4324 Bijlage 2 Omgevingseffectrapport Leidschendam-Voorburg
Tekst van het document
dampassendep kaarxFFFFFFFAFFFFFf-*
OER Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg Omgevingseffectrapport
Gemeente Leidschendam-Voorburg 27 juni 2025
Project Opdrachtgever
Document Status
OER Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg Gemeente Leidschendam-Voorburg
Omgevingseffectrapport Definitief
Datum
Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
27 juni 2025 145515/25-010.084
145515 N. Wäckerlin MSc A.M. Springer-Rouwette MSc
A.L. Hootsmans MSc, N. Schalker MSc F.D. Kesmer MSc N. Wäckerlin MSc
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Koningin Julianaplein 10, 12e etage Postbus 85948 2508 CP Den Haag +31 (0)70 370 07 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING
6
1
INLEIDING
17
1.1
Reden voor de omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg
17
1.2
Toelichting omgevingseffectrapportage (OER)
18
1.3
Procedure omgevingsvisie en OER
19
1.4
Leeswijzer
19
2
CONTEXT: AANLEIDING EN DOELEN
21
2.1
Beleidsinventarisatie
21
2.1.1 2.1.2 2.1.3
Bovenlokaal beleid Lokaal vigerend beleid Koersnotitie
21 23 23
2.2
Bevindingen analyse opgaven en trends
26
3
ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT?
28
3.1
Aanpak van het OER
28
3.2
Plan- en studiegebied
29
3.3
Situaties in het onderzoek
29
3.4
Beoordelingskader
29
3.5
Wijze van beoordelen
31
3.6
Detailniveau van het onderzoek
32
4
STAAT VAN DE LEEFOMGEVING | WAAR STAAT DE GEMEENTE LEIDSCHENDAM-VOORBURG NU EN WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE AF?
33
4.1
Samenvatting huidige situatie
33
4.2
Samenvatting referentiesituatie
34
5
ALTERNATIEVEN | WAAR WIL DE GEMEENTE LEIDSCHENDAMVOORBURG NAARTOE?
36
5.1
Totstandkoming alternatieven
36
5.2
Uitgangspunten in beide alternatieven
36
5.3
Verschillen tussen alternatieven
37
6
OMGEVINGSEFFECTEN VAN DE ALTERNATIEVEN
40
6.1
Hoogwaardig verblijfsklimaat
40
6.1.1 6.1.2 6.1.3
40 47 51
6.2
6.3
6.4
6.5
Gezondheid en leefbaarheid Ruimtelijke kwaliteit Omgevingsveiligheid
Goed verbonden
53
6.2.1
53
Mobiliteit en bereikbaarheid
Plek van en voor iedereen
58
6.3.1 6.3.2 6.3.3
58 60 62
Wonen Voorzieningen Verbondenheid
Economisch vitaal, passend bij een woongemeente
64
6.4.1
Economie
64
Duurzaam toekomstbestendig
68
6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.5.4
68 72 74 77
Klimaatadaptatie Bodem Natuur Klimaatmitigatie
6.6
Samenvatting effectbeoordeling alternatieven
79
6.7
Doelbereik alternatieven
80
6.7.1 6.7.2
80 83
Doelbereik alternatief 1 Doelbereik alternatief 2
7
HET VOORGENOMEN BELEID
86
7.1
Totstandkoming voorgenomen beleid
86
7.2
Beschrijving voorgenomen beleid
88
7.2.1 7.2.2
88 98
7.3
7.4
Gemeentebrede ingrepen en ambities Gebiedsspecifieke ambities en ingrepen
Hoogwaardig verblijfsklimaat
103
7.3.1 7.3.2 7.3.3
103 107 110
Gezondheid en leefbaarheid Ruimtelijke kwaliteit Omgevingsveiligheid
Goed verbonden
111
7.4.1
111
Mobiliteit en bereikbaarheid
7.5
7.6
7.7
7.8
Plek van en voor iedereen
115
7.5.1 7.5.2 7.5.3
115 118 119
Wonen Voorzieningen Verbondenheid
Economisch vitaal, passend bij een woongemeente
121
7.6.1
Economie
122
Duurzaam toekomstbestendig
125
7.7.1 7.7.2 7.7.3 7.7.4
125 128 129 133
Klimaatadaptatie Bodem Natuur Klimaatmitigatie
Passende beoordeling
135
7.8.1 7.8.2 7.8.3
135 135 136
Omschrijving en doel passende beoordeling Natura 2000-gebieden Bevindingen passende beoordeling
7.9
Doelbereik voorgenomen beleid
136
7.10
Samenvatting effectbeoordeling voorgenomen beleid
143
8
AANBEVELINGEN, LEEMTEN IN KENNIS EN MONITORING
148
8.1
Onzekerheden
148
8.1.1 8.1.2
148 149
8.2
8.3
8.4
Algemene onzekerheden Onzekerheden per toekomstperspectief
Aanbevelingen
151
8.2.1 8.2.2 8.2.3
Algemene aanbeveling: afwegingskader Invloed mitigerende maatregelen Aanbevelingen per toekomstperspectief
151 151 153
Aandachtspunten na vaststelling omgevingsvisie
155
8.3.1 8.3.2
155 156
Algemene aandachtspunten Aandachtspunten per toekomstperspectief
Aanzet monitoringsprogramma
159
Laatste pagina
162
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Huidige situatie
62
II
Referentiesituatie
26
III
Referentielijst
3
IV
Passende beoordeling
28
SAMENVATTING Dit is de samenvatting van de omgevingseffectrapportage voor de omgevingsvisie van gemeente Leidschendam-Voorburg. De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn (hier: 2050). De samenvatting geeft beknopt weer wat de (omgevings)effecten zijn van de omgevingsvisie tot 2050 en de alternatieven die hierbij zijn beschouwd. Met deze informatie kan gemeente Leidschendam-Voorburg het milieubelang volwaardig meewegen in de besluitvorming over de omgevingsvisie. Aanleiding en doel Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Dat betekent dat gemeenten op 1 januari 2027 moeten beschikken over een omgevingsvisie, die voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. De gemeente werkt haar ambities uit in de omgevingsvisie. In de Koersnotitie Leidschendam-Voorburg 2050 (hierna Koersnotitie) heeft de gemeente de kwaliteiten van de gemeente, de ontwikkelingen en de ambities op hoofdlijnen uitgewerkt. De ambities zijn vertaald in 5 perspectieven voor de leefomgeving van Leidschendam-Voorburg: 1 een hoogwaardig verblijfsklimaat; 2 goed verbonden; 3 een plek van en voor iedereen; 4 economisch vitaal, passend bij een woongemeente; 5 duurzaam toekomstbestendig. In de Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 2050 heeft de gemeente de ambities en perspectieven van de Koersnotitie concreter uitgewerkt.
Dat gebeurt zowel thematisch, als gebiedsgericht voor de gebieden levendige centrumgebieden, groene woonwijken, bedrijventerreinen, kern Stompwijk, buitengebied en ontwikkellocaties. Dit omgevingseffectrapport (OER) maakt deel uit van de milieueffectrapportage (mer): een procedure die verplicht is bij het opstellen van de omgevingsvisie. De mer-procedure leidt tot een onderzoeksrapport bij de omgevingsvisie: het OER. Naast de milieu- en leefomgevingsaspecten die standaard onderdeel zijn van een OER (bijvoorbeeld geluid en natuur), beoordeelt dit OER ook op sociaaleconomische thema’s. Onderzoeksmethode Het OER is opgesteld om de effecten van de actualisatie van de omgevingsvisie te onderzoeken. De onderzoeksmethode omvat een analyse van: - de huidige staat van de leefomgeving; - referentiesituatie: dat is de situatie in 2050 als het huidig beleid wordt uitgevoerd, en de omgevingsvisie niet bestaat; - alternatieven: er zijn 2 alternatieven beoordeeld welke verschillende ontwikkelrichtingen voor Leidschendam-Voorburg in 2050 schetsen; - voorgenomen beleid: dit zijn de ambities en keuzes uit de omgevingsvisie. Beoordeling huidige staat en referentiesituatie De staat van de huidige situatie en de referentiesituatie worden beoordeeld aan de hand van de beoordelingsschaal uit tabel 0.1. De beoordeling is uitgevoerd op basis van het vigerend beleid tot aan het koersdocument.
