CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2969 Bijlage 4g quick scan ecologie

Raadsvergadering 30 mei 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingsplan "KPP Oosteinde 208 Voorburg".16.233 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage: 2

ECOLOGISCHE QUICKSCAN KLEIN PLASPOELPOLDER

M I L I E U B E H E E R

TE LEIDSCHENDAM-VOORBURG

Ecologische ecologische quickscan Naamstraat te Naamplaats Projectcode: NAAMCODE

Bijlage

ECOLOGISCHE QUICKSCAN KLEIN PLASPOELPOLDER TE LEIDSCHENDAM-VOORBURG

Colofon

Opdrachtgever:

Gemeente Leidschendam-Voorburg Postbus 1005 2260 BA Leidschendam

Adviesbureau:

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 -249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl

Projectfoto's:

Dhr. A. Kolders (foto voorzijde: halsbandparkiet en zilvermeeuw)

© VanderHelm Milieubeheer B.V.

Projectcode:

20171527

Status / versie

Definitief

Datum

19 januari 2018

Verantwoording

Auteur

Dhr. ing. A. Kolders

Kwaliteitscontrole

Mevr. M. Kortlever-Boer MSc

Vrijgave

Dhr. ing. A.A. Heijboer

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

2

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 4 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................................................ 4 1.2 DOELSTELLING ......................................................................................................................................................... 4 1.3 DESKUNDIGHEID ...................................................................................................................................................... 4 1.4 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK ........................................................................................................................................ 4 1.5 KWALITEITSBORGING................................................................................................................................................. 5 1.6 VERANTWOORDING .................................................................................................................................................. 5 2. PROJECTGEBIED.................................................................................................................................................

6 2.1 HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................................................... 6 2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN ............................................................................................................... 7 3. WERKWIJZE ....................................................................................................................................................... 8 3.1 BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................................. 8 3.2 VELDONDERZOEK ..................................................................................................................................................... 8 4. ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................................................ 9 4.1 BESCHERMDE SOORTEN ............................................................................................................................................. 9 4.2 BESCHERMDE GEBIEDEN ..........................................................................................................................................

23 4.3 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................................ 23 5. TOETSING AAN WETGEVING.............................................................................................................................24 5.1 BESCHERMDE SOORTEN............................................................................................................................................ 24 5.2 BESCHERMDE GEBIEDEN .......................................................................................................................................... 30 5.3 HOUTOPSTANDEN .................................................................................................................................................. 30 6. CONCLUSIE EN VERVOLGSTAPPEN ....................................................................................................................31 6.1 RESULTATEN EN VERVOLGSTAPPEN ............................................................................................................................. 31 REFERENTIELIJST ..................................................................................................................................................34

BIJLAGEN 1. REGIONALE SITUATIEKAART 2. W ETTELIJKE EN BESTUURLIJKE KADERS NATUURBESCHERMING 3. FOTO’S TER PLAATSE 4. EFFECTENINDICATOR

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

3

1. INLEIDING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van de gemeente Leidschendam-Voorburg opdracht gekregen voor het uitvoeren van een ecologische quickscan ter plaatse van vier terreinen (Avalex, Total, Damsigt en gemeentewerf) in het gebied Klein Plaspoelpolder te LeidschendamVoorburg. 1.1 AANLEIDING De aanleiding tot deze ecologische quickscan zijn de voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied. Het Avelex terrein, de voormalige gemeentewerf, het Damsigt kantoor en het Total benzinestation worden gesloopt waarna nieuwbouw wordt gerealiseerd. Tijdens de planvorming dient inzichtelijk te worden gemaakt of door de werkzaamheden een negatief effect kan ontstaan op beschermde flora en fauna, beschermde natuurgebieden en houtopstanden. Indien hier sprake van is dient te worden bepaald of deze negatieve effecten kunnen worden voorkomen en of er sprake is van een ontheffing- of meldingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. 1.2 DOELSTELLING Het doel van een ecologische quickscan is om te bepalen of rekening dient te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Dit doel wordt opgesplitst in de volgende subdoelen.

 het verkrijgen van inzicht in de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora- en fauna in of nabij het projectgebied en het verkrijgen van inzicht in de (mogelijke) effecten van de werkzaamheden op de eventueel aanwezige beschermde soorten;  het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden in of nabij het projectgebied en bepalen of een toetsing nodig is van de effecten van de werkzaamheden op eventueel aanwezige beschermde natuurgebieden;  het verkrijgen van een inzicht in de aanwezigheid van beschermde houtopstanden. 1.3 DESKUNDIGHEID De uitvoerend ecologen voldoen aan ten minste één van de door het Ministerie van Economische Zaken genoemde voorwaarden en zijn daarmee gekwalificeerd als deskundige. Deze voorwaarden zijn vermeld in box 1. Box 1: Deskundigheid (Bron: Ministerie van Economische Zaken) Het Ministerie van Economische Zaken verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie.

De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige: ▪ op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of ▪ op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of ▪ als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals de Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied); en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of soortenbescherming.

1.4 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK De ecologische quickscan betreft een onderzoek naar onder andere de (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij het projectgebied. Het onderzoek is gebaseerd op een bureaustudie en een éénmalig veldbezoek. Voor een volledige inventarisatie van alle aanwezige flora en fauna ter plaatse van het projectgebied dient een soortgericht onderzoekt te worden uitgevoerd wat, veelal gebonden is aan bepaalde perioden in het jaar. Uit een soortgericht onderzoek kan naar voren komen dat beschermde soorten aanwezig zijn en dat daarop een negatief effect ontstaat. Mitigerende en/of compenserende maatregelen zijn dan nodig en Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

4

mogelijk dient een ontheffing te worden aangevraagd om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze vervolgstappen zijn geen onderdeel van de ecologische quickscan. De werkzaamheden die in dit onderzoek worden getoetst aan de Wet natuurbescherming zijn beschreven in paragraaf 2.2. 1.5 KWALITEITSBORGING VanderHelm Milieubeheer B.V. is lid van het ‘Netwerk Groene Bureaus (NGB) - Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging’. De werkzaamheden die door VanderHelm Milieubeheer B.V. worden uitgevoerd, zijn gebaseerd op het door de NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). VanderHelm Milieubeheer B.V. is VCA** (versie 2008/05) gecertificeerd. Onderhavig project is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. Dit kwaliteitssysteem is gecertificeerd conform de norm ISO 9001:2008. 1.6 VERANTWOORDING VanderHelm Milieubeheer B.V. is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het gevoerde onderzoek.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

