3337 Vlietvoorde West vg toelichting en regels
Tekst van het document
Vlietvoorde West
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Opbouw van het plan
6 6 6 8 11
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Rijksbeleid 2.3 Regionaal en provinciaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
12 12 12 14 20
Hoofdstuk 3 Bestaande situatie 3.1 Inleiding 3.2 Bestaande functies en ruimtelijke structuren
25 25 25
Hoofdstuk 4 Toekomstige situatie 4.1 Inleiding 4.2 Visie op het gebied 4.3 Feitelijke ontwikkelingen in het plangebied 4.4 Gevolgen voor dit ruimtelijke plan
28 28 28 29 30
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Inleiding 5.2 Water 5.3 Bodem 5.4 Niet-gesproken explosieven 5.5 Stikstofemissies 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Geluid 5.8 Flora en Fauna 5.9 Externe veiligheid 5.10 Kabels en leidingen 5.11 Duurzaamheid 5.12 Bedrijven- en milieuzonering 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Milieueffectrapportage
31 31 31 37 41 43 44 47 49 52 54 55 56 57 59
Hoofdstuk 6 Cultureel erfgoed 6.1 Inleiding 6.2 Archeologisch erfgoed 6.3 Cultuurhistorisch erfgoed
60 60 60 66
Hoofdstuk 7 Juridische vormgeving 7.1 Systematiek van de bestemmingsregels 7.2 Inleidende regels 7.3 Bestemmingsregels 7.4 Algemene regels, overgangs- en slotregels 7.5 Toepassing en handhaving van het bestemmingsplan
67 67 67 67 67 67
Hoofdstuk 8 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
69 69 70
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Woonvisie woningmarktregio Haaglanden
71 72
2
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10
Vooronderzoek niet-gesprongen explosieven Aerius-berekening Vlietvoorde-West Aerius-uitdraai Realisatiefase Aerius-uitdraai Gebruiksfase Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Quickscan Flora & Fauna Vlietvoorde-West Verkeersstudie Veursestraatweg Archeologisch proefsleuvenonderzoek Vormvrije m.e.r.-aanmeldnotitie
Regels
73 74 75 76 77 78 79 80 81
83
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
84 84 90
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Woongebied
92 92
Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
95 95 96 97 98 99
Hoofdstuk 4 Artikel 9
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
100 100
Bijlagen Regels
102
Bijlage 1
103
(vastgesteld)
Nota Parkeernormen
3
bestemmingsplan Vlietvoorde West
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Toelichting
(vastgesteld)
5
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het plangebied 'Vlietvoorde West' bevindt zich aan de Veursestraatweg tussen Leidschendam en Voorschoten. Het maakt deel uit van de ontwikkeling van het gehele gebied Vlietvoorde, waarbij het realiseren van drie woongebieden binnen Vlietvoorde reeds is vastgesteld in het bestemmingsplan 'Vlietvoorde'. Vlietvoorde West zal het vierde woongebied worden binnen Vlietvoorde. Op het grondgebied waar de ontwikkeling van Vlietvoorde West zal plaatsvinden, bevond zich voorheen glastuinbouw en een tuincentrum. De rest van het gebied Vlietvoorde kende ook glastuinbouw, met in totaal een oppervlakte van circa 130.000 m 2. Op dit moment zijn alle glastuinbouw, het tuincentrum en nog een enkele woning die zich in het gebied bevond verwijderd en bestaat Vlietvoorde West uit een braakliggend stuk grond. De ambitie van de gemeente Leidschendam-Voorburg is om het gebied Vlietvoorde, waar Vlietvoorde West onder valt, een nieuwe functie te geven. De focus zal liggen op het versterken van de ecologie en natuurwaarden in het gebied, waarin recreatie ook een rol zal krijgen. Binnen Vlietvoorde West zal een bosrijk gebied worden ontwikkeld waarbinnen woningen worden gerealiseerd, vergelijkbaar met het deelgebied 'bos' binnen het bestemmingsplan 'Vlietvoorde'. Het plangebied 'Vlietvoorde West' is in afbeelding 1 en 2 globaal weergegeven.
Het plangebied ligt binnen de vigerende beheersverordening '2017 Leidschendam - Voorburg', zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Leidschendam - Voorburg op 30 mei 2017. Het ontwikkelen van de beoogde woningen past niet binnen de vigerende bestemming.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Veursestraatweg (N447) tussen Leidschendam en Voorschoten. Het plangebied bevindt zich in de 'Duivenvoordecorridor', het landelijk gebied tussen Leidschendam-Voorburg en Voorschoten. Het plangebied grenst aan de zuidoostelijke zijde aan de Vliet en het achterliggende open landschap. De Veursestraatweg ligt ten westen van het plangebied. Het plangebied bestaat uit delen van 6 percelen, kadastraal bekend als gemeente Veur, sectie A, perceelnummers 1643, 1584, 1377, 1435,1434.
6
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Afbeelding 1 Kadastrale gegevens plangebied 'Vlietvoorde West' (plangebied in rood aangegeven)
(vastgesteld)
7
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Afbeelding 2 Ligging plangebied 'Vlietvoorde West' (plangebied in rood aangegeven)
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Binnen het plangebied vigeert de 'Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg' in combinatie met het bestemmingsplan 'Duivenvoordecorridor'. Ook valt een gedeelte van het plangebied van Vlietvoorde West binnen de plangrenzen van het omliggende plan 'Vlietvoorde'.
Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg en Bestemmingsplan 'Duivenvoordecorridor' De beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg is vastgesteld op 30 mei 2017 en op 21 juni 2017 in werking getreden. Het onderliggende bestemmingsplan 'Duivenvoordecorridor' is vastgesteld op 5 september 2007 en onherroepelijk sinds 29 juli 2009.
8
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Afbeelding 3 Uitsnede vigerende 'Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg' (plangebied in rood aangegeven) Voor het plangebied gelden de enkelbestemmingen 'uit te werken buitenplaats IV' en 'bedrijfsdoeleinden - nader uit te werken'. De gronden op de plankaart voor 'uit te werken buitenplaats IV' zijn onder andere bestemd voor de ontwikkeling van een buitenplaats of landgoed (niet bedoeld voor agrarische exploitatie), natuurbeheer, verkeers- en verblijfsdoeleinden, en woondoeleinden met bijbehorende tuinen en erven. De gronden op de plankaart voor 'bedrijfsdoeleinden - nader uit te werken' zijn onder andere bestemd voor de ontwikkeling van een tuincentrum en horeca.
Bestemmingsplan 'Vlietvoorde' Een deel van het plangebied valt binnen de invloedssferen van het omliggende plan 'Vlietvoorde'. Binnen deze grenzen geldt de enkelbesteming 'Groen'. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor extensieve recreatie, groenvoorzieningen, water, voorzieningen voor langzaam verkeer en verblijf en voorzieningen ten behoeve van water(huishouding). Op onderstaande afbeelding is te zien dat een klein gedeelte van het plangebied in het westen valt binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Vlietvoorde'.
