4060 Bijlage 1 Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 2050
Tekst van het document
De aanpak in Voorburg Noord noord zetten we door naar al onze wijken waar opgaven in de openbare ruimte liggen: multidisciplinaire aanpak, toekomst bestendig en participatief.
B | Tuinstad Korte kenschets Dit zijn de eerste naoorlogse uitbreidingswijken van onze gemeente: Voorburg Midden, Bovenveen, De Heuvel / Amstelwijk en Prinsenhof. Kenmerkend is de open verkaveling met veel rijwoningen, portiekflats en galerijflats tot 8 bouwlagen hoog. Deze zijn in repeterende stempels over de wijken gesitueerd. De rechtlijnige en ruim opgezette openbare ruimte biedt plaats aan veel groen in de vorm van parkjes en plantsoenen. De buurten Prinsenhof hoog en De Heuvel zijn bijzonder van opzet met bebouwing rond groene ‘superhoven’. Het zijn cultuurhistorisch waardevolle wederopbouwgebieden van nationaal belang.
Tuinstad
Figuur 21: Ligging deelgebied tuinstad (bron Buro SRO)
In Voorburg Midden en Bovenveen zijn Park ’t Loo en het Waterspoorpark ruime groenzones. Hier komen meerdere functies zoals waterberging, recreatie, sport en beweging en natuur samen. Het is een mooi voorbeeld hoe water, groen met natuurvriendelijke oevers zorgen voor verkoeling en de juiste parkbeleving. Toch zijn er nog kansen de biodiversiteit van onder andere de oevers op meer plaatsen te versterken. Dit draagt bij aan de Kader Richtlijn Water. Prinsenhof hoog en De Heuvel liggen juist tussen twee doorgaande groenzones; de infra-as en de centrale verbindingszone en hebben zelf belangrijke groengebieden in de vorm van de grote groene hoven. De wijken kenmerken zich binnen onze gemeente tot slot als een verkeersveilige omgeving met HOV-knooppunten
minder relevant belangrijk prioriteit
Figuur 22: Diagram tuinstad (bron Buro SRO)
Status: vast te stellen
77
en/of OV haltes op korte afstand van de woningen en goede fietsverbindingen daar naar toe. Met zo’n 13.000 woningen, waarvan veel betaalbare woningen en zo’n 35% sociale huur levert het gebiedstype Tuinstad een belangrijke bijdrage aan de zo nodige betaalbare huisvesting. Er bevinden zich in dit gebiedstype meerdere aandachtsbuurten: Voorburg Midden noord, Bovenveen midden, De Heuvel zuid, Amstelwijk, De Heuvel noord en Prinsenhof hoog. In deze buurten bevinden zich over het algemeen kleinere, goedkope woningen, een groot aandeel etagewoningen en relatief veel sociale huurwoningen. Er zijn naar verhouding veel alleenstaanden, veel eenoudergezinnen en mensen met een niet westerse afkomst. Er wordt weinig sociale cohesie ervaren en het gevoel van onveiligheid is hoger dan gemiddeld in de gemeente. Ook op het gebied van meedoen in de samenleving en gezondheid functioneren deze aandachtsbuurten minder goed dan gemiddeld. Zo hebben er in verhouding veel inwoners geen werk, is het beroep op de bijstand groot, zijn er veel arbeidsongeschikten en is er veel sprake van armoede. Ook doen inwoners relatief veel beroep op jeugdhulp en andere vormen van zorg en ondersteuning. Tot slot vormen zelfredzaamheid en eenzaamheid hier een uitdaging evenals een gezonde leefstijl. Doordat er meerdere van deze aandachtsbuurten in dit gebiedstype liggen is dit van invloed op het gebied als geheel. 78
In andere delen binnen dit gebiedstype is er meer sprake van evenwicht. Evenwicht tussen grondgebonden woningen en gestapelde bebouwing, tussen eigen woonbezit en huur en in de samenstelling van de inwoners op het gebied van gezinssituatie en leeftijd. Meerdere van de ontwikkellocaties liggen in of nabij deze woongebieden. Dit betreffen Winkelcentrum Julianabaan, Stationsomgeving Laan van NOI en Veurse Achterweg. Deze ontwikkellocaties hebben hun eigen ambities. Een zorgvuldige aansluiting op het gebiedstype tuinstad is daarbij een voorwaarde. Daarnaast grijpen we bij de ontwikkellocaties eventuele verbeterkansen voor de omliggende buurten aan. Doorwerking en prioritering ambities In een deel van dit gebiedstype, zoals in Bovenveen, is er sprake van een optelsom van uitdagingen om de ambities uit deze visie waar te kunnen maken. Daar waar dit het geval is kan dit een aanleiding vormen om de mogelijkheden tot een integrale herontwikkeling te onderzoeken. In aandachtsbuurten ligt de prioriteit op de sociale en economische ambities. Hier verdienen onze ambities voor een gezonde en veilige leefomgeving en een inclusieve en sociale samenleving, samen met economische vitaliteit dan ook de prioriteit. Er is aandacht nodig voor sociale cohesie en sociale veiligheid. Er kan hier kruisbestuiving plaatsvinden De Heuvel en Prinsenhof.
Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Siebe Swart)
Status: vast te stellen
met de ontwikkellocaties aan de randen van dit gebied (Fluitpolderplein, Mariahoeve/Appelgaarde en Voorburg ’t Loo). Meer functiemenging en variatie in woningtypen is daarom het streven. Met meer variatie in woningtypen willen we de eenzijdige bevolkingssamenstelling verrijken, meedoen in de samenleving verbeteren en bijdragen aan een passend woningaanbod. Samen met extra ruimte voor niet-woon functies kan dit het gebied levendiger maken. Het goede aanbod aan voorzieningen op korte afstand willen we hier behouden en versterken. Zeker maatschappelijke voorzieningen op het gebied van zorg, ondersteuning, sport, onderwijs en ontmoeting. Het aanbod aan gezondheidsvoorzieningen is niet optimaal en dit willen we verbeteren. Vanuit Voorburg Midden en Bovenveen zijn de verbindingen naar kernwinkelcentrum Julianabaan erg van belang. De ambities met betrekking tot cultuurhistorie en erfgoed, identiteit van de omgeving, de hoeveelheid en de kwaliteit van het groen zijn zeer relevant in dit gebied. Het gebied heeft veel te bieden op deze vlakken en deze bestaande kwaliteiten willen we koesteren en behouden. Ook op het gebied van mobiliteit zijn er voldoende aanknopingspunten om voort te bouwen op de bestaande situatie. Het gebied leent zich al goed voor stappen, trappen en openbaar vervoer en de centrale noord-zuid fietsroute kan dit verder verbeteren. We gaan de mogelijkheden verkennen
om tramlijn 6 door te trekken richting Noordsingel in combinatie met de gebiedsontwikkeling Veurse Achterweg. Daarnaast willen we het aanbod aan schoon deelvervoer vergroten en flexibiliteit in parkeernormen bieden. Naast het feit dat STOMP bijdraagt aan duurzaamheid is dit voor deze wijken extra wenselijk zodat er ook voor inwoners die zich geen auto kunnen veroorloven goede vervoersmogelijkheden zijn. Het gebied is al zeer groen en dat blijft zo. Het inspelen op klimaatadaptatie om hittestress en wateroverlast tegen te gaan heeft hier minder prioriteit ten opzichte van andere gebiedstypen. Hier willen we vooral sturen op het vergroten van de biodiversiteit binnen het bestaande groen en op het beter verbinden van het groen. Niet zozeer op meer groen. Het overschakelen op duurzame energie krijgt hier in lijn met de transitievisie Warmte wel prioriteit op de korte en middellange termijn.