5

2. PROJECTGEBIED 2.1 HUIDIGE SITUATIE Het projectgebied is gelegen in het gebied Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg. Het projectgebied bestaat uit vier terreinen: Total langs de Oude Trambaan. De Total bestaat uit een benzinestation met aan de westkant een watergang en bomen. Het Avalex gebouw langs de Nieuwe Havenstraat. Avalex betreft een afvalverwerkingsbedrijf met diverse gebouwen op het terrein. Op het terrein staan diverse bomen en struiken en aan de zuidkant ligt een watergang. De voormalige gemeentewerf langs de Nieuwe Havenstraat daar staan eveneens diverse gebouwen, bomen en struiken op het terrein. Aan de oostkant en zuidkant is een watergang gelegen. Het kantoor Damsigt betreft een hoog gebouw en bevindt zich langs de Oosteinde. Aan de zuidkant van Damsigt bevindt zich een opslag terrein waarlangs diverse bomen staan. De omgeving van het projectgebied bestaat uit de bebouwde kom van gemeente LeidschendamVoorburg en net ten noordwesten van het projectgebied bevindt zich het Sytwendepark. De begrenzing van het projectgebied wordt weergegeven in afbeelding 1 en voor de regionale ligging van het projectgebied wordt verwezen naar bijlage 1. Een fotografische weergave van het projectgebied is opgenomen in bijlage 3. Tabel 1: Gegevens projectgebied Projectgebied: Straat: Plaats: Gemeente: Provincie: Kilometerhok (Rijksdriehoekscoördinaten):

Total, Avalex, Damsigt en Gemeentewerf Oosteinde, Nieuwe havenstraat, Johan David Zocherstraat, Oude trambaan Leidschendam Leidschendam-Voorburg Zuid-Holland X: 86, Y: 455

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

6

Afbeelding 1: Begrenzing projectgebied van de vier deellocaties: Total, Damsigt, Avalex en gemeentewerf

2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN In de toekomst worden de gebouwen Total, Damsigt, Avalex en de voormalige gemeentewerf gesloopt en hier zal in de komende jaren een woonwijk worden gerealiseerd. De planning van de werkzaamheden is tijdens de uitvoering van de ecologische quickscan niet bekend.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

7

3. WERKWIJZE Het onderzoek is gebaseerd op de ethische code van het Netwerk Groene Bureaus - Branchevereniging voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging (juni 2008 en februari 2010). Ten behoeve van het onderzoek zijn een bureaustudie en een veldonderzoek uitgevoerd. 3.1 BUREAUONDERZOEK De bescherming van soorten is onderverdeeld in drie categorieën: vogels, Europees beschermde soorten (van de Habitatrichtlijn bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I) en nationaal beschermde soorten. Provincie Zuid-Holland heeft een aantal nationaal beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën van de lijst van nationaal beschermde soorten vrijgesteld voor projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Sommige vogels genieten een dubbele bescherming omdat deze zijn opgenomen in de Vogelrichtlijn en het Verdrag van Bern II. In onderhavige ecologische quickscan is uitgegaan van de Vogelrichtlijn omdat deze verbodsbepalingen strenger zijn met betrekking tot opzettelijk storen. Om te bepalen welke beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in het projectgebied zijn verscheidene verspreidingsatlassen, verspreidingskaarten, de NDFF en jaarverslagen geraadpleegd. De informatie uit deze atlassen is niet altijd actueel en veelal op uurhok weergegeven (5 x 5 km).

Hierdoor kunnen deze gegevens voor het projectgebied enkel als richtlijn worden toegepast en tijdens het veldbezoek worden getoetst. Aan de hand van gegevens van provincie Zuid-Holland en van het Ministerie van Economische Zaken is bepaald of beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en belangrijk weidevogelgebied) aanwezig zijn in of nabij het projectgebied. Voorts is bepaald of de houtopstand in het projectgebied:  buiten de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ staat;  de beplantingen van bomen groter is dan 10 are;  een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat. 3.2 VELDONDERZOEK Door een deskundig ecoloog is een veldbezoek uitgevoerd, waarbij is bepaald welke van de in de omgeving voorkomende beschermde soorten op basis van het aanwezige biotoop aanwezig kunnen zijn. Hierbij is specifiek gelet op individuen en sporen zoals uitwerpselen en nesten van beschermde soorten. De tabellen 2 en 3 bevatten respectievelijk de gegevens van het uitgevoerde veldbezoek en de weersomstandigheden. Tabel 2: gegevens veldbezoek Datum Activiteit

11-01-2018

Veldbezoek

Tabel 3: Weersomstandigheden* Temperatuur (°C) Datum Min. Max. *

Soortgroep Flora Vogels Vleermuizen Vissen Amfibieën Grondgebonden zoogdieren Reptielen Schelpdieren

Overheersende windrichting -kracht (Bft)

11-01-2018 2,8 7,6 N2 Weersomstandigheden ter plaatse van weerstation Rotterdam (bron: KNMI)

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

Tijdstip (vanaf)

13:00 uur

Uitvoerende(n)

A. Kolders

Bewolking

Neerslag (mm)

Geheel bewolkt

0,0

8

4. ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 BESCHERMDE SOORTEN In § 4.1.1 zijn de resultaten van de bureaustudie weergegeven. In een tabel is aangegeven welke soorten worden verwacht op basis van verspreidingsgegevens. In § 4.1.2 zijn de resultaten van het veldbezoek opgenomen. Aangegeven is welke soorten zijn aangetroffen en op basis van het aanwezige biotoop kunnen worden verwacht of worden uitgesloten. 4.1.1 BUREAUONDERZOEK In tabel 4 zijn beschermde soorten weergegeven die op basis van het bureauonderzoek (verspreidingsgegevens) in het projectgebied kunnen worden verwacht. Tabel 4: Verwachte beschermde flora- en faunasoorten in het projectgebied op basis van het bureauonderzoek. Soortgroep Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Beschermde status

Vogels

Vleermuizen

Grondgebonden zoogdieren

inheemse vogels

Aves

buizerd

Buteo buteo

slechtvalk

Falco peregrinus

gierzwaluw

Apus apus

huismus

Passer domesticus

sperwer

Accipiter nisus

boerenzwaluw

Hirundo rustica

boomkruiper

Certhia brachydactyla

ekster

Pica pica

grote bonte specht

Dendrocopos major

koolmees

Parus major

pimpelmees

Cyanistes caeruleus

spreeuw

Sturnus vulgaris

zwarte kraai

Corvus corone

zwarte roodstaart gewone dwergvleermuis

Bron* 1,2,3,4

Phoenicurus ochrurus Pipistrellus pipistrellus

Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, categorie 4 Vogelrichtlijn, categorie 3 Vogelrichtlijn, categorie 2 Vogelrichtlijn, categorie 2 Vogelrichtlijn, categorie 4 Vogelrichtlijn, categorie 5 Vogelrichtlijn, categorie 5 Vogelrichtlijn, categorie 5 Vogelrichtlijn, categorie 5 Vogelrichtlijn, categorie 5 Vogelrichtlijn, categorie 5 Vogelrichtlijn, categorie 5 Vogelrichtlijn, categorie 5 Vogelrichtlijn, categorie 5 Europees beschermd

