3056 analysedocument verkeersveiligheid MRDH
Tekst van het document
22
4.5
Veroorzakers (bestuurders van gemotoriseerd verkeer) Janine is 39 jaar en werkt als teammanager. Ze heeft een leaseauto waarmee ze dagelijks naar haar werk rijdt. ‘s Morgens zet ze meestal eerst haar dochter af bij school. En vanwege haar volle agenda rijdt ze meteen door naar haar werk. Onderweg belt ze met collega’s en met haar vriendinnen. Ze parkeert de auto in een parkeergarage dicht bij het station waar het vaak druk is met fietsers en voetgangers.
Janine brengt haar dochter ’s ochtends zo snel mogelijk naar school. Ze heeft altijd haast en rijdt vaak te hard de wijk uit. Ze is zich hier niet bewust van en in de wijk controleert de politie niet op snelheid. Daarbij is de weg ook niet zo ingericht dat hard rijden niet mogelijk is. Ze parkeert de auto op de stoep voor de school wat eigenlijk niet mag. Ze vindt even fout parkeren geen probleem en andere ouders doen het ook dus het valt niet op. En de gemeente controleert niet. Daarna rijdt ze snel door naar werk. Het is een drukke route maar ze kent de route goed. Onderweg belt ze met diverse collega’s waardoor ze niet altijd met het verkeer bezig is. Ze parkeert de auto in een parkeergarage vlakbij het station en ook in deze omgeving is ze nog vaak aan het bellen. Er is weinig informatie over veroorzakers van verkeersslachtoffers maar het is wel duidelijk dat de belangrijkste veroorzaker van slachtoffers de automobilist is en in toenemende mate ook de bromfiets. Bij ongevallen waarbij de personenauto in aanraking komt met een verkeersdeelnemer is de kans veel groter dat de (kwetsbare) verkeersdeelnemer letsel oploopt. Risico’s: personenauto als veroorzaker, gedragingen door automobilisten (foutparkeren, hoge snelheid rondom school), afleiding.
4.6
Kwetsbare oudere (elektrische) fietsers (60+ers) Arie is 70 haar en geniet van zijn pensioen. Hij doet dagelijks boodschappen bij een grote supermarkt om de hoek. Hij fietst regelmatig naar zijn dochter om op te passen op de kleinkinderen en fietst in de weekenden of op mooie dagen graag in de duinen op zijn E-bike. Hij vindt het heerlijk om mobiel te zijn en dagelijks een stukje te fietsen. Hij is zich wel bewust dat hij moet opletten in het verkeer omdat hij al eerder is gevallen met zijn fiets. Hij moest uitwijken voor een andere fietser en raakte een stoeprand.
Arie heeft vroeger veel auto gereden. Hij vindt het heerlijk om mobiel te zijn maar hij vindt autorijden nu te stressvol. Het is veel drukker geworden en het verkeer rijdt veel te hard. Hij merkt dat hij ook moeite heeft met bewegingen zoals achterom kijken. Omdat hij merkte dat ook het fietsen van langere afstanden niet meer goed lukte, heeft hij een E-bike gekocht. Hij wil namelijk nog graag de duinen in of op de fiets naar zijn dochter. Hij heeft geen uitleg of cursus gekregen over het gebruik van een E-bike. Hij vindt dit ook niet nodig omdat hij fietsen op een E-bike niet moeilijk vindt. Arie fietst het liefst niet in de stad omdat het druk en onoverzichtelijk is op de fietspaden. Hij is een keer gevallen met de fiets. Hij moest uitwijken, reed tegen een stoeprand aan en verloor zijn balans. Verder vindt hij het nog steeds verwarrend dat hij soms voorrang krijgt en op vergelijkbare locaties juist voorrang moet verlenen. De afgelopen vijf jaar (2014 t/m 2018) zijn er 1795 ouderen van 60 - 69 jaar en 1653 van 70+ verkeersslachtoffer geworden in de regio. Van de 2438 ouderen (60+ers) waarvan de vervoerswijze bekend is, zaten er 798 (33%) op een fiets en 194 op een E-bike (8%). Het aandeel oudere (elektrische) fietsverkeersslachtoffers stijgt (8,8% in 2018 en gemiddeld 5,9% in de periode van 2014 t/m 2017).
