3713 - Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 13 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
Rapportnummer:
V2135
Projectnummer:
V21-4789
ISSN:
1573 - 9406
Status en versie:
Concept, versie 1.2
In opdracht van:
Wibaut
Rapportage:
W.J. Weerheijm, E.R.J.G. Picard, F.P.J. van Puijenbroek
Plaats en datum:
Amersfoort, 10 maart 2022
Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Versie 1.0
Status Concept
Datum 22 juni 2021
1.1
Concept
24 juni 2021
1.2
Concept
10 maart 2022
Initiatief Toponiem / locatie Plaats Gemeente Provincie Opdrachtgever
Contactpersoon Oppervlakte plangebied Oppervlakte onderzoeksgebied Diepte grondwerkzaamheden Huidig grondgebruik Zaakidentificatie (Archis3) Soort onderzoek RD-coördinaten van het plangebied Kaartblad (1:25.000) Uitvoerder Datum veldonderzoek Toetser rapport Projectleider Projectmedewerkers
Beheer en documentatie
Bevoegd gezag
Contactpersoon namens het bevoegd gezag
Documentbeheer Toelichting Eerste concept ter goedkeuring opdrachtgever en bevoegd gezag Tweede concept na verwerking opmerkingen opdrachtgever Derde concept na veldonderzoek
Autorisatie W.A.M. Hessing
W.A.M. Hessing W.A.M. Hessing
Projectgegevens Sloop en nieuwbouw Vlietweg 3 Leidschendam Leidschendam-Voorburg Zuid-Holland Wibaut Buiksloterdijk 240 1025 WE Amsterdam Dhr. M. Houbolt Ca. 0,3 ha Plangebied + buffer 500 Onbekend Bedrijf/infrastructuur/groen BO: 5084479100 IVO-O: 5157557100 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek Xmin: 86.874 Xmax: 86.970 Ymin: 454.840 Ymax: 454.840 30G ‘s-Gravenhage Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie 23 februari 2022 Drs. W.A.M. Hessing, Senior KNA Archeoloog / Senior KNA prospector (97049866) mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA BO archeoloog/ Prospector MA (38767204) mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA BO archeoloog/ Prospector MA (38767204) E.R.J.G. Picard (KNA archeoloog in opleiding) F.P.J. van Puijenbroek MSc, KNA Prospector MA (66852666) Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie E-depot Nederlandse Archeologie (EDNA) via DANS EASY: https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Gemeente Leidschendam-Voorburg Postbus 1005 2260 BA Leidschendam Dhr. A. Roeloffs
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
2
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Inhoudsopgave Samenvatting en advies..................................................................................................................................... 5 Onderbouwing advies........................................................................................................................................ 7 1 Projectomgeving ....................................................................................................................................... 7 1.1 Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik ........................................................ 7 1.2 Onderzoeksdoel en -methode .......................................................................................................... 7 2 Beleidskader .............................................................................................................................................. 9 2.1 Wettelijk kader ................................................................................................................................. 9 2.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................. 9 2.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................
10 3 Verwachtingsmodel ................................................................................................................................ 13 3.1 Natuurlijk landschap ....................................................................................................................... 13 3.2 Historisch landschap ....................................................................................................................... 14 3.3 Bouwhistorische waarden .............................................................................................................. 22 3.4 Archeologische waarden ................................................................................................................ 23 3.5 Tweede Wereldoorlog .................................................................................................................... 30 3.6 Gespecificeerde archeologische verwachting ................................................................................ 30 3.7 Advies vervolgonderzoek ................................................................................................................ 32 4 Inventariserend veldonderzoek ..............................................................................................................
33 4.1 Doelstelling ..................................................................................................................................... 33 4.2 Toegankelijkheid van het onderzoeksgebied ................................................................................. 33 4.3 Onderzoeksmethode ...................................................................................................................... 35 4.4 Resultaten veldonderzoek .............................................................................................................. 35 4.5 Conclusies veldonderzoek .............................................................................................................. 36 5 Advies vervolgonderzoek (LS05) ............................................................................................................. 38 Literatuur ......................................................................................................................................................... 39 Digitale bronnen .............................................................................................................................................. 39 Afbeeldingen ...................................................................................................................................................
41 Tabellen ........................................................................................................................................................... 41 Bijlagen en kaarten .......................................................................................................................................... 41
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
3
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 1 Luchtfoto van het plangebied (in blauw). Bron: PDOK.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
4
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Samenvatting en advies Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van Wibaut een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg (kaart 1; afbeelding 1). Wibaut is betrokken bij de herinrichting van het plangebied, dat een oppervlakte heeft van ca. 0,3 ha. Het plangebied is momenteel deels bebouwd met een tweetal panden die zullen worden gesloopt, waarna nieuwbouw zal worden gerealiseerd. De exacte bouwplannen zijn nog niet bekend. Wel is bekend dat men voornemens is nieuwbouw van 5 à 6 etages te realiseren, afhankelijk van het ontwerp dat gekozen gaat worden (afbeelding 2). Er zal geen kelder worden aangelegd; uitgegaan wordt van funderingsbalken tot ca. 1 m onder maaiveld, en een liftput tot ca. 1,5 m onder maaiveld. Er is nog geen palenplan beschikbaar, maar uitgegaan wordt van heipalen tot in de eerste zandlaag op ca. 14 m onder maaiveld. Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ligt het plangebied binnen een terrein van zeer hoge archeologische waarde. Deze vastgestelde waarde heeft betrekking op de vondstlocatie 2316140100 binnen het perceel, waarbij zowel het Kanaal van Corbulo als een naastgelegen pad aangetroffen zou zijn.
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek dient het Kanaal echter verder noordelijk gezocht te worden, maar had het plangebied desalniettemin een hoge archeologische verwachting voor archeologische resten vanaf de IJzertijd/Romeinse tijd. Tevens gold voor het gehele plangebied een middelhoge verwachting voor resten uit het Neolithicum/Bronstijd en een (middel) hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de Late Middeleeuwen. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied aan de in de middeleeuwen gekanaliseerde loop van de Vliet, met het historisch bebouwingslint aan de oevers. Er zijn geen cartografische aanwijzingen voor historische bebouwing uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd, maar dit kan ook niet geheel worden uitgesloten. Om de archeologische verwachting te toetsen is op 23 februari 2022 een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/deels karterende boringen uitgevoerd. Binnen het plangebied zijn in het noordelijk deel van het plangebied duinafzettingen aangetroffen; in het zuidelijk deel een kreek. In het gehele plangebied zijn al deze afzettingen, afgezien van de top van de duin, bedekt onder een laag veen die vervolgens bedekt is geraakt met getijdeafzettingen van het laagpakket van Walcheren.
