3930 regiovisie monitor jeugd 2023
Tekst van het document
Regiovisie monitor 2023
Inhoud
1. Inleiding
3
2. Ontwikkeling regionale jeugdhulp op hoofdlijnen
6
3. Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op
13
4. Jeugdigen groeien duurzaam veilig op
21
5. Aanpak wachttijden
33
6. Jeugdhulp en onderwijs werken effectief samen
44
7. Jongeren en ouders aan het woord over jeugdhulp
49
8. Conclusie
56
REGIOVISIE MONITOR 2023
2
VOLGENDE
VORIGE
1
Inleiding
Bij het vaststellen van Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 20212026 is afgesproken dat er jaarlijks gerapporteerd wordt over de behaalde resultaten op de ambities die in deze visie zijn verwoord. In deze derde Regiovisie monitor zijn de ontwikkelingen beschreven over de jeugdhulp in de jeugdhulpregio Haaglanden. De Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden is geformuleerd om hiermee de sturing op de transformatie van de jeugdhulp te verbeteren. Deze gezamenlijke visie is tot stand gekomen in samenspraak met ouders en jongeren, jeugdhulpaanbieders, professionals, samenwerkingsverbanden en lokale teams. Deze gezamenlijke ambities ten aanzien van jeugdhulp in de regio zijn: 1. Versterken van het gewone opvoeden en opgroeien 2. Tijdig inzetten van passende hulp 3. Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op 4. Jeugdigen groeien duurzaam veilig op 5. Jeugdhulp en onderwijs werken effectief samen
Toegenomen vraag naar jeugdhulp Nederlandse jeugdigen scoren hoog in internationale onderzoeken op het gebied van fysiek en mentaal welzijn. Ten opzichte van leeftijdgenoten uit andere landen groeien Nederlandse kinderen op in een relatief gunstige sociale omgeving. Ook wat betreft de mentale gezondheid gaat het Nederlandse jongeren gemiddeld goed. Toch zijn er ook ontwikkelingen die minder positief stemmen. Vooral wat betreft de ervaren druk door school is de positie van jongeren het afgelopen decennium sterk gedaald, vooral onder meisjes. Tegen deze achtergrond is het gebruik van jeugdhulp de afgelopen jaren fors toegenomen. Deze ontwikkeling is ook in de regio Haaglanden zichtbaar. De wachttijden zijn voor sommige hulpvormen zodanig opgelopen dat er een afwegingskader is ontwikkeld om de meest kwetsbare kinderen tijdig passende hulp te kunnen bieden. Na stabilisatie van de groei die in de vorige monitor werd beschreven, is er in 2023 toch weer een toename van de vraag naar jeugdhulp in onze regio. Dit zorgt voor wachttijden en vergroot de arbeidskrapte. De toegenomen groei van jeugdhulp legt bovendien een financiële druk op de gemeenten.
REGIOVISIE MONITOR 2023
3
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Met instemming van de VNG en vele cliëntenorganisaties werd in juni 2023 de Hervormingsagenda Jeugd1 vastgesteld. In deze agenda staan afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Veel ontwikkelingen die in de Regiovisie monitor aan de orde komen zijn al in lijn met de Hervormingsagenda. Emeritus-hoogleraar pedagogiek Micha de Winter bracht in 2023 in een landelijk dagblad2 de vraag naar voren waarom het jeugdhulpgebruik zo is toegenomen. Het antwoord hierop moet wellicht meer gezocht worden in de samenleving en niet alleen bij gemeenten of de jeugdhulpsector. Veel knelpunten in de jeugdhulp hebben namelijk een oorsprong in externe factoren zoals een krappe arbeidsmarkt of ontwikkelingen in de samenleving zoals sociale ongelijkheid, toegenomen etikettering, de opkomst van social media en de toegenomen prestatiedruk. Het zijn veelal factoren die niet binnen de invloedsfeer van gemeenten liggen. In deze optiek is de toename van de vraag naar jeugdhulp vooral een kristallisatie van deze externe factoren.
Duiding ontwikkelingen jeugdhulp Deze Regiovisie monitor geeft duiding aan de regionale jeugdhulpcijfers op basis van vooraf bepaalde indicatoren. De hoofdstukken uit deze monitor zijn geschreven met de
Hervormingsagenda jeugd, 19 juni 2023. Micha de Winter, 11 februari 2023, Betere hulp voor ouders en kinderen begint niet bij jeugdzorg (de Volkskrant).
1 2
REGIOVISIE MONITOR 2023
4
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
bovengenoemde ambities als leidraad. De cijfers die het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden genereert op basis van de facturatiegegevens van jeugdhulpaanbieders, vormen de basis van de figuren, tabellen en geschetste ontwikkelingen in deze monitor. Daarnaast zijn ook rapportages van jeugdhulpaanbieders en andere samenwerkingspartners en onderzoeken naar specifieke onderwerpen verwerkt in deze monitor.
Lokale cijfers en verantwoording Deze monitor beschrijft op hoofdlijnen de belangrijkste regionale ontwikkelingen en gaat dieper in op de geformuleerde ambities. Om de koppeling met de lokale planning-en-control cyclus mogelijk te maken verschijnt de Regiovisie monitor van 2023 eerder dan die van voorgaande jaren. Hiervoor is een afwijkende reeks data gebruikt, namelijk van het vierde kwartaal van 2022 tot en met het derde kwartaal van 2023. Hierdoor is het zo dat cijfers niet één op één overeenkomen met de Regiovisie monitors van voorgaande jaren. Dit heeft echter geen effect op de trends die hieruit naar voren komen. De verbanden tussen de regionale cijfers en de lokale gemeentelijke monitoring kunnen de beleidsmedewerkers jeugd en onderwijs van de individuele gemeenten toelichten. Hiervoor is ook het regionale dashboard Jeugdhulp beschikbaar.
Leeswijzer Het eerste hoofdstuk van deze monitor geeft duiding aan de algemene monitoringsdata van de jeugdhulp in 2023. Het volgende hoofdstuk gaat over de ambitie dat kinderen zo thuis mogelijk opgroeien. Dit hoofdstuk gaat onder meer in op de stand van zaken van pleegzorg in onze regio. In het hoofdstuk over veilig opgroeien wordt met cijfers over de jeugdbescherming toegelicht hoe jeugdbeschermingsmaatregelen en uithuisplaatsingen worden voorkomen. Het hoofdstuk over wachttijden geeft inzicht in de knelpunten bij de lange wachttijden voor de KDC’s, Jeugd-GGZ en respijtzorg. Daarnaast gaat het in op het toegenomen belang van een afwegingskader waarmee kwetsbare kinderen snel de juiste zorg krijgen. Het verbinden van de domeinen van de jeugdhulp en het onderwijs staat in het volgende hoofdstuk centraal. Het laatste hoofdstuk biedt inzicht in cliëntervaringsonderzoeken en wat de jeugdhulpregio doet aan cliëntparticipatie. De monitor sluit af met een conclusie. In deze monitor komen veel afkortingen en vaktermen voor. Na ieder hoofdstuk zijn de meest gebruikte begrippen toegelicht.
REGIOVISIE MONITOR 2023
5
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
2
Ontwikkeling regionale jeugdhulp op hoofdlijnen Wat is de ontwikkeling van de jeugdhulp in de regio Haaglanden? Dat is de vraag die in dit hoofdstuk centraal staat. Deze vraag wordt beantwoord op basis van beschikbare cijfers die met indicatoren voor de Regiovisie monitor door de gemeenteraden zijn vastgesteld. De trends die hieruit naar voren komen worden in dit hoofdstuk op hoofdlijnen toegelicht. De volgende hoofdstukken gaan dieper in op een aantal specifieke onderwerpen. In 2022 leken zowel de groei van het aantal cliënten als de uitgaven per cliënt te stabiliseren. Dat suggereerde een trendbreuk ten opzichte van de aanhoudende groei van de jaren daarvoor. De cijfers van 2023 laten zien dat die suggestie ten onrechte was. Weliswaar is het aantal jeugdigen dat in de regio Haaglanden jeugdhulp ontvangt vrijwel stabiel, de uitgaven per jeugdigen blijven stijgen en liggen gemiddeld inmiddels boven de €10.000.