ruige dwergvleermuis

Pipistrellus nathusii

Europees beschermd

1,2,3

laatvlieger

Eptesicus serotinus

Europees beschermd

1,2,3

meervleermuis

Myotis dasycneme

Europees beschermd

1,2,3

rosse vleermuis

Nyctalis noctua

Europees beschermd

1,2,3

watervleermuis

Myotis daubentonii

Europees beschermd

1,2,3

bosmuis

Apodemus sylvaticus

Vrijgesteld

1,2,3,4

bunzing

Mustela nutorius

Vrijgesteld

1,2,3,4

dwergmuis

Micromys minutus

Vrijgesteld

1,2,3,4

dwergspitsmuis

Sorex minutus

Vrijgesteld

1,2,3,4

egel

Erinaceus europaeus

Vrijgesteld

1,2,3,4

gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Vrijgesteld

1,2,3,4

hermelijn

Mustela erminea

Vrijgesteld

1,2,3,4

huisspitsmuis

Crocidura russula

Vrijgesteld

1,2,3,4

konijn

Oryctolagus cuniculus

Vrijgesteld

1,2,3,4

rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Vrijgesteld

1,2,3,4

veldmuis

Microtus arvalis

Vrijgesteld

1,2,3,4

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

1,2,3 1,2,3,4 1,2,3 1,2,3 1,2,3,4 1,2,3,4 1,2,3,4 1,2,3,4 1,2,3,4 1,2,3,4 1,2,3,4 1,2,3,4 1,2,3,4 1,2,3,4 1,2,3,4

9

Amfibieën

vos

Vulpes vulpes

Vrijgesteld

1,2,3,4

wezel

Mustela nivalis

Vrijgesteld

1,2,3,4

bruine kikker

Rana temporaria

Vrijgesteld

1,2,3,4

gewone pad

Bufo bufo

Vrijgesteld

1,2,3,4

1,2,3,4 Legenda: Vogelrichtlijn: is van toepassing op alle inheemse vogels. Europees beschermd: deze soorten zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I. Vrijgesteld: deze soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en vrijgesteld door provincie ZuidHolland. Vogels, categorie 2: nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus); Vogels, categorie 3: nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing.

De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk); Vogels, categorie 4: nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil); Vogels, categorie 5: nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen; Bron: 1 = verspreidingsatlas. 2 = www.telmee.nl. 3 = inschatting op basis van het biotoop (m.b.v. Google Maps). 4 = NDFF kleine watersalamander

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ *

Lissotriton vulgaris

Vrijgesteld

4.1.2 VELDONDERZOEK Op basis van het veldbezoek is bepaald welke beschermde soorten aanwezig zijn of op basis van biotoopkenmerken kunnen worden verwacht in het projectgebied. In tabel 5 zijn deze soorten weergegeven. Beschermde soorten die niet in deze tabel zijn opgenomen worden op basis van de bureaustudie en het veldbezoek van de ecologische quickscan niet verwacht. Voor soorten die niet in deze tabel zijn opgenomen geldt alleen de zorgplicht. Als aanvulling op de tabel is per soortgroep meer informatie gegeven. Hier is voor alle uit de bureaustudie naar voren gekomen soorten behandeld waarom deze soorten worden verwacht of uitgesloten. Voor alle verwachte soorten zijn de gebiedsfuncties en de beschermde elementen volgens de Wet natuurbescherming beschreven.

Tabel 5: Aanwezige en verwachte beschermde flora- en faunasoorten in het projectgebied op basis van het veldonderzoek Beschermde Aangetroffen Wetenschappelijke GebiedsSoortgroep Nederlandse naam status (A) of Locatie* naam functie* verwacht (V) inheemse vogels Aves Vogelrichtlijn V V 1,2,3,4 Vogelrichtlijn, slechtvalk Falco peregrinus V V 2 categorie 3 Vogelrichtlijn, V V 3,4 boerenzwaluw Hirundo rustica categorie 5 Vogelrichtlijn, V V 3 boomkruiper Certhia brachydactyla categorie 5 Vogelrichtlijn, V V 3 grote bonte specht Dendrocopos major categorie 5 Vogels Vogelrichtlijn, V V 2,3,4 koolmees Parus major categorie 5 Vogelrichtlijn, V V 2,3,4 pimpelmees Cyanistes caeruleus categorie 5 Vogelrichtlijn, V V 3 spreeuw Sturnus vulgaris categorie 5 Vogelrichtlijn, V A 1,2,3,4 zwarte kraai Corvus corone categorie 5 Vogelrichtlijn, V V 2,3,4 zwarte roodstaart Phoenicurus ochrurus categorie 5 gewone Pipistrellus Europees V, F, VL V 1,2,3,4 dwergvleermuis pipistrellus beschermd Europees ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii V, F, VL V 1,2,3,4 beschermd Europees Vleermuizen laatvlieger Eptesicus serotinus V, F, VL V 1,2,3,4 beschermd Europees meervleermuis Myotis dasycneme V, F, VL V 1,2,3,4 beschermd Europees rosse vleermuis Nyctalis noctua V, F, VL V 2 beschermd

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

10

Grondgebonden zoogdieren

watervleermuis

Myotis daubentonii

bosmuis

Apodemus sylvaticus

Europees beschermd Vrijgesteld

bunzing

Mustela nutorius

dwergmuis

Micromys minutus

dwergspitsmuis

V

1,2,3,4

V

1,2,3,4

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

Sorex minutus

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

egel

Erinaceus europaeus

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

hermelijn

Mustela erminea

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

huisspitsmuis

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

veldmuis

Crocidura russula Clethrionomys glareolus Microtus arvalis

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

vos

Vulpes vulpes

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

wezel

Mustela nivalis

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

bruine kikker

Rana temporaria

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

gewone pad kleine watersalamander

Bufo bufo

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

meerkikker

Rana ridibunda Rana klepton esculentus

Vrijgesteld

V

1,2,3,4

rosse woelmuis

Amfibieën

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Lissotriton vulgaris

V, F, VL

Vrijgesteld V 1,2,3,4 bastaardkikker Legenda: Vogelrichtlijn: is van toepassing op alle inheemse vogels. Europees beschermd: deze soorten zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I. Vrijgesteld: deze soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en vrijgesteld door provincie ZuidHolland bij het uitvoeren van een ruimtelijke ontwikkeling. Vogels, categorie 3: nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk); Vogels, categorie 5: nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen; Gebiedsfunctie: V: voortplantingsplaats, rustplaats of nest, O: overwinteringsgebied, Vl: vliegroute, F: foerageergebied. De gebiedsfunctie is alleen weergegeven voor beschermde soorten. Locatie: 1: Total benzinestation, 2: kantoor Damsigt, 3: Gemeentewerf, 4: Avalex.

