CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3042 Onderzoeksrapportage van RKC WVOLV naar participatie in de regionale energiestrategieën

Raadsvergadering 14 februari 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen aanbevelingen Rekenkamercommissie uit het rapport over Onderzoek naar participatie in de regionale energiestrategieën28.733 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Op 27 oktober 2020 hebben 20 inwoners deelgenomen aan een webinar. Het doel was om inwoners te informeren over de TVW en de energietransitie. Hierbij is er ook stilgestaan bij de RES. Tijdens het webinar was er ruimte voor interactie tussen inwoners en de gemeente. Op de volgende onderdelen van de RES is er gereflecteerd: energie besparen, warmte, mobiliteit en lokaal eigenaarschap. WEBINAR ZON EN WIND Op 13 januari 2021 hebben 44 inwoners deelgenomen aan dit webinar. Daarin is uitgelegd wat de RES en de kansenkaart is. Vervolgens zijn in groepjes de kansenkaart besproken. Inwoners konden aan de hand van deze kaart aangeven waar zij kansen of bedreigingen zagen. Op de volgende onderdelen van de RES is er gereflecteerd: zonne- energie, windenergie, mobiliteit, lokaal eigenaarschap. De opname van het webinar en de antwoorden op onbeantwoorde vragen waren terug te vinden op het Doe Mee platform.

Lokaal eigenaarschap Onder lokaal eigenaarschap verstaan we dat actoren uit de lokale samenleving ook daadwerkelijk een bijdrage leveren, of gaan leveren, aan de doelen van de energietransitie. Dus niet alleen ‘meedenken’ maar ook ‘meedoen’. Het laatste door bijvoorbeeld ook zelf energie op te wekken via hernieuwbare energiebronnen danwel mee investeren in collectieve projecten daartoe. De RES is een strategie en is voor sommige participanten op te vatten als een startpunt van de energietransitie, anderen zijn al veel verder dan dat en zijn los van plannen van de overheid allang bezig met hun eigen energietransitie. Deze laatste groep laat al lokaal eigenaarschap zien. Het lokaal eigenaarschap heeft binnen de gemeente Oegstgeest een plek gekregen in de hiervoor besproken webinars voor ondernemers en inwoners. De opbrengst daarvan heeft verder geen bijzondere plek gekregen in de RES 1.0 Dialoog en betrokkenheid raad Tijdens een gesprek met een afvaardiging van de gemeenteraad gaven raadsleden aan dat de opbrengst van participatie niet zichtbaar is meegenomen in het debat in de raad en van invloed is geweest op de besluitvorming in de raad. Het staat raadsleden in ieder geval niet helder voor ogen: • “Datgene wat opgehaald wordt komt onvoldoende door tot ons als raad”.

64 Bron: ambtelijke verificatie. 65 Transitievisie Warmte: Oegstgeest (juli, 2021) p. 28.

Pagina 45

•

“ Zelfs als raadslid heb je het gevoel dat je op een treintje zit dat doorgaat. Hoe zal dat voor een inwoner zijn?”

De participatiemomenten, de resultaten en de mate waarin de input van participanten invloed heeft gehad op de RES staat de afvaardiging van de raad niet helder voor ogen. Wel is duidelijk blijven hangen dat de response niet heel hoog was. En dat de wijze waarop tijdens het webinar de informatie over de zoekgebieden werd gedeeld niet duidelijk was.66

3.4 Resultaten van participatie en borging van ervaringen Resultaat volgens belanghebbenden Als belangrijk resultaat geven deelnemers in de enquête aan dat zij door het volgen van het participatietraject meer interesse, kennis, bewustwording en betrokkenheid bij de plannen en de energietransitie hebben gekregen. Een grote groep is echter kritisch ten aanzien van het resultaat van participatie. Zij geven aan helemaal geen beeld te hebben van een resultaat.67 Zij zien hun inbreng niet terug in afwegingen die door de raad worden gemaakt en herkennen hun eigen inbreng ook niet in het eindresultaat van de RES. Dat is volgens ons niet verrassend want de notitie met de participatieopbrengst is wel op het online participatieplatform van de gemeente geplaatst maar niet direct naar de deelnemers van participatie toegestuurd. Ook het eindproduct, de RES 1.0, is niet op het online platform geplaatst. Ideeën en inzichten die deelnemers hebben aangedragen zijn niet transparant bij hen teruggelegd. Illustratief zijn de volgende uitspraken van deelnemers68: • “Ik heb mijn inbreng niet terug gezien en heb niet het idee bijgedragen te hebben aan een nota. Vooral op eigen initiatief informatie opgehaald. Wat bij is mij is blijven hangen is die kansenkaart met windmolens rond de n-wegen.” • “Ik heb geen terugmelding gehad. Ik heb actief gezocht op de website en de krant.

Als je zoekt op de gemeentewebsite vind je niets. Het is wir-war van ambtelijke teksten. Houd het actueel en goed vindbaar.” • “Ik ervaar niet dat in dit participatieproces onze belangen zorgvuldig zijn afgewogen. Input wordt niet serieus genomen. Geen beeld van wat de gemeente nu aan het doen is. We hebben geen terugkoppeling gehad. Ik heb geen enkele informatie waarop ik terugkoppeling kan geven.” • “Ik heb ingestuurd dat ze op de Klinkenbergerplas zonnepanelen kunnen leggen en net zoals bij de Brienoord-brug een drijvend zonnepark van 4000 panelen, waarop 700 huizen aangesloten zijn. Dubbelwin: je voorkomt ook speedboten. Helemaal geen reactie op gehad.” • “We hebben als historische vereniging vragen gesteld over waar zon en wind gezien onze volle omgeving. Men heeft niet gereageerd.” • “Ik geef het geloof in participatie op. Ik verwacht niet dat de gemeente echt bewoners gaat betrekken in dit proces en zijn eigen gang gaat.” Ervaringen gemeente In gesprekken geeft de ambtelijke projectleiding aan dat de gemeente voor participatie rondom het vervolg (de RES 2.0) niet meer afhankelijk wil zijn van een regionaal participatieplan. Hiervoor worden de volgende redenen aangedragen: > Het voorbereidingsproces binnen de regio liep langs teveel schijven en was niet efficiënt.

66 Bron: interviews. 67 Bron: enquête. 68 Bron: interviews

Pagina 46

> > >

Een groot deel van participatie maatwerk. Er is onvoldoende aangesloten op het lokale participatiebeleid en de ‘coleur locale’ of typische doelgroepen binnen de gemeente. Bij de resultaten uit de regionale vragenlijst is geen analyse op het niveau van de gemeente uitgevoerd”. Als laatste was de tijdsdruk te groot. Het participatietraject moest in een periode van twee tot drie maanden bedacht en uitgevoerd worden.

Borging van ervaringen Er heeft geen formele evaluatie van dit participatietraject rondom de RES 1.0 plaatsgevonden. Het algemene participatiebeleid van gemeente Oegstgeest voorziet echter wel in evaluatie en borging van lessen. Na ieder participatietraject dient er een evaluatie plaats te vinden, uitgevoerd door de verantwoordelijke projectleider of beleidsmedewerker. De ambtelijke projectleiding geeft verder aan de volgende lessen mee te willen nemen naar de volgende stap: > In 2023 dient de RES 2.0 zich aan. De ambtelijke projectleiding wil deze keer snel na de verkiezingen starten met de voorbereiding van het participatietraject en niet pas vlak voor de deadline; > Er bestaat in de ambtelijke organisatie de voorkeur om geen externe participatieadviseur in te huren, maar om dit in de organisatie te borgen; > De voorkeur gaat uit naar fysieke bijeenkomsten: “Tot slot geniet het toch de voorkeur om toekomstige participatie weer fysiek uit te voeren. Enkel digitale werkvormen creëert te veel afstand”.69 > Het bleek een uitdaging om de RES concreet te maken voor belanghebbenden en voor hun eigen leefomgeving: “Neem een standpunt in en ga hierover in gesprek met de belanghebbenden. Mensen slaan sneller aan wanneer het over hun eigen leven en leefomgeving gaat, dan wanneer het over een (regionaal) beleidsdocument gaat.”70

69 Bron: interviews. 70 Bron: interviews.

Pagina 47

4

Leidschendam-Voor

rg

4.1 Het oordeel van belanghebbenden over de participatieaanpak Onderzoekers hebben 182 deelnemers aan de participatie activiteiten aangeschreven om een korte enquête in te vullen. Daarvan hebben 73 deelnemers (40%) de enquête ingevuld. Het onderstaande kader bevat het oordeel van belanghebbenden over het participatietraject. Tevens voegen we daaraan toe hoe de gemeente zelf tegen de aanpak van participatie aankijkt. We lichten dat verder toe onder het kader. Oordeel van belanghebbenden Belanghebbenden beoordelen het uitgevoerde participatietraject door de gemeente Leidschendam-Voorburg met een lichte onvoldoende: een cijfer 5 Belanghebbenden kunnen het proces niet goed volgen doordat ze vooraf onvoldoende informatie hierover hebben gekregen en geen terugkoppeling over de opbrengst van participatie hebben ontvangen. Hoe kijkt de gemeente hier tegenaan Dit sentiment beperkt zich niet alleen tot de belanghebbenden: “Niet alle raadsleden ervaren voldoende te zijn meegenomen in het proces en voelen zich niet aangehaakt. Er zijn raadsleden die zoekende zijn en zelf geen grip hebben op de inhoud. De raad kenmerkt zich door afhoudende geluiden versus partijen die graag een versnelling zien.”