Onder 70+ers zijn relatief veel verkeersdeelnemers te voet gewond geraakt (159). Risico’s: kwetsbare verkeersdeelnemer, obstakels op of naast het fietspad, inconsistentie in infrastructuur, heterogeniteit op het fietspad.
23
4.7
Conclusie: de risico’s in de MRDH
Het SPV 2030 beschrijft negen beleidsthema’s met de belangrijkste risico’s voor verkeersveiligheid onderverdeeld naar risico’s vanuit het verkeerssysteem en het voertuig, vanuit specifieke risicogroepen (jongeren, ouderen) en modaliteiten (fietsers, voetgangers) en risico’s vanuit de individuele verkeersdeelnemer en zijn gedrag. Regio’s bepalen zelf op basis van de risicoanalyse wat voor hen de belangrijkste concrete risico’s zijn die moeten worden aangepakt. Een samenvatting van de risico’s is weergegeven in tabel 5. De risico’s sluiten goed aan op de negen thema’s uit het SPV. Het is van belang aan deze risico’s prioriteit te geven in de op te stellen regionale uitvoeringsagenda.
De negen thema’s uit het SPV
De belangrijkste risico’s in de MRDH
Verkeersysteem • Veilige infrastructuur • Heterogeniteit in het verkeer • Technologische ontwikkelingen
• Te smalle fietsinfrastructuur in relatie tot de intensiteit (hoeveelheid fietsers) en de heterogeniteit • De aanwezigheid van obstakels op of naast de fietsinfrastructuur • Inconsistente infrastructuur o.a. • brom- en snorfietsers op rijbaan is niet consequent doorgevoerd • veel verschillende fietsvoorzieningen als onderdeel van (hoofd)fietsstructuur • voorrang op regionale (hoofd)fietsstructuur is per gemeente verschillend geregeld • Inrichting van 30 km/u-wegen voldoet niet aan de richtlijnen
Risicogroep en modaliteiten • Kwetsbare verkeersdeelnemers • Onervaren verkeersdeelnemers
• Basisschoolleerling (0-11 jaar) op de fiets of te voet • Middelbare scholier (12-15 jaar) op de fiets • Jongeren (16-17 jaar) op een snor- of bromfiets en beroepskoeriers op speed-pedelec • Onervaren bestuurders (18-24 jaar) met de auto • Veroorzakers (bestuurders van gemotoriseerd verkeer) • Kwetsbare oudere (elektrische) fietsers (60+ers)
Individuele verkeersdeelnemer en gedrag • Snelheid in het verkeer • Afleiding in het verkeer • Verkeersovertreders • Rijden onder invloed
• Te hard rijden binnen de bebouwde kom vooral in woonwijken (30 km/u-gebied en 50 km/u-wegen) en bij scholen • Verkeersdeelnemers die muziek luisteren of hun smartphone gebruiken zijn en niet bewust aan het verkeer deelnemen • Notoire verkeersovertreders (veroorzakers) die bewust te hard rijden (en veel geluid maken). • Slechte zichtbaarheid door gebrek aan (fiets) verlichting • Onoverzichtelijke schoolomgeving door onder meer fout parkerende ouders
Tabel 5 Belangrijkste risico’s in de MRDH
24
5. Aanbevelingen voor vervolgproces Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste aanbevelingen en een aanzet voor het vervolgproces: hoe vertalen we de resultaten uit de analyse in een regionale uitvoeringsagenda? In dit hoofdstuk zijn op basis van de resultaten uit de analyse aanbevelingen gedaan om tot een regionale uitvoeringsagenda te komen (fase 2). De regionale uitvoeringsagenda moet in juni 2020 gereed zijn. De MRDH stelt de agenda op in samenwerking met de wegbeheerders maar ook met het OM/CVOM, de politie, het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zuid-Holland (ROV-ZH) en overige partijen (ANWB, VVN, Fietsersbond, Kennisnetwerk (SWOV/CROW).
