CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4213 Ruimtelijke onderbouwing (incl bijlagen)

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor het plaatsen van geluidschermen langs de A4 (Duinwaterpad in Leidschendam)22.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

ìt

.ì ¡;

!(

nendd '|t

lr

u"ù''* I

nt,

t

h"g o 'i

l'i_

î.

I , L

taøC vr

I

Þ

7

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

Ontwikkelin g Vlietlanden2 gemeenle archief

Recreatiegebied 's-Gravenwoude" uitvoering plan Vlietland I98l -I994 (-1.855.41) Watersportvereniging Leidschendam e.o ; aanleg en inrichting van een jachthaven in recreatiegebied vlietland algemeen I 978 1996 - 2004 (-1.8s5.37)

De ontwikkeling van Vlietlanden startte in de zestiger jaren met de uitvoering van het plan om zand te winnen ten behoeve van de aanleg van rilegen en de aldus ontstane plas en de aangrenzende oevers in te richten voor de openluchtrecreatie. Gedeputeerde staten van Zuid-Holland3 heeft bij besluit van 2 oktober 1968 aan Recreatiecenkum Rijnland B.V. (RCR) een publiekrechtelijke ontgrondingsvergunning verleend om tot 1 januari 1980 grote gedeelten van de Rieþolder, de Speþolder, de Hoþolder en de Meeslouwe4)older, gelegen in de gemeenten Leidschendam en Zoeten¡youde, te ontzanden en tot vr'ater te vergraven ten behoeven van

zandwirning. Voor diverse bouwplannen had het rijk behoefte aan ca. 14.000.000 m3 zand. h 1996 is door de provincie een zandcontract gesloten met RCR voor het afrremen van ca. 2.800.000 m3 zand.

In de zeventiger jaren liep de lraag naar zand sterk terug en ontstonden er emstige financiële problemen bij de private zandwinners in Vlietland. De provincie was ook financieel betrok&en bij het project. Uiteindelijk heeft de provincie het gebied aangekocht voor een prijs van Fl 10,6 miljoen gulden excl. de nog niet gerealiseerde zandwinrechten. De oppervlakte was ca.290ha. De Zand- en Grondexploitatiemaatschappij Rijnland B.V. had contractueel een recht van voorkeur bij uitgiften van erfuacht, verhuur etc. Recreatriecentrum Rijnland B.V. heeft het zandwinrecht om niet verkregen. In het definitieve inrichtingsplan uit 1981 staat vermeld dat de provincie niet zelf tot exploitatie van objecten zal overgaan. Dat betekend dat de provincie contractueel te maken heeft met I ondernemer. In 1989 was dat Recreatiecentrum Vlietland B.V. Het totale oppervlakte is (anno 1989) 298 ha, waarvan 135 ha water en 135 ha land. Wegens het ontgronden van de Meeslouwerpolder zal ten zuiden van de Kniplaan vervangend natuurgebied worden gerealiseerd.

2.1 Bouwvergunningen. In onderstaand overzicht worden diverse bouwvergunningen van de panden aan de Oostvlietweg 41 t/m 54 weergegeven. De bouwvergunningen van Rieþolderweg zijn niet meegenomen. Oostvliefweg 41 Op 30 mei 1924 is aan C. van Santen een bouwvergunning verleend voor het bouwen van twee woonhuizen (arbeiderswoningen) op een perceel aan de Oostvlietweg, sectie B-902. Het betreft Oosvlietweg 41 en bevindt zich nabij de Kniplaan. De woningen zijn op staal gefundeerd en in totaal zijn er twee regenputten en twee beerputten aanv'tezig. Op 19 februari 1925 is aan C. van Santen een bouwverguruling verleend voor het bouwen van een schuur op het perceel Oostvlietweg 41, sectie 8-902. h juli 1994 is bij het boren van een hooftlwatertransport drinkwaterleiding (BAL) de woning ernstig beschadigd. Tijdens de persing is op ca. I 8 m - NAP de leiding gesprongen, waardoor het zandpakket onder de woning en schuur gedeeltelijk is weggespoeld. De woning en de schuur zijn enkele cm. verschoven en ca. 5 cmgezalrt. Sloop en nieuwbouw is noodzakelijk. Op 9 april 1996 is aan L.P. van Santen een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een woning met garage op het perceel Oostvlietweg 41, sectie A-1039. Het terrein rondom de woning is opgehoogd met metselpuin, afkomstig van de oude woning. Zie diverse foto's in het bouwarchief. Het pand is op palen gefundeerd,

2 briefvan de provincie d.tl. I 4 juni 1 989 in dossier: Recreatiegebied

's-Gravenwoude" uitvoering plan Vlietland I 93 1 -1 994 (-1.355.41) 3 zie vergaderverslag en tekening aan te kopen terreinen van provincie in het bouwarchiefvan Oostvlietwg 50 (1940-19S0)