Suburbaan
Figuur 23: Ligging deelgebied suburbaan (bron Buro SRO)
C | Suburbaan Korte kenschets Dit zijn de woonwijken die vanaf de jaren zestig voor een grote groei zorgden. In Leidschendam betreft het de gebieden De Zijde, Duivenvoorde, Prinsenhof laag, ’t Lien, de Verzetsheldenwijk en het grootste deel van Leidschendam-Zuid (De Tol /’t Hert, De Oude Bleijk en de Zeeheldenwijk). In Voorburg gaat het om Essesteijn en een deel van de Kleurenbuurt. Deze wijken liggen met name aan de randen van het bebouwd gebied dicht tegen
minder relevant belangrijk prioriteit
Figuur 24: Diagram suburbaan (bron Buro SRO)
Status: vast te stellen
79
snelweg en spoor en soms op grote afstand van de centra en openbaar vervoersknooppunten. Het zijn stuk voor stuk samenhangende, eenduidig herkenbare woonwijken. Onderling vertonen ze juist veel verschil. Sommige wijken bestaan uit half open bouwblokken omgeven door ruime groene woonstraten. In andere wijken is er een strokenverkaveling of een stempelverkaveling met daartussen ruime groenzones. Overal is het overwegende woningtype de rijwoning van twee
bouwlagen met kap. Aan de randen is er meestal sprake van flats en appartementengebouwen. De wijken zijn doorgaans zeer groen. Soms dooradert het groen de hele wijk zoals in Essesteijn, soms is er juist sprake van groene woonstraten, pleintjes of woonerven. Ook op sociaal vlak zijn er verschillen, maar is er wel een algemene lijn te herkennen. De wijken vormen vrijwel allemaal een zeer gewaardeerde woonomgeving. Ze scoren met name goed op sociale
cohesie, veiligheid en meedoen. Wel is het aspect gezondheid in sommige delen een aandachtspunt. Het beroep op zorg- en ondersteuning is hier relatief hoog. Ook overlast is een terugkerend probleem. Ondanks de positieve waardering steken enkele buurten er minder goed bij af; De Tol/’t Hert en De Oude Bleijk. Hier wordt de sociale woonomgeving juist slechter gewaardeerd, is de overlast groter, is er relatief veel sprake van eenzaamheid. Deze woongebieden bieden ruimte aan een groot deel van de grondgebonden woningen in onze gemeente, met name rijwoningen. Er is veel eigen woningbezit en weinig sociale huur. In veel buurten is het aandeel 55-plussers hoog, evenals het aantal alleenstaanden. Meerdere van de grotere ontwikkellocaties liggen in of nabij deze woongebieden. Dit betreffen Stationsomgeving Mariahoeve, Veurse Achterweg en Omgeving Leidschendam Centrum. Deze ontwikkellocaties hebben hun eigen ambities. Een zorgvuldige aansluiting op het gebiedstype ‘Suburbaan’ is daarbij een voorwaarde. Doorwerking en prioritering ambities In een deel van dit gebiedstype, zoals in de Zeeheldenbuurt, is er sprake van een optelsom van uitdagingen om de ambities uit deze visie waar te kunnen maken. Daar waar dit het geval is kan dit een aanleiding vormen om de mogelijkheden tot een integrale herontwikkeling te onderzoeken.
Antoniushove bron: Gemeente Leidschendam-Voorburg) 80
Status: vast te stellen
Deze woonwijken dragen duidelijk bij aan onze typering als groene woongemeente met een hoogwaardig verblijfsklimaat. Het aanwezige aanbod aan goede woningen in een groene woonomgeving is waardevol. Het behouden en versterken van de bestaande kwaliteiten in deze wijken staat daarom centraal. Om de groene woonomgeving te beschermen behouden we het groen in en om deze wijken. Ook het groen dat geen onderdeel van de hoofdstructuur is. Er vindt dus geen nieuwbouw plaats ten koste van groenzones zonder dat dit kwalitatief gecompenseerd wordt. Het groen moet ook toegankelijk zijn als ontmoetingsplek en ruimte om in te sporten en bewegen. Zo draagt het zo veel mogelijk bij aan een gezonde leefstijl en een sociaal veilige omgeving. Ook de voorzieningen zijn belangrijk voor de sociale samenhang en gezondheid. Zeker in verband met het hoge aandeel 55-plussers die in de periode van deze omgevingsvisie 80-plussers worden. Om een fijne woonomgeving te blijven, ontmoeting te stimuleren en eenzaamheid tegen te gaan willen we de aanwezige voorzieningen zoals buurtcentra, medische- en zorgfaciliteiten, sportzalen, onderwijsvoorzieningen en speelplekken behouden. Alleen dan blijven deze wijken een plek van en voor iedereen.
Veel van deze wijken liggen verder van de centra en vertonen tegelijkertijd een hiaat in het aanbod aan basisvoorzieningen, gezondheidsvoorzieningen en onderwijsvoorzieningen. Het is van belang om hierin verbeteringen aan te brengen.
Status: vast te stellen
Voor veel andere voorzieningen blijven de wijken gericht op de grotere centrumgebieden die vaak op grotere afstand liggen. Voor LeidschendamZuid zijn er goede kansen voor verbindingen naar de werkplekken en voorzieningen in de Vlietzone, Overgoo. Voor Essesteijn bieden de ontwikkelingen rond station Mariahoeve kansen. Enkele van de wijken liggen verder van stations en HOV-knooppunten. Hier zijn onze ambities op het gebied STOMP lastiger waar te maken dan in de wijken dicht bij centra en HOV-knooppunten. De nabijheid kan wel verbeteren door werk in en om huis mogelijk te maken. Dit kunnen we stimuleren door werkplekken in onze buurtcentra te faciliteren en welwillend te staan tegenover woninguitbreiding ten behoeve van werk aan huis. Het STOMP-principe komt verder tot uiting door aandacht voor veilige voet- en fietspaden naar voorzieningen, openbaar vervoershaltes en omliggende centra. Met de centrale noordzuid fietsroute streven we naar een belangrijke verbetering die het trappen hier stimuleert. Verder zoeken we naar maatwerkoplossingen zoals kleinschalige mengvormen tussen openbaar vervoer en doelgroepenvervoer en zetten we breed in op deelmobiliteit met meer parkeerplekken voor deelauto’s. We zien in deze gebieden voorlopig minder kansen voor lagere parkeernormen voor reguliere auto’s.
Om een plek van en voor iedereen te blijven moeten er woningen zijn voor meerdere doelgroepen.
Starters, jonge gezinnen en senioren verdienen allemaal een plek in deze wijken. Om er te kunnen blijven wonen maar ook om er te kunnen komen wonen. Naast de ontwikkellocaties in en nabij dit gebiedstype verkennen we ruimte voor nieuwbouw en verdichting ter plaatse van bestaande parkeerterreinen, zoals in Essesteijn. Maar ruimte voor wonen is er vooral in de bestaande woningvoorraad. Daarom willen we de bestaande woningvoorraad doelmatig benutten en beschikbaar maken voor met name starters, senioren en jonge gezinnen. Soms zijn daarvoor aanpassingen nodig. Initiatieven daartoe stimuleren we. Bij de grondgebonden (rij)woningen kan het dan gaan om het levensloopbestendig maken van woningen, het bieden van uitbreidingsmogelijkheden voor jonge gezinnen of juist het splitsen om de woningen geschikt te maken voor starters. De appartementen willen we aantrekkelijk maken voor senioren die hun grondgebonden woning willen verlaten, zodat grondgebonden woningen vrijkomen voor starters en jonge gezinnen. Bij nieuwbouw willen we hier vooral richten op doorstroming van 55+ers. Om de woningvoorraad doelmatig te benutten moeten de woningen toekomstbestendig zijn. Ze zijn tientallen jaren oud en niet gebouwd volgens de huidige duurzaamheidseisen. Onderhoud, behoud van kwaliteit en verduurzaming en energietransitie zijn dus belangrijke opgaven.
We willen eigenaren hierin stimuleren door hen te informeren en mee te denken. Sommige van de wijken hebben te 81
kampen met bodemdaling of aantasting van houten paalfunderingen. Dit kan de kwaliteit en de toekomstbestendigheid van de woningen bedreigen. Daar waar dit speelt willen we dit samen met de eigenaren aanpakken. We zorgen voor voldoende informatie en kijken welke maatregelen het beste zijn. We hanteren hierin de volgorde voorkomen van bodemdaling, voorkomen van schade bij bodemdaling, herstellen van schade bij bodemdaling door de eigenaren, herontwikkeling bij onvoldoende zicht op schadeherstel. In een enkele straat of buurt zullen delen zijn waar herontwikkeling op termijn onontkoombaar is vanwege de funderingen en de bodemdaling. Hiervoor stellen we gericht beleid op. Juist in de gebieden waar deze bodemproblemen aan de orde zijn is het inspelen op klimaatadaptatie van belang en geven we prioriteit aan de juiste maatregelen om de overlast tegen te gaan. In Essesteijn, Duivenvoorde en ’t Hert willen we grote weg- en rioolvervangingsprojecten combineren met het realiseren van een duurzamere en klimaatbestendigere inrichting. Denk hierbij aan het scheiden van regenwater en afvalwater, het vasthouden van water in de bodem en het meer reguleren van de grondwaterstanden.
