4008 Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028 Leidschendam-Voorburg
Tekst van het document
25
lijstje voor inwoners om hen te motiveren de problemen stap voor stap aan te pakken. • Voorzien in psycho-educatie: professionals en vrijwilligers informeren hun cliënt hoe stressgedrag kan ontregelen en verkennen in hoeverre dat aan de orde is. Maatregelen die we al inzetten en zullen versterken zijn: • Geen stress toevoegen: we maken gebruik van formulieren met eenvoudige indeling, brieven met een vriendelijke toon en passend taalniveau. In de komende beleidsperiode blijven we dit doen en werken we eraan om alle communicatie en interactie met inwoners op een laagdrempelige wijze uit te voeren. • Steunende interactie: professionals en vrijwilligers beheersen gesprekstechnieken zoals motiverende gespreksvoering. Hiermee zorgen we ervoor dat inwoners op een prettige manier worden geholpen. We blijven deze technieken toepassen en stimuleren maatschappelijke partners om dit ook te doen. • Financiële duidelijkheid: hulp bij fiscale kwesties zoals de belastingaangifte en toeslagen. Cazis voert voor de gemeente fiscale screenings uit voor inwoners. De Formulierenbrigade ondersteunt inwoners bij het invullen van formulieren, zoals aanvragen voor uitkering. Stress onder kinderen Kinderen die opgroeien in een gezin met schulden worden dagelijks geconfronteerd met het gebrek aan geld. Dit heeft een grote weerslag op kinderen.
Zo blijkt uit onderzoek dat het invloed heeft op het stressniveau, de emoties en het geheugen van kinderen. We vinden het belangrijk om deze effecten te verzachten door ervoor te zorgen dat deze kinderen toch mee kunnen blijven doen in de samenleving. Kinderen in gezinnen met een laag inkomen komen daarom in aanmerking voor een regeling voor school-, sport- en cultuurkosten en voor een tablet- of computerregeling via Stichting Leergeld. Een overzicht van de regelingen voor kinderen staan in het Minimabeleid. De gemeente als doorverwijzer Schuldenproblemen gaan vaak gepaard met andere problematiek. Bijvoorbeeld op het gebied van armoede of gezondheid. Het is belangrijk dat inwoners die voor dergelijke problemen bij de gemeente komen, en daarnaast schuldenproblemen ervaren, op alle aspecten van hun situatie hulp ontvangen.
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028
Daarom zetten we ook intern in op het vergroten bekendheid van het schuldhulpaanbod van de gemeente en van maatschappelijke partners. Op die manier zijn de consulenten van de verschillende domeinen binnen de gemeente bekend met het schuldhulpaanbod en kunnen zij inwoners doorverwijzen wanneer zij schuldenproblemen constateren. Voor ondernemers streven we ernaar dat wanneer een Bbz-traject niet mogelijk blijkt er altijd wordt gekeken naar de mogelijkheid voor ondernemersschuldhulpverlening vanuit de Wgs.
iedere fase en mijlpaal in schuldhulpverlening biedt de routekaart informatie over wat nodig is voor adequate en zorgvuldige hulpverlening. De gemeente maakt in haar dienstverlening gebruik van deze routekaart als hulpmiddel om te zorgen voor kwalitatieve dienstverlening. Aansluitende hulp In kaart brengen van de behoeften Om te weten in hoeverre ons beleid en het aanbod in de gemeente aansluit op de behoefte van inwoners, hebben we informatie van inwoners nodig. Om die reden voeren we in deze beleidsperiode een kwalitatieve evaluatie. Dat betekent dat we bij inwoners hun meningen over en ervaringen met schuldhulp in de gemeente ophalen. Hiervoor wordt een apart onderzoeksplan opgesteld en vastgesteld door het college.