I

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

Oostvlietweg 44 (onduidelijk waar alle panden hebben gestaan, op 45 of op 44a danwel op de achtererven van deze panden) Op 19 juli 1955 is aan het Nat. Bureau van de Pauselijke Missie Actie een bouwvergunning verleend voor het bourven van een koestal bij de woning aan de Oostvlietweg 44, sectie B-909. Het betreft een stal voor 20 koeien. Het pand wordt gefirndeerd op houten palen (mogelijk 11 meter lang) met betonnen oplangers. In het archief zil eenmooie tekening (wat allear zeer sterk afirijkt ten opzichte van de huidige situatie in 2007). Aanwezig zijn: Woning en tegen deze woning aan het oosten een koestal, achter de stal een hooitas, gevolgd door een wagenschuw en een stal voorjong vee.. In de nieuwe situatie wordt ook een gierkelder gebouwd achter de wagenschuur. Mogelijk betreft het een woning gesitueerd tussen 44a en 41.

is 49 is: 46

ò

is 48

situatietekening uit 1961 met de ligging van Oostvlietweg 44

Oostvlietweg 44a, behorend bij Oostvlietweg 45 Op 30 juni 1938 is aan P.C. van Rijn, gevolmachtigde van de stichting het Pauselijk Liefdewerk van den H. Petrus, een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een houten wagenschuru en een koestalling op het perceel Oostvlietweg 45, sectie B-909. Volgens de vergunning betreft het huisnummer 45, echter volgens het kadastemummer betreft het nummer 44, (wat is nu waar?) Wanneer men de blauwdruk bekijkt, dan betreft het een schuru gelegen achter het pandje w. 44, zoals aangegeven op de tekening uit 1961 Op 14 juli 1938 is aan C.P. van Wissen, gevolmachtigde van de stichting het Pauselijk Liefdewerk van den H. Petrus, een bouwvergururing verleend voor het verbour¡/en van een woning door het opbouwen van een kap, waaronder een tweetal zolderkamertjes en het maken van een scheidingsmuur op het perceel Oostvlietweg 45, sectie B-909.Volgens de blauwdruk bevat het een lang gerekt gebouw bestaande uit ecn woonhuis, daarnaast een opkamer met een achterhuis en daarnaast een stal, parallel aan de dijk met achter het pand drie hooitassen. Het pand is op palen gefundeerd. Op 23 mei 1960 is aan de wed. M.C. van Vliet-van V/inden een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een melkloods (met eterniet golfplaten) nabij het pand Oostvlietweg 45, sectie B-1371, Volgens de kaart beteft het een gebouwtje schuin achter het pand met huisnummer 44.

zie cijfer: 7 op bovenstaande tekening. Op 28 ol:tober 1961 is aan gebr. J. en J. van Vliet een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een wagenschuur annex varkensstal aan de Oostvlietweg 45, sectie B-1371. Het te bouwen pand bevindt zich achter huisnummer 44. Zie cijfer: 2 op bovenstaande tekening. Op 5 maart 1973 is aan Gebr. J.P. en Joh. van Vliet een bouwvergunning verleend voor het geheel vernieuwen van een varkensschuur nabij de woning Oostvlietweg 45, sectie 8-1462. Op 15 mei 1984 is aan de heer J.J. van Vliet een bouwvergunning verleend voor het vemieuwen van de woning aan de Oostvlietweg 45, sectie B-1371. 9

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

Dat betekent dat huisnummer 44,zoals vermeld op bovenstaande tekening, nr. 45 wordt, zoals dit anno 2007 noghet geval is. Het pand zoals aanwezig voor 1984 is gesplitst in twee panden nl. een nieuwe woningen en een schuur/stal. Uit correspondentie uit 1987 is gebleken dat J.J. van vliet ',voont aan Oostvlietweg 45 en zijn broer J.G. van vliet woont op 44a.In de schuren achter nr. 45 wordt een varkensmesterij geëxploiteerd. Het betreft een kliekmesterij met 300 mestvarkens. In 1968 is deze mesterij ontbonden en is tevens het vennootschap onder firma tussen de twee broers Van Vliet opgeheven, waama de eigendommen zijn verdeeld. Er werd tevens een strohandel geäxploiteerd en deze activiteiten werden door J.G. van vliet na 1987 op beperkte schaal voort gezet. De heer J.J. van vliet heeft in 1984 een betrelklingbij het loonbedrijf

Oostvliet B.V.

Bij verdeling van de eigendommen zijn de schuren aan de noordkant van het toegangspad toebedeeld aan J.G. van Vliet en de schuur achter de woning van 45 is toebedeeld aan J.J.aan vliet. Deze schuur zal benut worden voor opstal van caravans. Op 9 juni 1999 is aan J.J. van Vliet een bouwvergunning verleend voor het vervangen van daþlaten van de schuur op het achtererfvan het pand aan de Oostvlietweg 45, sectie B-01 125.

Oostvlietweg 44a Op 21 februaú 1964 is aan N.V. Boeren- en tuindersleverensverzekering te Den Haag een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijßwoning op het perceel Oostvlietweg 44a, sectie B-1371. Het pand is gefrurdeerd op houten palen met betonnen oplangers.

Op 13 mei 1964 is aan N.V. Boeren- en tuinderslevensverzekering te Den Haag een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning aan de Oostvlietweg 44a, sectie 8-1371. Onder het pand is stampbeton met grondaanvulling. Op 1 7 septemb er 1973 is aan J. van Vliet een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een garcge aan de Oostvlietweg 44a, sectie B-1461. Op 26 april 1977 is aan J.G. van Vliet een bouwvergunning vedeend voor het veranderen van de woning aan Oostvlietweg 44a, sectie B-1371 . Op 3 oktober 1978 is aan J.G. van Vliet een bouwvergunning verleend voor het vernieuwen en vergroten van een garage op hetperceel Oostvlietweg 44a, sectie B-1371. Op 2 januari 1996 is aan J.G. van Vliet een bouwvergunning verleend voor het vemieuwen van een berging op het perceel aan de Oostvlietweg 44a, sectie B-1040.