Opvallend is de aanwezigheid van een duin in het noorden van het plangebied, in plaats van de verwachte kreek, die circa 10 meter ten zuiden van de verwachte loop is aangetroffen. De hoogst aangetroffen top van het duin lag op 1 m -mv (1,56 m -NAP). Het lijkt er daarom op dat de kreek niet een recht verloop heeft gehad, maar meer kronkelig is geweest. In drie boringen is een laklaag aangetroffen in de zuidoever van de aangetroffen kreek. De laklagen zijn aangetroffen op een diepte vanaf 260 tot 295 centimeter beneden maaiveld. Advies Op basis van de aangetroffen bodemopbouw heeft het plangebied nog steeds een hoge archeologische verwachting. Bij ingrepen die dieper reiken dan 1,26 meter beneden NAP (70 centimeter beneden maaiveld met een bufferzone van 30 centimeter) worden mogelijk archeologische waarden bedreigd, met name op de top/flank van het duin met de overgang naar de geul, en vervolgens van de geul naar de andere oever. Als er gewoond is op het duin, kunnen resten worden aangetroffen op het duin, met mogelijke dumps van materiaal op de flank en in de laagte van de geul.
In zijn algemeenheid geldt dat bij toekomstige ontwikkelingen zoveel mogelijk de richtlijnen gevolgd moeten worden voor archeologievriendelijk bouwen, zoals weergegeven in de handreiking van de RCE.1 De toekomstige ingrepen bestaan naar verwachting uit het uitgraven van een bouwkuip en het plaatsen van heipalen. De gemeente hanteert een maximale dichtheid voor heipalen van 2% van het te verstoren oppervlak. Indien heipalen een groter oppervlak uitmaken dan 2%, dan is vervolgonderzoek noodzakelijk. Een ander criterium voor heipalen is de onderlinge afstand van de heipalen. Om toekomstig onderzoek nog mogelijk te houden/mogelijk te maken, dienen deze palen in rijen geplaatst te worden met een onderlinge tussenruimte van ca. 4,5-5 m tussen de rijen (met het oog op de breedte/draaicirkel van een graafmachine).
1
https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2016/01/01/handreiking-archeologievriendelijk-bouwen.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
5
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Het verdient dus de voorkeur om het palenplan hier op af te stemmen en voor te leggen aan de gemeente. Overigens moet hierbij ook rekening worden gehouden met de palen die nu onder de bestaande bebouwingaanwezig zijn (zie afbeelding 15 en 16). Een en ander komt neer op: 1. Er wordt ingezet op archeologisch sparend en vriendelijk bouwen; of 2. Er wordt niet ingezet op archeologisch sparend en vriendelijk bouwen. Dit betekent dat er voor de BP-wijziging al een karterend en waarderend proefsleuven onderzoek moet worden uitgevoerd; of 3. Het is nu nog niet duidelijk of er ingezet kan worden op archeologisch sparend en vriendelijk bouwen. Dit moet dan duidelijk door de initiatiefnemer worden gemotiveerd. De initiatiefnemer kan in dat geval uitstel vragen van het waarderende archeologische onderzoek tot na de vaststelling van het BP. Uitstel houdt wel een risico met zich mee van vertraging later in het proces. De vraag of vervolgonderzoek noodzakelijk is hangt uiteindelijk dus af van het VO/DO. Geadviseerd wordt om in een vroegtijdig stadium met de gemeente dit VO/DO te overleggen om te bepalen of er vervolgonderzoek noodzakelijk is. Indien vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht, is een (aanvullend) karterend onderzoek door middel van proefsleuven de meest geschikte opsporingsmethode.
Voorafgaand aan de uitvoering van een dergelijk onderzoek dient altijd eerst (verplicht) een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, dat de goedkeuring behoeft van de gemeente als bevoegd gezag. Het bevoegd gezag, de gemeente Leidschendam-Voorburg, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Leidschendam-Voorburg, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
6
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Onderbouwing advies 1 1.1
Projectomgeving Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van Wibaut een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg (kaart 1; afbeelding 1). Wibaut is betrokken bij de herinrichting van het plangebied, dat een oppervlakte heeft van ca. 0,3 ha. Het plangebied is momenteel deels bebouwd met een tweetal panden die zullen worden gesloopt, waarna nieuwbouw zal worden gerealiseerd. De exacte bouwplannen zijn nog niet bekend. Wel is bekend dat men voornemens is nieuwbouw van 5 à 6 etages te realiseren, afhankelijk van het ontwerp gekozen gaat worden (afbeelding 2). Er zal geen kelder worden aangelegd; uitgegaan wordt van funderingsbalken tot ca. 1 m onder maaiveld, en een liftput tot ca. 1,5 m onder maaiveld. Er is nog geen palenplan beschikbaar, maar uitgegaan wordt van heipalen tot in de eerste zandlaag op ca. 14 m onder maaiveld. 1.2
Onderzoeksdoel en -methode
Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden. Hiertoe is een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen. Op basis hiervan is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek en 4003 Inventariserend veldonderzoek.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
7
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 2 Boven: De voorgenomen bouwvlakken (globaal in blauw kader). Beneden: Ontwerpschets voor nieuwbouw Vlietweg 3. Bron: Mark van der Heide Urban Design.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
8
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
2 2.1
Beleidskader Wettelijk kader
De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is uitgewerkt in de Monumentenwet 1988 en in de wijziging hierop; de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007). Een deel van de Monumentenwet is per 1 juli 2016 opgegaan in de Erfgoedwet. Het overige deel zal te zijner tijd opgaan in de Omgevingswet. Tot die tijd blijven die artikelen die niet zijn overgegaan naar de Erfgoedwet van kracht zoals ze in de Monumentenwet van 1988 zijn benoemd. De Wamz vormde de implementatie van het Verdrag van Malta dat in 1992 door diverse Europese lidstaten is ondertekend. Hierin wordt gesteld dat het streven is archeologisch erfgoed in de bodem te beschermen en daarmee te behouden. Om dit te kunnen doen moet archeologisch erfgoed ingepast worden in de ruimtelijke ordening. Een ander uitgangspunt is dat indien behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is, de verstoorder onderzoek naar de archeologische waarden moet betalen. In de praktijk zijn dit de kosten voor de archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus). Met de invoering van de Wamz werden gemeenten verplicht om archeologiebeleid te ontwikkelen omdat artikel 38a van de Monumentenwet 1988 bepaalde dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten.
