3337 Vlietvoorde West vg toelichting en regels
Tekst van het document
bebouwd oppervlak
som van de oppervlakten van de verticale projectie van bebouwing. Met de verticale projectie van de bebouwing wordt bedoeld de oppervlakte van een bouwwerk.
(vastgesteld)
91
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Woongebied
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van grondgebonden en gestapelde woningen; met daaraan ondergeschikt: b. beroepen aan huis; c. voorzieningen ten behoeve van warmte- en koudeopslag; met de daarbij behorende: d. water- en groenverzieningen; e. ondergrondse afvalinzameling; f. bruggen en duikers; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. verblijfsgebied; i. fiets- en voetpaden; j. in- en uitritten; k. nutsvoorzieningen; l. buurtontsluitingswegen; m. paden en verhardingen; n. boven- en ondergronds parkeervoorzieningen; o. tuinen en erven. 3.1.2
Algemene aanduiding
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de algemene aanduidingsregel(s) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bijgebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. met dien verstande dat het totale bebouwde oppervlakte van gebouwen zoals genoemd in artikel 5.1 niet mag worden overschreden. 3.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de navolgende regels: a. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 13 meter; b. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6,5 meter.
92
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
3.2.3
Specifieke bouwaanduiding - bos
In aanvulling van het bepaalde in lid 3.2 gelden ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - bos' de volgende voorwaarden: a. er vindt afwisseling plaats tussen de situering van de woningen en het omliggende boslandschap; 3.2.4
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen gelden de navolgende regels: a. aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen zijn toegestaan; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van het bijbehorende hoofdgebouw plus 0,3 meter; c. bij een aan de woning aangebouwd bijgebouw, overkapping of aan- of uitbouw waarvan het dakvlak in het verlengde van het dakvlak van de woning ligt mag op de bouwhoogte van het dakvlak van de woning worden aangesloten. 3.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel 5.1.1.
3.3
Ondergronds bouwen
3.3.1
Woningen
Voor ondergronds bouwen (onderbouw) bij een woning gelden de volgende regels: a. de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk mag niet meer dan 3,5 meter beneden peil bedragen; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het totale oppervlak aan bouwwerken boven peil; 3.3.2
Parkeerkelders
Ondergrondse parkeerkelders zijn binnen de gehele bestemming 'Woongebied' toegestaan, met dien verstande dat: a. de verticale diepte maximaal 3,5 meter beneden peil bedraagt; b. de oppervlakte van een ondergronds bouwwerk niet wordt meegerekend bij de maximaal toegestane oppervlakte zoals opgenomen in artikel 5.1. 3.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het in artikel 3.2.2 bepaalde, onder de voorwaarde dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. er geen afbreuk wordt gedaan aan eventuele archeologische waarden. c. er een akkoord ligt van het Qteam 3.5
Parkeren
Het gebruik van gebouwen ten behoeve van de in 3.2.3 genoemde functie is alleen toegestaan indien: a. wordt voldaan aan de parkeernormen zoals die in Bijlage 1 van de bijlagen bij de regels zijn weergegeven, en; b. het op grond van voornoemde parkeernormen vereiste aantal parkeerplaatsen in stand wordt gehouden.
(vastgesteld)
93
bestemmingsplan Vlietvoorde West
94
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
(vastgesteld)
95
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Artikel 5 5.1
Algemene bouwregels
Bouwwerken
Het maximaal toelaatbare bebouwde oppervlakte van de bouwwerken binnen de bestemmingsvlakken met de bestemming 'Woongebied' bedraagt 4600 m2. 5.1.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals weergegeven in onderstaande tabel gelden voor het gehele bestemmingsplan.
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Maximale bouwhoogte
A. erf- en perceelafscheidingen op ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn
2 meter
B. overige erf- en perceelafscheidingen
1 meter
C. vlaggenmasten
6 meter
D. lantaarnpalen
9 meter
E. straatmeubilair
3 meter
F. tuinmeubilair
2 meter
G. speeltoestellen
5 meter
H. objecten van beeldende kunst
6 meter
I. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
1,5 meter
5.2
Parkeernormen
In geval van nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied dient de actuele Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg te worden gehanteerd. Uitgangspunt is dat parkeervoorzieningen binnen het plangebied Vlietvoorde-West gerealiseerd dienen te worden.
5.3
Woningsplitsing
5.3.1 Algemeen a. Het is verboden om een bestaande woning te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer zelfstandige woningen; b. Uitgezonderd van het verbod als genoemd in artikel 5.3.1 onder a is het realiseren van een mantelzorgwoning waarbij splitsing van de oorspronkelijke woonruimte plaatsvindt in enerzijds een zogenaamde mantelzorgwoning, waarin de zorgvrager woont en anderzijds een andere zelfstandige woning, welke door de zorggever wordt bewoond. Indien de mantelzorg beëindigd wordt, mag de mantelzorgwoning niet langer als zelfstandige woning gebruikt worden. 5.3.2 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.3.1 ten behoeve van het verbouwen van een woning tot twee of meer zelfstandige woningen. 5.3.3
Advies
Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3.2, toetst het bevoegd gezag de aanvraag aan: a. de algemene leefbaarheidstoets; b. de Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg.
