrijven hebben niet de tijd of willen de tijd niet investeren om de extra begeleiding te bieden die statushouders veelal wel nodig hebben. Het vinden van werkplekken bij kleinere bedrijven verloopt soepeler en daar wordt meer bereidheid gezien om de nodige flexibiliteit te bieden.

54

De beperkingen die bedrijven zien verhindert de vroege arbeidsparticipatie van statushouders volgens de matchmaker. De wet is erop gericht dat statushouders in een vroeg stadium aan het werk gaan terwijl hun inburgeringstraject nog loopt, maar werkgevers stellen eisen aan het taalniveau van inburgeraars. Zoals in de KIS monitor 2024 is benoemd, ontstaat hierdoor een vicieuze cirkel: statushouders hebben een taalrijke praktijkplaats nodig om Nederlands te oefenen en werkgevers willen, of kunnen, deze niet bieden, juist omdat de Nederlandse taal nog niet goed genoeg wordt beheerst.[133] Kinderopvang Foxtaal en de gemeente benoemen dat kinderopvang een probleem is op het moment dat inburgeraars taal en participatie combineren. De kinderopvang sluit om 14.00 uur. Hierdoor zijn er maar een beperkt aantal uren per dag beschikbaar voor participatie, omdat (één van de) ouders thuis moeten zijn bij de kinderen. Een van de consulenten van Leidschendam-Voorburg zegt hierover:

“

7.3.

Soms hebben statushouders drie of vier kinderen thuis en kinderopvang nodig maar dat is een uitdaging. Soms duurt het regelen van kinderopvang wel een jaar. Wel proberen we samen met [de matchmaker] bijvoorbeeld vrijwilligerswerk te regelen voor drie uur per dag, twee dagen in de week. Zo proberen we het wel te regelen, maar dat lukt niet altijd, maar het lukt beter dan onder de oude wet.”

Uitvoeringspraktijk Oegstgeest

7.3.1. Het beleid Het beleid van de gemeente Leiden is gericht op zo snel mogelijk participeren met uitzicht op betaald werk of andere vormen van participatie. Dit doen zij in opdracht van de gemeente Oegstgeest. De gemeente Leiden sluit aan bij de doelen die opgesteld zijn in de Wi2021 als het gaat om PVT, MAP en participatie. De gemeente Leiden voert zelf de PVT uit en het participatiegedeelte voor de B1 route, waaronder de MAP. Daarnaast heeft de gemeente een jobhunter en trainer. De instroom op de arbeidsmarkt doet de gemeente in samenwerking met DZB, het re-integratiebedrijf van de gemeente Leiden, UWV en individuele werkgevers.

133

Gruijter, M. de, T. A. Kool, Y. Dusault, L. Samson, A. Gehring, F. Acherrat (2024) KIS monitor 2024 Gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders en gezinsmigranten. Utrecht: KIS.

Recent is er in regionaal verband – in samenwerking met de gemeente Leiden, mboRijnland en Alrijne Zorggroep een traject opgezet om de arbeidsparticipatie van statushouders in de zorg te bevorderen. De eerste klas is pas gestart.[134] Het traject Op je plek in de zorg is een traject van drieënhalf tot vieer jaar. Statushouders volgen eerst een vooropleiding bij de gemeente Leiden, daarna volgen ze de mbo 1 opleiding assistent dienstverlening. Nadat ze hun mbo 1 diploma hebben behaald volgen ze gedurende twee jaar de niveau 2 opleiding Helpende Zorg en Welzijn. Uiteindelijk stromen ze uit naar werk met baangarantie in 2027 bij Alrijne zorggroep.[135] De uitvoering PVT De training Het Gesprek wordt gegeven door een trainer van de gemeente Leiden. In de training Het Gesprek leren inburgeraars over verschillen en overeenkomsten tussen hun eigen cultuur en de Nederlandse cultuur. Daarnaast leren ze over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en hoe zaken geregeld zijn in Nederland.

De training wordt afgesloten met het ondertekenen van de Participatieverklaring.[136] MAP Inburgeraars starten met de MAP, nadat ze hebben deelgenomen aan verschillende trainingen en is vastgesteld dat ze op A2 niveau zitten.[137] Collega’s van de inburgerings-consulent (trainer en jobhunter) spreken de deelnemer dan elke week tijdens de training en begeleiden de deelnemer naar een taalstage/vrijwilligerswerk/betaald werk. Op dat moment wordt het contact met de inburgeringsconsulent minder intensief. De MAP wordt voor de B1 route door de gemeente Leiden zelf aangeboden. Voor mensen uit de B1-route worden er ook stageplekken gezocht. De gemeente heeft een jobhunter en trainer in huis die kijken naar de behoeften van mensen die de MAP volgen. Hierin is er ruimte voor maatwerk, waar de een behoefte heeft aan een individuele aanpak is voor de ander een groepsaanpak

134

Interview Wethouder en beleidsmedewerker Oegstgeest.