Met invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) werd de archeologie definitief verankerd in de ruimtelijke ordening. Bepaald werd dat gemeenten na maximaal 10 jaar een bestemmingsplan moeten herzien of vernieuwen (daarbij rekening houdend met de archeologie op grond van de Monumentenwet 1988). Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) zijn burgemeester en wethouders bevoegd gezag in het kader van de omgevingsvergunning. Op grond van de Ontgrondingenwet zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag in het kader van de ontgrondingsvergunning, voor andere gronden dan bij ministeriële regeling aan te wijzen rijkswateren. Ook is de provincie op grond van de Wro bevoegd gezag wanneer sprake is van een Provinciaal Inpassingsplan (PIP). Wanneer sprake is van een Rijksinpassingsplan (RIP) is het rijk bevoegd gezag. Verder is de minister van Infrastructuur en Waterstaat bevoegd gezag ten aanzien van de bodem en oevers van rijkswateren op grond van de Waterwet. Voor werkzaamheden die een wettelijk beschermd archeologisch rijksmonument wijzigen of verstoren, is een vergunning nodig van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verleent deze vergunning namens de minister.
Ten aanzien van het onderhavige plangebied bestaat ook nog een beleidsmatig verband met de voordracht van het kabinet en de betrokken provincies en gemeenten om het Nederlandse deel van de Romeinse grenszone (Limes) tot aanwijzing van UNESCO Werelderfgoed. Tot het voordrachtsgebied behoort tevens het noordelijk deel van het Kanaal van Corbulo tussen Leiden en Voorburg. De definitieve aanwijzing door UNESCO volgt waarschijnlijk eind 2020. Het huidige plangebied valt onder deze aanwijzing, zij het dat het buiten de kern- en bufferzones is geplaatst, waarvoor een extra beschermingsregime zal gaan gelden.2 2.2
Provinciaal beleid
De landschappelijke zone waarin de Vliet en de resten van het Kanaal van Corbulo zijn gelegen, zijn door de Provincie Zuid-Holland aangewezen tot cultuurhistorisch waardevol gebied, behorend tot de Romeinse Limes. Hierop zijn voorschriften van toepassing die zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevings Verordening van 2019.3 Deze voorschriften houden in dat de Provincie van gemeenten verlangt in deze gebieden een
2
Voor meer informatie wordt verwezen naar het nominatiedossier Nedergermaaanse Limes dat is terug te vinden op de website van de NLS. www.limeswerelderfgoed.nl. 3 Provincie Zuid-Holland Omgevingsverordening 2019, specifiek artikel 6.9. en 6.27.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
9
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
pro-actief ruimtelijk beleid te voeren gericht op instandhouding en versterking en bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden. 2.3
Gemeentelijk beleid
De gemeente Leidschendam-Voorburg beschikt over een archeologische waarden- en verwachtingenkaart en een archeologische beleidskaart.4 Op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting, in het noordelijk deel van het plangebied overlappend met een zone met een zeer hoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit de Romeinse tijd, in het bijzonder met betrekking tot het Corbulo kanaal (afbeelding 3). Op basis van de verwachtingskaart kan worden afgeleid dat voor de archeologische verwachting tevens van belang zijn de ligging van het plangebied bij het Kanaal van Corbulo met mogelijke resten uit de Romeinse tijd. Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting, “categorie 3” toegekend (afbeelding 4). Voor deze categorie geldt dat bodemroerende ingrepen dieper dan 0,30 meter beneden maaiveld, vergunningplichtig zijn vanuit de archeologie wanneer deze een oppervlakte beslaan van 100 m2 of meer.
De maatregelen van de gemeentelijke archeologische beleidskaart zijn in het bestemmingsplan ‘Leidschendam Zuid’ (2016) verankerd door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’.5 Op basis van deze dubbelbestemming zijn ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -mv onderzoeksplichtig, wat voor het onderhavige plangebied het geval is.
4
Kroes et al. 2013.
5
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/; NL.IMRO.1916.ldzuid-VG01.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
10
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 3 Plangebied (blauw) op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Bron: Kroes 2013.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
11
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 4 Plangebied (blauw) op de archeologische beleidskaart van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Bron: Kroes et al. 2013.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
12
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
3
Verwachtingsmodel
3.1
Natuurlijk landschap
Het plangebied ligt op de overgang van de Archeoregio Hollands veen- en kleigebied, en het westelijk gelegen Hollands duingebied. Het plangebied ligt aan de zuidzijde van de Vliet op een hoogte van 0,0 meter NAP en loopt in zuid-oostelijke richting af tot – 1,4 meter beneden NAP.6 De Holocene afzettingen kunnen worden aangetroffen op een diepte van circa 14 meter beneden maaiveld. De onderliggende afzettingen bestaan uit dekzand van de vorige ijstijd. In de periode direct na deze ijstijd was er een sterke verbetering van het klimaat. De neerslag nam toe en werd minder seizoensgebonden. De grotere hoeveelheid water zorgde ervoor dat er Basisveen kon gaan groeien in het landschap. De hogere temperaturen van het Holoceen zorgde door middel van de smeltende ijskappen voor een stijgende zeespiegel. Het plangebied kwam daarom vrij snel in een wad- en getijdengebied te liggen. In deze wad- en getijdenzone werd bij vloed water aangevoerd en bij eb afgevoerd. Dit resulteerde, naast de erosie van het Basisveen, voor een pakket aan getijdenafzettingen. Deze afzettingen (Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk) worden gekenmerkt door een afwisseling van zandige en kleiige lagen. Deze zijn afgezet tijdens vloed waarbij vooral slib werd afgezet. De zandige afzettingen werden vooral in de kreken afgezet, waar de stroomsnelheid van het water groter was.
Na verloop van tijd konden de getijdenafzettingen groeien tot een hoogte boven de zeespiegel. Het oprukken van de zee werd rond 5000 BP (Before Present) enigszins vertraagd doordat het landijs in Scandinavië al grotendeels was gesmolten; de zeespiegelstijging werd daarna vooral veroorzaakt door isostasie (bodemdaling). Hierdoor konden de strandwallen, die voorheen telkens door het opkomende water werden opgeruimd, zich uitbreiden in westelijke richting. Deze duinen worden de Oude Duinen genoemd en behoren tot het Laagpakket van Zandvoort, Formatie van Naaldwijk. Tijdens de IJzertijd name de invloed van de zee weer toe. Bij vloed kon het zeewater het achterland weer overstromen. De Gantel was een getijdengeul in de lagunaire vlakte achter de achterste strandwal, die afwaterde op de oude Maasmonding bij Monster Via het Gantelsysteem werden eveneens wadafzettingen afgezet, dit maal van het Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk. Vanaf de 1e eeuw voor Christus zouden de oevers van de geulsystemen als die van de Gantel droog genoeg zijn geworden voor permanente bewoning. Tijdens de Romeinse tijd was de Gantel mogelijk bevaarbaar tot de grens van het huidige Rijswijk.
