4060 Bijlage 1 Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 2050
Tekst van het document
Status: vast te stellen
53
veel als mogelijk passende afstand van spoorwegen en ontsluitingswegen en treffen we de juiste bouwkundige maatregelen voor een gezond geluidsen luchtklimaat. We zetten in op ondertunnelen en overkluizen om overlast te beperken. Ook geven we aandacht aan geluidsabsorberende wegdekken en gevels. We zetten daarnaast in op meer groenvoorzieningen en bomenrijen met een geluiddempende werking langs wegen om gevoelige functies te beschermen. Met deze groenvoorzieningen, maar ook met ecoverbindingen en faunatunnels, zetten we een extra stap voor zowel mens als dier. De mogelijkheden onderzoeken we in de programma’s voor groen, mobiliteit en geluid. Op het gebied van luchtkwaliteit volgen we als volgt de normen vanuit de Europese Unie (zie tabel): • In 2025 voldoen aan huidige EU-grenswaarden • In 2030 voldoen aan aangescherpte EUgrenswaarden • In 2050 voldoen aan WHO-advieswaarden uit 2025. We richten ons vooralsnog op brongerichte maatregelen en het voorkomen van kwetsbare functies in gebieden met een slechte luchtkwaliteit. Daarnaast passen we luchtzuivering toe om emissie van milieubelastende activiteiten te voorkomen. Denk hierbij aan geurfilters bij rioolgemalen of schoorstenen van restaurants. We dringen houtstook terug. Tot slot zijn we als gemeente deelnemer aan het Schone Lucht Akkoord (SLA)
54
Huidige grenswaarde EU
Grenswaarde EU vanaf 2023
Advieswaarde WHO Advieswaarde WHO 2005 2025
NO2
40
20
40
10
PM10
40
20
20
15
PM2,5
25
10
10
5
We stimuleren een gezonde, duurzame energiehuishouding (zie paragraaf 5.5) en we bevorderen duurzame mobiliteit (zie paragraaf 5.4). We verbeteren de bodemkwaliteit, actualiseren de nota bodembeheer en werken beleid voor bodemdaling uit. Daar waar nieuwe ontwikkelingen als kostendrager kunnen fungeren saneren we verontreinigde gebieden. Kleinschalige verontreinigingen pakken we aan bij graafwerkzaamheden ter plaatse. We werken aan de juiste grondwaterstanden om vochtige woningen, bodemdaling en aantasting van houten paalfunderingen zoveel mogelijk te voorkomen. Dit leidt tot een opgave voor de hoogheemraadschappen om in een droge zomer meer water aan te voeren. Op het gebied van geur is de overlast in onze gemeente beperkt. Hier volgen we de algemene regelgeving en verkennen we, daar waar functiewijzigingen of natuurbescherming er om vraagt, de mogelijkheden tot emissiebeperkingen. We zorgen voor een gezonde voedselomgeving. Dit is een omgeving die zo is ingericht dat alle inwoners een gezonde en duurzame voedselkeuze kunnen
maken. We richten onze openbare ruimte zodanig in dat de gezonde keuze de makkelijke en logische keuze is. Met de inrichting van de leefomgeving stimuleren we sporten, bewegen en ontmoeten om zo bij te dragen aan een gezonde leefstijl. Onze sportvoorzieningen en verenigingen hebben hierin ook een grote rol. Deze willen we daarom behouden - ook waar deze midden in de woongebieden liggen - en met het oog op de ruimtedruk intensiever benutten en efficiënter inrichten. Waar dat uiteindelijk onvoldoende blijkt, zoeken we in en buiten de gemeente naar ruimte voor nieuwe voorzieningen. Veilige leefomgeving en weerbaarheid We zorgen voor een veilige leefomgeving. Veiligheid vatten we hierbij in brede zin op. Dat wil zeggen dat zowel verkeersveiligheid, sociale veiligheid, omgevingsveiligheid en water- en klimaatveiligheid een rol spelen1. We werken wijk- en mensgericht en op basis van de informatie uit onze wijkveiligheidsscans. We sluiten ons op het gebied van omgevingsveiligheid aan op enkele in de regio Haaglanden breed gedragen uitgangspunten:
Status: vast te stellen
1 Veiligheid laten we medebepalend zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving; 2 We werken samen aan een veilige fysieke leefomgeving; 3 We geven de fysieke leefomgeving mede vorm volgens de ontwerpprincipes voor veiligheid (voorkomen, afstand houden, beschermen, vluchtmogelijkheden, toegang hulpdiensten, passende zorg bij crisis): 4 We zorgen ervoor dat mensen bekend zijn met de veiligheidsrisico’s en weten hoe te handelen bij gevaar We geven specifiek aandacht aan (locaties en voorzieningen voor) kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen, mensen met een fysieke of verstandelijke beperking en schoolomgevingen. We voorkomen
gevaar waar dit kan en zorgen voor voldoende afstand tussen risicobronnen en kwetsbare functies. Dit stemmen we onder andere af op de brand- en explosieaandachtsgebieden. Ook de energietransitie laten we gepaard gaan met het waarborgen van een veilige leefomgeving.
op de wijken die nu de meeste sociale problemen kennen. Hierbij geven we aandacht aan jongeren en aan positieve gezondheid als onderdeel van brede welvaart2. De inrichting van de openbare ruimte laten we hieraan bijdragen, zoals met de onlangs gerealiseerde praatbankjes in park Prinsenhof.
We anticiperen op toekomstige ontwikkelingen en richten onze omgeving op een sociaal veilige manier in. Sociale veiligheid laten we een bepalende rol spelen bij het ontwerp van nieuw groen en het beheer van bestaand groen. Het realiseren van plinten (de begane grond van een gebouw) waar activiteit plaatsvindt speelt hierin ook een belangrijke rol. We werken aan sociaal veiligere wijken en focussen ons hierbij
We geven aandacht aan onze weerbaarheid. Geopolitieke en andere ontwikkelingen zoals klimaatverandering hebben grote gevolgen voor Nederland en Leidschendam-Voorburg. Dit maakt duidelijk dat het van belang is de weerbaarheid te vergroten langs twee sporen: • Verhogen van de militaire paraatheid (Defensie) • Vergroten van maatschappelijke weerbaarheid (NCTV). Met name het vergroten van maatschappelijke weerbaarheid raakt het werkveld van de gemeente en de veiligheidsregio. Het doel hiervan is om maatschappelijke ontwrichting te voorkomen, te beheersen en te herstellen. Risicocommunicatie en opvangvoorzieningen zijn hierbij belangrijke hulpmiddelen. We inventariseren bestaande voorzieningen zoals sporthallen en scholen om te kunnen dienen als opvanglocatie. We bouwen aan een lokaal netwerk met vitale partners en verstevigen de regionale samenwerking op het vlak van de weerbaarheid. Daarnaast is het van belang om te zorgen voor voldoende voedselzekerheid in tijden van nood.
Figuur 10: Innovatieve concepten (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg, OpenAI (2025), ChatGPT)
Status: vast te stellen
55
Met de gemeente Den Haag zetten we in op versterking van de recreatieve en ecologische waarde van de spoorzone en een schonere, veiligere leefomgeving. Onder andere door de hoogspanningslijn ondergronds te brengen.
“Verbindingen binnen de regio zijn nu te traag. Maak meer gebruik van lightrail verbindingen!”
“Verkeersveiligheid rondom Park Leeuwenbergh moet verbeterd worden.” Figuur 11: Goed verbonden (bron: Buro SRO) 56
Status: vast te stellen
5.4
Huygens Museum (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)
1 Verkeersveiligheid: heeft betrekking op de mate waarin iedereen veilig kan deelnemen aan het verkeer. Sociale veiligheid: heeft betrekking op de mate van bescherming of het zich beschermd voelen tegen gevaar van menselijk handelen in de openbare ruimte.
