CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4008 Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028 Leidschendam-Voorburg

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-202813.171 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

1

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Ambitie

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Alle inwoners hebben de mogelijkheid om duurzaam schuldenvrij te zijn door het bieden van een toegankelijk en aansluitend kwalitatieve dienstverlening Kwalitatieve dienstverlening (met betrekking op het gehele gemeentelijke aanbod)

Pijlers (Op welke onderwerpen richt ons beleid zich?)

Een toegankelijk, begrijpelijk en bekend hulpaanbod waar iedereen gebruik van kan maken

Strategie (Hoe zetten we in op die onderwerpen?)

Aanbod aanpassen op basis van ervaringen van inwoners

Doelstelling (Wat willen we bereiken?)

Inwoners ervaren ons aanbod als toegankelijk: de klanttevredenheidsonderzoeken van de Kredietbank hebben een responspercentage van 25%; klanttevredenheid over onze gehele dienstverlening is 70%

Acties (Wat gaan we concreet doen?)

Kwalitatief aanbod

Preventie

Vroegsignalering

Curatie en nazorg

Hulp sluit aan op de behoeften en is op elkaar afgestemd

Voorkomen van financiële problemen

Voorkomen dat betalingsachterstanden uitmonden in problematische schulden

Voorkomen van uithuiszettingen

Hulp bieden aan inwoners met problematische schulden

Meer informatie over de Aanbod houdt zich aan toegang landelijke wetten en normen

Aanbod aanpassen op basis van behoeften van inwoners

Samenwerkingen met en tussen maatschappelijke partners versterken

Versterken van financiële vaardigheden door middel van educatie en voorlichting

Proactief bieden van hulp bij betalingsproblemen

Afspraken maken met woningcorporaties en hulporganisaties om uithuiszettingen te voorkomen

Inzetten op kansrijke producten en effectieve nazorg

We maken inwoners (met name ondernemers, laaggeletterden en jongeren) bekend met ons aanbod en dat van maatschappelijke partners; het gebruik van voorzieningen neemt jaarlijks toe

Het aanbod sluit aan op de behoeften en benodigdheden van inwoners

We werken samen met maatschappelijke organisaties

We bieden inwoners meer kennis over goede financiële keuzes

Inwoners met betalingsproblemen ontvangen de nodige informatie en hulp, zodat hun problemen niet uitmonden tot een problematische schuldensituatie: het percentage inwoners dat hulp accepteert is 60%

Er zijn 0 uithuiszettingen vanwege betaalachterstanden bij de woningcorporaties Vidomes en Wooninvest in de gemeente

We helpen meer inwoners duurzaam uit de schulden middels curatie: het aantal jaarlijkse aanmeldingen bij curatieve schuldhulpverlening is in 2028 250; 95% van de curatietrajecten eindigen succesvol; het percentage inwoners dat zich opnieuw aanmeldt na een succesvol traject is minder dan 5%

We benaderen meer inwoners en begeleiden meer inwoners naar hulp in het kader van vroegsignalering

We hebben afspraken met woningcorporaties en hulporganisaties om uithuiszettingen te voorkomen

In alle mogelijke gevallen zetten we saneringskredieten in

We bieden financiële educatie of advies aan ondernemers

Vroeg Eropaf, GGD, de Kredietbank en de woningcorporaties Wooninvest en Vidomes bespreken periodiek casussen om uithuiszettingen te voorkomen en oplossingen te vinden op problemen

We brengen de doorlooptijden van curatieve schuldhulpverlening terug zodat deze voldoen aan de wettelijke normen

We evalueren minimaal jaarlijks de afspraken met woningcorporaties Wooninvest en Vidomes

We monitoren in hoeverre het noodzakelijk is om nazorg anders in te richten naar aanleiding van de landelijke halvering van de termijn van schuldtrajecten. Indien nodig passen we het nazorgtraject aan

Het aanbod voldoet aan de elementen uit de basisdienstverlening

We voeren ten minste één keer in de beleidsperiode een kwalitatieve evaluatie uit onder inwoners. Begrijpelijkheid en toegankelijkheid van ons aanbod nemen we daarin op

We stellen een communicatieplan op (met focus op laaggeletterden, jongeren en ondernemers)

We maken gebruik van landelijke hulpmiddelen en richtlijnen, zoals de routekaart Financiële Zorgen en het stappenplan Basisdienstverlening

We voeren ten minste één keer in de beleidsperiode een kwalitatieve evaluatie uit onder inwoners. In hoeverre ons aanbod aansluit bij hun behoeften nemen we daarin op

We subsidiëren We bieden en contracteren lessen op maatschappe- scholen lijke partners

We halen bij maatschappelijke partners eventuele signalen op over de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van ons aanbod

We stellen een plan op voor het benaderen van meer maatschappelijke partners en belangrijke actoren in het leven van inwoners (zoals huisartsen en werkgevers). We nemen dit op in het communicatieplan

De uitvoerende partijen rapporteren ieder kwartaal hun resultaten aan ons. Daarover gaan we in gesprek om waar nodig tussentijds bij te kunnen sturen

We passen in alle mogelijke gevallen maatwerk toe

We communiceren over de beschikbare tools waarmee inwoners laagdrempelig hulp kunnen vinden

Gesubsidieerde maatschappelijke partners bieden financiële educatie

We zetten maatregelen in, in het kader van stress-sensitiviteit

Andere afdelingen binnen de gemeente verwijzen indien nodig inwoners door naar schuldhulp

We bieden informatie over geldzaken bij kwetsbare gebeurtenissen in het leven (life-events)

(Bij gelijk blijvend landelijk beleid en economische omstandigheden)

We ontwikkelen een strategie omtrent adviesrecht adviesrecht en onderzoeken de mogelijkheden voor preventief budgetbeheer

2

3

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

‘Sterker schuldenvrij’

4

5

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Inhoud Inleiding: op weg naar alle inwoners schuldenvrij

9

2.3.2 Kwantitatieve en kwalitatieve monitoring

21

Koers van dit beleidsplan

10

2.3.3 Frequentie van de monitoring

21

Leeswijzer

11

2.3.4 Rapportage van de monitoring

21

Inhoudsopgave

6

3.

1.

Van het vorige naar het nieuwe beleidsplan

13

1.1

Landelijke ontwikkelingen 2021-2024

13

3.1.1 Deel 1: het doel

24

1.1.1 Wet- en regelgeving schuldhulpverlening

13

3.1.2 Deel 2: het doen

24

1.1.2 Verkorting schuldhulpverleningstrajecten

13

Toegankelijk, begrijpelijk en bekend

24

1.1.3 Landelijke toename op problematiek armoede en schulden

14

Inwoners kennen de weg naar hulp

24

1.1.4 Terugbetaling coronalening voor ondernemers

14

Stress-sensitief werken

24

14

Stress onder kinderen

24

14

De gemeente als doorverwijzer

24

1.1.5 Pseudo-Msnp 1.2 Lokale resultaten Schuldhulpverlening 2021-2024

Van ambitie naar concrete actie: strategieën, acties en monitoren

23

3.1 Pijler 1: Kwalitatieve dienstverlening

23

1.2.1 Aanbesteding uitvoering curatieve schuldhulpverlening

14

Kwalitatief aanbod

25

1.2.2 Aansluiting bij Nederlandse Schuldhulproute

14

Kwartaaloverleggen met uitvoerders

25

1.2.3 Extra inzet op vroegsignalering

14

Landelijke normen en hulpmiddelen

25

1.2.4 Lessen op school

15

Aansluitende hulp

25

1.2.5 Inzet saneringskredieten

15

In kaart brengen van de behoeften

25

15

Samenwerking met ketenpartners: subsidies

25

1.3 Huidige context en impact op de gemeente Leidschendam-Voorburg

1.3.1 Basisdienstverlening Schuldhulpverlening

15

Samenwerking met ketenpartners: ketenpartneroverleggen

25

1.3.2 Korting op het gemeentefonds in 2026

15

Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind

25

1.3.3 Landelijk beleidsonderzoek schuldhulpverlening

15

3.2 Pijler 2: Preventie

26

1.3.4 Wijziging gedragscode NVVK

16

3.2.1 Deel 1: het doel

26

1.3.5 Landelijke aanpak geldzorgen, armoede en schulden 2022-2025

16

3.2.2 Deel 2: het doen

26

1.4 Lokale beleidscontext

17

Financiële educatie gericht op het ‘doen-vermogen’

26

1.4.1 Visie Sociale Basis

17

Begrijpelijke voorlichting bij kwetsbare momenten

27

1.4.2 Nieuw minimabeleid Iedereen Telt Mee

17

3.3 Pijler 3: Vroegsignalering

27

1.4.3 Nieuwe tool voor hulp bij geldzorgen

17

3.3.1 Deel 1: het doel

27

1.4.4 Mogelijkheden voor kwijtschelding

18

3.3.2 Deel 2: het doen

27

2.