Oostvlietweg 45 Op l3 juli 1909 is aan P.J. van der Horst een bouwvergunning verleend voor het vemieuwen van zijn woning op het perceel kadastraal stompwijk, sectie 8-909. Het betreft Oostvlietweg 45. Het betreft het vemieuwen van het voorste gedeelte van de woning (woonkamer) en het achterhuis. volgens de tekening aanwezig: koestal, wagenschuw, koelput , achterkamer, kelderkamer, woonkamer, achterhuis. Het pand is op turf gefundeerd. Op 18 januari 1923 is aan P.J. van der Horst een bouwvergunning verleend voor het herbouwen van de koestal op een perceel gelegen aan de Vlietweg, kadastraal stompwijk sectie B-776. Er zijn geen bouwvergunningen aanwezig over de diverse varkensschuren die in 1975 aanwezig waren en ook geen sloopvergunningen.

Oostvlietweg 46 Op 2a juni 7924 is aan W.J.J. den Hollander een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een schuur achter het pand aan de Oostvlietweg 46, sectie B-782. Een situatietekening is in het archief niet aanvtezig. Op 6 november 1926 is aan W.J.J. den Hollander (beroep: tuinder) een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een warenhuis aan de Oostvlietweg 46, sectie: 8-783 en 784. Een bouwtekening is niet in het archief aanwezig. Op 29 j anuari 1 929 is aan W.J,J. den Hollander (tuinder) een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een warenhuis aan de Oostvlietweg, sectie Stompwijk 8-785. Het gebouw is bedoeld voor groenteteelt. Een bouwtekening is in het archief aanwezig, echter geen situatietekening, dus de ligging is niet bekend.

l0

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

Oostvlietweg 48 Op 5 decemb er 1923 is aan J. Huisman een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een woonhuis met stal op een perceel aan de Oostvlietweg, kadastraal Stompwijk, sectie B-987. Het betreft Oostvlietweg 48. Het pand wordt gebouwd in het talud van de dijk met een turffundering. Direct tegen de woning wordt een paarden- en koçienstal gebouwd met een wagenschuur. Aan de voorkant is een kelder aanwezig (in de dijk). Er is een beerput aanwezig, naast de woning. Op 27 november 1965 is aan J.P. Krijgsman (eigenaar) een bouwvergunning verleend voor het veranderen van de woning aan de Oostvlietweg 48, sectie B-1228. Op de situatietekening staat een gebouw langs de weg tussen 48 en 46 die anno 2007 niet meer aanwezig is. Oostvlietweg 49 Op 14 augustus i924 is aan J. Viddeleer (wonend aan Oostvlietweg27) eenbouwvergunning verleend voor het bouwen van een houten loods aan de Ooslvlietweg 49, kadastraal Stompwijk, sectie B-1201. Op 12 januari 1927 is aan J.H. Volkes (koopman, wonden op Oostvlietweg 27) een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een schuur op een perceel gelegen aan de Oostvlietweg, sectie B-1201. de schuur is bedekt met asfalçapier. Op 5 december 1978 is aan Mej. E.A. de Haan een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning aan de Oostvlietweg 49, sectie A-1201. De huidige sterk verwaarloosde woning zal worden gesloopt.

Aanwezig is een 29 m3 septic-tank. Het pand is op palen gebouwd, Op 12 mei 2005 is aan de heer A.P. Geijlswijk een bouwvergunning eerste fase verleend voor het veranderen van de woning aan de Oostvlietweg 49, sectie A-1 180. Oostvlietweg 49a, 49b en 49 c Op 14 juni 1983 i s aan G.J. Hoogkamer een bouwvergunning verleend voor het vemieuwen van 3 recreatiewoningen aan de Ooswlietweg49a,49b en 49c, sectie B-994. Volgens de foto's betreft het een drietal bouwvallige huisjes. Bij de nieuwbouw wordt gebruik gemaakt van asbest cement golfplaten als dakbedekking. Er is een septic-tank aanwezig. De woningen zijn gefundeerd op houten palen. Volgens correspondentie heeft de gemeente in 1984 geen toestemming verleend voor permanente bewoning.

Oostvlietweg 50 Op 23 juni 193 I is aan N. La Grappe Dominicus (notaris te Rijswijk) een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een hooitasch op het perceel aan den Oostvlietweg, sectie B-941 en769. 'Woonhuis, Volgens de tekening aanwezig: veestal (gebouwd tegen het woonhuis aan het oosten), schuur en stal (gebouwd tegen de veestal), bergplaats, twee schuren en op het achterterrein de toekomstige hooitas. Op 5 augustus 1980 is aan G. van Doom een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een beheerderswoning aan de Oosvlietweg 50, sectie B-941 en 796. contractueel is geregeld dat de woning gebruik wordt ten behoeve van het toezicht op de ontwilJceling en instandhouding van het recreatiegebied Vlietland. Het vloerpeil aan de voorkant van de woning is 0,01 m + NAP en de vloerpeil achterkant van de woning is 2,5 m -NAP. Het pand heeft een kelder en is op palen gefundeerd þaallengte ca. l,2tot 4,2 meter). Er zijn geen gegeven over de sloop van de voormalige boerderij in het bouwarchief aanwezig. Op 15 oktober 1985 is aan G. van Doorn een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een overdekking aan de Oostvlietweg 50, sectie 8'1047. De huidige bestemming is stalling van caravan met een auto en de nieuwe bestemming is een overdekking. Er zal gebruik worden gemaakt van de bestaande fundering van de voormalige mestopslag.