Vanaf de volgende pagina worden de resultaten per onderzoekslocatie besproken.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

11

Locatie 1 Total benzinestation

Afbeelding 2: Projectbegrenzing Total benzinestation is weergegeven binnen het rode vlak

Vogels Jaarrond beschermde nesten - categorie 1 tot en met 4 Tijdens het veldbezoek zijn op locatie Total benzinestation geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen van vogels uit categorie 1 tot en met 4. De aanwezigheid hiervan kan worden uitgesloten, omdat de bomen relatief klein zijn en het gebouw te laag is voor de slechtvalk. Hierdoor is het gebouw en de bomen ongeschikt voor vogels uit categorie 1 t/m 4. Het gebouw biedt geen mogelijkheden voor de gierzwaluw (categorie 2) om te broeden, omdat er geen geschikte gaten, kieren, open stootvoegen en dakpannen aanwezig zijn, waar gierzwaluwen gebruik van kunnen maken. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen (categorie 2) in het projectgebied en de omgeving waargenomen. Daarnaast zijn geen structuren zoals dakpannen aanwezig of geschikte kieren en openingen waar de mussen kunnen broeden. Daarnaast is geen geschikte zanglocatie en foerageergebied in de omgeving aanwezig. Derhalve wordt de aanwezigheid van nesten en rusten van huismussen redelijkerwijs uitgesloten. In de bomen binnen het projectgebied zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Op basis hiervan kunnen soorten als buizerd en sperwer binnen het projectgebied worden uitgesloten. Jaarrond beschermde nesten - categorie 5 In en rondom het benzinestation zijn geen nesten of vogels uit categorie 5 aangetroffen.

De bomen rondom het benzinestation zijn geschikt voor soorten als ekster en zwarte kraai. Hiervan zijn geen nesten aangetroffen, echter kunnen deze zich in de toekomst wel gaan vestigen. Overige soorten uit categorie 5, zoals genoemd in tabel 5, worden hier niet verwacht, omdat geschikte structuren ontbreken. Niet jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) Voor algemene broedvogels die broeden in bomen, watergangen en op gebouwen biedt het projectgebied geschikt biotoop. Te denken valt hierbij aan soorten als merel, houtduif, witte kwikstaart, waterhoen en meerkoet.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

12

Vleermuizen De bebouwing en bomen in het projectgebied kunnen op diverse manieren een functie hebben voor vleermuizen (Habitatrichtlijn). Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen in bebouwing Het benzinestation Total kan op verschillende manieren dienen als voortplantings- en rustplaats. Het gebouw is geschikt als zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis, watervleermuis en laatvlieger. Er zijn tijdens het veldbezoek meerder geschikte invliegopeningen waargenomen, zoals ruimte achter daklijsten (bijlage 3, foto 2) en open stootvoegen (bijlage 3, foto 3) wat zeer geschikt is voor vleermuizen. Op basis hiervan kunnen voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen in het benzinestation Total niet worden uitgesloten. Voortplantings- of rustplaatsen in bomen Tijdens het veldbezoek zijn geen holten of los schors waargenomen in de bomen die kunnen dienen als voortplantings- of rustplaats voor vleermuizen. Omdat in de bomen geen holtes aanwezig zijn, kan de boom bewonende rosse vleermuis worden uitgesloten binnen het projectgebied. Vliegroute De bomen (bijlage 3, foto 5) in het projectgebied kunnen mogelijk dienen als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen.

De bomen vormen een lijnvormig geheel wat geleiding biedt aan vleermuizen die zich verplaatsen van rustplaatsen in de bebouwde kom naar foerageergebied elders. Foerageergebied De bomen in het projectgebied kunnen voor vleermuizen dienen als foerageergebied. In de directe omgeving zijn vergelijkbare structuren aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied. Net ten noordwesten van het projectgebied ligt het Sytwendepark waar veel vleermuizen foerageren (bron: NDFF). Te verwachten beschermd element per vleermuissoort In tabel 6 wordt per vleermuissoort weergegeven welk beschermd element verwacht wordt. Tabel 6: verwachte beschermde elementen per vleermuissoort Soort ZomerKraamPaarverblijfplaats verblijfplaats verblijfplaats Gewone Ja dwergvleermuis Laatvlieger Ja Ruige Ja dwergvleermuis Watervleermuis Ja Meervleermuis Ja *dit betreffen essentiële vliegroutes

Individuele winterverblijfplaats

Vliegroute

Foerageergebied

Ja

Ja

Ja

Ja*

Ja, niet essentieel

Ja

Ja

Ja

Ja*

Nee

Ja

Ja

Ja*

Ja, niet essentieel Ja, niet essentieel

Ja Ja

Nee Nee

Nee Nee

Ja* Ja*

Ja, niet essentieel Ja, niet essentieel

Grondgebonden zoogdieren In het projectgebied worden enkel vrijgestelde zoogdieren zoals egel en diverse muizensoorten verwacht. Soorten als vos, hermelijn, wezel, en bunzing kunnen het gebied gebruiken als foerageergebied. Van deze soorten worden geen voortplantings- en rustplaatsen verwacht. Amfibieën In het projectgebied worden enkel vrijgestelde soorten zoals meerkikker, bastaardkikker, kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad verwacht. Overige soorten Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde vaatplanten, kevers, vlinders, libellen en kreeftachtigen waargenomen. Beschermde soorten binnen deze soortgroepen worden op basis van verspreiding en biotoop niet verwacht in het projectgebied.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

13

Locatie 2 Kantoor Damsigt

Afbeelding 3: Projectbegrenzing kantoor Damsigt is weergegeven binnen het rode vlak.

Vogels Jaarrond beschermde nesten - categorie 1 tot en met 4 Tijdens het veldbezoek zijn op locatie Damsigt geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen van vogels uit categorie 1 tot en met 4. Echter kan de aanwezigheid hiervan niet worden uitgesloten. Het gebouw biedt mogelijkheden voor de slechtvalk (categorie 3) om te broeden. Slechtvalken gebruiken hoge gebouwen om te broeden, dit zijn daarnaast zeer geschikte uitkijkposten op zoek naar geschikte prooien zoals halsbandparkiet en postduiven die veel voorkomen in het gebied. In de directe omgeving van het kantoor Damsigt zijn slechtvalken waargenomen (zie afbeelding 4, bron: NDFF). Op basis hiervan kan de slechtvalk als broedvogel op kantoor Damsigt niet worden uitgesloten.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

14

Afbeelding 4: Projectgebied betreft de rode lijn en de waargenomen slechtvalken betreffen de groene stippen (bron: NDFF).

Het gebouw biedt geen mogelijkheden voor de gierzwaluw (categorie 2) om te broeden, omdat er geen geschikte gaten, kieren, open stootvoegen en dakpannen aanwezig zijn, waar gierzwaluwen gebruik van kunnen maken. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen (categorie 2) in het projectgebied en de omgeving waargenomen. Daarnaast zijn geen structuren zoals dakpannen aanwezig of geschikte kieren en openingen waar de mussen kunnen broeden. Daarnaast is geen geschikte zanglocatie en foerageergebied in de omgeving aanwezig. Derhalve wordt de aanwezigheid van nesten en rusten van huismussen redelijkerwijs uitgesloten. In de bomen binnen het projectgebied zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Op basis hiervan kunnen soorten als buizerd en sperwer binnen het projectgebied worden uitgesloten. Jaarrond beschermde nesten - categorie 5 In en rondom het kantoor Damsigt zijn geen nesten of vogels uit categorie 5 aangetroffen. De bomen rondom het complex zijn geschikt voor soorten als ekster en zwarte kraai. Hiervan zijn geen nesten aangetroffen, echter kunnen deze zich in de toekomst wel gaan vestigen. Het opslag terrein (bijlage 3, foto 12) is geschikt voor de zwarte roodstaart die graag op rommelige opslag terrein broedt. Op NDFF zijn ook waarnemingen bekend van de zwarte roodstaart in en rondom het projectgebied.