Omgevingsveiligheid: heeft betrekking op de risico’s van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Het gaat om de ‘feitelijke’ risico’s, met soms grote onzekerheden, én om gepercipieerde risico’s. Water- en klimaatveiligheid: heeft betrekking op de mate waarin fysieke risico’s als gevolg van klimaateffecten zoals droogte en overstroming worden voorkomen. 2 Brede welvaart gaat in essentie over het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles dat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Figuur 12: Huygens Museum met Huygenstunnel (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg, OpenAI (2025), ChatGPT)
Status: vast te stellen
Goed verbonden
Algemeen Leidschendam-Voorburg is een gunstig gelegen, goed bereikbare gemeente. Maar dit staat onder druk door bestaande knelpunten, uitblijvende ingrepen vanuit het rijk en toename van verkeer door verstedelijking. Om in de toekomst bereikbaar én leefbaar te blijven voor inwoners, ondernemers en organisaties zorgen we voor een veilig mobiliteitsnetwerk met ruimte voor voetgangers, fietsers, OV, deelmobiliteit en de auto. Voor een goede bereikbaarheid van de stad met de auto is het belangrijk dat reizigers zoveel mogelijk kiezen voor andere vervoerswijzen. Maar ook met het oog op duurzaamheid zetten we voor de toekomst in op een geleidelijke verschuiving naar een duurzamere een ruimte-efficiëntere mobiliteit. Daarbij stimuleren we de alternatieven voor de auto én zorgen we er voor dat mensen ook met de auto hun bestemming kunnen blijven bereiken. We benutten en verbeteren bestaande fiets- en wandelpaden, sporen, tram- en metrolijnen en wegen en staan open voor innovatie, zodat iedereen in de gemeente kan meedoen en gemakkelijk van a naar b kan. Dat is duurzaam, comfortabel, veilig, gezond en gemakkelijk. Hier zorgen we samen met buurgemeenten en partners zoals Rijkswaterstaat, provincie, MRDH en vervoerders voor.
Met de MRDH regio werken we in het kader van de Mobiliteitsvisie onder de titel ‘Publieke Mobiliteit’ aan een toekomstbestendig mobiliteitssysteem met meer integratie en meer innovatie. 57
STOMP-principe We willen de mensen tot ander gedrag verleiden met het oog op leefbaarheid. Dit door te werken volgens het STOMP-principe, waarin bij planvorming achtereenvolgens gekeken wordt naar: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service, Privéauto. We maken daarom voetgangersparels en zorgen met de locatiekeuze voor nieuwe functies voor korte loopafstanden. We zorgen voor een evenwichtig netwerk aan doorgaande fietsverbindingen langs de N14, langs de Vliet, langs de Centrale As en langs het spoor. Deze routes zijn belangrijk voor vlot en veilig fietsverkeer naar belangrijke voorzieningen voor onder andere jongeren, zoals scholen sportcomplexen en winkelcentra. Dit netwerk versterken we daar waar dat het meest nodig is, zoals bij de fietsroute parallel aan de N14. Maar ook door een rechtstreekse centrale noord-zuid route door onze woongebieden als toevoeging op de minder centrale Velostrada en de route langs de Vliet. Met de grote verstedelijkingsopgaven in en direct rond onze gemeente is het bestaande openbaar vervoer ontoereikend. Daarom zetten we in op meer openbaar vervoer in combinatie met actieve mobiliteit (lopen en fietsen). Opwaardering van de Oude Lijnen, de nieuwe De Vlietlijn (een HOVtramverbinding met aandacht voor een goede inpassing) door de Binckhorst van en naar Voorburg en Rijswijk dragen hier aan bij. Ook 58
verkennen we de mogelijkheden om tramlijn 6 door te trekken richting Noordsingel. Door het verlengen of toegankelijker maken van metrostation Leidschendam-Voorburg verbeteren we het matig bereikbare Leidschendam-Zuid. Ook ontwerpen we onze leefomgeving zodanig dat het bereik van ov-haltes vergroot wordt. Zo stimuleren we het reizen van en naar het openbaar vervoer door middel van ‘stappen’ en ‘trappen’. Dit betekent bijvoorbeeld extra stallingsgelegenheid voor fiets en deelmobiliteit bij haltes en stations. In wijken met een beperkter aanbod aan OV en een groter afstand tot voorzieningen zetten we in op de fiets en ‘mobility as a service’, waaronder deelmobiliteit. Een mooi voorbeeld hiervan is de ‘pilot deelscootmobielen’. We beperken de 50km/u wegen tot enkele hoofdwegen en zetten, in overleg met onze inwoners en met de openbaar vervoeren hulpdiensten, andere wegen om naar 30km/u en woonstraten naar 15km/u. We beëindigen de gedoogsituatie van half parkeren op de stoep door een afgestemde inrichting van de openbare ruimte bij herinrichting of herbestrating. Nabijheid en 15-minuten stad Naast en in het verlengde van het STOMP-principe zetten we in op nabijheid. Door wonen, werken en voorzieningen zoveel mogelijk in elkaars nabijheid te situeren vermijden we autoverkeer en zorgen we in het kader van de toenemende vergrijzing voor een goede bereikbaarheid van onze
voorzieningen voor ouderen. We bereiken dit door bij de situering van nieuwe functies te kiezen voor goed bereikbare locaties per fiets en HOV. Maar ook door werkruimten in de wijk te stimuleren om woon-werkverkeer met de auto te vermijden. We werken hierbij met het concept van de 15-minuten stad: belangrijke functies en voorzieningen, zoals stationsomgevingen en centra, zijn voor onze inwoners te voet en te fiets bereikbaar binnen 15 minuten van huis. Voor een goede nabijheid hoeven die functies niet altijd letterlijk binnen onze gemeentegrenzen te liggen. We grenzen aan meerdere gebieden waar nu en in de toekomst veel stedelijke voorzieningen tot ontwikkelingen komen; CID, Binckhorst en bedrijventerreinen Forepark en Westvlietweg in de Vlietzone. We kunnen hiervan profiteren en met goede verbindingen er naar toe ons voordeel doen. Verschuiving naar duurzame mobiliteit en stimuleren innovatie Bij de verschuiving naar een duurzame mobiliteit houden we gelijke tred met het aanbod aan geschikte alternatieven. Door te voorzien in voldoende laadpunten, faciliteiten voor schone deelauto’s en door flexibiliteit en maatwerk te bieden in onze parkeernormen en in onze parkeerregulering beperken we het reguliere autoverkeer en maken we een verduurzamingsslag.
We geven in de wijken aandacht aan brede hubs waar spelen, ontmoeten, e-laden, deelmobiliteit waaronder parkeerruimte voor schone deelauto’s,
Status: vast te stellen
Goed verbonden
Soepele overstapmogelijkheden
Deelmobiliteit en innovatie mobiliteitsconcepten Omschakeling naar duurzame mobiliteit
Mobiliteithubs combineren met sociale en economische functies
Inzetten op ondertunneling en dubbel ruimtegebruik
Creëren voetgangersparels
Status: vast te stellen
59
pakketservices en andere functies samen kunnen komen. Aan de randen van het bebouwd gebied zetten we in op duurzame P&R hubs. We zullen experimenten uitproberen, bijvoorbeeld een “Samenleefstraat”. Een deel van een straat wordt dan tijdelijk afgesloten voor verkeer. De vrijgekomen ruimte wordt gebruikt voor activiteiten zoals spelen, straatmaaltijden en ontmoetingen. Onze doelen voor duurzamere mobiliteit kunnen goed aansluiten op innovatieve en technologische ontwikkelingen binnen de mobiliteit. Denk hierbij aan zelfrijdende schone auto’s of openbaar vervoer, schone deelauto’s, slimme laadpalen, innovatieve mobiliteitshubs op strategische plekken in of net buiten de gemeente zoals HOV stations, bij voorzieningen of P&R locaties, slimme logistieke oplossingen voor bezorgdiensten of een cable car verbinding tussen belangrijke voorzieningen. Dit soort ontwikkelingen zijn volop in beweging. We willen deze ontwikkelingen volgen en er, daar waar we toepassingsmogelijkheden zien, in onze gemeente ruimte aan bieden als alternatief voor een traditioneler mobiliteitsconcept. Het hoofdwegennet is een belangrijk onderdeel voor met name verplaatsingen buiten onze gemeente. Ook Stompwijk en het buitengebied zullen grotendeels afhankelijk blijven van de auto. We zorgen er daarom voor dat ons hoofdwegennet goed onderhouden en toereikend blijft en geen barrière vormt voor langzaam verkeer.
