CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2984-73 Bijlage 70 toelichting, Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025

Raadsvergadering 17 januari 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel :Vaststellen herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk27.783 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlage: 70

Buitengewoon spelen!

Speelruimteplan - Beleidsplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 Januari 2016

Speelruimteplan - Beleidsplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025

Buitengewoon spelen!

Colofon Titel Auteurs: Projectnummer: Uitgave

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025, Beleidsplan Ir. Aafje Meijer, ir. A Stobbe P201412/0008 Speelplan BV Transistorstraat 53b 1322 CK Almere 036 5236127

Voor meer informatie over de activiteiten en projecten van Speelplan, kunt u terecht op de website van Speelplan: www.speelplan.nl Almere, januari 2016

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 1

I NHOUD Inleiding ..................................................................................................................................................... 3 Aanleiding ....................................................................................................................................................... 3 Doelstelling ..................................................................................................................................................... 4 Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 1 – Uitgangspunten voor speelruimte ....................................................................................... 6 1.1 Belang van spelen en ontmoeten ............................................................................................................. 6 1.2 Wettelijk kader ......................................................................................................................................... 7 1.3 Spelen in de woonomgeving ....................................................................................................................

7 1.4 Schijf van vijf ........................................................................................................................................... 11 1.5 Indeling leeftijdscategorieën .................................................................................................................. 12 1.6 Bijzondere doelgroepen ......................................................................................................................... 13 1.7 Trends binnen speelruimte .................................................................................................................... 15 Hoofdstuk 2 - Analyse speelruimte ........................................................................................................... 17 2.1 Demografische ontwikkelingen .............................................................................................................. 17 2.2 Analyse aanbod ...................................................................................................................................... 20 2.3 Analyse vraag ......................................................................................................................................... 23 2.4 Relevante ontwikkelingen ......................................................................................................................

24 2.5 Conclusie vraag en aanbod speelruimte ................................................................................................ 26 Hoofdstuk 3 – Visie op speelruimte in Leidschendam-Voorburg............................................................... 27 3.1 Doelstelling en ambities ......................................................................................................................... 27 3.2 Richtlijnen speelruimteplan ................................................................................................................... 28 3.3 Financiën ................................................................................................................................................ 31 Begrippenlijst ........................................................................................................................................... 32 Literatuurlijst ........................................................................................................................................... 33 Websites ....................................................................................................................................................... 33 Artikelen en rapporten .................................................................................................................................

33 Literatuur...................................................................................................................................................... 33 Bijlagen .................................................................................................................................................... 34 Bijlage 1 – Kaartmateriaal ............................................................................................................................ 34 Bijlage 2 – Fotoboek speelruimte ................................................................................................................. 34 Bijlage 3 – Resultaten participatietraject ..................................................................................................... 34 Bijlage 4 – Visie per wijk ............................................................................................................................... 34 Bijlage 5 – Referenties speelruimte (schijf van vijf) ..................................................................................... 34

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 2

Inleiding A ANLEIDING Spelen is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Om te kúnnen spelen is er naast voldoende vrij te besteden tijd, andere kinderen en volwassenen ook speelvoorzieningen en speelruimte nodig. De gemeente heeft als beheerder van de openbare ruimte de mogelijkheid hiervoor te zorgen en de juiste voorwaarden te scheppen. Om deze juiste voorwaarden te kunnen scheppen, en dus de kwaliteit en kwantiteit van de speelruimte te kunnen handhaven, is het belangrijk dat er een Speelruimteplan wordt vastgesteld. Het huidige Speelruimtebeleidsplan en het bijbehorende uitvoeringsplan 2005-20151 van de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn aan een actualisatie toe, zodat de uitgangspunten passen bij de huidige tijd en inspelen op te verwachten trends. Vanuit een analyse van de speelruimte per wijk is er daarom een nieuw speelruimteplan opgesteld voor de komende 10 jaar. Dit plan bestaat uit een beleidsdeel en een uitvoeringsdeel. Dit beleidsdeel bevat duidelijke en heldere uitgangspunten voor gemeentelijke speelruimte. Op basis van dit beleidsplan wordt een uitvoeringsplan opgesteld, waarin per wijk de planning van de voorgestelde ingrepen met bijbehorende kosten worden toegelicht.

1 Geef ze de ruimte!, Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg, DISnummer 2004/26536

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 3

D OELSTELLING De doelstelling van het Speelruimteplan voor de komende 10 jaar zal de volgende zijn: Het waarborgen van goede en voldoende formele en informele speel- en sportmogelijkheden in de openbare ruimte. Deze doelstelling is gebaseerd op die van het huidige Speelruimteplan 2005-2015, welke luidde: ‘het waarborgen van goede en voldoende formele en informele speelmogelijkheden voor de jeugd in de openbare ruimte’. De toevoeging ‘voor de jeugd’ wordt verwijderd en het woord sport wordt toegevoegd. Hoewel dit plan zich hoofdzakelijk richt op de doelgroep 0 t/m 19 jaar, streeft de gemeente ernaar de speel- en sportmogelijkheden aantrekkelijk te maken voor alle inwoners van Leidschendam, Voorburg en Stompwijk. 1. Zorgen voor volledige dekking speel/sportplekken Het is belangrijk dat er in de gehele gemeente voldoende speel- en sportruimte wordt aangeboden voor alle leeftijden. Er wordt dus niet alleen gekeken naar de inhoudelijke kwaliteit, maar ook naar de verdeling: de dekking van het aanbod van speel- en sportruimte. De gemeente streeft ernaar dat er in Leidschendam, Voorburg en Stompwijk een volledige dekking aanwezig is. 2.

Meer diversiteit binnen de reeds aanwezige sportlocaties In de gemeente zijn voldoende sportlocaties aanwezig, maar sluiten die wel aan op de wensen van de gebruikers? De gemeente wil in overleg met de gebruikers een aantal van de huidige sportplekken een nieuwe impuls geven door de inrichting te vernieuwen of aan te vullen. Op die manier worden verschillende locaties niet alleen geschikt voor kinderen en jongeren, maar voor alle inwoners van de gemeente. Dit sluit aan bij de missie van de sportvisie 2016-2020: Leidschendam-Voorburg is dé sport- en beweeggemeente van Nederland2. 3. Meer diversiteit in aanbod: vergroenen van speelruimte De gemeente wil de kinderen en jongeren meer diversiteit in aanbod van speelruimte aanbieden. Om het bestaande aanbod van voornamelijk sport en traditioneel spel te verbreden, zullen er verschillende bestaande locaties op termijn ingericht worden als natuurlijke avontuurlijke ravotplekken. Dit sluit aan op de visie om het groene imago van de gemeente te versterken 3 en om door meer vergroening en minder verharding wateroverlast tegen te gaan4.

2 Visiekaart_Sport en Bewegen_Definitief; visie op sport en bewegen 2016-2020 3 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, Herijking 2012 4 Water- en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg, November 2015

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 4

L EESWIJZER Het rapport bestaat uit een drietal hoofdstukken:   

Hoofdstuk 1: Uitgangspunten voor speelruimte Hoofdstuk 2: Vraag en aanbod Hoofdstuk 3: Visie op speelruimte in Leidschendam-Voorburg

Uitgangspunten voor speelruimte De eerste stap betreft het benoemen van de uitgangspunten voor speelruimte, zodat voor elke lezer het startpunt van het rapport helder is en gehanteerde termen benoemd zijn. In hoofdstuk 3 op basis van deze uitgangspunten verdere invulling gegeven op de visie specifiek voor de gemeente. Analyse speelruimte De tweede stap bestaat uit de analyse van het aanbod van en de vraag naar speelruimte in de gemeente. Het aanbod is geanalyseerd door middel van een veldinventarisatie (Quickscan Speelruimte); tijdens deze veldinventarisatie is gekeken naar het huidige aanbod van speelruimte in de gemeente. Alle speelplekken en buurten zijn bezocht om zodoende een waardeoordeel te geven over de kwaliteit van de formele en informele speelruimte. Op basis hiervan is een beeld gevormd van de huidige stand van zaken, het speelruimteaanbod en de speelbehoefte per buurt of wijk. De bevindingen van dit onderzoek zijn te vinden in hoofdstuk 2 en in het bijbehorende fotoboek Speelruimte Leidschendam-Voorburg (bijlage 2). De vraag is geanalyseerd door middel van diverse vormen van bewonersparticipatie en een aanvullend onderzoek naar demografie en stedelijkheid.

