CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3551-05 Bijlage 02 toelichting, Schaken met paard en landschap

Commissie Omgeving 26 juni 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Landelijk-210.982 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij bedrijfsbeëindiging wordt gestreefd naar een passende functie. Bij wijzigingen op deze percelen (bijvoorbeeld aanvragen om vervanging van bestaande bebouwing of herinrichting) vormen de spelregels voor landschappelijke inpassing wel een belangrijk toetsingskader. Ook bij deze bedrijven wordt gestreefd naar een goede landschappelijke inpassing, maar uiteraard binnen de bestaande rechten.

39

bestaande (semi)bedrijfsmatige paardenhouderijen Voor de betekenis van de cijfers zie tekst hiernaast.

40

Inventarisatie bestemde paardenhouderijen Hieronder wordt een overzicht gegeven van de positief bestemde paardenhouderijen in relatie tot de visie. Deze bedrijven zijn op de kaart hiernaast aangeduid.

9. Stompwijkseweg 72 Bestemming Bl (p) Bedrijf wenst zelf omzetting naar schapenhouderij.

Bedrijven ‘strijdig’ met de gebiedsindeling voor paardenhouderijen:

Bedrijven met huidige bestemming ‘paardenhouderij’ of ‘manege’ die aansluiten op de gebiedsindeling voor paardenhouderijen:

1. Oostvlietweg 28b Bestemming Manege Momenteel geen manege maar pensionstal. 2. Stompwijkseweg 33b Bestemming Bl (p) Onduidelijk wat huidige functie bedrijf is. 3. Ondermeerweg 55 Bestemming Bl (p) Paardenrusthuis. 4. Meerburgerlaan 2b Bestemming Bl (p) In glastuinbouwgebied, dat op basis van Gebiedsvisie Stompwijk verder zal worden ontwikkeld. 5. Dr. van Noortstraat 179 (Laantje van Kampen) Bestemming Bl (p), maar huidige activiteiten hobbymatig. 6. Dr. van Noortstraat 205 (bij N206) Bestemming Bl (p) maar huidige activiteiten hobbymatig

a. Meeslouwerweg (acher) 3/3a Bestemming Manege Type gebied paardenbeleid: ‘randgebied’ b. Stompwijkseweg 22 Bestemming Bl (p) Heeft paardentrainingsbaan. Type gebied paardenbeleid: ‘randgebied’ Wenst omzetting stal naar twee woningen. Functiewijziging met landschappelijke winst in onderzoek. c. Stompwijkseweg 7 Bestemming Bl (p), bedrijfsactiviteit is stoeterij. Type gebied paardenbeleid: ‘randgebied’ De “landschappelijke inpassing “ is slecht. Onderzocht moet worden of dit kan worden verbeterd. d. Veursestraatweg 288 In nieuw bestemmingsplan Duivenvoordecorridor bestemd als manege. Type gebied: randgebied

7. Meer- en Geerweg 5 Bestemming Bl (p) In de huidige situatie melkveehouderij en paarden, wenst manegeachtige activiteiten. Verkeersbelasting is hierbij een belangrijk knelpunt op deze smalle en recreatief zeer belangrijke route. 8. Meer- en Geerweg 14 Bestemming Bl(p)Bedrijf waar iedereen ervaring op kan doen in de omgang met paarden en pony's