(vastgesteld)
9
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Afbeelding 4 Plangebied Vlietvoorde West binnen de plangrenzen van 'Vlietvoorde'
Het plangebied ligt net buiten de landgoederenzone Wassenaar - Voorschoten - Leidschendam Voorburg, dat is aangewezen als Rijksbeschermd dorpsgezicht (zie afbeelding 5)
10
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West Afbeelding 5 Landgoederenzone Wassenaar - Voorschoten - Leidschendam - Voorburg (landgoederenzone in rood weergegeven; plangebied in het paars weergegeven) De maximale footprint aan nieuwe gebouwen die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt is gebaseerd op het bestuursconvenant Duivenvoordecorridor. In paragraaf 2.3.1 wordt het bestuursconvenant nader toegelicht aan de hand van een tabel. Voorliggend bestemmingsplan maakt onderdeel uit van het totale programma Vlietvoorde waarbinnen maximaal 16.800 m 2 aan nieuwe bebouwing is toegestaan. Binnen het reeds vastgestelde bestemmingsplan Vlietvoorde wordt een totale footprint gerealiseerd van 12.200 m2. Hierdoor resteert er nog 4.600 m2 aan footprint dat gerealiseerd kan worden binnen Vlietvoorde West. De ontwikkeling van het landschappelijke woonmilieu van Vlietvoorde West (vergelijkbaar met deelgebied bos in het plan Vlietvoorde) past niet binnen de vigerende beheersverordening. Met het voorliggende bestemmingsplan 'Vlietvoorde West' wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.4
Opbouw van het plan
Het bestemmingsplan 'Vlietvoorde West' bestaat uit een drietal onderdelen, te weten: de toelichting (plus bijlagen); de regels (plus bijlagen); de verbeelding (in de vorm van geometrisch bepaalde planobjecten). 1.4.1
De toelichting
Na een inleiding in dit eerste hoofdstuk, is de toelichting als volgt opgebouwd: In Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het ruimtelijk beleid op Europees-, Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. De relevante onderdelen worden benoemd en waar nodig vertaald naar het bestemmingsplan; In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie; In Hoofdstuk 4 wordt het toekomstbeeld voor het plangebied geschetst. Daarbij wordt specifiek ingegaan op onderhavige ontwikkeling; In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op diverse relevante milieuaspecten; Hoofdstuk 6 gaat in op de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en archeologie; In Hoofdstuk 7 is opgenomen hoe de in het bestemmingsplan benoemde keuzes juridisch worden vormgegeven in de regels en op de verbeelding; Tenslotte wordt in Hoofdstuk 8 de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven. Hierbij wordt ingegaan op het overleg met andere partijen, de maatschappelijke en de financieel-economische uitvoerbaarheid. 1.4.2
De regels
De regels en de (digitale) verbeelding vormen samen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Zij leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden en opstallen in het plangebied vast en vormen het formele beoordelingskader voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. De regels en de verbeelding zijn opgesteld in overeenstemming met de geldende verplichte standaarden voor digitaal vergelijkbare en uitwisselbare bestemmingsplannen, die onder meer zijn vastgelegd in de IMRO2012 en de SVBP2012.
(vastgesteld)
11
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het voor het plangebied 'Vlietvoorde West' relevante ruimtelijk beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleidskader vormt de formele basis voor ontwikkelingen in het plangebied en is daarnaast een onderbouwing voor de beleidskeuzes die in het plan zijn gemaakt.
2.2
Rijksbeleid
2.2.1
Nationale omgevingsvisie
De nationale omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze samenleving' komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2023 in werking treedt. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten hierin zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn: 1. Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwendelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting op 1 juli 2023) geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie §3.1.2). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
Doorwerking plangebied De Duivenvoordecorridor, waarbinnen het plangebied is gelegen, is een unieke locatie door de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. Doordat er een geruime tijd glastuinbouw en een tuincentrum in het plangebied aanwezig waren, zijn de oorspronkelijke landschaps- en cultuurhistorische waarden verloren. Door onderhavig bestemmingsplan kunnen de oorspronkelijke waarden aanwezig in het plangebied weer hersteld worden. Het terugbrengen van cultuurhistorische waarden wordt al gegarandeerd in het bestemmingsplan 'Vlietvoorde', waarin ook het terugbrengen van landschappelijke- en ecologische waarden centraal staan. Onderhavig bestemmingsplan draagt hieraan bij en vult deze ontwikkeling aan door een bosrijk woonmilieu te realiseren. Daarnaast is met de ontwikkeling van Vlietvoorde reeds de bemaling in het gebied stopgezet, hetgeen ook op Vlietvoorde West van toepassing is. Water krijgt de vrijheid, wat een positief effect heeft op waterveiligheid en de klimaatbestendigheid van woongebieden. De toevoeging van extra oppervlakte water draagt bovendien op een positieve wijze bij aan hittebestrijding. Hierin valt het planinitiatief binnen de nationale omgevingsvisie.
12
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
2.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. De 14 nationale belangen van het Barro zijn: Rijksvaarwegen; Mainportontwikkelingen Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Doorwerking plangebied De in het Barro juridisch veranderde nationale belangen hebben geen van allen betrekking op het plangebied uit voorliggend bestemmingsplan of de ontwikkelingen die daar zijn gepland.
2.2.3
Besluit ruimtelijke ordening
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De begrippen “bestaand stedelijk gebied” en “nieuwe stedelijke ontwikkeling” zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar – looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder bepaalt niet voor welke regio de behoefte in beeld moet worden gebracht. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt.
De afbakening van het onderzoeksgebied is dus afhankelijk van het beoogde programma in het bestemmingsplan. De Ladder biedt de mogelijkheid om in geval van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingsplichten en/of wijzigingsbevoegdheden, in het moederplan te bepalen dat het Ladderonderzoek pas hoeft te worden verricht bij vaststelling van het uitwerkingsplan of het wijzigingsplan.
Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van circa 58 woningen. Er is sprake van nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. In paragraaf 2.3.4 zal de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' doorlopen worden.
(vastgesteld)
13
bestemmingsplan Vlietvoorde West
2.3
Regionaal en provinciaal beleid
2.3.1
Bestuursconvenant Duivenvoordecorridor
Het convenant, ondertekend op 19 februari 2008 tussen het voormalig Ministerie van VROM, de provincie Zuid Holland en de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Voorschoten, heeft tot doel om een ruimtelijke invulling te geven voor de Duivenvoordecorridor. De ambitie is het realiseren van een duurzame landschappelijke structuur en het waarborgen van de aanwezigheid van de duurzame recreatiefunctie in een overwegend groen landschap. In de Duivenvoordecorridor dient niet meer woningbouw plaats te vinden dan strikt noodzakelijk. Het bestuursconvenant maakt de realisatie van woningbouw mogelijk, als kostendrager voor de kosten voor verwerving en sloop van voormalige tuinbouwbedrijven, waarbij de footprint/bebouwingsoppervlakte van de nieuwe woningbouw niet groter mag zijn dan 15% van de oppervlakte aan voormalig tuinbouwbedrijf. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van het aantal gesloopte opstallen en te realiseren woonbebouwing in de Duivenvoordecorridor. Tot op heden is 236.678 m2 aan kassen en bedrijfsgebouwen gesloopt. De provincie heeft vastgesteld dat tot en met 11 december 2015 177.265 m2 aan kassen en dergelijke zijn gesloopt. Na dit moment zijn op andere locaties kassen en bedrijfsgebouwen gesloopt. In onderstaande tabel is de totale gesloopte oppervlakte in de Duivenvoordecorridor weergegeven.
