3386 Beheerplan kunstwerken en oevers 2024-2027
Tekst van het document
RAPPORT Beheerplan civiele kunstwerken en oevers Areaal, kwaliteit en kosten 2024-2027 Klant:
gemeente Leidschendam-Voorburg
Referentie: BG9228-MI-RP-230330-1447 Status:
Definitief/2
Datum:
4 december 2023, gewijzigd door gemeente LV
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 70 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Beheerplan civiele kunstwerken en oevers Ondertitel: Beheerplan Civiele kunstwerken en oevers Referentie: BG9228-MI-RP-230330-1447 Status: 2/Definitief Datum: 4 december 2023 Projectnaam: Beheerplan kunstwerken Projectnummer: BG9228 Auteur(s): Jos Reinders Opgesteld door: Jos Reinders Gecontroleerd door: Ewald Oude Luttikhuis, Geert van Rhijn Datum: 30 maart 2023 Goedgekeurd door: Jos Reinders Datum: 30 maart 2023
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 24 november 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
3
2
Beheerkaders
4
2.1
Onderhoudsvormen
4
2.2
Wat willen de belanghebbenden?
5
2.3
Normen en regelgeving
8
2.4
Beheersystematiek
10
3
Terugblik 2016-2022
11
3.1
Civiele kunstwerken
11
3.2
Inventarisatie beschoeiingen en overige kademuren
12
4
Beheerstrategie
13
4.1
Beheerstrategie civiele kunstwerken
13
4.2
Beheerstrategie beschoeiingen uit het WRP
16
4.3
Beheerstrategie versterken biodiversiteit van de onbeschoeide oevers
18
5
Huidige Situatie
19
5.1
Areaal
19
5.2
Ouderdom civiele kunstwerken
21
5.3
Actuele kwaliteit civiele kunstwerken
21
5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4
Nadere onderzoeken Monitoren toestand Constructieve veiligheid Kademuren
23 24 24 24
5.3.4.1
Kademuur Rijn-Schiekanaal (Oude Haven)
24
5.3.4.2
Kademuur Oosteinde (t.h.v. Park Vreugd & Rust)
25
5.3.4.3
Kademuur Laan van Nieuw Oosteinde (nabij Park te Werve)
26
5.4
Overige kademuren van beton, staal of metselwerk
26
5.5
Beschoeiingen van hout, GVC en kunststof
27
6
Onderhoudsplanning
30
6.1
Civiele kunstwerken
30
6.2
Beschoeiingen van hout, GVC en kunststof
30
6.3
Onbeschoeide en natuurvriendelijke oevers
31
7
Financiën
32
7.1
Civiele kunstwerken en kademuren van beton, staal en metselwerk
32
7.1.1
Beschikbare middelen civiele kunstwerken
32
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
1
Projectgerelateerd
7.1.2
Benodigde middelen civiele kunstwerken
33
7.2
Beschoeiingen van hout, GVC en kunststof
35
7.2.1 7.2.2
Beschikbare middelen beschoeiingen Benodigde middelen beschoeiingen van hout, GVC en kunststof
35 35
7.3
Onbeschoeide en natuurvriendelijke oevers
37
7.3.1 7.3.2
Beschikbare middelen Benodigde middelen
37 37
7.4
Confrontatie beschikbare en benodigde middelen
37
7.5
Investeringen na de planperiode
39
7.6
Kaders vanuit het Water en Rioleringsplan 2022-2027
39
8
Conclusies en aanbevelingen
40
9
Risicoparagraaf
41
10
Ontwikkelagenda
42
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
4 december 2023
Wettelijke kaders Vervangen kunstwerken 2016-2021 Areaal Meerjaren-onderhoudsplan
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
2
Projectgerelateerd
1
Inleiding
Dit rapport gaat over het beheer en onderhoud aan de civiele kunstwerken en beschoeiingen in de gemeente Leidschendam-Voorburg. In de praktijk blijkt het onderscheid niet eenduidig te maken tussen bruggen en duikers en ook tussen kades en grote constructieve beschoeiingen. Samenvoegen van alle constructies in één rapport heeft voordelen qua efficiëntie en kostenverdeling. Het rapport geeft inzicht in de kwaliteit van de objecten, relevante beheer- en beleidsissues en geeft richting aan keuzes voor het kwaliteitsniveau. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de beheerstrategie, het onderhoudsprogramma voor de komende planperiode en de daaraan gerelateerde benodigde budgetten die nodig zijn voor de instandhouding van de objecten. Met objecten worden in dit geval de civiele kunstwerken en de beschoeiingen bedoeld. Het rapport beslaat de periode 2023 - 2027 met een doorkijk tot 2030. Inhoud van het beheerplan kunstwerken Het beheerplan omvat een plan voor: civiele kunstwerken zoals bruggen, steigers, tunnels, grote kademuren (vaak in de havens) enz. als voor de constructieve duikers (ter plaatse gebouwd) overige kades van staal, beton en metselwerk beschoeiingen van hout en (glasvezelversterkte) kunststof onbeschoeide oevers De geprefabriceerde duikers en eventuele frontmuren zijn opgenomen in het Water- en Rioleringsplan.
Voorbeeld brug
Voorbeeld beschoeiing
De meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) heeft een directe relatie met de inspectieresultaten; de MJOP is in dit beheerplan voornamelijk gericht op het bepalen van de benodigde budgetten. Buiten de scope vallen de civiele kunstwerken volledig in eigendom en beheer van derden zoals aanwonenden, vergunninghouders, provincie, RWS en ProRail. De kosten voor beheer en instandhouding van deze constructie komen volledig ten laste van derden. In het financiële deel worden naast het onderhoud ook renovaties / vervangingen opgenomen, voor zover dat uit de uitgevoerde inspecties naar voren is gekomen. Onderdeel van het rapport is een advies over het gewenste financieringsmodel, dat past binnen de kaders van de Notitie Materiele Vaste Activa van januari 2020 en de werkwijze van de Gemeente Leidschendam-Voorburg. Dit beheerplan wordt tenminste vierjaarlijks geactualiseerd, synchroon met de bestuur cyclus of indien er significante wijzigingen zijn in relatie tot de begroting1. 1 Conform de BBV is een actueel beheerplan (maximaal 5 jaar) verplicht wanneer een voorziening als in Artikel 44 lid 1c in het leven is geroepen.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
3
Projectgerelateerd
2
Beheerkaders
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende belanghebbenden binnen de gemeente en de verwachtingen die zij hebben. Ook wordt stilgestaan bij wet- en regelgeving waaraan de gemeente moet voldoen. Tot slot wordt in het kort de methodiek van Wegbeheer beschreven.
2.1
Onderhoudsvormen
Voor de aanpak van het onderhoud is eenduidigheid in de duiding van begrippen cruciaal. Hieronder volgt de definiëring van de meest relevante onderhoudsvormen, afkomstig uit de Nota Kapitaalgoederen 20182022, de BBV en in overeenstemming met de interpretatie van het betrokken projectteam: - Groot onderhoud: o Uitvoering van correctieve maatregelen, als gevolg van slijtage na een langere periode van gebruik, om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Groot onderhoud dient zich in de regel aan, is daarom vaak gepland, is veelal ingrijpend van aard en betreft een groot of belangrijk deel van het object. - Klein onderhoud: o Preventieve maatregelen en dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van tevoren vastgesteld kwaliteitsniveau. - Dagelijks onderhoud: o Dagelijks onderhoud gaat om maatregelen met een hoge frequentie en een repeterend karakter. Het doel van deze maatregelen is het borgen van de functionaliteit en de netheid van de betreffende constructie voor het dagelijks gebruik. Voor de civiele kunstwerken valt het dagelijks onderhoud onder de noemer klein onderhoud.
- Achterstallig onderhoud: o Onderhoud dat niet op tijd is uitgevoerd, waardoor een onderhoudsrichtlijn is overschreden en niet (meer) wordt voldaan aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau (technisch/ veiligheid). Achterstallig onderhoud kan leiden tot schade en/of onveilige situaties, hetgeen vaak leidt tot hogere herstelkosten (kapitaalvernietiging). - Vervanging / Renovatie: o Onder vervanging / renovatie wordt verstaan de vervanging van de constructie aan het eind van de levensduur of een aanpassing aan de constructie waarbij de restlevensduur substantieel wordt verlengd. Vervanging / renovatie wordt gezien als een investering en maakt onderdeel uit van de het investeringsprogramma. - Investering: o Het vastleggen van vermogen in een object waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Onder investeringen in de openbare ruimte vallen o.a. vervangingen en renovatie van bruggen en viaducten. - Onderhoudskosten: o De kosten van klein en groot onderhoud die niet levensduur verlengend zijn, inclusief achterstallig onderhoud.