Daarnaast kunnen ook koolmees en pimpelmees in de rommelige hoekjes en dichte struiken (klimop) tot broeden komen. Niet jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) Voor algemene broedvogels die broeden in bomen, watergangen, gebouwen en opslag terreinen biedt het projectgebied geschikt biotoop. Te denken valt hierbij aan soorten als merel, houtduif, witte kwikstaart, waterhoen en meerkoet. Op het dak waren baltsende zilvermeeuwen (bijlage 3, foto 9) aanwezig. Zilvermeeuwen gebruiken platte daken om op te broeden. Het dak van Damsigt is hier uitermate geschikt voor. Vleermuizen De bebouwing en bomen in het projectgebied kunnen op diverse manieren een functie hebben voor vleermuizen (Habitatrichtlijn). Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen in bebouwing Het kantoor Damsigt kan op verschillende manieren dienen als voortplantings- en rustplaats. Het gebouw is geschikt als zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en watervleermuis. Er zijn tijdens het veldbezoek meerdere geschikte invliegopeningen waargenomen, zoals ruimte achter daklijsten (bijlage 3, foto 7) en openingen in de dakopbouwen (bijlage 3, foto 8) wat geschikt is voor vleermuizen. Op basis hiervan kunnen voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen in het kantoor Damsigt niet worden uitgesloten.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

15

Voortplantings- of rustplaatsen in bomen Tijdens het veldbezoek zijn geen holten of los schors waargenomen in de bomen die kunnen dienen als voortplantings- of rustplaats voor vleermuizen. Omdat in de bomen geen holtes aanwezig zijn, kan de boom bewonende rosse vleermuis worden uitgesloten binnen het projectgebied. Vliegroute De bomen (bijlage 3, foto 11) in het projectgebied kunnen mogelijk dienen als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen. De bomen vormen een lijnvormig geheel wat geleiding biedt aan vleermuizen die zich verplaatsen van rustplaatsen in de bebouwde kom naar foerageergebied elders. Foerageergebied De bomen in het projectgebied kunnen voor vleermuizen dienen als foerageergebied. In de directe omgeving zijn vergelijkbare structuren aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied. Net ten noordwesten van het projectgebied ligt het Sytwendepark waar veel vleermuizen foerageren (bron: NDFF). Te verwachten beschermd element per vleermuissoort In tabel 7 wordt per vleermuissoort weergegeven welk beschermd element verwacht wordt. Tabel 7: verwachte beschermde elementen per vleermuissoort Soort ZomerKraamPaarverblijfplaats verblijfplaats verblijfplaats Gewone Ja dwergvleermuis Laatvlieger Ja Ruige Ja dwergvleermuis Meervleermuis Ja Watervleermuis Ja *dit betreffen essentiële vliegroutes

Individuele winterverblijfplaats

Vliegroute

Foerageergebied

Ja

Ja

Ja

Ja*

Ja, niet essentieel Ja, niet essentieel Ja, niet essentieel

Ja

Ja

Ja

Ja*

Nee

Ja

Ja

Ja*

Ja Ja

Nee Nee

Nee Nee

Ja* Ja*

Ja, niet essentieel Ja, niet essentieel

Grondgebonden zoogdieren In het projectgebied worden enkel vrijgestelde zoogdieren zoals egel en diverse muizensoorten verwacht. Soorten als vos, hermelijn, wezel, en bunzing kunnen het gebied gebruiken als foerageergebied. Van deze soorten worden geen voortplantings- en rustplaatsen verwacht. Amfibieën In het projectgebied worden enkel vrijgestelde soorten zoals meerkikker, bastaardkikker, kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad verwacht. Overige soorten Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde vaatplanten, kevers, vlinders, libellen en kreeftachtigen waargenomen. Beschermde soorten binnen deze soortgroepen worden op basis van verspreiding en biotoop niet verwacht in het projectgebied.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

16

Locatie 3 Gemeentewerf

Afbeelding 5: Projectbegrenzing gemeentewerf is weergegeven binnen het rode vlak

Vogels Jaarrond beschermde nesten - categorie 1 tot en met 4 Tijdens het veldbezoek zijn op de voormalige gemeentewerf geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen van vogels uit categorie 1 tot en met 4. De aanwezigheid hiervan kan worden uitgesloten, omdat de bomen relatief klein zijn en het gebouw te laag is voor de slechtvalk. Hierdoor is het gebouw en de bomen ongeschikt voor vogels uit categorie 1 t/m 4. In de bomen binnen het projectgebied zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Op basis hiervan kunnen soorten als buizerd en sperwer binnen het projectgebied worden uitgesloten. Het gebouw biedt geen mogelijkheden voor de gierzwaluw (categorie 2) om te broeden, omdat er geen geschikte gaten, kieren, open stootvoegen en dakpannen aanwezig zijn, waar gierzwaluwen gebruik van kunnen maken. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen (categorie 2) in het projectgebied en de omgeving waargenomen. Daarnaast zijn geen structuren zoals dakpannen aanwezig of geschikte kieren en openingen waar de mussen kunnen broeden. Daarnaast is geen geschikte zanglocatie en foerageergebied in de omgeving aanwezig. Derhalve wordt de aanwezigheid van nesten en rusten van huismussen redelijkerwijs uitgesloten.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

17

Jaarrond beschermde nesten - categorie 5 In de bomen aan de zuidkant van de gemeentewerf is een zwarte kraaien (bijlage 3, foto 18) nest aanwezig. Tijdens het veldbezoek was een paartje zwarte kraai aanwezig bij het nest, mogelijk dat deze in het broedseizoen het nest gaan gebruiken. Daarnaast is er aan de zuidkant een dode boom aanwezig met holtes. Dit maakt het zeer geschikt voor soorten als grote bonte specht, spreeuw en boomkruiper. Tijdens het bezoek maakte een halsbandparkiet gebruik van de holte (bijlage 3, foto 19), naar alle waarschijnlijkheid zal de halsbandparkiet in het broedseizoen de holte gaan gebruiken als broedlocatie. Het opslag terrein (bijlage 3, foto 20) is geschikt voor de zwarte roodstaart die graag op rommelige opslag terrein broedt. Op NDFF zijn ook waarnemingen bekend van de zwarte roodstaart in en rondom het projectgebied. Daarnaast kunnen ook koolmees en pimpelmees in de rommelige hoekjes en dichte struiken (klimop) tot broeden komen. Tevens is op het terrein een open schuur aanwezig (bijlage 3, foto 21) waarvan boerenzwaluwen gebruik van kunnen maken. Niet jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) Voor algemene broedvogels die broeden in bomen, watergangen, gebouwen en opslag terreinen biedt het projectgebied geschikt biotoop.