11

Historisch

Vlietlanden eo te Leidschendam

Oostvlietweg 51 Op 27 decemb er L962 is aan J.H. Loose een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een brug nabij de woning aan de Oostvlietweg 5 1, sectie B-1 120. De brug is gefundeerd op 13,5 meter lange houten palen met betonnen oplangers. Volgens de tekening bevindt de sloot zich tussen deze betonpalen. Aan rweerskanten van de brug/palen bevindt zich een dikke puinlaag. Op 6 september 1963 is aan A.N. van der Heijde een bouwvergunning verleend voor het veranderen van de woning aan de Oostvlietweg 51, sectie 8-956.

De hooitas wordt gefundeerd op palen. Op 23 januari 1940 is aan Mej. J.C. la Grappe Dominicus (te Rijswijk) een bouwvergunning verleend voor het vemieuwen van een gedeelte van een veestalling op het perceel Oostvlietweg 50, sectie B-941. Op 12 november 1940 is aan Mej. J.C. la Grappe Dominicus te Voorschoten een bouwvergunning verleend voor herstelwerkzaamheden van een veestalling op het perceel aan de Oostvlietweg 50, sectie B-941.

Op 17 juli 1950 is aan de erven van A. Paardekooper een bouwvergunning verleend voor het vemieuwen van een wagenschuur op het perceel aan de Oostvlietweg 50, sectie B-7 69. Deze schuur bevindt zich achter de boerderij. Oostvliet\ryeg 51a Op 7 decemb er 1962 is aan J.H. Loose een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een woning met stal op het perceel aan de Oostvlietweg 5 la, sectie B-l 120 en 918. De vloeibare meststoffen worden

afgevoerd naar een gierkelder. De huidige bestemming was weiland en de nieuwe bestemming is weiland met stal en bedrijfswoning. de panden staan op totaal 40 houten palen met betonnen oplangers. De palen hebben een lengte van ca. 13,5 meter en 1,5 meter oplangers.

wonins 5la

stal (koe en paard), wagenschuru, meelhok, melkirok. hooitas

1 met hooitas

Op 24 februari 1981 is aan B. Hogendoom een bouwvergunning verleend voor het vergroten van de woning aan de Oostvlietweg 5la, sectie B-1 120. De uitbreiding, ten zuiden van de woningo is op houten palen gefundeerd. Het beteft het vergroten (44 m2) van een voormalige tweede bedrijfswoning van een agrarisch bedrijf waarvan de grond (thans) deel uitmaakt van het recreatieschap Vlietland. Op 24 november 1981 is aan B. Hoogendoorn een bouwvergunning verleend voor het vernieuwen en vergroten van een brug op het perceel aan de Oostvlietweg 51a, sectie B-1120. De brug is op houten palen gefundeerd. Op 27 november 1984 is aan Oostvliet B.V. (OosWliefweg 5la) een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een bedrijfshal (t.b.v. het loonbedrijf) op het perceel aan de Oostvlietweg 5la, sectie A1050. Het pand is gefundeerd op houten palen met betonnen oplangers. Het pand wordt gebouwd tegen de woning op 5la, in noordelijke richting.

l2

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

Oostvlietweg 54 Op 3 augustus 1960 is aan K. Huisman een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een woning aan de Oostvlietweg 54, sectie B-1351. Aanwezig een 2.000 liter septic tank. De woning en de schuur zijn op palen gefirndeerd. De locatie was voor de bouw een weiland.

2.2 Hinderwet- en mÍlieu-vergunningen Van diverse percelen is het Hinderwetarchiefbekeken. Er is geen onderzoek gedaan naar de diverse bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de Meeslouwerweg en Rietpolderweg. Oostvlietweg 40 Op 26 oktober 1954 is aan T.v.d. Akker (Oostvlietweg 40) een Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten en in werking brengen van een kooþlaats van dierlijk afual op het perceel Oostvlietweg 40, sectie B-1359. Op het terrein is aanwezig: 4 stallen, woonhuis, hooitas, wagenschuur, sffotas en een kookketel. De brandstofvoor deze ketel is kolen en hout. Op 16 novemb er 1954 is aan T.v.d. Akker (Oostvlienveg 40) een Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten en in werking brengen van een kooþlaats van dierlijk afual op het perceel Oostvlietweg 40, sectie B-1359. Op 9 augustus 1971 is aan T.v.d. A-kker esn Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten van een propaangasinstallatie op het perceel aan de Oostvlietweg 40, sectie B-I377. Op 7 januari 1972 1s aan T. van de Atker een Hinderwetvergunning verleend voor het houden van een kookplaats van dierlijk afral op het perceel Oostvlietweg 40, sectie B-1377. Het betreft het koken van dierlijk afual en opslag daawan alsmede het stoken van de kooft&etel met een

bovengrondse 5.000 liter pretroleumtank. Op 9 oktober 1979 is aan T. van den Akker een Hinderwetvergunning verleend voor een veehouderij op het perceel aan de Oostvlietweg 40, sectie 8-1208, 1376 en 1377. Het betreft het houden van vee, koken van plantaardig en dierlijk afval voor varkens, verzamelen en opslag van vloeibare meststoffen. Aanwezig 650 varkens, 10 koeien, 10 schapen, 6 paarden en 50 kippen, bovengrondse 2.000 liter stookolietank voor een kookpot.