Daarnaast erkennen we onze duale rol als zowel schuldhulpverlener en schuldeiser. Zo heffen we lokale belastingen en moeten sommige inwoners hun leenbijstand of te veel ontvangen bijstand terugbetalen. De gemeente Leidschendam-Voorburg streeft ernaar om bij in- en terugvorderingen altijd de principes van sociale incasso te hanteren. Dat houdt in dat onze aanpak mensgericht met als doel om tot duurzame en haalbare oplossingen te komen. Kwalitatief aanbod Kwartaaloverleggen met uitvoerders We monitoren de kwaliteit van ons aanbod door ieder kwartaal in gesprek te gaan met onze gecontracteerde partners op vroegsignalering en curatie en nazorg. De partners leveren kwartaalrapportages aan die de geboden hulp en bereikte inwoners in beeld brengen. Tijdens deze overleggen bespreken we ook trends en eventuele problemen. Dit doen we, zodat we onze uitvoering of beleidsdoelen op tijd kunnen bijsturen als dit nodig blijkt. Landelijke normen en hulpmiddelen Naar aanleiding van het IBO Problematische Schulden stelt het Rijk een kwaliteitskader op voor schuldhulpverlening. Het doel daarvan is het bevorderen van schuldhulp in alle gemeenten. Wanneer dit kader bekend wordt, geldt deze ook in de gemeente Leidschendam-Voorburg als leidend kader voor dit beleidsplan. Momenteel zijn de elementen van de Basisdienstverlening Schuldhulpverlening bekend.
De Basisdienstverlening wordt nog verder ontwikkeld, maar we hanteren de elementen daaruit nu al als maatstaf voor kwalitatieve schuldhulpverlening. Om de effectiviteit in schuldhulpverlening te bevorderen, ontwikkelde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de routekaart Financiële Zorgen. Dit is een hulpmiddel voor consulenten en uitvoerders van de gemeente om de dienstverlening te optimaliseren. Voor
26
Samenwerking met ketenpartners: subsidies De gemeente Leidschendam-Voorburg subsidieert maatschappelijke organisaties die inwoners kosteloze en laagdrempelige financiële dienstverlening bieden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over informatie en advies, maar ook over samen met de inwoner aan de slag gaan om (beginnende) problematiek aan te pakken. Het doel van de subsidies is dat inwoners op maat gemaakte, persoonlijke hulp ontvangen, die bijdraagt aan het oplossen van hun probleem en aan hun financiële zelfredzaamheid. Er is aandacht voor alle inwoners en in het bijzonder: • Jongeren (bijvoorbeeld door lespakketten); • Gezinnen met (afhankelijke) kinderen; • Ondernemers; • Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven (laaggeletterdheid). De doelen en uitgangspunten uit dit beleidsplan vormen de kaders van de subsidies. Welke organisaties subsidie ontvangen en welke prestatieafspraken daarbij horen, wordt geregeld op basis van de subsidieregeling Leidschendam-Voorburg. Samenwerking met ketenpartners: ketenpartneroverleggen De gemeente en maatschappelijke partners in financiële dienstverlening komen samen in zogenoemde ketenpartneroverleggen. Het doel van deze overleggen is om trends en eventueel casussen te bespreken. Zo tappen organisaties uit elkaars kennis en ervaringen. En bevorderen zij onderlinge samenwerkingen.
Organisaties zoals de Kredietbank, het Sociaal Servicepunt en subsidiepartners zijn bij deze
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028
overleggen aangesloten. De rol van de gemeente in deze overleggen is faciliterend. Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind Per 2021 hebben gemeenten het recht om bij inwoners met problematische schulden de rechter te adviseren over welke oplossing het meest passend is. Dit recht kan worden ingezet om de rechter te adviseren om af te zien van schuldenbewind. Schuldenbewind is een vorm van schuldhulpverlening waarbij de financiën van iemand met een problematische schuld door een bewindvoerder worden beheerd om zo de situatie te stabiliseren. Dat is een ingrijpende maatregel. De gemeente bekostigt schuldenbewind vanuit de bijzondere bijstand. De nieuwe wet regelt dat gemeenten drie maanden nadat schuldenbewind is ingesteld de rechter mogen adviseren. Bijvoorbeeld met een advies om een lichtere vorm van schuldhulpverlening in te zetten. Gemeenten kunnen zo hun regierol bij schuldhulpverlening beter vervullen. De gemeente wil gebruik maken van dit recht om te zorgen dat inwoners op de meest effectieve en stressvrije manier worden ondersteund. Zo dragen we eraan bij dat de maatregelen die de rechter oplegt aansluiten bij de behoeften en situatie van de inwoner. In de komende beleidsperiode ontwikkelen we hiervoor een strategie en passen we die toe.
