CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3551-02 ZienswijzennotaNota van wijzigingen bestemmingsplan ‘Landelijk-2’, versie 2

Raadsvergadering 9 juli 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Landelijk-222.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

“Landelijk -2”. Vandaar dat in de bestemmingsplanregels bij deze locatie ook de maatbestemming, evenals de uitsterfregeling weer is opgenomen. Het verzoek om ‘onder overkappingen’ te verwijderen uit artikel 10.1.1 onder g is niet opgenomen in het bestemmingsplan ‘Landelijk-2’, maar stond in de vorige versie “Landelijk”. Wel is onder strijdig gebruik in artikel 10.4.1 onder a het volgende opgenomen: het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor opslag en stalling van motorvoertuigen, al dan niet in de openlucht. Dit heeft echter geen relatie met het privé houtopslag. Tenslotte is de verzochte 15 % norm al in de algemene afwijkingenregels van artikel 44.1 onder a opgenomen, dus behoeft niet nogmaals te worden opgenomen.

A10a. conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A10b. Zienswijze op Landelijk Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording zienswijze Landelijk

Verzocht wordt de 15%-regeling op te

De 15 % norm zit binnen Landelijk-2

nemen. De praktijk leert immers dat een

in artikel 44.1 onder a.

dergelijke afwijking goed gebruikt kan worden om bouwplannen stedenbouwkundig te verbeteren. Verzocht wordt de functieaanduiding

Hierop bevat Landelijk-2 een meer

“Detailhandel” op te nemen voor de verkoop

specifieke bepaling voor 36

van groenten en sierfruit.

ondergeschikte detailhandel bij een aan huis verbonden beroep (artikel 28.4.2 onder f). Onder de voorwaarden van ondergeschikte detailhandel is de verkoop van diverse streekproducten, waaronder groenten en sierfruit, in beperkte omvang mogelijk.

In artikel 52.2.3 onder b. staat dat de

Hierop is in Landelijk-2 onder d in

maximale bouwhoogte van een bijbehorend

artikel ‘28.2.3 Bijbehorende

bouwwerk niet meer mag bedragen dan in

bouwwerken’ opgenomen: de

bijlage 4 van de Regels is weergegeven. In

goothoogte van bijbehorende

bestemmingsplan “Landelijk Gebied”

bouwwerken mag niet meer dan 3

daarentegen bedroeg de maximale

meter bedragen en de bouwhoogte

bouwhoogte voor bijbehorende bouwwerken

niet meer dan 6 meter.

6 meter. Verzocht wordt deze bouwhoogte te handhaven. De dakhelling voor hobbykassen bedraagt

Hierop bevat Landelijk-2 geen

standaard 20 tot 30 graden. Dit is in strijd

dakhellingseisen meer voor

met artikel 52.2.3 onder f.

hobbykassen.

Op het terrein aan de locatie (A10) is al

Hierop is de toevoeging “onder

tientallen jaren sprake van een houtopslag

overkappingen” verwijderd in

voor eigen gebruik onder een overkapping.

Landelijk-2.

In het vigerende bestemmingsplan was dit toegestaan, als dit maar niet de opslag van goederen van derden betrof. Verzocht wordt om in artikel 10.1.1 onder g. de woorden “onder overkappingen” te verwijderen.

10.b conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later correcties of aanpassingen doorgevoerd in Landelijk-2.

A11a. Zienswijze op Landelijk-2 Zienswijze Landelijk-2

Beantwoording Landelijk-2 37

In ontwerpbestemmingsplan ‘Landelijk-2’ is

Een bestemmingsplan regelt

de strook grond langs locatie (A11) voorzien

(‘bestemt’) algemeen het gebruik van

van een verkeersbestemming. Indiener is

een perceel en niet zozeer de

het hier niet mee eens, aangezien die strook

eigendomssituatie. In dit concrete

zijn eigendom is.

geval wordt de strook langs het Wilsveen gebruikt als onderdeel van de openbare weg. Vandaar dat de strook de verkeersbestemming heeft gekregen.

A11a. conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A11b. Zienswijze op Landelijk Zienswijze Landelijk

Beantwoording Landelijk

In het ontwerpbestemmingsplan ‘Landelijk-2’

Zie beantwoording onder A11.a.

is de strook grond langs de locatie (A10) voorzien van een verkeersbestemming. Indiener is het hier niet mee eens, aangezien die strook zijn eigendom is.

A11b. conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later geen correcties of aanpassingen doorgevoerd in Landelijk-2.

A12a. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording Landelijk-2

Indiener vraagt het bestemmingsvlak

Volgens vaste jurisprudentie (zie o.a.

“Bedrijf” in noordelijke richting te vergroten

ECLI:NL:RVS:2023:2018) moet de

met een oppervlakte van ongeveer 2500 m2

raad bij de vaststelling van een

voor de oprichting van een extra

bestemmingsplan rekening houden

bedrijfsgebouw met een oppervlakte van

met een particulier initiatief voor een

maximaal 900 m2 en een goothoogte van 5

ruimtelijke ontwikkeling als dat

meter en bouwhoogte van 9 meter. Daarbij

initiatief voldoende concreet is, tijdig

wordt voorzien in een passende

aan hem kenbaar is gemaakt en de

landschappelijke inpassing (nader af te

raad op het moment van de 38

stemmen).

vaststelling van het bestemmingsplan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan beoordelen. Aangezien dit verzoek slechts een verzoek tot vergroting van het bouwvlak omvat, zonder een nader concrete onderbouwing dan wel invulling van die uitbreiding, is niet duidelijk welke ruimtelijke en milieuhygiënische gevolgen de uitbreiding heeft. Daarbij is ten tijde van een handhavingsonderzoek (kenmerk 792777 en kenmerk 698092) al de ruimtelijke afweging gemaakt om vooralsnog geen medewerking te verlenen aan de uitbreiding van de werktuigenloods.

Indiener vraagt om de functie-aanduidingen

Aangezien er onder het eerder

'agrarisch aanverwant bedrijf' en 'loonbedrijf'

vigerend bestemmingsplan nog geen

in plaats van de huidige functieaanduiding

aanduiding was voor deze locatie en

‘agrarisch loonbedrijf’ in de regels en op de

‘agrarisch aanverwant bedrijf' toen

verbeelding op te nemen.

door de provincie Zuid-Holland werd gehanteerd in o.a. de voormalige Verordening Ruimte, komt dit begrip in de plaats van ‘agrarisch loonbedrijf’. Het begrip ‘loonbedrijf’ is reeds opgenomen, en wordt dus niet overgenomen.

A12a. conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A12b. Zienswijze op Landelijk Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording Landelijk

Indiener wenst het bestaande bouwvlak te

Zoals in de inleiding van de 39

vergroten omdat uitbreiding van de loods

Toelichting van Landelijk stond

binnen het aangewezen bouwvlak niet

aangegeven is dit

mogelijk is. Client van indiener wil de

ontwerpbestemmingsplan in

bestaande loods verlengen voor opslag en

hoofdzaak conserverend. Enkele

voor het plaatsen van zonnepanelen ten

nieuwe ruimtelijke initiatieven zijn

behoeve van de eigen energieopwekking.

toegestaan als bijvoorbeeld al de nodige ruimtelijke onderzoeken zijn verricht én waarbij de gemeente al beoordeeld heeft dat de ruimtelijke ontwikkeling toelaatbaar is. Voor locatie (A12) liep geen ruimtelijke procedure waarbij de noodzaak voor een groter bouwvlak werd aangetoond. Het vergroten van het bouwvlak is daarom niet verwerkt in Landelijk-2.

A12b. conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later geen aanpassingen doorgevoerd in Landelijk-2.

