CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3338 Vlietvoorde Weide vg toelichting en regels

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststelling bestemmingsplan Vlietvoorde Weide.25.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vlietvoorde Weide

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Opbouw van het plan

6 6 6 7 8

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Rijksbeleid 2.3 Regionaal en provinciaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid

10 10 10 13 18

Hoofdstuk 3 Bestaande situatie 3.1 Inleiding 3.2 Functionele analyse 3.3 Ruimtelijke analyse

26 26 26 26

Hoofdstuk 4 Toekomstige situatie 4.1 Inleiding 4.2 Toekomstige situatie

27 27 27

Hoofdstuk 5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding 5.2 Water 5.3 Bodem 5.4 Niet-gesprongen explosieven 5.5 Luchtkwaliteit 5.6 Geluid 5.7 Flora en Fauna 5.8 Externe veiligheid 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Duurzaamheid 5.11 Bedrijven- en milieuzonering 5.12 Verkeer en parkeren 5.13 Milieueffectrapportage

31 31 31 34 35 38 40 41 43 46 47 48 49 50

Hoofdstuk 6 Cultureel erfgoed 6.1 Inleiding 6.2 Archeologisch erfgoed 6.3 Cultuurhistorisch erfgoed

51 51 51 54

Hoofdstuk 7 Juridische vormgeving 7.1 Systematiek van de bestemmingsregels 7.2 Inleidende regels 7.3 Bestemmingsregels 7.4 Algemene regels, overgangs- en slotregels 7.5 Toepassing en handhaving van het bestemmingsplan

55 55 55 55 56 56

Hoofdstuk 8 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

57 57 58

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Watertoets Bijlage 2 Bodemonderzoek Gamma-locatie Bijlage 3 Niet gesprongen explosieven

59 60 61 62

2

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11

Akoestisch onderzoek Ontwerp-besluit Hogere Grenswaarden Wet Geluidhinder Stikstofrapportage Vlietvoorde-Weide Aerius-berekening Vlietvoorde-Weide (realisatiefase) Aerius-berekening Vlietvoorde-Weide (gebruiksfase) Quickscan Flora en Fauna Nader ecologisch onderzoek Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Schakelstuk & Gamma-locatie

Regels

63 64 65 66 67 68 69 70

72

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

73 73 82

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Woongebied Waarde - Archeologie 3 Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht

83 83 85 86 88 90 93

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

95 95 96 98 99 100

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

101 101 103

Bijlagen bij regels

104

Bijlage 1

105

(vastgesteld)

Nota parkeernormen Leidschendam-Voorburg

3

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Toelichting

(vastgesteld)

5

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het plangebied 'Vlietvoorde Weide' bevindt zich aan de Veursestraatweg 197 te Leidschendam. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Duivenvoordecorridor. Binnen de Duivenvoordecorridor is ter compensatie van eerder gesloopte glastuinbouw, de ruimte om woningen te realiseren. De locaties van de vroegere glastuinbouw zijn op dit moment niet meer in gebruik en betreffen braakliggende gronden. Daarnaast bevindt zich op dit moment een bouwmarkt in het plangebied. Deze zal hier vertrekken. De bedrijfsgebouwen zullen worden gesloopt en in de plaats daarvan ontstaat tevens ruimte om nieuwe woningen te realiseren. Met het voorliggend plan wordt een nieuwe invulling gegeven aan het plangebied. Het betreft een woningbouwprogramma waar landschap, natuur en belevingswaarde een belangrijke positie krijgen. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de voorgenomen ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Veursestraatweg te Leidschendam. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom, in de nabijheid van het stedelijk gebied. Het plangebied is gelegen rondom 'Vlinders aan de Vliet', een kleine overdekte dierentuin met een focus op vlinders. Aan de oostkant grenst het plangebied aan de Veursestraatweg (N447) en enkele woningen. Aan de zuidkant van het plangebied bevinden zich enkele woningen, kassen en een weiland. In het westen grenst het plangebied aan een agrarisch perceel. In het noorden liggen enkele woningen met tuinen. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Veur, sectie A, nummers 1318, 1505, 1608 en 1616 en heeft een oppervlakte van 21.307 m2.

6

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Afbeelding 1: Plangebied

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Het plangebied is gelegen in de beheersverordening 'Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg', welke is vastgesteld op 30 mei 2017. Het onderliggende bestemmingsplan 'Duivenvoordecorridor' is vastgesteld op 5 september 2007. Het ligt volledig binnen de bestemming 'Uit te werken Buitenplaats II'. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor de ontwikkeling van een buitenplaats of landgoed, natuurbeheer, instandhouding of ontwikkeling van de aanwezige waarden, tuinen, erven en parkeervoorzieningen. Het ontwikkelen van woningen past niet binnen de regels van de beheersverordening. Daarom dient afgeweken te worden van de beheersverordening. Ook kent het plangebied de dubbelbestemming 'Beschermd Stads- en Dorpsgezicht'. Gronden die hierbinnen zijn gelegen zijn bestemd voor het behoud en/of de versterking van de aanwezige historisch-ruimtelijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden en/of elementen. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de bovengenoemde waarden.

(vastgesteld)

7

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Afbeelding 2: Uitsnede Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg Daarnaast geldt in het plangebied het 'Voorbereidingsbesluit woningsplitsing en kamerbewoning 2'. De regels van dit voorbereidingsbesluit zijn overgenomen in de regels van het voorliggende bestemmingsplan.

1.4

Opbouw van het plan

Het bestemmingsplan 'Vlietvoorde Weide' bestaat uit een drietal onderdelen, te weten:  de toelichting (plus bijlagen);  de regels (plus bijlagen);  de verbeelding (in de vorm van geometrisch bepaalde planobjecten). 1.4.1

De toelichting

Na een inleiding in dit eerste hoofdstuk, is de toelichting als volgt opgebouwd:  In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het ruimtelijk beleid op Europees, rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. De relevante onderdelen worden benoemd en waar nodig vertaald naar het bestemmingsplan;  In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie;  In hoofdstuk 4 wordt de toekomstige situatie van het plangebied uitgelicht;  In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op diverse relevante milieuaspecten;  In hoofdstuk 6 worden de archeologische en cultuurhistorische waarden beschreven;  In hoofdstuk 7 is opgenomen hoe de in het bestemmingsplan benoemde keuzes juridisch worden vormgegeven in de regels en op de verbeelding;

8

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide 

Tenslotte wordt in hoofdstuk 8 de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven. Hierbij wordt ingegaan op het overleg met andere partijen, de maatschappelijke en de financieel-economische uitvoerbaarheid.