. 4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
4
Projectgerelateerd
2.2
Wat willen de belanghebbenden?
Politiek, bedrijven en inwoners hebben naast een gezamenlijk belang met de openbare ruimte ook een individueel belang. De inwoners van de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn het belangrijkst, zij worden vertegenwoordigd door de gemeenteraad en het college. De inwoners zijn niet alleen de gebruikers van de openbare ruimte maar hebben ook een toenemende participatierol hierin te vervullen. De bedrijven zijn belangrijk met het oog op onder meer de werkgelegenheid in de lokale economie. In het huidige coalitieprogramma ‘Verbinden’, vertrouwen, vooruitgang 2022-2026’ is hier invulling aangegeven. Doelstelling
Toelichting
Politiek Een fijne plek om te leven
Leefbaarheid gaat over het samenspel tussen fysieke kwaliteit, sociale kwaliteit, sociale kenmerken en veiligheid van de omgeving. Voor de openbare ruimte heeft de coalitie de wens om deze schoon, heel en veilig te houden, met behoud en versterking van het groene karakter. Op specifieke locaties wil zij de openbare ruimte opwaarderen met hoogwaardig materiaal. Bij het beheer van kunstwerken richt de gemeente zich voornamelijk op het heel en veilig houden van de rijdekken.
Duurzaamheid door toekomstbestendige goede constructies
Een duurzame toekomst: een goed beheer en onderhoud (rentmeesterschap) is bij uitstek een duurzame taak. Vertaald naar beheer betekent dit onder andere op het juiste moment onderhoud uitvoeren om de levensduur te behalen en kapitaalvernietiging te voorkomen.
Klimaatadaptatie voor een gezonde leefomgeving
Door klimaatverandering ontstaat vaker extreem weer zoals hevige regen- en sneeuwbuien. De gemeente wil daarom meer groen en voldoende waterberging. Voor de civiele kunstwerken speelt alleen de eventuele snelle afwatering een rol bij beheer. Uit het Water- en rioleringsplan volgt een voorkeur voor onbeschoeide of natuurvriendelijke oevers om de biodiversiteit te stimuleren. Dit gaat boven de beeldkwaliteit van de constructie.
Veiligheid en gezondheid in de leefomgeving
Alle verschillende verkeersstromen moeten zo veilig mogelijk door de gemeente kunnen plaatsvinden. Dit heeft grotendeels met de inrichting van de openbare ruimte te maken, maar ook in het beheer geeft de gemeente hier volop aandacht aan. Extra aandacht heeft de gemeente voor de veiligheid van de langzaam verkeersroutes, door ervoor te zorgen dat de kwaliteit van die rijdekken op peil blijft.
Kwaliteit op peil houden voor een veilige en gezonde leefomgeving.
De gemeente houdt de kwaliteit van de kunstwerken en beschoeiingen op peil. Dit betekent dat de kunstwerken conform geldende richtlijnen en de beeldkwaliteitsambitiekaart (zie figuur 2) op peil gehouden worden en kapitaalvernietiging door achterstallig onderhoud zoveel als mogelijk wordt voorkomen. Voor kunstwerken is de functie en constructieve veiligheid van groot belang.
Bereikbaarheid
Een goede bereikbaarheid is belangrijk. De gemeente zorgt ervoor dat de doorstroming op het wegennet, voor zowel langzaam als snelverkeer, optimaal is. Knelpunten hebben hierbij prioriteit. Bij het onderhoud van de civiele kunstwerken vindt op tactische en operationeel niveau afstemming plaats met het verkeervervoersplan, onderhoud aan de VRI’s en wegen.
Bedrijven Bereikbaarheid
Goede bereikbaarheid betekent een goed onderhouden verkeersstructuur, waardoor het bedrijfsverkeer snel en niet met te veel oponthoud (ook voor het overig verkeer) haar bestemming bereikt. Dat betekent een slimme onderhoud strategie waarbij de niet-beschikbaarheid wordt beperkt.
Inwoners Vlot en veilig bewegen
Alle inwoners willen op een vlotte en veilige wijze gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Communicatie en informatie zijn belangrijk, zeker bij meldingen en werkzaamheden aan bruggen. De kwaliteit van de rijdekken bepaalt de mate van veiligheid van het (weg)gebruik. Ter ondersteuning van de wens van de coalitie om lopen en fietsen veiliger te maken, heeft de gemeente extra aandacht voor het op peil houden van voet- en fietspaden over bruggen.
Tabel 1: Aandachtspunten uit coalitieakkoord 2022-2026
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
5
Projectgerelateerd
In het coalitieakkoord zijn opgaven genoemd om de beleving van de ruimtelijke kwaliteit en de bereikbaarheid te verbeteren. d Bij gebiedsgerichte impulsen / herinrichting, zoals het Damcentrum, Huygenskwartier en Stompwijk, wordt de nadruk gelegd op klimaatadaptatie. Deze ingrepen zijn integraal van karakter en worden vanuit investeringen gedaan. De beheerafdeling van de gemeente wil bij elke herinrichting of in/uitbreiding van het areaal een beheerparagraaf opgesteld wordt, waarin de (financiële) consequenties voor het beheer worden aangegeven. Voor civiele kunstwerken kunnen vervangingen worden gefinancierd vanuit dergelijke ontwikkelingen; deze komen uiteraard niet ten laste van het onderhoudsbudget van civiele kunstwerken. Het kan ook zijn dat projectinvesteringen (deels naar rato van de verstreken levensduurverwachting) worden gefinancierd uit de vervangingsinvesteringen vanuit het beheerplan. Beheerkwaliteit In december 2017 is het beheerkwaliteitsplan (BKP) door de raad goedgekeurd. Binnen dit plan wordt de openbare ruimte onderverdeeld in drie kwaliteitsniveaus conform CROW-publicatie 323: - Beeldniveau Goed (A): Representatief en hoogwaardig o Gebieden met een goed beheerniveau zijn de bijzondere en/of karakteristieke gebieden. Het geldt voor alle winkelgebieden binnen de gemeente, het stationsgebied Voorburg en het bestuurscentrum in Leidschendam.
Dit zijn markante gebieden die een representatieve functie hebben. Ze zijn meestal met bijzondere en/of karakteristieke elementen of constructies ingericht. Het beheeruitgangspunt is dat de openbare buitenruimte gekenmerkt wordt door een aantrekkelijk, goed verzorgd en schoon beeld en in een verkeersveilige situatie verkeert. - Beeldniveau Voldoende (B): Verzorgd en duurzaam o De woongebieden en bedrijventerreinen behoren tot beheerniveau Voldoende. Als beheeruitgangspunt geldt, dat de openbare ruimte wordt gekenmerkt door een goed verzorgd en schoon beeld en in een verkeersveilige situatie verkeert. - Beeldniveau Matig (C): Functioneel en doelmatig o Het buitengebied is ingedeeld bij beheerniveau Matig. Als beheeruitgangspunt geldt, dat de openbare ruimte wordt gekenmerkt door een acceptabel en verzorgd en schoon beeld en in een verkeersveilige situatie verkeert. Figuur 1: Verdeling van drie gebiedstypen uit het BKP.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
6
Projectgerelateerd
Figuur 2: Weergave gebieden beheerniveaus
Figuur 3: Detailuitwerking centrumgebieden
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
7
Projectgerelateerd
Bij het bepalen van de gewenste kwaliteit van het areaal wordt vaak gebruik gemaakt van de beeldkwaliteitssystematiek, vastgelegd in CROW-publicatie 323. Voor civiele kunstwerken speelt, naast de beeldkwaliteit, de functie en constructieve (technische) veiligheid natuurlijk een grote rol. Voor beschoeiingen in groenvoorzieningen zijn de kwaliteiten duurzaamheid en biodiversiteit van belang. De onderstaande tabel 2 laat zien wat de relatie is tussen deze twee systematieken. Beeldkwaliteit (323)
Functionele en technische kwaliteit
A+
Zeer goed
Nagenoeg ongeschonden
Alle functies worden vervuld en er is geen schade.
