CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2984-87 Regels Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Raadsvergadering 17 januari 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel :Vaststellen herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk34.759 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

het aanleggen en verharden van wegen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het verlagen van de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden; het aanleggen en dempen van watergangen, sloten, weidegreppels en andere waterlopen; het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging tot gevolg hebben of kunnen hebben, met uitzondering van het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen en het periodiek afzetten van hakhout; f. werken of werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot gevolg hebben, zoals uitdiepen of draineren; g. het onttrekken van grondwater, anders dan ten behoeve van de veedrenking. Met dien verstande dat subleden a. en c. zijn uitsluitend van toepassing als er sprake is de aanduiding (pa) als bedoeld in artikel 15.1.1. 15.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 15.4.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale beheer en/of onderhoud betreffen;

78

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daarvoor verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d. betrekking hebben op het aanbrengen van verhardingen ten behoeve van in- en/of uitritten, tot een oppervlakte van ten hoogste 10 m²; e. betrekking hebben op de aanleg van natuurvriendelijke oevers. 15.4.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover: a. de werken en werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de historisch-ruimtelijke, cultuurhistorische- en/of archeologische waarden van het terrein.

15.4.4 Advies Alvorens omtrent een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te beslissen, winnen burgemeester en wethouders, indien nodig, advies in bij de met betrekking tot het betreffende terrein meest aangewezen instantie.

Regels (vastgesteld)

79

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Artikel 16 16.1

Groen - Stadstuin

Bestemmingsomschrijving

16.1.1 Algemeen De voor 'Groen - Stadstuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

extensieve recreatie; een stadstuin als bedoeld in artikel 1.174; groenvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; water; een park ter plaatse van de aanduiding 'park' (pa) aanvullend aan het bepaalde onder a. tot en met c.: behoud, herstel en ontwikkeling van ecologische, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden;

met daaraan ondergeschikt: g. horeca in uitsluitend categorie 4, als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, uitsluitend ten dienste van de bestemming 'Groen - Stadstuin'; met de daarbij behorende: h. duikers en bruggen; i. in- en uitritten; j. nutsvoorzieningen; k. objecten van beeldende kunst; l. ontsluitingswegen; m. overige paden en verhardingen; n. voetpaden; o. speeltoestellen; 16.1.2 Dubbelbestemming De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen. 16.2

Bouwregels

16.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming 'Groen - Stadstuin' uitsluitend worden gebouwd: a. hoofd- en bijbehorende bouwwerken; b. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 16.2.2 Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 5,50 meter; c. het maximum bebouwingspercentage bedraagt 7,5%. 16.2.3 Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in onderstaande tabel:

80

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

16.3

Maximale bouwhoogte

Lantaarnpalen

6,00 meter

Lichtmasten

9,00 meter

Objecten voor beeldende kunst

6,00 meter

Speeltoestellen

5,00 meter

Straatmeubilair

3,00 meter

Vlaggenmasten

6,00 meter

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

3,00 meter

Specifieke gebruiksregels

16.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en/of bouwwerken met deze bestemming wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 47, in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden op een wijze of tot een doel, strijdig met het belang van de in artikel 16.1.1 onder f, bedoelde waarden. 16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Regels over het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden als bedoeld in artikel 16.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het aanleggen en verharden van wegen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het verlagen van de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden; het aanleggen en dempen van watergangen, sloten, weidegreppels en andere waterlopen; het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging tot gevolg hebben of kunnen hebben, met uitzondering van het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen en het periodiek afzetten van hakhout; f. werken of werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot gevolg hebben, zoals uitdiepen of draineren; g. het onttrekken van grondwater, anders dan ten behoeve van de veedrenking. Met dien verstande dat subleden a. en c. zijn uitsluitend van toepassing als er sprake is de aanduiding (pa) als bedoeld in artikel 17.1.1. 16.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 16.4.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale beheer en/of onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt; c.

reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daarvoor verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d. betrekking hebben op het aanbrengen van verhardingen ten behoeve van in- en/of uitritten, tot een oppervlakte van ten hoogste 10 m²; e. betrekking hebben op de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

Regels (vastgesteld)

81

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

16.4.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover: a. de werken en werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de historisch-ruimtelijke, cultuurhistorische- en/of archeologische waarden van het terrein. 16.4.4 Advies Alvorens omtrent een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te beslissen, winnen burgemeester en wethouders, indien nodig, advies in bij de met betrekking tot het betreffende terrein meest aangewezen instantie.

