2984-45 Bijlage 42 toelichting, Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020
Tekst van het document
Bijlage: 42
Gemeente Leidschendam-Voorburg
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 Hoofdrapport
Gemeente Leidschendam-Voorburg
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 Hoofdrapport
Datum
4 april 2016
Kenmerk
GLV0541/1513
Eerste versie
11 maart 2016
Documentatiepagina Korenkamp 34 7434 SC LETTELE +31 (0)6 55 796 794 gwijnja@lichtverkeer.nl www.lichtverkeer.nl KvK 56071914 BTW NL 1105.23.386.B01 NL72 RABO 0103 8941 01
Opdrachtgever(s)
Gemeente Leidschendam-Voorburg
Titel rapport
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 Hoofdrapport
Kenmerk
GLV0541/1513
Datum publicatie
4 april 2016
Status
definitief
Projectteam opdrachtgever(s)
de heer M. le Cointre
Projectteam LICHTVERKEER
de heer G. Wijnja
Externe medewerking
de heer H. Jansen, GGD Haaglanden
Projectomschrijving
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 van de gemeente Leidschendam-Voorburg Het actieplan 2016-2020 bestaat uit twee delen: • Hoofdrapport • Technische analyse
Trefwoorden
Actieplan, luchtkwaliteit, Leidschendam-Voorburg, stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10 en PM2,5), elementair koolstof (EC), Wet milieubeheer, grenswaarden, verkeer, gezondheid, WHO-advies, maatregelen, factsheets, houtstook
Foto's
Voorblad: Kunstwerk Bachlaan "zonnewijzer" van Nout Visser foto LICHTVERKEER Figuur 3.2: foto RIVM
Ondergrond kaarten
Data by OpenStreetMap.org contributors under CC BY-SA 2.0 license
Inhoud Samenvatting......................................................................i 1 Inleiding............................................................................1 2 Luchtkwaliteit en gezondheid............................................2 2.1 Gevoelige bestemmingen.................................................2 3 Wetgeving en beleid...........................................................3 3.1 Wet- en regelgeving........................................................3 3.2 Relevante stoffen............................................................3 3.3 Meten en rekenen...........................................................5 3.4 Beleid en maatregelen.....................................................5 4 Stand van zaken.................................................................6 4.1 Trends en generieke ontwikkeling.....................................6 4.2 Lokale bijdrage van bedrijven en woningen........................7 4.3 Luchtkwaliteit in de gemeente..........................................8 4.3.1 Opbouw van de luchtkwaliteit...............................................8 4.3.2 Achtergrondconcentratie......................................................9 4.3.3 Bijdrage autosnelwegen.....................................................10 4.3.4 Verkeersemissies en houtstook...........................................11 4.3.5 Blootstelling
van de inwoners..............................................12 4.3.6 Luchtkwaliteit per buurt.....................................................15 4.3.7 Gevoelige bestemmingen...................................................16
5 Evaluatie gemeentelijk beleid..........................................17 6 Ambitie en doelen............................................................19 7 Acties...............................................................................20 7.1.1 Uitbreiding publiek laadnetwerk elektrische auto's.................22 7.1.2 Vervoermanagementplan gemeente.....................................23 7.1.3 Promotie fietsgebruik........................................................24 7.1.4 Emissie-arme voertuigen en machines.................................25 7.1.5 Minder en schonere houtstook............................................26 7.1.6 Maatadvies bestaande gevoelige bestemmingen....................27 7.1.7 Onderzoek verruiming criteria medische urgentie...................28 7.1.8 Beleidslijn gevoelige bestemmingen bij ruimtelijke plannen.....29
Referentielijst..................................................................30
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
Samenvatting Aanleiding Het college van Leidschendam-Voorburg wil het aantrekkelijke, groene karakter van de gemeente verder versterken. Zij wil dit onder meer doen door duurzaamheid te stimuleren en heeft daarom besloten een duurzaamheidsagenda op te stellen. Het college wil een actualisatie van het afgelopen actieplan luchtkwaliteit 2007- 2015. De verbetering van de luchtkwaliteit is ondergebracht in het thema Gezonde leefomgeving en maakt daarmee integraal onderdeel uit van de duurzaamheidsagenda. Luchtkwaliteit en gezondheid De grenswaarden zijn een compromis tussen wat gezondheidskundig noodzakelijk is en wat economisch kan. Ook als voldaan wordt aan de wettelijke normen en grenswaarden kunnen gezondheidseffecten, zoals luchtwegklachten, astma en hart- en vaatziekten optreden. Dit geldt in het bijzonder voor gevoelige groepen, zoals kinderen, ouderen en zieken. Deze groepen hebben daarom extra bescherming nodig. De World Health Organization (WHO) adviseert op basis van de gezondheidsstudies een maximale concentratie die voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) op de helft ligt van de grenswaarde en voor zeer fijn stof (PM2,5) op 40% (respectievelijk 20 µg/m3 en 10 µg/m3). Wetgeving en beleid De Europese Unie heeft luchtkwaliteitsnormen vastgesteld, die sinds 2001 ook in Nederland gelden.
De Wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in de Wet milieubeheer. Voor toetsing op lokaal niveau zijn de volgende vier stoffen relevant: • stikstofdioxide (NO2); • fijn stof (bestaande uit PM10 en PM2,5); • roet of elementair koolstof (EC). Sinds 2009 werken het rijk, de provincies en gemeenten samen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Doel van dit programma is om de normen in Nederland te halen. In het kader van het NSL is in de periode 2009 – 2014 een groot pakket aan maatregelen in Nederland uitgevoerd, met een totale investering van meer dan 1 miljard euro. Stand van zaken Onder invloed van onder andere het NSL laat de ontwikkeling van de luchtkwaliteit de afgelopen jaren een sterke verbetering zien. De EU-normen worden in de gemeente Leidschendam-Voorburg sinds 2013 gehaald, waarbij de kanttekening geplaatst wordt dat er nog een aantal kritieke punten in Voorburg zijn. De luchtkwaliteit is opgebouwd uit de achtergrondconcentratie en de emissie van landelijke, regionale en lokale bronnen. De belangrijkste bron voor de lokale luchtkwaliteit is het autoverkeer. Ook zeescheepvaart en de industrie zijn grote en veelal bekende bronnen.
Een tot op heden relatief onbekende en nog nauwelijks aangepakte bron is de emissie van houtstook in bijvoorbeeld houtkachels, openhaarden, allesbranders, pelletkachel maar ook barbecues en vuurkorven door bewoners. De fijn stof emissies uit deze vuurhaarden bestaat vrijwel volledig uit de fijn stof component PM2,5. De emissie is per jaar
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
i
naar schatting net zo groot als de totale emissie van PM2,5 door al het autoverkeer in de gemeente Leidschendam-Voorburg inclusief de autosnelwegen. De verschillen in de achtergrondconcentratie is in de gemeente behoorlijk groot. In Voorburg is de achtergrondconcentratie relatief hoog en in Stompwijk beduidend lager. Zoals aangegeven is de luchtverontreiniging door het autoverkeer een belangrijke bron. Door de hoeveelheid verkeer is vooral de autosnelweg een significante bron. De bijdrage van de A12 is vanwege de aanwezige geluidschermen lager dan de A4. Overal in de gemeente is de concentratiebijdrage van de autosnelwegen significant aanwezig. Alle inwoners worden op dit moment blootgesteld aan NO 2 en PM2,5 concentratie hoger dan de WHO-advieswaarde. Ook worden alle inwoners blootgesteld aan een EC-concentratie hoger dan de streefwaarde van 0,5 µg/m3. Ruim 90% van de inwoners wordt blootgesteld aan een hogere PM10 concentratie dan de WHO-advieswaarde. Op basis van het advies van de GGD is in het kader van dit actieplan door de gemeente een lijst van gevoelige bestemmingen opgesteld. Van de gevoelige bestemmingen is de luchtkwaliteit apart vastgesteld en gerapporteerd. Van elk pand met een gevoelige bestemming is vastgesteld of het pand ligt binnen een zone van 50 meter van een weg of 300 meter van een autosnelweg.