Toelichting Het gemiddelde cijfer dat deelnemers die de enquête hebben ingevuld geven aan de aanpak van participatie is een 5. Dit geeft een algemeen beeld van hun ervaring met de participatieaanpak van de gemeente. Hieronder zoomen we daar verder op in met hulp van de vier kwaliteitsmaatstaven voor inwonersparticipatie. De resultaten uit de enquête worden per kwaliteitsmaatstaf gepresenteerd in de tabel onder deze toelichting. REALISATIEKRACHT EN DEMOCRATIE Wat direct opvalt uit de tabel is het negatieve oordeel dat deelnemers geven over het onderdeel ‘Democratie’. Deelnemers zijn hierover zeer kritisch. Zij ervaren dat zij geen invloed hebben op de besluitvorming van de gemeente, het is voor hen niet duidelijk hoe en in hoeverre hun inbreng is behandeld en hun belangen zijn meegewogen. Dat wordt ook weerspiegeld in het negatieve oordeel van deelnemers over de mate waarin zij hun inbreng herkennen in het eindresultaat, zie tabel onderdeel ‘Realisatiekracht’: zij herkennen hun inbreng niet.

Dit beeld wordt bevestigd in de verdiepende gesprekken met deelnemers71: • “De gemeente kan beter naar zijn inwoners luisteren. • “Politieke partijen hebben zonder inspraak windmolens geboycot. De gemeente laat hier steken vallen.” • “De gemeenteraad heeft niet over RES gesproken wel over LES, maar als je dat debat terugkijkt dan is het resultaat te algemeen. De politiek pakt het niet op.”

71 Bron: interviews

Pagina 48

KWALITEIT VAN SAMENWERKING EN VORMGEVING Hoewel deelnemers zeer kritisch zijn over het voorgaande zijn zij redelijk neutraal (+/-) tot positief (+) over de kwaliteit van samenwerking met de gemeente en de vormgeving van participatie. Daar waar zij neutraal zijn zien zij nog veel ruimte voor verbetering. Zij hebben de behoefte aan een opener houding van de gemeente, meer interactie en werkvormen die dat bevorderen en een laagdrempelige toegang voor verschillende doelgroepen72: • “Een discussie online is extra lastig. Ik ben sterk voorstander van fysieke bijeenkomsten. In webinars krijg je een monoloog. Bij een fysieke bijeenkomst krijg je ook vragen van andere mensen.” • “Natuurlijk is ook een webinar een vorm van dialoog, maar uiteindelijk een erg abstract verhaal voor de deelnemer.” • “Ik zou het fijn vinden als de gemeente ruimte biedt om participatie laagdrempelig in te richten. Opleidingsniveau van deze betrokken groep is hoog. Ga actief in gesprek. Je mist nu de gesprekken met vertegenwoordigers van wijken.”

REALISATIEKRACHT De opgave zo slagvaardig, slim, snel en/of efficiënt mogelijk realiseren Volgens deelnemers Draagt participatie (naar verwachting) bij aan…

DEMOCRATIE De stem van de samenleving is vertegenwoordigd en klinkt door Draagt participatie (naar verwachting) bij aan…

Volgens deelnemers

nieuwe/betere ideeën, inzichten, oplossingen?

+

steun voor inhoud plan/project/initiatief?

-

meer ambitie of kwaliteit door bundelen krachten?

++

tevredenheid over proces ongeacht inhoud?

-

snellere realisatie van de opgave?

-

meer invloed op besluitvorming?

--

het delen van verantwoordelijkheid?

++

grotere betrokkenheid en deelname?

--

meer bereiken door samenwerking met partners?

+/-

wederzijds begrip en vertrouwen?

--

herkennen inbreng in resultaat

-

een zorgvuldige afweging van alle belangen?

--

duidelijk maken hoe belangen zijn meegewogen?

--

duidelijk maken hoe inbreng is behandeld?

--

KWALITEIT VAN SAMENWERKING

PROFESSIONELE VORMGEVING

Goed teamspel: constructieve interactie en duidelijkheid voor iedereen

Een goede voorbereiding en een goed werkende aanpak in de praktijk

Was er voor en tijdens het traject sprake van…

Was er voor en tijdens het traject sprake van…

Volgens deelnemers

Volgens deelnemers

duidelijkheid over inhoudelijke kaders?

+

een duidelijk doel van de vragenlijst?

een open houding bij de gemeente?

+/-

een heldere vragenstelling?

++

een open houding bij de andere deelnemers?

+

+/-

open en constructieve interactie?

+/-

goed werkende werkvormen? informatie vooraf die hielp bij inbreng?

deelnemers die op elkaar voortbouwen ?

+/-

duidelijke vervolgstappen?

-

prettige omgang door vertegenwoordigers?

++

tijdige en relevante informatie?

+/-

voelen participanten zich serieus genomen?

-

Tabel II 4.1: beoordeling deelnemers van Participatietraject RES gemeente Leidschendam-Voorburg.

72 Bron: interviews

++

+

Pagina 49

4.2 Lokale kaders: beleid en participatieplan Leidschendam-Voorburg had ten tijde van de totstandkoming van de RES geen vastgesteld beleid over inwonersparticipatie. Vanaf maart 2020 liep er binnen de gemeente wel een traject om tot dit beleid te komen. Dat beleid is op 13 juli 2021 door de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg vastgesteld met de nota ‘Burgerparticipatie in Leidschendam-Voorburg, van positiviteit van 2 kanten, naar durven, doen, doorgaan!’ Uit deze nota blijkt dat de gemeente participatie belangrijk vindt om de kwaliteit van plannen te verbeteren en betrokkenheid van de gemeenteraad en samenleving te vergroten. Hiertoe omvat de nota een aantal belangrijke uitgangspunten: 1 De gemeente vindt de volgende kernwaarden belangrijk: transparantie, draagvlak, open benadering, gelijkwaardigheid, vertrouwen, representativiteit en positiviteit; 2 De gemeenteraad bepaalt de ruimte die inwoners hebben om hun ideeën in te brengen en uit te voeren en legt dit vast in een startnotitie; 3 Ieder traject start met het afwegingskader en de gemeente stelt startnotities op bij complexe maatschappelijke vraagstukken hoe participatie wordt ingezet. 4 Een communicatieplan is onderdeel van het participatieproces. Het communicatieplan is openbaar te raadplegen.

Er is apart budget beschikbaar voor initiatieven als hiermee maatschappelijke doelen bereikt kunnen worden; 5 De communicatie is transparant, duidelijk en tijdig. Ook de punten die niet zijn overgenomen worden gemeld en uitgelegd. Bij terugkoppeling is ook duidelijk wie het uiteindelijke besluit neemt en wat de vervolgplanning is. Gemeente Leidschendam-Voorburg heeft lokaal geen traject voor participatie ingezet specifiek voor de totstandkoming van de RES 1.0. Wel zijn er participatieactiviteiten georganiseerd voor het ontwikkelen van een Lokale Energiestrategie (LES). In tegenstelling tot de regionale energiestrategie richt de LES zich hoofdzakelijk op de energietransitie op het lokale niveau van Leidschendam-Voorburg. Voor het participatietraject voor de ontwikkeling van de LES heeft de gemeente een lokaal participatieplan opgesteld. De eerste participatieactiviteiten zijn al in 2020 gestart. Dus al voordat vanuit de regio allerlei participatieactiviteiten werden ontplooid voor de ontwikkeling van de RES 1.0. Gezien er toen nog geen vastgesteld participatiebeleid bestond was het niet mogelijk om lokaal beleid voor participatie als leidraad te hanteren bij het opstellen van het participatieplan.