Visie op speelruimte in Leidschendam-Voorburg Op basis van de uitgangspunten voor speelruimte (hoofdstuk 1) en op basis van de analyse (hoofdstuk 2) is een visie ontwikkeld voor spelen en sporten in de gemeente (hoofdstuk 3). Op basis van deze visie wordt in de bijlagen per wijk een set van ingrepen benoemd.

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 5

Hoofdstuk 1 – Uitgangspunten voor speelruimte 1.1 B ELANG VAN SPELEN EN ONTMOETEN Spel is voor de ontwikkeling van kinderen van groot belang. Door te spelen ontwikkelen kinderen motorische, cognitieve, sociale, creatieve en emotionele vaardigheden die belangrijk zijn om deel te nemen aan de samenleving. Buiten spelen is gezond, draagt bij aan de sociale contacten en ontwikkeling en biedt spelmogelijkheden die binnenshuis niet mogelijk zijn. Buitenspelen is niet alleen goed voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Voldoende en goede, aantrekkelijke speelruimte is goed voor de leefbaarheid in een wijk en sociale integratie van haar bewoners. Vooral jonge kinderen spelen veelal onder toezicht van hun (groot)ouders waardoor ook zij, mits de voorzieningen daarvoor aanwezig zijn, met elkaar in contact komen. Oudere kinderen kunnen goed ingerichte speelplekken of trapveldjes gebruiken als ontmoetingsplek om na schooltijd af te spreken, samen lekker buiten te spelen of op ontdekkingstocht te gaan. Hiermee krijgen speelplekken ook een belangrijke ontmoetingsfunctie. Hoe beter deze ontmoetingsfunctie wordt gefaciliteerd en gestimuleerd, hoe beter de speelplekken worden gebruikt. Naarmate er meer en betere speelmogelijkheden voor het kind in de woonomgeving aanwezig zijn, neemt ook de positieve beleving van de leefomgeving bij kinderen en volwassenen toe.

Dit resulteert er vaak in dat volwassenen meer sociale betrokkenheid hebben bij de wijk en dat de sociale controle en cohesie toeneemt. Dit gegeven komt terug in de Sociale Structuurvisie5 2024. In deze visie heeft de gemeente zich 4 opgaven gesteld, waaronder de opgave ‘De basis op orde’. Deze opgave wordt als volgt omschreven ‘Een solide sociale infrastructuur is het fundament voor het welzijn en de participatie van onze inwoners. Het gaat dan om de algemene- en preventieve voorzieningen die samen de sociale randvoorwaarden voor een leefbare en toekomstbestendige stad vormen. Als de basis op orde is, kunnen inwoners langer de regie over hun eigen leven houden en zal het beroep op individuele voorzieningen en de zwaardere zorg beperkt blijven.’ Naar aanleiding van deze opgave heeft de gemeente zich een bepaalde ambitie gesteld, waar de onderstaande tekst een onderdeel van uitmaakt.: 

Alle jeugdigen gaan naar school en groeien op in een gezonde en veilige omgeving zodat ze zich goed op hun toekomst kunnen voorbereiden. In de buurt is er ruimte om buiten te spelen en elkaar te ontmoeten. Er zijn parken, sportvelden en gymzalen waar jong en oud plezier kunnen maken en kunnen werken aan een goede conditie.

Speelruimte is dus niet alleen van belang voor het kind, maar speelt ook een belangrijke rol in de leefbaarheid van de wijk. Daarnaast moet gerealiseerd worden dat buitenspelen geen exclusieve activiteit voor jeugdigen is, daar een steeds grotere groep actieve ouderen gebruikers zijn van het publiek domein. ‘Speel/sportruimte’ in de vorm van trimparcours, bewegingstuinen of fitplaatsen voor volwassenen en senioren zijn al lang geen onbekende fenomenen meer. Ook hier is, met het oog op het voorkomen van een sociaal isolement, het belang van het ontmoetingsaspect evident.

5

Sociale Structuurvisie Ruimte voor Mensen 2024

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 6

1.2 W ETTELIJK KADER Er bestaat geen wet die gemeentes verplicht om speelvoorzieningen aan te leggen. Buitenspelen is daarentegen wel een recht! Jeugdigen hebben net als volwassenen behoefte aan en recht op mogelijkheden om zich te ontspannen en te recreëren. Dit recht is vastgelegd in artikel 31 van het Internationale Verdrag voor De Rechten van het Kind, dat in 1995 door de Nederlandse overheid is geratificeerd. Voor speeltoestellen is er specifieke nationale wetgeving, het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Alle producenten, importeurs, keurders, verkopers, installateurs en beheerders van speeltoestellen moeten zich aan het WAS houden. Hierin staat kort gezegd dat nieuwe speeltoestellen veilig moeten zijn en dat beheerders de toestellen veilig moeten houden. In het WAS staat een verwijzing naar de Europese normen voor speeltoestellen. Als een toestel voldoet aan die normen, wordt er vermoed dat het toestel veilig is en daarmee aan het WAS voldoet. In deze normen staat bijvoorbeeld precies vermeld hoeveel millimeter een gat van een speeltoestel mag zijn zodat er geen vingers in bekneld kunnen raken. Het is niet wettelijk verplicht om aan de normen te voldoen. Een producent zou ook op andere wijze hetzelfde veiligheidsniveau kunnen bereiken. Nieuwe speeltoestellen moeten altijd door een aangewezen keuringsinstelling (AKI) gekeurd worden.

Meestal is dat een typekeuring voor toestellen die seriematig worden gemaakt. Bij toestellen waarvan maar één exemplaar wordt gemaakt gaat het om een zogenaamde stukskeuring.

1.3 S PELEN IN DE WOONOMGE VING Kinderen zijn voor buitenspelen vooral aangewezen op de directe woonomgeving, waar zij hun spel niet beperken tot de officieel aangeduide speelplekken. Kinderen spelen overal. Spelen kent geen begin en geen einde en is als zodanig ook niet plaats gebonden. Een kind kan spelen terwijl hij/zij op weg is naar school, de kerk, de bibliotheek, de winkel of op weg naar een vriendje of vriendinnetje. In de ene omgeving komen kinderen gemakkelijker tot spelen dan in een andere omgeving, maar kinderen laten zich nauwelijks beperken door regels of verboden. De straat, het trottoir, onder een carport, in parken, op speelplekken en in speeltuinen, op pleinen, in winkelcentra, onder een viaduct; kinderen zien de hele woonomgeving als speelruimte. Voor een kindvriendelijke inrichting van de woonomgeving is het belangrijk aandacht te schenken aan de totale woonomgeving; de formele en de informele speelruimte. Informele speelruimte Informele speelruimte is de ruimte die kinderen kunnen gebruiken om te spelen, maar die daarvoor niet speciaal is bedoeld of ontworpen. Het gaat hierbij om locaties als brede stoepen, pleinen, verkeersluwe straten, parken en bermen. Ook gaat het om speelaanleidingen die terugkomen in de openbare ruimte, zoals een kei, een boomstam of juist speelse bestrating op een pleintje.

Dergelijke elementen kunnen dienen als ankerpunten en ontmoetingsplekken in de informele speelruimte6.

Afbeelding 1 - Voorbeelden informele speelruimte in Leidschendam, Voorburg en Stompwijk 6 Karsten, L., Kuiper, E., & Reubsaet, H. (2001). Van de straat?: de relatie jeugd en openbare ruimte verkend. Assen: Uitgeverij Van Gorcum.