REGIOVISIE MONITOR 2021
6
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Inleiding
Ontwikkeling van de vraag naar jeugdhulp
In dit hoofdstuk worden verschillende kengetallen over de ontwikkeling van de jeugdhulp in de regio Haaglanden toegelicht. Achtereenvolgens komen aan de orde: de ontwikkeling van de vraag naar jeugdhulp en de daaraan gerelateerde regionale uitgaven. Vervolgens wordt deze ontwikkeling uitgesplitst naar typen jeugdhulp en wordt onderscheid gemaakt tussen de jeugdigen voor wie de jeugdhulp meer dan € 10.000 per jaar kost en die daaronder blijven. In reflectie worden ook een aantal issues die nader onderzoek vergen benoemd. Het hoofdstuk sluit af met een korte conclusie
Een eerste invalshoek om het beroep op jeugdhulp te schetsen wordt in figuur 1a en 1b in beeld gebracht. Hierin is per gemeente het percentage jeugdigen (0-18 jaar) dat jeugdhulp ontvangt weergegeven. Voor de regio als geheel is dat percentage in 2022 13,9% (zie figuur 3). De percentages voor 2023 zijn nog niet door het CBS gepubliceerd en daarom niet meegenomen in de figuren 1 en 3. Figuur 1a en 1b laat zien dat het percentage jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt in vrijwel alle gemeenten stijgt. De uitzonderingen hierop zijn de gemeenten Pijnacker-Nootdorp en Wassenaar (vrijwel stabiel) en Voorschoten (gedaald).
Figuur 1a: Percentage van de jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt in de regio Haaglanden2 18% 16% 14% 12%
13,2%
13,7% 14,1%
15,3%
15,8%
2020 |
2021 |
2022 17,5%
16,3%
15,2% 13,0%
10%
13,8% 11,2% 10,9% 11,4%
10,9%
12,7%
11,8%
13,3% 11,4%
9,6%
9%
13,2%
13,0% 11,2%
10,3% 10,6% 10,4%
11,0% 11,4%
11,6%
7,7% 8,1%
8% 6% 4% 2% 0%
lft
De
aag
D
d Lei
o Vo m-
a
d en
sch
3
rg
rbu
H en
-
en
dd Mi
d
rp
lan
lf De
na Pij
cke
Bron: CBS Jeugd www.waarstaatjegemeente.nl 2023 is nog niet gepubliceerd door het CBS.
tdo oo N r-
k
ij sw
Rij
n ote h c rs
o Vo
REGIOVISIE MONITOR 2023
aar
n sse Wa
7
d
lan
st We
INHOUD
r
ee
rm ete
Zo
VOLGENDE
VORIGE
bijvoorbeeld huisartsen en onderwijs hierop van invloed. In het kader van de Hervormingsagenda en om te komen tot kostenbeheersing, zullen dergelijke vormen van samenwerking en integraal werken nader worden onderzocht. Den Haag richt per 2024 de lokale jeugdhulp in volgens het zogenaamde Haags Toekomstperspectief Jeugd- & Gezinshulp. Naar verwachting biedt dat extra grond om werkwijzen te vergelijken en van elkaars ervaringen te leren.
31.376
30.388
29.185
Deze stijging van het aantal cliënten is niet in alle gemeenten even sterk. De verklaring in deze verschillen hangt mogelijk samen met de aanwezigheid van risicofactoren die kunnen leiden tot een beroep op jeugdhulp, zoals sociaaleconomische status. Ook andere lokale verschillen hebben invloed op de vraag naar jeugdhulp zoals de inrichting van voorliggende voorzieningen. Daarnaast zijn ook de werkwijze van het lokaal team, het (al dan niet) integraal werken en samenspel met
31.000 30.000 29.000 28.000 27.000 26.000 25.000 24.000 23.000 22.000 21.000
3
Bron: CBS Jeugd www.waarstaatjegemeente.nl 2023 is nog niet gepubliceerd door het CBS.
20.000 19.000 18.000
14.000 13.000
17.000 16.000
14.009
12.964
15.000
13.468
Figuur 1b: Aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt in de regio Haaglanden3
15.000 14.000 2020 |
12.000
2021 |
13.000
2022
12.000
10.000
10.000
9.000
9.000
8.000
8.000
7.000
7.000
6.000
6.000
4.440
0 D
t elf
aag
rb
nH
De
o Vo m-
da
en
ch ids
Le
urg dd
Mi
nd c
na
Pij
td oo -N r e k
R
ijk ijsw
4.000 3.000 2.000
630
610
644
aar
en
ss Wa
5.000
2.796
2.822
2.801
ors Vo
ten cho
705
705
1.609
1.517
1.435
1.702
1.676
orp
la
elf
-D en
657
1.000
410
365
375
1.719
2.239
2,157
1.992
2.000
2.408
3.000
2.310
4.000
2.202
5.000
4,868
11.000
4.714
11.000
REGIOVISIE MONITOR 2023
1.000 nd
la
st We
8
r ee
m
r ete Zo
INHOUD
aal Tot VOLGENDE
0
VORIGE
Figuur 3 brengt in beeld hoe het relatieve aantal jongeren dat in de regio Haaglanden een beroep doet op jeugdhulp, zich verhoudt tot landelijke cijfers en die van de omliggende regio’s. De regio Haaglanden zit iets boven het landelijke gemiddelde, wat in lijn is met de verwachting op grond van de kenmerken van de regio (G4-gemeenten en enkele 100.000-plus gemeenten met bijbehorende sociaaleconomische karakteristieken). Dat maakt het cijfer voor de jeugdhulpregio Rijnmond (met daarin Rotterdam) extra opvallend. Het ligt niet voor de hand dat er in deze regio minder aanleiding is voor de inzet van jeugdhulp. De vraag is wel wat de oorzaak is van dit verschil. Met het oog op de opgaven die de Hervormingsagenda aan de regio’s stelt, is het de bedoeling om tot een nadere vergelijking tussen de regio Haaglanden en de naastgelegen regio’s te komen. Dat moet
inzichten bieden om optimaal gebruik te kunnen maken van positieve ervaringen met betrekking tot systeeminrichting en uitvoering in die regio’s en vice versa.
Ontwikkeling uitgaven per cliënt In de vorige Regiovisie monitor werd gesproken over een stabilisatie van de gemiddelde uitgaven per cliënt. Dit is te zien in figuur 4 kijkend naar de jaren 2020, 2021 en 2022. In 2023 is er echter weer sprake van een stijging. Deze stijging ging van gemiddeld € 9.479 per cliënt in 2022 naar € 10.567 in 2023. Relatief is dat een groei van 11,5%, hetgeen hoger is dan de indexering van 5,85% voor 2023. In figuur 5 is zowel de relatieve
Figuur 3: Percentage jongeren met jeugdhulp (ten opzichte van het totaal aantal jongeren tot 18 jaar)
Aantal unieke cliënten
35.000 30.000 25.000
26.092
28.693
29.536
29.177
30.379
31.335
31.427
20.000 15.000 10.000 5.000 0 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Percentage jeugdigen met jeugdhulp
Figuur 2: Aantal jeugdigen in zorg per jaar in de regio Haaglanden 16% 14%
14,8%
13,9%
12%
14,5%
12,9%
10%
13,5%
9,8%
8% 6% 4% 2% 0 H
n
de
lan
aag
n
lla Ho
nd
nd
nla
ij dR
REGIOVISIE MONITOR 2023
e
dd
Mi
olla nH
9
d
on
nm Rij
uid dZ
n olla d-H
i Zu
INHOUD
d
an
erl
d Ne
Bron: CBS.
VOLGENDE
VORIGE
Onder het begrip jeugdhulp vallen verschillende vormen van ondersteuning. Tabel 1 brengt die samen in elf categorieën. Iedere categorie kan ook weer nader uitgesplitst worden in producten5. Deze tabel brengt zowel het aantal unieke cliënten per type jeugdhulp in beeld, als de relatieve toe- of afname van het aantal cliënten. Het is van belang om deze in samenhang te bezien, om zo een beeld te krijgen van het gewicht van de ontwikkelingen per type jeugdhulp. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat de 2,8% stijging van het aantal cliënten in de specialistische GGZ weliswaar naar verhouding vergelijkbaar is met de stijging bij de gezinshuizen (2,6%), maar van een veel grotere impact is (in 2023 respectievelijk 467 en 5 cliënten meer dan in 2022).
Professionals zetten hulp in volgens de professionele standaarden ‘zo zwaar als nodig, zo licht als mogelijk’. Daarvan uitgaand wijst de ontwikkeling van hogere kosten per cliënt op een verzwaring van de gemiddelde hulpvraag. Dit komt verderop in dit hoofdstuk ook aan de orde bij tabel 2.
35.000 30.000 25.000 20.000 15.000
€ 14.000 29.536
29.177 € 8.623
31.335
30.379 € 9.391
€ 9.644
€ 12.000
31.427 € 9.479
€ 10.566
€ 10.000 € 8.000 € 6.000
10.000
€ 4.000
5.000
€ 2.000
0
0 2019
2020 Aantal unieke cliënten |
2021
2022
Een overzicht van het geheel aan jeugdhulp producten dat in de regio Haaglanden beschikbaar is staat op de website van het Servicebureau Haaglanden.