Ambitie voor 2028

19

Vroegsignalering door schuldeisers

27

2.1 Deel 1: het doel

19

Signalen door maatschappelijk partners en werkgevers

28

19

Voorkomen uithuiszettingen

28

19

3.4 Pijler 4: Curatie en nazorg

28

2.1.1 Pijlers en strategieën

2.1.2 Doelen 2.2 Deel 2: het doen

19

3.4.1 Deel 1: het doel

29

3.4.2 Deel 2: het doen

29

2.2.1 Het bieden van een toegankelijk en aansluitend hulpaanbod

19

2.2.2 Gericht op het proactief aanpakken van betaalproblemen

20

Brede toegang: speciale aandacht voor ondernemers

29

2.2.3 Meetbaar maken van de ambitie

20

Passende oplossingen

29

2.2.4 Gezinnen met kinderen

20

Nazorg: duurzaam schuldenvrij

29

20

Kortere doorlooptijden bij curatie aan particulieren

30

Financiën en opvolging beleidsplan

30

2.3 Deel 3: het monitoren

2.3.1 Effecten van de doelen en acties

20

6

4.

7

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Inleiding: op weg naar alle inwoners schuldenvrij Een onverwachte inkomensterugval of een stijging in vaste lasten; door een ingrijpende gebeurtenis in de financiële problemen komen kan iedereen gebeuren. Veel problematische schulden worden veroorzaakt door onontkoombare gebeurtenissen. Denk aan ziekte, sterfgevallen, werkloosheid, ongevallen en echtscheiding. Gebrek aan financiële kennis speelt ook een belangrijke rol, samen met de verleiding van financieel riskante praktijken, zoals gokken en achteraf betalen. De impact van schulden op het leven is groot. Zo hebben mensen met geldzorgen vaker gezondheidsproblemen en moeite met deelnemen aan het sociale en maatschappelijke leven. Daarnaast zijn mensen met geldzorgen vaak een doelwit voor ondermijnende criminele praktijken. Het is moeilijk om zonder hulp uit de geldproblemen te komen. Daarom is een belangrijke wettelijke en maatschappelijke taak van de gemeente om aan inwoners schuldhulpverlening te bieden.

schuldhulp is niet iets uniek aan de gemeente. In 2023 waren er in heel Nederland namelijk meer dan 700.000 huishoudens met problematische schulden. Er waren dat jaar echter in totaal slechts 80.000 aanmeldingen voor hulp en advies, bij de organisaties aangesloten bij de grootste landelijke brancheorganisatie voor schuldhulp. Het komt vaak voor dat mensen het moeilijk vinden om hulp te vragen. De taboe rondom financiële problemen speelt hier een belangrijke rol in; mensen durven vaak geen hulp te vragen. Soms zien mensen ook door de bomen het bos niet meer. Dan weten ze niet wat ze moeten doen en laten ze problemen opstapelen. Ook zijn er veel inwoners die eerst proberen zelf hun situatie op te lossen, maar er later achter komen dat er meer nodig is dan wat zij zelf kunnen doen. Het is daarnaast belangrijk om te benoemen dat er inwoners zijn die volgens de wet uitgesloten zijn van gemeentelijke schuldhulp. Bijvoorbeeld inwoners die bij de gemeente fraude hebben gepleegd.

Ook in de gemeente Leidschendam-Voorburg hebben inwoners te maken met financiële problemen. In 2023 benaderden we 1.932 inwoners in het kader van vroegsignalering en waren er 164 aanmeldingen voor gemeentelijke schuldhulptrajecten. Waarschijnlijk is dit maar een deel van de huishoudens met financiële problemen aangezien dat jaar ongeveer 3.160 huishoudens in onze gemeente geregistreerde problematische schulden hadden. Dit blijkt uit cijfers van de WaarStaatJeGemeente. Er is sprake van een problematische schuld als ten minste één persoon uit het huishouden een minnelijk of wettelijk traject volgt, geregistreerd staat bij het BKR of een langdurige betaalachterstand heeft bij een overheidsinstantie of zorgverzekeraar. Kortgezegd is de regel dat een situatie waarin iemand niet realistisch gezien binnen 18 maanden de schuld kan afbetalen, een problematische schuldensituatie is.

Dit betekent echter niet dat alle inwoners met problematische schulden die niet in curatie zitten geen hulp ontvangen. Inwoners die gebruikmaken van het aanbod van maatschappelijke partners zijn namelijk niet in de 143 aanmeldingen opgenomen. Hoeveel inwoners dit zijn, is niet achterhaalbaar. Ook ondernemers die schuldhulp ontvangen voor hun bedrijfsschuld waar zij persoonlijk aansprakelijk voor zijn, zijn hier niet in opgenomen. “

De gemeente heeft een sleutelrol in het voorkomen, aanpakken en oplossen van financiële problemen. Ook de nazorg is een belangrijk onderdeel, waarbij het doel is duurzaam de schuldenproblemen op te lossen om terugval te voorkomen. De rol en verantwoordelijkheden van gemeenten staat in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daarin is vastgelegd dat gemeenten integrale schuldhulpverlening moeten aanbieden. Gemeenten hebben een mate van vrijheid in hoe zij schuldhulpverlening

“Toelichting: waarom het verschil tussen het aantal huishoudens met problematische schulden en het aantal aanmeldingen zo groot is Dat we helaas een groot deel van inwoners met problemen niet terugzien in curatieve

8

9

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

organiseren en beschrijven dit in een beleidsplan. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg betreft dit het voorliggende beleidsplan Schuldhulpverlening. Het beleid staat niet op zichzelf. Het valt onder het Sociaal Kompas en de Visie op de Sociale Basis. Dit zijn beide documenten die gemeentelijke de visie en koers voor het sociale domein omschrijven, en centreren zich rondom het ondersteunen van inwoners bij het versterken van hun eigen kracht. Het beleidsplan is daarnaast nauw verbonden met andere beleidsterreinen. Er is namelijk (bijna) altijd samenhang tussen schuldenproblematiek en problemen op andere levensterreinen, zoals gezondheid, welzijn, werk en opvoeding. Deze samenhang maakt integraal werken noodzakelijk. Dit beleidsplan bevat daarom oplossingen met raakvlakken met gebieden als Wonen, Laaggeletterdheid, Armoede en Huiselijk Geweld.

-

Vroegsignalering: het bieden van hulp aan inwoners met betaalachterstanden voordat er sprake is van problematische schuld.

Sinds 2021 heeft de gemeente de wettelijke taak om signalen over betalingsachterstanden te registreren en inwoners actief hulp te bieden. Het gaat om betalingsachterstanden bij de eerste levensbehoeften (zoals huur en energie). Zo voorkomen we dat een betalingsachterstand uitgroeit tot een problematische schuld. In de gemeente Leidschendam-Voorburg voert welzijnsorganisatie Kwadraad vroegsignalering uit onder de naam Vroeg Eropaf. Het accepteren van de hulp is vrijblijvend. De gemeente heeft als doel dat meer mensen het hulpaanbod van Vroeg Eropaf accepteren. -

Wij realiseren ons dat we deze uitdaging niet alleen kunnen aanpakken. Daarom werken we intensief samen met verschillende partners en lokale (vrijwilligers)organisaties. Zo werkt de gemeente nauw samen met welzijnsorganisaties als Kwadraad en Woej, en met stichting Armin-Arm die Schuldhulpmaatjes organiseert. De organisaties helpen inwoners met vragen, zorgen en hulp bij bijvoorbeeld administratie en budgetteren. Ook op nationaal niveau dragen we bij aan de verbetering van schuldhulpverlening. Dat doen we in samenwerking met organisaties als de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). Deze gezamenlijke aanpak stelt ons in staat om het aantal inwoners met schulden effectief terug te dringen. Koers van dit beleidsplan Dit beleidsplan richt zich op alle onderdelen van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Dat zijn: Preventie: het voorkomen van schuldenproblemen (bijvoorbeeld door voorlichting op school).