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 7

Een gemeente die veel en goede informele speelruimte heeft, geeft kinderen de gelegenheid om het publieke domein als geheel te gebruiken. Dit is van belang voor de participatie van kinderen in de samenleving. Zij gebruiken zo niet alleen de speciaal voor hen ingerichte speelplekken, maar nemen deel in het verkeer en gebruik van de stad of het dorp. Kinderen komen hierdoor in contact met allerlei aspecten van de openbare ruimte. De multifunctionaliteit van informele speelruimte draagt zo bij aan de cognitieve en sociale ontwikkeling. Of de informele ruimte veilig door kinderen gebruikt kan worden om te spelen hangt van een aantal factoren af: fysieke factoren, zoals het type weefsel (villawijk, rijwoningen, grote tuinen, centrum-stedelijk), de beschikbare ruimte (verkeersstructuur en groenvoorziening), de staat van de ruimte (het gemeentelijk onderhoud en de naleving van het hondenbeleid), maar ook sociale factoren, zoals sociale controle, spelen hier een rol. Een veilige en aantrekkelijke informele speelruimte kan kinderen routes bieden naar locaties die zij vaak bezoeken.

De kwaliteit van de informele speelruimte komt tot uiting door de aanwezigheid van:  aantrekkelijk en toegankelijk groen  speelse of bespeelbare verharding  veilig en bespeelbaar water  speelaanleidingen  veilige routes naar speelplekken Betekenis van formele speelruimte Naast de informele speelruimte is er sprake van formele speelruimte. Locaties die specifiek zijn aangewezen voor spel en/of sport en waar kinderen elkaar ontmoeten, af kunnen spreken en andere kinderen kunnen leren kennen. Het zijn plekken die duidelijk gereserveerd zijn voor kinderen om veilig samen te komen en te spelen. Zeker in een woonomgeving waarin speelruimte onder druk staat door intensievere bebouwing in hogere dichtheden of waar de auto nog altijd een groeiende claim legt op de buitenruimte, is goede formele speelruimte van groot belang om het gebrek aan informele speelruimte te compenseren. Goed ingerichte en zorgvuldig verspreide, gedifferentieerde speelruimte zorgt er voor dat kinderen gebruik maken van het publiek domein en kennis maken met andere speelplekken en elkaar (uitwisseling binnen de wijk).

Afbeelding 2 - Voorbeelden formele speelplekken (Groot Zijdepark, Broekweg)

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 8

Uit onderzoek7 blijkt dat een speelplek met speeltoestellen kinderen aantrekt. Er wordt meer gespeeld dan op een open speelveld zonder speeltoestellen. Een speelplek met speeltoestellen heeft een grote invloed op waar kinderen spelen maar een beperkte invloed op de lichamelijke activiteit vergeleken met een open speelveld. Om de lichamelijke activiteit te stimuleren, is het belangrijk dat speelplekken ontworpen worden met een gevarieerd en veelomvattend aanbod. Een formele speelplek kan ook fungeren als ‘totempaal’ 8. Wanneer een speelplek ruim, centraal en bereikbaar is, heeft deze plek aantrekkingskracht op de kinderen en als deze plek midden in een wijk ligt, dient deze als verzamelpunt. Hier zijn bijna altijd kinderen, hier spreekt men af en van hieruit gaat men zelfs verder. Farley en Karsten bevestigen de behoefte aan formele speelplekken in de woonomgeving naast informele speelruimte. Het is van belang om bij het realiseren van speelruimte rekening te houden met de verschillen in ontwikkeling bij het kind en daar de speelmogelijkheden en speelfuncties op af te stemmen. Om een goed aanbod van verschillende speelfuncties te hebben is het van belang te zorgen voor voldoende speelmogelijkheden (door inrichting, toestellen, aanleidingen en ruimte) en voor voldoende variatie en diversiteit in speeltoestellen en functies.

Dit wordt verder toegelicht met de Schijf van Vijf voor buitenspelen (paragraaf 1.4). Door verschillende speellocaties in een wijk of buurt elk hun eigen identiteit, eigen speelwaarde en speelmogelijkheden te geven, zorg je voor variatie. De allerkleinsten zullen nog niet ver van huis gaan en zullen niet merken dat de voor hen bedoelde speelplek vergelijkbare dingen aanbiedt als de speelplek gelegen op een paar minuten fietsen. Maar wanneer kinderen verder van huis mogen, gaan zij van speelplek naar speelplek en ontdekken zo stapje voor stapje hun omgeving. Variatie aan speelruimte zorgt ervoor dat kinderen verschillende aantrekkelijke, nieuwe of uitdagende punten in deze ontdekkingstocht tegen kunnen komen. Speelplekken dragen zo ook bij aan de herkenbaarheid van de woonomgeving. De kwaliteit van formele speelruimte komt tot uiting door de volgende criteria:  gedifferentieerd ten opzichte van elkaar te zijn (variatie in aanbod)  goed gesitueerd te zijn in de woonomgeving (ligging, zichtbaarheid, omvang, beschutting, toegankelijkheid)  aantrekkelijk vormgegeven te zijn (thematiek, kleurgebruik, niveauverschillen)  voldoende speelkwaliteit te bieden voor de beoogde doelgroep (speelwaarde, ruimte, bespeelbaarheid)  goed onderhouden te zijn (beeldkwaliteit)

Afbeelding 3 - Voorbeelden formele speelplekken (Burg. Velthuijzenlaan, IJsvogellaan) 7

Farley, L. et al. (2008) Where do the children play? The influence of playground equipment on physical activity of children in free play. In: Journal of Physical activity and health. 2008:5 pp 319-321. 8 Karsten, L. (2002) Oases in het beton, aandachtspunten voor een jeugdvriendelijke ruimte. Assen: Koninklijke van Gorcum.

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 9

Ook wordt een formele speelplek ingedeeld in grootte en functie. Hier zijn drie mogelijkheden in te onderscheiden: 

Blokplek: Ingericht voor direct omwonenden, vaak met een kleiner aanbod en omvang. Blokplekken vormen de basis voor de dekking in het aanbod van speelruimte en ondersteunen buurtplekken en wijkoverstijgende plekken. Een blokplek is gericht op een beperkte doelgroep en heeft een lage capaciteit. Blokplekken liggen vaak beschut in de woonomgeving, waardoor er goede sociale controle aanwezig is.

Afbeelding 4 - Voorbeelden Blokplekken: 10.08 Hooikamp en TL03 Van Benthuijsenlaan

Buurtplek: Centrale plek met ontmoetingsfunctie, gericht op een bredere doelgroep (meerdere leeftijdscategorieën). Een buurtplek heeft een open en zichtbaar karakter. Hier komen kinderen uit de buurt samen om te spelen en sporten. Op een buurtplek is een meer uitgebreider en uitdagender aanbod te vinden dan op een blokplek.

Afbeelding 5 - Voorbeelden Blokplekken: NN01 Bilderdijkplein en NN05 A van Scheltemastraat

Wijk-overstijgende plek: Speel en/of sportplek met een wijk-overstijgende functie. Het aanbod is onderscheidend in speelwaarde, vormgeving of programma. Kinderen en jongeren komen vanuit andere wijken buurten speciaal naar deze locaties toe

Afbeelding 6 - Voorbeelden Wijk-overstijgende plekken: DV08 Sijtwendepark en 03.01 Nooorsingel

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 10

1.4 S CHIJF VAN VIJF De ‘Schijf van Vijf’ is door Speelplan opgesteld aan de hand van vijf belangrijke elementen die verondersteld worden aanwezig te zijn in een kindvriendelijke buurt met een gevarieerd speelruimteaanbod:     

De speelplek met speeltoestellen (traditioneel) Toegankelijk, bespeelbaar groen (vieze knieën) Het pleintje voor informeel spel (’t pleintje) Het trapveldje voor fysieke uitdaging (trapveldje) De verbindende en veilige speelroute (speelroute)

Bij de veldinventarisatie (Quickscan Speelruimte) is naar de aanwezigheid van de elementen uit de ‘Schijf van Vijf’ gekeken, waardoor een beeld van de diversiteit in de buurt is ontstaan. Hierbij wordt dus niet alleen gekeken naar de formele speelplekken, maar naar de gehele speelruimte. De vijf elementen worden verondersteld elkaar aan te vullen. Hierin zit ook de waarde van de verbindende speelroute. Om het gewenste resultaat te behalen, dienen twee aspecten te worden verwezenlijkt: diversiteit (onderscheidend karakter) en verbinding (bereikbaarheid).