Voor verplaatsingen binnen de 60
gemeente en het stedelijk gebied geven we echter prioriteit aan actieve mobiliteit en verplaatsingen met het openbaar vervoer. Het hoofdwegennet mag geen barrière vormen voor deze verplaatsingen. Verkeersveiligheid en leefbaarheid We zijn pas goed verbonden als het verkeer zich op een veilige manier afwikkelt en de leefbaarheid niet in de weg staat. Bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid kwamen in de participatie dan ook nadrukkelijk naar voren. Wat betreft verkeersveiligheid leggen we de nadruk op kwetsbare verkeersdeelnemers zoals kinderen en senioren. De verandering naar een duurzame mobiliteit kan hier goed mee samen gaan. We concentreren het gemotoriseerd verkeer op een beperkt aantal hoofdroutes die aansluiten op de N14, N206, A12 en A4. Zo houden we de wijken en voorzieningen bereikbaar, ook voor openbaar vervoer en hulpdiensten, en verbeteren we de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Alle andere verbindingen richten we in als leefbare en veilige 30 km/uur gebieden (en woonerven 15 km/uur). De Parkweg, de Julianalaan en het tracé Heuvelweg – Monseigneur van Steelaan vergroenen we, waar nodig met behoud van 50km/u. We verkennen ook of er gebieden in aanmerking komen voor 15 km/u in combinatie met vergroening en verblijfskwaliteit.
Tot slot werken we, onder andere met ons actieplan verkeersveiligheid aan een veiligere inrichting van onze gevaarlijkste kruispunten en volgen we daarbij het STOMP-principe.
5.5
Duurzaam toekomstbestendig
De gevolgen van klimaatverandering nemen toe. Wateroverlast, hittegolven en langere perioden van droogte en bodemdaling drukken ons met de neus op de feiten. Het beperken van de opwarming is urgent. Het is een mondiaal probleem en het raakt ook onze leefomgeving. We kunnen en willen hierin onze verantwoordelijkheid nemen. Dit doen we samen met onze inwoners en belanghebbenden. In het participatietraject hebben zij duidelijk laten blijken dit thema belangrijk te vinden. Daarom maken we onze gemeente duurzaam en dragen we bij aan het tegengaan van de opwarming. Daarnaast richten we de fysieke leefomgeving klimaatadaptief en toekomstbestendig in. Zo kan het de gevolgen van klimaatverandering opvangen. Hierbij hoort ook een duurzaam gebruik van de ondergrond. Door in te zetten op innovatieve oplossingen rondom het thema duurzaamheid kunnen we deze ambitie waarmaken. Bodem en water sturend Een goede kwaliteit en kwantiteit van water en bodem is een voorwaarde voor een gezonde leefomgeving. Het is niet prettig te verblijven in een gebied waar dit niet op orde is. Niet alles is maakbaar en haalbaar. Bodem en water laten we daarom sturend zijn bij de inrichting van onze leefomgeving. Dat begint bij de locatiekeuze, waar wel gebouwd kan worden en waar beter niet. Bij iedere (her)inrichting of onderhoudsproject van een buurt of straat kijken we daarom eerst naar de
Status: vast te stellen
“Plaats buurtbatterijen voor lokale opslag van stroom opgewekt door bijvoorbeeld zonnepanelen.”
Figuur 13: Duurzaam en toekomstbestendig (bron: Buro SRO)
Status: vast te stellen
61
eigenschappen van het bodem- en watersysteem en de mogelijkheden die daaruit voortvloeien. Op het gebied van bodem hebben we een belangrijke opgave om de gevolgen van bodemdaling tegen te gaan. Ook willen we zorgen voor een goede en schone kwaliteit van onze bodem. We stemmen het bovengrondse ruimtegebruik zorgvuldig af op het ondergrondse. In de ondergrond hebben we enerzijds ruimte nodig voor het opvangen, vasthouden en transporteren van water, voor het vergroenen van de bovengrond en het verrijken van de biodiversiteit. Aan de andere kant legt de vraag naar elektriciteit, snelle dataverbindingen en alternatieven voor aardgas een steeds groter beslag op de ondergrond. Evenals het streven naar een efficiënt, duurzaam en meervoudig ruimtegebruik. Bij het afstemmen van deze benodigde ruimte staat het gezond houden van de bodem voorop. Hier houden we bij elke (her) inrichting van de leefomgeving rekening mee. De inrichting van de ondergrond krijgt daarom de benodigde aandacht in het omgevingsplan. De bestaande watervisie blijft staan: 1 Het watersysteem is duurzaam en robuust. Het watersysteem kan zoveel water bergen dat wij wateroverlast en verdroging kunnen voorkomen. Het rioolsysteem is betrouwbaar en wordt toekomstbestendig ingezet. 2 Het water is schoon. Ecologisch gezond water stroomt, ruikt fris, is helder, diep genoeg en kent 62
een rijke flora en fauna. Schoon water ontstaat dankzij een watersysteem dat biologisch goed functioneert. 3 Het water is aansprekend. Door water te zien als integraal onderdeel in alle ruimtelijke plannen en de potenties van water te benutten, kunnen we de leefomgeving aantrekkelijker maken. Voor wateroverlast hanteren we de streef- en ontwerpwaarden voor de omstandigheden en herhalingstijden waarvoor wateroverlast acceptabel is. Samen met Hoogheemraadschap van Rijnland gaan we onderzoeken waar en hoe groot de overloopgebieden zijn en over de eventuele benutting van het water in de diepe polders (20%). Ook hanteren we de wateroverloopgebieden die onderlopen als het harder regent dan de in die tabel aangegeven herhalingstijden. In het buitengebied zijn daarbij gebieden overgenomen uit modelberekeningen van de provincie. In het stedelijk gebied betreft het waterbergingslocaties waarvoor het acceptabel is dat de normale gebruiksfunctie bij wateroverlast in het geding komt. Hier wordt niet gebouwd en niet opgehoogd zodat ze beschikbaar blijven voor waterberging. De streef- en ontwerpwaarden en een kaart van de huidige overloopgebieden zijn opgenomen als bijlage bij deze omgevingsvisie. Op het gebied van water verdelen we onze ambities in drie onderdelen. We werken aan waterkwantiteit door te voorzien in extra ruimte voor water,
waterberging en het vasthouden van water buiten het watersysteem. We werken aan de waterkwaliteit door emissies en schadelijke stoffen terug te dringen en te zorgen voor goede doorstroom- en zuiveringsmogelijkheden. Dit doen we samen met onze regionale partners. We werken aan beleefbaar water door groenzones, fietsroutes en recreatieve activiteiten te koppelen aan de waterstructuren in onze gemeente. Voor dat laatste is het geleidelijk ontwikkelen van een ‘Parkway De Vliet’ één van de ambities; het beleefbaar maken van de Vliet en haar historie vanaf de oevers. Met doorgaande fietsverbindingen, recreatieve voorzieningen, herkenbare historische kwaliteiten en veel groene ruimten willen we dit mogelijk maken. We zorgen voor schoon water, afgekoppeld schoon regenwater en zetten in op minder verspilling van drinkwater. We werken mee aan initiatieven gericht op een duidelijke reductie van stikstofemissie uit de landbouw, tuinbouw, bedrijven en woningen. Daardoor proberen we te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water en de nationale stikstofdoelen Een klimaatadaptieve en natuurinclusieve leefomgeving In 2050 zijn we klimaatbestendig. Waterveiligheid zien we als een belangrijk onderdeel van klimaatadaptatie. We hanteren de drie lagen van het principe van meerlaagse waterveiligheid. 1 – preventie om overstromingen te voorkomen. 2 – duurzame ruimtelijke planning
Status: vast te stellen
Duurzaam toekomstbestendig
Verticale geveltuinen, biodiversiteit versterken, hittestress voorkomen
Klimaatadaptieve inrichting openbare ruimte
Inzetten op circulaire economie
Ontharden en vergroenen waar mogelijk
Natuurinclusief en biobased bouwen
Daken benutten voor zon, water en groen
Water en natuur in de woonomgeving
Status: vast te stellen
63
om schade en overlast te voorkomen. 3 – calamiteitenmanagement om bij overstromingen de juiste maatregelen te nemen. We onderzoeken welke acties hierbij nodig zijn en werken daarbij samen met de hoogheemraadschappen aan een integrale aanpak. We passen ons aan de klimaatontwikkeling aan en anticiperen op verdere klimaatverandering dan waar nu in de wet- en regelgeving rekening mee wordt gehouden. Dat geldt met name voor droogte. We onderzoeken de ideeën die we hebben om dit tegen te gaan, zowel in het buitengebied als in de bebouwde omgeving. Spaarzaam omgaan met water bijvoorbeeld door ‘grijze’ maatregelen – zoals het hergebruik van water uit de douche of wasmachine voor het doorspoelen van het toilet - is daarbij een aandachtspunt. We zetten meerdere inrichtingsprincipes in. Het beperken van verharding, het bevorderen van verkoeling en schaduw met voldoende hoge bomen, het vasthouden en bergen van water en het zorgen voor ventilatie met lage groenstructuren bij hogere gebouwen zijn voorbeelden. Daarnaast stimuleren we maatregelen met onze subsidieregeling Groene daken en met regentonacties en hanteren we maximale bebouwingspercentages in het omgevingsplan en waterbergingseisen in de hemelwaterverordening. Dit is per ontwikkeling maatwerk. Het vergroten van de biodiversiteit zien we als een vanzelfsprekend onderdeel van een klimaatadaptieve leefomgeving.
