CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3713 - Toelichting en regels 'TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a'

Raadsvergadering 8 oktober 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a31.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

69

4.17 Duurzaamheid Het meenemen van duurzaamheid in nieuwbouw projecten wordt door steeds meer partijen belangrijk gevonden. Het integreren van duurzaamheid in nieuwbouw projecten biedt kansen in iedere fase van een project. Zo kan met een slimme ruimtelijke planning het energieverbruik van gebouwen terug gedrongen worden, bijvoorbeeld door zongericht verkavelen. In het ontwerp van een gebouw kan door de juiste materiaalkeuze de impact op milieu verlaagd worden, door bijvoorbeeld het vermijden van uitlogende materialen als zink of door het gebruik van gerecyclede materialen. Het gebruik van natuurvriendelijke materialen binnenshuis kan het binnenklimaat verbeteren. Dit resulteert in een gezonde en toekomst bestendige leefomgeving, met onder andere een hogere kwaliteit en comfort, alsook lagere vaste (energie)lasten. De ontwikkelingen binnen de planlocatie sluiten aan op de duurzaamheidsdoelstellingen waar heel Nederland naar streeft. Nieuwe woningen mogen per 1 juli 2018 niet meer aangesloten worden op het gasnetwerk, maar dienen met een duurzamere en schonere energievoorzieningen gerealiseerd te worden. Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.17.1 Energie algemeen Per 1 juli 2018 is landelijk de aansluitplicht op aardgas vervallen (Gaswet).

Dat betekent dat nieuwbouw in Leidschendam-Voorburg niet meer wordt aangesloten op het aardgas netwerk. Gebouwen moeten op een duurzame manier verwarmd en (soms) gekoeld worden en voorzien van warm tapwater. Grosso modo is het alternatief voor aardgas gebaseerd op elektriciteit (o.a. een warmtepomp, zonneboiler etc.) of een aansluiting op een warmtenet. De toepassing van conventionele koel- of verwarmingsinstallaties zoals HR-ketels, (traditionele) elektrische boilers en conventionele koelmachines is niet toegestaan. Vanaf 1 januari 2021 geldt wettelijk voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, dat de vergunningaanvragen moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). In BENG wordt de energieprestatie uitgedrukt met drie indicatoren: de energiebehoefte van het gebouw, het primair fossiele energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft, voor het eerst in het Klimaatplan 2009-2020, vastgesteld te streven naar een drastische afname van fossiel energiegebruik en een toename van hernieuwbare energiebronnen als zon, geothermie (aardwarmte), wind en wellicht biomassa, door een energietransitie. Het streven is om in 2050 samen met de (voormalige) regio Haaglanden klimaatneutraal te zijn en om in 2020 een CO2-reductie van 20%, 20% energiebesparing en 20% meer duurzame energie te realiseren.

Nieuwe ontwikkelingen kunnen hieraan bijdragen door in de vergunningaanvraag te voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt bij de uitwerking van het ontwerp van het gebouw bepaald op welke wijze de energievoorziening van het gebouw zal plaatsvinden. Er zullen in ieder geval zonnepanelen op het dak worden gelegd. Bij de uitwerking wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van de gemeente Leidschendam-Voorburg op het gebied van energie. 4.17.2 Duurzaam bouwen De ambities en afspraken op het gebied van duurzaam bouwen zijn vastgelegd in de Notitie Duurzaam bouwen (d.d. 22 maart 2022) van de gemeente. Hierin zijn de ambities en doelstellingen op rijks-, provinciaal- en regioniveau vertaald naar het gemeentelijk werkveld. In de notitie Duurzaam bouwen zijn vier principes benoemd die in ieder bouwinitiatief van toepassing zijn: 1. 2. 3. 4.

We bouwen toekomstbestendig; We bouwen met het oog op de omgeving; We bouwen samen aan kwaliteit; We bouwen circulair en biobased.

Voor de voorgenomen ontwikkeling is nog geen definitief ontwerp opgesteld. Bij de uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van de gemeente Leidschendam-Voorburg op het gebied van duurzaamheid.