keuzes. Met informatie en voorlichting ondersteunen we inwoners bij het bevorderen van hun financiële zelfredzaamheid. 3.2.2 Deel 2: het doen Financiële educatie gericht op het ‘doen-vermogen’ Jongeren Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat weten en kunnen nog geen doen is. Vertaald naar financiële educatie: het gaat minder om kennisoverdracht en meer om het aanleren van handelingen die leiden tot meer financiële zelfredzaamheid. De gemeente zet educatie in die zich richt op jongeren. Dit doen we omdat steeds meer jongeren kampen met geldproblemen en financiële educatie een significante bijdrage kan leveren. Dat blijkt uit het IBO Problematische Schulden van de Rijksoverheid. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat jongeren die opgroeien in armoede later vaker financiële problemen ervaren. We bieden middelbare en mbo-scholen lessenpakketten aan. Ook ontwikkelen we communicatie gericht op jongeren.
Schulden belemmeren een toekomst met perspectief. We zetten met schuldhulpverlening daarom in op het zoveel mogelijk voorkomen van schulden.
In 2022 startte de gemeente in Leidschendam Noord met de pilot Jongeren Perspectief Fonds (JPF). Middels deze pilot neemt de gemeente de afloscapaciteit van de jongeren over. Dat houdt in dat de jongere de schuld niet zelf afbetaalt. In ruil hiervoor doet de jongeren een maatschappelijke tegenprestatie, zoals teruggaan naar school of naar werk Hierin wordt de jongeren persoonlijk begeleid. In 2024 eindigde de pilot en de laatste trajecten lopen naar verwachting in 2025 af. In de loop van 2025 volgt de evaluatie van de pilot, waarbij duidelijk wordt wat de pilot aan de jongeren heeft opgeleverd. Wel toont de pilot al aan dat door de persoonlijke begeleiding de jongeren vaak geen curatief schuldhulpverleningstraject hoeven te doorlopen. Ook is duidelijk dat de vraag naar JPF-ondersteuning gemeentebreed is; de deelnemers uit de pilot komen uit verschillende gebieden en niet alleen uit Leidschendam-Noord. Als de evaluatie positieve resultaten aantoont en er voldoende extra middelen beschikbaar komen uit het Nationaal Programma Armoede, zal de gemeente JPF gemeentebreed implementeren. Hierover volgt dan een apart plan waarover het college besluit neemt.
3.2.1 Deel 1: het doel De gemeente wil zo veel mogelijk schuldenproblemen bij inwoners voorkomen door hen te helpen bij het maken van financieel gezonde
Ondernemers Onze uitvoerder van curatieve schuldhulpverlening voor ondernemers, Zuidweg & Partners, signaleert dat veel ondernemers in de proble-
Een alternatief voor schuldenbewind is preventief budgetbeheer. Met preventief budgetbeheer zorgen we voor balans in de inkomsten en uitgaven van de inwoner nog voordat de schuldensituatie valt onder de categorie ‘problematische schulden’. In de komende beleidsperiode onderzoeken we de mogelijkheden om binnen de bestaande budgetten preventief budgetbeheer aan te bieden.
3.2 Pijler 2: Preventie Inwoners zijn financieel zelfredzaam door financiële educatie gericht op het ‘doen-vermogen’ en extra voorlichting bij life-events.
27
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028
men komen door een gebrek aan kennis van financiële verantwoordelijkheden of consequenties van hun investeringen. Daarom richten wij ons ook op het vergroten van financiële kennis bij ondernemers. Bijvoorbeeld door middel van communicatie. Laaggeletterdheid Ook is er aandacht voor mensen met een verhoogd risico op schuldenproblemen, zoals mensen die de Nederlandse taal niet goed begrijpen. In een onderzoek uit 2018 van Stichting Lezen & Schrijven – die fungeert als landelijke adviespartij op het gebied van geletterdheid – kwam naar voren dat 50% van de onderzochte mensen die een schuldhulptraject volgden in de risicogroep van laaggeletterdheid vallen. Dit doen we samen met maatschappelijke partners die aanbod hebben op het gebied van zowel taal als geldzorgen, zoals IBCE die zich onder meer richt op het ondersteunen van nieuwe Nederlanders bij het integreren in hun nieuwe cultuur. Begrijpelijke voorlichting bij kwetsbare momenten Communicatie bij life events Life-events zijn belangrijke gebeurtenissen in iemands leven. Gebeurtenissen die impact maken en veranderingen voor iemand meebrengen, zoals 18 jaar worden, trouwen, een kind krijgen of scheiden. In deze belangrijke momenten kunnen financiële verantwoordelijkheden en mogelijkheden veranderen. Hierdoor kunnen mensen hun grip op geld verliezen en kunnen financiële problemen ontstaan.