A13a. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording Landelijk-2

In het ontwerpbestemmingsplan Landelijk-2

In het ontwerpbestemmingsplan is de

is de functie-aanduiding ‘specifieke vorm

gebiedsaanduiding ‘overige zone-

van agrarisch – gebruiksgerichte

paardenbeleid agrarische gebieden’

paardenhouderij’ onterecht verwijderd van

in overeenstemming met het toen

het bouwvlak.

vigerend bestemmingsplan “Landelijk Gebied” één op één overgenomen. Echter is voor het deel van het perceel waar toen de Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg gold, ten onrechte niet de functieaanduiding paardenpension ‘pnp’ overgenomen. Om dit te ondervangen wordt de 40

gebiedsaanduiding ‘overige zone – paardenbeleid agrarische gebieden’ over het gehele bouwvlak aangepast. Artikel 3.4.10 verwijst naar de

De achtergrond van de

functieaanduiding ‘overige zone-

bestemmingsplanregels ten aanzien

paardenbeleid agrarische gebieden’ als een

van de vestiging van

gebied waar vestiging van of omschakeling

paardenhouderijen is dat deze binnen

naar paardenhouderij is toegestaan. Echter

‘overige zone-paardenbeleid

in de algemene aanduidingsregels is deze

randgebieden’ met een

mogelijkheid enkel gekoppeld aan de

omgevingsvergunning gevestigd

functieaanduiding ‘overige zone-

kunnen worden (artikel 42.2 onder b),

paardenbeleid randgebieden (artikel 42.2

en paardenhouderijen binnen

onder b).

‘overige zone-paardenbeleid agrarische gebieden’ alleen planologisch mogelijk worden gemaakt, indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden in artikel 3.4.9 en 3.4.10. Vandaar dat de (directe) mogelijkheid van een paardenhouderij enkel gekoppeld is aan de gebiedsfunctie ‘overige zonepaardenbeleid randgebieden’. Het bestemmingsplan wordt hier daarom niet op aangepast.

De juridische plantoelichting op artikel 5 is

In paragraaf 6.3.1.3 van de

verwarrend en moet waarschijnlijk worden

bestemmingsplantoelichting is ten

aangepast. Er wordt gesproken dat

onrechte de suggestie gewekt dat er

nieuwvestiging niet mogelijk is ter plaatse

sprake is van meerdere

van aanduiding ‘paardenbeleid agrarische

gebiedsaanduidingen, terwijl alleen

gebieden’ en uitsluitend mogelijk is ter

sprake is van ‘overige zone-

plaatse van de aanduiding ‘overige zone-

paardenbeleid randgebieden' en

paardenbeleid agrarische gebieden’. Zijn dit

'overige zone-paardenbeleid

twee verschillende aanduidingen?

agrarische gebieden'. Dit is in de bestemmingsplantoelichting aangepast. Verder is verduidelijkt dat direct bij recht paardenhouderijen 41

planologisch zijn toegestaan binnen ‘overige zone-paardenbeleidrandgebieden’. Zoals bij de vorige beantwoording aangegeven kan een paardenhouderij binnen ‘overige zone-paardenbeleid agrarische gebieden’ alleen onder de gestelde voorwaarden van artikel 3.4.9 en artikel 3.4.10 mogelijk worden gemaakt. Indiener verzoekt om bij deeltijd

Voor dit perceel geldt de

paardenpensions de zinssnede “eigen

gebiedsaanduiding ‘overige zone-

paarden in mindering te brengen op het

paardenbeleid agrarische gebieden’

totaal te stallen paarden” te verwijderen.

in overeenstemming met het toen vigerend bestemmingsplan “Landelijk Gebied” en de functieaanduiding paardenpension ‘pnp’ voor het deel waar toen de Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg gold. In het toen vigerend bestemmingsplan “Landelijk Gebied” was in artikel 3.1.1 onder h het volgende opgenomen: “de uitoefening van een paardenpension met de daarbij behorende voorzieningen, als ondergeschikte deeltijdactiviteit bij een volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf, geen paardenfokkerij zijnde, met dien verstande dat ten hoogste 15 paarden (eigen paarden inbegrepen) in pension zijn toegestaan, indien en voor zover aan de milieuwetgeving wordt voldaan”. In het deel van het perceel waar toen de Beheersverordening 2017 42

Leidschendam-Voorburg gold, was in artikel 3.1 onder d het volgende opgenomen: “ter plaatse van de aanduiding ‘paardenpension’: de uitoefening van een kleinschalig paardenpension voor maximaal 15 paarden, als deeltijdfunctie bij een grondgebonden agrarisch bedrijf.” Dit bestemmingsplan betreft een beleidsneutrale overgang van de toen vigerende bestemmingsplan en beheersverordening, zodat dit op vergelijkbare wijze ook in dit bestemmingsplan wordt opgenomen. Aangezien het bestemmingsplan spreekt met inbegrip van eigen paarden en de beheersverordening zonder, zal in dit bestemmingsplan de duiding ‘eigen paarden inbegrepen’ worden verwijderd om zo een planologisch nadeligere situatie te voorkomen. Indiener verzoekt om op bepaalde

Gemeente heeft voor het beweiden

genoemde percelen met de bestemming

door paarden specifieke

‘Agrarisch met waarden-

gebruiksregels opgenomen in de

Landschapswaarden’, de functieaanduiding

bestemmingen. Daarbij is extensieve

specifieke vorm van agrarisch – beweiding

weidegang (door paarden) in een

met paarden toegestaan’.

aantal bestemmingen bij recht al binnen de bestemmingsplanregels toegestaan, maar wel begrensd. Bij het beweiden van paarden in de randgebieden (en waar specifiek aangeduid met 'saw-bwp') worden de genoemde normen van het aantal paarden per hectare losgelaten. De gronden van indiener liggen in de 43

gebiedszone “overige zone paardenbeleid agrarische gebieden”. Binnen deze zone heeft het houden van paarden in tegenstelling tot de gebiedszone ‘randgebieden’ een extensief karakter. Dit houdt in dat er ruimte is voor deeltijdpaardenhouderijen als ondergeschikte functie van een agrarisch bedrijf. Bij deeltijdpaardenhouderijen wordt bij de intensiteit van beweiding uitgegaan van 0,5 ha grasland per volwassen paard en van 0,3 ha per veulen/pony (zie artikel 1.70 jo 6.3.2 van de planregels).

A13a. conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A13b. Zienswijze op Landelijk Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording Landelijk

Indiener verzoekt de bestemming “Groen” te

Hierop is in “Landelijk-2” de

wijzigen naar “Agrarisch”. De grond is

enkelbestemming gewijzigd naar:

eigendom van indiener en heeft de functie

“Agrarisch met waarden –

agrarisch.

Landschapswaarden”. Dit was ook de enkelbestemming van het perceel ten tijde van beheersgebied Nieuwe Driemanspolder. Dit bestemmingplan beoogt consoliderend te zijn en zo veel mogelijk te bestemmen op basis van vigerend beleid.

Indiener verzoekt gemeente het aantal

Om ongewenste groei van

paarden te wijzigen naar 17. In het

paardenhouderijen dan wel gehele

gemeentelijk paardenbeleid is vastgelegd

omzetting naar paardenhouderij

dat ieder volwaardig agrarisch bedrijf 17

tegen te gaan wordt in het 44

paarden mag hebben. In het

gemeentelijk paardenbeleid (Schaken

ontwerpbestemmingsplan zijn dit 15

met Paard en Landschap, pagina 23)

paarden.

een maximum gesteld van 15 paarden per bedrijf en geen 17. Dit is in lijn met het feit dat de paardenactiviteiten een ondergeschikte functie moeten zijn en blijven. Landelijk-2 wordt hier niet op aangepast.

Indiener verzoekt gemeente de bestemming

De weilanden achter het agrarisch

“Agrarisch met Waarde -

bedrijfscentrum van verzoeker

Landschapswaarden” te wijzigen naar

behoren tot de Grote Drooggemaakte

“Agrarisch”. Deze percelen zijn altijd

polder. Vanwege de landschappelijke

agrarisch geweest.

karakteristiek zijn de gronden, naast agrarische doeleinden, ook bestemd voor de instandhouding, versterking en/of het herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, bestaande uit de openheid, het verkavelings-/slotenpatroon en landschapselementen. De bestemming is niet nieuw. De percelen behoorden ten tijde van “Landelijk Gebied” (de voorschriften en verbeelding volgen uit de Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg') tot de bestemming Agrarisch gebied met landschappelijke waarden. Dit bestemmingsplan beoogt de bestaande bestemmingen te conserveren.