1.4.2

De regels

De regels en de (digitale) verbeelding vormen samen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Zij leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden en opstallen in het plangebied vast en vormen het formele beoordelingskader voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. De regels en de verbeelding zijn opgesteld in overeenstemming met de geldende verplichte standaarden voor digitaal vergelijkbare en uitwisselbare bestemmingsplannen, die onder meer zijn vastgelegd in de IMRO2012 en de SVBP2012.

(vastgesteld)

9

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het voor het plangebied 'Vlietvoorde Weide' relevante ruimtelijk beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleidskader vormt de formele basis voor de ontwikkelingen in het plangebied en is daarnaast een onderbouwing voor de beleidskeuzes die in het plan zijn gemaakt.

2.2

Rijksbeleid

2.2.1

Nationale omgevingsvisie

De nationale omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze samenleving' komt voort uit de Omgevingswet, die in de nabije toekomst in werking treedt. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten hierin zijn:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio's;  Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn:  Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;  Afwendelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie paragraaf 2.2.2). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

Doorwerking plangebied De voorziene nieuwbouw en sloop behorende bij dit bestemmingsplan heeft wel raakvlakken met de NOVI, met name waar het gaat om het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving. Het abstractieniveau van de NOVI is dusdanig hoog dat er geen directe opgaven voor het bestemmingsplan gelden.

2.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat een aantal onderwerpen waarvoor het rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. De 14 nationale belangen van het Barro zijn:  Rijksvaarwegen;  Mainport ontwikkelingen Rotterdam;  Kustfundament;  Grote rivieren;  Waddenzee en waddengebied  Defensie;  Hoofdwegen en hoofdspoorwegen;  Elektriciteitsvoorziening;  Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen;  Natuurnetwerk Nederland;  Primaire waterkeringen buiten het kustfundament;

10

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide   

IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan.

Doorwerking plangebied De in het Barro juridisch verankerde nationale belangen hebben geen van allen betrekking op het plangebied uit voorliggend bestemmingsplan of de ontwikkelingen die daar zijn gepland.

2.2.3

Besluit ruimtelijke ordening

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De begrippen "bestaand stedelijk gebied" en "nieuwe stedelijke ontwikkeling" zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder bepaalt niet voor welke regio de behoefte in beeld moet worden gebracht. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt.

De afbakening van het onderzoeksgebied is dus afhankelijk van het beoogde programma in het bestemmingsplan. De Ladder biedt de mogelijkheid om in geval van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingsplichten en/of wijzigingsbevoegdheden in het moederplan te bepalen dat het Ladderonderzoek pas hoeft te worden verricht bij vaststelling van het uitwerkingsplan of het wijzigingsplan.

Doorwerking plangebied Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 28 woningen. Er is daarmee sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Op grond van artikel 3.1.6 lid Bro wordt de behoefte hieronder verder toegelicht.

1. Behoefte van de voorgestelde ontwikkeling In de randstad is een grote druk op de woningmarkt, welke nog steeds toeneemt. De woningmarkt is overspannen. Mede door de kleiner worden huishoudens en de groeiende bevolking is er op dit moment meer vraag dan aanbod. Voor de Haaglanden is een regionale woonvisie opgesteld. Deze is opgesteld in samenwerking tussen 9 gemeentes in Zuid-Holland. De gemeenten streven ernaar om aan de provinciale vraag van 50.000 woningen tot 2025 te voldoen. Met de voorgenomen ontwikkeling kan een deel van deze vraag worden opgevangen. Op basis van de Bouwsteen groene woongemeente wordt ingezet op hoogwaardig wonen in een rustige en groene omgeving. Uitgangspunt is een gedifferentieerde woningbouw voor mensen met en zonder zorgvraag. Daarmee kan de gemeente een meer gevarieerd woningaanbod creëren. De ontwikkeling speelt dus in op de woningbehoefte in Leidschendam. 2. Waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied? Omdat het plangebied buiten het bestaand stedelijk gebied is gesitueerd, dient onderbouwd te worden waarom binnen het bestaand stedelijk gebied niet aan de behoefte kan worden voorzien.

(vastgesteld)

11

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide Op verschillende plekken in de gemeente Leidschendam-Voorburg worden locaties herontwikkeld naar woningbouw. Echter blijft de woningbouwopgave in de gemeente en de regio onverminderd groot. Daarom zijn andere locaties buiten het stedelijk gebied noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de vraag voor nieuwe woningbouwlocaties. De herontwikkeling van een voormalig glastuinbouwgebied en GAMMA-locatie is hiervoor uitermate geschikt. Voor de Duivenvoordecorridor zijn daarom afspraken gemaakt voor mogelijkheden voor woningbouw, zoals beschreven in paragraaf 2.3.1. De omgeving van het plangebied is open en natuurrijk. Dit biedt kansen voor een rustig landelijk woonmilieu in een groene omgeving. De realisatie van zo'n rustig landelijk woonmilieu is niet mogelijk binnen het bestaand stedelijke gebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg. De gemeente concentreert gestapelde woningbouw vooral in het stedelijk gebied. Het landelijk wonen is daarom passend in de Duivenvoordecorridor en specifiek de Vlietvoorde Weide. Met het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is voldoende gemotiveerd dat het plan Vlietvoorde Weide voldoet aan de marktvraag en behoefte. Het plan sluit aan op uitgangspunten en ambities van de regionale en gemeentelijke woonvisie. Daarmee voldoet het plan aan het Besluit ruimtelijke ordening.

12

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

2.3

Regionaal en provinciaal beleid

2.3.1

Bestuursconvenant Duivenvoordecorridor

Het bestuursconvenant Duivenvoordecorridor is ondertekend op 19 februari 2008 tussen het voormalig ministerie van VROM, de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Voorschoten. Het heeft tot doel om een ruimtelijke invulling te geven voor de Duivenvoordecorridor. De ambities is het realiseren van een duurzame landschappelijke structuur en het waarborgen van de aanwezigheid van de duurzame recreatiefunctie in een overwegend groen landschap. In de Duivenvoordecorridor dient niet meer woningbouw plaats te vinden dan strikt noodzakelijk. Het bestuursconvenant maakt de realisatie van woningbouw mogelijk, als kostendrager voor de kosten voor verwerving en sloop van voormalige tuinbouwbedrijven, waarbij de footprint/bebouwingsoppervlakte van de nieuwe woningbouw niet groter mag zijn dan 15% van de oppervlakte aan voormalig tuinbouwbedrijf. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van het aantal gesloopte opstallen en te realiseren woonbebouwing in de Duivenvoordecorridor. Tot op heden is 236.678 m2 aan kassen en bedrijfsgebouwen gesloopt. De provincie heeft vastgesteld dat tot en met 11 december 2015 177.265 m2 aan kassen en dergelijke zijn gesloopt. Na dit moment zijn op andere locaties kassen en bedrijfsgebouwen gesloopt. In onderstaande tabel is de totale gesloopte oppervlakte in de Duivenvoordecorridor weergegeven.