A
Goed
Mooi en comfortabel
Alle functies worden vervuld en er is enige schade.
B
Voldoende
Functioneel
Alle functies worden voldoende vervuld. De waarschuwingsgrens is overschreden; schades moeten conform regulier onderhoud worden hersteld. Het vervullen van de functies staat onder druk door C
Matig
schades
Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van
en
gebreken.
Onderzoek
constructieve
veiligheid gewenst. Correctief en regulier onderhoud
hinder
binnen 3 jaar noodzakelijk. Achterstallig onderhoud is zich aan het opbouwen. Het kunstwerk vervult de functies niet naar behoren of
Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, D
Te slecht
niet. Er is sprake van veel schades en gebreken, er is
functieverlies, juridische aansprakelijkstelling of
sprake
sociale onveiligheid
van
achterstallig
onderhoud.
Onderzoek
constructieve veiligheid urgent noodzakelijk.
Tabel 2: classificatie beeldkwaliteit / technische kwaliteit.
2.3
Normen en regelgeving
De gemeente Leidschendam-Voorburg is verplicht om te voldoen aan de volgende landelijke wetten en eisen bij het beheer en onderhoud van haar objecten. Een samenvatting hiervan is weergegeven in tabel 3. Voor meer details zie bijlage 1. Wet
Inhoud
Grondwet
Zorg
Effect op civiele kunstwerken en beschoeiingen
van
de
bewoonbaarheid
overheid van
gericht
op
de De zorg voor een goede weginfrastructuur inclusief
land
en
de civiele kunstwerken.
het
bescherming en verbetering van het leefmilieu Burgerlijk Wetboek
Hierin is de aansprakelijkheid geregeld voor De beheerder moet aantonen wat hij heeft gedaan om schade als gevolg van een onrechtmatige daad. risico’s voor de weggebruiker te beperken en dat hij structureel aan monitoring en onderhoud doet.
Wet Milieubeheer
In deze wet is aangegeven welke stoffen als De vrijkomende materialen bij onderhoud aan civiele afvalstoffen zijn aangemerkt en niet zonder kunstwerken. beschermende maatregelen in het milieu worden gebracht.
Wegenwet en
In
Wegenverkeerswet
Wegenverkeerswet (artikel 2) is vastgelegd dat de weggebruikers gewaarborgd is. Tot de zorgplicht
de
Wegenwet
(artikel
15)
en
de De beheerder moet ervoor zorgen dat de veiligheid van
de wegbeheerder zorgplicht heeft ten aanzien behoort ook dat de bruikbaarheid van het rijdek (op de van het onderhouden van zijn wegen.
4 december 2023
civiele constructie) wordt gewaarborgd.
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
8
Projectgerelateerd
Wet
Inhoud
Effect op civiele kunstwerken en beschoeiingen
Wet Geluidhinder (WGh) Hierin is het bestrijden en voorkomen van Voor kunstwerken is dit onder andere bij de aanleg van geluidshinder ten gevolge van wegverkeer, een nieuwe civiele kunstwerken, de bouw van nieuwe railverkeer en industrie vastgelegd.
woningen nabij de wegen en bij aanpassingen van bruggen.
Wet Besluit begroting en Het is wettelijk vastgelegd dat gemeenten, Voor beheer van civiele kunstwerken en beschoeiingen verantwoording (BBV)
provincies
en
waterschappen
jaarlijks betekent dit dat de uitvoeringsinformatie moet bestaan
begrotings- en verantwoordingsstukken moeten uit een onderbouwd totaaloverzicht van de geraamde opstellen. Voor gemeenten en provincies is de financiële baten en lasten, ten tijde van de begroting en regelgeving hieromtrent vastgelegd in het Besluit hetzelfde begroting en verantwoording (BBV).
totaaloverzicht
van
de
gerealiseerde
financiële baten en lasten per taakveld, ten tijde van de jaarstukken.
Omgevingswet
Vanaf 1-1-2024 is de Omgevingswet van kracht. De Waterwet, Wet inzake de luchtverontreiniging, Verschillende bestaande wetten gaan geheel of Monumentenwet 1988, Wet bereikbaarheid en mobiliteit grotendeels op in de Omgevingswet.
en
Wet
milieubeheer
vallen
dan
onder
de
Omgevingswet. Tabel 3: relevante wet- en regelgeving
Voor het beheer van de civiele kunstwerken en beschoeiingen zijn door het kennisinstituut CROW, NEN en CUR diverse richtlijnen opgesteld, die landelijk door de meeste gemeentelijke organisaties worden gebruikt. In onderstaande tabel zijn deze weergegeven. Als gemeente ligt het voor de hand deze richtlijnen te volgen. Normen
Inhoud
CROW-publicatie 145 Beheerkosten Openbare Ruimte
Effect op civiele kunstwerken en beschoeiingen De systematiek uit deze publicatie helpt om de juiste beleidskeuzes te maken voor het beheer van de openbare ruimte. De systematiek is ook te hanteren als een landelijke referentie voor beheer van infrastructuur.
CROW-publicatie 185 Handboek aansprakelijkheid Dit handboek bundelt technische en juridische kennis om aansprakelijkstelling beheer openbare ruimte.
te voorkomen. Het handboek bevat handreikingen om beter om te gaan met meldingen, onderhoud, inspectie en claimbehandeling. De opgenomen claimrisico meter geeft de beheerder eenvoudig inzicht in de claimrisico’s. Ook zijn voorbeelden van jurisprudentie opgenomen. Die geven aan welke afwegingen een rechter maakt bij de beoordeling van aansprakelijkstellingen
CROW-publicatie 323 Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2013
De foto’s, beschrijvingen en prestatie-eisen in de kwaliteitscatalogus stellen beheerders van openbare ruimte in staat om inzichtelijk te communiceren met hun bestuurders, gebruikers en uitvoerders van het onderhoud. De kwaliteitscatalogus 2013 bevat ruim 200 beeldmeetlatten met vijf kwaliteitsniveaus, variërend van zeer hoog (A+) tot zeer laag (D), waarmee de gewenste kwaliteit per gebied kan worden gekozen.
NEN 2767-4
Conditiemeting
De norm NEN 2767-4 is een methodiek om de conditie van infrastructuur op objectieve en eenduidige wijze te bepalen.
CUR- Aanbeveling
Kaders inspectie en
CUR-Aanbeveling 117 biedt opdrachtgevers en -nemers handige kaders, zodat
117
onderzoek
zij de inspectie, het onderzoek en het beheren van civiele kunstwerken systematisch aan kunnen pakken. Met als resultaat kostenbesparing en een gewaarborgde kwaliteit én veiligheid.
Tabel 4: relevante normeringen en richtlijnen
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
9
Projectgerelateerd
2.4
Beheersystematiek
Voor het onderhouden van de civiele kunstwerken en beschoeiingen zijn geen landelijke richtlijnen ontwikkeld zoals bij wegen en riolering. Wel is er een redelijke consensus over gehanteerde methodes die door de beheerder kan worden gekozen. Er wordt veelal gekozen voor TAO, ToestandsAfhankelijk Onderhoud. Dit is een praktische benadering waarbij op basis van de huidige staat en een bepaald gekozen onderhoudsniveau, correctief en klein en dagelijks onderhoud in een meerjarige onderhoudsplanning wordt opgenomen. In hoofdstuk 2.2 is de gewenste kwaliteit opgenomen. Daarnaast kan ook gekozen worden voor een risico gestuurde aanpak; hierbij worden voor verschillende beleidsthema’s (bv veiligheid, bereikbaarheid, leefbaarheid, gevolgschade en imago) bij het areaal de risico’s bepaald en adequate beheersmaatregelen opgenomen in een planning. De risicoaanpak bepaalt dus vooral de prioriteitsstelling van de maatregelen uit de TAO. Een nadeel van de risicoaanpak kan zijn dat onderhoud met lage prioriteit leidt tot snellere achteruitgang van constructies met uiteindelijk hogere kosten. Bovendien is veiligheid in beide benaderingen vaak een doorslaggevend criterium. Daarom is gekozen voor de traditionele aanpak: toestandsafhankelijk onderhoud, het TAO. Op basis van de technische urgentie wordt een planning opgesteld voor het uitvoeren van onderhoud (zie bijlagen 4).