Gesloopte oppervlakte kassen e.d. t/m 11 december 2015
177.265 m2
Gesloopte oppervlakte kassen e.d. vanaf 12 december 2015
28.930 m2
Sloop kassen e.d. Veursestraatweg (Groene Horsen)
22.600 m2
Sloop bedrijfspand Life & Garden
4.933 m2
Sloop bedrijfspand Gamma
2.950 m2
Totaal
236.678 m2
Tabel 1: gesloopte oppervlakte in de Duivenvoordecorridor Maximaal 15% van de gesloopte oppervlakte mag worden gebruikt voor nieuwe woningbouw. Op basis van de tot nu toe gesloopte oppervlakte mag 35.502 m2 aan footprint ten behoeve van kostendragers worden gerealiseerd. In de volgende tabel is weergegeven wat de beoogde footprint is van alle plannen die reeds ontwikkeld zijn, of in de nabije toekomst ontwikkeld worden.
Deelplan
Bestemming wonen
Noorthey
8.400 m2
De Bosrand (Buitenvoorde)
1.500 m2
Vlietvoorde Weide
2.250 m2
Vlietvoorde
12.200 m2
Vlietvoorde West
4.600 m2
Bestemming wonen overig
240 m2
400 m2
Dommanschet Life & Garden
200 m2
Groene Horsten
1.500 m2
Totaal
30.650 m2
640 m2
Tabel 2: Bebouwingsmogelijkheden volgend uit bestuursconvenant Duivenvoordecorridor (*dit programma is inclusief 2.000m2 dek boven parkeerplaatsen)
14
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Op basis van bovenstaande tabel wordt geconcludeerd dat een totaal van 31.290 m 2 aan woningbouw wordt gerealiseerd. Daarmee wordt maximaal 15% van de gesloopte oppervlakte teruggebouwd. De vrijkomende ruimte moet betekenis hebben voor de groene ruimte en op een duurzame manier worden ingepast. Er is een kwaliteitsteam (Q-team) ingesteld om hierover te adviseren en plannen te beoordelen. Na een heroriëntatie van de oorspronkelijk plannen in de Duivenvoordecorridor in de loop van 2015, heeft de Gemeente Leidschendam-Voorburg in 2016 de spelregels voor de planontwikkeling opnieuw vastgelegd in een Ruimtelijke uitnodiging. Alle kwantitatieve en kwalitatieve afspraken uit het convenant voor de Duivenvoordecorridor zijn daarbij als uitgangspunt gehanteerd. De Ruimtelijke uitnodiging wordt beschreven in paragraaf 2.4.2. Op basis van het bestuursconvenant bedraagt de maximale footprint aan nieuwe bebouwing binnen het gehele programma Vlietvoorde maximaal 16.800 m2. Zoals reeds beschreven in paragraaf 1.3 resteert er voor het plangebied Vlietvoorde West nog 4.600m2 aan nog te bebouwen oppervlakte. De vrijkomende ruimte moet betekenis hebben voor de groene ruimte (het landschap) en op een duurzame manier worden ingepast. Het eerder genoemde Q-team heeft een adviserende taak en beoordeelt de voorgestelde ontwikkelingen binnen de Duivenvoordecorridor.
Het plan 'Vlietvoorde West' wordt dan ook in afstemming met het Q-team geconcretiseerd en ingevuld.
2.3.2
Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland
Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Beiden zijn op 1 april 2019 in werking getreden en opgesteld in het kader van de Omgevingswet die in 2024 in werking treed. Op 1 april 2023 is de meest recente versie van de Omgevingsvisie Zuid-Holland in werking getreden, waarin enkele wijzigingen zijn doorgevoerd. In hoofdlijnen is het beleid hetzelfde gebleven. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie benoemd voor de provincie de visie, ambities en opgaven voor de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie bevat zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Naast de zes ambities stelt de provincie in de omgevingsvisie 12 provinciale opgaven voor de omgevingskwaliteit vast. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners.
De 12 provinciale opgaven omgevingskwaliteit zijn: Landschap en cultuurhistorie, Gezondheid en veiligheid, Natuur en recreatie, Ruimte en verstedelijking (de bebouwde ruimte beter benutten), Wonen, Bodem en ondergrond, Cultuurparticipatie en bibliotheken, Klimaatadaptatie, Zoetwater en drinkwater, Bereikbaarheid, Regionale economie en Energievoorziening. Ook het programma Ruimte en de Kwaliteitskaart zijn onderdeel van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland. Het programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het om locatie specifieke of de programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. Om aan te geven wat de provincie verstaat onder gebiedskwaliteit is een integrale Kwaliteitskaart opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze integrale Kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: 1. Laag van de ondergrond. De ondergrond van de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen; 2. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen. De laag van het zichtbare landschap en (grondgebonden) nut;
(vastgesteld)
15
bestemmingsplan Vlietvoorde West 3. Laag van de stedelijke occupatie. De steden en dorpen en hun onderlinge netwerken; 4. Laag van de beleving. De identiteit en (recreatieve) beleving. De kwaliteitskaart bevat de belangrijkste kenmerken (richtpunten) van een gebied. Karakteristiek voor Zuid-Holland zijn de delta-, veen-, rivieren- en kustlandschappen. Deze moeten herkenbaar blijven. Een richtpunt beschrijft hoe de provincie Zuid-Holland kwaliteit van een gebied bij nieuwe ontwikkelingen wil behouden of versterken. Bij aanpassingen in het landschap moet rekening gehouden worden met deze richtpunten. Een plan dat de kwaliteiten van een gebied versterkt is in ieders belang. Per laag is een aantal specifieke richtpunten aangegeven waar bij de ontwikkeling van een gebied rekening moet worden gehouden. Uitgangspunt daarbij is dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, zolang er sprake is van behoud of versterking van de gedefinieerde ruimtelijke kwaliteit in de Kwaliteitskaart (ja, mits-beleid). Dit beleid geldt zowel voor het stedelijk als het landelijk gebied.
Doorwerking plangebied De ontwikkeling van Vlietvoorde West draagt bij aan de ambitie van de provincie Zuid-Holland om een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving te creëren. Dit wordt gedaan door de woningen direct te verbinden met het landschap, door ze midden in het landschap te plaatsen. Een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving wordt als prettig ervaren, nodigt uit tot gezond gedrag en beschermt tegen negatieve omgevingsinvloeden. In de ontwikkeling van Vlietvoorde West worden deze doelstellingen gehaald door landschappelijke en ecologische kwaliteiten te waarborgen, het gebied ruim op te zetten en recreatieve mogelijkheden beschikbaar te maken. Het bos is direct vanuit de woning binnen handbereik. Cultureel erfgoed en recreatie op het water is binnen het plan Vlietvoorde meegenomen en bevindt zich daarmee ook in de directe omgeving van Vlietvoorde West. Daarmee is de drempel laag om in het gebied te wandelen, fietsen, sporten en recreëren. Het gezonde gedrag van bewoners wordt optimaal gestimuleerd.