D | Recente inbreidingen Korte kenschets Dit zijn de recentere woonbuurten in onze gemeente. In tegenstelling tot de eerdere buurten zijn deze buurten juist binnen het bestaande bebouwde gebied of ter vervanging van
bestaande bebouwing gerealiseerd. Het zijn de transformatiegebieden van een sportcomplex, een bedrijventerreinen, een glastuinbouwgebied of een zorgterrein. Het gaat om de jaren negentig buurten Park Veursehout en De Rietvink. Park Veursehout is gerealiseerd op een voormalige sportcomplex. Een grote gemengde woonbuurt met een variatie aan woningtypen gestructureerd rond een centrale groene ruimte. De Rietvink is gebouwd ter plaatse van een voormalig glastuinbouwgebied. Eveneens een gemengde buurt met veel groenzones, gericht op de Vliet en met een langzaam verkeersverbinding naar Leidschendam – Centrum. Het gaat ook om de inbreidingen die in de jaren 2000 plaatsvonden, Sijtwende en Nieuw Essesteijn/ Zijdesigt. De onbebouwde gronden tussen de woonwijken die gereserveerd waren voor de Sijtwendetunnel en opnieuw de transformatie van een sportcomplex boden hiervoor de ruimte. Het dak van de tunnel werd een tweede maaiveld en benut als parkzone. Sijtwende is aangelegd als parkachtig woongebied rond het centrale Sijtwendepark. Nieuw Essesteijn is juist zeer compact met stadswoningen, appartementen en een tweede maaiveld met daaronder het parkeren. Na voltooiing van deze jaren 2000 wijken bleef er ook de afgelopen jaren sprake van inbreidingen. Klein Plaspoelpolder verandert momenteel van een kantoren- en bedrijvengebied naar een woonwerklocatie. In de plannen is veel
Recente inbreidingen
Figuur 25: Ligging deelgebied recente inbreiding (bron Buro SRO)
minder relevant belangrijk prioriteit
Figuur 26: Diagram recente inbreiding (bron Buro SRO) 82
Status: vast te stellen
aandacht uitgegaan naar ambities die ook in deze omgevingsvisie belangrijk zijn: natuurinclusief, klimaatadaptief en circulair bouwen, duurzame mobiliteit, duurzame energie en een sociaal inclusieve omgeving zijn belangrijke uitgangspunten. Het gebied wordt momenteel gerealiseerd. Dat geldt ook voor Leidschendam Noordoost. Hier maken een zorgterrein, een voormalig bedrijventerrein en een glastuinbouwgebied plaats voor meerdere woonbuurten. In deze buurten, landgoed Voorlei, buitenplaats de Horst, Vliethaven en Vlietvoorde speelt de groene woonomgeving, klimaatadaptatie en de landschappelijke en historische context een duidelijke rol. Al deze gebieden hebben hun eigen karakter, maar vertonen ook gemeenschappelijke kenmerken. Elke buurt op zich is als eenheid ontworpen en steeds is er sprake van een evenwichtige mix aan woningtypen, zowel grondgebonden als gestapeld en zowel eigen woningbezit als sociale huur. De (bestaande) buurten worden daarnaast allemaal zeer gewaardeerd. Zowel de groene woonomgeving als de sociale cohesie. Er wonen in deze gebieden relatief veel ouderen en paren zonder kinderen. Op het gebied van meedoen en veiligheid scoren deze buurten goed, op een enkele uitzondering na. Het zijn vaak pure woonomgevingen. Op het vlak van maatschappelijke voorzieningen en gezondheidsvoorzieningen is de score daarom soms wat minder.
De ontwikkellocatie Leidschendam centrum ligt in dit woongebied. Deze ontwikkellocatie heeft haar eigen ambities. Een zorgvuldige aansluiting op het gebiedstype ‘Recente inbreidingen’ is daarbij een voorwaarde. Doorwerking en prioritering De recente inbreidingen zijn de jongste buurten in onze gemeente. Sommige worden momenteel zelfs nog aangelegd of zijn in verkoop. Bij deze buurten is al veel aandacht gegeven aan de ambities waar we in deze omgevingsvisie belang aan hechten. Deze jonge woonomgevingen willen we daarom vooral tot wasdom laten komen volgens de ideeën waarmee ze bedacht zijn. Grote ingrepen en veranderingen hebben we hier dus niet voor ogen. Wel willen we in de gaten houden of de ontwerpprincipes werken en nageleefd worden en tot het beoogde resultaat leiden.
bieden aan deelvervoer, de parkeerbehoefte en het autobezit te monitoren en met passende parkeernormen (tweede) autobezit te ontmoedigen stimuleren we dit verder. De buurten in Leidschendam Noordoost zijn een uitzondering. Ze liggen verder van voorzieningen en openbaar vervoer. De auto blijft hier belangrijk. We sturen daarom niet op strengere parkeernormen om
Deze gebieden zijn over het algemeen ontworpen met een hoogwaardig verblijfsklimaat in gedachten. Er is vaak aandacht voor cultuurhistorie en erfgoed, klimaatadaptatie, aansluiting op de stedenbouwkundige en landschappelijke context, beleefbaar groen en een gezond woon- een leefklimaat. Het koesteren en bewaken van deze kwaliteiten heeft hier onze prioriteit. Veel van de gebieden liggen dichtbij voorzieningen, openbaar vervoershalten en langzaam verkeersverbindingen. Daarmee zijn er goede voorwaarden voor het STOMP-principe aanwezig. Door ruimte te Hoek Zaagmolenstraat (bron: Nota Omgevingskwaliteit Leidschendam-Voorburg)
Status: vast te stellen
83
autobezit te ontmoedigen, maar bewegen wel mee met toekomstige gedragsveranderingen en dalende trends op het gebied van autobezit per woning. We zetten in op fietsverbindingen, waaronder de verlenging van de noord-zuidroute richting Noortheylaan, en deelmobiliteit. Ook maken we goede thuiswerkfaciliteiten mogelijk om woonwerkverkeer te verminderen. Het woningaanbod in deze buurten is vrij gemengd en dat willen we zo houden. We willen graag dat mensen in hun woning en buurt blijven wonen en dat het aanbod geschikt blijft voor meerdere doelgroepen. We zijn daarom, voor zover stedenbouwkundig passend, flexibel bij initiatieven tot vergroting van de levensloopbestendigheid, werk aan huis en splitsing en staan open voor voornemens om wonen met werken te mengen. In deze nieuwe wijken is al veel aandacht voor duurzaam bouwen en een groene klimaatadaptieve inrichting. Energiebesparing, van het gas af, eigen opwek en opslag, een adequate energie-infrastructuur, ontharding en vasthouden van regenwater blijven echter ook hier continue aandachtspunten.
