CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3666_Bijlage 2_Rapportage rolneming Leidschendam-Voorburg

Raadsvergadering 4 juni 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Verkennen gemeentelijke rol in het toekomstige warmtenet in de Heuvel/Amstelwijk15.838 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TITEL Uitwerking van de "Publiek Samen" variant als kansrijk gemeentelijk rolnemingsmodel voor de realisatie van het warmtenetproject in De Heuvel/Amstelwijk

Team Fakton Energy Franka Houben – Director Michel Verëll – consultant Pam Engwirda – financieel expert

09/04/2024 Versie 1.0

In opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg

Pagina 46 van 45

Management Samenvatting Aanleiding De aanleiding voor dit onderzoek is dat de gemeenteraad de Heuvel-/Amstelwijk heeft aangewezen als transitiewijk. Voor 453 woningen en omliggende utiliteit in deze wijk heeft het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) een subsidie toegekend voor een laagtemperatuur warmtenet met WKO. In het proces is gebleken dat de gemeente een besluit dient te nemen over wat haar rol zal zijn in de totstandkoming van het toekomstige warmtenet en warmtebedrijf. Publiek Samen De gemeente heeft verschillende modellen voor het realiseren van een toekomstig warmtenet en warmtebedrijf onderzocht. Eén van deze modellen is Publiek Samen. In dit model werkt de gemeente samen met publieke of private partijen in een warmtebedrijf. Daarnaast dient dit model aan te sluiten bij de vereiste van de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening (Wcw). Vraagstelling In dit onderzoek beantwoorden wij de vraag van de gemeente Leidschendam-Voorburg : “Wat zijn de meest kansrijke rolnemingsmodellen onder "Publiek Samen" voor de realisatie van een warmtenetproject in De Heuvel-/Amstelwijk?” Uitgangspunten gemeente De gemeente stelde in haar vooronderzoek criteria op om een afweging te maken tussen rolnemingsmodellen. Deze criteria zijn: uitvoerbaarheid, betaalbaarheid, publieke samenwerking, betrouwbaarheid en tot slot vermindering van de CO2-uitstoot.

Kader Wcw We schetsten de kaders van Wcw, waaronder het publieke meerderheidsbelang in een warmtebedrijf. Interviews Wij interviewden mogelijke samenwerkingspartners en haalden hun uitgangspunten op voor een samenwerking in een warmtebedrijf. Partijen die wij spraken zijn: Dunea, Netverder, HVC, InWarmte, Kelvin en Wij Maken Energie. Belangrijke inzichten hierbij waren dat HVC in een warmtebedrijf enig eigenaar wenst te zijn en dat Dunea en Netverder een sterke wens tot samenwerking hebben met een organisatie met vergelijkbare uitgangspunten. Rolnemingsmodellen onder Publiek Samen Op basis van de kaders vanuit de nieuwe warmtewet en de input van de mogelijke samenwerkingspartners bepaalden wij mogelijke rolnemingsmodellen onder Publiek Samen, wij deden suggesties voor mogelijke partners per rolnemingsmodel en wij analyseerden het financiële risico per rolnemingsmodel. De mogelijke rolnemingsmodellen die naar voren kwamen, zijn: A. HVC richt een eigen project BV op als enig eigenaar (de belangen van de gemeente zijn indirect vertegenwoordigd middels het aandeelhouderschap in HVC tezamen met 51 andere gemeenten en 8 waterschappen. De gemeente hoeft geen investering te doen en hoeft geen kennis en kunde ter beschikking te stellen. B. De gemeente wordt 100% eigenaar van een warmtebedrijf en besteed de uitvoering middels contractering uit.

Pagina 1 van 45

C.

De gemeente richt samen met Dunea Warmte & Koude een warmtebedrijf op. De gemeente zou een minderheidsbelang kunnen nemen van 30% met een aanvangsinvestering van € 2 mln. Dunea voert alle taken uit: bron, infrastructuur en levering. Om risico’s rondom bron en levering af te bakenen, zouden deze taken van Dunea Warmte & Koude middels een contract met het warmtebedrijf georganiseerd kunnen worden. D. De gemeente richt samen met Netverder een warmtebedrijf op. De gemeente zou een minderheidsbelang kunnen nemen van 30% met een aanvangsinvestering van € 2 mln. Netverder is in dit construct expert op de infrastructuur en ontwikkelt het net. Om risico’s rondom bron en levering af te bakenen, zou er een contractuele samenwerking met een partij zoals Dunea Warmte & Koude georganiseerd kunnen worden. E. De bewonerscoöperatie Energy Common vormt (eventueel met de gemeente) een warmtegemeenschap. F. Netverder en Dunea Warmte & Koude richten met elkaar een warmte Joint Venture op. Dit betekent dat zij middels contractafspraken met elkaar samen werken, maar 2 losse entiteiten blijven. De gemeente kan (eventueel met andere partners) investeren in de infra project BV van Netverder. De gemeentelijke investering ligt binnen de range 5%-49%.

Afwegingskader met als resultaat twee voorkeursrolnemingsmodellen Wij stelden samen met de gemeente een afwegingskader op om de verschillende rolnemingsmodellen te duiden en te wegen en bespraken dit in een werksessie. Belangrijke thema’s waren: de grootte van financiële en operationele risico’s, de mogelijkheid om het publieke belang te borgen, de mate waarin de gemeente kennis en kunde dient te leveren en tot slot de complexiteit van de in te richten organisatie. Conclusie & Advies Op basis van ons onderzoek met als belangrijkste onderdelen het verzamelen van de uitgangspunten van de gemeente, de werksessies met de gemeente en de interviews met partners, zijn wij tot een tweetal voorkeursrolnemingsmodellen binnen het model Publiek Samen gekomen, namelijk: 1. Het rolnemingsmodel met HVC als enig eigenaar van de project BV voor dit warmte net 2. Het rolnemingsmodel met een Joint Venture: contractuele samenwerking tussen Netverder en Dunea Warmte & Koude. Wij adviseren de gemeente Leidschendam-Voorburg om deze twee rolnemingsmodellen verder te verkennen.

Pagina 2 van 45

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ..................................................................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding: De Heuvel/Amstelwijk als eerste transitiewijk in Leidschendam-Voorburg ........... 5

1.2. Situatiebeschrijving: Urgentie van het realiseren van een lage-temperatuurwarmtenet voor Heuvel-/Amstelwijk ....................................................................................................................................... 6 1.3. 2.

Vraagstelling: ondersteuning uitwerking ‘Publiek Samen’ .......................................................... 7

Aanpak om te komen tot een voorkeursrolnemingsmodel binnen Publiek Samen .............................. 8 2.1.

Ons beginpunt: uitgangspunten gemeente Leidschendam-Voorburg ....................................... 8

2.2. Via uitgangspunten gemeente en mogelijke samenwerkingspartners selecteren van voorkeursrolnemingsmodel .......................................................................................................................... 9 3.

4.

Rolneming onder de Wet Collectieve Warmtevoorziening .................................................................. 11 3.1.

Warmteketen; van bron tot levering .......................................................................................... 11

3.2.

De komst van de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening (Wcw) .................................... 11

3.3.

Inrichten ‘bovenkant’ integraal warmtebedrijf .......................................................................... 13

3.4.

Inrichten ‘onderkant’ integraal warmtebedrijf .......................................................................... 14

Uitgangspunten samenwerkingspartners en financiers ....................................................................... 15 4.1. 4.1.1.

Dunea Warmte & Koude (DWK) ............................................................................................ 15

4.1.2.

Netverder ................................................................................................................................ 16

4.1.3.

Energy Common ..................................................................................................................... 16

4.1.4.

InWarmte ................................................................................................................................ 17

4.1.5.

Kelvin ....................................................................................................................................... 17

4.1.6.

Wij Maken Energie (WME) ..................................................................................................... 18

4.1.7.