5
Figuur 5: Geïndexeerde ontwikkeling van aantal cliënten en uitgaven per cliënt
2023
Gemiddelde uitgaven per cliënt
Aantal unieke cliënten
Figuur 4: Aantal jeugdigen in zorg per jaar in de regio Haaglanden
Percentage ten opzichte van 2019
groei van het aantal cliënten als de gemiddelde uitgaven per cliënt weergegeven. Het uitgangspunt van deze figuur is het jaar 2019 dat op 100% is gesteld. De figuur laat goed zien dat ten opzichte van 2019 er een sterke groei van de uitgaven per cliënt zichtbaar is. Hiermee is op geaggregeerd niveau een stijging van de totale regionale uitgaven aan jeugdhulp sinds 2019 in beeld gebracht. Het aantal cliënten dat jeugdhulp ontvangt nam weliswaar toe sinds 2019, maar de stijging vlakt sinds 2022 af.
Ontwikkeling van aantal cliënten Ontwikkeling van uitgaven per cliënt
30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% -5%
Gemiddelde uitgaven per cliënt REGIOVISIE MONITOR 2023
2019
10
2020
2021 INHOUD
2022
2023
VOLGENDE
VORIGE
Tabel 1: Aantal unieke cliënten per type jeugdhulp
toename/afname van het aantal cliënten
Type jeugdhulp
2021
2022
2023
2022
2023
Crisis Interventie Team (CIT)
1.087
1.146
1.073
5,4%
-6,4%
Dyslexie
2.060
2.010
2.203
-2,4%
14,5%
Generalistische Basis GGZ
4.457
5.169
5.391
-5,3%
4,3%
169
195
200
15,4%
2,6%
Jeugd (Licht) Verstandelijk Beperkt
6.065
6.660
7023
9,8%
5,5%
Jeugd en Opvoedhulp (excl. gezinshuizen en pleegzorg)
6.937
7.164
6.793
3,3%
-5,2%
Jeugd Gedwongen kader
3.174
3.305
2.801
4,1%
-15,2%
Jeugd GGZ (excl. dyslexie)
371
328
333
-11,6%
1,5%
Landelijk ingekochte zorg
456
475
571
4,2%
20,2%
Pleegzorg
1.407
1.621
1.330
15,2%
-18,0%
Specialistische GGZ (excl. dyslexie)
15.969
16.582
17.049
3,8%
2,7%
Gezinshuizen
In de vorige Regiovisie monitor is al uitgebreid stil gestaan bij de mogelijke oorzaken van de stijging van het aantal jeugdigen dat Jeugd-GGZ ontvangt. Kort samengevat hangt die stijging samen met een aantal maatschappelijke ontwikkelingen die aandeel hebben in termen van psychisch welbevinden bij jeugdigen. Een stijging die zich bovendien niet alleen uitdrukt in absolute aantallen cliënten, maar ook in inzet per cliënt. Deze ontwikkelingen illustreren dat de uitwerking van de Hervormingsagenda, en daarbij ook een inzet gericht op de beheersing van de stijgende uitgaven, maatschappelijke vraagstukken betreffen die de ‘span of control’ van de jeugdhulp overstijgen. Dat wordt bijvoorbeeld geïllustreerd door de in percentuele zin twee grootste stijgers uit tabel 1: dyslexie zorg
en landelijk ingekochte zorg. Denk bij het eerste aan de relatie met het onderwijs en laaggeletterdheid en bij het tweede aan complexe hulpvragen die het gehele gezin en/of meerdere leefgebieden bestrijken. In dat verband is ook tabel 2 illustratief. Die laat zien dat 1,5% van de cliënten voor wie de ingezette jeugdhulp in 2023 méér dan € 10.000 kostte, zorgt voor 13,7% van de totale uitgaven voor regionaal ingezette jeugdhulp. Voor 98,5% van de cliënten liggen de uitgaven in 2023 per casus onder die grens van € 10.000, wat resulteert in een aandeel van 86,3% in de totale uitgaven. Met name voor de eerste categorie is bekend dat de trajecten vaak meerdere jaren duren en er bovendien
REGIOVISIE MONITOR 2023
11
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Tabel 2: Uitgaven per jeugdige per jaar % cliënten
% kosten
Meer dan € 10.000 per jeugdige per jaar
1,5%
13,7%
Minder dan € 10.000 per jeugdige per jaar
98,5%
86,3%
een samenhang is met inzet vanuit het sociaal domein voor meerdere gezinsleden. De noodzaak om in het verlengde van de Hervormingsagenda integrale werkwijzen met ontschotting tussen domeinen door te ontwikkelen, is evident. Overigens betreft die noodzaak niet alleen de inhoudelijke samenhang maar ook het zo doelmatig mogelijk samenwerken. Denk hierbij aan de veelgehoorde klacht dat mensen steeds weer hun verhaal moeten doen en aan de administratieve belasting. Geredeneerd vanuit de Regiovisie onderstreept deze korte kenschets het belang van de doelstelling dat jeugdhulp en onderwijs zo effectief mogelijk samenwerken, met als toevoeging dat dit ook de samenwerking met andere sectoren betreft.
inmiddels data verzameld die naar verwachting in de Regiovisie monitor 2024 kunnen worden gepresenteerd.
Conclusie Samenvattend ontstaat het beeld dat qua aantallen jeugdigen dat een beroep doet op jeugdhulp de groei afvlakt in vergelijking met de eerste jaren na de overgang van de jeugdhulp naar de gemeenten. In termen van gemiddelde inzet is dat echter niet het geval. Bovendien wordt opnieuw onderstreept, dat bij een betrekkelijk kleine groep van 1,5% van de jeugdigen met jeugdhulp dusdanige vraagstukken spelen dat deze ondersteuning in 2023 leidt tot 13,7% van de totale kosten voor jeugdhulp. Voorts zien we dat de meeste jeugdhulp vragen GGZ-gerelateerd zijn. Tenslotte zijn er ook verschillen zichtbaar tussen regio’s en binnen de regio Haaglanden zelf, die vragen om nader onderzoek naar het effect van contextuele factoren.
Het relatief beperkte beroep dat het grootste deel van de jeugdigen per casus doet op jeugdhulp (98,5% < €10.000) suggereert ook dat het lukt om tijdig de best passende hulp te geven, want anders zouden de uitgaven naar verwachting juist hoger uitvallen. Dit alles onder de veronderstelling dat de geboden ondersteuning ook effectief is. Daarover worden
REGIOVISIE MONITOR 2023
12
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
3
Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op In de Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021-2026 zijn de beweging ‘op naar nul uithuisplaatsingen’ en ‘zo thuis mogelijk opgroeien’ belangrijke ambities. Ook de landelijke Hervormingsagenda stelt dat voorkomen moet worden dat kinderen geplaatst worden in de residentiele jeugdhulp. Als dit niet mogelijk is, dan hebben residentiele plaatsingen in kleinschalige, regionaal georganiseerde vormen de voorkeur. Een uithuisplaatsing heeft vaak traumatische gevolgen voor jeugdigen en ouders en dat willen gemeenten zo veel mogelijk voorkomen. De beweging ‘op naar nul uithuisplaatsingen’ is daarom breed gedragen. Als toch een uithuisplaatsing nodig wordt geacht, is het belangrijk dat kinderen zo thuis mogelijk kunnen opgroeien. Bij voorkeur in het eigen gezin, in het netwerk of in een gezinsvorm zoals een gezinshuis of kleinschalige woonvorm. Jeugdigen keren bij een uithuisplaatsing zo spoedig mogelijk weer terug naar het eigen gezin Ook als er sprake is van plaatsing in de gesloten (residentiele) jeugdhulp willen gemeenten dat dit zo dit zo dicht mogelijke bij huis is en in kleinschalige groepen.
REGIOVISIE MONITOR 2023
13
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Inleiding Om de ambities van ‘op naar nul uithuisplaatsingen’ en ‘zo thuis mogelijk opgroeien’ te bereiken moeten gemeenten meer doen dan andere besluiten nemen. Deze ambities vragen om een verschuiving van expertise naar meer open en minder ingrijpende vormen van jeugdhulp. Het aantal gesloten plaatsingen in de JeugdhulpPlus6 is de afgelopen jaren fors teruggelopen. Deze vorm van jeugdhulp is bedoeld voor jongeren met dusdanige gedragsproblemen dat ze een gevaar vormen voor zichzelf of zijn of haar omgeving. Tegelijk constateren gemeenten dat de alternatieve, meer open vormen van jeugdhulp nog niet voldoende toegerust zijn om jongeren met deze intensieve zorgbehoefte te bieden wat ze nodig hebben. De druk om de goede zorg te kunnen leveren loopt hierdoor op. Met regelmaat wordt hierdoor kostbare een-op-eenbegeleiding ingezet of plaatsing van jongeren door de gevestigde open jeugdhulpaanbieders afgewezen. Dit heeft zowel effect op de instroom als op de uitstroom van jongeren voor en na een gesloten plaatsing, op de jongeren met minder complexe problemen in de open jeugdzorg en op jongeren die alsnog in de JeugdhulpPlus geplaatst worden. Deze laatste categorie jongeren heeft langer de tijd nodig om te stabiliseren en te profiteren van de hulp in de JeugdhulpPlus. Het aantal plaatsingen in de JeugdhulpPlus neemt in 2023 minder snel af dan in de jaren daarvoor.