E | Villaparken Korte kenschets Meerdere landgoederen zijn in de eerste helft van de 20e eeuw omgevormd tot villawijken. Vaak is het landhuis met veel groen daaromheen bewaard gebleven en werden andere delen bebouwd met villa’s. Soms is de structuur van de landgoederen nog te herkennen. Vaker nog is het de groene, lommerrijke sfeer die deze villaparken bijzonder maakt. De villaparken liggen verspreid over onze gemeente en zijn opzichzelfstaande buurtjes binnen een grotere buurt of wijk. Vrijstaande woningen en tweekappers op ruime kavels,
afgeschermd met groen bepalen het beeld. Samen met ruim opgezette lanen of straten met begeleidende bomenrijen. Omdat de villaparken vaak deel uitmaken van een grotere buurt zijn de vitaliteitskenmerken uit de wijkatlas niet bekend. Op basis van de villaparken die wel een eigen buurt of een groot deel van een buurt vormen komt er echter wel een beeld naar voren. Zowel de fysieke als de sociale woonomgeving wordt hoog gewaardeerd en de buurten scoren goed op het gebied van meedoen, gezondheid en veiligheid. Er zijn weinig
Lindelaan, Leidschendam (bron: Oozo.nl) 84
Status: vast te stellen
voorzieningen en deze buurten liggen ook nog eens vrij ver van de centra. Het eigen woningbezit is hoog en er is nauwelijks sprake van sociale huur. Er wonen relatief veel ouderen en paren zonder kinderen en weinig alleenstaanden. De ontwikkellocatie Stationsomgeving Leidschendam-Voorburg ligt in of nabij deze woongebieden. Deze ontwikkellocatie heeft haar eigen ambities. Een zorgvuldige aansluiting op het gebiedstype ‘Villaparken’ is daarbij een voorwaarde. Figuur 27: Ligging deelgebied villaparken (bron Buro SRO)
minder relevant belangrijk prioriteit
Prioritering en doorwerking De villaparken zijn prettige, groene woonomgevingen waarin de historie en het rijke en oude groen nog herkenbaar is. Bijzondere onderscheidende woonmilieus binnen onze gemeente en kenmerkend voor de identiteit van Voorburg en Leidschendam. Het karakter en de kwaliteiten van deze gebieden willen we koesteren. We voorzien voor deze gebieden geen grote wijzigingen of ingrepen. Initiatieven op kleinere schaal moeten passend aansluiten op het bestaande te behouden karakter. Wel is er iets meer menging, variatie en levendigheid wenselijk. Door ruimte te bieden aan werk aan huis en mee te werken bij initiatieven tot woningsplitsing maken we dit mogelijk. Met goede mogelijkheden voor werk aan huis en ruimte voor deelmobiliteit stimuleren we hier vermindering van het autogebruik. De woningen en de percelen hebben
de ruimte om zelfstandig een verduurzamingsslag te bereiken. Zonnepanelen, warmtepompen en overige installaties kunnen hier ingepast worden. Grote groene kavels met zo min mogelijk verharding kunnen bijdragen aan waterberging en versterking van de biodiversiteit.
6.4
Bedrijventerreinen
Korte kenschets Dit betreffen de zes bedrijventerreinen van onze gemeente. De Veenpoldersweg en het Klaverblad in Stompwijk, De Star in Leidschendam en Essesteijn, Prinses Irenelaan en de Tennet-locatie in Voorburg. Allemaal bescheiden in omvang. Het aandeel aan bedrijventerreinen in onze gemeente, wat oppervlakte betreft, is dan ook zeer klein. Bovendien zijn er in het verleden meerdere terreinen getransformeerd naar woongebieden en na de fusie grondgebied van Den Haag geworden. De Tennet-locatie wijkt af van de andere terreinen. Hier zijn geen afzonderlijke bedrijven maar is het terrein volledig in gebruik als elektriciteitsvoorziening. De andere vijf terreinen hebben een onderling vergelijkbaar karakter. Ze dateren uit de jaren tachtig en zijn bedoeld voor bedrijven in de lichtere milieucategorieën. Ze liggen dicht tegen woongebieden en zijn daar met groen van afgeschermd. De bereikbaarheid is niet altijd optimaal aangezien de terreinen redelijk achteraf liggen en het verkeer vaak eerst over smalle wegen of langs woonwijken moet.
Figuur 28: Diagram villaparken (bron Buro SRO)
Status: vast te stellen
85
De terreinen bevatten meerdere bedrijfspercelen (versnipperd privaat eigendom) hoofdzakelijk voor lokaal verzorgende midden-en kleinbedrijven zoals auto- en aannemersbedrijven en enkele middelgrote maak- en handelsbedrijven. De terreinen zijn als geheel uitgegeven maar in de loop van de tijd zijn ze perceelsgewijs veranderd. Een groot deel bestaat uit inmiddels verouderde bedrijfspanden, terwijl andere delen zijn vernieuwd en weer andere percelen stap voor stap zijn volgebouwd. De niet-bebouwde delen van de percelen zijn vrijwel volledig in gebruik voor parkeren, bevoorrading en opslag. Samen met het gebrek aan groen in de openbare ruimte en het gefragmenteerde, gedateerde bebouwingskarakter zorgt dit voor een rommelige indruk. Ook is er door de huidige benutting weinig ruimte voor uitbreiding op het eigen bedrijfsperceel, behalve in de hoogte. Prioritering en doorwerking Juist vanwege de geringe omvang is de ruimte aan bedrijventerreinen in onze gemeente van groot belang. We willen onze bedrijventerreinen dan ook behouden voor met name stadsverzorgende en ambachtelijke bedrijven. Het kleine aandeel mag niet nog verder afnemen. De beperkte omvang, het weinig representatieve beeld en de matige bereikbaarheid maken deze gebieden echter kwetsbaar, waardoor behoud niet vanzelf gaat. De terreinen moeten toekomstbestendig worden en een kwaliteitsimpuls krijgen.
Zowel wat betreft functies, uitstraling, bereikbaarheid en duurzaamheid. 86
Functies We kiezen voor de vestiging van het juiste type bedrijven met een focus op stadsverzorgende en ambachtelijke bedrijven. Zo blijven we zorgen voor werkgelegenheid voor praktisch opgeleiden. Vanwege de beperkte ruimte is het zaak om de bedrijfspercelen beter te benutten voor dit type bedrijven. Vestiging van andere hoofdfuncties op de begane grond, zoals sport- en recreatievoorzieningen, kantoren of opslagloodsen, willen we voortaan voorkomen. Sommige van die functies kunnen wel een plek krijgen op de verdieping(en). We maken geen nieuwe bedrijfswoningen mogelijk zodat we de ruimte ook echt voor bedrijven benutten. Door flexibel te zijn in de maximale bouwhoogte (optoppen en meerlaagse nieuwbouw) stimuleren we dit soort meervoudig ruimtegebruik en ontstaat er ruimte voor een betere en groenere inrichting op maaiveld. Hiermee benutten we de ruimte optimaal. We maken geen nieuwe bedrijfswoningen mogelijk zodat we de ruimte ook echt voor bedrijven benutten.
Populierendreef (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)
Uitstraling We willen een aantrekkelijker, groener en minder rommelig beeld. Vernieuwing van verouderde bebouwing, vergroening van de (openbare) buitenruimte en het vermijden van zichtbare buitenopslag zijn daarvoor de middelen. De vergroening staat op gespannen voet met de beschikbare ruimte. Zowel de openbare ruimte Figuur 29: Slimme herinrichting bedrijventerrein (bron gemeente Leidschendam-Voorburg, OpenAI (2025), ChatGPT))
Status: vast te stellen
Bedrijventerreinen
Figuur 30: Ligging deelgebied bedrijventerrein (bron Buro SRO)
minder relevant belangrijk prioriteit
als de onbebouwde delen van de bedrijfspercelen dienen immers ook voor verkeer, parkeren, bevoorraden en logistiek. Vergroening mag niet ten koste gaan van deze functionele inrichting of van de beschikbare oppervlakte voor bedrijven. Substantiële toevoeging van groen op grote schaal is dan ook niet mogelijk. Er zijn oplossingen nodig met een beperkt ruimtebeslag zoals gevelgroen, begeleidende hagen of begroeide hekwerken, groene parkeerplaatsen en efficiëntere straatprofielen. Daarnaast biedt het bouwen in de hoogte de kans om een deel van de ‘rommelige’ voorzieningen inpandig op te lossen en zo ruimte voor groen, waterberging en biodiversiteit op de bedrijventerreinen te maken. Mobiliteit Die vergroening kan mogelijk samengaan met veranderingen op het gebied van mobiliteit. Ook voor bedrijventerrein biedt het STOMPprincipe kansen om het reguliere autogebruik te beperken. Er zijn veel lokale bedrijven met medewerkers die dichtbij wonen (op fietsafstand), de opkomst van elektrische fietsen maakt grotere fietsafstanden voor woon-werkverkeer mogelijk, de Velostrada en de route langs de Vliet voeren langs bedrijventerreinen. De terreinen in Voorburg zijn daarnaast goed bereikbaar per openbaar vervoer.
Het stimuleren van de fiets of het openbaar vervoer, bijvoorbeeld met aandacht voor voldoende fietsvoorzieningen, is hier kansrijk en kan de ruimtebehoefte voor de auto mogelijk inperken.