Hierbij houdt men zo goed mogelijk rekening met de behoefte van de belanghebbenden (ambities), de wet- en regelgeving en overige zaken die specifiek zijn voor de gemeente. De technische urgentie is gebaseerd op het effect van schade op de aspecten veiligheid, bereikbaarheid, duurzaamheid en beeldkwaliteit. De risicobenadering is hierin verwerkt door aan veiligheid, gevolgschade en imago dezelfde risicoklasse toe te kennen en ook leefbaarheid, duurzaamheid en beeldkwaliteit gelijk te wegen. In het vervolg van dit beheerplan wordt onderscheid gemaakt tussen civiele kunstwerken en beschoeiingen. Oeverconstructies kunnen tot de beschoeiingen behoren of tot de civiele kunstwerken en zijn onderverdeeld naar: - Civiele kunstwerken: Grote kademuren en overige kades van beton, staal of metselwerk en betonnen damwanden enerzijds en - Beschoeiingen: Houten, GVC (Glasvezel versterkt cement) en kunststof oeverconstructies anderzijds. De houten beschoeiingen zijn constructief eenvoudig en hebben een sterkere relatie met het waterbeheer. De belangrijkste functie is het opvangen van golven en kleine hoogteverschillen overbruggen. Kades van beton, staal of metselwerk zijn constructief complexer wat leidt tot een ander materiaalgebruik en samenstelling en bedienen grotere functies, zoals aanleggen van schepen, waterkering met grote hoogteverschillen).
Daarom worden deze constructies als civieltechnische kunstwerken bestempeld. Kortheidshalve wordt de termen kademuren, kades of kadeconstructies gehanteerd.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
10
Projectgerelateerd
3
Terugblik 2016-2022 3.1
Civiele kunstwerken
Wat heeft de gemeente gerealiseerd? In deze afgelopen periode heeft de gemeente zich, naast regulier onderhoud, voornamelijk gericht op de vervangingen en nieuwbouw van civiele kunstwerken. In totaal zijn er 21 civiele kunstwerken vervangen tot 2022; circa 5 per jaar. Vier van deze civiele kunstwerken zijn te kwantificeren als nieuwbouw en zijn vanuit een apart project gestart. Zie bijlage 2 voor een overzicht van civiele kunstwerken die in de afgelopen jaren vervangen zijn. Budget beperking uitgevoerd onderhoud Het budget voor het regulier klein onderhoud tot 2016 was gebaseerd op constructieve veiligheid en niet op het handhaven van het gewenste kwaliteitsniveau. In de periode 2016-2022 is het niet gelukt om de nieuw geïntroduceerde beeldkwaliteit te realiseren. Er diende keuzes te worden gemaakt op het terrein van de beeldkwaliteit; de achterstand in onderhoud heeft zich om die reden ook verder vergroot. Deze schades zijn echter niet van invloed op de restlevensduur en veiligheid van de civiele constructie, maar zijn vaak esthetische schades (beeldkwaliteit). Specifieke onderwerpen In de periode 2016-2022 is groot onderhoud uitgevoerd aan de Sijtwendebrug. De brug is geconserveerd en de besturing aangepast. Tevens zijn aanpassingen uitgevoerd aan de mechanische aandrijving.
Ook is in deze periode onderzoek uitgevoerd naar de draagkracht van de brug in de Westvlietweg nabij de spoorovergang van de Randstadrail. De brug is door een proefbelasting getest en de uitkomst was dat deze constructief veilig is. De kade bij de Mebin-locatie (Klein Plapoelpolder) is ook onderzocht en op een paar kleine dingen na is die technisch in orde.
Sijtwendebrug
Inspecties kunstwerken Om de 5 jaar vinden er toestandsinspectie plaats naar de onderhoudstoestand van het areaal. De beheerder stelt een protocol op om jaarlijks, met eigen personeel, “over de bruggen te lopen”; zijnde een schouw voor controle van calamiteiten en de veiligheid (350 uur). In 2021 is opdracht gegeven om het Voorburgse deel van het areaal te inspecteren (conform de CUR 117:2020). De inspectie voor Leidschendam en Stompwijk is in 2023 uitgevoerd en verwerkt in dit beheerplan. Aandacht voor kadeconstructies De zes grote kadeconstructies worden om de vijf jaar geïnspecteerd. De kwaliteit geeft, op de kade aan de Oude Haven na, geen aanleiding voor nadere inspecties en voor een vervangingsplanning. Voor het vervangen van de Kademuur Oude Haven is een separate kredietaanvraag toegekend door de raad in september 2022 (raadsbesluit 2868). In verband met afstemming met de werkzaamheden aan de Kerkbrug door Provincie blijkt uitvoering in 2023 niet mogelijk en in verband met het vaarseizoen 2024 is de uitvoering uitgesteld tot eind 2024. Vanuit risicobeheersing wordt de kade gemonitord en vindt tweewekelijks een visuele inspectie van het straatwerk plaats. De voorbereiding van de vervanging is gestart.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
11
Projectgerelateerd
3.2
Inventarisatie beschoeiingen en overige kademuren
In 2019 is een volledige inventarisatie uitgevoerd naar de aanwezigheid en toestand van de beschoeiingen en de lagere gemetselde kademuren van beton, staal en metselwerk als basis voor dit beheerplan. De inventarisatie heeft een actueel totaaloverzicht opgeleverd van het areaal, inclusief op de terreinen van gemeentelijke gebouwen en andere faciliteiten. De inventarisatie omvat ook beoogde maatregelen aan houten beschoeiingen, zoals aanvullen spoelgaten, herstellen schades en vervangen van (delen van) objecten. De te vervangen houten beschoeiingen met een restlevensduur tot 8 jaar hebben een maatregeltoets ondergaan. Hiermee zijn de benodigde vervangingsinvesteringen teruggebracht van gemiddeld € 400.000 naar € 160.000 per jaar (prijspeil 2021). Een belangrijke besparing komt voort uit het stimuleren van de biodiversiteit langs de oevers, waardoor lage beschoeiingen niet vervangen worden, maar er vanzelf een onbeschoeide oever ontstaat met aan afscheidende begroeiing. Conform het vorige beheerplan “Baggeren en beschoeiingen 2010” konden alleen een klein aantal werkzaamheden worden uitgevoerd vanuit veiligheid. De lagere kademuren van beton, staal en metselwerk zijn niet volledig geïnspecteerd, maar in het algemeen visueel wel goed van kwaliteit. Dat komt omdat de levensduur van 60-100 jaar sinds de aanleg (vanaf 1950) nog niet is verstreken.
Wel is duidelijk dat in de komende planperiode een beter inzicht in de restlevensduur moet komen om tijdig een beeld te krijgen van de benodigde vervangingsinvesteringen. Enkele uitzonderingen zijn de kademuur langs het President Kennedyplein (noordzijde) en de schanskorven langs de Van Alphenstraat. Ook uit de meldingen openbare ruimte komen verder geen aandachtspunten naar voren. In geval van onveilige situaties zijn wel werkzaamheden uitgevoerd. Veel houten beschoeiingen zijn vanwege stimuleren van de biodiversiteit niet vervangen. De houten beschoeiingen worden omgevormd tot een onbeschoeide of natuurvriendelijke oever. Dit heeft geleid tot lagere kosten. Jaarlijks worden uit oogpunt van veiligheid diverse houten, GlasvezelVersterktCement (GVC) en kunststof beschoeiingen gerepareerd. Op specifieke locaties zijn vanuit veiligheid beschoeiingen geheel vervangen; in de Westvlietweg, De Wickelaan, Verzetsheldenwijk, langs de zijstraten van de Laan van Dobbe tot Zegge, Doctor van Noortstraat en de Van Ruysdaellaan. Reparaties zijn uitgevoerd aan de van Nicolaas Beetslaan, Van Alphenstraat, Aart van der Leeuwkade, Wilsveen en de Corbulokade alsmede op de volkstuinverenigingen Essesteijn en Arentsburghlaan. In het revitaliseringsproject de Rietvink is de beschoeiing langs de Voordensingel vervangen.
