3386 Beheerplan kunstwerken en oevers 2024-2027
Tekst van het document
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
26
Projectgerelateerd
5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 99 999 niet ingevuld
Km
Restlevensduur 24.330 m oever kademuren met beschoeiing van staal, beton, mestselsteen per 1-1-2019
Staal
Beton
Metselsteen
Figuur 9: Restlevensduren kademuren van beton, staal en metselwerk
De 2.074 m1 met een restlevensduur tot eind 2027 is nader beschouwd en gecorrigeerd voor geplande sloopwerkzaamheden en uit te voeren levensduur-verlengende reparaties. Er wordt rekening gehouden dat 222 m1 daadwerkelijk wordt vervangen in de periode 2025-2027.
5.5
Beschoeiingen van hout, GVC en kunststof
Zoals gemeld heeft er in 2019 een inventarisatie plaatsgevonden van het areaal aan oevers en beschoeiingen en waterkeringen. Damwanden zijn ook waterkerend en daarom apart onderscheiden. Het areaal is inclusief de oevers op bebouwde percelen, sportterreinen en volkstuinverenigingen in eigendom van de gemeente. Hieronder een algemeen overzicht van de geconstateerde kwaliteit. Beeldkwaliteit
Situatie Leidschendam-Voorburg
A+ (Zeer goed)
0%
A (Goed)
58%
B (Voldoende)
9%
C (Matig)
23%
23%
D (Te slecht)
10%
10%
67%
Tabel 13: Kwaliteit areaal beschoeiingen 2019
In het voorgaande beheerplan beschoeiingen 2011-2020 zijn de kwaliteitsambities uit het Beeldkwaliteitsplan 2017 uiteraard niet verwerkt. Destijds is via de begroting flink bezuinigd op de uitgaven en zijn voor vervanging geen investeringen opgenomen. De strategie was de beschoeiing te laten vervallen tot een onbeschoeide oever. Dit verklaart het relatief hoge percentage voor de niveaus C en D van samen 33%. Uitgaande van een levensduur van 25 jaar was rekening was gehouden met een achteruitgang van 4% per jaar en dus 40% in 2021.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
27
Projectgerelateerd
De meevaller is te verklaren uit het feit dat onderhoudsbudget is aangewend om in onveilige situaties en in gebiedsgerichte projecten toch beschoeiingen te vervangen of te verwijderen. Volgens de gebiedsgerichte kwaliteitsambities uit 2017 mag het buitengebied (ongeveer 10%) een niveau C hebben; 10% heeft een niveau D wat conform het beleidsplan niet is toegestaan. Uitgaande van een levensduur van 25 jaar is er jaarlijks is ongeveer 4% onder handen werk. Samengevat is sprake van 33% (niveau C en D) - 10% (buitengebied) - 4% (onderhanden werk) = 19% achterstallig onderhoud. In een groot deel hiervan is een onbeschoeide oever gewenst en is in het WRP gekozen om de beschoeiing te laten vervallen ten behoeve van de biodiversiteit van een onbeschoeide of natuurvriendelijke oever. In paragraaf 6.2 is beschreven hoe hiermee wordt omgegaan. De wel te vervangen beschoeiingen zijn in bijlage 4C opgenomen. De kwaliteit is geïnspecteerd volgens de CROW-kwaliteitscatalogus op de volgende soorten gebreken: beschadigingen; scheefstand; verzakking; spoelgaten; veiligheid. Op basis van de gebreken is volgens de catalogus een actuele CROW-kwaliteit vastgesteld. In de huidige praktijk wordt nu alleen ingegrepen in geval de veiligheid in het geding is. Dat betreft niet alleen de staat van de beschoeiing, maar ook de omstandigheden op de locatie.
Hoe kleiner het hoogteverschil tussen bovenkant beschoeiing en waterpeil des te minder gevaarlijk is de situatie. Ook zijn er lage beschoeiingen gesitueerd in een bosachtige omgeving zonder wandelpaden en waar dus normaal geen mensen komen. Op dergelijke locaties is de veiligheid niet in het geding. In figuur 10 is de geschatte restlevensduur op basis van een globale visuele inspectie weergegeven voor de beschoeiingen en kademuren. Na 2027 is een piek te verwachten in de vervangingen. In de looptijd van dit beheerplan zijn naar verwachting 1,3 km betonnen kademuren toe aan vervanging.
Km
Restlevensduur 83.541 m beschoeide oever per 1-1-2019
25
20
15
10
5
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 99 999 niet ingevuld
0
Staal
Beton
Metselsteen
Hardhout
Zachthout
GVC
Kunststof
Vlechtscherm
Zetsteen
Overige
BG9228-MI-RP-230330-1447
28
Figuur 10: Restlevensduren beschoeide oevers en kademuren van beton, staal en metselwerk
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
Projectgerelateerd
De beschoeiingen van hout, GVC, kunststof en overige materialen worden meestal niet gerepareerd, maar volledig vervangen uit oogpunt van efficiëntie en kosten. Uit de inspectie van 2019 is in onderstaande grafiek de restlevensduur weergegeven. In de periode tot en met 2027 is 15,7 km beschoeiing aan vervanging toe.
Km
Restlevensduur 59.211 m met beschoeiing van hout, GVC, kunststof, overig per 1-1-2019
18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 99 999 niet ingevuld
0
Hardhout
Zachthout
GVC
Kunststof
Vlechtscherm
Zetsteen
Overige
Figuur 11: Restlevensduren beschoeiingen hout, GVC, kunststof en overige materialen
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
29
Projectgerelateerd
6
Onderhoudsplanning
Op basis van de inspectieresultaten is een meerjarenplanning voor de periode 2021-2030 opgesteld. Dit geldt voor zowel de civiele kunstwerken als de beschoeiingen. Dit is opgenomen in bijlage 4 met aparte overzichten voor civiele kunstwerken, kademuren van beton, staal of metselwerk en houten en kunststof beschoeiingen. De belangrijkste maatregelen zijn ook in hoofdstuk 7 bij de financiën opgenomen in de tabellen. De maatregelen betreffen zowel het onderhoud als de vervangingen. Hierbij is rekening gehouden met het gewenste onderhoudsniveau wat onder andere resulteert in een jaar van uitvoering. Voorbeelden van onderhoudsmaatregelen zijn: conserveren leuningen, herstellen slijtlagen en uitvoeren betonherstel. Groot onderhoud en vervanging vragen een langere voorbereidingstijd van ongeveer 1 jaar voor nadere inspecties, ontwerp en eventuele participatie. Participatie is vooral informatievoorziening, omdat meestal een bestaand kunstwerk of beschoeiing wordt teruggebracht en de inrichting niet verandert. Eventuele reacties zijn uiteraard welkom en kunnen leiden tot aanpassingen aan de vormgeving en detaillering.
6.1
Civiele kunstwerken
In de meerjarenplanning van 2021 Voorburg en 2023 Leidschendam is een groot aantal maatregelen opgenomen. Op basis van een overzicht van uitgevoerd onderhoud is deze meerjarenplanning geactualiseerd. Zoals vermeld heeft er in 2023 een nieuwe inspectieronde voor Leidschendam plaatsgevonden; de resultaten zijn verwerkt in de nieuwe meerjarenplanning resulterend in de nieuwe budgetbehoefte.
6.2
Beschoeiingen van hout, GVC en kunststof
Voor de beschoeiingen is een meerjarenonderhoudsplanning opgesteld op basis van de inventarisatie / inspectie uit 2019 en de nagestreefde beeldkwaliteit B (zie bijlage 4C). Vervolgens heeft er een maatregeltoets plaatsgevonden. Dit leidt tot een aanzienlijk kortere en lijst met maatregelen, dan uit de inspectie volgde. Maatregeltoets beschoeiingen De uitgevoerde maatregeltoets betreft de locaties waar de beschoeiing niet vervangen wordt om de biodiversiteit te versterken. Beschoeiingen waar mogelijk niet vervangen en te streven naar een onbeschoeide of een natuurvriendelijke oever op basis van een beleidskader en een analyse (dan zijn geen beheerkosten geraamd). Het opnieuw inrichten van een oever is op veel locaties niet mogelijk vanwege het grotere benodigde ruimtegebruik van een onbeschoeide oever. Ook zijn er locaties waar het met maatregelen wel mogelijk is en brengt het ook kosten met zich mee. Daarom zijn in deze situaties wel onderhouds- en vervangingskosten geraamd met de volgende onderhoudsfilosofie: o alleen groot onderhoud en vervangingen uitvoeren; o geen klein onderhoud en kleine reparaties, tenzij gevaarlijke situaties ontstaan; o geen spoelgaten vullen tenzij dat uit veiligheidsoogpunt noodzakelijk is. Dit vergemakkelijkt het in en uit het water gaan van waterdieren.