70 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

4.18 Kabels en leidingen Er kunnen planologisch relevante kabels en/of leidingen in de planlocatie liggen. Ze kunnen ook in de omgeving voorkomen. Voorbeelden zijn hoofdnutsvoorzieningen. Dit kunnen leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen zijn. Daarnaast zijn aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen en afvalwaterleidingen ook voorbeelden. De locaties van deze leidingen worden aangegeven in het omgevingsplan als ze voorkomen in het gebied. In de planlocatie ligt een waterleiding. In het omgevingsplan heeft de waterleiding met een strook aan weerszijden de functie 'Leiding - Water'. Binnen deze functie mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen. Bij het ontwerp van het gebouw is hiermee rekening gehouden. Ten zuiden van de planlocatie ligt op circa 500m een buisleiding van de Gasunie. In paragraaf 4.8 is aangegeven dat deze buisleiding op voldoende afstand ligt, waardoor deze geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

71

Hoofdstuk 5

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

5.1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. In Hoofdstuk 3 Beleid en Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten is aangegeven dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze paragraaf worden de conclusies uit de genoemde hoofdstukken beschreven. In paragraaf 5.2 wordt beschreven op welke wijze het TAM-omgevingsplan is opgesteld. Conclusie beleid De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het herontwikkelen van een binnenstedelijke bedrijfslocatie naar een woonlocatie. Het plan gaat uit van sloop van verouderde bedrijfsbebouwing en het realiseren van een woongebouw met werkplekken. Door de sloop van de verouderde bebouwing en het realiseren van een nieuw gebouw met een eenduidig volume, net zoals bij de omliggende gebouwen, wordt de ruimtelijke kwaliteit in het gebied verhoogd. De nieuwe functie past bij de aard van het gebied waar al een mix van woningen en bedrijvigheid aanwezig is. Niet alleen het gebouw is nieuw, ook de omliggende openbare ruimte wordt in het ontwerp meegenomen. Hier worden parkeerplaatsen en groen gerealiseerd.

In het plan is sprake van meervoudig ruimtegebruik, door het realiseren van werkplekken naast de woningen. Voor het wonen wordt gebouwd voor de doelgroep waar de woningnood het hoogst is: werkende jongeren of jongeren die in het laatste jaar van hun studie zitten. Het plan levert een bijdrage aan een gevarieerd en betaalbaar (sociaal) woningaanbod voor jongeren. De voorgenomen ontwikkeling valt in binnenstedelijk gebied. Steden krijgen te maken met een toename van hittestress en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering en verdichting. Het uitvallen van stedelijke functies en hoge kosten op lange termijn kunnen voorkomen worden door beperking van wateroverlast en hitte als ontwerpuitgangspunt op te nemen bij de (her)inrichting van de stad. Er wordt een klimaatbestendig gebouw gerealiseerd waarbij rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. Er wordt zowel in de buitenruimte als op het dak van het gebouw waterberging gerealiseerd. Ook is aandacht voor hittestress door het aanplanten van groen en bomen. Het dak zal ook voorzien worden van zonnepanelen. Het realiseren van de wooneenheden voor de doelgroep jongeren, in combinatie met werkplekken draagt bij aan de ambities van de provincie Zuid-Holland en gemeente Leidschendam-Voorburg om een gezonde en aantrekkelijke woonomgeving te creëren.

Conclusie omgevingsaspecten De impact van de beoogde ontwikkeling op omgevingsaspecten is beperkt van aard en er treden geen nadelige gevolgen voor het milieu op. 5.2

Wijzigen omgevingsplan

5.2.1 Systematiek van de bestemmingsregels Voor de systematiek van het 'TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 en 8a' is aangesloten bij 'Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk'. Het TAM-omgevingsplan fungeert als toetsingskader voor bouwplannen in de planlocatie alsmede vormt het TAM-omgevingsplan een bindend kader voor het gebruik van gronden en opstallen in het gebied. Via dit TAM-omgevingsplan wordt via de IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen het omgevingsplan gewijzigd. Het TAMomgevingsplan maakt juridisch gezien deel uit van het omgevingsplan, maar heeft technisch gezien het 'oude' formaat. Dit betekent dat oude begrippen zoals bestemmingsregels nog in het TAMomgevingsplan voorkomen.