HVC .......................................................................................................................................... 18

4.1.8.

Provincie Zuid-Holland ........................................................................................................... 18

4.2.

5.

Uitgangspunten en randvoorwaarden van mogelijke samenwerkingspartners ...................... 15

Uitgangspunten en randvoorwaarden van mogelijke publieke financiers ............................... 19

4.2.1.

De Nederlandse Waterschapsbank (NWB) ........................................................................... 19

4.2.2.

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) ................................................................................... 19

Mogelijke rolnemingsmodellen onder het samenwerkingsmodel ‘Publiek Samen’ ........................... 20 5.1.

Rolnemingsmodel A: Indirecte gemeentelijke uitvoeringsorganisatie via HVC ....................... 20

5.2.

Rolnemingsmodel B: Gemeentelijk eigendom en private contractering ................................. 21

5.3. Rolnemingsmodel C: PPS met publiek/private kennis- en equitypartner(s). Uitvoering door de publieke/private partner ............................................................................................................................. 21 5.4.

Rolnemingsmodel D: PPS met publieke kennis- en equitypartner(s) en private contractering 22 Pagina 3 van 45

5.5. Rolnemingsmodel E: Energie-coöperatie (met gemeentelijke kennis/equitypartner) en private contractering................................................................................................................................... 23

6.

7.

5.6.

Rolnemingsmodel F: Warmte joint-venture vanuit contractsamenwerking ............................ 24

5.7.

Rolnemingsmodellen met namen partners ............................................................................... 24

Investeringsbegroting en risicoanalyse per rolnemingsmodel ............................................................. 26 6.1.

Benodigd eigen vermogen (EV) per rolnemingsmodel ............................................................. 26

6.2.

Timing van benodigde investeringen ......................................................................................... 28

6.3.

Overige financiële risico’s deelname in warmtebedrijf ............................................................. 29

Afwegingskader rolneming ..................................................................................................................... 31 7.1.

Toelichting op het afwegingskader............................................................................................. 31

7.1.1.

Zwaarwegende criteria (donkergroen).................................................................................. 31

7.1.2.

Overige criteria (lichtgroen) ................................................................................................... 31

7.1.3.

Investeringsramingen inbreng eigen vermogen ................................................................... 31

7.2. Afwegingskader: toetsen van de rolnemingsmodellen op de belangrijke beoordelingscriteria voor de gemeente Leidschendam-Voorburg ............................................................................................. 32 8.

Conclusies & Aanbevelingen................................................................................................................... 35 8.1.

Voorkeursmodel 1: Indirect gemeentelijke uitvoeringsorganisatie via HVC ............................ 35

8.2. Voorkeursmodel 2: Warmte Joint Venture tussen Netverder en Dunea met inbreng eigen vermogen vanuit de gemeente .................................................................................................................. 36 9.

Aandachtspunten & Vervolgstappen ..................................................................................................... 38 9.1.

Aandachtspunten ........................................................................................................................ 38

9.2.

Vervolgstappen ............................................................................................................................ 38

9.3.

Praktijkvoorbeelden .................................................................................................................... 39

Bijlagen ............................................................................................................................................................. 41 Update integrale businesscase naar prijspeil 2024 ................................................................................... 41 Lijst met Afkortingen en Begrippen ................................................................................................................ 42

Pagina 4 van 45

1. Inleiding 1.1. Aanleiding: De Heuvel/Amstelwijk als eerste transitiewijk in LeidschendamVoorburg De gemeenteraad heeft een belangrijke stap gezet in de warmtetransitie door De Heuvel/Amstelwijk aan te wijzen als de eerste transitiewijk. In oktober 2021 heeft de gemeente een PAW-aanvraag ingediend voor Rijksbijdrage voor een lage temperatuur warmtenet. Het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) heeft in september 2022 een subsidie van ongeveer €4 miljoen toegekend voor 453 woningen en omliggende utiliteit, met potentie voor uitbreiding naar de gehele wijk. In juli 2023 hebben wij (Fakton Energy) een scenario analyse gedaan en deze analyse bevestigde dat een laagtemperatuur warmtenet met WKO en rivierwaterregeneratie de beste oplossing is. De gemeente wenst nu de volgende stap te zetten richting de realisatie van het warmtenet. In het proces is gebleken dat de gemeente een besluit dient te nemen over wat haar rol zal zijn in de totstandkoming van het toekomstige warmtenet en warmtebedrijf. Daarom heeft de gemeente de modellen die mogelijk zijn voor de proeftuin in de Heuvel/Amstelwijk beoordeeld aan de hand van voor de gemeente belangrijke criteria. Hierbij is het voor de gemeente bijvoorbeeld belangrijk of zij regie heeft op het eindresultaat en hoe groot de kans is dat de realisatie van het warmtenet vertraging oploopt.

Hieruit zijn twee meest kansrijke modellen naar voren gekomen; 1) sturen via een warmteconcessie en 2) ‘Publiek Samen’. In Q2 2024 wordt de gemeenteraad gevraagd om een besluit te nemen over de rol van de gemeente in het warmtenet. Om een goed overwogen besluit voor te leggen aan de raad wil het college de kansen en de risico’s in beeld brengen voor de twee meest kansrijke scenario’s. De gemeente heeft Fakton Energy gevraagd hen te ondersteunen bij de uitwerking van het model Publiek Samen. Publiek Samen De gemeente heeft in een vooronderzoek verschillende modellen voor het realiseren van een toekomstig warmtenet en warmtebedrijf onderzocht. Eén van deze modellen is genaamd Publiek Samen. In dit model werkt de gemeente samen met publieke of private partijen in een warmtebedrijf. Daarnaast sluit dit model aan bij de vereiste van de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening (Wcw). Dit model maakt het mogelijk om te versnellen om meerdere redenen. De gemeente hoeft geen concessie op de markt te brengen die naast tijdrovend ook onzeker is. De gemeente maakt gebruik van de kennis en kunde van een andere (semi) publieke partij en deelt het ondernemingsrisico.

Pagina 5 van 45

1.2. Situatiebeschrijving: Urgentie van het realiseren van een lagetemperatuurwarmtenet voor Heuvel-/Amstelwijk De Heuvel-/Amstelwijk, met haar hoogbouwcomplexen uit de jaren '70 en diverse eigenaren zoals woningcorporaties, VvE's, grondgebonden woningen en gemeentelijke gebouwen, staat centraal in dit project. In oktober 2021 heeft de gemeente een PAW-aanvraag ingediend voor Rijksbijdrage voor een vernieuwend project. Het doel: een laag-temperatuurwarmtenet realiseren, gebruikmakend van Warmte-Koudeopslag (WKO) en aquathermie. Voor dit project is er een samenwerking opgezet met partijen zoals WoonInvest, Vidomes, Dunea, en de wijkbewoners. Het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) heeft in september 2022 een subsidie van ongeveer €4 miljoen toegekend voor 453 woningen en omliggende utiliteit, met potentie voor uitbreiding naar de gehele wijk. Een onderzoek in juli 2023 bevestigde dat een laag-temperatuurwarmtenet met WKO en rivierwaterregeneratie de beste oplossing is. De gemeente heeft Fakton gevraagd om de businesscases te analyseren, wat het concept met een bronnet van 20 graden Celsius als meest kansrijke en duurzame warmteoplossing bevestigde. Het realiseren van een warmtenet in de wijk heeft urgentie vanwege de renovatieplanning van Wooninvest voor het NeVe project (3 gebouwen en 210 woningen).