Zowel met Stadskantoor Leidschendam-Voorburg (bron: Bim&Beyond) 64
Status: vast te stellen
de inrichting van onze groengebieden als door natuurinclusief te bouwen zorgen we daarvoor. Hittestress voorkomen we door te voorzien in substantieel groen bij nieuwe woningen, op eigen perceel, als openbare ruimte of op plekken waar daar geen ruimte voor is in de vorm van groene daklandschappen. Naast het anticiperen op klimaatverandering (adaptatie) zetten we ons ook voor klimaatmitigatie (het tegengaan van verdere opwarming van de aarde door uitstoot van broeikasgassen te verminderen). CO2 neutraal In 2050 zijn we CO2 neutraal. Dit lijkt ver weg maar om dit te halen zijn er nu stappen nodig en moeten we tussentijds resultaten boeken. We volgen de landelijke trends, monitoren hoe onze gemeente zicht daartoe verhoudt en zorgen ervoor dat we in de pas blijven lopen. Dit bereiken we ten eerste door verstandig om te gaan met energie en in te zetten op besparing. Door de historische opbouw van de gemeente is een vrij groot aandeel van de woningvoorraad matig geïsoleerd (lager dan energielabel B). In dat kader verduurzamen we onze bebouwingsvoorraad en realiseren we CO2neutrale nieuwe bebouwing. Maar minstens zo belangrijk is de omschakeling naar hernieuwbare energiebronnen. We werken toe naar een energiesysteem waarbij beschikbare bronnen zo goed mogelijk benut worden, maar import van duurzaam gas en elektriciteit geaccepteerd wordt.
De lokale energiestrategie (LES) is daarin leidend.
Status: vast te stellen
We geven als gemeente zelf het goede voorbeeld met verduurzaming van onze gebouwen en elektrificatie van ons wagenpark (volledig elektrisch in 2029). Ons energiesysteem is daarnaast integraal onderdeel van het energiesysteem van onze Regionale Energie Strategie (RES) regio Rotterdam Den Haag en de provincie ZuidHolland. Via een gemeentebrede en met de regio afgestemde bronnenstrategie hebben we in beeld waar de potentie ligt. Bronnen voor warmte zijn lokaal opgewekte elektriciteit, restwarmte, aardwarmte en warmte uit water (aquathermie). De lokale bron voor elektriciteit is zonne-energie. We staan welwillend tegenover collectieve bewonersinitiatieven voor opwek van windenergie en vinden het wenselijk om deze samen te verkennen op haalbaarheid, draagvlak en behoud van landschappelijke kwaliteit. We houden daarbij rekening met de uitkomsten van de planMER voor de RES voor de MRDH. De mogelijkheden voor grote regionale warmtenetten lijken in onze gemeente beperkt gezien de afwisseling van hoog- en laagbouw. In lijn met de LES laten we de bebouwde omgeving geleidelijk de energieovergang maken waarbij we steeds bekijken welke bron het meest geschikt is. We worden CO2-neutraal door fors in te zetten op isolatie, waar mogelijk gebruik van eigen bodemwarmte via warmtepompen en warmte/koude opslag en inkoop van groene elektriciteit die op termijn volledig CO2-vrij is
en hernieuwbaar. We zetten zo veel mogelijk in op het benutten van lokale warmtebronnen en opwek van lokale elektriciteit. Op het gebied van elektriciteit zetten we in op zo veel mogelijk lokaal en collectief eigendom. We faciliteren het verzwaren van elektriciteitsnetwerken en zorgen voor de benodigde extra hoofdverdeelstations en elektriciteitshuisjes. De behoefte bedraagt op dit moment circa 160 extra laagspanningsstations, verdeeld over alle wijken in onze gemeente. Deze realiseren we bij voorkeur inpandig bij nieuwe bebouwing. Daarnaast zijn er twee extra tussenspanningsstations van circa 2.500 tot 3.000 m2 nodig. Eén voor Voorburg en één voor Leidschendam. We passen we de verzwaring van de elektriciteitsinfrastructuur integraal en landschappelijk in bij openbare ruimte projecten. We maken een inpassingskader voor de inpassing van de elektriciteitshuisjes en volgen een buurtaanpak om de buurten in één stap klaar voor de toekomst te maken. Circulair In 2050 zijn we circulair. We stellen circulariteit voortaan centraal in ons beleid en onze ontwikkeling. Een manier van bouwen, wonen en ondernemen, produceren en consumeren waarin grondstoffen en materialen langer worden gebruikt en slim worden hergebruikt, afval wordt geminimaliseerd en natuurlijke hulpbronnen behouden blijven.
Door circulair te bouwen en biobased materialen te gebruiken, dragen we bij aan een duurzame toekomst 65
en een gezonde leefomgeving voor iedereen. Om onze visie op circulariteit concreet te maken, schetsen we een aantal praktijkvoorbeelden. Deze laten zien hoe we als gemeente én als inwoners samen stappen kunnen zetten naar een circulaire toekomst: • Biobased isoleren – Slim en duurzaam isoleren met natuurlijke materialen zoals houtvezel, hennep en schapenwol. • Biobased en modulair optoppen – Extra woonruimte creëren met lichte, circulaire houtbouw. • Transitie landbouw naar biobased materialen – Samenwerking met boeren voor bouwmaterialen uit de regio. • Circulair slopen – Gebouwen als grondstoffenbanken, waarbij materialen een tweede leven krijgen. • Gemeentelijk vastgoed als voorbeeld – Onze gebouwen verduurzamen met biobased isolatie, houtbouw en circulair slopen. • Voorzien in voldoende ruimte voor circulaire hubs, plekken waar gebruikte materialen en grondstoffen opgeslagen worden om van daaruit klaargemaakt en gedistribueerd te worden voor hergebruik. • Een zoveel mogelijk gesloten watercyclus, waarbij in droge perioden zo min mogelijk water hoeft te worden aangevoerd.
