3339 Noorthey vg toelichting en regels
Tekst van het document
De tuinen van de buitenplaats werden eerst geometrisch aangelegd en later naar de 19e eeuwse trend getransformeerd tot landschapstuin met slingervijvers en -paden, grasvlakten en zorgvuldig geplaatste heestergroepen als decorstukken met doorkijkjes over de aangrenzende weilanden. In het begin van de 19e eeuw kwam Noorthey in bezit van Petrus de Raadt een bekende pedagoog die hier 'een huis van opvoeding' stichtte. Het werd een bekend onderwijsinstituut dat onder andere de zoon van Koning Willem III, Prins Willem Alexander (1840-1879) als leerling mocht kennen. De eerste voetbal en het eerste voetbalspelen schijnt hier gespeeld te zijn. De buitenplaats werd in 1900 gesloopt, waarna de grond voor hoofdzakelijk agrarische en tuindersdoeleinden werd ingericht, inmiddels heeft het een woonbestemming. Kenmerkend voor dit gebied zijn de aaneengesloten reeks landgoederen en buitenplaatsen met landerijen, de villaparken en villawijken van de hogere middenstandswijken. Dit is regio-overstijgend en deze kenmerken worden gedeeld met een deel van de gemeente Wassenaar en Voorschoten. Het is een bijzonder in-tact gebleven representatief voorbeeld van een historische landgoederen zone uit de 7e eeuw naast de vroege 20e eewse suburbanisatie villaparken die naast elkaar bestaan.
58
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
6.3.1.1 Ruimtelijke kwaliteit historische buitenplaatsen De historische buitenplaatsen en hun groene landschappen hebben collectieve kwaliteit aan het landschap toegevoegd: zij verrijken het landschap, geven het landschap identiteit, allure. De gebouwen hebben een royale vormgeving, een rijzige gestalte van het hoofdgebouw, extra verdiepingshoogte, in een hoogwaardige detaillering en materiaalgebruik, een architectonische relatie met de nevengebouwen, een hoogwaardig vormgegeven en gematerialiseerde buitenruimte en een zorgvuldig gecomponeerde interactie tussen huis, tuin, park en landschap. De buitenplaatsen zijn van invloed geweest op de directe en wijdere inrichting van de omgeving. De doorzichten vanuit de omgeving op het huis maken het landschap interessanter, zij geven extra 'kleur' aan het landschap en maken dat de geschiedenis aan het landschap afleesbaar is. De lanen bij de buitenplaatsen zijn nu vaak de mooiste routes om te fietsen en te wandelen. Veel van de parken en bossen herbergen belangrijke natuurwaarden en zijn deels voor het publiek opengesteld waarmee de mogelijkheden om van het landschap te genieten enorm zijn toegenomen Dit gebied is door het rijk erkend met de monumentale status van een beschermd dorpsgezicht om dit ensemble te bewaren.
6.3.2
Doorwerking plangebied
Gezien de geschiedenis van het plangebied behorende bij een buitenplaats en de ligging van het plangebied in het kroonjuweel Landgoederenzone Wassenaar-Den Haag is het van belang om de cultuurhistorische structuren te behouden. De structuur wordt enerzijds behouden door de dubbelbestemming 'Waarde - beschermd stads- en dorpsgezicht op te nemen in de regels van dit bestemmingsplan. Anderzijds door in de planvorming rekening te houden met, en het versterken van de bestaande doorzichten en zichtassen vanuit de omgeving, het open bosrijk karakter en de unieke lanen. Vanuit de cultuurhistorische achtergrond zijn er veel doorkijkjes, of zichtlijnen, zoals de toegangen tot de buitenplaatsen en erven, te herkennen en zichtassen te ontdekken. Een belangrijke element hierbinnen is de zichtas op kasteel Duivenvoorde. Eén van de andere zichtassen is gericht op de voormalige buitenplaats Noorthey en 'doorsnijdt' het plangebied Buitenvoorde. Om deze zichtas te versterken is het gebied rondom de zichtas tot een collectief centraal hart gedefinieerd en heeft het een speciale functie gekregen met een bijzonder waterelement. Dit resulteert in een krachtige zichtas over het water waarmee het plangebied een sterkte relatie aangaat met de buitenplaats Noorthey.
Kenmerkend voor de Duivenvoordecorridor is naast het cultuurhistorische landschap het coulisselandschap met een aaneenschakeling van landschappelijke kamers die zijn gevormd tussen bosvolumes en lanen. De Buitenvoorde ligt op de overgang tussen de strandvlakte en de strandwallen. Verschillende vegetatievormen zijn in de 19e eeuw ingezet om het coulisselandschap te versterken. Op de hogere rand van de oude strandwal sluit de bosstructuur aan op kenmerkende buitenplaatsen op hogere zandgronden in omgeving: een mengsel van beuken, eiken met ondertapijt van Stinze-beplanting. Op de lagere gronden binnen het plangebied bevindt zich een mengsel van Els, Schietwilg en Berk. Binnen het plangebied bevinden zich ook weide van grassen en bloemrijke planten. Door de verschillende vegetatievormen wordt het contrast tussen het besloten, boomrijke karakter van de strandwallen en de open veenweidepolders van de strandvlakten in stand gehouden en versterkt. De waterstructuur wordt op een krachtige manier naar binnen getrokken door een netwerk van natuurlijke oevers aan te sluiten op het ecologische netwerk van het landschap. Op deze manier blijft de oostwest oriëntatie van het strandwallen- en strandvlaktenlandschap bestaan.