Wooninvest start in oktober 2024 met de renovatie van de eerste woningen en dit betekent dat deze woningen te zijner tijd direct aangesloten dienen te worden op een warmtenet met een tijdelijke warmtevoorziening. Wanneer het niet lukt om de 210 woningen van het NeVe project warmtenet ready te renoveren betekent dit dat het realiseren van een warmtenet in de wijk, zoals beschreven in de aanvraag voor de Rijksbijdrage, zeer lastig zal zijn. Onderstaande tabel (tabel 1) presenteert de woningaantallen van de PAW scope en de oppervlakte utiliteit van de gehele Heuvel-/Amstelwijk. Woningen

PAW-scope

Geheel Heuvel-/Amstelwijk

Wooninvest

373

373

Vidomes

403

VvE’s collectief

812

VvE’s individueel

56

Particulier overig

80

442

Totaal aantal woningen

453

2.086

Utiliteitsbouw

Oppervlakte – m2

Oppervlakte – m2

Utiliteitsbouw gemeente

17.340

Utiliteitsbouw particulier

8.679

Totaal aantal m2 utiliteit

26.019 (199 WEQ)

Totaal woningequivalenten

652

2.285

tabel 1

Pagina 46 van 45

1.3. Vraagstelling: ondersteuning uitwerking ‘Publiek Samen’ De gemeente zocht ondersteuning in de uitwerking van het kansrijke model 'Publiek Samen', met als doel de kansen en risico's hiervan in kaart te brengen. Dit moet leiden tot een weloverwogen en onderbouwde gemeentelijke verkenning betreffende de rolneming ten aanzien een later te nemen besluit hierop. De gemeente vroeg ons de volgende hoofd- en deelvragen te beantwoorden: Hoofdvraag: de gemeente Leidschendam-Voorburg vraagt ondersteuning in de uitwerking van het "Publiek Samen" model als kansrijke gemeentelijk rolnemingsmodel voor de realisatie van het warmtenetproject in De Heuvel/Amstelwijk. Daarbij formuleerde de gemeente de volgende deelvragen: • Breng de risico’s en kansen op financieel en juridisch vlak in beeld wanneer de gemeente kiest voor het model Publiek Samen op korte, middellange en lange termijn. • Geef inzicht in de meest kansrijke rolnemingsmodellen voor het project in De Heuvel/Amstelwijk uitgaande van een publieke-private samenwerking met tenminste 50% + 1 aandeel publiek belang. • Maak middels een investeringsplan, uitgaande van de scope van de PAW-aanvraag en indien de gemeente kiest voor het model Publiek Samen, de totaal benodigde investering en investeringsmomenten inzichtelijk. • Geef enkele succesvolle praktijkvoorbeelden en laat zien wat de succesfactoren zijn.

• Hoe kan de Rijksbijdrage van circa €4 miljoen (PAW) met dossiernummer PAW21031 optimaal ingezet worden indien de gemeente kiest voor het model Publiek Samen. • Wat zijn de voor- en nadelen wanneer de gemeente besluit voor een aandeel van 30%, 40% of 50% deel te nemen aan het warmtebedrijf. Andere percentages worden hierbij niet uitgesloten, maar een aandeel van 30%, 40% of 50% past het beste bij het type aandeel wat de gemeente wenselijk vindt.

Pagina 7 van 45

2. Aanpak om te komen tot een voorkeursrolnemingsmodel binnen Publiek Samen 2.1. Ons beginpunt: uitgangspunten gemeente Leidschendam-Voorburg Het college stelde een uitgangspuntennotitie op voor de Heuvel-/Amstelwijk met een aantal voorwaarden die richting moeten geven in het maken van een keuze voor een alternatief voor aardgas. Dit zijn de volgende voorwaarden: Uitvoerbaar; Betaalbaar; Samen; Betrouwbaar; Vermindering van de CO2-uitstoot. Om te kunnen waarborgen dat er aandacht is voor bovenstaande voorwaarden bij de realisatie van een warmtenet vindt de gemeente het belangrijk een bepaalde mate van zeggenschap te hebben over het uiteindelijke systeem en het eindresultaat. In een wijk zoals De Heuvel-/Amstelwijk met een relatief laag gemiddeld inkomen en een lage vorm van collectieve betrokkenheid met de energietransitie is het extra van belang dat de gemeente door een bepaalde mate van zeggenschap invloed uit kan oefenen op het eindresultaat bijvoorbeeld voor wat betreft de betaalbaarheid van kosten voor warmte. Meer invloed zal in de praktijk echter ook een investering vergen van de gemeente. Deze extra investering kan niet bekostigd worden vanuit de Rijksbijdrage en is nog niet gereserveerd. De gemeente stelde in haar vooronderzoek criteria op om een afweging te maken tussen rolnemingsmodellen om invulling te geven aan de gewenste zeggenschap.

Om te kunnen beoordelen welke rolnemingsmodellen het meest kansrijk zijn voor het realiseren van een warmtenet in Leidschendam zijn zwaarwegende en niet zwaarwegende criteria opgesteld. De gemeente maakt dit onderscheid omdat de zwaarwegende criteria meer impact hebben en dus zwaarder wegen in de beoordeling dan de criteria in de categorie niet zwaarwegende criteria. Deze criteria stelde de gemeente op aan de hand van de voorwaarden uit de Lokale Energiestrategie (LES) en de Uitgangspuntennotitie voor de Heuvel-/Amstelwijk. De zwaarwegende criteria zijn: Risico vertraging realisatie warmtenet; Financieel risico; Risico dat de gemeente geen regie heeft op eindresultaat; De gemeente heeft geen beslissende rol in het uiteindelijke energieconcept. De minder zwaarwegende criteria zijn: Inspanning gemeentelijke organisatie; Benodigde expertise gemeente; Voldoet niet aan Wcw (1.500 aansluitingen); Niet in lijn met gemeentelijk beleid. Teneinde een goed overzicht te krijgen van de risico’s voor alle rolnemingsmodellen onder Publiek Samen, brachten wij financiële en juridische risico’s in kaart. Wij maakten daarbij onderscheid tussen de korte, midden en lange termijn:

Pagina 8 van 45

Risico’s oprichting warmtenet vanuit “Publiek Samen” Kort - ontwikkelfase

Midden - volloopfase

Lang - exploitatiefase

Financieel

Juridisch

Vertraging in planfase Technische uitdagingen Stijging materiaal prijzen Stijging kosten arbeid Beschikbare expertise en ervaring ACM beleid tarieven Prijsrisico inkoop Technische uitdagingen Beschikbare expertise en ervaring Kosten onderhoud ACM beleid tarieven Prijsrisico inkoop Kosten onderhoud Kosten vervroegde vervanging

Veranderende wetgeving Betrouwbaarheid partijen beschikbare expertise en ervaring Vergunning verlening

Veranderende wetgeving Betrouwbaarheid partijen Beschikbare expertise en ervaring

Veranderende wetgeving Betrouwbaarheid partijen beschikbare expertise en ervaring

2.2. Via uitgangspunten gemeente en mogelijke samenwerkingspartners selecteren van voorkeursrolnemingsmodel Wij volgden een proces van vijf stappen om te komen tot het voorkeursrolnemingsmodel onder Publiek Samen: Stap 1: Kaders schetsen vanuit de nieuwe warmte wet De ambitie van de gemeente is dat het samenwerkingsmodel Publiek Samen aansluit bij de kaders van de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening (Wcw). Daarvoor schetsten wij de kaders die de nieuwe wet voorschrijft voor samenwerkingsmodellen. Deze kaders lichten wij toe in een werksessie aan de gemeente. Stap 2: Ophalen input samenwerkingspartners via interviews Wij interviewden mogelijke samenwerkingspartners en haalden hun uitgangspunten op voor een samenwerking in een warmtebedrijf. Partijen die wij spraken zijn: Dunea, Netverder, HVC, InWarmte, Kelvin en Wij Maken Energie. Stap 3: Bepalen mogelijke rolnemingsmodellen onder Publiek Samen Op basis van de kaders vanuit de nieuwe warmtewet en de input van de mogelijke samenwerkingspartners bepaalden wij mogelijke rolnemingsmodellen onder Publiek Samen. Stap 4: Financiële risico-analyse per rolnemingsmodel Wij interviewden mogelijke financiers om inzicht te krijgen in de financieringsvoorwaarden. De financiers die wij interviewden zijn: BNG, Waterschapsbank. Pagina 9 van 45

Stap 5: Invullen afwegingskader met als resultaat een voorkeursrolnemingsmodel Wij stelden samen met de gemeente een afwegingskader op om de verschillende rolnemingsmodellen te duiden, te wegen en uiteindelijk te komen tot gewenste voorkeursrolnemingsmodellen. In een werksessie met de gemeente bepaalden wij het voorkeursrolnemingsmodel voor een rolnemingsmodel onder Publiek Samen.