2.3.2.1 De Kwaliteitskaart De voorgestelde ontwikkeling is aan de verschillende lagen van de kwaliteitskaart getoetst. 1. Laag van de ondergrond Het plangebied heeft verschillende ondergronden Het plangebied valt binnen de contouren van de ondergronds 'kustcomplex'. Ontwikkelingen op deze ondergrond versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (o.a. vooroevers en voordelta's); Het plangebied valt binnen de contouren van de ondergrond 'strandwallen en oude duinen'. Het voormalige strand- en duinlandschap is een reliëfrijk, overwegend niet gecultiveerd, zandlandschap van strand en jonge duinen met hoge natuur- en recreatiewaarden. De hoofddoelstelling van de 'laag van de ondergrond' is dat ontwikkelingen zorg dragen voor het behoud van het openbare karakter en de afwisseling in de belevingskwaliteit (van druk naar rustig) langs de kust van Zuid-Holland. 2. Laag van cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied is onderdeel van de contouren van het landgoederenlandschap. Het landgoederenlandschap kenmerkt zich door het herkenbare en afwisselende patroon van historische buitenplaatsen en landgoederen, volgroeide bossen en open ruimtes met nog deels een agrarische functie. Hier is de landschapsgradiënt van duin naar veen nog herkenbaar terug te vinden. Deze gebieden hebben een hoge recreatieve en cultuurhistorische waarde.
Belangrijke richtpunten zijn dat ontwikkelingen bijdragen aan het vergroten van de herkenbaarheid van het landgoederenlandschap, de afwisseling tussen beboste strandwallen met landgoederen en buitenplaatsen, en de kwaliteit van het ensemble van het landhuis, bijgebouw, tuin en park en de herkenbaarheid van het landgoed in het landschap.
16
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West 3. Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied valt binnen de contouren voor bouwwerken voor energieopwekking die in de laag 'stedelijke occupatie' zijn opgenomen. Nieuwe vormen van energie zullen steeds meer het landschap beïnvloeden. Diverse nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van locatie, vorm en grootte, matige tot grote invloed op het landschap kunnen hebben 4. Laag van de beleving Binnen de laag 'beleving' is de contour die de groene buffer aangeeft relevant. Het plangebied is onderdeel van deze groene buffer contour. Een groene buffer is een niet verstedelijkt landschap van relatief beperkte omvang tussen of grenzend aan de steden. De bufferende werking hiervan is van grote waarde. De kwaliteit “niet-verstedelijkt gebied" of luwte blijft behouden of wordt waar mogelijk versterkt. Het richtpunt is dat er in principe geen grootschalige ontwikkelingen plaatsvinden. De ontwikkelingen die wel plaatsvinden dragen bij aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.
Doorwerking plangebied Het plangebied van Vlietvoorde West is gesitueerd te midden van het gebied Vlietvoorde, gelegen tussen de Veursestraatweg en de Vliet. Vanuit de Veursestraatweg wordt één centrale ontsluitingsweg aangelegd die Vlietvoorde West en de overige (woon)gebieden van Vlietvoorde met de omgeving ontsluit. Deze weg zal gelegen zijn direct ten zuiden van Vlietvoorde West. Om het openbare karakter van het gebied en de belevingskwaliteit vanaf de Veursestraatweg en de Vliet te borgen zijn er in het stedenbouwkundig- en landschappelijk plan van het gebied Vlietvoorde verschillende zichtlijnen opgenomen. Deze zichtlijnen zorgen voor zichtbaarheid en beleving van het gebied in onderlinge samenhang en vanuit de omgeving. Het gehele gebied Vlietvoorde, waaronder ook Vlietvoorde West valt, wordt daarmee geen afgesloten of solitair gelegen gebied, maar is op een logische manier ingebed in het landschap. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Vlietvoorde" stonden deze uitgangspunten al centraal en onderhavig bestemmingsplan "Vlietvoorde West" zal hierbij aansluiten. De stedenbouwkundige- en landschappelijke opzet van het plangebied houdt rekening met de verschillende ondergronden uit de kwaliteitskaart. Woningen worden geplaatst in het bosrijke landschap om de beleving van de natuur te versterken, hetgeen de laag 'beleving' vormt.
2.3.3
Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland
De Omgevingsverordening Zuid-Holland is gezamenlijk met de Omgevingsvisie op 20 februari 2019 vastgesteld en op 1 april 2019 in werking getreden. Ook de Omgevingsverordening heeft wijzigingen ondergaan die zijn gewaarborgd in de meest recente versie, in werking getreden op 1 april 2023. Ook de Omgevingsverordening is in het kader van de Omgevingswet opgesteld en vormt het juridische fundament van de Omgevingsvisie. De Omgevingsverordening stelt regels over de volgende aspecten: activiteiten door burgers en bedrijven; tot het openbaar bestuur gerichte regels over het ambitieniveau voor de leefomgevingskwaliteit; onderlinge taakverdeling; doorwerking provinciaal beleid naar andere bestuursorganen via instructieregels; financiële bepalingen; procedures voor voorbereiding; handhaving; schade; monitoring en informatie; adviesorganen; overgangsrecht. De Omgevingsverordening geeft invulling aan de maatschappelijke opgaven uit de provinciale omgevingsvisie. De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. Dit kunnen regels zijn over activiteiten, zoals een stedelijke ontwikkeling. Onderhavig
(vastgesteld)
17
bestemmingsplan Vlietvoorde West bestemmingsplan maakt een stedelijke ontwikkeling mogelijk buiten bestaand stedelijk gebied. Het artikel 'stedelijke ontwikkelingen' is relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van de locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening; 3. Gedeputeerde Staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen.
Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Om de voorgestelde ontwikkeling binnen de regels van omgevingsverordening te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt doorlopen. De Ladder is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
2.3.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
Bij de bepaling van de behoefte aan een voorgenomen woningbouwontwikkeling die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (12 of meer nieuwe woningen) behelst dient de Ladder voor Duurzame verstedelijking te worden doorlopen. Hierbij gaat het erom of de beoogde plancapaciteit voorziet in de vraag van het woningaanbod uit de lange termijn prognose. Ook als alleen een oordeel nodig is of een plan in overeenstemming met goede ruimtelijke ordening is, moet volgens het Besluit ruimtelijke ordening beoordeeld en onderbouwd worden of de mogelijke woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte (binnen een planperiode van in beginsel tien jaar). De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat nu uit twee onderdelen. Het tweede lid van artikel 3.1.6. Bro omvat de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' 1. Behoefte van de voorgestelde ontwikkeling De gemeente Leidschendam-Voorburg werkt samen met buurgemeenten bij de afstemming van de woningbouwprogramma's.