De beeldkwaliteit van beschoeiingen die vervangen worden door een onbeschoeide oever niet te handhaven. Voor de overige beschoeiingen in te zetten op beeldkwaliteit B – voldoende conform het beeldkwaliteitsplan 2017.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
30
Projectgerelateerd
Foto links :Park ’t Loo, foto midden: Van Ruijsdaellaan, foto rechts: Kapelbosje
Investeringskredieten in te stellen voor het vervangen van houten, GVC en kunststof beschoeiingen. Inspecteren en opstellen onderhoudsmaatregelen en bepalen van de restlevensduur voor vleugelmuren van duikers en overige oeverkunstwerken van metselwerk, staal en beton. Tevens inschatten van de onderhouds- en vervangingskosten en opnemen in het investeringsplan.
6.3
Onbeschoeide en natuurvriendelijke oevers
Onbeschoeide en natuurvriendelijke oevers vragen geen investeringen. Het natte deel wordt jaarlijks geschoond op aanwijzing van het waterschap. Dit is onderdeel van het maai- en slootbestek dat is ondergebracht bij het groenbeheer. Het droge deel betreft het maaibestek en de verzorging van eventuele plantvakken en is ondergebracht bij het groenbeheer. In sommige situaties is onderhoud aan de oever nodig in verband met te sterke afkalving. Eens per 5 jaar zal het opschot (spontaan groeiende struiken en jonge bomen) verwijderd moeten worden. Het versterken van de biodiversiteit is een belangrijke beleidskeuze in het groenbeheer. Langs de onbeschoeide oevers zijn hiervoor goede kansen beschikbaar. Daarom wordt jaarlijks: 100 m beschoeide oever omgebouwd naar onbeschoeide oever of een natuurvriendelijke oever. In bepaalde situaties moet ook straatmeubilair, een voetpad of bestaande beplanting verplaatst worden. Er zijn niet zoveel locaties waar deze extra investering nodig is. Meestal kan een onbeschoeide oever wel of juist niet (€ 61.000 per jaar). de biodiversiteit van 400 m oever per jaar versterkt met aanplant op locaties waar de beschoeiing niet vervangen wordt, maar waar die vervalt tot een onbeschoeide oever (€ 45.000 per jaar).
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
31
Projectgerelateerd
7
Financiën
In dit hoofdstuk worden de benodigde budgetten / kredieten voor het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken en beschoeiingen behandeld. De uitgangspunten zijn: De planning uit 2018 en 2021 van onderhoud en vervanging van civiele kunstwerken zijn aangepast met het uitgevoerde onderhoud en vervangingen. Voor de reguliere schouw van constructieve civiele kunstwerken is in dit beheerplan circa 300 uur opgenomen (0,25 fte) aan extra lasten. De beoogde nadere onderzoeken en inspecties door derden maken hier deel van uit. Voor de inspectie van de overige kademuren is circa 300 uur opgenomen (0,25 fte) aan extra lasten. De beheerstrategie voor houten, GVC en kunststof beschoeiing en een door de gemeente uitgevoerde maatregeltoets zijn toegepast op de bepaalde restlevensduur uit de inspectiebeoordeling van 2019 en leidt tot een aangepaste meerjarenplanning. De vermelde onderhoudskosten zijn aannemerskosten inclusief overhead en exclusief voorbereiding, administratie en toezicht (VAT) door de gemeente. Bij de investeringen zijn de kosten inclusief VAT. Prijspeil 1-1-2024, excl. BTW. Investeringen voor nieuwe aanleg van voorzieningen maken geen deel uit van dit beheerplan. Dit beheerplan omvat de vervangingsinvesteringen voor bestaande voorzieningen.
In dit hoofdstuk zijn de beschikbare middelen en de benodigde middelen voor de civiele kunstwerken de beschoeiingen vermeld. Daarna zijn benodigde middelen vergeleken met de beschikbare middelen, zodat duidelijk wordt wat de extra benodigde middelen zijn. Bij de beschouwing van de middelen wordt onderscheid gemaakt tussen onderhoudsbudgetten en investeringen (renovaties en vervangingen).
7.1
Civiele kunstwerken en kademuren van beton, staal en metselwerk
Tot de civiele kunstwerken behoren bruggen, viaducten en tunnels, duikermuren en grond- en waterkerende kademuren (beton, metselwerk en staal).
7.1.1
Beschikbare middelen civiele kunstwerken
Vervangingen van fiets- en voetgangersbruggen en kleinere renovaties van betonnen kunstwerken worden gefinancierd uit het beschikbare jaarlijkse krediet. Voor de renovaties en vervangingen van de grotere betonnen civiele kunstwerken, de 19 complexe duikers met hun vleugelmuren, kademuren e.d. zijn eerder geen investeringen beschikbaar gesteld. Naam investering Civiele Kunstwerken
Kredietnr.
Jaren afschrijving
2024
Groot onderhoud Kunstwerken 2024
20241006
20
€ 210.345
Groot onderhoud Kunstwerken 2025
20251011
20
Groot onderhoud Kunstwerken 2026
20261005
20
Groot onderhoud Kunstwerken 2027
20271008
20
Vervangen kademuur Oude Haven
20221060
60
Totaal beschikbaar
2025
2026
2027
€ 210.345 € 210.345 € 210.345 € 860.000 € 1.070.345
€ 210.345
€ 210.345
€ 210.345
Tabel 14: Beschikbare investeringskredieten voor civiele kunstwerken in euro’s volgens de begroting 2024
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
32
Projectgerelateerd
Voor het onderdeel overige kademuren van beton, metselwerk en staal zijn geen onderhouds- en vervangingsgelden beschikbaar in de huidige begroting, omdat de technische levensduur van deze kunstwerken sinds de aanleg in de jaren 50 nog niet is verstreken en nauwelijks onderhoud nodig was. Nieuwe inzichten geeft aan dat nu het einde van de levensduur bereikt wordt. De kosten voor inspectie zijn opgenomen in dit beheerplan. De lasten voor onderhoud en vervanging zitten niet in dit beheerplan aangezien dit afhankelijk is van de nog uit te voeren inspectie. Voor het uitvoeren van onderhoud en vervangingen (investeringen) zijn in de begroting 2024 de volgende budgetten en kredieten beschikbaar. De kapitaalslasten komen voort uit eerdere investeringen en uit de in deze tabel genoemde nieuwe investeringen. Naam budget Civiele kunstwerken
2024
2025
2026
2027
Klein en groot onderhoud
€ 73.000
€ 73.000
€ 73.000
€ 73.000
Inspecties/monitoring
€
€
€
€
Kapitaalslasten
€ 129.095
€ 140.988
€ 152.880
€ 164.773
Totaal beschikbaar
€ 202.095
€ 213.988
€ 225.880
€ 237.773
-
-
-
-
Tabel 15: Beschikbare budgetten voor civiele kunstwerken in euro’s volgens de begroting 2024
7.1.2
Benodigde middelen civiele kunstwerken
Investeringen Nieuwe aanleg van constructies in gebiedsontwikkelingen maakt geen onderdeel uit van dit beheerplan. De civiele constructie L084 Brug Tuinbouwweg, L111 en L113 bruggen Ondermeerweg, zijn vervangen als onderdeel van een integrale aanpak van respectievelijk het project bereikbaar Stompwijk en de aanleg van de Nieuwe Driemanspolder. Gezien de ouderdom van de kademuur aan de Laan van Nieuw Oosteinde (nabij Park te Werve) wordt in 2023 onderzoek uitgevoerd naar de technische staat. Hiermee wordt eerder een beeld verkregen van benodigde investeringen in de komende jaren. Op basis van het nader onderzoek (constructieve toestand van de fundering) moet bepaald worden of de kademuur moet worden vervangen. Indien het inspectieresultaat vervanging aangeeft, dient rekening te worden gehouden met een investering van circa € 600.000,- in 2027. In tabel 16 en in bijlage 4A is het overzicht gegeven van de alle kunstwerken die de komende jaren gerenoveerd of vervangen dienen te worden. Op basis van de visuele inspectie uit 2019 bestaat een risico dat 220 meter kademuren van beton, staal en metselwerk moet worden vervangen. Hiervoor wordt verwezen naar de risicoparagraaf in hoofdstuk 9. Benodigde nieuwe kredieten / investeringen
Afschrijvings termijn (jaar)
Brug Heuvelweg (van/naar Roerdomplaan)
40
€
-
€
-
€
-
€
36.000
Steiger Vieveenland
20
€
25.000
€
-
€
-
€
-
Brug Gracht van Corbulo
20
€
109.000
€
-
€
-
€
-
Brug De Wiek (nabij de Salamander)
40
€
-
€
-
€
30.000
€
-
Kademuur Laan van NOE (Te Werve)
60
€
-
€
-
€
-
€
600.000
4 december 2023
2024
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
2025
2026
BG9228-MI-RP-230330-1447
2027
33
Projectgerelateerd
Benodigde nieuwe kredieten / investeringen
Afschrijvings termijn (jaar)
2024
President Kennedyplein (NO-zijde)
40
€
Kademuur Oude Haven
60
€
Renovatie duikerbrug Pr. Bernhardln / A. Thijmkade / Vliegerln
40
€
Damwand Aanlegplaatsen Starrevaart
40
€
Balkenpad Klein Zijdepark
20
Brug Karekietlaan (van/naar Zijdepark)
2026
2027
€
87.500
€
-
€
-
860.000
€
-
€
-
€
-
157.000
€
-
€
-
€
-
-
€
50.000
€
-
€
-
€
61.000
€
-
€
-
€
-
20
€
28.000
€
-
€
-
€
-
Voetgangersbrug N3MP Halverwege graspad
40
€
115.000
€
-
€
-
€
-
Brug over waterpartij in park 't Loo tussen Nic. Beetslaan / Br. Ingenhoeslaan
40
€
-
€
46.000
€
-
€
-
40
€
-
€
-
Mogelijk inspectieresultaat vervanging kademuren (beton, staal metselwerk)
Totaal vervangingen
-
2025
€ 495.000
P.M. Zie risicoparagraaf
P.M. Zie risicoparagraaf.