Gesloopte oppervlakte kassen e.d. t/m 11 december 2015

177.265 m2

Gesloopte oppervlakte kassen e.d. vanaf 12 december 2015

28.930 m2

Sloop kassen e.d. Veursestraatweg (Groene Horsen)

22.600 m2

Sloop bedrijfspand Life & Garden

4.933 m2

Sloop bedrijfspand Gamma

2.950 m2

Totaal

236.678 m2

Tabel 1: gesloopte oppervlakte in de Duivenvoordecorridor Maximaal 15% van de gesloopte oppervlakte mag worden gebruikt voor nieuwe woningbouw. Op basis van de tot nu toe gesloopte oppervlakte mag 35.502 m2 aan footprint ten behoeve van kostendragers worden gerealiseerd. In de volgende tabel is weergegeven wat de beoogde footprint is van alle plannen die reeds ontwikkeld zijn, of in de nabije toekomst ontwikkeld worden. Deelplan

Bestemming wonen

Noorthey

8.400 m2

De Bosrand (Buitenvoorde)

1.500 m2

Vlietvoorde Weide

2.250 m2

Vlietvoorde

12.200 m2

Vlietvoorde West

4.600 m2

Bestemming wonen overig

240 m2

400 m2

Dommanschet Life & Garden

200 m2

Groene Horsten

1.500 m2

Totaal

30.650 m2

640 m2

Tabel 2: Bebouwingsmogelijkheden volgend uit bestuursconvenant Duivenvoordecorridor (*dit programma is inclusief 2.000m2 dek boven parkeerplaatsen)

(vastgesteld)

13

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Op basis van bovenstaande tabel wordt geconcludeerd dat een totaal van 31.290 m 2 aan woningbouw wordt gerealiseerd. Daarmee wordt maximaal 15% van de gesloopte oppervlakte teruggebouwd. De vrijkomende ruimte moet betekenis hebben voor de groene ruimte en moet op een duurzame manier worden ingepast. Er is een kwaliteitsteam ingesteld om hierover te adviseren en plannen te beoordelen. Na een heroriëntatie van de oorspronkelijke plannen in de Duivenvoordecorridor in 2015, heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg in 2016 de spelregels voor de planontwikkeling opnieuw vastgelegd in een ruimtelijke uitnodiging. Alle kwantitatieve en kwalitatieve afspraken uit het convenant zijn daarbij als uitgangspunt gehanteerd. De ruimtelijke uitnodiging wordt beschreven in paragraaf 2.4.3.

Doorwerking plangebied Het voorliggende plan voorziet in een totale bebouwing van 2.250 m2. Daarvan wordt 1.350 m2 op het terrein van het Schakelstuk gerealiseerd en 900 m2 op het terrein van de Gamma. Daarmee wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden van het bestuursconvenant.

2.3.2

Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland

Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie is op 8 maart 2023 geactualiseerd vastgesteld door de provincie Zuid-Holland in het kader van de Omgevingswet die in 2024 in werking treedt. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De provincie stelt in het document 'inleiding' dat onderdeel is van de Omgevingsvisie, de visie, ambities en opgaven voor de provincie. Het omvat 6 richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving:  Naar een klimaatbestendige delta;  Naar een nieuwe economie: the next level;  Naar een levendige meerkernige metropool;  Energievernieuwing;  Best bereikbare provincie;  Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Naast de 6 ambities benoemt de provincie 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' in de Omgevingsvisie die vanuit provinciaal belang zijn ontwikkeld. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners.

De 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' zijn als volgt:  Landschap en cultuurhistorie;  Gezondheid en veiligheid;  Natuur en recreatie;  Ruimte en verstedelijking;  Wonen;  Bodem en ondergrond;  Cultuurparticipatie en bibliotheken;  Klimaatadaptie;  Zoetwater en drinkwater;  Bereikbaarheid;  Regionale economie;  Energievoorziening. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit wordt gewerkt vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Voorliggend bestemmingsplan heeft met name een relatie tot de opgaven 'Landschap en cultuurhistorie', 'Ruimte en verstedelijking' en 'Wonen'.

14

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide Doorwerking plangebied De voorgenomen ontwikkeling draagt met name bij aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Door de sloop van de GAMMA verdwijnt veel verharding en een minder aantrekkelijk bedrijfsgebouw. De nieuwe woningen worden in een groen landschap gerealiseerd. De diverse groenelementen in het plangebied geven het plangebied een aantrekkelijk landschap. Ook het extra oppervlaktewater met bijbehorende oevers geven een landschappelijke impuls. Op deze manier wordt er een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving gerealiseerd. Op dit punt draagt het plan goed bij aan de ambities van de omgevingsvisie. Met de andere ambities is niet direct raakvlak. Deze vormen dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling.

2.3.3

Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland

De Omgevingsverordening Zuid-Holland is gezamenlijk met de Omgevingsvisie op 20 februari 2019 vastgesteld en op 1 april 2019 in werking getreden. De meest recente versie van de Omgevingsverordening is op 1 april 2023 in werking getreden, waarin enkele wijzigingen zijn doorgevoerd. De Omgevingsverordening is in het kader van de Omgevingswet opgesteld. De Omgevingsverordening stelt regels over diverse aspecten welke van toepassing zijn op de fysieke leefomgeving.

Doorwerking plangebied Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Artikel 6.9 is relevant vanwege de ligging in een beschermd stads- en dorpsgezicht. In artikel 6.9 van de provinciale Omgevingsverordening staat: 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 2. Aanvullende maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij:  aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering;  indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. Onderhavig planinitiatief sluit goed aan op dit artikel. Door de sloop van de glastuinbouw en de GAMMA is sprake van een afname in bebouwing. Ook neemt de hoeveelheid verharding af door het verdwijnen van de GAMMA. Door het toepassen van een goede landschappelijke inpassing met veel groene en natuurlijke elementen is er sprake van een sterke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.