De provincie Zuid-Holland heeft de woningmarktregio's gevraagd om een gezamenlijke woonvisie op te stellen en hun woningbouwprogramma regionaal af te stemmen. Dit heeft geresulteerd in de 'Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 - 2021'. De woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 - 2021 is toegevoegd in Bijlage 1. De regionale woonvisie is richtinggevend voor gemeente bij hun lokale woonbeleid. Het visiedeel van de regionale woonvisie kijkt daarbij zo'n 10 jaar vooruit. De concrete ambities en maatregelen zijn gericht op de korte termijn: de periode 2017 tot en met 2021. Zeker tot 2025 groeit het aantal huishoudens in de regio Haaglanden (50.000). De nieuwe huishoudens zijn gemiddeld kleiner, bestaan wat minder uit (klassieke) gezinnen zijn (iets) vaker eenverdieners. Voor de regio betekenen deze cijfers dat er in de komende jaren een aanzienlijke bouwopgave ligt om iedereen aan een goede woning te helpen. Een opgave waarbij de focus niet alleen ligt op eengezinswoningen, maar ook op gestapelde woningbouw. Dit laatste vanwege de
18
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West verwachte toename van het aantal kleinere huishoudens. In de woonvisie wordt geconstateerd dat door het sterk toegenomen marktvertrouwen de vraag in de (middel)dure segmenten weer toe neemt. Jarenlang zijn er nagenoeg geen woningen in deze segmenten gerealiseerd. Het herstel op de koopwoningmarkt in de regio neemt toe en de vraag naar het (middel)dure segment neemt toe. In 2012 is onder de huishoudens in de regio onderzoek geweest onder de naam 'Grote Woontest Haaglanden'. Hieruit komt naar voren dat driekwart van de huishoudens in de regio tevreden is met hun huidige woonomgeving en woning. De bewoners van de suburbane wijken geven aan eigenlijk liever in een andere woonomgeving te willen wonen, namelijk in een omgeving die meer exclusief, meer dorps of juist meer stedelijk is. Een omgeving met een duidelijkere herkenbaarheid en eigen identiteit. Om beter op deze vraag in te spelen is het zaak om het aanbod van stedelijke, dorpse en exclusieve woonmilieus in de regio toe te laten nemen. Dit kan zowel door middel van een hierop geënt nieuwbouwprogramma voor nieuwe wijken, maar ook door het aanpassen van de bestaande wijken aan de hand van transformatie, verdichting en/of kleinschalige sloop-nieuwbouw.
De ambitie is dan ook om het geplande nieuwe aanbod van ruim 50.000 woningen beter aan te laten sluiten op de behoeften van de consument door programma's om te buigen naar meer gewenste woningtypen en prijscategorieën binnen met name rustig stedelijke of dorpse woonmilieus. De regio gaat hierop sturen aan de hand van te verlenen bouwvergunningen en bestemmingsplanwijzigingen. In het najaar van 2018 is door Woningmarktregio Haaglanden een actueel overzicht van het woningbouwprogramma in de regio en de stand van zaken omtrent de regionale woonvisie naar de provincie Zuid-Holland gestuurd. Het plan 'Vlietvoorde' is als één van de concrete ontwikkelingen in dat woningbouwprogramma genoemd. In een reactie daarop (brief d.d. 21-05-2019) heeft de provincie laten weten in te stemmen met het aangeleverde woningbouwprogramma voor de plannen tot 2030 (waaronder Vlietvoorde) en ook instemt met de behoefteonderbouwing voor de plannen in de periode tot 2030. De provincie geeft aan dat het toevoegen van een significant deel aan de duurdere woningvoorraad gunstig is voor de doorstroming tussen de verschillende marktsegmenten. Het gehele plan Vlietvoorde, en daarmee ook Vlietvoorde West, speelt daar op in. Er wordt een nieuw rustig landelijk woonmilieu gerealiseerd dat aansluit op het karakter van Leidschendam en het gebied (buitengebied).
De ontwikkeling speelt dan zowel kwantitatief als kwalitatief in op de behoefte. 2. Waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied? Op verschillende plekken binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg worden locaties herontwikkeld naar woningbouw. Echter blijft de woningbouwopgave in de gemeente en in de regio onverminderd groot en zijn ook andere locaties buiten het stedelijk gebied noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de vraag voor nieuwe woningbouwlocaties. De herontwikkeling van een voormalig glastuinbouwgebied is hiervoor uitermate geschikt. In paragraaf 2.3.1 is reeds toegelicht hoeveel vierkante meter aan oude opstallen en bebouwing gesloopt is binnen de gehele Duivenvoordecorridor. De gemeente Leidschendam-Voorburg en de provincie Zuid-Holland hebben gezamenlijke afspraken gemaakt hoeveel woningbouw hiervoor in ruil gerealiseerd mag worden. Binnen de grenzen van het volledige programma Vlietvoorde mag in totaal 18.200 m 2 aan nieuwe bebouwing gerealiseerd worden binnen de vier woongebieden. Met de realisatie van 12.200 m 2 nieuwe bebouwing binnen de deelgebieden 'bos', 'plas' en 'kreek' resteert er nog 6.000 m 2 voor het vierde woonveld 'Vlietvoorde West'. Dit is vastgelegd in het bestuursconvenant Duivenvoordecorridor (19 februari 2008).
De open en natuurrijke omgeving van het plangebied biedt kansen voor de ontwikkeling van een rustig landelijk woonmilieu in een groene omgeving. De realisatie van zo'n rustig landelijk woonmilieu is niet mogelijk binnen het bestaande stedelijke gebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Namelijk, de gemeente kiest er mede door de hoge vraag voor om gestapelde woningbouw vooral in het stedelijke gebied te concentreren. Ook ontstaan er met de herontwikkeling van het voormalige kassengebied kansen om de ontwikkeling van natuur in het gebied te stimuleren. Het is altijd beoogd om het gehele gebied Vlietvoorde, waar Vlietvoorde West onderdeel van uitmaakt, op een passende manier tot ontwikkeling te brengen. Met de voorgestelde ontwikkeling van Vlietvoorde West wordt het gebied Vlietvoorde, de identiteit van de provincie Zuid-Holland en de Duivenvoordecorridor versterkt door de gesaneerde kassen te compenseren. Met het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is voldoende gemotiveerd dat het plan Vlietvoorde West voldoet aan de marktvraag en behoefte. Het plan sluit aan op de uitgangspunten en ambities van de regionale woonvisie en de actuele inzichten zoals deze door Woningmarktregio Haaglanden met de provincie Zuid-Holland is gedeeld. De provincie heeft hiermee
(vastgesteld)
19
bestemmingsplan Vlietvoorde West ingestemd.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012
De Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040 is vastgesteld in 2006 en herijkt vastgesteld op 25 september 2012. De structuurvisie vormt de basis voor de (bestuurlijk) strategische keuzes en geeft richting aan de hoofdlijnen van het gewenste ruimtelijke ontwikkelingsbeeld van de gemeente tot 2040. Als overkoepelende ambitie streeft de structuurvisie naar een positionering van de gemeente als aantrekkelijke, groene en duurzame woon- en werkstad. De herijkte uitgangspunten (opgaven, doelstellingen en ambities) zijn vertaald naar drie pijlers: versterken van de groene woonstad; verbeteren van economische kansen en voorzieningenstructuur; beter benutten en verbeteren van de bereikbaarheid. De structuurvisie gaat daarbij uit van een indeling van de gemeente in een stedelijk gebied, de Vlietzone en het buitengebied. Het plangebied 'Vlietvoorde West' valt binnen de Vlietzone. De Duivenvoordecorridor is het enige gebied waar ontwikkeling plaats mag vinden buiten de rode contouren. Afbeelding 6 laat zien dat het plangebied 'Vlietvoorde West' binnen de Duivenvoordecorridor gesitueerd ligt. Voor het buitengebied zijn de onderstaande opgaven geformuleerd.