Oostvlietweg 44a naast 45 Op 18 maart 2003 is door de gemeente een milieucontrole uitgevoerd op een locatie naast nr 45 (in gebruik door Van Vliet van Oostvliefweg 44a).De locatie is in gebruik voor stalling van 6 klassieke auto's en een caravan. Er is geen sprake van een inrichting in het kader van de'Wet Milieubeheer. Het wordt gezien als hobbymatig. Oosfvlietweg 45 Op 6 februari 1975 is tijdens een milieucontrole gebleken dat er geen Hinderwetvergunning aanwezig is voor het houden van een varkenshouderij annex kookplaats voor plantaardig en dierlijk afval. Op 2 oktober 1979 is aan de firma Gebr. Van Vliet een hinderwetvergunning verleend voor het hebben van een veebedrij f annex kooþlaats voor plantaardig en dierlijk afral op het perceel aan dç Oostvlietweg 45, sectie B-1462. Volgens de voorschriften en de tekening zijn de volgende zaken aanwezig: - ondergrondse gierkelder (achterterrein nabij sloot) - bovengrondse 3.000 liter petroleum tank voor de fomuizen (achterterrein nabij de sloot) - varkensschuren, landbouwschuur, koeienstal, hooitas, woning, opslag ingekuild gras. etc. In 1981 was bovenstaand bedrijf nog in werking. Volgens een aantekening in het Hinderwetdossier is op 1987 het bedrijf beëindigd.

Oostvlietweg 46 (poldergemaal) Door waterschap tWilck en \ñy'iericke is bij de gemeente op 19 november 2004 het meldingsformulier voor het veranderen van de inrichting þoldergemaal) ingediend en op 1 februari 2005 door de gemeente in orde bevonden. 13

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

Oostvlietweg 51a (loonbedrijf Oostvltet) Tijdens een controle in april 1980 is gebleken dat het loonbedrijfannex herstelinrichting aan de Oostvlietweg 5 1 a geen Hinderwetvergunning heeft . Op 2 september 1982 is aan Oostvliet B,V. een hinderwetvergunning verleend voor het in werking hebben van een loonbedrijf annex herstelwerþlaats voor eigen machines (motorvoertuigen) op het perceel Oostvlietweg 651a, sectie B-1565.

Aanwezig zijn o.a.: - twee bovengrondse 1.500 liter HBO-tanks onder een afdak - twee bovengrondse 4.000 liter gasolietanks - opslag van olievaten in een voormalige silo - werþlaats etc. Op 9 seplember 1986 is aan Oostvliet B.V. een hinderwetvergunning verleend voor een loonbedrijf annex herstelinrichting voor eigen motorvoertuigen alsmede laswerk en ondergrondse dieselolieopslag op het perceel aan de Oostvlietweg 51a, sectie B-1050.

Aanwezigo.a.: - 8 stuks olievaten van elk 200 liter, smeerolie - opslag afgewerkte olie in 1.500 liter tank - 2 ondergrondse 4000 en 6000 liter tanks met diesel incl. 2 pompen Tijdens een milieucontrole op 6 augustus 1992 is gebleken dat de bovengrondse 1.500 liter tank voor afgewerkfe olie is afgevoerd. In de bedrijfsruimte staat nog een 800 liter tank alsmede 5 oliebars van elk 200 liter. De ondergrondse dieseltanks zijn niet jaarlijks gekewd. Op 5 november 1992 is door Oostvliet B.V. een meldingsformulier Wet Milieubeheer bij de gemeente ingediend. Het gaat om een loonbedrijf annex herstelin¡ichting voor motorvoertuigen alsmede laswerk en een ondergrondse dieseltank. Tevens aartw ezig: stalling voor machines, opslag meetapparatuur, opslag PVC-materiaal, opslag van afgewerkte olie, kast

voor gewasbestuij dingsmi ddelen. Tevens melding dat een olietank wordt verwijderd. Op 8 oktober 1996 is de vergunningsprocedure stop gezet aangezien Oostvliet voornemens is om gedeelten van het bedrijf te verplaatsen naar het Oosteinde te Stompwijk. Tijdens een periodieke controle is o.a. het volgende geconstateerd: - Er zijn twee ondergrondse tanks aanwezig,l van 6000 liter met rode diesel en I van 4.000 liter met witte diesel. Beide tanks zijn in 1985 geïnstalleerd. Het grondwater wordt niet jaarlijks gemonitoord. - De vloer van de wasplaats is niet vloeistofdicht, tankplaats is niet voorzien van een vloeistofdichte vloer. kt 2001 heeft Oostvliet zich aangesloten bij de BSB. De twee ondergrondse tanks zullen worden verwijderd en een nieuwe bovengrondse tanks zal geplaatst gaan worden.