Voor de aanleg van het Kanaal van Corbulo (50 na Christus) zal gebruik zijn gemaakt van de reeds aanwezige loop van de Gantel, en een vergelijkbare getijdengeul die vanaf de grens van het huidige Leidschendam in noordelijke richting afwaterde op de Oude Rijn net ten oosten van Leiden. Binnen de noordzijde van het nog de geul van een kreek uit de IJzertijd (zie verder paragraaf 3.4). In de derde eeuw na Christus was er weer een fase van vernatting in het gebied. Hierdoor werd bewoning in lager gelegen delen tussen en achter de Oude Duinen wederom grotendeels onmogelijk gemaakt. Ook was er weer stroming in de getijderivieren waardoor er getijdeafzettingen konden worden afgezet. De westwaartse uitbreiding van de duinenrij stopte omstreeks 1000 na Christus, waarna het gebied tijdens de Late Middeleeuwen weer werd ontgonnen. Volgens de geomorfologische kaart (kaart 2a) ligt het plangebied in niet-gekarteerd gebied vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Op basis van extrapolatie ligt het plangebied in een gebied van vlakte van getij-afzettingen (zeeklei op veen). Volgens de bodemkaart (kaart 2b) ligt het plangebied eveneens in de bebouwde kom. In de directe omgeving bestaat de bodem uit kalkarme leek-/ woudeerdgronden of moerige eerdgronden, ontwikkeld in niet gerijpte zavel of klei.
Dit zijn bodems die zich hebben ontwikkeld in de wad- en kwelderafzettingen die aan de oppervlakte zijn komen te liggen nadat het Hollandveen was verdwenen. Binnen een afstand van 100 meter rondom het plangebied zijn in het DINOloket twee boringen geregistreerd: boring B30G2240 bij de Nieuwstraat en boring B30G2203 bij de Overgoo. In het geval van de eerste boring is er sprake van een laag kleiig zand tot 2,8 m -mv, met daaronder Hollandveen tussen 2,8 en 3,3 m -mv. Onder deze veenlaag is tot einde boring 6 m -mv sprake van een opeenvolging van klei, met enkele veenlaagjes. Boring B30G2203 had een einddiepte van slechts 2
6
www.ahn.nl.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
13
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
meter, en bestond uit een opbouw van zand. Boring B30G2223 ligt 50 meter zuidelijker; hier is de opbouw zand tot 4,1 m -mv, gevolgd door veen op 4,1 – 4,3 m -mv, klei, en weer veen tussen 5,6 – 5,8 m -mv.7 Volgens de bodemkaart ligt het plangebied in een zone met Grondwatertrap II (met een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ondieper dan 40 cm, en een Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) tussen 50 en 80 cm -mv), of Grondwatertrap III (met een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ondieper dan 40 cm, en een Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) tussen 80 en 120 cm -mv). Binnen het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de IJzertijd/Romeinse Tijd langs de oevers van een kreek (Kaart 2c). Dit geldt des te meer omdat het Kanaal van Corbulo aan de noordzijde van het plangebied wordt verwacht, met mogelijke bewoning en menselijke activiteit langs de oevers. De afdekkende kleiafzettingen kunnen archeologische waarden bevatten uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Tevens bestaat er een lage tot middelhoge archeologische verwachting op het aantreffen van duintjes in de diepere ondergrond, met bewoning uit het Neolithicum/Bronstijd. Bij de Westvlietweg (ca.
1,6 km ten zuidwesten van het plangebied) is tijdens een proefsleuvenonderzoek in 2008 een duin aangetroffen met archeologische resten uit de prehistorie (Zaak ID 2213587100). Het duin stak tussen 0,5 en 2,0 m -mv tussen het veen uit, onder een dunne kleilaag (ca. 1,5-3,0 m -NAP). Het prehistorische aardewerkassemblage bevatte zowel Swifterbant-, als Hazendonk-, als Vlaardingenaardewerk. Het vuursteen bevatte zowel Hazendonk- als Vlaardingenkenmerken; een van de bijlfragmenten is mogelijk afkomstig van een Burenbijl. De vroegste Hazendonk-bewoners zijn iets na 4000 v. Chr. op het duin gearriveerd. Het is niet duidelijk wanneer zij het duin hebben verlaten. De veenvorming in acht nemende die rond 3000 v. Chr. begon, dan geldt dat als een terminus ante quem. Waarschijnlijker is, dat het duin rond 3300 v. Chr. al is verlaten, zoals ook is vastgesteld bij vergelijkbare vindplaatsen als Ypenburg en Schipluiden. Bij de Populierenlaan 4 (ca. 3 km ten zuidwesten van het plangebied) heeft de AWLV in 2004 een duin aangetroffen op ca. 2,05 m -mv (-245 cm -NAP), onder een kleipakket. Deze meldingen zijn een stuk zuidelijker dan het huidige plangebied, maar de aanwezigheid van een duin in de diepere ondergrond kan niet worden uitgesloten. 3.2
Historisch landschap
Historisch-geografische ontwikkeling Voor de historisch-geografische gegevens is gebruik gemaakt van: • De Kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 via Hoogheemraadschap van Rijnland Archief;8 • De Kruikius (“Cruquius”) kaart uit 1712, kaartblad Leytsendam, via TU Delft;9 • de Kadastrale Minuut 1811-1832, gemeente Stompwijk, sectie F, blad 01 via de Beeldbank van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed; • en de website Tijdreis over 200 jaar topografie van het Kadaster.10 De plaats Leidschendam bestaat officieel pas sinds 1938, toen de dorpen Veur en Stompwijk samengevoegd werden. De bewoningsgeschiedenis gaat echter ver terug. Zo bevond zich in de tweede en derde eeuw ter hoogte van het huidige Voorburg de Romeinse nederzetting Forum Hadriani. Tevens werd door het gebied het Kanaal van Corbulo gegraven.11 Dit kanaal verbond de monding van de Maas/Waal met de Rijn. Door deze binnenlandse vaarroute hoefden de schepen in de Romeinse tijd niet meer via de zee te varen. Bij de aanleg maakten de Romeinen handig gebruik van al bestaande stroompjes, die ze met elkaar verbonden tot één lange waterweg.12 Tussen de hoogheemraadschappen Rijnland en Delfland werd vanwege het verschil in waterpeil, in de 13e eeuw een landscheidingsdijk (de huidige Nieuwstraat) met dam aangelegd; De Lytsche Dam. Omdat bij deze
7
www.dinoloket.nl.
8
Inventarisnr. 30A, toegang A-2802.