5.1 Regionale uitvoeringsagenda De volgende elementen komen aan de orde in de regionale uitvoeringsagenda. a. Ambitie en doel MRDH De MRDH streeft al jaren naar nul verkeersslachtoffers met de slogan Maak een punt van nul verkeersslachtoffers (MVD01.). Dit streven komt overeen met de ambitie van het SPV. In de periode 2020-2025 werken we toe naar een vermindering van het aantal verkeersslachtoffers. Dat is het regionale doel. We noemen geen streefwaarde want elk slachtoffer is er één te veel. b. Behoeften vanuit de gemeenten In de gesprekken met de 23 gemeenten is gevraagd wat zij belangrijk vinden om terug te laten komen in de regionale uitvoeringsagenda.
De gemeenten hebben behoefte aan o.a.: • Een duidelijke regionale koers in aansluiting op de verkeersveiligheidsambitie; • Een overzicht van maatregelen die aansluiten op de risico-gestuurde aanpak met onderscheid naar infrastructuur, gedragsbeïnvloeding bestaande uit educatie, voorlichting en handhaving; • behoefte aan kennisdeling op het gebied van data, maatregelen en risico’s in het regionaal verkeersveiligheidsoverleg of in aparte kennissessies; • Een intensievere samenwerking met de MRDH of tussen gemeenten onderling bij de uitvoering van maatregelen of projecten op het gebied van capaciteit en/of kennis; • Het toegankelijk maken van (ongevallen)data voor analyse, opstellen van beleid en monitoring; • Een nieuwe subsidieverordening meer gericht op de risico-gestuurde aanpak. De MRDH streeft ernaar om in de regionale uitvoeringsagenda een duidelijke regionale koers aan te geven waar alle gemeenten op kunnen aanhaken. De gemeenten kunnen op basis hiervan en in aansluiting op de gemeentelijke risicoanalyse een eigen uitvoeringsprogramma opstellen. De MRDH staat aan de lat voor het opstellen van de regionale uitvoeringsagenda. Daarnaast kan de MRDH de wegbeheerders bij de implementatie van de risico-gestuurde aanpak ondersteunen.
Denk hierbij aan ondersteuning bij het bepalen van risicoindicatoren, bij onderzoek naar risico’s in de infrastructuur of bij de vertaling van risico’s naar maatregelen.
25
c. Inzet op de 3 E’s: voorstel voor mogelijke rollen en verantwoordelijkheden Bij het vertalen van de risico’s naar maatregelen wordt ingezet op de drie E’s: Engineering (infrastructuur), Education (gedragsbeïnvloeding) en Enforcement (handhaving). De maatregelen op het gebied van infrastructuur, gedragsbeïnvloeding (educatie en voorlichting) en handhaving worden in samenhang bezien. Om een beeld te krijgen wie welke rol per ‘E’ kan oppakken, is hieronder een eerste aanzet gedaan. Een gezamenlijk aanpak van de 3 E’s is essentieel. Infrastructuur Aanpassing van infrastructuur zorgt voor de meest blijvende verandering in het gedrag van verkeersdeelnemers. Rol van de MRDH • ondersteunt gemeenten die risico-gestuurd de infrastructuur in beeld willen brengen (financieel/subsidie, data en capaciteit/inhuur); • voert een lobby voor extra personele capaciteit en extra financiële middelen; • voert een lobby voor meer uniformiteit in regelgeving o.a. brom- en snorfietsers en speed-pedelecs op de weg en voorrang fietsers op rotondes; • draagt via subsidie bij aan de uitvoering van infra-maatregelen; • faciliteert kennisdeling voor wegbeheerders; • zorgt dat benodigde data voor monitoring voor alle partijen beschikbaar is en dat nieuwe (landelijke) data wordt gedeeld. Ook werkt de MRDH met diverse partijen aan een betere ontsluiting van data.