Informatie en voorlichting kunnen veel ellende voorkomen.
verwijzen inwoners door naar de juiste hulp. Een voorbeeld is Woej die hulp en advies biedt over niet alleen geldzaken, maar ook over bijvoorbeeld ouder worden en een veranderende zorgvraag. Een ander voorbeeld zijn de PING-loketten in de bibliotheek in Leidschendam en de Tuinkamer in sporthal De Fluit. Hier kunnen inwoner respectievelijk op maandagen en woensdagen in de ochtend terecht voor vragen en zorgen over geld. Het onder de aandacht brengen van dit soort aanbod nemen we op in het communicatieplan voor dit beleidsplan. Tot slot is een doel om samen te werken met nieuwe maatschappelijke partners die dichtbij inwoners staan in kwetsbare momenten. Denk aan huisartsen en scholen. Maar ook andere belangrijke actoren, zoals werkgevers. Door hen bekend te maken met het schuldhulpaanbod in de gemeente, kunnen zij inwoners doorverwijzen naar passende hulp.
3.3 Pijler 3: Vroegsignalering Voorkomen dat betaalproblemen uitgroeien tot schuldzorgen door het optimaliseren van de signaal- en doorverwijsfunctie van schuldeisers, maatschappelijke partners en werkgevers.
De VNG stelt voor gemeenten communicatiemiddelen beschikbaar gericht op verschillende life-events. In het communicatieplan dat we in het kader van dit beleidsplan opstellen nemen we het gebruik van deze communicatiemiddelen op. Daarnaast is de gemeente Leidschendam-Voorburg aangesloten bij het Startpunt Geldzaken van het Nibud. Een onderdeel hiervan is dat de gemeente gebruik kan maken van de geldplannen van het Nibud. Dit zijn plannen om te werken naar een oplossing bij geld- of schuldenproblemen. Er zijn verschillende geldplannen voor verschillende situaties, zoals werkloosheid, echtscheiding en pensioen. Hulp door maatschappelijke partners Naast het aanbod van de gemeente kunnen inwoners terecht bij maatschappelijke organisaties voor advies bij kwetsbare momenten. Deze organisaties bieden vaak zelf ook hulp of
Op het vragen van hulp heerst voor veel mensen taboe en schaamte. Om die reden biedt de gemeente proactief hulp in de vorm van vroegsignalering. Vroegsignalering is een wettelijke taak van de gemeente op grond van de Wgs. Hierdoor mogen schuldeisers, zoals woningcorporaties, met gemeenten gegevens uitwisselen van inwoners met betaalachterstanden. Deze gegevens gebruiken we uitsluitend om hulp aan te bieden. 3.3.1 Deel 1: het doel Het doel van de gemeente is om problematische schulden te voorkomen door vroegtijdig hulp te bieden aan inwoners met betalingsachterstanden. 3.3.2 Deel 2: het doen Vroegsignalering door schuldeisers In 2020 startte de gemeente de pilot Vroeg Eropaf voor vroegsignalering. Hiermee liepen wij vooruit op de wettelijke taak van vroegsignalering, die pas in 2021 van kracht werd. Sinds 2021 is Vroeg Eropaf daarom een vast onderdeel van de gemeentelijke schuldhulpverlening.