In het project Damcentrum zijn rond de nieuwe Plaspoelhaven de beschoeiingen vervangen zodat ze aan de nieuwe eisen als waterkering en als recreatiehaven voldoen. Een gedeelte is als natuurvriendelijke oever ingericht. Bij de realisatie van waterberging in het Waterspoorpark en Park ’t Loo zijn veel beschoeiingen vervangen door onbeschoeide of natuurvriendelijke oevers. Langs de Burgemeester Kolfschotenlaan, de Hanny Schafstraat en het Bernard IJzerdraadtplantsoen zijn vanuit de duurzaamheids-ambitie twee natuurvriendelijke oevers gerealiseerd.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
12
Projectgerelateerd
4
Beheerstrategie
De beheerstrategie is afgestemd op het voldoen aan wet en regelgeving en het vastgestelde beleid. Om het onderhoud te kunnen sturen wordt gewerkt met het opstellen van uitvoeringsprogramma’s. Hiermee worden de strategische beleidsdoelen en de wensen vanuit de praktijk vertaald naar een jaarlijks onderhoudsprogramma. Dit proces is in figuur 4 weergegeven.
Figuur 4: programmatisch werken In dit hoofdstuk is eerst de beheerstrategie voor civiele kunstwerken beschreven, die ook geldt voor beschoeiingen en oevers. Vervolgens is de strategie aangevuld voor beschoeiingen en oevers op basis van het Water- en Rioleringsplan 2022-2027.
4.1
Beheerstrategie civiele kunstwerken
In de volgende tabellen staat beschreven hoe men invulling geeft aan de beheertaken. Algemene doelstellingen
Beheermaatregel/actie
Wet- en regelgeving Grondwet: Zorgen voor een goede infrastructuur
Een goede weginfrastructuur is in de gemeente ingedeeld met de indeling in beheerniveaus voor de wegen en bijbehorende kunstwerken, met extra oog voor de aandachtsgebieden
Burgerlijk wetboek: Aansprakelijkheid
De gemeente voert inspecties uit op basis waarvan ze planmatig onderhoud uitvoeren. Het groot onderhoud wordt op de markt gezet volgens inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente. Het klein onderhoud wordt meestal uitgevoerd op regiebasis met een (plaatselijke) aannemer of door vakmensen uit het wijkteam van de gemeentelijke buitendienst
Wet milieubeheer: Regels rondom vrijkomende materialen
Onderhoudswerkzaamheden wordt via bestekken op de markt uitgezet, waarin is opgenomen dat vrijkomende materialen conform de wet Milieubeheer worden behandeld.
Wet geluidhinder (WGh): estrijden en voorkomen van geluidshinder ten gevolge van wegverkeer, railverkeer en industrie
Voor bruggen, viaducten en tunnels gaat hiervoor vooral de aandacht naar voegovergangen en rij-ijzers die zo min mogelijk geluid produceren bij verkeerspassages. Tevens wordt gekeken naar geluid reducerende slijtlagen en asfaltlagen in overeenstemming met de aansluitende rijbanen.
Waterwet / Keur Hoogheemraadschap van Delfland / Keur Hoogheemraadschap van Rijnland
De oeverinrichting met kunstwerken en het vervangen van duikers en bruggen vereist een watervergunning van de hoogheemraadschappen, waarbij een aantal voorschriften worden opgevolgd die voornamelijk de waterveiligheid van waterkeringen, het hydraulisch profiel, het waterbergend oppervlak en materiaalgebruik betreffen.
Tabel 5: beheerstrategie t.a.v. wet- en regelgeving
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
13
Projectgerelateerd
Doelstelling belanghebbenden
Beheermaatregel/actie
Politiek
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
De gemeente past indien mogelijk duurzame materialen (gerecyclede of te recyclen) toe, gerelateerd aan de levensduur van de kunstwerken. Daarnaast stuurt zij op zo min mogelijk onderhoudsmomenten gedurende de levensduur en een zo lang mogelijke economisch verantwoorde levensduur. De oeverinrichting is bij voorkeur onbeschoeid en biedt kansen aan ontwikkeling van de biodiversiteit.
Veiligheid
De gemeente borgt de veiligheid door het onderhoud te prioriteren, waarbij extra zorg is voor veiligheid aan civiele kunstwerken in drukke wegen en/of knooppunten en in fietspaden. De veiligheid voor overstromingen bij kunstwerken in waterkeringen wordt gegarandeerd door intensieve afstemming met het betreffende hoogheemraadschap.
Bereikbaarheid
Er wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met de bereikbaarheid bij het prioriteren van het onderhoud en stellen projectmatig omleidingsroutes in. Onderhoud aan de bruggen in de hoofdstructuur doet de gemeente zo integraal als mogelijk om het aantal onderhoudsmomenten (en dus belemmering van de verkeersdoorstroming) te beperken. De doorvaarhoogte van bruggen is passend.
Inwoners betrekken
Er vindt communicatie plaats bij het uitvoeren van onderhoud. Hierbij geeft de gemeente aandacht aan de wensen van de inwoners en belangenverenigingen en kijken naar mogelijkheden om kleine knelpunten mee te nemen bij het onderhoud. Dit betreft vooral wegen en wijziging van de oeverinrichting; groot onderhoud aan civiele kunstwerken kan dan integraal worden aangepakt.
Bedrijven Bereikbaarheid
Bij het uitvoeren van onderhoud raakt de bereikbaarheid in meer of mindere mate belemmerd. Het uitvoeren van onderhoud gebeurt in goed overleg en met goede communicatie met de betreffende betrokkenen.
Inwoners Vlot en veilig bewegen
De slijtlagen op de houten bruggen in fietspaden en voetpaden dienen van goede kwaliteit te zijn om de veiligheid van deze gebruiker te kunnen garanderen. Met name bij watergangen met alleen verticale oeverinrichtingen is een uitklimconstructie aanwezig. In havens zijn kademuren afgestemd op het aanmeren van recreatieve vaartuigen.
Tabel 6: beheerstrategie t.a.v. belanghebbenden
Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en de levenscyclus van assets (kapitaalgoederen) valt grofweg uiteen in twee typen activiteiten: levensduur waarborgend onderhoud (klein en groot onderhoud) en vervanging (renovatie en vervangingen). De levenscyclus van civiele kunstwerken in de openbare ruimte ziet er op hoofdlijnen, zoals weergegeven in figuur 5, als volgt uit:
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
14
Projectgerelateerd
Figuur 5: onderhoudscyclus
Voor de levenscyclus van bruggen vast en beweegbaar (niet van hout) wordt gemiddeld een technische levensduur van 80 jaar aangehouden. Voor de overige objecten hanteren wij de volgende technische levensduren: aanleginrichtingen 25-40 jaar duikers 80 jaar aanlegkades 80 jaar tunnels 80 jaar viaducten 80 jaar houten bruggen 30 jaar beschoeiingen hout 25 jaar beschoeiingen kunststof, GVC 40 jaar lage kademuren van beton, staal of metselwerk 80 jaar, staal 50 jaar Deze technische levensduur is een gemiddelde over het areaal. De werkelijke levensduur kan ook korter zijn als gevolg van tegenvallende onderhoudskosten (economische levensduur) of gewijzigde omstandigheden betreffende de inrichting van het gebied of het gebruik van het kunstwerk (functionele levensduur). Het is verstandig een afschrijvingstermijn van max. 2/3 van de technische levensduur te hanteren om te voorkomen dat wordt afgeschreven op investeringen die vroegtijdig zijn vervangen, bijv. als gevolg van gewijzigde omstandigheden. Het is belangrijk om de investering op dat moment afgeschreven te hebben. In de financiële verordening zijn kortere afschrijvingstermijnen dan de technische levensduur gehanteerd.