Het risico van te hoge blootstelling is voor gevoelige bestemmingen binnen deze zones extra groot. Evaluatie gevoerde beleid Gemeente Leidschendam-Voorburg spant zich sinds 2004 in om de lucht schoner te krijgen. In de periode 2004-2015 zijn tal van lokale en regionale maatregelen en activiteiten uitgevoerd. Het zijn met name maatregelen en activiteiten die aangrijpen op de uitstoot aan de bron, de keuze van aandrijftechniek van voertuigen, de mobiliteitskeuze, het rijgedrag en het vrachtverkeer. Ambitie en doelen De gemeente Leidschendam-Voorburg streeft naar een gezonde leefomgeving voor haar inwoners en bezoekers. Ze heeft daarom ten aanzien van de luchtkwaliteit de ambitie dat in 2030 geen enkele inwoner in de gemeente blootgesteld wordt aan een hogere concentratie dan de WHO-advieswaarde. Met dit actieplan wil de gemeente bijdragen aan het formuleren van beleid en een aanzet geven tot het uitvoeren van maatregelen in de komende vier jaar. De horizon van dit actieplan luchtkwaliteit reikt niet tot 2030. De bijdrage van dit actieplan is in het doel samengevat om te zorgen dat in 2020 de emissie van verontreinigende stoffen in de gemeente tenminste 10% lager is dan de autonome ontwikkeling nu aangeeft. Acties De gemeente heeft de volgende 8 acties als haalbaar en voldoende bijdragend aan de ambitie geformuleerd: 1. Uitbreiding publiek laadnetwerk elektrische auto's 2.
Vervoermanagementplan gemeente 3. Promotie fietsgebruik 4. Emissie-arme voertuigen en machines 5. Minder en schonere houtstook 6. Maatadvies bestaande gevoelige bestemmingen 7. Onderzoek verruiming criteria medische urgentie 8. Beleidslijn gevoelige bestemmingen bij ruimtelijke plannen
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
ii
1
Inleiding
Het college van Leidschendam-Voorburg wil het aantrekkelijke, groene karakter van de gemeente verder versterken. Zij wil dit onder meer doen door duurzaamheid te stimuleren en heeft daarom besloten een duurzaamheidsagenda op te stellen. Het doel daarvan is om in samenwerking met inwoners, bedrijven en instellingen concrete maatregelen af te spreken die bijdragen aan de ambities voor een duurzamere gemeente. Duurzaamheid is meer dan alleen klimaatdoelstellingen. Het is ook een ambitie om een gezonde en veilige leefomgeving te creëren en te behouden. In de duurzaamheidsagenda zijn daarom vijf thema's opgenomen: • Energie en CO2 reductie; • Gezonde leefomgeving; • Biodiversiteit; • Water en klimaatadaptatie; • Afval en grondstoffen. Het college wil een actualisatie van het afgelopen actieplan luchtkwaliteit 2007- 2015. De verbetering van de luchtkwaliteit is ondergebracht in het thema Gezonde leefomgeving en maakt daarmee integraal onderdeel uit van de duurzaamheidsagenda. In het verleden zijn in de gemeente Leidschendam-Voorburg overschrijdingen van de normen en grenswaarden voor de luchtkwaliteit vastgesteld. In 2007 heeft dit geleid tot het opstellen van een actieplan luchtkwaliteit. Sindsdien is door een groot scala aan maatregelen zowel lokaal, regionaal en landelijk de luchtkwaliteit in Nederland én in de gemeente sterk verbetert.
Vanaf 2013 voldoet de luchtkwaliteit overal in de gemeente aan de Europese eisen. Er is daardoor geen wettelijke plicht meer om een nieuw gemeentelijk actieplan op te stellen. De gemeente heeft toch dit nieuwe actieplan gemaakt omdat, ondanks de aanzienlijke verbetering er anno 2016 nog plekken in de gemeente zijn waar de luchtkwaliteit nog maar net aan de eisen voldoet. Daarnaast zijn er betere inzichten in de schadelijkheid van met name fijnere deeltjes in fijn stof (PM2,5) en elementair koolstof. Het is wetenschappelijk aangetoond dat ook onder de wettelijke grenswaarden gezondheidsrisico's optreden.
Leeswijzer Het actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 bestaat uit twee delen: • Hoofdrapport met de belangrijkste informatie en de geformuleerde acties. • Technische analyse met daarin de gedetailleerde gegevens en analyses voor het actieplan. In hoofdstuk 2 in dit Hoofdrapport is de relatie tussen de luchtkwaliteit en gezondheid beschreven, gevolgd door het wettelijk kader en de relevante stoffen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 gaat in op stand van zaken en historische ontwikkelingen. De evaluatie van het door de gemeente gevoerde beleid is in hoofdstuk 5 beschreven en in hoofdstuk 6 is de ambitie en de doelen van de gemeente op het gebied van de aanpak van luchtkwaliteit aangegeven. In hoofdstuk 7 zijn de geformuleerde acties opgenomen die de gemeente de komende periode wil doen. Voor achtergrondinformatie en gedetailleerde resultaten wordt verwezen naar de Technische analyse en naar de publicatie op de website van de gemeente.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
1
2
Luchtkwaliteit en gezondheid
De effecten van luchtkwaliteit op de gezondheid zijn uitgebreid onderzocht en inmiddels bewezen. Luchtverontreiniging kan leiden tot vermindering van de longfunctie, toename van luchtwegklachten, toename van astma bij kinderen, verhoogde gevoeligheid voor luchtweginfecties, hart- en vaatziekten en vervroegd overlijden. Ook als voldaan wordt aan de wettelijke normen en grenswaarden kunnen deze gezondheidseffecten optreden. Dit geldt in het bijzonder voor gevoelige groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten. Deze groepen hebben daarom extra bescherming nodig.
Figuur 2.1:
Ziektelast naar oorzaak (bron: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, RIVM 2014)
Op basis van onderzoek wordt geschat dat ongeveer 6% van de ziektelast door milieufactoren wordt veroorzaakt[4]. Daarvan wordt ongeveer 80% veroorzaakt door de luchtverontreiniging (zie Figuur 2.1). De World Health Organization (WHO) adviseert op basis van de gezondheidsstudies een maximale concentratie veel lager is dan de grenswaarden.
2.1
Gevoelige bestemmingen
Een groep die speciale aandacht behoeft zijn mensen die extra gevoelig zijn voor de luchtkwaliteit; de gevoelige bestemmingen. Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) en verblijven binnen een zone van 50 meter gerekend langs een provinciale weg en 300 meter langs een autosnelweg. In het Besluit zijn scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen, met de bijbehorende terreinen als gevoelige bestemming aangeduid. De GGD'en in Nederland adviseren om altijd en voor alle gevoelige bestemmingen ongeacht de ter plaatse heersende concentratie, rekening te houden met de in het Besluit aangegeven afstanden. Aanvullend wordt door de GGD'en geadviseerd om de 50 meter zone langs alle wegen met een intensiteit van meer dan 10.000 motorvoertuigen toe te passen en niet uitsluitend langs provinciale wegen.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
2
3
Wetgeving en beleid
3.1
Wet- en regelgeving
In de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen[1]. Deze eisen is de implementatie van de Europese richtlijn. Er zijn regels opgenomen voor zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden (NOx), zwevende deeltjes/fijn stof (PM10 en PM2,5) lood, koolmonoxide (CO) en benzeen (C6H6), ozon (O3), arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen.
