CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4060 Bijlage 1 Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 2050

Raadsvergadering 3 februari 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 202535.542 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Omgevingsvisie 2050 Thuis in een groene gemeente aan de Vliet Leidschendam-Voorburg

Status: vast te stellen 20 november 2025

Voorwoord Vooruit denken om kwaliteit te behouden Wat voor gemeente willen we zijn? Die vraag stond centraal bij het werken aan deze Omgevingsvisie. Een visie die niet alleen verplicht is in de nieuwe Omgevingswet, maar vooral als leidraad dient voor de ontwikkeling van Leidschendam-Voorburg in de komende decennia. Vele data, analyses, bouwstenen, beleidstukken, participatieopbrengsten, debatten en een koersnotitie liggen aan deze visie ten grondslag. Veel van dit materiaal is terug te vinden in de komende pagina’s. En daarmee wordt de essentie gaandeweg duidelijk. In de kern gaat het om het verhaal van onze gemeente. Dat verhaal begon al in de tijd van de Romeinen en Kaninefaten. Zij begrepen dat het hier goed toeven is en stichtten bebouwing langs de contouren van de strandwal aan het veen. Een nieuw kanaal versterkte de bereikbaarheid. De nederzetting werd een Forum: een economisch centrum. Vele jaren later ontstonden de dorpen, landgoederen, tuinderijen, weidegebieden en uitbreidingswijken die we nu kennen. Het is hier altijd al een prachtige omgeving geweest om te wonen en werken. En het werd steeds beter. Het forum van ooit is de Mall van tegenwoordig. De trekschuiten over de Vliet worden nu Sprinter en Randstadrail genoemd. Waar geploeterd werd in het veen, wordt nu gerecreëerd. Ons historisch erfgoed vormt een prachtig decor.

Essesteijn (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg) 2

Status: vast te stellen

Sluisgebied (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)

Waar gaat dit heen? De meeste mensen in Leidschendam-Voorburg zijn het erover eens: we willen geen compleet nieuw verhaal. Het gaat erom ons lopende verhaal verder te vertellen. We blijven ons verbeteren en versterken om op een prettige manier te wonen, werken en recreëren. Alles wat nodig is om goed te leven, van jongs af aan tot en met de oude dag, vinden we in onze gemeente of vlak daarbij. Het dorpse karakter is zichtbaar en voelbaar. Hier zijn we thuis en ontmoeten we elkaar. Het groen, winkels en voorzieningen zijn nooit ver weg. Tegelijkertijd zijn we verbonden met de regio en – dankzij de uitmuntende rail- en wegverbindingen – ver daarbuiten. De uitdaging is om dat goede woon- en vestigingsklimaat vast te houden in de ontwikkelingen van de komende tijd. De samenstelling van ons als inwoners van Leidschendam-Voorburg verandert. Er komt een dubbele vergrijzing aan. Bovendien willen steeds meer mensen zich vestigen in de Randstad en dus ook in onze gemeente. Ook mensen van ver weg. Stompwijk moet vitaal blijven als dorp. Het klimaat verandert. We schakelen over op andere vormen van energie en warmte, zowel in de winning als verspreiding daarvan. Wonen en werken zullen veranderen en ook vaker deels worden gecombineerd, dankzij technologische ontwikkelingen. Al deze opgaven vragen ruimte. En die is schaars in onze gemeente.

Daarom zullen we ruimteclaims moeten afwegen én combineren. Met lef en creativiteit.

Het behouden van onze kwaliteit vergt dus vooruitgang. En vooruitgang vraagt om vooruit te denken. Dat is precies wat we doen met deze omgevingsvisie. Dit is geen blauwdruk, maar een leidraad om verder te werken aan onze gemeente en daarin keuzes te maken. Er zal veel veranderen, en veel zal hetzelfde blijven. Want juist dat is de aard van Leidschendam-Voorburg: een hoogwaardige gemeente die zich blijft ontwikkelen om het mooie karakter te behouden en te benutten. Dát is de essentie van deze visie. Geen nieuw verhaal, maar wel een nieuw hoofdstuk. Veel leesplezier, en daarna: verder aan de slag! Philip van Veller Wethouder

Damlaan (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)

Status: vast te stellen

3

Samenvatting ‘Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden’ – Tomasi di Lampedusa, 1958 Een gemeente om trots op te blijven! Voor een zinvolle visie op het LeidschendamVoorburg van 2050 is het essentieel om te kijken naar de kwaliteiten die ons anno 2025 zo trots maken op onze gemeente. Die kwaliteiten willen we in de periode 2025 - 2050 behouden en versterken. Dit is geen eenvoudige opgave. In ‘De tijgerkat’ (Il gattopardo), een roman uit 1958 van de Italiaanse schrijver Giuseppe Tomasi di Lampedusa en verfilmd door Luigi Visconti, wordt gezegd dat ‘alles moet veranderen om hetzelfde te blijven’. Natuurlijk is het niet de bedoeling alles te veranderen in de gemeente, maar een blik op de opgaven en ontwikkelingen die de komende 25 jaar op ons afkomen maakt duidelijk dat het constante aandacht en een heldere visie vraagt om ‘hetzelfde te blijven’ en onze bijzondere kwaliteiten te behouden. Leidschendam-Voorburg is een zeer aantrekkelijke, kwalitatief hoogwaardige, gemeente om te wonen. De inwoners vormen een hechte gemeenschap met grote maatschappelijke kracht. Inwoners uit de sterke wijken ondersteunen inwoners uit zwakkere wijken. Inwoners doen mee en ontmoeten elkaar bij allerlei activiteiten. Een kenmerk is het rijke verenigingsleven. Het is een fantastische plek om op te groeien, met veel scholen en sportverenigingen. 4

De gemeente ligt op een knooppunt van snelwegen, spoorlijnen en snelle fietsroutes. Hierdoor zijn veel voorzieningen, werk- en onderwijslocaties in de randstad ideaal bereikbaar. Voor de werk- en winkelgebieden in de gemeente is dit een pré. Historisch was dit al zo met het Forum Hadriani. De naam werd gegeven door keizer Hadrianus die de plaats marktrechten verleende. Om de zelfde reden is hier de Mall of the Netherlands gekomen, waarvan de bereikbaarheid helaas nog punt van aandacht is. Kenmerkend is het vele groen binnen het stedelijk gebied en natuurlijk daarbuiten. Het voorzieningenniveau in de gemeente als geheel, in de drie kernen en in de wijken is hoog. Vier levendige centrumgebieden, zes bedrijventerreinen met lichte bedrijvigheid en een scala aan voorzieningen en buurtcentra in de woonwijken zorgen voor levendigheid en bedrijvigheid. Maar ook de activiteiten in het buitengebied, met een sterke melkveehouderij en het glastuinbouwgebied is van waarde. Er is grootschalige en kleinschalige bebouwing: van Mall tot Huygenskwartier. Het geheel is divers en de delen zijn complementair: stad en land, stedelijk gebied en dorp Stompwijk, klein en grootschalig, sterke wijken en ook aandachtswijken. Door dit alles is onze gemeente zeer onderscheidend en waardevol voor het internationale vestigingsklimaat van deze hoogstedelijke regio.

De drie kernen van onze gemeente (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)

Status: vast te stellen

We moeten goed afwegen wat we willen doen met de beperkt beschikbare ruimte. We zullen het ruimtegebruik moeten intensiveren Invloed vanuit de regio en de samenleving Verschillende maatschappelijke uitdagingen spelen de komende tijd een grote rol. Er zijn in de regio veel woningen nodig en we willen hier een eerlijke bijdrage aan leveren. Bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid moeten gelijke tred houden met de groei van het aantal inwoners. De gebouwde omgeving moet aangepast worden aan het veranderende klimaat en de energietransitie. De overgang naar een circulaire economie verdient onze aandacht. Ook geopolitieke en technologische ontwikkelingen gaan hun invloed uitoefenen. Direct aan onze gemeentegrenzen verrijzen hoogstedelijke regionale woonwerklocaties, zoals de Binckhorst en het Central Innovation District (CID), die ook een impact op onze gemeente hebben. Lokaal spelen ook andere uitdagingen: in Leidschendam Noord leven gemeenschappen los van elkaar. Onze inwoners en andere belanghebbenden zien dit ook. Zij benadrukken onder andere het belang van voldoende woningen, behoud van voorzieningen, het niet bouwen in het groen, de verkeersveiligheid en de toekomst van de agrarische erven in het buitengebied.