9
http://universalviewer.io/uv.html?manifest=https://dlc.services/iiif-resource/delft/string1/1712kruikius#?c=0&m=0&s=0&cv=16&xywh=-5007%2C-239%2C18714%2C8321 10 https://www.topotijdreis.nl/. 11
https://geschiedenisvanzuidholland.nl/locatie/geschiedenis-van-leidschendam-voorburg
12
https://geschiedenisvanzuidholland.nl/collecties/kanaal-van-corbulo.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
14
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
dam de lading van schip verwisselt moest worden, creëerde deze overslagplaats veel economische bedrijvigheid. De bebouwing aan de noordzijde vormde het dorp Veur, ten zuiden van de Vliet werd Leidschendam genoemd. In de loop van de 14e eeuw kwam de trekschuitverbinding op gang. Eerst tussen Delft en Leidschendam, vanaf de 17e eeuw ook tussen Leidschendam en Leiden. Hiervoor werd er langs de Vliet een jaagpad aangelegd (huidige Oostvlietweg). Dat was nodig voor de schuitenjager, ofwel de man met paard die de schuit voorttrok. Ook vrouwen en kinderen werden ingezet om de schuit te trekken. De trekschuitverbinding heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van buitenplaatsen in de regio. In de Gouden Eeuw (17e eeuw) beleefde Holland een grote bloeiperiode op handelsgebied. De nieuwe rijken wilden naar goed voorbeeld van de oude adel buitenplaatsen stichten. De druk bevaren Vliet vormde een mooi uitzicht en was door de trekschuitverbinding goed te bereiken.13 Het plangebied is gelegen in de Tedinger Broekpolder. Deze polder is in 1480 ontgonnen. Tedingerbroekpolder is een zogeheten veenpolder. De polder is in 1480 ontgonnen. Het veen werd vanaf de late Middeleeuwen afgegraven voor turfwinning. Turf was vroeger een belangrijke brandstof voor de bewoners.
Als gevolg van het afgraven van het veen ontstonden plassen die in eerste instantie met 2 molens en later met 2 (stoom)gemalen werden drooggemalen en ook droog gehouden. Zo konden op de percelen land- en tuinbouwactiviteiten plaatsvinden. Op de kaart van Berckenrode uit 1615 is de landscheiding tussen de Hoogheemraadschap Rijnland en het Hoogheemraadschap Delfland, de huidige Nieuwstraat, goed herkenbaar (afbeelding 5). In de hoek Nieuwstraat – Vlietweg is bebouwing aanwezig. De kaart van Kruikius uit 1712 geeft een soortgelijk beeld (afbeelding 6). Wederom is er bebouwing aanwezig in de hoek Nieustraat- Vlietweg. Het noordelijk deel van het plangebied is met de noordwesthoek gelegen op grasland, met de noordoosthoek in de tuin van voorgenoemde bebouwing. Op de kadastrale minuut 1811-1832 (minuutplan Stompwijk, sectie F, blad 01) is het plangebied onbebouwd (afbeelding 7).14 Het plangebied ligt wel op enkele meters van bebouwing. Het terrein is op dat moment in gebruik als bos en laagland. De grote stedelijke ontwikkelingen in en rond het plangebied begonnen vanaf de jaren 20 van de 20e eeuw. Het aangrenzende Den Haag was naarstig opzoek naar grond om de stad uit te breiden. Voorburg begon tussen 1899 en 1908 zelf sterk te groeien, om te voorkomen dat agrarisch grondgebied door Den Haag geannexeerd zou worden.
Met name het gebied rond de bestaande buitenplaatsen Vronestein en Leeuwenstein (1905), de tuin van Rusthof (1906) en Middenburg (1907) werden met nieuwbouwwoningen volgebouwd. De locatie is sinds 1951 in gebruik als timmerfabriek. Ten oosten van het plangebied bevond zich van 1885 tot 1965 een gasfabriek aan de Nieuwstraat 2-22 (voorheen Stompwijkse Achterweg).
13
http://wiki.toenleidschendam-voorburg.nl/wiki/Vliet.
14
https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
15
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 5 Het plangebied (blauw) globaal aangegeven op de Kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615. Bron: Archief Hoogheemraadschap van Rijnland.
Afbeelding 6 Het plangebied (blauw) op de Kruikius kaart uit 1712 geprojecteerd. Bron: TU Delft.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
16
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 7 Uitsnede Kadasterkaart 1811-1832. Bron: RCE.
Afbeelding 8 Ligging plangebied (blauw) op de topografische kaart uit 1900. Bron: Topotijdreis.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
17
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 9 Ligging plangebied (blauw) op de topografische kaart uit 1950. Bron: Topotijdreis.
Afbeelding 10 Ligging plangebied (blauw) op de topografische kaart uit 1962. Bron: Topotijdreis.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
18
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 11 Ligging plangebied (blauw) op de topografische kaart uit 1980. Bron: Topotijdreis.
Afbeelding 12 Ligging plangebied (blauw) op de topografische kaart uit 1995. Bron: Topotijdreis.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
19
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 13 Ligging plangebied (blauw) op de topografische kaart uit 2010. Bron: Topotijdreis.
Afbeelding 14 Ligging plangebied (blauw) op de topografische kaart uit 2019. Bron: Topotijdreis.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
20
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Historische situatie en mogelijke verstoringen Het bodemprofiel binnen een deel van het plangebied is verstoord door bouwwerkzaamheden ten behoeve van de huidige bebouwing uit 1951/1952; een hoofdgebouw van een timmerfabriek met ten oosten daarvan een klein bijgebouw, een opslagloods. Het hoofdgebouw heeft slechts één verdieping en is slechts licht gefundeerd met een vloer op betonpaaltjes tot ca. 2-3 m -mv (totaal ca. 65 stuks, afbeelding 15). De opslagloods is eveneens licht gefundeerd, op 36 paaltjes. (afbeelding 16).
Afbeelding 15 Bouwtekening huidige bedrijfspand hoofdgebouw Vlietweg 3 uit 1951. Bron: Wibaut.
Afbeelding 16 Bouwtekening huidige bedrijfspand opslagloods Vlietweg 3 uit 1951. Bron: Wibaut.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
21
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 17 KLIC gegevens, met plangebied globaal in rood. Bron: Kadaster.
Uit de KLIC gegevens blijft dat binnen het plangebied diverse kabels en leidingen aanwezig zijn, met name aan de zuid- en oostzijde van het plangebied (afbeelding 17). Voor informatie omtrent bekende verstoringen zoals saneringen en dergelijke is verder nog de website van het Bodemloket geraadpleegd.15 Het plangebied ligt daarbij in een groot vlak met als aanduiding ‘voldoende onderzocht/gesaneerd’. Onduidelijk is wat dit betekent voor het huidige plangebied. Wel is op de locatie waarschijnlijk sprake van een antropogene ophooglaag met een dikte van circa 1,5 m.16 Verder is de digitale verstoringsbronnenkaart van de RCE geraadpleegd.17 Op de verstoringsbronnenkaart van de RCE staan geen bijzonderheden vermeld, behalve dat het plangebied bebouwd is. 3.3
Bouwhistorische waarden
Voor bouwhistorische waarden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • het rijksmonumentenregister;18 • de lijst van gemeentelijke monumenten in Leidschendam-Voorburg;19 • de MIP-objecten;20 • de Cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland;21 • de kadastrale minuut 1811-1832;22
15
http://bodemloket.nl/.