Pagina 10 van 45

3. Rolneming onder de Wet Collectieve Warmtevoorziening 3.1. Warmteketen; van bron tot levering De energiewaardeketen bestaat uit verschillende schakels of deel-businesscases: de warmteproducent, transportbedrijf, warmteaanbieder, vastgoedeigenaar en energiegebruiker. Iedere deel-businesscase is afzonderlijk te beschouwen met een eigen investeringshorizon, opbrengsten, kosten, risico’s en rendementseis. Tegelijkertijd zijn de deel-businesscases ook sterk met elkaar verweven: een verandering in de businesscase van transport leidt tot veranderingen in de businesscase van warmteaanbieder, vastgoedeigenaar en energiegebruiker. Een stijging van de investeringskosten van het warmtenet kan bijvoorbeeld leiden tot hogere transportkosten, wat via de businesscase van de warmteaanbieder leidt tot hogere lasten voor eindgebruikers. In onderstaand figuur (Figuur 1) hebben wij dit schematisch samengevat. Een integraal warmtebedrijf kan bestaan uit de warmteproducent, het transportbedrijf en/of de warmteaanbieder.

Figuur 1: schematische weergave energieketen

Om een uitspraak te kunnen doen over de haalbaarheid van het warmtenet is het nodig inzicht te hebben in de businesscase van de eindgebruikers en deze terug te rekenen naar haalbare businesscases verderop in de keten. De eindgebruiker bepaalt namelijk wat hij kan betalen voor de warmte. De tarieven die de toekomstig warmteleverancier in rekening brengt bij de eindgebruiker dient, om het financieel aantrekkelijk te maken, vergelijkbaar zijn met de kosten die de eindgebruiker nu betaalt met zijn huidige Cv-ketel. Een belangrijke sluitpost van een warmtenet businesscase is een bijdrage aansluitkosten (BAK) voor de vastgoedeigenaar. Deze bijdrage dekt de onrendabele top die de integrale businesscase van het warmtenet bevat. In hoofdstuk 6 presenteren wij de bijdrage aansluitkosten (BAK) van het warmtenet voor de Heuvel-/Amstelwijk.

3.2. De komst van de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening (Wcw) Aanleiding is de publieke route voor warmte en de daarbij benodigde publieke realisatiekracht In de kamerbrief van oktober 2022 kondigde de Minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK) aan te kiezen voor een meer publieke marktordening in de warmtesector. Concreet komt de minister met een wijziging in het wetsvoorstel van de Wet Collectieve Warmte (hierna: Wcw) waarin gemeenten alleen warmtebedrijven mogen aanwijzen voor een warmtekavel als de infrastructuur hiervan in handen is van publieke partijen of waarbij Pagina 11 van 45

publieke partijen door een meerderheidsaandeel in het warmtebedrijf doorslaggevende zeggenschap hebben over de infrastructuur. Het doel van dit doorslaggevende zeggenschap voor publieke aandeelhouders is dat het deze partijen in staat stelt te sturen op de publieke belangen in de warmtetransitie: duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid. Invulling geven aan deze meer publieke marktordening vraagt om de opbouw van publieke realisatiekracht. Publieke realisatiekracht betreft het vermogen van de publieke sector om warmteprojecten en initiatieven succesvol tot ontwikkeling, uitvoering en exploitatie te brengen. Dit omvat het vermogen om voldoende kapitaal, kennis, kunde en mankracht in te zetten om de gestelde doelen te bereiken en resultaten te behalen. De Wcw introduceert een kavelsystematiek waarbij één integraal warmtebedrijf wordt aangewezen om een warmtenet van (>1500 WEQ) te realiseren en exploiteren gedurende een aanwijsperiode van 30 jaar. Dit aangewezen warmtebedrijf wordt verantwoordelijk voor de hele keten, en dient voor minimaal 50% + 1 aandeel in publieke handen te zijn. Aanvullingen op Wcw: 1. Voor bepaalde besluiten mag worden vastgelegd dat er een versterkte meerderheid nodig is. In het huidige wetsvoorstel staat dat de aandeelhouders voor bepaalde, essentiële beslissingen andere afspraken mogen maken.

Dat gaat dan bijvoorbeeld om de benoeming van bestuurders, uitgifte van aandelen, het wijzigen van de statuten en grote investeringen. Het moet ertoe leiden dat bedrijven meer genegen zijn om ook als minderheidsaandeelhouder te investeren in nieuwe warmtenetten; 2.

Waarborgfonds: een dergelijk fonds kan investeringen in nieuwe en bestaande warmtenetten borgen waardoor externe financiers de garantie hebben rente en aflossing te ontvangen. Hier wordt naar verwachting de eigen vermogensvraag voor de aandeelhouders sterk verlaagd, mogelijk tot 10% van de totale investeringsopgave. Het waarborgfonds kan gevuld worden door een premie ter hoogte van 0,1-0,4% van de totale investering te verlangen. Het hanteren van criteria voor toegang tot een borgstelling heeft naar verwachting een positief effect op standaardisatie, professionalisering en werkt disciplinerend. Het is aan een volgend kabinet om te besluiten over het instellen van een waarborgfonds warmtenetten of een ander instrument en het vinden van dekking voor de eenmalige risicobuffer en risicoreservering op de Rijksbegroting;

3.

Er zijn extra eisen aan leveringsovereenkomsten, zodat warmteklanten daar van tevoren goed kennis van kunnen nemen. Zo niet, dan is de overeenkomst vernietigbaar. Ook kan een opzegvergoeding alleen in rekening worden gebracht bij het tussentijds opzeggen van een overeenkomst voor bepaalde tijd, en moet die bepaling met prijs of kosten in het contract zijn opgenomen;

4.

Er komen op kosten gebaseerde tarieven. Toezichthouder ACM zal ook in de toekomst maximumtarieven vaststellen, en werkt in drie fasen toe naar de situatie waarin de toezichthouder de maximumtarieven per warmtekavel (dus per warmtenet) vaststelt, op basis van de kosten en inkomsten van het warmtebedrijf voor die specifieke kavel.

5.