3.2
Relevante stoffen
Er vinden in de openbare ruimte in Nederland geen overschrijdingen plaats van de richt- en grenswaarden van de zware metalen (lood, arseen, cadmium en nikkel), ozon en de overige stoffen. Op enkele plekken worden de grenswaarden van NO2 en fijn stof (PM10 en PM2,5) nog overschreden. Alhoewel de Wet milieubeheer voor een groot aantal stoffen grenswaarden stelt, zijn voor toetsing op lokaal niveau alleen de volgende stoffen relevant: • stikstofdioxide (NO2); • fijn stof (PM10 en PM2,5). Eén van de componenten van fijn stof waarvoor nog geen normen zijn gesteld is roet (of carbon black), in context van luchtverontreiniging vaak elementair koolstof (EC) of zwarte rook genoemd. Dit deel van fijn stof krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht omdat met name juist deze component in verband wordt gebracht met de negatieve gezondheidseffecten. De voor deze stoffen gelden de grenswaarden en WHO-advieswaarden zijn in Tabel 3.1 weergegeven. Stof
Grenswaarde
WHO-advieswaarde
Meetperiode
NO2
40 µg/m3
20 µg/m3
jaargemiddelde
PM10
40 µg/m
3
20 µg/m
3
jaargemiddelde
PM10
50 µg/m
3
-
PM2,5
25 µg/m3
EC
1,5 µg/m
Tabel 3.1:
24-uurs gemiddelde maximaal 35 overschrijdingen per jaar
10 µg/m3 3
0,5 µg/m
jaargemiddelde 3
jaargemiddelde
Grenswaarden en WHO-advieswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 en streefwaarden voor EC
Deze stoffen worden hierna kort toegelicht. Stikstofdioxide (NO2) Stikstofoxiden (NOx) is een verzamelnaam voor de verbindingen tussen zuurstof en stikstof. Stikstofoxide ontstaat bij elk verbrandingsproces door een reactie van het in de lucht voorkomende stikstof. In Nederland heeft met name het wegverkeer een groot aandeel in de NO2 concentratie, gemiddeld circa 30%. Lokaal, in stad en in de buurt van grote en drukke wegen kan het aandeel van wegverkeer in de NO 2 concentratie veel groter zijn.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
3
Fijn stof (PM10 en PM2,5) Fijn stof is een complex mengsel van deeltjes van verschillende grootte en van diverse chemische samenstelling en onzichtbaar voor het menselijk oog. Afhankelijk van de doorsnede van de stofdeeltjes wordt gesproken van PM 10 voor deeltjes met een doorsnee tot 10 micrometer of van PM2,5 voor deeltjes met een doorsnede tot 2,5 micrometer. In de huidige concentraties is het deel van PM10 dat door menselijk handelen in de lucht komt grofweg de helft van de totale gemeten hoeveelheid PM10. Voor PM2,5 is het deel grofweg driekwart van de totale gemeten hoeveelheid PM2,5. Het fijn stof is afkomstig van emissies door verkeer (verbranding en slijtage banden en remmen), (zee)scheepvaart, industrie en landbouw. De natuurlijke componenten in fijn stof zijn onder andere zeezout en opwaaiend (bodem)stof, voornamelijk zand. In Figuur 3.1 is de deeltjes grootte van fijn stof ten opzichte van een menselijke haar en fijn zand geïllustreerd.
Figuur 3.1:
Illustratie van de deeltjes grootte van fijn stof (bron: RIVM)
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geeft aan dat de fractie PM2,5 gezondheidskundig van groter belang is dan PM10. De bijdrage aan PM2,5 van bestanddelen van natuurlijke oorsprong, zoals zeezout en een deel van het bodemstof, is veel kleiner dan aan PM10. De concentratie PM10 en PM2,5 worden voor een groot deel bepaald door bronnen uit het buitenland, zeezout en bodemstof (79% PM10 en 72% voor PM2,5). In Nederland is het aandeel van wegverkeer in de PM10 concentratie gemiddeld circa 5%. Voor fijn stof geldt nog sterker dan voor NO2 dat er geen veilige grens is waar onder luchtverontreiniging geen schadelijke effecten veroorzaakt. Roet of elementair koolstof (EC) Roet (of carbon black) is een stof die ontstaat bij een onvolledige verbranding van koolstofhoudende brandstoffen. Dit kunnen vaste brandstoffen zijn zoals hout of steenkool, of vloeibare brandstoffen zoals benzine en diesel. In mindere mate is er sprake van roetvorming bij aardgas. Roet bestaat voornamelijk uit zeer fijn verdeelde amorfe koolstof maar is als het ontstaat door ongecontroleerde verbranding vaak verontreinigd met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), een gevaarlijke en kankerverwekkende stof. Daarnaast bevat roet kleine hoeveelheden Fullerenen en koolstofnanobuisjes. In de context van luchtverontreiniging wordt roet ook wel elementair koolstof ("EC") of zwarte rook genoemd.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
4
3.3
Meten en rekenen
In de Wet milieubeheer is aangegeven dat de luchtkwaliteit mag worden gemeten of berekend. Zowel het meten als het rekenen hebben voor- en nadelen. Belangrijkste te noemen nadeel van meten is dat eenvoudige en daarmee betaalbare metingen van de luchtkwaliteit vrij grote onzekerheden kennen. Het aantal metingen is per definitie beperkt en de meetplaats is onderhevig aan beperkende voorwaarden om betrouwbare metingen te verkrijgen. De luchtkwaliteit wordt in Nederland door het RIVM gemeten in het Meetnet Luchtkwaliteit. De resultaten daarvan worden onder andere gebruikt voor de invoer en validatie van de rekenmodellen. Een berekening is een (wiskundige) benadering van de werkelijkheid. Toch geven de modellen een behoorlijk nauwkeurig inzicht in de werkelijke heerFiguur 3.2: Meetstation RIVM in sende concentraties. De concentratie kan, binnen Utrecht bepaalde voorwaarden, bovendien op vrijwel elke plek berekend worden. Het biedt tevens de mogelijkheid om de effecten van toekomstige veranderingen en beleidsmaatregelen op de luchtkwaliteit te berekenen en te analyseren. Dit is de belangrijkste reden dat in projecten de voorkeur ligt bij berekenen van de luchtkwaliteit boven meten. In het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een rekenmodel ontwikkelt.
Dit rekenmodel, de NSL-Rekentool, is onderdeel van de monitoring van het NSL en is vrij beschikbaara. De NSL-Rekentool wordt onderhouden door het RIVM.
3.4
Beleid en maatregelen
Sinds 2009 werken het rijk, de provincies en gemeenten samen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Doel van dit programma is om de normen in Nederland te halen. Het programma had een looptijd van 5 jaar en is in 2014 met twee jaar verlengd. In het kader van het NSL is in de periode 2009 – 2014 een groot pakket aan maatregelen in Nederland uitgevoerd, met een totale investering van meer dan 1 miljard euro. Onder invloed van onder andere het NSL laat de ontwikkeling van de luchtkwaliteit de afgelopen jaren een sterke verbetering zien. De EU-normen worden in de gemeente Leidschendam-Voorburg sinds 2013 gehaald, waarbij de kanttekening geplaatst wordt dat er nog een aantal kritieke punten in Voorburg zijn.
a
www.lichtverkeer.nl
De NSL-Rekentool is beschikbaar op de website van de monitoring van het NSL: www.nsl-monitoring.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
5
4
Stand van zaken
4.1
Trends en generieke ontwikkeling
De ontwikkeling van de luchtkwaliteit laat de afgelopen jaren een sterke verbetering gezien. Deze verbetering komt niet vanzelf maar is een gevolg van steeds strengere Europese emissienormen voor industrie en mobiliteit. Daarnaast zijn ook in Nederland vele maatregelen getroffen die er aan meedragen dat de luchtkwaliteit verbetert. Het NSL heeft ertoe geleid dat een groot aantal maatregelen zijn uitgevoerd met als gevolg dat de luchtkwaliteit aanzienlijk is verbeterd en de concentraties zijn gedaald. Onder invloed van de maatregelen en Europese (emissie)normen zal de trend van dalende concentraties zich, volgens de huidige prognoses, de komende jaren blijven voortzetten. In Figuur 4.1 is de ontwikkeling van de NO2 concentraties van verschillende meetstations weergegeven voor de periode van 1990 tot heden. In de periode 1993-2013 daalden de NO2-concentraties gemiddeld over Nederland met 0,4 µg/m3 per jaar.