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028
Vroeg Eropaf wordt namens de gemeente uitgevoerd door Kwadraad. Zij ontvangen signalen dat iemand betaalproblemen heeft van leveranciers van de eerste levensbehoeften, zoals verhuurders, nutsbedrijven en zorgverzekeraars. Iedereen die wordt aangemeld, ontvangt een bief met een aanbod voor hulp. Of een inwoner reageert op de brief en hulp accepteert, bepaalt de inwoner zelf. In 2023 was er na de brief in 77% van de gevallen vervolgcontact. In de beleidsperiode 2025-2028 is het doel dat meer mensen naar aanleiding van dat contact hulp accepteren. Hoeveel mensen hulp accepteren, is momenteel moeilijk om te registreren. Het huidige systeem is er namelijk op gebouwd om te registreren welke inwoners specifiek financiële hulp accepteren. Wanneer Vroeg Eropaf dit registreert, kan de schuldeiser namelijk niet het incassoproces voortzetten. Hierdoor krijgt de inwoner ruimte om de financiële hulp te ontvangen. Schuldenproblematiek gaat echter vaak gepaard met andere problemen, bijvoorbeeld op het gebied van jeugdhulp, verslaving of gezondheid. Vroeg Eropaf ondersteunt inwoners ook bij deze problemen en verwijst hen door naar passende hulp. Dit is noodzakelijk om de aard van de problemen aan te pakken. We zullen dit ook blijven doen.
Deze niet-financiële hulp kan echter niet eenvoudig in het systeem worden geregistreerd vanwege het risico dat dan onterecht het incassoproces wordt gestaakt. Om hulpacceptatie goed te monitoren, neemt de gemeente in het monitoringsplan op hoe wij zo accuraat mogelijk de hulpacceptatie voor alle vormen van hulp bijhouden.
ners naar passende hulp doorverwijzen. Hoe we deze organisaties benaderen, nemen we op in het communicatieplan.
Naast de signaleringspartners vanuit Vroeg Eropaf ontvangt de gemeente ook signalen van schuldeisers die aangesloten zijn bij de Nederlandse Schuldhulproute, zoals banken, GGN-deurwaarders en KPN. Deze schuldeisers kunnen in geval van betaalachterstanden inwoners direct doorverwijzen naar het gemeentelijk aanbod.
Als betaalproblemen toch uitgroeien tot een problematische schuldsituatie, dan is een schuldregeling met gedeeltelijke kwijtschelding vaak de enige oplossing. Dit heet curatie. In principe kunnen alle inwoners gebruik maken van curatie. Hiervoor zijn enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld in geval van fraude of als iemand niet rechtmatig in Nederland woont. Na curatie volgt nazorg om te voorkomen dat iemand terugvalt in schuldenproblemen.
Signalen door maatschappelijk partners en werkgevers Komende jaren zetten we meer in op de signaleringsfunctie van maatschappelijk partners (bijvoorbeeld scholen, sportverenigingen, kerken, ondernemersverenigingen en huisartsen) en werkgevers. Zij staan dicht bij de inwoner en vangen veel signalen op. Door maatschappelijk partners en werkgevers bewust te maken van deze signalen en hen inzicht te geven in het hulpaanbod, kunnen zij indien nodig inwo-
Voorkomen uithuiszettingen Als een huurder 3 maanden of langer de huur niet betaalt, dan heeft de verhuurder (na rechtelijke toestemming) de mogelijkheid de woning te ontruimen en de huurder uit huis te plaatsen. Dakloos raken brengt veel stress, spanning en zorgen met zich mee. Om uithuiszettingen zoveel mogelijk te voorkomen zijn betrokken partners aangesloten in een netwerk dat de gemeente faciliteert. Hierin werken de woningcorporaties Vidomes en Wooninvest, de GGD, Kwadraad en de Kredietbank samen om huurders met betaalproblemen te ondersteunen. Het doel is om te voorkomen dat de problemen van de huurder escaleren. Hierbij bieden we niet alleen hulp voor de betaalproblemen, maar ook voor eventuele aanverwante problemen, zoals verslaving of jeugdhulp. De organisaties in dit netwerk komen vier keer per jaar samen om de procesafspraken te herzien en bespreken. Daarnaast zijn er periodieke casuïstiekoverleggen, zodat dringende casussen snel en intensief worden opgepakt.