82

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Artikel 17 17.1

Horeca

Bestemmingsomschrijving

17.1.1 Algemeen De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca, met dien verstande dat: 1. horeca t/m categorie 1 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (h<1); 2. horeca t/m categorie 2 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (h<2); 3. horeca t/m categorie 3 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (h<3); 4. Horeca t/m categorie 4, als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten - Mall of the Netherlands, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (h<4); b. een terras, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (tr); c. een parkeergarage, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (pg); met de daarbij behorende: d. balkons, luifels en overige daarmee vergelijkbare overstekende bouwdelen behorende bij hoofdgebouwen op aangrenzende bestemmingen. e. erven; f. groenvoorzieningen; g. in- en uitritten; h. nutsvoorzieningen; i. (ondergrondse) inzamelplaatsen voor (gescheiden) afval; j. ontsluitingswegen; k. paden en verhardingen; l. parkeervoorzieningen; m. voorzieningen voor onderhoud, laden en lossen; n. waterlopen en waterpartijen.

17.1.2 Dubbelbestemming De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen. 17.2

Bouwregels

17.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming 'Horeca' uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

17.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; c. indien op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is weergegeven, mag dit niet worden overschreden; d. indien op de verbeelding geen maximum bebouwingspercentage is weergegeven, mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd.

Regels (vastgesteld)

83

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

17.2.3 Bijbehorende bouwwerken a. Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende regels: 1. het bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan op de grond staand is, en; 2. gelegen in het achtererfgebied, en; 3. op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied, en; 4. niet hoger dan 5 meter, met inachtneming van het bepaalde onder sub b en c, en 5. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag alleen op de eerste bouwlaag, en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen. b. Voor zover op een afstand van niet meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan: 1. 5 meter; 2. 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en 3. het hoofdgebouw. c. Voor zover op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw: 1. indien hoger dan 3 meter: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 meter, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55 graden, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 meter en verder wordt begrensd door de volgende formulier: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; 2.

functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het betreft huisvesting in verband met mantelzorg; d. De oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: 1. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied; 2. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m² en kleiner dan of gelijk aan 300 m²: 50 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m²; 3. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m²: 90 m², vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m², tot een maximum van in totaal 150 m². e. Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan is niet toegestaan aan of bij: 1. een woonwagen; 2. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan is bepaald dat de vergunninghouder na verstrijken van een bij die vergunning aangegeven termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben; 3. een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf voor één huishouden. 17.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd; b.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in de onderstaande tabel:

84

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Bouwwerken, geen gebouw zijnde, in het voorerfgebied

Maximale bouwhoogte

Erf- en perceelafscheidingen

1,0 meter

Lantaarnpalen

4,0 meter

Pilasters/penanten en soortgelijke plaatselijke versieringen

1,5 meter

Vlaggenmasten

6,0 meter

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

1,5 meter

Bouwwerken, geen gebouw zijnde, in het achtererfgebied

Maximale bouwhoogte

Erf- en perceelafscheidingen

2,0 meter

Antenne-installaties die op bouwwerken worden geplaatst, niet zijnde schotelantennes

5,0 meter

Lantaarnpalen

6,0 meter

Objecten voor beeldende kunst

6,0 meter

Schotelantennes

3,0 meter

Speeltoestellen

5,0 meter

Straatmeubilair

3,0 meter

Tuinmeubilair

2,0 meter

Vlaggenmasten

6,0 meter

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

3,0 meter

17.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.3.1 Regels over het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden als bedoeld in artikel 17.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verlagen van de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden; b. het onttrekken van grondwater, anders dan ten behoeve van de veedrenking. 17.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 17.1.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale beheer en/of onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daarvoor verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d. betrekking hebben op de aanleg van natuurvriendelijke oevers. 17.3.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover: a. de werken en werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming; b.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit;

Regels (vastgesteld)

85

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de historisch-ruimtelijke, cultuurhistorische- en/of archeologische waarden van het terrein. 17.3.4 Advies Alvorens omtrent een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te beslissen, winnen burgemeester en wethouders, indien nodig, advies in bij de met betrekking tot het betreffende terrein meest aangewezen instantie.