Groepsverbod: het groepsverbod bepaalt dat een monopolistische en publieke netbeheerder niet in één bedrijvengroep mag zitten met een bedrijf dat zich bezighoudt met de productie en/of levering van elektriciteit en gas. Veel warmtebedrijven leveren niet alleen warmte, maar houden zich ook bezig met stroom en soms ook gas. Het groepsverbod belemmert de deelname van netwerkbedrijven in een warmtebedrijf dat integraal verantwoordelijk is voor bron, transport en levering, en vergt dus een aanpassing van de lijst met toegestane nevenactiviteiten voor netwerkbedrijven, en waarschijnlijk ook het groepsverbod. De verwachting is dat met de komst van de Wcw het groepsverbod opgeheven wordt. Pagina 12 van 45

3.3. Inrichten ‘bovenkant’ integraal warmtebedrijf De gemeente Leidschendam-Voorburg wenst een uitwerking van het gemeentelijk model ‘Publiek Samen’ te verkrijgen voor de realisatie van het warmtenetproject in De Heuvel/Amstelwijk. Een samenwerkingsvorm die past binnen de kaders van de Wcw. De rolnemingskeuze van de gemeente gaat over het organiseren van de aandeelhouders (‘bovenkant’) en operatie (‘onderkant’) van het publieke integrale warmtebedrijf. Volgens de Wcw moet ten minste 50% plus één aandeel van de infrastructuur van een collectief warmtenet publiek bezit zijn. Het bedrijf dat dit net beheert en verantwoordelijk is voor de warmtelevering aan de door de gemeente aangewezen kavel(s), moet aan deze wettelijke eis voldoen voor netwerken met 1500 of meer aansluitingen. De rolnemingskeuze van de gemeente gaat over het organiseren van de aandeelhouders en de operatie van het publieke integrale warmtebedrijf. Hieronder (figuur 2) schetsen we de richtingen voor het invullen van het aandeelhouderschap (‘bovenkant’) van het integrale warmtebedrijf. Het aandeelhouderpercentage is hiernaast geïllustreerd en daaronder toegelicht:

Figuur 2: invulling aandeelhouderschap publiek integraal warmebedrijf

•

100% gemeentelijk aandeelhouderschap: de gemeente richt zelf een gemeentelijk integraal warmtebedrijf op zonder partners. De gemeente is verantwoordelijk voor het financieren van het totale warmtenet in Leidschendam, wat een kapitaalinvestering van ongeveer €6,7 miljoen bedraagt. Deze kan de gemeente deels financieren door vreemd vermogen aan te trekken, mits dit past binnen de netto schuldquote;

•

Gemeente + partner: De gemeente richt een integraal warmtebedrijf op mét partners. Aangezien de gemeente beperkte kennis en kunde heeft op het gebied van warmte, is het aantrekkelijk om samen te werken met één of meerdere partners die deze specifieke kennis en kunde kunnen inbrengen op aandeelhoudersniveau. Dit kan via: 1. De publieke route: de provincie kan hier een rol in vervullen via een regionale entiteit of investeringsfonds deel te nemen in lokale warmtebedrijven, zoals Gelderland doet met het Gelders Warmte Infra Bedrijf. De regionale netbeheerders of hun warmte-dochters kunnen ook in het integrale gemeentelijke warmtebedrijf deelnemen met inbreng van hun kennis en kunde en aanleg en beheer van de infrastructuur en/of inbreng van kapitaal. Tot slot kan een toekomstige nationale deelneming mede-aandeelhouder worden; 2.

De private route: als wenselijk kan 50% minus één aandeel worden ingevuld door private partijen zoals Energy Service Companies (ESCo's), die kennis, kunde en/of kapitaal inbrengen. Deze inbreng kan aantrekkelijk zijn indien er een gebrek is aan de kennis, kunde of kapitaal of indien bepaalde risico’s beter te mitigeren zijn door de private partij.

Pagina 13 van 45

In onderstaande figuur (figuur 3) wordt het spectrum van publiek en privaat eigenaarschap weergegeven.

Figuur 3: spectrum publiek en privaat eigenaarschap

Als de gemeente met een partner wenst samen te werken op aandeelhoudersniveau, vraagt dit mogelijk een aanbesteding voor een partnerselectie.

3.4. Inrichten ‘onderkant’ integraal warmtebedrijf Naast het inrichten van het publiek integrale warmtebedrijf op aandeelhoudersniveau, heeft de gemeente een keuze te maken over de inrichting van de operatie (‘onderkant’) van het publieke integrale warmtebedrijf. Naast het inrichten van de aandeelhoudersstructuur van het warmtebedrijf, dient invulling te worden gegeven aan de operatie. Welke partij is verantwoordelijk voor het realiseren en exploiteren van het project? Hieronder schetsen we de richtingen voor het invullen van de operatie (‘onderkant’) van het integrale warmtebedrijf: •

Eigen beheer: het publiek integrale warmtebedrijf voert de operatie volledig in eigen beheer. Zij bouwt een uitvoeringsorganisatie op die zowel de rol van warmtenetwerkbedrijf als leveranciersbedrijf invult en is hierdoor volledig verantwoordelijk voor het voldoen aan de wettelijke eisen. Deze route is logisch wanneer één van de aandeelhouders tevens alle noodzakelijke kennis en kunde inbrengt. Voor de uitvoering van de realisatie of eventuele diensten (zoals facturatie) kan het warmtebedrijf opdracht verstrekken aan aannemers of dienstverleners. Als dit door de eigen organisatie wordt uitgevoerd is een aanbesteding niet nodig. Wanneer deze opdrachten door externen worden uitgevoerd is het warmtebedrijf aanbesteding plichtig.

•

Private contractering middels een DBMO- of White label contract: het publiek integrale warmtebedrijf besteedt de operatie volledig uit. Dit kan bijvoorbeeld door het gunnen van een DBMO-contract aan een (commerciële) ESCo. DBMO staat voor Design, Build, Maintain and Operate en hiermee legt het warmtebedrijf een groot deel van de verantwoordelijkheden om aan de wettelijke eisen te voldoen bij een contractant. Het publiek integrale warmtebedrijf blijft echter eindverantwoordelijk. Dit vraagt om een goede risicoverdeling in het DBMO-contract. Deze route is logisch wanneer de aandeelhouders niet beschikken over de noodzakelijke kennis en kunde. Een dergelijk DBMO-contract of delen ervan moeten aanbesteed worden. Een type model onder DBMO is een white label-dienst. Een white-label zakelijke dienst is een product of dienst die door één bedrijf wordt geproduceerd en die andere bedrijven onder hun eigen merk kunnen verkopen. Dit betekent dat het white label-bedrijf (oftewel de ESCo) het warmtesysteem beheert en bedient onder de merknaam van de warmteonderneming. In onderstaande figuur (figuur 4) worden de invulling van de uitvoerende partij schematisch weergegeven.

Pagina 14 van 45

Figuur 4: invulling geven aan uitvoeringscapaciteit

Pagina 15 van 45

4. Uitgangspunten samenwerkingspartners en financiers Wij voerden gesprekken met mogelijke publieke en private samenwerkingspartners voor de gemeente Leidschendam-Voorburg, waarin we hun bereidheid voor deelname in de verschillende rolnemingsmodellen binnen het model 'Publiek Samen' toetsten. Daarnaast voerden wij gesprekken met mogelijke financiers voor het Publieke Integraal Warmtebedrijf. In deze gesprekken toetsten wij de rolnemingsopties op financieringsinteresse en -haalbaarheid. De verkregen inzichten uit deze gesprekken zijn geïntegreerd in het afwegingskader, waardoor we een weloverwogen beslissing kunnen nemen over het voorkeursrolnemingsmodel binnen 'Publiek Samen'. Dit afwegingskader behandelen we in hoofdstuk 7.

4.1. Uitgangspunten en randvoorwaarden van mogelijke samenwerkingspartners In deze paragraaf schetsen we de kansen en mogelijkheden uit de gesprekken met potentiële publieke en private samenwerkingspartners van de gemeente Leidschendam-Voorburg.