Rol van de gemeenten • brengt risicolocaties in beeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om het gericht in beeld brengen van wegen, fietspaden en kruisingen die niet aan de norm voldoen; • brengt maatregelen tot uitvoering in samenwerking met diverse partijen; • denkt mee met de monitoring om tijdig het beleid bij te kunnen sturen en voeren monitoring uit volgens gezamenlijke afspraken met de regio; • draagt financieel bij aan de uitvoering van de lokale maatregelen en projecten uit de regionale uitvoeringsagenda. Rol van de politie, OM en overige partijen • De politie toetst in hoeverre in het verkeersontwerp rekening is gehouden met de richtlijnen en de verkeersregels en of het ook te handhaven is; • In samenwerking met Kennisnetwerk SPV, ANWB, Fietsersbond, VVN, GGD en NDW nadenken over ontsluiten en delen van (nieuwe) data.
Gedragsbeïnvloeding (educatie en voorlichting) Voorlichting en educatie zorgen dat verkeersdeelnemers bekend zijn met de verkeersregels en bewust zijn van de risico’s en voorbereid zijn op situaties die ze in het verkeer kunnen tegenkomen. Rol van de MRDH • ondersteunt gemeenten op het gebied van educatieprogramma’s; • biedt diverse lespakketten aan voor zowel de basisscholen als de middelbare scholen; • biedt diverse cursussen aan voor specifieke doelgroepen (o.a. ouderen); • neemt het initiatief tot regionale campagnes en regionale evenementen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland en de ROV-ZH. Rol van de gemeenten • heeft de taak om de samenwerking te versterken met de organisaties in de gemeenten die een rol kunnen spelen in de verkeersveiligheid, bijvoorbeeld de fietsersbond en VVN. Rol van de politie, OM en overige partijen • De maatschappelijke organisaties zoals fietsersbond, ANWB, VVN en ouderenbonden kunnen een rol spelen in het geven van cursussen of voorlichting aan specifieke doelgroepen, zoals ouderen en jongeren; • De schooldirecteuren en wethouders Onderwijs kunnen een rol spelen in het geven van verkeersonderwijs, het afnemen van fietsexamens of het uitrollen van campagnes; • Campagnes worden zoveel mogelijk gecombineerd met de inzet van de politie om het effect van campagnes te vergroten (o.a. BOB i.c.m. alcoholcontroles, Ik val op i.c.m.
fietsverlichting controles). Handhaving Voor verkeersdeelnemers die, ondanks preventieve maatregelen, de verkeersregels overtreden, is handhaving belangrijk. Handhaving heeft ook een preventieve werking, omdat een hogere pakkans ertoe zal leiden dat bestuurders minder snel overtredingen zullen begaan. Rol van de MRDH • voert een lobby voor meer zichtbare inzet van politie op straat door meer prioriteit te geven aan verkeershandhaving; • bepaald in overleg met de provincie, politie en OM de gewenste governancestructuur rondom verkeershandhaving; • voert een lobby voor meer inzet en meer bevoegdheden voor BOA’s; • kan zorgen voor inzet van een team met flexibel in te zetten BOA’s.
26
Rol van de gemeenten • brengt de locaties in beeld waar handhaving gewenst is; • neemt verkeersveiligheid en verkeershandhaving op in integrale veiligheidsplannen. Zo wordt het een integraal onderdeel van een breder afwegingsproces waarbij personele capaciteit en financiële middelen zo effectief mogelijk worden ingezet; • staat aan de lat om bij het basisteam van de politie ook verkeershandhaving te agenderen en daarmee prioriteiten te stellen. Het aansturen van de basisteams is immers georganiseerd vanuit de lokale driehoek. Rol van de politie, OM en overige partijen • De politie maakt jaarlijks een handhavingsplan en maakt hierbij de koppeling naar de risico’s uit de regionale uitvoeringsagenda en bespreekt het handhavingsplan in de regionale overleggen om afspraken te maken over de inzet op verkeershandhaving; • De politie en het OM werken samen met partners aan een verbeterde ontsluiting en analyse van verkeersveiligheidsdata; • Het OM werkt via het parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) samen met de partners aan de uitvoering van de regionale uitvoeringsagenda en legt de connectie met landelijke ontwikkelingen op het gebied van verkeershandhaving. d. Van risico naar maatregel De risico’s zijn geïnventariseerd (hoofdstuk 4). In de regionale uitvoeringsagenda worden de risico’s voorzien van een risico-indicator en van mogelijke maatregelen.