6.3.3
Conclusie
Dit gebied kenmerkt zich door een visueel functioneel samenhangend ensemble van 18 e- en 19e eeuwse villaparken met bijbehorende wijk- en groenvoorzieningen in een warande achtige karakter. De historische en landschappelijke erfindeling heeft een open sfeer en ondersteunt de zichtlijnen en het coulissenlandschap van dit gebied.
(vastgesteld)
59
bestemmingsplan Noorthey
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische vormgeving
Systematiek van de bestemmingsregels
De juridisch-planologische regeling van dit bestemmingsplan is conform de gangbare en actuele bestemmingsplannormen en standaarden voor digitaal uitwisselbare ruimtelijke plannen. De plandocumenten omvatten de bindende stukken, namelijk de regels en de verbeelding, en de onderbouwende of toelichtende planstukken. De regels en verbeelding bevatten een juridische vertaling van de beleidsvoorwaarden vanuit de diverse overheden enerzijds en van het beoogde ruimtelijk toekomstperspectief anderzijds. De bindende planstukken worden nader onderbouwd met de toelichting op verbeelding en regels en nadere onderzoeken ten behoeve van diverse specifieke beleidsaspecten.
7.2
Inleidende regels
Artikelen 1 en 2 omvatten alle gebruikelijke bepalingen en definities die van belang zijn voor de toepassing van de bestemmingsregels, de dubbelbestemmingen en de algemene regels. Zodoende hebben zij een zekere betekenis voor de handhaving van de regels en de hierin bepaalde eisen.
7.3
Bestemmingsregels
Groen De gronden met de enkelbestemming 'Groen' zijn hoofdzakelijk bestemd voor groenvoorzieningen en waterpartijen. Ook is het mogelijk om wandel- en fietspaden aan te leggen binnen deze bestemming. Recreatie - Verblijfsrecreatie De gronden met de enkelbestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' zijn hoofdzakelijk bestemd voor verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een kampeerterrein, bijbehorende parkeervoorzieningen en bijbehorende bouwwerken. Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met de enkelbestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' zijn bestemd voor de hoofdontsluitingsstructuur binnen Noorthey. Het plangebied wordt ontsloten op Schakenbosch. De fiets- en wandelpaden worden binnen de bestemming 'Groen' mogelijk gemaakt. Water De gronden met de enkelbestemming 'Water' zijn bestemd voor de belangrijkste watergangen binnen het plangebied en de bijbehorende infrastructurele werken. Wonen De gronden met de enkelbestemming 'Wonen' zijn bestemd voor de woningen in het Carré. Binnen deze bestemming zijn tevens een binnentuin en een parkeergarage toegestaan. Woongebied De gronden met de enkelbestemming 'Woongebied' zijn bestemd voor de lintbebouwing, de vrijstaande woningen naast het kampeerterrein en de tweekapper naast de carré. Binnen het woongebied is wonen toegestaan in twee-onder-een-kap, aaneengebouwde (maximaal in een rij van 4) en vrijstaande woningen.
Tevens geldt een aanduiding waarbinnen hoofdgebouwen gerealiseerd dienen te worden, zodat voldoende afstand worden gehouden naar de sportvelden. Waarde - Archeologie 3
60
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey De gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Met de toevoeging van een archeologisch peil worden de archeologische waarden extra beschermd. Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht Het plangebied is gelegen binnen een beschermd stads- en dorpsgezicht. Deze bestemming stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden in het gebied. Waterstaat - Waterkering De gronden met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' zijn behalve voor de daar voorkomende bestemmingen tevens bestemd voor de waterkering, met de daarbij behorende bouwwerken.
7.4
Algemene regels, overgangs- en slotregels
In het bestemmingsplan is een aantal algemene regels opgenomen. Het betreft een aantal algemene bouw- en gebruiksregels. Daarnaast zijn algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels opgenomen. Tenslotte zijn de wettelijk verplichte bepalingen ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen in het bestemmingsplan.
7.5
Toepassing en handhaving van het bestemmingsplan
Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft geen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan geen handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. De wettelijke basis hiervoor is gelegd in artikel 125 van de Gemeentewet, in samenhang met de afdelingen 5.3 en 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan. Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. Het bestemmingsplan is immers aan eenieder kenbaar gemaakt zodat wordt aangenomen dat belanghebbenden in het plangebied op de hoogte (kunnen) zijn van de regels. 2. Voldoende draagvlak voor beleid en regeling in het plan. De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling in grote kring wordt ondersteund door de gebruikers van het plangebied. Uiteraard kan niet iedereen zich vinden in elk onderdeel van het plan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is echter wel wenselijk. 3. Realistische en inzichtelijke regeling.
Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4. Actief handhavingsbeleid. Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. De afdeling die belast is met handhaving heeft jaarlijkse handhavingsplannen en een handhavingsprogramma voor meerdere jaren. Daarin zijn prioriteiten gesteld ten aanzien van de te handhaven zaken. In het algemeen geldt op grond van vaststaande jurisprudentie een beginselplicht tot handhaving. Dat neemt natuurlijk niet weg dat per geval moet worden onderzocht of handhaving (nog) mogelijk of proportioneel is. Een uitzondering is bijvoorbeeld concreet zicht op legalisatie van de overtreding. Bij handhaving van de regels wordt onder meer aandacht besteed aan de normen met betrekking tot brandveiligheid en constructieve veiligheid, monumentenstatus, toezicht op de naleving en uitvoering van omgevingsvergunningen en de handhaving op milieuovertredingen.