De doelen in het koersdocument vormen de basis voor de beoordeling van het doelbereik van de alternatieven (zie ook ‘doelbereik’).
6 | 162
Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Tabel 0.1 Beoordeling van huidige staat en referentiesituatie Beoordeling
Beoordeling huidige staat
goed
de staat is goed, er zijn geen knelpunten (ambities worden overal gehaald)
overwegend goed
de staat is overwegend goed, lokaal zijn er wat knelpunten (ambities worden grotendeels gehaald)
redelijk
de staat is redelijk, verspreid zijn er enkele knelpunten (ambities worden vaak wel, soms niet gehaald)
matig
de staat is matig, er zijn redelijk wat knelpunten (ambities worden soms gehaald)
slecht
de staat is slecht, er zijn redelijk veel knelpunten (ambities worden nergens gehaald)
Beoordeling alternatieven en voorgenomen beleid Voor elk van de alternatieven zijn de effecten per aspect beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is gedaan op basis van inschattingen van meerdere onafhankelijke deskundigen uit verschillende vakgebieden (expert judgement). De omgevingseffecten zijn beschreven per indicator, wat gezamenlijk leidt tot een beoordeling van een aspect. De beoordeling van de milieueffecten is gedaan ten opzichte van de referentiesituatie met behulp van de beoordelingsschaal in tabel 0.2. De aanwezige onzekerheden zijn expliciet beschreven in hoofdstuk 8 van het OER.
Tabel 0.2 Beoordelingsschaal omgevingseffecten Score
Toelichting
+
kans op een positief effect: verbetering ten opzichte van de referentiesituatie
0
neutraal: geen of nauwelijks verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
risico op een negatief effect: verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie
Doelbereik Naast de beoordeling van effecten op de thema’s uit het beoordelingskader is in het OER ook het doelbereik van de alternatieven en het voorgenomen beleid inzichtelijk gemaakt. Het doelbereik is de mate waarin de alternatieven en het voorgenomen beleid bijdragen aan het behalen van de ambities van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Dit zijn de ambities uit hoofdstuk 2 onder ‘toekomstperspectieven’. Deze toekomstperspectieven komen uit het koersdocument van de gemeente Leidschendam-Voorburg. De beoordelingsschaal voor het doelbereik is toegelicht in tabel 0.3.
Tabel 0.3 Toetsing doelbereik Beoordeling
Toelichting
hoge potentie
hoge potentie voor behalen doel
beperkte potentie
beperkte potentie voor behalen doel
geen potentie
geen potentie voor behalen doel
7 | 162
Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Opgaven in de huidige situatie Op basis van een onderzoek naar de huidige staat is onderzocht hoe de aspecten scoren op een maatlat van slecht tot goed. In totaal scoren 4 aspecten slecht, 5 aspecten matig, 7 aspecten redelijk, 8 aspecten overwegend goed en 0 aspecten scoren goed. Slechte beoordeling - geluid: De WHO-advieswaarden en wettelijke standaardwaarden voor geluid liggen dicht bij elkaar en worden in de nabijheid van provinciale, rijks- en spoorwegen overschreden. Dit vergroot de kans op geluidhinder. Ook bij geluidgevoelige gebouwen worden de standaardwaarden op meerdere locaties overschreden, behalve in het poldergebied bij Stompwijk. Aangezien de WHO-advieswaarden strenger zijn, worden ook deze in dezelfde gebieden overschreden. De conclusie is voor beide waarden dan ook gelijk: ze worden overschreden rond drukke infrastructuur. De wettelijke grenswaarden liggen aanzienlijk hoger en worden meestal wél gehaald. Alleen op enkele locaties is sprake van overschrijding. De gemeente heeft hierbij beperkte invloed, omdat de geluidsbelasting vooral voortkomt uit hoofdinfrastructuur zoals rijkswegen en spoorlijnen; - woningaanbod: er is druk op de hoeveelheid woningen en de betaalbaarheid van deze woningen, in de koop- en huursector.
In de afgelopen jaren is de koopprijs van woningen flink gestegen en is er een lange wachttijd voor huurwoningen; - vestigingsklimaat: de vestiging van bouwbedrijven, groot- en detailhandels en reparateurs van auto’s legt een groot ruimtebeslag op de 5 (kleine) bedrijventerreinen van de gemeente LeidschendamVoorburg. Er bestaat een mismatch tussen vraag en aanbod van kantorenlocaties, die momenteel een hoog leegstandspercentage kennen; - emissie broeikasgassen: de opwek van hernieuwbare energie en verduurzaming van de woningvoorraad in de gemeente loopt achter op de landelijke en provinciale gemiddelde. Binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg is sprake van een lichte afname in de emissie van broeikasgassen vergelijkbaar met de Nederlandse trend. Matige beoordeling - luchtkwaliteit: Er wordt overal voldaan aan de wettelijke omgevingswaarden. Aan de WHOadvieswaarden voor luchtkwaliteit wordt echter nergens voldaan, met name niet rondom rijkswegen. In tegenstelling tot geluid, waar de WHO-advieswaarden dichter bij de huidige praktijk liggen, is het verschil bij luchtkwaliteit groter. Deze waarden zijn in Nederland moeilijk te halen zonder zeer ingrijpende maatregelen.
Net als bij geluid geldt dat de gemeente beperkte invloed heeft op de luchtverontreiniging afkomstig van rijkswegen; - overige gezondheidsaspecten (geur, licht en trillingen): in de gemeente bevinden zich landbouwbedrijven. Dit is een bron voor geurhinder. De lichtemissie is hoger in vergelijking met de rest van Nederland. Mede door een glastuinbouwgebied in Stompwijk. In de gemeente bevindt zich een spoor- en tramlijn. Dit leidt tot trillingen; - waterkwaliteit: de chemische en ecologische beoordeling van de oppervlaktewateren is niet goed. Hoewel er verbetering zichtbaar is ten opzichte van voorgaande jaren, staat de gemeente Leidschendam–Voorburg, net als de rest van Nederland, voor een grote opgave om de waterkwaliteit duurzaam te verbeteren; - beschermde natuurgebieden: stikstofdepositie vormt momenteel een belangrijk knelpunt voor omliggende Natura 2000-gebieden. De gemeente heeft enkele NNN-gebieden. Deze liggen veelal geïsoleerd waardoor deze kwetsbaar zijn voor oppervlakteverlies, versnippering en verstoring; - soortenbescherming en biodiversiteit: de biodiversiteit staat onder druk door invloeden van onder andere landbouw, industrie, verkeer en verduurzaming van woningen. Er zijn onvoldoende gunstige condities in bodem, water en landgebruik aanwezig om biodiversiteit binnen de gemeente te bevorderen.
Om de soorten in een gunstige staat van instandhouding te laten komen is een positieve trend nodig. Opgaven in de referentiesituatie De referentiesituatie bevat de situatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van autonome ontwikkelingen in de gemeente Leidschendam-Voorburg. De aspecten zijn in de referentiesituatie beoordeeld op een maatlat van slecht tot goed. In totaal scoren 3 aspecten slecht, 3 aspecten matig, 8 aspecten redelijk, 9 aspecten overwegend goed en 1 aspect scoort goed.
8 | 162
Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Slechte beoordeling - woningaanbod: uitgaande van de harde planvoorraad van 1.555 woningen wordt het streven van 4.500 - 5.000 extra woningen tussen 2025 en 2040 niet gehaald. Ook blijft het tekort aan betaalbare en levensloopbestendige woningen in de huidige situatie bestaan in de referentiesituatie: de doelstellingen voor het percentage sociale huur en ouderenwoningen zijn te laag om de huidige tekorten recht te trekken. Het ontbreekt aan een uitvoeringsstrategie voor de ambities natuurinclusief, circulair en biobased bouwen; - beschermde natuurgebieden: de knelpunten uit de huidige situatie worden in de referentiesituatie niet opgelost. Vermesting en verzuring neemt toe en heeft negatieve effecten op omliggende Natura 2000- gebieden. Een gedeelte van de NNN-gebieden blijft geïsoleerd. Door versterken van landbouw en recreatie gaat de kwaliteit van de belangrijke weidevogelgebieden achteruit; - soortenbescherming en biodiversiteit: ten opzichte van de huidige situatie worden niet voldoende maatregelen genomen om een positieve trend voor de biodiversiteit in te zetten. Een neutrale trend is, bijvoorbeeld door klimaatverandering en stedelijke verdichting, niet voldoende voor de soortenbescherming en het bevorderen van de biodiversiteit.