16
Van Leeuwen 2020.
17
https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart. De kaart is een selectie uit het bestand ‘Vergraven Gronden’, van WUR. In 2012 is er door Alterra een GIS-bestand samengesteld met een overzicht van grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen, waarbij de opbouw van het bodemprofiel tot ten minste 40 cm diepte is gewijzigd. Hiervoor is informatie opgevraagd bij instanties en organisaties die werkzaamheden (laten) uitvoeren en/of administreren in verband met vergunningverlening en instanties die landgebruik in kaart brengen. 18 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/. 19
https://www.lv.nl/monumentenlijst.
20
https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2019/01/01/mip-objecten.
21
https://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas.
22
http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
22
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
•
de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG);23
Binnen het plangebied liggen geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of MIP-objecten.24 Het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) was een landelijk project dat de Rijksdienst tussen 1986 en 1995 uitvoerde met als doel om per gemeente de waardevolle gebouwen en andere monumenten te beschrijven en waarderen. De documentatie van MIP-objecten is nog steeds relevant, maar niet meer actueel. Het is mogelijk dat objecten sinds de inventarisatie ingrijpend gewijzigd of zelfs gesloopt zijn. Sommige MIPobjecten zijn later aangewezen als rijksmonument of gemeentelijk monument. Op de Cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland zijn binnen het plangebied aanvullende cultuur- of bouwhistorische waarden geïnventariseerd. Het plangebied valt binnen de volgende erfgoedlijnen: • “Landgoederenzone”. De Landgoederenzone is een langgerekte, min of meer aaneengesloten verzameling landgoederen, die loopt over de oude duinenrij van Monster naar Haarlem. Welgestelde regenten en kooplieden wilden in de zomer graag de stad uit en legden buitenverblijven aan op de zandgrond van de oude duinenrij langs de kust. De Provincie ZuidHolland besteedt de komende jaren extra aandacht aan dit bijzondere gebied. De Herenweg (o.a. de Veursestraatweg) en de buitenplaatsen spelen hier een centrale rol. • “Trekvaarten”.
De trekvaarten zijn de door de mens gegraven waterverbindingen tussen de opkomende Hollandse steden in de Gouden Eeuw. Het is het verhaal van het massapersonenvervoer over water vóór de komst van de trein. Nu zijn de vaarten aantrekkelijk voor de waterrecreatie. • “De Limes”. Ondanks dat de Limes op de CHA verder oostwaarts van het plangebied geprojecteerd is, dient men rekening te houden met de loop van het Kanaal van Corbulo. De Provincie ZuidHolland besteedt de komende jaren samen met de partners van de Nederlandse Limessamenwerking extra aandacht aan het beleefbaar maken van dit bijzondere erfgoed en heeft de Limes aangewezen als één van zeven Erfgoedlijnen.25 Op de kadastrale minuut 1811-1832 minuutplan Stompwijk, sectie F, blad 01) is het plangebied zelf onbebouwd (afbeelding 7). Op enkele meters ten noorden van het plangebied is wel bebouwing aanwezig. De bestaande bebouwing dateert uit 1952. 3.4
Archeologische waarden
Voor de archeologische gegevens omtrent het onderhavige plangebied is het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) geraadpleegd, dat alle geregistreerde archeologische monumenten, onderzoeken en vondstlocaties bevat (kaart 3). Archeologische monumenten zijn terreinen met een (hoge/zeer hoge) archeologische waarde, die ofwel fysiek (wettelijk en juridisch) beschermd worden, ofwel een planologische bescherming hebben waarbij in het bestemmingsplan voorschriften voor het gebruik zijn opgenomen. Vondstlocaties zijn locaties waar archeologische vondsten zijn gedaan. Deze zijn al dan niet gekoppeld aan een archeologisch onderzoek. Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied liggen drie terreinen van archeologische waarde (kaart 3): • Monumentnummer 16183: op ca. 170 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt een terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met sporen van het kanaal van
23
https://bagviewer.kadaster.nl/.
24
Het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) was een landelijk project dat de Rijksdienst tussen 1986 en 1995 uitvoerde met als doel om per gemeente de waardevolle gebouwen en andere monumenten te beschrijven en waarderen. De documentatie van MIPobjecten is nog steeds relevant, maar niet meer actueel. Het is mogelijk dat objecten sinds de inventarisatie ingrijpend gewijzigd of zelfs gesloopt zijn. Sommige MIP-objecten zijn later aangewezen als rijksmonument of gemeentelijk monument. 25 https://www.geschiedenisvanzuidholland.nl/verhalen/erfgoedlijnen-zo-werkt-het.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
23
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
•
•
Corbulo uit de Romeinse tijd. Het kanaal is aangetoond en waarschijnlijk onverstoord. Het is ongeveer 1,6 meter diep; Monumentnummer 16182: op ca. 300 meter ten zuidwesten van het plangebied (en ca. 50 meter ten zuidwesten van het hierboven beschreven AMK-terrein 16183) ligt een terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met sporen van het kanaal van Corbulo uit de Romeinse tijd. Het kanaal is aangetoond en waarschijnlijk onverstoord. Het is ongeveer 1.6 meter diep; Monumentnummer 3815: op ca. 500 meter ten westen van het plangebied ligt een terrein van hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met resten van de hofstede Leeuwesteijn uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. In 1351 wordt de hofstede voor het eerst vermeld en in 1935 wordt het afgebroken. Waarschijnlijk liggen er nog Middeleeuwse funderingen in de grond. Via kaartmateriaal is de exacte ligging bekend van het hoofdgebouw uit 1702. Het lag op het door grachten omgeven eilandje in Park Leeuwesteijn. Tijdens verkenningen werd 18e eeuws aardewerk aan het oppervlak verzameld. De oprijlaan is nog zichtbaar met leeuwtjes aan weerszijden.
Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied zijn in Archis achttien vondstlocaties geregistreerd (tabel 1). Zaak ID
Periode begin
Periode eind
Materiaal
Opmerkingen
2020174100
Vroeg Romeinse Tijd
Vroeg Romeinse Tijd
2086822100
Late Middeleeuwen A
Nieuwe Tijd Laat
2051749100
Nieuwe Tijd Midden
Nieuwe Tijd Laat
Hout/houtskool (beschoeing) Keramiek (porselein, Fayence, Majolica, witbakkend en roodbakkend geglazuurd aardwerk, steengoed, goot); dierlijk bot Keramiek (steengoed, roodbakkend geglazuurd)
Betreft het Kanaal van Corbulo In het kader van een proefsleuvenonderzoek op het Damplein in Leidschendam zijn de resten opgegraven van funderingen van een kelder en een huis met de bijbehorende goot en twee beerputten inventariserend archeologisch onderzoek door middel van een zoeksleuf uitgevoerd. Kanaal van Corbulo niet aangetroffen.