(vastgesteld)
61
bestemmingsplan Noorthey
Hoofdstuk 8 8.1
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld om op de locatie Noorthey woningbouw te realiseren. Bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure dient op grond van artikel 3.1.6 lid f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. 8.1.1
Financieel - economische uitvoerbaarheid
Het vereiste van economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan dwingt tot economische planvorming: bij de ontwikkeling van het ruimtelijk plan dienen voortdurend de lasten die zijn verbonden aan het realiseren van de doelstellingen van het plan te worden afgezet tegen de baten daarvan. Bij de economische verantwoording in de plantoelichting zal vooral aandacht moeten worden besteed aan de cijfermatige verklaring van de bij de planontwikkeling gemaakte keuzes. Daarbij moeten ook de feitelijk te verwachten exploitatiekosten worden beschouwd in relatie tot de materiële en immateriële 'nuttigheid' van de met het desbetreffende bestemmingsplan mogelijk gemaakte voorzieningen. Van de verantwoording van de uitkomsten van het verplichte onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan zal meestal een verantwoording van de berekeningen over de grondexploitatie deel uitmaken, maar dat is daarvan slechts één aspect. De verantwoordingsplicht gaat niet zover dat in het (openbare) bestemmingsplan gedetailleerde cijfers moeten worden opgenomen over bijvoorbeeld vertrouwelijke bedrijfsinformatie, kostenramingen voor aanbestedingen of vertrouwelijke informatie over de financiële positie van particuliere participanten.
In de jurisprudentie is geaccepteerd dat in het bestemmingsplan kan worden volstaan met het opnemen van de op basis van deze gegevens getrokken conclusies. Het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om op de locatie 'Noorthey' nieuwbouw te realiseren. Er wordt geen exploitatieplan opgesteld. Voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente Leidschendam-Voorburg en de initiatiefnemer, waarmee het kostenverhaal anderszins is verzekerd.
8.1.2
Grondexploitatiewet
Op grond van artikel 6.12 Wro is de gemeenteraad verplicht om een exploitatieplan vast te stellen voor gronden, waarop de verwezenlijking van een bouwplan als genoemd in artikel 6.2.1 Bro is voorgenomen. Met deze dwingende wettelijke regeling heeft de wetgever beoogd een transparante en rechtvaardige regeling vast te leggen op basis waarvan door de gemeente gemaakte grondexploitatiekosten op de particuliere grondeigenaren binnen het te exploiteren gebied kunnen worden verhaald. Het voorliggende bestemmingsplan 'Vlietvoorde' beoogt een juridisch-planologische regeling vast te leggen, die het verwezenlijken van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro mogelijk maakt. De vaststelling van een exploitatieplan is zoals gezegd voor de in het Bro genoemde gevallen dwingend voorgeschreven. De gemeenteraad kan echter bij het besluit tot de vaststelling van een bestemmingsplan tevens besluiten van de gelijktijdige vaststelling van een exploitatieplan af te zien, indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in dat bestemmingsplan voorziene ontwikkelingen anderszins is verzekerd. Onder 'anderszins verzekerd zijn' kan in het bijzonder worden verstaan verhaal van deze grondexploitatiekosten via het privaatrechtelijke spoor, zoals door middel van het sluiten van een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer / grondeigenaar.
62
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
8.1.3
Gevolgen voorliggend bestemmingsplan
Er is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de ontwikkelaar. Hierin zijn afspraken gemaakt over de uitvoering, kosten en planschade. De financiële uitvoerbaarheid is daarmee verzekerd.
8.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het opstellen van een bestemmingsplan dient zorgvuldig te gebeuren. In dat kader blijft het van belang dat er vooroverleg met betrokken instanties, burgers en maatschappelijke organisaties plaatsvindt, zodat in een vroeg stadium knelpunten, belangen en verbeterpunten kunnen worden gesignaleerd. De verplichting tot het voeren van vooroverleg vloeit voort uit de artikelen 3.1.1 en 3.1.6 sub e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in samenhang met het in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gecodificeerde zorgvuldigheidsbeginsel. Op grond hiervan is de gemeente verplicht bij de voorbereiding van een bestemmingsplan de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen. Het bestemmingsplan wordt niet aan inspraak onderworpen op grond van de Inspraakverordening gemeente Leidschendam-Voorburg. Door het volgen van de procedure als bedoeld in artikel 3:4 Awb (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) wordt eenieder immers actief betrokken bij de voorbereiding van het bestemmingsplan. Naast de wettelijke verplichting om de mogelijkheid te bieden om door eenieder zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen, zal er tevens vooroverleg met betrokken instanties, maatschappelijke organisaties, ingezetenen en belanghebbenden plaatsvinden.