66
5.6
Afwegingsleidraad
De voorgaande vijf ambities behandelen de hoofdlijnen voor de toekomst van de leefomgeving in onze gemeente als geheel. Het zijn echter concrete projecten en initiatieven die er voor zorgen dat ambities ook daadwerkelijk uitkomen. Met deze omgevingsvisie willen we daarom een leidraad bieden die helpt bij de afweging of projecten en initiatieven voldoende bijdragen aan onze ambities. We werken hierbij vooral met ambities en richtlijnen en zo min mogelijk met ‘harde’ normen per locatie of gebied ruimte te houden voor een afweging op maat. Op basis van de vijf ambities hebben we een afwegingsleidraad opgesteld met daarbij een afwegingsweb als hulpmiddel. Omdat de ambities per gebiedstype anders doorwerken en er per gebiedstype andere prioriteiten zijn, hebben we de leidraad zo opgesteld dat deze per gebiedstype in kan spelen op de specifieke uitdagingen en de doorwerking van de gemeentebrede ambities voor dat gebiedstype. Voor de erven in het buitengebied hebben we wel met eigen, specifieke richtlijnen voor dat gebiedstype gewerkt. In deze paragraaf behandelen we de afwegingsleidraad. De uitwerking van de richtlijnen is als bijlage bij deze omgevingsvisie opgenomen. In hoofdstuk 6 gaan we per gebiedstype in op de gebiedsgerichte vertaling van de gemeentebrede ambities en de prioriteiten daarbij.
Doel en reikwijdte afwegingsleidraad De afwegingsleidraden zijn een hulpmiddel dat inzicht geeft in welke mate initiatieven bijdragen aan de ambities voor onze leefomgeving. Initiatienemers kunnen het gebruiken om hun plannen daar op af te stemmen. Daarnaast kunnen we de leidraad als gemeente gebruiken om: • Af te wegen of de initiatieven die er worden voorgesteld aansluiten op onze ambities en wettelijke regelgeving; • In samenspraak met de initiatiefnemers te kijken hoe we die initiatieven daar nog beter op aan kunnen laten sluiten; • Richting te geven aan onze eigen initiatieven en plannen op het gebied van bouwen, vastgoed en inrichting en beheer van de openbare ruimte. En om richting te geven aan onze op te stellen programma’s; • Onze opgaves en projecten te prioriteren. Bij een ontwikkeling die betrekking heeft op twee of meer locaties zullen we met initiatiefnemer in gesprek gaan en de ontwikkelingen op de direct betrokken locaties in samenhang bespreken en beoordelen. We hebben 18 aandachtspunten gedestilleerd die samen de vijf toekomstambities het beste vertegenwoordigen. Deze zijn terug te zien in het afwegingsweb (figuur 11). Met deze aandachtspunten ontstaat er een complete maar ook overzichtelijke leidraad. Door per gebiedstype
Status: vast te stellen
in hoofdstuk 6 prioriteiten aan de ambities toe te kennen op basis van de visie voor het betreffende gebiedstype is de afwegingsleidraad gebiedsgericht toe te passen. Hoe bepalen we in welke mate een initiatief aansluit op de ambities? Om te bepalen in welke mate een initiatief aansluit op onze ambities hanteren we in de leidraad drie categorieën. • Een initiatief kan een echte meerwaarde hebben voor een overkoepelende ambitie. Het kan hierdoor ook een meerwaarde hebben voor een groter gebied dan de locatie zelf. Dit duiden we met ‘meerwaarde’. • Een initiatief kan ook prima voldoen aan een ambitie of daar goed op aansluiten maar geen directe of slechts een beperkte meerwaarde voor hebben. Dit duiden we met ‘aansluiting’. • Tot slot kan een initiatief geen bijdrage leveren aan een ambitie of hier zelfs afbreuk aan doen. Dit duiden we met ‘strijdig’. Geen bijdrage aan een ambitie leveren hoeft overigens niet per definitie een probleem te zijn. Niet altijd en overal moet een bijdrage aan alle ambities geleverd te worden, zelfs niet aan de ambities die in het betreffende gebiedstype belangrijk zijn. Soms kan het zo zijn dat een grote bijdrage aan één ambitie het ontbreken ervan bij andere compenseert. Aan harde eisen (o.a. beleidsregels) en wettelijke eisen moet natuurlijk Figuur 11: Afwegingsweb (bron: Buro SRO)
Status: vast te stellen
67
altijd voldaan worden of kan alleen in specifieke gevallen afgeweken worden. Ook blijft het huidige algemene afwegingskader dat we hanteren, met daarin aandacht voor financiële haalbaarheid, zorgvuldige participatie, grondeigendom, onverminderd van kracht. Tot slot is toetsing aan het rijksbeleid, waaronder de algemene uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit (niet afwentelen, meervoudig ruimtegebruik, recht doen aan gebiedskenmerken), altijd aan de orde. Gezien het abstracte karakter van de meeste ambities is het hoofdzakelijk een deskundigheidsoordeel die bepaalt of er sprake is van ‘meerwaarde’, ‘aansluiting’ of ‘strijdig’. Maar het is geen willekeur. Door middel van vijf ‘richtlijnenlijsten’ hebben we voor de vijf ambities richtlijnen geformuleerd die bepalen wanneer er sprake is van ‘meerwaarde’, ‘aansluiting’ of ‘strijdig’. Het deskundigheidsoordeel vindt op basis van die richtlijnen plaats. De richtlijnenlijsten zijn als bijlage 7 opgenomen in deze visie. Er is daarbij onderscheid tussen richtlijnenlijsten voor algemene initiatieven en richtlijnenlijsten specifiek voor initiatieven op de erven in het buitengebied. Hoe kan de afwegingsleidraad gebiedsgericht toe worden gepast? De prioriteit van de ambities wisselt per gebiedstype. Ook de manier waarop de ambities per gebiedstype doorwerken varieert. In het volgende hoofdstuk ‘visie per gebiedstype’ is dit 68
uitgewerkt. Per gebiedstype eindigen we met een afwegingsweb waarin te zien is welke van de 18 ambities in dat gebied prioriteit krijgen, welke ambities belangrijk zijn en welke ambities minder relevant zijn. Op basis daarvan kan met behulp van de richtlijnenlijsten een afweging worden gemaakt en het web worden ingevuld. Daarbij is het ook goed mogelijk om het initiatief te vergelijken met de bestaande situatie door ook daarvoor het web in te vullen. Door de oude en nieuwe situatie te vergelijken is te zien welke verbetering optreedt.
gebiedsontwikkeling ontworpen moet worden op basis van de huidige inzichten over groen omdat het een nieuwe woonomgeving gaat vormen. Ook is de haalbaarheid van het initiatief van belang. Het is niet de bedoeling dat het zoveel geld kost om aan ambities te voldoen dat het initiatief en hierdoor de meest gewenste ambitie niet gerealiseerd kan worden. Ook dit wordt meegewogen.
De leidraad leent zich makkelijk voor het definiëren van bepaalde spelregels. Een initiatief moet dan bijvoorbeeld op minimaal een bepaald aantal ambities een meerwaarde hebben en mag op maximaal een bepaald aantal ambities een ‘strijdig’ opleveren. We hebben er bewust voor gekozen om dit niet te doen. Het is een afwegingsleidraad en geen beoordelingskader, een hulpmiddel en geen toets. Met dit hulpmiddel willen we per initiatief bekijken hoe het zo goed mogelijk op onze ambities aan kan sluiten en niet vooraf een in beton gegoten toetsingskader opleggen. Wat wel geldt is dat in de meeste situaties een verbetering moet optreden. Verder is de schaal van het initiatief van belang en het vermogen om een bijdrage te leveren. Een kleine ontwikkeling op een locatie waar al bebouwing stond kan maar een beperkte bijdrage leveren aan de kwaliteit van het groen in een buurt, een grotere
Status: vast te stellen
6. Visie per deelgebied 6.1
Algemeen
De verschillende gebieden in onze gemeente kennen ieder hun eigen kenmerken, kwaliteiten, problematieken en uitdagingen. Daarmee is de prioriteit van de vijf ambities (hoogwaardig verblijfsklimaat, goed verbonden, plek van en voor iedereen, economisch vitaal en duurzaam toekomstbestendig), per gebied anders en werken die ambities per gebied anders door. In dit hoofdstuk zetten we een integrale ‘visie per gebiedstype’ uiteen. Daarin geven we op basis van de kenmerken van dat gebiedstype aan hoe we invulling aan de gemeentebrede ambities willen geven en wat daarbij prioriteit krijgt. De gebiedstypen in deze omgevingsvisie sluiten aan op de gebiedstypering zoals we die ook in het omgevingsplan hanteren. Wat betreft het woongebied verfijnen we dat, mede op basis van de nota omgevingskwaliteit, nog verder naar verschillende typen woongebieden in onze gemeente.