41

Handhaving Op grond van artikel 125 van de Gemeentewet heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid tot de toepassing van bestuursdwang om de wettelijke toestand te herstellen. In hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht wordt dit verder uitgewerkt. Daarbij is onder meer bepaald dat het college, in plaats van een last onder bestuursdwang, ervoor kan kiezen een last onder dwangsom op te leggen, waarbij de overtreder een bedrag ineens of een bedrag per tijdseenheid verbeurt indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan de last wordt voldaan. De consequentie van het nieuwe paardenbeleid is dat er bestaande paardenactiviteiten en/of paardenhouderijen zijn, die niet langer zullen worden voorgestaan. In ieder geval zal een verdere groei hiervan worden tegengegaan. Waar al sprake was van strijdigheid met het geldend bestemmingsplanregime zal waar mogelijk alsnog worden opgetreden. Strijd met bestaande en toekomstige bestemming Zijn dit paardenhouderijen (met bijbehorende bouwwerken) of andere paardenactiviteiten die zonder vergunning/toestemming zijn opgericht, dan kan hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Dan geldt wel dat deze paardenhouderijen en/of paardenactiviteiten al in strijd moeten zijn met de geldende bestemming en ook gelet op de toekomstige bestemming niet kunnen worden gelegaliseerd.

In alle gevallen geldt dat handhaving nader onderzoek en een goede belangenafweging vergt. Behalve het legalisatie-onderzoek is dit onderzoek naar de mogelijkheid dat het recht om handhavend op te treden niet is verwerkt, wat bijvoorbeeld het geval kan zijn indien het in het bestemmingsplan vastgelegde overgangsrecht van toepassing is. Daarnaast geldt dat een dwangmaatregel proportioneel moet zijn, wat een afweging vergt tussen de belangen die zijn gemoeid met de bestaande toestand en het algemeen belang (van handhaving van de wettelijke toestand).

42

Overgangsrecht Op het moment dat een nieuw bestemmingsplan rechtskracht verkrijgt, valt het bestaande gebruik in principe onder het overgangsrecht van dat plan. Weliswaar kan in de overgangsbepalingen een uitzonderingsclausule worden opgenomen ten aanzien van bestaand, illegaal gebruik, doch uit jurisprudentie blijkt dat een beroep op die clausule zal falen indien het college kennis had van de huidige wijze van gebruik (van gronden en/of opstallen), bijvoorbeeld doordat voorafgaand aan het nieuwe bestemmingsplan een inventarisatie van het gebied (met de daarin aanwezige vormen van gebruik en bebouwing) heeft plaatsgevonden. ‘Nulmeting’ Is een paardenhouderij in strijd met de huidige bestemming, maar het recht om handhavend op te treden is verwerkt doordat het overgangsrecht van toepassing is en het illegale gebruik niet is gewraakt, dan rest de mogelijkheid dit gebruik op het bestaande niveau te ‘bevriezen’. Dit kan worden uitgewerkt in een zogenaamde ‘nulmeting’, waarbij de omvang van het gebruik en de hoeveelheid gebouwen worden vastgelegd. Dit knelt niet met de bescherming die het overgangsrecht biedt, aangezien dit recht ziet op een bescherming van een bestaand gebruik (of bestaande bebouwing). Uitbreiding of vergroting daarvan is in principe niet toegestaan.

Stimulering Voor beheer dat gericht is op het behoud en ontwikkeling van natuurwaarden is het in de door de provincie aangewezen natuuren weidevogelgebieden mogelijk SAN- en weidevogelcontracten af te sluiten met natuur- en landschapsorganisaties. Daarnaast zal door de gemeente worden onderzocht hoe een goede landschappelijke inpassing kan worden gestimuleerd.

9.

communicatie

Overleg Bij de visievorming ten behoeve van deze nota zijn verschillende interne vakafdelingen en externe partijen betrokken geweest. Het doel was om vanuit een goede samenwerking met verschillende partijen/organisaties betrokken bij het gebied, afstemming te bereiken op andere projecten en een breed draagvlak te creëren voor het paardenbeleid. Voor het interne overleg is een ambtelijke projectgroep samengesteld, die zich over de relevante vraagstukken heeft gebogen. In deze projectgroep waren de vakdisciplines/afdelingen Vergunningverlening, Handhaving, Stedenbouw, Milieu, Economie en Toerisme vertegenwoordigd. Waar nodig zijn vragen breder in de organisatie uitgezet. Extern is met het programmateam Buitengebied over de conceptvisie van gedachte gewisseld. Dit is een vaste groep van vertegenwoordigers van verschillende externe organisaties/partijen, die in het kader van de uitvoering van Gebiedsvisie Stompwijk is samengesteld om zich met vraagstukken aangaande het buitengebied van Stompwijk bezig te houden. In het programmateam Buitengebied zijn de Adviesraad Stompwijk, LTO Rijn en Vlietlanden, Vereniging Agrararisch Natuur- en Landschapsbeheer Wijk & Wouden, Gebiedscommissie Land van Wijk & Wouden, het Platform Duurzaam L-V en de bewoners van het Wilsveen vertegenwoordigd.