Te denken valt hierbij aan soorten als halsbandparkiet, merel, houtduif, zwartkop, tjiftjaf, witte kwikstaart, waterhoen en meerkoet. Vleermuizen De bebouwing en bomen in het projectgebied kunnen op diverse manieren een functie hebben voor vleermuizen (Habitatrichtlijn).

Afbeelding 6: De verschillende gebouwen op de gemeentewerf.

Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen in bebouwing Op de voormalige gemeentewerf zijn in totaal drie verschillende gebouwen aanwezig die geschikt zijn voor vleermuizen. De gebouwen zijn geschikt als zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis, watervleermuis en laatvlieger. Het gebouw wat geel is gekleurd op afbeelding 6 is geschikt, omdat hier geschikte openingen (bijlage 3, foto 14) aanwezig zijn waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Het gebouw wat blauw is gekleurd op afbeelding 5 is geschikt, omdat hier open stootvoegen (bijlage 3, foto 15) aanwezig zijn waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Het gebouw wat groen is gekleurd is geschikt voor vleermuizen, omdat hier eveneens open stootvoegen (bijlage 3, foto 16) aanwezig zijn. Op basis hiervan kunnen voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen in de drie gebouwen op de voormalige gemeentewerf niet worden uitgesloten. Voortplantings- of rustplaatsen in bomen Tijdens het veldbezoek zijn in een dode boom enkele holen waargenomen die kunnen dienen als voortplantings- of rustplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. Op basis hiervan kunnen zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaatsen in bomen niet worden uitgesloten.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

18

Vliegroute De bomen (bijlage 3, foto 17) in het projectgebied kunnen mogelijk dienen als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen. De bomen vormen een lijnvormig geheel wat geleiding biedt aan vleermuizen die zich verplaatsen van rustplaatsen in de bebouwde kom naar foerageergebied elders. Foerageergebied De bomen in het projectgebied kunnen voor vleermuizen dienen als foerageergebied. In de directe omgeving zijn vergelijkbare structuren aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied. Net ten noordwesten van het projectgebied ligt het Sytwendepark waar veel vleermuizen foerageren (bron: NDFF). Te verwachten beschermd element per vleermuissoort In tabel 8 wordt per vleermuissoort weergegeven welk beschermd element verwacht wordt.

Tabel 8: verwachte beschermde elementen per vleermuissoort in gebouwen Individuele ZomerKraamPaarSoort winterverblijfplaats verblijfplaats verblijfplaats verblijfplaats Gewone Ja (bomen en Ja (bomen en Ja (bomen en Ja (bomen en dwergvleermuis gebouwen) gebouwen) gebouwen) gebouwen) Ja Ja Ja Ja Laatvlieger (gebouwen) (gebouwen) (gebouwen) (gebouwen) Rosse Ja (bomen) Ja (bomen) Ja (bomen) Ja (bomen) vleermuis Ruige Ja (bomen en Ja (bomen en Ja (bomen en Nee dwergvleermuis gebouwen) gebouwen) gebouwen) Ja (bomen en Ja (bomen en Watervleermuis Nee Nee gebouwen) gebouwen) Ja Ja Meervleermuis Nee Nee (gebouwen) (gebouwen) *dit betreffen essentiële vliegroutes

Vliegroute

Foerageergebied

Ja*

Ja, niet essentieel

Ja*

Ja, niet essentieel

Ja*

Ja, niet essentieel

Ja*

Ja, niet essentieel

Ja*

Ja, niet essentieel

Ja*

Ja, niet essentieel

Grondgebonden zoogdieren In het projectgebied worden enkel vrijgestelde zoogdieren zoals egel en diverse muizensoorten verwacht. Soorten als vos, hermelijn, wezel, en bunzing kunnen het gebied gebruiken als foerageergebied. Van deze soorten worden geen voortplantings- en rustplaatsen verwacht. Amfibieën In het projectgebied worden enkel vrijgestelde soorten zoals meerkikker, bastaardkikker, kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad verwacht. Overige soorten Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde vaatplanten, kevers, vlinders, libellen en kreeftachtigen waargenomen. Beschermde soorten binnen deze soortgroepen worden op basis van verspreiding en biotoop niet verwacht in het projectgebied.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

19

Locatie 4 Avalex

Afbeelding 7: Projectbegrenzing Avalex is weergegeven binnen het rode vlak

Vogels Jaarrond beschermde nesten - categorie 1 tot en met 4 Tijdens het veldbezoek zijn op het terrein van Avalex geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen van vogels uit categorie 1 tot en met 4. De aanwezigheid hiervan kan worden uitgesloten, omdat de bomen relatief klein zijn en het gebouw te laag is voor de slechtvalk. Hierdoor is het gebouw en de bomen ongeschikt voor vogels uit categorie 1 t/m 4. In de bomen binnen het projectgebied zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Op basis hiervan kunnen soorten als buizerd en sperwer binnen het projectgebied worden uitgesloten. Het gebouw biedt geen mogelijkheden voor de gierzwaluw (categorie 2) om te broeden, omdat er geen geschikte gaten, kieren, open stootvoegen en dakpannen aanwezig zijn, waar gierzwaluwen gebruik van kunnen maken. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen (categorie 2) in het projectgebied en de omgeving waargenomen. Daarnaast zijn geen structuren zoals dakpannen aanwezig of geschikte kieren en openingen waar de mussen kunnen broeden. Daarnaast is geen geschikte zanglocatie en foerageergebied in de omgeving aanwezig. Derhalve wordt de aanwezigheid van nesten en rusten van huismussen redelijkerwijs uitgesloten. Jaarrond beschermde nesten - categorie 5 Op het terrein van Avalex zijn geen nesten of vogels uit categorie 5 aangetroffen.

De bomen rondom het complex zijn geschikt voor soorten als ekster en zwarte kraai. Hiervan zijn geen nesten aangetroffen, echter kunnen deze zich in de toekomst wel gaan vestigen.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

20

Het opslag terrein (bijlage 3, foto 27) is geschikt voor de zwarte roodstaart die graag op rommelige opslag terrein broedt. Op NDFF zijn ook waarnemingen bekend van de zwarte roodstaart in en rondom het projectgebied. Daarnaast kunnen ook koolmees en pimpelmees in de rommelige hoekjes en dichte struiken (klimop) tot broeden komen. Tevens is op het terrein een open schuur aanwezig (bijlage 3, foto 27) waarvan boerenzwaluwen graag gebruik van maken, echter zijn tijdens het bezoek geen nesten aangetroffen. Niet jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) Voor algemene broedvogels die broeden in bomen, watergangen, gebouwen en opslag terreinen biedt het projectgebied geschikt biotoop. Te denken valt hierbij aan soorten als merel, houtduif, zwartkop, tjiftjaf, witte kwikstaart, waterhoen en meerkoet. Vleermuizen De bebouwing en bomen in het projectgebied kunnen op diverse manieren een functie hebben voor vleermuizen (Habitatrichtlijn).