€ 30.000
€ 636.000
€ 183.500
Tabel 16: Benodigd investeringskredieten civiele kunstwerken
De inventarisatie en inspectie van oeverbeschermingen (duikermuren, kademuren en beschoeiing) heeft geresulteerd in een onderhoudsbehoefte voor het onderdeel duikermuren / kademuren. Hierbij is uitgegaan van een variant met ambitieniveaus 90% kwaliteit B en 10% C. Ten behoeve van de inspecties en jaarlijks klein onderhoud wordt gerekend op een budget van € 50.000, zodat over 4 jaar een beter inzicht bestaat in de toestand van deze kademuren. Samen met de inspectie voor de overige kunstwerken leidt dit tot inspectiekosten van € 75.000. Onderhoud In verband met de extra personele inspanning voor inspecties van de kademuren (0,25 f.t.e.) en overige civiele kunstwerken (0,25 f.t.e.) is rekening gehouden met een extra inhuurbudget van € 45.000 per jaar. Voor groot onderhoud komen in elk geval in aanmerking de steiger ’t Lienplantsoen en de brug Commisarispad (over de Starrevaart). Benodigde budgetten onderhoud civiele kunstwerken
2024
2025
2026
2027
€ 45.000
€ 45.000
€ 45.000
€ 45.000
Klein onderhoud
€ 171.000
€ 171.000
€ 171.000
€ 171.000
Groot Onderhoud
€ 290.000
€ 290.000
€ 290.000
€ 290.000
Inspectie / onderzoeken
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
Kapitaallasten (bestaand)
€ 108.906
€ 108.906
€ 108.906
€ 108.906
Kapitaallasten (nieuw)
€
-
€ 41.399
€ 48.151
€ 63.376
Totaal onderhoud
€ 689.906
€ 731.305
€ 737.108
€ 738.057
Tabel 17: Benodigd budget onderhoud civiele kunstwerken en kadermuren (beton, staal en metselwerk)
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
34
Projectgerelateerd
7.2
Beschoeiingen van hout, GVC en kunststof
Tot de beschoeiingen behoren de beschoeiingen (hout, GVC, kunststof) als de waterkerende constructies. Bij de beschouwing van de financiële middelen wordt onderscheid gemaakt tussen onderhoud en investeringen (vervangingen).
7.2.1
Beschikbare middelen beschoeiingen
Het beschikbaar budget voor onderhoud beschoeiingen is gebaseerd op eenheidsprijzen die zijn opgesteld bij de inspectie 2019 en in het Water- en Rioleringsplan Beschikbaar is € 101.200 voor klein en groot onderhoud. Voor vervangingen van beschoeiingen is nu geen jaarlijks krediet beschikbaar. Inspecties worden 1x per 5 jaar uitgevoerd. In het beheerplan van 2010 was voor beschoeiingen een benodigd bedrag van € 150.000, geraamd. Het areaal is in deze periode gegroeid van 54 km in 2011 naar 66 km in 2019. .Bestaande investering beschoeiingen Geen vervangingskrediet opgenomen
Kredietnr.
Jaren afschrijving
2024
2025
2026
2027
-
-
-
-
-
-
Tabel 18: Beschikbare investeringskredieten voor beschoeiingen hout, GVC en kunststof volgens de begroting 2024.
Huidige budget beschoeiingen
Activiteitnr.
2024
2025
2026
2027
61041103
€ 101.200
€ 101.200
€ 101.200
€ 101.200
Inspecties/monitoring
-
-
-
-
-
Kapitaallasten
-
-
-
-
-
€ 101.200
€ 101.200
€ 101.200
€ 101.200
Klein en groot onderhoud
Totaal beschikbaar
Tabel 19: Beschikbare budgetten voor beschoeiingen van hout, GVC en kunststof in euro’s volgens de begroting 2024
7.2.2
Benodigde middelen beschoeiingen van hout, GVC en kunststof
Investeringen De inventarisatie en inspectie van oeverbeschermingen (duikermuren van eenvoudige duikers en beschoeiing) heeft geresulteerd in een onderhoudsbehoefte voor het onderdeel vervanging beschoeiingen. Ook voor de beschoeiingen is uitgegaan van een ambitieniveau van 90% kwaliteit B en 10% C. In bijlage 4C zijn de te vervangen beschoeiingen opgenomen. De inventarisatie van de beschoeiingen heeft geleid tot een totaaloverzicht inclusief maatregelen zoals herstellen verzakkingen en scheefstand, reparaties houtwerk van de houten beschoeiingen. Het benodigd budget is gecorrigeerd op al uitgevoerd onderhoud en vervangingen van de afgelopen jaren sinds de inspectie. Bijvoorbeeld vervangen beschoeiingen aan de Wedde (2020) en aanleg natuurvriendelijke oevers Bernard IJzerdraadtplantsoen en Hanny Schaftstraat (2021), Corbulokade (2022), Dotterbloem (2023), Molen de Vlieger (2023) en Rozentuin (2023).
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
35
Projectgerelateerd
In het Water en Rioleringsplan 2022-2027 (WRP) is het versterken van de biodiversiteit langs de oevers opgenomen in de visie. In het WRP is het volgende strategie (par 3.4) opgenomen “Waar dat kan beschoeiingen te verwijderen en de biodiversiteit op en langs de oever mogelijk te versterken”. En als maatregelen: “Vervangen van beschoeiingen waar een onveilige situatie ontstaat. Een onbeschoeide oever laten ontstaan waar dat kan, door de beschoeiing niet te vervangen. Natuurvriendelijke oevers aan te leggen waar daar ruime voor is en de bestaande beschoeiing aan vervanging toe is.” Het is daarnaast ongewenst om te investeren in houten beschoeiingen als die niet echt nodig zijn, omdat beschoeiingen de biodiversiteit beperken. Daarom is een maatregeltoets aan de hand van het nieuw opgestelde beheerkader uitgevoerd over de te vervangen beschoeiingen. Dit heeft geleid tot twee alternatieve maatregelpakketten. Alternatief 1 “Vervangen op beeldkwaliteit en constructieve toestand” Het geraamde bedrag voor vervangingen tot en met 2027 is gemiddeld over meerdere jaren. Alternatief 2 “Vervangen alleen op basis van veiligheid.” In geval van een stabiel talud ontstaat dan vanzelf een biodiverse oeverinrichting. Alternatieven voor beschoeiingen
Afschrijftermijn
Krediet 2024
Krediet 2025
Krediet 2026
Krediet 2027
Keuze
1 Vervangen op beeldkwaliteit en constructieve toestand
20 jaar
€ 472.000
€ 472.000
€ 472.000
€ 472.000
Niet gekozen
2 Vervangen alleen op basis van veiligheid. Laten ontstaan biodiverse oeverinrichting.
20 jaar
€ 170.000
€ 170.000
€ 170.000
€ 170.000
Wel gekozen
Tabel 20: Benodigd krediet vervangingen houten/kunststof beschoeiingen (tegen elkaar af te wegen alternatieven)
Uit vergelijking blijkt dat de voorkeur uitgaat naar investeren van € 170.000 per jaar. Dit is 36% van de investering van € 472.000 per jaar zonder de maatregeltoets. Hiervoor zijn nieuwe kredieten benodigd. Onderhoud De inventarisatie en inspectie van oeverbeschermingen (duikermuren, kademuren en beschoeiing) heeft geresulteerd in een onderhoudsbehoefte voor het onderdeel “onderhoud houten, GVC en kunststof beschoeiingen”. Ook voor de houten beschoeiingen is uitgegaan van een variant met ambitieniveaus 90% kwaliteit B en 10% C. Het bestede onderhoudsbedrag in de afgelopen 5 jaar is omgezet naar een gemiddeld budget per jaar. De vervangingsinvesteringen van € 170.000 per jaar leiden tot de in de tabel 21 opgenomen kapitaalslasten. Bij de lasten voor onderhoud van de beschoeiingen is een structurele daling van het onderhoudsbudget haalbaar van € 41.000 per jaar. Dit komt omdat er voor vervanging nu een investeringskrediet is. Benodigd budget onderhoud
Activiteitnr.