72 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

De regels van het TAM-omgevingsplan zijn onderverdeeld in:  Inleidende regels;  Bestemmingsregel;  Algemene regels;  Overgangsregels. 5.2.1.1 Inleidende regels Om misverstanden over de toepassing en interpretatie van het TAM-omgevingsplan te voorkomen worden in de begripsbepalingen (artikel 1) de verschillende in het plan voorkomende begrippen nader omschreven ook om de eenduidigheid bij het gebruik van het plan te bevorderen. Bij de meet- en regelbepalingen (artikel 2) wordt beschreven hoe voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan bepaalde maten gemeten dienen te worden. Alleen de begrippen en meet- en regelbepalingen die nodig zijn voor de toepassing van dit TAMomgevingsplan zijn opgenomen. 5.2.1.2 Bestemmingsregels De regels, behorende bij de verschillende in het plan voorkomende functies, zijn opgebouwd, volgens een vast stramien. Elk artikel is opgebouwd volgens de onderstaande standaardindeling:  Functieomschrijving;  Beoordelingsregels;  Maatwerkvoorschriften;  Vergunningplicht voor afwijken;  Specifieke functieregels;  Vergunningplicht voor afwijken van de functieregels;  Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden. Eén en ander uiteraard voor zover in dit specifieke plan van toepassing.

In het voorliggende 'TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 en 8a' komen de volgende functies voor: Bedrijf De functie 'Bedrijf' wordt gebruikt locaties waar bedrijven zijn gevestigd. In de regel worden hiermee bedrijven aangeduid die gericht zijn op productie of bewerking van producten en in principe deze producten niet ter plekke verkopen. Onder de functie bedrijf valt in principe dus geen detailhandel, dienstverlening of kantoorwerk, tenzij het gaat om een ondergeschikte vorm hiervan. Met een functieaanduiding is de maximale categorie aangegeven. In dit geval is de functie 'Bedrijf' van toepassing op het perceel Vlietweg 8a en is maximaal categorie 2 toegestaan. Door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - spuitinrichting' is de locatie van de spuitcabine vastgelegd. Gemengd Binnen het bouwvlak van de functie 'Gemengd' zijn op de begane grond woningen en functies zoals bedrijvigheid in categorie 1 en kantoren toegestaan. Ook is de stalling van fietsen toegestaan. Op de verdiepingen zijn alleen woningen toegestaan. Via een voorwaardelijke verplichting is de realisatie van een blauw-groen dak vastgelegd. Ook is via een voorwaardelijke verplichting vastgelegd dat de woonfunctie niet eerder gebruikt mag worden dan nadat door middel van een nadere uitgewerkte en actuele Aerius-berekening is aangetoond dat geen sprake is van een overschrijding van de waarden.

Ten slotte is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot de geluidsproductie van de meest westelijke mechanische ventilatie unit op het dak van het pand Nieuwstraat 2. Buiten het bouwvlak is het niet toegestaan om bijbehorende bouwwerken op te richten. Ook is door middel van een bepaling het vergunningvrij bebouwen van het perceel buiten het bouwvlak ingeperkt. Deze inperking is noodzakelijk in verband met locatiespecifieke omstandigheden. Het is namelijk gewenst dat de strook groen grenzend aan het water van de Goo groen wordt gehouden en dat hier geen bijbehorende bouwwerken worden gerealiseerd. Het hoofdgebouw voorziet in ruimte voor fietsenstalling, waardoor het niet nodig is om bij het hoofdgebouw aanvullend bijbehorende bouwwerken te realiseren.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

73

Groen De functie 'Groen' wordt gebruikt voor gronden die van belang zijn voor de groenstructuur binnen de planlocatie, inclusief kleinschalige groenelementen. Verkeer - Verblijfsgebied De functie 'Verkeer - Verblijfsgebied' wordt gebruikt voor de wegen in de planlocatie. Het gaat hierbij niet om hoofdwegen maar om wegen met een meer gemengd karakter. Deze wegen zijn niet gericht op het doorgaand verkeer. Ook parkeerplaatsen zijn toegestaan binnen deze functie. Water De functie 'Water' wordt gebruikt voor watergangen in de planlocatie. Met deze functie wordt tevens beoogd de in en direct langs het water (oevers) voorkomende natuurwaarden te beschermen. Leiding - Water De functie 'Leiding - Water' ligt op een strook aan weerszijden van hoofdwaterleidingen. De regeling voorziet in de aanwezigheid van de leidingen en de bescherming ervan. Binnen de op stroken mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen. Het is wel mogelijk om te bouwen wanneer een bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of veranderingen van bestaande bouwwerken. Voor werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor de leidingen is een omgevingsvergunning nodig.