In bijlage 3 is een voorbeeld uitgewerkt van het risico ‘te hard rijden binnen de bebouwde kom’. Ook is het van belang om de effecten van eerder genomen maatregelen te monitoren. 5.2 Vervolg De eerste fase is afgerond in de vorm van dit analysedocument. De analyse is gereed en de risico’s zijn bekend. Het is belangrijk dat de overheden zich hierin ook herkennen. Om te kunnen starten met het opstellen van de regionale uitvoeringsagenda kunnen extra financiële middelen vanuit het rijk zorgen voor een impuls om ook daadwerkelijk van start te gaan. Deze impuls geeft meer mogelijkheden aan de overheden als het gaat om urgentie en versnelling maar ook als het gaat om inzet van extra capaciteit of een andere wijze van bekostiging van maatregelen (bijvoorbeeld een subsidieverordening die past bij de nieuwe risicogestuurde aanpak). Het is een behoorlijke opgave om te komen tot nul verkeersslachtoffers en dat vraagt om een extra investering van het rijk maar ook van alle betrokken partijen.
In het SWOV-rapport ‘Verkeersveiligheidsverkenning 2030, slachtofferprognoses en beschouwing SPV’ is aangegeven dat voor investeringen in slachtoffervrij verkeer een budget nodig is van circa € 15 miljard in de periode van 2020-2050. Dit is ruim € 500 miljoen per jaar. De MRDH spendeert nu circa 12,5 miljoen per jaar aan verkeersveiligheid waarvan gemiddeld 10 miljoen aan subsidies voor infrastrutuur en 2,5 miljoen voor gedrag. Het is mogelijk om hierin in de komende jaren andere keuzes te maken door bijvoorbeeld een (groter) deel van dit bedrag te reserveren voor gedragsbeïnvloeding en handhaving. In de periode tot juni 2020 gaat de MRDH met alle partijen aan de slag met de regionale uitvoeringsagenda. Het SPV vormt een mooie aanleiding om opnieuw aandacht te vragen voor verkeersveiligheid.
27
Bijlage 1: Contactpersonen gemeenten Organisatie
Beleidsmedewerker waarmee het gesprek is gevoerd en/of die de vragenlijst heeft ingevuld
Bestuurder waarmee het gesprek is gevoerd
Gemeente Albrandswaard
Sjaak Meijerink/Kevin van der Stelt
Martijn Heezen
Gemeente Barendrecht
Sjaak Meijerink/Kevin van der Stelt
Peter Luijendijk
Gemeente Brielle
Arno Wijshake
Robert van der Kooi
Gemeente Capelle ad IJssel
Michel Uittenbroek
Dick van Sluis
Gemeente Delft
Patrick van Geel/Lars Matthijssen
Martina Huijsmans
Gemeente Den Haag
Lilian Oskam/Elly van der Helm/Jacqueline Pieters
Robert van Asten
Gemeente Hellevoetsluis
Rob Bouwman/Martin Schellevis
Gemeente Krimpen ad IJssel
Remco Brienne
Peter Schop en Milène Junius (Burgemeester) Ed Weeder en Bianca Verschoor (Raadsleden) Arjan Neeleman en Anton Timm
Gemeente Lansingerland
Maarten Batenburg
Simon Fortuyn
Gemeente Leidschendam - Voorburg
Alma de Jong/Henry van Hoeven/Arianne Kok
Astrid van Eekelen
Gemeente Maassluis
Ruud van Wietingen
Fred Voskamp
Gemeente Midden Delfland
Marielle Bartels
Hans Horlings
Gemeente Nissewaard
Frank van der Maas/Robin Maatjes
Igor Bal
Gemeente Pijnacker – Nootdorp
Richard de Ruiter
Ilona Jense – van Haarst
Gemeente Ridderkerk
Marleen Bellaart
Peter Meij
Gemeente Rijswijk