Curatie en nazorg: het bieden van stabilisatie en oplossingen door middel van schuldhulpverleningstrajecten waarbij een schuldhulpverlener probeert een schuldregeling te treffen met de schuldeisers (minnelijk traject). Als schuldeisers niet akkoord gaan en het niet mogelijk is dat de rechter hen tot een minnelijk traject dwingt (dwangakkoord), volgt een traject op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (wettelijk traject). Met hulp na het traject proberen we inwoners te helpen om nieuwe problemen te voorkomen. We bieden coaching en inwoners kunnen ook na hun traject contact opnemen met hun schuldhulpverlener als zij weer vragen of zorgen hebben. Namens de gemeente Leidschendam-Voorburg voert Kredietbank Nederland curatie en nazorg uit voor particuliere inwoners. Voor ondernemers is Zuidweg & Partners de uitvoerder.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

• Hoofdstuk 2 – Ambitie voor 2028 In dit hoofdstuk beschrijven we het perspectief van waaruit dit beleidsplan is opgesteld. Ook zetten we uiteen hoe we de kwaliteit bewaken door middel van monitoring. • Hoofdstuk 3 – Van ambitie naar concrete actie: strategieën, acties en monitoren Dit hoofdstuk gaat over de strategieën en het activiteitenplan waarmee we aan de ambitie werken. Daarnaast is er aandacht voor de monitoring van de strategieën. • Hoofdstuk 4 – Financiën en verantwoording In dit hoofdstuk staat een kostenoverzicht van de verschillende onderdelen van schuldhulpverlening.

leidsplan toegelicht. Het beleidsplan omschrijft daarnaast hoe de gemeente op deze onderdelen inzet op monitoring en sturing, stress-sensitieve dienstverlening en samenwerking met betrokken organisaties (ketenpartners). Leeswijzer Een compact overzicht van alle belangrijke elementen van dit beleidsplan vindt u in het raamwerk op de eerste pagina (actieoverzicht). Hierin staan de ambitie, doelstellingen, strategieën en de manier van monitoring. Ook de acties voor 2025 zijn hierin opgenomen. Dit raamwerk is een middel om voortgang en focus te bewaren op de uitvoering. Dit beleidsplan geeft u meer achtergrondinformatie en uitleg over de gemaakte keuzes. De opbouw van het beleidsplan is als volgt: • Hoofdstuk 1 – Van het vorige naar het nieuwe beleidsplan Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de resultaten van de vorige beleidsperiode. Daarnaast staan er de meest belangrijke ontwikkelingen waar de gemeente bij de uitvoering in de vorige beleidsperiode mee te maken had. Tot slot schetst het hoofdstuk de context van de komende beleidsperiode met een overzicht van huidige en aankomende ontwikkelingen.

Sinds 1 juli 2023 geldt dat een schuldhulpverleningstraject 18 maanden duurt. Daarvoor was dit 36 maanden. Dit is wettelijk bepaald. Dat betekent dat de duur van het schuldhulpverleningstraject is gehalveerd en dat de inwoner sneller schuldvrij is. Tegelijkertijd betekent dit dat de inwoner voor kortere duur ondersteuning krijgt. Dit kan leiden tot een groter risico op terugval. Goede nazorg is daarom belangrijk. De effecten worden duidelijk in de loop van 2025, wanneer de eerste trajecten die startten met deze nieuwe termijn in afrondende fasen zitten. De bovenstaande onderdelen vertalen zich naar verschillende acties en initiatieven. Die voert de gemeente uit voor zowel particulieren als ondernemers die in de gemeente wonen. De verschillende acties worden verder in dit be-

Preventie zorgt ervoor dat inwoners de informatie hebben om schuldenproblemen te voorkomen en om vroegtijdig hulp en advies te vinden. De gemeente constateert dat in een veel gevallen waarbij al sprake is van schuld, die had kunnen worden voorkomen met financiële voorlichting. Bijvoorbeeld voorlichting over het belang van spaargeld. Preventie is dus een belangrijk onderdeel waarmee we de inwoner veel stress kunnen besparen.

10

11

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

1. Van het vorige naar het nieuwe beleidsplan Dit beleidsplan is een opvolging van het beleidsplan Schuldhulpverlening Leidschendam-Voorburg 2021-2024. Beide beleidsplannen hebben hetzelfde doel: dat meer inwoners van de gemeente Leidschendam-Voorburg duurzaam schuldenvrij zijn. De gemeente en betrokken organisaties zetten zich de afgelopen beleidsperiode hard in om de acties uit het actieplan uit te voeren om dit doel te kunnen bereiken. Tegelijkertijd waren er veranderingen in het landschap door nieuwe wetten en andere (landelijke) ontwikkelingen. Ook voor de komende beleidsperiode worden impactvolle veranderingen verwacht. Dit hoofdstuk bevat een overzicht van zowel belangrijke ontwikkelingen en resultaten uit de vorige beleidsperiode, als een overzicht van recente en aankomende ontwikkelingen die de context van het voorliggende beleidsplan schetsen.

1.1 Landelijke ontwikkelingen 2021-2024 1.1.1 Wet- en regelgeving schuldhulpverlening In 2018 introduceerde het Rijk de Brede Schuldenaanpak om armoede en schuldenproblematiek aan te pakken en te voorkomen. Daarvoor zette zij verschillende maatregelen in, waaronder het wijzigen van een aantal belangrijke wetten over schuldhulpverlening. In 2021 wijzigde de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), die de verplichtingen en verantwoordelijkheden van gemeenten bij het bieden van hulp aan inwoners met schulden vastlegt. Door deze wijziging werd vroegsignalering een wettelijke taak, wat betekent dat gemeenten betalingsachterstanden actief moeten signaleren en inwoners, inclusief ondernemers, eerder hulp moeten aanbieden. Daarnaast werd verduidelijkt dat ondernemers die persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schulden van hun bedrijf niet langer onder het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) vallen, maar onder de Wgs. Hierdoor hebben zij sneller en breder toegang tot gemeentelijke schuldhulpverlening, waarbij zowel hun zakelijke als privéfinanciën integraal worden aangepakt. Deze wijzigingen helpen ondernemers eerder uit financiële problemen te komen en

12

voorkomen dat schulden verder escaleren. In 2021 trad de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet in werking. Deze wet regelt dat inwoners bij loonbeslag of verrekening een minimaal bedrag overhouden om van te kunnen leven, zodat hun basisbehoeften, zoals huur, voedsel en energie, gegarandeerd zijn. De berekening van de beslagvrije voet is vereenvoudigd en wordt nu automatisch vastgesteld op basis van gegevens uit overheidsregisters, zoals de Belastingdienst en het UWV. Hierdoor hoeven mensen minder zelf aan te leveren, wordt het risico op fouten verkleind en blijft hun bestaansminimum beter beschermd. Dit helpt inwoners om financiële stabiliteit te behouden en voorkomt verdere escalatie van schulden. Tot slot kregen gemeenten in 2021 zogenoemd adviesrecht bij schuldenbewind. Dat houdt in dat wanneer een rechter bij een inwoner schuldenbewind instelt, gemeenten de mogelijkheid hebben om de rechter te adviseren om een andere (minder ingrijpende) maatregel te treffen. 1.1.2 Verkorting schuldhulpverleningstrajecten De wijziging van de Faillissementswet per 1 juli 2023 heeft de looptijd van schuldhulpverleningstrajecten aanzienlijk verkort. Waar schuldhulpverleningstrajecten voorheen een standaardduur van 36 maanden hadden, is deze looptijd teruggebracht naar 18 maanden.