135

Traject ‘Op je plek in de zorg” https://www.opjeplekindezorg.nl/wp-content/uploads/2024/07/ ESF-presentatie-2-juli.pdf.

136

Gemeente Leiden (2022). Informatiegids Leidse Inburgering.

137

Interview inburgeringsconsulent Oegstgeest.

55

prettiger.[138] NewBees verzorgt de MAP voor inburgeraars in de Z-route en doet dit in afstemming met de MAP theorie die door NL training en Danner & Danner wordt gegeven.

7.3.2.

Aantallen

Tabel 7.18. PVT Beide taalscholen hebben een contract bij NewBees ten behoeve van de invulling van het participatie component. Ze proberen de MAP theorie op de taalscholen zoveel mogelijk te laten aansluiten op het praktische gedeelte van de MAP wat wordt gevolgd bij NewBees.[139] Wanneer inburgeraars na het volgen van de MAP nog moeilijk aan een baan kunnen gekomen kunnen ze deelnemen aan trainingen die onder andere helpen met het solliciteren.[137] Participatie NewBees is verantwoordelijk voor de invulling van 800 participatie uren voor de Z-route. Ze starten altijd met een intake zodat er kennis kan worden gemaakt met de begeleider van NewBees, bij dit gesprek is ook een tolk aanwezig. Het programma wordt vormgegeven door groepsbijeenkomsten waar o.a. door filmeducatie kennis wordt gemaakt met de Nederlandse cultuur en het zorgen schoolsysteem. Ook zijn er wijksafari’s waar deelnemers met een begeleider van NewBees wandelen door stad of een lokaal bedrijf bezoeken. Deelnemers worden ook gestimuleerd om zelfstudie te doen door nieuws in eenvoudige taal te bekijken. NewBees werkt ook samen met VluchtelingenWerk Nederland, zodat deelnemers de cursus Digiklik kunnen volgen ter bevordering van hun digitale vaardigheden. Zij bieden dit aan op locatie bij Danner & Danner en NL training.

Dit zorgt ervoor dat inburgeraars na MAP theorie bij de taalscholen gelijk door kunnen naar het programma van Newbees. De participatie uren worden bijgehouden in een klantvolgsysteem (CRM) waar inburgeraars zelf ook toegang tot hebben. Newbees werkt met matchers die individuele begeleiding bieden aan inburgeraars.[139] Begeleiding richting betaald werk De MAP training wordt gegeven door een jobhunter en een trainer. Die kijken gezamenlijk of een inburgeraar kan uitstromen naar een reguliere baan of dat een taalstage passender is. De gemeente Leiden biedt mogelijkheden tot beschutwerk of leerwerktrajecten.[137] De focus van de MAP is dat statushouders zo snel mogelijk aan het werk gaan. Statushouders volgen trainingen over het zoeken van stages en betaald werk. Ook zijn er werkbezoeken bij bedrijven ten behoeve van de oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt. Statushouders doen eerst onbetaald werkervaring op en het doel is dat ze dan uiteindelijk betaald werk parttime/fulltime vinden.[136]

138

Interview programmamanager Leiden.

139

Interview Newbees.

Oegstgeest

Gezinsmigrant Statushouder

2022 0 0

2023 0 4

2024 19 27

Totaal 19 31

2022 0 0

2023 6 1

2024 0 7

Totaal 6 8

Tabel 7.19. MAP

Oegstgeest

Gezinsmigrant Statushouder

De gemeente Leiden heeft geen gegevens over het aantal statushouders dat richting een leerwerktraject, vrijwilligerswerk, betaald werk of een werkplek met 0-uren contract zijn begeleid. 7.3.3. Werkzame elementen Professionals benoemen onderstaande werkzame elementen om participatieplekken te realiseren. Maatwerk Hoewel het een uitdaging is om een passende plek te vinden voor de invulling van participatie uren, proberen participatie aanbieders zoveel mogelijk aan te sluiten bij de achtergrond en wensen van de inburgeraar.