Waarde - Archeologie 3 De gronden met de functie 'Waarde - Archeologie 3' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), aangewezen voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Met de toevoeging van een archeologisch peil worden de archeologische waarden extra beschermd. Er is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van bodemingrepen die een grotere oppervlakte beslaan dan 100m² en die dieper de grond in gaan dan 30cm. Waterstaat - Waterkering De beschermingszone van de polderkade ten zuiden van de planlocatie heeft de functie 'Waterstaat Waterkering' gekregen. Het belang van de waterkering gaat op deze gronden voor op de andere functies die aan dezelfde gronden zijn toegekend. Ander gebruik en andere bebouwing binnen de zone, anders dan ten behoeve van de waterkering, zijn slechts mogelijk als de belangen van de waterkering zich er niet tegen verzetten en als vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Ook langs de vliet is deze functie opgenomen. 5.2.1.3 Algemene regels en overgangsregels In het TAM-omgevingsplan is een aantal algemene regels opgenomen. Het betreft hier een aantal algemene bouw- en gebruiksregels en een aantal algemene afwijkingsregels.

Tenslotte zijn bepalingen ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen in het TAMomgevingsplan. 5.3 Toepassing en handhaving van het plan Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een omgevingsplan heeft geen zin, indien na de vaststelling van het omgevingsplan geen handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om al tijdens het opstellen van een omgevingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. De wettelijke basis hiervoor is gelegd in artikel 125 van de Gemeentewet, in samenhang met de afdelingen 5.3 en 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid:  Voldoende kenbaarheid van het plan. Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het omgevingsplan bij degenen die het moeten naleven. Het omgevingsplan is immers aan een ieder kenbaar gemaakt zodat wordt aangenomen dat belanghebbenden in de planlocatie op de hoogte (kunnen) zijn van de regels.  Voldoende draagvlak voor beleid en regeling in het plan. De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling in grote kring ondersteund wordt door de gebruikers van de planlocatie. Uiteraard kan niet iedereen zich vinden in elk onderdeel van het plan. Een algemene positieve benadering van het omgevingsplan is echter wel wenselijk. 74 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

 

Realistische en inzichtelijke regeling. Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. Actief handhavingsbeleid. Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in de planlocatie. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.

De afdeling Handhaving is belast met de handhaving van de regels in dit TAM-omgevingsplan stelt jaarlijks handhavingsplannen op en een handhavingsprogramma voor meerdere jaren. Daarin zijn prioriteiten gesteld ten aanzien van de te handhaven zaken. In het algemeen geldt op grond van vaststaande jurisprudentie een beginselplicht tot handhaving. Dat neemt natuurlijk niet weg dat per geval moet worden onderzocht of handhaving (nog) mogelijk of proportioneel is. Een uitzondering is bijvoorbeeld concreet zicht op legalisatie van de overtreding. Bij handhaving van de regels wordt onder meer aandacht besteed aan de normen met betrekking tot brandveiligheid en constructieve veiligheid, monumentenstatus, toezicht op de naleving en uitvoering van omgevingsvergunningen en de handhaving op milieuovertredingen.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

75

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende plan is opgesteld om op de locatie Vlietweg 3 woningbouw te realiseren. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, hoort de functie niet mogelijk gemaakt te worden. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een behoefte waar in de markt veel vraag naar is. In het gemeentelijk woonbeleid zet de gemeente zich in voor groepen waar de woningnood het hoogst is en blijft. Hieronder vallen jongeren, studenten en starters. De gemeente Leidschendam-Voorburg stuurt waar mogelijk op de nieuwbouw van een substantieel aantal betaalbare woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een particulier voornemen waarvan de lasten door de initiatiefnemer zullen worden gedragen. Voorafgaand aan het opstellen van dit plan is een intentieovereenkomst gesloten tussen de gemeente Leidschendam-Voorburg en de initiatiefnemer. Er wordt ook nog een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de ontwikkelaar. Hierin worden afspraken gemaakt over de uitvoering, kosten en nadeelcompensatie. De financiële uitvoerbaarheid is daarmee verzekerd.