(vastgesteld)

15

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Het plangebied ligt binnen de volgende beschermingscategorieën: Artikel 6.9a Beschermingscategorie 3 Buitengebied  Een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die tevens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorps gebied;  In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: 1. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; 2. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; 3. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; 4. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Het plangebied ligt buiten het bestaand stedelijk gebied. Door de sloop van de glastuinbouw is sprake van een grote afname in bebouwing. Ter compensatie van deze sloop kunnen enkele woningen terug worden gebouwd. Daarnaast worden veel groene elementen toegevoegd in het landschap, waarmee het groene karakter van de omgeving zoveel mogelijk versterkt wordt.

Artikel 6.9d Beschermingscategorie 2 Groene buffers  Een bestemmingsplan voor een locatie binnen groene buffers kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord.  In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: 1. de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek; 2. de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; 3. de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; 4. de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. De ontwikkelingen in de Duivenvoordecorridor, waar onderhavig planinitiatief onderdeel van uitmaakt, voorzien in een groene woonomgeving met een relatief lage dichtheid. Vlietvoorde Weide sluit hierop aan. Daarmee wordt voorzien in een groene overgang van het stedelijk naar het landelijk gebied. De recreatieve belevingswaarde wordt ter plaatse versterkt, door de realisatie van het groen en de gesloopte kassen.

Artikel 6.9g Beschermingscategorie 1 Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed  Een bestemmingsplan voor een locatie binnen Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft en de ontwikkeling het behoud en de versterking van het betreffende cultureel erfgoed ondersteunt en overwegend meerwaarde heeft voor kwaliteiten en de gebruikswaarde ervan.  In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: 1. de herkenbaarheid van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; 2. de historische context van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; 3. de uniciteit van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; 4. de kwetsbaarheid van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; 5. de gaafheid van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; 6. de samenhang van de kwaliteiten van Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; 7. de richtpunten die zijn opgesteld voor het specifieke kroonjuweel (zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap). In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de cultuurhistorische waarde van het plangebied. Daaruit blijkt dat de cultuurhistorische waarden worden versterkt.

16

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen  Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: 1. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; 2. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X van de omgevingsverordening.  Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door gedeputeerde staten aanvaarde regionale woonvisie;  Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.

In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening;  Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. In paragraaf 2.2.3 wordt ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking. Aangezien het plangebied kleiner is dan 3 hectare, is lid 1, sub b niet van toepassing. De ontwikkeling voorziet niet in sociale huurwoningen. Dit is op basis van de gestelde spelregels voor de Duivenvoordecorridor niet mogelijk. Deze spelregels zijn nader onderbouwd in paragraaf 2.3.1 en 2.4.3. In het plangebied wordt daarom prioriteit gegeven aan het landschap, boven de aanwezigheid van goekope woningen.

(vastgesteld)

17

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1

Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

De Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040 is vastgesteld in 2006 en herijkt vastgesteld op 25 september 2012. De structuurvisie vormt de basis voor de (bestuurlijk) strategische keuzes en geeft richting aan de hoofdlijnen van het gewenste ruimtelijke ontwikkelingsbeleid van de gemeente Leidschendam-Voorburg tot 2040. Als overkoepelende ambitie streeft de structuurvisie naar een positionering van de gemeente als aantrekkelijke, groene en duurzame woon- en werkstad. De herijkte uitgangspunten (opgaven, doelstellingen en ambities) zijn vertaald naar drie pijlers:  versterken van de groene woonstad;  verbeteren van economische kansen en voorzieningenstructuur;  beter benutten en verbeteren van de bereikbaarheid.  De structuurvisie gaat daarbij uit van een indeling van de gemeente in een stedelijk gebied, de Vlietzone en het buitengebied. Het plangebied 'Vlietvoorde Weide' valt binnen het buitengebied.

Voor het buitengebied zijn de onderstaande opgaven geformuleerd:  de ontwikkeling van het Regiopark optimaal benutten als een onderscheidende vestigingsfactor en aanvullende kwaliteit voor het imago van de groene woonstad;  verbetering van de recreatieve mogelijkheden en ontwikkeling van nieuwe economische kansen met behoud van de agrarische functie;  realisatie van diversiteit aan kwaliteiten aan de stadsranden;  verbetering van de recreatieve netwerken en de stad-landverbindingen. Het gehele spectrum aan woonmilieus is binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg aanwezig, van vroeg naoorlogse wijken, landgoederen, groen wonen, stedelijk wonen, vooroorlogse wijken en historische dorpen tot flatwijken. Het gemeentelijk streven is gericht op 'complete wijken' met alle voorzieningen en verschillende woningtypen in verschillende prijsklassen in aansluiten op de behoeften en de markt. Versterking van cultuurhistorische waarden van gebieden als de Duivenvoordecorridor draagt bij aan de identiteit en diversiteit van de bestaande en nieuwe woonmilieus. De Duivenvoordecorridor wordt in de structuurvisie tevens genoemd als ontwikkellocatie tot woongebied.

18

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Doorwerking plangebied

Afbeelding 3: Uitsnede structuurbeeld 'integrale opgaven stedelijk gebied' (plangebied paars omcirkeld) Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een landelijke woonomgeving gerealiseerd in het buitengebied, specifiek in de Duivenvoordecorridor. In de Duivenvoordecorridor staat de sanering van glastuinbouw en het herstellen van het cultuurhistorisch landgoederenlandschap centraal. In dit gebied richt de gemeente Leidschendam-Voorburg zich op landschappelijk, landelijk en cultuurhistorisch wonen in een sfeer van nieuwe buitenplaatsen. Hier wil de gemeente werken aan excellente grondgebonden woningen in het hogere segment. De voorgenomen ontwikkeling speelt goed in op de ambities van de structuurvisie. Zo wordt een groene woonomgeving gecreëerd in het hogere segment. In het plangebied hebben in het verleden kassen gestaan, welke zijn gesloopt. Door de sanering van de GAMMA wordt het landelijk wonen verder versterkt. Ook wordt de as van de tuin van Noorthey beter zichtbaar door deze ontwikkeling en wordt de kwaliteit van deze landschappelijke lijn verbeterd, wat bijdraagt aan de cultuurhistorische waarde van het landgoederenlandschap.