Afbeelding 7 - De Schijf van Vijf voor Buitenspelen

Zonder dit laatste aspect heeft een kind niet veel aan de diversiteit van speelruimte in de buurt. Zeker in buurten met een forse druk op de openbare ruimte (smalle stoepen, parkeer‐ en autodrukte, weinig openbaar groen) zijn stedenbouwkundige ingrepen gewenst om deze speelroutes te verwezenlijken. Beeldmateriaal ter illustratie van de ‘Schijf van Vijf’ is te vinden in bijlage 5.

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 11

1.5 I NDELING LEEFTIJDSCAT EGORIEËN In dit speelruimteplan wordt een nieuwe indeling van leeftijdscategorieën gehanteerd. De leeftijdscategorieën in het huidige plan (0-6 jaar, 6-12 jaar, 12-18 jaar) sluiten niet voldoende aan op de ontwikkelingsstappen van kinderen en jongeren. Het doel van het gebruik van deze nieuwe categorieën is om de speelruimte beter op de wensen van de doelgroep aan te laten sluiten. Uit onderzoek van Jantje Beton en TNS NIPO (Snel, 2011) blijkt dat jongere kinderen (6-8 jaar), naast op het schoolplein, ook graag in de speeltuin spelen en oudere kinderen (1012 jaar) spelen liever op een grasveld of in de natuur. Juist de groep vanaf 10 jaar geeft vaak aan dat er te weinig uitdaging is voor buitenspel. Leeftijdscategorie 0-4 jaar De jongste doelgroep maakt over het algemeen niet zelfstandig gebruik van de openbare ruimte en formele speelplekken, zij gaan doorgaans buitenspelen onder begeleiding van de ouders. Uitgaande van een beperkte zelfstandige actieradius van 100-150m, is het niet haalbaar om een aanbod van formele speelruimte met een volledige dekking voor deze specifieke doelgroep te realiseren. Dit zou betekenen dat er veel kleinere plekken moeten worden gerealiseerd, waar kinderen relatief snel op zijn uitgekeken.

Door het realiseren van dergelijke locaties, wordt geen dynamisch bestand gecreëerd: deze locaties lenen zich vaak niet om om te vormen naar een locatie voor een ouder leeftijdsgroep. Belangrijk voor deze doelgroep is vooral de bespeelbare woonomgeving, de informele speelruimte. Kinderen in deze leeftijdscategorie spelen ook meer alleen dan samen, waardoor een speelplek als ontmoetingsplek minder belangrijk is voor deze groep. Een goede bespeelbare openbare ruimte dicht bij huis is voldoende. Kinderen hebben niet per definitie toestellen nodig om te spelen. Het is dus ook niet nodig formele speelplekken specifiek en alleen voor deze doelgroep aan te leggen. Indien gewenst door bewoners, kan formele speelruimte voor deze doelgroep worden toegevoegd aan een formele speelplek voor welke geschikt is voor 5-9 jaar. Leeftijdscategorie 5-9 jaar De leeftijdscategorie van 5 tot en met 9 jaar maakt het meeste gebruik van de formele speelplek. Voor de ontwikkeling heeft deze groep toestellen nodig om te spelen en fysiek uitgedaagd te worden. Juist voor deze doelgroep is het spelen op een veilige speelplek belangrijk: de speelplek is een ankerpunt, waar je andere kinderen kunt ontmoeten en daarna samen op de speelplek of in de buurt kan spelen. Voor deze groep is een goede spreiding van speelplekken essentieel.

Het aanleggen van één speelplek in een verzorgingsgebied met een actieradius van 300 meter rondom deze plek is voldoende9, mits de openbare ruimte goed bespeelbaar is en de speelplek veilig kan worden bereikt. Voor deze doelgroep dienen barrières in kaart te worden gebracht om zodoende een beeld te krijgen van hun bewegingsruimte. Leeftijdscategorie 10-14 jaar De leeftijdscategorie van 10 tot en met 14 jaar is al een stuk zelfstandiger. Hun bewegingsruimte is veel groter dan de jongere doelgroepen en zij zullen, mits speelruimte goed verspreid en divers is ingericht, gebruik maken van meerdere plekken binnen en buiten de buurt. Formele speelplekken voor deze doelgroep hebben een verzorgingsgebied binnen grote barrières (barrièregebied). Deze doelgroep heeft ten opzichte van de jongere doelgroepen ook meer ruimte nodig voor fysieke en sportieve uitdaging, avontuur en ontmoeting. Deze groep verdient extra aandacht: de groep mist vaak op speelplekken uitdaging en avontuur, naast het ontmoeten en sporten. Deze uitdaging kan worden gerealiseerd in de vorm van natuurlijk spelen en avontuurlijke informele speelruimte. Op een gewone formele speelplek heeft deze groep ruimte nodig. Op een kleine speelplek toestellen plaatsen voor een oudere doelgroep is dus geen goede oplossing.

9 Verwer, D. (1986). Het speelruimteplan: instrument voor gemeentelijk beleid. Een handreiking aan bewoners en gemeenten. Rotterdam:

Stichting Ruimte.

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 12

Leeftijdscategorie 15 t/m 19 jaar Deze groep heeft behoefte aan aantal aantrekkelijke ontmoetingsplekken met uitdaging in sport. Gemiddeld hebben deze plekken hebben een verzorgingsgebied met een radius van ongeveer 1 km. Ook zogenaamde (informele) hang- en ontmoetingsplekken zijn voor deze groep van belang. Het uitgangspunt hierbij van het jeugdbeleid is om jongeren te activeren (sport en spel) en niet om het “hangen” te faciliteren. Dit betekent dat er geen nieuwe JOP’s worden geplaatst, maar dat er moet worden geïnvesteerd in het aanbieden van aantrekkelijke locaties indien mogelijk met een programmering. In tabel 1 is weergegeven aan welke soorten spel en bijbehorende fysieke inrichting gedacht kan worden bij de 4 nieuwe leeftijdscategorieën: Leeftijd

Speelkwaliteit

Inrichting formele speelruimte

0 t/m 4 jaar

ontdekken en exploreren van ruimtes, materialen en vaardigheden; rollenspel en fantasiespel

lage glijbaan, speelhuisje, veerelement en balanceerobject, zand en waterspel, hutjes en toestellen in de vorm van een vliegtuig, boot, trein.

5 t/m 9 jaar

regelspel en balspelen

toestellen die uitdaging bieden voor fysieke vaardigheden en die uitnodigen tot samenspel, zoals: (vogelnest)schommel, draaitoestel en combinatietoestel. open en besloten ruimtes, verhard en onverhard.

gevarieerder en wilder bewegingspel ontdekking en grensverleggende situaties

10 t/m 14 jaar

diverse sportfuncties uitdagende spelvormen

trapveldje en andere sportplekken, skatepark. fysiek en avontuurlijk: balanceerroute, klimtoestel. ontmoetingsplekken, natuurlijke inrichting (prikkelen creativiteit in spel).