Ambities en ontwikkelingen in de Vlietzone benutten en verder versterken van de groen-blauwe kwaliteiten en recreatieve potentie van de Vlietzone; grote ruimtelijke dynamiek creëren op de middellange en lange termijn in samenhang met verbetering van de bereikbaarheid (MIRT-opgaven Haaglanden); versterken van de identiteit van de kernen en benutten van de ligging van de oude kernen en cultuurhistorische kwaliteiten van de Vliet; excellente woonmilieus creëren aan de Vlietoevers. Het gehele spectrum aan woonmilieus is binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg aanwezig, van vroeg naoorlogse wijken, landgoederen, groen wonen, stedelijk wonen, vooroorlogse wijken en historische dorpskernen tot flatwijken. Het gemeentelijk streven is gericht op 'complete wijken' met alle voorzieningen en verschillende woningtypen in verschillende prijsklassen in aansluiting op de behoefte en de markt. Versterking van de cultuurhistorische waarden van gebieden als Vlietzone, Duivenvoordecorridor, het historische lint en de kernen draagt bij aan de identiteit en diversiteit van de bestaande en nieuwe woonmilieus. De economische kansen worden ondersteund door de diversiteit in aanbod van woonmilieus. Tevens wordt de Duivenvoordecorridor in de Structuurvisie genoemd als ontwikkellocatie tot woongebied, waar onderhavig bestemmingsplan bij aansluit.
20
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Afbeelding 6 Uitsnede structuurbeeld 'integrale opgaven stedelijk gebied' (plangebied rood omcirkelt).
Doorwerking plangebied De ontwikkeling van een landschappelijk woonmilieu binnen de Duivenvoordecorridor past binnen de verschillende pijlers zoals in de structuurvisie opgenomen. Door de grootschalige glastuinbouw heeft het plangebied zijn natuur en cultuurhistorische waarden verloren. Met de beoogde ontwikkeling keert de landschappelijke functie van het plangebied terug die ten tijde van de glastuinbouw verloren zijn gegaan. De Duivenvoordecorridor is bovendien het enige gebied waar ontwikkeling van woningbouw plaats mag vinden buiten de rode contouren. Met de ontwikkeling van Vlietvoorde West wordt er een nieuw woongebied met eigen karakter en identiteit ontwikkeld. In de stedenbouwkundige opzet van Vlietvoorde West vormt het bos de basis van het plan. Door het wonen in een bosrijk gebied geeft de bebouwingstypologie een specifieke identiteit aan het gebied. Met de realisatie van een landelijk woonmilieu draagt het bestemmingsplan Vlietvoorde West samen met Vlietvoorde bij aan de realisatie van 'excellente woonmilieus aan de Vlietoevers'. Ook de recreatieve potentie wordt met het plan Vlietvoorde West versterkt. Bestaande watergangen (opvaarten) rondom het plangebied vormen naast een drager van het stedenbouwkundig plan ook een mogelijkheid voor recreatief gebruik. Voor het vigerende plan Vlietvoorde is dit reeds gewaarborgd.
In het plangebied van onderhavig bestemmingsplan wordt hierbij aangesloten. Na oplevering van de ontwikkeling zal het plangebied duurzaam en met zorg worden onderhouden. Vlietvoorde West moet een duurzame ontwikkeling worden waarbij zowel collectief als individueel wordt ingezet op een circulaire samenleving. De verdere duurzaamheidsmaatregelen en ambities worden besproken in paragraaf 5.11. De beoogde opzet en gebruik van het gebied Vlietvoorde West binnen het programma Vlietvoorde sluit aan op de in de structuurvisie gestelde ambities.
(vastgesteld)
21
bestemmingsplan Vlietvoorde West
2.4.2
Ruimtelijke uitnodiging: 'Maak het in de Duivenvoordecorridor'
De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft op 7 juni 2018 de ruimtelijke uitnodiging vastgesteld. Na een uitgebreid overleg met verschillende belanghebbende vormt de ruimtelijke uitnodiging het kader voor de gewenste ontwikkelingen binnen Vlietvoorde. In deze ruimtelijke uitnodiging staan ook de gewenste kaders voor Vlietvoorde West geschetst. Met de ruimtelijke uitnodiging biedt de gemeente Leidschendam-Voorburg de ontwikkelingsplannen in hoofdlijnen uiteengezet, waarin de kaders, wensen en ambities voor Vlietvoorde geschetst zijn. Het doel is om een groen landschap te versterken en optimaal invulling te geven aan een onderscheidend woonmilieu buiten de bestaande contour van de gemeente. De centrale opgave voor de Duivenvoordecorridor luidde als volgt: "Van de toekomstige Duivenvoordecorridor wordt verwacht dat het een ecologische en landschappelijke kwaliteit heeft die is gebaseerd op de historische kenmerken en kwaliteiten van het gebied. De kwaliteit moet het onderscheidende karakter van de woonmilieus definiëren en het gebied ecologisch en recreatief versterken." Binnen Vlietvoorde staan landschap, ecologie, wonen, recreatie en duurzaamheid centraal. De kaders uit de ruimtelijke uitnodiging zijn terug te zien in het uiteindelijke plan Vlietvoorde. In Vlietvoorde West zullen deze kaders ook mee worden genomen.
Doorwerking plangebied Initiatiefnemer heeft de ruimtelijke uitnodiging van de gemeente Leidschendam-Voorburg ter harte genomen. Ten behoeve van de ontwikkeling van Vlietvoorde West is een schetsplan opgesteld, welk in hoofdlijnen op de kaders van de ruimtelijke uitnodiging volgt. Aanpassingen zullen opgenomen worden in de verdere uitwerking van het planboek.