Dit biedt samen met een slimme herinrichting van de openbare ruimte kansen voor een groener en representatiever beeld én draagt bij aan onze duurzaamheidsambities. Waarmaken van de kwaliteitsimpuls Voor de beoogde kwaliteitsimpuls zijn er ingrepen nodig. Door het versnipperde eigendom is een grootschalige herstructurering van de terreinen als geheel op korte termijn echter niet realistisch. De veranderingen zullen vanuit de markt perceelsgewijs plaatsvinden. Om de beoogde impuls te bereiken is het zaak dat dit soort perceelsgewijze veranderingen stap voor stap bijdragen aan het gewenste totaalbeeld. Bij initiatieven die zich op de bedrijventerreinen aandienen gaan we daarop sturen. Daarnaast kijken we wat we ondanks het versnipperde eigendom als gemeente zelf kunnen organiseren, waarbij we ook een actief grondbeleid overwegen indien dit nodig is om de doelen te bereiken. Daarnaast wordt in regionaal verband nagedacht over nut en noodzaak van een regionale ontwikkelingsmaatschappij die gemeenten helpt bij hun (her)ontwikkelambities op bedrijventerreinen. Met een programma voor toekomstbestendige en duurzame bedrijventerreinen willen we hier nadere invulling aan geven.
Figuur 31: Diagram bedrijventerrein (bron Buro SRO)
Status: vast te stellen
87
Duurzaamheid De bedrijventerreinen spelen ook een cruciale rol bij een andere duurzaamheidsambitie; het overschakelen naar een circulaire bedrijfsvoering. Dit willen we stimuleren en faciliteren. De overschakeling zit deels in de inkoop van benodigde materialen en grondstoffen en deels in het hergebruik van reststoffen. Voor dat laatste is ruimte nodig. Ruimte voor opslag, inzameling, sortering en transport van reststoffen. Circulaire hubs kunnen hierin voorzien. We bekijken of we op de bedrijventerreinen zelf ruimte kunnen bieden aan dit soort circulaire hubs, of dat we juist voor een efficiënte transportservice voor adequaat hergebruik van reststoffen elders zorgen. Hiermee stimuleren we de bedrijven om over te schakelen. Daarnaast willen we bij de vestiging van nieuwe bedrijven eisen stellen en zo selecteren op duurzame en circulaire bedrijfsvoering. Tot slot zijn de bedrijventerreinen belangrijk voor de energiehuishouding in de gemeente. Hier valt veel winst te halen. Enerzijds door de terreinen snel van het aardgas af te halen. Anderzijds door het daklandschap optimaal en meervoudig te benutten voor zowel wateropvang, energieopwekking als begroeiing (isolatie + biodiversiteit). Met zonnepanelen op de daken willen we voorzien in collectieve, duurzame energieopwekking.
6.5
Kern Stompwijk
Korte kenschets Stompwijk is ontstaan aan het lint van waaruit het veengebied in gebruik werd genomen als landbouwgrond. Het dorp groeide langs dit lint en het lintje haaks daarop, de Meerlaan. Lange tijd bleef de bebouwing beperkt tot deze twee structuren. In de tweede helft van de vorige eeuw groeide het dorp met woonwijken aan weerszijden van de Meerlaan. Het dorp is aan de oost-, zuid- en westzijde omsloten met de dijken, de provinciale weg en de sportvelden. Aan de noordzijde grenzen juist achterkanten van lintpercelen aan de polder. Met de aanleg van de Veenpoldersweg is het landschap hier ingesloten komen te liggen.
Stompwijk
Figuur 32: Ligging deelgebied Stompwijk (bron Buro SRO)
Stompwijk is een gevarieerd dorp met hoofdzakelijk grondgebonden woningen op een dorpse schaal. Het historische lint en de Meerlaan zijn duidelijk herkenbaar en vormen samen met de kerk en het Dorpspunt belangrijke identiteitsdragers van het dorp. Andere ruimtelijke eenheden zijn de twee woonbuurten aan weerszijden van de Meerlaan, de beide bedrijventerreinen en de sportvelden. Stompwijk herbergt een aantal voorzieningen. Dit zijn de basisschool, de supermarkt met enkele ondersteunende voorzieningen daaromheen, de huisartsenpraktijk, buurthuis het Dorpspunt, de kerk, het partyrestaurant, sporthal de Meerhorst, de sportvelden van Stompwijk ’92 en de bushalte aan de provinciale weg. Via deze bushalte zijn Zoeterwoude, Leiden en Zoetermeer middels HOV goed bereikbaar.
minder relevant belangrijk prioriteit
Figuur 33: Diagram Stompwijk (bron Buro SRO) 88
Status: vast te stellen
De sociale structuur van het dorp is hecht en mensen uit Stompwijk willen graag in het dorp blijven wonen. De ontwikkeling van woningbouwlocaties is echter onvoldoende van de grond gekomen om in die behoefte te kunnen voorzien. Het Dorpspunt fungeert als een belangrijke plek in het dorp en herbergt veel verenigingen en stichtingen. Dit is kenmerkend voor de Stompwijkse samenleving. Belangrijke activiteiten in het dorp zijn carnaval, de Stompwijkse Paardendagen en Stompwijk Summerland. Samen met de voorzieningen zijn deze activiteiten en het verenigingsleven essentieel voor de leefbaarheid. Prioritering en doorwerking Stompwijk onderscheidt zich als klein dorp in het landschap. Het dorp is daarmee duidelijk anders dan de andere kernen in onze gemeente. Stompwijk heeft dan ook te maken met een kenmerkende problematiek voor kleine dorpen. De omvang en opbouw van de bevolkingssamenstelling zorgt ervoor dat de voorzieningen, en daarmee de leefbaarheid, onder druk staan. Er zijn daarom meer woningen nodig om de vitaliteit te behouden. Dit is de belangrijkste opgave voor de kern Stompwijk. Met een gebiedsprogramma op basis van een vitaliteitsonderzoek werken we, parallel aan deze omgevingsvisie, aan een ontwikkelingsrichting daarvoor. De belangrijkste uitgangspunten uit het vitaliteitsonderzoek en het gebiedsprogramma zijn: Stompwijk (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)
Status: vast te stellen
89
• De behoefte aan circa 180 - 190 nieuwe woningen en circa 4.000 m2 aan werkruimte in het dorp om de vitaliteit en de huidige voorzieningen te kunnen behouden; • De keuze om dit aantal woningen en die werkruimte in de komende 15 jaar ook proberen te realiseren; • De keuze om woningbouw via een combinatie van ontwikkelingsrichtingen waar proberen te maken. In ieder geval door inbreiding en functieverandering van bestaande bebouwde erven in het lint of percelen in de kern van Stompwijk. Aanvullend via een nog nader te onderzoeken en uit te werken voorstel, waarbij gedacht kan worden aan transformatie van een deel van de sportvelden, beperkte uitbreiding aan de westkant van Stompwijk en/of uitbreiding in de Westeinderpolder. In alle voorstellen wordt behoud van goede sportvoorzieningen voor Stompwijk gewaarborgd. • De keuze om werkruimte mogelijk proberen te maken door a) bedrijvigheid aan huis, b) beter benutten bestaande bedrijvigheid en c) het glastuinbouwgebied (buiten de kernzone) te mengen met overige bedrijvigheid. We behouden en versterken het groen in de buurten en het contact met het landschap. Dit combineren we met ruimte voor ontmoeten en bewegen en een inrichting die bijdraagt aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. We koesteren de historische kwaliteit van de erven en het lint en 90
zorgen ervoor dat het gebied rond het Dorpspunt en het gebied rond supermarkt en partyrestaurant levendig blijven. Zo geven we voor Stompwijk vorm aan onze ambities op het gebied van een onderscheidend en hoogwaardig verblijfsklimaat. Met goede recreatieve verbindingen maken we van het dorp een pleisterplaats voor bezoekers. De bestaande woningvoorraad laten we beter bijdragen aan ‘een plek voor iedereen’. We streven ernaar dat iedere woning bewoond wordt door de huishoudensvorm waar de woning geschikt voor is of geschikt voor gemaakt wordt. Dat kan betekenen dat we het gemakkelijk maken voor bewoners om naar een geschiktere woning te verhuizen binnen Stompwijk zodat bestaande woningen vrijkomen voor anderen. Maar het kan ook betekenen dat we woningen levensloopbestendig maken of splitsen. Deze omgang met de bestaande woningvoorraad combineren we met een verduurzamingslag zodat de dorpse woonomgeving duurzaam toekomstbestendig wordt. Twee van de bedrijventerreinen van onze gemeente liggen in Stompwijk. Deze ruimte aan bedrijvigheid behouden we om economisch vitaal te blijven. We bieden daarom waar mogelijk ruimte voor groei, verduurzaming en vernieuwing op deze terreinen. Met het behouden van de bedrijvigheid laten we ook Stompwijk een belangrijke bijdrage leveren aan onze ambities op het gebied van ‘economisch vitaal’.