De belangrijkste aanleiding hiervoor was het streven om schuldenaren sneller perspectief te bieden op een schuldenvrije toekomst. Langere trajecten van 3 jaar werden vaak als te zwaar en belastend ervaren, zowel voor schuldenaren als voor schuldeisers, wat leidde tot stagnatie en demotivatie bij betrokkenen. Met de verkorting wordt de doorstroom naar de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Wsnp) verbeterd, waardoor trajecten beter aansluiten op de minnelijke schuldhulpverlening. Daarnaast sluit deze aanpassing aan bij Europese richtlijnen die een kortere saneringsduur aanbevelen. De wijziging beoogt niet alleen schuldenaren sneller te helpen, maar ook de maatschappelijke en financiële gevolgen van langdurige schulden

13

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

te verminderen. De kortere looptijd zorgt bovendien voor minder administratieve lasten en een efficiëntere schuldhulpverlening, waarmee inwoners sneller zicht krijgen op een stabiele en schuldenvrije toekomst. 1.1.3 Landelijke toename op problematiek armoede en schulden In de periode 2021-2024 was er sprake van een toename van het aantal huishoudens in Nederland met problematische schulden. In 2021 had 7,7% van de huishoudens in Nederland problematische schulden. In 2023 steeg dit naar 8,8%. In Leidschendam-Voorburg was in deze periode ook sprake van een stijging: van 7,5% naar 8,4%. 1.1.4 Terugbetaling coronalening voor ondernemers In maart 2020 voerde het Rijk de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) in. Dit was onderdeel van een pakket aan maatregelen voor ondernemers tijdens de coronapandemie. De TOZO bestond uit twee onderdelen: inkomensondersteuning voor ondernemers en een lening voor bedrijfskapitaal. Vanaf juli 2022 begon voor alle ondernemers die de lening ontvingen de aflossing. De aflossingsperiode is zes jaar vanaf het moment dat de ondernemer de lening ontving. Indien ondernemers uit de gemeente Leidschendam-Voorburg problemen hebben om de lening terug te betalen, kunnen zij terecht bij maatschappelijke partners zoals het Ondernemersklankbord voor hulp en advies.

Als ondernemers de lening niet zelf terug kunnen betalen, kunnen zij terecht bij Zuidweg & Partners voor curatieve schuldhulpverlening. 1.1.5 Pseudo-Msnp Naar aanleiding van de kindertoeslagaffaire heeft de Belastingdienst verschillende onderzoeken ingesteld om te controleren of vergelijkbare fouten elders zijn gemaakt. Uit 1 van de onderzoeken bleek dat de Belastingdienst in de periode van januari 2012 tot april 2021 onterecht verzoeken afwees voor minnelijke schuldhulptrajecten (ook wel Msnp-traject genoemd). Landelijk gaat het om ongeveer 4.500 personen. Het grootste deel van deze mensen vond na de afwijzing een andere oplossing voor hun problematische schulden, zoals een wettelijk schuldhulptraject. Er zijn landelijk naar schatting echter nog 500 personen die na hun aanvraag bij de Belastingdienst geen alternatieve oplossing vonden. De Belastingdienst werkt aan herstel- en tegemoetkomingsbeleid. De daarvoor benodigde wet- en

regelgeving gaat naar verwachting in 2025 van kracht. De Belastingdienst kan het beleid niet uitvoeren zonder deze grondslagen. Dat betekent dat de geraakte inwoners moeten wachten op een oplossing. Om die reden willen gemeenten een stap vooruit zetten door deze inwoners, in afwachting van de nieuwe wet- en regelgeving, een schuldhulpverleningstraject te bieden. Dit traject wordt pseudo-Msnp genoemd. De gemeente Leidschendam-Voorburg onderzoekt of er inwoners zijn die tot deze groep behoren. Indien dat het geval is, biedt de gemeente hen pseudo-Msnp aan.

1.2 Lokale resultaten Schuldhulpverlening 2021-2024 1.2.1 Aanbesteding uitvoering curatieve schuldhulpverlening In 2020 startte de aanbesteding voor de uitvoering van curatieve schuldhulpverlening. Het eindresultaat was een samenwerking met Kredietbank Nederland voor particuliere schuldhulpverlening en Zuidweg & Partners voor ondernemers. Het aanbestedingstraject was intensief, omdat de gemeente zorgvuldig opzoek ging naar de juiste partners. Per juni 2021 gingen de overeenkomsten met de nieuwe uitvoeringspartners in. 1.2.2 Aansluiting bij Nederlandse Schuldhulproute Het landelijke aanbod van schuldhulpverlening is een lappendeken, waardoor de juiste hulp vinden niet altijd eenvoudig is. In onze gemeente is dit niet anders. Om de versnippering aan te pakken is de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) opgericht. De NSR laat mensen met (dreigende) problematische schulden zien welke hulp ze kunnen krijgen. In 2021 sloot de gemeente Leidschendam-Voorburg aan bij de NSR. Onderdeel van deze deelname is de online tool Geldfit. Deze kunnen inwoners en hulpverleners zelf gebruiken door de Geldfit-test in te vullen, waarna zij een gepersonaliseerd overzicht van het hulpaanbod in de buurt ontvangen. 1.2.3 Extra inzet op vroegsignalering De eerdergenoemde landelijke toename van schuldenproblemen in de periode 2021-2024 was ook in Leidschendam-Voorburg voelbaar.

Om die reden zette de gemeente sterk in op schuldhulpverlening, met name op vroegsignalering. Vanaf 2023 vergrootte de gemeente de inzet op vroegsignalering van 1 FTE naar 3,06 FTE.

14

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

1.2.4 Lessen op school Het bureau Diversion biedt middelbare en mbo-scholen in opdracht van de gemeente het gratis lessentraject ‘Moneyways’ over omgaan met geld en financiële problemen. In de vorige beleidsperiode waren er twee scholen die met dit traject aan de slag gingen. De gemeente blijft in de komende beleidsperiode voorlichting aanbieden.

doorgaat. In 2021 besloot de regering om vanaf 2026 te korten op het gemeentefonds. Hiermee dreigt er een groot financieel gat te vallen voor alle gemeenten vanaf 2026. Als het Rijk deze plannen doorzet, kan dat gevolgen hebben voor de uitvoering van dit beleidsplan en al het andere beleid van de gemeente Leidschendam-Voorburg. De verwachting is dat de plannen doorgaan. Daarom kiest de gemeente voor een realistische, budgettair neutrale inzet. Om onze doelen te bereiken, zoeken we constant naar manieren om onze middelen efficiënter in te zetten.

1.2.5 Inzet saneringskredieten In het vorige beleidsplan Schuldhulpverlening stond het doel om de inzet van saneringskredieten te verkennen. Een saneringskrediet is een vorm van curatieve schuldhulpverlening waarbij de schuldhulpverlener de inwoner krediet verstrekt en de verantwoordelijkheden richting de schuldeisers op zich neemt. Inmiddels maakt de gemeente gebruik van deze vorm van hulp. Het doel is om zo veel als mogelijk saneringskredieten in te zetten.

1.3.3 Landelijk beleidsonderzoek schuldhulpverlening In juni 2024 verstuurde de minister van Armoedebeleid, Participatie en Pension aan de Tweede Kamer de resultaten van het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) Problematische Schulden. Dit onderzoek werd uitgevoerd om knelpunten in de huidige schuldhulpverlening te identificeren en oplossingen aan te dragen om mensen met schulden sneller en effectiever te helpen. De rapportage van dit onderzoek bevat aanbevelingen aan het Rijk die zich richten op onder andere versterkte vroegsignalering, betere samenwerking tussen schuldhulpverleners, en de inzet van innovatieve oplossingen, zoals digitalisering en een pauzeknop voor incasso-activiteiten. Op 11 oktober 2024 bracht het kabinet een officiële reactie uit op het onderzoek. De reactie bevat plannen en richtingen die het Rijk de komende jaren concretiseert. Belangrijke onderdelen uit de kabinetsreactie zijn:

1.3 Huidige context en impact op de gemeente Leidschendam-Voorburg 1.3.1 Basisdienstverlening Schuldhulpverlening In maart 2024 werd het plan Basisdienstverlening Schuldhulpverlening ondertekend door de Vereniging van Nederlandse Gemeente en landelijke partijen op het gebied van schuldhulpverlening en het sociaal domein. Het plan is een reactie op constateringen van onder meer de Nationale Ombudsman dat de toegankelijkheid van schuldhulpverlening sterk verschilt per gemeente. Het doel is daarom om de basisdienstverlening in alle gemeenten gelijk te trekken. Onder de basisdienstverlening valt onder andere een hulpaanbod dat toegespitst is op verschillende doelgroepen. Ook het standaard aanbieden van een saneringskrediet met een aflostermijn van 18 maanden en het bieden van begeleiding en nazorg zijn onderdeel van de basisdienstverlening. De dienstverlening van de gemeente Leidschendam-Voorburg voldoet al aan elementen uit het plan, zoals het gebruik van een registratiesysteem om samenwerking tussen betrokken partijen te versterken. Het kabinet werkt de basisdienstverlening verder uit samen met de VNG en NVVK. De gemeente Leidschendam-Voorburg zal de lijnen volgen die daaruit voortkomen.