6.2
Levendige centrumgebieden
Korte kenschets Hieronder vallen de vier kernwinkelgebieden van Leidschendam-Voorburg: Leidschendam Centrum, Huygenskwartier, Julianabaan en De Mall. Belangrijke economische en/of recreatieve trekkers die samen het grootste aanbod aan bedrijvigheid, winkels, voorzieningen en horeca binnen de gemeente herbergen. In de toekomst willen we
Status: vast te stellen
onderzoeken of er nog meer winkelgebieden zijn die we als centrumgebied willen aanmerken, zoals bijvoorbeeld het winkelgebied aan de Prins Frederiklaan. In zowel Leidschendam Centrum als het Huygenskwartier is het historische karakter dé bepalende kernkwaliteit die samengaat met levendigheid en een groot aanbod aan winkels en voorzieningen. Deze historische kernen vormen de brandpunten in onze gemeente. Historie, ruimtelijke kwaliteit, verblijfskwaliteit en stedelijke dynamiek komen hier samen. Beide gebieden zijn beschermd stadsgezicht. Hier hoort een hoog beheerniveau bij. In Leidschendam Centrum is er onderscheid tussen het ‘winkelgebied’ rond de Damlaan en de Damstraat en een gebied dat meer gericht is op verblijven en recreëren rond de Sluiskant. Parkeren gebeurt deels geconcentreerd aan de rand van het centrum (parkeerterrein Oude Trambaan en in de toekomstige garage Rijnlandstraat en terrein Venestraat) en onder het Damplein. Deels is er sprake van parkeren in de winkelstraat. Het Damplein zelf is een rustiger, autovrij plein achter de drukke winkelstraat. Vanwege de hoeveelheid (doorgaand) gemotoriseerd verkeer staan de leefbaarheid en verkeersveiligheid onder druk. Het Huygenskwartier ligt enigszins verborgen ten opzichte van doorgaande structuren, zoals de Vliet en de Parkweg. In het Huygenskwartier is sprake
van een groter verblijfsgebied (voetganger en fiets) als winkelstraat (Herenstraat). Deze straat komt uit op het Stationsplein dat aantrekkelijker wordt gemaakt met terrassen en groen. Langs de Herenstraat, een compacte straat met historische panden, ligt een gevarieerde mix aan winkels, kunstgalerieën, horecagelegenheden, cultuurvoorzieningen, dienstverlenende bedrijven en ateliers. Dit autovrije centrum is opgespannen tussen twee buitenplaatsen aan de zuidwest- en noordoostzijde (Hofwijck en Vreugd en Rust). Centraal in het gebied ligt de Oude Kerk. Via de Kerkstraat staat het gebied in verbinding met de Vliet en de horeca rond de haven. Parkeren gebeurt voornamelijk op twee geconcentreerde parkeergelegenheden aan de randen; in de parkeergarage Oude Haven en onder de snelweg en het spoor en in de nabije toekomst ook onder de Herentuyn. Snelweg en spoor zijn door de verhoogde ligging dominant aanwezig. Hiervoor speelt de wens deze onder de grond te brengen (Huygenstunnel). Beide historische centra zijn in ontwikkeling. In Leidschendam Centrum nadert de voltooiing van de grote herstructurering van de afgelopen 20 jaar die hier de functionele, ruimtelijke en economische structuur versterkt en de leefbaarheid, kwaliteit, sfeer en uitstraling van het historische centrum verbetert. Het gebied is inmiddels wel één van de meest versteende delen in onze gemeente.
Naast nieuwe bebouwing zorgt met name een 69
Figuur 14: Omgevingsvisiekaart (bron: Buro SRO) 70
Status: vast te stellen
sterkere relatie met de Vliet hiervoor. Door de herstructurering is er naast de historische bebouwing sprake van nieuwe stadsblokken, waaronder die rond het Damplein met daaronder de parkeergarage. In het Huygenskwartier is de verandering minder grootschalig. Hier wordt momenteel een centrumplan uitgevoerd waarbij het voormalige gemeentehuis, grotendeels Rijksmonument, wordt getransformeerd naar een supermarkt, parkeergarage en woningen. Het derde kernwinkelgebied, Julianabaan, heeft een heel ander karakter. Dit centrum is vooral functioneel en belangrijk voor het grote woongebied eromheen. Hier dus geen historische panden, haventjes en terrasjes aan het water. Het is een functioneel centrum uit de jaren zestig, met winkels in de gebouwplinten rond een centraal parkeerterrein en in een overdekte winkelpassage. Er is ook een grote parkeergarage aan de rand. Het gebied is omgeven door flats en appartementengebouwen tot 11 lagen hoog. Het is deels verouderd en de hittestress, sociale veiligheid en overlast vormen een aandachtspunt. Direct ten noordoosten ligt park ’t Loo, onderdeel van de hoofdgroenstructuur en ‘de groene ruit’ van Den Haag. Ook dit winkelcentrum is aan verandering onderhevig. Het centrale parkeerterrein en de winkelpassage zijn in de jaren negentig toegevoegd na een grote vernieuwingsslag. Momenteel is
Status: vast te stellen
er een ontwikkelvisie in voorbereiding voor het toekomstbestendig maken en het vergroenen van het winkelcentrum. Mogelijk in combinatie met het toevoegen van woningen, culturele voorzieningen en een parkeergarage. Het vierde kernwinkelgebied, De Mall, is een winkelcentrum van internationale allure en een grote publiekstrekker voor mensen uit heel Nederland. Het eerdere winkelcentrum Leidsenhage heeft hier plaatsgemaakt voor het grootste overdekte winkelcentrum van Nederland. Het heeft een hoogwaardige uitstraling en is deels voorzien van intensief begroeide gevels. De Mall biedt ruimte aan winkels, restaurants, een versmarkt en vrijetijdsvoorzieningen. De Mall is omgeven door infrastructuur en bevat meerdere parkeergarages, parkeerdekken en parkeerterreinen. De hoeveelheid winkels en voorzieningen zorgt voor drukte en verkeersoverlast. Rondom het gebouw en het grote parkeerterrein ligt een groene buffer in de vorm van het Groot Zijdepark. Doorwerking en prioritering ambities In de vier kernwinkelgebieden willen we de levendigheid en attractiviteit verder vergroten. Dat doen we onder meer met kleinschalige vergroenings- en verkeersveiligheidsmaatregelen. Daarnaast gaan we door met het toestaan van kleinschalige daghoreca die ondersteunend is aan detailhandelzaken, inpandig dan wel in de vorm van een terrasje vóór de eigen zaak.