Afbeelding 8: De verschillende gebouwen op het terrein van Avalex.

Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen in bebouwing Op het Avalex terrein zijn in totaal zes verschillende gebouwen aanwezig. In totaal zijn vier gebouwen geschikt voor vleermuizen. Deze gebouwen zijn geschikt als zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis, meervleermuis en laatvlieger. In tabel 9 wordt per gebouw de geschiktheid voor vleermuizen weergegeven. Tabel 9: geschiktheid per gebouw op het Avalex terrein Gebouw Geschikt Rood gearceerde gebouw bevat open stootvoegen

Ongeschikt

Afbeelding Bijlage 3, foto 22

geen openingen, kieren of open stootvoegen aanwezig

Geel gearceerde gebouw Oranje gearceerde gebouw Paars gearceerde gebouw Blauw gearceerde gebouw

ruimte achter daklijst ruimte achter daklijst

Groen gearceerde gebouw

Open stootvoegen en luchtroosters aanwezig

geen openingen, kieren of open stootvoegen aanwezig

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

Bijlage 3, foto 23 Bijlage 3, foto 24 Bijlage 3, foto 27

Bijlage 3, foto 25 en 26

21

Voortplantings- of rustplaatsen in bomen Tijdens het veldbezoek zijn geen holten of los schors waargenomen in de bomen die kunnen dienen als voortplantings- of rustplaats voor vleermuizen. Omdat in de bomen geen holtes aanwezig zijn, kan de boom bewonende rosse vleermuis worden uitgesloten binnen het projectgebied. Vliegroute De bomen in het projectgebied kunnen mogelijk dienen als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen. De bomen vormen een lijnvormig geheel wat geleiding biedt aan vleermuizen die zich verplaatsen van rustplaatsen in de bebouwde kom naar foerageergebied elders. Foerageergebied De bomen in het projectgebied kunnen voor vleermuizen dienen als foerageergebied. In de directe omgeving zijn vergelijkbare structuren aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied. Net ten noordwesten van het projectgebied ligt het Sytwendepark waar veel vleermuizen foerageren (bron: NDFF). Te verwachten beschermd element per vleermuissoort In tabel 10 wordt per vleermuissoort weergegeven welk beschermd element verwacht wordt. Tabel 10: verwachte beschermde elementen per vleermuissoort Soort ZomerKraamPaarverblijfplaats verblijfplaats verblijfplaats Gewone Ja dwergvleermuis Laatvlieger Ja Ruige Ja dwergvleermuis Watervleermuis Ja Meervleermuis Ja *dit betreffen essentiële vliegroutes

Individuele winterverblijfplaats

Vliegroute

Foerageergebied

Ja

Ja

Ja

Ja*

Ja, niet essentieel

Ja* Ja*

Ja, niet essentieel Ja, niet essentieel

Ja* Ja*

Ja, niet essentieel Ja, niet essentieel

Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Ja

Ja Ja

Nee Nee

Nee Nee

Grondgebonden zoogdieren In het projectgebied worden enkel vrijgestelde zoogdieren zoals egel en diverse muizensoorten verwacht. Soorten als vos, hermelijn, wezel, en bunzing kunnen het gebied gebruiken als foerageergebied. Van deze soorten worden geen voortplantings- en rustplaatsen verwacht. Amfibieën In het projectgebied worden enkel vrijgestelde soorten zoals meerkikker, bastaardkikker, kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad verwacht. Overige soorten Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde vaatplanten, kevers, vlinders, libellen en kreeftachtigen waargenomen. Beschermde soorten binnen deze soortgroepen worden op basis van verspreiding en biotoop niet verwacht in het projectgebied.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

22

4.2 BESCHERMDE GEBIEDEN De vier terreinen (Total, Damsigt, Gemeentewerf en Avalex) maken geen onderdeel uit van een natuurgebied dat beschermd wordt door de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is Meijendel & Berkheide. Dit natuurgebied ligt op circa 5,5 kilometer ten noorden van het projectgebied. De effectenindicator is opgenomen in de bijlage. Het projectgebied maakt tevens geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). De dichtstbijzijnde gebieden die deel uitmaken van NNN is gelegen op circa 2 kilometer van het projectgebied en betreffen de Leidschendammerhout met Vogelplas Starrevaart en Duivenvoordse-Veenzijdse Polder. Het gebied is niet gelegen in een belangrijk weidevogelgebied.

Projectgebied Afbeelding 9: Projectgebied in relatie tot de beschermde natuurgebieden en NNN-gebieden. De gekleurde delen zijn onderdeel van de NNN.

4.3 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN De bomen in het projectgebied bevinden zich binnen de ‘bebouwde kom Boswet’ van LeidschendamVoorburg. De aanwezige bomen bestaan uit diverse boomsoorten waaronder schietwilg, Italiaanse populier en zwarte els

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

23

5. TOETSING AAN WETGEVING In dit hoofdstuk is beschreven wat de wettelijke consequenties zijn die voortvloeien uit de aanwezigheid van beschermde soorten, natuurgebieden en houtopstanden zoals beschreven in hoofdstuk 4. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming wordt verwezen naar bijlage 2. Met betrekking tot vogels is getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wet natuurbescherming). Enkele vogels zijn echter ook opgenomen in het Verdrag van Bern II (artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming) waardoor zowel artikel 3.1 als 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing is. Omdat in de verbodsbepalingen uit artikel 3.1 strenger zijn dan de verboden van artikel 3.5 is ervoor gekozen om te toetsen aan de Vogelrichtlijn. 5.1 BESCHERMDE SOORTEN Op basis van de bureaustudie en de veldinventarisatie worden diverse beschermde soorten verwacht in het projectgebied. Hieronder worden de resultaten per locatie getoetst.

Locatie 1 Total benzinestation Vogels Niet-jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) In de bomen en watergangen van het projectgebied worden niet-jaarrond beschermde nesten van vogels als de merel, houtduif, witte kwikstaart, waterhoen en meerkoet verwacht. De nesten en functionele leefomgeving van deze soorten zijn beschermd middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. In artikel 3.1, lid 1 is opgenomen dat het verboden is opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Onder lid 3, is onder andere opgenomen dat het verboden is om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Onder lid 4 is opgenomen dat het verboden is vogels opzettelijk te storen. Lid 5 geeft aan dat lid 4 niet van toepassing is indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Door de werkzaamheden kunnen nesten worden vernield en kunnen eieren en individuen worden beschadigd of doden. Dit betreft een overtreding van artikel 3.1. De periode dat de meeste kans is op de aanwezigheid van vogelnesten in het voorjaar en de zomer.