Gedurende het opstellen van onderhavig bestemmingsplan heeft reeds afstemming plaatsgevonden met verschillende instanties en organisaties. 8.2.1
Resultaten vooroverleg
Na het aflopen van de termijnen van het wettelijke vooroverleg zijn vier reacties ontvangen. Dunea heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben over het plan, omdat er geen transportleidingen van Dunea in het plangebied aanwezig zijn. Tennet heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben over het plan, omdat er geen hoogspanningsverbindingen in hun beheer in het plangebied aanwezig zijn. Het Hoogheemraadschap Rijnland heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het bestemmingsplan, omdat de waterhuishoudkundige belangen niet in het geding zijn. Wel is er een watervergunning benodigd voor de werkzaamheden. De provincie Zuid-Holland heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben over het voorontwerpbestemmingsplan. 8.2.2
Zienswijzeprocedure
Indien na de terinzagelegging zienswijzen worden ingediend, worden de conclusies daarvan in deze paragraaf verwerkt.
(vastgesteld)
63
bestemmingsplan Noorthey
Bijlagen bij de toelichting
64
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 1
(vastgesteld)
Watertoets
65
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 2
66
Bodemonderzoek
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 3
(vastgesteld)
Vooronderzoek niet-gesprongen explosieven
67
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 4
68
Quickscan Flora en Fauna
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 5
(vastgesteld)
Nader soorten onderzoek
69
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 6
70
Akoestisch onderzoek
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 7
(vastgesteld)
Stikstofrapportage
71
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 8
72
Aerius-berekening (realisatiefase)
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 9
(vastgesteld)
Aerius-berekening (gebruiksfase)
73
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 10 Noorthey
74
Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Bijlage 11
(vastgesteld)
Zienswijzennota
75
bestemmingsplan Noorthey
76
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Regels
(vastgesteld)
77
bestemmingsplan Noorthey
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Noorthey met identificatienummer NL.IMRO.1916.Noorthey-ON01 van de gemeente Leidschendam-Voorburg. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aan huis verbonden beroep
een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerken door een bewoner van de desbetreffende woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aangrenzende woning
een woning, die zich bevindt op een aangrenzend bouwperceel; 1.7
achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8
achtergevel
de van de weg en/of water afgekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één van de weg of water afgekeerde gevel, niet zijnde de voor- of zijgevel; 1.9
antennedrager
antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.10
antenne-installatie
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.11
archeologie, Programma van Eisen (PvE)
het Programma van Eisen is een inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan, alsook de randvoorwaarden van het onderzoek, bijvoorbeeld met betrekking tot de omgang met het vondstmateriaal. Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd;
78
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
1.12
archeologisch advies
een advies, opgesteld door de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag, waarin de kaders voor een uit te voeren archeologisch onderzoek zijn aangegeven en aan de hand waarvan opdrachtverstrekking kan plaatsvinden aan de instantie die het archeologisch onderzoek verricht; 1.13
archeologisch adviseur van het bevoegd gezag
een door de gemeente aangewezen adviseur die het bevoegd gezag adviseert op archeologisch gebied; 1.14
archeologische begeleiding
begeleiding van de graafwerkzaamheden door een archeoloog; 1.15
archeologisch onderzoek
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie; 1.16
archeologisch rapport
een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde archeoloog of een archeologisch onderzoeksbureau. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden vastgelegd in een rapport. In het rapport wordt aangegeven wat de archeologische (verwachtings)waarde is van het gebied dat mogelijk verstoord gaat worden en welke gevolgen de geplande ingreep zullen hebben op de eventueel in het plangebied aanwezige archeologische (verwachtings)waarden. Aan de hand van dit document neemt het bevoegd gezag een beslissing over het vervolg; 1.17
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het in dat gebied voorkomen van archeologische relicten; 1.18
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit in het verleden; 1.19
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.20
bebouwingsgebied
achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw; 1.21
bedrijf
een onderneming, waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren en/of verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als niet-zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel van goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.22
begane grond
de onderste (bovengrondse) bouwlaag van een gebouw; 1.23
behoud ex situ
de ontsluiting of opgraving van een vindplaats met als doel de daar aanwezige archeologische informatie te verzamelen en te documenteren volgens de voorwaarden die zijn vastgelegd in een hiervoor opgesteld Programma van Eisen;
(vastgesteld)
79
bestemmingsplan Noorthey 1.24
behoud in situ
behoud in situ is het duurzaam in stand houden van archeologische waarden in de bodem, als bron van kennis en beleving door middel van technische maatregelen en/of inpassing en vrijwaring van de archeologische waarden in de inrichting van het plangebied; 1.25
beschermd monument
beschermd monument als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Monumentenwet 1988, met uitzondering van een beschermd archeologisch monument als bedoeld in artikel 1, onder c, van die wet; 1.26
bestaand
bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; 1.27
bestaand stedelijk gebied
bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; 1.28
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.29
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.30
bevoegd gezag
het bestuursorgaan dat bevoegd is omtrent die zaak besluiten te nemen of beschikkingen af te geven; 1.31
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.32
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand, gebouw, dat gesitueerd is bij, in bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan en ten dienste staat van een op hetzelfde (bouw)perceel gesitueerd hoofdgebouw; 1.33
bos
een zelfstandige eenheid van bomen die een oppervlakte grond beslaat van 10 a of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen; 1.34
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.35
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.36
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de kelder en de zolder;
80
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
1.37
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.38
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.39
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarop ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.40
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, van hout, steen, metaal of ander materiaal, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.41
cultuurhistorie
historische (steden)bouwkundige / bovengrondse monumentenzorg; archeologie, en cultuurlandschap / historische geografie. 1.42 cultuurhistorische waarde de aan een gebied en/of bouwwerk toegekende waarde in verband met ouderdom of gaafheid, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied; 1.43
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw of -indien en voor zover daarbij sprake is van een bovenbeëindiging van enige relevante omvang- een bouwwerk; 1.44
daknok
hoogste punt van een schuin dak; 1.45
dakvoet
laagste punt van een schuin dak; 1.46
dakkapel
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de goot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van deze constructie in het dakvlak is geplaatst; 1.47
dakopbouw
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijde(n) van de constructie in één of meer dakvlakken van het dak zijn geplaatst; 1.48
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt.