De afschrijvingstermijnen zijn: maximaal 40 jaar voor: tunnels, viaducten, niet gebrefabriceerde duikerbruggen en bruggen maximaal 25 jaar voor: waterkeringen en watergangen (steigers en beschoeiingen) kademuren: niet opgenomen in de financiële verordening Deze uitsplitsing is wat te grof, vandaar dat een nadere duiding is gegeven aan de verschillende afschrijvingstermijnen. 60 jaar voor grote gemetselde kademuren (volgens raadsbesluit kademuur Oude Haven), 20 jaar voor houten, kunststof en GVC-beschoeiingen en 40 jaar voor de overige objecten. De afschrijvingstermijn voor houten bruggen in de financiële verordening is dus te lang en wordt verlaagd naar 20 jaar. 20 jaar voor natuurvriendelijke oevers
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
15
Projectgerelateerd
De belangrijkste input voor het onderhoudsprogramma in bijlage 4 is de vijfjaarlijkse toestandsinspectie de kunstwerken volgens de CUR-richtlijnen. Elk halfjaar wordt de planning in bijlage 4 indien nodig bijgestuurd, waarbij rekening wordt gehouden met politieke vragen en wensen. Het klein en groot onderhoud wordt uitbesteed en de gemeente houdt toezicht op de kwaliteit van het uitgevoerde werk. Bij het vaststellen van het jaarprogramma wordt de volgende prioritering gevolgd: 1. houten bruggen; 2. beweegbare bruggen; 3. civiele kunstwerken in hoofdinfrastructuur; 4. overige civiele kunstwerken waaronder grond-, oever en waterkerende constructies (beton, staal en metselwerk); 5. houten en kunststof beschoeiingen. De hoogste prioritering krijgt de risico’s van sterkte en stabiliteit en daarna de beeldkwaliteit. Houten bruggen worden als beeldbepalend ervaren. De beweegbare bruggen en kunstwerken in de hoofdinfrastructuur zijn minder beeldbepalend, maar wel zeer belangrijk voor de bereikbaarheid. De veroudering gaat langzaam en daardoor is het risico klein ten opzichte van de houten bruggen. De beweegbare bruggen zijn dan wat kwetsbaarder dan vaste bruggen. Bij de beschoeiingen zijn de risico’s verwaarloosbaar en pas bij grotere hoogte van belang. In het Water- en Rioleringsplan (WRP) is voor de beschoeiingen een apart beleid vastgesteld.
4.2
Beheerstrategie beschoeiingen uit het WRP
In het Water en Rioleringsplan 2022-2027 is het volgende beleid opgenomen; Waar dat kan beschoeiingen te verwijderen en de biodiversiteit op en langs de oever versterken. Vervangen van beschoeiingen waar een onveilige situatie ontstaat. Een onbeschoeide oever laten ontstaan waar dat kan, door de beschoeiing niet te vervangen. Natuurvriendelijke oevers aan te leggen waar daar ruimte voor is en de bestaande beschoeiing aan vervanging toe is.
Foto: Jan Mulderstraat in 2019 met beschoeiing en in 2021 met ontstane ecologische inrichting
Schade aan beschoeiingen komt bijna altijd voort uit veroudering. De gesommeerde kosten van groot onderhoud of reparatie van een beschoeiing in verschillende jaren zijn meestal hoger dan vervangingskosten in één keer. Daarom worden een beschoeiing meestal in zijn geheel vervangen. 4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
16
Projectgerelateerd
Beheerkader omvormen beschoeiingen naar onbeschoeide oevers Het beleid is in deze paragraaf uitgewerkt tot een beheerkader. Het kader geeft de methode weer om praktijksituaties te beoordelen en moet gezien worden als richtinggevend. De beheerder kan hier dus van afwijken. 1. Beschoeiingen die nodig zijn vanuit de functie landgebruik hebben vaak een hoogte tussen weghoogte en waterpeil (dit noemen we drooglegging). Als gevolg van het landgebruik direct achter de beschoeiing kan een gevaarlijke situatie ontstaan als de beschoeiing zou bezwijken en is het nodig de beschoeiing in stand te houden. 2. Beschoeiingen die nodig zijn vanuit de functie waterafvoer hebben een hoogte tussen waterbodem tot boven het waterpeil en soms tot aan maaiveld. Het stroomprofiel van de watergang is dan zo breed mogelijk gemaakt. Ook hier kan een gevaarlijke situatie ontstaan als de beschoeiing zou bezwijken. Ook is het mogelijk dat een instorting het doorstroomprofiel belemmert en de afvoer van water niet verzekerd is. Daarom is het nodig de beschoeiing in stand te houden. 3. De meeste lage beschoeiingen komen voort uit de wens een strakke afwerking van de oever te verkrijgen en beschermen de oever tegen afkalving door golven. Het hoogteverschil tussen waterbodem, waterpeil en maaiveld direct achter de beschoeiing is gering, circa 0,5 m. De hoogte tot aan de weg wordt bereikt met een talud.
Het zijn deze oevers waar kansen liggen voor ontwikkeling van meer biodiversiteit. Knie tot heuphoge begroeiing vormt dan een meer gerafelde oever en beschermt op natuurlijke wijze de oever tegen golfafslag. Waterdieren kunnen gemakkelijk de oever opkomen en aparte constructies hiervoor zijn niet nodig. De steilere smalle onbeschoeide oever kent een talud van ongeveer 1:3. Een dergelijke oever ontstaat vanzelf als de beschoeiing niet meer onderhouden wordt. Een dergelijke oever kan ontstaan onder de volgende voorwaarden: Er is genoeg ruimte voor een talud van 1:3 vanaf de waterbodem bij leggerdiepte tot aan het maaiveld/verharding, zonder dat andere infrastructuur kans loopt op beschadiging. Bij een talud van 1:3 is de helling van nature stabiel. Gras kan nog machinaal worden gemaaid. Wortels van bomen en struiken houden grond vast en maken zo een steiler talud mogelijk. In geval een verlaging van het talud wordt verwacht als gevolg van uitspoeling van grond moeten de bomen 2 m uit de oever staan. In het beheerplan is als uitgangspunt genomen dat beschoeiingen niet meer worden onderhouden of vervangen in de volgende situaties: Ze minimaal 5 m verwijderd zijn van de dichtstbijzijnde verharding. Een talud tussen verharding en waterbodem van 1:3 kan ontstaan en minimaal 0,5 m vlak terrein naast de verharding blijft bestaan.
Het talud sterk is begroeid met struiken en bomen (bossages). In de praktijk is sprake van maatwerk omdat langs een watergang vaak verschillende van bovenstaande situaties of combinatie van situaties voorkomen. Participatie van omwonenden kan een doorslaggevende invloed hebben op de keuze van het type oeverinrichting. Soms zijn toch enkele maatregelen nodig. Daarom is in de ramingen rekening gehouden met enige onvoorziene kosten. Niet gerekend is op het vervangen van meer beschoeiingen, omdat de situatie daar toch om vraagt of de kwaliteit tegenvalt of sneller achteruitgaat. Om het risico hierdoor te beperken is de inspectiefrequentie verhoogd van 1x per 10 jaar naar 1x per 5 jaar. Reparaties en vervangingen aan beschoeiingen worden uitbesteed.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
17
Projectgerelateerd
4.3
Beheerstrategie versterken biodiversiteit van de onbeschoeide oevers
Een onbeschoeide oever met een flauw talud van 1:3 of flauwer met een breedte van ongeveer 5 of meer wordt een natuurvriendelijke oever genoemd. In de legger van de Hoogheemraadschap van Delfland vormt de natuurvriendelijke oever (NVO) een aparte categorie. Als de NVO hierin is opgenomen, mag deze niet zonder instemming worden verwijderd. Niet in alle gevallen wordt gekozen voor het vastleggen van een NVO in de legger, onder andere omdat niet altijd aan alle ontwerpeisen van Delfland wordt voldaan. In veel situaties is het nodig door herprofilering van het talud een natuurvriendelijke oever te realiseren. Soms moeten ook wandelpaden wordt verlegd of bomen verplaatst. Dit brengt kosten met zich mee. De aanleg van natuurvriendelijke oevers waar daar ruimte voor is en de bestaande beschoeiing aan vervanging toe is versterkt de biodiversiteit en past goed in het streven naar vergroening. Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers brengt in een aantal situaties kosten met zich mee voor het afvoeren van grond, verleggen van trottoirs, asfalt voetpaden of plantvakken.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
18
Projectgerelateerd
5
Huidige Situatie
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie van het areaal beschreven, zowel kwantitatief als kwalitatief. Ook wordt aangegeven hoe de gemeente t.o.v. de door het bestuur meegegeven kaders en verwachtingen.