Figuur 4.1:
Trend concentratie stikstofdioxide (NO2) 1990 tot heden (bron: RIVM/DCMR/GGD Amsterdam, 2014, afkomstig van website www.compendiumvoordeleefomgeving.nl)
In dezelfde periode daalden de PM10-concentraties gemiddeld over Nederland met 0,8 µg/m3 per jaar. Er treden forse verschillen op van jaar tot jaar, zoals de pieken in 1996 en 2003 en dalen zoals in 2008 en 2012. Meteorologische omstandigheden van met name windrichting en windkracht spelen hierbij een rol.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
6
4.2
Lokale bijdrage van bedrijven en woningen
Door de dalende bijdrage van het verkeer aan de concentraties worden andere bronnen relatief gezien steeds belangrijker. Een relatief grote bron zowel in de emissie als ook in de hinderbeleving is de bijdrage van regelmatige houtstook in bijvoorbeeld een houtkachel, openhaard, allesbrander, pelletkachel maar ook barbecues en vuurkorven, door bewoners. In circa 1 op de 10 woningen wordt regelmatig hout gestookt. Veel mensen vinden het gezellig en het gebruik van hout als manier om het huis op te warmen wekt de indruk duurzaam en CO2 neutraal te zijn. Er is echter veel overlast door houtrook. Uit cijfers van het CBS blijkt dat ongeveer 10% van de Nederlanders gehinderd wordt door houtrook. Er zijn geen aanwijzingen dat dit in Leidschendam-Voorburg anders zou zijn. De houtrook bestaat uit een scala aan schadelijke stoffen, met name benzeen en fijn stof in de vorm van PM2,5. De gemiddelde PM2,5 emissie van een vuurhaard is circa 2,5 kg per jaar. Ter vergelijk een gemiddelde personenauto emitteert minder dan 300 gram PM2,5 per jaar. In Figuur 4.2 is de verhouding geschematiseerd weergegeven. Eén vuurhaard emitteert gemiddeld evenveel PM2,5 als 8 personenauto's.
E mis s ie P M 2 ,5 in kg/jaar
3,0
2,5
2,0
1,5
1,0
0,5
0,0 Houtkachel
Figuur 4.2:
www.lichtverkeer.nl
Auto
Vergelijking PM2,5 emissie van houtstook versus de gemiddelde PM2,5 emissie van een personenauto
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
7
4.3
Luchtkwaliteit in de gemeente
De luchtkwaliteit is vastgesteld op basis van berekeningen waarbij de gegevens van de Monitoringstool van het NSL als basis zijn gebruikt. Voor de analyse van de effecten op de gezondheid en blootstelling van de inwoners is de luchtkwaliteit ook vastgesteld en in kaart gebracht op pandniveau.
4.3.1
Opbouw van de luchtkwaliteit
De luchtkwaliteit is samengesteld uit de emissie van allerlei bronnen. Globaal wordt de luchtkwaliteit opgebouwd uit de achtergrondconcentratie, een soort van deken die over Nederland ligt, de lokale bijdragen, autosnelwegbijdrage en de bijdrage van lokale wegen. Om de opbouw te illustreren zijn twee dwarsprofielen gedefinieerd; één over Leidschendam (profiel A-B) en één over Voorburg (profiel C-D). In Figuur 4.3 zijn de beide profielen in de kaart getekend.
Figuur 4.3: Dwarsprofielen voor concentratieverloop
Voor beide profielen is de luchtkwaliteit berekend en gedetailleerd. In Figuur 4.4 is het resultaat van de NO2 concentratie weergegeven. De autosnelweg A4 is als hoge piek duidelijk in de figuur te onderscheiden. Op de autosnelweg zelf wordt de grenswaarde van 40 µg/m3 ruim overschreden, maar conform artikel 5.19 van de Wet Milieubeheer vindt hier geen beoordeling van de luchtkwaliteit plaats met betrekking tot de bescherming van de gezondheid en daardoor is deze overschrijding verder niet van belang. De lokale wegen zijn als kleine pieken in de figuur herkenbaar waarbij de drukkere wegen een grotere piek laten zien dan de kleinere wegen. De opbouw van de andere stoffen is vergelijkbaar waarbij met name voor PM10 en PM2,5 de lokale bijdrage veel lager is. Voor de figuren van deze stoffen wordt verwezen naar de Technische analyse.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
8
Opbouw concentratie NO2 in 2015 50
achtergrond stedelijke bijdrage
achtergrond stedelijke bijdrage
45
autosnelweg
autosnelweg 40
25
15
0
C
B
5
Dwars profiel A -B
Dwars profiel C -D
Figuur 4.4:
Opbouw concentratie NO2 in het dwarsprofiel A-B en C-D in 2015
4.3.2
Achtergrondconcentratie
In de gemeente is de spreiding in de achtergrondconcentratie behoorlijk groot; het verschil tussen de laagste en hoogste concentratie NO2 is in 2014 ruim 16 µg/m3. Voor EC is de hoogste achtergrondconcentratie bijna tweemaal zo hoog dan de laagste. Voor PM10 en PM2,5 is de spreiding veel kleiner. De achtergrondconcentratie is in Voorburg het hoogste en in Stompwijk het laagst. In Figuur 4.5 is de achtergrondconcentratie van NO2 voor het jaar 2014 weergegeven. De autosnelwegen en het knooppunt Prins Clausplein zijn door de hoogte van de achtergrondconcentraties herkenbaar.
Figuur 4.5:
www.lichtverkeer.nl
Achtergrondconcentratie NO2 in 2014 bron: grootschalige achtergrondconcentraties Nederland (GCN)
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
9
D
20
10 Wilsveen
0
A
5
Stompwijkseweg
10
Autosnelweg A4
15
Oude Trambaan
20
Noordsingel
25
30
Autosnelweg A4
30
35
Westvlietweg
35
lokale wegen
Parkweg
C onc entratie in ug/m3
lokale wegen
Graaf W. de Rijkelaan
C onc entratie in ug/m3
40
Prins Bernhardlaan
45
Koningin Julianalaan
50
Opbouw concentratie NO2 in 2015
4.3.3
Bijdrage autosnelwegen
Een belangrijke bron van de luchtverontreiniging is het autoverkeer en met name het verkeer op de autosnelwegen. De bijdrage van de autosnelwegen zorgt mede voor de hoge concentraties langs de stedelijke wegen in de gemeente, met name in Voorburg. Dicht langs de autosnelweg is de concentratiebijdrage hoger dan op grotere afstand. De NO2-bijdrage contouren van de autosnelweg is weergegeven in Figuur 4.6. In het grootste deel van de gemeente is de NO2-bijdrage van de autosnelwegen A4 en A12 en N14 groter dan 1,0 µg/m3. In een strook van circa 1 km langs de autosnelweg is de bijdrage groter dan 2,0 µg/m3. De contour van de meer dan 3,0 µg/m3 ligt op een afstand van circa 500 meter van de autosnelwegen. De invloed van de geluidschermen langs de A4 ter hoogte van het viaduct van de Stompwijkseweg is in de bijdrage-contouren duidelijk te zien. Het geluidscherm heeft met name dichtbij de autosnelweg een positieve invloed op de bijdrage. Op grotere afstand is de invloed minder groot en de contour van 2,0 µg/m3 wordt door het geluidscherm nauwelijks meer beinvloed. De bijdrage rond de A12 is minder groot dan langs de A4. Dit heeft ook vooral te maken met de geluidschermen langs de A12.
Figuur 4.6:
Contouren van de NO2-bijdrage van de autosnelwegen in 2015
De concentratie bijdrage van de overige stoffen is lager. Voor contouren van die stoffen wordt verwezen naar de Technische analyse.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
10
4.3.4
Verkeersemissies en houtstook
De totale emissie van het verkeer binnen de gemeente is berekend. Van het verkeer op de wegen die zijn opgenomen in de Monitoringstool komt ongeveer 75% van de totale verkeersemissies. De emissie van het verkeer op de niet opgenomen wegen is de overige 25%. In Nederland wordt in gemiddeld 1 op de 10 woningen regelmatig hout gestookt, bijvoorbeeld in een houtkachel, openhaard, allesbrander, pelletkachel maar ook barbecues en vuurkorven. Er zijn geen aanwijzingen dat dit aantal of deze verhoudingen in de gemeente Leidschendam-Voorburg anders is dan het landelijke gemiddelde. Dit betekent dit er in de gemeente in circa 3.700 woningen regelmatig hout gestookt wordt. Met elkaar is dit goed voor een emissie van naar schatting circa 9.250 kg PM2,5 per jaar. De PM2,5 emissie door houtstook is daarmee in 2015 ongeveer groot als de totale emissie van PM2,5 door al het wegverkeer op alle wegen in Leidschendam-Voorburg, inclusief de autosnelwegen. Als dit vergeleken wordt met de verkeersemissie op alleen de gemeentelijke wegen dan blijkt dat de emissie door houtstook bijna driemaal zo groot is. In Figuur 4.7 is de PM2,5 emissie van houtstook vergeleken met de verkeersemissie. De emissie van verkeer neemt de komende jaren (verder) af, maar er zijn aanwijzingen dat het aantal vuurhaarden toeneemt. Het is niet bekend met hoeveel en welke consequenties dit zal hebben voor de emissies.