In het participatieplan is opgenomen wat het doel is van de participatie en waarom participatie belangrijk is, wat de uitgangspunten voor de participatie zijn, wie betrokken worden in het traject (stakeholders) en per doelgroep is voor een aparte aanpak gekozen. Ook zijn stakeholders verenigd in een kerngroep die regelmatig bij elkaar komt. De concept LES met het participatieplan is voorgelegd aan inwoners voor inspraak en is uiteindelijk vastgesteld door de gemeenteraad. Gedurende het traject voor de totstandkoming van de LES is op basis van een technische analyse een Visie en Uitgangspuntennotitie Lokale Energie Strategie opgesteld en op 10 juni 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze notitie bevat uitgangspunten op het gebied van ambitiestelling, te volgen strategie en hoofdlijnen voor hoe de participatie in te richten. De gemeente geeft aan dat op basis van de vastgestelde uitgangspunten in deze notitie zij stakeholders bij de totstandkoming van de LES zullen betrekken.73 In de gesprekken met de ambtelijke projectleiders is aangegeven dat deze Uitgangspuntennotitie heeft gediend als input voor de RES 1.0 en dat de reeds gehouden participatieactiviteiten in het kader van de LES hierin zijn meegenomen.74

73 Visie en uitgangspunten voor de Lokale Energie Strategie, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 juni 2020, p. 15. 74 Bron: interviews en ambtelijke verificatie.

Pagina 50

4.3 Uitvoering van participatie Tijdspad en vorm BIJEENKOMST KERNGROEP (11 NOV)

okt 20

WEBINAR VVE'S

nov 20

INGESPREKMETLV.NL DOORLOPEND

dec 20

jan 21

WEBINAR VVE'S

feb 21

WEBINAR LES

mrt 21

apr 21

mei 21

jun 21

WEBINAR VVE'S

WEBINARS Voor de participatie van Verenigingen van Eigenaren (VvE) is in 2020 en 2021 een drietal webinars georganiseerd. Het algemene beeld dat hieruit naar voren komt is dat de ondersteuningsbehoefte bij VvE’s erg hoog is. Er is behoefte aan informatie over alternatieve warmtebronnen, maatwerkadvies, uitwisseling van ervaringen tussen VvE’s onderling, hulp bij besluitvorming en aan financiële ondersteuning. KERNGROEP De belangrijkste keuzes in de planvorming zijn besproken in de kerngroep. De kerngroep bestaat uit de gemeente, Vidomes, Wooninvest, Stedin, Energy Common LV, MKB LV en Stichting Duurzaam LV. Daarnaast wordt de kerngroep ondersteund door drie werkgroepen waaraan ook allerlei stakeholders deelnemen: 1 De werkgroep sociale huur: de gemeente, Vidomes en Wooninvest, Respectus en de Adviesraad Vidomes; 2 De werkgroep wijkvolgorde: deze werkgroep richt zich op de vraag welke wijk gaat wanneer van het gas af? Deelnemers zijn de gemeente, Stedin, de woningcorporaties en Energy Common LV; 3 De werkgroep participatie: de gemeente, Wooninvest, Energy Common LV, Stichting Duurzaam LV en MKB LV.

In de kerngroep en de werkgroepen zijn en worden allerlei verschillende onderwerpen besproken waaronder de wijze van participatie: rollen, belangen en verantwoordelijkheden van de betrokken stakeholders, verwachtingen van en visie op de energietransitie, de bewonersparticipatiestrategie en bijbehorende middelen en uitingen. VRAGENLIJST In de zomer van 2020 is een enquête over de energietransitie gehouden onder inwoners van de gemeente om mee te denken over schone energie. In totaal hebben 869 mensen de enquête ingevuld.

Lokaal eigenaarschap Onder lokaal eigenaarschap verstaan we dat actoren uit de lokale samenleving ook daadwerkelijk een bijdrage leveren, of gaan leveren, aan de doelen van de energietransitie. Dus niet alleen ‘meedenken’ maar ook ‘meedoen’. Het laatste door bijvoorbeeld ook zelf energie op te wekken via hernieuwbare energiebronnen danwel mee investeren in collectieve projecten daartoe. De RES is een strategie en is voor sommige participanten op te vatten als een startpunt van de

Pagina 51

energietransitie, anderen zijn al veel verder dan dat en zijn los van plannen van de overheid allang bezig met hun eigen energietransitie. Deze laatste groep laat al lokaal eigenaarschap zien. Uit dit onderzoek blijkt een gedifferentieerde aanpak echter niet aan de orde. Het lokaal eigenaarschap heeft binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg een plek gekregen door bijvoorbeeld nadrukkelijk VvE’s en woningcorporaties via de webinars, de kerngroep en werkgroepen te betrekken en door samen te werken met energiecoöperaties Zon op Leidschendam-Voorburg en Energy Common Leidschendam-Voorburg. De opbrengst daarvan heeft verder geen bijzondere plek gekregen in de RES 1.0. Dialoog en betrokkenheid raad De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft ingezet op participatie voor de totstandkoming van de LES, en niet specifiek voor de RES. De belangrijkste redenen hiervoor lichten we hieronder kort toe75: > In de periode van opstelling van de ‘Visie en uitgangspuntennotitie voor de Lokale Energiestrategie’ was windenergie en het lokale eigenaarschap nog een optie. Het college wilde daarom ook, met inzet van participatie, locaties onderzoeken voor het plaatsen van vier windmolens. De raad heeft echter via een amendement de mogelijkheid voor windenergie eruit gehaald.

Dit was vervolgens ook belangrijke input voor RES 1.0 waardoor rondom dit vraagstuk het niet meer zinvol was om een participatietraject te starten. > Voor de totstandkoming van de ‘Visie en uitgangspuntennotitie voor de Lokale Energiestrategie’ zijn inwoners reeds betrokken. In 2019 zijn door de gemeente verschillende wijkgesprekken georganiseerd. De opbrengst van deze gesprekken is gebruikt voor het opstellen van de uitgangspuntennotitie voor de Lokale Energiestrategie. Op basis van deze notitie heeft de raad zijn zienswijze kunnen geven op de concept-RES. Participatie door Leidschendam-Voorburg is dus niet direct ingezet om een bijdrage te leveren aan de RES, maar wel indirect via een lokale tussenstap met de ontwikkeling van de uitgangspuntennotitie voor de Lokale Energiestrategie. Het is echter niet goed navolgbaar wat de opbrengst is geweest van participatie in het kader van de LES en hoe dat precies heeft doorgewerkt in de zienswijze van de raad op de RES. Voor de raad van Leidschendam-Voorburg vormt de LES het belangrijkste kader voor de gemeente, en niet de RES. In een gesprek met een afvaardiging van de raad geven raadsleden ook aan geen grote betrokkenheid te voelen bij de totstandkoming van de RES en op de inhoud daarvan geen grip te hebben.

Ook geven zij aan dat de RES niet leeft bij de gemiddelde inwoner van de gemeente maar hoogstens bij specifieke belangengroepen.

4.4 Resultaten van participatie en borging van ervaringen Resultaat volgens belanghebbenden Deelnemers die de enquête van dit onderzoek hebben ingevuld geven aan hun inbreng niet terug te zien in afwegingen die door de raad worden gemaakt en herkennen hun eigen inbreng ook niet in het eindresultaat van de RES. Zij geven aan dat ideeën en inzichten die zij hebben aangedragen niet transparant bij hen zijn teruggelegd en dat zij geen invloed hebben gehad op de besluitvorming van de raad. Een aantal deelnemers ziet wel dat zij door deelname aan het lokale participatietraject meer interesse, kennis, bewustwording en betrokkenheid bij de plannen rondom de energietransitie

75 Bron: interview

Pagina 52

hebben gekregen. Een overgrote groep is echter minder positief, zij geven aan helemaal geen beeld te hebben van een resultaat. De belangrijkste reden is omdat zij geen terugkoppeling over resultaten van participatie hebben gezien.76 Illustratief zijn de volgende uitspraken van deelnemers77: • “De gemeenteraad heeft niet over RES gesproken. Wel over de LES, maar als je dat debat terugkijkt dan is het resultaat te algemeen. De politiek pakt het niet op.” • “Leidschendam-Voorburg kan beter naar zijn inwoners luisteren. Politieke partijen hebben zonder inspraak windmolens geboycot. De gemeente laat hier steken vallen.” • “Ik heb geen kopie van mijn ingestuurde vragenlijst gehad, hierdoor heb ik mijn input niet meer helder.” • “Je krijgt geen documentatie terug. Ik moest enorm goed Googlen. Ook voordat je naar een bijeenkomt gaat, krijg je geen aanlevering.” • “Het [lokale] krantje bevat soms terugkoppeling. Maar is dit de gewenste vorm?” • “Ik heb over de RES vragen gesteld, via gemeentebelangen maar nog geen antwoorden.” • “Ontwikkeling LES is op afstand gebeurd. Betrokkenheid is beperkt en rol gemeentepolitiek belemmerend: NIMBY-problematiek (not in my backyard).” • “In mijn contacten met de gemeente omtrent duurzaamheid voel ik mij niet gesteund door de gemeente. Als ik om informatie vraag, weet men die niet of krijg ik simpelweg geen antwoord.