Jaap Finke / Henk van Leeuwen
Björn Lugthart
Gemeente Rotterdam
Ger Lulofs/Remco Smit
Judith Bokhove
Gemeente Schiedam
Lex Boersma/Arjan Breider
Jeroen Ooijevaar
Gemeente Vlaardingen
Henny Huizer
Bart Bikkers
Gemeente Wassenaar
Martijn Meulenbroek/Thomas Looije
Caroline Klaver-Bouman
Gemeente Westland
Niels Rovers/Joost van den Berk
Pieter Varekamp
Gemeente Westvoorne
Bjorn de Leeuw/Christiaan Nagtegaal
Gemeente Zoetermeer
Peter van der Tuin
Marc Rosier
28
Bijlage 2: Verkeersveiligheidsbeleid per gemeente Gemeente
Beleid op het gebied van verkeersveiligheid
Status
Albrandswaard
Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan (2012-2020)
Vigerend
Barendrecht
Mobiliteitsvisie 2017-2027
Vigerend
Brielle
Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan 2018 – 2021 wordt opgesteld
In ontwikkeling
Capelle ad IJssel
Programma Mobiliteit wordt in 2020 vastgesteld
In ontwikkeling
Delft
In ontwikkeling
Hellevoetsluis
Mobiliteitsplan Delft 2040 Haagse Nota Mobiliteit (2011-2020) Meerjarenprogramma Verkeersveiligheid (2016-2019) Nieuwe Kadernota wordt opgesteld (in aansluiting op risico-gestuurde aanpak uit het SPV) Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan 2013
Krimpen ad IJssel
Verkeer- en Vervoersvisie
Vigerend
Lansingerland
Fietsveiligheidsplan 2018
In uitvoering
Leidschendam - Voorburg
Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan inclusief uitvoeringsprogramma wordt opgesteld
In ontwikkeling
Maassluis
Geen beleid op gebied van verkeersveiligheid
Midden Delfland
Pijnacker – Nootdorp
Geen beleid op gebied van verkeersveiligheid Mobiliteitsagenda 2020+ Actualisatie van het Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan wordt opgesteld Uitvoeringsprogramma Duurzame Mobiliteit 2019 - 2020
Vigerend In ontwikkeling Vigerend en in uitvoering
Ridderkerk
Mobiliteitsplan wordt opgesteld
In ontwikkeling
Rijswijk
Integraal verkeersveiligheidsplan Beleidsplan Verkeersveiligheid 2019 – 2023 (in aansluiting op risico-gestuurde aanpak uit het SPV) Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan 2011-2020 Mobiliteitsvisie wordt opgesteld Actieplan Mobiliteit 2018 Actualisatie van het actieplan wordt in 2020 opgesteld Verkeersplan (2016) Nieuw verkeersplan sluipverkeer wordt in 2020 opgesteld Mobiliteitsvisie en Programma Bereikbaarheid Westland 2018-2022
In ontwikkeling
Den Haag
Nissewaard
Rotterdam Schiedam Vlaardingen Wassenaar Westland Westvoorne Zoetermeer
Geen beleid op gebied van verkeersveiligheid Actieplan Verkeersveiligheid 2013 Actieplan moet vernieuwd worden in 2020
Vigerend In ontwikkeling Vigerend
In ontwikkeling Vigerend In ontwikkeling Vigerend In ontwikkeling Vigerend In ontwikkeling In ontwikkeling Vigerend In ontwikkeling
29