Op de verbeelding worden de bestaande

Op de verbeelding is een aanduiding

erfverharding, sleufsilo’s, woonunit en

opgenomen voor de (zaak ID

paardenbak niet aangeduid. Indiener stelt

514236) met omgevingsvergunning 45

dat sleufsilo en kuilopslag buiten het

verleende paardenbak ter plaatse

bouwvlak toegestaan zijn.

van de aanduiding 'saw-05': een bestaande paardenbak. De overige bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde, kwamen niet in aanmerking voor legalisering. De ruimtelijke impact van de paardenbak bleef beperkt door de situering achter burgerwoningen en de beperkte insteek in het landschap. Echter was het ruimtelijk onwenselijk om een uitbreiding op het bedrijfsvlak van ongeveer 1,75 hectare te vergunnen. Dat kan leiden tot precedentwerking wat uiteindelijk afbreuk zal doen aan de kenmerkende schaal van het Stompwijkse landschap. Daarnaast is de noodzaak van een dergelijke grootte ook niet aangetoond. Voor wat betreft de sleufsilo schrijft artikel 6.4.1 onder j voor dat het aanleggen/plaatsen van -niet als bouwwerk aan te merken(folie)mestbassins, sleufsilo's en daarmee vergelijkbare voorzieningen alleen met een omgevingsvergunning kan.

A13b. conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later correcties of aanpassingen doorgevoerd in Landelijk-2.

A14. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

Indiener constateert dat in het ontwerp

Vergelijkbaar met soortgelijke

bestemmingsplan delen van het erf welke in

percelen zijn de dominante 46

gebruik zijn van het agrarisch bedrijf onjuist

bouwwerken bestemd als ‘agrarisch’

bestemd zijn. Deze staan in het ontwerp als ‘

en zijn de ondergeschikte functies

‘Agrarisch met waarden –

opgenomen in de bestemming

Landschapswaarden’. Feitelijk gebruik is

Agrarisch met waarden /

Agrarisch. Hiermee is het ook benodigd om

landschapswaarden. Uit paragraaf

de bouwvlak aan te passen naar het

6.3.1.4 van de

werkelijke gebruik.

bestemmingsplantoelichting komt dit ook tot uitdrukking dat de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' zowel het gebruik van de als zodanig aangewezen gronden voor de agrarische bedrijfsvoering, als de bescherming, versterking en/of het herstel van de waarden van die gronden betreft. Het is dan ook niet nodig geacht dit aan te passen.

De functieaanduiding ‘agrarisch met

In overeenstemming met artikel 6.1.1

waarden – beweiding met paarden

zijn de voor 'Agrarisch met waarden -

toegestaan’ toevoegen.

Landschapswaarden' aangewezen gronden mede bestemd voor de beweiding met paarden als er ingevolge lid j. de functieaanduiding 'saw-bwp' staat opgenomen op de verbeelding. Bij dit perceel ontbreekt de aanduiding. Dat komt doordat gemeente voor het beweiden van paarden specifieke gebruiksregels opgenomen heeft in de bestemmingen. Daarbij is extensieve weidegang (door paarden) in een aantal bestemmingen bij recht toegestaan, maar wel begrensd door normen van aantal paarden per hectare. Daarentegen wordt bij het beweiden van paarden in de 47

randgebieden (en waar specifiek aangeduid met 'saw-bwp') de genoemde normen van aantal paarden per hectare los gelaten. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijk paardenbeleid “Schaken met Paard en Landschap” (bijlage 2 van de Toelichting). De gronden van indiener liggen in de gebiedszone “overige zone paardenbeleid agrarische gebieden”. Zie hiervoor de gebiedsindeling uit het paardenbeleid op de verbeelding. Binnen deze zone heeft het houden van paarden in tegenstelling tot de gebiedszone ‘randgebieden’ een extensief karakter. Dit houdt in dat er ruimte is voor deeltijdpaardenhouderijen als ondergeschikte functie van een agrarisch bedrijf. Hier moet bij de intensiteit van beweiding worden uitgegaan van 0,5 ha grasland per volwassen paard en van 0,3 ha per veulen/pony (zie artikel 1.70 jo 6.3.2 van de planregels).

A14.

conclusie

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A15. Zienswijze op Landelijk-2 Zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

De functieaanduiding 'saw-bwp': beweiding

In overeenstemming met artikel 6.1.1

met paarden ontbreekt.

zijn de voor 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' aangewezen 48

gronden mede bestemd voor de beweiding met paarden als er ingevolge lid j. de functieaanduiding 'saw-bwp' staat opgenomen op de verbeelding. Bij dit perceel ontbreekt de aanduiding. Dat komt doordat gemeente voor het beweiden van paarden specifieke gebruiksregels opgenomen heeft in de bestemmingen. Daarbij is extensieve weidegang door paarden) in een aantal bestemmingen bij recht toegestaan, maar wel begrensd door normen van aantal paarden per hectare. Daarentegen wordt bij het beweiden van paarden in de randgebieden (en waar specifiek aangeduid met 'saw-bwp') de genoemde normen van aantal paarden per hectare los gelaten. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijk paardenbeleid “Schaken met Paard en Landschap” (bijlage 2 van de Toelichting). De gronden van indiener liggen in de gebiedszone “overige zone paardenbeleid agrarische gebieden”. Binnen deze zone heeft het houden van paarden in tegenstelling tot de gebiedszone ‘randgebieden’ een extensief karakter. Dit houdt in dat er ruimte is voor deeltijdpaardenhouderijen als ondergeschikte functie van een agrarisch bedrijf, niet zijnde een paardenfokkerij. Bij deeltijd paardenhouderijen moet bij de 49

intensiteit van beweiding worden uitgegaan van 0,5 ha grasland per volwassen paard en van 0,3 ha per veulen/pony (zie artikel 1.70 jo 6.3.2 van de planregels). Overnemen van de locatie en maatvoering

Op 14 december 2016 heeft

van de stallen, paddocks en

gemeente een omgevingsvergunning

terreinverharding.

verleend voor het oprichten van twee paardenstallen, één van 20 x 8 meter voor de jonge paarden en één van 36 x 8 meter voor de oudere paarden op de enkelbestemming ‘Agrarisch’. Uiteindelijk is er door initiatiefnemer in afwijking van de verleende omgevingsvergunning één paardenstal gerealiseerd van 59 x 8 meter. De verleende omgevingsvergunning strookt niet met hetgeen feitelijk is gerealiseerd. De stallen en paddocks zoals bij omgevingsvergunning vergund en ten dienste van de agrarische bestemming vallen onder de inrichting van het bouwvlak (3.2.2 Inrichting bouwvlak en maatvoering bebouwing). Dus de bouwwerken worden niet nog een keer apart opgenomen.

Overnemen van de twee rijbanen en voor de

Legalisering van de uiterst westelijke

rijbaan aan de linkerzijde het bouwvlak te

rijbaan (zand) ten behoeve van

verruimen.

paarden is bij de behandeling van het legalisatieverzoek afgewezen. De uiterst oostelijke rijbaan valt binnen het bouwvlak en valt daarmee onder de inrichting van de agrarische 50

bestemming. De bestemming te wijzigen naar ‘Agrarisch’

Het uitgangspunt is dat de voorheen

dan wel ‘Agrarisch Paardenhouderij’,

geldende bestemmingsplannen en

inclusief mestplaat, dan wel met de

beheersverordeningen zo veel als

functieaanduiding ‘Maatschappelijk’.

mogelijk beleidsneutraal zijn

Het bouwvlak te verruimen naar ongeveer 0,5 ha waarbij de paardenhouderij de mogelijkheid heeft om het bestaan van het bedrijf te kunnen continueren. De huidige verharding mee te nemen inclusief de toegangsweg.

opgenomen in het bestemmingsplan “Landelijk -2”. Volgens vaste jurisprudentie (zie o.a. ECLI:NL:RVS:2023:2018) moet de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met een particulier initiatief voor een ruimtelijke ontwikkeling als dat initiatief voldoende concreet is, tijdig aan hem kenbaar is gemaakt en de raad op het moment van de vaststelling van het bestemmingsplan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan beoordelen. Aangezien dit verzoek slechts een verzoek tot vergroting van het bouwvlak omvat, zonder een nader concrete onderbouwing dan wel invulling van die uitbreiding, is niet duidelijk welke ruimtelijke en milieuhygiënische gevolgen de uitbreiding heeft. Wanneer verzocht wordt om aanpassing, wordt geadviseerd dit buiten de herziening van dit bestemmingsplan te vervolgen door het verzoek voor te leggen aan de Adviestafel initiatieven.