3.4 Pijler 4: Curatie en nazorg Inwoners, zowel particulieren als zelfstandig ondernemers, werken samen met financiële professionals aan een schuldenvrije toekomst door passende en duurzame oplossingen
Curatie bestaat uit de volgende opeenvolgende producten: 1. Aanmelding en intake Onderzoek naar de oorzaken, hoogte en passende oplossing voor de schulden. 2. Stabilisatie Het in balans brengen van inkomsten en
Particuliere inwoners zijn inwoners met schuldenproblemen waarvan de schulden niet verbonden zijn aan een eigen onderneming. 1
28
29
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028
uitgaven om te zorgen dat schulden niet verder oplopen. 3. Schuldregeling Allereerst wordt een minnelijk traject geprobeerd, waarbij de schuldhulpverlener een regeling treft met schuldeisers (vaak in combinatie met budgetbeheer). Als dat niet lukt, wordt de inwoner actief geleid naar een wettelijk schuldhulpverleningstraject. 4. Nazorg Het geven handvatten tijdens en na het schuldhulptraject om te voorkomen dat de inwoner terugvalt in een problematische schuldsituatie. Kredietbank Nederland voert in opdracht van de gemeente curatie en nazorg uit voor particuliere inwoners1. Voor ondernemers die in de gemeente wonen en persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schuld van de onderneming biedt de gemeente ook curatie en nazorg. Dit wordt uitgevoerd door Zuidweg & Partners. Daarnaast biedt de gemeente fiscale begeleiding. Dit is voor inwoners met vragen over openstaande schulden, maar ook over toeslagen, belastinginhoudingen en andere fiscale kwesties. Deze dienst wordt voor de gemeente uitgevoerd door Cazis. 3.4.1 Deel 1: het doel Het doel is dat de inwoners die wij bereiken door onze hulp verminderde stress ervaren. Dat betekent ook dat wij zorgen dat onze dienstverlening niet bijdraagt aan het stressniveau van de inwoner. Bijvoorbeeld door onnodige complexiteit te vermijden en waar nodig extra ondersteuning te bieden.
3.4.2 Deel 2: het doen Brede toegang: speciale aandacht voor ondernemers Schuldhulpverlening is er voor iedereen. Ondernemers vormen een specifieke doelgroep die vaak te maken heeft met hoge problematische schulden, maar die de weg naar hulpverlening moeilijk weet te vinden. Hoewel in de Wgs is verduidelijkt dat zelfstandigen zonder personeel en natuurlijke personen met een onderneming bij de gemeente kunnen aankloppen voor schuldhulpverlening, is landelijk het aantal ondernemers dat door gemeenten wordt geholpen nog steeds laag ten opzichte van het aantal Huishoudens waarbij het inkomen van een zelfstandige de belangrijkste inkomensbron is2.
De gemeente Leidschendam-Voorburg biedt ondernemers schuldhulpverleningstrajecten. De bijstand voor zelfstandigen (Bbz) dient als voorportaal. Daarvanuit zoeken we naar passende oplossing voor de financiële problemen. Hiermee hebben ondernemers in financiële nood een extra kans om hun onderneming voort te zetten. Ook is het Ondernemersklankbord (OKB) actief in Leidschendam-Voorburg. Het OKB bestaat uit oud-ondernemers die kundig advies geven aan ondernemers met bijvoorbeeld financiële problemen. Dit doen zij in de in klankbordtrajecten van een half jaar. Passende oplossingen Om maatwerk te kunnen leveren waarbij de inwoner centraal staat, is de integrale benadering van het schuldenprobleem noodzakelijk. Concreet betekent dit dat er binnen de intake niet alleen wordt gezocht naar een oplossing voor de financiële problemen, maar ook gekeken wordt naar de achterliggende problematiek. Zo wordt stap voor stap gewerkt aan een schuldenvrije toekomst. Saneringskrediet Vaak is de beste oplossing een saneringskrediet. Hierbij sluit de inwoner een krediet af bij de Kredietbank. Daarmee worden alle schuldeisers terugbetaald. Dat betekent dat de inwoner nu maar één schuld heeft – bij de Kredietbank – in plaats van meerdere. De Kredietbank regelt dan alle betalingen aan de schuldeisers en onderhoudt het contact met hen. Hiermee bieden we de inwoner overzicht en rust.