(vastgesteld)

19

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

2.4.2

Bouwstenen omgevingsvisie

De gemeente stelt haar omgevingsvisie stap voor stap op. In 2019 is het Kompas van de Leefomgeving vastgesteld. Dit document geeft de eerste richting aan die de gemeente op wil. Het kompas bevat doelstellingen, agendapunten en hoofdkeuzes. Als belangrijke tussenstap tussen het kompas en de omgevingsvisie zijn een aantal bouwstenen opgesteld. De bouwstenen zijn een uitwerking van het kompas en vormen de agenda voor de omgevingsvisie. De keuzes in het kompas worden in de bouwstenen verder uitgewerkt. De bouwstenen zijn samen het complete verhaal die de toekomst van Leidschendam-Voorburg schetst. De 4 bouwstenen zijn:  Groene woongemeente;  Mobiliteit en bereikbaarheid;  Economie en bedrijvigheid;  Lokale energiestrategie en Transitievisie Warmte. In de bouwstenen wordt beschreven hoe we de kwaliteiten van de gemeente kunnen behouden en tegelijkertijd de keuzes voor de toekomst kunnen inpassen.

Doorwerking plangebied Groene woongemeente De bouwsteen Groene Woongemeente stuurt op het uitbreiden van het woningaanbod, terwijl het aanwezige groen wordt behouden en waar mogelijk versterkt. Dit is mogelijk door met name op binnenstedelijke locaties te bouwen. Het plangebied ligt niet binnen het stedelijk gebied. In het verleden zijn in het plangebied kassen gesloopt. De GAMMA wordt met dit plan tevens gesloopt. Daardoor neemt de bebouwing in het plangebied flink af. De nieuwe woningen sluiten aan op de lokale woningbehoefte, als het gaat om wonen in het groen. Door de toevoeging van nieuw groen wordt goed aangesloten op de ambitie van deze bouwsteen. Mobiliteit en bereikbaarheid De bouwsteen Mobiliteit en bereikbaarheid stuurt op het benutten van de bestaande infrastructuur en het stimuleren van andere vervoerswijzen dan de auto, zoals de fiets of het openbaar vervoer. Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Veursestraatweg. Het plangebied is vanaf deze weg goed bereikbaar voor fietsers en voetgangers. Ook is een bushalte op loopafstand aanwezig. Het parkeren wordt opgevangen in het plangebied. Daarmee sluit onderhavig planinitiatief aan op deze bouwsteen. Economie en bedrijvigheid De bouwsteen Economie en bedrijvigheid zet in op een aantrekkelijke groene woongemeente met een uitstekend voorzieningniveau.

Daarnaast wordt gestuurd op een werkgelegenheidsgroei en een buitengebied met een economisch verdienmodel. Onderhavig planinitiatief voorziet niet in de realisatie van bedrijvigheid of voorzieningen. Wel zijn de aanwezige voorzieningen goed bereikbaar vanaf het plangebied, waarmee er een aantrekkelijke woonomgeving wordt gecreëerd. Het verdwijnen van de GAMMA op deze locatie heeft zeer beperkte impact op de lokale economie. Daarmee sluit het planinitiatief aan op deze bouwsteen. Lokale energiestrategie en Transitievisie Warmte De bouwstenen voor de Lokale energiestrategie en Transitievisie Warmte zetten in op de verduurzaming van de gemeente. Onderhavig planinitiatief sluit daarop aan doordat de woningen voldoen aan de wettelijke eisen voor nieuwbouwwoningen. Daarnaast wordt door de sloop van de kassen en de GAMMA de uitstoot ook verminderd.

20

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

2.4.3

Ruimtelijke uitnodiging: 'Maak het in de Duivenvoordecorridor'

De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft op 7 juni 2018 de ruimtelijke uitnodiging 'Maak het in de Duivenvoordecorridor' vastgesteld. Na een uitgebreid overleg met verschillende belanghebbenden vormt de ruimtelijke uitnodiging het kader voor de gewenste ontwikkelingen binnen de Duivenvoordecorridor. In deze ruimtelijke uitnodiging staan ook de gewenste kaders voor 't Schakelstuk geschetst. Met de ruimtelijke uitnodiging heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg de ontwikkelingsplannen in hoofdlijnen uiteengezet, waarin de kaders, wensen en ambities voor het gebied geschetst zijn. De centrale opgave voor de Duivenvoordecorridor luidt als volgt: "Van de toekomstige Duivenvoordecorridor wordt verwacht dat het een ecologische en landschappelijke kwaliteit heeft die is gebaseerd op de historische kenmerken en kwaliteiten van het gebied. De kwaliteit moet het onderscheidende karakter van de woonmilieus definiëren en het gebied ecologisch en recreatief versterken."

Doorwerking plangebied Voor het Schakelstuk zijn eisen en ambities opgesteld. Voor de Gamma-locatie zijn geen specifieke eisen en ambities opgsteld. Voor dit deel van het plangebied wordt aangesloten op de eisen en ambities van het Schakelstuk. De volgende eisen gelden voor het Schakelstuk: Ruimtelijk  Duurzame, eigentijdse en onderscheidende woningbouw, met een duidelijke relatie met het open landschap;  Een open zichtas over de as van de tuin van Noorthey;  Maak tussen twee aangrenzende percelen groene of geen erfafscheidingen;  De bebouwing krijgt een alzijdige vormgeving. Programmatisch  Totaal netto bebouwd oppervlakte ('footprint') van maximaal 1.000 m2;  Woningen krijgen maximaal 1 laag met een kap of een duidelijk ondergeschikte tweede laag (excl. kelder); Verkeerskundig  De verkeersentree vanaf de Veursestraatweg;  Parkeren binnen het deelplan.

Daarnaast zijn de volgende ambities opgesteld: Ruimtelijk  Meer groen en blauw binnen het deelplan;  Vergroot het weide gebied en de zichtas zoveel mogelijk;  Maak een groene verbinding tussen de open weide en het weilandje van Schakenbosch;  Realiseer een zichtrelatie vanuit de bebouwing en het open landschap;  Geef de woningen zoveel mogelijk een directe relatie met de polder;  Parkeren zoveel mogelijk uit het zicht vanaf de zichtas en het landschap;  Maak een wandelverbinding (laarzenpad) mogelijk door het gebied;  Zoveel mogelijk gebruik maken van gebiedseigen groen. Duurzaamheid  Een hoge ambitie op duurzaamheid, op gebouw- en gebiedsniveau;  Ruimte geven aan (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Woonmilieu  Geef ruimte voor expressief wonen goed in het landschap ingepast.