4.1.1. Dunea Warmte & Koude (DWK) DWK is een bedrijfsonderdeel van Dunea, gericht op duurzame energieoplossingen. Hun focus ligt op het ontwikkelen en beheren van systemen voor warmte- en koudeopslag (WKO), waarbij gebruik gemaakt wordt van aquathermie - het benutten van thermische energie uit water. DWK is in de PAW-aanvraag naar voren gekomen als één van de partners van de gemeente voor het lage temperatuurwarmtenet in De Heuvel/Amstelwijk. We onderzochten met DWK de mogelijkheden voor participatie in een Publiek Integraal Warmtebedrijf, via aandeelhouderschap en/of door een bijdrage in de uitvoeringscapaciteit. Wij noteerden de volgende uitgangspunten: • Rol van DWK: DWK is bereid om zowel als aandeelhouder als uitvoerder op te treden in het beheren en installeren van het TED-systeem (thermische energie uit drinkwater), netwerk alsmede warmteleverancier; •

Aandeelhouderschap: DWK staat open voor deelname via aandeelhouderschap in een PIW. De omvang van het aandeelhouderschap wordt bepaald door de businesscase, inclusief investeringsbehoeften en risico's zoals volloop, en de betrokkenheid van de gemeente. Het niveau van zeggenschap moet in verhouding staan tot de risico's. De deelname van de gemeente (minimaal 5%) is cruciaal om visie, sturing en commitment van de gemeente in het warmteconcept te waarborgen;

•

Uitvoeringscapaciteit: DWK wil tenminste het TED-systeem beheren en is bereid om de warmtelevering uit te voeren. Voor het aanleggen en beheren van het net (inclusief WKO) heeft DWK de voorkeur om samen te werken (semi-)publieke partners zoals Netverder, die dezelfde publieke belangen dienen. DWK is bevoegd tot het opwekken, transporteren en leveren van energie, een functie die binnen de huidige regulering niet voor netbeheerders is weggelegd. Hierdoor is een combinatie met deze partijen waardevol en kan de hele keten worden afgedekt. Er is minder interesse in samenwerking met private partijen vanwege beperkte ervaring hiermee en het risico op conflicterende belangen;

•

Overige punten: De verwachte ontwikkelingsperiode is ten minste 18 maanden; DWK zal niet inschrijven bij een concessieprocedure vanuit de gemeente. In dat geval zal DWK TED leveren aan de geselecteerde exploitant.

Pagina 46 van 45

4.1.2. Netverder Netverder is een publiek netwerkbedrijf dat gespecialiseerd is in het ontwikkelen, realiseren en onderhouden van energie-infrastructuren, met een focus op warmte, stoom en biogas. Als onderdeel van de Stedin Groep, streeft het naar het bevorderen van de energietransitie door het creëren van hoogwaardige en toekomstbestendige netwerken voor duurzame energie. We onderzochten met Netverder de mogelijkheden voor participatie in een Publiek Integraal Warmtebedrijf, via aandeelhouderschap en/of door een bijdrage in de uitvoeringscapaciteit. Wij noteerden de volgende uitgangspunten: • Rol van Netverder: Netverder is bereid om zowel als aandeelhouder als uitvoerder op te treden op het net, en eventueel levering indien het groepsverbod voor publieke netbeheerders komt te vervallen; •

Aandeelhouderschap: Netverder streeft naar de rol van netbeheerder in combinatie met aandeelhouderschap. Momenteel mogen ze geen warmteleverancier zijn vanwege het groepsverbod op publieke netbeheerders. Dit verbod wordt opgeheven bij de vaststelling van de Wcw. Als aandeelhouder willen ze invloed hebben op het beheer van het net. Een gebalanceerd mede-aandeelhouderschap is gewenst om te voorkomen dat andere aandeelhouders overheersend zijn in operationele besluitvorming. Daarnaast geeft Netverder de voorkeur aan samenwerking met publieke partijen, maar staat ook open voor een rol van private partners. Gemeentelijke betrokkenheid, bijvoorbeeld met een aandeelhouderspercentage van 5%, is gewenst, met name voor de betrokkenheid richting bewoners. Netverder staat kritisch tegenover een meerderheidsaandeel van gemeenten vanwege mogelijke politieke invloeden op operationele besluitvorming. Als die wens er wel is, gaat Netverder graag in gesprek over achterliggende redenen voor de behoefte hierin;

•

Uitvoeringscapaciteit: Netverder richt zich op het vervullen van de rol van netbeheerder en bereidt zich voor op toekomstige uitdagingen door het creëren en faciliteren van benodigde capaciteit. Momenteel bouwen ze intern kennis op over technisch ontwerp, kavelplanning en investeringsplannen om een integrale rol te spelen in een warmtebedrijf. Echter, expertise in de productie van warmte en het beheer van Warmte-Koude Opslag (WKO) systemen is beperkt.

4.1.3. Energy Common Energy Common is een gedreven bewonersorganisatie die zich inzet voor de bevordering van duurzame energieinitiatieven binnen de gemeenschap. Hun focus ligt op het initiëren en ontwikkelen van energieprojecten binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het doel van Energy Common is om een bijdrage te leveren aan de verduurzaming van de regio door middel van educatie, samenwerking en praktische projecten. Ze worden hierin bijgestaan door het landelijke kennisinstituut voor burgerinitiatieven, Energy Samen. We onderzochten met Energy Common de mogelijkheden voor participatie in een Publiek Integraal Warmtebedrijf, via aandeelhouderschap en/of door een bijdrage in de uitvoeringscapaciteit. Wij noteerden de volgende uitgangspunten: • Rol van Energy Common: Energy Common is gemotiveerd om een rol te spelen in het warmteproject en streven ernaar om bewoners actief te betrekken in een gezamenlijk construct met de gemeente of andere publiek/private partners; •

Aandeelhouderschap: Energy Common streeft ernaar om minimaal een minderheidsaandeelhouder te zijn in een samenwerkingsmodel. Op financieel gebied zijn ze afhankelijk van de gemeente en streven ze naar cofinanciering van de provincie. Met de opzet van de warmtegemeenschap volgens de Wet op de collectieve warmtevoorziening (Wcw), wordt deze beschouwd als een construct zonder winstoogmerk; Pagina 16 van 45

•

Uitvoeringscapaciteit: Energy Common zal naar eigen inschatting een periode van grofweg 5-10 jaar nodig hebben om kennis en vaardigheden te ontwikkelen rondom de uitvoering van een warmteproject.

4.1.4. InWarmte InWarmte is een privaat warmtebedrijf in duurzame energieoplossingen en installatiediensten, met expertise in warmte-koudeopslagsystemen (WKO). Hun diensten omvatten de ontwikkeling, exploitatie en dienstverlening rondom duurzame warmtesystemen. InWarmte is geselecteerd als beoogde installateur en energieleverancier voor een tijdelijke verduurzamingsoplossing voor ongeveer 210 woningequivalenten van WoonInvest binnen de PAW-scope in Leidschendam-Voorburg. De voorgestelde oplossing is een hybride model die uiteindelijk wordt aangesloten op het toekomstige LT-warmtenet. We onderzochten met InWarmte de mogelijkheden voor participatie in een Publiek Integraal Warmtebedrijf, via aandeelhouderschap en/of door een bijdrage in de uitvoeringscapaciteit. Wij noteerden de volgende uitgangspunten: • Rol van Inwarmte: InWarmte is bereid om deel te nemen als aandeelhouder in een integraal warmtebedrijf, om zo het resterende deel van de wijk aan te sluiten; •

Aandeelhouderschap: InWarmte ambieert een gezamenlijk aandeelhouderschap met publieke en/of private partijen, wat transparantere rendementsafstemming mogelijk maakt;

•

Uitvoeringscapaciteit: InWarmte neemt geen directe uitvoerende rol op zich. Echter, via aandeelhouderschap brengt zij expertise in om het warmtebedrijf te sturen en het aanbestedingsproces voor uitvoerende private partijen te begeleiden.