De gemeente is onderdeel van het landelijke Waarborgfonds Saneringskredieten. Het waarborgfonds staat borg voor het terugbetalen van een saneringskrediet. Zo loopt de gemeente geen financieel risico. Een groot voordeel van een saneringskrediet ten opzichte van schuldbemiddeling is dat de schuldeisers direct hun geld krijgen. Het doel van de gemeente is om in alle mogelijke gevallen saneringskredieten in te zetten. Bbz-krediet Bij schuldhulpverlening voor ondernemers kijken we in de eerste instantie of de ondernemer in aanmerking komt voor een Bbz-krediet. Een Bbz-krediet is een lening die noodzakelijk is voor het voortbestaan van het bedrijf. Ondernemers die geen lening kunnen krijgen van commerciële geldstrekkers komen ervoor in aanmerking. De ervaring van de gemeente is dat Bbz-kredieten de meest kansrijke oplossingen zijn voor schuldhulpverlening voor ondernemers. Als een ondernemer niet in aanmerking
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028
Kortere doorlooptijden bij curatie aan particulieren De Wgs bevat maximale doorlooptijden voor een curatief schuldhulptraject. Deze maximale tijden zijn in het leven geroepen om te voorkomen dat inwoners in lange, stressvolle trajecten terechtkomen. Het gaat hierbij niet om de 18 maanden waarin de inwoner de schuld terugbetaalt, maar om de periode voor het open vaststellen van het schuldhulptraject. De wettelijke doorlooptijden zijn als volgt: - Intake: uiterlijk vier weken (28 dagen) na het eerste signaal volgt een intakegesprek. - Beschikking: uiterlijk acht weken (56 dagen) na het intakegesprek ontvangt de inwoner de beschikking met het plan van aanpak om de situatie op te lossen. - Stabilisatiefase: vier maanden met de mogelijkheid om nogmaals vier maanden te verlengen (120 dagen). - Schuldregelen: maximaal 120 dagen. Als het dossier meer tijd vergt, kan daarvan worden afgeweken. Dit moet onderbouwd met de schuldeisers worden gecommuniceerd.
komt voor een Bbz-krediet, is er tijdelijk de mogelijkheid dat zij vanuit Kredietbank Nederland een saneringskrediet krijgen. Dit is onderdeel van een pilot van het NVVK en het Waarborgfonds Saneringskredieten. We maken zo veel als mogelijk gebruik van deze optie. Of de pilot wordt voortgezet, is nog niet duidelijk. Indien dit het geval is, blijven we hierop inzetten. Nazorg: duurzaam schuldenvrij We werken aan duurzame oplossingen. We werken aan duurzame oplossingen. Tijdens en na het succesvol beëindigen van een schuldhulpverleningstraject bieden we nazorg. Deze nazorg heeft als doel inwoners zelf stappen te laten zetten in hun financiële zelfstandigheid. Het nazorgtraject wordt uitgevoerd door de Kredietbank. Het duurt 12 maanden en bevat drie contactmomenten, in maand 3, 6 en 12. Tijdens die gesprekken komen zaken naar voren als hoe het met de inwoner gaat en of opnieuw geldzorgen zijn opgetreden. Nazorg is altijd maatwerk en gebeurt aan de hand van een plan van aanpak dat bij de start van het schuldhulpverleningstraject wordt opgesteld. Als tijdens de nazorg naar voren komt dat iemand terugvalt in geldproblemen, zoekt de Kredietbank naar passende hulp. Bijvoorbeeld bij Kwadraad, Woej of Schuldhulpmaatje. Maar de Kredietbank biedt ook zelf coaching of een lichte vorm van budgetbeheer om de financiën weer stabiel te maken.
In ernstige gevallen waarin blijkt dat zelfredzaamheid niet haalbaar is, kan de Kredietbank beschermingsbewind aanvragen als daar een aanwijsbare grondslag voor is.
In 2023 waren de gemiddelde doorlooptijden in Leidschendam-Voorburg langer dan de bovengenoemde wettelijke maxima. De gemiddelde doorlooptijden waren als volgt: Intake: 122 dagen Stabilisatiefase: 178 dagen Schuldregelen: 282 dagen Over de beschikkingsperiode zijn geen gegevens beschikbaar.