(vastgesteld)
81
bestemmingsplan Noorthey 1.49
detailhandel in volumineuze goederen
een detailhandelsbedrijf te onderscheiden in de volgende categorieën: detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; detailhandel in volumineuze goederen, zoals auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen; tuincentra; bouwmarkten en grootschalige meubelbedrijven, inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en -stoffering; 1.50 dienstverlenend bedrijf of instelling een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van commerciële, economische en/of maatschappelijke diensten aan derden, waarbij sprake is van een aanmerkelijke publieksfunctie, met uitzondering van een garagebedrijf, horeca inrichting en een seksinrichting; 1.51
dienstverlening
het aanbieden, verkopen en/of leveren van commerciële, economische en/of maatschappelijke diensten aan derden; 1.52
ecologische waarden
de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de samenhang tussen dieren en planten en hun leefomgeving of tussen dieren en planten onderling; 1.53
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.54
erfafscheiding
een afscheiding op en rond een erf, waarmee de gronden worden begrensd die in ruimtelijk opzicht direct bij, in functioneel opzicht ten dienste staan van en/of in feitelijk opzicht direct aansluiten op het (hoofd)gebouw op dat erf; de eigendomsgrenzen zijn hierbij niet van doorslaggevende betekenis; 1.55
exploitatieplan
plan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening; 1.56
footprint
de bebouwde oppervlakte van de hoofdmassa van een gebouw ter plaatse van de begane grondvloer; 1.57
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.58
gemeenschappelijke tuin
een (afgesloten) tuin, in eigendom/gebruik van meerdere woningen, welke men gemeenschappelijk in onderhoud heeft; 1.59
gestapelde woning
een woning waarboven en/of waaronder een andere woning is gebouwd of andere woningen zijn gebouwd, dan wel waaronder voorzieningen ten behoeve van bijvoorbeeld detailhandel of dienstverlening zijn gebouwd;
82
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey 1.60
geluidsbelasting
a. vanwege een industrieterrein: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen, aanwezig op het industrieterrein, het geluid van niet tot de inrichtingen behorende motorvoertuigen op het terrein daaronder niet begrepen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder; b. vanwege een spoorweg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke spoorwegverkeer of op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder; c. vanwege het wegverkeer: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder; 1.61 geluidsgevoelige functie bewoning of andere geluidsgevoelige functies binnen zones rond industrieterreinen, wegen en spoorwegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder; 1.62
geluidsgevoelig gebouw
gebouw welke dient ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie binnen zones rond industrieterreinen, wegen en spoorwegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder; 1.63
groenvoorziening
het geheel van de aanplant in een gebied dan wel het aanbrengen of voorzien van groen; 1.64
hogere grenswaarde
een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld binnen zones rond industrieterreinen, wegen en spoorwegen op grond van de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder; 1.65
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.66
hoofdmassa van een gebouw
de massa van een gebouw, met uitzondering van bijbehorende bouwwerken; 1.67
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van voedsel en/of dranken, overwegend voor gebruik ter plaatse, en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander gepaard gaande met dienstverlening en al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie (met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie); 1.68
houtopstand
één of meer bomen, hakhout of een houtwal; 1.69
huishouden
een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren; 1.70
huisvesting in verband met mantelzorg
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
(vastgesteld)
83
bestemmingsplan Noorthey
1.71
kantoor(ruimte)
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van administratieve werkzaamheden, zakelijke en niet-zakelijke dienstverlening en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van overheidsinstellingen, semi-overheidsinstellingen, het bankwezen en naar aard daarmee gelijk te stellen instellingen; 1.72
kap
een gesloten en (gedeeltelijk) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk; 1.73
mantelzorg
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.74
meetverschil
een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een op de kaart aangegeven bestemmings- of bouwgrens; 1.75
milieuplanologische effecten
planologisch relevante effecten op het milieu ten aanzien van de luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, flora en fauna, geluid en water; 1.76
nieuwe ontwikkeling
Ruimtelijke ontwikkeling, herontwikkeling en/of functieverandering van een perceel en/of pand niet passend binnen de vigerende bestemming, geldend op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan 'Noorthey'; 1.77
nota parkeernormen
Nota parkeernormen Leidschendam-Voorburg geldend op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan 'Noorthey'; 1.78
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals onder meer transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, apparatuur voor telecommunicatie en daarmee gelijk te stellen voorzieningen; 1.79
omgevingsvergunning
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.80
onderbouw
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven peil is gelegen; 1.81
ontsluitende weg