(vastgesteld)

21

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Afbeelding 4: spelregels voor het Schakelstuk Het plan past in hoofdlijnen in de doelstellingen van de ruimtelijke uitnodiging, maar wijkt op onderdelen ook af. Zo worden de geschakelde woningen uitgevoerd in een laag met een hoge kap, waarmee de woningen drie lagen krijgen. Ook wordt de oppervlakte van 1.000 m 2 overschreden. Wel is de ontwikkeling passend in het landschap en de omgeving en draagt het bij aan de cultuurhistorische waarden van het gebied.

2.4.4

Woonambities gemeentelijk woonbeleid

In de Bouwsteen groene woongemeente Leidschendam-Voorburg 2021 en de Woonzorgvisie 2022-2030 zijn de actuele thema's op het gebied van huisvesting (met eventueel daarbij behorende knelpunten) binnen de gemeente in kaart gebracht. De gemeente stelt in de Bouwsteen de volgende doelen om specifieke opgaven te behalen: a. Ruimte voor woningbouw van 4.500 tot 5.000 woningen tot 2040; b. Niet bouwen in het groen (uitwerking kompas: kwaliteit boven kwantiteit); c. Functies parkeren, economie en zorg gaan niet ten koste van groen of woningen; d. Gezien de bevolkingsgroei houden we rekening met extra ontwikkeling van jongerenvoorzieningen, culturele voorzieningen, zorg en onderwijs. Uitgangspunt is een rustig stedelijk en hoogwaardig woonmilieu. Bij de invulling van de woonopgave gaat Leidschendam-Voorburg uit van de woningbehoefte van inwoners en zet zich in voor groepen waar de woningnood het hoogst is en blijft: jongeren, studenten, starters, senioren, kwetsbare inwoners, statushouders en spoedzoekers. Leidschendam-Voorburg stuurt waar mogelijk op de nieuwbouw van een substantieel aantal betaalbare woningen binnen bestaande woningbouwlocaties.

In de Woonzorgvisie Leidschendam-Voorburg 2022-2030 heeft de gemeente op het gebied van huisvesting als ambitie vastgesteld: "Het realiseren van voldoende en kwalitatief geschikte woningen voor de verschillende doelgroepen." De opgaven die de gemeente stelt zijn: a. Het realiseren en ontwikkelen van geschikte zelfstandige woonruimtes; b. Het faciliteren en sturen op het realiseren van woonzorginitiatieven.

22

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide Doorwerking plangebied Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingezet op een groene woonomgeving en een aantrekkelijke leefomgeving. Dit sluit met name aan op de Bouwsteen groene woongemeente. Met onderhavig plan worden geen goedkope woningen gerealiseerd, omdat het concept van landelijk en groen wonen het niet mogelijk maakt om voldoende goedkope woningen te realiseren. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 2.4.5.

2.4.5

Verordening sociale en middeldure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2020

Naar aanleiding van de woonvisie heeft de gemeente beleid ontwikkeld om meer betaalbare woningen te realiseren. In het bijzonder is er op dit moment een grote vraag naar sociale huurwoningen. Daarvoor zijn de Beleidsregels Woningbouw 2018-2021 vastgesteld. De beleidsregels vormen in principe een toetsingskader voor de beoordeling, prioritering en fasering van woningbouw. Het uitgangspunt is dat tenminste 30% sociale (huur)woningen moet worden verwezenlijkt. Naast de sociale (huur)woningen blijkt ook een grote vraag te zijn naar middeldure koop- en huurwoningen. Daarnaast blijkt dat de sociale huurwoningen die gerealiseerd zijn, veelal niet in aanmerking komen voor huurtoeslag. Om effectiever in te kunnen zetten op de realisatie van sociale huurwoningen en middeldure huur- en koopwoningen, heeft de gemeenteraad op 7 juni 2022 de Verordening sociale en middeldure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2022 vastgesteld. Deze verordening is een uitwerking van de structuurvisie en de Bouwsteen groene woongemeente. De huidige versie van de verordening is sinds 1 juli 2022 in werking.

Doorwerking plangebied Met de voorgenomen ontwikkeling worden enkel dure woningen gerealiseerd. Daarmee wordt niet tegemoet gekomen aan de ambitie om voornamelijk goedkope woningen te realiseren. In artikel 3 zijn situaties genoemd waar deze verordening niet van toepassing is. In lid 2 is genoemd dat deze verordening niet van toepassing is op een bouwplan, indien voor de dag van inwerkingtreding van deze verordening door de raad of het college bindende ruimtelijke en/of programmatische randvoorwaarden of uitgangspunten ten behoeve van het bouwplan zijn vastgesteld in de vorm van een ruimtelijk kader, spelregelkaarten, een ruimtelijke uitnodiging, een ontwikkelvisie, randvoorwaarden voor een aanbesteding/tender of enig andere daarmee naar aard, doel en/of inhoud vergelijkbare besluit en/of document. Voor het plangebied is een ruimtelijke uitnodiging opgesteld, zoals beschreven in paragraaf 2.4.3. Op basis van deze spelregels is het niet mogelijk om sociale woningbouw te realiseren. Daarmee zijn de regels zoals gesteld in de Verordening sociale en middeldure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2022 niet van toepassing op onderhavig planinitiatief. Met toepassing van de hardheidsclausule uit de Verordening sociale en middeldure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2022 worden de te realiseren sociale en middeldure woningen elders gerealiseerd, waaronder in deelgebied Noorthey.

2.4.6

Water- en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027

In het Water- en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027, vastgesteld op 10 november 2021, is de toekomstvisie voor 2050 op de zorg voor riolering en grond- en oppervlaktewater beschreven. De volgende beleidsdoelen zijn als uitgangspunt aangehouden:  Water- en rioleringszorg draagt bij aan een goede volksgezondheid;  Leidschendam-Voorburg wordt duurzaam en klimaatbestendig gemaakt;  Water- en rioleringszorg draagt bij aan een schone en prettige leefomgeving;  De gemeente heeft een goede dienstverlening;  De gemeente levert kwaliteit tegen een maatschappelijk verantwoord kostenniveau. Om de ambitieuze doelen van het Water- en rioleringsplan te realiseren moet water een integraal onderdeel zijn van alle strategische en ruimtelijke plannen. Het waterplan moet het waterbeheer inhoudelijk en procesmatig verbeteren, met voortdurende aandacht voor duurzaamheid. Bij een ruimtelijk plan dient een initiatiefnemer in het kader van de watertoets in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat

(vastgesteld)

23

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer.