De grens van wat gemeenten op dit moment binnen het systeem kunnen bieden lijkt bereikt te zijn. Er is tijd nodig om beweging ‘op naar nul uithuisplaatsingen’ en ‘zo thuis mogelijk opgroeien’ via meerdere kanalen uit te voeren. Alternatieve vormen van jeugdzorg
moeten degelijk worden toegerust en ondersteund. Gemeenten moeten zorgvuldig handelen om te voorkomen dat kinderen nadeel ondervinden van de implementatie van deze ambities. Dit jaar staan we in deze monitor eerst uitvoerig stil bij de ontwikkelingen rondom pleegzorg ofwel jeugdhulp in gezinsvormen. Vervolgens komt de om- en afbouw van de JeugdhulpPlus aan bod en het bevorderen van de kleinschaligheid in de open verblijfshulp met behandeling. Het hoofdstuk sluit af met een conclusie.
Jeugdhulp in gezinsvormen In totaal krijgen er in de jeugdhulpregio Haaglanden in 2023 in totaal 1.325 kinderen pleegzorg. Er bestaan verschillende vormen van jeugdhulp in gezinsvormen: • Netwerk pleeggezin: een plaatsing van het kind bij een familielid of bekende van het kind. De pleegzorgorganisatie wordt betrokken voor screening en kan het kind en pleegouders begeleiden. • Bestands pleeggezin: een plaatsing in een pleeggezin dat zich heeft aangemeld om voor kinderen te zorgen na een uithuisplaatsing. Vooraf wordt een gezin gescreend en een jeugdhulporganisatie biedt begeleiding. • Gezinshuis: een gezin van een professionele jeugdhulpmedewerker waar kinderen met meer complexe problematiek kan worden opgevangen. Deze medewerkers zijn in dienst bij een jeugdhulporganisatie.
REGIOVISIE MONITOR 2023
14
JeugdhulpPlus is een vorm van gesloten jeugdhulp. Landelijk wordt ook de term JeugdzorgPlus gebruikt.
5
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Al deze vormen van jeugdhulp in gezinsvormen vallen onder de ambitie ‘zo thuis mogelijk’. Binnen de jeugdhulpregio Haaglanden zijn meerdere pleegzorgaanbieders actief. Het grootst zijn Jeugdformaat en de William Schrikker Stichting. Het zijn aanbieders van verschillende omvang en met diverse specialisaties. Hieronder zijn de belangrijkste ontwikkelingen beschreven. erugloop in bestandspleeggezinnen en toename in T netwerkplaatsingen Sinds een aantal jaren is er een terugloop te zien in het aantal aanvragen voor een bestandspleeggezin en juist een toename in het aantal netwerkpleeggezinnen. Zo verschoof de verhouding in de afgelopen jaren van ongeveer 30% netwerk en 70% bestandspleeggezin, naar een verhouding van 40% netwerk en 60% bestandspleeggezin. Exacte cijfers verschillen per organisatie, maar deze verandering is merkbaar binnen alle organisaties. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er eerder wordt gezocht naar een plaatsing binnen het netwerk dan in voorgaande jaren. En daarmee draagt dit bij aan de ambitie dat kinderen zo thuis mogelijk opgroeien. erugloop aantal aanmeldingen om bestandspleeggezin T te worden Alhoewel er een toename zichtbaar is in het aantal netwerkplaatsingen, melden zich steeds minder gezinnen aan om bestandspleeggezin te worden. Dit is een landelijke trend waar meerdere verklaringen voor mogelijk zijn.
Zo kan inflatie of de energiecrisis effect hebben op de wens om pleegouder te worden.
Jaarlijks wordt tijdens de Week van de pleegzorg in november extra aandacht besteed aan het werven van (bestands) pleeggezinnen. In deze week worden pleegouders uit onze regio bedankt voor hun waardevolle inzet. De toename van complexe problematiek binnen pleeggezinnen Al langer geven pleegzorgorganisaties aan dat de complexiteit van problematiek bij kinderen in een pleegezin toeneemt. Mogelijk is dit een effect van de terughoudendheid om kinderen uit huis te plaatsen. Er wordt alleen uit huis geplaatst als het niet anders kan. Dat betekent dat er vaak al veel aan (ambulante) jeugdhulp geprobeerd is. Pas als dat te weinig resultaat heeft gehad, wordt gekeken naar een plaatsing in kleinschalige gezinsvorm zoals een pleeggezin. Hierdoor komen er vaker kinderen met een opstapeling van (complexe) problemen in een pleeggezin. Reguliere pleeggezinnen zijn niet altijd goed toegerust om kinderen met complexe problematiek op te vangen. Het risico op voortijdige beëindiging van de plaatsing neemt daardoor toe. Om dit te ondervangen wordt er vaker aanvullende ambulante opvoedondersteuning ingezet in pleegzorg. Risico op voortijdig beëindiging van plaatsing in een pleeggezin Er wordt gesproken van een ‘breakdown’ wanneer een plaatsing voortijdig afgebroken wordt om een negatieve reden. Het hangt er dan wel van af voor wie het voortijdig of ongunstig is.
Een pleegkind, pleegouder, ouder of voogd kan hier anders naar
REGIOVISIE MONITOR 2023
15
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
kijken. Daarom verschillen de meningen vaak over wanneer een verplaatsing breakdown wordt genoemd. In een onderzoek naar breakdown uit 2016 blijkt dat 35% van pleegzorgkinderen te maken krijgt met breakdown. Een ander onderzoek naar breakdown van Jeugdzorg Nederland uit 2019 laat zien dat bij zowel Jeugdformaat als de William Schrikker Stichting een aantal acties zijn ingezet om breakdown te voorkomen. Voorbeelden daarvan zijn: • aangepaste screening van aspirant pleegouders; • begeleiding meer gericht op het hele gezin rondom het kind, dus pleegouders zowel als biologische ouders; • meer inzet van ambulante opvoedondersteuning in pleeggezinnen; • het leveren van nazorg in geval van beëindiging van pleegzorg; • verbeterde vastlegging van de oorzaken van breakdown. De pleegzorgaanbieders zijn op grond van hun ervaringen, zich meer gaan richten op de ondersteuning van het gehele netwerk rondom het kind. Zowel opvoeders als begeleidende professionals hebben vaker behoefte aan specifieke inzet van hulpverlening. Dit komt door de toegenomen complexiteit van de problemen van de jeugdigen in pleeggezinnen. Ook de rol van de biologische ouders hierin is in toenemende mate van belang. Het zo thuis mogelijk opgroeien gaat niet alleen over de fysieke locatie waar het kind opgroeit.
De inbedding in het netwerk waar de biologische ouders een plek hebben is meer centraal komen te staan in de ondersteuning in pleegzorg.
Pleegzorgbegeleiders werken inmiddels vanuit de visie van gedeeld opvoederschap. Dat is een aanpak waarbij de ouder een plek heeft vanaf het moment van uithuisplaatsing tot de afronding van een plaatsing. In deze aanpak worden zowel ouders als pleegouders begeleid bij de opvoeding en leren ze om goed samen te werken. Deze werkwijze is vooral bedoeld ter voorkoming van een breakdown. Ook doen pleegzorg organisaties vaker een perspectiefonderzoek. Zo’n onderzoek maakt inzichtelijk of ouders na het verblijf van hun kind in een pleeggezin de opvoeding weer (deels) zelf op zich kunnen nemen. De focus op mogelijke terugplaatsing bij ouders vindt meer geprotocolleerd plaats en wordt beter onderzocht en gedocumenteerd. Dit is ook in lijn met de ambitie van zo thuis mogelijk opgroeien.
JeugdhulpPlus Deze paragraaf gaat dieper in op de ontwikkelingen in de JeugdhulpPlus. Deze vorm van jeugdhulp wordt geboden aan kinderen en jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening. Zonder behandeling in een gesloten setting vormen zij een risico voor zichzelf of hun omgeving. De vraag naar JeugdhulpPlus is er voor een kleine groep jeugdigen en is specialistische jeugdhulp. Daarom werkt de jeugdhulpregio Haaglanden samen op bovenregionaal niveau in het landsdeel Zuidwest. Het gaat hierbij om de vijf jeugdhulpregio’s in ZuidHolland: Haaglanden, Holland Rijnland, Midden-Holland, Rijnmond en Zuid-Holland Zuid. Samen maken zij het meeste
REGIOVISIE MONITOR 2023
16
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
gebruik van de twee JeugdhulpPlus aanbieders in Zuid-Holland: iHUB en Schakenbosch.