76 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1 Participatie Het opstellen van een (wijziging)omgevingsplan dient zorgvuldig te gebeuren. In dat kader is het van belang dat er vooroverleg met betrokken instanties, burgers en maatschappelijke organisaties plaatsvindt, zodat in een vroeg stadium knelpunten, belangen en verbeterpunten kunnen worden gesignaleerd. Voor de voorgenomen ontwikkeling is een participatietraject doorlopen. In januari 2022 is het traject gestart met gesprekken met omwonenden en andere belanghebbenden. In de periode tot en met september 2023 hebben verschillende buurtbijeenkomsten plaats gevonden en is een intensief traject met een klankbordgroep doorlopen. Tijdens een slotbijeenkomst op 18 september is het resultaat teruggekoppeld. Voor het participatietraject is een participatiewebsite gemaakt, waar informatie en verslagen te vinden zijn. Deze website blijft in de lucht. Daarnaast worden geïnteresseerden via een nieuwsbrief op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. In bijlage 18 (De Wijde Blik, Participatieverslag Vlietweg 3 Leidschendam, 9 oktober 2023) is het eindverslag van het doorlopen participatietraject opgenomen. 7.2 Vooroverleg met overlegpartners en overige stakeholders Het vooroverleg met relevante overheidsinstanties, nutspartijen en andere stakeholders heeft plaatsgevonden vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

In dat kader is aan de overlegpartners en overige stakeholders een concept-ontwerpbestemmingsplan voorgelegd. De partijen zijn in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het concept-ontwerpbestemmingsplan. Op deze manier is invulling gegeven aan het wettelijk voorgeschreven vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 en 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening. De reacties hebben betrekking op het conceptontwerpbestemmingsplan. Vervolgens is het concept-ontwerpbestemmingsplan omgezet naar een TAM-omgevingsplan. Betrokken overlegpartners/stakeholders De volgende overlegpartners respectievelijk stakeholders zijn uitgenodigd om een vooroverlegreactie te geven op het concept-ontwerpbestemmingsplan: 1. Provincie Zuid-Holland; 2. Archeologische Werkgroep Leidschendam-Voorburg; 3. Dunea; 4. Vereniging Erfgoed Leidschendam; 5. Nederlandse Gasunie; 6. Hoogheemraadschap van Delfland; 7. Natuur- en milieufederatie Zuid-Holland; 8. Nederlandse Aardolie Maatschappij; 9. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; 10. Rijkswaterstaat; 11. Stichting Duurzaam Leidschendam-Voorburg; 12. TenneT; 13. Veiligheidsregio Haaglanden. Ontvangen overlegreacties Hieronder zijn de van de bovengenoemde overlegpartners ontvangen reacties op het conceptontwerpbestemmingsplan samengevat en -waar nodig- van een inhoudelijke beantwoording voorzien. 1.

Provincie Zuid-Holland

Overlegreactie Het vooroverleg met de provincie heeft plaatsgevonden door middel van het invullen en elektronisch indienen van het zogenoemde e-formulier voor het aanbieden van ruimtelijke plannen. De conclusie aan de hand van het ingediende e-formulier luidt dat het concept-ontwerpbestemmingsplan zelf niet bij de provincie ingediend hoeft te worden omdat er geen provinciale ruimtelijke belangen in het geding zijn. De provincie heeft ook na ontvangst van het e-formulier niet alsnog om toezending van het plan verzocht.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

77

Antwoord op de overlegreactie Gelet op de uitkomst van het vooroverleg door middel van het e-formulier leidt het vooroverleg met de provincie niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan. 2. Archeologische Werkgroep Leidschendam-Voorburg Overlegreactie Er is geen overlegreactie ontvangen van de Archeologische Werkgroep Leidschendam-Voorburg. 3. Dunea Overlegreactie Dunea heeft het concept-ontwerpbestemmingsplan getoetst aan het actuele bestand van alle door Dunea beheerde leidingen in en rond de planlocatie. Deze toetsing geeft aanleiding tot een aantal opmerkingen, te weten: a. In de planlocatie lag voorheen een 450 mm. asbestcementen transportleiding. Deze leiding is in 2023 verwijderd vanwege de mogelijke verbreding van de A4. De voorheen voor deze leiding geldende dubbelbestemming kan komen te vervallen resp. hoeft in dit nieuwe plan niet te worden opgenomen. b. In de planlocatie bevindt zich de 1.400 mm. betonnen BAL-1 rivierwaterleiding. De dubbelbestemming met een beschermingszone van 9,0 m. aan weerszijden van de leiding dient gehandhaafd te blijven. De beoogde nieuwe bebouwing is gesitueerd op 9,0 m. van de leiding, dit is conform de dubbelbestemming en in eerdere vooroverleggen gemaakte afspraken. c. De dubbelbestemming voor de rivierwaterleiding lijkt in het bestemmingsvlak van de bestemming 'Groen' niet door te lopen. Verzocht wordt dit nog aan te passen.