2024
2025
2026
2027
Beschoeiingen
61041103
€ 60.000
€ 60.000
€ 60.000
€ 60.000
Kapitaallasten
61041103
-
€ 9.611
€ 19.223
€ 28.834
€ 60.000
€ 69.611
€ 79.223
€ 88.834
Totaal benodigd Tabel 21: Benodigd budget onderhoud beschoeiingen
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
36
Projectgerelateerd
7.3
Onbeschoeide en natuurvriendelijke oevers
Circa 66 km van de oevers zijn onbeschoeid of voorzien van een natuurvriendelijke scheiding. Ook deze oevers hebben onderhoud nodig. Dit onderhoud is hoofdzakelijk gericht op de stabiliteit en veiligheid de van de oevers. Het maaien en sloten van de oevers maakt sinds jaar en dag onderdeel ujt van de uitvoering groenbeheer.
7.3.1
Beschikbare middelen
In de begroting is geen aparte raming aanwezig voor het onderhoud van de onbeschoeide oevers. Het bestede onderhoudsbedrag is ten laste gebracht van het budget voor beschoeiingen.
7.3.2
Benodigde middelen
Investeringen Investering onbeschoeide oevers Aanleg onbeschoeide / natuurvriendelijke oever
Kredietnr
Afschrijving
2024
2025
2026
2027
nieuw
20 jaar
€ 61.000
€ 61.000
€ 61.000
€ 61.000
Tabel 22: Benodigde investeringen voor ombouwen van 100 m beschoeide oever per jaar naar een onbeschoeide oever
Onderhoud Het aan onderhoud bestede bedrag in de afgelopen jaren is omgezet naar een gemiddeld budget per jaar. Benodigd budget onderhoud onbeschoeide oever
2024
2025
2026
2027
Onderhoud onbeschoeide en natuurvriendelijke oevers (natte deel)
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
Versterken biodiversiteit onbeschoeide oevers (o.a. waar beschoeiing niet vervangen wordt)
€ 45.000
€ 45.000
€ 45.000
€ 45.000
-
€ 3.449
€ 6.898
€ 10.346
€ 65.000
€ 68.449
€ 71.898
€ 75.346
Kapitaallasten Totaal
Tabel 23: Benodigd budget onbeschoeide en natuurvriendelijke oevers
7.4
Confrontatie beschikbare en benodigde middelen
Als de benodigde middelen worden vergeleken met de beschikbare middelen ontstaat het overzicht in onderstaande tabellen. De kapitaalslasten volgen uit de investeringskredieten (bestaand en nieuw). In de afgelopen jaren is gewerkt aan inventarisatie, inspectie en maatregeltoets van het areaal om tot dit beheerplan te komen. Daarbij is de werkwijze van het assetmanagement toegepast. Zowel bij de civiele kunstwerken als de beschoeiing is de conclusie duidelijk: er is te weinig budget om de maatregelen vanuit de meerjarenplanning (onderhoud) uit te kunnen voeren.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
37
Projectgerelateerd
Uit het Water- en Rioleringsplan (WRP) volgt dat maximaal 50% van de kosten van houten, GVC en kunststof beschoeiingen kan ten laste van de rioolheffing worden gebracht. Dit geldt ook voor het ombouwen van de beschoeide oevers tot onbeschoeide oevers, omdat vaak extra waterberging wordt gerealiseerd. Investeringen Investeringskredieten
2025
2026
€ 1.355.000
€ 183.500
€ 30.000
€ 636.000
€ 231.000
€ 231.000
€ 231.000
€ 231.000
Totaal benodigde investeringen
€ 1.566.000
€ 414.500
€ 261.000
€ 867.000
Totaal beschikbaar
€ 1.070.345
€ 210.345
€ 210.345
€ 210.345
Toename investeringsvolume
€ 495.655
€ 204.155
€ 50.655
€ 656.655
Totaal benodigd civiele kunstwerken Totaal benodigd vervanging beschoeiingen en ombouw onbeschoeide oevers
2024
2027
Tabel 24: Samenvatting benodigde investeringen volgens dit beheerplan
De investeringen leiden tot jaarlijkse kapitaalslasten die in de exploitatie in tabel 25 zijn opgenomen. In de kadernota 2024 was al gerekend op hogere kosten. Deze verhoging is ook opgenomen in tabel 25. De nu benodigde extra exploitatiekosten volgen uit het versterken van de biodiversiteit, extra personeelslasten voor de inspectie van de kunstwerken en vooral uit het financieren van groot onderhoud uit de exploitatie en niet meer uit de kredieten. Onderhoud Budget exploitatie
2024
2025
2026
2027
Beschoeiingen (hout+kunststof+GVC)
€ 60.000
€ 69.611
€ 79.223
€ 88.834
Onbeschoeide natuurvriendelijk oever
€ 65.000
€ 68.449
€ 71.898
€ 75.346
Civiele constructies (kademuren & bruggen)
€ 581.000
€ 602.210
€ 608.013
€ 608.962
€ 706.000
€ 740.270
€ 759.134
€ 773.142
Totaal bestaand budget beschoeiingen
€ 101.200
€ 101.200
€ 101.200
€ 101.200
Totaal bestaand budget civiele constructies
€ 73.000
€ 73.000
€ 73.000
€ 73.000
Reeds in kadernota 2024 opgenomen
€ 157.050
€ 171.750
€ 186.450
€ 235.150
Totaal dekking uit huidige begroting
€ 331.250
€ 345.950
€ 360.650
€ 409.350
Toename in de begroting per saldo
€ 374.750
€ 394.320
€ 398.484
€ 363.792
Benodigd
Totaal benodigd Dekking uit huidige begroting
Tabel 25: Confrontatie benodigd versus beschikbaar in de exploitatie volgens dit beheerplan
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
38
Projectgerelateerd
7.5
Investeringen na de planperiode
De vervangingskosten voor kademuren van metselwerk, staal en beton worden in het investeringsplan opgenomen nadat de 5-jaarlijkse inspecties daar aanleiding voor geven. In het volgende beheerplan zijn ook inspecties beschikbaar van de constructieve staat van de civiele kunstwerken en kademuren van beton, staal en metselwerk en kan een meer nauwkeurige vervangingsplanning worden vastgesteld met een langere planhorizon dan de huidige 4 jaar. Voor civiele constructies is gezien de restlevensduur in paragraaf 3.4 in de komende 10 jaar geen verdere verhoging van het investeringsniveau te verwachten. Voor de kademuren van beton, staal en metselwerk is mogelijk in totaal € 1.750.000 benodigd voor 7.980 m kademuur op basis van de ingeschatte restlevensduur bij de huidige inspecties (zie paragraaf 5.4). Voor de komende 10 jaar is dat totaal € 650.000 voor 3.055 meter lengte. Voor beschoeiingen van hout, GVC en kunststof is in paragraaf 5.5 een toename te zien van het aantal meters waarbij het einde van de levensduur wordt verwacht. Door de maatregeltoets zullen echter lang niet alle beschoeiingen worden vervangen, maar zal een onbeschoeide oever ontstaan. Hierdoor is het risico na deze planperiode beperkt.
7.6
Kaders vanuit het Water en Rioleringsplan 2022-2027
In het WRP zijn keuzes gemaakt over de toerekening van kosten van beschoeiingen en duikers aan de rioolheffing. Samenvattend zijn de kosten voor kunstwerken die ten laste van de rioolheffing worden gebracht opgenomen in het WRP, omdat anders geen goede rioolheffingsberekening kan worden gemaakt. Het betreft: 100% van de onderhouds- en vervangingskosten voor duikers inclusief de vleugelmuren, maar niet de 19 constructieve of gebouwde duikers en duikerbruggen; maximaal 50% van de houten, GVC en kunststof beschoeiingen. Kosten voor onbeschoeide oevers zijn niet opgenomen, omdat deze ten laste van het groenbeheer komen; dit betreft het beheer van gras, beplanting en grond. Toelichting Meestal zijn kademuren (incl. stalen en betonnen oeverconstructies) gebouwd vanuit de gewenste inrichting van de openbare ruimte en slechts enkele uit de benodigde bergings- en afvoercapaciteit van de watergangen. Dat verklaart de keuze in het WRP om de kademuren te financieren uit de algemene middelen en niet uit de rioolheffing. De 19 constructieve duikers (gebouwde duikers inclusief duikerbruggen) in dit beheerplan zijn als bruggen gekwalificeerd en komen niet ten laste van de rioolheffing.