• De aankondiging van het Nationaal programma Armoede en Schulden. Dit programma moet zorgen voor een betere samenwerking tussen de verschillende ministeries op dit onderwerp. Verdere informatie vanuit het Rijk over de uitwerking van dit programma volgt in de loop van 2025. • Het Rijk zal zogenoemde ‘koop-nu-betaallater’-diensten reguleren. • Er wordt een kwaliteitskader ontwikkeld voor gemeenten, zodat schuldhulp overal effectief wordt uitgevoerd. • Het Rijk ontwikkelt samen met partners tot een ontwikkelagenda voor een integraal schuldenoverzicht om mensen met schulden beter inzicht en grip te bieden. Nadere informatie hierover vanuit het Rijk volgt in de eerste helft van 2025. • Het Rijk onderzoekt de mogelijkheden voor

1.3.2 Korting op het gemeentefonds in 2026 Gemeenten ontvangen van het Rijk geld uit het zogenoemde Gemeentefonds om hun taken uit te voeren. Momenteel wordt dit geregeld in een financieel systeem dat tot en met 2025

15

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

een gecoördineerde aanpak van schulden. In het voorjaar van 2025 komt hierover vanuit het Rijk een beleidsnotitie. • Bij de verdere uitwerking van de basisdienstverlening neemt het Rijk de volgende aanbevelingen uit het IBO mee: - Gemeenten ondersteunen bij het verbeteren van de toegang tot hulp bij lichte geldzorgen; - Maximale doorlooptijden, zodat inwoners niet onnodig lang in een schuldhulptraject hoeven te zitten; - Het reguleren van de reactietijd van schuldeisers op het voorstel van de schuldhulpverlener, middels een wet Schuldregelingen; - Het eerdergenoemde integraal schuldenoverzicht. • In 2025 presenteert het Rijk de evaluatie van de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening van 2021. Op basis van de evaluatie zal het Rijk voortbouwen op vroegsignalering en komt zij met een Verbeterplan Vroegsignalering voor gemeenten. Voor de verbetering van vroegsignalering zal het Rijk jaarlijks €20 miljoen reserveren. • In het eerste kwartaal van 2025 presenteert het Rijk de resultaten van de impactanalyse van de wijziging van de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Door deze wijziging duren schuldhulptraject 18 maanden in plaats van 36 maanden. Het Rijk neemt de resultaten mee bij de verdere ontwikkeling van schuldhulpverlening.

• Er komt een integrale aanpak voor kwetsbare gezinnen die in armoede leven vanuit de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Volksgezondheid Welzijn en Sport, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Justitie en Veiligheid, en Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties.

lening in Nederland. De NVVK ondersteunt en vertegenwoordigt aangesloten organisaties, zoals kredietbanken en gemeentelijke schuldhulpverleners, en bevordert de kwaliteit en effectiviteit van de schuldhulpverlening. Dit doen ze onder andere met een kennisbank en de ontwikkeling van richtlijnen. De NVVK-gedragscode is een richtlijn die door de leden van de NVVK wordt gehanteerd om ervoor te zorgen dat de schuldhulpverlening op een professionele en eenduidige manier wordt uitgevoerd. De gedragscode beschrijft onder andere de minimale eisen voor schuldhulpverlening, de communicatie met schuldenaren en schuldeisers, en de procedures rondom schuldregeling. Kredietbank Nederland, onze samenwerkingspartner, hanteert deze gedragscode. Op 1 juli 2024 is de NVVK-gedragscode gewijzigd, met onder andere een aanpassing in de berekening van de afloscapaciteit bij een voorstel tot finale kwijting. Voorheen werd de afloscapaciteit berekend op basis van de beslagvrije voet, het minimale bedrag dat iemand moet overhouden om van te kunnen leven. De nieuwe berekening is aangescherpt, waarbij het Vrij Te Laten Bedrag (VTLB) als ondergrens wordt gebruikt om te bepalen hoeveel afloscapaciteit iemand heeft. Dit betekent dat, wanneer de berekening van de VTLB geen ruimte voor aflossing laat, een nul-aanbod wordt gedaan aan schuldeisers.

Dit kan schuldeisers minder bereid maken om akkoord te gaan met een regeling, omdat zij geen concreet financieel aanbod krijgen, maar slechts een toezegging voor begeleiding. Hierdoor wordt schuldeisers gevraagd om in te stemmen zonder direct geld te ontvangen, wat de kans vergroot dat zij weigeren. Dit kan invloed hebben op de mogelijkheden voor inwoners om een schuldenregeling aan te gaan. Kredietbank Nederland blijft daarom in gesprek met de NVVK en het ministerie om te zorgen dat deze wijziging geen onnodige belemmering vormt voor inwoners die hulp nodig hebben.

Deze punten zijn geformuleerd zodat gemeenten effectievere schuldhulpverlening bieden aan hun inwoners. Concreet betekent dit voor de gemeente Leidschendam-Voorburg dat wij de komende beleidsperiode de in de kabinetsreactie genoemde ontwikkelingen volgen. Wanneer de nieuwe plannen beschikbaar zijn, passen wij onze aanpak en voorzieningen daarop aan. Zo zorgen we dat we altijd voldoen aan de landelijke kwaliteitsstandaarden.

Het is voor de gemeente Leidschendam-Voorburg essentieel om in te blijven zetten op effectieve vroegsignalering en preventieve maatregelen, zodat inwoners met schulden tijdig hulp krijgen en voorkomen kan worden dat hun financiële situatie verder verslechtert.

1.3.4 Wijziging gedragscode NVVK De Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) is de grootste branchevereniging voor schuldhulpverlening en financiële dienstver-

1.3.5 Landelijke aanpak geldzorgen, armoede en schulden 2022-2025 De landelijke Aanpak geldzorgen, armoede en schulden 2022-2025 is een programma

16

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

van de Rijksoverheid dat gericht is op het vergroten van de financiële weerbaarheid van huishoudens en het verminderen van armoede en schulden. Het doel van deze aanpak is om tegen 2030 het aantal mensen dat in armoede leeft en het aantal huishoudens met problematische schulden te halveren. De aanpak bestaat uit een reeks maatregelen die tussen 2022 en 2025 worden geïmplementeerd, zoals beschreven in het implementatieplan dat op 18 november 2022 werd gepresenteerd. Dit plan omvat samenwerking met gemeenten, vroegsignalering en maatwerkondersteuning voor kwetsbare doelgroepen. De belangrijkste onderdelen van het implementatieplan zijn: • Vroegsignalering van betalingsachterstanden: gemeenten werken intensiever samen met energiebedrijven, woningcorporaties en zorgverzekeraars om betalingsachterstanden vroegtijdig te signaleren en sneller hulp te bieden. Dit voorkomt dat kleine betalingsproblemen uitgroeien tot problematische schulden. • Sociale incasso: betere incassopraktijken moeten ervoor zorgen dat inwoners met schulden op een mensgerichte manier worden benaderd. Dit betekent minder stapeling van kosten en snellere oplossingen. • Saneringskredieten: Gemeenten moeten actief saneringskredieten aanbieden. Hiermee worden schulden samengevoegd tot één overzichtelijke lening, waardoor inwoners eenvoudiger en sneller hun schulden kunnen aflossen.