Antwoord op de overlegreactie De onder a. en b. gemaakte opmerkingen worden voor kennisgeving aangenomen. De voorheen aanwezige asbestcementen transportleiding is niet opgenomen in het plan. De 1.400 mm. rivierwaterleiding is voorzien van de correcte functie. Uit een controle van de verbeelding komt naar voren dat de aanduiding van de functie voor de rivierwaterleiding wel doorloopt in het door Dunea bedoelde gebied dat is aangewezen voor Groen, maar dat de 'leesbaarheid' hiervan in de PDF-versie niet optimaal is. Door technische aanpassingen aan de verbeelding (bijvoorbeeld door de PDF-versie van de verbeelding in twee afzonderlijke delen/lagen te splitsen) kan wellicht de leesbaarheid worden verbeterd. Daarbij wordt wel opgemerkt dat de niet-optimale leesbaarheid uitsluitend betrekking heeft op de (juridische geen status hebbende) PDF-versie van de verbeelding. Bij de juridisch maatgevende digitale verbeelding speelt dit thema niet. Een inhoudelijke aanpassing van het TAM-omgevingsplan is in zoverre dan ook niet nodig. 4. Vereniging Erfgoed Leidschendam Overlegreactie De Vereniging Erfgoed Leidschendam heeft beoordeeld of de planologische wijziging respectievelijk het beoogde bouwplan belangen op het gebied van het erfgoed raakt en constateert dat dit niet het geval is. In zoverre geeft het plan de Vereniging geen aanleiding tot opmerkingen.

Wel doet de Vereniging een suggestie om in de nieuwbouwplannen de geschiedenis van de locatie en haar oorspronkelijke eigenaar terug te laten komen. De Vereniging geeft het volgende aan: "Op het genoemde adres ligt de huidige timmermanswerkplaats van Groenewegen. Dit bedrijfspand/timmermanswerkplaats (Vlietweg 3) liet de firma L.M. Groenewegen in 1951 naast de toenmalige gasfabriek van Stompwijk bouwen. Dit pand wordt nu aangeduid met 'Haalhout extra'. Het zou wellicht een optie kunnen zijn, om in de nieuwbouw de geschiedenis van deze timmermansfamilie op een subtiele manier te laten terugkomen. De pater familias van de familie Groenewegen, Laurentius Maria Groenewegen werd al in 1918 genoemd als timmerman en molenmaker in Stompwijk. Zijn vader Daniel Groenewegen (1827-1902) was ook timmerman en molenmaker van beroep. Groenewegen is decennialang een bekende aannemer in zowel Veur als Leidschendam geweest. We kennen de familie Groenewegen natuurlijk ook van de meubeltoonzaal aan het Damplein (periode 1965-2006) en hun toenmalige winkel aan de Damlaan 4-6. En hun inzet voor de vrijwillige brandweer, de heer P.G.M. Groenewegen was in de jaren vijftig en zestig naast wethouder ook loco burgemeester van Leidschendam. 78 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Als wij een bijdrage kunnen leveren aan het vastleggen van de genoemde historie in de nieuwbouw, laat het te zijner tijd weten." Antwoord op de overlegreactie De overlegreactie van de Vereniging Erfgoed Leidschendam leidt niet tot een aanpassing van het TAM-omgevingsplan. De suggestie ten aanzien van het zichtbaar maken van de historie van (de eigenaren van) de locatie wordt zeer gewaardeerd en meegenomen naar de fase van de uitvoering van het plan. 5. Nederlandse Gasunie Overlegreactie De Gasunie heeft het concept-ontwerpbestemmingsplan getoetst aan het actuele beleid op het gebied van externe veiligheid. Op grond van deze toetsing constateert de Gasunie dat de planlocatie buiten de 1% letaliteitsgrens van de dichtst bijgelegen aardgastransportleiding van de Gasunie ligt. Dat betekent dat de betreffende leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Antwoord op de overlegreactie De overlegreactie van de Gasunie leidt niet tot een aanpassing van het TAM-omgevingsplan. 6. Hoogheemraadschap van Delfland Overlegreactie Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft (telefonisch) te kennen gegeven dat alle eerder in het proces gemaakt opmerkingen over de aanwezige waterkeringen correct verwerkt zijn op de verbeelding en in de regels van het concept-ontwerpbestemmingsplan. In die zin geeft het plan dan ook geen aanleiding voor een formele overlegreactie.