Op 15 augustus 2002 zijn door de firma Chemclean de twee ondergrondse dieseltanks verwijderd. Volgens het certificaat is geen olieverontreiniging in de bodem waargenomen in tegenstelling met het rapport van IDDS. In2004 is een bovengrondse dubbelwandige 10.000 liter gasolie tank aanwezig, geinstalleerd

Rietpolderweg (i aehthaven) In een briefl van Grond- en zandexploitatiemaatschappij Rijnland 8.V., gericht aan het bestuur van de \t/atersportvereniging Leidschendam d.d. 24 december I 984 beteffende de opdracht voor het aanleggen van eenjachthaven, staat onder andere het volgende in vermeld.: Ter plaatse van de jachthaven zal de grond tot 2,1 m - m.v. worden ontgrav€n en de wijkomende grond wordt afgevoerd. Een parkeerterrein wordt aangelegd en verhard met een laag hoogovenslakken van 0,2 meter dikte en een oppervlakte van ca. 4000 m2.

4 dossier: I .855.37; watersportvereniging kidschendam, aanleg en inrichting vm een jachthaven

l4

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

2.5 Archeologie Op de Archeologische Monumentenkaart van Zuid-Holland van 1.994 en2004 staat de onderzoekslocatie niet op weergegeven. De onderzoekslocatie is niet weergegeven op de IKAW (tweede generatie anno 2004).

Op de kaarten behorend bij de Cultuw Historische Hoofdstructuur Zuid-Holland (2002) bevindt de onderzoekslocatie zich in een veengebied met grotendeels een lage kans op archeologische sporen (zeer

licht grijs). Tussen de Vliet en de waterpartij dan wel het recreatieterrein is een redelijke tot grote kans op archeologische sporen (gtj s). De archeologische verwachtingskaart komt overeen met de kaart zoals die anno 2007 op de website van de provincie staat vermeld.

Zie voor meer gegevens de site: http://c.hs.zuid-holland.nl.

In het databestand Archis van het ROB zijn geen gegevens aanwezig over de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Een en ander is telefonisch geverifieerd bij het ROB. Archeoloeische onderzoeken In opdracht van Juffermans support heeft RAAP in september 2003 een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd in verband met de geplande nieuwbouw op een perceel aan de Oostvlietweg 26a te Stompwijk. Er zijn in totaal 10 grondboringen uitgevoed tot maximaal 3 meter. In alle boringen is tot grote diepte een verstoord bodemprofiel aangetroffen, bestaande uit afi¡¡isselend klei met zandbrokken en zand met kleibrokken. In enkele boringen is een ondoordringbare puinlaag aangetroffen op een diepte van rond de 2,0 m - m.v. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de boringen wordt verondersteld dat de top van de Afzettingen van Duinkerke I (het niveau waarop archeologische sporen verwacht werden) vergraven is. Naar verwachtingzal als gevolg van de geplande bouwwerkzaamheden geen emstige verstopring van archeologische waarden optreden. Wanneer er bodemingrepen plaatsvinden die NIET diçer zijn dan 2,5 meter dan wordt geen vervolg onderzoek aanbevolen.

15

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

Bestemmingsplannen In het bestemmingsplan " Oostvliet 1984" zijngeen terreinen aangewezen met een archeologische verwachting dan wel een archeologische bescherming. In het bestemmingsplan'Vlietland noordoost 2005" is een strook grond langs de Vliet, globaal tussen de waterpartij en de Vliet en de grond gelegen tussen de Rieþolderweg en de Vliet, aangegeven als een archeologisch waardevol gebied. In het bestemmingsplan staat aangegeven dat een verkennend archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd, voordat nieuwe bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Eigenlijk had hier ook moeten staan: alsmede bodemingrepen (o.a. gaafwerlaaarnheden) met een zone langs de Vliet vanaf 0,5 meter diep en nabij de waterpartij alsmede de rieþolderwegvanaf 2 meter diep. kr artikel 11 van het bestemmingsplan staan zaken in weergegeven over het "archeologisch waardevol gebied". Een wijstelling voor een bouwvergunning wordt pas verleend als uit een rapport is gebleken dat de archeologische waarde van het betrolken terrein voldoende is vastgesteld. Op basis van historische informatie inzake de aanleg van Vlietlanden kan men voorzichtig concluderen dat de bodem tussen de Vliet en de waterpartij grotendeels nog intact is, ook al is het terrein in het verleden opgehoogd met2tol4 meter grond.

De grootste kans dat in de bodem nog archeologische resten in-situ aanwezigzíjn is de (voormalige) lintbebouwing ten zuiden van het fietspad langs de Vliet (dijk met talud) met een vermoedelijke breedte van 50 meter.

l6

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

2.6 Milieukundige bodemonderzoeken Oostvlietwee 41

Rapport Onderzoelrsrapport Oostvlietweg 41 te Leidschendam Bureau Op enKamp d.d.26 januari 1996;kenmerk: I/S/VBO-96.193/5 In verband met de bouw van een woning aan de Oostvlietweg 41, heeft Op den Kamp Adviesgroep in januari 1 996 een bodemonderzoek uitgevoerd, ter plaatse van de te bouwen woning (niet op het overige tenein).