Het is reëel om te verwachten dat de emissies door vuurhaarden eerder zal toenemen dan zal afnemen. In de figuur is dit vertaald door de emissie van de houtstook in alle jaren gelijk gehouden.
Emissie PM2,5 in de gemeente Leidschendam-Voorburg naar bron 12.500
autosnelweg
E mis s ie P M 2 ,5 in kg/jaar
gemeentelijke wegen houtstook
10.000
7.500
5.000
2.500
0 2014
2015
2020
2030
Zic htjaren
Figuur 4.7:
Verkeersemissie van PM2,5 en geschatte PM2,5 emissie door houtstook in de gemeente Leidschendam-Voorburg PM2,5, in 2014 in kg/jaar
Door het ontbreken van gegevens over de individuele vuurhaarden, zoals locatie en werkelijke emissie, is het niet mogelijk om een direkte relatie te leggen met de lokale concentraties. De emissie van houtstook is impliciet opgenomen in de achtergrondconcentratie en zodoende ook in de lokale concentraties.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
11
4.3.5
Blootstelling van de inwoners
De luchtkwaliteit is voor alle panden berekend en op basis daarvan is de luchtkwaliteit waaraan de inwoners blootgesteld worden vastgesteld. De resultaten daarvan zijn in deze paragraaf voor vier stoffen per stof beschreven. Blootstelling inwoners aan NO2 In Figuur 4.8 is de blootstelling van de inwoners naar concentratieklasse van NO2 gegeven voor de vier verschillende jaren. In 2014 is de hoogste concentratie NO2 waaraan inwoners blootgesteld worden 40,45 µg/m3. Dit is vanwege de afrondingsregel NEN1047a nog net geen overschrijding van de grenswaarde van 40 µg/m3. In 2014 worden alle inwoners blootgesteld aan een hogere NO2 concentratie dan de WHO-advieswaarde. De hoogste blootstellingen is in Voorburg-centrum langs de Parkweg en Laan van Nieuw Oosteinde. In 2030 wordt, volgens de huidige inzichten, nog bijna 30% van de inwoners blootgesteld aan een hogere NO2 concentratie dan de WHO-advieswaarde van 20 µg/m3. De hoogste NO2 concentratie waaraan inwoners blootgesteld worden in 2030 is 24,96 µg/m3.
Blootstelling inwoners naar concentratieklasse NO2 80.000
NO2 in 2014 NO2 in 2015
70.000
NO2 in 2020 NO2 in 2030
A antal inwoners
60.000
50.000
40.000
30.000
20.000
10.000
0
C onc entratieklas s e in µg/m3
Figuur 4.8:
a
www.lichtverkeer.nl
Blootstelling inwoners naar concentratieklasse NO 2
Voor de toetsing aan de grenswaarden wordt de concentratie afgerond op een hele waarde, waarbij conform de NEN1047 een half afgerond wordt naar het dichtstbijzijnde hele even getal.
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
12
Blootstelling inwoners aan PM10 In Figuur 4.9 is de blootstelling van de inwoners naar concentratieklasse weergegeven voor PM10. De hoogste PM10 concentratie is met 23,63 µg/m3 ver beneden de grenswaarde van 40 µg/m3, maar nog wel ruim boven de WHOadvieswaarde. In 2014 wordt meer dan 90% van de inwoners blootgesteld aan een hoger PM10 concentratie dan de WHO-advieswaarde. In 2030 is dit volgens de huidige inzichten flink gedaald, maar nog altijd is ruim 20% van de inwoners blootgesteld aan aan een hogere PM 10 concentratie dan de WHO-advieswaarde. De daling is bij PM10 veel minder sterk dan bij NO2. De hoogste PM10 concentratie is gedaald van 23,63 µg/m3 in 2014 naar 22,22 µg/m3 in 2030.
Blootstelling inwoners naar concentratieklasse PM10 80.000
PM10 in 2014 PM10 in 2015
70.000
PM10 in 2020 PM10 in 2030
A antal inwoners
60.000
50.000
40.000
30.000
20.000
10.000
0
C onc entratieklas s e in µg/m3
Figuur 4.9:
Blootstelling inwoners naar concentratieklasse PM10
Blootstelling inwoners aan PM2,5 De spreiding in de PM2,5 concentratie is kleiner dan bij NO2 en PM10. Er zijn in 2014 geen inwoners die blootgesteld worden aan een concentratie hoger dan de grenswaarde van 25 µg/m3, maar wel worden alle inwoners blootgesteld aan een hogere concentratie dan de WHO-advieswaarde. De dalende trend is op basis van de huidige inzichten ook bij PM2,5 wel waarneembaar maar niet zo sterk. In 2030 worden daarom nog steeds alle inwoners blootgesteld aan een concentratie hoger dan de WHO-advieswaarde. De hoogste PM2,5 concentratie is gedaald van 15,23 µg/m3 in 2014 naar 12,79 µg/m3 in 2030.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
13
Blootstelling inwoners aan EC De concentraties van elementair koolstof (EC) liggen veel lager dan van de andere drie stoffen, maar het gezondheidseffect van deze lagere concentratie is wel groter. Er geldt voor EC nog geen grenswaarde en ook de WHO heeft hiervoor geen advieswaarde gegeven. Een concentratie boven de 1,5 µg/m3 wordt als ongewenst gezien. Voor de gezondheid van de inwoners zou gestreefd moeten worden naar een waarde lager dan 0,5 µg/m3. In Figuur 4.10 is de blootstelling van de inwoners per concentratieklasse van EC gegeven voor de vier jaren. Hiermee wordt geïllustreerd dat de trendmatige daling zorgt voor een lagere blootstelling. In 2014 worden minder dan 1% van de inwoners blootgesteld aan een concentratie hoger dan 1,5 µg/m3. Alle inwoners worden blootgesteld aan een EC-concentratie hoger dan de streefwaarde. In 2030 wordt volgens de huidige inzichten nog ruim 75% van de inwoners blootgesteld aan een concentratie hoger dan de streefwaarde.
Blootstelling inwoners naar concentratieklasse EC 80.000
EC in 2014 EC in 2015
70.000
EC in 2020 EC in 2030
A antal inwoners
60.000
50.000
40.000
30.000
20.000
10.000
0
C onc entratieklas s e in µg/m3
Figuur 4.10: Blootstelling inwoners naar concentratieklasse EC
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
14
4.3.6
Luchtkwaliteit per buurt
De gemeente Leidschendam-Voorburg bestaat uit 29 buurten. Vanwege de ligging ten opzichte van de autosnelwegen zijn de concentraties in de ene buurt lager dan in de andere buurt. In Figuur 4.11 zijn de 29 buurten weergegeven met daarbij de hoogste en laagste concentratie en de gewogen gemiddelde concentratie in de buurt voor NO2, PM10 en PM2,5. In de technische analyse zijn de gedetailleerde gegevens opgenomen en de concentraties van EC evenals de jaren 2015, 2020 en 2030. De hoogste en tevens grootste spreiding komt voor in de buurten VoorburgNoord, Voorburg-West en Voorburg-Oud. Door de grootte van het gebied is de spreiding ook groot in het Landelijk gebied Stompwijk. Buurten met de laagste concentraties zijn Duivenvoorde en Stompwijk.
Figuur 4.11: Hoog, laag en gewogen gemiddelde concentratie NO2, PM10 en PM2,5 per buurt in 2014
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
15
4.3.7
Gevoelige bestemmingen
Op basis van het advies van de GGD is in het kader van dit actieplan door de gemeente een lijst van 86 gevoelige bestemmingen opgesteld. Deze gevoelige bestemmingen zijn gehuisvest in 54 panden. In Figuur 4.12 zijn de panden met een gevoelige bestemming in een grafiek afgebeeld naar afstand tot de dichtstbijzijnde weg en autosnelweg. De punten zijn gekleurd op basis van de NO2 concentratie in 2014.