Status: vast te stellen

Om in dit krachtenveld onze kwaliteiten te waarborgen en dus hetzelfde te blijven moet er inderdaad veel veranderen. Hierbij willen we op zoek naar dynamische kwaliteit, zoals beschreven in het boek Zen en de Kunst van het Motoronderhoud van Robert M. Pirsig, waarbij we samen op zoek gaan naar welke kwaliteit we willen, dit hebben we zo gedaan met deze omgevingsvisie en dit willen we zo blijven doen. Visie Leidschendam-Voorburg 2050 Leidschendam-Voorburg lijkt af. De ruimte om de uitdagingen aan te gaan is beperkt. Ruimte die essentieel is om het karakter van onze gemeente te behouden. Dit betekent dat we goed moeten afwegen wat we willen doen met de beschikbare ruimte, we kunnen alleen vervangen. We zullen het ruimtegebruik moeten intensiveren. Hierbij kunnen we profiteren van onze ligging nabij meerdere hoogstedelijke locaties; we hoeven immers niet alles binnen onze eigen gemeentegrenzen onder te brengen. We zullen ook functies moeten combineren. Waar dit goed kan is in de openbare ruimte. Daar kunnen we verharding weghalen, de hoeveelheid en kwaliteit van het groen verbeteren, hittestress verminderen, natuurwaarden toevoegen en ruimte voor ontmoeten en bewegen creëren. De impact hiervan is groot en hebben we als gemeente in onze eigen hand. Op ontwikkellocaties ligt de prioriteit bij het realiseren van woningen en ruimte voor werken en voorzieningen.

Hier zijn vooral andere partijen aan zet.

We situeren die ontwikkellocaties binnen het bestaande bebouwde gebied, vooral rond bestaande stationsomgevingen en centra. Dit betekent dat we soms ook de hoogte ingaan, daar waar we dit goed aan kunnen laten sluiten bij de bestaande stedenbouwkundige kwaliteiten. We houden het buitengebied juist vrij van nieuwe verstedelijking. Zo blijft het haar agrarische rol spelen en fungeren als groene tegenhanger van de stad. Met deze benadering maken we de volgende vijf ambities waar. Plek van en voor iedereen: We zijn in 2050 een sociale en inclusieve samenleving met gelijke kansen voor iedereen. Dat begint met het voorzien in voldoende passende woonruimte. Met prioriteit voor de aandachtgroepen en voor het zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. We realiseren daarom 6.000

In de openbare ruimte kunnen we functies combineren. Daar kunnen we verharding weghalen, de hoeveelheid en kwaliteit van het groen verbeteren, natuurwaarden toevoegen en ruimte voor ontmoeten en bewegen creëren

5

Door slim te bouwen behouden we onze groene en historische kwaliteiten en zijn we in 2050 nog steeds een waardevolle woongemeente met een onderscheidend vestigingsklimaat in de regio

nieuwe woningen ten opzichte van 2025. Maar we benutten ook de bestaande woningen beter voor de doelgroepen waar de woningen geschikt voor (kunnen) zijn. We laten daarnaast het voorzieningenaanbod op basis van richtlijnen per inwoner meegroeien met het inwonertal. Prioriteit geven we aan de basisvoorzieningen (basisscholen, ontmoetingscentra, huisartsenpraktijken, supermarkten), maar we vergeten ook de overige voorzieningen niet. Mede door bij ontwikkellocaties minimaal 5% ruimte te reserveren voor nietwoonfuncties dragen we hier zorg voor. Economisch vitaal: Door slim te bouwen behouden we onze groene en historische kwaliteiten en zijn we in 2050 nog steeds een waardevolle woongemeente met een onderscheidend vestigingsklimaat in deze regio. Onze eigen bedrijvigheid en economische activiteiten brengen we op de juiste plek onder en laten we meegroeien met het inwonertal. Onze vier centrumgebieden worden, ieder op hun eigen manier, compacte, prettige, levendige centra waar historie, detailhandel en horeca, bereikbaarheid en verblijfskwaliteit samenkomen. 6

Onze zes bedrijventerrein maken we duurzaam en toekomstbestendig en richten we op schone, stadsverzorgende, ambachtelijke bedrijvigheid. In onze woonwijken zorgen we voor een evenwichtig aanbod aan hubs voor mobiliteit, bedrijvigheid en ontmoeting en aan vitale buurtwinkelcentra. Ook zorgen we voor een sterke binding met de stedelijke werkgebieden direct over onze gemeentegrenzen. In het buitengebied zetten we in op een duurzame melkveehouderij en glastuinbouw met ruimte voor aanvullende functies op het gebied van recreatie, voorzieningen, natuur en waterberging. Hoogwaardig verblijfsklimaat: We hebben in 2050 nog steeds een prettige, gezonde en veilige leefomgeving om in te verblijven. Voor mens plant en dier. Dat betekent ruimte geven aan groen en water als voorwaarde voor versterking van biodiversiteit, klimaatadaptatie en ontmoeting en beweging in de buitenruimte. We beschermen onze hoofdgroenstructuur door hier niet te bouwen en door deze in te richten met aandacht voor natuur, ecologie en biodiversiteit. We hanteren bij grote ontwikkellocaties de 3-30-300 regel als richtlijn, gaan uit van natuurinclusief bouwen en werken naar 10% meer biodiversiteit in 2035 en 50% meer stadsnatuur in 2050. We gaan actief op zoek naar vergroeningsmogelijkheden. We beschermen daarnaast ons historisch erfgoed, bovengronds én ondergronds en maken dit beter herkenbaar en beleefbaar.

We werken aan verbetering van de water-, bodem- en luchtkwaliteit en vermindering van geluidsoverlast zodat we voldoen aan de

landelijke richtlijnen. We houden bij de inrichting van onze leefomgeving rekening met veiligheid volgens de uitgangspunten binnen de regio Haaglanden. Daarbij geven we specifieke aandacht aan kwetsbare groepen. Goed verbonden: We zijn in 2050 nog steeds goed bereikbaar. Maar wel op een duurzame manier. Dit bereiken we niet alleen met behoud van goede verbindingen. Minstens zo belangrijk is het zorgen voor nabijheid van wonen, werken en voorzieningen. Daarom werken we met het concept van de 15-minuten stad. Ook hanteren we het STOMPprincipe, waarbij we achtereenvolgens prioriteit geven aan Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service en dan pas de Privéauto. We zetten daarom in op voetgangersparels, een evenwichtig netwerk aan (door)fietsroutes, goed benutte OV-locaties en voldoende ruimte voor deelmobiliteit. We beperken de snelheid van 50km/u tot enkele hoofdwegen en richten overige wegen in als 30km/u en 15km/u gebieden. Andere maatregelen zijn mobiliteitshubs, maatwerk bieden bij onze parkeernormen en het continu inspelen op innovatieve, technologische ontwikkelingen op het gebied van slimme mobiliteit.

Duurzaam toekomstbestendig: We nemen onze verantwoordelijkheid om in 2050 CO2-neutraal, klimaatbestendig en zoveel mogelijk circulair te zijn. Samen met onze inwoners en andere belanghebbenden. We laten bodem en water

Status: vast te stellen

We nemen onze verantwoordelijkheid om in 2050 CO2-neutraal, klimaatbestendig en zoveel mogelijk circulair te zijn.

sturend zijn. Door verstandig om te gaan met ruimteclaims in en op de bodem en te werken aan een schonere bodem. We zorgen voor een grotere waterkwantiteit om overlast en verdroging te voorkomen. Maar ook voor een betere waterkwaliteit om de ecologische waarde en de biodiversiteit te versterken. Verder maken we het water beter beleefbaar in onze leefomgeving. Op het gebied van klimaatbestendigheid zetten we gebiedsgericht in op het voorkomen van droogte, hittestress, wateroverlast en bodemdaling. We werken aan de energietransitie door in te zetten op besparing. Maar minstens zo belangrijk is de omschakeling naar hernieuwbare bronnen. Hierin laten we de lokale energiestrategie (LES) leidend zijn. De belangrijkste bron voor lokale energie is zonne-energie. De zonne-energie wekken we op door het daklandschap te benutten voor zonnepanelen, evenals stroken langs onze infrastructuur. Er is geen ruimte voor grote zonnevelden in ons landschap. Tot slot zetten we in op hergebruik van grondstoffen, circulair bouwen en toepassing van biobased materialen. Gebiedsgerichte prioriteiten en afwegingsleidraad Concrete projecten en initiatieven maken de ambities uit deze omgevingsvisie waar. Om af te wegen of dit voldoende gebeurt bevat deze