Het gevoel van urgentie dat in de samenleving hierover leeft, zie ik niet bij de gemeente terug. Ik heb de indruk dat gemeente zich in de energietransitie verslikt.” • “Informatie over proces en vervolgstappen is welkom. Terugkoppeling over gebruik van inbreng ook. Zelfs als dat betekent: ‘Dank, maar hier kunnen we niks mee’. Dan kan ik volgende keer effectiever input leveren.” • “Ik heb 1 enquête ingevuld en daarmee niet het gevoel dat ik betrokken word.” Ervaringen van de gemeente De ambtelijke projectleiding geeft in gesprekken aan dat met de inzet van lokale participatie input voor de RES 1.0 is opgehaald. Dat is op een slagvaardige en efficiënte wijze gedaan door vooral dat aan betrokkenen voor te leggen wat binnen de kaders die de gemeenteraad heeft gesteld nog mogelijk is. Daardoor is alleen datgene opgehaald uit de participatietrajecten waar de gemeente ook iets mee kan doen en waar belanghebbenden ook een handelingsperspectief geboden kan worden. Dit is bijvoorbeeld goed gelukt ten aanzien van de doelgroep huiseigenaren met de participatie aanpak voor de Verenigingen van Eigenaren78. De ambtelijke projectleiding geeft verder in gesprekken het volgende te hebben geleerd: • Neem vooral de tijd voor een goede voorbereiding van participatie aan de voorkant van het proces; • Neem de raad ook mee voor vaststelling van de doelen en aanpak van participatie.

Maak helder waarvoor, door reeds gemaakte keuzes van de raad, participatie wel of niet zinvol is. Zo was er door het ‘wind-amendement’ op dit onderwerp geen participatie meer mogelijk. Borging van ervaringen Er heeft geen formele evaluatie van het participatietraject rondom de RES 1.0 of LES plaatsgevonden. Wel heeft de ambtelijke organisatie navraag gedaan bij deelnemers aan de webinars79. Daaruit bleek dat deelnemers de webinars te top-down vonden ingestoken en fysieke bijeenkomsten beter zouden werken dan online bijeenkomsten zoals een webinar.

76 Bron: enquête. 77 Bron: enquête en interviews 78 Bron: interviews 79 Bron: interviews

Pagina 53

De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft geen zicht op de mate van draagvlak in de samenleving ten aanzien van de RES 1.0 De RES 1.0 is ook niet teruggekoppeld aan de samenleving en de wijze waarop belangen zijn afgewogen. Dit is het gevolg van de keuze van LeidschendamVoorburg om participatie te richten op een Lokale Energiestrategie, in plaats van de RES. De ambtelijk projectleiding geeft in een gesprek wel aan dat de portefeuillehouder het voornemen heeft om participatie wel in te zetten voor de totstandkoming van de RES 2.0.

Pagina 54

5

Zoetermeer 5.1 Het oordeel van belanghebbenden over de participatieaanpak Onderzoekers hebben 40 deelnemers aan de participatie activiteiten aangeschreven om een korte enquête in te vullen. Daarvan hebben 15 deelnemers (38%) de enquête ingevuld. Het onderstaande kader bevat het oordeel van belanghebbenden over het participatietraject. Tevens voegen we daaraan toe hoe de gemeente zelf tegen de aanpak van participatie aankijkt. We lichten dat verder toe onder het kader. Oordeel van belanghebbenden Belanghebbenden beoordelen het uitgevoerde participatietraject door de gemeente Zoetermeer met een lichte voldoende: een cijfer 6. Zij geven aan het open gesprek met de raad en aandacht voor de inwoners zeer te waarderen en ideeën en oplossingen in hebben kunnen brengen. Tegelijkertijd geven zij aan een beperkte mate van invloed te ervaren. Hoe kijkt de gemeente hier tegenaan De gemeente heeft een positiever beeld over de invloed van belanghebbenden. Dan gaat het vooral over concrete zaken. Zo zijn er voorbeelden waarbij belanghebbenden zichtbaar invloed hebben gehad op zoekplekken voor een zonneveld.

Toelichting Het gemiddelde cijfer dat de deelnemers die de enquête hebben ingevuld geven aan de aanpak van participatie is een 6. Dit geeft een algemeen beeld van hun ervaring met de participatieaanpak van de gemeente. Hieronder zoomen we daar verder op in met hulp van de vier kwaliteitsmaatstaven voor inwonersparticipatie. De resultaten uit de enquête worden per kwaliteitsmaatstaf gepresenteerd in de tabel onder deze toelichting. REALISATIEKRACHT EN DEMOCRATIE Uit de tabel onderdeel ‘Realisatiekracht’ blijkt dat deelnemers wel van mening zijn dat hun bijdragen hebben geleid tot inzichten en oplossingen en een toename van kwaliteit van plannen maar aan de andere kant herkennen zij hun inbreng niet in het eindresultaat. In het verdiepende gesprek na de enquête merkt een deelnemer hierover op: “Wij hebben geen terugkoppeling gehad. Het is mij nu niet goed duidelijk of die RES 1.0 na de inspraak is bijgesteld. In september is een besluit genomen ‘die RES 1.0 is oké’. Ik zou als burger nu actief moeten zoeken naar de definitief vastgestelde RES. Wij horen er helemaal niets over!”. 80

Dit heeft ook z’n weerslag op hoe deelnemers het onderdeel ‘Democratie’ beoordelen. Zij ervaren een beperkte mate van invloed en oordelen negatief over de zorgvuldigheid waarmee de gemeente belangen heeft afgewogen. Zij hebben dan ook grote twijfels over de mate waarin de lokale samenleving is betrokken. In het verdiepende gesprek geven deelnemers aan dat dit toch een van de gestelde doelen zou moeten zijn van participatie.

80 Bron: interviews.

Pagina 55

KWALITEIT VAN SAMENWERKING EN VORMGEVING Ten aanzien van de kwaliteit van samenwerking met de gemeente en de vormgeving van participatie oordelen deelnemers positief. Zo geeft een van de deelnemers in het verdiepende gesprek aan het open gesprek met de raad zeer te waarderen en een andere deelnemers geeft aan dat de aandacht voor inwoners als positief ervaart.

De deelnemers zijn ook kritisch en zien nog voldoende verbeterpunten voor participatie en geven ook tips81: • “ articipatie moet worden versterkt en de alledaagse inwoner moet meer worden meegenomen. Het zijn nu vooral bijzonder geïnteresseerde mensen met vaak een technische achtergrond die participeren.” • Er wordt ook een zorg geuit door diezelfde mensen met een technische achtergrond: “Mensen stappen uit de participatietrein, want ze ervaren onkunde op het technisch vlak. Hoe goed ambtenaren het ook allemaal willen, over technische oplossingen wordt helemaal niet gesproken, en zij hebben zelf niet het technisch inzicht. Hierdoor is het nu pappen en nathouden. Dit geeft geen vertrouwen in een goed resultaat.” • Volgens belanghebbenden zal het organiseren van fysieke bijeenkomsten de samenwerking verbeteren. • Ook op het gebied van communicatie geven deelnemers aan om vooraf en achteraf een artikel te plaatsen in het Streekblad.

REALISATIEKRACHT De opgave zo slagvaardig, slim, snel en/of efficiënt mogelijk realiseren Draagt participatie (naar verwachting) bij aan… Volgens deelnemers nieuwe/betere ideeën, inzichten, oplossingen?