2.4.3
WOONvisie gemeente Leidschendam-Voorburg 2016 - 2020
In de woonvisie gemeente Leidschendam-Voorburg 2016-2020 zijn de actuele thema's op het gebied van huisvesting (met eventueel daarbij behorende knelpunten) binnen de gemeente in kaart gebracht. De gemeente stelt zich in de woonvisie doelen om specifieke opgaven te behalen. 1. Langer zelfstandig wonen is een ontwikkeling die vraagt om nieuwe oplossingen op het snijvlak van wonen en zorg. Er moet meer worden ingespeeld op de behoefte aan geschikte woonvormen in relatie tot de behoefte aan zorg en begeleiding. Dit vraagt enerzijds om anders te kijken naar de inzet van voorzieningen op het gebied van welzijn en zorg en de bestaande praktijk van de woningtoewijzing. Anderzijds moeten er in samenspraak met andere partijen creatieve oplossingen worden bedacht om het zelfstandig wonen voor mensen met een zorgvraag daadwerkelijk mogelijk te maken. 2. Er zijn onvoldoende goedkope woningen voor mensen met lage inkomens beschikbaar. De oplossing ligt, naast bijvoorbeeld nieuwbouw van sociale huurwoningen voor specifieke doelgroepen, ook in een meer op doelgroepen gerichte toewijzing van de bestaande sociale woningvoorraad en het bouwen van de juiste woningen in de middeldure sector om daarmee doorstroming te bevorderen. 3. Betaalbaarheid van het wonen vormt met name voor bewoners van corporatiewoningen een toenemend probleem.
Binnen de beperkte oplossingsmogelijkheden die de gemeente heeft, wordt naast toepassing van de bestaande maatregelen voor mensen met lage inkomens of schuldproblemen gestuurd op het beperken van de woonlasten door stimulering van energiebesparende maatregelen en voorlichting. 4. Woonmilieus en leefbaarheid. De kwaliteit van de woningvoorraad en woonomgeving heeft in de voorgaande periode onvoldoende centraal gestaan. Door het definiëren van de gewenste woonmilieus in Leidschendam-Voorburg richt de gemeente zich meer op de leefbare en duurzame wijken, die meer aansluiten bij de woningbehoefte op de lange termijn.
22
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West Doorwerking plangebied In de WOONvisie van de gemeente Leidschendam-Voorburg 2016-2020 is de ontwikkeling van woningbouw binnen de Duivenvoordecorridor niet meegenomen. De ontwikkelingen binnen de Duivenvoordecorridor vinden hun grondslag in regionale en provinciale afspraken: het bestuursconvenant die in paragraaf 2.3.1 reeds is benoemd en toegelicht. Met de ontwikkeling van het woongebied 'Vlietvoorde West' wordt de kwaliteit van de woningvoorraad en de woonomgeving vergroot. In het woongebied geven de landschappelijke en ecologische kwaliteiten (in combinatie met de woningen) een bijzondere identiteit aan het gebied. Met de ontwikkeling van Vlietvoorde West staat de kwaliteit van de woningvoorraad en de leefomgeving van centraal, waarbij het te realiseren woningtype aansluit op de actuele marktbehoefte zie paragraaf 2.3.4 Ladder voor duurzame verstedelijking). Onderhavig bestemmingsplan sluit aan op de behoefte van de doelgroep landelijk buitenwonen. Het aanbod aan landelijk buitenwonen binnen bestaand stedelijk gebied is schaars en kan een impuls gebruiken. Onderhavig plangebied in combinatie met het bestuursconvenant Duivenvoordecorridor biedt een uniek kader voor de realisatie van landelijke buitenwoningen ter plaatse van de voormalige tuinbouwkassen.
Door de realisatie van het woningbouwprogramma van Vlietvoorde West kunnen positieve effecten worden aangewezen waarmee wordt aangesloten op de doelstellingen in de WOONvisie van de gemeente Leidschendam-Voorburg: De realisatie van woningen in een duurder segment zal zorgen voor doorstroming op de woningmarkt; Er is voor dit gebied gekeken hoe je zo min mogelijk oppervlakte aan woningen kan maken en zoveel mogelijk groen. Dit werkt het beste door relatief dure woningen te bouwen. 2.4.4
Water- en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022 - 2027
In het Water- en rioleringsplan, dat op 10 november 2021 is vastgesteld, is de toekomstvisie voor 2050 op de zorg voor riolering en grond- en oppervlaktewater beschreven. De volgende beleidsdoelen zijn als uitgangspunt aangehouden: Water- en rioleringszorg draagt bij aan een goede volksgezondheid; Leidschendam-Voorburg wordt duurzaam en klimaatbestendig gemaakt; Water- en rioleringszorg draagt bij aan een schone en prettige leefomgeving; De gemeente heeft een goede dienstverlening; De gemeente levert kwaliteit tegen een maatschappelijk verantwoord kostenniveau. Om de ambitieuze doelen van het Water- en rioleringsplan te realiseren moet water een integraal onderdeel zijn van alle strategische en ruimtelijke plannen. Het waterplan moet het waterbeheer inhoudelijk en procesmatig verbeteren, met voortdurende aandacht voor duurzaamheid. Waterbeheer en watertoets Bij een ruimtelijk plan dient een initiatiefnemer in het kader van de watertoets in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer in het plangebied.
Tevens zijn zij in het kader van het vooroverleg op grond van de Wro betrokken bij het tot stand komen van het bestemmingsplan. Het plan Vlietvoorde West houdt rekening met de beleidsuitgangspunten van zowel het Hoogheemraadschap als het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in het Water- en rioleringsplan 2022-2027.
(vastgesteld)
23
bestemmingsplan Vlietvoorde West
2.4.5
Verkeer- en Parkeerbeleid
2.4.5.1 Verkeers- en Vervoerplan herrijking 2014, met doorkijk naar 2040 Het herrijkte Verkeers- en Vervoersplan 2014 is vastgesteld op 14 oktober 2014 en bestaat uit vier delen. Onderdeel a geeft de visie en de opgaven van onze gemeente bij het verkeers- en vervoerbeleid in de periode 2014-2020, met een doorkijk naar 2040. De achterliggende analyses en oplossingsrichtingen kunt u in het uitgebreidere deel B lezen. Om de oplossingen uit te voeren zal een meerjaren uitvoeringsprogramma (deel C) worden opgesteld, dat gekoppeld is aan het Investeringsprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling (IRO), en jaarlijks worden geactualiseerd.
2.4.5.2 Nota Parkeerbeleid 2021 De Nota Parkeerbeleid 2021 is vastgesteld op 6 april 2021. In deze Nota Parkeerbeleid 2021 is de visie op parkeren in de gemeente Leidschendam-Voorburg vastgelegd en staan de kaders voor verdere uitwerking van het parkeerbeleid. De gemeente wil een duidelijk en eenduidig parkeerbeleid voeren, waarbij parkeerbeleid ook kan betekenen dat er juist geen parkeermaatregelen worden getroffen. Deze nota is tot stand gekomen op basis van een interactief proces met een klankbordgroep bestaande uit bewoners en ondernemers, twee gemeente-brede enquêtes over parkeren en objectieve parkeermetingen.
2.4.5.3 Nota Parkeernormen 2012 De Nota Parkeernormen is vastgesteld op 6 november 2012 en beschrijft de parkeernormen voor fiets en auto binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. Hieraan moet worden voldaan bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. De nota beschrijft de achterliggende rekenmethodiek en geeft aan onder welke voorwaarden van de norm mag worden afgeweken.