weg en/of langzaam verkeersroute waaraan de hoofdtoegang tot het bouwperceel is gesitueerd: bij bouwpercelen welke (de mogelijkheid tot) twee hoofdtoegangen hebben wordt, voor het bepalen van wat de ontsluitende weg is, aansluiting gezocht bij de aangrenzende bouwpercelen;
84
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
1.82
openbaar toegankelijk gebied
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is; 1.83
opslag
Het bedrijfsmatig of in aard en omvang alsof zij bedrijfsmatig is opslaan van partijen goederen; 1.84
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.85
pand
Een bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, betreedbaar en afsluitbaar is; 1.86
peil
Voor het peil gelden de volgende regels tenzij in de bestemmingsregels anders is bepaald: a. indien het bouwwerk in of op de grond wordt gebouwd wordt het peil gemeten vanaf de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte maaiveld ter plaatse van het bouwwerk, zulks gezien in relatie met de hoogte van de omliggende terreinen; b. indien het bouwwerk in of op het water wordt gebouwd wordt het peil gemeten vanaf het waterpeil ter plaatse van het bouwwerk; 1.87
perceelsafscheiding
de afscheiding tussen de woningen loodrecht op de gevel, niet zijnde de voorgevel; 1.88
plantsoen
groen met planten en struiken; 1.89
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.90
(semi-)openbaar collectief groen
groenvoorzieningen, al dan niet in privaat eigendom, met een publieke sfeer die op bepaalde tijden openbaar toegankelijk zijn; 1.91
slopen
geheel of gedeeltelijk afbreken; 1.92
speeltoestel
een inrichting, bedoeld voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt; 1.93
stedelijke ontwikkeling
ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen; 1.94
tuin
tuin, behorende bij en ten dienste van de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen;
(vastgesteld)
85
bestemmingsplan Noorthey 1.95
verbeelding
de verbeelding van het bestemmingsplan Noorthey bestaande uit 1 kaart; 1.96
verkoop via internet
Het bedrijfsmatig en uitsluitend via het internet aanbieden en verkopen van goederen aan derden, zonder uitstalling ten verkoop, opslag, bezichtiging en/of afhaal van de goederen ter plaatse; 1.97
vloerafscheiding
een bouwtechnische voorziening, zoals een balkon- of terrashekwerk of borstwering, die wordt aangebracht om (val)ongelukken te voorkomen; 1.98
voorerfgebied
erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.99
voorgevel
de naar de weg en/of water gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of water gekeerde gevel, de meest beeldbepalende gevel van dat gebouw, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven; 1.100
voorgevelrooilijn
een denkbeeldige lijn in het verlengde van de voorgevel die in de richting van de openbare weg en/of water niet door bebouwing mag worden overschreden; 1.101
voorkeursgrenswaarde
de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen (zoals deze luiden ten tijde van de vaststelling van dit plan); 1.102
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal vier personen die geen huishouden vormen; 1.103
woongebouw
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.104
zijgevel
de zijdelingse gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één van de weg of water afgekeerde gevel, niet zijnde de voor- of achtergevel;
86
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Afstanden
De kortste afstand tussen bouwwerken onderling alsmede van bouwwerken tot de perceelgrens, gemeten vanaf elk deel van het bouwwerk. 2.2
Bebouwingspercentage
Een percentage, dat de grootte van het deel van een bestemmingsvlak, bouwvlak respectievelijk (gedeelte van een) bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. (Gedeeltelijk) ondergronds bouwen wordt hier niet meegerekend. 2.3
Bedrijfsvloeroppervlak
De totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor de uitoefening van een bedrijf of dienstverlenende instelling, met inbegrip van de daartoe behorende opslag- en administratieruimten, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren. 2.4
Bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen, antennes, technische installaties en naar de aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren. 2.6
Brutovloeroppervlak
Binnen de gevels van het bouwwerk inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften en toiletten, waarbij de oppervlaktes van de diverse verdiepingen bij elkaar opgeteld moeten worden. 2.7
Dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.8
Goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.9
Inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.10
Overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwc.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 meter bedraagt. 2.11
Oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
(vastgesteld)
87
bestemmingsplan Noorthey
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. extensieve recreatie; b. groenvoorzieningen; c. houtopstanden; d. bos; e. plantsoenen; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; g. water; mede bestemd voor: h. overhangende balkons, luifels en daarme vergelijkbare bouwwerken respectievelijk voorzieningen ten behoeve van aangrenzende gronden en/of bebouwing; met de daarbij behorende: i. duikers en bruggen; j. erven en tuinen; k. fiets en voetpaden; l. in- en uitritten; m. parkeervoorzieningen mede ten behoeve van aangrenzende bestemmingen; n. nutsvoorzieningen; o. objecten van beeldende kunst; p. (ondergrondse) inzamelplaatsen voor (gescheiden) afval; q. (on)verharde speelvelden; r. speeltoestellen; s. overige paden en verhardingen; t. waterlopen en waterpartijen. 3.1.2
Dubbelbestemming
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op, dan wel in, deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; 3.2.2
Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in artikel 13.