In 2025 is het belangrijk om te monitoren wat het effect is van de nieuwe termijn van schuldhulpverleningstrajecten van 18 maanden op het risico om terug te vallen in de schuldenproblematiek. Dan zijn de eerste trajecten die met dit nieuwe termijn startten, afgerond. Er is een risico dat een versneld traject leidt tot meer terugval. We houden bij of dit effect zich voordoet en passen het nazorgaanbod daarop aan. Bijvoorbeeld door nazorg langer of intensiever in te zetten. De gemeente onderzoekt wat noodzakelijk en mogelijk is samen met de Kredietbank.
De gemeente voldoet dus nog niet aan de De gemeente voldoet dus nog niet aan de wettelijke doorlooptijden. In 2025 pakken we dit aan. In opdracht van de gemeente onderzoekt de Kredietbank waarom de doorlooptijden in Leidschendam-Voorburg zo lang zijn. Wanneer oorzaken en oplossingen duidelijk worden, ontwikkelen de Kredietbank en de gemeente samen verbetermaatregelen. We monitoren de voortgang op de verbetermaatregelen middels kwartaalrapportages en sturen hierop tijdens de kwartaalgesprekken.
‘Naar een beter werkende schuldenketen, Interdepartementaal Beleidsonderzoek Problematische Schulden’, Rijksoverheid (2024) 2
30
31
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028
4. Financiën en opvolging beleidsplan De acties uit dit beleidsplan worden jaarlijks vanuit de bestaande budgetten uitgevoerd. Hieronder volgt een uiteenzetting van de activiteiten en een overzicht van de begrote kosten. 2024
2025
2026
2027
2028
Preventie en Vroegsignalering
€
716.854
€
714.501
€
699.501
€
699.501
€
624.501
Curatie en Nazorg
€
685.022
€
506.110
€
502.110
€
503.610
€
505.610
In 2025 hevelen we een deel van de middelen voor curatie en nazorg over naar vroegsignalering. Dit is waarom het budget voor curatie en nazorg in de tabel in 2025 en verder lager is dan in 2024. De reden is dat er in 2023 en 2024 tijdelijk extra middelen beschikbaar waren voor de versterking van schuldhulpverlening. Deze zette de gemeente in op extra vroegsignalering. Per 2025 zijn die middelen niet meer beschikbaar. Het hiermee weggevallen bedrag is echter noodzakelijk om de formatie van vroegsignalering op peil te houden gezien de doelen uit dit beleidsplan. Zonder deze middelen gaat de formatie namelijk van 3,06 FTE terug naar 1 FTE.
Dit risico kan worden ondervangen met de middelen vanuit het Verbeterplan Vroegsignalering dat het Rijk beschikbaar stelt. Hiervoor reserveert zij €20 miljoen per jaar. Naar verwachting maakt het Rijk in 2025 bekend hoeveel extra middelen gemeenten krijgen en waarvoor de middelen bestemd zijn. Wanneer duidelijk wordt of de gemeente hiermee de budgetten op vroegsignalering kan aanvullen, hevelen we de middelen weer over naar het taakveld Curatie en Nazorg. Of deze oplossing mogelijk is, wordt in de loop van 2025 duidelijk.
Een risico is echter dat er niet voldoende middelen overblijven om curatie en nazorg uit te voeren. Dit risico komt met name door de mogelijke intensivering die noodzakelijk is door de wettelijke verkorting van het schuldsaneringstraject. In 2025 – nadat de eerste trajecten met de nieuwe kortere termijn zijn afgerond – onderzoekt de gemeente samen met de Kredietbank welke aanpassingen nodig zijn aan het curatie- en nazorgtraject. Voor de eventuele aanpassingen moet voldoende budget beschikbaar zijn. Daarnaast heeft de gemeente de plicht om iedere inwoner te helpen die in aanmerking komt voor gemeentelijke schuldhulpverlening. Er moet daarom voldoende wendbaarheid zitten in het budget om eventuele toenames van inwoners op te kunnen vangen. Deze kunnen veroorzaakt worden door bijvoorbeeld (lokale) campagnes over hulpvoorzieningen of door de economische situatie in het land.
32
33