86

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Artikel 18 18.1

Kantoor

Bestemmingsomschrijving

18.1.1 Algemeen De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

kantoren; een brug, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (br); een kinderdagverblijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (kdv); een parkeergarage uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (pg); een parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (p); een woning op de verdieping, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (w);

met daaraan ondergeschikt: g. horeca in uitsluitend categorie 4, als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, uitsluitend ten dienste van de bestemming 'Kantoor'; h. beroep aan huis, uitsluitend ten behoeve van de functie wonen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 18.4.1; i. verkoop via internet, overeenkomstig het bepaalde in artikel 18.4.2; met de daarbij behorende: j.

balkons, luifels en overige daarmee vergelijkbare overstekende bouwdelen behorende bij hoofdgebouwen op aangrenzende bestemmingen. k. erven; l. groenvoorzieningen; m. in- en uitritten; n. nutsvoorzieningen; o. ontsluitingswegen; p. paden en verhardingen; q. parkeervoorzieningen; r. waterlopen en waterpartijen. 18.1.2 Dubbelbestemming De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen. 18.2

Bouwregels

18.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend 'Kantoor' worden gebouwd: a. b. c. d. e.

hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; een onderdoorgang, uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding [ond];

18.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; c. indien op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is weergegeven, mag dit niet worden overschreden; d. indien op de verbeelding geen maximum bebouwingspercentage is weergegeven, mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd.

Regels (vastgesteld)

87

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

18.2.3 Bijbehorende bouwwerken a. Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende regels: 1. het bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan op de grond staand is, en; 2. gelegen in het achtererfgebied of ter plaatse van de bouwaanduiding [bg], en; 3. op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied, en; 4. niet hoger dan 5 meter, met inachtneming van het bepaalde onder sub b en c, en 5. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag alleen op de eerste bouwlaag, en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen. b. Voor zover op een afstand van niet meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan: 1. 5 meter; 2. 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en 3. het hoofdgebouw. c. Voor zover op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw: 1. indien hoger dan 3 meter: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 meter, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55 graden, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 meter en verder wordt begrensd door de volgende formulier: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; 2.

functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het betreft huisvesting in verband met mantelzorg; d. De oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: 1. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied; 2. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m² en kleiner dan of gelijk aan 300 m²: 50 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m²; 3. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m²: 90 m², vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m², tot een maximum van in totaal 150 m². e. Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan is niet toegestaan aan of bij: 1. een woonwagen; 2. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan is bepaald dat de vergunninghouder na verstrijken van een bij die vergunning aangegeven termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben; 3. een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf voor één huishouden. 18.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd; b.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in de onderstaande tabel:

88

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Bouwwerken, geen gebouw zijnde, in het voorerfgebied Erf- en perceelafscheidingen

1,0 meter

Lantaarnpalen

4,0 meter

Pilasters/penanten en soortgelijke plaatselijke versieringen

1,5 meter

Vlaggenmasten

6,0 meter

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

1,5 meter

Bouwwerken, geen gebouw zijnde, in het achtererfgebied

18.3

Maximale bouwhoogte

Maximale bouwhoogte

Erf- en perceelafscheidingen

2,0 meter

Antenne-installaties die op bouwwerken worden geplaatst, niet zijnde schotelantennes

5,0 meter

Lantaarnpalen

6,0 meter

Objecten voor beeldende kunst

6,0 meter

Schotelantennes

3,0 meter

Straatmeubilair

3,0 meter

Tuinmeubilair

2,0 meter

Vlaggenmasten

6,0 meter

Vrijstaande antenne-installaties, niet zijnde schotelantennes ten behoeve van mobiele telecommunicatie

5,0 meter

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

3,0 meter

Afwijken van de bouwregels

18.3.1 Dakterras Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de artikel 18.2.2 en artikel 18.2.3 ten behoeve van het realiseren van een dakterras ten behoeve van een woning, mits er toepassing wordt gegeven aan de regels welke zijn opgenomen in de nota 'Het dak op!', beleidsnotitie met sneltoets criteria voor dakterrassen', overeenkomstig de bijlage Het dak op. 18.4

Specifieke gebruiksregels

18.4.1 Beroep aan huis Voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep gelden de volgende regels: a. het vloeroppervlak van een woning, dat wordt gebruikt ten behoeve van een aan huis verbonden beroep, mag niet meer bedragen dan 30% van het vloeroppervlak van de desbetreffende woning (bijbehorende bouwwerken daaronder mede begrepen); b. het aan huis verbonden mag beroep mag uitsluitend worden uitgeoefend door (een) bewoner(s) van de desbetreffende woning; c. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag geen nadelige invloed hebben op de parkeersituatie en de verkeersafwikkeling ter plaatse; d. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag niet gepaard gaan met buitenopslag van goederen, met horeca en/of met detailhandel, behoudens detailhandel in beperkte omvang die ondergeschikt en direct gerelateerd is aan de aard van het aan huis verbonden beroep.