• Schuldenpauzeknop: de invoering van een schuldenpauzeknop biedt inwoners de mogelijkheid om hun schulden tijdelijk te pauzeren. Dit geeft ruimte om oplossingen te vinden zonder de directe druk van schuldeisers. • Registratie van en toezicht op incassobureaus: er wordt nieuwe landelijke regelgeving ingevoerd om incassobureaus te registreren en onder toezicht te stellen. Dit helpt om agressieve incassopraktijken tegen te gaan en biedt betere bescherming aan inwoners met schulden. • Digitalisering van schuldhulpverlening: er wordt verder ingezet op digitalisering, waardoor inwoners via online tools sneller toegang krijgen tot begeleiding en advies. In Leidschendam-Voorburg hebben we al nauwe samenwerkingen voor vroegsignalering en welzijnsorganisatie Kwadraad zich hard in om meer en effectiever inwoners te bereiken. De Kredietbank heeft van de gemeente de op-

dracht gekregen om in alle mogelijke gevallen saneringskredieten in te zetten. Wanneer we geld in- of terugvorderen (bijvoorbeeld lokale belastingen of wanneer iemand ontvangen middelen moet terugbetalen), doen we dit vanuit de principes van de menselijke maat en stressbestendigheid. Daarnaast hebben de inwoner van Leidschendam-Voorburg vanwege de inzet van Geldfit online snelle toegang tot advies op basis van hun persoonlijke situaties.

1.4 Lokale beleidscontext 1.4.1 Visie Sociale Basis In november 2024 stelde de gemeenteraad de Visie Sociale Basis Leidschendam-Voorburg vast. Deze visie omschrijft hoe het lokale stelsel van vrij toegankelijke ondersteuning en de wijze waarop de gemeente op deze ondersteuning zal sturen. Alle beleidsplannen van de gemeente vallen onder deze visie – ook dit beleidsplan Schuldhulpverlening. Onder ‘vrij toegankelijke ondersteuning’ verstaan we hulp waar iedereen gebruik van kan maken. Bij schuldhulpverlening gaat het dan om preventieve voorzieningen, zoals de PING-loketten en de voorzieningen van maatschappelijke partners. 1.4.2 Nieuw minimabeleid Iedereen Telt Mee In 2024 stelde de raad het dynamische minimabeleid ‘Iedereen Telt Mee’ vast. Hierin presenteert de gemeente haar plannen voor het ondersteunen van inwoners die in armoede leven. Het doel van het beleid is dat iedereen, ongeacht inkomen, mee kan doen in de samenleving. En om, ten opzichte van het vorige beleid, meer inwoners te bereiken. De gemeente werkt naar dit doel door bijvoorbeeld digitale middelen zoals laptops te vergoeden en kinderen te ondersteunen met een vergoeding voor schoolspullen en kleding. In het minimabeleid hebben we speciale aandacht voor inwoners die door schulden een besteedbaar inkomen hebben onder de bijstandsnorm.

Het minimabeleidsplan en dit voorliggende beleidsplan Schuldhulpverlening vormen samen de gemeentelijke aanpak voor hulp bij geldzorgen. 1.4.3 Nieuwe tool voor hulp bij geldzorgen Onderdeel van het minimabeleid Iedereen Telt Mee is een nieuwe tool voor inwoners met geldzorgen. Hiermee kunnen inwoners zelf en laagdrempelig opzoeken welke landelijke en lokale voorzieningen er zijn voor mensen met een laag inkomen en geldproblemen. Hiermee

17

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

is dit ook een belangrijke ontwikkeling voor het schuldhulpverleningsbeleid. In 2025 besluit het college welke tool dit zal zijn. In de tussentijd is in ieder geval Geldfit beschikbaar.

inwoners in een curatief traject mogelijk dat zij niets of weinig hoeven terug te betalen. Dat is mogelijk als de afloscapaciteit uitkomt op nul euro. Dit houdt in dat de berekening van het bedrag dat de inwoner kan terugbetalen, uitkomt op nul. Tot slot liep tot 2024 een pilot in Leidschendam-Noord met het jongeren perspectieffonds. Dit is een schuldhulptraject speciaal voor jongeren. De gemeente neemt dan afloscapaciteit van de jongeren over in ruil voor een maatschappelijke tegenprestatie. Dit werkt in feite als een kwijtschelding.

1.4.4 Mogelijkheden voor kwijtschelding In de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn kwijtschelding en vergelijkbare opties in sommige gevallen mogelijk. Voor gemeentelijke belastingen biedt de gemeente kwijtschelding voor mensen met een inkomen op of onder het bijstandsniveau en met weinig of geen vermogen. Daarnaast is het voor sommige

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

2. Ambitie voor 2028 De ambitie van dit beleidsplan luidt:

volgens landelijke standaarden. De pijlers bevatten vervolgens een vertakking naar de specifieke onderdelen waar de gemeente zich in schuldhulpverlening op richt.

Meer inwoners van de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn duurzaam schuldenvrij door het bieden van een toegankelijk, slim en efficiënt aansluitend hulpaanbod gericht op het proactief aanpakken van betaalproblemen, waarbij een nauwe samenwerking bestaat met (maatschappelijk) partners.

Op de pijlers voeren we strategieën. Strategieën omschrijven hoe de gemeente zal inzetten op de specifieke onderwerpen. 2.1.2 Doelen Waar de strategie omschrijft hoe we op de verschillende onderwerpen inzetten, omschrijven de doelen wat we daarmee willen bereiken. Samen dragen de doelen bij aan het bereiken van de ambitie dat iedere inwoner de mogelijkheid krijgt om een toekomst met perspectief op te bouwen.

Daarbij geldt dat: • Duurzaam betekent dat inwoners niet meer terugvallen in schuldenproblemen; • Toegankelijk inhoudt dat de hulp voor iedereen beschikbaar en begrijpelijk is; • Slim en efficiënt betekent dat we de beschikbare middelen strategisch inzetten zodat we meer inwoners kunnen bereiken binnen het budget; • Aansluitend betekent dat er voor ieder probleem hulp is door middel van maatwerk, en dat als meer hulp nodig is, de inwoner eenvoudig wordt doorverwezen; • Proactief inhoudt dat we door middel van voorlichting hulp bieden nog voordat problemen ontstaan.

2.2 Deel 2: het doen 2.2.1 Het bieden van een toegankelijk en aansluitend hulp Om financiële problemen te voorkomen, is het belangrijk dat iedereen kennis heeft over wat zij kunnen doen om financiële zelfredzaamheid te vergroten en schulden te voorkomen. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat jongeren op school al les krijgen over het opbouwen van een financiële buffer en de risico’s van achteraf betalen of online gokken. En dat startende ondernemers kennis hebben over de kosten en risico’s van hun bedrijf. Voor inwoners die hulp nodig hebben, is het belangrijk dat zij weten waar ze terecht kunnen binnen de gemeente en dat ze snel en gepast geholpen worden. Het schuldhulpverleningslandschap is echter groot en kan zonder informatie of begeleiding complex zijn. Met online tools helpen we inwoners, zodat zij op basis van hun hulpvraag een overzicht ontvangen van het hulpaanbod. Veel inwoners hebben echter nog geen kennis van deze tool en al het aanbod. Daarom gaan we slimmer gebruik maken van vindplaatsen (zoals scholen en sportverenigingen) en aansluiten bij lifeevents (belangrijke gebeurtenissen, zoals 18 worden, een echtscheiding of een geboorte) om inwoners snel te bereiken en door te leiden naar passend aanbod.

We hebben de ambitie geformuleerd als ‘doel door doen’. Hieronder leggen we uit wat we doen om het doel te bereiken. Ook laten we zien hoe we de ambitie hebben vertaald in meetbare doelen. Tot slot geven we aan hoe we die doelen monitoren. Op basis hiervan weten we aan het eind van de beleidsperiode of de ambitie daadwerkelijk behaald is.