Tegelijkertijd heeft de ervaring geleerd dat ruime bestemmingen in het omgevingsplan ook ‘winkels’ toelaten die juist géén positieve bijdrage leveren aan de levendigheid en attractiviteit en dat terrassen bij sommige winkels overlast voor omwonenden veroorzaken. Binnen de juridische beperkingen, waarmee de gemeente rekening moet houden bij het reguleren hiervan, gaan we zo veel als mogelijk sturen op het karakter van de detailhandel en de detailhandelondersteunende horeca die we toestaan in de kernwinkelgebieden. Waar nodig passen we het omgevingsplan en/of bestaande beleidsregels daarop aan. Onderdeel van deze aanpassing is dat we ook buiten de kernwinkelgebieden in kleinere winkelcentra meer ruimte bieden aan detailhandelondersteunende horeca, op een manier dat deze positief bijdraagt aan de levendigheid van een straat of plein en geen negatieve impact heeft voor omwonenden. We onderzoeken de mogelijkheden en doen daartoe een pilot. Historische centra De kernwinkelgebieden zijn stuk voor stuk belangrijke economische trekkers binnen de gemeente en een plek voor het toevoegen van extra economische functies en voorzieningen. Voor de historische centra als brandpunten van levendigheid gaat de prioriteit uit naar een hoogwaardig verblijfsklimaat en economische vitaliteit. Hiermee sluiten we aan op de door de raad uitgesproken ambitie voor Leidschendam 71
Levendige centrumgebieden
Figuur 15: deelgebied levendige centrumgebieden (bron Buro SRO)
Centrum. Doel van die ambitie is om het centrum verder te ontwikkelen tot een leefbaar, levendig, recreatief en groen centrum op basis van een integraal stappenplan met aandacht voor vergroening, verkeersgedrag, economie, ladenen lossen (mobiliteitshubs, elektrisch vervoer), handhaving, milieuzone (luchtkwaliteit). Voor beide historische centra stellen we de historische en stedenbouwkundige kwaliteit, waaronder een sterke relatie met de Vliet, centraal. Dit combineren we met het versterken van het voorzieningenaanbod. Levendige voorzieningen en historische kwaliteit versterken elkaar en dit zorgt voor de toeristische en recreatieve aantrekkingskracht van deze centra. Dit willen we zo houden. De winkelgebieden zijn fijne plekken
om te verblijven, te winkelen en/of gebruik te maken van de aanwezige horeca. Daar hoort een fijne verblijfskwaliteit bij, waarin de voetganger centraal staat. We houden de centra daarom compact met een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte en een hoog beheerniveau. Fietsen is op veel plekken toegestaan. De bezoeker per auto is welkom en kan parkeren in één van de collectieve parkeervoorzieningen of voor een korte boodschap op straat. Om de verkeersveiligheid en de oversteekbaarheid te verbeteren en de omgeving een plek te laten zijn waar het fijn verblijven is, willen we geen doorgaand verkeer door het winkelgebied. Hier gaat prioriteit uit naar winkels en horeca in de plint en is alleen op de verdiepingen ruimte voor wonen. Een goede balans tussen horeca en winkels die niet te ver doorslaat richting horeca is daarbij van belang. Ook willen we sturen op een type horeca dat goed aansluit op de hoogwaardige verblijfskwaliteit van deze gebieden. Aan de randen van de compacte centra is er ruimte voor andere economische of maatschappelijke voorzieningen en voor wonen in de plint. Nadere prioritering hiervan vindt plaats in het omgevingsplan.
minder relevant belangrijk prioriteit
Figuur 16: Diagram historische centra (bron Buro SRO)
Om te kunnen functioneren als prettig verblijfsgebied met goed toegankelijke voorzieningen is een goede bereikbaarheid essentieel. Te veel auto’s en autoverkeer doet echter afbreuk aan de kwaliteit. We zetten daarom in op nabijheid en verdichten het gebied in en rond
minder relevant belangrijk prioriteit
Figuur 17: Diagram Julianabaan (bron Buro SRO) 72
Status: vast te stellen
het centrum voor zover passend bij de historische kwaliteit. Zo hoeft de auto minder gebruikt te worden. Optoppen, herontwikkelen met respect voor de historie en duurzame en natuurinclusieve bebouwing met meervoudig en compact ruimtegebruik zijn daarbij de principes. Met goede langzaam verkeersverbindingen naar en door deze centra en door het beperken van autoverkeer en parkeergelegenheid in de winkelstraten passen we hier het STOMP-principe toe. Bebouwd parkeren aan de randen in combinatie met dubbel ruimtegebruik is het uitgangspunt. Dit draagt ook bij aan het verminderen van uitstoot. Een eventuele combinatie met milieuzones of alternatieve en innovatieve bevoorradingsconcepten ligt voor de hand en gaan we op voorhand niet uit de weg. Ruimte voor vergroening is er niet veel in deze compact en te verdichten centra. Waar het kan worden kansen benut zoals bij het vergroenen van de Havenkant tussen Kerkbrug en Park Vreugd en Rust. De centrumgebieden zijn in hun aard hittestress-gevoelig. Met kleinschalige vergroening verbeteren we de situatie. Slimme, compacte vormen van groen zoals gevelgroen, daklandschappen, pocketparcs en groene binnenterreinen zijn daarom het streven, voor zover inpasbaar bij de historische kwaliteit van de beschermde stadsgezichten.
Daarnaast streven we naar een goede aantrekkelijke verbinding met de naastgelegen groen/blauwe gebieden, zoals Park ‘t Loo, de Vliet en het Groot Zijdepark.
In de Raadhuisstraat in het Huygenskwartier zal komende jaren hemelwaterriolering worden aangelegd om de wateroverlast zoveel mogelijk te beperken. Dit biedt kansen voor een betere beleving, een groenere inrichting en een sterkere verbinding tussen de Herenstraat en de Vliet, waar meer verkoelingsmogelijkheden zijn. Julianabaan Bij De Julianabaan liggen andere prioriteiten. Dit centrum typeert de stedenbouwkundige periode waarin het is gebouwd en is daardoor vooral gericht op functionaliteit. Niet het koesteren van het bestaande beeld, maar juist een meer aansprekende, groenere en sociaal veiligere omgeving is hier de opgave. De eerste prioriteit gaat daarom uit naar vergroening en een klimaatbestendigere, sociaal veiligere omgeving. De Julianabaan is en blijft vooral een functioneel centrum gericht op winkels en boodschappen. Ook hier sturen we daarom op een compact gebied met winkels en horeca in de plint en bieden we alleen aan de randen ruimte aan andere economische en maatschappelijke voorzieningen en wonen in de plint. Door actieve plintfuncties en een groene omgeving met aandacht voor ontmoetingsplekken in het zicht vergroten we de sociale veiligheid. Hiermee behouden we de rol van Julianabaan als sociaal-maatschappelijke spil te midden van een groot woongebied met sociale uitdagingen. Het behouden van een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van
Julianabaan, Voorburg (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)
Status: vast te stellen
73
The Mall (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg)
minder relevant belangrijk prioriteit
de voorzieningen is hier ook belangrijk. Ook hier zetten we in op verblijfskwaliteit, lopen en fietsen, geen doorgaand verkeer meer door het centrum en parkeren meer aan de randen. Een ander belangrijk aandachtspunt is het verbeteren van de relatie met de ontwikkelingen rond stationsomgeving Laan van NOI. Het verdichten in en om drukke centrumgebieden in het kader van nabijheid en duurzame verstedelijking willen we hier een plek geven. De in 2024 goedgekeurde voorkeursvariant is hierin richtinggevend. Vergroening, bereikbaarheid, verdichting en behoud van voorzieningen kunnen alleen samengaan door slim en hoog te bouwen. Met meervoudig ruimtegebruik en bebouwde parkeervoorzieningen. Zo blijft De Julianabaan een functioneel en sociaal centrum voor een groot deel van onze gemeente. The Mall De Mall is een publiekstrekker van formaat. Dit willen we zo houden en daarom moet het gebied vooral doelmatig functioneren en voor iedereen goed toegankelijk blijven. De grootste uitdaging is het verminderen van verkeersoverlast. Niet nóg meer autoverkeer genereren maar juist het autogebruik terugdringen. Daarvoor zijn zeker kansen. Een deel van het aanbod is gericht op boodschappen, waarvoor autobereikbaarheid belangrijk blijft. In dat kader zetten we bij de Mall in op het realiseren van ongelijkvloerse kruisingen met de N14.
Maar De Mall bevat ook veel functies die zich ervoor lenen om met openbaar vervoer of
per fiets bezocht te worden. Dit willen we stimuleren en daarvoor is optimalisatie nodig. Alleen de tram die voor de deur stopt is niet genoeg. We zetten in op directere verbindingen vanaf één of meerdere HOV-knopen of park and ride locaties buiten de stad. We werken ook aan goede, veilige fietsenstallingen. Innovatieve concepten zoals de cable car, zelfrijdende elektrische shuttlebussen of andere duurzame opties wegen we serieus af. Bij deze oplossingen hoort ook dat de inkopen probleemloos en zonder vertraging thuis of op de park and ride locatie bezorgd worden. Een andere keuze is om de footprint van De Mall samen met de hoeveelheid verharding niet toe te laten nemen. De groene ruimte eromheen blijft groen. Intensivering, verdichting of uitbreiding is alleen mogelijk door middel van meervoudig ruimtegebruik van bestaande bebouwde en verharde ruimte. Met toepassing van natuurinclusief gevelgroen, daklandschappen boven bebouwingen meerlaagse, groen ingerichte maaivelden liggen daarvoor kansen. Voorwaarde is wel dat dit hand in hand gaat met verbetering van de bereikbaarheid.