De ruimte voor groei combineren we met hoge duurzaamheidsambities. We stimuleren Stompwijkse Vaart, Stompwijk (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)
Status: vast te stellen
bedrijven om over te schakelen naar een circulaire bedrijfsvoering en vergroening van het terrein en zien de grote dakoppervlakte van de bedrijven als essentiële bron voor duurzame zonneenergie. Daarnaast vinden we werkruimten en kleinschalige bedrijvigheid aan huis passend in een dorpse omgeving en willen we hieraan waar mogelijk ruimte bieden. Dit betekent flexibiliteit in bouw- en uitbreidingsmogelijkheden, voor zover stedenbouwkundige en landschappelijk goed ingepast kan worden.
de ligging in het buitengebied zetten we in op een snelle frequente busverbinding Zoetermeer-Leiden via Stompwijk en streven we OV-verbinding met Leidschendam na. We zien op termijn kansen in een combinatie van openbaar en besloten busvervoer richting Leidschendam. Daarbij zetten we in op maatwerkvervoer in de vorm van een buurtbus tussen Stompwijk en Leidschendam, zodat Stompwijk ook per (maatwerk) openbaar vervoer rechtstreeks verbonden is met Leidschendam en Voorburg. Daarnaast is het voor Stompwijk voornamelijk van belang om te zorgen voor
goede faciliteiten voor deelmobiliteit en slimme innovatieve oplossingen om tegemoet te komen aan het STOMP-principe.
6.6
Buitengebied
A | Landschap, linten en erven Korte kenschets Via de Landschapstafel Duin Horst Weide werken we met regiogemeenten en andere gebiedspartners aan landschappelijke, recreatieve en ecologische versterking van het landschap.
Stompwijk is sterk dooraderd en geflankeerd door groenzones en waterverbindingen. Deze maken we beter beleefbaar om het verblijfsklimaat te versterken. Met de inrichting dragen we bij aan ruimte voor ontmoeting, bewegen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Zo komen er hier meerdere ambities samen. In de omgeving van de Van Santhorststraat willen we het rioolvervangingsproject combineren met het realiseren van een duurzamere en klimaatbestendigere inrichting. Denk hierbij aan het scheiden van regenwater en afvalwater en het meer reguleren van de grondwaterstanden. Er zijn daarmee goede kansen voor vergroening en verbetering van de inrichting van de openbare ruimte. De ontsluitingswegen in het dorp maken we veiliger en leefbaarder. Met de aanleg van de Veenpoldersweg hebben we hier al goede stappen in gezet. Daarbij zetten we in op een blijvend veilige fietsroute naar Leidschendam. Vanwege Stompwijk (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)
Status: vast te stellen
91
Het grootste deel van ons buitengebied bestaat uit polderlandschap. Open weiden op langgerekte kavels, doorsneden door de dijklinten, tochten en de ringdijk. Ook de A4 doorsnijdt dit landschap. In de zuidelijke hoek grenst het polderlandschap aan het waterbergings-, recreatie- en natuurgebied de Nieuwe Driemanspolder. Vanwege het succes van de natuurontwikkeling is hier een behoefte aan zonering ontstaan. In de noordwestelijke hoek gaat ons polderlandschap over in het bosrijkere horstenlandschap dat de verbinding tussen het weide- en het duinlandschap vormt. Ook grenst het polderlandschap hier aan natuurgebied vogelplas Starrevaart in het Leidschendammerhout en recreatie- en natuurgebied Vlietland. De polder is vrijwel volledig in gebruik als grasland voor de melkveehouderij en een aantal paardenhouderijen en maneges, afgewisseld met enkele bospercelen. De Stompwijkseweg en Wilsveen zijn hogere bebouwingslinten in de lagere polder. Verspreid daaraan liggen de bebouwde erven. Soms met alleen een woonfunctie, vaak met agrarische bebouwing of andere bedrijvigheid. Daarbij ligt er doorgaans een (historisch) woonhuis aan het lint en bevinden zich achter op het erf grotere stallen, schuren en bedrijfsgebouwen. Tussen en over de erven zijn er doorzichten naar de polder.
Dit polderland van weiden, sloten, tochten, linten en erven heeft veel landschappelijke en cultuurhistorische waarde. De ecologische verbindingszones tussen de duinen en het Groene Hart en midden-Delfland liggen rond Stompwijk. Een eventuele dorpsuitbreiding moet hier rekening mee houden. Daarnaast zit de waarde hem in zowel de historische gebouwen, zoals de molens en de oude hoeven, als in de landschappelijke openheid en de hoogteverschillen, het waterrijke karakter en de historische verkaveling en erfindeling. In het landschap zijn nog de oude kreken van voor de veenafgravingen te zien, die nu hoger liggen. Ook het niet uitgeveend gedeelte van de gemeente is zeer waardevol voor landschap en natuurwaarden. Het huidige landschap wordt in stand gehouden door voornamelijk agrarische ondernemers. Ze zorgen voor bedrijvigheid die economische waardevol is voor de gemeente en de regio. Het landschap heeft verder een bescheiden functie voor de stad op het gebied van recreatie en voedselvoorziening. Het buitengebied heeft ecologische waarde, met name door de houtwallen, de oevers en de weidevogelgebieden. Ondanks deze waarde gaat het slecht met onder andere boerenlandvogels. Boerenlanddieren en insecten. De potentie van het buitengebied voor natuur is groot bij extensivering en meer groenblauwe dooradering. Het aantal melkveehouderijen neemt af.