Regels (vastgesteld)

89

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

18.4.2 Verkoop via internet Verkoop via internet wordt geacht in overeenstemming te zijn met de bestemming en is toegestaan, mits: a. verkoop via internet waarbij ter plaatse alleen de elektronische transactie plaatsvindt en geen opslag en verzending plaatsvindt is toegestaan; b. verkoop via internet is slechts toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden; c. er geen buitenopslag plaatsvindt. 18.4.3 Woningsplitsing en/of verkamering Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt behoudens het bepaalde in de artikelen 46.3.1 en 47.2.1 in ieder geval gerekend het gebruik van een woning als meer dan één zelfstandige woning en indien dit gebruik is gestart nadat het bestemmingsplan 'Stedelijk' in ontwerp ter inzage is gelegd. 18.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18.4.1 ten behoeve van het vergroten van het vloeroppervlak tot een maximum van 65 m², mits er geen sprake is van onevenredige verkeersaantrekkende werking en in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, ook ten behoeve van de uitbreiding. 18.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.6.1 Regels over het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden als bedoeld in artikel 18.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het verlagen van de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden; c. het onttrekken van grondwater, anders dan ten behoeve van de veedrenking. 18.6.2 Uitzonderingen Het in artikel 18.6.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale beheer en/of onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daarvoor verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d.

betrekking hebben op het aanbrengen van verhardingen ten behoeve van in- en/of uitritten, tot een oppervlakte van ten hoogste 10 m²; e. betrekking hebben op de aanleg van natuurvriendelijke oevers. 18.6.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover: a. de werken en werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de historisch-ruimtelijke, cultuurhistorische- en/of archeologische waarden van het terrein.

90

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

18.6.4 Advies Alvorens omtrent een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te beslissen, winnen burgemeester en wethouders, indien nodig, advies in bij de met betrekking tot het betreffende terrein meest aangewezen instantie.

Regels (vastgesteld)

91

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Artikel 19 19.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

19.1.1 Algemeen De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

maatschappelijke voorzieningen; een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (bw); een bergbezinkbassin, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (bbb); een nutsvoorziening, ter plaatse van de aanduiding (nv); een onderwijsinstelling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (on); een parkeergarage, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (pg); een parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (p); een parkeerterrein is uitgesloten, ter plaatse van de aanduiding (-p); een kantoor ten behoeve van een waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige functie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (wwf); j. een zorginstelling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (zoi); k. een woonzorgcentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - woonzorgcentrum' (sm-wzc); l. een woonzorgvoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - woonzorgvoorziening' (sm-wzv); m. een ziekenhuis, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk ziekenhuis' (sm-zh); n. scouting, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (sct); met daaraan ondergeschikt: o. horeca in uitsluitend categorie 4, als bedoeld in de van deze regels deel uitmakend Staat van Horeca-activiteiten, uitsluitend ten dienste van de bestemming 'Maatschappelijk'; p.

beroep aan huis, uitsluitend ten behoeve van de functie wonen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 19.3.1; q. verkoop via internet, overeenkomstig het bepaalde in artikel 19.3.2; met de daarbij behorende: r.

balkons, luifels en overige daarmee vergelijkbare overstekende bouwdelen behorende bij hoofdgebouwen op aangrenzende bestemmingen. s. erven; t. groenvoorzieningen; u. in- en uitritten; v. nutsvoorzieningen; w. ontsluitingswegen; x. paden en verhardingen; y. parkeervoorzieningen; z. speeltoestellen; aa. waterlopen en waterpartijen; 19.1.2 Dobbelaan 10, locatie Hethuis Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (sm-wzv) zijn de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. dagbesteding en overige (therapeutische, ontspannende en andere) voorzieningen voor personen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking, bestaande uit ten hoogste 17 woonplaatsen en ten hoogste 24 plaatsen voor dagactiviteiten; b. een werkplaats voor kleinschalige technische werkzaamheden, reparaties, handnijverheid en overige kleinschalige ambachtelijke activiteiten; c. een kantine resp. ondersteunende restauratieve - en overige verzorgende voorzieningen ten behoeve van de gebruikers en/of bezoekers van de onder a. en b. genoemde functies; d. ondergeschikte horeca, uitsluitend in de vorm van een theeschenkerij met keuken;