DEMOCRATIE De stem van de samenleving is vertegenwoordigd en klinkt door Draagt participatie (naar verwachting) bij aan…

Volgens deelnemers

+

steun voor inhoud plan/project/initiatief?

+

meer ambitie of kwaliteit door bundelen krachten?

+

tevredenheid over proces ongeacht inhoud?

+

snellere realisatie van de opgave?

-/+

meer invloed op besluitvorming?

+/-

het delen van verantwoordelijkheid?

+

grotere betrokkenheid en deelname?

-

meer bereiken door samenwerking met partners?

+

wederzijds begrip en vertrouwen?

-

herkennen inbreng in resultaat

-/+

een zorgvuldige afweging van alle belangen?

-

duidelijk maken hoe belangen zijn meegewogen?

+

duidelijk maken hoe inbreng is behandeld?

+

KWALITEIT VAN SAMENWERKING

PROFESSIONELE VORMGEVING

Goed teamspel: constructieve interactie en duidelijkheid voor iedereen

Een goede voorbereiding en een goed werkende aanpak in de praktijk

Was er voor en tijdens het traject sprake van…

Was er voor en tijdens het traject sprake van…

Volgens deelnemers

Volgens deelnemers

duidelijkheid over inhoudelijke kaders?

++

een duidelijk doel van de vragenlijst?

++

een open houding bij de gemeente?

+

een heldere vraagstelling?

++

een open houding bij de andere deelnemers?

+

werkende werkvormen bij bijeenkomsten?

++

open en constructieve interactie?

+

informatie vooraf die hielp bij inbreng?

++

op elkaar voortbouwen?

+

duidelijke vervolgstappen?

+

prettige omgang en bejegening?

++

tijdige en relevante informatie?

++

voelen participanten zich serieus genomen?

++

Tabel II 5.1: beoordeling deelnemers van Participatietraject RES gemeente Zoetermeer.

81 Bron: interviews

Pagina 56

5.2 Lokale kaders: beleid en participatieplan In 2020 is het beleid voor participatie geactualiseerd en is een nieuwe Participatieverordening en Kadernota Participatie vastgesteld door de raad.82 De gemeente Zoetermeer beschikt over drie instrumenten om participatie in de gemeente te organiseren: • De Participatieverordening: gemeentelijke regels met een juridische status; • De Kadernota Participatie: hoe de gemeente op hoofdlijnen invulling geeft aan de regels in de Participatieverordening. De kadernota vormt het beleid voor participatie. • De interne Participatiewijzer: dit is een ondersteunende gereedschapskist voor de organisatie van bijeenkomsten voor participatie. De gemeentelijke organisatie gebruikt deze bij de voorbereiding en uitvoering van participatie. De gemeente Zoetermeer beschikt verder over een voor iedereen toegankelijke website voor participatie DoeMee.Zoetermeer.nl. Op deze website is allerlei algemene informatie te vinden en informatie over projecten waarbij participatie is ingezet. De ambities en aanpak van Zoetermeer rondom de energietransitie worden omschreven in het ‘Programma Duurzaam & Groen Zoetermeer’ dat op 17 februari 2020 door de raad voor de periode 2020-2023 is vastgesteld.83 Dit programma omvat de uitgangspunten voor inwonersparticipatie voor de energietransitie, zie het onderstaande kader.

Uitgangspunten voor participatie rondom de energietransitie • Met de RES en de transitievisie warmte spelen er verschillende projecten waarin bewonersparticipatie een rol speelt. Het is van belang om deze trajecten zowel inhoudelijk als procesmatig goed op elkaar af te stemmen, om te voorkomen dat mensen dubbel bevraagd worden. • De gemeente werkt nauw samen met andere partijen die inwoners willen bewegen te verduurzamen, zoals DEZo, Reimarkt, DuurSamen Zoetermeer, Stichting Piëzo en buurtverenigingen. • Ook haakt de gemeente aan bij de leerkring Communicatie en Participatie van het Programma Aardgasvrije Wijken, waarbij verschillende landelijke proeftuinen hun kennis en ervaring delen. Dit jaar nog verschijnt de handreiking Communicatie en Participatie van het Rijk, waaraan de gemeente Zoetermeer input levert. • In de komende periode zal de gemeente het bewonersparticipatietraject op de energietransitie verder vormgeven: hoe lager het schaalniveau, hoe intensiever de participatie. • Op regio- en stadsniveau vindt de participatie plaats door vertegenwoordigende partijen te betrekken. Op wijkniveau wil de gemeente inwoners uitnodigen om mee te denken. Hiernaast helpt het om lokale ambassadeurs in de wijk te hebben om bewoners te helpen bij het nemen van concrete stappen. Inwoners die kunnen en willen worden uitgenodigd om deze rol te gaan oppakken.

Bron: Programma Duurzaam & Groen Zoetermeer 2020-2026 Middels de ‘Raadsmemo lokale verkenning potentie en wenselijkheid wind en zonlocaties en samenspraak (participatie) traject’ van 6 november 2020 is de gemeenteraad door het college ingelicht over de uit te voeren participatie. Bijlage 2 van deze raadsmemo bevat een procesvoorstel voor de participatie. Feitelijk is dit een participatieplan. Het plan bevat een

82 Bron: Raadvoorstel Kadernota Samenspraak en Samenspraakverordening 2020 (vastgesteld op 17 februari 2020,

agendapunt 8d) 83 Zie Programma Duurzaam & Groen Zoetermeer 2020-2023 (vastgesteld door de raad op 17 februari 2020, agendapunt

7a)

Pagina 57

toelichting op de achtergrond en het specifieke onderwerp alsook een omschrijving van het doel, de schaalgrootte, de doelgroep, niveau op de participatieladder (informeren en raadplegen), inrichting van het proces, planning en rapportage. Het beoogde procesresultaat is als volgt omschreven: “De inbreng van de inwoners zal zoveel mogelijk worden meegenomen in het raadsvoorstel dat het college in december zal voorleggen aan de gemeenteraad. Dit alles met het doel om het draagvlak voor energietransitie te vergroten en om de kwaliteit van de besluitvorming te vergroten.”84

5.3 Uitvoering van participatie Tijdspad en vorm

ONLINE DOEMEE BEWONERSAVOND PARTICIPATIE ROELEVEENSEWEG (26 NOV) VRAGENLIJST (NOV)

INWONERSCONSULTATIE CONCEPT RES (8 JULI)

jul 20

aug 20

sep 20

okt 20

nov 20

ONLINE BEWONERSAVOND SLOOTWEG (25 NOV)

INWONERSCONSULTATIE DOOR DE RAAD OP CONCEPT RES Op 8 juli 2020 is, zonder inmenging van het college, een participatiebijeenkomst georganiseerd door de raad. Raadsleden en inwoners zijn direct met elkaar in gesprek gegaan over de energietransitie en de RES en aan deze avond hebben 27 mensen deelgenomen. De opbrengst van deze bijeenkomst heeft als input gediend voor de zienswijze van de raad op de concept RES. DOEMEE VRAGENLIJST De gemeente Zoetermeer heeft bepaald wat de bijdrage van Zoetermeer zou kunnen zijn aan de regionale doelen met betrekking tot de inzet van zonne- en windenergie. Hiervoor heeft de gemeente een lokale verkenning uitgevoerd naar de potentie en wenselijkheid van zon- en windenergie, zonder daarbij nog keuzes te maken. Inwoners konden eind 2020 hierop reageren via Facebook en DoeMee, het online participatie platform van de gemeente Zoetermeer85. ONLINE BEWONERSAVONDEN SLOOTWEG EN ROELEVEENSEWEG Er is een participatieavond georganiseerd over het opwekken van stroom door zon en wind voor een tweetal beoogde zonnevelden, aan de Slootweg en de Roeleveenseweg. De opbrengst van deze avond is aan de gemeenteraad voorgelegd en heeft geleid tot besluitvorming in de raad van Zoetermeer op 25 januari 2021.

Daarbij is afgewogen dat windturbines niet kunnen rekenen op draagvlak en het gevolg is dat gemeente Zoetermeer zich nu met name richt op opwekking door zonnepanelen op daken, naast de drie windmolens die de gemeente als sinds 2011 heeft.

