3191 Kadernota 2024-2027
Tekst van het document
De huidige begrote middelen zijn op dit moment toereikend om de nog op te pakken werkzaamheden uit te kunnen voeren.
Actualisatie meerjarenonderhoudsplan (MJOP) gebouwen Eind 2023 wordt het MJOP-gebouwen geactualiseerd, inclusief de hieraan gekoppelde voorziening. Het MJOP geeft inzicht in het beheer- en onderhoudsprogramma van het gemeentelijk vastgoedareaal met een planningshorizon van 25 jaar. Bij vervanging zal altijd gekeken worden naar een duurzame oplossing, zoals bij het vervangen van de verlichting voor de sporthallen en gymzalen. Tijdens de actualisatie wordt ook bekend wat de hoogte van de jaarlijkse dotatie zal zijn, of dat er een eenmalige extra storting in de voorziening nodig is. De actualisatie en de dan bekende financiële consequenties worden via een separaat raadsvoorstel aan raad aangeboden.
Ruimtelijke projecten De sterk veranderde financieel economische situatie gedurende de afgelopen periode maakt het opstarten en tot realisatie brengen van woningbouw lastig. Daarentegen is er sprake van een enorme woningbouwopgave. De situatie wordt onder andere veroorzaakt door de stijging van de bouwkosten en energielasten, de stikstof problematiek, de rentestijgingen en daarmee gepaard gaande hogere woninglasten. Hierdoor staan zowel de kosten als ook de opbrengsten onder druk en wordt de verkoopbaarheid van (nieuwbouw)woningen moeilijker en minder voorspelbaar. Nieuwe projecten komen daardoor moeilijker van de grond en lopende projecten komen moeilijker tot realisatie. Ook in de projectenportefeuille van de gemeente Leidschendam-Voorburg doet dit fenomeen zich voor. Om de woningbouwopgave te kunnen realiseren vraagt dit mogelijk een financiële impuls van de overheid in de komende periode.
Actieplan verkeersveiligheid Er is groot aantal aandachtspunten geïnventariseerd, die de komende periode verwerkt worden in het actieplan verkeersveiligheid. Door personele krapte is er vertraging in het proces ontstaan. Verwacht wordt dat het actieplan hierdoor in het vierde kwartaal 2023 aan de raad wordt aangeboden. De financiële consequenties voor de uitvoeringsmaatregelen uit het actieplan zijn nu nog niet bekend. Zodra deze duidelijk zijn, wordt de raad geïnformeerd en worden de extra middelen aangevraagd.
32
Bedrijfsvoering & dienstverlening Prijsontwikkelingen Prijsstijgingen zijn van alle tijden. Echter, de afgelopen tijd is er – mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne – een versnelling van de prijsstijgingen. Tot op heden is het gelukt om deze extra prijsstijgingen op te vangen. Hogere prijsstijgingen die niet of slechts gedeeltelijk worden gecompenseerd door het Rijk, betekent mogelijk extra druk op het begrotingssaldo. Hierdoor ontstaat het risico dat bepaalde ambities en beleidsdoelstellingen niet, later of moeizaam gerealiseerd kunnen worden.
Gemeentefonds Het Rijk werkt met gemeenten en provincies aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. In aanloop daarnaartoe heeft het kabinet eenmalig € 1 miljard extra beschikbaar gesteld voor het jaar 2026. Het financiële ravijn waar gemeenten mee geconfronteerd werden is hiermee gedeeltelijk, maar slechts tijdelijk opgelost. Eenmalig € 1 miljard extra lost het structurele probleem namelijk niet op. In 2027 is dan ook sprake van een oplopend tekort doordat de incidentele tegemoetkoming in dat jaar geen effect heeft. De verwachting is dat de meicirculaire 2023 aanvullende informatie zal bevatten over de uitwerking van de nieuwe financieringssystematiek en ook de hoogte van het accres in 2027.
Renteontwikkeling De marktrente is stijgende. Op het moment dat er behoefte is aan nieuwe liquiditeiten, wordt ook de gemeente geconfronteerd met stijgende rentelasten. De verwachting is dat onze gemeente vanaf eind 2023 of begin 2024 weer de geld- of kapitaalmarkt moet benaderen voor nieuwe liquiditeiten. De hogere rentelasten die samenhangen met deze leningen, worden middels de omslagrente doorberekend aan alle investeringen in bijvoorbeeld scholen, gemeentelijk vastgoed en infrastructuur. Op dit moment zijn deze effecten nog niet te becijferen. In de programmabegroting wordt dit nader uitgewerkt.