Informatieavond Om belanghebbenden, bewoners en gebruikers van het gebied vóór de inspraak te informeren over de conceptnota (april 2008) is een informatieavond georganiseerd. Het doel van deze avond was om de paardennota te presenteren en mondeling toe lichten. Ook het proces, de inspraakmogelijkheden en de relatie met de bestemmingsplannen voor het buitengebied zijn uiteen gezet. Bijeenkomsten met belangstellenden en deskundigen Na de informatieavond zijn bijeenkomensten gehouden met belangstellenden en deskundigen. Het doel van de bijeenkomsten was om na te gaan waar de uitgangspunten van het concept paardenbeleid wijziging, aanscherping dan wel aanvulling behoefden. De kernvragen tijdens deze bijeenkomsten waren: • in hoeverre en hoe gaan paarden en natuurwaarden (weidevogels) samen?

• •

hoeveel paarden zijn gewenst als deeltijdactiviteit bij een agrarisch bedrijf? is het wenselijk om voor het aantal hobbypaarden onderscheid te maken tussen particulieren met weinig of relatief veel land?

De deelnemers aan de bijeenkomsten waren ingedeeld in: 1. de kerngroep: een selectie van de deelnemers, waarin verschillende belangen, achtergronden en deskundigheden vertegenwoordigd zijn. De kerngroep was als eerste aanzet om de relevante onderwerpen, vragen en discussiepunten te bespreken en mogelijke oplossingen aan te dragen. 2. de brede groep: alle deelnemers (= de kerngroep en de overige deelnemers). De brede groep is twee keer bij elkaar gekomen. In de eerste bijeenkomst is wat in de kerngroep was besproken voorgelegd en waar nodig/mogelijk dit aangevuld of bijgesteld. De tweede en tevens laatste bijeenkomst had als doel om de eindconclusies plenair te bespreken. De uitkomsten van de bijeenkomsten hebben geleid tot bijstelling van de conceptnota (april 2008) tot de nota van augustus 2008. Dit proces is in een aparte nota uitgewerkt (Nota reacties op concept nota Schaken met paard en landschap april 2008 en thematische beantwoording reacties). Inspraak Op grond van de Inspraakverordening L-V 2006 verleent het gemeentebestuur inspraak op o.a. de voorbereiding van beleid(regels). De nota heeft van 5 september tot en met 2 oktober 2008 voor iedereen - bewoners, bedrijven, buurgemeenten, organisaties, etc. - ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon iedereen zijn zienswijze kenbaar maken. Er zijn in totaal 13 zienswijzen ingediend.

Deze zienswijzen hebben niet tot ingrijpende aanpassingen in de nota geleid. Wel zijn de randvoorwaarden en spelregels op een aantal punten aangepast. Voor het overige zijn er tekstuele aanvullingen opgenomen. De inspraakprocedure is verwerkt in een nota (Zienswijzennota paardenbeleid).