Doorwerking plangebied Onderhavig planinitiatief voldoet aan de gestelde voorwaarden van het Water- en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027. Het aspect water wordt nader onderbouwd in paragraaf 5.2.

2.4.7

Verkeer- en parkeerbeleid

2.4.7.1 Verkeer- en vervoersplan Het herijkte Verkeer- en Vervoersplan 2014 is vastgesteld op 14 oktober 2014 en bestaat uit drie delen. Onderdeel A geeft de visie en de opgaven van de gemeente Leidschendam-Voorburg bij het verkeers- en vervoerbeleid in de periode 2014-2020, met een doorkijk naar 2040. In het uitgebreidere deel B worden de achterliggende analyses en oplossingsrichtingen beschreven. Om de oplossingen uit te voeren zal een meerjaren uitvoeringsprogramma (deel C) worden opgesteld dat gekoppeld is aan het Investeringsprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling en jaarlijks wordt geactualiseerd. Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is een maatregelenlijst.

2.4.7.2 Nota Parkeerbeleid 2021 De Nota Parkeerbeleid 2021 is vastgesteld op 6 april 2021. In de Nota Parkeerbeleid 2021 is de visie op parkeren in de gemeente Leidschendam-Voorburg vastgelegd en staan de kaders voor verdere uitwerking van het parkeerbeleid. De gemeente wil een duidelijk en eenduidig parkeerbeleid voeren, waarbij parkeerbeleid ook kan betekenen dat er juist geen parkeermaatregelen worden getroffen. Deze nota is tot stand gekomen op basis van twee gemeente-brede enquêtes over parkeren, objectieve parkeermetingen en een interactief proces met een klankbordgroep bestaande uit bewoners en ondernemers. twee gemeente-brede enquêtes over parkeren en objectieve parkeermetingen gehouden.

2.4.7.3 Nota Parkeernormen 2012 De Nota Parkeernormen is vastgesteld op 6 november 2012 en beschrijft de parkeernormen voor fiets en auto binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. Hieraan moet worden voldaan bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. De nota beschrijft de achterliggende rekenmethodiek en geeft aan onder welke voorwaarden van de norm mag worden afgeweken.

Doorwerking plangebied Het aspect verkeer en parkeren wordt nader onderbouwd in paragrafen 4.2.4 en 5.12. Hieruit blijkt dat voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Ook leidt de ontwikkeling niet tot verkeersoverlast en zijn er mogelijkheden om alternatieve vervoersmiddelen te gebruiken, zoals de fiets of de bus.

24

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

2.4.8

Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2019-2022

Om te zorgen dat ook voor de toekomstige generaties onze planeet een goede plek is om te leven, moeten we veranderen in hoe we werken, wonen en leven. Ook in deze gemeente. Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg wil grote stappen zetten op het gebied van duurzaamheid en milieu. De ambitie is een CO2-neutrale gemeente met een circulaire economie in 2050. De gemeente werkt aan een toekomstbestendige stad met een gezond woon- en leefklimaat. De gemeente is trots op Leidschendam-Voorburg als groene en duurzame woonstad en wil dit samen met de bewoners blijvend versterken. Sinds 2016 is op basis van de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 aan verduurzaming gewerkt. op basis van ontwikkelingen, het coalitieakkoord in 2018 en vakinhoudelijke kennis van partners en ambtenaren wordt het duurzaamheidsbeleid verder ontwikkeld en bestendigd in het uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2019-2022. Dit uitvoeringsprogramma is vastgesteld op 10 december 2019.

Doorwerking plangebied Onderhavig planinitiatief past binnen de kaders van het uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2019-2022. Het aspect duurzaamheid in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling is verder beschreven in paragraaf 5.10.

(vastgesteld)

25

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Hoofdstuk 3 3.1

Bestaande situatie

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijke en functionele analyse van het plangebied op basis van de bestande situatie, de ruimtelijke hoofdstructuur en de aanwezigheid van verschillende functies in en rond het plangebied.

3.2

Functionele analyse

Het plangebied is gelegen binnen de Duivenvoordecorridor en bestaat voor de voorgenomen ontwikkeling functioneel uit twee delen. Het noordoostelijke deel van het plangebied wordt op dit moment gebruikt door de GAMMA. Dit omvat detailhandel in de vorm van een bouwmarkt met een parkeerterrein. Het zuidwestelijke deel van het plangebied is op dit moment in gebruik als grasland. In het verleden werden deze percelen gebruikt voor glastuinbouw. Sinds de sloop van de kassen is er echter geen sprake meer van glastuinbouw en heeft het perceel slechts een beperkte agrarische functie.

3.3

Ruimtelijke analyse

3.3.1

Bebouwingsstructuur

Op het noordelijke deel van het plangebied staat een GAMMA bouwmarkt. Dit pand is circa 2340 m 2 groot en heeft een bedrijfsmatige uitstraling. De rest van het plangebied is op dit moment onbebouwd. In het verleden hebben kassen in het plangebied gestaan, maar deze zijn gesloopt. 3.3.2

Wegenstructuur

De GAMMA is ontsloten vanaf de Veursestraatweg. Op het terrein van de GAMMA zijn parkeervoorzieningen ten behoeve van de GAMMA aanwezig. 3.3.3

Groenstructuur

Het plangebied is gelegen in de Duivenvoordecorridor. Dit is een gebied waar diverse ontwikkelingen gaande zijn om de landschappelijke kwaliteiten te versterken. Waar het gebied eerder hoofdzakelijk bebouwd was met kassen, zijn de meeste kassen in het gebied gesloopt. Dit heeft geleid tot meer openheid en ruimte voor nieuwe groenstructuren. Het plangebied bestaat deels uit braakliggend terrein. Dit deel van het plangebied bestaat met name uit gras en struiken. Aan de rand van het plangebied zijn enkele bomen en struiken aanwezig. Het perceel van de GAMMA is hoofdzakelijk verhard en kent weinig groen. Door het plangebied loopt een wandelpad langs de Vlinders aan de Vliet. Deze loopt langs een poldersloot en is groen ingepast. 3.3.4

Waterstructuur

In en rond het plangebied zijn diverse waterlopen aanwezig. Langs de GAMMA ligt aan de zuidzijde een waterloop, welke van de Veursestraatweg naar de Noortheylaan loopt. Daarnaast bevinden zich langs de braakliggende percelen tevens enkele waterlopen.