Figuur 18: Diagram The Mall (bron Buro SRO) 74
Status: vast te stellen
6.3
Groene woonwijken
A | Historische linten en oude woongebieden in Leidschendam en Voorburg Korte kenschets Dit betreffen de oudere woongebieden in onze gemeente. De linten bestaan uit het stedelijk lint ‘Veur’ en uit het lint aan de oostzijde van de Vliet. Het stedelijk lint ‘Veur’ is een doorlopende structuur door meerdere woonwijken en centrumgebieden. Het lint aan de oostzijde van de Vliet strekt zich uit van de Deftsekade tot de Leidsekade. De oudere wijken zijn de wijken die in de ‘nota omgevingskwaliteit’ nader zijn onderverdeeld als ‘rooilijnstedenbouw’ (vanaf 1890), ‘stratenplan’ (vanaf 1920) en ‘stadsblokken’ (vanaf 1920). De wijken ‘Voorburg West’, ‘Voorburg Oud’, ‘Voorburg Noord’ en de buurten ‘Damsigt’ en het ‘Raadhuiskwartier’ vallen hieronder. De linten bestaan uit verschillende zones met lintbebouwing, afgewisseld door het rijke groen van de buitenplaatsen Hofwijck, Middenburg / Sonnenburgh, Vreugd en Rust, Eemwijk, Arentsburgh en Hoekenburg. De lintbebouwing is grotendeels historisch en zeer gevarieerd. Van statige oude villa’s met ruime voortuinen aan het Oosteinde en de Voorburgseweg tot de meer aaneengesloten bebouwing aan het Westeinde, de Koningin Julianaweg, de Veursestraatweg en de vlietkades. Dit wordt afgewisseld met nieuwere bebouwing. Het stedelijk lint ‘Veur’ kent een
Status: vast te stellen
flinke groene begeleiding. Historische en groene kwaliteit zijn beide zeer herkenbaar. De historische Broeksloot in Voorburg begrenst dit gebied en vormt een groen-blauwe zone. De oudere woongebieden vertonen allemaal een samenhangend beeld en zijn als eenheid ontworpen. Over het algemeen zijn er bouwblokken van lage woonbebouwing. Rijke panden van twee lagen met kap aan woonstraten en lanen en arbeiderswoningen, jaren dertig woningen en appartementenblokken aan straten en pleintjes. De woningen zijn sterk op de openbare ruimte gericht die over het algemeen ruim is opgezet. Ook hier zijn historische en groene kwaliteiten beide herkenbaar. Het aandeel grondgebonden woningen is in dit gebiedstype over het algemeen relatief hoog. Er wonen veel jongeren en gezinnen met kinderen en er is sprake van veel eigen woningbezit en weinig (sociale) huur. Deze gebieden scoren erg gunstig op het gebied van ‘meedoen’, ‘gezondheid’ en de ‘fysieke en sociale woonomgeving’, al steekt ‘Voorburg Noord Noord’ daar ongunstig bij af. Op het gebied van verkeersveiligheid en criminaliteit spelen er wel uitdagingen, met name het aantal diefstallen en inbraken is relatief hoog. Daarnaast zijn de woningen hier oud en gaat dat vaak gepaard met veel energieverbruik en warmteverlies.
Historische linten en oude woongebieden
Figuur 19: Ligging historische linten en oud woongebieden (bron Buro SRO)
minder relevant belangrijk prioriteit
Figuur 20: Diagram historische linten en oude woongebieden (bron Buro SRO) 75
Meerdere van de ontwikkellocaties liggen in of nabij deze woongebieden. Dit betreffen het Diaconessenhuis, Stationsomgeving Voorburg, Stationsomgeving Laan van NOI, Stationsomgeving Leidschendam-Voorburg, Klein Plaspoelpolder, en Omgeving Leidschendam centrum. Deze ontwikkellocaties hebben hun eigen ambities. Een zorgvuldige aansluiting op het gebiedstype historische linten en oude woongebieden is daarbij een voorwaarde. Doorwerking en prioritering ambities Deze gebieden zijn belangrijk voor de hoogwaardige woonomgeving die Leidschendam-Voorburg heeft te bieden. De herkenbare groene en historische kwaliteiten, het grote aandeel aan grondgebonden woningen in de hogere prijsklassen en de gunstige score op belangrijke sociale aspecten onderscheiden deze gebieden van andere woongebieden. Deze onderscheidende kwaliteiten willen we vooral koesteren en beschermen. Ontwikkelingen dienen zich hier naar te voegen. Prioriteit aan historische kwaliteit betekent bijvoorbeeld ook grote terughoudendheid ten aanzien van insteekhavens aan de historische Vliet. Langs de Broeksloot werken we aan het versterken van de biodiversiteit en waterkwaliteit (doelstelling KRW) door meer natuurvriendelijke oevers te realiseren. Het versterkt de kwaliteit van de woonomgeving en draagt bij aan klimaatadaptatie.
Met uitzondering van de ontwikkellocaties die deze gebieden soms overlappen streven we hier geen grootschalige verdichting na. Dat betekent niet dat
er helemaal geen bebouwing of intensivering plaats kan vinden. Optoppen en splitsen, sloop/nieuwbouw en inpassing van nieuwe bebouwing op perceelniveau kan soms passend zijn. Met dit soort ingrepen kunnen we binnen de bestaande context op een zorgvuldige manier bijdragen aan een doelmatig gebruik van de bestaande woonvoorraad en ook hier bijdragen aan het vergroten of verrijken van het woningaanbod. Deze gebieden liggen dicht bij centrumvoorzieningen en HOV-haltes. Ook is er al een hoge dichtheid, waarmee er vaak al sprake is van nabijheid. Dit biedt kansen om meer ruimte te maken voor lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit en minder voor de privéauto, met name in Voorburg-Noord en Voorburg-West. Het is zaak om te zorgen voor betere verbindingen naar de voorzieningen en de HOV-haltes. Ook naar het CID, Binckhorst en de Vlietzone die vlakbij meerdere buurten in dit gebiedstype liggen. Verder willen we bedrijvigheid in deze woongebieden stimuleren door, daar waar dit passend is, ruimte te bieden aan uitbreiding van woningen met werkruimte of aan werkplekken in de woonbuurt. Dit draagt, naast een economische impuls ook bij aan vermindering van het autogebruik. Ondanks het stimuleren van deze bedrijvigheid blijven deze gebieden vooral prettige woongebieden. Ruimte voor grotere bedrijven is hier niet passend evenmin als toeristische voorzieningen op grotere schaal.
Voor toerisme en recreatie zien we eerder kansen voor goede relaties naar de Vlietzone en de buitenplaatsen op korte afstand van dit gebiedstype.
Kerkstraat Bron: Gemeente Leidschendam-Voorburg) 76
Status: vast te stellen
Grote uitdagingen in dit gebiedstype zijn het terugdringen van het energieverbruik, het verduurzamen van de oude bebouwing, het vergroten van de hoeveelheid groen en waterberging en het voorkomen van hittestress. We volgen hierin het uitvoeringsprogramma duurzaamheid en de transitievisie warmte. Maar vanwege het grote aandeel eigen woningbezit zijn we ook afhankelijk van particuliere initiatieven. Juist in deze gebieden met oudere, niet-duurzame woningen willen we deze initiatieven stimuleren, met de bewoners meedenken, ruimte bieden aan plannen en voorlichting geven. Het echte groen ligt vaak aan de randen van de buurten in de vorm van de landgoederen. Deze houden we groen en beschermen we. Ruimte voor extra groen is lastig. Ook hier speelt particulier bezit in de vorm van grote woonpercelen met tuinen een grote rol. Ook op dat gebied willen we bewoners stimuleren hun percelen zo groen mogelijk te maken en te houden. In enkele straten van Voorburg-Noord willen we grote weg- en rioolvervangingsprojecten combineren met het realiseren van een duurzamere en klimaatbestendigere inrichting. Denk hierbij aan het scheiden van regenwater en afvalwater, het vasthouden van water in de bodem en het meer reguleren van de grondwaterstanden.