Wel wordt nog gewezen op een kleine omissie in de toelichting, waar nog wordt vermeld dat de planlocatie buiten de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' ligt. Deze tekst is niet in overeenstemming gebracht met de aanpassingen aan de verbeelding en de regels. Antwoord op de overlegreactie De toelichting wordt op dit punt gecorrigeerd. 7. Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland Er is geen vooroverlegreactie ontvangen van Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland. 8. Nederlandse Aardolie Maatschappij Overlegreactie De NAM heeft het concept-ontwerpbestemmingsplan getoetst aan de beschikbare informatie over de ligging van haar infrastructuur. Uit deze toets blijkt dat er in of nabij de planlocatie geen infrastructuur van de NAM aanwezig is. Wel wijst de NAM op de aanwezigheid van infrastructuur van de Gasunie. Antwoord op de overlegreactie De overlegreactie van de NAM leidt niet tot een aanpassing van het TAM-omgevingsplan. Van de Gasunie is een zelfstandige overlegreactie ontvangen, zie de beantwoording daarvan onder 5. 9. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Er is geen vooroverlegreactie ontvangen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 10. Rijkswaterstaat Overlegreactie Gelet op de belangen die Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid behartigt, zijn er geen inhoudelijke opmerkingen op het concept-ontwerpbestemmingsplan.

Geconstateerd wordt dat het akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai juist is uitgevoerd. Wel wordt in de overlegreactie aangegeven dat het van belang is te waarborgen dat voor de nieuw te realiseren woningen voldoende maatregelen worden getroffen om een leefbare woonomgeving te creëren. Geadviseerd wordt de gezondheid als uitgangspunt te nemen en niet uit te gaan van de doelgroep voor de (geluidsgevoelige) woningen.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

79

Wanneer de gemeente dit uitgangspunt onderschrijft, adviseert Rijkswaterstaat dit duidelijk in de toelichting van het plan op te nemen. Antwoord op de overlegreactie Aangezien het plan eerst na invoering van de Omgevingswet in procedure wordt gebracht dient het akoestisch onderzoek aan de hand van dit nieuwe wettelijke regime te worden aangepast. Bij de verwerking daarvan in de plantoelichting zal ook de opmerking van Rijkswaterstaat, ten aanzien van het nemen van de gezondheid als uitgangspunt en het borgen van een leefbare woonomgeving, worden meegenomen. 11. Stichting Duurzaam Leidschendam-Voorburg Er is geen vooroverlegreactie ontvangen van Stichting Duurzaam Leidschendam - Voorburg. 12. TenneT Overlegreactie Na een beoordeling van het plan meldt TenneT dat zij in de planlocatie noch bovengrondse noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer heeft. TenneT heeft dan ook geen opmerkingen op het concept-ontwerpbestemmingsplan. Antwoord op de overlegreactie De overlegreactie van TenneT leidt niet tot een aanpassing van het TAM-omgevingsplan. 13. Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) Overlegreactie De VRH constateert dat de planlocatie op 416 meter ten noordwesten van de rijksweg A4 ligt. Bij een calamiteit op de A4 kan zich een incident voordoen waarbij giftige stoffen vrijkomen.

De afstand van de planlocatie tot aan de A4 is echter zodanig dat het groepsrisico als gevolg van het beoogde bouwplan niet significant zal toenemen. Gezien de afstand tussen de planlocatie en de A4 worden de volgende maatregelen door de VRH geadviseerd: A. Afschakelbare ventilatie; B. Risicocommunicatie. Het beoogde woon- en werkcomplex zal worden voorzien van zonnepanelen. De VRH wijst erop dat aan de energietransitie risico's zijn verbonden, onder meer op het gebied van elektrisch rijden/parkeren, waterstof en gebruik van zonnepanelen in combinatie met energie-opslagsystemen (EOS). Wanneer nieuwe energiebronnen worden toegepast in de planlocatie wordt de VRH graag geïnformeerd en aangehaakt. Door vroegtijdig mogelijkheden, risico's en mogelijke beheersmaatregelen in verbeelding te brengen, kan de energietransitie op een veilige manier plaatsvinden. De VRH wijst er op dat bij de verdere uitwerking van de planlocatie, zoals bij bouwplannen, ook specifiek gekeken wordt naar de brandveiligheid. Hiervoor kunnen extra maatregelen nodig zijn. In het kader van brandveiligheid is ook aandacht vereist voor de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voor de specifieke objecten. Voor (advies)vragen op dit vlak kan contact worden opgenomen met de VRH.