51

A15.

conclusie

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A16a. Zienswijze op Landelijk Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording zienswijze Landelijk

Het permanent meenemen van de huidige

Gemeente heeft een tijdelijke

veestal.

omgevingsvergunning verleend voor een veestal met een instandhoudingstermijn van 10 jaar (bijlage II, artikel 4 Bor). Abusievelijk is het agrarisch bouwvlak in de verbeelding hierop aangepast in het ontwerpbestemmingsplan “Landelijk2”. Dit gebeurt echter in principe niet bij tijdelijke afwijkingen van het bestemmingsplan, dus dat is hersteld. Momenteel is een aanvraag ingediend voor het permanent vestigen van de veestal. Die wordt parallel aan dit bestemmingsplantraject in behandeling genomen.

Het permanent meenemen van het huidige

Gemeente heeft eerder negatief

kavelpad.

geadviseerd op deze extra inrit naar dit perceel toe omdat het geen verbetering oplevert voor de verkeersafwikkeling van en naar het terrein. Nieuwe terreinverharding op agrarische bestemmingen met landschapswaarden (AW-L) zijn omgevingsvergunningplichtig. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien de beoogde verharding geen onevenredige aantasting met zich meebrengt voor de landschappelijke en 52

cultuurhistorische waarden van de gronden. De ambtelijke beoordeling van het plan stelt een onevenredige aantasting vast. De beeldkwaliteit bestaat uit weidelandschap met veel open groen. Daarbij levert het wel belemmeringen op voor het verkeer dat rijdt over de Stompwijkseweg én het heeft een storende werking op de beeldkwaliteit. Het is voor gemeente niet duidelijk waarom een extra kavelpad voordelig is voor de bedrijfsvoering. Dit wordt dan ook niet meegenomen. Het permanent meenemen van de huidige

Een permanente rijbak wordt net

rijbak inclusief verlichting.

zoals voor de veestal parallel aan dit bestemmingsplantraject in behandeling genomen.

Het overnemen en aanduiding toevoegen

De bestemmingsplanregels schrijven

van de huidige situatie zoals de vijver,

voor dat de inrichting en bebouwing

boomgaard, schuilstal, kalverenhok,

van het agrarisch bedrijf zoveel als

verharding, vlonder (sba-vld) etc.

mogelijk geconcentreerd wordt binnen het aangewezen bouwvlak. Bebouwing, zoals stallen, verharding vijvers, boomgaarden en vlonders buiten het bouwvlak bevinden zich in dit geval anders op de gronden landschapwaarden (AW-L) en dat leidt dan tot verrommeling en versnippering van deze waardevolle graslanden. Ook boomgaarden / beplanting op het voorerfterrein doet juist afbreuk aan het open weidenlandschap zoals beschreven in de Ruimtelijke Kwaliteitsparagraaf. Van oudsher liggen de 53

boerenwoningen achter de open dijk. De vijver (mogelijk poel ter hoogte van kavelsloot) is een storend element. Het wijzigen van de bestemming agrarisch

De bestaande beplanting op het

met waarden - landschapswaarden naar

voorterrein doet juist afbreuk aan de

bestemming boomgaard c.q. tuin voor de

openheid van dit

gedeelte erf/dijk met beplanting.

droogmakerijenlandschap zoals beschreven in de Ruimtelijke Kwaliteitsparagraaf. Richtpunten uit deze bijlage van het plan zijn behoud van de Stompwijkse (ring)dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders. De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de dijk en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land.

Het toevoegen van de functieaanduiding

In artikel 3.1.1 onder j is een

"specifieke vorm van agrarisch –

paardenpension toegestaan als

gebruiksgerichte Paardenhouderij, dan wel

ondergeschikte activiteit aan de

paardenpension (pnp).

enkelbestemming agrarisch.

Het wijzigen van de functie B&B naar

Er is een omgevingsvergunning

bedrijfswoning dan wel aanduiding sw -

aangevraagd en verleend voor een

pla’(plattelandswoning).

B&B. Dit is in het plan in de bestemmingsplanregels en de verbeelding opgenomen. Het bestemmingsplan is hierop gewijzigd.

Wijzigen bestemming naar agrarisch of tuin.

Een andere beoogde inrichting van het voorterrein moet getoetst worden aan de regels van een bestemmingsplan. Een wijziging wordt niet direct mogelijk gemaakt 54

met dit bestemmingsplan. Overigens, de bestaande bosjes op het voorterrein doen afbreuk aan het open weidenlandschap zoals beschreven in de Ruimtelijke Kwaliteitsparagraaf.

A16a. conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A16b. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

Het permanent meenemen van de huidige

Zie beantwoording onder A16.a.

veestal. In de afgelopen planperiode is volgens

Zie beantwoording onder A16.a.

indiener gebleken dat de omvang van het huidige bouwvlak niet meer voldoet aan de agrarische bedrijfsvoering. Het bouwvlak kan vergroot worden tot 1,25 hectare. Het advies van de AB-commissie uit 2016 toont aan dat deze verruiming doelmatig en noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering. Indiener stelt voor het reeds aanwezige

Zie beantwoording onder A16.a.

kavelpad ten gunste van de bedrijfsvoering te behouden en op te nemen in het ontwerpbestemmingsplan “Landelijk”. Het kavelpad vormt geen nieuwe inrit of uitrit. Deze komt namelijk uit op een bestaande oprit. Het pad voorkomt onnodig extra zwaar verkeer over de Stompwijkseweg. Het pad maakt onderscheid tussen landbouwverkeer en B&B-gasten op het bedrijfsterrein. Met streekgerichte beplanting is ruimtelijke winst haalbaar. De AB-commissie heeft hier 55

positief op geadviseerd. Indiener vraagt de aanwezige (vergunde)

Zie beantwoording onder A16.a.

rijbak permanent mee te nemen. Bij verruiming van het bouwvlak is de volledige rijbak volledig op het bouwvlak gesitueerd. Indiener stelt voor de volgende zaken over

Zie beantwoording onder A16.a.

te nemen van de huidige situatie, waarvan niet separaat in deze zienswijze gesproken is maar welke wel vergund en benoemd zijn bij de laatste vergunning: Vijver, boomgaard, schuilstal, verharding, vlonder, et cetera. Indiener merkt de wijzigingsbevoegdheid

De wijzigingsbevoegdheden onder

voor locatie (A15) op. Verzocht wordt de

“Landelijk Gebied” zijn met

bestemming bij locatie (A16) te wijzigen van

uitzondering van de ruimte-voor-

“Agrarisch” naar “Wonen”. Het perceel is

ruimte-regeling weer opgenomen in

ruim 5.500 m2 groot en indiener wenst hier

de bestemmingsplanartikelen van

primair 10 tot 15 “Tiny Houses” te plaatsen,

“Landelijk-2”. In bestemmingsplan

subsidiair het plaatsen van meerdere

“Landelijk Gebied” konden

burgerwoningen. De totale

perceeleigenaren in navolging van

bebouwingsoppervlakte na de wijziging

artikel 3.7.11 en de voorwaarden uit

bedraagt 750 m2 op een bouwvlak van 2.500

artikel 3.7.12 gebruik maken van de

m2. De huidige bebouwing inclusief

ruimte-voor ruimteregeling voor de

faciliteiten bedraagt nu het dubbele. De

bouw van nieuwe woningen. De oude

grote stallen, de rijbaan en overige

agrarische opstallen behoorden toe

faciliteiten zullen in geheel worden

aan een voormalig agrarisch bedrijf.

verwijderd. Het perceel wordt aangekleed

Bij locatie (A15) is sprake van een

met streekgebonden groen en de woningen

agrarische bestemming. Daarbij wil

worden passend gesitueerd in de omgeving.

gemeente beleidsneutraal overgaan en aansluiten bij het relevante provinciale omgevingsbeleid. De (oude) provinciale ruimte-voor-ruimte regeling in de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘AgrarischGlastuinbouw’ is komen te vervallen. De provincie hanteert andere criteria 56

om planologisch mee te werken aan het wijzigen van een agrarische bestemming naar wonen. Daarbij is het toevoegen van nieuwe woningen echter uitsluitend aan de orde indien voldoende ruimtelijke kwaliteitswinst kan worden geboekt. Dus er is geen aanleiding om dit aan te passen. Het is indiener niet duidelijk geworden welke

Zie beantwoording hiervoor.

aanduidingen voor welke bestemmingen gelden en het is indiener ook niet duidelijk geworden voor welke plannen en/of bestemmingen er een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen.