Matige beoordeling - geluid: maatregelen zoals het gebruik van stiller asfalt bij onderhoud, het onderzoek van geluidbeperkende maatregelen en het verplicht stellen van akoestisch onderzoek bij het realiseren van een nieuw geluidgevoelig gebouw binnen een geluidaandachtsgebied dragen bij aan een vermindering van de geluidsoverlast. Echter zijn deze maatregelen niet voldoende om in de referentiesituatie te voldoen aan de WHO-advieswaarden. Hierin speelt, net als in de referentiesituatie, de aanwezigheid van hoofdinfrastructuur een rol; - hittestress: hittestress zal in 2050 toenemen door klimaatverandering, met meer warme, zomerse en tropische dagen en nachten. Maatregelen zoals hittebeperking bij nieuwe ontwikkelingen en vergroening van openbare ruimte kunnen dit enigszins beperken, maar stedelijke verdichting verergert de situatie; - emissie broeikasgassen: er wordt ingezet op de verbetering van de energieprestatie van het vastgoed en het 100 % benutten van het potentieel van geschikt dakoppervlak, gevels, parkeerplaatsen en infrastructuur voor de opwek van zonne-energie. De grootschalige opwek van zon- en windenergie in het buitengebied is niet mogelijk. Dit leidt tot een ongebalanceerde energieopwek. De mate van de hardheid van de uitvoering van de mobiliteits- en warmtetransitie is nog onvoldoende zeker om de gevolgen voor de emissie van broeikasgassen te kunnen bepalen.
Kenmerken alternatieven De referentiesituatie vormt de basis voor beide alternatieven. In aanvulling op de referentiesituatie zijn de volgende uitgangspunten ook onderdeel van beide alternatieven: - mobiliteit en bereikbaarheid: snelheidsverlaging van 50 km/u naar 30 km/u bij bepaalde wegvakken gecombineerd met (her)inrichting van die wegvakken op een manier die past bij die snelheid; - mobiliteit en bereikbaarheid: geen wijzigingen van OV ten opzichte van de referentiesituatie; - plek van en voor iedereen: voorzieningenniveau groeit mee met het aantal inwoners; - economisch vitaal, passend bij een woongemeente: glastuinbouw blijft gelijk aan de referentiesituatie; - duurzaam toekomstbestendig: geen nieuwe windparken en zonnevelden. Op basis van de invalshoeken zijn 2 alternatieven te onderscheiden: 1 gematigde gespreide groei: 4.000 woningen (1.000 rond OV, 3.000 verspreid) en 3.000 arbeidsplaatsen (1.800 rond OV, 1.200 verspreid). Gematigd doorvoeren van het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service, Privéauto); 2 ambitieuze groei, geconcentreerd rondom (H)OV: 8.000 woningen (2.500 rond OV, 5.500 verspreid) en 4.000 arbeidsplaatsen (2.000 rond OV, 2.000 verspreid). Maximaal doorvoeren van het STOMP-principe. Deze 2 alternatieven geven de volledige bandbreedte van de te maken keuzes en de realisatie van de beoogde ambities.
De koppeling van de ambitieuze groei aan concentratie nabij HOV-locaties en maximale doorvoering van het STOMP-principe is logisch, omdat juist bij de ambitieuze groei de mogelijkheden van duurzame mobiliteit maximaal verkend moeten worden om congestie van het autoverkeer te kunnen voorkomen.
9 | 162
Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
De gehanteerde woningaantallen en hun locaties zijn gebaseerd op de door de gemeente aangeleverde uitgangspunten voor de alternatieven, en sluiten daarmee niet per definitie één-op-één aan op de aantallen uit de Woondeal. Effecten op hoofdlijnen alternatieven Omgevingseffecten In tabel 0.4 staat weergeven op welke aspecten een verbetering dan wel verslechtering optreedt ten opzichte van de referentiesituatie. De aspecten die gelijk blijven aan de referentiesituatie zijn niet opgenomen in het overzicht.
Tabel 0.4 Overzicht omgevingseffecten alternatieven Aspect
Beoordeling referentiesituatie
Beoordeling omgevingseffecten alternatief 1
luchtkwaliteit
redelijk
-
geluid
matig
-
overige gezondheidsaspecten (geur, licht en trillingen)
redelijk
-
hittestress
matig
landschap
overwegend goed
cultureel erfgoed en stedenbouw
overwegend goed
-
-
omgevingsveiligheid
redelijk
-
-
bereikbaarheid en toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer
overwegend goed
-
-
bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer
overwegend goed
verkeersveiligheid
overwegend goed
+
+
woningaanbod
slecht
+
+
voorzieningen
redelijk
-
-
sociale cohesie en veiligheid
redelijk
-
-
waterveiligheid
redelijk
-
-
beschermde natuurgebieden
slecht
-
-
soortenbescherming en biodiversiteit
slecht
-
-
emissie broeikasgassen
matig
-
-
-
Beoordeling omgevingseffecten alternatief 2
-
+
Doelbereik In tabel 0.5 staat weergeven wat de potentie van het doelbereik is per toekomstperspectief voor beide alternatieven. In geen van de alternatieven komt een hoge potentie voor het behalen van het doel voor. Wat opvalt is dat de alternatieven op welk toekomstperspectief hetzelfde doelbereik behalen, namelijk geen dan wel een beperkte potentie.
10 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Tabel 0.5 Overzicht doelbereik alternatieven Toekomstperspectief
Doelbereik alternatief 1
Doelbereik alternatief 2
een hoogwaardig verblijfsklimaat
beperkte potentie
beperkte potentie
goed verbonden
beperkte potentie
beperkte potentie
een plek van en voor iedereen
geen potentie
geen potentie
economisch vitaal, passend bij een woongemeente
beperkte potentie
beperkte potentie
duurzaam toekomstbestendig
geen potentie
geen potentie
Rol OER bij totstandkoming van de omgevingsvisie Het opstellen van het OER en het opstellen van de omgevingsvisie zijn in samenhang verlopen volgens een iteratief proces. De mitigerende maatregelen die volgen uit de effectbeoordeling van de alternatieven hebben geleid tot aanpassingen van de ontwerp-omgevingsvisie (het voorgenomen beleid). De belangrijkste keuzes uit het voorgenomen beleid die voortkomen uit mitigerende maatregelen bij de alternatieven zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Tabel 0.6 Belangrijkste onderdelen uit de ontwerp-omgevingsvisie die voortkomen uit mitigerende maatregelen bij de alternatieven Onderdeel uit het voorgenomen beleid
aanpassingen ten opzichte van de alternatieven
toename van +4.445 woningen
compromis tussen alternatief 1 en alternatief 2 wat betreft het aantal woningen, ontwikkellocaties en de impact op het landschap
voorzieningen
in de alternatieven bestond er onduidelijkheid over de groei van voorzieningen wat betreft type en locatie. Het voorgenomen beleid bevat een norm voor basis- en aanvullende voorzieningen en een evenwichtige verdeling hiervan over de gemeente
aantal arbeidsplaatsen en vestigingsklimaat
bredere ondersteuning van het vestigingsklimaat middels 5 % ruimtereservering voor niet-wonen functies bij ruimtelijke ontwikkelingen
mobiliteit
de ambitie voor het verlagen van de snelheden op bepaalde wegvlakken van 50 km/u naar 30 km/u is verder uitgewerkt en is aangevuld met de ambitie om te gaan verkennen waar dit kan worden verlaagd naar 15 km/u
duurzame energieopwekking
in de alternatieven was de opwekking van zon- en windenergie in het buitengebied niet mogelijk. In het voorgenomen beleid bestaat de mogelijkheid voor winderfmolens en zonne-energie direct langs de A4, maar niet als zonnevelden
nadruk op vergroening
in de alternatieven kwam het belang van kwalitatieve en kwantitatieve groenblauwe structuren onvoldoende naar voren. Het voorgenomen beleid bevat een groennorm (de 3 / 30 / 300-richtlijn) en de ambitie voor 50 % meer stadsnatuur in 2050
11 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Kenmerken omgevingsvisie De gemeente wil haar kenmerkende kwaliteiten behouden en versterken. De kenmerkende kwaliteiten van de gemeente zijn: - groen en rijk aan historie; - hoogstedelijk en hoogwaardig wonen; - hoog niveau aan voorzieningen (zorg, onderwijs, cultuur, sport, winkels); - goede bereikbaarheid van de hele Randstad. Om deze kenmerkende kwaliteiten te behouden en versterken, hanteert de gemeente in haar concept-omgevingsvisie 5 toekomstperspectieven, met bijbehorende ingrepen en ambities. De ontwerp-omgevingsvisie bevat naast de ingrepen en ambities per toekomstperspectief, ook de vertaling van de gemeentebrede ambities naar gebiedsgerichte ambities per deelgebied. Beoordeling omgevingsvisie Omgevingseffecten In tabel 0.7 zijn de omgevingseffecten van het voorgenomen beleid weergegeven ten opzichte van de referentiesituatie. Een aantal aspecten scoort neutraal ten opzichte van de referentiesituatie. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat maatregelen en ambities die van invloed zijn op de beoordeling, niet concreet zijn uitgewerkt in het voorgenomen beleid.