“

We kijken waar iemands talent zit en wat ze leuk vinden. Dus als iemand het super leuk vindt om te koken proberen we daar een plek voor te vinden. Dus daar hebben we hele goede resultaten mee. Bijvoorbeeld mensen die in een buurthuis kunnen koken (NewBees).”

Veilige omgeving Het creëren van een veilige omgeving waarin iedereen ongeacht afkomst of religie zich vrij voelt om zich openlijk te uiten.

56

Warme contacten werkgevers Wanneer je als participatie aanbieder de juiste ingangen hebt en de contacten warm houdt, dan kun je vrijwilligersplekken realiseren voor inburgeraars. Tegelijkertijd is het kwetsbaar, omdat je dan afhankelijk bent van de bereidwilligheid van individuen.

“

Dat zie je ook met wisselingen, iemand met wie we heel goed contact hadden vertrekt dan en de vervanger zegt dat het Nederlands veel hoger moet zijn. Dat Nederlands stellen mensen tegenwoordig gauw als eis, terwijl je mensen ook een kans kan geven. Daar zit voor ons een enorme uitdaging om te overtuigen.”

7.3.4. Knelpunten Professionals signaleren onderstaande knelpunten als het gaat om de invulling en realisatie van participatie. Mentale gezondheid Het kan soms lastig zijn om iemand te plaatsen bij werkervaringsplekken vanwege psychische klachten, lastige thuissituatie of omdat iemand weinig of geen onderwijs heeft genoten in het land van herkomst.[137] Psychische klachten zijn lastiger op te lossen dan fysieke klachten en inburgeraars hebben soms beperkte gezondheidsvaardigheden. Professionals merken op dat psychische klachten zich voordoen nadat de inburgeraar is gesetteld en is gestart met het opbouwen van een leven in Nederland.[140] Uitvoering PVT De training Het Gesprek is onderdeel van het PVT. Onder de oude wet was er een module van twintig sessies (ongeveer veertig uur), waarin er meer ruimte was om bij zaken stil te staan. Momenteel hanteert de gemeente Leiden de wettelijke twaalf uur met uitbreiding naar één extra sessie om wat dieper op zaken in te gaan. Landelijke richtlijnen invulling participatie Uit de interviews met professionals komt naar voren dat de participatie uren op uiteenlopende manieren worden ingevuld. Volgens een participatie aanbieder die wij spraken ontbreekt een landelijke handreiking die zou kunnen ondersteunen bij de invulling van participatie.

Een dergelijke handreiking zou participatie aanbieders richting kunnen bieden bij wat telt als het gaat om participatie activiteiten.

140

KIS (2019). De rol van gezondheid bij inburgering van statushouders.

Invulling 800 participatie uren 800 participatie uren is erg hoog en een uitdaging om invulling aan te geven – in verband met andere verplichtingen zoals de zorg voor kinderen maar ook een kwetsbare mentale en fysieke gezondheid. Betaald werk Betaald werk is vaak een uitdaging, omdat men nog onvoldoende de Nederlandse taal beheerst. Daarnaast zien professionals dat werkgevers onvoldoende geïnformeerd zijn over wat erbij komt kijken als je statushouders in dienst neemt. Het vraagt meer kennis van culturele diversiteit en verwachtingsmanagement richting werkgevers. Tot slot spelen ook andere factoren een rol zoals de zorg voor kinderen en de inburgeringscursus die veel tijd inneemt.

7.4.

Conclusie

In deze paragraaf beschrijven we in hoeverre beleid en uitvoering van de vier gemeenten voldoen aan de subdoelen en uitgangspunten van de landelijke beleidstheorie als het gaat om het realiseren van dualiteit, PVT en MAP. Het uitgangspunt van de Wet inburgering 2021 is dat inburgeraars een snelle start maken met participatie, idealiter via betaald werk. Uit de praktijk blijkt echter dat het een uitdaging is om passende werk(ervarings)plekken te vinden voor inburgeraars. Dit komt door de taalbarrière, andere verplichtingen zoals de zorg voor kinderen en door de bereidheid en capaciteit van potentiële werkgevers om inburgeraars een werkplek te bieden en te begeleiden. Volgens Divosa is het lokale netwerk een belangrijk middel om de participatie binnen het inburgeringsproces te bevorderen.[141] De verschillende partijen die in opdracht van de vier gemeenten de participatie verzorgen voor inburgeraars, werken zoveel mogelijk samen met lokale partijen. Dit gaat om bibliotheken, buurthuizen, VluchtelingenWerk Nederland en lokale initiatieven. Die partijen bieden in sommige gevallen vrijwilligersplekken, cursussen of ander aanbod waar inburgeraars gebruik van kunnen maken. Dit biedt inburgeraars de mogelijkheid om de lokale omgeving beter te leren kennen en een sociaal netwerk op te bouwen.