Status: vast te stellen

omgevingsvisie een afwegingsleidraad. Een hulpmiddel om het gesprek aan te gaan en een initiatief zo goed mogelijk op deze visie aan te laten sluiten. Per gebied wisselen de ambities waar we prioriteit aan geven. Daarom hebben we gebiedsgerichte doorwerking van de ambities in deze omgevingsvisie opgenomen. We hanteren in lijn met het omgevingsplan de volgende gebiedstypen: • Levendige centrumgebieden >> economische vitaliteit, historische kwaliteit, goede bereikbaarheid en autoluwe verblijfsgebieden zijn hier belangrijk. • Groene woonwijken >> versterken van het bestaande, vaak groene woonmilieu en daarbij ruimte bieden aan gelijke kansen voor iedereen, sociale cohesie en voldoende voorzieningen spelen hier een grote rol. De accenten wisselen per type woonwijk. Dit gebiedstype is daarom onderverdeeld in vijf type woongebieden; historische linten en oude woongebieden, tuinstad, suburbaan, recente inbreidingen en villaparken. • Bedrijventerreinen >> hier geven we vooral aandacht aan verduurzaming, circulariteit, ruimte voor de juiste bedrijven en een goede duurzame bereikbaarheid. • Kern Stompwijk >> Behoud van de sociale dorpse woonomgeving, de leefbaarheid en het voorzieningenniveau is hier de grootste uitdaging. • Het buitengebied >> Ruimte voor duurzame

landbouw en glastuinbouw, behoud van cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteiten, recreatie en waterberging hebben hier prioriteit. Dit wisselt per gebied in het buitengebied. Het buitengebied is daarom onderverdeeld in vier gebiedstypen: ‘lint, landschap en erven’, natuurgebieden, recreatiegebied en glastuinbouwgebied. • Ontwikkellocaties >> Bij deze grote nieuwe ontwikkelingen willen we zoveel mogelijk ambities waarmaken. Prioriteit is hier echter het bieden van ruimte aan nieuwe woningen, werkplekken en voorzieningen, passend bij de directe omgeving.

Concrete projecten en initiatieven vanuit de samenleving en vanuit de gemeente maken de ambities uit deze omgevingsvisie waar.

7

Doordat inzichtelijk is welke ambities in welk gebied prioriteit hebben is de afwegingsleidraad gebiedsgericht toe te passen. Voor de erven aan de linten in het buitengebied is een afwegingsleidraad op maat gemaakt. Deze omgevingsvisie geeft richting aan de sociale en fysieke leefomgeving van het LeidschendamVoorburg van 2050. Voor specifieke opgaven of gebieden is een nadere uitwerking nodig. Dit doen we na vaststelling van de omgevingsvisie door meerdere omgevingsprogramma’s op te stellen, zoals een programma volkshuisvesting, een programma milieu- en klimaatbestendige leefomgeving en een programma beleefbare Vliet / Vlietpark (voor een voorlopige lijst aan programma’s zie tabel in hoofdstuk 7). Deze programma’s maken we in de geest van de omgevingsvisie. De afwegingsleidraad laten we daarom ook aan deze programma’s ten grondslag liggen. Om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen en voortschrijdende inzichten willen we de omgevingsvisie één keer per bestuursperiode evalueren en (gedeeltelijk) actualiseren waar en wanneer nodig. Na vaststelling van de visie blijven we permanent in dialoog met de samenleving en blijven we werken aan de uitvoering van de visie via onze programma’s.

Buitengebied (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg) 8

Status: vast te stellen

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding

10

1.1

Thuis in een groene gemeente aan de Vliet

6.

4.

5.

69

10

6.1 Algemeen 

69

1.2 Leidschendam-Voorburg in 2050

12

6.2 Levendige centrumgebieden

69

1.3 Relatie met ander omgevingsbeleid 

13

6.3 Groene woonwijken

75

1.4 Een gedragen omgevingsvisie

15

6.4 Bedrijventerreinen

85

1.5 Leeswijzer

15

6.5 Kern Stompwijk

88

6.6 Buitengebied

91

6.7 Ontwikkellocaties

101

Een gemeente om trots op te blijven 

16

2.1 Leidschendam-Voorburg in de regio 

16

Uitvoering

103

Een gemeente in een dynamische omgeving

29

7.1

103

3.1 Invloed vanuit de regio

29

7.2 Lokaal regionale agenda 

105

3.2 Maatschappelijke ontwikkelingen

32

7.3 De instrumenten van de Omgevingswet en de beleidscyclus 

106

7.4 Grondbeleid 

109

Een gemeenschap met ideeën

38

7.5 Kostenverhaal

110

4.1 Sociaal 

38

7.6 Vereveningsfonds sociale huur

110

4.2 Ruimtelijk

39

7.7 Vastgoed

110

4.3 Klimaat

40

7.8 Aanvullingswet grondeigendom

110

7.9 Monitoring, evaluatie 

111

7. 3.

Visie per deelgebied

Sturingsfilosofie

Visie Leidschendam-Voorburg 2050

41

5.1 Een plek van en voor iedereen

41

Bijlage 1.

Participatieverslag / verslagen

113

5.2 Economisch vitale woongemeente

46

Bijlage 2.

Onderbouwing aantal woningen 

115

5.3 Een hoogwaardig verblijfsklimaat

51

Bijlage 3.

Tabel inschatting aantal woningen

117

5.4 Goed verbonden

57

Bijlage 4.

Indicatief richtlijnenkader voorzieningen

120

5.5 Duurzaam toekomstbestendig

60

Bijlage 5.

Streef- en ontwerpwaarde acceptatie wateroverlast

122

5.6 Afwegingsleidraad 

66

Bijlage 6.

Richtlijnenlijst afwegingsleidraad initiatieven

125

Bijlage 7.

Richtlijnenlijst afwegingsleidraad erven

131

Status: vast te stellen

9

1. Inleiding 1.1 Thuis in een groene gemeente aan de Vliet Een gemeente om trots op te zijn en te blijven We zijn met recht trots op onze gemeente. Onze leefomgeving is groen en rijk aan historie en biedt ruimte aan rustig, stedelijk en hoogwaardig wonen. Het voorzieningenniveau is hoog, we dragen bij aan een gezonde regio met een goed vestigingsklimaat en we zijn goed bereikbaar vanuit de hele Randstad en andersom. Onze drie kernen Voorburg, Stompwijk en Leidschendam onderscheiden zich van elkaar met ieder hun eigen kwaliteiten. We maken deze omgevingsvisie om in 2050 nóg trotser te zijn en onze inwoners een thuis te blijven bieden in onze groene gemeente aan de Vliet. Daarvoor moeten we wel anticiperen op de wereldwijde en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op onze leefomgeving. Denk hierbij aan de klimaatverandering, de woningbouwopgave, het stikstofvraagstuk of de toenemende druk op de groene ruimte. Sociale basis De kernvraag voor deze Omgevingsvisie is: Wat voor gemeente willen we zijn in 2050? Dat gaat in de eerste plaats over mensen. Hoe kunnen we met zijn allen ook in de toekomst prettig wonen, werken en leven in Leidschendam, Stompwijk en Voorburg? En dan denken we vooral aan onze jeugd.

Hoe kunnen we zorgen dat onze jeugd veilig, gezond en prettig kan opgroeien met onder andere goede scholen, prettige ontmoetingsplekken, voldoende Centrum aan de Vliet (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg) 10

Status: vast te stellen

sportvoorzieningen en veilig verkeer. Maar ook aan onze senioren. Hoe kunnen zij veilig en gezond genieten van hun oude dag? En tot slot aan andere doelgroepen, die af en toe een steuntje in de rug nodig hebben. Via de fysieke leefomgeving proberen we de randvoorwaarden te creëren voor een fijne omgeving om in te wonen, werken en leven. De fysieke omgeving draagt bij aan het versterken van de pedagogische basis door ontmoeting, onderlinge afstemming en gemeenschapszin te stimuleren. Een leefomgeving waarin het gewone leven – onderwijs, (risicovol) spel, uitdaging en ontplooiing – vanzelfsprekend en nabij is.