Dit is het geval voor de volgende maatregelen en ambities: - het terugdringen van emissies uit de landbouw, tuinbouw, bedrijven en woningen; - het terugdringen van houtstook; - de locatie van de donkere zones (lichtemissies); - het verminderen van de verkeersoverlast bij de Mall; - inzetten op fiets en deelmobiliteit in gebieden die minder goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer; - het doortrekken van tramlijn 6 richting de Noordsingel; - het creëren van voldoende ruimte voor circulaire hubs; - het beschikbaar stellen van nieuwe bedrijfskavels in Stompwijk; - het onderzoeken van aanvullende waterbergingslocaties; - het afstemmen van het bovengronds ruimtegebruik op het ondergronds ruimtegebruik; - zorgvuldig omgaan met water door middel van ‘grijze maatregelen’.
Tabel 0.7 Overzicht omgevingseffecten voorgenomen beleid Beoordeling referentiesituatie een hoogwaardig verblijfsklimaat
Thema
Aspecten
gezondheid
luchtkwaliteit
matig
0
geluid
matig
0
overige gezondheidsaspecten (geur, licht en trillingen)
redelijk
0
hittestress
matig
-
landschap
overwegend goed
0
cultureel erfgoed en stedenbouw
overwegend goed
+
omgevingsveiligheid
omgevingsveiligheid
redelijk
-
mobiliteit en bereikbaarheid
bereikbaarheid en toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer
overwegend goed
0
ruimtelijke kwaliteit
goed verbonden
Effectbeoordeling voorgenomen beleid
12 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Beoordeling referentiesituatie Thema
een plek van en voor iedereen
economisch vitaal, passend bij een woongemeente
bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer
overwegend goed
0
bereikbaarheid en toegankelijkheid langzaam verkeer
goed
+
verkeersveiligheid
overwegend goed
+
wonen
woningaanbod
slecht
+
voorzieningen
voorzieningenaanbod
redelijk
+
verbondenheid
sociale cohesie en veiligheid
redelijk
+
werkgelegenheid
overwegend goed
0
vestigingsklimaat
redelijk
0
wateroverlast
overwegend goed
0
waterveiligheid
redelijk
0
waterkwaliteit
redelijk
0
bodemkwaliteit
redelijk
0
bodemdaling (droogte)
redelijk
0
beschermde natuurgebieden
slecht
-
soortenbescherming en biodiversiteit
slecht
0
emissie broeikasgassen
matig
-
economie
klimaatadaptatie
duurzaam toekomstbestendig
Aspecten
Effectbeoordeling voorgenomen beleid
bodem
natuur
klimaatmitigatie
Doelbereik In tabel 0.3 staat weergeven wat de potentie van het doelbereik is per toekomstperspectief voor het voorgenomen beleid.
Tabel 0.8 Samenvatting doelbereik voorgenomen beleid Toekomstperspectief
Doelbereik
een hoogwaardig verblijfsklimaat
beperkte potentie
goed verbonden
beperkte potentie
een plek van en voor iedereen
beperkte potentie
economisch vitaal, passend bij een woongemeente
hoge potentie
duurzaam toekomstbestendig
lage potentie
13 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Passende beoordeling De effecten van het voorgenomen beleid op de instandhoudingsdoelstellingen en natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn beoordeeld aan de hand van 4 thema’s: 1 stikstofdepositie: de aanleg van nieuwe woningen, een toename van het aantal arbeidsplaatsen, en een toename van autogebruik, leiden tot een toename van stikstofemissie en -depositie. Tegelijkertijd wordt gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd en wordt de gemeente CO2-neutraal1. De toename van stikstofdepositie wordt op die manier beperkt; 2 recreatiedruk: een toename van de woondruk leidt tot een toename van de verstoring in Natura 2000- gebieden. Tegelijkertijd wordt in de gemeente 50 % meer stadsnatuur gerealiseerd, waardoor men in de nabijheid van de woning kan recreëren en de verstoring door recreatie in Natura 2000-gebieden minder hard toeneemt; 3 behoud en versterken van natuur en watersystemen buiten de Natura 2000-gebieden: het behouden en versterken van natuur en watersystemen buiten de Natura 2000-gebieden heeft mogelijk een positief effect op Natura 2000-gebieden; 4 realisatie van zonopwekking langs snelwegen: de realisatie van zonnevelden langs snelwegen leidt mogelijk tot verlies van leefgebied buiten de Natura 2000-gebied van soorten met instandhoudingsdoelstellingen binnen de Natura 2000-gebieden.
Realisatie van de zonnevelden dient op plan- of projectniveau onderzocht en beoordeeld te worden. Op basis van de globale passende beoordeling kunnen significante gevolgen van het voorgenomen beleid van de gemeente Leidschendam-Voorburg niet uitgesloten worden. De omgevingsvisie is daarvoor te weinig specifiek. Dit betekent echter niet per definitie dat het voorgenomen beleid onuitvoerbaar is. Zoals eerder is aangegeven, is het bij de uitwerking van onderdelen van de omgevingsvisie nodig om op plan- of projectniveau de effecten op Natura 2000-gebieden te bepalen en beoordelen. Aandachtspunten na vaststelling omgevingsvisie Om de ambities uit het voorgenomen beleid te realiseren, is meervoudig ruimtegebruik essentieel. Een voorbeeld hiervan is een groenprogramma waarin het belang van openbaar groen voor de aspecten biodiversiteit, water, klimaatadaptatie, hittestress en recreatie samen wordt behandeld zodat er groen ontwikkeld wordt dat bijdraagt aan meerdere doelen en het een nuttigere investering wordt. Daarnaast is het belangrijk om de langetermijndoelen voor de fysieke leefomgeving uit de omgevingsvisie uit te werken tot concrete regels in het omgevingsplan. Een voorbeeld is het opnemen van regels in het omgevingsplan die (hogere) bouwhoogtes mogelijk maken.
De omgevingsvisie en het omgevingsplan moeten goed op elkaar aansluiten om effectief te kunnen sturen op de kwaliteit van de leefomgeving. Indien de mogelijke ondertunneling of overkluizing van de hoofdinfrastructuur in de beleidsvorming concreter wordt gemaakt, is het tot slot van belang om hier op visionair en strategisch niveau bij stil te staan, en de omgevingsvisie te herzien. Naar alle mogelijke effecten moet nader (kwantitatief) onderzoek worden gedaan. Aanbevelingen De aspecten die de meest negatieve beoordeling hebben op omgevingseffecten en doelbereik van het ontwerp vernieuwde omgevingsvisie zijn: hittestress, omgevingsveiligheid, beschermde natuurgebieden en emissie broeikasgassen. De mitigerende maatregelen die hieronder bij deze aspecten zijn benoemd zijn daardoor essentieel om negatieve effecten te verminderen.