88
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Artikel 4
Recreatie - Verblijfsrecreatie
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Algemeen
De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een kampeerterrein waarin plaats wordt geboden aan maximaal 26 kampeerplaatsen; met de daarbij behorende: b. groen- en nutsvoorzieningen; c. ontsluitingswegen; d. paden en verhardingen; e. parkeervoorzieningen; f. waterlopen en waterpartijen; g. bebouwing; h. dagrecreatieve voorzieningen; 4.1.2
Dubbelbestemming
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 4.2.2 Inrichting bestemmingsvlak en maatvoering bebouwing a. per bestemmingsvlak zijn toegestaan: 1. een kantine/foyer; 2. een logiesfunctie; 3. bedrijfsbebouwing ten behoeve van sanitaire voorzieningen. b. de bedrijfsvloeroppervlakte van een kantine/foyer mag niet meer bedragen dan 50 m 2; c. bedrijfsgebouwen dienen te worden afgedekt met een kap waarvan de dakhelling ten minste 45º en ten hoogste 60º bedraagt; d. de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m, respectievelijk 4,5 m; e. indien ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan de goothoogte, dakhelling en/of bouwhoogte van gebouwen afwijkt van het vorenstaande, geldt de bestaande goothoogte, dakhelling en/of bouwhoogte voor deze gebouwen als maximum en mag deze niet worden vergroot. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en/of bouwwerken met deze bestemming wordt, onverminderd het bepaalde in Artikel 14, in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor activiteiten die niet ten behoeve van de camping zijn; b. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor geluidsintensieve functies.
(vastgesteld)
89
bestemmingsplan Noorthey 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Algemeen
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, op en/of in de gronden met de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie', onder andere in verband met het aan het aanbrengen van afschermende beplanting, houtgewas - hieronder begrepen cultuurgewassen - te vellen of te rooien of werken/werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren, welke de dood of ernstige beschadiging van het houtgewas ten gevolge (kunnen) hebben.
4.4.2
Uitzondering
Het in 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op de volgende werken en werkzaamheden: a. het normale beheer en/of onderhoud gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het onderhavige plangebied; b. reeds in uitvoering zijnde legale werken en werkzaamheden bij de tervisielegging van het ontwerp van dit plan of werken en werkzaamhededen waarvoor reeds een aanlegvergunning is verleend; c. andere werken en/of werkzaamheden die uit het oogpunt van de ruimtelijke ordening van niet ingrijpende betekenis zijn. 4.4.3
Voorwaarden omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning als bedoeld in 4.4.1 wordt slechts verleend, indien en voor zover de werken en/of werkzaamheden waarop de vergunning betrekking heeft: a. geen onevenredige aantasting met zich meebrengen voor de landschappelijke waarde van beplanting op deze gronden, dan wel voor de waarden van de aan de bestemming grenzende gronden; b. de mogelijkheden voor het behoud, de versterking en/of het herstel van die waarden niet in onevenredige mate verkleinen; c. noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming. 4.4.4
Advies omtrent omgevingsvergunning
Alvorens een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te beslissen, winnen burgemeester en wethouders, indien nodig, advies in bij de met betrekking tot het betreffende terrein meest aangewezen instantie.
90
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Artikel 5
Verkeer - Verblijfsgebied
5.1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1
Algemeen
De op de verbeelding voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (hoofdontsluitings)wegen; b. parkeervoorzieningen; c. voet- en fietspaden; d. groenvoorzieningen; e. water; met de daarbij behorende: f. bermen; g. duikers en bruggen; h. in- en uitritten; i. nutsvoorzieningen; j. (ondergrondse) inzamelplaatsen voor gescheiden afval; k. speeltoestellen; l. voorzieningen ten behoeve van de geleiding, beveliging en regeling van het verkeer; m. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; n. waterlopen en waterpartijen. 5.1.2
Dubbelbestemming
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op, dan wel in, deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer; b. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2.2 Bouwhoogtes en oppervlaktes Voor het bouwen als bedoeld in artikel 5.2.1 gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 6 m2 bedragen; b. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming mag niet meer bedragen dan aangegeven in artikel 13.
(vastgesteld)
91
bestemmingsplan Noorthey
Artikel 6
Water
6.1
Bestemmingsomschrijving
6.1.1
Algemeen
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bruggen; b. objecten van beeldende kunst; c. oever; d. vijver; e. water; f. waterberging; g. waterkering; h. waterlopen en waterpartijen; i. voorzieningen ten behoeve van de bestemming zoals overbeschoeiingen, remmingswerken, dukdalven, stuwdammen, duikers en inlaatwerken; j. groenvoorzieningen; k. voet- en fietspaden. 6.1.2
Dubbelbestemming
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op, dan wel in, deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Water uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.
6.2.2
Nadere bouwregels
Voor het bouwen als bedoeld in artikel 6.2.1 gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter; b. alvorens te beslissen op een aanvraag om omgevingsvergunning winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de waterbeheerder. 6.3
Specifieke gebruiksregels
Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: het gebruik van gronden en/of bouwwerken op een wijze die de waterhuishouding dan wel het waterbergend vermogen op enige wijze negatief beïnvloedt.