33
Bijlagen 1. Uitgangspunten kadernota
Loon- en prijspeil Jaarlijks stijgen personele en materiële uitgaven met de loon- en prijsindex. Grotendeels worden gemeenten hiervoor gecompenseerd via een hogere uitkering uit het gemeentefonds. Om de gemeentelijke organisatie financieel gezond te houden is het zaak rekening te houden met de prijsontwikkeling bij het opstellen van een nieuwe begroting. De bestendige gedragslijn van de afgelopen jaren is de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkelingen mee te nemen in de kadernota. In de kaderbrief is daarom rekening gehouden met het financiële effect van het verschuiven van prijspeil 2023 naar dat van 2024. Om het effect hiervan voor de gemeentelijke budgetten te kunnen bepalen zijn de gemeentelijke budgetten geïndexeerd. Bij het indexeren is gekeken naar de aard van de budgetten. Daarom zijn de volgende indexen toegepast: Index Loonindex Prijsindex Subsidie-index Index Gemeenschappelijke regelingen Tariefindex Huurindex Bouwindex
2024 7,50% 8,50% 4,43% 8,23% 8,23% 8,50% 6,06%
De gemeente hanteert voor de bepaling van de indexcijfers al jaren dezelfde systematiek. De indexpercentages, afgezien van de bouwindex, zijn gebaseerd zijn op de percentages die zijn opgenomen in de macro-economische verkenningen van het najaar. Sinds 2022 zijn vanwege de hoge inflatie de recentere indexcijfers gehanteerd op basis van het Centraal Economisch Plan 2023 (CEP), gebaseerd op de CPB raming van maart 2023. De bouwindex is gebaseerd op het getal dat de VNG hiervoor jaarlijks in december over het eerstvolgende jaar publiceert (betreft dus indexcijfer 2023 die we als raming nemen voor prijspeil 2024). Het ophogen van kredieten naar prijspeil 2024 leidt vaak pas later tot effect in de gemeentelijke exploitatiebegroting omdat de kapitaallasten van de betreffende kredieten dan pas gaan lopen. Aantal inwoners en woonruimten Naast loon- en prijsontwikkelingen wordt de gemeentelijke dienstverlening beïnvloed door de demografische ontwikkeling van de stad. De beschikbare woningvoorraad bepaalt deze in belangrijke mate. Hoe meer woningen en mensen er in de gemeente wonen, hoe meer beroep er gedaan wordt op de gemeentelijke voorzieningen en dienstverlening. In deze kaderbrief is daarbij uitgegaan van onderstaande kerngegevens. De basis hiervoor vormt de werkelijke woningvoorraad per 1-1-2023 en de geactualiseerde woningprognose o.b.v. diverse bouwplannen in de gemeente.
Jaar 2023
Aantal woningen per 1-1 37.706
Aantal inwoners per 1-1 77.750
2024
37.771
78.120
2025
38.259
79.130
2026 2027
38.983 39.571
80.630 81.840
34
2. Verloop Reserves In onderstaande tabel is het verwachte verloop van de reserves weergegeven. In het verloop van de bestemmingsreserves is de besluitvorming tot en met april 2023 verwerkt en zijn ook de effecten uit de 1e Tussentijdse rapportage van 2023 meegenomen. In de tussentijdse rapportages wordt gerapporteerd over de voortgang van de bestedingsplannen van de diverse bestemmingsreserves. Reserve
Stand 31-12 Stand 31-12 Stand 31-12 Stand 31-12 Stand 31-12 Stand 31-12 2022 2023 2024 2025 2026 2027
ALGEMENE RESERVES Algemene reserve met bufferfunctie
12.239
12.239
12.239
12.239
12.239
Algemene reserve vrij besteedbaar
62.823
58.770
57.996
59.243
59.243
59.243
-3.518
-4.585
-1.303
-6.983
-17.118
75.062
67.490
65.650
70.179
64.499
54.364
Reserve Duurzaamheid en Energietransitie
44.428
42.553
40.678
38.909
37.140
37.140
Reserve Dekking afschrijvingslasten
27.763
26.579
25.211
23.591
21.952
20.298
Reserve Herwaardering activa
4.000
3.650
3.300
2.950
2.600
2.250
Exploitatieresultaat (2023-2027 cumulatief) Totaal algemene reserves
12.239
BESTEMMINGSRESERVES
Reserve Maatregelen Corona
592
592
592
592
592
592
Reserve Oekraïne crisis
1500
1.500
1.500
1.500
1.500
1.500
Reserve Bereikbaar Stompwijk
5471
5.471
5.471
5.471
5.471
5.471
Reserve Ondersteuning energielasten
1.300
350
350
350
350
350
Reserve Bereikbaarheid
3.360
3.360
3.360
3.360
3.360
3.360
Reserve Mobiliteit
19.228
18.703
18.553
18.553
18.553
18.553
Reserve Ondergrondse hoogspanningkabels
3.350
3.350
3.350
3.350
3.350
3.350
Reserve Sterk voor Noord
8.800
8.800
8.800
8.800
8.800
8.800
Reserve Onderwijshuisvesting
7.500
7.500
7.500
7.500
7.500
7.500
Reserve Langer zelfstandig wonen
9.809
8.499
7.189
5.879
4.819
3.919
Reserve Herontwikkeling Julianabaan
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
205
205
205
205
205
205
Reserve Verevening sociale woningbouw Reserve Nazorg Rietvink
350
350
350
350
350
350
Reserve Herstelbeleid
2.499
1.165
751
751
751
751
Totaal Bestemmingsreserves
142.156
122.408
118.665
114.926
111.167
109.164
TOTAAL
217.218
189.898
184.315
185.105
175.667
163.528
Bedragen x € 1.000
35