A16b. conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later aanpassingen verwerkt in Landelijk-2.

A17a. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

Het permanent meenemen van de functies:

In het kader van een goede

ijssalon, ijsmakerij, winkel met horeca

ruimtelijke ordening dienen nieuwe

binnen de bestemming “Agrarisch”. Het

functies te allen tijde passend te zijn

permanent meenemen van de functie

op een locatie. Binnen de agrarische

spelactiviteiten/recreatie op de bestemming

bestemming zijn ondergeschikte

“Agrarisch met waarden-

deeltijdactiviteiten bij een volwaardig

Landschapswaarden”.

agrarisch bedrijf toegestaan. Ingevolge artikel 3.3.1 onder d zijn ondergeschikte deelactiviteiten toegestaan binnen de agrarische bestemming: overige ondergeschikte deelactiviteiten, waaronder agrarische dagrecreatie, gericht op natuur en educatie, landschap en cultuurhistorie, zoals workshops, kinderfeestjes, schoolexcursies en 57

zoals bedoeld in lid 3.1.1 onder j zijn toegestaan en mogen al dan niet gecumuleerd een bedrijfsvloeroppervlak tot maximaal 100 m2 bedragen. Hier bovenop mag een kleinschalig ambachtelijk bedrijf, zoals een ijsmakerij een bedrijfsvloeroppervlak van maximaal 200 m² hebben. Dit houdt in dat agrarische dagrecreatie onder bovenvermelde voorwaarde is toegestaan op gronden die behoren tot de bestemming agrarisch. De agrarische gronden met landschapswaarden zijn hiervan uitgezonderd.

A17a. conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing.

A17b. Zienswijze op Landelijk Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording zienswijze Landelijk

Het permanent meenemen van de functies:

Zie de beantwoording onder A17.a.

ijssalon, ijsmakerij, winkel met horeca binnen de bestemming “Agrarisch”. Het permanent meenemen van de functie spelactiviteiten/recreatie op de bestemming “Agrarisch met waardenLandschapswaarden”.

A17b. conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn geen aanpassingen verwerkt in Landelijk-2.

A18. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk – 2

Beantwoording zienswijze Landelijk 2

58

Locatie is in gebruik als grondgebonden

Landelijk-2 is net zoals

woning met bedrijfspand. Het

ontwerpbestemmingsplan Landelijk

ontwerpbestemmingsplan laat dat niet toe.

een conserverend bestemmingsplan

Er is geen enkel zicht op legalisatie.

waarin de vigerende gebruiks- en

Gemeente is verplicht er een andere

bouwregels van de bij gemeente

bestemming aan te geven en handhavend

bekende bestemming worden

op te treden door een einde te maken aan

overgenomen. Bebouwing die illegaal

de huidige overtreding.

is wordt niet automatisch legaal met dit ontwerpbestemmingsplan. Het perceel kent een lange voorgeschiedenis. Oorspronkelijk stond een tweekapper op dit adres, gebouwd in 1924. In de decennia daarna is het perceel met de tweekapper onder zware druk komen te staan van uitbreidingen van de rijksweg A4. Jaren later is de tweekapper deels afgebroken en wordt er nog steeds gewoond in het linker bouwdeel. Het perceel van de tweekapper had ten tijde van bestemmingsplan ‘Verbreding Rijksweg 4’ (vastgesteld door de gemeenteraad op 3 mei 1992) al de bestemming Verkeersdoeleinden gekregen. Later zijn de percelen overgegaan op een agrarische bestemming toen de plannen voor de rijkswegverbreding niet door gingen. Wonen was gezien de strakke ligging naast de A4 niet mogelijk door de grote geluidsbelasting. Het agrarische perceel (AW-L) heeft geen bouwvlak. In feite is hier ook geen sprake van een agrarische woning, noch een agrarisch bouwperceel. Afgezien van de planologische 59

strijdigheden is de locatie door de geluidsbelasting van de A4 ongeschikt voor bewoning. De bebouwing ligt binnen de geluidszone van de rijksweg A4, een gebied waar ernstige geluidshinder optreedt of is te verwachten, die niet of niet voldoende kan worden bestreden (artikel 108 Wgh). Binnen deze zone gelden er wettelijke regels voor geluidgevoelige objecten. Ernstige geluidshinder staat namelijk op gespannen voet met een gezond woonklimaat. Op deze locatie kunnen er zowel bij de bron als bij de ontvanger geen geluidsreducerende maatregelen getroffen worden om nog te spreken van een gezond woonklimaat. De geluidshinder is dermate groot dat er niet afgeweken kan worden met maatwerkvoorschriften. Gemeente is daarom niet verplicht iets te legaliseren wat planologisch niet kan. De zienswijze is beschouwd als een verzoek tot handhaving en wordt als zodanig separaat aan de bestemmingsplanprocedure behandeld.

A18. conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A19a. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk – 2

Beantwoording zienswijze Landelijk – 2

60

In artikel 5.1.1.a staat een specifieke

Het klopt dat de aanduidingen gelden

aanduiding vermeld voor ‘sa-08-

voor dit perceel. Die koppeling is wel

stoeterij/loonbedrijf’ en in artikel 5.2.2 onder l

duidelijk te zien op de analoge

staat een specifieke bouwaanduiding

verbeelding, maar digitaal is het

opgenomen ‘sba-08’ met een maximum

blijkbaar niet mogelijk om de functie-

oppervlakte voor de bedrijfsgebouwen van

en bouwaanduiding op dezelfde

4.645 m2. Op de verbeelding ontbreken

wijze weer geven, maar wordt dit

echter allebei de aanduidingen. Het is

omschreven met in dit geval

daarom niet duidelijk dat de aanduidingen

‘stoeterij/loonbedrijf’. In de tabel bij

gelden voor het perceel.

artikel 5.1.1 onder a van de planregels is de juridische koppeling tussen de specifieke aanduiding en de omschrijving gemaakt en geborgd.

A19a. conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A19b. Zienswijze op Landelijk Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording zienswijze Landelijk

In het vigerende bestemmingsplan “Landelijk

Hierop is artikel 5.1 uit Landelijk-2

Gebied” heeft het perceel de bestemming

gewijzigd. Landelijk-2 bevat in artikel

'Agrarisch - Paardenhouderij" met

5.1.1 onder a een specifieke

functieaanduiding “specifieke vorm van

aanduiding voor dit type

agrarisch- stoeterij/loonbedrijf”. In het

paardenhouderij plus andere

ontwerpbestemmingsplan “Landelijk” heeft

bedrijfsvoering. Het bevat de

het perceel de bestemming “Agrarisch -

aanduiding: ‘sa-08-

Paardenhouderij” zonder functieaanduiding

stoeterij/loonbedrijf’. In artikel 5.2.2

gekregen. De onderneming van cliënt is eind

onder l staat een specifieke

vorige eeuw in overleg met de gemeente

bouwaanduiding opgenomen voor

naar locatie (A19) verhuisd. Op grond van

een stoeterij/loonbedrijf ‘sba-08’ met

vaste rechtspraak (uitspraak van 22 mei

een maximum oppervlakte voor de

2019 van de Afdeling bestuursrechtspraak

bedrijfsgebouwen ter grootte van

van de Raad van State, ECLI:NL:

4.645 m2.