2 De gemeenschappelijke sfeer, daarin zit het meedoen, inwoners die elkaar opzoeken, verenigen. De rol van de gemeente is hierin faciliterend, ondersteunend en stimulerend. 3 De institutionele sfeer, die bestaat uit de georganiseerde, professionele inzet en voorzieningen. Hierin heeft de gemeente een meer sturende rol.

Minstens zo belangrijk als de ruimtelijke verschijningsvorm van onze gemeente is de sociale basis van onze gemeenschap. Daarbij gaat het om de sociale samenhang en de maatschappelijke kracht in de gemeenschap zelf. Met elkaar, inwoners, groepen, verenigingen en organisaties kunnen we zorgen voor een leefbare omgeving waarin iedereen mee kan doen en zich veilig voelt. De sociale basis bestaat uit meerdere sferen (naar het model van Verwey-Jonker). 1 De persoonlijke sfeer, waarin het individu en diens netwerk centraal staat. Het gaat om de relaties en wat de persoon zelf kan. De rol van de gemeente is vooral te zorgen dat de noodzakelijke voorzieningen er zijn. Figuur 1 Een sociale basis (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)

Status: vast te stellen

11

We zullen ons ook in de toekomst sterk maken voor een goede verbinding tussen de fysieke leefomgeving en de sociale basis in onze gemeente

1.2

Leidschendam-Voorburg in 2050

Waar komen we vandaan? Om vijfentwintig jaar vooruit te kijken kan het helpen om terug te kijken. In 2000 zag een groot deel van de gemeente er ruimtelijk niet eens zo heel anders uit. Maar er zijn ook grote, vooral lokale, verschillen. Leidschendam en Voorburg waren nog twee gemeenten. De Tedingerbroekpolder, waar de bouw van Vinexwijk Leidschenveen en bedrijventerrein Forepark zijn gestart, is nog onderdeel van Leidschendam. Grote kantoorgebouwen (CBS, Damsigt) zijn nog vol in gebruik, Leidsenhage is een goedlopend regionaal winkelcentrum en de kassen in de Duivenvoordecorridor staan vol met courgettes en snijbloemen. Op de ‘Hofpleinlijn’ (nu Randstadrail) rijden treinen en op het Damplein (veel groter dan nu) en langs de sluis wordt nog geparkeerd. Ook technologisch zijn er grote ontwikkelingen. Auto’s rijden in 2000 nog op benzine, de elektrische auto verschijnt pas vanaf 2008 in het straatbeeld. Met een mobiele telefoon kon je in 2000 nog niet veel meer dan bellen en een sms-bericht versturen. Internetverkoop ontwikkelde zich vanaf de jaren 90, telewerken (thuiswerken via internet) vanaf 2005. Beide kregen geleidelijk zichtbare ruimtelijke gevolgen door minder kleine winkels 12

en kantoor- en bedrijfsruimtes in de directe woonomgeving. Deze tendens is door de Covid-19 pandemie versneld. Vanaf 2010 verschijnen de eerste zonnepanelen op daken en in 2016 verrijst de eerste windturbine aan onze gemeentegrens. In vijfentwintig jaar kan er dus best veel veranderen. Maar het is niet eenvoudig te voorspellen wat deze veranderingen precies zijn en wat daarvan ‘buiten’ zichtbaar wordt in onze leefomgeving. Wel zijn er een aantal tendensen en mogelijke scenario’s te onderscheiden. Wat brengt de toekomst? In 2050 wonen in Leidschendam-Voorburg meer mensen en zijn er meer maar kleinere huizen. De verwachting is dat de bevolking van Nederland groeit, in de Haagse regio meer dan in de periferie. Waarschijnlijk zal de gemiddelde grootte van huishoudens verder afnemen in tegenstelling tot de prijs per vierkante meter. De openbare ruimte gaat er anders uitzien. Deze wordt groener door onderkenning van het belang hiervan voor klimaatadaptatie en woongenot. Maar ook omdat hier plek voor ontstaat doordat er aan de auto minder ruimte wordt geboden en autoverkeer deels ondergronds afgewikkeld kan worden wanneer de Huygenstunnel er komt. Verdere ontwikkeling van navigatiesystemen kan tot gevolg hebben dat verkeersborden in het straatbeeld overbodig worden. Zelfrijdende auto’s kunnen dichter op elkaar rijden en parkeren.

Wegen kunnen naar verwachting smaller en parkeerterreinen en garages kleiner en efficiënter.

De gevolgen van technologische ontwikkelingen voor werken zijn lastig voorspelbaar. Het kan zijn dat wij door artificiële intelligentie en robotisering in 2050 minder werken en dit vooral vanuit huis doen. Zodra we digitaal werken in een virtuele omgeving het zelfde ervaren als bij een echt kantoor of bedrijfshal kan dit enorme ruimtelijke gevolgen hebben. Bedrijfs- en kantoorlocaties worden aanzienlijk kleiner en het woon-werk verkeer neemt navenant af. Omdat fysiek ontmoeten waarschijnlijk belangrijk blijft voor ons welbevinden worden ontmoetingsplekken en voorzieningen nog belangrijker. Centraal op voor iedereen makkelijk bereikbare plekken zoals de voorzieningencentra en stationsgebieden van Den Haag. Maar ook in de directe woonomgeving, binnen loopafstand van de eigen thuiswerkplek. Mogelijk worden huidige grote kantorenlocaties als het Beatrixkwartier wel herontwikkeld tot gemengde stadswijken met dit soort ontmoetingsplekken, voorzieningen, woningen en veel groen. De ontwikkelingen op het gebied van vrije tijd zijn wellicht nog wel het minst voorspelbaar. Misschien hebben we in 2050 meer vrije tijd en besteden we deze tijd meer en meer in de digitale wereld. Mogelijk gaan we straks virtueel op vakantie. Wellicht wordt onze vrije tijd wel het meest bepalend voor gebruik en inrichting van de fysieke ruimte. We weten het nog niet.

Met deze omgevingsvisie geven we met ambities aan wat voor soort gemeente we willen zijn in

Status: vast te stellen

2050. Dit spiegelen we continu aan actuele, onvoorspelbare ontwikkelingen waarvan we nu nog geen weet hebben zoals hierboven omschreven. Zo willen we deze ontwikkelingen ons niet alleen maar laten overkomen, maar juist sturen op de kansen die ze opleveren om onze ambities voor de leefomgeving waar te maken.

1.3

Relatie met ander omgevingsbeleid

Omgevingsbeleid van het Rijk De ontwikkelingen in Leidschendam-Voorburg staan niet op zichzelf. Het omgevingsbeleid van het Rijk is ook bepalend. Dat omgevingsbeleid staat nu nog opgetekend in de nationale omgevingsvisie (NOVI). De Nota Ruimte zal de NOVI binnenkort vervangen. We hanteren daarom de ‘Voorontwerp Nota Ruimte’ als uitgangspunt. Deze gaat uit van ‘sterker maken wat sterk moet zijn’ en speelt zo in op de ruimtelijke opgaven en veranderingen waar Nederland voor staat. In de nota uit zich dat in de principes: • Recht doen aan de volgende generaties. Problemen niet afwentelen maar nu oplossen en daarbij een eerlijke verdeling van de lusten en lasten hanteren; • Recht doen aan schaarste. Nastreven van efficiënt en meervoudig ruimtegebruik en slimme combinaties met behoud van ruimtelijke kwaliteit; • Recht doen aan eigenheid: Gebiedskenmerken centraal stellen en beschermen en benutten van de bestaande kwaliteiten. Ontwikkelen