Als in deze gevoelige periode wordt gewerkt dient rekening te worden gehouden met broedvogels en moeten eventueel maatregelen worden genomen om het doden van vogels en vernieling en beschadiging van nesten en eieren te voorkomen. Vleermuizen Voortplantings- en rustplaatsen De gebouwen in het projectgebied bevatten mogelijk voortplantings- en rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis, meervleermuis en laatvlieger (Habitatrichtlijn). Individuen, voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen zijn beschermd middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. In lid 1 is opgenomen dat het verboden is om in vleermuizen in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen en onder lid 4 om voortplantings- of rustplaatsen van vleermuizen te beschadigen of te vernielen. De sloop van een gebouw met daarin vleermuizen kan leiden tot het doden van vleermuizen en vernielen van voortplantings- en rustplaatsen ,wat een overtreding van artikel 3.5 betreft. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.5 dient in eerste aanleg te worden bepaald of voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het te slopen gebouw. Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een goedgekeurde gedragscode of dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.

Functionele leefomgeving (vliegroute). De bomenrij in het projectgebied functioneert mogelijk als vliegroute voor verschillende soorten vleermuizen. Een vliegroute van vleermuizen is essentieel wanneer geen alternatieven aanwezig zijn en zij gerekend worden tot de functionele leefomgeving van de voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen. Essentiële vliegroutes zijn beschermd middels artikel 3.5, lid 4, van de Wet natuurbescherming. Het kappen van bomen die een essentiële vliegroute van vleermuizen vormen

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

24

betreft een overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.5 dient in eerste aanleg te worden bepaald of sprake is van een vliegroute. Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd door te werken onder een goedgekeurde gedragscode en het nemen van mitigerende maatregelen. De foerageergebieden in het projectgebied zijn niet van essentieel belang, omdat er in de omgeving voldoende alternatieve aanwezig zijn. Overige en vrijgestelde soorten Op basis van bureaustudie en veldinventarisatie worden geen strikt beschermde vissen, vaatplanten, amfibieën, grondgebonden zoogdieren, weekdieren, kevers, vlinders, libellen en kreeftachtigen verwacht in het projectgebied. Wel komen van enkele deze soortgroepen algemene soorten en door provincie Zuid-Holland vrijgestelde soorten voor in het projectgebied. Deze soorten worden beschermd middels de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In de watergang ten westen van het gebied worden algemene vissen en amfibieën verwacht. Als delen worden afgedamd en gedempt dienen deze te worden afgevist in het kader van de zorgplicht.

Locatie 2 Kantoor Damsigt Vogels Jaarrond beschermde nesten categorie 3 Er worden jaarrond beschermde nesten verwacht van de slechtvalk (Vogelrichtlijn, categorie 3). Jaarrond beschermde nesten zijn nesten van vogels die hier jaarrond gebruik van maken of jaarlijks terugkeren naar hetzelfde nest. Deze nesten zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden. In artikel 3.1 is onder lid 2 opgenomen dat het verboden is om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het onder lid 4 verboden vogels opzettelijk te storen. Lid 5 geeft aan dat lid 4 niet van toepassing is indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Indien jaarrond beschermde nesten van slechtvalk aanwezig zijn zullen deze door de sloopwerkzaamheden worden vernield wat een overtreding van artikel 3.1 betreft. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.1 dient in eerste aanleg te worden bepaald of nesten van slechtvalk aanwezig zijn. Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een goedgekeurde gedragscode of dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.

Jaarrond beschermde nesten onvoldoende alternatief categorie 5 Er worden jaarrond beschermde nesten verwacht van de zwarte roodstaart (Vogelrichtlijn, categorie 5 onvoldoende alternatief). Jaarrond beschermde nesten zijn nesten van vogels die hier jaarrond gebruik van maken of jaarlijks terugkeren naar hetzelfde nest. Deze nesten zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden. In artikel 3.1 is onder lid 2 opgenomen dat het verboden is om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het onder lid 4 verboden vogels opzettelijk te storen. Lid 5 geeft aan dat lid 4 niet van toepassing is indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Indien jaarrond beschermde nesten van zwarte roodstaart aanwezig zijn zullen deze door de sloopwerkzaamheden worden vernield wat een overtreding van artikel 3.1 betreft. Zwarte roodstaarten gebruiken deze terreinen om te foerageren en te broeden. Omdat alle vier de terreinen geschikt zijn, zal een groot deel van het leefgebied verloren gaan. De zwarte roodstaart staat niet op de rode lijst, het gaat goed met de soort. De landelijke aantallen zijn sinds 1990 min of meer stabiel (bron: Sovon).

Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.1 dient in eerste aanleg te worden bepaald of nesten van zwarte roodstaart aanwezig zijn en of in de omgeving voldoende alternatieve aanwezig zijn om naar te kunnen uitwijken. Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een goedgekeurde gedragscode of dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.

Ecologische quickscan Kleine Plaspoelpolder te Leidschendam-Voorburg Projectcode: 20171527

25

Jaarrond beschermde nesten categorie 5 (voldoende alternatief) De koolmees en pimpelmees zijn vogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 5, die in het projectgebied voor (kunnen) komen. Jaarrond beschermde nesten zijn nesten van vogels die hier jaarrond gebruik van maken of jaarlijks terugkeren naar hetzelfde nest. Deze nesten zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden. Voor jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 geldt echter dat als in de omgeving voldoende alternatief aanwezig is, de nesten een gelijke beschermingsstatus hebben als niet-jaarrond beschermde nesten. In dit geval is voor alle aanwezige en te verwachten soorten voldoende alternatief in de omgeving en geldt de bescherming alleen wanneer een broedgeval aanwezig is. Niet-jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) Op het dak, openingen en kieren van het projectgebied worden niet-jaarrond beschermde nesten van vogels als de zilvermeeuw, merel, houtduif en witte kwikstaart verwacht. De nesten en functionele leefomgeving van deze soorten zijn beschermd middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. In artikel 3.1, lid 1 is opgenomen dat het verboden is opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

Onder lid 3, is onder andere opgenomen dat het verboden is om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Onder lid 4 is opgenomen dat het verboden is vogels opzettelijk te storen. Lid 5 geeft aan dat lid 4 niet van toepassing is indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Door de werkzaamheden kunnen nesten in de watergang en de oever worden vernield en kunnen eieren en individuen worden beschadigd of doden. Dit betreft een overtreding van artikel 3.1. De periode dat de meeste kans is op de aanwezigheid van vogelnesten in het voorjaar en de zomer. Als in deze gevoelige periode wordt gewerkt dient rekening te worden gehouden met broedvogels en moeten eventueel maatregelen worden genomen om het doden van vogels en vernieling en beschadiging van nesten en eieren te voorkomen. Vleermuizen Voortplantings- en rustplaatsen De gebouwen in het projectgebied bevatten mogelijk voortplantings- en rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en watervleermuis (Habitatrichtlijn). Individuen, voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen zijn beschermd middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=9ab9adb6-bde6-45d7-9fca-ddb4413498d2