92

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk e. ondergeschikte detailhandel, uitsluitend in de vorm van verkoop van binnen de onder b. en d. genoemde functies vervaardigde dan wel bereide producten; 19.1.3 Dubbelbestemming De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen. 19.2

Bouwregels

19.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming 'Maatschappelijk' uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d. e. f. g. h.

hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; een bijbehorend bouwwerk / gebouw is uitgesloten ter plaatse van de bouwaanduiding [-bg]; bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. een onderdoorgang, uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding [ond]; een zuurstoftank, ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding' [sba-1]; opslag voor medische gassen, ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding' [sba-2].

19.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; c. indien op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is weergegeven, mag dit niet worden overschreden; d. indien op de verbeelding geen maximum bebouwingspercentage is weergegeven, mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd. 19.2.3 Bijbehorende bouwwerken a. Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende regels: 1. het bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan op de grond staand is, en; 2. gelegen in het achtererfgebied of ter plaatse van de bouwaanduiding [bg], en; 3. op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied, en; 4. niet hoger dan 5 meter, met inachtneming van het bepaalde onder sub b en c, en 5. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag alleen op de eerste bouwlaag, en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen. b. Voor zover op een afstand van niet meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan: 1. 5 meter; 2.

0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en 3. het hoofdgebouw. c. Voor zover op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw: 1. indien hoger dan 3 meter: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 meter, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55 graden, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 meter en verder wordt begrensd door de volgende formulier: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; 2. functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het betreft huisvesting in verband met mantelzorg; d. De oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan:

Regels (vastgesteld)

93

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk 1. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied; 2. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m² en kleiner dan of gelijk aan 300 m²: 50 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m²; 3. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m²: 90 m², vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m², tot een maximum van in totaal 150 m². e. Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan is niet toegestaan aan of bij: 1. een woonwagen; 2. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan is bepaald dat de vergunninghouder na verstrijken van een bij die vergunning aangegeven termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben; 3. een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf voor één huishouden. 19.2.4 Nadere bouwregel voor gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk-ziekenhuis' (sm-zh) a. in afwijking van het bepaalde in 19.2.3 geldt, dat vrijstaande bijbehorende bouwwerken in het verlengde van de voorgevel gerealiseerd mogen worden. 19.2.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in de onderstaande tabel: Bouwwerken, geen gebouw zijnde, in het voorerfgebied Erf- en perceelafscheidingen

1,0 meter

Lantaarnpalen

4,0 meter

Pilasters/penanten en soortgelijke plaatselijke versieringen

1,5 meter

Vlaggenmasten

6,0 meter

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

1,5 meter

Bouwwerken, geen gebouw zijnde, in het achtererfgebied

94

Maximale bouwhoogte

Maximale bouwhoogte

Erf- en perceelafscheidingen

2,0 meter

Antenne-installaties die op bouwwerken worden geplaatst, niet zijnde schotelantennes

5,0 meter

Lantaarnpalen

6,0 meter

Objecten voor beeldende kunst

6,0 meter

Schotelantennes

3,0 meter

Speeltoestellen

5,0 meter

Tuinmeubilair

2,0 meter

Vlaggenmasten

6,0 meter

Vrijstaande antenne-installaties, niet zijnde schotelantennes ten behoeve van mobiele telecommunicatie

5,0 meter

Vrijstaande antenne-installaties, ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes en zonder techniekkast

15,0 meter

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

3,0 meter

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

19.2.6 Bouwwerken geen gebouw zijnde, Fonteynenburglaan 5 t/m 7d Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden in afwijking van artikel 19.2.5 de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in de onderstaande tabel:

19.3

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Maximale bouwhoogte

Overige erf- en perceelafscheidingen

2,0 meter

Vlaggenmasten en/of bannieren

8,0 meter

Lantaarnpalen

10,0 meter

Specifieke gebruiksregels

19.3.1 Beroep aan huis Voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep gelden de volgende regels: a. het vloeroppervlak van een woning, dat wordt gebruikt ten behoeve van een aan huis verbonden beroep, mag niet meer bedragen dan 30% van het vloeroppervlak van de desbetreffende woning (bijbehorende bouwwerken daaronder mede begrepen); b. het aan huis verbonden mag beroep mag uitsluitend worden uitgeoefend door (een) bewoner(s) van de desbetreffende woning; c. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag geen nadelige invloed hebben op de parkeersituatie en de verkeersafwikkeling ter plaatse; d. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag niet gepaard gaan met buitenopslag van goederen, met horeca en/of met detailhandel, behoudens detailhandel in beperkte omvang die ondergeschikt en direct gerelateerd is aan de aard van het aan huis verbonden beroep. 19.3.2 Verkoop via internet Verkoop via internet wordt geacht in overeenstemming te zijn met de bestemming en is toegestaan, mits: a. verkoop via internet waarbij ter plaatse alleen de elektronische transactie plaatsvindt en geen opslag en verzending plaatsvindt is toegestaan; b. verkoop via internet is slechts toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden; c. er geen buitenopslag plaatsvindt.

19.3.3 Woningsplitsing en/of verkamering Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt behoudens het bepaalde in de artikelen 46.3.1 en 47.2.1 in ieder geval gerekend het gebruik van een woning als meer dan één zelfstandige woning en indien dit gebruik is gestart nadat het bestemmingsplan 'Stedelijk' in ontwerp ter inzage is gelegd. 19.4

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 19.3.1 ten behoeve van het vergroten van het vloeroppervlak tot een maximum van 65 m², mits er geen sprake is van onevenredige verkeersaantrekkende werking en in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, ook ten behoeve van de uitbreiding.

Regels (vastgesteld)

95

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

19.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.5.1 Regels over het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden als bedoeld in artikel 19.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het verlagen van de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden; c. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; d. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging tot gevolg hebben of kunnen hebben, met uitzondering van het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen en het periodiek afzetten van hakhout; e. werken of werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot gevolg hebben, zoals uitdiepen of draineren; f. het onttrekken van grondwater, anders dan ten behoeve van de veedrenking. 19.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 19.5.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale beheer en/of onderhoud betreffen; b.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daarvoor verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d. betrekking hebben op het aanbrengen van verhardingen ten behoeve van in- en/of uitritten, tot een oppervlakte van ten hoogste 10 m²; e. betrekking hebben op de aanleg van natuurvriendelijke oevers. 19.5.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover: a. de werken en werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de historisch-ruimtelijke, cultuurhistorische- en/of archeologische waarden van het terrein.

19.5.4 Advies Alvorens omtrent een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te beslissen, winnen burgemeester en wethouders, indien nodig, advies in bij de met betrekking tot het betreffende terrein meest aangewezen instantie.

96

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Artikel 20 20.1

Maatschappelijk - Begraafplaats

Bestemmingsomschrijving

20.1.1 Algemeen De voor 'Maatschappelijk - Begraafplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. begraafplaatsen (strooivelden en urnenbewaarplaatsen daaronder mede begrepen); b. gebouwde - en/of ongebouwde voorzieningen ten behoeve van begraafplaatsen; c. een uitvaartcentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (uv); met daaraan ondergeschikt; d. horeca in uitsluitend categorie 4, als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, uitsluitend ten dienste van de bestemming 'Maatschappelijk - Begraafplaats'; met de daarbij behorende: e. f. g. h. i. j.

groenvoorzieningen; in- en uitritten; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; waterlopen en waterpartijen; wegen en paden.

20.1.2 Dubbelbestemming De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen. 20.2

Bouwregels

20.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming 'Maatschappelijk - Begraafplaats' uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d. e.

hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; een onderdoorgang, uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding [ond].

20.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; c. indien op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is weergegeven, mag dit niet worden overschreden; d. indien op de verbeelding geen maximum bebouwingspercentage is weergegeven, mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd. 20.2.3 Bijbehorende bouwwerken a. Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende regels: 1. het bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan op de grond staand is, en; 2. gelegen in het achtererfgebied of ter plaatse van de bouwaanduiding [bg], en; 3. op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied, en; 4. niet hoger dan 5 meter, met inachtneming van het bepaalde onder sub b en c, en 5. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag alleen op de eerste bouwlaag, en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen.