Gevoelige bestemmingen en afstand tot weg resp. autosnelweg, gekleurd naar concentratie NO2 in 2014 500
0,0 - 20,5 µg/m3
450
20,5 - 22,5 µg/m3 22,5 - 24,5 µg/m3
A fs tand tot wegen in m
400
24,5 - 26,5 µg/m3 26,5 - 28,5 µg/m3
350
28,5 - 30,5 µg/m3 300
> 30,5 µg/m3
250 200 150 100 50 0 0
300
600
900
1200
1500
1800
A fs tand tot autos nelweg in m
Figuur 4.12: Panden met een gevoelige bestemming met afstand tot een weg en autosnelweg, gekleurd naar NO2 concentratie in 2014
In de figuur is de zone van 50 meter tot een weg (horizontale lijn) en de zone van 300 meter tot de autosnelweg (verticale lijn) blauw ingetekend. Er liggen 16 panden binnen de 50 meter zone van een weg. Er liggen 10 panden binnen de 300 meter zone van de autosnelweg, waarvan 2 ook binnen de 50 meter zone liggen. In totaal zijn er 24 panden die binnen de zones liggen en hierin zijn 40 van de 86 gevoelige bestemmingen gehuisvest. Gedetailleerde gegevens per gevoelige bestemming en een afbeelding met de locaties van de panden met gevoelige bestemmingen is in de Technische analyse opgenomen.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
16
5
Evaluatie gemeentelijk beleid
Gemeente Leidschendam-Voorburg spant zich sinds 2004 in om de lucht schoner te krijgen. De mogelijkheden die de gemeente daarvoor heeft zijn beperkt. De luchtverontreiniging in de gemeente worden grotendeels bepaald door bronnen van buiten de gemeente en het verkeer op de rijkswegen. Maar ook lokale bronnen en omstandigheden zijn debet aan de hoge concentraties. Verbetering van de luchtkwaliteit vergt dan ook een mix van maatregelen op verschillende schaalniveaus en met diverse aangrijpingspunten. Lokale maatregelen zijn nodig, naast de Europese, landelijke en provinciale maatregelen. Het effect van de maatregelen op de emissie en daarmee op de concentraties is vanwege de complexiteit van de luchtkwaliteit en concentraties technisch niet of hooguit bij benadering uit te drukken. Vast staat dat het geheel aan maatregelen er voor gezorgd heeft dat inmiddels in de gemeente en, op enkele hardnekkige punten na, ook in de rest van Nederland aan de normen voldaan wordt. In de periode 2004-2015 zijn tal van lokale en regionale maatregelen en activiteiten uitgevoerd. Het zijn met name maatregelen en activiteiten die aangrijpen op de uitstoot aan de bron, de keuze van aandrijftechniek van voertuigen, de mobiliteitskeuze, het rijgedrag en het vrachtverkeer. De maatregelen en de belangrijkste resultaten zijn in Tabel 5.1 gegeven. Nr
Maatregel
Resultaat
1
Minder emissie gemeentelijke voertuigen en machines
Eind 2015 bestaat het wagenpark van de gemeente uit 26 aardgasauto's, 25 dieselvoertuigen met roetfilter en 11 benzineauto's. Daarnaast is in 2015 een groot deel van de handgereedschappen vervangen door elektrische exemplaren.
2
Openbaar busvervoer op aardgas
Sinds 2009 rijdt het openbaar busvervoer volledig op aardgas.
3
Stimuleren van het rijden op aardgas
Begin 2012 telde de regio Haaglanden in totaal 611 aardgasvoertuigen en 4 aardgasvulpunten. Ondanks inspanningen heeft het rijden op aardgas/groengas niet de vlucht genomen die ervan werd verwacht. Het rijksbeleid is inmiddels gericht op stimulering van elektrisch rijden.
4
Stimuleren elektrisch rijden
De gemeente heeft in 2013 5 publieke oplaadpunten mogelijk gemaakt. In 2014 gevolgd door nog eens 42.
5
Duurzaam aanbesteden van publieke werken en diensten
De gemeente neemt standaard een duurzaamheidsparagraaf op in de aanbestedingen.
6
Promotie en training Het Nieuwe Rijden
In periode 2007-2009 zijn de principes van Het nieuwe rijden gepromoot tijdens de Week van de vooruitgang. In 2008 hebben 112 gebruikers van de gemeente een rijstijltraining gevolgd.
7
Minder en schoner vrachtverkeer
Uit vooronderzoek is gebleken dat een milieuzone geen significant verbetereffect zou opleveren. De gemeente heeft daarom hiervan afgezien. Vanaf 2009 is gewerkt aan een alternatief, namelijk de duurzame bevoorrading van de winkels, dynamisch verkeersmanagement (DVM) en Langzaam Rijden Gaat Sneller (LARGAS).
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
17
Nr
Maatregel
Resultaat
8
Vermindering gebruik tractoren
De mogelijkheden om de hinder van tractoren terug te dringen zijn beperkt en richt zich vooral op verkeersveiligheid. Het afsluiten van bepaalde routes bleek onhaalbaar. In overleg met de brancheorganisatie wordt gewerkt aan vermindering van de overlast en mogelijke invoering van 'venstertijden'.
9
Optimaliseren verkeersregelinstallaties Er zijn op vier trajecten optimalisaties uitgevoerd. (VRI’s)
10
Onderzoek aanpak lokale knelpunten
De Parkweg in Voorburg-centrum is de straat met de hoogste concentraties. Door overschakeling van het openbaar vervoer op aardgas is de luchtkwaliteit verbetert. Aanvullende (verkeers)maatregelen zijn onderzocht maar blijken verkeerstechnisch ongewenst te zijn.
11
Stimuleren gebruik van fiets en openbaar vervoer
Er zijn in het kader van UVP diverse projecten uitgevoerd om het (veilig) gebruik van fiets en openbaar vervoer te stimuleren.
12
Vervoersmanagement voor de gemeentelijke organisatie
Het opgestelde plan voor vervoersmanagement is niet geïmplementeerd omdat de uitgangspunten achterhaald bleken en weinig effectief werden geacht. Wel zijn er diverse andere maatregelen op het vlak van vervoersmanagement, maar die geen onderdeel uitmaakten van het plan, ingevoerd. Onder andere bevordering plaatsen tijdonafhankelijk werken, oplaadpunten e-bikes en eauto's bij gemeentekantoren.
13
Gedeeld autogebruik/autodate
Er zijn 13 autodeelplaatsen gerealiseerd.
14
Groenmaatregelen
Destijds werd nog verwacht dat groen een significant positief effect op de luchtkwaliteit zou hebben. Inmiddels is duidelijk dat er geen aantoonbare effecten verwacht mogen worden.
15
Energiebesparing en duurzame energie Gemeente heeft via het Klimaatplan forse successen geboekt en warmte in het stimuleren van energiebesparing en toepassen van zonnepanelen.
16
Verkeersprestatie op locatie (VPL)
Tabel 5.1:
Deze systematiek wordt toegepast bij de ontwikkelingen van grootschalige herstructureringen. Het is onder ander toegepast in Prinsenhof en Leidschendam-Centrum.
Evaluatie actieplan 2007-2015 en samenvatting van de resultaten van de maatregelen
In de Technische analyse is een uitgebreidere evaluatie opgenomen van de maatregelen.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
18
6
Ambitie en doelen
In Nederland zijn de normen en grenswaarden van de luchtkwaliteit vastgelegd in de Wet milieubeheer. De grenswaarden zijn een compromis tussen wat gezondheidskundig noodzakelijk is en wat economisch kan. Vanaf 2009 wordt door de overheden in Nederland gezamenlijk opgetrokken om de luchtkwaliteit te verbeteren. Onder invloed van maatregelen en Europese (emissie)normen zal de trend van dalende concentraties zal zich, volgens de huidige prognoses, de komende jaren blijven voortzetten. Dit is nodig ook want de World Health Organization (WHO) adviseert op basis van de gezondheidsstudies een maximale concentratie die veel lager liggen dan de grenswaarden. Ambitie ten aanzien van luchtkwaliteit De gemeente Leidschendam-Voorburg streeft naar een gezonde leefomgeving voor haar inwoners en bezoekers. Ze heeft daarom ten aanzien van de luchtkwaliteit de ambitie dat in 2030 geen enkele inwoner in de gemeente blootgesteld wordt aan een hogere concentratie dan de WHO-advieswaarden. Doel van dit actieplan luchtkwaliteit De gemeente kan dit niet alleen en roept de andere overheden en ook de burgers en bedrijven op om deze ambitie mede na te streven. De ambitie kan alleen gerealiseerd worden als alle partijen hun verantwoordelijkheid nemen en een bijdrage leveren. Dit betekent meer doen dan in het huidige beleid geformuleerd is en verder gaan dan wat economisch altijd het voordeligste is.