5.1
Areaal
De scope van dit beheerplan betreft zowel civiele kunstwerken als beschoeiingen (eenvoudige grond en waterkerende constructies). De scheiding tussen de twee soorten was voorheen niet duidelijk. Daarnaast worden de duikers veelal tot Water of Riolering gerekend. Inmiddels zijn er interne afspraken gemaakt. Civiele kunstwerken: bruggen (vaste en beweegbaar), duikerbruggen (vorm), viaducten, tunnels, constructieve duikers, kademuren en aanleginrichtingen (b.v. steigers) en duikermuren; grond en waterkerende constructies van beton, staal of metselwerk. Beschoeiingen / eenvoudige grond en waterkerende constructies: beschoeiingen (hout, GVC, kunststof); waterkerende constructies van hout; natuurvriendelijke oevers en onbeschoeide oevers. Riolering / Water: duikers inclusief vleugelwand (geprefabriceerd, veelal kleine ronde duikers en lange duikers / riolen). Deze blijven in dit beheerplan buiten beschouwing en maken onderdeel uit van het WRP. De pompen van de tunnels zijn in beheer en onderhoud bij NAD-Gemalenbeheer en vallen onder het Water en Rioleringsplan (WRP). De geprefabriceerde (ronde) duikers hebben soms een lange lengte en vormen een geheel met hemelwaterrioolstelsels. Ook zijn op veel duikers hemelwaterafvoeren aangesloten. Het onderscheid tussen duiker en hemelwaterriool is daardoor niet meer te maken en verder ook niet relevant.
Ze zijn daarom opgenomen in het areaal riolering en worden hier buiten beschouwing gelaten. De constructieve duikers worden als een geheel beschouwd; de kosten voor de niet geprefabriceerde duikers zijn inzichtelijk gemaakt in dit beheerplan. Civiele kunstwerken en overige kades: Objectsoort
Aantal
Bruggen (beweegbaar) Bruggen (vast)
Opmerking 4 226
Tunnels
2
Kades/kademuren
10
Viaducten
2
Duikers (niet volledig geprefabriceerd)
19
Aanleginrichtingen en vissteigers
11
Stuwen
2
Overige kades van beton, staal of metselwerk
Aantal is toegenomen door oplevering Plaspoelhaven en Klein Plaspoelpolder
Inclusief Plaspoelhaven
23.904 m
Tabel 7: gegevens areaal civiele kunstwerken per kunstwerksoort in 2022
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
19
Projectgerelateerd
De gemeente Leidschendam-Voorburg beheert 276 civiele kunstwerken (exclusief kades). Het grootste deel van de civiele kunstwerken zijn vaste en beweegbare bruggen, totaal 230 stuks. In tabel 7 is een overzicht van het areaal Civiele kunstwerken aanwezig.
Beschoeiingen van hout, GVC en kunststof en onbeschoeide oevers m1
%
Beheerstrategie
Beschoeiing overig (hout, etc.)
45.698
34,9
oevers beschoeiingen
Damwanden overig (hout etc.)
11.732
9,0
oevers beschoeiingen
781
0,6
oevers groen en waterbeheer
Onbeschoeid
62.226
47,6
oevers groen en waterbeheer
Onderwaterbeschoeiing
2.877
2,2
oevers groen en waterbeheer
102
0,1
oevers groen en waterbeheer
7.388
5,6
oevers
130.804
100
Objectsoort
Natuurvriendelijke oevers
Palenrij Belemmerd, niet ingevuld, vervallen Totaal Tabel 8:: gegevens areaal beschoeiingen en onbeschoeid in 2019
Toelichting tabel 8 areaal beschoeiingen: De onbeschoeide oevers worden niet beheerd in het kader van kunstwerkenbeheer en maken deel uit van het WRP en groenbeheer. De onderwater beschoeiingen vergen geen onderhoud. Het onderhoud van de natuurvriendelijk oevers (maaien) valt onder het WRP.
Lengte oever in m per type
Grote kades (vooral in havens)
736
Overige kades van beton, staal of metselwerk Beschoeiing overig (hout, etc.)
7.388 23.507
Damwanden overig (hout etc.) Onderwaterbeschoeiing
62.226
Palenrij 45.698
Natuurvriendelijke oevers Onbeschoeid 11.732
781 102
2.877
Belemmerd, niet ingevuld, vervallen
Figuur 6: Lengte van de verschillende types oeverinrichting
In 2019 is een inventarisatie / inspectie uitgevoerd aan de beschoeiingen en water- en grondkerende constructies van beton, staal of metselwerk. De inventarisatie omvatte onder andere materiaal, te keren hoogte, verankering, civiele constructie of beschoeiing enz. Daarnaast is onderzocht of omvorming tot een 4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
20
Projectgerelateerd
natuurvriendelijke oever mogelijk is met behulp van grafische analyse. Dit in verband met de beschikbare ruimte (talud), locatie, te keren hoogte en omgeving.
5.2
Ouderdom civiele kunstwerken
Van niet alle kunstwerken zijn aanlegjaren beschikbaar en bekend (95 stuks). In figuur 7 is het areaal verdeeld over de aanlegjaren (voor zover bekend).
Figuur 7: Aanlegjaren areaal
Uit het figuur blijkt dat, naast een deel tussen 1965-1975, het overgrote deel de afgelopen 20 jaar is aangelegd. Dat betekent de het areaal relatief jong is. De drie oudste kademuren links in de grafiek worden in paragraaf 5.3.4 besproken. Over de aanlegjaren van de andere 7 kademuren is onvoldoende bekend, maar in paragraaf 5.3 is de restlevensduur wel (deels) inzichtelijk gemaakt (op basis van inspectieresultaten).
5.3
Actuele kwaliteit civiele kunstwerken
De kwaliteit van het areaal civiele kunstwerken is door een extern inspectiebureau voor de gemeente in beeld gebracht. In 2021 is dat voor het laatst voor het areaal van Voorburg uitgevoerd; voor Leidschendam heeft dit in 2018 plaatsgevonden. De inspectie van 2023 in Leidschendam en Stompwijk is nog niet verwerkt in dit beheerplan. De kwalificaties van A – E zijn vertaald naar de CROW – ambitieklasse A+ t/m D. De kwalificaties A – E omvatten de algehele kwaliteit, dus zowel de beeldkwaliteit als de technische kwaliteit.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
21
Projectgerelateerd
Beeldkwaliteit
Situatie Leidschendam-Voorburg
A+ (Zeer goed)
6%
A (Goed)
45%
B (Voldoende)
28%
C (Matig)
15%
15%
D (Te slecht)
5%
5%
80%
Tabel 9: kwaliteit areaal n.a.v. inspecties 2021 / 2018
Een zeer groot deel van het areaal heeft een voldoende of meer als oordeel van de beeldkwaliteit; dat is een goede prestatie. De meeste bruggen voldoen dus aan het gewenste niveau. Een groot deel daarvan is goed en een iets minder deel voldoende. Dit betreft de beeldkwaliteit (schoon en kleine schades); de technische kwaliteit (heel en veilig) is in orde. In totaal is 18% matig of slecht. Zoals aangegeven zijn de inspectieresultaten van 2021 en 2018. Inmiddels heeft de gemeente veel onderhoud uitgevoerd en civiele kunstwerken vervangen, speciaal gericht op de slechte en houten kunstwerken. Dit betekent dat wij verwachten de komende jaren de kwaliteit er ongeveer als volgt zal uitzien (figuur 8). De inschatting van de restlevensduur is weergegeven in figuur 8a.