Status: vast te stellen

van nieuwe kwaliteiten en lokaal passende oplossingen. Deze omgevingsvisie voor LeidschendamVoorburg onderschrijft deze principes van harte. De ontwikkelingsrichting en de ambities in deze visie voor 2050 sluiten daar dan ook op aan. Hiermee dragen we op onze eigen wijze bij aan het waarmaken van een deel van de beleidsvoornemens van het Rijk. Omgevingsbeleid van de provincie De provincie Zuid-Holland heeft haar beleidsvoornemens voor de leefomgeving vervat in de ‘Omgevingsvisie Zuid-Holland’. Die visie definieert een ruimtelijke hoofdstructuur en bevat zeven ambities: • Samenwerken aan Zuid-Holland; • Bereikbaar Zuid-Holland; • Schone energie voor iedereen; • Een concurrerend Zuid-Holland; • Versterken natuur in Zuid-Holland; • Sterke steden en dorpen; • Gezond en veilig Zuid-Holland. Daarnaast doet de ‘Omgevingsvisie Zuid-Holland’ specifieke uitspraken over onze gemeente. Leidschendam-Voorburg wordt beschouwd als deel van het stedelijk landschap van de Haagse agglomeratie. De visie zet in op het behouden van De ‘Mall of the Netherlands’ (hierna De Mall) als onderdeel van de provinciale detailhandelstructuur. Tot slot gaat de visie uit van het beschermen,

beleven en benutten van erfgoed, waaronder de delen van de Neder-Germaanse Limes en het buitengebied binnen onze gemeente. We onderschrijven de zeven ambities van de provincie en laten deze terugkomen in onze omgevingsvisie. Omgevingsbeleid van de regio Er bestaan meerdere beleidsambities voor de regio waarvan we deel uitmaken. Deze staan onder andere in de ‘Regionale Realisatieagenda Wonen Haaglanden’, de ‘NOVEX Zuidelijke Randstad’, de ‘Bedrijventerreinenstrategie MRDH’, de ‘Handreiking Haagse regio voor de ruimtelijke puzzel’, het beleid van het Hoogheemraadschap van Delfland en Rijnland en de “Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (RES). Dit regionale beleid is meegewogen bij deze omgevingsvisie voor Leidschendam-Voorburg. Uitvoering geven aan de Omgevingswet De omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet en is verplicht voor alle gemeenten. De grondslag van de gemeentelijke omgevingsvisie ligt in Artikel 3.2 dat samengevat stelt dat een omgevingsvisie een beschrijving bevat van: • De hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; • De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied; • De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. 13

Gemeentehuis (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg) 14

Status: vast te stellen

De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast. Voor Leidschendam-Voorburg is de omgevingsvisie de opvolger van de structuurvisie ‘Ruimte voor Wensen 2040’. De omgevingsvisie is een stip op de horizon met ambities om te komen tot een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Daarbij hebben we in de geest van de Omgevingswet een koppeling gelegd met de opgaven die spelen in het sociaal domein.

1.4

Een gedragen omgevingsvisie

We hebben de afgelopen jaren veel stappen gezet om te komen tot een gedragen omgevingsvisie. In het voortraject hebben we meerdere beleidsstukken opgesteld. Als eerste het Toekomstbeeld Leidschendam-Voorburg op de kaart. Voor het ‘Kompas van de Leefomgeving’ is vervolgens uitgebreid gesproken met inwoners en belanghebbenden. Voor de vier sectorale bouwstenen ‘Groene woongemeente (13 juli 2021)’, ‘Mobiliteit en bereikbaarheid’ (10 november 2021), ‘Economie en bedrijvigheid’ (10 november 2021) en ‘Transitievisie warmte en Lokale energiestrategie’ (7 december 2021) is onder meer gesproken met de bestuurlijke partners. Deze beleidsstukken vormen de basis voor de omgevingsvisie. Al deze input is vervolgens op een integrale wijze vervat in de ‘Koersnotitie omgevingsvisie LeidschendamVoorburg’. De koersnotitie is in oktober 2024 als opmaat naar deze omgevingsvisie vastgesteld en bevat belangrijke keuzen en ambities die we in

Status: vast te stellen

deze omgevingsvisie terug laten komen en verder uitwerken. In de voorbereiding op de omgevingsvisie is er in verschillende fasen uitgebreid gesproken met inwoners, belanghebbenden en de gemeenteraad. In hoofdstuk 4 is weergegeven welke participatiemomenten dit zijn geweest. Naast brede avonden en sessies is er ook een specifiek, via loting tot stand gekomen, inwonerspanel van 75 inwoners opgericht. Daarmee willen we onze inwoners structureel betrekken bij de keuzes die we maken voor Leidschendam, Voorburg, Stompwijk en het buitengebied. De belangrijkste resultaten van de participatie hebben we meegewogen en verwerkt. Een uitgebreid overzicht daarvan is opgenomen in een separaat participatieverslag.

1.5

vormen allemaal de opmaat de twee hoofdstukken die het hart deze visie vormen: hoofdstuk 5 ‘Visie Leidschendam-Voorburg 2050’ en hoofdstuk 6 ‘Visie per deelgebied’. De omgevingsvisie eindigt met hoofdstuk 7 waarin we ingaan op de uitvoering en monitoring van de visie.

Leeswijzer

Deze omgevingsvisie is opgebouwd uit 7 hoofdstukken. In dit inleidende hoofdstuk 1 leggen we uit waarom we de omgevingsvisie hebben gemaakt en via welke stappen. De omgevingsvisie voor 2050 is gebaseerd op de huidige kenmerken en kwaliteiten van onze gemeente. Deze brengen in hoofdstuk 2 ‘Een gemeente om trots op te blijven’ in beeld. Hoofdstuk 3 ‘Een gemeente in een dynamische omgeving’ gaat in op beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen van buitenaf. In hoofdstuk 4 ‘Een samenleving met ideeën’ beschrijven we in hoofdlijnen het participatietraject dat heeft plaatsgevonden. Deze 4 hoofdstukken

15

2. Een gemeente om trots op te blijven We zijn een prachtige gemeente. Dooraderd met groen en historie. Met een hoogwaardig voorzieningenniveau en een gunstige ligging; enerzijds in een gevarieerd groen landschap en anderzijds goed bereikbaar midden in een hoogstedelijke regio en direct tegen Den Haag. We zijn erg trots op onze gemeente. Daarom ligt de grondslag voor onze toekomstambities ook in de huidige kenmerken en de kwaliteiten van onze gemeente. Die kenmerken en kwaliteiten zijn in de loop der tijd ontstaan en hebben geleid tot drie kernen met ieder een eigen karakter. In 2002 is Leidschendam- Voorburg één gemeente geworden, maar het gebied kent een lange geschiedenis waarin het fundament is gelegd voor de ruimtelijke opbouw. Dat fundament is nog steeds herkenbaar en bepalend voor de ruimtelijke kwaliteiten. Kwaliteiten die niet ophouden bij de gemeentegrens. Leidschendam-Voorburg is onderdeel van een bredere regio, is hiermee verbonden en heeft hierin haar eigen rol. Dit hoofdstuk behandelt de belangrijkste kenmerken en kwaliteiten van Leidschendam- Voorburg, eerst in de regionale context en vervolgens op het schaalniveau van de gemeente.

2.1

Leidschendam-Voorburg in de regio

Bijdragen aan het (internationale) vestigingsklimaat Leidschendam-Voorburg ligt in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), het NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad en de Haagse regio. De regio kenmerkt zich door een unieke combinatie

van internationale kennis- en bestuurscentra, aangevuld met een kustzone die rijk is aan natuur en robuuste landschappelijke structuren. De dynamiek in combinatie met de uitstekende bereikbaarheid en gevarieerde natuur, maakt het een ideale omgeving om te wonen, werken en recreëren. Als een van de dichtstbevolkte gebieden van Nederland, is de regio levendig en veelzijdig. Dit brengt de uitdaging met zich mee om groei te balanceren met het behoud van kwaliteit van leven. Op het grensvlak van stad en landschap biedt Leidschendam-Voorburg een hoogwaardige woonomgeving waar cultuurhistorie, groen en stedelijke voorzieningen samenkomen. Hiermee levert onze gemeente een actieve bijdrage aan het (inter)nationale vestigingsklimaat van de regio. Voortbouwen op de ruimtelijke kwaliteiten en historie De ligging in de kuststreek en het strandwallenlandschap is bepalend geweest voor de ruimtelijke opbouw. Bodem en water speelden een essentiële rol: hoogteverschillen en ondergrondstructuren leidden tot de kenmerkende corridorontwikkeling, evenwijdig aan de kust. Bebouwing, landschap en infrastructuur volgen nog steeds deze richting. In de Landgoederenzone legden stedelijke elites in de 17e en 18e eeuw op de oude strandwallen hun buitenverblijven aan. Haaks hier op verbinden infrastructuren de verschillende ruimtelijke eenheden.