De geprefabriceerde duikers, eventueel met vleugelwanden die vooral een functie hebben voor de waterafvoer komen wel ten laste van de rioolheffing en zijn opgenomen in het WRP en hier buiten beschouwing gelaten. Vooral de houten, GVC en kunststof beschoeiingen dragen ook bij aan de waterberging en soms aan de afvoercapaciteit van watergangen. Daarom wordt maximaal 50% van de kosten aan de rioolheffing toegerekend. In dit beheerplan wordt dus ook 50% van de lasten voor beschoeiingen gedekt uit de rioolheffing. Dit betreft de het onderhoudsbudget inclusief de kapitaalslasten welke voorvloeiend uit de investeringen.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
39
Projectgerelateerd
8
Conclusies en aanbevelingen
Areaal De scope van dit project betreft zowel civiele kunstwerken als beschoeiingen (waterkerende constructies). Civiele kunstwerken: bruggen (vaste en beweegbaar), duikerbruggen (vorm), viaducten, tunnels, kademuren en aanleginrichtingen (b.v. steigers); waterkerende kunstwerken van beton, staal of metselwerk; Beschoeiingen / eenvoudige grond en waterkerende constructies: beschoeiingen (hout, GVC, kunststof); waterkerende constructies van hout; natuurvriendelijke oevers en onbeschoeide oevers. Discipline Riolering / Water: duikers inclusief vleugelwand De gemeente Leidschendam-Voorburg beheert 276 civiele kunstwerken (exclusief kades). Het grootste deel van de civiele kunstwerken zijn vaste en beweegbare bruggen, totaal 230 stuks. Tot de civiele kunstwerken behoren ook bijna 24 km kademuren van beton, staal of metselwerk. De kwaliteit van de civiele kunstwerken is, na het uitgevoerd onderhoud van de afgelopen vijf jaar, in overeenstemming met de nagestreefde beeldkwaliteit B. De beschoeiingen van hout, GVC en kunststof en overige oeververdedigingen hebben een totale lengte van bijna 131 km, waarvan 62 km onbeschoeid, 57 km beschoeid en een gering deel natuurvriendelijke oever. De gewenste kwaliteit is voor de openbare ruimte gebiedsafhankelijk maar voor de beschoeiingen niveau C en civiele kunstwerken voornamelijk ook C.
Een derde van de beschoeiingen / waterkerende kunstwerken heeft de kwaliteit C of later; 10% is te laag (D).
Figuur 12: Verwachte kwaliteit civiele kunstwerken
Zowel bij de civiele kunstwerken als de beschoeiing is de conclusies duidelijk: er is te weinig budget om de maatregelen vanuit de meerjarenplanning (onderhoud) uit te kunnen voeren. In de risicoparagraaf in hoofdstuk 9 is een beschouwing opgenomen over de te verwachten ontwikkeling van de investeringen na de planperiode van dit beheerplan (2024-2027).
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
40
Projectgerelateerd
9
Risicoparagraaf
In deze paragraaf wordt ingegaan op risico’s, die samenhangen met beheer en onderhoud. Prijsstijgingen uitvoeren onderhoud De stijging van de bouwkosten lijkt de aankomende jaren harder te stijgen dan gemiddeld. Verwacht wordt dat de prijzen de komende jaren nog zullen stijgen. Structureel gaat het om prijsstijgingen in cao-lonen en materialen en conjunctureel omdat de vraag alsmaar toeneemt en het aanbod daarin achterblijft. Dit kan tot gevolg hebben dat er extra budget nodig is voor onderhoud of dat er minder uitgevoerd kan worden. Eigendomssituatie niet overal bekend Voor verschillende civiele kunstwerken en beschoeiingen is het niet 100% duidelijk of deze objecten daadwerkelijk tot het beheer van de gemeente behoren. Vooralsnog is hiervoor een keuze gemaakt. Daarentegen kunnen er ook nog civiele kunstwerken en beschoeiingen zijn die wel tot het eigendom en beheer van de gemeente behoren en dat er dus onvoldoende budget zou zijn. Actuele toestand niet volledig in beeld Wat voor de eigendomssituatie geldt, geldt in iets mindere mate ook voor het inzicht in de toestand van de civiele kunstwerken en beschoeiingen. Actueel inzicht is essentieel om een volledig en actueel beeld te hebben van de benodigd onderhoud - vervangingen inclusief benodigde financiële middelen.
Werkzaamheden voortkomend uit inspectie en nadere onderzoeken Enkele kademuren (metselwerk, beton of staal) moeten nog nader worden geïnspecteerd. Daarna zullen er naar alle waarschijnlijkheid onderhoudsmaatregelen moeten worden ingepland; deze kosten zijn dus nog niet bekend. Het financiële risico betreft op basis van de visuele inspectie uit 2019 met name de vervanging van 220 meter kademuren van beton, staal en metselwerk. In 2026 t/m 2029 is mogelijk daarvoor € 100.000 per jaar investeringskrediet benodigd (zie bijlage 4b) in de verouderende wijken uit de jaren 50 en 60. Het betreft gemetselde kademuren langs de Veurse Achterweg en de betonnen muur Park te Werve. Op basis van nadere inspectie wordt vastgesteld of de constructie in orde is, of vervangen noodzakelijk is of dat met een levensduur verlengende renovatie kan worden volstaan. Het is daarom nog niet mogelijk projecten te definiëren. Gezien de planperiode van 4 jaar worden geen extra maatregelen verwacht uit komende inspecties voor civiele kunstwerken. Eventueel noodzakelijke maatregelen worden gepland vanaf 2028. Voor de houten beschoeiingen zijn wel extra vervangingen te verwachten uit een nieuwe inspectie in 2024. Dit wordt ingepast in het jaarlijkse vervangingskrediet voor beschoeiingen. Een vooruitblik geeft aan dat vanaf 2032 meer dan een verdubbeling van de te vervangen lengte beschoeiing is te verwachten.
Deze stijging van de investeringen is behapbaar in het volgende beheerplan en is geleidelijk als gevolg van het afschrijven. Een voorziening voor het vervangen is daarom niet nodig. Met jaarlijkse kredieten die over de jaargrens beschikbaar passen goed bij de looptijd van de projecten van minimaal 2 jaar. Meerjaren-onderhoudsplan actualiseren Een actuele meerjarenplanning is belangrijk om elk jaar goed inzicht te krijgen in het benodigd budget voor de onderhouds- en herstelmaatregelen. In de meerjarenplanning zitten naar verwachting nog maatregelen die niet conform de onderhoudsfilosofie zijn en niet alle uitgevoerde werkzaamheden zijn verwerkt. Op basis van de huidige gegevens en de keuze niet te maken. Een jaarlijkse maatregeltoets is hiervoor de juiste beheersmaatregel naar onze mening. Dit geldt voor de civiele kunstwerken en in meerdere mate voor de beschoeiingen.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
41
Projectgerelateerd
10
Ontwikkelagenda
Schouwen Op dit moment vindt de schouw van civiele kunstwerken ad-hoc plaats. Wij stellen voor dat dit jaarlijks door de eigen dienst wordt uitgevoerd. Een schouw conform de CUR 117:2020 gericht op veiligheid en functionaliteit. Areaalwijzigingen en uitbreiding Wij adviseren jaarlijks het areaal bij te werken in het beheersysteem van de gemeente. De civiele kunstwerken en beschoeiingen (hier wordt al aan gewerkt) worden in het beheersysteem verwerkt. Meerjarenplanning Op dit moment zijn de vaste gegevens civiele kunstwerken opgenomen in het beheersysteem. Daarnaast wordt een meerjarenplanning buiten het systeem opgesteld, Hierdoor kunnen verschillen ontstaan. Wij geven in overweging alles in een systeem onder te brengen. Indien de huidige keuze blijft gehandhaafd, adviseren wij een jaarlijks proces op te starten waardoor de bestaande meerjarenplanning jaarlijks wordt aangepast door verwerking uitgevoerd en niet uitgevoerd onderhoud. Jaarlijkse inspecties Op dit moment vinden de inspecties van de civiele kunstwerken 1 x 5 jaar in een keer plaats. Wij adviseren dit nog steeds 1 x 5 jaar te doen maar dat te spreiden over de 5 jaar. Hierdoor is elkaar jaar de toestand actueel in beeld en is ook de meerjarenplanning actueler. Het verwerken van de bevindingen in een beheersysteem en het uitvoeren van maatregelen wort dan ook meer gespreid in de tijd.