43

44

Bijlage 1: definities (volgens Handreiking VNG en SRP)

Hengstenhouderij Een bedrijf waarvan de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit de inzet van een of meerder hengsten voor de fokkerij middels natuurlijke dekking of kunstmatig inseminatie. Door de steeds hogere eisen die worden gesteld aan dekhengsten hebben de meeste merriehouders geen eigen hengst, maar maken ze gebruik van hengsten van gespecialiseerde hengstenhouders. Een hengstenhouderij die middels KI werkt dient zich aan de eisen van de Regeling Paardensperma te houden. In deze regeling zijn naast veterinaire eisen ook eisen met betrekking tot de huisvesting opgenomen. Merriehouderij Een bedrijf waarvan de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit de inzet van meerdere merries voor de fokkerij Opfokbedrijf Een bedrijf waarvan de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit de huisvesting van jonge paarden, al dan niet in eigendom, in de leeftijd van 4 tot 36 maanden. Veelal worden de groepen jonge paarden gedurende de zomerperiode volledige weidegang geboden en worden in de winterperiode deze groepen in groepshuisvesting gestald. Stoeterij Een bedrijf kan als stoeterij worden beschouwd indien op het bedrijf een combinatie is te vinden van merriehouderij met een opfokbedrijf en/of africhtingsstal en/of hengstenhouderij.

Africhtingsstal Een bedrijf kan africhtingsstal worden beschouwd indien de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit het africhten van paarden. Hieronder wordt verstaan het zadelmak maken, het betuigen, het keuringsklaar maken enzovoort. Sportstal Een bedrijf kan als africhtingsstal worden beschouwd indien de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit een combinatie van training van paarden, het uitbrengen van paarden in de sport en het geven van instructie aan derden op paarden die niet in eigendom zijn van het bedrijf. Als de klanten naar het bedrijf komen met hun paard kan de instructie plaatsvinden

op het bedrijf. Vaak gaat de instructeur naar de stal van de klant, zodat het paard niet vervoerd hoeft te worden. Diverse sportdisciplines die van toepassing kunnen zijn: dressuur, springen, eventing, endurance, voltige, westernriding, drafsport, rensport en de aangespannen sport. Stalhouderij Een bedrijf kan als stalhouderij worden beschouwd indien de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit verhuur van aanspanningen voor huwelijken, begrafenissen, tochten of shows. Sommige stalhouderijen ontvangen nauwelijks klanten, omdat ze vooral aanspanningen verhuren ten behoeve van bijvoorbeeld huwelijken en trainen alleen de paarden op het bedrijf. In andere gevallen worden er vooral tochten gemaakt vanuit het bedrijf en komen de klanten naar het bedrijf toe. Handelstal Een bedrijf kan als handelsstal worden beschouwd indien de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit de in- en verkoop van paarden. In tegenstelling tot de handel in vee en andere veesoorten worden paarden vaak langer aangehouden en niet direct doorverkocht of naar de slacht gebracht. Een handelsstal, met name een sportpaardenhandelsstal doet eerst aan waardeverbetering voordat een paard weer doorverkocht wordt.

Spermawinstation Een bedrijf kan als spermawinstation worden beschouwd indien de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit het winnen, bewerken en afzetten van sperma van hengsten ten behoeve van de fokkerij. Op een spermawinstation worden niet per definitie paarden gehouden. Het kan een laboratorium zijn waar een fantoom is opgesteld en waar een laboratorium is ingericht. Embryotransplantatiebedrijf Een bedrijf kan als embryotransplantatiebedrijf worden beschouwd indien de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit het verrichten van embryotransplantaties; insemineren van merries, het winnen van embryo´s en het terugplaatsen ervan.

45

Paardenmelkerij Een bedrijf kan als paardenmelkerij worden beschouwd indien de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit verkoop van melk en/of melkproducten geproduceerd uit melk afkomstig van merries aanwezig op het bedrijf. Een paardenmelkerij kan worden vergeleken met een bedrijf met melkkoeien of melkgeiten. De omvang van de meeste paardenmelkerijen is kleiner dan een bedrijf met koeien of geiten, aangezien paardenmelk per liter veel meer opbrengt dan koeien en- geitenmelk kan met minder productie worden volstaan. Vereningsaccomodatie Een hippische accommodatie die wordt beschouwd als de paardensportaccomodatie die uitsluitend in gebruik is ten behoeve van een vereniging van natuurlijke personen, die de paardensport als vrijetijdsbesteding met eigen paarden beoefenen in een of meerdere disciplines en waar geen paarden structureel worden gestald. Manege Een bedrijf kan als manege worden beschouwd indien de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit het geven van instructie in diverse disciplines aan derden met gebruik van paarden in eigendom van het bedrijf of aan derden met eigen paarden en het bieden van huisvesting aan die paarden. De meeste maneges hebben een kantine ingericht om klanten te ontvangen en te voorzien van een hapje en een drankje.