De aanleg van spoorverbinding ‘De Oude Lijn’ in de 19e eeuw gaf Neherpark, Leidschendam (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)

16

Status: vast te stellen

Figuur 2: Leidschendam-Voorburg in de regio (bron: Buro SRO)

Status: vast te stellen

17

een sterke impuls aan de ontwikkeling van de regio. Deze verbinding vormt nog steeds de ruggengraat van het stedelijk gebied tussen Leiden, Den Haag en Rotterdam. Hoogwaardige woonomgeving nabij stedelijke centra Diverse woonkernen en woonwijken met ieder hun eigen karakter vormen de basis voor de dynamische stedelijke omgeving. Niet alleen in Leidschendam–Voorburg, maar ook in Wassenaar, Rijswijk, Pijnacker – Nootdorp, Den Haag, Zoetermeer, Midden-Delfland, Westland en Delft. Deze vormen samen het aaneengesloten stedelijk weefsel van de regio. LeidschendamVoorburg ligt aan de rand daarvan en is daarmee een belangrijke schakel. Niet alleen de stedelijke dynamiek van het westen heeft invloed, maar ook de open landschappen en ruimtelijke structuren ten noorden en oosten geven richting aan het gebied. Ten noordoosten van Leidschendam ligt de woonkern Voorschoten met daarachter Leiden met haar universiteit, musea en historische binnenstad. Stompwijk ligt in het Groene Hart en heeft veel sociale interactie met buurkern Zoeterwoude. De karakteristieke woonkernen van Leidschendam, Voorburg en het landelijke Stompwijk dragen bij aan de diversiteit en kwaliteit van leven in de regio. Met uitstekende voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, cultuur en sport, en het winkelgebied Mall of the Netherlands, is

Leidschendam-Voorburg goed uitgerust voor een hoogwaardig leven. In de omliggende gebieden is de grootstedelijke dynamiek vooral in Den Haag te vinden. Hier bevindt zich de grootste concentratie van voorzieningen, werkgelegenheid en woningen. Hier komen bestuursinstituten, rechtspraak en internationale samenwerking samen, met de binnenstad en het Central Innovation District (CID) als de gebieden met de hoogste dynamiek. Delft, met haar historische centrum en hoog aangeschreven technische universiteit, maakt eveneens deel uit van de regio. In Zoetermeer bevinden zich diverse leisure-voorzieningen die het aanbod verder versterken. Daarnaast zijn de glastuinbouwsector in Pijnacker-Nootdorp en het Westland van mondiaal belang. De regio heeft uitstekende verbindingen met Schiphol en de haven van Rotterdam, wat bijdraagt aan haar internationale aantrekkingskracht. Landschappelijke inbedding De gemeente heeft directe toegang tot belangrijke regionale groenstructuren zoals de Vlietzone, het Groene Hart en het Duin-, Horst- en Weidegebied. Het landschap vormt dan ook een belangrijke tegenhanger van de stad. Bewoners, werknemers en bezoekers vinden er rust en ruimte. De Vliet draagt zorg voor de aanvoer van water vanuit de grote rivieren en de afvoer naar zee via Katwijk (Rijnland) en via Scheveningen (Delfland). Het landschap is gevarieerd zoals de naam Duin, Horst & Weide al zegt.

Op basis van het bodem- en

Mall of the Netherlands (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg) 18

Status: vast te stellen

watersysteem gaat de strandwallenondergrond met haar afgetopte duinen en rijke natuur richting het oosten via de horsten over in een landschap van polders en droogmakerijen. Een kenmerkende landschappelijke en ecologische overgang. Grote delen behoren tot beschermd NNN-gebied (Natuurnetwerk Nederland). Door bebouwing is dit landschap wel gefragmenteerd. Open gebieden, zoals de Duivenvoordecorridor, zorgen voor een groene verbinding en zijn van wezenlijk belang. Zeker omdat ze nog maar sporadisch voorkomen. Aandachtspunt zijn de infrastructurele barrières die op meerdere plekken het landschap doorsnijden en uitwisseling van populaties ernstig beperken. Uitstekende bereikbaarheid Leidschendam–Voorburg is goed verbonden met de regio en de gebieden daaromheen. De noordzuid gerichte tracés zoals de A4, A44, N206 en de spoorlijnen zorgen voor snelle verbindingen naar Leiden, Schiphol en Amsterdam enerzijds en Delft en Rotterdam anderzijds. Haaks hierop zorgen verbindingen, zoals de A12, N14 en de Rotterdamsebaan voor een goede bereikbaarheid van Den Haag en Utrecht. De verbindingen leiden wel tot milieuoverlast en negatieve gevolgen voor de gezondheid. Door de ligging aan zee raken de wegen ook zwaarder belast en sneller overbelast. Drie treinstations en de HOV-knooppunten en lijnen van Randstadrail en RET complementeren het netwerk. Voor langzaam verkeer is er een fijnmazig

netwerk aan regionale en lokale fietsroutes die voor verbinding met de regio zorgen. Hierin zijn er nog wel ontbrekende schakels en vormt de autoinfrastructuur regelmatig een barrière. De Vliet is een beroepsvaartverbinding tussen Rotterdam-Den Haag, Leiden en Amsterdam. Het sloepennetwerk waar de Vliet onderdeel van is, heeft een belangrijke recreatieve functie.

1 “Daily Urban System”: Het gebied rond een stad waarbinnen de belangrijkste dagelijkse woonwerkverplaatsingen zich afspelen.

Rol Leidschendam-Voorburg Leidschendam-Voorburg maakt als woongemeente met een groot buitengebied deel uit van een regionaal ‘Daily Urban System1’. De grootstedelijke dynamiek speelt zich met name af om ons heen. De dynamiek van CID en Binckhorst loopt echter door in onze gemeente. Met De Mall, de oude kernen, de Nieuwe Driemanspolder en het recreatie- en natuurgebied Vlietland hebben we zelf (boven) regionale publiekstrekkers. Leidschendam– Voorburg vormt een schakel tussen de dynamiek van de stad en de rust van het landschap. We bieden groene woonwijken aan de rand van de grote stad met snelle verbindingen daarnaartoe. Ons buitengebied is een belangrijk deel van een verbonden landschap dat als uitloopgebied voor de regio en poort naar het Groene Hart fungeert. In regionale samenwerkingen brengt LeidschendamVoorburg haar kwaliteiten actief in, met de focus op een evenwichtige groei, bereikbaarheid en het behoud van landschappelijke waarden. Zo draagt de gemeente bij aan een regio waar stedelijke dynamiek en kwaliteit van leven hand in hand gaan. Station Voorburg (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)

Status: vast te stellen

19

Kenmerken en kwaliteiten gemeentebreed Leidschendam-Voorburg is bij uitstek een aantrekkelijke groene woongemeente. De drie kernen Voorburg, Leidschendam en Stompwijk dragen hier ieder op eigen wijze aan bij. Kenmerkende kwaliteiten van onze gemeente als geheel zijn: • Gevarieerd groen en rijk aan historie; • Rustig stedelijk en hoogwaardig wonen; • Hoog niveau aan voorzieningen (zorg, onderwijs, cultuur, sport, winkels); • Goede bereikbaarheid van de hele Randstad.

van strandwal naar veen het Kanaal van Corbulo aangelegd met daaraan de stad Forum Hadriani. Vier locaties in onze gemeenten zijn archeologisch zo waardevol dat ze zijn aangewezen tot Unesco Werelderfgoed Limes, de grens van het Romeinse Rijk. De archeologische resten zitten verstopt in de bodem en zijn niet herkenbaar in het straatbeeld. In de middeleeuwen ontstonden op de hogere delen, de kernen Voorburg, Veur en Leidschendam met de bijbehorende ontginningslinten. Een noord-

zuid gericht lint verbond de kernen met elkaar en met Leiden en Delft. Eind 12e begin 13e eeuw werd evenwijdig hieraan de Vliet aangelegd en ontstond de landscheiding. In 1632 werd de Vliet verbreed tot trekvaart, met haaks daarop de trekvaart naar Den Haag. Aan de overzijde van de Vliet werd het veengebied ontgonnen en ontstonden de buurtschappen Stompwijk en Wilsveen met bijbehorende ontginningslinten. De historische kernen, de linten en de Vliet met bijbehorend