Bijlage 3: Van risico naar maatregel - een voorbeeld Risico: te hard rijden binnen de bebouwde kom Eén van de voornaamste risico’s die uit de risicoanalyse naar voren komt is te hard rijden binnen de bebouwde kom. Dit risico speelt bij vrijwel alle gemeentes. Uit landelijke onderzoeken, uit de regionale verkeersveiligheidsanalyse en uit de gesprekken met de gemeenten blijkt dat het overschrijden van de snelheid binnen de bebouwde kom voor een onveilig gevoel zorgt bij vooral de overige weggebruikers. Te hard rijden gebeurt door automobilisten in alle leeftijdsgroepen. De leeftijdsgroep 25-39 is de grootste leeftijdsgroep en ook regelmatig bij ongevallen betrokken. Denk aan de bewoners in hun eigen woonwijk, ouders bij scholen maar ook sluipverkeer dat een snellere route kiest. Dit zijn veelal de veroorzakers van de ongevallen. Een andere leeftijdsgroep die vaak te hard rijd, is de groep onervaren bestuurders (18-24 jaar). Het aantal slachtoffers (en veroorzakers) in deze groep is relatief hoog zowel met de personenauto als met de bromfiets. Doelstelling Een te hoge snelheid leidt tot verkeersveiligheidsrisico’s. Daarom stellen wij ons tot doel dat 95% van de weggebruikers zich aan de snelheid houdt op 50-wegen in de MRDH. Daarnaast daalt jaarlijks het aantal mensen dat op de spoedeisende hulp terecht komt door een verkeersongeval dat veroorzaakt is door snelheid.
Data en monitoring De MRDH zorgt voor de ontsluiting en de analyse van data m.b.t. snelheid en stelt dat beschikbaar aan de wegbeheerders. Er is vanuit het NDW een bestand met de gereden snelheid op alle wegen in Nederland (uitgezonderd wegen met een te lage intensiteit).
Maatregelen uitgaande van de inzet op de drie E’s Infrastructuur Maatregelen Financieel ondersteunen bij onderzoek en/of leveren van capaciteit Kennisdeling en opzetten kennisbank met goede voorbeelden Inzet van adviseurs op het gebied van verkeersveiligheid, gedrag of ontwerp bijvoorbeeld een verkeersauditor of een verkeerspsycholoog Onderzoek naar een veilige inrichting van de weg uitgaande van het Duurzaam Veilig-principe Onderzoek doen naar de wegen waar de snelheid wordt overschreden op basis van ongevallenbeeld en inrichting van wegen Pilot doen met de bewoners naar de meest veilig ingerichte straat waar geen sprake meer is van te hard rijden Toetsen in hoeverre de inrichting van een weg voldoet aan de richtlijnen en de verkeersregels in verband met handhaving
Wie voert het uit? MRDH
Wegbeheerders
Politie
Gedragsbeïnvloeding (educatie en voorlichting) Wie voert het Maatregelen uit? Campagnes worden zoveel mogelijk gecombineerd met de inzet van de politie om het effect van campagnes te vergroten MRDH (o.a. BOB i.c.m. alcoholcontroles, Ik val op i.c.m. fietsverlichting Wegbeheerders controles) Politie Aanbieden van verkeerseducatie met specifieke aandacht voor snelheid Scholen stimuleren om verkeerseducatie aan te bieden met specifieke aandacht voor snelheid Wegbeheerders Inzet van smiley-borden om goed gedrag te stimuleren Verkeersdeelnemers aanspreken op hun gedrag
Politie
Handhaving Maatregelen Lobby voor meer prioriteit voor verkeershandhaving en voor meer bevoegdheden van BOA’s Regionaal team met flexibel in te zetten BOA’s Onderzoek naar locaties waar handhaving op snelheid het meest gewenst is. Inzet van meer BOA’s Handhaven op snelheid: risico-gestuurd en locatiegericht
Wie voert het uit? MRDH Wegbeheerders Politie