Uit dit onderzoek blijkt het volgende:

- De toplaag van 0,0 tot 0,5 m - m,v. bevat licht verhoogde gehalten aan olie en PAK - De ondergrond van 0,5 tot 2,0 m - m.v. bevat licht verhoogde gehalten aan zink en olie (PAK is niet onderzocht)

- In het grondwater zijn sterk verhoogde gehalten aan lood en koper en matig verhoogde gehalten aan zink en chroom en licht verhoogde gehalten aan arseen, cadmium, nilkel, naftaleen en xylenen aanvtezig. Een aanvullend onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater werd aanbevolen. Door het adviesbureau werd aangegeven dat dit onderzoek door de overheid gedaan moest worden. In maart 1996 heeft de gemeente ingestemd met het bodemonderzoeksrapport en is het terrein geschikt verklaard voor de bouw van een woning. Anno 2006 is het nog steeds gewenst om de omvang van de verontreiniging in het grondwater nader te onderzoeken.

Oostvlietwes 51

Rapport Nulsiluatieonderzoek Oostvlietweg 5 I a le Leidschendam Fugro d.d. 24 september 1996; kenmerk: 8-6287/110 In september 1996 heeft Fugro een nulsituatieonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de ondergrondse dieseltanks met pompen aan de Oostvlietweg 51a. Uit dit onderzoek blijh het volgende: - In de toplaag rondom de tanks is het oppervlakte verhard met sintel/slalften van 0,0 tot 0,3 m - m.v. - In de bodem van 0,3 tot 0,8 m * m.v., rondom de tanks zijn licht verhoogde gehalten aan olie aanwezig. Het betreft een mengmonster met de kans dat een individueel grondmonster hogere gehalten kan bevatten.

- In de bodem nabij de pompen zijn geen verhoogde gehalten aan olie aangetoond. - De bodem nabij de overige (voormalige) olieopslag tanks/vaatjes is niet onderzocht. De nulsituatie is vastgelegd en een vervolgonderzoek was niet noodzakelijk.

In maart 200i is door de firma Mol een historisch onderzoek uitgevoed en de resultaten hiervan zijn weergegeven in een basisdocument. Dit in het kader van de BSB. Het rapport is bij de gemeente niet aanwezig. In april 2001 is door Mol in het kader van BSB een bodemonderzoek uitgevoerd op het bedrijfsterrein aan de Oostvlietweg 5la. Het onderzoek had betrekking op het buitenterrein nabij de loods en de wasplaats. rondom de loods zijn diverse grondboringen uitgevoerd en ook rondom de wasplaats (stelconplaten). Er is geen grondboring uitgevoerd ter plaatse van de stelconplaten, voormalige bovengrondse

-

olietanks, voormalige wasplaats (HW-vergunning I 986)

- In de bodem nabij de loods is op een diepte van 0,4 - 0,5 m - m.v. een licht verhoogd gehalte aan olie aanwezig.

- Het grondwater nabij de stelconplaten zijn licht verhoogde gehalten aan chroom, nikkel, zink, xylenen en het grondwater nabij de loods bevat een sterk verhoogd gehalte aan olie.

- De voormalige sloot is niet onderzocht. Het grondwater nabij de wasplaats is niet onderzocht. Conclusie: redelijk slecht onderzoek, niet volledig onderzocht, slechts 2 grondmonsters onderzocht.

In mei 2002 is door IDDS een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de brandstoftanks en pompen aan de Oostvlietweg 51a te Stompwijk. t'1

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

De reden voor dit onderzoek is het voomemen om de ondergrondse tanks te verwijderen. Uit het bodemonderzoek blijkt het volgende: - In de bodem van 0,4 tot 0,9 m - m.v. zijn licht verhoogde gehalten aan olie aangetoond van 340 mglkg. In vergelijking met het nulonderzoek uit 1996 is dit een verhoging. - In het grondwater nabij de tanla zijn geen verhoogde gehalte aan olie en aromaten aanwezig. Formeel is tussen 1996 en2002 een bodemverontreiniging olie ontstaan, De gemeente heeft bovenstaand niet gezien als een nieuw geval. De bodem is derhalve niet gesaneerd.

Op l5 augustus 2002 zijn door de firma Chemclean de twce ondergrondse dieseltanks verwijderd. Volgens het certificaat is geen olieverontreiniging in de bodem waargenomen in tegenstelling met het rapport van IDDS. Anno 2007 is de wasplaats (stelconplaten) niet aanwezig en betreft volgens een luchtfoto uit 2004 een opslagterrein voor o.a. bestratingsmateriaal. Onduideliitrçheid In hoeverre is de olieverontreiniging nabij de tanks daadwerkelijk verwijderd (zie advies van de gemeente aan Ecocare). Wegens het ontbreken van een evaluatierapport wordt aangenomen dat de olieveronfeiniging NIET is