Landelijke ontwikkelingen Landelijk is afgesproken dat de JeugdhulpPlus in 2025 volledig kleinschalig moet werken. Vervolgens wordt toegewerkt naar nul gesloten plaatsingen in 2030. Aan de eerste doelstelling van volledig kleinschalig werken is reeds voldaan in landsdeel Zuidwest. Zowel iHUB als Schakenbosch werken sinds april 2022 met kleine groepen van maximaal zes jongeren. Voorheen bestonden de groepen uit negen of meer jongeren.
Landsdeel Zuidwest Het aantal jongeren in de JeugdhulpPlus daalde van 2019 tot 2022 fors. In 2023 stabiliseert dit aantal ten opzichte van vorig jaar. Dit is het sterkst zichtbaar op niveau van landsdeel Zuidwest. Alle 135 beschikbare plaatsen in de JeugdhulpPlus zijn nagenoeg continu bezet. Daarnaast zijn er ook nog tien jeugdigen buiten het landsdeel Zuidwest geplaatst. Het plaatsen van jeugdigen buiten het landsdeel Zuidwest heeft te maken met het bieden van bepaalde expertise die in ons landsdeel niet beschikbaar is.
REGIOVISIE MONITOR 2023
17
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Haaglanden In onderstaande tabel is te zien hoeveel jeugdigen uit de regio Haaglanden en in het landsdeel Zuidwest in JeugdhulPlus zitten. De verkleining van de groepen heeft naast kwalitatieve effecten ook het positieve effect dat de gemiddelde behandelduur voor jongeren is verkort. Dit is met name het geval op de locatie Schakenbosch. Tabel 3: Aantal jeugdigen in gesloten jeugdhulp op peildatum in Haaglanden Peildatum
Aantal jeugdigen in Haaglanden
Landsdeel Zuidwest
1 oktober 2019
112
294
1 oktober 2020
61
218
1 oktober 2021
65
181
1 oktober 2022
46
127
1 oktober 2023
39
135
Bron: (half-)jaarrapportages plaatsingscoördinatie JeugdhulpPlus.
Bovenregionaal plan JeugdhulpPlus Door de afbouw en de terugloop van het aantal jongeren dat gesloten geplaatst wordt hebben de aanbieders te maken met leegstand. In april 2023 is het Bovenregionaal plan JeugdhulpPlus vastgesteld. Dit plan is in november 2023 geactualiseerd op verzoek van het Rijk. Daarin worden hybride groepen geïntroduceerd.
Conform de beweging naar nul uithuisplaatsingen wordt een machtiging uithuisplaatsing, in tegenstelling tot voorgaande jaren, vaak maar voor drie maanden afgegeven. Jongeren moeten daarna de gesloten instelling verlaten en verhuizen naar een open residentiële instelling of een kleinschalige gezinsvorm. De machtiging vervalt na drie maanden, of als de vrijheidsbeperkende maatregelen niet meer nodig zijn. De behandeling van problematiek waarmee de jongere in de JeugdhulpPlus instelling is gekomen, is meestal nog niet afgerond. Ook is de jongere soms net weer begonnen met school op het instellingsterrein. Een volgende verhuizing van een jongere die net gewend is op de groep, aan begeleiders, huisgenoten en de school moet voorkomen worden. Om deze reden kan de jongere op de huidige groep zijn traject afmaken. Hierdoor komt het voor dat er jongeren met en zonder een machtiging gesloten jeugdhulp in een zelfde groep zitten. Bij de jongere zonder machtiging mogen geen vrijheidsbeperkende maatregelen worden ingezet. De gesloten groepen worden hierdoor hybride groepen. Door de introductie van hybride groepen in de JeugdhulpPlus worden jongeren beter gestabiliseerd voordat zij naar -bijvoorbeeld een pleeggezin- verhuizen. De complexiteit van de problematiek is minder aanwezig waardoor het risico op eerder beschreven breakdown wordt verminderd.
Op de hybride groepen gaat het net als op de gesloten groepen om een behandelplek waar jongeren een combinatie van verblijf, behandeling en onderwijs krijgen.
REGIOVISIE MONITOR 2023
18
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Randvoorwaarde voor de capaciteitsambitie van het afbouwen van de JeugdhulpPlus is het opbouwen van alternatieven. De realiteit op dit moment is dat de huidige gesloten capaciteit van 135 bedden volledig bezet is. De alternatieve capaciteit, zoals kleinschalige gezinsvormen of hybride groepen, is nog niet voldoende gerealiseerd. De eerder geformuleerde ambitie van 54 gesloten bedden blijft overeind, maar is er oog voor een realistischer tempo voor de afbouw van de gesloten capaciteit. Om in de tussentijd genoeg capaciteit voor deze jongeren met intensieve zorgbehoefte te hebben, worden er tijdelijk tot 2026 extra hybride plekken toegestaan. Bovenop de 135 gesloten plekken gaat dat om 45 extra plekken. De volgende paragraaf geeft inzicht in het opbouwen van alternatieven voor gesloten plaatsingen in de JeugdhulpPlus.
Ontwikkeling alternatieven JeugdhulpPlus Binnen het landsdeel Zuidwest heeft iedere jeugdhulpregio een eigen plan van aanpak opgesteld om alternatieven voor JeugdhulpPlus te ontwikkelen ten aanzien van de ambitie zo thuis mogelijk. In Haaglanden wordt de focus gelegd op het voorkomen van de instroom. De focus ligt daarbij op het doorontwikkelen van open residentiele jeugdhulp naar zo thuis en huiselijk mogelijk naast kleinschaligheid. De meeste jongeren in de JeugdhulpPlus zijn afkomstig vanuit de open verblijfsvoorzieningen.
Daarnaast wordt geïnvesteerd in kleinschalige gezinsvormen en hybride groepen. Met de ontwikkeling van deze en andere alternatieven is het de verwachting dat verdere afbouw van JeugdhulpPlus gerealiseerd kan worden.
Onderwijs De toegang tot onderwijs of dagbesteding is voor jongeren in JeugdhulpPlus een cruciale pijler in het kunnen bieden van een toekomstperspectief. Jongeren krijgen in kleine groepen onderwijs als onderdeel van hun dagprogramma binnen de JeugdhulpPlus instelling. De doorlopende leerlijn en de afstemming van zorg en onderwijs staan daarbij voorop. De plannen voor de om- en afbouw van de JeugdhulpPlus hebben directe invloed op de manier waarop de betrokken jongeren onderwijs krijgen aangeboden. In de transformatie van JeugdhulpPlus (afbouw en opbouw alternatieven) moet het onderwijs ook een goede plek krijgen. Bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat jongeren weer terug naar de oorspronkelijk school kunnen om hun opleiding te vervolgen.
Terugdringen vrijheidsbeperkende maatregelen Naast het verkleinen van de groepen zijn sinds oktober 2023 de zogenaamde veldnormen rondom het terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen ingevoerd. Deze normen
REGIOVISIE MONITOR 2023
19
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
waren een voorloper van de aangepaste Jeugdwet die per 1 januari 2024 van kracht is geworden: de wet rechtspositie Jeugdhulp. Hierdoor krijgen jongeren zo min mogelijk te maken met vrijheidsbeperkende maatregelen. Als dit toch wordt opgelegd, dan duurt deze zo kort mogelijk. Denk bij dat soort maatregelen aan separeren, vasthouden door meerdere personen, het controleren van het lichaam, urine of bezittingen. Voor zulke maatregelen worden de voorwaarden strenger, volgens het ‘nee, tenzij-principe’.
worden, maar dit lukt nog niet overal even goed. De locaties voldoen niet aan de eigen veldnormen hierover. Ook lukt het niet om aan alle jeugdigen de juiste, passende hulp te bieden.