2.1 Deel 1: het doel 2.1.1 Pijlers en Strategieën De ambitie is middels pijlers ingedeeld in onderdelen van de gemeentelijke dienstverlening. Dit is te zien in het actieoverzicht aan het begin van dit beleidsplan. Drie pijlers richten zich op de drie onderdelen van gemeentelijke schuldhulpverlening, namelijk Preventie, Vroegsignalering, en Curatie en Nazorg. Daarnaast is er de overkoepelende pijler Kwalitatieve Dienstverlening. Deze pijler heeft betrekking op het ervoor zorgen dat de hulp die de gemeente biedt effectief is en

18

We willen een toegankelijke en aansluitende hulpverlening bieden waar vooral vanuit

19

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

oplossingen en maatwerk wordt gedacht. Waarin met ketenpartners, vrijwilligers en schuldeisers wordt samengewerkt om elkaar te versterken. Zo voorkomen we dat inwoners tussen wal en schip vallen en zorgen we dat zij snel op de juiste plek terechtkomen. Een warme overdracht van de inwoner tussen organisaties is hierin essentieel. 2.2.2 Gericht op het proactief aanpakken van betaalproblemen De focus dit beleidsplan ligt op vroege signalering, het voorkomen van problemen en snelle hulp. We bereiken een grote groep inwoners met financiële problemen echter (nog) niet. Hierdoor kunnen hun beginnende schulden oplopen tot problematische schulden. Om dit te voorkomen gaan we vroeg op signalen af met het programma Vroeg Eropaf dat wordt uitgevoerd door welzijnsorganisatie Kwadraad. Daarbij bieden we proactief hulp bij signalen van betaalproblemen. De signalen krijgen we binnen van leveranciers van de 1ste levensbehoeften, zoals verhuurders en nutsbedrijven. 2.2.3 Meetbaar maken van de ambitie We willen aan het einde van de beleidsperiode weten of we doelen zijn behaald. Maar ook tussendoor willen we weten of we op koers liggen. Hiervoor is de ambitie vertaald naar meetbare doelen voor zowel het ‘doel-gedeelte’ als het ‘doen-gedeelte’. Het beleidsplan Schuldhulpverlening is een dynamisch beleidsplan.

Dat houdt in dat we monitoren, zodat we de acties tussentijds kunnen aanpassen als dat nodig is. We moeten kunnen controleren of het ‘doen’ ons wel bij het ‘doel’ brengt. 2.2.4 Gezinnen met kinderen Kinderen die in armoede opgroeien, lopen een verhoogd risico op geldproblemen later als volwassene. UNICEF Nederland geeft daarnaast aan dat geldproblemen in gezinnen kunnen leiden tot zaken als psychische problemen bij ouders én kinderen, een grotere kans op kindermishandeling door stress bij ouders, en meer kans op criminaliteit bij jongeren. Schulden- en armoedeproblemen zijn dan ook bekende oorzaken voor jeugdzorgproblematiek. Dit komt door de hevige stress die geldproblemen en bijvoorbeeld het risico op uithuiszetting vaak met zich meebrengen. Met de inzet van de gemeente op goede, duurzame schuldhulpverlening zetten we dus ook

direct in op het oplossen van een belangrijk probleem dat veel jeugdzorggevallen (mede) veroorzaakt. Het is voor de gemeente daarom van groot belang dat wij gezinnen met geldproblemen voldoende ondersteunen. Er is een breed netwerk aan voorzieningen en hulp voor iedere inwoner met geldproblemen. Daarop aansluitend heeft de gemeente ook speciale aandacht voor de doelgroep ‘gezinnen met kinderen’: • In 2026 gaat de nieuwe subsidiesystematiek van de gemeente Leidschendam-Voorburg in voor subsidies in het sociale domein. Hierin is voor schuldhulpverlening speciale aandacht voor specifieke doelgroepen, waaronder gezinnen met kinderen. • Voor gezinnen met kinderen die met een laag inkomen rond moeten komen, biedt de gemeente de tegemoetkoming voor huishoudens met kinderen en de schoolspullen-kledingpas. Deze voorzieningen komen voort uit het minimabeleid. • In het kader van preventieve schuldhulpverlening biedt de gemeente voorlichting aan jongeren. Hiermee bieden we niet alleen informatie over waar jongeren met geldproblemen thuis terechtkunnen. Ook maken we het onderwerp bespreekbaar in de klas. Het doel is om zo de taboe weg te nemen die zorgt voor extra stress onder deze jongeren. Geldproblemen maken jongeren tevens kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit.

De gemeente biedt daarom ook samen met de politie trainingen op scholen Naast het aanbod van de gemeente richten ook maatschappelijke partners zich op gezinnen met geldproblemen. Bijvoorbeeld Stichting Moedercentrum, die moeders ondersteunen met leuke, maar ook informatieve activiteiten, zoals workshops over energiekosten besparen.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

belangrijkste beoogde effecten zijn dat: - Inwoners uit hun problematische schuldensituatie komen en blijven, en toekomstige schuldenproblemen vermijden; - Inwoners weer mee kunnen doen met de samenleving; - Meer inwoners die hulp nodig hebben, goede en effectieve hulp makkelijk weten te vinden en ontvangen. Door het beleid te monitoren, houden we bij in hoeverre deze effecten zich voordoen. Het is hierbij belangrijk te benoemen dat er veel externe factoren zijn die hier invloed op hebben. Landelijke ontwikkelingen zoals de economie, werkgelegenheid en regelgeving van het rijk zijn belangrijke factoren. Bij de monitoring houden we hier rekening mee. 2.3.2 Kwantitatieve en kwalitatieve monitoring Het monitoren van doelen en effecten gebeurt op twee wijzen: kwantitatief en kwalitatief. Kwantitatieve doelen en effecten zijn in cijfers uit te drukken. Een voorbeeld is het hoofddoel dat gekoppeld is aan een percentage. Kwalitatief houdt in dat het niet in cijfers kan worden gebracht. Het gaat dan bijvoorbeeld om een mening, ervaring of omschrijving. Bijvoorbeeld, om erachter te komen of lessen op scholen effectief zijn geweest, moeten we van de scholieren weten of zij nieuwe dingen hebben geleerd en naar aanleiding van de lessen andere financiële keuzes maken. Het actieoverzicht aan het begin van dit beleidsplan bevat zowel kwantitatieve als kwalitatieve doelen.

Voor de kwantitatieve doelen maken we gebruik van onze eigen cijfers als landelijke cijfers van bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor de Statistiek. Om de kwalitatieve doelen en effecten te monitoren,

doen we een uitvraag bij gebruikers van de voorzieningen. 2.3.3 Frequentie van de monitoring Ieder kwartaal ontvangen we van de uitvoerders van vroegsignalering en curatieve schuldhulpverlening cijfers over de uitvoering. We voeren ieder kwartaal ook gesprekken met hen om eventueel bij te sturen naar aanleiding van trends en opvallende zaken. De kwantitatieve doelen monitoren we daarnaast jaarlijks. Monitoring van de kwalitatieve doelen vereist input van inwoners. We moeten waken dat we de gebruikers van schuldhulpverlening – die voor een groot deel in een stressvolle schuldensituatie zitten of daar net uitkomen – niet te veel bevragen. Na het vaststellen van de beleidskaders in dit beleidsplan volgt een uitvoeringsplan. Deze omschrijft hoe de gemeente de acties uit dit beleidsplan en de monitoring aanpakt. Het college stelt het uitvoeringsplan vast. 2.3.4 Rapportage van de monitoring Dit beleidsplan wordt opgevolgd door een monitoringsplan dat door het college wordt vastgesteld. Dit plan zet uiteen hoe de gemeente de effectiviteit van het beleid meet. Het doel van de effectiviteitsmonitor is om het beleid tussentijds te kunnen evalueren en waar nodig bij te sturen. Kwalitatieve data over het gebruik van de voorzieningen integreren we in de Sociaal Domein Monitor. De Sociaal Domein Monitor stuurt het college jaarlijks naar de raad.

Op deze manier houdt het college de raad op de hoogte van de ontwikkelingen op schuldhulpverlening. De belangrijkste ontwikkelingen worden tevens toegelicht in de jaarstukken.