84 Procesvoorstel samenspraak (participatie) Lokale Verkenning potentie en

wenselijkheid windenergie en zonnestroom binnen en buiten de stad (6 november 2020), p. 3. 85 Zie voor de weergave van de participatie door Zoetermeer op het online participatieplatform: https://doemeezoetermeer.mett.nl/lopende+projecten/windenergie+en+zonnestroom+in+zoetermeer+res/default.asp x

Pagina 58

Lokaal eigenaarschap Onder lokaal eigenaarschap verstaan we dat actoren uit de lokale samenleving ook daadwerkelijk een bijdrage leveren, of gaan leveren, aan de doelen van de energietransitie. Dus niet alleen ‘meedenken’ maar ook ‘meedoen’. Het laatste door bijvoorbeeld ook zelf energie op te wekken via hernieuwbare energiebronnen danwel mee investeren in collectieve projecten daartoe. De RES is een strategie en is voor sommige participanten op te vatten als een startpunt van de energietransitie, anderen zijn al veel verder dan dat en zijn los van plannen van de overheid allang bezig met hun eigen energietransitie. Deze laatste groep laat al lokaal eigenaarschap zien. De participatiemomenten zoals hiervoor besproken richten zich met name op het vraagstuk omtrent de plaatsing van bronnen voor zon- en windenergie. Het onderwerp lokaal eigenaarschap heeft daar vooralsnog geen prominente plek in gekregen. Dialoog en betrokkenheid raad Zoals eerder genoemd zijn raadsleden direct in gesprek gegaan met over de energietransitie. Op 6 november 2020 is de raad middels een memo op de hoogte gesteld van de lokale verkenning rondom de potentie en wenselijkheid van wind- en zonlocaties86 Het participatieplan is als bijlage bijgevoegd en ter kennis gegeven aan de raad, de raad heeft het niet vastgesteld. Het participatieplan is volledig.

Zo beschrijft het plan het onderwerp, het doel van participatie, de schaal, potentiële deelnemers, niveau op de participatieladder, inrichting van het proces en de keuze voor werkvormen (digitale vragenlijst op online participatieplatform van de gemeente en twee online bijeenkomsten voor inwoners). Van de lokale verkenning is een verslag opgesteld dat is vastgesteld door het college. De participatieopbrengst is door het college verwerkt in het voorstel aan de raad. De bovenstaande werkwijze is geheel in lijn met het lokale participatiebeleid en de gemeenteraad is actief geïnformeerd door het college. De uitvoering en werkwijze sluit ook aan op het regionale uitgangspunt dat participatie een lokale verantwoordelijkheid van de gemeente is. Als laatste heeft de gemeenteraad de mogelijkheid gehad om te reageren op de concept RES met een wensen- en bedenkingenprocedure en zo invloed kunnen oefenen op de RES. Uit het gesprek met een afvaardiging van de raad blijkt echter dat raadsleden zich nog onvoldoende betrokken voelen bij de totstandkoming van de RES en zij weinig grip ervaren op het proces87: • “Ik voel mij zelf ook nauwelijks betrokken bij het traject van de totstandkoming tot de RES 1.0.” • “Ik ben vanaf het begin erbij betrokken geweest. Ik ben steeds in afwachting geweest op een vervolg, maar er kwam niets. Ik was bij een startbijeenkomst van de metropool.

Daar is aangegeven om de raden ook in participatie te brengen. Maar niets meer gehoord.” • “Wij krijgen de stukken van het college en die proberen het uit te leggen. We houden ons vast aan een ambtenaar waar we vertrouwen in hebben en verder komen we niet.” De portefeuillehouder en ambtelijke sleutelpersonen hebben echter een positiever beeld over de betrokkenheid van de raad, dat blijkt uit gesprekken. Het beeld is dat de raad zich in dit traject ook betrokken heeft gevoeld en in het algemeen een actieve rol invult met betrekking tot de energietransitie: • “Binnen haar eigen klankbordgroep, heeft de raad adviezen mee kunnen geven voor onder andere de participatie. Dit speelde bij drie trajecten: concept-RES, de lokale verkenning potentie

86 Zie hier voor de memo:

https://doemee.zoetermeer.nl/Beheer/documenten/doe+mee+documenten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1809517 87 Bron: interview

Pagina 59

en wenselijkheid van windenergie en zonnestroom én de Transitievisie warmte. Het college is hierover positief en krijgt de indruk dat de raad dat ook is.”88

5.4 Resultaten van participatie en borging van ervaringen Resultaat volgens belanghebbenden Deelnemers oordelen neutraal op de vraag of zij hun eigen inbreng herkennen in het eindresultaat van de RES en in een verdiepend gesprek zijn zij daar ook kritisch over. Hierover bestaan echter verschillende beelden tussen de deelnemers en de gemeente. In gesprekken met de ambtelijke sleutelpersonen wordt aangegeven dat de resultaten zijn teruggekoppeld aan degenen die hebben deelgenomen aan participatiemomenten, direct of via het online participatieplatform. De ambtelijk projectleiding geeft aan dat de deelnemers het eindverslag van participatie hebben gehad of zij konden via het online platform de Doe Mee het verslag raadplegen. Ook wordt aangegeven dat wel nog duidelijk moet worden aangegeven wat de gemeente met de opbrengst van participatie gaat doen. Zo moet een uitvoeringsagenda nog worden gedeeld met de deelnemers, maar die is wel gedeeld met de raad en ook openbaar.”89 Hier lopen ‘opbrengst uit participatie’ en de doorwerking daarvan op het eindproduct ‘RES 1.o’ of een concrete uitvoeringsagenda naar onze mening door elkaar heen. Uiteindelijk dient de ‘opbrengst uit participatie’ als invoer voor een afweging door de raad. Een zichtbare afweging van de inbreng van belanghebbenden wordt door de deelnemers van de enquête van dit onderzoek echter niet gezien.

Ook hebben zij het eindproduct (RES 1.0) of een uitvoeringsplan ook niet scherp voor ogen. Zij ervaren daardoor geen zorgvuldige afweging van hen inbreng. De deelnemers voelen zich daarentegen wel serieus genomen want oordelen wel positief over het proces van participatie: de kwaliteit van samenwerking en de vormgeving. Illustratief zijn de volgende uitspraken van deelnemers90: • “We hebben aandacht gekregen voor locaties van windmolens, inzet op zonnepanelen, het belang van een goed beleid voor particuliere eigenaren, het belang van koeling (naast verwarming) en het gebruik van duurzame bronnen voor een warmtenet (en de niethaalbaarheid van een warmtenet in onze wijk).” • “Wij hebben geen terugkoppeling gehad. Het is mij nu niet goed duidelijk of die RES 1.0 na de inspraak is bijgesteld.” • “Na de participatie is geen terugkoppeling geweest. Wat is er met mijn inbreng gebeurd is niet duidelijk.” • “In september is een besluit genomen die RES 1.0 is oké. Ik zou als burger nu actief moeten opzoeken naar de definitief vastgestelde. Wij horen er helemaal niets over! Het is voor mij slecht te volgen.” Ervaringen van de gemeente De ambtelijke projectleiding geeft de participatie inspanning van de gemeente een ruime voldoende91: • “Uit de lokale verkenning hebben we nieuwe ideeën opgehaald. Deze zijn meegenomen in de uitvoeringsplannen. Ambities zijn echter ook getemperd.

Niet alleen door participatie ook door collega’s en politiek.”

88 Bron: interviews. 89 Bron: interviews. 90 Bron: enquête en interviews 91 Bron: interviews

Pagina 60

• •

“Vooraf is goed aangegeven wat met input werd gedaan, ook is het verslag gestuurd en is men op de hoogte gebracht van wanneer de raadsvergadering was als het gaat om de Slootweg en Roeleveenseweg.” “Deelnemers konden via het online participatieplatform Doe Mee de procedure ook op die website volgen en zien wat er met hun input is gedaan.”

Belanghebbenden hebben ook daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen. Zo wordt in gesprekken aangegeven dat tijdens de bijeenkomst over een zonneveld bij de Slootweg en bij de Roeleveenseweg veel buurtbewoners negatief waren over het beoogde zonneveld. Uiteindelijk bleken de inwoners het bij het rechte eind te hebben: de woningen stonden te dicht op het beoogde zonneveld. Bij de Roeleveenseweg onderzoekt de ontwikkelaar nu wat nog de mogelijkheden zijn voor plaatsing en daarbij rekening te houden met de wensen en kritiekpunten van de omwonenden. De projecteider geeft in het gesprek aan de volgende lessen geleerd te hebben:92 • Met het online participatieplatform heeft de gemeente Zoetermeer een prima gereedschap in handen om te proeven en te voelen wat speelt in de samenleving. Het vraagt echter wel de nodige menskracht om het online platform van content te voorzien. • Hoe dichterbij je als gemeente met participatie bij de leefomgeving van de mensen komt, hoe beter de participatie moet zijn. • Je moet mensen niet overvragen, vooral als het gaat om abstracte onderwerpen. Sterk punt is dat de raad hierin initiatief heeft genomen. • Een goede ervaren voorzitter bij participatie is echt nodig, zeker bij weerstand. • Technische bijeenkomsten zijn we voorstander van! Een klankbordgroep vanuit de omgevingswet uit de raad is nu ook verbreed met de RES.