Conclusie
De inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen is ook al voor de invoering van de veldnormen afgenomen. Op Schakenbosch vinden er sinds januari 2023 al helemaal geen separaties en geplande kameropsluitingen plaats. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft eind 2023 alle JeugdzorgPlus-locaties in Nederland bezocht. Deze werken allen aan het terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen. De IGJ ziet dat er minder vrijheidsbeperkende maatregelen gebruikt
De ambitie om zo thuis mogelijk op te groeien wordt breed gedragen en zien we ook terug in de cijfers in de regio Haaglanden. Binnen de hulpverlening zien we terughoudendheid in het aanvragen van een uithuisplaatsing in een open of gesloten setting. Wanneer dit onvermijdelijk is, wordt er zorgvuldiger onderzoek gedaan naar mogelijkheden binnen het netwerk van het kind. Als plaatsing in een instelling toch noodzakelijk is, dan wordt er eerder gekozen voor kleinschalige alternatieven zoals een gezinshuis of een pleeggezin. Daarnaast is groepsverkleining gerealiseerd in de JeugdhulpPlus instellingen en hebben zij hard gewerkt aan het terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen. Ook is er een aanvullend aanbod gerealiseerd in de vorm van hybride plekken. Hoewel alle betrokkenen partijen zich kunnen vinden in de ambitie om kinderen zo thuis mogelijk op laten groeien, ligt er een transformatieopgave om de afbouw van verblijfsplekken te kunnen compenseren met passende opbouw van alternatieven. Dat is een complexe puzzel. Gemeente zijn gehouden aan de beschikbaarheid van voldoende aanbod. We willen bovendien voorkomen dat kinderen met een intensieve zorgbehoefte niet op tijd passende zorg ontvangen.
REGIOVISIE MONITOR 2023
20
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
4
Jeugdigen groeien duurzaam veilig op In de afgelopen jaren is de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering onder grote druk komen te staan. Dit werd onder meer veroorzaakt door personeelstekorten, interne wachttijden en het gebrek aan tijdige en passende hulp. De werkdruk voor de jeugdbeschermers is hierdoor aanzienlijk toegenomen en leidde tot een verhoogde uitstroom van personeel uit de jeugdbescherming. In feite is er al enige jaren sprake van een voortdurende crisis in de jeugdbescherming. Hiervoor zijn landelijke afspraken gemaakt over caseload verlaging en is er een kwaliteitskader vastgesteld. In de Regiovisie jeugdhulp Haaglanden is het uitgangspunt verwoord dat jeugdbeschermingsmaatregelen voorkomen moeten worden. Een preventieve, gezinsgerichte en integrale aanpak moet de (dreigende) onveiligheid wegnemen en zorgen voor duurzame veiligheid. Hiermee sluit de Regiovisie aan bij de landelijke ‘beweging naar nul’ maatregelen en nul uithuisplaatsingen.
REGIOVISIE MONITOR 2023
21
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Inleiding Dit hoofdstuk gaat over het veilig opgroeien van jeugdigen in de regio Haaglanden en de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Bij ernstige bedreiging van de ontwikkeling van jeugdigen kunnen jeugdbeschermingsmaatregelen nodig zijn zoals een ondertoezichtstelling (ots), een voogdijmaatregel of een jeugdreclasseringsmaatregel. Hierbij krijgen jeugdbeschermers voor een bepaalde periode de regie om de veiligheid te borgen. Het kan zelfs betekenen dat jeugdigen tijdelijk uit huis worden geplaatst in een pleeggezin, gezinshuis of instelling. Op advies van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), meestal na inzet van de jeugdbeschermingstafel, spreekt een kinderrechter een wettelijke kinderbeschermingsmaatregel uit. De Gecertificeerde Instellingen (GI’s) voeren de maatregel uit en bepalen de noodzakelijke inzet van zorg. In 2023 zijn er vanuit het Rijk, de VNG en Jeugdzorg Nederland acties ondernomen om de nog steeds kwetsbare situatie in de jeugdbescherming structureel te verbeteren. Naast een financiële impuls is een landelijk Kwaliteitskader en Prestatiebeschrijvingen Jeugdbescherming (KKPB) vastgesteld. Dit kader beschrijft zowel voor ondertoezichtstellingen als voogdijzaken hoeveel cliënten een jeugdbeschermer begeleidt.
Op basis daarvan hebben het Rijk, de VNG en de GI’s gezamenlijk het besluit genomen tot het verlagen van de caseload voor jeugdbeschermers. Ook is er een landelijk tarief afgesproken voor jeugdbeschermingsorganisaties om deze caseloadverlaging mogelijk te maken. Met de invoering van dit tarief7 is er sprake van een structurele financiële impuls voor de sector als geheel.
Dit hoofdstuk gaat eerst in op kerngegevens over de jeugdbescherming in de jeugdhulpregio Haaglanden. Daarna komen er in dit hoofdstuk specifieke onderdelen in dit werkveld aan bod. Het hoofdstuk eindigt met enkele kernconclusies.
Jeugdbeschermingsmaatregelen Bij een jeugdbeschermingsmaatregel grijpt de overheid door de inzet van een jeugdbeschermer in in de autonomie en het persoonlijk leven van een gezin. Deze ingrijpende maatregel wordt uitsluitend ingezet via de rechtbank als de veiligheid en/of de ontwikkeling van een kind ernstig wordt bedreigd. Het gezin komt onder toezicht te staan en kan verplichte hulp opgelegd krijgen. Gemeenten zijn volgens de Jeugdwet verantwoordelijk voor de toeleiding naar de Raad voor de kinderbescherming (RvdK). Er zijn drie soorten jeugdbeschermingsmaatregelen: ots, voogdij en jeugdreclassering. Het grootste deel van de maatregelen in de jeugdhulpregio Haaglanden wordt uitgevoerd door
Zie raadsbrief februari 2024. Het totaal ligt lager dan de optelsom van jeugdigen per GI. Dit komt doordat sommige kinderen door meerdere GI’s zijn begeleid. Die worden dubbel meegeteld in de aantallen per GI, maar komen één keer voor in het totaal.
7 8
Tabel 4: Aantal jeugdigen in jeugdbescherming GI
2020
2021
2022
2023
Jeugdbescherming west
2.962
2.725
2.844
2.425
Leger des Heils, JBJR
163
126
144
125
William Schrikker Stichting JBJR
951
941
918
782
Overige GI’s
91
91
78
50
4.090
3.818
3.947
3.339
Totaal
8
REGIOVISIE MONITOR 2023
22
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Jeugdbescherming west, voor een generieke doelgroep. De William Schrikker Stichting biedt jeugdbescherming aan de doelgroep licht verstandelijke beperking en het Leger des Heils is gespecialiseerd in de doelgroep multi-problematiek. In tabel 4 en figuur 6 is te zien dat het aantal cliënten met een jeugdbeschermingsmaatregel in 2023 behoorlijk terugloopt ten opzichte van eerdere jaren. Om deze dalende trend te duiden heeft Jeugdbescherming west onderzoek laten doen naar mogelijke oorzaken in de gehele veiligheidsketen. De opvallendste conclusie is dat de GI’s, RvdK, VTH, gemeenten en rechtbank zich steeds meer afvragen wat de legitimiteit is van een kinderbeschermingsmaatregel.
Een jeugdbeschermingsmaatregel is dusdanig ingrijpend dat openlijk de vraag wordt gesteld of en zo ja, in welke situaties dit van onbetwistbare meerwaarde is voor de jeugdigen en voor de gezinnen. Het besef lijkt steeds groter te worden dat de overheid alleen mag ingrijpen als het echt niet anders kan. Aanhoudende negatieve berichtgeving in de media heeft het kritisch denken over het ingrijpen met een ots versterkt. Zo is de rechtbank kritischer geworden op het uitspreken en verlengen van een ots. Ook de uitgesproken duur van de ots is verkort ten opzichte van vorige jaren. In feite wordt met deze kanteling in denken en doen al voorgesorteerd op het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Hierin werkt een sterk voorveld op veiligheid samen met een Regionaal Veiligheidsteam. Verderop in dit hoofdstuk wordt hier dieper op in gegaan.
Figuur 6: Aantal jeugdbeschermingsmaatregelen Voogdij
Ondertoezichtstelling jaar1
Ondertoezichtstelling jaar 2 en verder
1.450 1.300
1.331
1.150 1.095
900
1.154
771
600 300
1.064 909
750 450
1.290
Andere oorzaken voor de daling van de instroom die in het onderzoek worden genoemd zijn de wachttijden en de personeelskrapte in de hele keten. Ook het meer methodisch werken van de jeugdbescherming wordt als reden van afname van het aantal maatregelen genoemd. Hierdoor worden maatregelen sneller afgesloten. Verder is de expertise op het gebied van veiligheid toegenomen, waardoor er minder aangemeld wordt bij de jeugdbeschermingstafel.
549
Er is momenteel veel in beweging in de veiligheidsketen. De regio volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en stuurt op het intensiveren van integrale samenwerking in de regio in overleg met de GI’s en de veiligheidsketen.
528
150 0 2021
2022
2023
2021
2022
2023
2021
2022
2023
REGIOVISIE MONITOR 2023
23
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Uithuisplaatsingen
Er bestaan diverse typen uithuisplaatsingen: jeugdigen die bij de andere ouder worden geplaatst, in een (netwerk)pleeggezin, een gezinshuis of een residentiële setting.