1
In de passende beoordeling is het voornemen voor een CO2-neutrale gemeente beoordeeld. In het OER is de haalbaarheid van de ambitie beoordeeld.
14 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Hittestress - koele ruimtes: ontwikkel gemeenschappelijke koele ruimtes in openbare gebouwen, denk aan gebedshuizen of bibliotheken waar mensen kunnen samenkomen tijdens extreme hittegolven. Dit is specifiek relevant voor de buurten Sijtwende, Voorburg Noord, Damcentrum en de Zeeheldenwijk, waar de hoogste gemiddelde gevoelstemperatuur wordt voorspeld. Voor de wijk Damcentrum geldt tevens dat de sociale kwetsbaarheid voor hitte hoog is. Een potentiële plek waar zo’n gemeenschappelijke koele ruimte kan worden gecreëerd is de Petrus en Pauluskerk; - toekomstbestendige bomen: bomen en planten die beter bestand zijn tegen het toekomstige klimaat met zowel droge als natte perioden en meer hitte. De keuze voor beplanting zal bij (her)inrichting van groen gebieden steeds door groenspecialisten binnen de gemeente worden gemaakt en is afhankelijk van de lokale situatie. Opties zijn bijvoorbeeld plantaan, zomereik, duindoorn en ijzerhard; - hittebestendig woningontwerp: overweeg om nieuwe woningen waar kwetsbare groepen worden gehuisvest zo te ontwerpen dat zoninstraling beperkt wordt. Gebruik hierbij de principes van de ladder van koeling, opgesteld door OSKA; - ventilatie bij hoogbouw: zorg er ook bij hoogbouw voldoende ventilatie en groen is om verkoeling te bewerkstelligen.
Maak gebouwen maximaal 2 keer zo hoog als de straat breed is, zet in op lage groenstructuren en voorkom luchtblokkades door geclusterde bebouwing. Daarnaast kunnen slimme positionering van gebouwen, gebruik van reflecterende materialen en vergroening van daken en gevels bijdragen aan een beter microklimaat; - veiligheidsnetwerken opzetten: ontwikkel sociale veiligheidsnetwerken om kwetsbare bewoners te ondersteunen tijdens hittegolven, zoals ouderen en mensen met gezondheidsproblemen. Ook voor specifiek hittestress gevoelige wijken is dit een optie, ook als er minder kwetsbare bevolkingsgroepen voorkomen. Omgevingsveiligheid - denk na hoe de energietransitie veilig wordt doorgevoerd. Houd rekening met de veiligheidsrisico’s van nieuwe energiebronnen (erfmolens en geothermie) die de energietransitie met zich meebrengt en nog grotendeels onbekend zijn. Tevens bestaat er nog nauwelijks wet- en regelgeving op dit gebied. Als gevolg hiervan worden risico’s niet gereguleerd en beperkt door bestaande wet- en regelgeving.
Vanuit gezondheidsperspectief is het belangrijk om de nadelige effecten bij incidenten bij nieuwe energiebronnen goed in beeld te hebben omdat de capaciteit van de zorgketen daarop afgestemd moet worden; - regelmatige inspecties: zorg voor frequente inspecties en onderhoud om potentiële risico's vroegtijdig te identificeren en te mitigeren; - verdichting van woningen: om verdichting op een veilige manier toe te passen is het van belang dat aandacht wordt besteed aan de (brand)veiligheidsaspecten. De inrichting van de fysieke leefomgeving moet weloverwogen zijn en bijdragen aan een snelle en effectieve hulpverlening. Beschermde natuurgebieden - beperk de recreatiedruk in natuurgebieden door zonering en geleiding in natuurgebieden; - voorkom verstoring van weidevogelgebied of breng elders in de gemeente waardevol weidevogelgebied terug; - voorkom grootschalige ontwikkelingen in groene buffers, indien dit niet mogelijk is zorg dat de ontwikkelingen voldoende ruimte bieden aan de natuur; - zorg voor gedegen monitoring van de biodiversiteit, beschermde soorten en natuurgebieden; - bevorder het gebruik van langzaam verkeer (zoals wandelen en fietsen) en het openbaar vervoer, dit reduceert de stikstofdepositie; - minder intensieve landbouw leidt eveneens tot een afname in stikstofemissies.
Emissie broeikasgassen - versnel de implementatie van elektrische laadinfrastructuur; - versnel de aanleg van warmtenetten per wijk om de mismatch tussen het tempo van de warmtetransitie en de bevolkingsgroei te verkleinen;
15 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
-
-
-
breng de toenemende energievraag van bewoners en bedrijven die zich willen vestigen in de gemeente Leidschendam-Voorburg in kaart, en tref maatregelen om deze vraag te verminderen of bedrijven te weren met een hoge energievraag; ontwikkel een uitvoeringsstrategie met concrete maatregelen om duurzaam bouwen te stimuleren; concretiseer de ruimtelijke inpassing van elektriciteitshuisjes per wijk. Onderzoek de mogelijkheden om een deel van de elektriciteitshuisjes binnen de beoogde ontwikkelprojecten te realiseren zodat niet al het ruimtebeslag op de openbare ruimte wordt afgewenteld; ga in gesprek met de netbeheerder om een concreet beeld te krijgen van de toekomstige ruimtevraag voor de versterking van de energie-infrastructuur.
Een uitgebreid overzicht van de aanbevelingen per toekomstperspectief is opgenomen in hoofdstuk 8. Monitoring Paragraaf 8.4 bevat een aanzet voor een monitoringsprogramma. Monitoring heeft meerwaarde voor aspecten: - waarvoor de verwachting is dat deze een knelpunt op zullen leveren; - die relevant zijn om het doelbereik in kaart te brengen; - waarvoor de effectvoorspelling door leemte in kennis onzeker is; - die op andere wijze relevant zijn voor betrokkenen. In tabel 8.1 zijn de aanbevelingen voor monitoring per relevant aspect opgenomen. De aspecten waarvoor monitoring meerwaarde heeft, zijn dikgedrukt weergeven in tabel 8.1. In sommige gevallen zijn gegevens uit bestaande monitoringsprogramma’s beschikbaar, in andere gevallen zullen nieuwe meetgegevens verkregen moeten worden.
16 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
1 INLEIDING Voor u ligt de omgevingseffectrapport (OER) voor de omgevingsvisie van de gemeente LeidschendamVoorburg. Deze OER maakt deel uit van de milieueffectrapportage (mer): een procedure die verplicht is bij het opstellen van de omgevingsvisie. De mer-procedure leidt tot een omgevingseffectrapport (OER) bij de omgevingsvisie.
1.1
Reden voor de omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg
Wat is een omgevingsvisie? - de omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn (hier: 2050). De omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, wonen, water, klimaat, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, gezondheid, economie, energie, infrastructuur en cultureel erfgoed. Inhoudelijk bevat de omgevingsvisie in ieder geval de volgende onderdelen zoals genoemd in de Omgevingswet: - de omgevingsvisie bevat een beschrijving van hoe de gemeente ervoor staat op basis van de eerdergenoemde thema’s, op hoofdlijnen welke ontwikkelingen gewenst zijn, wat juist behouden moet blijven en het te voeren integrale beleid op hoofdlijnen; - de omgevingsvisie houdt rekening met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - ook gaat de omgevingsvisie in op de sturingsfilosofie van de gemeente en de eigen rol in relatie tot anderen bij het realiseren van de doelstellingen uit de visie; - de omgevingsvisie duidt de gemeentelijke belangen en voorziet ze van een motivatie. De omgevingsvisie is vormvrij en bindt alleen de gemeente zelf.