De Wi2021 heeft als termijn voor zowel de PVT en MAP dat die binnen 36 maanden na ingang van de inburgeringsplicht worden afgerond. Deze worden in alle gemeenten tijdig aangeboden.

141

Divosa (2024). Gebruik het bestaande lokale netwerk | Divosa.

57

Het PVT VluchtelingenWerk voert de PVT uit voor de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar. De planningen van het PVT aanbod en ander inburgeringsaanbod sluiten niet op elkaar aan. Gemeenten en VluchtelingenWerk zouden hierover beter kunnen afstemmen. De gemeente Leiden voert zelf de PVT uit in opdracht van de gemeente Oegstgeest. Idealiter zou de gemeente meer tijd willen besteden aan de kwestie ‘hoe verhoud ik me tot de (Nederlandse) samenleving’. De MAP De MAP wordt in de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar uitgevoerd door een trainer van de gemeente. Voor de uitvoering van de MAP wordt er samengewerkt met het Werkgeversservicepunt. De reguliere MAP is aangepast voor de Z-route doelgroep, dat bleek beter bij hun niveau te passen. Dit geldt voor inburgeraars uit Oegstgeest die onder begeleiding van de gemeente Leiden hun inburgeringstraject volgen. Daarnaast stemt NewBees hun MAP praktijk aanbod zoveel mogelijk af op de MAP theorie die inburgeraars bij de verschillende taalscholen volgen. De meerwaarde is dat de theorie en praktijk op elkaar aansluiten. Daarnaast verzorgt NewBees hun aanbod op locatie bij beide Danner&Danner en NLTraining, dat maakt dat hun aanbod na de taallessen gevolgd kan worden en dat inburgeraars minder heen en weer hoeven te reizen.

Dit is echter moeilijker te realiseren wanneer er grotere aantallen inburgeraars zijn. Tot slot hebben NewBees en de taalscholen korte lijntjes, omdat NewBees wekelijks op locatie aanwezig is.

Maatwerk De integraliteit van de inburgeringswet en de participatiewet komt tot uiting in het inburgeringstraject. Inburgeraars hebben een consulent inburgering en werk. De start van traject heeft meer de focus op inburgering en zodra alles op de rit is, komt er meer aandacht voor begeleiding richting werk. Dit is in ieder geval de aanpak gedurende drie jaar. Naar aanleiding van de monitor Inburgering heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg voor zichzelf de volgende doelen geformuleerd: „ „ „ „

Actie: Ziens- en werkwijze ontwikkelen voor duale inburgeringstrajecten Actie: Samenwerking versterken met de welzijnsorganisaties in de drie gemeenten en andere partners in het voorliggend veld om duale inburgeringstrajecten te organiseren. Actie: Inzetten van een aantal participatie-plekken (P-Wet) bij WOEJ en de mogelijkheden voor Participatieplekken in het voorliggend veld verkennen Actie: Het ontwikkelen en implementeren van een registratiesysteem zodat alle participatie-activiteiten worden geregistreerd. Nu worden alleen vrijwilligerswerk en P-wet trajecten in het gemeentelijk systeem verwerkt.

Dualiteit Lokale partners zijn betrokken sinds de zomer van 2024. Dit kwam te laat op gang. De strategie ‘lokaal’ zou met name bij participatie de grote rol moeten krijgen die het in het beleidsplan heeft gekregen. In de praktijk heeft dit alleen in Wassenaar vorm gekregen. In de gemeenten LeidschendamVoorburg en Voorschoten moet nog blijken hoe participatie lokaal vorm gaat krijgen. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft voor de invulling van participatie voor inburgeraars in de Z-route, laat in het proces de regie gepakt. De begeleiding door gemeenten liep achter op de Z-route. Er lag teveel regie bij de inburgeraar die zelf de invulling van participatie uren moest organiseren. Bovendien was de communicatie met de inburgeraar niet helder hierover, omdat het schriftelijk was en te talig. Aandachtspunt zijn de lage aantallen inburgeraars die richting participatie en betaald werk zijn begeleid. De trajecten bieden maatwerk, maar aan een relatief laag aantal inburgeraars. De registratie van de behaalde resultaten is overigens onvoldoende om betrouwbare cijfers te kunnen rapporteren.