96
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Artikel 6
6.1
Algemene gebruiksregels
Tot gebruik, strijdig met dit plan, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor de opslag en/of stalling van (motor)voertuigen, vaartuigen, caravans en/of overige zaken, anders dan ten dienste van de bestemming en mits de regels van de betreffende bestemming zich tegen dit gebruik niet verzetten; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, anders dan ten dienste van de bestemming en mits de regels van de betreffende bestemming zich tegen dit gebruik niet verzetten; c. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van bewoning; d. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden voor buitenopslag; e. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor de opslag van vuurwerk, mits de regels van de betreffende bestemming zich tegen dit gebruik niet verzetten. 6.2
Woningsplitsing en kamerverhuur
6.2.1 Algemeen a. Het is verboden om een bestaande woning te gebruiken voor twee of meer zelfstandige woningen; b. Het is verboden om een bestaande woning te gebruiken of voor gebuik aan te bieden voor 3 of meer onzelfstandige woningen; c. Uitgezonerd van het verbod genoemd in artikel 6.2.1 is het gebruik van een mantelzorgwoning waarbij splitsing van de oorspronkelijke woonruimte plaatsvindt in enerzijds een zogenaamde mantelzorgwoning, waarin de zorgvrager woont en anderzijds een andere zelfstandige woning, welke door de zorggever wordt bewoond. Indien de mantelzorg beëindigd wordt, mag de mantelzorgwoning niet langer als zelfstandige woning gebruikt worden. 6.2.2
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1 onder de volgende voorwaarden: a. het omzetten van een woning voor kamerbewoning met drie of maximaal vier kamers; b. de beoogde woonruimte na omzetting in onzelfstandige woonruimten beschikt over een gebruiksoppervlakte (GBO) van minimaal 24 m2 per bewoner; c. de te splitsen woonruimte bij woningsplitsing beschikt over een gebruiksoppervlakte (GBO) van minimaal 140 m2; d. de beoogde zelfstandige woonruimte van splitsing beschikt over een gebruiksoppervlakte (GBO) van minimaal 55 m2; e. de hoofdbewoner bij inwoning ten minste 50% van het totale gebruiksoppervlakte (GBO) van het gebouw bewoond; f. de bestaande woonruimte bij inwoning beschikt over een gebruiksoppervlakte (GBO) van ten minste 55 m2. 6.2.3
Advies
Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.2.2, toetst het bevoegd gezag de aanvraag aan: a. de algemene leefbaarheidstoets; b. de Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg.
(vastgesteld)
97
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Artikel 7 7.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan, indien en voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden alsmede de elders in dit plan beschreven ruimtelijke -, cultuurhistorische -, landschappelijke - en natuurwaarden, bevoegd af te wijken van: a. de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van goot- en/of bouwhoogten met ten hoogste 10%, mits dit in verband met het realiseren van de bestemming noodzakelijk is of indien door de afwijking een betere bouwkundige en/of stedenbouwkundige aansluiting ontstaat met direct aangrenzende percelen en/of bouwwerken: deze afwijking mag niet cumulatief worden gebruikt ten opzichte van eerder met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakte afwijkingen: uitgangspunt voor de afwijking is de normstelling zoals opgenomen in de bouwregels van Hoofdstuk 2 van dit plan; b. de bestemmingsregels en toe te staan dat bouwgrenzen worden overschreden indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft met ten hoogste 10%; c. de bestemmingsregels en toe te staan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven. 7.1.1
Aanvulllende voorwaarden
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.1 wordt slechts verleend: a. indien en voor zover hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. indien en voor zover sprake is van een algemeen belang dan wel van een verbetering van het straat- en bebouwingsbeeld. 7.2
Mantelzorg
7.2.1
Afwijken van de gebruiksregels voor mantelzorg
Het bevoegd gezag kan afwijken van de gebruiksregels van dit plan en toe te staan dat een bestaand bijgebouw gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, indien en voor zover: a. een dergelijke vorm van wonen noodzakelijk is vanuit oogpunt van het verlenen van mantel zorg; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en andere belanghebbenden. 7.2.2 Intrekken afwijking Het bevoegd gezag trekt de afwijken als bedoeld in artikel 7.2.1 in zodra de bestaande noodzaak vanuit oogpunt van het verlenen van mantelzorg niet langer aanwezig is.
98
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
Het bevoegd gezag kan het plan te wijzigen in die zin dat de situering en/of begrenzing van op de verbeelding aangegeven bouwvlakken en/of bestemmingsvlakken wordt gewijzigd indien: a. de oppervlakte van elk bouwvlak en/of bestemmingsvlak met niet meer dan 10% wordt vergroot dan wel verkleind; b. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer, railverkeer en/of industrielawaai op de gevel van geluidgevoelige objecten respectievelijk op de grens van geluidgevoelige terreinen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, dan wel een daartoe verkregen hogere grenswaarde; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. ter plaatse voorkomende dna wel aan de betreffende gronden eigen cultuurhistorische-, landschappelijke-, botanische-, of ecologische waarden; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de woonsituatie; 4. de milieusituatie; 5. de verkeersveiligheid; 6. de sociale veiligheid; 7. de aansluiting aan structurele groen- en/of waterelementen; 8. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
(vastgesteld)
99
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Hoofdstuk 4 Artikel 9
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
9.1
Bouwwerken
9.1.1
Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. 9.1.2 Afwijken algemene regel Het bevoegd gezag kan eenmalig afwijken van het bepaalde in artikel 9.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 9.1.1 met maximaal 10%. 9.1.3
Uitzonderingen
Artikel 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar izjn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
9.2
Gebruik
9.2.1
Algemeen
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 9.2.2
Verandering in gebruik
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 9.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 9.2.3
Voorwaarde
indien het gebruik, bedoeld in artikel 9.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 9.2.4
Uitzondering
artikel 9.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 9.2.5
Hardheidclausule
Indien toepassing van het in 9.2 opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor één of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan grond en/of opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan het bevoegd gezag met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie ten behoeve van die natuurlijke persoon of personen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2. 9.3
Slotregel
deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Vlietvoorde West
100
(vastgesteld)