RVS:2019:1658) geldt dat dergelijk legaal bestaand gebruik in een bestemmingsplan als zodanig moet worden bestemd. De enige 61

uitzondering daarop geldt in het geval zwaarwegende nieuwe planologische inzichten daartoe aanleiding geven en het belang van de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. In dit geval lijkt daar geen sprake van te zijn. Noch uit de structuurvisie van gemeente noch uit enig ander planologisch toetsingskader blijkt dat als nieuw planologisch beleid geldt dat bestaande loonbedrijven of bestaande paardenhouderijen op deze locatie of in dit gebied 'wegbestemd' moeten of behoren te worden.

A19b. conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later aanpassingen verwerkt in Landelijk-2.

A20. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk – 2

Beantwoording zienswijze Landelijk – 2

De voorzijde van het perceel omzetten van

“Landelijk-2” is net zoals

Agrarisch met waarden- landschappelijke

ontwerpbestemmingsplan “Landelijk”

waarde naar “Wonen”.

een conserverend bestemmingsplan waarin de vigerende gebruiks- en bouwregels van de bij gemeente bekende bestemming worden overgenomen. Nieuwe ontwikkelingen binnen dit bestemmingsplangebied worden zo veel als mogelijk via een aparte procedure behandeld. Voor dit perceel is al een procedure doorlopen. Een aanvraag in vooroverleg om hier woning(en) te bouwen (kenmerk 862683, 02-2023) 62

is beoordeeld en ruimtelijk niet haalbaar geacht. Initiatiefnemer heeft de beoordeling ontvangen. Het realiseren van de gewenste woning(en) sloot niet aan op het gemeentelijk beleid; extra bebouwing welke op meer dan 100 meter afstand van de Stompwijkseweg ligt, is vanuit ruimtelijk oogpunt onwenselijk. De Stompwijkseweg is een belangrijk landschappelijk waardevol lint waarbij woningen hoofdzakelijk gesitueerd zijn aan de doorgaande weg. Het is niet wenselijk die structuur te doorbreken. Er wordt terughoudend omgegaan met nieuwe bebouwing in het buitengebied, omdat het toevoegen van extra bouwvolumes in het landschap het karakter van het buitengebied aantast. Daarnaast schept nieuwbouw van woningen, zonder sloop of andere kwaliteitswinst elders, een onwenselijk precedent. De functieaanduiding “specifieke vorm van

In overeenstemming met artikel 6.1.1

agrarisch met waarden - beweiding met

zijn de voor 'Agrarisch met waarden -

paarden toegestaan” voor de achterliggende

Landschapswaarden' aangewezen

stuk grasland toevoegen.

gronden mede bestemd voor de beweiding met paarden als er ingevolge lid j. de functieaanduiding 'saw-bwp' staat opgenomen op de verbeelding. Bij dit perceel ontbreekt de aanduiding. Dat komt doordat gemeente voor het beweiden van paarden specifieke gebruiksregels 63

opgenomen heeft in de bestemmingen. Daarbij is extensieve weidegang (door paarden) in een aantal bestemmingen bij recht toegestaan, maar wel begrensd door normen van aantal paarden per hectare. Daarentegen wordt bij het beweiden van paarden in de randgebieden (en waar specifiek aangeduid met 'saw-bwp') de genoemde normen van aantal paarden per hectare los gelaten. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijk paardenbeleid “Schaken met Paard en Landschap” (bijlage 2 van de Toelichting). De gronden van indiener liggen in de gebiedszone “overige zone paardenbeleid agrarische gebieden”. Zie hiervoor de gebiedsindeling uit het paardenbeleid op de verbeelding. Binnen deze zone heeft het houden van paarden in tegenstelling tot de gebiedszone ‘randgebieden’ een extensief karakter. Dit houdt in dat er ruimte is voor deeltijdpaardenhouderijen als ondergeschikte functie van een agrarisch bedrijf. Hier moet bij de intensiteit van beweiding worden uitgegaan van 0,5 ha grasland per volwassen paard en van 0,3 ha per veulen/pony (zie artikel 1.70 jo 6.3.2 van de planregels).

64

A20a. conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A21a. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

De aanduiding 'loonbedrijf is niet in

“Landelijk-2” is een één-op-één

overeenstemming met het feitelijk gebruik.

vertaling van de bestemmingsregels uit het wijzigingsplan Stompwijkseweg 29, vastgesteld door de Raad op 11 september 2018. Door dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming ‘Bedrijf’, met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – loonbedrijf’ gekregen. In artikel 1.101 van de begrippen wordt een loonbedrijf als volgt omschreven: een bedrijf dat – voornamelijk met behulp van verplaatsbare werktuigen – diensten verleent gericht op grondverzet, aan zowel agrarische als niet-agrarische bedrijven en particulieren. Onder deze diensten wordt niet verstaan: asfaltering van wegen, de aanleg van treinrails of het realiseren van betonfundering. Deze begripsomschrijving ligt in lijn met de toelichting uit bestemmingsplan “Stompwijkseweg 29”: “een bedrijf actief op het gebied van grondverzet en alle aanverwante werkzaamheden”. “Landelijk-2” beoogt met haar conserverende werking niet anders te bestemmen.

De functieaanduiding 'agrarisch loonbedrijf'

Het begrip agrarisch loonbedrijf is

te wijzigen naar een nieuw op te nemen

naar aanleiding van deze zienswijze

functieaanduiding 'agrarisch aanverwant

verwijderd en vervangen door het 65

bedrijf' met een passende definitie.

begrip agrarisch aanverwant bedrijf: ‘een bedrijf dat uitsluitend of overwegend arbeid verricht ter productie of levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven met behulp van landbouwwerktuigen en landbouwapparatuur, alsmede het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud en reparatie van landbouwwerktuigen en landbouwapparatuur’.

De grootte van het bestemmingsvlak komt

Voor bestaande niet-agrarische

niet overeen met de oppervlakte van het

bedrijven is er een gering

feitelijk gebruik van het perceel. Verder

ontwikkelingsperspectief in het

verzoek tot het wijzigen van de aanpalende

buitengebied. Onder de voorwaarde

agrarische gronden naar bedrijf.

van tijdelijkheid (maximaal 9 maanden) in combinatie met de voorgestelde locatie aan de achterzijde is in afwijking van de bestemming AW-NL een omgevingsvergunning verleend voor een grondopslagdepot (kenmerk: 876486). Het structureel vergroten van het bedrijfsperceel werd in de omgevingsvergunning expliciet uitgesloten. Enerzijds door de negatieve precedentvorming die er van uit kan gaan. Anderzijds zet gemeente in op beter beleefbaar maken van landschappelijke en natuurwaarden (Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, 2012). Niet alleen tast het de beeldkwaliteit aan, ook zorgt het voor meer verkeersbewegingen met groot 66

materieel over de Stompwijkseweg. De gemeente werkt niet mee aan activiteiten zonder landschappelijke winst én met een verkeersaantrekkende werking. Insteek van de gemeente is om het weidelandschap (dat onderdeel is van het landschap Duin, Horst en Weide) te behouden en waar mogelijk te versterken. Door de ligging op korte afstand van diverse steden, heeft het weidelandschap niet alleen een agrarische functie, maar ook een recreatieve functie. Artikel 8.2.2 Hoofdgebouwen: Op de

Op de verbeelding bij de bestemming

bedrijfslocatie, binnen de bestemming

‘Bedrijf’ is inderdaad voor alle

Bedrijf zijn naast de bedrijfswoning diverse

bedrijfsgebouwen en -woning een

bedrijfsgebouwen aanwezig. Omdat deze

bouwvlak toegekend met een

bedrijfsgebouwen ieder een eigen bouwvlak

maximum bebouwd oppervlak binnen

hebben (zie Verbeelding), wordt

die bestemmingsgrens. De

verondersteld dat ieder gebouw als

veronderstelling dat ieder gebouw

hoofdgebouw is aangemerkt.