Bedrijfsopvolging en milieueisen vormen soms een belemmering. Bij gebrek aan beleid voor een Wilsveen (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)
92
Status: vast te stellen
gezonde afbouw van de bedrijvigheid vindt er soms ongewenste verkoop van gronden plaats aan speculanten. Deze gronden worden doorverkocht aan kleine beleggers en zijn daarmee niet meer productief. Ook de kwaliteit van de agrarische erven gaat hierdoor achteruit. Er is nog sprake van veel kleine boeren in dit landschap. Dit biedt goede kansen voor een overstap naar duurzame landbouw. Prioritering en doorwerking Landschap Ten noordoosten van Leidschendam versterken we het karakteristieke coulissenlandschap. Vanwege de landschappelijke, historische, economische, recreatieve én ecologische waarde willen we het poldergebied groen en open houden. Al deze kwaliteiten zijn hier bij gebaat en hebben eronder te lijden als de openheid verdwijnt. In het polderlandschap willen we deze kwaliteiten behouden en beter met elkaar samen laten gaan door een groenblauwe dooradering onder andere via natuurvriendelijke overs en bloemrijke bermen. Daarvoor moeten we wel ruimte bieden aan functies aanvullend op de landbouw. Vooral op de (voormalige) agrarische erven maar ook op de weilanden. Bij het bepalen van de prioriteiten heeft het visierapport ‘De toekomst van ons buitengebied’ (Adviesraad Stompwijk, juni 2022) een grote rol gespeeld. Het huidige open en groene
polderlandschap is ontstaan en gemaakt door boeren. We beschermen het open en groene karakter, behouden goede boerengronden en laten boeren en ondernemers daar hun sleutelrol in blijven vervullen. Het verbeteren van de ecologische waarden vinden we hierbij belangrijk en we zetten daarbij in op betere groen/blauwe dooradering. Ontwikkelingen dienen zich hier altijd naar te voegen. Concreet betekent dit dat de weilanden dus niet gebruikt gaan worden voor zonneweiden of bebouwing. Het poldergebied blijft een belangrijke rol voor onze voedselvoorziening vervullen. Dat betekent niet dat de gronden helemaal niet van functie kunnen veranderen. We willen vooral op de (voormalige) agrarische erven ruimte bieden aan een diverser gebruik, passend bij het open en groene karakter. Andere functies zijn nodig om het gebied economisch vitaal te houden en boeren een goed toekomstperspectief te bieden. Dit is broodnodig om ze als beheerders en rentmeesters van dit landschap te behouden. Als beleidslijn hanteren we daarom: ‘onze boeren en ondernemers als beheerders van een open en groen landschap´. Daarbij is er ook ruimte voor een passende diversiteit aan duurzame en economisch toekomstbestendige functies. We behouden de goede boerengrond zoveel mogelijk voor een duurzame en circulaire melkveehouderij1, zonder dat we het belang van onze voedselzekerheid uit het oog verliezen. Op
Landschap, linten en erven
Figuur 34: Ligging deelgebied Landschap, linten en erven (bron Buro SRO)
minder relevant belangrijk prioriteit
Figuur 35: Diagram Landschap, linten en erven (bron Buro SRO)
Status: vast te stellen
93
de minder goede gronden bieden we ruimte aan andere functies. Functies op het gebied van extensieve recreatie zijn hierbij denkbaar. Bijvoorbeeld blote voetenpaden, beleefnatuur, natuurkamperen of gemeenschapslandbouw. Maar ook andere vormen van landbouw en aangepaste teelten, natuurontwikkeling en waterberging zijn interessant. Dit betekent dat we ook inzetten op herstelmaatregelen op het gebied van biodiversiteit en de functie van het buitengebied als waterbuffer verder benutten. Om droogte en verzilting tegen te gaan en ook als de poldergemalen de regenval niet bij kunnen houden onderzoeken we de mogelijkheid om 20% van de laagst liggende delen van de droogmakerijen te reserveren voor waterberging in tijden van nood. Moeras of veenvorming zijn dan inrichtingsmogelijkheden. We zullen ons huidige paardenbeleid (2008) voortzetten, met ruimte voor alle vormen van paardenhouderij in de stadsrandzones, ruimte als ondergeschikte functie op een agrarisch bedrijf en ruimte voor hobbymatige paardenhouderij in het algemeen in
het buitengebied. Deze beleidslijn geeft gehoor aan veel van onze ambities. Met name de economische vitaliteit. Maar er ontstaan hiermee ook goede mogelijkheden voor een beter toegankelijk landschap. Via fiets-, wandel-, en klompenpaden waarmee we het gebied voor de (stedelijke) recreant ontsluiten en we de herkenbaarheid van het cultuurhistorisch waardevolle gebied vergroten. Daarmee dragen we ook bij aan onze ambities voor hoogwaardige verblijfskwaliteit. Tegelijkertijd verminderen we hierdoor de recreatiedruk op natuurgebieden. We bewaken wel de balans; een te grote drukte is namelijk storend. Juist voor de kwaliteiten die het gebied zo aantrekkelijk maken. Ook maken we met deze beleidslijn natuurontwikkeling, een klimaatadaptieve waterhuishouding en een verkenning naar de mogelijkheden voor drinkwaterwinning mogelijk. Zo laten we het buitengebied bijdragen aan onze ambities voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en bodem en water.
Definitie: een duurzame landbouw: zorgt voor: -
zorgt voor een goed inkomen voor boeren en hun medewerkers;
-
zorgt voor meer welzijn, gezondheid (voedselveiligheid) en betere sociale condities wereldwijd;
-
houdt rekening met de omgeving;
-
heeft slechts beperkte negatieve gevolgen voor het milieu, bodem, lucht en water;
-
heeft oog voor het landschap, biodiversiteit, dieren en planten;
-
gebruikt water, energie en grondstoffen zodanig dat er geen tekorten optreden
94
Ervan en kwaliteitsleidraad We zijn trots op de historische kwaliteiten van de erven en de linten in het buitengebied en beschermen deze dan ook. Tegelijkertijd moet ruimte voor andere of aanvullende functies ook op de bebouwde erven aan de linten mogelijk zijn, afhankelijk van de plaatselijk te behouden kwaliteiten. De bebouwde erven tekenen zich met erfbeplanting en bebouwing juist af tegen het open landschap. En vaak bevatten ze grotere bedrijfsgebouwen. Erfmolens tot 15 meter hoog en collectieve energieopwek door zonnepanelen op de daken van de schuren zijn goed in te passen. We stimuleren hierbij een meervoudig ruimtegebruik door daken zowel te benutten voor wateropvang, energieopwekking en begroeiing (isolatie + biodiversiteit). Maar ook voor functieverandering staan we open. Dit is vaak, naast economisch noodzakelijk, een kans op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het milieu. Het kan bijdragen aan de herkenbaarheid van landschap en historie. Aan het aanbod op het gebied van recreatie en toerisme en de verkoop van streekproducten. Aan bijzondere woonconcepten of (maatschappelijke) voorzieningen in een landelijke setting. Erfinitiatieven benaderen we daarom, meer dan in het verleden, als kans. Dit is geen vrijbrief. Initiatieven moeten wel een aantoonbare verbetering opleveren en bijdragen aan onze ambities.
De provincie heeft daarnaast beleid vastgesteld voor vrijkomende agrarische erven. Erven behouden hun historische indeling en hun
Status: vast te stellen
erfbeplanting als overgang naar het landschap. Zo houden we het buitengebied beleefbaar, toegankelijk en herkenbaar. Plannen die dit in zich hebben maken we met maatwerk mogelijk. Verrommeling, gebiedsvreemde invulling of intensivering van bebouwd oppervlakte moeten we juist voorkomen. De afwegingsleidraad voor erfinitiatieven (zie 5.6 en bijlage) maakt dit inzichtelijk. Bij een ontwikkeling die betrekking heeft op twee of meer locaties zullen we met initiatiefnemer in gesprek gaan en de ontwikkelingen op de direct betrokken locaties in samenhang bespreken en beoordelen.
Buitengebied (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)
Status: vast te stellen
95
Samenwerking Het realiseren van andere functies gaat niet van zelf maar staat of valt met plannen van boeren en ondernemers. Meer dan voorheen willen we hieraan ruimte bieden en samen optrekken. We erkennen de waarde van onze boeren en ondernemers voor de waarborging van ons buitengebied. Binnen onze mogelijkheden willen we hen helpen om op een duurzame en circulaire manier te groeien of juist om passend af te bouwen en naar een andere invulling van hun gronden toe te werken. Vrijwillige kavelruil en het stimuleren van ondernemersplannen om voor te sorteren op het ‘Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied’ en een mogelijke doorstart van het ‘Nationaal Programma Landelijk Gebied’ zien we daarbij als concrete voorbeelden. Speculatie willen we daarbij tegengaan, mede door onze duidelijke keuze om geen zonneweiden of woonbebouwing toe te staan in dit gebied. In de gesprekken met agrariërs zullen we aandacht vragen voor concrete maatregelen gericht op hun lokale binding en verduurzaming, zoals gewassen passend bij de bodem- en waterhuishoudkundige situatie, vermindering van kunstmestgebruik en chemische bestrijdingsmiddelen, kruidenrijke akkerranden en gebruik van de diepste delen van de polders als wetlands of retentiegebieden.
B | Natuurgebieden Korte kenschets Verspreid over het buitengebied bevinden zich meerdere ecologisch waardevolle natuurgebieden. Aan de noord- en oostzijde gaat het dan om het niet uitgeveende deel van de Westeindsche Polder en om ‘Natuurgebied Geerpolder’, het eerste natuurgebied in Nederland dat aangelegd is door boeren. Veenweidenatuur een vogelpoel, een plasdrasgebied en natuurvriendelijke oevers vormen een leefgebied voor weidevogels. Dit gaat hier samen met duurzame en extensieve landbouw. Een ander natuurgebied is het Leidschendammerhout, direct ten zuidwesten van recreatie- en natuurgebied Vlietland. Twee vogelplassen zijn hier met een eiland van de recreatieplas gescheiden. Het gebied bestaat verder uit jong en gevarieerd bos, riet, ruige graslanden en waterrijke weiden. Verder is de Nieuwe Driemanspolder een belangrijk waterbergings- recreatie en natuurgebied, dat we samen met Zoetermeer beheren. Het waterrijke gebied is gemaakt om water te bergen bij piekbelastingen, maar is ingericht met natte natuur, moeras, rietland en wilgenstruweel. Moerasvogels, amfibieën, vlinders en libellen hebben er inmiddels hun plek gevonden. Versterking van de biodiversiteit en klimaatadaptatie gaan hier dus hand in hand. Tot slot ligt er een groot natuurgebied aan de overzijde van het spoor naar Leiden. Hier zijn de horsten van ‘Duin, Horst en Weide’ te vinden.