Het doel is dat in 2020 de emissie van verontreinigende stoffen in de gemeente tenminste 10% lager is dan de autonome ontwikkeling. Daarnaast is het doel om maatregelen of beleid te formuleren waarmee mensen die gevoelig zijn voor de luchtverontreiniging, bijvoorbeeld door ziekte of leeftijd, extra te beschermen. Met dit actieplan wil de gemeente bijdragen aan het formuleren van beleid en een aanzet geven tot het uitvoeren van maatregelen in de komende vier jaar.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
19
7
Acties
In de gemeente Leidschendam-Voorburg worden de grenswaarden niet meer overschreden. De concentraties zijn echter nog wel hoog en dalen volgens de huidige inzichten de komende jaren naar minder hoge niveaus maar komen nog niet overal onder de WHO-advieswaarden. De gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving voor haar inwoners en bezoekers en heeft ten aanzien van de luchtkwaliteit de ambitie dat in 2030 geen enkele inwoner in de gemeente blootgesteld wordt aan een hogere concentratie dan de WHOadvieswaarden. De horizon van dit actieplan luchtkwaliteit reikt echter niet tot 2030. De bijdrage van dit actieplan heeft daarom een kortere horizon. Het doel is om te zorgen dat in 2020 de emissie van verontreinigende stoffen in de gemeente tenminste 10% lager is dan de autonome ontwikkeling nu aangeeft. Daarnaast is het doel om acties of beleid te formuleren waarmee mensen die gevoelig zijn voor de luchtverontreiniging, bijvoorbeeld door ziekte of leeftijd, extra te beschermen. Hiervoor wordt samengewerkt met de GGD-Haaglanden. De mogelijkheden die de gemeente heeft om de luchtkwaliteit te verbeteren zijn beperkt. De luchtverontreiniging in de gemeente wordt immers voor een groot deel bepaald door bronnen van buiten de gemeente en het verkeer op de autosnelwegen. Reeds vanaf 2003 wordt er in Nederland gezocht naar effectieve en haalbare lokale maatregelen en acties.
Dit is met de komst van het NSL in 2009 in een stroomversnelling geraakt. Het CROW heeft op basis van de vele maatregelen die in Nederland zijn bedacht en in de praktijk gebracht een lijst opgesteld: de SOLVE-maatregelenmixa. In de SOLVE-maatregelenmix zijn in totaal 68 maatregelen en acties opgenomen. Per maatregel is de (mogelijke) wijze van implementatie en de effecten in factsheets samengevat. Daarnaast zijn er voor zover mogelijk voorbeelden gegeven. De SOLVE-maatregelenmix is een belangrijke bron om acties voor dit actieplan luchtkwaliteit te selecteren. Daarnaast is gebruik gemaakt van het actieplan Den Haag[13] en van de input op de bewonersavond in het kader van de Duurzaamheidsagenda op 12 oktober 2015. Ook is gekeken naar maatregelen die in een eerder stadium al onderzocht zijn en deze zijn opnieuw op haalbaarheid en wenselijkheid beoordeeld. De maatregelen zijn gekozen op relevantie, implementatie mogelijkheden en bijdrage aan ambitie van de gemeente binnen het kader van dit actieplan. Uit alle mogelijke maatregelen zijn de volgende 8 acties als haalbaar en voldoende bijdragend aan de ambitie geformuleerd: 1. Uitbreiding publiek laadnetwerk elektrische auto's 2. Vervoermanagementplan gemeente 3. Promotie fietsgebruik 4. Emissie-arme voertuigen en machines 5. Minder en schonere houtstook 6. Maatadvies bestaande gevoelige bestemmingen 7.
Onderzoek verruiming criteria medische urgentie 8. Beleidslijn gevoelige bestemmingen bij ruimtelijke plannen
a
www.lichtverkeer.nl
SOLVE staat voor 'snelle oplossingen voor lucht en verkeer' en is een product van het CROW in samenwerking met de overheid en experts.
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
20
Voor elk van deze acties is een factsheet gemaakt. In de factsheet is de bijdrage van de actie aan de ambitie en een toelichting beschreven. De kosten zijn een schatting op basis van de hiervoor genoemde bronnen. In de factsheets is tevens een inschatting gegeven van het (mogelijke) effect van de actie op de emissie en luchtkwaliteit. Het uiteindelijke effect van de acties is afhankelijk van de gekozen invulling en omvang van de acties. Door de complexiteit van de samenstelling van de luchtkwaliteit kan het effect van een individuele actie vaak niet en soms alleen bij benadering vastgesteld worden. De factsheets van de 8 acties zijn op de volgende paragrafen gegeven. De gemeente wil haar inwoners en bedrijven goed informeren en wil de beschikbare gegevens en de voortgang van de acties op een voor iedereen toegankelijke wijze ontsluiten. Voor de Duurzaamheidsagenda wordt in dat kader een communicatieplan opgesteld. De communicatie over de luchtkwaliteit en de ontsluiting van de gegevens maakt onderdeel uit van dat communicatieplan.
www.lichtverkeer.nl
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
21
7.1.1
Uitbreiding publiek laadnetwerk elektrische auto's
Project GL 1
Uitbreiding publiek laadnetwerk elektrische auto's
Bijdrage aan ambitie
De overschakeling naar elektrisch autorijden draagt bij aan een gezondere leefomgeving. Volledige elektrische aandrijving emitteert lokaal geen of nauwelijks verontreinigende stoffen. Daarnaast draagt de overschakeling naar elektrisch rijden bij aan minder verkeersgeluid en bij gebruik van groene stroom ook aan minder CO2-uitstoot.
Toelichting
De vraag naar oplaadpunten voor elektrische auto’s in de openbare ruimte zal de komende jaren naar verwachting sterk (door)groeien. Grofweg 70% van alle autorijders heeft geen mogelijk om bij eigen woning een oplaadmogelijkheid te realiseren. Om de groei van elektrisch rijden te faciliteren is het daarom essentieel dat het bestaande netwerk van 47 oplaadpunten in de openbare ruimte fors en vlot wordt uitgebreid. De gemeente streeft naar een vraaggestuurde uitbreiding van het aantal oplaadpunten en wil daarbij zo veel mogelijk rekening houden met lokale parkeerdruk. Hulpmiddel daarbij is een actuele kaart van de potentiële vraag naar openbare oplaadpunten en de mogelijk geschikte locaties voor oplaadplekken. De ambitie is een vraagdekkend basisnetwerk van oplaadpunten in 2020. Het tussendoel is dat vanaf 2018 of zoveel eerder als mogelijk de markt de verdere uitrol van oplaadpunten overneemt, inclusief de exploitatie en het onderhoud van alle dan bestaande publieke oplaadpunten. De gemeente faciliteert en de behoudt de regie over de openbare ruimte. De gemeente stelt daartoe heldere regels vast waaronder de markt oplaadpunten mag bijplaatsen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor realisatie en onderhoud van bebording en markering van de oplaadplekken in de openbare ruimte.
Voor 2016 is het tussendoel de realisatie van 40 extra oplaadpunten (20 laadpalen) en het vaststellen van de bedoelde regels voor de markt.
www.lichtverkeer.nl
Effect op de luchtkwaliteit
Een elektrische auto emitteert lokaal geen of nauwelijks verontreinigende stoffen. Daardoor kan er een lineair verband verondersteld worden tussen het aantal voertuigen dat overstapt op elektrische aandrijving en de daling van de emissie. Voor elke procent van het wagenpark dat overstapt op elektrisch rijden daalt de verkeersemissie met circa 1%. Het effect op de concentratie is kleiner en per stof verschillend, omdat de concentratie voor een deel bestaat uit de lokale emissie maar voor het grootste deel uit bijdragen van andere bronnen en achtergrondconcentraties.