Ten slotte wijst de VRH er nog op dat niet alle geadviseerde maatregelen kunnen worden opgenomen in het bestemmingsplan, maar ook zijn bedoeld voor andere afdelingen binnen de gemeente. De desbetreffende maatregelen kunnen mogelijk binnen andere ruimtelijke plannen of door andere gemeentelijke disciplines worden geborgd. De VRH gaat er dan ook van uit dat, na bestuurlijke besluitvorming over het bestemmingsplan, de overgenomen dan wel geadviseerde maatregelen bij de juiste afdeling(en) van de gemeentelijke organisatie onder de aandacht worden gebracht. Antwoord op de overlegreactie De overlegreactie van de VRH stipt een aantal interessante thema's aan op het gebied van de externe - en brandveiligheid. Het duurzaam borgen van het belang van een veilige woon- en leefomgeving wordt uiteraard volledig onderschreven. Tegelijkertijd wordt geconcludeerd dat de door de VRH geadviseerde maatregelen en beschreven aandachtspunten in feite niet ruimtelijk kunnen worden geborgd en daarom niet in het TAM-omgevingsplan kunnen worden verwerkt.

80 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

De aangestipte thema's zullen bij de verdere planuitwerking en verwezenlijking van de beoogde ontwikkelingen meegenomen worden en tijdig onder de aandacht van de betrokken gemeentelijke vakafdelingen en de initiatiefnemer van het plan worden gebracht. De overlegreactie van de VRH leidt niet tot een aanpassing van het TAM-omgevingsplan. 7.3 Terinzagelegging en zienswijzen Het TAM-omgevingsplan heeft vanaf vrijdag 23 februari 2024 gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen tot en met donderdag 4 april 2024. Gedurende deze periode kon door een ieder zowel mondeling als schriftelijk een zienswijze worden ingediend. In totaal zijn 49 zienswijzen ingediend, waarvan 9 uniek en 40 identieke zienswijzen. Alle unieke zienswijzen zijn behandeld en voorzien van een reactie. Deze zijn gebundeld in de Nota van beantwoording zienswijzen die als bijlage 19 deel uitmaakt van dit TAM-omgevingsplan. Een aantal zienswijzen heeft geleid tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan. De aanpassing ziet op de onderbouwing van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Daarnaast is naar aanleiding van de zienswijzen een nader bodemonderzoek en geluidonderzoek aan het omgevingsplan toegevoegd. Voorts zijn nog enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd in het plan.

Daarom bevat de Nota van beantwoording zienswijzen een beschrijving van de wijzigingen die bij de vaststelling van dit omgevingsplan zijn doorgevoerd ten opzichte van het ontwerp-omgevingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

81

Bijlagen bij de toelichting

82 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Bijlage 1

Aanmeldnotitie mer

Adviesbureau Haver Droeze BNT

83

Bijlage 2

Verkeersstudie

84 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Bijlage 3

Parkeeronderzoek

Adviesbureau Haver Droeze BNT

85

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek - wegverkeerslawaai

86 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Bijlage 5 Akoestisch onderzoek automobiel- en garagebedrijf Vlietweg 8a

Adviesbureau Haver Droeze BNT

87

Bijlage 6 Akoestisch onderzoek Nieuwstraat 2 onderhoudswerkplaats en groothandel

88 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Bijlage 7

Bodemonderzoek

Adviesbureau Haver Droeze BNT

89

Bijlage 8

Nader bodemonderzoek

90 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Bijlage 9

Indicatieve keuring grondwal

Adviesbureau Haver Droeze BNT

91

Bijlage 10

92 en 8a (vastgesteld)

Nader onderzoek - partijkeuring locatie 4

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Bijlage 11

Geuronderzoek

Adviesbureau Haver Droeze BNT

93

Bijlage 12

94 en 8a (vastgesteld)

Memo watercompensatie

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Bijlage 13

Archeologisch onderzoek

Adviesbureau Haver Droeze BNT

95

Bijlage 14

96 en 8a (vastgesteld)

Onderzoek stikstofdepositie

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Bijlage 15

Ecologisch onderzoek

Adviesbureau Haver Droeze BNT

97

Bijlage 16

98 en 8a (vastgesteld)

Ecologisch onderzoek Nieuwstraat 2 - 2a

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Bijlage 17

Bezonningsstudie

Adviesbureau Haver Droeze BNT

99

Bijlage 18

100 en 8a (vastgesteld)

Participatieverslag

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=44bc88e2-d3f3-4f7d-93db-90d19a00e490