Pensionstal Een bedrijf kan als pensionstal worden beschouwd indien de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit het houden van paarden van derden. Hieronder wordt verstaan de verhuur van stalling met accommodatie en/of weiland en het verzorgen van de paarden. Privé-stal Een privé-stal betreft een onderkomen voor uitsluitend of in hoofdzaak paarden welke in eigendom zijn van eigenaar van de stal en die niet worden gebruikt ten behoeve van inkomensverwerving. De aard en omvang van een privé-stal kan enorm uiteenlopen: van iemand die voor de hobby twee paarden in het land heeft lopen tot iemand die naast een baan buitenshuis 6 sportpaarden heeft en bijvoorbeeld wordt afgevaardigd naar de Olympische Spelen. 46

47

Colofon

Sabine Geerlings Landschapsarchitectuur

Projectgroep gemeente Leidschendam-Voorburg S. Julen - projectleider E. Arabi, Y. Bakkers, N. Bink, T. van de Driesche, R. Janssen, S. Rambaratsing, H. van der Ster, T. van Wieringen, P. Zuidgeest

Programmateam buitengebied Stompwijk L. van de Akker (contactpersoon Wilsveen), C. van Boheemen (LTO Rijn en Vlietlanden), A. Groenewegen (Adviesraad Stompwijk), A. Janson (Adviesraad), W. Kranenburg (Platform Duurzaam L-V), P. van de Mespel (De Blesruiters te Stompwijk), T. Orleans (Gebiedscommissie Land van Wijk en Wouden), L. van Santen (Adviesraad Stomwpijk), R. van Swieten (Vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Wijk & Wouden), K. van Wissen (Adviesraad) Kerngroep A. Bak (adviesbureau Bak in Loosdrecht), C. van Bohemen (agrariër/LTO Rijn en Vlietlanden), C. van den Bos (agrariër, Bovenmeerweg 27), J. de Groot (Landelijke voorzitter Land- en Tuinbouworganisatie, vakgroep paardenhouderij), N. de Haan (paardenhouder, Stompwijkseweg 22), K. de Jong (paardenhouder, Bovenmeerweg 21), J. Olsthoorn (agrariër/paardenhouder, Meer- en Geerweg 1), W. en K. Olsthoorn (paardenhouders, Meer- en Geerweg 5), J. Sanders (agrariër, Stompwijkseweg 80b), H. van Santen (agrariër, Stompwijkseweg 92), C. Snoep (Landschapsbeheer Zuid-Holland), A. Spaan (paardenhouder/bestuurslid KNHS, Wilsveen 31), K. van Wissen (Adviesraad Stompwijk) Brede groep L. van de Akker (agrarier, Wilsveen 37), A. Breedijk (agrariër/paardenhouder, Stompwijkseweg 48), A. Hoogweg (paardenhouder, Oostvlietweg 27), A. Janson (Adviesraad Stompwijk), W. Kranenburg (Platform Duurzaam Leidschendam-Voorburg), P.

Lelieveld (agrariër/paardenhouder, Veursestraatweg 288), P. van Mespel (De Blesruiters Stompwijk), J. van de Salm (paardenhouder/loonwerker, Meer- en Geerweg 3a), L. van Santen (Adviesraad Stompwijk), K. van Swieten (agrariër, Oosteinde 11) + de leden van de kerngroep december 2008

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=6fb0263a-3ea6-4e5b-9a1c-c7d90988a881