Rol van de gemeente
Uitvoerder naar kaderstellend (facilitator)
Relatie andere programma's
Uitvoeringsprogramma Verkeer- en Vervoerplan, Actieplan Luchtkwaliteit, Uitvoeringsprogramma Klimaatplan, Actieplan geluid
Uitvoeringsjaar
2016-2018
Financiën
In 2016 een bedrag van € 25.000 In 2017 en 2018 elk een bedrag van € 40.000
Ureninzet
Nader te bepalen
Betrokken partners
Inwoners, bedrijven, instellingen, laadpaalproviders
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
22
7.1.2
Vervoermanagementplan gemeente
Project GL 2
Vervoermanagementplan gemeente
Bijdrage aan ambitie
Vervoermanagement heeft onder andere tot doel het woonwerkverkeer en het zakelijk verkeer van medewerkers te verduurzamen. Een gemeentelijk vervoersmanagementplan leidt tot efficiënter en duurzamer voertuiggebruik door gemeentelijke medewerkers. Dit draagt bij aan vermindering van de uitstoot van CO2, fijn stof en stikstofdioxide en ook van verkeersgeluid. Dit project draagt bij aan een gezondere leef- en werkomgeving en aan de uitstraling van een duurzame gemeente.
Toelichting
In het Verkeers- en Vervoersplan (VVP 2014) is vastgelegd dat de gemeente een vervoermanagementplan opstelt, gericht op duurzamere mobiliteit en de voorbeeldfunctie die de gemeente heeft op dit gebied. Daarnaast vormt het concrete knelpunt van de parkeerdruk rondom gemeentekantoren een reden tot het opstellen van een gemeentelijk vervoersmanagementplan. De gemeente wil het vervoersmanagementplan verder uitwerken. Als onderdeel daarvan gaan in 2016 twee nieuwe gemeentelijke reiskostenregelingen voor woon-werkverkeer en dienstreizen in. Aansluitend daarop wil de gemeente nadere maatregelen uitwerken om medewerkers te stimuleren tot duurzamere mobiliteit. Daarnaast sluit de gemeente zich aan bij het Convenant Bereikbaarheid Haaglanden. het doel daarvan is om samen met andere gemeenten en bedrijven binnen de regio werk te maken van onder andere filebestrijding, "Het nieuwe werken" en CO 2reductie.
www.lichtverkeer.nl
Effect op de luchtkwaliteit
Het effect van het plan op de emissies van de verkeersbewegingen die geraakt worden door dit plan is groot. Het aantal verkeersbewegingen dat geraakt wordt is ten opzichte van het totaal aantal verkeersbewegingen in de gemeente relatief klein. Daardoor is ook het effect op de totale emissie en de totale luchtkwaliteit beperkt. Een goed voorbeeld zal een spin-off werking hebben waardoor meer partijen meedoen en het totale effect groter wordt.
Rol van de gemeente
Uitvoerder eigen organisatie
Relatie andere programma's
-
Uitvoeringsjaar
2016-2017
Financiën
Te dekken uit reguliere middelen
Ureninzet
Nader te bepalen
Betrokken partners
GO en OR
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
23
7.1.3
Promotie fietsgebruik
Project GL 3
Promotie fietsgebruik
Bijdrage aan ambitie
Meer fietsgebruik draagt bij aan een leefbare, bereikbare en gezonde gemeente. Fietsen is gemakkelijk, snel, gezond, stil, schoon en klimaatneutraal. De fiets neemt veel minder ruimte in dat de auto. Fietsen draagt bij aan de gezondheid van de gebruikers en het helpt tegen overgewicht, depressies en hart- en vaatziekten. Het bevorderen van het fietsgebruik is daarom een belangrijk onderdeel van het Verkeers- en Vervoerplan (VVP). Doel is het fietsgebruik in de periode tot 2020 met 30% te laten groeien en in de periode tot 2040 met 50%.
Toelichting
Leidschendam-Voorburg wil het fietsgebruik stimuleren en zich profileren als fietsgemeente. Daartoe worden zowel harde maatregelen (verbetering van de infrastructuur en stallingsmogelijkheden) als zachte maatregelen (bewegwijzering, informatie, promotie) getroffen. In het Uitvoeringsprogramma van het VVP zijn de volgende nog uit te voeren fietsmaatregelen opgenomen: • Fietsenstallingen RR stations L’dam-VB en VB ’t Loo; • Quick wins aanpak veilig fietsen; • Fietsverbinding achter CBS-locatie / Sterroute L’veen; • Fietsverbinding Weigelia; • Verlengde Velostrada ( in 2 delen); • Asfalteren van fietspaden; • Verbetering bewegwijzering en promotie; • Kleinschalige maatregelen op schoolroutes; • Mobiliteitsmanagementplan gemeentelijke organisatie; • Schoolverkeersexamen mogelijk maken; • Fietsvriendelijke afstelling verkeerslichten. De kosten van deze maatregelen worden grotendeels gedekt uit het VVP. Voor het opstellen van een meerjarenplan voor communicatie en promotie fietsgebruik is aanvullend budget vanuit de Duurzaamheidsagenda gewenst.
www.lichtverkeer.nl
Effect op de luchtkwaliteit
Het effect van meer fietsgebruik op de luchtkwaliteit is evident. Een rit op de fiets emitteert geen verontreinigende stoffen en is daarmee een snel een schoon vervoermiddel. Hoe meer de fiets gebruikt wordt in plaats van de auto hoe minder emissie en impliciet dus een betere luchtkwaliteit. Het effect is meetbaar als bekend is hoeveel autoritten bespaard wordt.
Rol van de gemeente
Uitvoerder
Relatie andere programma's
UVP Verkeer- en Vervoerplan, Actieplan Luchtkwaliteit, UP Klimaatplan, Actieplan geluid, Sportvisie, Gezondheidsbeleidsplan
Uitvoeringsjaar
2016-2020
Financiën
€ 10.000 in 2016 voor het opstellen van een fietspromotieplan € 5000 per jaar in 2017 t/m 2020 voor de uitvoering van het plan
Ureninzet
Nader te bepalen
Betrokken partners
Fietsersbond
Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 - Hoofdrapport
24
7.1.4
www.lichtverkeer.nl
Emissie-arme voertuigen en machines
Project GL 4
Emissie-arme (gemeentelijke) voertuigen en machines
Bijdrage aan ambitie
Overschakeling op schone, zuinige en stille motor-technieken draagt bij aan een gezonde, leefbare en klimaatneutrale gemeente. Het draagt bij aan minder uitstoot van CO 2 en luchtverontreinigende stoffen zoals fijn stof en stikstofdioxide. Ook zijn deze machines en voertuigen stiller en dragen daarmee bij aan de beperking van de geluidhinder. Tevens draagt de overschakeling bij aan betere en gezondere arbeidsomstandigheden voor de gebruikers van gemotoriseerde voertuigen en machines.
Toelichting
De gemeente streeft naar een doelmatig en duurzaam wagenpark. Dit betekent streven naar emissie-arme voertuigen en machines waarbij de voertuigen en machines wel voldoen aan de functionele eisen. In het Verkeer- en Vervoerplan 2014 (VVP) is opgenomen in te zetten op de transitie naar schonere brandstoffen en zuinigere voertuigen. De gemeente wil via investeringen in het eigen wagenpark het goede voorbeeld geven. In 2016 wil de gemeente de mogelijkheden tot verdere verduurzaming en de efficiëntie van (het gebruik van) het wagenpark onderzoeken.
Effect op de luchtkwaliteit
Het effect van het plan op de emissie van de gemeentelijke voertuigen en machines is groot. De potentiële bijdrage van dit project aan de algehele milieuverbetering is echter vanwege de relatieve omvang beperkt. De bijdrage als voorbeeldfunctie van de gemeente - ook als werkgever - is wezenlijk.
Rol van de gemeente
Uitvoerder
Relatie andere programma's
UVP Verkeer- en Vervoerplan, Actieplan Luchtkwaliteit, UP Klimaatplan, Actieplan geluid
Uitvoeringsjaar
2016-2020
Financiën
Investeringsprogramma wagenpark en gereedschap SB
Ureninzet
Nader te bepalen