2.3 Deel 3: het monitoren 2.3.1 Effecten van de doelen en acties De gemeente heeft in hand hoe zij de doelen en acties uit dit beleidsplan uitvoert. Die leiden tot effecten in de samenleving. De effecten heeft de gemeente niet direct in de hand, maar we proberen met onze doelen en acties wel bepaalde effecten te bewerkstelligen. De

20

21

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

3. Van ambitie naar concrete actie: strategieën, acties en monitoren Dit hoofdstuk beschrijft de vier pijlers van dit beleidsplan. De pijlers bevatten doelen, strategieën en acties die we inzetten om meer inwoners schuldenvrij te maken. De eerste pagina van dit beleidsplan bevat een overkoepelend overzicht. Om ervoor te zorgen dat het beleid bijdraagt aan onze doelen, monitoren we de doelen en de acties jaarlijks. Als de monitor aantoont dat we niet de goede kant op gaan, stellen we de acties uit het beleidsplan bij. Hierover besluit het college van burgemeester en wethouders. Hieronder volgt een korte toelichting van de vier pijlers. Per pijler volgt verder in dit hoofdstuk gedetailleerdere informatie over wat we doen, hoe we dat doen en waarom. 1. Kwalitatieve dienstverlening a. Een toegankelijk, begrijpelijk en bekend hulpaanbod waar iedereen gebruik van kan maken We willen dat iedereen die hulp nodig heeft weet hoe zij aan hulp kunnen komen. Dat betekent dat wij de toegang tot hulp eenvoudig maken en informatie verspreiden over het aanbod. b. Kwalitatief aanbod Het is belangrijk dat de hulp die de gemeente biedt van hoge kwaliteit is, zodat inwoners langdurig geholpen zijn. Daarom streven wij ernaar om te voldoen aan de landelijke normen uit de basisdienstverlening schuldhulp.

c. Hulp sluit aan op de behoeften en is op elkaar afgestemd Mensen en hun situaties zijn divers. Het is daarom belangrijk dat er diversiteit en wendbaarheid zit in het schuldhulpaanbod, om te voorkomen dat iemand tussen wal en schip valt. Onze doelstelling is dat er in de gemeente voor alle behoeften aanbod is en dat wij maatwerk toepassen in alle noodzakelijke, mogelijke gevallen. Goede samenwerkingen met maatschappelijke partijen is hierin cruciaal.

22

2. Preventie Met preventie versterken we financiële vaardigheden door middel van educatie en voorlichting. Het doel hiervan is om geldproblemen te voorkomen. In de beleidsperiode 2025-2028 ligt de focus op kwetsbare doelgroepen, namelijk jongeren, inwoners die de Nederlandse taal niet goed kunnen lezen en schrijven, en ondernemers. 3. Vroegsignalering a. Voorkomen dat betalingsachterstanden uitmonden in problematische schulden Door bij betalingsachterstanden proactief hulp te bieden, voorkomen we dat de problematiek bij inwoners vergroot. In de komende beleidsperiode is het doel om meer vroegsignalen persoonlijk op te pakken en om meer inwoners door te verwijzen naar passende hulp. b. Voorkomen van uithuiszettingen De gemeente, woningcorporaties, particuliere verhuurders en hulpverleners zetten zich samen in om uithuiszettingen door betaalachterstanden te voorkomen. Het doel is om uithuiszettingen zo veel als mogelijk te voorkomen. 4. Curatie en nazorg Curatie betreft de hulp die wij bieden aan inwoners met problematische schulden. We zetten in op kwalitatieve dienstverlening volgens landelijke normen en de inzet van kansrijke producten. Dat houdt in dat we ernaar streven om de doorlooptijden verkorten, zodat deze voldoen aan de wettelijke eisen. Ook zullen we in alle mogelijke gevallen saneringskredieten inzetten, waarmee we rust creëren in de situatie van de inwoner.

23

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Pijler 1: Kwalitatieve dienstverlening Toegankelijk, begrijpelijk en bekend

• We stellen een communicatieplan op • We passen stress-sensitieve maatregelen toe • Andere afdelingen van de gemeente verwijzen door naar schuldhulp

Kwalitatief aanbod

• We monitoren de kwaliteit van het gemeentelijke aanbod middels kwartaaloverleggen • We volgen landelijke normen voor effecteive schuldhulp • We maken gebruik van hulpmiddelen, zoals het Startpunt Geldzaken

Aansluitend hulp

• We voeren kwalitatief onderzoek uit om behoeften en ervaringen in kaart te brengen • We faciliteren en werken samen met ketenpartners • We ontwikkelen een plan voor het uitvoeren van ons adviesrecht en onderzoeken de mogelijkheid om preventief budgetbeheer aan te bieden

Pijler 2: Preventie Financiële educatie gericht op het ‘doenvermogen’

Begrijpelijke voorlichting bij kwetsbare momenten

• Educatie voor op jongeren, ondernemers en kwetsbare doelgroepen • Inwoners kennen de weg naar hulp

• Communicatie tijdens life-events • Samenwerkingen opbouwen met nieuwe maatschappelijke partners

Pijler 3: Vroegsignalering Vroegsignalering door schuldeisers Vroegsignalering door maatschappelijk partners en werkgevers

Voorkomen uithuiszettingen

• Meer inwoners bereiken en begeleiden naar hulp

• Kennis overbrengen over het signaleren van geldproblemen en het hulpaanbod

• We gaan periodiek in gesprek met woningcorporaties en hulpverleners over casussen en het proces • Evaluatie van het proces

Pijler 4: Curatie en nazorg Brede toegang: speciale aandacht voor ondernemers

• Meer communiceren over onze schuldhulp voor ondernemers

Passende oplossingen

• In alle mogelijke gevallen saneringskredieten inzetten

Kortere doorlooptijden

• Onderzoek naar oorzaak van de lange doorlooptijden • Toepassen van verbetermaatregelen en deze met de Kredietbank monitoren

Nazorg: duurzaam schuldenvrij

• We monitoren het effect van de nieuwe termijn van schuldhulptrajecten en passen nazorg indien nodig aan

24

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

3.1 Pijler 1: Kwalitatieve dienstverlening Ondersteunende strategie: Inwoners in een (beginnende) schuldsituatie ervaren financiële rust door onze hulp die van hoge kwaliteit is. We willen dat onze dienstverlening langdurig verschil maakt in het leven van de inwoner. Dit kan alleen als onze dienstverlening van goede kwaliteit is. Dit is daarom een belangrijke pijler die betrekking heeft op de acties uit alle overige pijlers. We werken hier constant aan. Normen uit de wetgeving en de landelijke Basisdienstverlening Schuldhulp zijn onze maatstaf. 3.1.1 Deel 1: het doel Het doel is dat de inwoners die wij bereiken betrouwbare, effectieve hulp ontvangen. Dat betekent ook dat wij zorgen dat onze dienstverlening niet bijdraagt aan het stressniveau van de inwoner. Bijvoorbeeld door onnodige complexiteit te vermijden en waar nodig extra ondersteuning te bieden. 3.1.2 Deel 2: het doen Toegankelijk, begrijpelijk en bekend Inwoners kennen de weg naar hulp Het is belangrijk dat inwoners vroegtijdig hulp kunnen vinden. Het landschap van schuldhulpaanbod is complex.

Daarom zet de gemeente met een communicatieplan in op: - Vergroten van de bekendheid van het schuldhulpaanbod onder inwoners; - Informeren van ongewone doorverwijzers naar schuldhulp die geen directe link met schuldhulp hebben, maar dichtbij inwoner staan (huisarts, werkgever, geloofshuis) over hun rol en het schuldhulpaanbod; - Een bijdrage leveren aan het verminderen van schaamte en het wegnemen van het taboe op het thema schulden. Alhoewel dit doel niet meetbaar is, zetten we hier actief op in door middel van communicatie. Stress-sensitief werken Stress-sensitieve dienstverlening richt zich op het verminderen van stress en zorgt ervoor dat de schuldhulpverlening niet bijdraagt aan een toename van het stressniveau. Hiermee zorgen we voor betere dienstverlening. Maatregelen die we hiervoor zullen inzetten zijn: • Helpende instrumenten: een voorbeeld van een helpend instrument is een praatplaat die zorgt dat verschillende doelgroepen de communicatie vanuit de gemeente goed begrijpen. Een ander voorbeeld is een ‘to-do’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=a26ce3f3-2119-4552-b5fa-ac841b915e72