Onderstaande figuur geeft het totaal aantal machtigingen uithuisplaatsing (muhp) aan ten opzichte van het totaal aantal ots. In het aantal uithuisplaatsingen is in 2023 een verdere daling te zien. Zoals uit het bovengenoemde onderzoek blijkt, zijn zowel de GI’s als de rechtbank en de RvdK kritischer geworden op het inzetten of verlengen van een uithuisplaatsing. De rol en betrokkenheid bij de totstandkoming van een uithuisplaatsing van de GI zelf is overigens beperkt.
Het is evident dat de situatie van een jeugdige die in een verblijf van een jeugdhulporganisatie geplaatst wordt drastischer wijzigt dan die van een jeugdige die bij de andere ouder gaat wonen na een scheiding.
Figuur 7: Aantal machtigingen uithuisplaatsing ten opzichte van ots 140 130 120 110
Totaal aantal ots muhp Preventieve betrokkenheid Jeugdbescherming west
134 118
112
100
102
90
89
80
81
70
69
60 56
50 40 30
41
34
28
20
9
10
8
11
0 Q1 2022
Q2 2022
29 9
Q3 2022
Q4 2022
29
28 6
4
Q1 2023
Q2 2023
4 Q3 2023
Bron: Jeugdbescherming west.
REGIOVISIE MONITOR 2023
24
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Een verzoek tot uithuisplaatsing van een jeugdige kan op drie manieren tot stand komen. Het grootste deel van de verzoeken tot uithuisplaatsing wordt gedaan door de RvdK bij aanvang van de ots. De GI is hier vooraf niet bij betrokken. De tweede manier waarop een uithuisplaatsing verzocht kan worden is door de GI tijdens een lopend ots-traject. Tot slot gaat het om jeugdigen voor wie een eerder uitgesproken uithuisplaatsing wordt verlengd.
Jeugdreclassering Jeugdigen die strafbare feiten hebben gepleegd -waaronder aanhoudend schoolverzuim- kunnen door de kinderrechter een jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd krijgen. Daarbij wordt een jeugdreclasseerder aangewezen die verplichte hulp kan opleggen. In tabel 5 is te zien dat deze maatregelen de afgelopen jaren licht gedaald zijn maar in 2023 vrijwel gelijk gebleven zijn aan 2022.
Tabel 5: Aantal jeugdigen met reclassering GI
2020
2021
2022
2023
Jeugdbescherming west
592
555
515
507
Leger des Heils, JBJR
10
6
5
11
William Schrikker Stichting JBJR
125
145
148
151
5
10
9
6
722
712
675
669
Overige GI’s Totaal
9
Het totaal ligt lager dan de optelsom van jeugdigen per GI. Dit komt doordat sommige kinderen door meerdere GI’s zijn begeleid. Die worden dubbel meegeteld in de aantallen per GI, maar komen één keer voor in het totaal.
9
REGIOVISIE MONITOR 2023
25
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
De problematiek van een aantal jeugdigen in de jeugdreclassering is heviger geworden. Jeugdigen glijden echter minder zichtbaar af naar criminaliteit. Het ongewenste en strafbare gedrag dat zich eerst in de openbare ruimte afspeelde is verplaatst naar een minder zichtbare online-wereld. Met regelmaat worden er jeugdigen zonder eerder strafblad opgepakt die verdacht worden van het plegen van een HIC-crime10. Deze jeugdigen zijn al veel verder ontspoord dan bekend was. Er wordt bij het eerste contact met de politie ook vaker een opstapeling van problemen geconstateerd zoals online gokschulden en online oplichting. Met een aantal gemeenten in de regio is een gebiedsaanpak ontwikkeld om deze problematiek het hoofd te bieden. De jeugdreclassering is hier nauw bij betrokken. Landelijk wordt er gewerkt aan het vernieuwen van de bestaande werkwijzen binnen de jeugdreclassering. Het doel van de nieuwe methodiek ‘Jeugdreclassering in Verbinding’ is om de verschillende werkwijzen om te vormen naar een landelijk uniforme methodiek. De implementatie hiervan wordt verwacht in 2024.
Doorbraakaanpak GI’s: sneller hulp voor kinderen in de jeugdbescherming Naar aanleiding van het landelijke inspectietraject en het verscherpte toezicht is de jeugdhulpregio Haaglanden gestart met een doorbraakaanpak GI’s. Deze aanpak richt zich op het sneller inzetten van hulp voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. Zo zijn vanuit de GI’s zorgcoördinatoren werkzaam die jeugdbeschermers ondersteunen bij de zoektocht naar passende hulp. Het blijkt dat het steeds lastiger wordt om tijdig de juiste hulp te vinden. Mede hierom is er voor kinderen in de jeugdbescherming in 2023 het ‘Regionaal afwegingskader schadelijk wachten op jeugdhulp opgesteld. In het volgende hoofdstuk over wachttijden wordt dit afwegingskader verder toegelicht. Daarnaast is in 2023 gestart met het project ‘Een efficiënt toeleidingsproces naar jeugdhulp’ vanuit de GI’s. Het doel hierbij is om volgens leidende principes te komen tot een eenvoudig, efficiënt en regionaal (EER) toeleidingsproces. Dit proces is onderdeel van het samenwerkingsprotocol tussen de gemeenten en de GI’s. Het eindresultaat van het project is een geactualiseerd protocol met inbegrip van een EER-toeleidingsproces en wordt medio 2024 afgerond.
Jeugdbeschermingstafel (JBT) High Impact Crimes (HIC) is een verzamelnaam voor delicten zoals woninginbraak, overvallen, straatroof en geweldsmisdrijven.
10
Professionals van bijvoorbeeld een lokaal team, Veilig Thuis, een crisisteam, leerplicht of een jeugdhulporganisatie kunnen een
REGIOVISIE MONITOR 2023
26
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
melding doen bij de Jeugdbeschermingstafel (JBT). Aan deze tafel zitten behalve degene die de melding heeft gedaan, vertegenwoordigers van de gemeente, de RvdK, ouders en soms ook de jeugdige en/of mensen uit het netwerk, eventueel betrokken hulpverleners en de GI. Aan de JBT worden alle betrokkenen gehoord. Op deze manier wordt er een zorgvuldige afweging gemaakt of een onderzoek door de RvdK noodzakelijk is of dat de jeugdige nog vrijwillig geholpen kan worden. De RvdK zal in het geval van een verzoek tot onderzoek het hele gezin betrekken. In de jeugdbeschermingsketen neemt de JBT een belangrijke plaats in. Daarom wordt er in deze monitor specifiek aandacht aan besteed. In Haaglanden zijn er drie JBT’s: een in Den Haag (H1), een voor Delft, Midden Delfland, Rijswijk en Westland (H4) en een voor Leidschendam-Voorburg, Pijnacker Nootdorp, Voorschoten, Wassenaar en Zoetermeer (H5).
Naast bovenstaande aanmelders kan ook de RvdK een verzoek indienen bij de JBT. Dit zijn verzoeken tot hulpverlening (VTH) in zaken waar al een onderzoek loopt. Bij een VTH verzoekt de RvdK aan de JBT om te bemiddelen bij het inzetten van een casusregisseur ten tijde van hun onderzoek. Bij deze variant van de JBT vindt geen besluitvorming plaats, maar is de rol van de JBT bemiddelend. Tot slot zijn er cases waarbij er sprake is van crisis of spoed en er geen ruimte is voor een JBT. In dergelijke gevallen kan er een spoedverzoek tot onderzoek worden ingediend bij de RvdK. De RvdK behandelt deze zaken dan met voorrang.
In tabel 6 is te zien dat de helft van het aantal verzoeken vanuit de lokale teams komt. Voor deze cliënten vindt het lokale team Tabel 6: Aanmeldingen en melders JBT Haaglanden Aanmelder
de hulp in het vrijwillig kader niet meer voldoende. Voor de andere verwijzers geldt dat er de afgelopen jaren een forse daling was van het aantal aanmeldingen door CIT, GI, Veilig Thuis en jeugdhulpaanbieders. Deze daling is groter dan de daling van het totaal aantal aanmeldingen. Wellicht houdt dit verband met conclusies uit het eerdergenoemde onderzoek waaruit meer terughoudendheid naar voren komt.