Kademuren beton staal en metselwerk (civiele kunstwerken) Zoals vermeld is de inspectie van deze constructies als beschoeiing niet 100% in lijn met de onderhoudsfilosofie. We stellen daarom voor om in de planperiode 2024-2027 constructieve inspecties uit te laten voeren naar de stalen, betonnen en metselwerk kademuren , eventueel steekproefsgewijs voor de kunstwerken met een beoordeelde restlevensduur van 10 jaar of korter. Voor deze inspecties zijn middelen in het voorstel opgenomen. Doorontwikkeling van beheer naar assetmanagement Het beheerplan civiele kunstwerken en beschoeiingen is opgesteld vanuit de Assetmanagement gedachte. Decentrale overheden verzorgen het beheer van de openbare ruimte al decennialang zo goed mogelijk. Maatschappelijke ontwikkelingen stellen echter steeds hogere eisen aan het beheer van assets. Met assetmanagement is een systeem beschikbaar gekomen om assets op een gestructureerde wijze professioneel te beheren. Van monodisciplinair beheer naar een integrale aanpak van prestaties, risico’s en kosten van de openbare ruimte. Met de assetmanagementgedachte wordt een helder afwegingskader gehanteerd, waarin transparant de impact van beheerkeuzes op de waarden en doelen van de (politieke)organisatie wordt.
Daarnaast biedt het de mogelijkheid om de afwegingen van de beheerdisciplines met elkaar te vergelijken en prioritering over de gehele openbare ruimte aan te brengen. Ook wordt zichtbaar wat de impact is van budgetkeuzes op de prestaties (denk aan bijvoorbeeld beeldkwaliteit) van de openbare ruimte. Dit geeft de beheerorganisatie de handvatten om helder te
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
42
Projectgerelateerd
communiceren naar de politiek welke middelen nodig zijn om de politieke ambities te realiseren en biedt ruimte voor het beter benutten van bestaande middelen. Assetmanagement is meer dan het toepassen van normen zoals de ISO5500x. Assetmanagement vraagt om heldere ambitie, doelen en beleid in alle lagen van de organisatie: van bestuurlijk niveau tot uitvoering. Hiervoor is het nodig dat iedereen zijn of haar plek en rol kent in de organisatie en weet welke waarde hij/zij met het werk toevoegt aan een mooie openbare ruimte. Om dit mogelijk te maken zijn er, afhankelijk van het ambitieniveau, diverse stappen die doorlopen kunnen worden om te groeien naar een assetmanagement aanpak. Deze stappen zijn gebaseerd op de ISO5500x en door het CROW uitgewerkt in processtappen. Zie hieronder figuur 13, opgesteld door RHDHV.
Figuur 13: Processtappen Assetmanagement
Globaal genomen kan men voor Leidschendam-Voorburg denken aan: Beleid en plannen o Ontwikkelen van assetmanagement beleid- en doelen. o Inrichten van een (door de raad vastgestelde) organisatiewaardenmatrix2 als besluitenkader. o Beheerplannen voor de assetgroepen kunstwerken en beschoeiingen vertalen betrekken bij de ter onderbouwing van de Nota Kapitaalgoederen. Informatiemanagement o Opstellen/inrichten van een Assetregister of beheersysteem. o Vastleggen en actueel houden van areaaldata en condities. o Wijzigingenbeheer (configuratiemanagement) voor inventarisatie, evaluatie en prioritering wijzigingen in de informatievoorziening. o Voorzien in de benodigde informatie voor afstemming van beheer van de openbare ruimte (integraal beheer).
2 Deze matrix geeft voor herkenbare ambities, zoals veiligheid, imago en kwaliteit, aan of en hoe groot risico’s acceptabel zijn. Daarmee kunnen medewerkers prioriteiten van projecten vaststellen.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
43
Bijlage 1 Wettelijke kaders
Projectgerelateerd
Wetgeving De huidige kaders voor het beheer van wegen en kunstwerken staan beschreven in: het Burgerlijk Wetboek, de Wegenwet, de landelijke CROW-methodiek, het Handboek Inrichten Openbare Ruimte en het rapport Van kostenpost naar beleggingsfonds. De gemeente Leidschendam -Voorburg hanteert de landelijke wetten en eisen bij het beheer en onderhoud van kunstwerken. Grondwet Volgens Artikel 21 van de Grondwet is de zorg van de overheid gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Het beheer van civiele kunstwerken past in dit grondwetsartikel en van oudsher wordt de zorg voor een goede infrastructuur dan ook als een taak van de overheid gezien. Wegenwet Volgens de Wegenwet moet de wegbeheerder zorgen dat “de binnen haar gebied liggende wegen in goede staat verkeren”. Zonder aansprakelijkheid te scheppen, doet deze wet een beroep op de maatschappelijke plicht van de beheerder om op te treden als een goede rentmeester. Daarbij wordt de beheerder verplicht om voorzieningen regelmatig en duurzaam te onderhouden. Tevens verplicht de Wegenwet wegbeheerders tot het bezit van een Wegenlegger. Deze Wegenlegger is een registratieinstrument waarin voor wegen in eigendom buiten de bebouwde kom wordt aangegeven wie de beheerder is en wat zijn rechten en plichten zijn.
De wegbeheerder dient in het kader van zijn verantwoordelijkheid te beschikken over een aantal basisgegevens teneinde zich te kunnen oriënteren op de zaak waarover het gaat. Civiele kunstwerken zijn de verbindende schakels van de wegen binnen de infrastructuur. Burgerlijk Wetboek In het Burgerlijk Wetboek (BW) dat van kracht is geworden op 1 januari 1992, is de aansprakelijkheid geregeld voor schade als gevolg van een onrechtmatige daad. Ten opzichte van het oude BW is de bewijslast omgedraaid. Indien de beheerder aansprakelijk wordt gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg, dient deze beheerder aan te tonen dat hij de inspectie en het onderhoud van de wegen (inclusief voet- en fietspaden) met optimale zorg uitvoert. Met andere woorden: de beheerder moet kunnen aantonen wat hij heeft gedaan om risico’s voor de weggebruiker te beperken en dat hij structureel aan monitoring en onderhoud doet. Alleen op die manier is het risico van aansprakelijkheidstelling door weggebruikers terug te dringen. Onontbeerlijk voor een overtuigende bewijsvoering zijn daarbij preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie en een goed werkend systeem van beheer.
De mate waarin aan de onderhoudsplicht moet worden voldaan, hangt af van de functie van het kunstwerken en de verwachting die de weggebruiker heeft op grond van het feitelijke beeld van de infrastructuur. Jurisprudentie heeft inmiddels uitgewezen dat het kwaliteitsniveau “5” (zeer slecht) volgens de oude CROW Wegbeheersystematiek vermeden moet worden. Daar deze vijfschaal inmiddels niet meer wordt gebruikt, wordt het begrip “onderhoudsachterstand” als grens aangehouden. Als gevolg van het BW met daarin het aangepaste aansprakelijkheidsrecht, is het aantal klachten en daarmee het aantal aansprakelijkheidsstellingen toegenomen. Er is een maatschappelijke verandering waarneembaar waarbij de beheerder kunstwerken ook in de toekomst rekening dient te houden met een groeiend aantal aansprakelijkheidsstellingen. Landelijk wordt gesproken over een verdubbeling van de schade. Een bijkomende trend is het feit dat letselschadeadvocaten op basis van no-cure-no-pay mogen gaan werken. Hierdoor ontstaat een verdere groei van het aantal aansprakelijkheidsstellingen. Wet Milieubeheer In de Wet Milieubeheer is aangegeven welke stoffen als afvalstoffen zijn aangemerkt. Deze stoffen, die in dit kader kunnen vrijkomen bij de aanleg van en het onderhoud aan kunstwerken, mogen niet zonder beschermende maatregelen in het milieu worden gebracht.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
1
Projectgerelateerd
Wet Geluidhinder (WGh) De wetten en regels voor het bestrijden en voorkomen van geluidshinder ten gevolge van wegverkeer, railverkeer en industrie zijn sinds het einde van de jaren zeventig vastgelegd in de Wet geluidshinder. Hierin staat bijvoorbeeld wanneer de geluidsbelasting moet worden getoetst. Voor het wegverkeer is dit onder andere bij de aanleg van een nieuwe kunstwerken, de bouw van nieuwe woningen en wanneer er wijzigingen aan de weg plaats vinden. Daarnaast is vastgelegd hoeveel decibel geluid in deze situaties is toegestaan. Wanneer een overschrijding van de norm wordt geconstateerd bij de toetsing, moeten er maatregelen worden getroffen om de geluidsbelasting terug te brengen. Sinds 1981 werd de voorgeschreven methode om wegverkeerslawaai te berekenen of meten vastgelegd in een Reken- en Meetvoorschrift. In 2002 is het Reken- en Meetvoorschrift vervangen door het Rekenen Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002 (RMV 2002). Daarnaast bestond de indruk dat de geluidsemissie van het huidige voertuigpark inmiddels behoorlijk afwijkt van de geluidsemissie van de voertuigen waarop de RMW is gebaseerd. Bij de wijziging van de Wet geluidshinder van 2007 is het tot dan toe vigerende Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002 (RMV 2002) vervangen door de bijlage III behorende bij het Reken- en Meetvoorschrift geluidshinder 2006.