Daar waar de doelen en ambities van de omgevingsvisie doorwerken naar derden (bijvoorbeeld waterschappen, bedrijven, burgers) kunnen daartoe regels en normen worden opgenomen in het omgevingsplan en omgevingsprogramma’s. Aanleiding omgevingsvisie gemeente Leidschendam-Voorburg 2050 Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Dat betekent dat gemeenten op 1 januari 2027 moeten beschikken over een omgevingsvisie, die voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. De gemeente werkt haar ambities uit in de omgevingsvisie. In de Koersnotitie Leidschendam-Voorburg 2050 (hierna Koersnotitie) heeft de gemeente de kwaliteiten van de gemeente, de ontwikkelingen en de ambities op hoofdlijnen uitgewerkt. De ambities zijn vertaald in 5 perspectieven voor de leefomgeving van Leidschendam-Voorburg: 1 een hoogwaardig verblijfsklimaat; 2 goed verbonden; 3 een plek van en voor iedereen; 4 economisch vitaal, passend bij een woongemeente; 5 duurzaam toekomstbestendig.
17 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
In de Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 2050 werkt de gemeente de ambities en perspectieven van de Koersnotitie concreter uit. Thematisch en gebiedsgericht voor de wijken in Leidschendam en Voorburg voor Stompwijk en het buitengebied.
1.2
Toelichting omgevingseffectrapportage (OER)
Keuze voor een omgevingseffectrapport (OER) Vanwege het integrale karakter van de omgevingsvisie en de nadruk op de e opgaven kiest de gemeente voor een omgevingseffectrapport (OER) in plaats van een milieueffectrapport (MER). Om aan te sluiten bij de inzet op Brede Welvaart, wat in essentie gaat over het welzijn van mensen en kwaliteit van leven, is dit OER verbreed ingestoken. Naast de milieu- en leefomgevingsaspecten die standaard onderdeel zijn van een OER (bijvoorbeeld geluid en natuur), beoordeelt dit OER ook op sociaaleconomische thema’s. Wat is een omgevingseffectrapport (OER)? Een omgevingseffectrapport geeft milieu en leefomgeving een volwaardige plaats in het besluitvormingsproces (hier: besluitvorming over de omgevingsvisie gemeente Leidschendam-Voorburg). Dit doet een OER door de effecten op de leefomgeving ten gevolge van een voornemen en mogelijke alternatieve invullingen daarvan op hoofdlijnen te beschrijven. Dit houdt in dat de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem, zoals woningbouw, wordt onderzocht. Het OER onderzoekt daarom niet concrete initiatieven in detail. Het OER is een onderzoeksrapport dat behoort bij het moederbesluit, zijnde de omgevingsvisie. Het bevoegd gezag neemt uiteindelijk het besluit met kennisgeving van de gevolgen van het voornemen op de leefomgeving en leefbaarheid.
mer-plicht (wettelijke grondslag) Europese en nationale wetgeving schrijven voor dat voor activiteiten met (mogelijk) aanzienlijke milieueffecten een mer-procedure wordt doorlopen. Nederlandse wet moet voldoen aan de Europese mer-richtlijn voor projecten (2014/52/EU, 2011/92/EU)) en de Europese SMB-richtlijn (Strategische milieubeoordeling, 2001/42/EG) voor plannen en programma’s. De Europese wetgeving is geïmplementeerd in de Omgevingswet (Ow) (afdeling 16.4) en verder uitgewerkt in het Omgevingsbesluit (Ob) (hoofdstuk 11, bijlage V). Het type mer-procedure (planMER, project-mer of mer-beoordeling) hangt af van de aard, omvang van de activiteit en het type besluit. De omgevingsvisie van Leidschendam-Voorburg is een wettelijk voorgeschreven plan in de zin van artikel 16.34 van de Omgevingswet. De omgevingsvisie stelt bovendien kaders aan besluiten voor projecten die mogelijk aanzienlijke milieueffecten hebben (artikel 16.36 lid 1 en 4). Onder meer aan het omgevingsplan voor bijvoorbeeld stedelijk ontwikkelingsprojecten zoals bedoeld in Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder project nr. J11. Naar verwachting brengt de omgevingsvisie niet alleen kleine wijzigingen op een lokaal niveau aan, maar hebben keuzes betrekking op grotere opgaven op de schaal van de gehele gemeente. Er is daarom geen sprake van een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3).
Ook is naar verwachting een passende beoordeling nodig (artikel 16.36 lid 2). Voor de omgevingsvisie geldt daarmee direct een plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport (OER in het geval van de gemeente Leidschendam-Voorburg) en het doorlopen van de mer-procedure. De milieueffectrapportage (mer) is de procedure om tot het OER te komen. De mer-procedure is nader toegelicht in paragraaf 1.3. Initiatiefnemer en Bevoegd Gezag In de mer-procedure voor de omgevingsvisie is de gemeente Leidschendam-Voorburg zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Het college van B&W is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de omgevingsvisie en het OER. Zij treedt op als initiatiefnemer. De omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad vormt daarmee het bevoegd gezag. Het OER wordt opgenomen als bijlage bij de omgevingsvisie. De onafhankelijke Commissie mer adviseert over de inhoud van het OER.
18 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
1.3
Procedure omgevingsvisie en OER
Een OER volgt de stappen in de mer-procedure. De formele procedure start met een kennisgeving van het voornemen tot het opstellen van een OER voor de omgevingsvisie. Op basis van de gepubliceerde NRD heeft iedereen de gelegenheid gekregen te reageren. De reacties en adviezen zijn voorgelegd aan het college, waarna de reikwijdte en het detailniveau van het OER definitief is vastgesteld. De vastgestelde NRD vormt daarna het vertrekpunt voor dit OER. Het OER bij de ontwerp-omgevingsvisie wordt uiteindelijk één van de achtergronddocumenten bij de ontwerp-omgevingsvisie en doorloopt daarmee de wettelijke procedure die daarbij hoort. Daarbij is ook weer gelegenheid voor iedereen om zienswijzen in te dienen voordat de omgevingsvisie (inclusief definitief OER) vastgesteld wordt. Tabel 1.1 geeft de formele stappen van de mer-procedure en de omgevingsvisie weer.
Tabel 1.1 Formele stappen in de procedure (cursief: onderdeel van procedure moederbesluit)
1.4
Stap
Uitleg
openbare kennisgeving
het voornemen om een omgevingsvisie te gaan opstellen en een plan-mer-procedure te doorlopen wordt openbaar aangekondigd door de gemeente Leidschendam-Voorburg met de bekendmaking van de voorliggende NRD
ter inzage leggen NRD
de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt 6 weken ter inzage gelegd. De zienswijzen worden beantwoord
vaststelling advies reikwijdte en detailniveau
het college stelt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vast
opstellen OER
het OER wordt opgesteld volgens de voorgestelde reikwijdte en het detailniveau en de inhoudsvereisten uit de Omgevingswet (artikel 11.3 Ob). Naar aanleiding van de eventuele zienswijzen en adviezen wordt de onderzoeksopzet uit de NRD aangepast in het OER
ter inzage leggen OER als bijlage van de ontwerpomgevingsvisie
het OER wordt, gelijktijdig met het ontwerp projectbesluit voor 6 weken ter inzage gelegd. Eenieder kan een zienswijze indienen (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht)
toetsingsadvies Commissie mer
de Commissie mer wordt om advies gevraagd over het OER (artikel 16.39 Ow en 11.2 Ob)
vaststellen omgevingsvisie
de Raad stelt de omgevingsvisie vast. In de omgevingsvisie wordt aangegeven hoe met de resultaten van het OER, participatie, de zienswijzen en het advies van de Commissie mer is omgegaan (artikel 11.4 Ob)
evaluatie van de effecten na realisatie
het is verplicht om (na realisatie) de daadwerkelijk optredende milieugevolgen van de uitvoering van het plan te monitoren en te evalueren (artikel 11.5 Ob)
Leeswijzer Onderstaande tabel geeft een overzicht van de opbouw van dit OER.
19 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Tabel 1.2 Leeswijzer OER Leidschendam-Voorburg Hoofdstuk
Geeft antwoord op de vraag:
1. inleiding
waarom een nieuwe omgevingsvisie gemeente Leidschendam-Voorburg en een OER?
2. context: aanleiding en doelen
wat is de aanleiding voor dit onderzoek en welke doelen heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg?
3. onderzoeksaanpak
hoe worden de alternatieven onderzocht?