26

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Hoofdstuk 4 4.1

Toekomstige situatie

Inleiding

Dit hoofdstuk gaat in op de toekomstige situatie van het plangebied. Deze toekomstige situatie bepaalt de vorm en inhoud van de juridische regeling (bestemmingsregels) van dit bestemmingsplan.

4.2

Toekomstige situatie

4.2.1

Stedenbouwkundige opzet

Het plangebied is georiënteerd op de Veursestraatweg. Het plangebied wordt vanaf hier ontsloten. Ook is het plangebied goed zichtbaar vanaf deze weg. Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit een collectief woonlandschap. In dit gebied worden geschakelde woningen gerealiseerd, welke in een oost-west oriëntatie worden geplaatst. Door deze oriëntatie aan te houden, wordt aangesloten op de bestaande en de nog aan te leggen waterstructuren in het plangebied. Ook kan hiermee de zichtas van Noorthey worden gewaarborgd, welke ongeveer langs het bestaande wandelpad loopt. Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden, worden geen bijgebouwen in de tuinen gerealiseerd. Er wordt een gemeenschappelijke schuur gerealiseerd, welke dezelfde oriëntatie heeft als de woningen. Deze schuur wordt goed in het groen ingepast. Aan de voorzijde van het perceel wordt een poortwachterswoning gerealiseerd. Deze sluit goed aan op de lintbebouwing van de Veursestraatweg. Ook dient deze als een statige entree naar de noordzijde van het plangebied. De ontwikkeling is passend in het landschap van de Duivenvoordecorridor. Er wordt meer oppervlaktewater toegevoegd en de groenstructuren sluiten aan op de bestaande groenstructuren in de omgeving. De woningen worden op deze manier goed landschappelijk ingepast. Daarmee wordt het wonen in een groene en landelijke omgeving mogelijk gemaakt.

Afbeelding 5: Bovenaanzicht plangebied toekomstige situatie

(vastgesteld)

27

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Afbeelding 6: Impressie plangebied vanaf de lucht

4.2.2

Bebouwingsstructuur

In het plangebied worden 26 geschakelde woningen gerealiseerd, verdeeld over 5 blokken. De geschakelde woningen worden gebouwd in een landelijke stijl, welke passend is bij de groene uitstraling van het plangebied. Dit betreffen eengezinswoningen. De woningen worden ontsloten middels een voetpad, welke verbonden is met de parkeerplaats in het plangebied. De berging krijgt de uitstraling van een schuur, zoals deze meer voorkomen in agrarische gebieden. In deze schuur krijgt iedere woning zijn eigen berging. De poortwachterswoning betreft een twee-onder-een-kap woning en krijgt een statige uitstraling. De voorgevel van de woning is gericht naar de toegangsweg van het plangebied.

Afbeelding 7: Impressie poortwachterswoning vanaf de Veursestraatweg

28

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Afbeelding 8: Impressie van de geschakelde woningen 4.2.3

Groen- en waterstructuur

Groen De groenstructuren in het plangebied sluiten aan op het landschap van de Duivenvoordecorridor. De groenstructuren zijn nader uitgewerkt in afbeelding 5. Langs de oevers van de sloten worden bomen en andere vormen van groen geplant. Ook zullen natuurvriendelijk oevers worden gerealiseerd. Nabij het water is tevens ruimte voor een natuurlijke speelplek. Ook wordt de Vlinders aan de Vliet groen ingepast. De parkeerplaatsen worden landschappelijk ingepast middels een bloesemgaard. Rondom de schuur zijn een speelweide, een pluk- en moestuin, bloemenweides, bloemrijk grasland en een talud met bessen voorzien. Enkele oevers worden ingericht als natuurvriendelijke oever. De oevers krijgen over het algemeen een groene uitstraling.

Afbeelding 9: Impressiebeeld van de groene ruimte rondom de schuur. Water De bestaande waterpartijen in en rond het plangebied blijven behouden en waar nodig versterkt. Ook worden diverse nieuwe waterpartijen aangelegd. Met dit plan wordt dan ook meer oppervlaktewater gecreëerd.

(vastgesteld)

29

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide 4.2.4

Verkeersstructuur

Het plangebied wordt op twee punten ontsloten aan de Veursestraatweg. Vanaf elke ontsluiting loopt een weg naar een parkeerplaats, waar bewoners en bezoekers de auto kunnen parkeren. Vanaf hier kan men de woningen via de voetpaden bereiken. In het plangebied zijn diverse voetpaden aanwezig. Middels deze paden kan men eenvoudig de schuur en moestuinen bereiken. Aan de Veursestraatweg ligt een fietspad. Vanaf dit fietspad kunnen fietsers het plangebied bereiken, via dezelfde ontsluitingswegen als de auto's. Aan de noordzijde worden 22 parkeerplaatsen gerealiseerd, bedoeld voor de 11 woningen aan deze zijde. Aan de zuidzijde worden 30 parkeerplaatsen gerealiseerd. Bij de poortwachterswoningen zijn tevens 4 parkeerplaatsen aan de overzijde van de weg geprojecteerd.

30

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

Hoofdstuk 5 5.1

Milieuaspecten

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten voor de voorgenomen ontwikkeling. Hierin wordt onderbouwd of bepaalde aspecten kunnen leiden tot belemmeringen voor onderhavig planinitiatief.

5.2

Water

5.2.1

Inleiding

De waterparagraaf is een vast onderdeel van het bestemmingsplan. In dit hoofdstuk komen alle relevante wateraspecten aan bod die van belang zijn in het plangebied. Het Hoogheemraadschap van Rijnland is verantwoordelijk voor de waterkwantiteit en -kwaliteit van de polder- en boezemwatergangen in en om het plangebied. De gemeentelijke taken zijn onder andere het riool- en oeverbeheer. Het plangebied valt binnen de reikwijdte van het Water- en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027 dat op 10 november 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld.

5.2.1.1 Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is vastgesteld op 18 maart 2022. In het NWP beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein. Zo moet Nederland zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Ook moeten we blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook verdient de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening aandacht. Daarnaast hebben diverse functies het water nodig, zoals scheepvaart, landbouw en natuur. In het NWP zijn deze uitdagingen uitgewerkt en is aangegeven hoe hiermee om wordt gegaan.

5.2.1.2 Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen hebben een bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkeningen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000m 3/jaar. Gemeenten hebben verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater.

(vastgesteld)

31

bestemmingsplan Vlietvoorde Weide

5.2.1.3 Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. In 2008 is het NBW geactualiseerd met als doel de watersystemen in 2015 op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=d710e45a-7301-4d84-9ef5-d092caee1cb5