Voor het grootste deel is deze gelijk aan het RMW 2002. Nieuw is de toevoeging van de rekenregel voor een middenscherm. Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) Alle werkgevers zijn op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht tot het uitvoeren van arbeidsomstandighedenbeleid, het opstellen van een meerjarenplan daarvoor en het uitbrengen van een jaarverslag. Het beleid moet zijn gericht op zowel veiligheid, gezondheid, welzijn als milieu. Daarnaast moet worden voldaan aan het Bouwprocesbesluit. Dit is een uitwerking van de EG-richtlijn “Minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiel bouwplaatsen”. Voor de wegbeheerder betekent dit in hoofdzaak het opstellen van bestekanalyses of Arbo projectrisicoinventarisaties en het zorgdragen voor het opstellen van Veiligheids- en Gezondheidsplannen (V&Gplannen). In het kader is ook de CROW-publicatie “Maatregelen bijwerken in uitvoering” van toepassing. Daarnaast of eigenlijk ook wel daarbij geldt dat we als ontwerper verantwoorde keuzes moeten maken in de ontwerpen. Niet alleen moeten we bedenken of dat wat we ontwerpen aangelegd kan worden, maar ook of dat, met aandacht voor de arbeidsomstandigheden waaronder veilig werken, later onderhoud aan het kunstwerk kan worden uitgevoerd. Omgevingswet De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving.
De wet zorgt voor minder regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De Omgevingswet is een Nederlandse wet die een verregaande vereenvoudiging van het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving (omgevingsrecht) beoogt, door tientallen wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 januari 2024.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
2
Projectgerelateerd
Regelgeving en kaders vanuit de BBV Investeringen De Besluit begroting en verantwoording (BBV) stelt dat investeringen in civiele kunstwerken vallen onder maatschappelijk nut: civiele kunstwerken genereren geen middelen en hebben derhalve geen economisch nut. Investeringen in kunstwerken leiden tot grote waarde voor de gemeente: leefbaarheid, veiligheid, bereikbaarheid, etc. Investeringen in civiele kunstwerken zullen geactiveerd en meerjarig afgeschreven worden, afhankelijk van de financiële positie van de gemeente. Investeringen mogen alleen gebruikt worden bij aanleg en vervangingen, niet voor onderhoud. Klein (dagelijks) onderhoud Voor klein (dagelijks) onderhoud geldt dat de kosten in hetzelfde jaar ten laste van de exploitatie gebracht moeten worden. Dit betreft bijvoorbeeld het herstellen van verzakkingen in klinkerwegen en/of het repareren van gaten in asfaltwegen. Groot onderhoud Ook de kosten voor groot onderhoud mogen niet als te activeren investering beschouwd worden. Voor groot onderhoud mág wel een voorziening gehanteerd worden. De kosten voor groot onderhoud worden óf in hetzelfde jaar ten laste van de exploitatie gebracht (gelijk aan kosten klein (dagelijks) onderhoud), óf uit een voorziening betaald (eveneens in hetzelfde jaar van realisatie). Het betreft een voorziening conform BBVartikel 44 lid 1c.
Groot onderhoud betreft bijvoorbeeld het vervangen van slijtlagen, grootschalige conservering of renovaties van kunstwerken. Hier is geen sprake van levensduurverlenging. Kapitaalvernietiging en onveilige situaties De BBV verplicht tot het inrichten van een voorziening wanneer er sprake is van kapitaalvernietiging of wanneer er sprake is van onveilige situaties. In dat geval betreft het een voorziening voor achterstalligheid conform BBV-artikel 44 lid 1a. De gemeente dient deze situatie te voorkomen.
Figuur 14: Definitie achterstallig onderhoud in relatie tot artikel 44 lid 1a BBV
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
3
Bijlage 2 Vervangingen kunstwerken 2016-2022
Projectgerelateerd
Kunstwerkcode Kunstwerknaam H848
Brug over sloot langs het Oosteinde tussen Pr. Albertlaan en Rozenboomlaanlaan
H850
Brug over sloot in park Vreugd & Rust langs huize Rustoord (2020)
H862
Brug o/d Broeksl tussen spoorwegviaduct Hofpleinln en brug boerderij Essesteijn
H867
Brug o/d sloot zuidelijk van Pr.Bernhardln tussen Rembrandtln en Hofpleinlijn 1 (2020)
H869
Brug over vijver tussen Pr. Bernhardlaan en Pr. Margrietlaan
H939
Brug Holwerdalaan in sterfietsroute
H941
Damwand Sterfietsroute nabij Keltenlaan
H949
Brug in Park 't Loo nabij Beijnenstraat
H951
Brug in Park 't Loo nabij Groen Loper
H953
Brug in Park 't Loo nabij Van Leeuwenstraat
H955
Brug tussen Vlietoevers en Park Middenburg
L026
Brug Hendrik van Randwijkstraat
L029
Brug Dierenweide (Westelijke brug)
L030
Brug Dierenweide (Oostelijke brug)
L032
Brug Noordsingel (2020)
L042
Brug Duinmeierij (van/naar Buitenwater) (2020)
L049
Brug Kapelbosje (van/naar Kapelland)
L051
Brug Kapelbosje (nabij Pelikaanhof)
L055
Ophaalbrug Dr. Perquinstraat (v/n Vlet)
L056
Brug Bolder (v/n Dr van Zeelandstraat)
L071
Brug Park Rozenrust (2020)
L076
Brug Commisarispad (nabij Starrevaart)
L078
Brug Commisarispad (v/n Toevluchtpad)
L079
Brug Jagerspad (v/n Commisarispad)
L122
Brug Johanna van Polanenlaan naar Graaf Adolflaan
L123
Duikerbrug Kennedyplein
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
1
Projectgerelateerd
Bijlage 3 Areaal 3A: Areaal kunstwerken 3B: Areaal oeverkunstwerken hout, beton, staal en metselwerk 3C: Beeldkwaliteit houten en kunststof beschoeiingen
Bijlage 3A Civiele kunstwerken
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
1
Projectgerelateerd
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
2
Projectgerelateerd
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
3
Projectgerelateerd
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
4
Projectgerelateerd
Bijlage 3B Oeverkunstwerken hout, kunststof, beton, staal en hout
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
5
Projectgerelateerd
en Wilsveen
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
6
Projectgerelateerd
Bijlage 3C Beeldkwaliteit houten, GVC en kunststof beschoeiingen en Wilsveen
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
7
Projectgerelateerd
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
8
Bijlage 4 Meerjaren-onderhoudsplan Samenvatting meerjaren-onderhoudsplan Bijlage 4A: Overzicht te vervangen Kunstwerken Bijlage 4B: Overzicht maatregelen Kademuren steen, staal en metselwerk Bijlage 4C: Maatregelcheck en overzicht inspectieresultaat beschoeiingen hout, GVC en kunststof
Projectgerelateerd
Het meer-jaren-onderhoudsplan van de civiele kunstwerken en de beschoeiingen zijn opgesteld in Excel. Hieronder een samenvatting in tabelvorm.
Bijlage 4A Overzicht te vervangen kunstwerken 2024-2027 Benodigde nieuwe kredieten / investeringen
Afschrijvings termijn (jaar)
Brug Heuvelweg (van/naar Roerdomplaan)
40
€
-
€
-
€
-
€
36.000
Steiger Vieveenland
20
€
25.000
€
-
€
-
€
-
Brug Gracht van Corbulo
20
€
109.000
€
-
€
-
€
-
Brug De Wiek (nabij de Salamander)
40
€
-
€
-
€
30.000
€
-
Kademuur Laan van NOE (Te Werve)
60
€
-
€
-
€
-
€
600.000
President Kennedyplein (NO-zijde)
40
€
-
€
87.500
€
-
€
-
Kademuur Oude Haven
60
€
860.000
€
-
€
-
€
-
Renovatie duikerbrug Pr. Bernhardln / A. Thijmkade / Vliegerln
40
€
157.000
€
-
€
-
€
-
Damwand Aanlegplaatsen Starrevaart
40
€
-
€
50.000
€
-
€
-
Balkenpad Klein Zijdepark
20
€
61.000
€
-
€
-
€
-
Brug Karekietlaan (van/naar Zijdepark)
20
€
28.000
€
-
€
-
€
-
Voetgangersbrug N3MP Halverwege graspad
40
€
115.000
€
-
€
-
€
-
Brug over waterpartij in park 't Loo tussen Nic. Beetslaan / Br. Ingenhoeslaan
40
€
-
€
46.000
€
-
€
-
40
€
-
€
-
Mogelijk inspectieresultaat vervanging overige kademuren (beton, staal metselwerk)
Totaal vervangingen
4 december 2023
2024
€ 495.000
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
2025
€ 183.500
2026
2027
P.M. Zie risicoparagraaf
P.M. Zie risicoparagraaf.