dan als hoofdgebouw wordt aangemerkt is echter niet juist. Dit is herleidbaar uit vaste jurisprudentie en de begripsbepaling van hoofdgebouw : ‘een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmeting en/of functie dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken ‘

Een uitbreiding- of afwijkingsmogelijkheid

“Landelijk-2” is een conserverend

voor het oprichten van extra

plan. Het uitgangspunt is dat de

bedrijfsbebouwing (tenminste 30% van

voorheen geldende

bestaand) bij recht op te nemen. Daarnaast

bestemmingsplannen en

het verzoek de maatvoering aan te passen

beheersverordeningen zo veel als 67

naar 5 meter (goothoogte) en 10 meter

mogelijk beleidsneutraal zijn

(bouwhoogte).

opgenomen in “Landelijk -2”. Ook onder het wijzigingsplan “Stompwijkseweg 29” (vastgesteld door de raad op 11 september 2018) is in artikel 3.2.2 onder c een maximale goothoogte van 3,5 m en een bouwhoogte van 8,5 meter aangegeven. Ook het opnemen van extra bedrijfsuitbreidingen is niet bij recht opgenomen in dit wijzigingsplan en zal dus ook niet in dit plan worden opgenomen.

A21a. conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A21b. Zienswijze op Landelijk Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording zienswijze

Indiener verzoekt de definities 'agrarisch

Het begrip 1.11 agrarisch loonbedrijf

aanverwant bedrijf' en 'loonbedrijf', zoals

wordt verwijderd en vervangen door

voormeld, beide expliciet op te nemen in de

het begrip agrarisch aanverwant

begrippen/definities van het vast te stellen

bedrijf: ‘een bedrijf dat uitsluitend of

bestemmingsplan én derhalve voor het

overwegend arbeid verricht ter

perceel van cliënte de functieaanduiding

productie of levering van goederen of

'agrarisch aanverwant bedrijf - specifieke

diensten ten behoeve van agrarische

vorm - loonbedrijf' op te nemen.

bedrijven met behulp van landbouwwerktuigen en landbouwapparatuur, alsmede het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud en reparatie van landbouwwerktuigen en landbouwapparatuur’. Het begrip 1.101 loonbedrijf blijft ongewijzigd: een bedrijf dat – voornamelijk met behulp van verplaatsbare werktuigen 68

– diensten verleent gericht op grondverzet, aan zowel agrarische als niet-agrarische bedrijven en particulieren. Onder deze diensten wordt niet verstaan: asfaltering van wegen, de aanleg van treinrails of het realiseren van betonfundering. Verzocht wordt om de grens van het

Zie beantwoording onder A21a

bestemmings-/bouwvlak “Bedrijf” voor het perceel op twee plaatsen te corrigeren (overeenkomstig de nu feitelijk bestaande grens van de inrichting) c.q. de vorm van het bestemmingsvlak te optimaliseren. In artikel 8.2.2, onder j, van de planregels is

Zie beantwoording onder A21a

opgenomen dat voor de bedrijfsgebouwen bij niet-agrarische bedrijven de op de verbeelding aangegeven maximum oppervlakte met inbegrip van de bedrijfswoning van toepassing is. Cliënte kan zich hiermee niet verenigen. Dit artikel maakt uitbreiding van het bedrijf zonder een ruimtelijke procedure onmogelijk. Verzocht wordt om dit artikel te laten vervallen dan wel zodanig aan te passen dat (enige) uitbreiding van het bedrijf mogelijk is zonder een ruimtelijke procedure te hoeven voeren. In artikel 8.2.2 onder k, van de planregels is

Zie beantwoording onder A21a

in een tabel de maximale goot- en bouwhoogte van bouwwerken vermeld. Cliënte kan zich hiermee niet verenigen. De gehanteerde maten zijn onjuist en niet zorgvuldig beoordeeld of afgewogen. Een goothoogte van 3 meter en een bouwhoogte van 6 meter is met het huidige, hedendaagse, moderne en toekomstige 69

machinepark absoluut ontoereikend aangaande de reeds bestaande bebouwing en om in geval van het realiseren van een nieuwe schuur/loods/werktuigenberging voldoende hoogte te verkrijgen om het gebouw te kunnen betreden en de machines zorgvuldig te kunnen stallen. Verzocht wordt om de maatvoering van de tabel aan te passen naar 5 meter (goothoogte) en 10 meter (bouwhoogte). In navolging c.q. in lijn met vergelijkbare bedrijfsgebouwen voor agrarische bedrijven (zie artikel 3.2.2. onder r).

A21b. conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later geen aanpassingen verwerkt in Landelijk-2.

A22. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

Indiener verzoekt gemeente handhavend op

Binnen de bestemming zijn op deze

te treden tegen de illegale functies en

locatie een agrarisch grondgebonden

illegale opstallen op het perceel.

bedrijf toegestaan met ondergeschikte nevenactiviteiten in de vorm van een bestaande kleinschalige opslag van caravans. De caravanstalling in de zienswijze is daarmee een legale activiteit. Ten aanzien van overige functies en opstallen is de zienswijze beschouwd als een verzoek tot handhaving en wordt als zodanig separaat aan de bestemmingsplanprocedure behandeld.

A22.

conclusie

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 70

A23a. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

Indiener wenst de grens van het bouwvlak

Gemeente heeft in de

ongeveer 3 meter op te schuiven in

ontwerpbestemmingsplan Landelijk

oostelijke richting. Deze grens doorkruist

en Landelijk-2 het bouwvlak van de

momenteel de bestaande mestopslag en

agrarische bestemming onterecht

betonplaat. Een gedeelte van de bebouwing

vergroot. In bestemmingsplan

valt buiten het bouwvlak.

“Landelijk Gebied” hadden deze gronden de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. De mestopslag en betonplaat vielen voorheen deels buiten het bouwvlak van de bestemming agrarisch. De mestopslag en betonplaat behoren echter tot het agrarisch bedrijf van perceeleigenaren, zodat dit op de verbeelding van dit plan conform is overgenomen..

A23a. conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A23b. Zienswijze op Landelijk Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording zienswijze Landelijk

Indiener wenst de grens van het bouwvlak

Zie de beantwoording onder A23a.

ongeveer 3 meter op te schuiven in oostelijke richting. Deze grens doorkruist momenteel de bestaande mestopslag en betonplaat. Een gedeelte van de bebouwing valt buiten het bouwvlak.

A23b. conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later geen aanpassingen verwerkt in Landelijk-2.

71

A24a. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

De tijdelijke omgevingsvergunning voor het

Gemeente heeft op 26 juni 2020 een

gebruik van de 8 appartementen moet

omgevingsvergunning (kenmerk:

permanent worden.

595639) verleend voor het herbouwen en uitbreiden van de hotelboerderij. De aanvraag was in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Landelijk Gebied”. Het perceel waarop het ingediende bouwplan betrekking had, had de enkelbestemmingen “Agrarisch” en de dubbelbestemmingen: “Waterstaat – Waterkering”, “Waarde – Archeologie hoge verwachting”. Overeenkomstig de bestemmingsplanregels mochten ter plaatse maximaal 4 appartementen en 4 kamers als ondergeschikte deelactiviteit bij een volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf worden geëxploiteerd. Met deze aanvraag werd voorzien in een totaal van 8 appartementen (en 0 kamers) waardoor het maximaal toelaatbare aantal van 4 appartementen werd overschreden. Uit een eerdere ruimtelijke beoordeling bleek dat het ruimtelijk aanvaardbaar was om medewerking te verlenen aan een afwijking om deze strijdigheid op te heffen. De bestemmingsplanregel is hierop aangepast.

A24a. conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 72

A24b. Zienswijze op Landelijk Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording zienswijze Landelijk

De tijdelijke omgevingsvergunning voor het

Zie beantwoording onder A24a

gebruik van de 8 appartementen moet permanent worden.

A24b. conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later geen aanpassingen verwerkt in Landelijk-2.