Het gebied kenmerkt zich door een afwisseling van
Natuurgebieden
Figuur 36: Ligging deelgebied natuurgebieden (bron Buro SRO)
minder relevant belangrijk prioriteit
Figuur 37: Diagram natuurgebieden (bron Buro SRO) 96
Status: vast te stellen
bossen en weilanden en is deel van de regionale landgoederenzone op het strandwallenlandschap. Prioritering en doorwerking Vanwege de waarde van deze gebieden op het gebied van natuur en het belang daarvan staat natuur in deze gebieden voorop. De Nieuwe Driemanspolder is een uitzondering, hier is waterberging leidend en zijn natuur en recreatie nevendoelstellingen. Dat wil niet zeggen dat er in de natuurgebieden geen andere functies mogelijk zijn. Zo onderzoeken we voor bestaande of mogelijk zelfs nieuwe natuurgebieden de mogelijkheden voor drinkwaterwinning uit oppervlaktewater. Natuur kan daarnaast goed samengaan met andere functies zoals extensieve en duurzame landbouw, recreatie en klimaatadaptatie. Deze gebieden laten dit nu al zien. Juist dit soort combinaties van functies hebben we ook voor de toekomst voor ogen. Maar het is belangrijk dat de natuur leidend is. Recreatie mag niet tot drukte en verstoring leiden. We versterken daarom juist in het landbouwgebied de toegankelijkheid en de padenstructuur zodat deze natuurgebieden grotendeels vrij blijven van toenemende recreatiedruk. Landbouw in de natuurgebieden moet geschikt zijn om naast de natuur te fungeren en is daarom altijd extensief en duurzaam. Om aanvullende functies aan onze natuurgebieden toe te kennen, verkennen we de mogelijkheden om het natuurgebied Leidschendammerhout, inclusief
recreatieve functies, uit te breiden. We willen de verschillende gebieden beter verknopen en slechten daarom fysieke barrières. Zo zetten wij ecologische verbindingen in als meekoppelkansen bij civieltechnische werken. We verkennen de mogelijke ontsluiting van de Duivenvoordse en Veenzijdse Polder via een wandelpad langs de N14. Voor het Leidschendammerhout werken we aan een gebiedsvisie gericht op uitbreiding van natuur, bos en inclusieve recreatieve functies.
C | Recreatie- en natuurgebied Korte kenschets Een specifiek deel van ons buitengebied, recreatie- en natuurgebied Vlietland, is mede gericht op intensieve recreatie. Daarmee voorziet het gebied in een grote behoefte voor de gemeente en de regio. Maar daarmee is het gebied ook van economische betekenis. Het gebied rond de noordoostelijke waterplas bevat een strand en biedt ruimte voor zwemmen en andere watersportactiviteiten. Er is een restaurant, een jachthaven, een camping en een aquapark. Verder zijn er andere sport- en recreatieactiviteiten te ondernemen zoals klimmen, fietsen, paardrijden en skaten. Het gebied rond de zuidwestelijke waterplas is gericht op extensieve recreatie en natuur. Recreatie- en natuurgebied Vlietland is daarmee één van de acht Hollandse Plassen; watersport- en recreatiegebieden waar veel gebeurt. Er zijn plannen om het noordoostelijke deel van het gebied verder te intensiveren door Vliet (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)
Status: vast te stellen
97
het ontwikkelen van ruim 200 recreatiewoningen aan de plas. Deze plannen zijn al planologisch verankerd. Prioritering en doorwerking Recreatie- en natuurgebied Vlietland is belangrijk voor onze gemeente en voor de regio. Economisch en als toeristische en recreatieve trekker. Maar ook op het gebied van gezondheid en welzijn is Vlietland belangrijk als plek waar mensen kunnen sporten, ontspannen en vrijetijd door kunnen brengen. Deze belangrijke functie willen we behouden en versterken. Daarbij willen we het gebied zich binnen het toeristisch recreatieve profiel verder laten ontwikkelen en zien we kansen voor extra bedrijvigheid en arbeidsplaatsen. Door juist de intensievere recreatievormen in Vlietland te concentreren, kunnen we de rest van ons buitengebied rustiger houden en daar de aandacht richten op landbouw, landschap, natuur en extensievere recreatie zoals wandelen, fietsen en kanoën. We zetten in op intensivering en een kwaliteitsimpuls van dit recreatie- en natuurgebied op basis van de bestaande zonering in een intensiever noordoostelijk deel en een extensiever zuidwestelijk deel. We versterken de economische en recreatieve waarde. Daarmee landen er dus met name ambities op het gebied van economische vitaliteit. Een goede balans tussen die intensivering en de ruimte voor sporten, bewegen en ontspannen
in het groen is daarbij wel belangrijk. Intensivering mag niet ten koste van die laatste kwaliteiten aangezien die het gebied zo aantrekkelijk maken en belangrijk zijn voor onze ambities op het gebied van gezondheid. Daarnaast is het groen houden van deze omgeving van belang voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Het grote aanbod aan activiteiten en het nog eens intensiveren daarvan heeft ook een verkeersaantrekkende werking. Dit willen we zo duurzaam mogelijk afwikkelen via het STOMP principe. Het gebied is echter nauwelijks bereikbaar per openbaar vervoer. Daarom zijn goede fietsen wandelverbindingen extra belangrijk. Ook van en naar het centrum van Voorschoten met haar voorzieningen dat op korte afstand van het gebied ligt. Met de doorfietsroute langs de Vliet naar Voorschoten (langs Vlietland) en een onderzoek naar één of enkele extra verbindingen (zoals een fietsbrug) in het recreatieve netwerk zorgen we hiervoor. Een extra fietsbrug zou een welkome bijdrage kunnen leveren. Daarnaast zien we mogelijkheden voor laadpalen en parkeermogelijkheden voor deelmobiliteit op de parkeerterreinen en is het de moeite waard om mogelijkheden voor betaald regulier parkeren te verkennen. Andere belangrijke aandachtspunten zijn hier een goede (zwem)waterkwaliteit en het netjes houden van het park met aandacht voor hergebruik en het voorkomen van afval.
Met een goed bereikbaar, schoon en goed benut Vlietland
Recreatie- en natuurgebied
Figuur 38: Ligging deelgebied recreatie- en natuurgebied (bron Buro SRO)
minder relevant belangrijk prioriteit
Figuur 39: Diagram recreatie- en natuurgebied (bron Buro SRO) 98
Status: vast te stellen
dragen we als samenwerkende overheden bij aan een kwaliteitsimpuls en het versterken van de toeristische en economische waarde van de regio. Hiermee sluiten we aan op het eerdere ontwikkelperspectief voor Vlietland en de kwaliteitsimpulsen waar momenteel al aan wordt gewerkt.
D | Glastuinbouwgebied Korte kenschets In de Meeslouwerpolder is een deel van de polder in gebruik als glastuinbouwgebied. Een belangrijke functie voor onze gemeente en onze regio op het gebied van voedselvoorziening en economisch waardevol. Vanaf de jaren zestig is dit gebied als tuinbouwgebied tot ontwikkeling gekomen met inmiddels meerdere kassen langs de Huysitterweg en de Tuinbouwweg. Het gebied kent een afwisseling van kassen, open lucht tuinbouw, graslanden, bedrijfswoningen, bijgebouwen en waterbassins. Aan de Tuinbouwweg liggen de kleinere kassen en rond de Huysitterweg de grotere. Het deel tussen deze wegen is in de provinciale verordening aangeduid als kernzone glastuinbouwgebied en daarmee beschermd. De overige delen niet. De kassen worden afgewisseld met andere bedrijven, zowel wel als niet gelieerd aan de tuinbouw. In de huidige vorm zijn de percelen en bouwvlakken voor glastuinbouw te kleinschalig voor een duurzaam toekomstperspectief met groeimogelijkheden, bij voorkeur gericht op voedselproductie. Glastuinbouw (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)