Q4 2020 - Q3 2021
Q4 2021 - Q3 2022
Q4 2022 - Q3 2023
CIT
22
15
11
Lokale Teams / CJG / Veilig Verder Team
171
132
164
Gecertificeerde instellingen
44
32
24
Veilig Thuis
86
73
43
Overige, o.a. jeugdhulpaanbieders
47
36
29
Totaal aanmeldingen JBT
370
288
271
In ongeveer twee derde van de zaken die aan de Jeugdbeschermingstafel wordt besproken is het besluit om de RvdK onderzoek te laten doen. Ongeveer vijf tot tien procent van de zaken betreft een uitgesteld raadsonderzoek, waarbij ouders/jeugdige met het nakomen van een aantal (veiligheids-)afspraken een raadsonderzoek kunnen voorkomen. Het aantal aanmeldingen bij de JBT loopt jaarlijks terug. Het aantal besluiten gericht op de start van een onderzoek door de RvdK daalt mee met het aantal meldingen en is de afgelopen jaren procentueel stabiel gebleven.
Bron: Data JBT H1, JBT H4 en JBT H5.
REGIOVISIE MONITOR 2023
27
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Tabel 7: Type besluit JBT Besluiten
Q4 2020 - Q3 2021
Q4 2021 - Q3 2022
Q4 2022 - Q3 2023
Start Raadsonderzoek
250
185
174
Geen raadsonderzoek
62
58
54
Uitgesteld raadsonderzoek
24
15
23
Nvt / overig
6
10
4
342
268
255
Totaal JBT besluiten
Tabel 8: Aantal crisiszaken en huisverboden CIT 2019
2020
2021
2022
2023
Crisiszaken
793
986
1.083
1.141
1.071
Huisverboden
400
595
435
541
451
Het CIT wordt door de politie betrokken bij de uitvoering van de Wet tijdelijk huisverbod, indien er op het betrokken adres ook kinderen wonen. Het huisverbod houdt in dat een pleger van huiselijk geweld in beginsel tien dagen zijn of haar woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner of de kinderen. Het aantal huisverboden is in 2023 afgenomen ten opzichte van de jaren ervoor. Het aantal huisverboden van het CIT is afhankelijk van de inschatting die de politie maakt ten aanzien van het wel of niet overgaan tot een huisverbod en of de politie hen betrekt bij het opstellen van de risico-inventarisatie.
Verbinding jeugd- en veiligheidsketen
Bron: Data JBT H1, JBT H4 en JBT H5.
Crisisinterventieteam (CIT) Het CIT is de crisisinterventiedienst voor jeugdigen die zich in de regio bevinden. Indien sprake is van een crisis wordt een veiligheidstaxatie uitgevoerd en waar nodig direct een tijdelijke oplossing gezocht en georganiseerd om de veiligheid te borgen. Het CIT heeft een 24-uurs bereikbaarheidsdienst en werkt samen met diverse jeugdhulpaanbieders. Het aantal crisisinterventies is vanaf 2020 vrijwel gelijk gebleven. Het aantal crisiszaken dat bij het CIT binnenkomt kent altijd een enigszins grillig verloop, is van vele (maatschappelijke) factoren afhankelijk en niet causaal te duiden.
De opgedane ervaringen met de samenwerking tussen lokale teams en de jeugdbescherming in Den Haag, Delft en Westland vormen de basis voor een regionale proeftuin in het kader van het landelijke Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming. Het Rijk wil met het Toekomstscenario de jeugdbeschermingsketen fundamenteel anders organiseren. Doelen zijn de vereenvoudiging en versnelling in de aanpak van de jeugdbescherming. Er komt waar nodig nieuwe wetgeving om deze nieuwe werkwijze mogelijk te maken. In dit Toekomstscenario worden de organisaties Veilig Thuis (VT), de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de GI’s samengevoegd in één Regionaal Veiligheidsteam (RVT) en krijgt het lokaal team een prominente rol als het vaste gezicht voor gezinnen gedurende het gehele traject. In de regionale proeftuin worden tot mei 2025 op kleine schaal nieuwe manieren van samenwerken onderzocht, volgens de
REGIOVISIE MONITOR 2023
28
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
uitgangspunten van het Toekomstscenario. In 2024 ontstaat er meer zicht op de resultaten uit deze proeftuin. Naast deze proeftuin richt de jeugdhulpregio zich op een meer integrale aanpak van veiligheid, waaronder ook de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De Routekaart naar Veiligheid is in 2023 vanuit de Regiovisie aanpak Huiselijk Geweld ontwikkeld en geldt regionaal als praktisch hulpmiddel bij het Gefaseerd Samenwerken aan Veiligheid (GSAV). De bouwstenen van Beter Samenspel zijn in de Routekaart geïntegreerd en is daarom geen apart onderdeel meer in deze monitor. Dit sluit aan bij de ontwikkeling dat lokale teams zich richten op zowel jeugdigen als volwassenen en dat deze teams een centrale rol krijgen in het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. De regio is met al deze ontwikkelingen op de goede weg in de integrale aanpak van veiligheid. De regionale aandacht, het aanjagen, verbinden, faciliteren en stimuleren zijn belangrijk om als jeugdhulpregio in 2024 verdere stappen te zetten om samen met gezinnen te komen tot stabiele, structurele en duurzame veiligheid.
situatie kunnen terecht bij VTH. Diverse professionals, zoals uit de gezondheidszorg, het onderwijs en justitie zijn verplicht om de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te hanteren. Dit betekent dat zij verplicht zijn om te melden als er sprake is van acute en structurele onveiligheid.
Aantal adviezen en meldingen Hieronder volgt een overzicht van het aantal adviezen en meldingen dat Veilig Thuis de afgelopen jaren heeft ontvangen. Per jaar zijn cijfers weergegeven tot en met het derde kwartaal. In 2023 is een lichte daling te zien van het aantal adviezen en meldingen. Het merendeel van de meldingen komt van justitie en veiligheid (politie). De afgelopen jaren is dat ongeveer 75%11.
Tabel 9: Aantal meldingen en adviezen VTH
Veilig Thuis Haaglanden (VTH) Veilig Thuis Haaglanden (VTH) is er voor advies en ondersteuning en het melden van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is een centraal advies- en meldpunt voor iedereen (van nul tot honderd jaar) die hiermee te maken heeft. De betrokkene zelf, omstanders of professionals die zich zich zorgen maken over de
Meldingen
2021
2022
2023
Meldingen
7.040
7.145
6.859
Adviezen
7.133
6.844
6.491
Bron: VTH.
Zie ook de bestuursrapportages GR GGD en Veilig Thuis Haaglanden die twee keer per jaar worden opgesteld en verstuurd naar de gemeenteraden.
11
REGIOVISIE MONITOR 2023
29
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Conclusie Gezond en veilig opgroeien is een hoofddoelstelling van de Regiovisie. Voor veruit de meeste kinderen lukt dat ook goed. Voor een kleine groep is dat niet het geval en is ingrijpen door de overheid via een jeugdbeschermingsmaatregel nodig. Hoewel het aantal maatregelen in onze regio al jaren gestaag terugloopt, en deze trend zich in 2023 nadrukkelijk voortzet, is de situatie in de jeugdbescherming nog steeds kwetsbaar. Landelijk is gewerkt aan goede voorwaarden voor verbetering, onder meer met een kwaliteitskader en de verlaging van de caseload voor jeugdbeschermers. Hiermee wordt het vak weer aantrekkelijker en kan de uitstroom een halt worden toegeroepen. Het landelijke en regionale beleid in de jeugdbescherming is gericht op een kwaliteitsverbetering. Dit gebeurt onder meer door samenwerking in de hulpverleningsketen en tijdige inzet van passende hulp voor deze groep kwetsbare kinderen. De tijdige inzet van zorg is een breder probleem binnen de jeugdhulp. Er is nog steeds sprake van onacceptabele wachttijden. Prioritering van de inzet van zorg en een soepele toeleiding vanuit de lokale teams kan zorgen voor verbetering in 2024. Daarnaast wordt in 2024 door Veilig Thuis Haaglanden ingezet op het verminderen van de wachtlijst door meer capaciteit in te zetten.
De komende jaren wordt de samenwerking in de keten verder versterkt door de invoering van het Toekomstscenario en de Routekaart naar Veiligheid.
REGIOVISIE MONITOR 2023
30
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Begrippenlijst Jeugdbescherming
Doorbraakaanpak GI’s
nen van Beter Samenspel zijn volledig in de Routekaart geïnte-
Er is sprake van jeugdbescherming wanneer een kinderrechter,
De doorbraakaanpak GI’s houdt in dat voor jeugdigen met een
greerd.
altijd op advies van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK),
jeugdbeschermingsmaatregel zo snel mogelijk de hulp wordt
een wettelijke jeugdbeschermingsmaatregel heeft uitgesproken.
gestart door intensief samenspel van GI’s, aanbieders en ge-
Crisis Interventie Team Haaglanden (CIT)
Het gaat om de volgende maatregelen, die door de zogenaamde
meenten.
Het CIT van JB west is de crisisdienst voor de jeugdigen die zich in de regio bevinden en beoordeelt op basis van afgesproken criteria