A25. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

Voor de herbouw van een bedrijfswoning

Gemeente adviseerde 20 maart 2024

met opstallen is het noodzakelijk om het

positief op de aanvraag voor de

bouwvlak te vergroten.

nieuwe bedrijfswoning. Deze is goed ingepast in de landelijke situatie en past op het bestaande bouwvlak. Het bouwvlak vergroten was, daarentegen, om landschappelijke en waterhuishoudkundige redenen ten tijde van de behandeling van de aanvraag niet wenselijk. Daarbij ontbrak voor de loodsen tot dan toe nog de noodzakelijke onderbouwing.

A25.

conclusie

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A26a. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

Het feitelijke gebruik is wonen en niet

Dit perceel met de bestemming

agrarisch.

‘Agrarisch’ behoort bij de locatie aan de overkant. Het boogje (figuur op de verbeelding: ‘Relatie’) uit onderliggend bestemmingsplan “Landelijk Gebied” geeft aan dat deze 73

gronden behoren tot het agrarisch bouwvlak aan de overkant van de Stompwijkseweg. Deze relatie is op de verbeelding verduidelijkt.

A26a. conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A26b. Zienswijze op Landelijk Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording zienswijze Landelijk

Het feitelijke gebruik is wonen en niet

Zie beantwoording onder A26.a.

agrarisch.

A26b. conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later aanpassingen verwerkt in Landelijk-2.

A27. Zienswijze op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

Het vergunde bouwplan uit 1974 voor twee

Het uitgangspunt is dat de voorheen

schuren met bijbehorende betonvloeren- en

geldende bestemmingsplannen en

gierputten, en ook de bestaande

beheersverordeningen zo veel als

erfdienstbaarheid voor een 4 meter brede

mogelijk beleidsneutraal zijn

overweg naar de gronden van

opgenomen in het bestemmingsplan

Staatsbosbeheer ongewijzigd te verbeelden.

“Landelijk -2”.De gronden waar indiener naar verwijst hebben een agrarische bestemming met landschapswaarden. De voor AW-L aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor de instandhouding en ontwikkeling van agrarische gronden ten behoeve van de bedrijfsuitoefening van de grondgebonden agrarische bedrijven, gevestigd op de voor “Agrarisch” aangewezen gronden met bijbehorende bouwpercelen. Op dit 74

perceel is geen sprake van agrarische gebruik zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving. Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college de bouwvergunning, waar verzoeker naar refereert, van 22 juli 1974 ingetrokken. De bezwarencommissie heeft de bezwaren ten aanzien van de opgelegde lasten onder dwangsom in verband met het strijdige gebruik (bestaande uit onder anderen terreinverharding, diverse opstallen en objecten in de AW-L) en de gedeeltelijk ingetrokken bouwvergunning uit 1974 voor de niet- gerealiseerde stal, ongegrond verklaard (datum 23 juni 2023). De bestreden besluiten blijven daarmee in stand. Het bouwplan uit 1974 kan planologisch niet mogelijk gemaakt worden met dit bestemmingsplan. Hetzelfde geldt voor de illegale terreinpaden.

A27.

conclusie

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

A28. Zienswijze architectenbureau op Landelijk-2 Inhoud zienswijze Landelijk-2

Beantwoording zienswijze Landelijk-2

Regels en verbeelding corresponderen niet

Het uitgangspunt is dat de voorheen

met elkaar. De ingetekende bouwvlakken

geldende bestemmingsplannen en

zijn vaak kleiner dan 150 m2. Iemand die

beheersverordeningen zo veel als

een woning wil vergroten of een woning

mogelijk beleidsneutraal zijn

nieuw wil bouwen binnen de afmeting van

opgenomen in het bestemmingsplan

650 m3 en binnen 150 m2 wordt in dit geval

“Landelijk -2”. Ook onder het 75

geconfronteerd met een wijziging van het

bestemmingsplan “Landelijk Gebied”

bestemmingsplan, omdat het ingetekende

is in artikel 21.2.3 onder a en onder b

bouwvlak te klein is. De maximale inhoud

een maximale oppervlakte van 150

van 650 m3 voor een woning vergroot zou

m2 en een inhoudsmaat aangegeven

moeten worden in het nieuwe

van 650 m3. Verder is het vanuit

bestemmingsplan. Door de verduurzaming is

landschappelijk oogpunt niet

door de jaren heen het volume van de

wenselijk om de inhoudsmaat voor

constructie enorm toegenomen. Gevel- en

burgerwoningen van 650 m³ (inclusief

dakconstructies worden aanzienlijk dikker

aan-, uitbouwen en bijgebouwen) te

uitgevoerd dan 10 à 15 jaar geleden. Ook

verruimen. Dit zou ‘verstening’ van

voor de aanschaf van een warmtepomp

het gebied in de hand werken en ten

moet tegenwoordig een flinke ruimte worden

koste gaan van het landelijke

gereserveerd.

karakter van het gebied. Nieuwe overwegingen ten aanzien van de maatvoering bijvoorbeeld naar aanleiding van verduurzaming van woningen, vinden plaats bij het wijzigen van het omgevingsplan. Het omgevingsplan maakt het mogelijk de juridische planregels met betrekking tot verduurzaming toepasbaar te maken.

A28.

conclusie

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

B.

Beantwoording “Landelijk”

B1.

Zienwijze

Inhoud zienswijze Landelijk

Beantwoording zienswijze Landelijk

De archeologische verwachtingswaarde is

Op basis van de Archeologische

zonder onderbouwing gestegen van Laag

beleidskaart (Nota archeologie

naar Waarde - Archeologie 3.

herijking 2013) en de Archeologische verwachtingskaart voor de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar 2012 zijn de archeologische 76

verwachtingswaarden voor enkele percelen gewijzigd van laag naar middelhoog. Deze gronden worden aangewezen met de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3'. Gronden met een middelhoge verwachting zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Tevens geeft het rapport van archeologisch onderzoeksbureau RAAP in opdracht van de gemeente aan dat de verwachting voor een woonplek vanaf de middeleeuwen hoog is op het betreffende perceel aan de locatie (B1). Indiener heeft een agrarisch loonbedrijf.

Aan het betreffende perceel is op

Hoewel veel werkzaamheden agrarisch zijn

basis van bestaand planologisch

gerelateerd vinden er geen agrarische

gebruik de bestemming ‘Agrarisch’

activiteiten met vee op het perceel plaats.

toegekend met aanduiding ‘specifieke

Indiener verzoekt de bestemming hierop te

vorm van agrarisch-kleinschalig

wijzigen.

agrarisch bedrijf/loonwerkbedrijf groenbeheer’ (sa-10). Deze aanduiding is opgenomen ten behoeve van de uitoefening van kleinschalige grondgebonden agrarische bedrijven met daarnaast kleinschalige loonwerkzaamheden in groenbeheer ter plaatse. Binnen de huidige bestemmingsplanregels is een volwaardig loonbedrijf op dit adres niet toegestaan. Nieuwe 77

bedrijfsfuncties dienen vooraf getoetst te worden aan een goede ruimtelijke ordening. Zonder een ROtoets naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan kan de bestemming niet gewijzigd worden bij een herziening van het bestemmingsplan. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Verzocht wordt de dubbelbestemming

Waterkeringen vallen onder de

“Waterstaat - Waterkering” van het perceel

bevoegdheid van het

af te halen omdat de Bovenmeerweg prima

Hoogheemraadschap. In de legger

als kerende werking van de dijk kan

van het Hoogheemraadschap van

fungeren.

Rijnland is aangegeven waar de waterkeringen zich bevinden. Omdat waterkeringen versterkt, aangepast of verlegd worden, vindt er regelmatig een herziening plaats van de legger. De gemeente neemt bij de herziening van een bestemmingsplan de meest recente data over van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

B1.

conclusie

Naar aanleiding van deze zienswijze zijn later geen aanpassingen verwerkt in Landelijk-2.

B2.

Zienswijze meerdere indieners (8) Weidevogelgebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=d83ce7c5-1156-47b7-ab10-b83b86677504