4. staat van de leefomgeving
waar staat de gemeente Leidschendam-Voorburg nu en wat komt er op de gemeente af?
5. alternatieven
waar wil de gemeente naartoe?
6. omgevingseffecten van de alternatieven
wat zijn de omgevingseffecten van de verschillende alternatieven?
7. het voorgenomen beleid
voor welk beleid kiest de gemeente en welke omgevingseffecten horen daarbij?
8. aanbevelingen, leemten in kennis en monitoring
welke inzichten voor verdere besluitvorming kunnen er worden meegegeven?
20 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
2 CONTEXT: AANLEIDING EN DOELEN 2.1 Beleidsinventarisatie In deze paragraaf worden de meest relevante beleidsstukken (op lokaal en bovenlokaal niveau) beschreven. Daarnaast wordt ook kaderstellend beleid voor de omgevingsvisie beschreven. Deze kaders geven context aan de opgave van gemeente Leidschendam-Voorburg, en fungeren niet als referentiesituatie of toetsingsmechanismen voor het OER.
2.1.1
Bovenlokaal beleid
In tabel 2.1 zijn de belangrijkste bovenlokale beleidsstukken te vinden. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen het niveau van het beleid, de beleidsstukken, en de kaderstellende ambities van deze beleidsstukken.
Tabel 2.1 Bovenlokaal beleid met kaderstellende ambities uitgelicht Niveau
Beleidsstuk
Kaderstellende ambities
nationaal
nationale omgevingsvisie
de Nationale Omgevingsvisie (vastgesteld 11 september 2020) biedt een overkoepelend kader voor de ruimtelijke inrichting van Nederland, met een sterke focus op duurzaamheid, economische groei, leefbaarheid en toekomstbestendigheid
voorontwerp nota ruimte
de Voorontwerp Nota Ruimte, gepubliceerd door het kabinet in juni 2024, vormt de basis voor nationale beleidskaders met als doel het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving in Nederland. De nota benadrukt het belang van ruimtelijke kwaliteit en introduceert 3 leidende principes: 1 recht doen aan volgende generaties: niet afwentelen problemen worden niet doorgeschoven naar toekomstige generaties of andere regio's; 2 recht doen aan schaarste: meervoudig ruimtegebruik - efficiënt omgaan met schaarse ruimte door slimme functiecombinaties; 3 recht doen aan eigenheid: gebiedskenmerken centraal bescherming en ontwikkeling van de unieke ruimtelijke kwaliteiten van verschillende gebieden de nota streeft naar een toekomstbestendig Nederland met 3 bewegingen: 1 een evenwicht tussen landbouw en natuur; 2 een klimaat neutrale en circulaire samenleving; 3 sterke regio's, steden en dorpen
21 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Niveau
Beleidsstuk
Kaderstellende ambities
provinciaal
omgevingsvisie provincie Zuid-Holland
De Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland, vastgesteld in 2024, vertaalt de ruimtelijke hoofdstructuur naar 7 ambities: 1 samenwerken aan Zuid-Holland - verbetering van openbaar bestuur en democratie; 2 bereikbaar Zuid-Holland - bevordering van lopen, fietsen, openbaar vervoer, en autoverkeer; 3 schone energie voor iedereen - bijdrage aan de nationale klimaatdoelen; 4 een concurrerend Zuid-Holland - innovatieve regio met kruisbestuiving tussen sectoren; 5 versterken natuur in Zuid-Holland - verhoging van biodiversiteit; 6 sterke steden en dorpen - aantrekkelijke, duurzame en concurrerende leefomgeving; 7 gezond en veilig Zuid-Holland - verbetering van milieukwaliteit, veiligheid en openbare ruimte gemeente Leidschendam-Voorburg wordt specifiek genoemd in de context van detailhandelsstructuur, het Neder-Germaanse Limes erfgoed, en het stedelijke landschap van de Haagse Regio, wat directe gevolgen heeft voor erfgoedbeheer, detailhandel en stedelijke planning
regionaal
NOVEX-Zuidelijke Randstad
in het Ontwikkelperspectief NOVEX Zuidelijke Randstad streven Rijk en regio naar de bouw van circa 170.000 woningen langs de 'Oude Lijn' (Leiden-Dordrecht) tot 2040. De regio zet in op een toekomstbestendige en economisch krachtige metropool met 10 ontwikkelprincipes, waaronder het centraal stellen van kwaliteit, het verbinden van stad en landschap, en het sturend laten zijn van water en bodem
strategische agenda MRDH 2023-2026
de Metropoolregio Rotterdam Den Haag richt zich op 4 opgaven: 1 groei van de regio - faciliteren van bevolkingsgroei met duurzame bereikbaarheid en economisch vestigingsklimaat; 2 vernieuwing van de regio - stimuleren van een toekomstbestendige economie en mobiliteitstransitie; 3 kwaliteit van de regio - verbetering van leefbaarheid en duurzaam gebruik van schaarse ruimte; 4 herstel van de regio - herstel en groei van openbaar vervoer na de coronacrisis
regionaal waterbeleid
Hoogheemraadschap van Delfland het waterbeleid van Delfland omvat verschillende perspectieven zoals ‘Stad op zand’ en ‘Stad op slappe ondergrond’, gericht op klimaatbestendige herstructurering en behoud van waterkwaliteit en biodiversiteit Hoogheemraadschap van Rijnland Rijnland richt zich op 5 maatschappelijke opgaven: 1 klimaatbestendige woningbouw; 2 tegengaan van bodemdaling; 3 versterking van biodiversiteit; 4 energieneutraal werken;
5
Nederland circulair in 2050
beide Hoogheemraadschappen werken aan schone meren en plassen volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW) RES Rotterdam Den Haag
22 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
de Regionale Energiestrategie (RES) richt zich op de verduurzaming van warmte en elektriciteit, met specifieke doelen voor energiebesparing, benutting van rest- en aardwarmte, en de opwekking van duurzame elektriciteit. De regio streeft naar 2,8 - 3,2 TWh duurzame elektriciteit en een optimale warmtestructuur met de laagste maatschappelijke kosten
2.1.2
Lokaal vigerend beleid
In de notitie trends en ontwikkelingen (bijlage) zijn de ambities voor lokale beleidsstukken samengevat in tabellen. Hieronder wordt nader ingegaan op de koersnotitie als voorloper van de omgevingsvisie. De afgelopen jaren is in een aantal stappen en via intensieve participatie toegewerkt naar een Koersnotitie, die de gemeenteraad op 8 oktober 2024 heeft vastgesteld. Het proces is afgetrapt met het ‘Toekomstbeeld op de kaart (2017). Op basis van gesprekken met inwoners is een eerste schets gegeven van de kwaliteiten (kaartbeeld), actuele ontwikkelingen en toekomstrichting voor de gemeente. Het Toekomstbeeld is een uitnodiging om in samenwerking met inwoners en maatschappelijke organisaties de toekomst van de gemeente verder vorm te geven. Als volgende stap in het proces is in nauw overleg met inwoners en maatschappelijke organisaties het Kompas voor de leefomgeving (2019) opgesteld. Het kompas bevat een uitgebreidere beschrijving van de kwaliteiten van de gemeente en een aanzet voor de beoogde doelstellingen, agendapunten en hoofdkeuzes. In 2021 heeft de gemeente het beleid en ontwikkelingen (kansen/bedreigingen) geïnventariseerd. Ook heeft de gemeenteraad de volgende inhoudelijke bouwstenen vastgesteld: 1) Groene woongemeente, 2) Lokale energiestrategie en Transitievisie warmte, 3) Economie en bedrijvigheid en 4) Mobiliteit en bereikbaarheid.
De bouwstenen geven voor de verschillende thema's een uitgebreid overzicht van de huidige situatie, de actuele ontwikkelingen, de opgave en de eerste richting voor het aanpakken van de opgaven. In het voorjaar van 2024 is de sturingsfilosofie bepaald en in het najaar van 2024 is de Koersnotitie 2050 door de gemeenteraad vastgesteld. Kortgezegd kiest de gemeente voor een sturingsfilosofie gebaseerd op het faciliteren en stimuleren van initiatieven en samenwerking.