Voor ambtelijke projectleiders is een dergelijke klankbordgroep handig om ideeën uit te wisselen en het proces van de besluitvorming beter te begeleiden. Borging van ervaringen Er heeft geen formele evaluatie van het participatietraject rondom de RES 1.0 plaatsgevonden. Met betrekking tot het vervolg participatieproces ten behoeve van de RES 2.0 geeft de portefeuillehouder in een gesprek wel mee dat goed moet worden afgewogen wat regionaal en wat lokaal kan of moet. Daar waar de gemeente er niet over gaat is het ook niet zinvol om dat aan inwoner te vragen. Als je iets vraagt moet je het als gemeente namelijk ook waar kunnen maken. 93

92 Bron: interviews. 93 Bron: interviews.

Pagina 61

Deel III

ijlagen

Pagina 62

ijlage 1 Onder oeksvragen Centrale vragen 1 Hoe beoordelen belanghebbenden uit de lokale samenleving die hebben deelgenomen aan participatie in het kader van de RES, het participatieproces dat door de verschillende gemeenten is georganiseerd? 2 Welke lessen kunnen de gemeenten trekken uit de beoordeling van belanghebbenden en wat kunnen gemeenten hiervan (en van elkaar) leren voor toekomstige participatie trajecten? Deelvragen (per gemeente te beantwoorden) BELEID EN PARTICIPATIEPLAN 1 Welk lokaal beleid en lokale kaders heeft de gemeente voor participatie in het algemeen? a In hoeverre is dat beleid toepasbaar op participatie rondom de RES, is participatie rondom de RES vergelijkbaar met participatie rondom overige gemeentelijke onderwerpen? b Is er specifiek beleid voor participatie rondom energieprojecten? 2

Is er een lokaal participatieplan opgesteld en vastgesteld? a In hoeverre en op welke wijze zijn daarbij bestaande lokale kaders en lokaal beleid als leidraad gehanteerd? b In hoeverre is de gemeenteraad betrokken bij het vormgeven van inhoudelijke en procesmatige lokale kaders en in welke mate wensen raadsleden betrokken te zijn? c Hoe sluit dit aan op het regionale participatieproces: heeft er afstemming plaatsgevonden binnen de RES regio? d Heeft de gemeenteraad voldoende mogelijkheden gehad om te reageren op de concept RES, daar invloed op uit te kunnen oefenen en daarop het lokale participatieplan toe te snijden?

UITVOERING VAN PARTICIPATIE 3 Wanneer en in welke vorm heeft inwonersparticipatie plaatsgevonden? a Wanneer en hoe op regionaal en lokaal niveau? b Welke verwachtingen zijn uitgesproken richting inwoners, zowel met betrekking tot de inhoud, het proces alsmede het participatieniveau? c Welke vragen zijn aan inwoners voorgelegd en op welk abstractieniveau? d Hoe heeft de gemeente de inwoners voorbereid? e Heeft de regio gebruik gemaakt van het aanbod van de Participatiecoalitie en zo ja wat heeft dit opgeleverd?

4

Hoe heeft ‘lokaal eigenaarschap’ een plek gekregen? In het bijzonder: a Hebben inwonersinitiatieven een plek binnen het participatietraject gekregen en hoe heeft de gemeente ingespeeld op die initiatieven?

5

Wanneer en hoe heeft de gemeente gezorgd voor een dialoog met zowel de gemeenteraad en inwoners? a Hoe zijn daarbij de gemeenteraad en inwoners voorzien van inhoudelijk feitelijke en juiste informatie over het onderwerp? b Hoe is omgegaan met het onderscheidt tussen meningen en feiten?

RESULTATEN 6 Wat zijn de resultaten van participatie tot op heden? a Wat zijn inhoudelijke resultaten? (denk aan goede ideeën, oplossingsrichtingen, concrete projecten et cetera)

Pagina 63

b Wat zijn samenwerkingsresultaten: denk aan het ontstaan van samenwerkingsverbanden tussen de gemeente en partijen uit de samenleving en/of tussen partijen uit de samenleving onderling? c Wat zijn democratische resultaten: denk aan inwoners hebben daadwerkelijk invloed gehad op de invulling van de RES, het in beeld krijgen van belangen en politieke keuzevraagstukken, zorgvuldige afweging tussen belangen mogelijk maken et cetera. 7

Welke ervaringen heeft de gemeente opgedaan bij participatie rondom de RES 1.0 en hoe zijn deze ervaringen verder geborgd voor het vervolgproces? a Hoe wordt omgegaan met het wijzigen of toevoegen van kaders na RES 1.0?

LESSEN VOOR DE TOEKOMST 8 Welke lessen kunnen worden getrokken? a Wat is bestuurlijk en ambtelijk nog nodig om het beleid en de uitvoering van participatie rondom de RES nog verder te versterken? b Welke zijn daarvan ook nuttig voor participatietrajecten ten aanzien van complexe maatschappelijke opgaven in het algemeen?

Pagina 64

ijlage 2 Eval atie- en normenkader

Pagina 65

ijlage 3 Regionale esl itvormingsproces RES 1.0 Holland Rijnland Holland Rijnland werkte in vier fases naar de totstandkoming van de RES 1.0 toe:94 Fase 1: Basis leggen 2016 – 1 oktober 2020 • Plan van Aanpak RES 1.0 • Uitwerken kansenkaart elektriciteit naar één scenario • Verwerken Wensen & Bedenkingen partners

Fase 3: Uitwerking en Productie 1 januari 2021 t/m 1 april 2021 • Vraag en aanbod warmte gekoppeld • Zoekgebiedenkaart elektriciteit • Doelstelling, instrumentarium en monitoring energiebesparing • Visie op laadinfrastructuur • Reductiedoelstellingen mobiliteit

Fase 2: Participatie en Uitwerking 1 oktober 2020 t/m 1 januari 2021 • Regionale enquête inwoners • Webinars voor bestuurders • Participatie op gemeenteniveau

Fase 4: Besluitvorming 1 april 2021 t/m 30 juni • Regionale raadsbijeenkomst • Besluitvorming bij gemeenten, hoogheemraadschap en provincie

Fase 1. In maart 2020 levert Holland Rijnland de Concept RES op. Een maand later, op 29 april, organiseert Holland Rijnland een webinar voor bestuurders en raadsleden van de gemeenten, hoogheemraadschap en de provincie waarin de regio de concept RES toelicht. Tijdens deze bijeenkomst is er gelegenheid om vragen te stellen. Op 2 april 2020 verzend de regio de concept RES aan de gemeenten zodat de raden hun Wensen & Bedenkingen erop kunnen geven. De gemeente Oegstgeest heeft haar Wensen & Bedenkingen op 20 mei 2020 naar Holland Rijnland gestuurd en gemeente Voorschoten op 11 juni 2020. Fase 2. Voor de participatie heeft Holland Rijnland een Participatie Toolbox beschikbaar gesteld waar gemeenten uit kunnen putten. Deze toolbox bevat enkele notities die bestuurders en ambtenaren kunnen helpen bij het inrichten van hun participatie.95 De notities richten zich op het betrekken van ‘het stille midden’ en ‘jongeren’, maar geven ook handvatten voor het organiseren van inloopavonden, straatgesprekken en online sessies.

Ter ondersteuning van deze participatie heeft Holland Rijnland een notitie opgesteld over communicatie met inwoners met daarin drie kernboodschappen om de RES toe te lichten: Wat gaan we doen? Op wat voor manier gaan we onze doelen halen? Hoe nu verder?.96 Tot slot heeft Holland Rijnland het bureau E:M+MA in de hand genomen om voor de gemeenten een Participatieplan op te stellen die zij kunnen volgen. Fase 3. Deze fase staat in het teken van de verdere uitwerking van de zoekgebiedenkaarten e.d. en de verwerking van de Wensen & Bedenkingen en/of de input van inwoners die hebben geparticipeerd in de gemeentelijke participatietrajecten. Op 1 februari 2021 zijn de uitkomsten

94

Op Naar Neutraal: de regionale energiestrategie Holland Rijnland, Proces. Te raadplegen op: https://wijzijnon.nl/de-regionale-energiestrategie/proces 95 Holland Rijnland, Op naar neutraal, Toolbox (14 oktober 2020). Te raadplegen via: de website. 96 Holland Rijnland, Op naar neutreaal, Key Message House RES Holland Rijnland (14 oktober 2020). Te raadplegen via: de website.