15 t/m 19 Jaar

sporten in een informele context

voetbalveld, skatepark, basketbalveld

vrijetijdsbesteding met een belangrijke sociale functie

JOP (Jongeren ontmoetings plek)/trefpunt in combinatie met trapveld

Tabel 1 - Speelkwaliteit en inrichting speelruimte per leeftijdscategorie

1.6 B IJZONDERE DOELGROEPE N Kinderen met een beperking Bij goede speelruimte voor kinderen met een beperking is het vooral van belang dat de speelplek zelf bereikbaar is, dat er nagedacht wordt over de inrichting van de speelplek vanuit het perspectief van kinderen die bijvoorbeeld een visuele of verstandelijke beperking hebben of gebonden zijn aan een rolstoel. Zeker op wijk overstijgende, belangrijke en centrale plekken waar meerdere doelgroepen elkaar ontmoeten is het wenselijk dat gedacht wordt aan de toegankelijkheid voor kinderen met een beperking. Dit kan door rekening te houden met de ondergrond (bij voorkeur van vast materiaal), een pad door de speelplek of door te kiezen voor toestellen die ook bespeelbaar zijn voor kinderen met een beperking. Meer informatie over toegankelijke speelvoorzieningen is te vinden in het Wenkenblad Toegankelijkheid 10. Sporters Binnen de gemeente wordt in 2016 een nieuwe visie op sport en bewegen vastgesteld met het doel ‘dé sportgemeente van Nederland’ te worden. Deze visie richt zich op alle inwoners van de gemeente; niet alleen de kinderen en jongeren, maar ook volwassenen en senioren. Aan het aanleggen van locaties voor de doelgroep 10

Wenkenblad, Informatie 2010 – 2011 Richtlijnen voor integraal toegankelijke speelvoorzieningen, NUSO.

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 13

senioren is binnen de gemeente extra aandacht besteed, dit komt terug in paragraaf 2.4. Belangrijk is dat er een verbinding wordt gelegd tussen de bestaande sportlocaties binnen het Speelruimteplan en de nieuwe sportvisie. In de visiekaart 2016-202011 van de sportvisie wordt dit samengevat in de volgende ambitie: 

De ruimte in Leidschendam-Voorburg nodigt uit tot sporten en bewegen o Sportaccommodaties zijn van goede kwaliteit, worden goed onderhouden en zijn klaar voor gebruik. o De openbare ruimte van Leidschendam-Voorburg is zo ingericht dat bewegen de norm is. o Sportaccommodaties worden optimaal benut door sportclubs en maatschappelijke organisaties.

Tijdens de veldinventarisatie zijn openbare sportplekken in de woonomgeving meegenomen als speelplek. Het betreft hier trapveldjes, baskets of tafeltennistafels. Daarnaast kent de gemeente Leidschendam-Voorburg ook enkele breedtesportlocaties voor sportverenigingen. Hoewel breedtesport een belangrijke rol speelt in het bewegingspatroon van kinderen en volwassenen, is niet expliciet naar de breedtesportlocaties gekeken. De belangrijkste redenen hiervoor is dat de breedtesportlocaties niet openbaar toegankelijk zijn. Jongeren Een belangrijke doelgroep is die van 15 tot 19 jaar. Deze doelgroep wordt minder geassocieerd met spelen en in relatie tot speelplekken wordt vaak gesproken in negatieve termen over hangjongeren. De straat, het plein, het trapveldje maar in veel gevallen ook de speelplek fungeren hierbij als (in)formele ontmoetingsruimte. Het is daarom belangrijk om hierop in te spelen en deze ruimteclaim te faciliteren door de aanleg van voldoende en diverse plekken voor jongeren. Hierbij moet gelet worden op mogelijke overlast (afstand tot huizen), sociale veiligheid rondom de jongerenplek en voldoende afleiding, zitruimte of sportieve uitdaging. Of het huidige aanbod voldoet aan de behoefte is lastig in te schatten en sterk afhankelijk van de karakteristieken van de lokale jongerencultuur.

Het is belangrijk dat er informele én formele plekken zijn waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten, kunnen sporten en kunnen hangen. Bij veel kleine en versplinterde groepen is het belangrijk in te zetten op zo veel mogelijke plekken, met veel variatie in inrichtingen (sport, ontmoeting, zitten). Bij grotere groepen, die daardoor ook eerder overlast geven, is het belangrijk dat er voldoende multifunctionele plekken zijn op plaatsen waar minder kans is op overlast. Plaatsen waarnaar jongeren verwezen kunnen worden door bijvoorbeeld politie en ambulant jongerenwerkers. Vaak is het alsnog zo dat jongeren in de ogen van omwonenden overlast veroorzaken op locaties die daadwerkelijk voor hen zijn bestemd. Maar op basis van de gerechtvaardigde ruimteclaim, dient er tolerantie te zijn richting deze groep. In de gemeente zijn verschillende JOP’s (Jongeren Ontmoetings Plek) aanwezig. De gemeente is van mening dat de bestaande JOP’s voorzien in een behoefte bij de jeugd. De overlast rond de JOP’s is minimaal en de huidige JOP’s kunnen blijven staan tot het einde van hun technische levensduur. De huidige JOP's zijn niet meer in nieuwstaat en hebben gebruikssporen van de jeugd. Bij het 'netjes' houden van de voorziening ligt er een gedeeltelijk verantwoording bij de jongeren zelf. Bij het beheer en onderhoud vanuit de gemeente is de veiligheid van de voorziening het uitgangspunt.

Er zijn signalen bekend van jeugd in de Heuvel en in ’t Loo, dat zij een JOP op prijs zouden stellen. Om elkaar “droog” te kunnen ontmoeten, en niet in portieken of trappenhuizen te hoeven schuilen. De mening van de gemeente is dat er geen nieuwe JOP’s moeten worden geplaatst: het beleid met de jeugd is er op gericht hen te activeren (sport en spel) en niet om het “hangen” te faciliteren. Bij de realisatie van dit doel, het activeren van de jongeren, spelen de buurtsportcoaches en het jongerenwerk een grote rol. Een voorbeeld van het creëren van een locatie met programma is de realisatie van de Krajicek Playground in de wijk Prinsenhof in 2016-2017.

11 Visiekaart_Sport en Bewegen_Definitief; visie op sport en bewegen 2016-2020

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 14

1.7 T RENDS BINNEN SPEELRU IMTE Naast de samenstelling van de bevolking, de omvang van de verschillende (relevante) doelgroepen voor speelruimte, is ook de verschijningsvorm van speelruimte zelf in ontwikkeling. Informele speelruimte De laatste jaren wordt steeds vaker gekeken naar de mogelijkheid om een formele speelplek om te vormen tot informele speelruimte. Deze trend wordt hoofdzakelijk ingegeven door bezuinigingen op het onderhouds- en vervangingsbudget. Informele speelruimte is niet exclusief en expliciet bedoeld om te spelen maar wel ingericht met bijvoorbeeld speelaanleidingen met een natuurlijk of juist stedelijk karakter. De omvorming van formele naar informele speelruimte wordt vaak toegepast op kleine speelplekjes in de buurt waar tijdens de aanleg van de woningen behoefte was aan veel plekjes voor de kleinste kinderen. Nu worden deze speelplekken veel minder intensief gebruikt. Dergelijke plekjes kunnen in veel variaties worden ingericht voor verschillende doelgroepen en onderscheidende speelwaarden bieden (fietsbaantjes, verkeerspleinen, knikkerpotjes, hinkelbanen, kruipbuizen, stapstenen) zonder dat daarbij forse investeringen nodig zijn. De meerwaarde van deze plekken is ook te herleiden uit de schijf van vijf voor buitenspelen (paragraaf 1.4). Bewegingstuinen, buitenfitness en freerunning Het aantal ouderen in Nederland stijgt al jaren fors.