€ 30.000
€ 636.000
BG9228-MI-RP-230330-1447
1
Projectgerelateerd
Bijlage 4B: Overzicht maatregelen kademuren steen, staal en metselwerk In onderstaande tabel is het resultaat van de visuele inspectie uit 2019 opgenomen. De omvang van de mogelijke maatregelen is in totaal ongeveer € 350.000. Het betreft hoofdzakelijk groot onderhoud of kleine vervangingen waarvoor geen apart krediet wordt ingesteld, maar die vanuit groot onderhoud worden gefinancierd. Uitzondering vormen de mogelijk te vervangen gemetselde kademuren aan de Veurse Achterweg en de betonnen muren bij Park Te Werve (samen ca. € 275.000 in 2019). Vooralsnog worden eerst constructieve inspecties uitgevoerd voordat deze maatregelen in de begroting worden opgenomen.
Straat
Code_watervlak /vak
Dobbelaan Koningin Julianalaan Gravin Juliana van Stolberglaan
0041-01
Vaklengte in m
Belastingsklasse
Materiaal schotten damwand
Kerende hoogte in m
Verankering
Restlevensduur (visueel oordeel)
Beeldkwaliteit (streven is B)
Kosten Onderhoud
Kosten Schade
Onderhoud of Vervangen
Totale Kosten
Vervangings -waarde
Advies planjaar
Gewenst planjaar
€ 74.378,49
2024
2024
47 Normaal
Metselsteen
1,05 Niet verankerd
15
C
€ 0,00
€ 0,00
Onderhoud
€ 0,00
0084-05
6 Normaal
Metselsteen
1,95 Niet verankerd
20
C
€ 5.250,00
€ 0,00
Vervangen
€ 5.250,00
€ 9.013,62
2024
2027
0119-07
22 Normaal
Metselsteen
1,30 Niet verankerd
20
C
€ 1.000,00
€ 0,00
Onderhoud
€ 1.000,00
€ 34.066,94
2024
2024
Spinozalaan Koningin Julianaweg
0147-12
65 Zwaar
Beton
2,50 Niet verankerd
35
C
€ 1.000,00
€ 0,00
Onderhoud
€ 1.000,00 € 126.403,76
2024
2024
0157-02
4 Zwaar
Metselsteen
1,80 Niet verankerd
20
C
€ 100,00
€ 0,00
Onderhoud
€ 100,00
€ 7.120,78
2024
2024
Valkhof
0163-01
12 Normaal
Metselsteen
0,85 Niet verankerd
15
C
€ 300,00
€ 0,00
Onderhoud
€ 300,00
€ 17.183,56
2025
2025
Park de Werve
0171-01
75 Normaal
Beton
0,85 Niet verankerd
15
D
€ 90.000,00
€ 0,00
Vervangen
€ 90.000,00 € 112.199,14
2022
2025
Park de Werve
0171-02
44 Normaal
Beton
0,85 Niet verankerd
10
D
€ 45.000,00
€ 0,00
Vervangen
€ 45.675,00
€ 65.668,46
2022
2025
Parnashofweg
0192-01
12 Normaal
Beton
0,75 Niet verankerd
10
C
€ 400,00
€ 0,00
Onderhoud
€ 400,00
€ 16.765,05
2025
2025
Kerkstraat
0198-01
10 Zwaar
Beton
2,25 Verankerd
15
D
€ 17.550,00
€ 0,00
Vervangen
€ 17.550,00
€ 17.907,69
2021
2025
van Royenstraat
0203-04
6 Normaal
Metselsteen
1,70 Niet verankerd
15
C
€ 200,00
€ 0,00
Onderhoud
€ 200,00
€ 10.330,75
2024
2024
Veurse Achterweg
0250-08
89 Normaal
Metselsteen
0,65 Niet verankerd
10
D
€ 98.000,00
€ 0,00
€ 98.000,00 € 123.583,37
2023
2026
van Royenstraat Monseigneur van Steelaan BosboomToussaintstraat
0289-03
5 Normaal
Metselsteen
1,50 Niet verankerd
20
C
€ 4.800,00
€ 0,00
€ 4.800,00
€ 7.683,30
2024
2025
0292-01
6 Normaal
Metselsteen
1,95 Niet verankerd
20
C
€ 5.250,00
€ 0,00
Vervangen Groot Onderhoud Groot Onderhoud
€ 5.250,00
€ 10.026,67
2024
2025
0292-05
8 Zwaar
Beton
1,80 Niet verankerd
5
D
€ 11.700,00
€ 575,00
€ 14.170,62
2021
2025
0328-02
4 Normaal
Beton
1,00 Onbekend
15
C
€ 3.000,00
€ 0,00
€ 3.000,00
€ 5.494,88
2025
2026
Veurse Achterweg
0711-04
6 Normaal
Metselsteen
1,35 Verankerd
C
€ 4.800,00
€ 0,00
€ 4.800,00
€ 8.477,44
2024
2025
Veurse Achterweg
0732-01
41 Normaal
Metselsteen
0,55 Niet verankerd
15 niet ingevuld
Vervangen Groot Onderhoud Groot Onderhoud
€ 12.275,00
Oosteinde
C
€ 1.500,00
€ 0,00
Onderhoud
€ 1.500,00
€ 57.301,33
2025
2026
Veurse Achterweg
0732-04
29 Normaal
Metselsteen
0,55 Niet verankerd
7
D
€ 33.600,00
€ 0,00
€ 33.600,00
€ 39.764,90
2023
2027
Binnenweg
0732-08
101 Normaal
Metselsteen
0,65 Niet verankerd
15
C
€ 4.500,00
€ 0,00
€ 4.500,00 € 140.124,78
2025
2026
Stompwijkseweg
0733-02
274 Zwaar
Beton
1,15 Verankerd
40
C
€ 8.000,00
€ 0,00
€ 8.000,00 € 492.225,29
2027
2027
Stompwijkseweg
0743-03
488 Zwaar
Beton
1,55 Verankerd
40
C
€ 5.000,00
€ 0,00
Vervangen Groot Onderhoud Groot Onderhoud Groot Onderhoud
€ 5.000,00 € 951.038,01
2027
2027
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
2
Projectgerelateerd
Bijlage 4C: Maatregelcheck en overzicht inspectieresultaat beschoeiingen (hout, GVC en kunststof) Maatregelcheck: Te vervangen beschoeiingen (paars) en toekomstig onbeschoeid (roze)
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
3
Projectgerelateerd
en Wilsveen
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
4
Projectgerelateerd
Overzicht te vervangen beschoeiingen hout, GVC en kunststof volgens de inspectie 2019 Beschoeiingen hout, GVC en kunststof Som 5 jaar
Opmerking
Jaarsommen 2024
€ 167.817
2025
€ 165.008
2026
€ 166.998
2027
€ 164.421
Totaal 2023-2027
€ 664.245
Gemiddeld / jaar
€ 166.061
Afronding
€ 170.000
In de maatregeltoets zijn de beschoeiingen in deze lijst beoordeeld en is een keuze gemaakt tussen vervangen van de beschoeiing of niet vervangen (omvormen tot een onbeschoeide oever). In een enkel geval zal een natuurvriendelijke oever haalbaar zijn of wordt alleen een reparatie uitgevoerd. Het omvormen tot een onbeschoeide oever gebeurd meestal door natuurlijk verval. In een aantal situaties wordt de inrichting van het talud aangepast. Dit betreft gemiddeld ongeveer 100 m per jaar. Bij 400 m gemiddeld per jaar wordt de biodiversiteit versterkt. De planning van de maatregelen is verdeeld over de jaren 2024 tot en met 2027 op basis van een prioriteitenstelling, waarbij veiligheid en meldingen een rol spelen. Hieronder volgt een tabel met de inspectieresultaten uit 2019 voor de te behouden beschoeiingen met beeldkwaliteit C en D. Op basis van deze tabel en aanvullende veldbezoeken om recente informatie in te winnen en de veiligheid te beoordelen worden vervangingsprojecten samengesteld, waarbij de gehele vaklengte wordt vervangen. Plaatselijk benodigde onderhoudsmaatregelen worden niet uitgevoerd als het hele vak verouderd is, tenzij de situatie onveilig is.