Pagina 66

bekend van het doorrekenen door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en NP RES van de verschillende plannen en opties. Februari en maart 2021 staan voor Holland Rijnland in het teken van het opstellen van de definitieve RES. Fase 4. Deze fase staat in het teken van het opleveren van RES 1.0 en het voorleggen ter besluitvorming aan de gemeenten, het hoogheemraadschap en de provincie. Gemeente Oegstgeest heeft de RES 1.0 op 3 juni 2021 vastgesteld en gemeente Voorschoten op 10 juni 2021. De RES 1.0 regio Holland Rijnland is in juni 2021 vastgesteld door de gemeenten Oegstgeest en Voorschoten.

RES 1.0 Rotterdam-Den Haag Regio Rotterdam-Den Haag werkte in twee fases naar de totstandkoming van de RES 1.0 toe:97 Fase 1: Voorbereiding en Energieperspectief (2018-2019) • Bestuurlijke afspraken met de regiopartijen vastgelegd in een bestuurlijke uitgangspuntennotitie waarin is beschreven hoe de regio een nadere invulling wil geven aan de ambitie voor 2050 • Markeren van een gezamenlijk vertrekpunt (september 2018) in een Basisdocument (regioanalyse) • Ontwikkeling van het Energieperspectief 2050 (juli 2019) • Nadere verkenning van de (bestuurlijke) ambitiebepaling: Regionale Prioriteiten (juli 2019) • Plan van Aanpak Uitvoeringsprogramma RES Regio Rotterdam Den Haag (17 december 2019)

Fase 2: Van concept naar RES 1.0 (20202021): • Indienen concept RES en het resultaat van de Wensen en Bedenkingenprocedure (1 oktober 2020) • Nota van beantwoording in reactie op alle Wensen en Bedenkingen. • Samenstelling RES 1.0 (volgens planning eind maart 2021) • Informeren over RES 1.0 ten behoeve van de besluitvorming door gemeenten, waterschappen en provincie over de RES 1.0 • Voor 1 juli 2021 wordt de RES 1.0 ingediend en vastgesteld

Fase 1 staat vooral in teken van voorbereiding om tot een RES 1.0 te komen, met als vertrekpunt de bestuurlijke uitgangspuntennotitie uit februari 2017. In deze uitgangspuntennotitie hebben de verantwoordelijke bestuurders van de 28 betrokken overheden (23 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie) afspraken vastgelegd hoe zij naar een energiestrategie willen toewerken. In het verlengde hiervan is een plan van aanpak opgesteld bestaande uit vijf hoofdstappen: Stap 1: Markeren vertrekpunt Stap 2: Ontwikkeling perspectieven Stap 3: Uitwerken perspectieven Stap 4: Ontwikkelen aanzet energiestrategie Stap 5: Bestuurlijke ambitiebepaling energiestrategie

97

Bron: Website Energiestrategie regio Rotterdam-Den Haag. Stappenplan: https://www.resrotterdamdenhaag.nl/proces/stappenplan/

Pagina 67

Deze 5 stappen hebben drie tussenproducten opgeleverd. Deze drie documenten vormen tezamen de energiestrategie van de regio Rotterdam-Den Haag: • Basisdocument: dit document beschrijft de omvang van de transitieopgave en de ruimtelijke impact. • Energieperspectief: is het ruimtelijk-energetisch toekomstbeeld van de regionale energievoorziening. • Regionale Prioriteiten: een eerste verkenning richting uitvoering. Fase 2 staat vooral in het teken van de uitwerking van concept naar RES 1.0. In dit proces vindt participatie plaats met inwoners en de wensen- en bedenkingenprocedure van de gemeenteraden. De Regionale Energiestrategie 1.0 regio Rotterdam-Den Haag is in mei 2021 vastgesteld door de gemeente Zoetermeer en in juni 2021 door de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Wassenaar.

Pagina 68

ijlage 4 Respondenten- en ronnenlijst Respondenten Dhr.mevr, Voorletter(s)

Naam

Functie

Organisatie

Mw. Charlotte

Bos

Raadslid D66

Dhr. Coert

Bregman

Commissielid CU-SGP

Mw. Marie-Christine van der Dhr. Jan

Gronde

Raadslid GroenLinks

Hendriks

Raadslid CDA

Dhr. Henk

Knoester

Raadslid GroenLinks

Dhr. Bram van

Popering

Commissielid GBLV/Gemeentebelangen

Dhr. Jan Willem

Rouwendal

Portefeuillehouder Duurzaamheid

Mw. Esmeralda van

Tuinen

Mw. Monica

Velu

Accounthouder duurzaamheidsinitiatieven Raadslid GBLV/Gemeentebelangen

Dhr. Hanne

Regeer

Beleidsmedewerker Duurzaamheid

Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente LeidschendamVoorburg Gemeente Oegstgeest Gemeente Oegstgeest Gemeente Oegstgeest Gemeente Oegstgeest Gemeente Oegstgeest

Er is gesproken met 15 betrokken deelnemers aan de participatie uit de samenleving Mw. Melanie van Driel Raadslid Progressief Oegstgeest Dhr. Peter Glasbeek Portefeuillehouder Mw. Debbie van Haastrecht Programmamanager Duurzaamheid Dhr. Tobias van der Hoeven Raadslid CDA Mw. Petra van der Meij Senior adviseur Duurzaamheid & Energietransitie Mw. Sabine Natrop Senior Communicatieadviseur Mw. Karin Rosdorff Raadslid Hart voor Oegstgeest Dhr. Arne-Jan Vos Raadslid D66 Dhr. Willem Wensing Commissielid VVD Dhr. Bas Wijnsouw Senior adviseur Strategie en Bestuur Er is gesproken met 10 betrokken deelnemers aan de participatie uit de samenleving Dhr. Albert Deuzeman Raadslid GroenLinks Dhr. Marcel Havenaar Strategisch adviseur Dhr .Wim Haver Beleidsmedewerker Duurzaamheid Mw. Jolien Schroot Raadslid D66 Mw. Nicole Spaans Raadslid GroenLinks Mw. Erika Spil Portefeuillehouder Dhr Jasper Wegman Adviseur participatie Er is gesproken met 7 betrokken deelnemers aan de participatie uit de samenleving Dhr. Ritske Bloemendaal Portefeuillehouder Duurzaamheid Dhr. Iwein Borm Raadslid VVD Mw. Annelies Heijl Raadslid D66

Gemeente Oegstgeest Gemeente Oegstgeest Gemeente Oegstgeest Gemeente Oegstgeest Gemeente Oegstgeest Gemeente Oegstgeest Gemeente Voorschoten Gemeente Voorschoten Gemeente Voorschoten Gemeente Voorschoten Gemeente Voorschoten Gemeente Voorschoten Gemeente Voorschoten Gemeente Voorschoten Gemeente Wassenaar Gemeente Wassenaar Gemeente Wassenaar

Pagina 69

Dhr.mevr, Voorletter(s)

Naam

Functie

Dhr. Alexander Oostermeijer Plaatsvervangend gemeentesecretaris Dhr. Rik te Raa Projecteider LES Dhr. Ruben Ribbius Procesmanager LES Er is gesproken met 2 betrokken deelnemers aan de participatie uit de samenleving Mw. Nancy Buitenweg Beleidsadviseur Energietransitie Dhr. Maarten ter Hoeve Bestuursadviseur Mw. Marijke van der Meer Raadslid Zó! Zoetermeer Dhr. Robin Paalvast Portefeuillehouder Dhr. Hans van Rijn Commissielid Zoetermeer Vooruit Mw. Sabin Sahan Commissielid VVD Dhr. Jan Willem Schotel Raadslid VVD Dhr. Peter Verheggen Programmamanager/senior beleidsadviseur: Energietransitie en Biodiversiteit Mw. Lara Verheij Adviseur Communicatie en Participatie Dhr. David Weekenstroo Raadslid CDA Er is gesproken met 6 betrokken deelnemers aan de participatie uit de samenleving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=ad5b304b-0083-46a7-b138-bd7c0d4aa0b6