Regels (vastgesteld)

97

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk b. Voor zover op een afstand van niet meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan: 1. 5 meter; 2. 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en 3. het hoofdgebouw. c. Voor zover op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw: 1. indien hoger dan 3 meter: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 meter, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55 graden, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 meter en verder wordt begrensd door de volgende formulier: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; 2. functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het betreft huisvesting in verband met mantelzorg; d. De oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: 1. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied; 2. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m² en kleiner dan of gelijk aan 300 m²: 50 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m²; 3.

in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m²: 90 m², vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m², tot een maximum van in totaal 150 m². e. Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan is niet toegestaan aan of bij: 1. een woonwagen; 2. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan is bepaald dat de vergunninghouder na verstrijken van een bij die vergunning aangegeven termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben; 3. een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf voor één huishouden. 20.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in de onderstaande tabel: Bouwwerken, geen gebouw zijnde, in het voorerfgebied Erf- en perceelafscheidingen

1,0 meter

Lantaarnpalen

4,0 meter

Pilasters/penanten en soortgelijke plaatselijke versieringen

1,5 meter

Vlaggenmasten

6,0 meter

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

1,5 meter

Bouwwerken, geen gebouw zijnde, in het achtererfgebied

98

Maximale bouwhoogte

Maximale bouwhoogte

Erf- en perceelafscheidingen

2,0 meter

Lantaarnpalen

6,0 meter

Objecten voor beeldende kunst

6,0 meter

Tuinmeubilair

2,0 meter

Vlaggenmasten

6,0 meter

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

3,0 meter

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

20.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.3.1 Regels over het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden als bedoeld in artikel 20.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. het onttrekken van grondwater, anders dan ten behoeve van de veedrenking. 20.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 20.3.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale beheer en/of onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daarvoor verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d. betrekking hebben op het aanbrengen van verhardingen ten behoeve van in- en/of uitritten, tot een oppervlakte van ten hoogste 10 m²; e. betrekking hebben op de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

20.3.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover: a. de werken en werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de historisch-ruimtelijke, cultuurhistorische- en/of archeologische waarden van het terrein. 20.3.4 Advies Alvorens omtrent een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te beslissen, winnen burgemeester en wethouders, indien nodig, advies in bij de met betrekking tot het betreffende terrein meest aangewezen instantie.

Regels (vastgesteld)

99

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Artikel 21 21.1

Recreatie - Volkstuin

Bestemmingsomschrijving

21.1.1 Algemeen De voor 'Recreatie - Volkstuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. volkstuinen; b. een tunnel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (tu); Met daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i.

in- en uitritten; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; ontsluitingswegen; paden en verhardingen; parkeervoorzieningen; waterlopen en waterpartijen.

21.1.2 Minimale oppervlakte volkstuin De minimale oppervlakte van een volkstuin bedraagt tenminste 100 m² (complex ATV Essesteijn) en 150 m² (complex VTV Mariahoeve). Voor de overige volkstuincomplexen geldt geen minimale oppervlakte per volkstuin. 21.1.3 Dubbelbestemming De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen. 21.2

Bouwregels

21.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming 'Recreatie - Volkstuin' uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken in de vorm van een tuinhuisje, gereedschapsberging en/of kweekkastje; bouwwerken ten behoeven van nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

21.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van een of meerdere hoofdgebouwen gelden per volkstuincomplex de volgende regels: a. ATV Essesteijn 1. ter plaatse is één hoofdgebouw toegestaan; 2. de maximale oppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 100 m²; 3. de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 respectievelijk 4,50 meter. b. VTV Mariahoeve 1. ter plaatse zijn hoofdgebouwen toegestaan; 2. de maximale oppervlakte van de gezamenlijke hoofdgebouwen bedraagt maximaal 150 m²; 3. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 4,50 meter. c. VTV Arentsburgh 1. ter plaatse zijn maximaal 2 hoofdgebouwen toegestaan; 2. de maximale oppervlakte van de gezamenlijke hoofdgebouwen bedraagt maximaal 200 m²; 3. de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 respectievelijk 4 meter. d. Volkstuinen langs Broekweg 1. ter plaatse is geen hoofdgebouw toegestaan.

100

Regels (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=a6baf0b9-7882-4501-aba9-16a55c9dc64c