verwijderd. Oostvlietweg 62a In verband met een grondtransactie en de voorgenomen nieuwbouw is door de firma Van der Helm in september 2000 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De locatie is circa 5.100 m'z groot. Op een kaart van 1923 uit de Historische Atlas van Zuid-Holland staat de locatie als weiland aangegeven. Op een kaart van 1957 staat de huidige bebouwing aangegeven en direct ten NO van de woning een sloot. Volgens de huidige bewoner is bij de aanleg van Vlietlanden het terrein met circa een halve meter zand opgespoten. De huidige bebouwing omvat een woning en een schuur, Aan de zuidwestelijke zijde van de woning hebben een petroleum- en een olietank gehangen (bron: huidige bewoner). Naast het woonhuis is een schapenwei met een grondwal aanwezig. Volgens de huidige bewoner zijn er geen puinverhardingen aanweztg. Tijdens het veldwerk voor het onderzoek is de zand ophooglaag niet aangetroffen. Zeer plaatselijk zijn zeer geringe bijmengingen met puin waargenomen. Bij twee boringen in de gedempte sloot zijn slibresten waargenomen. Eén boring is gestaakt lryegens beton op chca 245 cm -maaiveld. Een individueel monster uit de bovengrond aan de westzijde van de locatie vertoonde zeer licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie. Ook andere bovengrondmonsters vertonen eerl zeer licht verhoogd gehalte aan minerale olie.

Nabij de voormalige tanks is een lichte verontreiniging van met olie. In de aangetroffen slibresten in de gedempte sloot zijn geen verontreinigingen gemeten. In het monster uit de grondwal is een licht verhoogd oliegehalte aangetoond (gerelateerd aan de humueze

ûactie). In de ondergrondmonsters zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met arseen, chroom, nikkel, xylenen en PAK. De bodem is geschikt voor de beoogde nieuwbouw. De wijkomende grond is op het perceel hergebruikf.

Rietpolderwes 2-6 (i acht$'erfl Betreft AD Spek Jachtbouw. In het kader van de BSB heeft Mol in mei 2001 een historisch onderzoek uitgevoerd naar de bedrijfsactiviteiten op het perceel Rieþolderweg 2-6. De resultaten zijn verwoord in een zogenaamd basisdocument.

18

Historisch onderzoek Vlietlanden eo te Leidschendam

In het kader van de'Wm en de BSB is door Mol in juni 2001 een nulsituatie/BSB bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dit bodemonderzoek blijkt het volgende: - In de bodem nabij diverse deellocaties ( zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan enkele metalen

EOX en PAK aangetoond.

- In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en individuele aromaten aanwezig.

- De puinhoudende laag van 0,0 tot 0,5 m - m.v. over het gehele terrein is niet onderzocht De nulsifuatie is vastgelegd. Wegens de aanwezigheid van een verhardingslaag bestaande uit slakken/sintels bestaat de kans dat deze, laag sterk verhoogde gehalten aanzt¡tare metalen kan bevatten, Deze laag is echter geen onderdeel van de bodem.

Rietpolderwes 12 liachthaven watersnorherenisins) kr mei 2004 is door Fugro een verke,nnend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een uitbreiding bij het clubhuis.

In de bodem zijn licht verhoogde gehalten aan olie en kwik en in het grondwater licht verhoogde gehalten Sana ch¡oom aangetoond. Het rapport is niet bij de gemeente aanwezig.

In verband met een nieuwe milieuvergunning is door Fugro in juni 2004 een nulsituatieonderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van de grond, grondwater en waterbodem op het terrein van de watersportvereniging fi achthaven) aan de Rieþolderweg 1 2. Uit dit onderzoek blijkf het volgende: - In de toplaag van 0,0 tot 0,5 m - m,v. (KCA-depot) met slakken bevat sterk verhoogde gehalten aan koper en lood en matig verhoogde gehalten aan chroom en PAK en licht verhoogde gehalten aan overige metalen en olie. - De bodem nabij de olie-water afscheider zijn (zew) licht verhoogde gehalten aan oli€ aangetoond. - De bodem nabij de scheepshelling bevat (zeer) licht verhoogde gehalten aan olie - De bodem ter plaatse van de groenstook bevat plaatselijk matig en sterk verhoogde gehalte aan PAK en licht verhoogde gehalten aan olie en plaatselijk matig koper. - In het grondwater zijn licht verhoogd gehalten aan arseen, chroom en plaatselijk nikkel aanwezig. - De kwaliteit van de baggerspecie (drie mengmonsters) valt in klasse 2 onder andere wegens de aanwezigheid vazhtk, PAK en EOX De nulsituatie is vastgelegd. Door Fugro wordt een nader bodemonderzoek geadviseerd om de mate en omvang van de matig en sterk verhoogde gehalten te bepalen.

Aangezien de verhoogde gehalten niet gerelateerd zijn aan de bedrijßmatige activiteiten (betreft sintels, asfaltresten, etc) is in het kader van de WM-vergunning geen nader bodemonderzoek opgelegd.

Rietpolderqqs 13 In verband met het bouwen van een sene aan het restaurant Vlietland aan de Rieþolderweg 13, is door Ecobrain in september 2003 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt het volgende: - Uit de boorstaten blijkt dat op een diepte van 0,7 en 1,0 m - m.v. een kleiTaagaanwezig is. dus het terrein is in het verleden opgehoogd met 0,7 tot 1,0 meter grond - De zandige toplaag van 0,0 tot 0,7 m - m.v. bevat geen verhoogde gehalten. - De ondergrond (klei) var'0,7 tot 1,0 m - m.v. bevat geen verhoogde gehalten - In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aanwezig. De bodem is derhalve geschilf voor uitbreiding met een serr€.

t9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=fbc3fecc-8ee8-47a9-8cc5-b5fc4a9b647c