2111307100
Paleolithicum
Nieuwe Tijd Laat
2118696100
Nieuwe Tijd Midden
Nieuwe Tijd Laat
2154254100
Neolithicum
Nieuwe Tijd Laat
217479710
Middeleeuwen
Nieuwe Tijd Midden
Houtskool; keramiek (roodbakkend geglazuurd) Keramiek (baksteen; roodbakkend geglazuurd aardwerk) Hout/houtskool; keramiek; tin; lood; metaal; messing, ijzer; dierlijk bot; koper; brons
Koper (rekenpenning); keramiek
2 tot 3 m dikke ophogingspakket, diverse funderingsresten, putten en sloten aangetroffen en zijn talrijke keramiekscherven, metalen voorwerpen, botresten, voorwerpen van leer en glas geborgen. Al deze resten stammen uit de 17-19e eeuw Uit de boringen bleek dat het plangebied is gelegen op een ophogingspakket
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
24
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
(gedraaid en roodbakkend geglazuurd aardewerk)
2246035100 2311897100
Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Laat
Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Laat
Hout/houtskool Keramiek (roodbakkend geglazuurd aarderwerk; industrieel wit) Hout/houtskool; bot; keramiek (roodbakkend gelazuurd aardewerk) Aardewerk; bouwaardewerk; glas; dierlijk bot; hout;
2470243100
Neolithicum
Nieuwe Tijd
2482904100
Paleolithicum
Nieuwe Tijd Laat
2476732100
Nieuwe Tijd Midden
Nieuwe Tijd Laat
Keramiek (Fayence; plavuis)
3150149100
Paleolithicum
Nieuwe Tijd Laat
3220927100
Romeinse Tijd
Romeinse Tijd
Keramiek; steen; schelp Keramiel
Nieuwe Tijd Vroeg
Nieuwe Tijd Laat
van 250 à 260 cm dikte. Op basis van vondsten kan worden gesteld dat de ophoging heeft plaatsgevonden vanaf de 15e of 16e eeuw en met name in de 17e of 18e eeuw.
De sporen en vondsten duiden op de aanwezigheid van een vindplaats. Het gaat hierbij om een goed intact segment van het kanaal van Corbulo. Er zijn prehistorische eergetouwkrassen aangetroffen, een mogelijke kuil, een sloot en plantenbedden.
Voormalig AMK-terrein waar resten van het Kanaal van Corbulo verwacht werden.
Keramiek (baksteen; vaatwerk) Late IJzertijd Nieuwe Tijd Laat Aardewerk; Kanaal van Corbulo 3300793100 bouwaardewerk; aangetroffen glas. Nieuwe Tijd Laat Keramiek; dierlijk 3977509100 Nieuwe Tijd Midden bot; metaal; lood; glas; steen; mortel; hout Romeinse Tijd Keramiek (dolium; 4013609100 Romeinse Tijd gebruiksvoorwerp; dikwandig aardewerk gedraaid) Nieuwe Tijd Greppel/sloot 4040777100 Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Laat Glas; keramiek 4562482100 Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Laat Bouwaardewerk; 4570055100 Nieuwe Tijd keramiek; glas; dierlijk bot; bot Tabel 1 In Archis geregistreerde vondstlocaties binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: RCE/Archis3.
3298226100
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
25
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied zijn in Archis maar liefst 51 onderzoeken geregistreerd. Het gaat daarbij om twaalf bureauonderzoeken, zestien booronderzoeken, dertien proefsleuvenonderzoeken, negen archeologische begeleidingen en één archeologische opgraving (tabel 1). Archis3 zaakID 2079346100 2025797100 2004744100
Jaar
Type onderzoek
Toponiem
Plaats
X (RD)
Y (RD)
1995 1995 1996
Rw.14-Site 6
N.v.t. N.v.t. Leidschendam
86365 86768 86700
455021 454696 454790
2020174100
1996
Rw14-Site 6
Leidschendam
86700
454790
2029474100 2086822100
2000 2004
Booronderzoek Booronderzoek Proefputten/ proefsleuven Proefputten/ proefsleuven Booronderzoek Proefputten/ proefsleuven
Leidschendam Leidschendam
86881 87149
454941 455180
2051749100
2004
Leidschendam
87117
455345
2065495100
2005
Voorburg
85917
454815
2111307100
2006
Leidschendam
86949
455181
2118696100
2006
Damplein; Damstraat; Damcentrum Rijnlandstraat 2120; Damcentrum VoorburgOosteind Locatie Polderberging Damcentrum
Leidschendam
87174
455281
2154254100
2007
Leidschendam
87159
455160
2154384100
2007
Leidschendam
87160
455160
2174797100 2229990100 2236137100 2238949100
2007 2009 2009 2009
Leidschendam Den Haag Leidschendam Leidschendam
87220 85048 87232 87065
455079 453001 455097 455166
2246035100
2009
Montel; Damcentrum MontelDamcentrum Sluisplein 6 Vlietzone/A4 Sluisplein 1 Plaspoelkade Zuid cluster A3 Damlaan
Leidschendam
86998
455382
2250109100
2009
-
Leidschendam
87159
455161
2266894100
2009
Leidschendam
87149
454909
2290415100 2311897100
2010 2010
Leidschendam Leidschendam
87004 87026
455329 455287
2338481100
2011
Booronderzoek Proefputten/ proefsleuven Bureauonderzoek
Ambachtsstraat/ Nieuwstraat Plaspoelstraat Plaspoelstraat
Leidschendam
89441
456629
2349862100 2363753100
2011 2012
Booronderzoek Bureauonderzoek
Leidschendam Voorburg
87227 87554
455082 455539
2398762100 2439748100 2470243100 2474748100
2013 2014 2015 2015
Bureauonderzoek Booronderzoek Booronderzoek Booronderzoek
Leidschendam Leidschendam Leidschendam Leidschendam
87293 86943 86943 86760
455074 455302 455302 455353
2482904100
2015
Proefputten/ proefsleuven
LeidschendamVoorburg Sluisplein 3 Oeverconstructies Rijn-Schiekanaal Venestraat 3-17 Tuinderijstraat Tuinderijstraat VoorburgsewegDr. v.d. Samstraat Dr. van der Stamstraat
Leidschendam
86612
455221
Proefputten/ proefsleuven Archeologische begeleiding Proefputten/ proefsleuven Archeologische begeleiding Proefputten/ proefsleuven Archeologische begeleiding Booronderzoek Bureauonderzoek Booronderzoek Booronderzoek Archeologische begeleiding Archeologische begeleiding Bureauonderzoek
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
26
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
2476732100
2015
3298226100
2015
3299239100 3300793100
2015 2015
3977509100 3980668100 3996609100 4013609100
2015 2015 2016 2016
4024633100
2016
4040777100
2017
4562482100
2017
4570055100
2018
4591601100 4652943100 4671281100 4685295100
2018 2018 2019 2019
4714049100 4825765100 4884790100 4903727100
2019 2020 2020 2020
4924585100 4932871100
2020 2020
Archeologische begeleiding Proefputten/ proefsleuven Bureauonderzoek Archeologische begeleiding Opgraving Booronderzoek Booronderzoek Proefputten/ proefsleuven Bureauonderzoek
Voorburgseweg
Leidschendam
86766
455361
-
Leidschendam
87292
455071
-
Leidschendam Voorburg
87238 86480
455215 455129
-
Leidschendam Leidschendam Leidschendam Leidschendam
87294 87238 86883 87039
455075 455214 455251 455198
-
86458
454820
Proefputten/ proefsleuven Proefputten/ proefsleuven Archeologische begeleiding Bureauonderzoek Bureauonderzoek Bureauonderzoek Archeologische begeleiding Bureauonderzoek Booronderzoek Booronderzoek Proefputten/ proefsleuven Booronderzoek Bureauonderzoek
-
LeidschendamVoorburg Leidschendam
87234
455276
-
Leidschendam
86856
455307
-
Leidschendam
87238
455214
-
Leidschendam Leidschendam Burgerveen Leidschendam
86577 87403 97212 87440
455017 454903 463311 454914
-
Delft Voorburg Leidschendam Voorburg
81056 86531 86757 86535
447923 455001 455016 454998
-
Leidschendam LeidschendamVoorburg
87404 85753
454902 456124
Tabel 2 In Archis geregistreerde onderzoeken binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: RCE/Archis3.