De behoefte om op latere leeftijd actief en in beweging te blijven is voor deze doelgroep in toenemende mate van toepassing. Deze trend is ook te zien in de ontwikkeling van beweegtuinen. Deze tuinen kunnen expliciet bedoeld zijn voor bewegingsoefeningen voor senioren, bijvoorbeeld in de vorm van zogenaamde Olga Commandeur-pleinen (het Johan Cruyff Court voor ouderen). Er is ook een ontwikkeling waarneembaar voor een jongere doelgroep; het buitenfitness en het free-runnen. Dit kan variëren van een trimbaan met fysiek uitdagende oefeningen of fitnesstoestellen speciaal ontwikkeld voor buitengebruik. Zeker voor de oudere jeugd, vanaf een jaar of 15 kunnen dergelijke fysiek uitdagende voorzieningen tot de verbeelding spreken en beweging onder deze doelgroep stimuleren. In de gemeente is aan de Dobbelaan één locatie ingericht met buiten-fitness toestellen. Deze trend is ook ter sprake gekomen binnen de gemeenteraad: op 6 juli 2015 is de motie ‘fitplaatsen voor senioren’12 aangenomen. In deze motie wordt het college onder andere verzocht de wens naar deze plekken te onderzoeken en bij voldoende draagvlak twee parken aan te wijzen en in te richten. Bij een verzorgingstehuis in de wijk Essesteijn is reeds op kleine schaal een fitplaats voor senioren ingericht; deze locatie valt niet binnen het areaal van het speelruimteplan.

Om multifunctioneel ruimtegebruik en ontmoeting te stimuleren, kan gekeken worden hoe bewegingsprogramma’s en bijbehorende toestellen voor senioren kunnen worden geïntegreerd in de bestaande speel- en sportlocaties. Natuurlijke speelplekken en groene schoolpleinen Een ontwikkeling die al langer gaande is, is de opkomst van natuurlijke speelplekken en groene schoolpleinen. Natuurlijke speelplekken zijn de groene alternatieven voor de traditioneel ingerichte speelplek. Dit kan in combinatie met gangbare toestellen, maar evengoed in een meer ongestructureerde context. Zeker in steden met weinig bespeelbare natuur worden dergelijke speelconcepten omarmd en gekoesterd. Kinderen komen in contact met de natuur door ermee, maar ook zeker erin te ravotten. Vieze knieën krijgen moet daarin niet bezwaarlijk zijn. In de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn een aantal natuurlijke speelplekken aanwezig, alleen zijn dit er volgens de Schijf van Vijf nog onvoldoende.

12 Motie nr BIS 632 1381094

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 15

In de gemeente liggen verschillende schoolpleinen met een natuurlijke inrichting. Binnen de gemeenteraad is geconstateerd dat er ook een aantal schoolpleinen zijn die er ‘grauw bijliggen’. Daarom is er op 6 juli 2015 de motie ‘vergroening schoolpleinen’13 aangenomen, waarin het college wordt verzocht een actieplan op te stellen om in samenspraak en samenwerking met de scholen die daarin geïnteresseerd zijn te vergroenen en te voorzien van een moestuin functie. Ook dient hierbij aandacht te worden besteed aan het beheer na aanleg. Dit onderwerp komt ook terug in de onderwijsvisie 14. Deze visie telt een zestal speerpunten. Daarin is het volgende opgenomen over buitenruimte onder speerpunt 4 Onderwijshuisvesting: 

Buitenruimte Naast het gebouw is de buitenruimte een belangrijk onderdeel van de school. We willen voldoende uitdagende buitenruimte hebben voor onze kinderen. Naast een groene uitstraling – waardering voor natuur en milieu – biedt de buitenruimte mogelijkheden tot bewegen voor kinderen.

De gemeente is thans bezig de visie te vertalen in een uitvoeringsagenda. Daarin staat ook de ambitie om “waar mogelijk groene speelplaatsen te realiseren voor scholen van het primair onderwijs”. Zelfbouw Het komt steeds meer voor dat bewoners eigen speelattributen in de openbare ruimte plaatsen. Hierbij kan gedacht worden aan losse objecten zoals trampolines, zandbakken, zwembadjes, speelgoed (bv. losse kunststof glijbanen), maar ook aan vaste, verankerde objecten, zoals boomhutten of speeltoestellen verkrijgbaar bij bouwmarkten. Vooralsnog is het wettelijk in het WAS (Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen)15 bepaald dat een speeltoestel, wel of niet verankerd, geplaatst op openbaar toegankelijk terrein (dus uitgezonderd privéterrein) gecertificeerd moet zijn. De losse speelelementen hebben doorgaans geen passend certificaat en voldoen dus niet aan het WAS. Deze objecten dienen verwijderd te worden, omdat de eigenaar van de grond (de gemeente) de veiligheid van deze objecten niet kan garanderen. Het zelfde geldt voor vaste, verankerde toestellen bestemd voor gebruik op privé terrein, zoals de toestellen te koop bij bouwmarkten. Ook deze speeltoestellen voldoen meestal niet aan het WAS. Vaste, verankerde toestellen die door bewoners zelf zijn gebouwd kunnen in theorie worden gecertificeerd, indien zijn voldoen aan het WAS.

Wanneer bewoners hulp hebben gezocht van een professional met kennis van veiligheid bij het ontwerp- en realisatieproces, kan een dergelijk toestel door een AKI (aangewezen keuringsinstantie) worden gecertificeerd. De gemeente kan hierin de rol spelen van informatieverstrekker: maak bewoners duidelijk wat de mogelijkheden zijn en hoe je tot een veilig en realiseerbaar plan kunt komen. Beheer van speelplekken door bewoners Van buurtbewoners in Nederland wordt steeds meer verwacht dat zij participeren in het onderhoud en beheer van de openbare ruimte, waaronder ook de formele speelplekken. Per gemeente verschillen hierin de mogelijkheden en ambities. Vaak wordt het zelf beheren en onderhouden van speelruimte ingegeven door bezuinigingen. Omdat de gemeente Leidschendam-Voorburg op dit moment geen bezuinigingsopgave heeft op het gebied van speel- en sportvoorzieningen, is het zelf moeten beheren van speelplekken door bewoners hier niet aan de orde. Indien bewoners het initiatief nemen, staat de gemeente open voor het gesprek.

13 Motie nr BIS 633 1381119 14 Visie op onderwijs in Leidschendam-Voorburg, september 2015 15 http://wetten.overheid.nl/BWBR0008223/geldigheidsdatum_03-01-2016/informatie

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 16

Hoofdstuk 2 - Analyse speelruimte 2.1 D EMOGRAFISCHE ONTWIKK ELINGEN Om een goed beeld te krijgen van de verdeling van de doelgroep over de gemeente, is gekeken naar de demografische gegevens van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende wijkindeling. Wijk 1 Leidschenhage, Park Veursehout, De Zijde, Duivenvoorde, Schakenbosch, buitengebied ten westen Vliet Wijk 2 Prinsenhof Wijk 3 ‘t Lien, De Rietvink Wijk 4 Stompwijk, Landelijk Gebied ten oosten van de Vliet Wijk 5 Damcentrum, Klein Plaspoelpolder, Leidschendam-Zuid, Zeeheldenwijk Wijk 6 De Heuvel, Amstelwijk Wijk 7 Damsigt, Verzetsheldenwijk, Raadhuiskwartier, Sijtwende III en V Wijk 8 Essesteijn, Sijtwende I + II Wijk 9 Voorburg Midden/Oud Wijk 10 Bovenveen Wijk 11 Voorburg Noord Wijk 12 Voorburg West, Park Leeuwenbergh

Afbeelding 8 - Wijkindeling gemeente Leidschendam-Voorburg

Huidige stand van zaken In de gemeente Leidschendam-Voorburg wonen op het moment van schrijven 15.643 kinderen en jongeren binnen de leeftijdscategorie van 0 t/m 19 jaar. Dit is, uitgaande van een totale bevolking van 73.339, een percentage van 21,3%. Belangrijk is om te vermelden dat de gemeente Leidschendam-Voorburg is vergeleken met omliggende gemeentes een ‘grijze gemeente’ is; de doelgroep 65+ betreft in Leidschendam-Voorburg 22% van de inwoners, in de omliggende gemeentes is dit percentage veel lager: Delft (15%), Den Haag (14%), Leiden (14%) en Zoetermeer (16%) (www.cbs.nl). Steeds meer grootouders passen op hun kleinkinderen, waardoor de vraag naar speelruimte los wordt getrokken van alleen de aanwezige inwoners van 0 t/m 19 jaar.