4.1.5. Kelvin Kelvin is een particulier warmtebedrijf dat duurzame warmteprojecten ontwikkelt en tevens verantwoordelijk is voor het beheer, onderhoud en de facturatie. Momenteel speelt Kelvin een essentiële rol als warmtepartner in verschillende Proeftuin Aardgasvrije Wijken projecten. We onderzochten met Kelvin de mogelijkheden voor participatie in een Publiek Integraal Warmtebedrijf, via aandeelhouderschap en/of door een bijdrage in de uitvoeringscapaciteit. Wij noteerden de volgende uitgangspunten: • Rol van Kelvin: Kelvin wil verantwoordelijkheid zijn voor de leveringszekerheid, wat voor hen bereikt kan worden middels aandeelhouderschap of via contractering op de uitvoering; •

Aandeelhouderschap: Kelvin streeft naar een marktconform rendement bij inbreng van eigen vermogen. Het percentage aandeel is niet van belang voor Kelvin; het draait vooral om de afspraken die onderling worden gemaakt. Aandeelhouderschap fungeert als een groeimodel voor Kelvin, waardoor ze niet alleen als bestuurder kunnen optreden, maar ook waardevolle kennis en ervaring kunnen inbrengen. Samenwerking met de gemeente, in de vorm van een minderheidsaandeel, is daarbovenop van vitaal belang om publieke steun te verkrijgen;

•

Uitvoeringscapaciteit: Kelvin is bereid om betrokken te zijn als installateur en exploitant van het warmtesysteem, ofwel door deelname aan het PIW of door private contractering.

Pagina 17 van 45

4.1.6. Wij Maken Energie (WME) WME is een particulier warmtebedrijf dat duurzame warmteprojecten op midden temperatuur ontwikkelt en tevens verantwoordelijkheid draagt in het beheer, onderhoud en de facturatie daarvan. We onderzochten met WME de mogelijkheden voor participatie in een Publiek Integraal Warmtebedrijf, via aandeelhouderschap en/of door een bijdrage in de uitvoeringscapaciteit. Wij noteerden de volgende uitgangspunten: • Rol van WME: WME geeft expliciet aan geen warmteprojecten uit te voeren met lage temperatuur warmte. Voor midden temperatuur projecten zijn ze echter bereid om via private contractering het netwerk te installeren en als warmteleverancier op te treden; •

Aandeelhouderschap: WME geeft de voorkeur aan DBMO-contracten en overweegt maximaal 1% aandeelhouderschap om inzicht te krijgen op bestuurlijk niveau. Ze zien echter aandeelhouderschap vanuit een private partij niet als wenselijk, omdat dit risico's met zich meebrengt bij eventuele ontbinding;

•

Uitvoeringscapaciteit: WME prefereert private contractering voor de uitvoering. Hierdoor kunnen risico's worden geminimaliseerd en kennis worden behouden, zonder dat de private partij als aandeelhouder hoeft op te treden.

4.1.7. HVC HVC is een duurzaam energie- en afvalbedrijf van 52 gemeenten en 8 waterschappen. De kerntaak van HVC omvat: het ondersteunen van aandeelhoudende gemeenten en waterschappen als partner bij de transitie ‘aardgasvrij’ en de verduurzaming van het afvalbeheer. HVC, als publiek integraal warmtebedrijf (PIW), werkt samen met partners aan diverse warmteprojecten in Nederland, waarbij ze zowel betrokken zijn bij de ontwikkeling als de levering. We onderzochten met HVC de mogelijkheden voor participatie in een Publiek Integraal Warmtebedrijf, via aandeelhouderschap en/of door een bijdrage in de uitvoeringscapaciteit. Wij noteerden de volgende uitgangspunten: • Rol van HVC: HVC opereert exclusief als integraal publiek warmtebedrijf, met verantwoordelijkheid voor investeringen, netbeheer en uitvoering. Ze wensen enig aandeelhouder te zijn van de op te richten project. BV. In hun activiteiten hebben ze de belangen van hun aandeelhouders, te weten 52 gemeenten en 8 waterschappen, hoog in het vaandel; •

Aandeelhouderschap: De gemeentelijke aandeelhouders stellen de operationele richtlijnen vast voor HVC, die zich vervolgens binnen deze grenzen beweegt. De 52 gemeenten staan garant voor leningen die HVC aangaat bij BNG, waarvoor ze een provisie van 1% aan de gemeente betalen over het geleende geld;

•

Uitvoeringscapaciteit: HVC voert als publiek integraal warmtebedrijf de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het warmtesysteem zelf uit, waarbij ze specialistische onderdelen zoals bronontwikkeling uitbesteden aan onderaannemers. Voordat HVC optreedt als PIW, voert ze zelfstandig technische en economische due diligences uit op het warmteconcept. Vaak werken ze hierbij samen met partners, zoals gemeenten, om een gedegen analyse te maken.

4.1.8. Provincie Zuid-Holland De Provincie Zuid-Holland bevindt zich momenteel in de verkenningsfase met betrekking tot haar rol in de warmtetransitie en mogelijke deelname aan een publiek integraal warmtebedrijf. De focus ligt momenteel op bovengemeentelijke vraagstukken, zoals het verbinden en organiseren van de grote vragers en aanbieders van warmte binnen de Provincie. Desalniettemin hechten ze belang aan het verkrijgen van inzicht in lokale Pagina 18 van 45

ontwikkelingen en problemen, omdat deze een mogelijke bijdrage kunnen leveren aan het starten van provinciale initiatieven. Na de zomervakantie verschaft de provincie meer duidelijkheid over haar rol in de warmtetransitie.

4.2. Uitgangspunten en randvoorwaarden van mogelijke publieke financiers In deze paragraaf schetsen we de kansen en mogelijkheden uit de gesprekken met publieke financiers van het Publieke integrale warmtebedrijf.

4.2.1. De Nederlandse Waterschapsbank (NWB) Als gespecialiseerde financiële instelling biedt de NWB maatwerkfinanciering en adviesdiensten aan waterschappen, gericht op het versterken van hun financiële positie en het mogelijk maken van investeringen in waterinfrastructuur. Daarnaast biedt ze financiering voor duurzame projecten in wind- en zonne-energie. De NWB heeft een Triple A-rating dankzij haar overheid-gerelateerde voorwaarden, waardoor ze tegen gunstige voorwaarden financiering kan aantrekken en dit vervolgens kan uitlenen aan derden als vreemd vermogen. Deze voorwaarden omvatten onder andere dat: • De overheid minstens 50% van het aandeel heeft in het gefinancierde project; • Projecten gefinancierd zijn met SDE-subsidies. In dit geval kan de publieke partij minderheidsaandeelhouder zijn; • De gemeente, provincie of Rijk staat garant voor de betaling van de rente en aflossing. Als aanvullende informatie over financiering bij de Waterschapsbank gelden de volgende punten: De financiering heeft een minimumgrens van 5 miljoen euro en bij voorkeur een bedrag van meer dan 10 miljoen euro; Cofinanciering met andere (commerciële) banken is mogelijk; De aflossing van leningen kan plaatsvinden volgens een annuïteiten- of lineaire lening, waarbij de terugbetalingsstructuur meestal over een periode van ongeveer 30 jaar verloopt.

Dit termijn is in lijn met de afschrijvingsperiode van de activa waarvoor financiering wordt verkregen; De NWB financiert momenteel projecten met een ratio van 30% eigen vermogen en 70% vreemd vermogen. Als er een waarborgfonds beschikbaar is, is de NWB bereid om 90% vreemd vermogen te verstrekken. Deze benadering biedt gemeenten en publiek-private partijen de mogelijkheid om projecten met minder eigen vermogen te financieren, wat resulteert in een lager financieel risico.

4.2.2. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) De BNG is een gespecialiseerde financiële dienstverlener voor de publieke sector, met als voornaamste klanten lokale overheden en instellingen voor maatschappelijk belang in Nederland. De bank heeft als kerntaak het zo goedkoop mogelijk financieren van de Nederlandse publieke sector. We bespraken mogelijke financieringsvoorwaarden en noteerden de volgende uitgangspunten: • De BNG geeft de voorkeur aan een publieke partij als meerderheidsaandeelhouder of wanneer een gemeente garant staat voor de aflossing en rente van de financiering; • De BNG biedt gunstigere financieringsvoorwaarden voor rolnemingsmodellen met een publiek meerderheidsbelang.