Voor het onderhavige plangebied zijn de volgende onderzoeken het meest relevant: • Zaak ID 2029474100: Direct aan de noordzijde van het onderhavige plangebied is in 2000 een booronderzoek uitgevoerd. Dit rapport is echter niet raadpleegbaar in Archis of het E-depot/DANSEASY. • Zaak ID 2266894100: Op ca. 100 meter ten oosten van het onderhavige plangebied is in 2009 een booronderzoek uitgevoerd, waarbij een totaal van 13 boringen zijn gezet. Uit het onderzoek is bleek dat betreffende plangebied was afgedekt door een pakket zwak tot sterk siltig zand, dat als ophoogpakket wordt geïnterpreteerd. Het kan dateren uit de 16e tot 20e eeuw. De dikte van het pakket varieert tussen 0,90 en 2,70 m, maar is doorgaans rond 1,60 m dik. Behalve in de boringen 6 en 7, die een volledig verstoord profiel laten zien, ligt hieronder veen. De top van het veen varieert tussen 2,07 en 2,98 m -NAP. Tussen 4,04 en 5,23 m -NAP gaat het profiel abrupt over in afzettingen van klei en fijn zand, die behoren tot de wadafzettingen van het Laagpakket van Wormer. In 11 van de 13 boringen werden archeologische indicatoren aangetroffen. Echter werd geconcludeerd dat de archeologische indicatoren uit zandige ophoogpakket met het ophoogmateriaal zijn meegekomen. Het materiaal in het veen bestaat uit zeer kleine fragmenten
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
27
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
•
puin die niet lijken te wijzen op bewoning, maar eerder op een akkerlaag. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.26 Zaak ID 2025797100, 2004744100, 2020174100: Op ca. 200 meter ten westen van het plangebied hebben in 1995-1996 een booronderzoek en twee proefsleuvenonderzoeken plaatsgevonden. Twee proefsleuven werden aan weerszijden van de aan te leggen Vliettunnel gegraven. Daarin werd een geul aangetroffen, die destijds als mogelijk het Kanaal van Corbulo geïdentificeerd werd (afbeelding 18). De geul kenmerkte zich door een rechte insteek aan één zijde, terwijl aan de andere zijde sprake was van een vlakke insteek. Tevens werd aan één zijde van de geul een omgeklapte beschoeiing van dunne aangepunte paaltjes aangetroffen (vondstlocatie 2020174100). Na C14-datering van een houtmonster van de beschoeiing, dateerde de geul in de Late IJzertijd. De geul werd op een diepte van ca. 2,3 m -NAP aangetroffen, had een maximale breedte van 20 meter en een maximale diepte van 1,80 meter (afbeelding 18).27
Afbeelding 18 Dwarsprofiel met ogenschijnlijk scherpe insteek van IJzertijdgeul ter hoogte van de Vliettunnel. Bron: ROB 1996.
26
Warning/Kroes, 2010.
27
ROB 1996: Dossier Van Heeringen ROB LSDM96-1; Heeringen 1996; Heeringen 1997.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2135, concept, versie 1.2, d.d. 10 maart 2022
28
V21-4789: Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
Afbeelding 19 Cat.nr. 47: Locatie van het proefsleuvenonderzoek waar de beschoeiing aangetroffen is (nr. 47). De IJzertijdkreek is in lichtblauw aangegeven; de vermoedelijke loop van het Kanaal (gestippeld) in donkerblauw. De ondergrond ter hoogte van het plangebied in lichtbruin heeft als lithostratigrafische eenheid “Formatie van Naaldwijk op Formatie van Nieuwkoop; zeeklei op veen”. Bron: Hessing et al., 2021 (in bewerking).
In 2010 is op basis van de toen bekende waarnemingen van het Kanaal van Corbulo een eerste overzicht van de vermoede loop van het Romeinse kanaal gemaakt.28 Tijdens dit onderzoek zijn alle toen bekende gegevens over het kanaal samengevoegd. Recentelijk is dit overzicht door Vestigia verder aangevuld en geactualiseerd met de gegevens van de waarnemingen in de 10 jaar daarna.29 Tijdens deze actualisatie zijn ook meerdere parallelle kreken/geulen in kaart gebracht, waaronder de kreek/geul die door het onderhavige plangebied loopt (afbeelding 19). Onderstaande is een citaat uit dit onderzoek (2021, in bewerking): “Een ander bijzonder element dat pas redelijk recent is ontdekt, is de bocht in het kanaal ter hoogte van de Schoorlaan in het centrum van Leidschendam. Terwijl vrijwel het gehele centrale traject een relatief recht verloop lijkt te hebben, met hooguit enkele zeer flauwe bochten, is hier gekozen om binnen de afstand van enkele honderden meters twee bijna haakse bochten te maken en het tracé een sprongetje landinwaarts te maken. De noodzaak hiervoor is waarschijnlijk in de natuurlijke ondergrond gelegen. Voorbij dit punt buigt de smalle achterste strandwal, waarachter het kanaal was aangelegd, af in oostelijke richting. Zou het kanaal ook meebuigen dan wordt de min of meer rechte lijn naar Forum Hadriani, en de brede strandwal waarop die ligt, verlaten.