58

8 8.1.

Maatschappelijke begeleiding en financiële zelfredzaamheid Wettelijke taken – (sub)doelen wet

Gemeenten zijn verplicht aan asielmigranten en hun gezinsleden maatschappelijke begeleiding te bieden, vanaf de dag dat de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen is ingeschreven.[142] De invulling van de maatschappelijke begeleiding wordt door gemeenten bepaald, maar bevat in ieder geval de volgende componenten: „

„

Praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen: ondersteuning en begeleiding bij het regelen van praktische zaken ten aanzien van voorzieningen zoals wonen, zorg, werk, inkomen, verzekeringen, onderwijs en kennismaking met de lokale woonomgeving. Voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving: voorlichting over basisvoorzieningen en thema’s zoals wonen, inkomen, werk, zorg, onderwijs, opvoeding en kennismaking met maatschappelijke organisaties.[143]

Desgewenst kan de gemeente een koppeling maken met het PVT, dat (eveneens) een activiteit of excursie moet omvatten zoals bijvoorbeeld een bezoek aan een maatschappelijke organisatie.[144] Een andere plicht voor gemeenten is het financieel ontzorgen van inburgeringsplichtigen onder de WI2021 met een verblijfsvergunning asiel en een bijstandsuitkering. Dit is als volgt vastgelegd in artikel 56a van de Participatiewet:

“

Het college verbindt aan de bijstand van de belanghebbende de verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering.”[145]

142

Artikel 13 Wet inburgering 2021.

143

Artikel 5.1 Besluit inburgering 2021.

144

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.22 (MvT).

145

Artikel 56a Participatiewet.

In april 2023 kondigde de minister van SZW een herziening aan van de wetgeving omtrent het financieel ontzorgen, omdat de praktijk laat zien dat financieel ontzorgen complex is in de uitvoering en niet altijd meerwaarde heeft. Daarnaast heeft een deel van de asielstatushouders meer profijt van andere vormen van ontzorgen, zoals het bieden van begeleiding bij financiële zelfredzaamheid. De minister geeft aan, vooruitlopend op de wetsherziening, tijdelijk een ruimere uitleg te geven aan het wetsartikel over financieel ontzorgen. De gemeente blijft verplicht om asielstatushouders met een bijstandsuitkering te ondersteunen met als doel om financiële problemen te voorkomen, maar de vorm kan door de gemeente zelf worden ingevuld en afgestemd worden op de situatie van de statushouder. Het bieden van begeleiding naar zelfredzaamheid blijft van belang zodat na de periode van financiële ontzorging niet alsnog problemen ontstaan.[146]

8.2.

Uitvoeringspraktijk Wassenaar, Voorschoten en Leidschendam-Voorburg

Beleid maatschappelijke begeleiding Volgens het beleidsplan 2022-2025 van Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Voorschoten, is het doel van de maatschappelijke begeleiding het bereiken van toenemende zelfredzaamheid.[147] Tijdens de begeleiding leren statushouder zelfstandig gebruik te maken van de benodigde voorzieningen en leren ze zelfstandig keuzes te maken. Uiteindelijk kan de statushouder een nieuw leven opbouwen als volwaardig participerend burger. Thema’s die aan bod kunnen komen tijdens de maatschappelijke begeleiding zijn: kennismaking met de (lokale) samenleving, voorlichting met betrekking tot basisvoorzieningen, toeleiden naar aanbod op gebied van (financiële) zelfredzaamheid en activiteiten die bij de inburgeraar passen. De maatschappelijk begeleiding is maatwerk. Daarnaast biedt de maatschappelijke begeleiding een luisterend oor waar nodig. Dit sluit aan bij de doelen uit de Wi2021. Volgens het beleidsplan vindt de maatschappelijke begeleiding daarnaast plaats vanuit de lokale samenleving (in de wijken). In het beleidsplan is beschreven dat de maatschappelijke begeleiding een belangrijke signalerende en verbindende rol speelt in de inburgering. Praktijk maatschappelijke begeleiding VluchtelingenWerk Nederland voert de maatschappelijke begeleiding in alle drie de gemeenten uit vanuit haar lokale kantoren in de gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=51a49a25-c9d2-4c83-b22a-ce201045c52c