Die kwaliteiten uiten zich in de ruimtelijke opbouw van de bebouwde gebieden, de openbare ruimten en de individuele gebouwen die samen onze mooie leefomgeving vormen. Hieronder beschrijven we dit aan de hand van vijf lagen: ‘historie’, ‘landschap en groen’, ‘functies en voorzieningen’, ‘verbindingen en mobiliteit’ en ‘gezondheid en samenleving’. Deze lagen zijn onderling verbonden en vullen elkaar aan. Historie De bodemopbouw van hogere strandwallen en lagere strandvlakten is bepalend geweest voor het ontstaan en de groei van Leidschendam-Voorburg. De hogere droge delen raakten al in de prehistorie bewoond, zoals archeologische onderzoek bij de Mall liet zien. In de lagere nattere delen groeide veen en in de Romeinse tijd werd op de overgang Hofwijck en trekschuit (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg) 20

Status: vast te stellen

Historische kaart omgeving Leidschendam-Voorburg uit 1575 (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)

Status: vast te stellen

21

sluiscomplex en bruggen vormen nog steeds fraaie identiteitsbepalende dragers van onze leefomgeving. Grote delen hebben de status van rijksbeschermd dorpsgezicht of monument. Na de middeleeuwen legden rijkere stadsbewoners buitenplaatsen aan op de overblijfselen van middeleeuwse hofsteden, kastelen en boerderijen zoals de voormalige ridderhofstede De Loo, kasteel De Binckhorst, kasteel Te Werve en boerderij Middenburg. Later werden buitenplaatsen opgericht op de strandwal of in het veengebied. Hoewel er veel buitenplaatsen zijn verdwenen is er nog steeds sprake van een waardevolle en beeldbepalende landgoederenzone waarvan een aantal landgoederen in gebruik zijn als openbaar park. Het veengebied ten oosten van de Vliet werd in verschillende fasen, grotendeels in de 17e eeuw ingepolderd. Deze polders werden vervolgens, grotendeels in de 18e en 19e eeuw, droogmakerijen. De Vliet en de Stompwijkse Vaart gingen als boezemvaart fungeren. Het landschap kwam in gebruik als weidelandschap en kenmerkt zich nog steeds door zijn waardevolle openheid, uitgestrekte kavels en rechtlijnige kavelsloten. Aan de oostzijde van onze gemeente ligt er nabij Stompwijk nog een deel niet uitgeveend landschap. Eind 19e eeuw en begin 20e eeuw groeide Leidschendam-Voorburg verder met meerdere woonwijken. Aanvankelijk direct achter en tussen het lint, de Vliet en de Broeksloot, maar in de loop 22

der tijd steeds verder in de lagere delen ten westen hiervan. Al deze wijken kenmerken zich door de tijd waarin ze gebouwd zijn. Soms is er daarbij sprake van een bijzonder stedenbouwkundig en architectonisch concept dat cultuurhistorisch zeer waardevol is, zoals bij de Heuvel en Prinsenhof. De hiervoor beschreven structuren en gebieden zijn allemaal historisch waardevol vanwege de herkenbaarheid als geheel. Meerdere individuele bouwwerken en objecten dragen daar gezamenlijk aan bij. Molens, boerderijen, hofsteden, buitenplaatsen, ondergronds erfgoed en andere objecten. Onze gemeente kent dan ook veel monumenten, waaronder ruim 160 rijksmonumenten en niet te vergeten de groene monumenten in de vorm van waardevolle parken en bomen. Landschap en groen Bodem en water Bodem en water zijn bepalend voor de opbouw van ons landschap en onze groenzones. Ook hierin is de corridorwerking te herkennen. Ten oosten van de strandwal ligt de lage, waterrijke veenpolder met kleigronden diep onder zeeniveau. Het bebouwde gebied op de strandwal ligt hoger, is minder waterrijk en de bodem bestaat uit zand met tussen de strandwallen veen. Het bebouwd gebied ten westen van de strandwal ligt iets lager en heeft een bodem van veen op klei op zand. Vanwege de zogeheten landscheiding ligt onze gemeente op

een grens van twee hoogheemraadschappen. In noordelijke richting stroomt het water naar Katwijk en in zuidwestelijke richting naar Scheveningen. Het oppervlaktewater voldoet momenteel niet aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het grotere aaneengesloten oppervlaktewater in Vlietland heeft betekenis op het gebied van zowel natuur als intensieve recreatie en sport. De Nieuwe Driemanspolder is belangrijk voor waterberging, natuur en extensieve recreatie. Landschap en buitengebied Ons buitengebied is voornamelijk een droogmakerij- en polderlandschap. Het is vooral de ‘weide’ in het landschap Duin, Horst & Weide. Via de Duivenvoordecorridor is het buitengebied verbonden met het duinlandschap. Aan de noordoostzijde is er de verbinding met het Groene Hart. De kwaliteiten van ons droogmakerij- en polderlandschap zitten hem, naast deze verbindingen, in de openheid, het waterrijke karakter, de oudste ringdijk bij de Zoetermeersemeerpolder, het kavelpatroon en het contrast van de hogere boezems en de lagere weiden. Hier liggen uitdagingen op het gebied van verbetering van de waterkwaliteit, vermindering van de stikstofuitstoot en herstel van de weidevogelstand. Aan de noordzijde vertoont ons landschap met de afwisseling van de weiden in de Duivenvoordse- en Veenzijdse polder en de open plassen en bosrijke randen van recreatie- en natuurgebied Vlietland en de Vogelplas Starrevaart

Status: vast te stellen

(natuur) een ander karakter. Hier wisselen besloten bospercelen en open weiden elkaar af. Hoewel dit het landschap recreatief aantrekkelijk maakt is de stad-land relatie in onze gemeente niet zo sterk als in vergelijkbare gebieden. Stedelijke groenstructuur Ook de stedelijke groenstructuur is hoofdzakelijk noord-zuid gericht. Zes noord-zuidgerichte zones dooraderen onze bebouwde omgeving. Ieder met een ander karakter: het waterspoorpark, de infra-as, de centrale verbindingszone met daarbij de Broeksloot, de landgoederenzone, de Vlietzone en de Stompwijksevaart. De centrale verbindingszone is gefragmenteerd zonder eenduidig inrichtingsconcept. Haaks op deze structuren is er sprake van vier oost-west gerichte groenzones; de Loo-zone, Sijtwende, het Randstadrail tracé en regionale groenverbinding bij de Duivenvoordecorridor. Daarmee is er sprake van een netwerk van groen, evenwichtig verdeeld over de bebouwde omgeving. Op sommige locaties zijn de onderlinge verbindingen en de verbindingen met het groen buiten het stedelijk gebied nog niet optimaal. Dit maakt de toekomstbestendigheid en de biodiversiteit kwetsbaar. Sijtwende is een eigentijds parklandschap op de tunnel(s) van de N14. De Loozone is een prachtig ouder parkgebied vernoemd naar buitenplaats ’t Loo en vormt een zichtlijn van Huis ten Bosch naar park Vreugd en Rust.

Naast dit aaneengesloten netwerk dragen de vele overige parken, lanen en groengebieden

Status: vast te stellen

buiten deze zones bij aan het groene karakter. Buitenplaatsen, sportgebieden, volkstuinen en begraafplaatsen zijn over het algemeen aan de hoofdgroenstructuur gekoppeld of maken hier deel van uit. Tussen de groenzones en deze gebieden onderling liggen er nog verschillende mogelijkheden voor verbetering op het gebied van ecologische en recreatieve verbindingen. Buiten het hoofdnetwerk zijn de groene straten en lanen en de groene plekken in de wijk belangrijke kwaliteiten. Voorburg kent met name klassieke, wijken met een helder onderscheid tussen groen en bebouwing. In het meer tuinstedelijke Leidschendam zijn groen en bebouwing meer met elkaar verweven. Daarnaast is er sprake van enkele villaparken met royale tuinen die voor een groen beeld zorgen. Stompwijk staat los van de rest van het stedelijk gebied en staat vanwege haar kleinere omvang meer in contact met het landschap. In het bebouwde gebied vormen de Stompwijkse Vaart de Meerlaan, de Groote Tocht en de Jan Koenensloot structurerende groenzones en/of waterverbindingen. Functionele structuur - wonen Leidschendam-Voorburg is vooral een woongemeente. Onze drie kernen bevatten ieder hun eigen wijken met een aantrekkelijke variatie aan woonmilieus. Rond de historische kernen van Leidschendam en Voorburg liggen klassieke woonwijken van eind 19e en begin 20e eeuw, te typeren als ‘Rooilijnstedenbouw’,