2.1.3
Koersnotitie
Op basis van de kwaliteiten van de gemeente en de ontwikkelingen die afkomen op de gemeente heeft de gemeente in de Koersnotitie 5 perspectieven uitgewerkt. Die zijn op hun beurt weer vertaald in een koers voor de kernen Leidschendam, Stompwijk, Voorburg en voor het buitengebied. Kwaliteiten De gemeente is een gemeente met veel groen waarin het aantrekkelijk is om te wonen. De 3 kernen Leidschendam, Stompwijk en Voorburg dragen hier ieder op hun eigen wijze aan bij. De belangrijkste kwaliteiten van onze gemeente als geheel zijn: - groen en rijk aan historie; - rustig stedelijk en hoogwaardig wonen; - hoog niveau aan voorzieningen (zorg, onderwijs, cultuur, sport, winkels); - goede bereikbaarheid van de hele Randstad. Ontwikkelingen Naast de huidige kwaliteiten zijn de maatschappelijke ontwikkelingen van belang voor de toekomst van onze gemeente. De gemeente heeft de ontwikkelingen gebundeld in 3 clusters: sociaal, ruimtelijk en klimaat. Sociale ontwikkelingen De veranderende rol van de gemeente.
Accent op faciliteren en stimuleren en de gemeente verwacht meer regie van bovenaf de komende jaren: - demografische ontwikkelingen, groeiende diversiteit, vergrijzing en het dalende aantal bewoners per woning zijn belangrijke ontwikkelingen; - positieve gezondheid; daarbij gaat het niet alleen om het voorkomen van ziekte (preventie) maar ook om de groeiende behoefte aan een betekenisvol leven; - ruimte voor ontmoeting; met een toenemend gevoel van eenzaamheid bij mensen groeit ook de behoefte aan plekken voor ontmoeting.
23 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
Ruimtelijke ontwikkelingen - het woningtekort: specifiek passende en betaalbare woningen voor senioren, jonge gezinnen, jongeren, urgente groepen en kleine huishoudens; - voorzieningen: de voorzieningen staan steeds meer onder druk terwijl het belangrijk is dat ze meegroeien met de te bouwen woningen en de bevolkingsgroei; - arbeidsplaatsen: deze zijn nodig om de lokale economie duurzaam en vitaal te houden en het autoverkeer te beperken; - omgevingskwaliteit (mate waarin ambities worden gerealiseerd): de hoeveelheid en complexiteit van ruimtelijke ontwikkelingen vraagt extra aandacht voor de omgevingskwaliteit; - mobiliteit: er ligt een belangrijke duurzaamheidsopgave en er zijn nieuwe mobiliteitsconcepten in opkomst. De betrouwbaarheid en kwaliteit van het OV staat echter onder druk. Klimaatontwikkelingen - mogelijke toename van wateroverlast en kans op overstromingen; - toenemende hittestress, door klimaatverandering en verdere verstedelijking; - terugloop van de biodiversiteit door klimaatverandering en menselijke invloeden; - droogte en mede daardoor versnelde bodemdaling en slechte waterkwaliteit; - energietransitie, verduurzaming en beperking van het energiegebruik; - de schaarste aan grondstoffen vraagt om een transitie naar een circulaire economie.
Toekomstperspectieven Een hoogwaardig verblijfsklimaat De gemeente streeft naar een prettige, gezonde en veilige omgeving om in te verblijven. Met de inrichting en het onderhoud van de omgeving zorgt de gemeente daarvoor. Het is daarom belangrijk om veel ruimte te behouden voor groen. Zowel voor mens, plant als dier. Dit groen in de gemeente wil de gemeente ook beter inrichten. Daarbij moet er ruimte zijn voor sport en beweging, voor ontmoeting en voor meer natuur. Ook het buitengebied moet onbebouwd, groen en open blijven. Verder wil de gemeente de historische gebieden en gebouwen behouden en beter zichtbaar maken. Ook is het belangrijk dat er zo min mogelijk milieuoverlast en vervuiling is. De kwaliteit van het water, de bodem en de lucht zijn daarom belangrijke aandachtspunten. Net als het voorkomen van geluidsoverlast. In het kader van veiligheid geeft de gemeente bijzondere aandacht aan kwetsbare buurten, locaties en groepen, zoals schoollocaties, woonzorggebouwen, kinderen, ouderen en mensen met een beperking. Goed verbonden De gemeente wil goed bereikbaar blijven vanuit de rest van het land. En dat binnen de gemeente de voorzieningen en woonwijken goed bereikbaar blijven. Hierbij staat het STOMP-principe centraal. In de planvorming wordt achtereenvolgens gekeken naar: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service, Privéauto.
Er komt dus steeds meer aandacht voor fietsers en voetgangers, openbaar vervoer, deelauto’s en elektrische auto’s en minder voor het gewone autoverkeer. Door slim te kiezen waar de gemeente nieuwe gebouwen neerzet en door de inrichting van de wegen werkt de gemeente bovendien aan een 15-minuten stad. Dit betekent dat alle belangrijke voorzieningen voor de inwoners te voet, te fiets, per openbaar vervoer of deelvervoer bereikbaar zijn binnen 15 minuten van huis. Iedereen moet zich ook op een veilige manier door de gemeente kunnen verplaatsen en het verkeer mag niet voor te veel milieubelasting (geur, geluid, fijnstof) zorgen. Met uitzondering van de hoofdwegen richt de gemeente de wegen in het bebouwde gebied daarom in als 30 km/u gebieden. Een plek van en voor iedereen Met dit thema bedoelt de gemeente meerdere dingen. De gemeente wil voor al haar inwoners een geschikte en betaalbare woning beschikbaar hebben. Om een woonplek voor iedereen te kunnen bieden bouwt de gemeente zo’n 6.000 nieuwe woningen, vooral voor starters, jongeren, jonge gezinnen, senioren en urgente groepen. Naast nieuwe woningen zorgt de gemeente er ook voor dat de bestaande woningen op de juiste manier benut worden of geschikt gemaakt worden, bijvoorbeeld door woningsplitsing en kamerverhuur. Ook de openbare ruimte ziet de gemeente als een plek waar iedereen zich thuis moet voelen.
De gemeente wil dat iedereen op een gelijkwaardige manier welkom is en dezelfde kansen krijgt om mee te doen in de gemeente. Ongeacht afkomst, geaardheid, opleidingsniveau, geslacht, geloofsovertuiging, gezondheid of
24 | 162 Witteveen+Bos | 145515/25-010.084 | Definitief
leeftijd. Tot slot, de wijken en buurten vormen een veelal rustige maar levendige omgeving, waarin genoeg te doen is en waarin iedereen gelijke kansen krijgt om zich te ontwikkelen. De gemeente vindt het belangrijk dat er genoeg voorzieningen voor iedereen beschikbaar zijn, onder andere voor sport, kunst- en cultuur, zorg en onderwijs. De voorzieningen wil de gemeente mee laten groeien met de woon- en zorgopgave en de bevolking, in aansluiting op de behoefte in buurt of wijk. Economisch vitaal, passend bij een woongemeente Er is ook bedrijvigheid binnen de gemeente. Dat wil de gemeente zo houden. Kantoren, bedrijven, voorzieningen en winkelcentra zijn daarbij belangrijk. De gemeente wil nieuwe arbeidsplaatsen realiseren, zo’n 2.000 extra banen tot 2030. Daarna wil de gemeente dit mee laten groeien met het inwoneraantal. De gemeente bouwt daarbij voort op de bedrijfstakken waarin de gemeente nu al sterk is: dienstverlening, detailhandel en zorg. Om dit te bereiken zorgt de gemeente er bij bouwprojecten voor dat gemeente breed minstens 5 % van de ruimte benut wordt voor voorzieningen en bedrijvigheid. In de woonwijken stimuleert de gemeente werkfuncties en voorzieningen. Ook behoudt, versterkt en verduurzaamt de gemeente de 6 bestaande bedrijventerreinen. In de 4 kernwinkelgebieden wil de gemeente de levendigheid, aantrekkelijkheid en bereikbaarheid verbeteren.