Figuur 8: verwachte kwaliteit na 2021 en 8a: geschatte restlevensduur civiele kunstwerken
Elke 5 jaar wordt een deel van het areaal aan civiele kunstwerken geïnspecteerd. Die inspectie is de basis voor het opstellen van de nieuwe meerjarenonderhoudsplanning. In paragraaf 5.3.1. zijn deze nadere onderzoeken opgesomd. De onderzoeksresultaten vormen ook de basis voor een deel van de onderhoudsmaatregelen. Als daar aanleiding voor is tegen het einde van de levensduur, wordt op basis na deze inspectie een kortere inspectietermijn ingesteld. Ongeveer 5 jaar voor een vervanging worden een vervangingskrediet op basis van een eerste inschatting in het InVesteringsPlan (IVP) opgenomen. Pas als duidelijk is dat vervanging op korte termijn 1-2 jaar) nodig is, wordt dit krediet naar voren gehaald in het IVP. Dit beheerplan voorziet op lange termijn in het verkrijgen van inzicht in de verouderingssnelheid van civiele kunstwerken. Daarmee wordt een betrouwbaardere verwachting van de restlevensduur op middellange termijn mogelijk.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
22
Projectgerelateerd
5.3.1
Nadere onderzoeken
Als resultaat van de inspecties van 2021 en 2018 civiele kunstwerken werden verschillende nadere onderzoeken geadviseerd. Deze onderzoeken zijn of worden uitgevoerd en hieronder een overzicht van de resultaten. Kunstwerk
Resultaat nader onderzoek
H804 Duikerbrug Broeksloot
Controle bevestigingen dekzerken (uitgevoerd)
H810 Duikerbrug Broeksloot nabij Nader onderzoek naar constructie (brug in onderhoud in 2022). A12 H818 Duikerbrug Broeksloot
Nader onderzoek naar constructie (brug in onderhoud in 2022).
H835 Duikerbrug Broeksloot
Nader onderzoek naar constructie (brug in onderhoud in 2022).
H830 Duiker Machinesloot
Duiker afdammen, reinigen en inspecteren (video-inspectie)
H885 Frontmuur Oosteinde
Nader onderzoek uitgevoerd. Geen constructieve maatregelen vereist.
H908 Steiger Polderlandschap
Monitoren actuele situatie (uitgevoerd, steiger is verwijderd)
L009 Steiger Duivenvoorde
Monitoren actuele situatie (uitgevoerd, steiger is verwijderd)
L018 Brug Kastelenring
Nader onderzoek in 2020 naar aantasting beton (onderhoud gepland 2023)
L060 Romeinse Brug
Aangehouden, nog niet uitgevoerd.
L073 Brug Oostvlietweg
Monitoren toestand (onderhoud gepland 2022).
L074 Brug De Star
Nader onderzoek stootplaten (in 2020 uitgevoerd)
L087 Hoge Brug Stompwijk
Voegovergang aanpassen (uitgevoerd in 2021)
L091 Brug Westvlietweg (hoofdrijbaan)
Onderzoek uitgevoerd naar draagkracht d.m.v. proefbelasting; holle ruimte opgevuld.
L082 Brug Stompwijkseweg
Deformatiemetingen nodig (gepland in 2023).
L084 Brug Tuinbouwweg
Vervangen in bestek Verbindingsweg Stompwijk 2020-2022.
L111 Brug Ondermeerweg
Vervangen in bestek Aanleg Nieuwe Driemanspolder (2020)
L113 Brug Ondermeerweg
Vervangen in bestek Aanleg Nieuwe Driemanspolder (2020)
Tabel 10: uitgevoerde nadere onderzoeken en belangrijkste resultaat
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
23
Projectgerelateerd
5.3.2
Monitoren toestand
Als resultaat van de inspecties van 2021 en 2018 werd bij enkele civiele kunstwerken geadviseerd de toestand te monitoren. Het betreft de volgende civiele kunstwerken. Kunstwerk
Monitoren
L073 Brug Oostvlietweg
Deformatiemetingen landhoofd (gepland in 2024)
H882 Kademuur Oude Haven
Deformatiemetingen kademuur (krediet beschikbaar gesteld voor vervanging in 2024)
H883 Brug over de Broeksloot
Jaarlijkse controle Kathodische Bescherming – systeem (wordt jaarlijks uitgevoerd)
L082 Brug Stompwijkseweg
Deformatiemetingen (wordt in 2024 opgestart)
Tabel 11: monitoren toestand
5.3.3
Constructieve veiligheid
Bij een aantal civiele kunstwerken (zie tabel 12) zijn zorgen over de constructieve veiligheid. Is de draagkracht voldoende conform de functies van de civiele constructie? Daarom wordt voor deze civiele kunstwerken constructief onderzoek geadviseerd. Dat betekent niet dat er meteen constructieve berekeningen moeten worden uitgevoerd maar dat er op basis van de actuele toestand van het kunstwerk, archiefonderzoek, de constructieve opbouw, het gebruik (actuele belasting), leeftijd enz., wordt bekeken of berekeningen nodig zijn. Het resultaat van eventuele berekeningen kunnen zijn: (tijdelijke) afsluiting zwaar verkeer d.m.v. een aslast-beperking, aanbrengen versterkingen of vervanging van de civiele constructie. Kunstwerk L059 Brug Landlustlaan (aangehouden) L080 Duiker Stompwijkseweg (uitgevoerd) H811 Duikerbrug Broeksloot (stalen damwand, uitgevoerd, gepland onderhoud 2024) H835 Brug over de Broeksloot (uitgevoerd) Tabel 12: constructieve veiligheid
5.3.4
Kademuren
Enkele van de grote kades worden apart beschreven, omdat uit de toestandsinspectie is gebleken dat nader onderzoek nodig is. De overige kades zijn in goede staat en als groep beschreven.
5.3.4.1 Kademuur Rijn-Schiekanaal (Oude Haven) De kadeconstructie aan de Oude Haven in Voorburg wordt vervangen in het najaar van 2024. Het betreft het gedeelte tussen de nieuwe passantenhaven en de Kerkbrug. Hiervoor is een krediet beschikbaar (Zie raadbesluit 2868, Vervangen kademuur Oude Haven). Tot die tijd wordt de kadeconstructie jaren gemonitord door het periodiek uitvoeren van deformatiemetingen, zodat de veiligheid gewaarborgd blijft. Het straatwerk bij deze kademuur wordt tweewekelijks geïnspecteerd en zo nodig gerepareerd. Het te vervangen gedeelte van de kade wordt lager aangelegd.
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
24
Projectgerelateerd
Foto’s kademuur Rijn-Schiekanaal (Oude Haven)
5.3.4.2 Kademuur Oosteinde (t.h.v. Park Vreugd & Rust) Vanwege de aanwezige schades is in 2021 een nader onderzoek uitgevoerd naar de technische staat van de kademuur aan het Oosteinde om de restlevensduur te beoordelen. De constructie bevindt zich volgens de inspectie nog niet aan het einde van de theoretische restlevensduur. De kademuur verkeert in goede staat en alleen de duikerconstructie op de kop met de Herenstraat moet worden vervangen. Bij deze vervanging zal ook andere duiker met een grotere diameter worden aangelegd (opgenomen in het WRP).
Foto’s Kademuur Oosteinde (t.h.v. Park Vreugd & Rust)
4 december 2023
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN EN OEVERS
BG9228-MI-RP-230330-1447
25
Projectgerelateerd
5.3.4.3 Kademuur Laan van Nieuw Oosteinde (nabij Park te Werve)
Foto’s Kademuur Laan van Nieuw Oosteinde (nabij Park te Werve)
In 2024 zal een nader onderzoek worden uitgevoerd naar de technische staat van de kademuur aan de Laan van nieuw Oosteinde (nabij Park te Werve). Gezien de ouderdom van de constructie is hier de kans reëel dat deze niet meer in stand te houden is en volledig vervangen moet worden. De constructie bevindt zich aan het einde van de theoretische restlevensduur. Mocht dit de uitkomst zijn van het nader onderzoek (constructieve toestand van de fundering) dan moet bepaald worden of onderhoud mogelijk is of dat de kademuur moet worden vervangen. In bijlage 4 is vooralsnog in 2027 een investering opgenomen om de kademuur te kunnen vervangen. In 2025 wordt duidelijk of vervangen noodzakelijk is.
5.4
Overige kademuren van beton, staal of metselwerk
De vervangingswaarde van de lage kademuren is berekend uit de inventarisatie van de oevers in 2019 en bedraagt ongeveer 20,8 miljoen. Uitgaande van de leeftijd van 60-100 jaar, zal in de komende jaren vervanging noodzakelijk zijn van de eerst aangelegde kunstwerken. Het betreft circa 2 km. Tijdens de visuele inspectie uit 2019 is een grove schatting van de restlevensduur gemaakt, maar het inzicht in de restlevensduur op basis van constructieve criteria ontbreekt. Uit de beeldkwaliteit volgt wel een geschatte restlevensduur van gemiddeld 28 jaar en minimaal 15 jaar op een enkele uitzondering na.