92
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Artikel 7
Wonen
7.1
Bestemmingsomschrijving
7.1.1
Algemeen
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor: a. wonen in de vormen aaneengebouwd en gestapeld; b. (semi-)openbaar collectief groen; mede bestemd voor: c. overhangende balkons, luifels en daarmee vergelijkbare bouwwerken respectievelijk voorzieningen ten behoeve van aangrenzende gronden en/of bebouwing; met daaraan ondergeschikt: d. beroep aan huis, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.5.1; e. verkoop via internet, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.5.2; met de daarbij behorende: f. water- en groenvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. (ondergrondse) inzamelplaatsen voor (gescheiden) afval; i. ontsluitingswegen; j. in- en uitritten; k. paden en verhardingen; l. parkeervoorzieningen; m. tuinen en erven; n. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. 7.1.2
Dubbelbestemming
De bij deze bestemming behorende bouw- gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 7.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 14 meter; c. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; d. het maximum aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. 7.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd; b. erf- en perceelsafscheidingen tot een bouwhoogte van maximaal 1 meter
(vastgesteld)
93
bestemmingsplan Noorthey 7.3
Ondergronds bouwen
7.3.1
Woningen
Voor ondergronds bouwen (onderbouw) bij een woning gelden de volgende regels: a. een ondergronds bouwwerk mag alleen binnen de contouren van het hoofdgebouw, danwel onder bijbehorende bouwwerken worden opgericht, met dien verstande dat minimaal 1 meter uit de perceelgrens gebouwd moet worden; b. de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk mag niet meer dan 3,5 meter beneden peil bedragen; c. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het totale oppervlak aan bouwwerken boven peil. 7.4
Afwijken van de bouwregels
7.4.1
Dakterras
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.2 ten behoeve van het realiseren van een dakterras, mits er toepassing wordt gegeven aan de regels welke zijn opgenomen in de nota 'Het dak op!, beleidsnotitie met sneltoets criteria voor dakterrassen', conform Bijlage 1 van de regels.
7.5
Specifieke gebruiksregels
7.5.1
Beroep aan huis
Voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep gelden de volgende regels: a. het vloeroppervlak van een woning dat wordt gebruikt ten behoeve van een aan huis verbonden beroep, mag niet meer bedragen dan 30% van het vloeroppervlak van de betreffende woning, bijbehorende bouwwerken daaronder mede begrepen; b. het aan huis verbonden beroep mag uitsluitend worden uitgeoefend door (een) bewoner(s) van de desbetreffende woning; c. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag geen nadelige invloed hebben op de parkeersituatie en de verkeersafwikkeling ter plaatse; d. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag niet gepaard gaan met buitenopslag van goederen, met horeca en/of met detailhandel, behoudens detailhandel in beperkte omvang die ondergeschikt en direct gerelateerd is aan de aard van het aan huis verbonden beroep. 7.5.2
Verkoop via internet
Verkoop via internet in en/of bij de woning wordt geacht in overeenstemming te zijn met de woonbestemming en is toegestaan, mits: a. ter plaatse alleen de elektronische transactie plaatsvindt en geen opslag en/of verzending van producten in, bij dan wel vanuit de woning plaatsvindt; b. ter plaatse geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en/of afgehaald kunnen worden; c. er geen buitenopslag van de te verkopen producten plaatsvindt. 7.5.3
Voorwaardelijke verplichting bodemsanering
Het bevoegd gezag verleent pas een omgevingsvergunning voor het bouwen als de verontreinigde grond is verwijderd en de bodemkwaliteit voldoende is voor het beoogde gebruik.
94
(vastgesteld)
bestemmingsplan Noorthey
Artikel 8
Woongebied
8.1
Bestemmingsomschrijving
8.1.1
Algemeen
De voor Woongebied aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vormen gestapeld, geschakeld, twee-onder-een-kap en vrijstaand; met daaraan ondergeschikt: b. beroepen aan huis; c. voorzieningen ten behoeve van warmte- en koudeopslag; met de daarbij behorende d. water- en groenvoorzieningen; e. ondergrondse afvalinzameling; f. bruggen en duikers; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. verblijfsgebied; i. fiets- en voetpaden; j. in- en uitritten; k. nutsvoorzieningen; l. buurtontsluitingswegen; m. paden en verhardingen; n. tuinen en erven. 8.1.2
Dubbelbestemming
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bijgebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte van gebouwen zoals genoemd in artikel 13 niet mag worden overschreden. 8.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de navolgende regels: a. hoofdgebouwen mogen niet worden gebouwd binnen de 'Specifieke bouwaanduiding hoofdgebouwen uitgesloten'; b. op de binnen dit bestemmingsplan voor Woongebied aangewezen gronden mogen in totaal maximaal 31 woningen worden gebouwd; c. In aanvulling op 8.1.1 onder a mag het aantal geschakelde woningen in één blok niet meer bedragen dan 4 woningen; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6,5 meter; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12,5 meter; f. de voorgevellijn dient gesitueerd te zijn ter plaatse van de aanduiding 'voorgevellijn'.
(vastgesteld)
95
bestemmingsplan Noorthey 8.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de navolgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn toegestaan; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 meter; d. bij een aan de woning aangebouwd bijgebouw, overkapping of aan- of uitbouw waarvan het dakvlak in het verlengde van het dakvlak van de woning ligt mag op de bouwhoogte van het dakvlak van de woning worden aangesloten. 8.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel 13.1.
8.3
Specifieke gebruiksregels
8.3.1
Voorwaardelijke verplichting bodemsanering
Het bevoegd gezag verleent pas een omgevingsvergunning voor het bouwen als de verontreinigde bodem is verwijderd en de bodemkwaliteit voldoende is voor het beoogde gebruik.
8.3.2
Parkeren
Het gebruiken van gebouwen ten behoeve van de in 8.1.1 genoemde functies is alleen toegestaan indien: a. wordt voldaan aan de parkeernormen zoals die in Bijlage 2 van de bijlagen bij de regels zijn weergegeven, en; b. het op grond van voornoemde parkeernormen vereiste aantal parkeerplaatsen in stand wordt gehouden.