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 17

In onderstaande grafiek is de demografische opbouw en verhoudingen tussen de doelgroepen gevisualiseerd, waarin te zien is dat in de meeste wijken de verhoudingen tussen de verschillende doelgroepen elkaar niet veel ontlopen. Interessant hier is bijvoorbeeld dat de wijk Voorburg-Noord duidelijk aan het verjongen is.

Kinderen per doelgroep in % gehele bevolking 10% 9% 8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0%

0-4 jaar

5-9 jaar

10-14 jaar

15-19 jaar

Afbeelding 9 - Kinderen per doelgroep per buurt, als percentage van de gehele bevolking van de buurt.

De vraag naar speelruimte wordt beïnvloed door het aantal kinderen per wijk, de hoeveelheid beschikbare ruimte en de soort beschikbare ruimte. In afbeelding 10 is weergegeven dat in de wijken 2 (Prinsenhof), 10 (Bovenveen) en 11 (Voorburg Noord) de kinddichtheid boven het gemiddelde in de gemeente ligt. In figuur 6 is te zien dat deze wijken ook sterk verstedelijkt zijn, waardoor deze wijken extra aandacht verdienen.

Afbeelding 10 - Kinddichtheid

Afbeelding 11 - Stedelijkheid (OAD: omgevingsadressendichtheid, www.cbs.nl)

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 18

De druk op de formele speelruimte is weer te geven door te kijken naar het aantal kinderen per doelgroep per speel/sportplek in de verschillende wijken. In de onderstaande figuur is weergegeven hoe de verschillende wijken zich verhouden tot het gemiddelde in de gemeente. Hoe dichter de wijken opeen staan hoe gelijkmatiger verdeeld. Uitschieters naar boven tonen een mogelijk tekort aan formele speelplekken, uitschieters naar beneden een mogelijk overschot. Belangrijk is om de uitschieters per doelgroep extra aandacht te geven. De doelgroep 15-19 jaar is niet in de onderstaande figuur weergegeven omdat deze doelgroep niet gebonden is aan wijkgrenzen.

Afbeelding 12 - Aantal kinderen per doelgroep per speelplek per wijk.

Demografische prognose Naar verwachting zal de grijze druk (verhouding aantal ouderen op beroepsbevolking) in de huidige wijken in overeenstemming met de landelijke cijfers toenemen terwijl de groene druk (aantal jeugdigen op beroepsbevolking) in dezelfde wijken afneemt. Dit heeft tot gevolg dat de speelruimtebehoefte ook de komende periode aan verandering onderhevig zal zijn en in de toekomst een ander karakter zal krijgen. Het is raadzaam dit proces te blijven monitoren en met enige regelmaat een stand van zaken op te stellen wat betreft de demografische samenstelling per buurt. In buurten waar geen natuurlijke aanwas is van jonge gezinnen zullen leeftijdsgroepen simpelweg ‘doorschuiven’. In een buurt waar nu bijvoorbeeld veel 5 tot 9-jarigen wonen, wonen straks veel 10 tot 14-jarigen als er van onderuit geen nieuwe aanwas komt. Uiteindelijk leidt dit tot een situatie waarin de kinderen het ouderlijk huis verlaten en ouders langzamerhand de rol van grootouders vervullen. Een gezonde doorstroming in een buurt zorgt ervoor dat een gevarieerde leeftijdsopbouw ontstaat.

In buurten waar de woningvoorraad en het voorzieningenniveau is ingericht voor (jonge) gezinnen maar waar ook ouderen gehuisvest kunnen worden is het aannemelijker dat een dergelijk doorstroming plaatsvindt dan in zeer eenzijdige wijken of wijken waar bijvoorbeeld basisscholen, speelplekjes en plantsoenen verdwijnen. Adviezen zijn in dit rapport opgesteld aan de hand van de ruimtelijke situatie. Per wijk is gekeken naar de mogelijkheden, de wenselijke dekking en differentiatie binnen een wijk. Hierdoor ontstaat een algemeen dekkingsniveau dat ook in de toekomst in staat is om veranderingen in de vraag op te vangen. De huidige demografische situatie is daarnaast gelegd om te kijken of er zich grote conflicten zouden voordoen. Voor adviezen op korte termijn wordt uiteraard gekeken naar de huidige demografische samenstelling. Voor de latere termijn kan het raadzaam zijn het demografisch profiel te updaten om een gepaste accentverlegging te doen.

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 19

2.2 A NALYSE AANBOD Veldinventarisatie Om een goed beeld te krijgen van het huidige aanbod van de formele en informele speelruimte is een veldinventarisatie uitgevoerd in september/oktober 2015. Hierbij zijn alle speelplekken en wijken bezocht en in een Quickscan Speelruimte beoordeeld op de genoemde criteria voor formele en informele speelruimte zoals beschreven in hoofdstuk 1. Belangrijk aspect in de analyse van de vraag is de rol van barrières in de openbare ruimte. Tijdens de veldinventarisatie zijn deze barrières in kaart gebracht; het gaat hier om: spoorwegen, kanalen/watergangen, hoofdwegen (primair) en wegen (secundair). De barrières gelden vooral voor kinderen van 5-14 jaar. Jongere kinderen gaan niet zelfstandig op pad en oudere kinderen worden niet gebonden door dergelijke grenzen. Formele speelruimte In de gemeente liggen 161 formele speel/sportplekken, veelal evenredig verspreid over de 12 wijken. Een aantal locaties liggen op een schoolplein. Deze locaties zijn altijd openbaar toegankelijk en worden beheerd en onderhouden door de gemeente. Naar aanleiding van het Speelruimteplan 2005-2015 zijn hiervoor overeenkomsten aangegaan met Basisschool Essesteijn, De Wegwijzer (OBS Christina) en Basisschool De Zonnewijzer. De overige schoolpleinen worden beheerd en onderhouden door de scholen zelf.

Allereerst zijn er verschillende pleinen die zijn afgesloten en alleen onder schooltijd toegankelijk zijn voor kinderen van de bewuste school. Ook zijn een aantal semi-openbare schoolpleinen; deze schoolpleinen na schooltijd open wanneer er nog leraren in het gebouw aanwezig zijn en zijn ’s avonds en in het weekend afgesloten. Als laatste zijn er ook schoolpleinen die altijd toegankelijk zijn. Omdat deze pleinen niet in beheer zijn bij de gemeente, worden deze ook niet meegenomen in de analyse van het speelruimteaanbod: de gemeente heeft geen invloed op de inrichting en kan dus niet zondermeer uitgaan van de beschikbaarheid van deze formele speelruimte. De 161 formele speel/sportplekken zijn beoordeeld in kwaliteit en geclassificeerd in stijl van inrichting, doelgroep en soort. Op die manier is er (per wijk) een beeld gevormd van de diversiteit. De resultaten van deze Quickscan Formele Speelruimte is weergegeven in onderstaande figuur (voor meer detailinformatie, zie het fotoboek speelruimte, bijlage 2). Globale conclusie is dat de kwaliteit van de formele speelruimte in de gemeente Leidschendam-Voorburg van goede kwaliteit is.