Voor constructies met meer private betrokkenheid en/of een coöperatieve structuur wordt een renteopslag toegepast vanwege het verhoogde risico op faillissement (en dus de terugbetaling van de financieringslasten) of contractontbinding; • Het is belangrijk dat de samenwerkingspartner van de gemeente op aandeelhoudersniveau waarde toevoegt door middel van kennis, kunde of kapitaal, en een rendementseis hanteert die overeenkomt met die van de gemeente; • De financiering heeft een minimumgrens van 5 miljoen euro en bij voorkeur meer dan 10 miljoen euro; • De looptijd van leningen is doorgaans 30 jaar, parallel aan de afschrijvingsperiode van de te financieren assets; • De BNG verstrekt pas financiering tijdens de bouwfase van het warmteproject. Pagina 19 van 45

5. Mogelijke rolnemingsmodellen onder het samenwerkingsmodel ‘Publiek Samen’ De kaders van de verschillende rolnemingsmodellen variëren van een sterke betrokkenheid van de gemeente met maximaal eigenaarschap en volledige uitvoering door een publiek integraal warmtebedrijf tot een meer terughoudende rol waarbij de gemeente eigenaarschap deelt met óf geheel vergeeft aan publieke/private partijen. Onderstaande modellen bieden een scala aan opties voor het ontwikkelen en exploiteren van warmtevoorzieningen, conform de Wcw, waarbij de gemeente haar betrokkenheid en verantwoordelijkheid op verschillende manieren kan vormgeven.

5.1. Rolnemingsmodel A: Indirecte gemeentelijke uitvoeringsorganisatie via HVC A. Indirecte gemeentelijke uitvoeringsorganisatie via HVC (figuur 5): de gemeente is met 51 andere gemeenten en 8 waterschappen gezamenlijk 100% aandeelhouder van HVC. HVC zal een project BV oprichten voor dit warmtenet, de gemeente wordt geen mede-eigenaar van deze dochter BV. Vanwege het verdeelde aandeelhouderschap heeft de gemeente slechts een beperkte mate van zeggenschap over en sturing op de activiteiten van HVC in algemene zin. Deze zeggenschap en sturing zijn beperkt tot de vooraf afgesproken richtlijnen op het niveau van de aandeelhouders, waarbinnen HVC zich moet bewegen. Dit sluit nauwe samenwerking en daarmee transparantie tussen de gemeente en HVC niet uit. Desalniettemin vereist dit model geen grootschalige investering van de gemeente, terwijl het toch het volledige publieke belang waarborgt. De kennis en expertise om effectief te kunnen opereren, wordt ingevuld door HVC. In dit model voert HVC als publiek integraal warmtebedrijf de volledige operatie uit. Rolnemingsmodel A: Gemeente is met 51 andere gemeenten en 8 waterschappen 100% aandeelhouder van HVC, die warmte inkoopt bij de bron en zelf het warmtenetwerkbedrijf en het leveranciersbedrijf in beheer heeft.

Figuur 5: Integraal warmtebedrijf HVC

Pagina 20 van 45

5.2. Rolnemingsmodel B: Gemeentelijk eigendom en private contractering B. Gemeentelijk eigendom en private contractering (figuur 6): de gemeente wordt zelf eigenaar en zoekt private partner(s) om de warmtevoorziening te ontwikkelen en te exploiteren. Hierdoor heeft de gemeente volledige zeggenschap tijdens de exploitatie, wat transparantie en invloed op prijsvorming mogelijk maakt. Bovendien behoudt de gemeente zeggenschap na een aanzienlijke publieke investering aan het begin. De vereiste kennis en deskundigheid worden daarentegen geleverd door de private partij die via een DBMO of White Label-contract is gecontracteerd. Binnen een DBMO-contract is de private partij verantwoordelijk voor zowel de ontwikkeling en realisatie (Design, Build) als de exploitatie en operatie (Maintain, Operate) van het energiesysteem. Bij White Label contractering worden dezelfde taken uitgevoerd, alleen opereert de ESCO vanuit de merknaam van het publieke integrale warmtebedrijf. Private contractering kan een strategische keuze zijn om het exploitatierisico te beperken, wanneer de gemeente zelf niet beschikt over de kennis en expertise. In dit model besteedt het gemeentelijk warmtebedrijf het DBMO of White Label-contract aan. Rolnemingsmodel B.1: Een integraal warmtebedrijf, 100% in gemeentelijk eigendom dat d.m.v.

een DBMOcontract het netwerkbeheer en de levering (op basis van heldere afspraken) gunt aan een ESCO.

Rolnemingsmodel B.2: Een integraal warmtebedrijf, 100% in gemeentelijk eigendom dat d.m.v. een White Labelcontract het netwerkbeheer en de levering (op basis van heldere afspraken) gunt aan een ESCO. ESCO installeert en opereert met inbreng van eigen middelen onder de naam van het integrale warmtebedrijf.

Figuur 6: 100% gemeentelijk eigendom

5.3. Rolnemingsmodel C: PPS met publiek/private kennis- en equitypartner(s). Uitvoering door de publieke/private partner C. PPS met publiek/private kennis- en equitypartner(s). Uitvoering door de publieke of private partij (figuur 7): De gemeente participeert in een entiteit met een publieke en/of private partij die gezamenlijk de warmtevoorziening ontwikkelen en exploiteren. Als mede-eigenaar deelt de gemeente zeggenschap en sturing met de publieke partner óf geselecteerde private partij tijdens de exploitatie. Daarnaast worden de benodigde investeringen en financiële risico verdeeld over de deelnemende partijen. De (publieke of private) partner is zowel equity partner (dit wil zeggen aandeelhouder) als uitvoerende partij in de ontwikkeling en exploitatie van het project. In gevallen waarin de gemeente niet over de benodigde kennis, kunde of kapitaal beschikt, kan dit een strategische keuze zijn om het financiële- en exploitatierisico te beperken. In dit model selecteert de gemeente een publieke of private equitypartner via een transparante selectieprocedure. Pagina 21 van 45

Variant C.1: Eigendom 50% (+1 aandeel) publiek en 50 (-1 aandeel) % ESCO in een integraal warmtebedrijf dat het warmtenetwerkbedrijf en het leveranciersbedrijf in beheer heeft.

Variant C.2: Eigendom 100% publiek in een integraal warmtebedrijf dat het warmtenetwerkbedrijf en het leveranciersbedrijf in beheer heeft.

Figuur 7: integraal warmtebedrijf met uitvoering in eigen beheer

5.4. Rolnemingsmodel D: PPS met publieke kennis- en equitypartner(s) en private contractering D. PPS met publieke kennis- en equitypartner(s) en private contractering (figuur 8): De gemeente participeert in een entiteit met een publieke partij en zoekt private partner(s) om de warmtevoorziening te ontwikkelen en te exploiteren. Als mede-eigenaar beschikt de gemeente over dezelfde desbetreffende voordelen en verplichting als beschreven in rolnemingsmodel C. De vereiste kennis en deskundigheid wordt geleverd door de private partij die via een DBMO of White Label-contract is gecontracteerd. De gemeente kan deze route overwegen indien de publieke aandeelhouders niet beschikken over de volledige kennis en expertise. In deze model besteedt het publiek integrale warmtebedrijf het DBMO of White Label-contract aan.

Rolnemingsmodel D.1: Een integraal warmtebedrijf, 100% in publiek eigendom dat d.m.v. een DBMOcontract het netwerkbeheer en de levering (op basis van heldere afspraken) gunt aan een ESCO.

Rolnemingsmodel D.2: Een integraal warmtebedrijf, 100% in publiek eigendom dat d.m.v. een White Label-contract het netwerkbeheer en de levering (op basis van heldere afspraken) gunt aan een ESCO. ESCO installeert en opereert met inbreng van eigen middelen onder de naam van het integrale warmtebedrijf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=0cfb3f96-5147-4751-a963-edb4b48e8a6b