‘Stratenplan’, en ‘Stadsblokken’’. Ze kenmerken zich door een klassieke opzet en een duidelijke scheiding van bebouwing en openbaar groen. Voorburg bevat de meeste van dit soort wijken. Hier rondom liggen zogeheten ‘Villaparken’ uit meerdere perioden, zowel in Leidschendam als in Voorburg. Deze kenmerken zich door de ruime opzet met veel groen op de kavels. Een slag verder naar het westen liggen de woonmilieus uit de tweede helft van de vorige eeuw, te typeren als ‘Tuinstad’ en ‘Suburbaan’. Ze kenmerken zich met groen dat is verweven met het woongebied als geheel. Leidschendam bevat veel van dit soort woonmilieus. Na het eind van de vorige eeuw vond er geen uitbreiding meer plaats en verliep nieuwbouw vrijwel volledig via transformatie en inbreiding. Met name in Leidschendam heeft dit tot meerdere inbreidingen geleid. Het bebouwde gebied van Voorburg en Leidschendam kenmerkt zich door een mix van grondgebonden woningen (vrijstaande-, tweeonder-één-kap- en rijwoningen) en gestapelde bebouwing. De hogere bebouwing concentreert zich in grofweg twee zones: In het gebied rond het centrum en het knooppunt A4/N14 en tussen de ‘centrale verbindingszone’ en de ‘infra-as’, met name rond winkelcentrum Julianabaan. De bouwhoogtes zijn overwegend 15-30 meter en er zijn incidenteel gebouwen met een hoogte van meer dan 30 meter, maar nooit hoger dan 60 meter.

Stompwijk staat los van het stedelijk gebied 23

en kent een veel eenvoudiger en kleinschaligere opzet. Hiermee herbergt onze gemeente ook een aantrekkelijk en dorps woonmilieu. Rond het centrum is er sprake van lintbebouwing. Ten zuiden daarvan liggen aan weerszijden van de Meerlaan twee dorpse woonwijken met voornamelijk grondgebonden woningen. Functionele structuur - economie Hoewel Leidschendam-Voorburg vooral een woongemeente is, zijn er meerdere ‘economische clusters’ waarmee we ook een sterke lokale economie in huis hebben. Het accent ligt op de bedrijfstakken detailhandel, zorg en zakelijke dienstverlening. De clusters liggen verspreid over de gemeente. Daarnaast is het aandeel ZZP’ers, dat vaak vanuit de eigen woonomgeving werkt, groot in onze gemeente. De winkelclusters bestaan uit vier kernwinkelgebieden: De Mall, Leidschendam centrum (ook wel Damcentrum genoemd), Huygenskwartier en Julianabaan en uit wijk- en buurtverzorgende winkelgebieden. Ook bevat de gemeente zes bedrijventerreinen: De Star in Leidschendam, Essesteyn, Prinses Irenelaan en de Tennet-locatie in Voorburg en de Veenpoldersweg en het Klaverblad in Stompwijk. Kantoren concentreren zich rond het knooppunt A4/N14. De belangrijkste voorzieningen in de zorgsector zijn het Antoniushove ziekenhuis, onze verpleeghuizen, gezondheidscentra en de huisartsenpraktijken.

In het buitengebied speelt bedrijvigheid een wezenlijke rol met de melkveehouderij, de glastuinbouw en Figuur 3: Bouwsteen groene woongemeente geamendeerd (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg) 24

Status: vast te stellen

agrarische loonbedrijven. Direct rond de grenzen van de gemeente liggen er meerdere gebieden met dynamische, stedelijke voorzieningen en bedrijvigheid. Met name het CID en de Binckhorst hebben en krijgen een hoge dynamiek aan activiteiten. Ook de bedrijventerreinen en kantorenparken direct rond het snelwegknooppunt A4/A12, Westvlietweg en Forepark, liggen in onze invloedssfeer. Functionele structuur - voorzieningen We hebben een hoogwaardig voorzieningenniveau. Onder andere in de vorm van belangrijke basisvoorzieningen: (basis)scholen, huisartsenpraktijken, buurt- en wijkcentra en supermarkten. Maar we herbergen ook meerdere voorzieningen op het gebied van kunst en cultuur, recreatie en toerisme, sport, zorg en onderwijs. Dit betreft onder andere twee theaters en één bibliotheek met meerdere vestigingen. Verder zijn er in Leidschendam-Voorburg meerdere sportvoorzieningen verspreid over het gebied aanwezig zoals sportvelden, sporthallen en diverse verenigingen. In het buitengebied is er sprake van intensieve recreatie en watersport in Vlietland en in extensievere vorm in de Nieuwe Driemanspolder, Leidschendammerhout en Vlietland-West. De Vlietzone vervult een rol op het gebied van zowel georganiseerd als ongeorganiseerd sporten. We huisvesten relatief veel (middelbare) scholen en vervullen daarmee ook binnen de regio een belangrijke rol.

Status: vast te stellen

Herenstraat, Voorburg (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg

Verbindingen en mobiliteit De A4 en de A12 vormen de belangrijkste uitvalsroutes naar de regio en de rest van het land. Een uitgebreid stelsel van noord-zuid gerichte lange verbindingen met kortere verbindingen haaks daarop ontsluiten het bebouwd gebied op deze twee routes. Dit zorgt over het algemeen voor een goede bereikbaarheid, maar deze staat wel onder toenemende druk. Naast de lusten brengt de infrastructuur ook lasten met zich mee. Verkeersaders zijn soms dominant aanwezig, zorgen voor geluidsoverlast, luchtverontreiniging, gezondheidsschade, barrières voor groen en langzaam verkeer en onveilige kruispunten. Op de N14 en de Rotterdamsebaan, zijn hierin verbeteringen getroffen door tunnels met een bestaand of compleet nieuw stedelijk

landschap daarboven. Samengevat is het hoofdwegennet erg druk en neemt, als we niets doen, die druk verder toe en de leefbaarheid af. Fiets- en wandelverkeer is in deze stedelijke regio belangrijk voor een goede, veilige en gezonde mobiliteit. Onze gemeente beschikt over goede wandelmogelijkheden in de parken, de landgoederen, de winkelcentra en de groene verbindingen. Er zijn twee belangrijke fietsroutes in noord-zuid richting; de metropolitane route Velostrada langs het spoor en de regionale route langs de Vliet. Beide zijn nog niet geheel gereed. Daarnaast is er een raamwerk van regionale en lokale fietsroutes. Zo zijn er meerdere oost-west gerichte routes zoals die over de Nieuwe Tolbrug naar Den Haag. Soms doorbreken de fietsroutes de barrièrewerking van de drukke verkeersaders met veilige en 25

ongelijkvloerse oversteekmogelijkheden. Op andere punten blijven de verkeersaders barrières of zijn er knelpunten, zoals bij de Nieuwe Tolbrug. De kwaliteit van de paden wisselt en het aantal fietsparkeervoorzieningen is op meerdere plekken beperkt. Een goede ontsluiting met het openbaar vervoer in deze stedelijke regio is onmisbaar. In en direct rond onze gemeente liggen meerdere stations en HOVknooppunten die hiervoor zorgen. Het landelijke treinnetwerk, de randstadrail en de RET met snelle verbindingen naar Den Haag, Rotterdam, Leiden en Zoetermeer zijn daarmee goed toegankelijk vanuit een groot deel van het stedelijk gebied. Er zijn echter ook gebieden die per openbaar vervoer minder goed bereikbaar zijn, zoals Leidschendam-Zuid. Stompwijk ligt geïsoleerd van Leidschendam en Voorburg. Zowel wat betreft autoverkeer, fietsverkeer en openbaar vervoer is Stompwijk via de N206 meer gericht op Leiden/Zoeterwoude en Zoetermeer. Met de LeiZo-verbinding zal dat toenemen. De verbinding naar Leidschendam en Voorburg via de Stompwijkseweg / Doctor van Noortstraat is voor autoverkeer ondergeschikt, voor fietsverkeer onaantrekkelijk en voor openbaar vervoer zelfs afwezig. Dit tracé is ter hoogte van het dorp deels ontlast van vrachtverkeer door de aanleg van de Veenpoldersweg, waarmee de overlast van doorgaand vrachtverkeer in de kern is verminderd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=47b3fac8-6f43-4d4a-a01f-2a78f55fcadc