Doorwerking plangebied De auto is en blijft een belangrijk vervoermiddel in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Grote delen van Leidschendam-Voorburg zijn vaak uitstekend bereikbaar per auto, maar niet op ieder moment van de dag. Bij nieuwe ontwikkelingen moet derhalve rekening worden gehouden met de gevolgen op de bereikbaarheid en mobiliteit van de gemeente als geheel. Voor onderhavige ontwikkeling wordt in paragraaf 5.13 nader ingegaan op de aspecten parkeren en verkeersgeneratie rondom auto verkeer. Nabij het plangebied worden twee bushaltes gerealiseerd voor buslijnen vanaf het plangebied naar zowel Leidschendam als Voorschoten. Voor fietsers en voetgangers is voldoende ruimte binnen het plangebied, behoudens de noodzakelijk ontsluitingswegen, zullen grote delen van het plangebied alleen voor langzaam verkeer worden ingericht. Parkeerbehoefte wordt binnen het plangebied opgelost. Het ontwerp van de bereikbaarheid en mobiliteit van het plangebied Vlietvoorde West sluit aan bij de structuren zoals uitwerkt in het bestemmingsplan 'Vlietvoorde'.
24
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Hoofdstuk 3 3.1
Bestaande situatie
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijke en functionele analyse van het plangebied op basis van de bestaande situatie, de ruimtelijke hoofdstructuur en de aanwezigheid van verschillende functies in het plangebied of in de directe nabijheid daarvan.
3.2
Bestaande functies en ruimtelijke structuren
3.2.1
Bestaande functies
Het plangebied van het gebied Vlietvoorde West omvat enkele percelen aan en nabij de Veursestraatweg, en valt te midden van het gebied 'Vlietvoorde' en in het landelijk gebied de Duivenvoordecorridor. Voorheen stonden in het gebied 'Vlietvoorde' circa 130.000 m 2 aan glastuinbouw, een bijbehorend tuincentrum en enkele woningen. De bedrijfsmatige opstallen en de woningen binnen de plangrens van het plangebied zijn inmiddels verwijderd. Op dit moment (2021/2022) heeft het gebied een invulling als weiland/grasland. Het plangebied kent enkele bestaande waterstructuren die langs de randen van het plangebied vanaf de Veursestraatweg richting de Vliet lopen. Onderstaande afbeelding geeft de oude situatie en de huidige situatie in het plangebied weer.
(vastgesteld)
25
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Afbeelding 7 Oude situatie vergeleken met de huidige situatie (2004 vergeleken met 2022)
3.2.2
Bestaande ruimtelijke structuren
Het plangebied is opgebouwd uit meerdere ruimtelijke structuren. Groenstructuur: De groenstructuur van het plangebied bestaat voornamelijk uit weiland/grasland, omringt door waterlopen (opvaarten en kleinere sloten). De huidige groenstructuur is voornamelijk tot stand gekomen na het saneren van de glastuinbouw. Op basis van de quickscan flora en fauna, besproken in paragraaf 5.8 en toegevoegd als bijlage 3 bij deze toelichting, kan geconcludeerd worden dat deze groenstructuur in het plangebied geen specifieke ecologische waarden heeft die beschermd dienen te worden. Waterstructuur: De waterstructuur van het plangebied bestaat uit meerdere waterlopen die het plangebied omringen. Vanaf de Veursestraatweg lopen er enkele opvaarten richting de Vliet, waarvan twee aan beide kanten van het plangebied. Ook aan de noordwestzijde van het plangebied ligt een watergang dat het plangebied scheid van enkele woningen aan de Veursestraatweg. De opvaarten aan beide kanten van het plangebied zijn onderdeel van het waterkeringsnetwerk. In het bestemmingsplan 'Vlietvoorde' is deze specifieke functie reeds planologisch vastgelegd middels de dubbelbestemming 'Primaire Waterkering'. Met het realiseren van het plangebied 'Vlietvoorde' wordt gestopt met het bemalen van het plangebied.
Water krijgt weer meer vrijheid binnen het gebied Vlietvoorde, wat voornamelijk terug te zien is in de deelgebieden 'kreek' en 'plas' uit het bestemmingsplan 'Vlietvoorde'. Bebouwingsstructuur: Alle bedrijfsmatige opstallen en woningen in het plangebied zijn gesaneerd. In de huidige situatie bevindt er zich geen bebouwing binnen het plangebied. Wegenstructuur: Het plangebied heeft in de huidige situatie vanuit de Veursestraatweg een verharde weg langs het plangebied lopen.
26
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde West
3.2.3
Ruimtelijke samenhang met het omliggende gebied
De Duivenvoordecorridor is het landelijk gebied tussen de gemeente Leidschendam-Voorburg en de gemeente Voorschoten. Het is de verbinding tussen de polders van het Groene Hart en de duinen, het strand en de zee. Het landschap kent een verschil tussen de hogere strandwallen en de lager gelegen strandvlaktes. Het plangebied ligt op de overgang tussen de strandwallen en de strandvlaktes. Kenmerkend voor het landschap zijn de grote open weidegebieden en de bosblokken met daarin opgenomen de formele en landschappelijke tuinen. Het betreft een coulisselandschap met een aaneenschakeling van landschappelijke kamers die zijn gevormd tussen bosvolumes en lanen. Het coulisselandschap van de Duivenvoordecorridor is een bijzonder cultuurlandschap. Vanuit cultuurhistorische achtergrond zijn er vele zichtassen te ontdekken, die zeer waardevol zijn voor de regio. Verspreid over het landelijk gebied de Duivenvoordecorridor komt woonbebouwing voor. Dit 'wonen' vindt in verschillende typologieën plaats: op een buitenplaats; in een boerderij of in een bebouwingslint. De Veursestraatweg/Veurseweg is het centrale lint door het gebied. Haaks op deze weg liggen verschillende wegen die landhuizen, woningen, boerderijen, bedrijfsruimten etc. in het gebied ontsluiten op de Veursestraatweg/Veurseweg. Deze karakteristiek komt ook terug in het plan Vlietvoorde West en in het gehele programma Vlietvoorde.
Vanuit de Veursestraatweg wordt een nieuwe ontsluitingsweg gerealiseerd die Vlietvoorde West, de andere woongebieden van Vlietvoorde en het landgoed Oostbos, gelegen te midden van Vlietvoorde, ontsluiten. Groen en water wordt met woningbouw gecombineerd en op verschillende plekken worden nieuwe zichtlijnen in het gebied gecreëerd. De woongebieden worden als kamers ontworpen en sluiten daarmee aan op de karakteristiek van de Duivenvoordecorridor. Op deze manier sluit het plan in zijn stedenbouwkundige en landschappelijke opbouw aan op de karakteristiek van de omgeving.
(vastgesteld)
27
bestemmingsplan Vlietvoorde West
Hoofdstuk 4 4.1
Toekomstige situatie
Inleiding
Dit hoofdstuk gaat in op de visie op het plangebied en de feitelijke ontwikkelingen die van belang zijn voor de toekomstige situatie. Deze toekomstige situatie bepaalt de vorm en inhoud van de juridische regeling (bestemmingsregels) van dit bestemmingsplan.