Afbeelding 13 - Resultaten Quickscan Formele Speelruimte

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 20

Naast een inhoudelijke scan is gekeken naar de locatie en ligging om een uitspraak te kunnen doen over de spreiding en dekking van de speel/sportplekken in de gemeente. Deze informatie is weergegeven in dekkingskaarten, te vinden in bijlage 1. Bij het opstellen van deze ‘dekkingskaarten’ ligt de focus op de doelgroepen 5-9 jaar en 10-14 jaar. Deze doelgroepen worden maken namelijk bij het zelfstandig gebruik maken van een speelplek beïnvloed door de aanwezigheid van barrières. Kijkend naar de kaarten, kan gezegd worden dat er bijna overal in de gemeente voldoende speelruimte aanwezig is. Uit deze kaarten volgen de volgende specifieke conclusies: 

Dekking speelplekken 5-9 jaar: Elke locatie heeft een verzorgingsgebied in de vorm van een cirkel met een actieradius van 300m. Wanneer de dekking van alle locaties voor deze doelgroep wordt bekeken, blijkt dat de volgende gebieden aandacht verdienen: Voorburg West/Park Leeuwenbergh, Voorburg Oud, Bovenveen, Essesteijn en het Raadhuiskwartier. Dekking sportplekken 5-9 jaar: Elke locatie heeft een verzorgingsgebied in de vorm van een cirkel met een actieradius van 300m. Wanneer de dekking van alle locaties voor deze doelgroep wordt bekeken, blijkt dat de dekking niet overal voldoende is. Toch is het niet nodig om voor deze doelgroep expliciet extra formele sportplekken aan te leggen. Deze doelgroep maakt namelijk meer gebruik van speelplekken dan van sportplekken en in de behoefte aan sportplekken kan ook worden voorzien door middel van aanbod van informele speelruimte. Dekking speelplekken 10-14 jaar Elke locatie verzorgd een geheel barrièregebied, het gebied in de woonomgeving ingesloten door barrières. Wanneer men kijkt naar de dekking van de formele speelplekken voor deze doelgroep, dan blijkt dat de volgende gebieden aandacht verdienen: Voorburg Midden, Essesteijn, Raadhuiskwartier en Stompwijk. Dekking sportplekken 10-14 jaar Elke locatie verzorgd een geheel barrièregebied, het gebied in de woonomgeving ingesloten door barrières.

Wanneer men kijkt naar de dekking van de formele speelplekken voor deze doelgroep, dan blijkt dat de volgende gebieden aandacht verdienen: Voorburg Oud, Essesteijn, Verzetsheldenwijk en Damsigt.

Ter illustratie van het bovenstaande is in de onderstaande afbeelding te zien hoe voor wijk 12. de dekking voor de 2 verschillende doelgroepen op het gebied van sport en spel in de huidige situatie is. Dekking spel 5-9 jaar

Dekking sport 5-9 jaar

Dekking spel 10-14 jaar

Dekking sport 10-14 jaar

Afbeelding 14- Dekkingskaarten wijk 12 (Voorburg West/Park Leeuwenbergh)

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 21

Informele speelruimte De kwantiteit en kwaliteit van de informele speelruimte verschilt per wijk en kern. Bij een goede informele bespeelbaarheid is de behoefte aan formele speelplekken lager. Buurten die slecht scoren hebben goede formele speelplekken nodig of aanpassingen in de openbare ruimte. Kijkend naar de scores in tabel 2, is te concluderen dat (bijna) in de gehele gemeente voldoende openbaar groen is om in te spelen. Alleen in Stompwijk is deze score laag. Hoewel hier veel buitengebied is, zijn de mogelijkheden om in het groen te ravotten beperkt voor de jongere doelgroep(en). In Leidschendam is het beter spelen op straat (verharding) dan in Voorburg, wat te wijten is aan de toegepaste bouwtypologieën in de twee kernen. Verder is er veel water in de gemeente aanwezig, maar zou dit meer bij spel betrokken kunnen worden. In het straatbeeld zijn weinig informele speelaanleidingen te vinden. Als laatste is de speelruimte in de verschillende wijken over het algemeen de speelruimte goed te bereiken (barrières). wijk

groen

verharding

water

speelaanleiding

barrières

1 Duivenvoorde

+

o

+

--

+

2 Prinsenhof

+

+

+

o

+

3 De Rietvink, ’t Lien

+

++

+

o

+

4 Stompwijk

-

o

-

+

+

5 Leidschendam Zuid e.o

o

+

o

-

+

6 De Heuvel, Amstelwijk

+

+

o

o

+

7 Damsigt e.o.

+

+

o

-

o

8 Essesteijn

++

+

o

o

++

9 Voorburg Midden, Voorburg Oud

+

o

o

-

+

10 Bovenveen

+

o

o

-

+

11 Voorburg Noord

+

-

--

-

+

12 Voorburg West/Park Leeuwenbergh

+

o

o

-

o

Tabel 2 – Resultaten Quickscan Informele Speelruimte

Speelruimteplan Leidschendam-Voorburg 2016-2025 22

2.3 A NALYSE VRAAG De gemeente heeft als uitgangspunt haar inwoners te betrekken bij de inrichting van speelruimte. De behoefte naar speelruimte is daarom door middel van verschillende vormen van participatie onderzocht. Parallel aan de veldinventarisatie zijn wijkwandelingen gehouden. Met een playteam van 11 basisscholen bestaande uit kinderen wonend in de buurt van de school zijn wijkwandelingen of een speelruimtevergadering gehouden. Tijdens deze bijeenkomsten is met kinderen gepraat over hoe zij buitenspelen in hun buurt. Door middel van een gesprek met de buurtsportcoaches zijn de wensen van de jongeren in kaart gebracht. In de Leidschendam-Voorburg zijn vier buurtsportcoaches aangesteld, die met de doelgroep van 15-19 jaar het gesprek aangaan en zich sterk maken voor een passend aanbod. Deze buurtsportcoaches richten zich op 4 aandachtswijken (De Heuvel, Prinsenhof, Bovenveen en Voorburg Noord). Een belangrijk item voor de coaches is het beschikbaar hebben van complete en multifunctionele plekken om een programma aan te kunnen bieden. Zo kunnen activiteiten worden georganiseerd om op een positieve manier overlast tegen te gaan.

Afbeelding 15 - Wijkwandeling met Basisschool de Vliethorst samen met Wethouder Stemerdink

Ook is er een online vragenlijst opgesteld welke in te vullen was door kinderen en volwassenen. Via deze vragenlijst is zowel algemene informatie over buitenspelen verkregen, als specifieke informatie per wijk. Op basis van de verkregen informatie uit de veldinventarisatie en de verschillende vormen van participatie zoals hierboven beschreven is een concept-visie opgesteld. Deze nieuwe visie is in concept gepresenteerd aan bewoners tijdens 7 bewonersavonden. Via deze verschillende kanalen is informatie ingewonnen welke relevant is voor de gehele gemeente en informatie gespecificeerd per wijk. Algemene resultaten zijn terug te vinden in bijlage 3, specifieke informatie per wijk komt terug in de visie per wijk bijlage 4.

Speelplan – Gemeente Leidschendam-Voorburg 23

2.4 R ELEVANTE ONTWIKKELINGEN Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040 In dit document wordt de ruimtelijke toekomstvisie voor de gemeente geschetst tot het jaar 2040. Het doel is om de gemeente te positioneren als ‘aantrekkelijke groene duurzame woon-werkstad’. In het plan wordt onder andere aangegeven dat het migratiesaldo van de leeftijdsgroep 25 tot 45 is al jaren negatief is. ‘Een gemeente binnen de dynamische metropoolregio Rotterdam- Den Haag met een grote diversiteit aan woon- en werkmilieus biedt kansen om juist deze groep aan te trekken en vast te houden. Daar komt bij dat de omvang van de beroepsbevolking de komende jaren niet meer toeneemt of zelfs zal afnemen. Met een sterke positionering binnen de regio wil de gemeente Leidschendam-Voorburg gezinnen met kinderen en hoogopgeleide kenniswerkers aantrekken. De nieuwe instroom is gewenst voor een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van de gemeente.’ 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=260bbf6c-0ab2-41d5-9ba6-953349d3e940